CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening gemeente Krimpen aan den IJssel 2021

Besluitvoorbereidende raadscommissie 1 16 juni 2022, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken gemeente Krimpen aan den IJssel 2021 (circa 20.45 uur)24.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

€

822,82

€

887,43

In model 3 is de lastendruk in 2021 gestegen met € 64,61 ofwel 8%.

€ € € €

2020 275,50 153,24 127,92 330,12

€ € € €

2021 280,73 161,84 135,12 411,60

€

886,78

€

989,29

In model 4 is de lastendruk in 2021 gestegen met € 102,51 ofwel 12%. Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten) Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft met de ‘Atlas van de lokale lasten’ inzicht in de woonlasten per gemeente. Ook geeft het inzicht in de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is. In 2021 stond Krimpen aan den IJssel op plaats 342 van de 374 gemeenten. In 2020 nam Krimpen aan den IJssel nog een 324e plaats in van de 377 gemeenten. Wat betreft de omringende gemeenten zijn de woonlasten als volgt (peiljaar 2021):

81

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf A Lokale heffingen Gemeente Gouda Krimpen aan den IJssel Zuidplas Krimpenerwaard Rotterdam Capelle aan den IJssel

Netto woonlast (duur->goedkoop) 1071 1006 845 818 793 661

Rangnummer COELO 357 342 208 170 134 22

Kwijtschelding Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid en neergelegd in de Invorderingswet. Het beleid met betrekking tot de kwijtschelding is verder uitgewerkt in de ´regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen´ van de gemeente Krimpen aan den IJssel . Deze is door de raad vastgesteld op 17 december 2015. De uitvoering van de kwijtschelding, die betrekking heeft op een doelgroep bestaande uit globaal 300 personen/gezinnen. In 2021 gaat het om de volgende bedragen die zijn kwijtgescholden: Kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing

Rekening Begroting Rekening 2020 2021 2021 91 107 120 23 25 28

82

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding

Bestuurlijke informatievoorziening

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gaat in op de risico’s, de bijbehorende beheersmaatregelen en de mate waarin de gemeente voldoende buffer heeft om risico’s af te dekken. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2018) is het beleid vastgelegd dat de basis vormt voor de gevolgde werkwijze.

In de belangrijkste planning en control-documenten (kadernota, begroting en jaarrekening) treft u altijd een geactualiseerd overzicht van de belangrijkste risico’s en een analyse van het weerstandsvermogen aan. Het betreft de hoofdlijnen van de risicobeheersing. Door de wetgever, de toezichthouder en de raad wordt in toenemende mate belang gehecht aan risicobeheersing.

Door de complexe samenleving, de veelzijdige gemeentelijke activiteiten en veranderingen in wet- en regelgeving lopen gemeenten veel risico’s. Risico’s zijn onvermijdelijk, maar kunnen wel worden beheerst. De gemeente beschikt over vrij aanwendbare middelen die, indien nodig, worden ingezet om tegenvallers op te vangen. De zogeheten weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële omvang van de gemeentelijke risico’s te vermenigvuldigen met de ingeschatte kans dat deze risico’s zich ook echt gaan voordoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of de gemeente voldoende weerstandsvermogen heeft.

Risico’s Gedurende het jaar krijgt risicobeheersing doorlopend aandacht. In het overzicht van de risico’s zijn de 10 grootste risico’s qua omvang opgenomen, waaronder ook de verzamelde risico’s van de verbonden partijen. Deze hebben direct gevolgen voor de financiën van onze gemeente. In deze jaarrekening betreft het een overzicht van de actuele risico’s, waarvoor op het moment van opstellen weerstandscapaciteit nodig is. Zo kan er worden bepaald wat het actuele weerstandsvermogen is.

83

§A

§B

§C

§D

§E

§F

P

§H

§G

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing FINANCIËLE RISICO'S bedragen x 1.000 1. Grondexploitaties Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn 15 risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gewogen. Het aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen gerichte beheersmaatregelen worden ingezet. 2. Grote projecten buitenruimte Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met de marktwerking bij aanbestedingen, mogelijke gevolgen COVID-19 en klimaatadaptieve maatregelen. 3. GR Jeugdhulp Rijnmond Reële cijfers begroting Op 14-04- 2022 zijn de begrotingswijziging 2022 en de ontwerpbegroting 2023 vastgesteld. Het gebruikte uitgangspunt hierbij is het resultaat van voorgaande jaren gebaseerd op de indicaties uit de JEV Q4 2021. Dat wordt door de GRJR gezien als meest reële uitgangspunt. Voor ons is dat echter nadelig, omdat de facturatie over het algemeen veel lager uitvalt. Doordat we dit eerst moeten voorschieten lopen we hier risico. Op basis van ons inlegpercentage) zullen we in eerste instantie geld moeten inleggen en ontvangen we het geld pas terug bij de eindafrekening.

De vraag is of via een begrotingswijziging de inleg per gemeente nog wordt aangepast naar "reële" cijfers per gemeente. Resultaat jaarrekening 2021 Tussen de conceptjaarrekening 2021 in het AB van 14-04-22 en de definitieve jaarrekening voor het AB van 07-07-22 is sprake van mogelijk een een extra nadeel van 7 miljoen. Voor onze gemeente is het verwachte risico op basis van ons inlegpercentage 170.000. Wachtlijstproblematiek Als gevolg van de wachtlijstproblematiek wordt mogelijk lokaal extra jeugdhulp ingezet. Ontwikkeling OVA-index De OVA index stijgt mogelijk harder dan waar rekening mee is gehouden in de ontwerpbegroting 2023. Ook irt nieuwe CAO Jeugd.

S/I

Max kosten bij gevolg

I

2.303

I

3.000

Kans op gevolg

Benodigde capaciteit

Beheersmaatregelen

542

Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per grondexploitatie geïnventariseerd.

10%

300

Monitoring en waar nodig anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering.

I/S

400

50%

In 2022 zal naar verwachting de gehele afrekening van de vlaktakssystematiek plaatsvinden. Per 2023 wordt de vlaktaks afgeschaft. Daarbij wordt ook de eindafrekening 2022 opgesteld. Hierbij worden de werkelijke kosten voor onze gemeente inzichtelijk en kan het verschil tussen de inleg die nu wordt gevraagd via de 1e 200 BGW 2022 en in de ontwerp-begroting 2023 worden bepaald. Dit moet dienen als uitgangspunt voor een reële beroting per gemeente. Vanaf 2023 is de vlaktaks afgeschaft en moet het in te leggen bedrag per gemeente beter kunnen worden bepaald, waardoor het effect van het nieuwe uitgangspunt wordt geëlimineerd.

I

170

75%

Op basis van de huidige systematiek dragen wij eerst bij in het 128 resultaat bij de jaarrekening. Naar verwachting vindt de eindafrekening 2021 in 2022 plaats.

I

200

75%

150 Regionaal plan van aanpak wegwerken wachtlijsten.

I

100

75%

Een incidenteel effect kan hiermee worden opgevangen. Structurele 75 verwerking moet plaatsvinden via de definitieve begrotng 2023, dan wel via een 1e BGW 2023 op een later moment.

84

§A

§B

§C

§D

§E

§F

P

§H

§G

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing FINANCIËLE RISICO'S bedragen x 1.000 4. Sociaal domein Nieuwe taken Woonplaatsbeginsel: Afwikkeling van dossiers (incidenteel) als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel kan in 2022 leiden tot hogere kosten (intake en exit). Een en ander is afhankelijk van het aantal dossiers. Beschermd wonen, en inburgering: Risico dat overgang van taken naar gemeenten meer kost dan vergoeding die gemeente ontvangt van Rijk (niet budget neutraal). Aanpassing Verordening Wmo Mogelijk juridische gevolgen als gevolg van de aanpassing van de verordening voor financiële zelfredzaamheid. Dit versus het abonnementstarief. Daarnaast mogelijke gevolgen budget HBH bij besluit vernietiging door de Kroon. 5. Bijstand

Kosten bijstand (BUIG) De inkomsten van de Specifieke uitkering BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten) laat een grillig verloop zien. Ook voor 2022 is het onduidelijk wat het budget zal zijn (mede door de gevolgen corona).

6. Algemene uitkering Herijking De herijking van het gemeentefonds heeft volgens de laatst gedeelde uitkomst voor Krimpen een licht voordelig effect. In de advisering van ROB en VNG alsmede de besluitvorming door de kamer kan dit nog wijzigen. Tevens moeten de cijfers nog worden vertaald naar de situatie van de ingangsdatum 1-1-2023. Extra middelen Jeugdwet: Voor uitvoering van de Jeugdwet is in 2022 extra geld beschikbaar. Vanaf 2023 zijn de rijksmiddelen onzeker, maar wel (terughoudend) in de ramingen opgenomen.

S/I

Max kosten bij gevolg

Kans op gevolg

Benodigde capaciteit

Beheersmaatregelen

Incidentele kosten woonplaatsbeginsel moeten worden ingeschat op basis van aantal dossiers dat naar verwachting "overgaat". 150 Beschermd wonen, en inburgering, uitgangspunt is budget neutraal verwerken (inkomsten circulaire = verwachte uitgaven). Risico bestaat dat budget niet voldoende is.

S

300

50%

S

500

50%

250 Geen, in afwachting van een eventueel proefproces.

S

200

50%

Jaarlijks ontvangt de gemeente op 3 momenten een indicatie van het BUIG Budget van het Rijk. Een voorlopig budget, een nader voorlopig budget en een definitief budget. Het is gebruikelijk de opgave van het Rijk te volgen. De bedragen op deze 3 momenten in één begrotingsjaar fluctueren aanzienlijk. Daarnaast is er sprake van 100 extra onzekerheid als gevolg van coronaeffecten. Ook de huidige financiële ontwikkelingen als gevolg van de efecten van de oorlog in Oekraïne wegen mee. Daarom wordt als beheersmaatregel voorgesteld een risico te benoemen in de paragraaf weerstandvermogen.

S

1.125

25%

281

10%

In de ramingen is niet het maximaal toegestane bedrag verwerkt (75% van de meerjarenreeks). Tevens is niet alle ruimte benut voor 101 structurele uitgaven. Het risico bedraagt 10% van het bedrag dat in 2023 is opgenomen. De kans dat het nieuwe kabinet de extra middelen niet structureel maakt is erg klein.

S

1.011

Er wordt in de ramingen nog geen rekening gehouden met het berekende voordeel. Het risico wordt hier opgenomen met een maximale omvang van € 7,50, € 15 en € 15 per inwoner in de jaren 2023, 2024 en 2025.

85

§A

§B

§C

§D

§E

§F

P

§H

§G

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing FINANCIËLE RISICO'S bedragen x 1.000 7. Wachtgeld wethouders In 2022 zijn er verkiezingen geweest en is er risico op APPA uitkeringen en reintegratiekosten.

S/I

Max kosten bij gevolg

Kans op gevolg

Benodigde capaciteit

I/S

300

50%

150

I

400

25%

100 2,5% van de loonsom is gereserveerd voor ziektevervanging.

Beheersmaatregelen

8. Formatie en flexibele schil De gemeente beweegt zich in een omgeving die voortdurend verandert door technologische ontwikkelingen en verandering van gemeentelijke taken. Er is weinig flexibele capaciteit en (financiele) ruimte beschikbaar. Onduidelijk is welke kosten het wendbaar en duurzaam inzetbaar houden van medewerkers met zich mee brengt. 9. Omgevingswet De Omgevingswet vormt de (nieuwe) basis voor een samenhangende benadering van de ‘fysieke’ woon- en leefomgeving. Om de samenhangende benadering verder vorm te geven bevat de wet (nieuwe) instrumenten zoals de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Programma. Gemeenten dragen hun eigen invoeringskosten, waaronder investeringen in digitale middelen, veranderkosten, coördinatie en invoeringskosten. Hiervoor zijn in de begroting nog geen extra (incidentele) middelen opgenomen. 10. REMU-claim Eneco heeft een aantal jaren geleden het energiebedrijf REMU overgenomen. Op dit moment loopt er nog een geschil met de toenmalige aandeelhoudende REMUgemeenten over de waardering die destijds tot stand is gekomen. Ook na de verkoop van de aandelen is dit een risico voor de toenmalige aandeelhoudende gemeenten.

I

600

I

1.000

I

5.021

I/S

3.048

25%

10%

Krimpen heeft er in eerste instantie voor gekozen om te voldoen aan het overzicht ‘Minimale acties Omgevingswet’ zoals dat door de VNG is opgesteld. Binnen het bestaande budget van het team 150 Omgevingsloket is ruimte gecreëerd om de minimale acties te kunnen uitvoeren.

De (voormalige) AHC zet zich namens de voormalige aandeelhouders in om deze claim te ontkrachten. Juristen achten de kans dat de claim 100 succesvol blijkt zeer gering. De REMU gemeenten zijn door de rechtbank niet in het gelijk gesteld, maar gaan in cassatie.

Risico's verbonden partijen Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).

117

Overige risico's Risico's die buiten deze top 10 vallen. TOTAAL

div.

574 3.468

86

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit betreft de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. In hoofdzaak bestaat de weerstandscapaciteit uit drie onderdelen: • reserves (eigen vermogen) • onbenutte belastingcapaciteit • onvoorzien Reserves Van de reserves worden de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de vrije reserve en de bestemmingsreserves tot de weerstandscapaciteit gerekend. Van de bestemmingsreserves wordt met name het deel dat verband houdt met benoemde risico’s of nog vrij besteedbaar is meegeteld. Dat wil zeggen dat de benodigde reservemiddelen voor reeds genomen besluiten in principe niet meetellen voor de weerstandscapaciteit. De algemene reserve heeft als hoofdfunctie het vormen van een buffer vanwege risico’s. Vastgelegd is dat de algemene reserve minimaal € 4 miljoen bedraagt en maximaal € 5 miljoen bedraagt. Wanneer het saldo boven dit plafond komt wordt het meerdere naar de vrije reserve overgeheveld. De vrije reserve wordt omgekeerd ook aangesproken wanneer de algemene reserve door de bodem zakt. Per 31 december 2021 bedraagt de algemene reserve € 7,4 miljoen. Dat is ruim boven het plafond. In deze jaarrekening wordt nog geen overheveling naar de vrije reserve voorgesteld.

In de kadernota 2023 wordt in brede zin ingegaan op de inzet van reserves, in relatie tot het benodigde weerstandsvermogen.

Wanneer bestemmingsreserves een rechtstreekse relatie met benoemde risico’s hebben worden deze reserves eveneens meegeteld als weerstandsvermogen. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit heeft betrekking op de vier belangrijkste eigen inkomsten van de gemeente, te weten de OZB, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges (voor zover deze niet al ‘maximaal’ of kostendekkend zijn). De Onroerend Zaakbelasting is in Krimpen niet gemaximeerd en biedt dus in principe ruimte. Een belangrijk standpunt van de raad en het college is echter dat lastenstijging voor de burger zoveel mogelijk wordt beperkt. Het rekenen met onbenutte belastingmogelijkheden past niet in dat beeld. Daarom is de onbenutte belastingcapaciteit vanwege de OZB op € 0 gesteld. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn in Krimpen aan den IJssel 100% kostendekkend. Op deze heffingen is dus geen sprake van onbenutte ruimte. De onderdekking op de totale leges die de gemeente in rekening brengt is niet eenvoudig in beeld te brengen. Het legespakket is zeer divers en er is nauwelijks op de opbrengsten te sturen. Ook voor dit onderdeel wordt daarom geen onbenutte ruimte. In de paragraaf lokale heffingen wordt op de kostentoerekening en kostendekkendheid van tarieven ingegaan.

Post onvoorziene lasten en saldo begroting In de begroting wordt een verplichte post voor onvoorziene lasten opgenomen. Met ingang van de begroting 2018 bedraagt deze post € 0 per inwoner, conform het vastgestelde beleid met betrekking tot incidentele en structurele begrotingsruimte. 87

§A

§B

§C

§D

§F

§E

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het saldo van het jaar 2022 maakt eveneens onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Berekening weerstandscapaciteit Op basis van de driedeling die hiervoor is toegelicht is het volgende overzicht van de weerstandscapaciteit opgesteld: Weerstandscapaciteit Reserves Algemene reserve – algemene dienst Algemene reserve – grondexploitatie Vrije reserve (vrij besteedbaar deel) Subtotaal Onbenutte belastingcapaciteit OZB Rioolrechten Afvalstoffenheffing Leges en andere heffingen Subtotaal

2021 6.977 5.531 936 13.444 pm

pm

Onvoorzien en saldo Onvoorzien Saldo rekening 2021 Saldo begroting 2022 Subtotaal

2.288 2.517 4.805

Totale weerstandscapaciteit

18.249

Weerstandsvermogen Voor de bepaling van het weerstandsvermogen zetten we het totaal aan beschikbare vrije middelen af tegen het totaal aan gekwantificeerde risico’s. Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

18.249 3.468

= 5,26

Daarmee is het weerstandsvermogen met 5,26 uitstekend. Bij de begroting 2021 bedroeg de ratio 1,35 en bij de begroting 2022 was deze 2,98. De verbetering van de ratio komt zowel door lagere risico’s als een stijging van de weerstandscapaciteit. voor een deel door lagere gekwantificeerde risico’s. De daling van de gewogen risico’s is vooral veroorzaakt door minder risico’s op grondexploitaties en de afwikkeling van het risico met betrekking tot btw op begraafplaatsen. De gestegen weerstandscapaciteit houdt verband met de verkoop van Eneco aandelen en de bestemming daarvan. Daarnaast dragen ook de positieve saldi van 2021 en 2022 bij aan hogere weerstandscapaciteit. Volgens de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is een ratio van minimaal 1,0 acceptabel. Daar zit het nu berekende weerstandsvermogen dus fors boven. De bovengrens voor de algemene reserve is € 5 miljoen. Deze combinatie geeft aanleiding om te bezien of overheveling van de algemene reserve naar de vrije reserve verantwoord is. In de kadernota 2023 wordt daar verder op ingegaan, waarbij ook de onzekerheden over de toereikendheid van rijksmiddelen worden betrokken.

88

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële kengetallen In planning en control documenten wordt altijd aandacht besteed aan de financiële positie. Bij de beoordeling van de financiële positie wordt met de set verplichte kengetallen het inzicht in de financiële positie en de toekomstbestendigheid verbeterd. De kengetallen zijn niet genormeerd, maar vooral bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. Hieronder volgt een korte toelichting op de (berekening van de) kengetallen, een tabel met (meerjarige) uitkomsten en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. Netto schuldquote Deze quote drukt de schulden van de gemeente uit als aandeel van de totale baten in een jaar. Hiermee wordt een indicatie gegeven van de druk vanwege rente en aflossing op de begroting. Omdat de gemeente ook geld doorleent wordt dit kengetal tevens berekend zonder (correctie) verstrekte leningen. De ontwikkeling van de schuldquote wordt beoordeeld met behulp van de daarvoor ontwikkelde scan van de VNG. Solvabiliteitsratio Deze ratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen. De uitkomst geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hogere ratio duidt op een grotere weerbaarheid.

Grondexploitatie De ratio voor grondexploitatie wordt berekend door de balanswaarde van de grondposities te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Een hoge uitkomst geeft de indicatie dat de gemeente veel risico loopt wanneer de ontwikkeling van de grondposities achterblijft.

Structurele exploitatieruimte De begroting dient structureel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten kunnen worden gedragen door de structurele baten. De indicator structurele begrotingsruimte drukt het structurele saldo uit als aandeel van de totale baten. De uitkomst dient uiteraard positief te zijn en geeft een indicatie van mate waarin de gemeente nog structurele financiële ruimte heeft. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit bestaat uit een berekening van de totale gemeentelijke woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZwaarde, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De lokale uitkomst geeft aan in hoeverre (positief of negatief) van het gemiddelde wordt afgeweken en geeft dus tevens een indicatie van de wendbaarheid van de begroting door inzet van belastingverhoging als dekkingsmiddel. Hoewel zoals hiervoor opgemerkt geen normering is vastgesteld, wordt vaak gebruik gemaakt van de volgende signaleringswaarden:

Signaleringswaarden kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Categorie Categorie Categorie A B C < 90% 90-130% >130% < 90%

90-130%

>130%

>50% >0% <20% <95%

20-50% 0% 20-35% 95-105%

<20% <0% >35% >105%

89

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Hierbij geldt dat Categorie A het minst risicovol is en Categorie C het meest. Daarbij is van belang dat de kengetallen vooral in samenhang met elkaar moeten worden beoordeeld.

Duiding uitkomsten kengetallen

Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is sinds de versterking van het eigen vermogen door de Enecoverkoop gestegen naar een comfortabel niveau. Door de inzet van reserves zal de solvabiliteit de komende jaren waarschijnlijk licht dalen.

In de berekeningen van de kengetallen wordt er gebruik gemaakt van balansstanden. Voor de begrotingsjaren wordt er uitgegaan van balansstanden per 1-1 van het betreffende jaar. Voor de jaarrekening 2021 is gebruik gemaakt van de balansstanden per 31-12-2021. In de tabel zijn de kleuren gebruikt uit de tabel met signaleringswaarden.

Structurele exploitatieruimte Voor het eerst sinds lange tijd vertoont de jaarrekening in 2021 een voordelig saldo. Ook voor 2022 lijkt dit het geval te zijn. Hierdoor is de structurele exploitatieruimte positief.

Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Rekening Begroting 2020 2021 25,88% 45,74%

Rekening 2021 47,02%

12,10%

26,70%

31,06%

39,85% -0,57% 2,88% 116,41%

42,60% 0,18% 7,16% 127,48%

40,67% 1,04% 6,25% 127,84%

Netto schuldquote De netto schuldquote is fors gestegen ten opzichte van de rekening 2020. Dit is een vertekend beeld omdat in 2020 eenmalig sprake was van hogere baten, vanwege de opbrengst van de Eneco-aandelen. Daardoor zijn er per ultimo 2020 geen kasgeldleningen meer nodig en is er sprake van overtollige liquide middelen. Bovendien wordt de quote uitgedrukt als percentage van het totaal saldo van de baten, waarin de Eneco verkoop meetelt. Anders gezegd: de noemer wordt groter en de teller wordt kleiner. In feite is het beeld in 2021 nauwelijks gewijzigd.

Grondexploitatie De balanswaarde van de grondposities is beperkt, maar steeg in 2021 verhoudingsgewijs fors door de verwervingen in Centrum-Zuid. Bovendien werd de quote in 2020 gedrukt door de Enecoverkoop (zie ook netto schuldquote). Door de overwegend faciliterende rol van de gemeente blijft dit kengetal echter relatief laag en kan worden gesteld dat de gemeente weinig risico loopt op de grondposities. De prognoses en risico’s van de grondexploitaties zijn in het MeerjarenPerspectief Grondexploitaties geanalyseerd en toegelicht. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit is in 2021 verder gestegen zoals bij de begroting al was voorzien. De oorzaak hiervoor is de verhoging van tarieven voor riool- en afvalstoffenheffing. Beide heffingen zijn daarmee 100% kostendekken. Omdat de lokale lasten daarmee aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde liggen resteert in de praktijk weinig ruimte op dit gebied. Door de verdere verhoging van de tarieven in 2021 is de wendbaarheid van de begroting afgenomen.

90

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Conclusie kengetallen De samenhang en ontwikkeling van de kengetallen zeggen meer dan de absolute uitkomsten. Het totaalbeeld van 2021 is dat de waarden van kengetallen niet ingrijpend zijn gewijzigd. Daarbij moet worden bedacht dat de waarden in 2020 positief werden beïnvloed door de Enecoverkoop. Met name de structurele exploitatieruimte valt in positieve zin op. Daar staat echter tegenover dat belastingverhoging als middel om structurele tekorten verder terug te dringen nog maar zeer beperkt inzetbaar is. Ondanks de relatief hoge belastingen geven deze kengetallen aan dat de financiële positie van Krimpen gezond kan worden genoemd.

91

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

P

§H

§

€

B

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Krimpen aan den IJssel beheert de openbare ruimte en gebouwen waarbinnen wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Hierdoor beschikt de gemeente over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen, water en groen. Al deze kapitaalgoederen dienen goed onderhouden te worden. Hierbij spelen - naast de wettelijke eisen en verplichtingen - de volgende aspecten een rol: gebruik, levensduur en het leveren van bijdragen aan de programmadoelstellingen voor milieu, onderwijs, openbare ruimte en verkeer. Dit vergt beleidsvisies op het beheer van de kapitaalgoederen, planmatig en integraal beheer en onderhoud, een actuele meerjaren-onderhoudsplanning en een adequate vertaling van de financiële consequenties in toereikende budgetten en voorzieningen. Deze paragraaf geeft aan op welke wijze in 2021 de kapitaalgoederen onderhouden zijn. Dit heeft voornamelijk plaatsgevonden op basis van de volgende vastgestelde beleidskaders en beheersplannen. Onderdeel riolering

Beleids- of beheersplan -Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

-Basis Rioleringsplan + (BRP+), incl. stresstest wateroverlast wegen -Herstrating- en rioleringsplanning -Kwaliteitsplan Beheer Openb Ruimte (KBOR) groen -Groenstructuurplan -Groenbeleid- en beheerplan water -Grondwaterzorgplan kunstwerken-bruggen -Beleidsplan civiele kunstwerken -Integraal beheerplan Krimpen ad IJ. alles m.b.t. de openbare ruimte -Speelruimtebeleidsplan gebouwen en -Opzet nieuwe meerjarige onderhoudsplanning; accommodaties met onderhoudsplan voor het betreffende jaar

Jaar vaststelling

Looptijd t/m

Financieel vertaald in jaarrekening

2017 2019

2022 2029

ja

2021 2022 2010 (ook onderdeel KBOR) 2011 2019 2016 2017 2018 2021

2030 2026 2020

ja

2020 2024 2039 2022 2042

ja ja ja

ja

ja

92

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Het algemene beleid omtrent het onderhoudsniveau binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel is sober maar doelmatig. Veiligheidsaspecten spelen hierbinnen een belangrijke rol. De benodigde middelen hiervoor waren op basis daarvan in de begroting opgenomen. Dit geldt zowel voor kleinschalig (dagelijks) onderhoud als het groot (vervangings)onderhoud. Naast veiligheid is ook duurzaamheid een belangrijk thema bij het onderhoud van de kapitaalgoederen.

bescherming van de volksgezondheid en handhaving van een goede leefomgeving. Een ander doel is voldoen aan de wettelijke eisen met efficiënt onderhoud en beheer van het afval-, hemel- en grondwater.

De kapitaalgoederen in de openbare ruimte (stelselwijziging BBV) De kapitaalgoederen in de openbare ruimte bestaan uit wegen, riolering, watergangen, civiele kunstwerken (bruggen), groenvoorziening, speelvoorzieningen, hekwerken en openbare verlichting. Met ingang van 2017 is het voor deze investeringen niet meer mogelijk deze te dekken uit een voorziening. De enige uitzondering hierop is de riolering. De overige investeringen worden dus vanaf dat moment geactiveerd. Jaarlijks worden voor deze onderdelen van de kapitaalgoederen kredieten beschikbaar gesteld door de raad. Begin 2022 is het geactualiseerd beheerplan vastgesteld. In de meerjarenbegroting 2022-2025 is rekening gehouden met de daaruit voorvloeiende (kapitaal) lasten. Op basis van dit nieuwe beheerplan en de huidige manier van verwerken kunnen de afschrijvingslasten naar verwachting t/m ± 2039 worden gedekt uit de reserve.

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben gezamenlijk een Deltaprogramma opgesteld. Hierin is het document “Ruimtelijke Adaptatie” opgenomen. Dit document bevat maatregelen gericht op het beschermen van inwoners van Nederland tegen de gevolgen van klimatologische ontwikkelingen.

Riolering De werkzaamheden op dit terrein zijn gebaseerd op het in juni 2017 vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Dit plan loopt tot en met 2022. De kaders van het GRP zijn leidend voor de investeringen op het gebied van de riolering. Het doel van het GRP is een duurzame

De uitvoering van het GRP hangt overigens nauw samen met het beheer van wegen, groen, openbare verlichting en bruggen. Waar mogelijk worden combinaties van uit te voeren werken gezocht, om de kosten en de overlast te beperken.

Het Deltaprogramma geeft de overheid de taak de uitvoering van ruimtelijke adaptatie te versnellen en daarmee actief aan de slag te gaan. Eén van de benoemde verplichtingen voor gemeenten is het uitvoeren van een ‘stresstest klimaat’. De gemeente Krimpen aan den IJssel is hiermee al in 2018 aan de slag gegaan (door middel van een ‘stresstest light’). Deze test werd in 2019 gevolgd door een verdiepende “stresstest wateroverlast”. Inmiddels is ook bekend dat in Oud-Krimpen en Langeland klimaatadaptieve maatregelen genomen moeten worden. De (financiële) gevolgen daarvan zijn aanzienlijk en (uiteraard) niet voorzien in de voorziening rioleringen. Vanaf 2019 is dan ook besloten om deze investeringen te activeren en de afschrijving ten laste te brengen van programma 7. In 2021 heeft de gemeente een aanvraag ingediend bij het Rijk om in aanmerking te komen voor de Impulsregeling Klimaatadaptatie 202193

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen 2027. Deze is toegekend en wordt nu ingezet voor de projecten in Langeland en Oud-Krimpen. In samenwerking met Quawonen en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard worden verdere plannen uitgewerkt om te komen tot een klimaatbestendige woonomgeving. Areaalgegevens riolering: Huisaansluitingen Kolken Vrijverval riolering (620 gemengd stelsel, 24% hemelwaterafvoer en 16% drainage) Putten Drukriolering / persleiding Bergbezinkvoorzieningen (500 m3) Bergbezinkleidingen (150 + 200 m3) Gemalen Pompunits Monitoringskasten Grondwaterpeilbuizen

ultimo 2021 13.208 ca. 17.500 stuks 211 km 6453 13,35 km 1 stuks 2 stuks 86 stuks 86 stuks 14 meetpunten 65 meetpunten

Wegen De kaders waarbinnen het wegbeheer worden uitgevoerd zijn de CROW-richtlijnen en het integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte. Dit beleidsplan geeft de kaders en normen aan die als input voor het beheer van wegen dienen. De onderhoudsfrequenties worden bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen, onderliggende funderingskwaliteit, plaatselijke omstandigheden en het gewenste onderhoudsniveau. Met de rapportage Monitoring Kwaliteit Openbare Ruimte controleren we dit. Ook geven we verdere invulling aan het Fietsstructuurplan en is de

vastgestelde verkeers- en vervoersvisie mede bepalend bij de planvorming. De investeringen in de wegen worden met ingang van 2017 geactiveerd. Hierbij komen de afschrijvings- en rentelasten vanaf dat moment ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving. Grote kruising Een aparte ‘weg’ in dit kader is het project van de ‘Grote Kruising’, waarvan de voorbereidende werkzaamheden in 2019 zijn gestart en de daadwerkelijke reconstructie van de Grote Kruising zelf gestart is in 2021. Niet alleen qua financiën, maar zeker ook qua bereikbaarheid tijdens de werkzaamheden, heeft dit een grote impact op (de inwoners van) Krimpen. De werkzaamheden verlopen voorspoedig en zoals de planning er nu uitziet is het werk eind 3e kwartaal 2022 afgerond. De gemeente heeft voor dit aanzienlijke project niet alleen eigen middelen, maar ook cofinanciering. Zowel de provincie, de MRDH als het Hoogheemraadschap dragen bij in de kosten. De toezeggingen omtrent de bijdragen voor de doorstroommaatregelen en die van de reconstructie van de kruising zijn ontvangen. Areaalgegevens wegen:

ultimo 2021

Asfaltverharding Elementenverharding (klinkerbestrating, trottoirs) Half-verharding en grasbetontegels

296.458 m2 1.180.424 m2 26.990 m2

Openbare verlichting Het onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting zijn opgenomen in het hiervoor genoemde kwaliteitsplan. Hierbij is

94

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen specifiek aandacht gegeven aan de wijze waarop het beheer plaats moet vinden. Naast de jaarlijkse budgetten voor onderhoud en vervanging ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving, worden verlichtingsplannen tegelijkertijd met herstratingswerkzaamheden uitgevoerd en geactiveerd. Daarnaast vindt vervanging plaats ten laste van de exploitatie. Hiervan is voornamelijk sprake vanwege de ouderdom, energiebesparing en wanneer remplaceren nodig is, terwijl op korte termijn voor dat gebied geen herstratingen op de planning staan. Er is gekozen om deze min of meer jaarlijks terugkerende ‘investeringen’ rechtstreeks ten laste te brengen van de exploitatie en ze niet te activeren.

Groen In de integrale beheerplannen voor de openbare ruimte is ook het groen opgenomen. Er worden tot op heden geen specifieke middelen vrijgemaakt om in het onderhoud van het openbaar groen te voorzien. Jaarlijks vindt onderhoud van het groen op contractbasis plaats ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving en onderdelen van andere programma’s zoals in het geval van de begraafplaatsen. Omvormingen van plantsoenen komen eveneens ten laste van programma 2. Daarnaast vinden investeringen in het openbaar groen plaats bij reconstructies. Dekking daarvan vindt vanaf 2017 eveneens plaats door middel van activering en afschrijving.

Areaalgegevens openbare verlichting:

ultimo 2021

Areaalgegevens groen:

Lichtmasten Armaturen

7.855 stuks 8.036 stuks

Bomen Heesterbeplanting Vaste planten Gras/gazon/kruidenvegetaties

Verkeersregelinstallaties De verkeersregelinstallaties (VRI’s) zijn inmiddels allemaal aangesloten op de hoofdpost van de verkeersregelkamer van de gemeente Rotterdam. Hierdoor kan op afstand worden ingespeeld op verkeersaanbod en calamiteiten, met als doel een verbetering van de doorstroming. Ook tijdens de werkzaamheden rondom de Grote Kruising wordt geprobeerd de doorstroming met behulp van de (tijdelijke) VRI’s zoveel mogelijk te garanderen. Areaalgegevens verkeersregelinstallaties: Kruising met verkeersregelinstallaties

ultimo 2021

ultimo 2021 10.971 stuks 372.900 m2 16.273 m2 697.965 m2

Watergangen De watergangen zijn verdeeld in primaire en secundaire watergangen. De primaire watergangen (de hoofdwatergangen) worden beheerd en onderhouden door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) in samenwerking met de gemeente. De partijen houden zich aan een gezamenlijk contract. De secundaire watergangen (de sloten) worden beheerd door de gemeente of, in sommige gevallen, door particulieren.

4 stuks

95

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Het onderhoud van het openbare water binnen de gemeente vindt plaats aan de hand van het jaarlijkse baggerprogramma en komt deels ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving. Daarnaast wordt gewerkt aan de uitvoering van het Stedelijk Waterplan, waarin het beleid en kaders voor de watergangen zijn vastgelegd.

Areaalgegevens speelvoorzieningen: Speeltoestellen Speellocaties

ultimo 2021 438 stuks 116 stuks

341.736 m2 (34 ha) 397.590 m2 (40 ha)

Civiele kunstwerken (bruggen) De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft een aanzienlijk aantal bruggen, waarvoor onderhoud nodig is. Dat kan zowel gaan om dagelijks onderhoud, als om groot onderhoud in de zin van vervanging/renovatie van de brug. In 2019 is het Beleidsplan civiele kunstwerken geactualiseerd en is met de (afschrijving) lasten als gevolg van investeringen uit dit plan rekening gehouden. Net als in 2020 zijn er ook in 2021 diverse vervangingen uitgevoerd. Hiervan wordt de 1e afschrijving in het jaar 2022 zichtbaar.

Speelvoorzieningen Op basis van het beheersysteem worden alle speeltoestellen binnen de gemeente door middel van periodieke keuringen geïnspecteerd. De resultaten worden in logboeken verwerkt en bijgehouden. Een onafhankelijke partij voert de jaarlijks verplichte keuring van de toestellen uit. Preventief onderhoud en kleine reparaties worden door de eigen buitendienst uitgevoerd.

In 2020 is krediet gevraagd voor de vervanging van verschillende zogeheten Waco-duikers, omdat geconstateerd was, dat deze in zeer slechte staat zijn. Ter plaatse van de werkzaamheden aan de Grote Kruising zijn deze inmiddels vervangen, terwijl de andere in slechte staat verkerende duikers worden vervangen op het moment, dat daar werkzaamheden in het kader van herstratingen gaan plaatsvinden, zoals in 2022 in de Koekoekstraat.

Daarnaast is het speelruimtebeleidsplan in 2018 geactualiseerd en is er een uitvoeringsprogramma speelruimte 2019-2022 opgesteld. De financiële gevolgen daarvan zijn opgenomen in de begroting als afschrijvingslast. Dit betreft de lasten voor vervanging van de bestaande speelplaatsen, alsmede voor eventuele impulsen op dit terrein. Het komende jaar wordt verder uitvoering gegeven aan het speelruimtebeleidsplan.

Naast onderstaande areaalgegevens van de bruggen zijn er nog 14 bruggen in de gemeente die in beheer en onderhoud zijn bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

De jaarlijkse lasten voor baggerwerkzaamheden zijn met ingang van 2017 opgenomen in de exploitatie. Voor het onderdeel Stedelijk Waterplan is sprake van afschrijvingslasten, indien investeringen hiervoor hebben plaatsgevonden. Areaalgegevens watergangen: Hoofd watergangen Overige watergangen

ultimo 2021

96

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§H

§G

P

§

€

B

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Areaalgegevens civiele kunstwerken (bruggen): Fiets/voetgangersbruggen Verkeersbruggen Oversteek (plank) Vlonder/steiger (hout) Betonnen / pvc / hdpe duikers Tunnels

Financiële kaders openbare ruimte

ultimo 2021 87 stuks 43 stuks 4 stuks 4 stuks 115 stuks 1 stuks

De volgende werken zijn in 2021 uitgevoerd: Dit overzicht betreft de investeringen maatschappelijk nut in de buitenruimte en betreffen zowel gereed gekomen als nog in uitvoering zijnde projecten. De investeringen op het gebied van herstraten en klimaat-adaptieve maatregelen riolering worden geactiveerd. De “reguliere” rioleringswerkzaamheden komen ten laste van de voorziening.

Vincent van Goghlaan - fase 1 Vincent van Goghlaan - fase 2 Zaagmolen/Drijvermast Gouden Regen Boerhaavelaan - fase 1 Boerhaavelaan - fase 2 Marathon/Omnium - fase 2b Fresia - fase 1 Langeland Fresia - fase 2 Langeland Fresia - fase 3 Langeland Fresia - fase 4 Langeland Fresia - fase 5 Langeland Pr. Bernhardstraat - fase 1 Oud Krimpen Weth. Brouwerstraat - fase 2 Oud Krimpen Noorderstraat - fase 3 Oud Krimpen Oosterstraat - fase 4 Oud Krimpen

Totaal 2021 979 17 194 179 472 205 970 2.078 1.182 2.682 95 16 1.588 2.230 142 61

activ. activ. tlv voorz herstr. riol. riolering 652 179 148 17 194 179 250 99 123 205 970 1.414 613 51 891 235 56 1.661 349 672 95 16 1.140 434 14 1.290 305 635 140 2 61

Grote kruising N210 - doorstroom en reconstructie

13.251

13.251

Totaal

26.339

22.424

2.214

1.700

Het kapitaalgoed gebouwen De gemeente Krimpen aan den IJssel bezit gebouwen die deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheerd worden. Hierbij valt te denken aan onder andere het raadhuis en het gebouw aan de Stormsweg, sporthallen, gymlokalen, peuterspeelzalen en de kerktoren. Deze gebouwen beheert en onderhoudt de gemeente aan de hand van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Het bedrag dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van dit MJOP (groot onderhoud) wordt jaarlijks gestort in de ‘voorziening onderhoud kapitaalgoederen gebouwen’. In tegenstelling tot de investeringen in de openbare ruimte worden de onderhoudslasten van deze gebouwen gewoon ten laste gebracht van de genoemde voorziening. 97

§A

§B

§C

§D

§E

§F

§G

§H

P

§

€

B

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente is economisch eigenaar (heeft het economisch claimrecht) van alle schoolgebouwen voor primair en voortgezet onderwijs. De verantwoordelijkheid voor het (groot) onderhoud voor zowel primair als voortgezet onderwijs ligt bij de schoolbesturen. Areaalgegevens gebouwen in onderhoudsplanning: Gebouwonderhoud eigen beheer Gebouwonderhoud externe exploitant Gebouwonderhoud schoolbesturen

ultimo 2021 43 stuks 7 stuks 14 stuks

Verloop van de voorziening OK-gebouwen en de voorziening rioleringen. Voorziening gebouwen en riolering Stand 1 januari 2021

voorziening gebouwen 338

voorziening rioleringen 6.796

Storting tlv exploitatie Investeringen 2021

610 -75

1.764 -1.700

Stand 1 januari 2022

873

6.859

Bij de opzet van het (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt uitgegaan van sober en doelmatig onderhoud. Hierbij is het uitgangspunt dat de gebouwen technisch in orde zijn en voldoen aan de eisen van veiligheid. Samenvattend kan worden vastgesteld dat het onderhoud van de gebouwen is te splitsen in dagelijks onderhoud en groot onderhoud. Waarbij de eerste rechtstreeks ten laste van de exploitatie is gekomen en het groot onderhoud via de voorzieningen is gelopen. Over de werkzaamheden die vallen onder het groot onderhoud zijn afspraken gemaakt. Levensduur verlengende maatregelen (renovaties, functieverbeteringen of (ver)nieuwbouw) vallen daar niet onder. Ook maatregelen in het kader van de duurzaamheid vallen hier niet onder. In voorkomende gevallen denken we tijdig na over het al dan niet verder exploiteren van de accommodatie. Momenteel wordt nog nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het pand van de voormalige muziekschool aan de Tuinstraat en is het voormalige pand van team Buitenruimte aan de Stormsweg inmiddels verkocht.

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11546312/1