Jaarrekening 2020
Tekst van het document
Afvalstoffenheffing
jaarrekening 2020 kostendekking lasten baten kostendekkin begroting 2020 5.091 4.792 94% 95%
Geconstateerd kan worden dat bij de afvalstoffenheffing de kostendekking nagenoeg uitkomt op het begrootte dekkingspercentage.
Rioolheffing In de Nota Lokale heffingen 2019 is als beleid vastgelegd dat voor de rioolheffing een kostendekking bereikt moet worden van minimaal 90%. Bij de begroting 2020 is daarom, naast de trendmatige verhoging van 1,5%, gekozen voor een extra verhoging van 5%. In 2020 was er in Krimpen sprake van een rioolheffing in de vorm van een aansluitrecht voor de eigenaar en een afvoerrecht voor de gebruiker. De directe kosten behorende bij het taakveld riolering worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Daarnaast wordt de berekening van de kosten straatvegen en onkruidbestrijding voor 25% toegerekend aan de rioolexploitatie en het onderhoud aan binnenwater en beschoeiing voor 20%. Dit alles geeft het volgende beeld over 2020.
Rioolheffing
jaarrekening 2020 kostendekking lasten baten kostendekkin begroting 2020 3.355 3.407 102% 96%
Geconstateerd kan worden dat bij de rioolheffing de kostendekking hoger is dan is begroot. Dit wordt veroorzaakt door lagere lasten en hogere opbrengsten dan begroot. De overdekking van circa € 52.000 wordt gestort in de reserve. Havengelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is als beleid vastgelegd dat voor de havengelden een kostendekking bereikt moet worden tussen de 75% en 100%. Om dit te bereiken zijn de de havengelden in 2020 met de standaardtrend van 1,5% verhoogd.
75
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf A Lokale heffingen Green Award Nieuw in 2020 was de korting die wordt gegeven voor vaartuigen met een zogenaamde ‘green award’. Schepen die aanmeerden in onze haven met dit award kregen een korting van 10% op de havengelden. Zoals verwacht zijn de financiele gevolgen hiervan beperkt gebleven.
Geconstateerd kan worden dat bij de marktgelden de gewenste kostendekking niet is bereikt. De lagere kostendekking dan begroot wordt veroorzaakt door een incidentele toename van kosten veroorzaakt door maatregelen die zijn getroffen in verband met Corona en tegelijkertijd lagere opbrengsten uit de marktgelden.
Een overzicht van de lasten en baten in 2020 leidt tot het volgende overzicht.
Lijkbezorgingsrechten In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de lijkbezorgingsrechten een bandbreedte in kostendekking vastgesteld tussen de 70% en 80%. Bij de begroting 2020 is gekozen voor een stijging van de lijkbezorgingsrechten, waarbij het dekkingspercentage uitkomt op de onderkant van deze bandbreedte (70%). Een overzicht van de lasten en baten in 2020 leidt tot het volgende overzicht.
lasten Haven
jaarrekening 2020 kostendekking baten kostendekkin begroting 2020 61 58 95% 79%
Geconstateerd kan worden dat bij de havengelden de kostendekking hoger is dan begroot. Dit komt vanwege een lager lastenniveau dan begroot. Lagere onderhoudskosten voor de haven zijn hiervan de belangrijkste oorzaak.
Lijkbezorging
Marktgelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is als beleid vastgelegd dat voor de marktgelden een kostendekking bereikt moet worden tussen de 80 en 100%. Om dit te bereiken zijn de de havengelden in 2020 met de standaardtrend van 1,5% verhoogd. Een overzicht van de lasten en baten in 2020 leidt tot het volgende overzicht.
Markt
jaarrekening 2020 kostendekking lasten baten kostendekkin begroting 2020 48 31 65% 93%
jaarrekening 2020 kostendekking lasten baten kostendekkin begroting 2020 774 522 67% 70%
Geconstateerd kan worden dat bij de lijkbezorgingsrechten de gewenste kostendekking niet is gehaald. De opbrengst lijkbezorgingsrechten is hoger dan begroot maar ook de lasten zijn hoger dan begroot. De hogere lasten worden voornamelijk veroorzaakt door hogere lasten voor onderhoud mede veroorzaakt door de Coronacrisis. Legesverordening Met de beleidslijn, welke bij de bepaling van de leges wordt gehanteerd, is een integrale kostendekking te bereiken van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning zowel absoluut als relatief de hoofdmoot. 76
§A
§B
§C
§D
§F
§E
§G
§H
P
§I
§
€
B
Paragraaf A Lokale heffingen Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma zijn de leges omgevingsvergunning, wat betreft de mate van kostendekking, onvoorspelbaar. De overige diensten hebben dus minder effect op de volledige kostendekking.
lasten 1 Drank- en Horecawet 2 Organiseren van evenementen en markten 3 Brandbeveiligingsverordening Totaal titel 3
De legesverordening is onderverdeeld in titels en hoofdstukken. Hierna volgt een weergave van de kostendekking op onderdelen gevolgd door de totale kostendekking van de verordening. Een overzicht van de lasten en baten in 2020 leidt tot het volgende overzicht. Titel 1 Algemene dienstverlening 1 Algemeen 2 Bestuursstukken 3 Burgerlijke stand 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen 5 Gemeentearchief 6 Informatieverstrekking ruimtelijke plannen 7 Reisdocumenten 8 Rijbewijzen 9 Wet op de kansspelen 10 Winkeltijdenwet 11 Huisvestingswet 12 Verkeer en vervoer 13 Plaatselijke verordening 14 Muziekvergunningen 15 Marktstandplaatsen 16 Diversen 17 Kabels en leidingen 18 Kinderopvang en peuterspeelzalen Totaal titel 1
Titel 2 Omgevingsvergunning
lasten
jaarrekening 2020 kostendekking baten kostendekkin begroting 2020
130 15
29 13
22% 85%
31% 103%
250 106
85 128 1
34% 120% 246% 0%
45% 80% 3131%
39% 48%
52% 505%
0% 110% 0% 54%
23 5
2 9 2 1
17 83 15
175 4
0% 211% 25%
644
449
70%
jaarrekening 2020 kostendekking lasten baten kostendekkin begroting 2020 556 352 63% 72%
Totale legesverordening
jaarrekening 2020 kostendekking baten kostendekkin begroting 2020 22 1% 13%
22
1%
13%
jaarrekening 2020 kostendekking lasten baten kostendekkin begroting 2020 1.222 801 66% 61%
Lastendruk Op basis van de nieuwe tarieven kan de lastendruk voor 2020 worden berekend. Hierna wordt deze weergegeven voor twee situaties. In deze situaties is geen rekening gehouden met een wijziging van de WOZ-waarde van de woning. Deze is moeilijk te voorspellen en niet voor iedereen gelijk. Situatie 1 Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 110.000, bewoond door 1 persoon, die ook houder is van een hond; het waterverbruik is 90 m3. In model 1 is de lastendruk in 2020 gestegen met € 54,01 ofwel 17,28%. Model 1 Onderdeel Een huurwoning met een Rioolheffing, het gebruikersdeel WOZ-waarde van € 110.000, Afvalstoffenheffing éénpersoonshuish. bewoond door 1 persoon, die ook houder is van een hond; Hondenbelasting Totale lastendruk per jaar het waterverbruik is 90 m 3 .
2019
2020 60
63,96
252,56
302,61
0 312,56
0 366,57
77
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf A Lokale heffingen Situatie 2 Een koopwoning met een WOZ-waarde van € 220.000, bewoond door 2 personen, tevens is een hond aanwezig; het waterverbruik is 180 m3.
Wat betreft de omringende gemeenten zijn de woonlasten als volgt (peiljaar 2020):
Model 2 Onderdeel Een koopwoning met een Ozb, het eigenarendeel WOZ-waarde van € 220.000, Rioolheffing, het eigenarendeel bewoond door 2 personen, Rioolheffing, het gebruikersdeel tevens is een hond aanwezig; Afvalstoffenheffing meerpersoonshuish. het waterverbruik is 180 m3. Hondenbelasting Totale lastendruk per jaar
Gouda Krimpen aan den IJssel Zuidplas Krimpenerwaard Rotterdam Capelle aan den IJssel
2019 267,74 143,78 120 275,52 0 807,04
2020 242,44 153,24 127,92 330,12 0 853,72
In model 2 is de lastendruk in 2020 gestegen met € 46,68 ofwel 5,78%. In paragraaf B ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ is het kengetal belastingcapaciteit opgenomen. Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten) Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft met de ‘Atlas van de lokale lasten’ inzicht in de woonlasten per gemeente. Ook geeft het inzicht in de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is. In 2020 stond Krimpen aan den IJssel op plaats 324 van de 377 gemeenten. In 2019 nam Krimpen aan den IJssel nog een 305e plaats in van de 387 gemeenten.
Gemeente
Netto woonlast (duur->goedkoop) 1048 904 839 802 776 634
Rangnummer 370 324 259 200 153 17
Kwijtschelding Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid en neergelegd in de Invorderingswet. Het beleid met betrekking tot de kwijtschelding is verder uitgewerkt in de ´regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen´ van de gemeente Krimpen aan den IJssel . Deze is door de raad vastgesteld op 17 december 2015. De uitvoering van de kwijtschelding, die betrekking heeft op een doelgroep bestaande uit globaal 300 personen/gezinnen. In 2020 gaat het om de volgende bedragen die zijn kwijtgescholden:
Kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing
Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2020 78 95 91 22 24 23
78
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding
Bestuurlijke informatievoorziening
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gaat in op de risico’s, de bijbehorende beheersmaatregelen en de mate waarin de gemeente voldoende buffer heeft om risico’s af te dekken. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2018) is het beleid vastgelegd dat de basis vormt voor de gevolgde werkwijze.
In de belangrijkste planning en control-documenten (kadernota, begroting en jaarrekening) treft u altijd een geactualiseerd overzicht van de belangrijkste risico’s en een analyse van het weerstandsvermogen aan. Het betreft de hoofdlijnen van de risicobeheersing. Door de wetgever, de toezichthouder en de raad wordt in toenemende mate belang gehecht aan risicobeheersing.
Door de complexe samenleving, de veelzijdige gemeentelijke activiteiten en veranderingen in wet- en regelgeving lopen gemeenten veel risico’s. Risico’s zijn onvermijdelijk, maar kunnen wel worden beheerst en moeten in het uiterste geval worden opgevangen via de weerstandscapaciteit. De gemeente beschikt over vrij aanwendbare middelen die, indien nodig, worden ingezet om dergelijke tegenvallers op te vangen. De zogeheten weerstandscapaciteit.
Risico’s Gedurende het jaar krijgt risicobeheersing doorlopend aandacht. In het overzicht van de risico’s zijn de 10 grootste risico’s qua omvang opgenomen, waaronder ook de verzamelde risico’s van de verbonden partijen. Deze hebben direct gevolgen voor de financiën van onze gemeente.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële omvang van de gemeentelijke risico’s te vermenigvuldigen met de ingeschatte kans dat deze risico’s zich ook echt gaan voordoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of de gemeente voldoende weerstandsvermogen heeft.
79
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing GEKWANTIFICEERDE DIRECTE RISICO'S bedragen x 1.000
Max Kans op Benodigde S / I kosten bij gevolg capaciteit gevolg
Beheersmaatregelen
1. Grondexploitaties Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn 15 risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gewogen. Het aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen gerichte beheersmaatregelen worden ingezet.
I
Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per grondexploitatie geïnventariseerd.
1.630
1.630
1.600
75%
1. Afhankelijk van verschillenonderzoek. 2. Afhankelijk van de besluitvorming van het AB GRJR mbt 1.200 senario's. 3. Gesprekken over het opnieuw bepalen van de inleg en het mogelijk laten vervallen van de vlaktaks zijn gestart.
80%
De HR heeft uitspraak gedaan en de gemeente is in het ongelijk gesteld. Vervolgens is de zaak terug verwezen naar het Gerechtshof om opnieuw inhoudelijk te behandelen. Het gaat in dit geval dan om een gedeelte van de btw waarvoor 630 we als gemeente nog in aanmerking komen. Op 30 maart 2021 zal het Gerechtshof te Amsterdam de zaak in behandeling nemen. Wanneer de uitspraak volgt is nog onbekend. Tegenover dit risico staat de reserve BC F.
50%
Bij het verschijnen van de septembercirculaire is gebleken, dat het accres vanaf 2022 waarschijnlijk aanzienlijk lager zal 311 zijn dan nu genoemd. Vanwege de onzekerheid rondom corona blijft de vraag wat de ontwikkeling echt zal zijn; vandaar het opnemen van een risico.
2. GR Jeugdhulp Rijnmond 1. Verschil tussen voorlopige jaarrekening 2020 en definitieve jaarrekening 2020. 2. Verwachte ontwikkelingen tussen ontwerpbegroting 2022 en definitieve begroting 2022. 3. Gevolgen herziening vlaktakssystematiek voor de te bepalen inleg gemeenten.
I
3. BTW begraafplaatsen
Geschil met Belastingdienst over teruggave BTW over aanleg en onderhoud van de begraafplaatsen.
I
788
4. Algemene uitkering accres
Algemene uitkering accres ontwikkeling.
S
621
80
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§H
§G
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing GEKWANTIFICEERDE DIRECTE RISICO'S bedragen x 1.000
Max Kans op Benodigde S / I kosten bij gevolg capaciteit gevolg
Beheersmaatregelen
5. Grote projecten buitenruimte Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met de marktwerking bij aanbestedingen, mogelijke gevolgen C OVID-19 en klimaatadaptieve maatregelen.
I
3.000
Monitoring en waar nodig anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering.
10%
300
25%
Op basis van de bedragen die in het voorjaar van 2021 bekend werden lijkt Krimpen voor het klassiek domein voordeelgemeente te zijn en voor het sociaal domein 188 nadeelgemeente. Per saldo is in de cijfers sprake van een voordeel. Er is echter nog veel onzeker m.b.t. de invoering van de herverdeling, zowel qua termijn als qua uitkomst. Daarom is een relatief beperkt risico opgenomen.
50%
Incidentele kosten woonplaatsbeginsel moeten worden ingeschat op basis van aantal dossiers dat naar verwachting "overgaat". Effect op algemene uitkering is niet in te 150 schatten. Beschermd wonen, WvGGZ en inburgering, uitgangspunt is budget neutraal verwerken (inkomsten ciculaire = verwachte uitgaven). Risico bestaat dat budget niet voldoende is.
6. Herijking algemene uitkering
De uitkomsten van de herijking zijn door het ministerie voorgelegd aan de ROB. De invoering ervan is nog onzeker.
S
750
7. Sociaal domein Sociaal domein implementatie nieuwe taken: - Woonplaatsbeginsel (vanaf 2022) - Beschermd wonen (vanaf 2022) - Verplichte GGZ en wet zorg en dwang - Nieuwe wet inburgering
I
300
8. Omgevingswet De Omgevingswet vormt de (nieuwe) basis voor een samenhangende benadering van de ‘fysieke’ woon- en leefomgeving. Om de samenhangende benadering verder vorm te geven bevat de wet (nieuwe) instrumenten zoals de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Programma. Gemeenten dragen hun eigen invoeringskosten, waaronder investeringen in digitale middelen, veranderkosten, coördinatie en invoeringskosten. Hiervoor zijn in de begroting nog geen extra (incidentele) middelen opgenomen.
I
600
25%
Wij hebben er in eerste instantie voor gekozen om te voldoen aan het overzicht ‘Minimale acties Omgevingswet’ 150 zoals dat door de VNG is opgesteld. Binnen het bestaande budget van het team Omgevingsloket is ruimte gecreëerd om de minimale acties te kunnen uitvoeren.
I
300
50%
150
9. Wachtgeld wethouders Verkiezingen in 2022, hierdoor ontstaat het risico op APPA uitkeringen en re-integratiekosten.
Mogelijkheid bestaat dat we 4 keer APPA uitkeringen en reintegratiekosten krijgen.
81
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing GEKWANTIFICEERDE DIRECTE RISICO'S bedragen x 1.000
Max Kans op Benodigde S / I kosten bij gevolg capaciteit gevolg
Beheersmaatregelen
10. Verbonden partijen Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).
I
14.830
I/S
4.555
167 Grootste risico invoering WNRA (begroting 2021 VRR).
11. Overige risico's Risico's die niet binnen de top 10 vallen.
TOTAAL
div.
938
5.813
82
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit betreft de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. In hoofdzaak bestaat de weerstandscapaciteit uit drie onderdelen: reserves (eigen vermogen) onbenutte belastingcapaciteit onvoorzien Reserves Van de reserves worden de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de vrije reserve en de bestemmingsreserves tot de weerstandscapaciteit gerekend. Van de bestemmingsreserves wordt met name het deel dat verband houdt met benoemde risico’s of nog vrij besteedbaar is meegeteld. Dat wil zeggen dat de benodigde reservemiddelen voor reeds genomen besluiten in principe niet meetellen voor de weerstandscapaciteit. De algemene reserve heeft als hoofdfunctie het vormen van een buffer vanwege risico’s. Vastgelegd is dat de algemene reserve minimaal € 4 miljoen bedraagt en maximaal € 5 miljoen bedraagt. Wanneer het saldo boven dit plafond komt wordt het meerdere naar de vrije reserve overgeheveld. De vrije reserve wordt omgekeerd ook aangesproken wanneer de algemene reserve door de bodem zakt. Enkele bestemmingsreserves hebben een rechtstreekse relatie met benoemde risico’s. Deze reserves worden eveneens meegeteld als weerstandsvermogen.
afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges (voor zover deze niet al ‘maximaal’ of kostendekkend zijn). De Onroerend Zaakbelasting is in Krimpen niet gemaximeerd en biedt dus in principe ruimte. Een belangrijk standpunt van de raad en het college is echter dat lastenstijging voor de burger zoveel mogelijk wordt beperkt. Het rekenen met onbenutte belastingmogelijkheden past niet in dat beeld. Daarom is de onbenutte belastingcapaciteit vanwege de OZB op € 0 gesteld. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is bij de vaststelling van de begroting 2020 en 2021 verhoogd. De geringe resterende ruimte wordt niet aangemerkt als onbenutte belastingcapaciteit. De onderdekking op de totale leges die de gemeente in rekening brengt is niet eenvoudig in beeld te brengen. Het legespakket is zeer divers en er is nauwelijks op de opbrengsten te sturen. Ook voor dit onderdeel wordt daarom geen onbenutte belastingcapaciteit opgenomen. In de paragraaf lokale heffingen wordt op de kostentoerekening en kostendekkendheid van tarieven ingegaan. Post onvoorziene lasten en saldo begroting In de begroting wordt een verplichte post voor onvoorziene lasten opgenomen. Met ingang van de begroting 2018 bedraagt deze post € 0 per inwoner, conform het vastgestelde beleid met betrekking tot incidentele en structurele begrotingsruimte.
Het saldo van het jaar 2020 maakt eveneens onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit heeft betrekking op de vier belangrijkste eigen inkomsten van de gemeente, te weten de OZB, de 83
§A
§B
§C
§D
§F
§E
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Berekening weerstandscapaciteit Op basis van de driedeling die hiervoor is toegelicht is het volgende overzicht van de weerstandscapaciteit opgesteld:
Weerstandscapaciteit Reserves Algemene reserve – algemene dienst Algemene reserve – grondexploitatie Vrije reserve (vrij besteedbaar deel) Bestemmingsreserves met relatie risico's Subtotaal Onbenutte belastingcapaciteit OZB Rioolrechten Afvalstoffenheffing Leges en andere heffingen Subtotaal
Weerstandsvermogen Voor de bepaling van het weerstandsvermogen zetten we het totaal aan beschikbare vrije middelen af tegen het totaal aan gekwantificeerde risico’s.
2020 7.564 1.804 53 796 10.217 pm
pm
Onvoorzien en saldo Onvoorzien Saldo rekening 2020 Saldo begroting 2021 Subtotaal
-864 83 -781
Totale weerstandscapaciteit
9.436
In deze tabel zijn de bestemmingsreserves expliciet opgenomen. Deze hangen samen met de risico’s en worden als beheersmaatregel gezien.
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
9.436 5.813
= 1,62
Daarmee is het weerstandsvermogen met 1,62 ruim voldoende. Bij de begroting 2020 bedroeg de ratio 1,21 en bij de begroting 2021 was deze 1,35. De verbetering van de ratio komt voor een deel door lagere gekwantificeerde risico’s. Het grootste effect wordt veroorzaakt door de positieve ontwikkeling van het saldo over 2020. Volgens de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is een ratio van minimaal 1,0 acceptabel. Daar zit het nu berekende weerstandsvermogen dus fors boven. De bovengrens voor de algemene reserve is € 5 miljoen. Deze combinatie geeft aanleiding om te bezien of overheveling van de algemene reserve naar de vrije reserve verantwoord is. De kadernota is een logisch moment om daar verder op in te gaan.
Financiële kengetallen In planning en control documenten wordt altijd aandacht besteed aan de financiële positie. Bij de beoordeling van de financiële positie wordt met de set verplichte kengetallen het inzicht in de financiële positie en de toekomstbestendigheid verbeterd. De kengetallen zijn niet genormeerd, maar vooral bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken.
84
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Hieronder volgt een korte toelichting op de (berekening van de) kengetallen, een tabel met (meerjarige) uitkomsten en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. Netto schuldquote Deze quote drukt de schulden van de gemeente uit als aandeel van de totale baten in een jaar. Hiermee wordt een indicatie gegeven van de druk vanwege rente en aflossing op de begroting. Omdat de gemeente ook geld doorleent wordt dit kengetal tevens berekend zonder (correctie) verstrekte leningen. De ontwikkeling van de schuldquote wordt beoordeeld met behulp van de daarvoor ontwikkelde scan van de VNG. Solvabiliteitsratio Deze ratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen. De uitkomst geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hogere ratio duidt op een grotere weerbaarheid. Grondexploitatie De ratio voor grondexploitatie wordt berekend door de balanswaarde van de grondposities te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Een hoge uitkomst geeft de indicatie dat de gemeente veel risico loopt wanneer de ontwikkeling van de grondposities achterblijft. Structurele exploitatieruimte De begroting dient structureel in evenwicht te zijn.
Dit houdt in dat de structurele lasten kunnen worden gedragen door de structurele baten. De indicator structurele begrotingsruimte drukt het structurele saldo uit als aandeel van de totale baten. De uitkomst dient uiteraard positief te
zijn en geeft een indicatie van mate waarin de gemeente nog structurele financiële ruimte heeft. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit bestaat uit een berekening van de totale gemeentelijke woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZwaarde, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De lokale uitkomst geeft aan in hoeverre (positief of negatief) van het gemiddelde wordt afgeweken en geeft dus tevens een indicatie van de wendbaarheid van de begroting door inzet van belastingverhoging als dekkingsmiddel. Hoewel zoals hiervoor opgemerkt geen normering is vastgesteld, wordt vaak gebruik gemaakt van de volgende signaleringswaarden:
Signaleringswaarden kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Categorie Categorie Categorie A B C < 90% 90-130% >130% < 90%
90-130%
>130%
>50% >0% <20% <95%
20-50% 0% 20-35% 95-105%
<20% <0% >35% >105%
Hierbij geldt dat Categorie A het minst risicovol is en Categorie C het meest. Daarbij is van belang dat de kengetallen vooral in samenhang met elkaar moeten worden beoordeeld.
85
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Duiding uitkomsten kengetallen In de berekeningen van de kengetallen wordt er gebruik gemaakt van balansstanden. Voor de begrotingsjaren wordt er uitgegaan van balansstanden per 1-1 van het betreffende jaar. Voor de jaarrekening 2020 is gebruik gemaakt van de balansstanden per 31-12-2020. In de tabel zijn de kleuren gebruikt uit de tabel met signaleringswaarden.
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2020 68,53% 61,80% 25,88% 45,10%
38,83%
12,10%
19,45% -3,96% 3,60% 101,82%
25,09% 0,08% 1,77% 122,04%
39,85% -0,57% 2,88% 116,41%
Netto schuldquote De netto schuldquote is fors gedaald ten opzichte van de begroting 2020 en de jaarrekening 2019. Dit wordt vooral veroorzaakt door de verkoop van de Eneco-aandelen. Daardoor zijn er per ultimo 2020 geen kasgeldleningen meer nodig en is er sprake van overtollige liquide middelen. Bovendien wordt de quote uitgedrukt als percentage van het totaal saldo van de baten, waarin de Eneco verkoop meetelt. Anders gezegd: de noemer wordt groter en de teller wordt kleiner.
toegevoegd aan de reserves waardoor de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen positief is beïnvloed en nu weer als gezond kan worden beschouwd. Structurele exploitatieruimte In de begroting was na wijzigingen al rekening gehouden met een negatief resultaat op basis van de structurele lasten en baten. Het saldo van de rekening is iets minder nadelig. Omdat het tekort wordt gedeeld door de totale baten (inclusief de Eneco-opbrengst) is het percentage verder verbeterd. Grondexploitatie De balanswaarde van de grondposities is beperkt en laat weinig ontwikkeling zien. Door de overwegend faciliterende rol van de gemeente is de voorraad grond op de balans klein. Uit de quote kan worden afgeleid dat de gemeente weinig risico loopt op de grondposities. De prognoses en risico’s van de grondexploitaties zijn in het MeerjarenPerspectief Grondexploitaties geanalyseerd en toegelicht. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit is in 2020 hoger dan voorgaande jaren. Dit komt door de verhoging van tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. Omdat de lokale lasten daarmee aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde liggen resteert in de praktijk weinig ruimte op dit gebied. Door de verdere verhoging van de tarieven in 2021 is de wendbaarheid van de begroting afgenomen.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is gestegen ten opzichte van de begroting 2020 en de jaarrekening 2019. Ook voor deze verbetering is de aandelenverkoop van Eneco de belangrijkste reden. De opbrengst is namelijk 86
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Conclusie kengetallen De samenhang en ontwikkeling van de kengetallen zeggen meer dan de absolute uitkomsten. De verkoop van Eneco aandelen heeft positieve impact op meerdere kengetallen. Het totaalbeeld is daardoor verbeterd, vooral waar dat betrekking heeft op de balanspositie. Daarnaast is in de begroting 2020 een forse lastenverzwaring doorgevoerd. Hierdoor is de belastingcapaciteit gestegen. Belastingverhoging als middel om structurele tekorten verder terug te dringen is daardoor nog maar beperkt inzetbaar. In combinatie met de licht negatieve structurele exploitatieruimte is dat ook voor de toekomst een aandachtspunt.
87
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Krimpen aan den IJssel beheert de openbare ruimte en gebouwen waarbinnen wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Hierdoor beschikt de gemeente over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen, water en groen. Al deze kapitaalgoederen dienen goed onderhouden te worden. Hierbij spelen - naast de wettelijke eisen en verplichtingen - de volgende aspecten een rol: gebruik, levensduur en het leveren van bijdragen aan de programmadoelstellingen voor milieu, onderwijs, openbare ruimte en verkeer. Dit vergt beleidsvisies op het beheer van de kapitaalgoederen, planmatig en integraal beheer en onderhoud, een actuele meerjaren-onderhoudsplanning en een adequate vertaling van de financiële consequenties in toereikende budgetten en voorzieningen. Deze paragraaf geeft aan op welke wijze in 2020 de kapitaalgoederen onderhouden zijn. Dit heeft voornamelijk plaatsgevonden op basis van de volgende vastgestelde beleidskaders en beheersplannen. Onderdeel
Beleids- of beheersplan
Riolering
- Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) - Basis Rioleringsplan + (BRP+), incl. stresstest wateroverlast - Herstrating – en rioleringsplanning - Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte (KBOR) - Groenstructuurplan - Groenbeleid- en beheerplan - Grondwaterzorgplan - Beleidsplan civiele kunstwerken - Integraal beheerplan Krimpen aan den IJssel - Speelruimtebeleidsplan - Opzet nieuwe meerjarige onderhoudsplanning; met onderhoudsplan gebaseerd op betreffende jaarschijf
Wegen Groen Water Kunstwerken-bruggen Alles m.b.t. de openbare ruimte Gebouwen en accommodaties
Jaar vaststelling
Looptijd t/m
Financieel vertaald in begroting
2017 2019
2022 2023
Ja
2020 2014/2015 2010 (ook onderdeel KBOR) 2011 2019 2016 2017 2018 2020
2024 2020 2020
Ja
2020 2024 2041 2022 2042
Ja Ja Ja Invest.progr. Ja
Ja
88
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen - Kadernota gemeentelijk vastgoed
Het algemene beleid omtrent het onderhoudsniveau binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel is sober maar doelmatig. Veiligheidsaspecten spelen hierbinnen een belangrijke rol. De benodigde middelen hiervoor waren op basis daarvan in de begroting opgenomen. Dit geldt zowel voor kleinschalig (dagelijks) onderhoud als het groot (vervangings)onderhoud. Naast veiligheid is ook duurzaamheid een belangrijk thema bij het onderhoud van de kapitaalgoederen. De kapitaalgoederen in de openbare ruimte (stelselwijziging BBV) De kapitaalgoederen in de openbare ruimte bestaan uit wegen, riolering, watergangen, civiele kunstwerken (bruggen), groenvoorziening, speelvoorzieningen, hekwerken en openbare verlichting. Met ingang van 2017 is het voor deze investeringen niet meer mogelijk deze te dekken uit een voorziening. De enige uitzondering hierop is de riolering. De overige investeringen worden dus vanaf dat moment geactiveerd. Jaarlijks worden voor deze onderdelen van de kapitaalgoederen kredieten beschikbaar gesteld door de raad. Riolering De werkzaamheden op dit terrein zijn gebaseerd op het in juni 2017 vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Dit plan loopt tot en met 2022. De kaders van het GRP zijn leidend voor de investeringen op het gebied van de riolering. Het doel van het GRP is een duurzame bescherming van de volksgezondheid en handhaving van een goede
2010
leefomgeving. Een ander doel is voldoen aan de wettelijke eisen met efficiënt onderhoud en beheer van het afval-, hemel- en grondwater. De uitvoering van het GRP hangt overigens nauw samen met het beheer van wegen, groen, openbare verlichting en bruggen. Waar mogelijk worden combinaties van uit te voeren werken gezocht, om de kosten en de overlast te beperken. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben gezamenlijk een Deltaprogramma opgesteld. Hierin is het document “Ruimtelijke Adaptatie” opgenomen. Dit document bevat maatregelen gericht op het beschermen van inwoners van Nederland tegen de gevolgen van klimatologische ontwikkelingen. Het Deltaprogramma geeft de overheid de taak de uitvoering van ruimtelijke adaptatie te versnellen en daarmee actief aan de slag te gaan. Eén van de benoemde verplichtingen voor gemeenten is het uitvoeren van een ‘stresstest klimaat’. De gemeente Krimpen aan den IJssel is hiermee al in 2018 aan de slag gegaan (door middel van een ‘stresstest light’). Deze test werd in 2019 gevolgd door een verdiepende “stresstest wateroverlast”. Inmiddels is ook bekend dat in Oud-Krimpen en Langeland klimaatadaptieve maatregelen genomen moeten worden. De (financiële) gevolgen daarvan zijn aanzienlijk en (uiteraard) niet voorzien in de voorziening rioleringen. Vanaf 2019 is dan ook besloten om deze
89
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen investeringen te activeren en de afschrijving ten laste te brengen van programma 7.
Areaalgegevens riolering:
ultimo 2020
Huisaansluitingen Kolken Vrijverval riolering (62% gemengd stelsel, 25% hemelwaterafvoer en 13% drainage) Putten Drukriolering / persleiding Bergbezinkvoorzieningen (500 m3) Bergbezinkleidingen (150 + 200 m3) Gemalen Pompunits Monitoringskasten
13.230 17.500 stuks 205 6.187 stuks 13,35 km 1 stuks 2 stuks 89 stuks 89 stuks 14 stuks
Wegen De kaders waarbinnen het wegbeheer worden uitgevoerd zijn de CROW-richtlijnen en het integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte. Dit beleidsplan geeft de kaders en normen aan die als input voor het beheer van wegen dienen. De onderhoudsfrequenties worden bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen, onderliggende funderingskwaliteit, plaatselijke omstandigheden en het gewenste onderhoudsniveau. Met de rapportage Monitoring Kwaliteit Openbare Ruimte controleren we dit. Ook geven we verdere invulling aan het Fietsstructuurplan en is de vastgestelde verkeers- en vervoersvisie mede bepalend bij de planvorming.
De investeringen in de wegen worden met ingang van 2017 geactiveerd. Hierbij komen de afschrijvings- en rentelasten vanaf dat moment ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving. Grote kruising Een aparte ‘weg’ in dit kader is het project van de ‘Grote Kruising’, waarvan de voorbereidende werkzaamheden in 2019 zijn gestart. De werkzaamheden hebben in 2020 een vervolg gekregen en zoals het er nu naar uitziet wordt de start van de reconstructie van de Grote Kruising zelf voorzien in april 2021. Niet alleen qua financiën, maar zeker ook qua bereikbaarheid tijdens de werkzaamheden, heeft dit een grote impact op (de inwoners van) Krimpen. De planning voorziet in een doorlooptijd tot en met 2022. De gemeente heeft voor dit aanzienlijke project niet alleen eigen middelen, maar ook cofinanciering. Zowel de provincie, de MRDH als het Hoogheemraadschap dragen bij in de kosten. De toezegging omtrent de bijdrage voor de doorstroommaatregelen is inmiddels ontvangen. De toezegging voor de reconstructie van de Grote Kruising wordt de komende maanden verwacht.
Areaalgegevens wegen:
ultimo 2020
Asfaltverharding Elementenverharding (klinkerbestrating, troittoirs) Overige verharding, halfverharding en grasbetontegels
298.497 m2 1.179.477 m2 25.056 m2
90
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Openbare verlichting Het onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting zijn opgenomen in het hiervoor genoemde kwaliteitsplan. Hierbij is specifiek aandacht gegeven aan de wijze waarop het beheer plaats moet vinden. Naast de jaarlijkse budgetten voor onderhoud en vervanging ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving, worden verlichtingsplannen tegelijkertijd met herstratingswerkzaamheden uitgevoerd en geactiveerd. Daarnaast vindt vervanging plaats ten laste van de exploitatie. Hiervan is voornamelijk sprake vanwege de ouderdom, energiebesparing en wanneer remplaceren nodig is, terwijl op korte termijn voor dat gebied geen herstratingen op de planning staan. Er is gekozen om deze min of meer jaarlijks terugkerende ‘investeringen’ rechtstreeks ten laste te brengen van de exploitatie en ze niet te activeren.
Areaalgegevens openbare verlichting:
ultimo 2020
Lic htmasten Armaturen
7.854 stuks 8.015 stuks
Verkeersregelinstallaties De verkeersregelinstallaties (VRI’s) zijn inmiddels allemaal aangesloten op de hoofdpost van de verkeersregelkamer van de gemeente Rotterdam. Hierdoor kan op afstand worden ingespeeld op verkeersaanbod en calamiteiten, met als doel een verbetering van de doorstroming. Ook tijdens de werkzaamheden rondom de Grote Kruising wordt geprobeerd de doorstroming met behulp van de
(tijdelijke) VRI’s zoveel mogelijk te garanderen. De inzet van verkeersregelaars is desondanks niet altijd te vermijden.
Areaalgegevens verkeersregelinstallaties: Kruising met verkeersregelinstallaties
ultimo 2020 6 stuks
Groen In de integrale beheerplannen voor de openbare ruimte is ook het groen opgenomen. Er worden tot op heden geen specifieke middelen vrijgemaakt om in het onderhoud van het openbaar groen te voorzien. Jaarlijks vindt onderhoud van het groen op contractbasis plaats ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving en onderdelen van andere programma’s zoals in het geval van de begraafplaatsen. Omvormingen van plantsoenen komen eveneens ten laste van programma 2. Daarnaast vinden investeringen in het openbaar groen plaats bij reconstructies. Dekking daarvan vindt vanaf 2017 eveneens plaats door middel van activering en afschrijving.
Areaalgegevens groen:
ultimo 2020
Bomen Heesterbeplanting Vaste planten Gras/gazon/kruidenvegetaties
10.768 stuks 337.485 m2 1.902 m2 724.921 m2
91
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Watergangen De watergangen zijn verdeeld in primaire en secundaire watergangen. De primaire watergangen (de hoofdwatergangen) worden beheerd en onderhouden door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) in samenwerking met de gemeente. De partijen houden zich aan een gezamenlijk contract. De secundaire watergangen (de sloten) worden beheerd door de gemeente of, in sommige gevallen, door particulieren. Het onderhoud van het openbare water binnen de gemeente vindt plaats aan de hand van het jaarlijkse baggerprogramma en komt deels ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving. Daarnaast wordt gewerkt aan de uitvoering van het Stedelijk Waterplan, waarin het beleid en kaders voor de watergangen zijn vastgelegd. De jaarlijkse lasten voor baggerwerkzaamheden zijn met ingang van 2017 opgenomen in de exploitatie. Voor het onderdeel Stedelijk Waterplan is sprake van afschrijvingslasten, indien investeringen hiervoor hebben plaatsgevonden.
Areaalgegevens watergangen: Hoofd watergangen Overige watergangen
ultimo 2020 341.736 m2 (34 ha) 397.590 m2 (40 ha)
Speelvoorzieningen Op basis van het beheersysteem worden alle speeltoestellen binnen de gemeente door middel van periodieke keuringen geïnspecteerd. De resultaten worden in logboeken verwerkt en bijgehouden. Een onafhankelijke partij voert de jaarlijks verplichte keuring van de
toestellen uit. Preventief onderhoud en kleine reparaties worden door de eigen buitendienst uitgevoerd. Daarnaast is het speelruimtebeleidsplan in 2018 geactualiseerd en is er een uitvoeringsprogramma speelruimte 2019-2022 opgesteld. De financiële gevolgen daarvan zijn opgenomen in de begroting als afschrijvingslast. Dit betreft de lasten voor vervanging van de bestaande speelplaatsen, alsmede voor eventuele impulsen op dit terrein. In 2020 hebben de eerste vernieuwingen plaatsgevonden. De komende twee jaar wordt verder uitvoering gegeven aan het speelruimtebeleidsplan.
Areaalgegevens speelvoorzieningen: Speeltoestellen Speellocaties
ultimo 2020 438 stuks 116 stuks
Civiele kunstwerken (bruggen) De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft een aanzienlijk aantal bruggen, waarvoor onderhoud nodig is. Dat kan zowel gaan om dagelijks onderhoud, als om groot onderhoud in de zin van vervanging/renovatie van de brug. De afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de stroefheidsbehandeling van de brugdekken. In 2019 is het Beleidsplan civiele kunstwerken geactualiseerd en is met de (afschrijving) lasten als gevolg van investeringen uit dit plan rekening gehouden. Net als in 2019 zijn er ook in 2020 diverse vervangingen uitgevoerd. Hiervan wordt de 1e afschrijving in het jaar 2021 zichtbaar.
92
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§H
§G
§I
§
P
€
B
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Bij de jaarrekening 2019 was geconstateerd dat verschillende zogeheten Waco-duikers in zeer slechte staat zijn. Hiervoor is vervolgens krediet aan de raad gevraagd om deze te vervangen. In 2020 hebben vervangingen ter plaatse van de werkzaamheden aan de Grote Kruising plaatsgevonden. De andere in slechte staat verkerende duikers worden vervangen op het moment, dat daar werkzaamheden in het kader van herstratingen gaan plaatsvinden. Naast onderstaande areaalgegevens van de bruggen zijn er nog 14 bruggen in de gemeente die in beheer en onderhoud zijn bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Areaalgegevens civiele kunstwerken (bruggen): Fiets/voetgangersbruggen Verkeersbruggen Oversteek (plank) Vlonder/steiger (hout) Betonnen / pvc / hdpe duikers Tunnels
ultimo 2020 86 stuks 43 stuks 4 stuks 4 stuks 115 stuks 1 stuks
De volgende werken zijn in 2020 uitgevoerd: Dit overzicht betreft de investeringen maatschappelijk nut in de buitenruimte en betreffen zowel gereed gekomen als nog in uitvoering zijnde projecten. De investeringen op het gebied van herstraten en klimaat-adaptieve maatregelen riolering worden geactiveerd. De “reguliere” rioleringswerkzaamheden komen ten laste van de voorziening.
Financiële kaders openbare ruimte Vincent van Goghlaan Fresia fase 1 Langeland Fresia fase 2 Langeland Fresia fase 3 Langeland Fresia fase 4 Langeland Lekdijk (Griendstraat en Nederlek) Marathon/Sportsingel fase 1 Marathon/Omnium fase 2a Marathon/Omnium fase 2b Zaagmolen/Drijvermast Herinrichting Ouverturelaan Oud-Krimpen - voorbereiding Oud-Krimpen - Pr. Bernhardstraat Oud-Krimpen - weth. Brouwerstraat Boerhaavelaan - fase 1 gedeelte Stormpolder Oud Krimpen - Noorderstraat en Oosterstraat Grote kruising N210 - voorbereiding en start reconstructie Totaal
Totaal activ. activ. tlv voorz 2020 herstr. riol. riolering 760 396 118 247 74 44 29 1.754 718 207 829 106 104 2 18 18 5 5 13 6 6 35 33 2 937 903 33 38 38 10 10 4 4 2.014 961 371 682 121 120 97 97 -23 -11 -12 102 102 5.527
5.527
11.592
9.075
696
1.821
Het kapitaalgoed gebouwen De gemeente Krimpen aan den IJssel bezit gebouwen die deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheerd worden. Hierbij valt te denken aan onder andere het raadhuis en het gebouw aan de Stormsweg, sporthallen, gymlokalen, peuterspeelzalen en de kerktoren. Deze gebouwen beheert en onderhoudt de gemeente aan de hand van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Het bedrag dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van dit MJOP (groot onderhoud) wordt jaarlijks gestort in de ‘voorziening onderhoud kapitaalgoederen gebouwen’. 93
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen In tegenstelling tot de investeringen in de openbare ruimte worden de onderhoudslasten van deze gebouwen gewoon ten laste gebracht van de genoemde voorziening.
In voorkomende gevallen denken we tijdig na over het al dan niet verder exploiteren van de accommodatie.
De gemeente is economisch eigenaar (heeft het economisch claimrecht) van alle schoolgebouwen voor primair en voortgezet onderwijs. De verantwoordelijkheid voor het (groot) onderhoud voor zowel primair als voortgezet onderwijs ligt bij de schoolbesturen.
Dit laatste heeft ertoe geleid dat in de loop van 2020 het pand Big Bear is verkocht en gebouw ’t Onderdak is gesloopt. Momenteel wordt nog nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het pand van de voormalige muziekschool aan de Tuinstraat en het voormalige pand van team Buitenruimte aan de Stormsweg.
Areaalgegevens gebouwen in onderhoudsplanning:
Verloop van de voorziening OK-gebouwen en de voorziening rioleringen.
Gebouwonderhoud eigen beheer Gebouwonderhoud externe exploitant Gebouwonderhoud schoolbesturen
ultimo 2020 43 stuks 7 stuks 14 stuks
Bij de opzet van het (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt uitgegaan van sober en doelmatig onderhoud. Hierbij is het uitgangspunt dat de gebouwen technisch in orde zijn en voldoen aan de eisen van veiligheid. Samenvattend kan worden vastgesteld dat het onderhoud van de gebouwen is te splitsen in dagelijks onderhoud en groot onderhoud. Waarbij de eerste rechtstreeks ten laste van de exploitatie is gekomen en het groot onderhoud via de voorzieningen is gelopen.
Voorziening gebouwen en riolering Stand 1 januari 2020
voorziening gebouwen 115
voorziening rioleringen 6.871
Storting tlv exploitatie Investeringen 2020
490 -267
1.746 -1.821
Stand 1 januari 2021
338
6.796
Over de werkzaamheden die vallen onder het groot onderhoud zijn afspraken gemaakt. Levensduur verlengende maatregelen (vervangingen, renovaties, functieverbeteringen of (ver)nieuwbouw) vallen daar niet onder. Ook maatregelen in het kader van de duurzaamheid vallen hier niet onder. 94
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf D Financiering Inleiding
Rentevisie en rentekosten
De paragraaf financiering is bedoeld voor transparantie van de treasury-functie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf zetten we zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over de financiering op een rij.
De grote algemene banken en de banken voor de publieke sector (waaronder onze ‘huisbank’ BNG) houden de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwlettend in de gaten. Op het gebied van beleggingen en leningen zijn de afgelopen jaren verschillende besluiten genomen. Deze besluiten maken het voor de gemeente wat lastiger om zich ‘vrij’ op de kapitaalmarkt te begeven. Op dit vlak volgen wij de rentevisie van de BNG.
De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een duidelijk kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van deze functie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: 1. Het treasurystatuut 2. De financieringsparagraaf In het treasurystatuut 2017 zijn de doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Het tweede instrument, de financieringsparagraaf, heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury. Ook geeft het inzicht in de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille.
Risicobeheersing Risicobeheersing is een belangrijk onderdeel van de Wet FIDO. Voor onze gemeente gaat het daarbij met name om het renterisico en het kredietrisico. De behoefte aan risicobeheersing is toegenomen door de toename van voorgenomen en recent uitgevoerde grote investeringen. Daarnaast kan een informatierisico worden benoemd. Dat is het risico dat relevante informatie niet tijdig of volledig beschikbaar is voor de treasuryfunctie.
Rentetoerekening Conform het besluit begroting en verantwoording (BBV) is toerekening van rentelasten aan de programma's verplicht. Voor de toerekening van rente aan de grondexploitaties wordt een percentage berekend: het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille vermenigvuldigd met de debt ratio (de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen). De uitkomst van deze berekening voor 2020 is 1,31%. Meerjarig gebruiken we 1,5% als reële inschatting voor de toekomstige rentelasten. Dit is toegestaan volgens het BBV. Het zogenaamde rente-omslagpercentage wordt gebruikt om tot een verdeling van de (resterende) rente over de programma’s te komen. Het saldo van rentelasten en baten wordt daarvoor gedeeld op het totaal van de vaste activa. Voor 2020 bedraagt het percentage op basis van nacalculatie 1,24%. De uitkomst mag binnen een bandbreedte van 0,5% worden afgerond. Hiermee wordt een jaarlijkse wijziging van het percentage voorkomen. Bij de begroting 2020 is het percentage vastgesteld op 1,00%. Dat is ook bij nacalculatie binnen de bandbreedte. Dit percentage wordt berekend over de boekwaarden
95
§A
§B
§C
§D
§F
§E
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf D Financiering van de activa en verantwoord op de programma’s waar deze activa onderdeel van uitmaken. Het renteschema dat behoort bij deze berekening is als volgt: Renteschema 2020 Externe rentelasten over korte en lange financiering Externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente
Begroting Rekening 2020 2020 1.029 1.035 -/315 -/255 714 780
Rente die aan grexen moet worden doorberekend Rente die wordt doorberekend ogv projectfinanciering Saldo door te rekenen externe rente
-/-/-
99 -/0 -/615
35 0 745
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
-/-
608 -/-
602
7
143
Renteresultaat op taakveld treasury
Het verschil komt door de lagere rentebaten op hypotheken en de lagere rente die aan de grondexploitaties is doorberekend.
Renterisico en kasgeldlimiet De Wet FIDO verplicht de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in beeld te brengen. De provincie gebruikt deze bij het uitoefenen van haar toezichthoudende functie. De kasgeldlimiet betreft het renterisico van de vlottende schuld, terwijl de renterisiconorm het renterisico van de langlopende schuld betreft.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie - dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan - is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Dit is het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het ministerie van Financiën vastgesteld percentage, vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Berekening renterisico gemeente Krimpen aan den IJssel: Renterisiconorm 1. Renteherziening op vaste schuld o/g 2. Te betalen aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2) Berekening rente risiconorm 4. Begrotingstotaal (excl. reservemutaties) 5. Percentage regeling Toets renterisiconorm 6. Renterisiconorm (4 * 5) 7. Renterisico op vaste schuld (1+ 2) Ruimte onder rente risiconorm (6 - 7)
2020 2.698 2.698 70.684 20% 14.137 2.698 11.438
De wettelijk vastgestelde renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
96
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§H
§G
§I
P
§
€
B
Paragraaf D Financiering Berekening kasgeldlimiet gemeente Krimpen aan den IJssel: Kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal (lasten) per 1 januari 2020 Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag
2020 70.684 8,5% 6.008
Omvang vlottende korte schuld (+/+) Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
29 2.250
Vlottende middelen (-/-) Contante gelden Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden <1 jaar
6 201 17.596
Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet
-15.525 6.008
Ruimte (+) / overschrijding (-)
21.534
Naast het renterisico loopt de gemeente ook nog risico bij het zelf verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling kan een zeker risico worden bepaald.
In de onderstaande tabel zijn de verstrekte gelden gegroepeerd naar de onderscheiden risicogroepen. Kredietrisico op verstrekte gelden
Restant Met/zonder (hyp.) Schuld per zekerheid 1-1-2021
%
Woningcorporaties met garantie Met (50%) WSW Hypotheekverstrekkingen aan Met ambtenaren Overige toegestane instellingen Zonder volgens treasurystatuut
137
1%
11.209
77%
3.264
22%
Totaal
14.610
100%
Financieringspositie Op 25 maart 2020 heeft de overdracht van de Eneco aandelen plaatsgevonden. De opbrengst van deze verkoop (€ 27,6 miljoen) is in deze jaarrekening verwerkt. Dit had onder andere impact op de financiering van de gemeente. Nieuwe leningen waren hierdoor niet nodig. Dit heeft ook effect op de ruimte bij de kasgeldlimiet, die hoger is als in voorgaande jaren.
Leningenportefeuille De volgende tabel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. In 2020 zijn geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken.
97
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf D Financiering De mutaties voor 2020, als gevolg van nieuwe leningen, aflossingen en rente, zijn: Mutaties in leningenportefeuille Stand per 1 januari 2020
Gemiddelde Bedrag rente 1,98% 51.537
Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen
-2.698
Stand per 31 december 2020
48.838
Aantrekken Nieuwe leningen trekken we aan wanneer de kasgeldlimiet wordt overschreden. Om te voorzien in voldoende liquiditeiten zijn in het 1e kwartaal van 2020 kasgeldleningen aangetrokken. Hierna volgt een overzicht hiervan.
Stand per 1 januari 2020
Gemiddelde Gemiddelde rente looptijd 0,00% 1 dag 7.000
Nieuwe leningen Reguliere aflossingen
20.000 27.000
Mutaties in kasgeldvoorziening (opgenomen)
1,96%
Uitzetten
Bedrag
-0,46%
21 dagen
Stand per 31 december 2020
De verplichting tot schatkistbankieren beperkt de mogelijkheden om overtollige liquide middelen uit te zetten. De drempel bedraagt 0,75% van het begrotingstotaal. Met de BNG hebben we daarom de afspraak dat een rekening-courant saldo boven (afgerond) € 250.000 wordt afgeroomd.
98
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
§I
P
§
€
B
Paragraaf E Bedrijfsvoering Inleiding De bedrijfsvoering is ondersteunend aan en mede bepalend voor de kwaliteit van het primaire proces en de realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten. De interne organisatie staat volledig ten dienste aan het primaire proces. Dit betekent dat de kwaliteit en omvang van de gemeentelijke organisatie van grote invloed is op het behalen van de gewenste effecten.
Ontwikkelingen De organisatie is in kwantitatieve zin gestabiliseerd. Daar staat tegenover dat de organisatie qua grootte, in relatie tot de opgave waar die voor staat, krap in het jasje zit. De knelpunten in de bezetting zijn het laatste half jaar van 2019 zichtbaar geworden. Dit inzicht leidde ertoe dat in 2020 relatief veel nieuwe medewerkers in dienst zijn gekomen. Voor een deel gaat het om vacaturevervulling en voor een gedeelte om nieuwe formatie. Deze uitbreiding was nodig om de ambities uit het collegewerkprogramma te vervullen en decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten. Ondanks de uitbreiding van formatie houdt de organisatie een krappe bezetting en is de druk op de ambtelijke capaciteit voelbaar. De flexibele schil is veel kleiner geworden. De verwachting is dat hierdoor in 2021 onvoldoende financiële ruimte is om extra taken of uitval van personeel op te vangen.
Organisatie Om aan te kunnen sluiten op de sterk veranderende omgeving groeien we toe naar een flexibele en wendbare organisatie. De 27 teams zijn aan de slag gegaan met het ‘zelf organiseren’ van het team. De teams hebben de opgaven en de te leveren resultaten inzichtelijk gemaakt en
geven de onderlinge samenwerking vorm. Daarnaast richtten de teams de randvoorwaarden control, kwaliteit, coördinatie en zorg in. Dit alles vond plaats in een tijd dat veel medewerkers op afstand moesten werken als gevolg van het coronavirus. Medewerkers moesten de wijze waarop ze samenwerken aanpassen. Er ontstonden nieuwe manieren om verbinding te houden. Ook werkinhoudelijk zijn de gevolgen van het coronavirus goed voelbaar in een toename van werk door nieuwe regelingen. Op enkele plekken was er juist een afname van het werk. Daarnaast moesten medewerkers op zoek naar een nieuwe balans tussen (thuis)werk en privé. Om te komen tot een wendbare organisatie is een wendbare medewerker nodig. Vanuit de organisatie faciliteren we medewerkers om vanuit eigen kracht en eigen regie wendbaar en inzetbaar zijn, nu en in de toekomst. Dit doen wij onder andere door persoonlijke ontwikkeling te stimuleren en de behoeften van de medewerkers van 55 jaar en ouder inzichtelijk te maken. Dit doen wij ook door in gesprek te zijn met de teams over de huidige en toekomstige manier van werken. Met andere woorden vanuit een flexibele werkplek, het digitaal samenwerken, het behouden van de organisatiecultuur en het (digitaal) inwerken van nieuwe medewerkers.
Financiën In 2020 is hard gewerkt aan het inrichten van de nieuwe financiële applicatie. Maar net als veel andere zaken heeft het door corona de nodige vertraging opgelopen. De start van het nieuwe financiële systeem is uitgesteld tot het 3e kwartaal 2021. Deze vertraging werkt ook door op de aansluiting die nodig is voor het gebruik van de verplichtingenadministratie en het contractmanagement.
99