bijlage - Kadernota 2022
Tekst van het document
2025 407
285 147
301 634
309 -105
355 52
De bijbehorende reeds voor het structureel evenwicht is:
2022 -304
2023 166
2024 -576
2025 -386
-14 750 432
19 750 935
31 750 205
43 750 407
Daarmee is financiële ruimte ontstaan om in deze kadernota naar de toekomst te kijken.
Structurele begrotingsruimte Structurele ruimte incl nieuw beleid
2022 -279
2023 293
2024 -105
2025 52
Daarmee is er voor het opstellen van de begroting een goede uitgangspositie. Risico’s en onzekerheden Evenals vorig jaar zijn er veel risico’s en onzekerheden met betrekking tot de gemeentefinanciën. De omvang daarvan maakt
24
het vrijwel onmogelijk om tot reële meerjarige ramingen te komen. De onzekerheden hebben vooral een relatie met het beschikbaar krijgen van voldoende rijksmiddelen en het beleid van het rijk met betrekking tot de gemeentefinanciën.
de rijksuitgaven. Een van de problemen van de huidige werkwijze is dat er veel fluctuaties zijn in de bedragen die in de circulaires worden genoemd. Deze onzekerheid over de inkomsten belemmert gemeenten om meerjarig beleid te ontwikkelen.
De afgelopen maanden heeft het kabinet financiële middelen voor gemeenten beschikbaar gesteld ten behoeve van diverse beleidsterreinen. Helaas betreft dat steeds incidentele bijdragen.
De rijksmiddelen voor het sociaal domein verdienen specifieke aandacht als het om onzekerheden gaat. Inmiddels heeft het kabinet al driemaal incidenteel geld beschikbaar gesteld, maar daar zitten wel voorwaarden aan. In de raadsinformatiebrief van 26 mei zijn wij daar ook al op ingegaan.
Een belangrijke belemmering is de moeizame kabinetsformatie, waardoor het langer duurt voordat er duidelijkheid komt over structurele invulling. Dat betekent voor het meerjarenbeeld dat we nog geen rekening kunnen/mogen houden met extra middelen. We lichten toe hoe wij met een aantal grote onzekerheden zijn omgegaan. Hiervoor is al toegelicht welke ontwikkelingen er zijn met betrekking tot de herverdeling van het gemeentefonds. Die herverdeling gaat nog steeds uit van een gelijkblijvende totale omvang. De VNG heeft inmiddels aangegeven niet met een herverdeling akkoord te gaan als daar niet ook een groei van het gemeentefonds aan gekoppeld is (“de koek moet groter”). In het kader van coronacompensatie heeft het kabinet voor 2020 en 2021 de zogenaamde opschalingskorting bevroren. Vanaf 2022 wordt het oorspronkelijk oplopende schema van deze korting echter hervat. Het betreft een korting op het gemeentefonds die samenhing met het opschalen van alle gemeenten naar 100.000+. Hoewel dit nog niet ingeboekt kan worden, zijn er voortekenen dat deze korting wellicht helemaal verdwijnt. Onder andere uitspraken van de demissionaire minister van Binnenlandse Zaken wijzen daarop. De accressystematiek van het gemeentefonds staat ter discussie. Dat betreft de wijze waarop het gemeentefonds meebeweegt met
Al in 2019 werd € 300 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd vanwege de tekorten op jeugdhulp. Tot en met 2022 is dat bedrag zeker, maar daarna is het aan een nieuw kabinet. Wij hebben sinds de begroting 2021 wel structureel rekening gehouden met deze middelen. In mei besloot het kabinet eenmalig € 613 miljoen beschikbaar te stellen voor acute (wachtlijst) problematiek. In de meicirculaire is € 438 miljoen via de algemene uitkering verdeeld. Voor Krimpen betekent dit een bedrag van € 707 miljoen, in 2021. In de juniwijziging is dit bedrag neutraal verwerkt, omdat die middelen ook ingezet moeten worden. Begin juni is op basis van de arbitrage uitspraak van de Commissie van Wijzen door het rijk € 1,3 miljard extra voor 2022 beschikbaar gesteld te compensatie van tekorten in de jeugdzorg. Dit is uiteraard goed nieuws, maar nog te vers om hierover in de kadernota uitspraken te doen. We kennen de impact voor Krimpen nog niet en bovendien betreft het ook hier weer incidentele middelen (voor 2022). De conclusie wat betreft de jeugdmiddelen is voorlopig dat er veel in beweging is, maar het wachten is op een nieuw kabinet en duidelijkheid over structurele verruiming van de middelen.
25
In de meicirculaire zijn ook de effecten van het woonplaatsbeginsel voogdij/18+ verwerkt. Dit betekent dat gemeenten vanaf 2022 de kosten dragen voor kinderen die op het moment van verwijzing in de gemeente ingeschreven zijn. Het gevolg voor Krimpen is dat wij voor minder kinderen gaan betalen en dus minder uit het gemeentefonds ontvangen. Dat laatste is in de meicirculaire verwerkt (€ 1,1 miljoen nadeel). De daling van de kosten is nog niet voldoende helder en deels afhankelijk van de GRJR. In de cijfers is aangenomen dat het woonplaatsbeginsel per saldo neutraal verloopt. Een laatste onzekerheid die wij hier willen benoemen betreft het klimaatakkoord. De uitvoering van onze duurzaamheidsagenda is financieel afhankelijk van rijksmiddelen. Ook hier zal een nieuw kabinet met de benodigde bijdragen moeten komen. Vooralsnog hebben wij geen andere dekking voor de duurzaamheidsagenda gevonden. Naast deze onzekerheden zijn er uiteraard ook nog risico’s die in meer of mindere mate gekwantificeerd kunnen worden. Het overzicht van die risico’s vindt u in bijlage 3. De conclusie is dat er met name veel onzekerheid is over de structurele bekostiging van gemeentelijke taken en gemeentelijk beleid. Pas wanneer een nieuw kabinet haar plannen bekend maakt en financieel heeft vertaald, kunnen wij meer zekerheid verwachten.
Financiële positie Algemeen In de kadernota 2021 heeft uw raad ingestemd met een versterking van de weerstandscapaciteit met € 7 miljoen. Hierdoor is sindsdien weer sprake van voldoende weerstandsvermogen. Ook de financiële kengetallen ontwikkelen zich positief. Inmiddels is echter wel weer sprake van een teruglopende algemene reserve, maar
voorlopig is het weerstandsvermogen nog op orde. In de jaarrekening 2020 is daar op ingegaan. De onzekerheden die hiervoor benoemd zijn, kunnen niet worden uitgedrukt in een ratio. In deze kadernota gaan wij voorzichtig om met deze onderwerpen, om te voorkomen dat we ons rijk rekenen. Tegelijkertijd kijken we wel naar de toekomst en rekenen ons niet onnodig arm. In deze kadernota doen wij u voorstellen voor de inzet van de reserve Eneco, een aanpassing van de reserve overrente en dekking van het rekeningsaldo 2020. Ook is er nieuws over het risico dat samenhangt met de reserve BCF. Rekeningsaldo 2020 Het is gebruikelijk om in de Kadernota een voorstel te doen voor de bestemming of dekking van het rekeningsaldo van het voorgaande jaar. De jaarrekening 2020 is afgesloten met een negatief saldo van € 864.324. De enige beschikbare dekking voor dit negatieve resultaat is de algemene reserve. In de kadernota 2021 is besloten deze reserve te verhogen met € 7 miljoen, onder andere vanwege de aanhoudende tekorten. Wij stellen dan ook voor dit bedrag te dekken uit de algemene reserve. Reserve BTW-compensatiefonds De gemeente Krimpen en de belastingdienst hebben jarenlang geprocedeerd over de verrekening van BTW op de exploitaties van begraafplaatsen. Na meerdere uitspraken van het Gerechtshof en de Hoge Raad moet worden geconcludeerd dat de gemeente niet in het gelijk wordt gesteld.
Het college heeft besloten niet verder te procederen omdat de kans op succes minimaal is. Dit betekent dat een bedrag van € 972.975 moet worden afgewikkeld. Dit onderwerp heeft jarenlang in de risico’s meegelopen en hiervoor is als dekking de bestemmingsreserve BTW-compensatiefonds aangehouden. Deze reserve (€ 795.655) kan nu worden ingezet. Er resteert dan
26
nog een ongedekt saldo van € 177.320 waarvoor de algemene reserve wordt aangesproken. Reserve Overrente Door de eerder toegelichte voorstellen met betrekking tot aandelen Stedin en verduurzaming vastgoed kan de omvang en inzet van de reserve overrente worden verlaagd. Inzet reserve Eneco In deze kadernota doen wij een voorstel voor de inzet van de reserve Eneco. Dat leidt tot een toevoeging aan de algemene reserve grondexploitaties (€ 5 miljoen) en de vrije reserve (€ 1 miljoen). Daarnaast wordt een nieuwe reserve maatschappelijke voorzieningen gevormd voor een bedrag van € 3,3 miljoen. Voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed en subsidies verduurzaming wordt in totaal € 1,3 miljoen uitgetrokken. De reservering voor de Algera corridor (€ 8 miljoen) blijft nog in de Eneco reserve zitten tot dat duidelijk is welk bedrag precies nodig is. Met deze voorstellen wordt de volledige reserve Eneco bestemd, maar is voor de daadwerkelijke concrete inzet in veel gevallen nog een raadsbesluit nodig.
27
Reservepositie Indien uw raad onze voorstellen overneemt, wordt dit het beeld van de beschikbare reserves. Mutaties Mutaties Mutaties Mutaties Mutaties 1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 1-1-2026 2021 2022 2023 2024 2025
Beschikbare reserves
1-1-2021
Algemene reserves Algemene Dienst Grondexploitatie Vrije reserve
8.814 2.126 450
-1.884 3.612 656
6.930 5.738 1.105
-762 -116 -195
6.168 5.622 910
11.390
2.383
13.774
-1.073
12.701
796 87 20.635 -
-796 -87 -12.335 1.687 -
0 0 8.300 1.687 -
-300 -236 -
1.591
-18
1.573
13.046
1.653
205
-205
Bestemmingsreserves BTW-compensatiefonds Organisatieontwikkeling Eneco Overrente Corona Maatschapp vastgoed (inclusief onderwijshuisvesting) Hoofdinfrastructuur / afschrijvingen maatschappelijk nut Afschrijving Grote Kruising Afschrijvingen Maatschappelijk nut Maatregelen klimaatakkoord
36.361 -10.101
Egalisatiereserves Riolering Omgevingsvergunningen Totaal
-293 -10
6.168 5.329 900
-293 -
6.168 5.036 900
-293 -
6.168 4.742 900
-303 12.397
-293 12.104
0 0 8.000 1.451 -
-207 -
0 0 8.000 1.245 -
-181 -
0 0 8.000 1.063 -
-8.000 -164 -
900 -
-
1.573
-
1.573
-
1.573
-
1.573
14.699
-16.227
-1.528
-
-1.528
-
-1.528
-
-1.528
-
15.123 1.105 -
15.123 1.105 -
-605 1.327 -
14.518 2.431 -
-605 1.162 -
13.913 3.593 -
-605 1.015 -
13.308 4.608 -
26.259
-536
25.723
515 26.238
376 26.615
-
552 399
-438 -97
114 302
108
114 410
42
114 452
951
-534
416
108
524
42
566
48.701
-8.252
40.449
-1.501
38.948
254 39.202
42
114 495
42
609
125 39.327
-293 11.811
0 0
-7.754 18.861
-
114 495 0
609
-8.047 31.280
28
Van kadernota naar begroting Wij stellen voor om bij het voorbereiden van de begroting 20222025 de volgende (financiële) uitgangspunten als belangrijkste leidraad te hanteren: • • •
• • •
Sluitende begroting 2022, maar mogelijk geen structureel evenwicht; Streven naar structureel evenwicht uiterlijk in 2025, in het besef dat er nog veel onzeker is; Geen verdere lastenverzwaring voor de inwoners, maar wel: o Kostendekkende tarieven voor afval en riool meerjarig op 100% handhaven o Kostendekking voor lijkbezorging handhaven op 80% Op basis van eigen inzicht (voorzichtig) ramen; niet ‘toerekenen’ naar (oplopende) algemene uitkering Onzekerheden zoveel mogelijk neutraliseren en cumulatief ‘rijk’ of ‘arm’ rekenen voorkomen. Nieuw geld van het Rijk en door het Rijk opgelegde bezuinigingen worden budgettair neutraal verwerkt
29
Bijlage 1 - Technische uitgangspunten kadernota 2022 Vastgesteld in college op 20 april 2021 Doel: Vooraf vastleggen met welke technische uitgangspunten in de kadernota en de begroting 2022 wordt gewerkt. Zo maken we helder waarop de financiële uitkomsten van deze documenten gebaseerd zijn. Kanttekening vooraf: Deze notitie wordt opgesteld terwijl we nog midden in een lockdown zitten vanwege de coronapandemie. Alle meerjarige cijfers zijn op basis van aannames waarin geprobeerd is in te schatten hoe het herstel van met name de economie zal verlopen. Dat brengt, nog meer dan anders, een grote mate van onzekerheid met zich mee. Toch zijn deze aannames waardevol en nodig om de financiële toekomst in beeld te brengen. Op dit moment vormen zij het meest waarschijnlijk scenario. Indexering Op basis van de ontwikkeling van de prijs bruto binnenlands product (pBBP) in het Centraal Economisch Plan 2021 wordt voor inflatiecorrectie de komende jaren met 1,5% gerekend. Daarmee hanteren wij een iets lager percentage dan volgens het CEP wordt verwacht (1,68%). Conform afspraken uit de begroting 2021 wordt daar voor enkele uitgavencategorieën van afgeweken: • Budgetten voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen volgen voor het begrotingsjaar 2022 de vastgestelde begroting van de betreffende GR en het algemene percentage in de jaren daarna.
Zolang de begroting nog niet is vastgesteld wordt het door de deelnemende gemeenten toegestane percentage gehanteerd. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond is dat 1,9%.
•
Voor de gemeenschappelijke regelingen die deels in een andere regio vallen volgen wij het indexpercentage dat vanuit die regio (Hollands Midden of Haaglanden) wordt opgelegd. De GR IJsselgemeenten volgt de indexering van de gemeente Capelle aan den IJssel. Salarissen: in de meerjarenbegroting 2021-2024 is voor alle jaren rekening gehouden met 2,5%. Op het moment dat deze notitie wordt opgesteld is er nog geen cao per 1-12021. In het CEP2021 zijn de verwachtingen voor de loonvoet in de sector overheid als volgt: o 2021: 2,0% o 2022: 1,5% o 2023: 2,3% o 2024: 2,1% o 2025: 2,4% Voorgesteld wordt om rekening te houden met 1,5% in 2022 en 2,0% voor de periode 2023-2025. Deze index wordt toegepast op zowel de salarislasten van eigen personeel als ook op inhuurbudgetten.
De afgelopen jaren is de omvang van de budgetten voor project- en erkenningssubsidies niet geïndexeerd. Voorgesteld wordt om die indexering met ingang van 2022 weer te hervatten. Daarmee worden alle budgetten in de begroting op een onderbouwde wijze geïndexeerd.
Index Algemene inflatie (lasten) Algemene inflatie (baten) OZB ontwikkeling Budgetten beheer buitenruimte Budgetsubsidies Project- en erkenningsubsidies Bijdragen gemeenschappelijke regelingen Salarissen Belastingen, heffingen en leges Voorziening OK
Begroting 2022 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,90% 1,50% 1,50% 1,50%
Meerjarenraming 2023 2024 2025 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 2,00% 2,00% 2,00% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50%
Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering wordt in de kadernota en de begroting (2022) gebaseerd op de meicirculaire van het lopende jaar (2021). Vanwege de uitzonderlijke situatie met betrekking tot Corona is in 2020 van die werkwijze afgeweken en is de septembercirculaire gebruikt. Mogelijk bevat ook dit jaar de septembercirculaire informatie die van ingrijpend belang is voor de begroting. In overleg met de toezichthouder zal dan worden beoordeeld of we opnieuw van de gebruikelijke lijn moeten/kunnen afwijken.
De indexering wordt op individuele posten verwerkt, zodat de begroting volledig in lopende prijzen is opgesteld.
Er wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een buffer of een andere aanpassing op de uitkomsten. Wel handhaven we een risico.
Kerngegevens Voor diverse berekeningen in de kadernota worden de prognoses van aantallen woningen en inwoners gebruikt. Op basis van de nu bekende ontwikkelingen en verwachte woningbouw in de komende jaren, worden de volgende gegevens gehanteerd:
In de algemene uitkering zijn extra middelen toegevoegd vanwege tekorten in de jeugdzorg voor de periode 2019 – 2021. Ondanks de onzekerheid over de beschikbaarheid van die middelen vanaf 2022, zijn deze wel structureel in het meerjarenbeeld opgenomen. Dit is door het Rijk en de Provincie toegestaan.
Inwoners 0-17 jaar 18-64 jaar 65+ Totaal Woningen Aantal woningen
Begroting 2022 7.000 15.320 7.200 29.520
Meerjarenraming 2023 2024 2025 7.010 7.020 7.020 15.320 15.310 15.310 7.250 7.275 7.300 29.580
Stand per Begroting 1-1-2021 2022 12.648 12.573
29.605
29.630
Meerjarenraming 2023 2024 2025 12.533 12.786 12.888
In de meerjarenbegroting 2021-2024 is vanaf 2022 rekening gehouden met een nadeel vanwege de herijking van het gemeentefonds. Dat nadeel (€ 25 per inwoner) was gebaseerd op berichtgeving over de effecten van de herijking voor gemeenten in onze grootteklasse. Begin dit jaar is uit de voorlopige cijfers gebleken dat Krimpen voordeelgemeente lijkt te zijn. Het laatste nieuws is dat de minister opnieuw deze uitkomsten nog eens opnieuw tegen het licht laat houden, gezien de eerste reacties van gemeenten, uit de Tweede Kamer en van de ROB. Er is dus nog veel onzeker over het vervolg en de uitkomsten van het herijkingstraject. In ieder geval is er op dit moment geen onderbouwing meer voor het nadelige effect in de stelpost. Die kan daarom komen te vervallen.
Begrotingsruimte vs. Onvoorzien In 2017 is de notitie begrotingsruimte vastgesteld. Op basis van die notitie bedraagt de raming voor onvoorzien € 0. Bij de presentatie van de begrotingsruimte wordt aandacht besteed aan de structurele begrotingsruimte, die aangeeft of de begroting structureel in evenwicht is.
Kengetallen Er zijn geen normen vastgesteld voor de financiële kengetallen. In voorbereiding op de kadernota wordt dus geen rekening gehouden met effecten van ramingen op bijvoorbeeld schuldquote, belastingcapaciteit of solvabiliteit. In de kadernota wordt wel aandacht besteed aan deze kengetallen.
Incidenteel/structureel Om de structurele begrotingsruimte te kunnen bepalen wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele begrotingsposten. In de basis wordt hierbij naar het karakter van de begrotingspost gekeken en niet naar de betreffende uitgave/inkomst. Betreft het structureel beleid dan is de post in z’n geheel structureel. Wanneer eenmalige of tijdelijke elementen duidelijk te identificeren zijn, bijvoorbeeld op basis van een begrotingswijziging of ander besluit, worden deze als incidenteel gezien. Een tijdelijke impuls of maximaal 3 jaar durende uitgave wordt als incidenteel gezien.
Basis is ongewijzigd beleid Bij het opstellen van de cijfers voor de kadernota 2021 wordt uitgegaan van ongewijzigd beleid zoals dat tot en met de raadsvergadering van 22 april 2021 is vastgesteld. Alle wijzigingen daarop met financiële gevolgen worden zichtbaar gemaakt en inhoudelijk onderbouwd. Daarbij worden autonome ontwikkelingen als onvermijdelijk gezien en verwerkt in het meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid.
Rentepercentage leningen Voor nieuw aan te trekken leningen wordt in de ramingen uitgegaan van 1% rente en een looptijd van 25 jaar. Rekenrente De berekende renteomslag voor de begroting 2021 bedroeg 1,07%. Afgerond wordt 1,0% toegerekend. De nacalculatie van de renteomslag over 2020 is 1,24%. De verkoop van Eneco aandelen heeft invloed op de financieringssituatie en zal het omslag percentage doen dalen. Voor de kadernota 2021 wordt opnieuw uitgegaan van 1,00%. Bij het opstellen van de begroting wordt een nieuwe berekening van de renteomslag voor 2021 gemaakt, die kan leiden tot aanpassing van dit percentage.
Nieuw beleid Intensivering van bestaand beleid en nieuw beleid worden in de kadernota apart opgenomen om tot een integrale afweging te kunnen komen. Hieronder valt ook de uitvoering van beleid waartoe inhoudelijk wel besloten is, maar waarvoor eerder nog geen financiële middelen zijn geregeld. Investeringsprogramma Het investeringsprogramma bevat alle voorgenomen investeringen op basis van meerjarenplannen (buitenruimte en vastgoed), nieuw beleid en eerder vastgestelde beleidsplannen (bijvoorbeeld IHP). De systematiek achter het investeringsprogramma is eerder toegelicht in de kadernota 2018. In voorbereiding op de kadernota wordt aan een integrale investeringsagenda gewerkt. Dat wordt de basis onder het investeringsprogramma voor de eerstkomende jaren. Bij investeringen waar sprake is van afschrijving start deze in het eerste jaar na ingebruikname/gereedkomen.
Gesloten systeem openbare ruimte maatschappelijk nut Voor uitgaven en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte is jaarlijks een vast bedrag beschikbaar. Door de stelselwijziging in 2017 is in de komende jaren nog sprake van een exploitatieoverschot dat vanaf 2021 wordt gestort in de bestemmingsreserve afschrijvingen maatschappelijk nut. Nieuwe uitgaven (zoals bijv. klimaat-adaptieve maatregelen) vallen in principe niet onder deze afspraak. Afspraken kadernota 2021 In principe blijven de financiële afspraken uit de kadernota 2021 (pagina 9/10) gehandhaafd, doorvertaald naar 2022.
• Ongewijzigd beleid is de basis • Algemene uitkering volgt meicirculaire 2021 • Bijdragen aan gemeenschappelijke regeling volgen voor 2022 de vastgestelde begroting van de betreffende regeling • Basis voor investeringen (in openbare ruimte, vastgoed en onderwijshuisvesting) zijn vastgestelde meerjarenplannen • Gesloten systeem voor groot onderhoud en vervanging bestaande areaal openbare ruimte • Gesloten systeem voor ruimtelijke projecten (MPG) • Noodzakelijk, wenselijk of onvermijdelijk nieuw beleid of intensivering van beleid dat leidt tot: o structurele lasten, wordt gedekt met structurele baten of verlaging van structurele lasten o incidentele lasten, wordt incidenteel gedekt • Kostendekking van afvalstoffenheffing en rioolheffing is 100%, voor het overige gelden de in de Nota lokale heffingen vastgestelde bandbreedten • De meerjarenbegroting bevat geen openstaande taakstellingen zonder onderbouwing • Op basis van eigen inzicht (voorzichtig) ramen; niet ‘toerekenen’ naar (oplopende) algemene uitkering • Nieuw geld van het Rijk en door het Rijk opgelegde bezuinigingen worden budgettair neutraal verwerkt
In voorbereiding op de kadernota vindt een voorjaarsretraite van college en directie plaats op 17 en 18 mei 2021. Tijdens die dagen komt aan de orde of bijstelling van de uitgangspunten nodig en/of wenselijk is. 13 april 2021 Team Financieel Beleid en Advies Martin Vermaat
Bijlage 2 – Toelichting budgetactualisaties Budgetactualisatie bestaand beleid GR Jeugdhulp Rijnmond conceptbegroting 2022 GR Jeugdhulp Rijnmond - vlaktaks Sluitende exploitatie afval en riool Bedrijfsvoering Meicirculaire Overig
2022
2023
2024
2025
331
213
93
97
501 14 -321 331 -161
357 101 -328 271 132
163 -313 231 -127
343 -623 1.280 -438
GR Jeugdhulp De bijdrage aan de GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) wordt vanaf 2022 op verschillende manieren beïnvloed. •
•
•
De bijdrage van Krimpen aan de GRJR daalt meerjarig. Daarin is opgenomen dat de taakstelling die nog openstonden kunnen vervallen. Tevens is de inkomsten van het volwassenendeel VTRR vanaf nu structureel geraamd. De verwachting is dat de GRJR een definitieve begroting 2022 opstelt die afwijkt van de ontwerpbegroting die in de zienswijzeprocedure is gebracht. Dit leidt (vooral in 2022 en 2023) tot een fors nadeel. Hiervoor is nu al een stelpost opgenomen. In 2022 en 2023 is er een (fors) incidenteel voordeel vanwege de afrekening van de vlaktaks over 2019 en 2020. Dit wordt apart inzichtelijk gemaakt omdat het niet structureel is.
Sluitende exploitatie afval en riool Het meerjarige voordeel betreft vooral de toename van inkomsten uit rioolheffing en afvalstoffenheffing, vanwege de woningbouwprognose. Deze aanpassingen leiden ertoe dat ook meerjarig nu sprake is van 100% kostendekking in de ramingen.
Bedrijfsvoering De mutaties op dit onderdeel betreffen de personeelslasten. De afgelopen jaren is veel (en creatief) met middelen geschoven om steeds weer uit te komen met het beschikbare budget. Om meerjarig de huidige formatie in stand te houden en voldoende ruimte te hebben voor het opvangen van ziekte en uitval zijn extra middelen nodig. Daarbij wordt aangetekend dat hierin dus geen ruimte is opgenomen voor nieuwe taken of extra werkzaamheden, bijvoorbeeld als gevolg van nieuw beleid. Meicirculaire Ondanks de dalende accressen en andere tegenvallers op macroniveau pakt de meicirculaire voor Krimpen voordelig uit. Dat wordt vooral veroorzaakt door de volumeontwikkeling van de maatstaven in Krimpen ten opzichte van de landelijke ontwikkeling die de uitkeringsbasis bepaalt. Anders gezegd: als de aantallen van maatstaf X landelijk dalen gaat het bedrag per X omhoog. Wanneer de Krimpense aantallen dan minstens gelijk blijven, is er sprake van een voordeel. Een belangrijke wijziging in de uitkeringen uit het gemeentefonds betreft het woonplaatsbeginsel voor Voogdij/18+. Vanaf 2022 is iedere gemeente verantwoordelijk voor de zorg aan de kinderen die op het moment dat de verwijzing plaatsvindt in de gemeente ingeschreven zijn. De integratie uitkering gaat daarom voor Krimpen met ruim € 1,1 miljoen omlaag.
Het is nog niet duidelijk of dit ook inderdaad tot een vergelijkbare dalen van de lasten leidt. Dat hangt onder meer af van de wijze waarop de GR Jeugdhulp komend jaar de inleg voor de deelnemers berekent. Vooralsnog is het effect neutraal opgenomen in de kadernota. Het relatief grote voordeel in 2025 hangt samen met het toevoegen van dit jaar aan de ramingen, waardoor ook de normale ontwikkeling van 2024 naar 2025 in het verschil zit.
Bijlage 3 - Integraal investeringsprogramma: ‘Evenwichtig uit de crisis’
beleidsdocumenten, zoals de Verkeer- en Vervoervisie, de Woonvisie, de Detailhandelsvisie en de Duurzaamheidsvisie.
Inleiding Sinds 2017 is het gebruikelijk dat wij uw raad samen met de Kadernota ook een integraal investeringsprogramma (in tabelvorm) aanbieden. Het gaat dan primair om investeringen in kapitaalgoederen, zoals gebouwen en openbare ruimte.
Dit jaar is in onze beleving wat anders dan andere jaren, omdat wij met uw raad hebben afgesproken om in de Kadernota ook een voorstel te doen voor de benutting van de Reserve Eneco. Bovendien zijn in het coalitieakkoord een aantal nieuwe ambities opgenomen. En tenslotte is dit de laatste Kadernota voor de verkiezingen van 2022.
Wij hanteren daarbij een indeling met onderscheid in vier fasen. 1. Een (nieuw) idee • dat leidt tot de start van een 2. Verkenning • die moet uitmonden in een besluit tot 3. Planvorming • die moet uitmonden in een besluit tot 4. Realisatie Voor het uitvoeren van verkenningen en planvorming hebben wij jaarlijks een maximum bedrag van € 50.000 beschikbaar. Gelet op de ervaringen tot nu toe en het karakter van dit nieuwe investeringsprogramma stellen wij voor om dit budget structureel te verhogen tot € 100.000. Wij stellen uw raad daarmee jaarlijks in de gelegenheid om ook zelf – in uw algemene beschouwingen – nieuwe ideeën voor investeringen aan te dragen. Maar het belangrijkste doel is dat wij jaarlijks met elkaar een integrale afweging kunnen maken en prioriteiten kunnen stellen. Bij het opstellen van het integrale overzicht gebruiken wij eerder door uw raad vastgestelde (plan)documenten, zoals het MPG, het IHP en de Meerjarenplanning voor de openbare ruimte. Die documenten zijn weer gebaseerd op vastgestelde
Ruimte voor ontwikkeling Om tot een goed en afgewogen voorstel te kunnen komen hebben wij als college dit voorjaar in een aantal sessies de balans opgemaakt. Dat hebben wij gedaan aan de hand van de Structuurvisie ‘Ruimte voor ontwikkeling’. In dit strategische document zijn in 2004 een aantal ‘grote opgaven’ geformuleerd. Wij hebben geconstateerd dat deze Structuurvisie de afgelopen 15 jaar een belangrijke leidraad is geweest. De opgave waar wij als gemeente en gemeenschap voor gesteld stonden en staan is dat wij: • • •
Onze werkgelegenheid behouden en vergroten Ons voorzieningenniveau in stand houden Onze unieke ligging tussen het grootstedelijk gebied en de ‘groene’ Krimpenerwaard beter benutten
Belangrijke randvoorwaarde daarvoor is dat wij doorstromingsmaatregelen op de Algeracorridor treffen en bevorderen die gelijke tred houden met de ontwikkeling van – met name – het auto- en vrachtverkeer. Meer concreet zullen wij daarom als gemeente – samen met onze partners – blijvend moeten investeren in: 1. het centrum van onze gemeente, 1
2. 3. 4. 5.
onze bedrijventerreinen en winkelcentra, onze wijken en buurten onze verkeersnetwerken onze voorzieningen voor onderwijs en vrijetijdsbesteding.
Bedrijventerreinen De toekomst van de bedrijventerreinen Stormpolder, Parallelweg en De Krom beschouwen wij aan de hand van de daarvoor eerder opgestelde Ontwikkelvisie.
Centrum In het centrum zijn inmiddels een aantal grote projecten gerealiseerd. Daarbij is de Centrumvisie het ruimtelijk kader waarbinnen per deelgebied stedenbouwkundige plannen kunnen worden ontwikkeld. De Centrumvisie is vooral de basis voor een ontwikkelingsstrategie die sturing geeft en de ruimtelijke en architectonische kwaliteit garandeert en stimuleert. Maar zonder dat het de toekomst onwrikbaar in architectonische eindbeelden vastlegt. De projecten Lijsterstraat en Prinsessenpark zijn de eerste twee grootschalige sloop- en nieuwbouwplannen die zijn gerealiseerd. Inmiddels zijn wij ook gestart met de realisatie van het project Centrum-Zuid. In 2022 kan vervolgens een eerste verkenning van de toekomst van het evenemententerrein gestart worden. Ook daar is de Centrumvisie het ruimtelijk kader voor de planvorming. Verder is de Tuyter gerenoveerd en een nieuw raadhuis gerealiseerd. In de omgeving van het raadhuis is ook de openbare ruimte vernieuwd. En ook fase 1 van de vernieuwing van OudKrimpen is afgerond. Vernieuwing van de openbare ruimte tussen Tuyter en Crimpenhof kan aan de orde komen in samenspraak met de eigenaren en winkeliers van de Crimpenhof. Op dit moment zijn wij – ondersteund door het Kadaster – met hen in gesprek over de toekomst van de Crimpenhof.
De komende vier jaar gaan wij het concept ‘centrum van (maritieme) maakindustrie’ nadrukkelijk kracht bij zetten. Bij de Parallelweg, De Krom en in de Stormpolder ten zuiden van de Industrieweg is de openbare ruimte vernieuwd. Eerder waren de Industrieweg zelf en het uitzichtpunt al aangepakt. Uit de jaarlijkse inspectie is gebleken dat het ponton bij de halte van de Waterbus vervangen moet worden. Wij hebben dat voor 2023 in het investeringsprogramma opgenomen. In 2022 willen wij – met subsidie van de MRDH – de resterende bushaltes in de Stormpolder toegankelijk maken. Ook overwegen wij opnieuw – op verzoek van de ondernemers – om in cameratoezicht te investeren.
2
Voor de komende jaren staat de sanering en herontwikkeling van Stormpolderdijk (EMK) op de rol. Na de verkoop van Industrieweg 13 zal dit jaar ook de verkoop van Stormsweg 9 plaatsvinden. Winkelcentra In de Detailhandelsvisie (2013) is versterking van de hoofdwinkelstructuur (Crimpenhof, Korf en Olm) centraal gesteld. Er wordt vooral naar kwalitatieve verbetering gestreefd en niet zozeer naar uitbreiding. Bij De Korf en De Olm zijn recent al mooie stappen gezet. Zoals hierboven al aangegeven zijn wij met de eigenaren en winkeliers in gesprek over de toekomst van de Crimpenhof. Wijken en buurten In wijken en buurten investeren wij vooral aan de hand van de Meerjarenplanning herstraten. Belangrijke doelstellingen daarbij zijn klimaatadaptatie, biodiversiteit, verkeersveiligheid, energietransitie en circulariteit. In een aantal buurten staan woningbouwprojecten op de rol. In Langeland zijn de eerste twee fasen van het project ‘Next generation’ afgerond. In de praktijk is goed te zien welke algemene uitgangspunten wij daarbij hanteren. Op dit moment is fase 3 in uitvoering. In het kader van het project De Grote Kruising hebben wij de realisatie van de rotonde bij de Krimpenerbosweg/Vijverlaan naar voren gehaald. Ook voor Oud-Krimpen zijn eerst algemene uitgangspunten voor het nieuwe ontwerp opgesteld.
De werkzaamheden in Oud-Krimpen staan vooral in het teken van het klimaatbestendig maken van de wijk met speciale aandacht voor de laag gelegen woningen. Vandaar de overkoepelende doelstelling ‘Oud-Krimpen Waterproof’. Aan de hand van deze uitgangspunten is de eerste fase inmiddels gerealiseerd. Fase 2 is in uitvoering. Tevens willen wij in 2022 de eerste stappen zetten naar een toekomstvisie voor dit gebied.
In de omgeving van de Vincent van Goghlaan en de Buys Ballotsingel wordt ook gewerkt aan vernieuwing van de riolering en de openbare ruimte. In deze projecten staat de realisatie van een nieuwe fietsroute centraal. De route – in de vorm van een fietsstraat – verbindt Lansingh-Zuid en Kortland-Zuid met het centrum. In het project Centrum-Zuid en de vernieuwing van de Boerhaavelaan wordt deze fietsstraat verbonden met de Wethouder Hoogendijktunnel. In een aantal buurten zijn woningbouwplannen in voorbereiding. De Woonvisie voorziet in de bouw van (netto) 458 woningen tot 2025. Dat moet de komende jaren gebeuren in Centrum-Zuid en op de locaties van de voormalige Werf Van Duijvendijk, Driekamp (voormalig KOAG), Kerkdreef, Toepad (voormalig veld 4 DCV), Hof van IJssel en Tuinstraat (voormalige muziekschool). Het restant aantal woningen kan onder andere gerealiseerd worden op de locaties die vrijkomen in het kader van het IHP. Verkeersnetwerken Het grootste project dat wij onder handen hebben is de reconstructie van de Grote Kruising. Dit is mogelijk geworden door het treffen van meerdere doorstroommaatregelen die via de zo geheten Korte Termijn Aanpak Algeracorridor gesubsidieerd worden. De reconstructie zelf komt voor het grootste deel voor onze eigen rekening.
Tegelijk vindt een MIRT-verkenning plaats naar de maatregelen die nodig zijn om de doorstroming op de Algeracorridor ook op lange termijn veilig te stemmen. In dit verband heeft het vorige college zich garant gesteld voor een bijdrage van 8 miljoen in het totaal van het door de betrokken overheden gereserveerde bedrag van 68 miljoen.
3
Tenslotte willen wij een aantal maatregelen uit de Verkeer- en Vervoervisie in voorbereiding of uitvoering nemen: • Alternatieve fietsroute Ouverturelaan (maatregel 4) • Toegankelijk maken bushaltes in de Stormpolder (maatregel 11 t/m 14) • Beperkte aanpassingen IJsseldijk (vooruitlopend op maatregel 24) • Rotonde Aalberslaan/Koekoekstraat (maatregel 52) Onderwijshuisvesting Uw raad heeft een Integraal Huisvestingsplan voor onderwijs en binnensport vastgesteld. De kapitaallasten van de investeringen in de periode tot 2025 zijn al eerder in de meerjarenbegroting verwerkt. Op dit moment ontwerpen wij plannen voor de nieuwbouw van de Groeiplaneet in combinatie met de sloop/nieuwbouw van sportzaal De Populier. De realisatie kan naar verwachting in de tweede helft van 2022 starten. De kapitaallasten die gepaard gaan met de uitbreiding van De Wegwijzer, zijn inmiddels in de begroting verwerkt. Samen met het bestuur van Driestar/Wartburg verkennen wij de mogelijkheid om een school voor reformatorisch voortgezet onderwijs (vmbo, havo, vwo) in onze gemeente te realiseren. Zowel voor de mogelijke investering in het gebouw als in de grondexploitatie gaan wij uit van budgettair neutrale investeringen. Overig maatschappelijk vastgoed Uitgangspunt is dat wij ons bestaande voorzieningenniveau in stand houden.
Dat wordt financieel steeds lastiger vanwege de kostenstijging in het sociaal domein. Deze wordt onvoldoende gecompenseerd door aanvullende rijksmiddelen, terwijl wij zelf niet of nauwelijks in staat zijn om de kosten te beheersen.
Desalniettemin hebben wij eerder dit jaar verkend welke (aanvullende) investeringen er de komende jaren nodig zijn om het zwembad en de buitensportaccommodaties (TCK, MHCK en DCV) toekomstbestendig te maken. Ook voor de herhuisvesting van de scouting hebben wij dat gedaan. Daar komt het volgende beeld uit naar voren. TCK Wij hebben onderzocht wat er (eventueel) dit jaar nog extra nodig is om de padelbanen bij TCK goed in de omgeving in te passen. Uitgangspunt is dat ook de kapitaallasten van de extra investeringen voor 100% in de huur kunnen worden doorberekend. Wij streven ernaar om nog dit jaar met de realisatie van dit project te starten. Uw raad ontvangt zo spoedig mogelijk een voorstel voor een aanvullend krediet. Scouting Voor de herhuisvesting van de scouting aan de Sliksloot zal de gemeente ook zelf een financiële bijdrage beschikbaar moeten stellen. Inzet is om dit bedrag zoveel mogelijk te beperken. Ook met de realisatie van dit project willen wij nog dit jaar starten. Uw raad ontvangt zo spoedig mogelijk een kredietvoorstel. Zwembad Bij het zwembad lijken op korte termijn geen gemeentelijke investeringen nodig. Wel moeten we Optisport aansporen om (achterstallig) onderhoud te plegen. En als we de exploitatie van het zwembad tot 2035 willen zeker stellen, zullen we ook zelf moeten investeren. Ook al tijdens de huidige looptijd van het contract met Optisport.
In de meerjarenraming houden we rekening met een investering in het jaar 2024.
4
MHCK en DCV In deze Kadernota maken wij richtinggevende keuzes die de investeringen in de accommodaties van MHCK en DCV inkaderen. Wij stellen uw raad in deze Kadernota nog niet concreet voor om krediet voor realisatie beschikbaar te stellen of ruimte in de meerjarenraming te ‘reserveren’. Wel hebben wij in het Investeringsprogramma voor 2022 de planvorming voor DCV en MHCK opgenomen. Financiële vertaling Dekking van de kapitaallasten van onze investeringen vindt op verschillende manieren plaats. In een aantal categorieën is er – min of meer – sprake van een ‘gesloten exploitatie’. Dat geldt voor investeringen in de openbare ruimte, in grondexploitatie, in afvalinzameling, in begraafplaatsen en in het groot onderhoud van het vastgoed (voor zover opgenomen in het Onderhoud kapitaalgoederen). Investeringen in openbare ruimte De komende jaren (tot na 2030) is de financiële ruimte in de meerjarenbegroting voldoende om de oplopende kapitaallasten van de Meerjarenplanning Openbare ruimte te kunnen dekken. Er is eventueel ook ruimte om investeringen ‘naar voren’ te halen. Daarmee wijzigt wel het tempo waarin we de reserve vullen en inzetten. Het moment dat extra ruimte nodig is om vervangingen in de openbare ruimte te dekken komt dus dichterbij. De meerjarenplanning betreft alleen vervangingsinvesteringen.
Investeringen in grondexploitatie In het MPG-2021 hebben wij alle actieve en facilitaire projecten opgenomen die in voorbereiding zijn (groene fase), waarvoor plannen worden gemaakt (gele fase) en die zich in de (rode) realisatiefase bevinden. Jaarlijks stelt uw raad € 300.000 beschikbaar voor de projecten die zich in de ‘groene fase’ bevinden en overige MPG-kosten.
Voor facilitaire projecten geldt het uitgangspunt dat de grondexploitatie voor de gemeente (tenminste) budgettair neutraal is. Bij actieve projecten streven wij daar ook naar, maar door middel van aanbesteding kan (en moet eigenlijk) ook winst gerealiseerd worden. Op dit moment bevatten de groene projecten in het MPG per saldo geen winstpotentie Inmiddels is besloten om Centrum-Zuid integraal te realiseren. Voor dit project is – vooral als gevolg van de noodzakelijke aankopen – een verliesvoorziening gevormd. De verwachting is dat uw raad later dit jaar ook het project Groeiplaneet/Populier naar de realisatiefase kan laten overgaan. Ook hiervoor zal een verliesvoorziening moeten worden gevormd. Bij projecten waarin maatschappelijk vastgoed wordt gerealiseerd is dat onvermijdelijk. Tegenover deze verliesvoorzieningen staan ook een aantal winstnemingen die in de jaarrekening 2020 zijn verwerkt. In de Nota reserve en voorzieningen is geen maximum voor de Reserve grondexploitatie aangegeven. Sinds 2005 is de hoogste stand € 5,1 miljoen geweest. De verliezen en winsten hielden elkaar meestal goed in evenwicht, met een stand van de reserve tussen 1,5 en 3 miljoen tot gevolg. Per saldo zal de Reserve grondexploitatie aan het eind van dit jaar echter naar verwachting €738.000 groot zijn. Dan is nog geen rekening gehouden met de besluitvorming over de Groeiplaneet.
Wij vinden dat een te laag bedrag gelet op de risico’s en de programmatische keuzes die wij in een aantal projecten mogelijk willen maken. Daarom stellen wij voor om de Reserve weer tot €5 miljoen op te hogen en daar de Reserve Eneco voor te benutten.
5
Investeringen ten behoeve van de afvalinzameling Zoals bekend is een verdere aanscherping van ons afvalbeleid noodzakelijk om de VANG-doelstellingen te kunnen realiseren. Op dit moment is de hoogte daarvan nog niet bekend. Investeringen ten behoeve van de lijkbezorging Uw raad heeft eerder besloten om capaciteit op begraafplaats Waalhoven te creëren door ruiming en ophoging. De eerste fase daarvan is afgerond. Wij starten nu met de voorbereiding van de tweede fase. Onderhoud kapitaalgoederen Deze investeringen vinden in beginsel plaats op basis van het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). In de raadswerkgroep Eneco is echter gebleken dat verduurzaming van het (maatschappelijk) vastgoed een bijdrage kan leveren aan het weggevallen Enecodividend. Deze investering is – aan de hand van een eerder afgerond onderzoek – geraamd op 1 miljoen en wordt gedekt uit de reserve Eneco. Wij zullen deze investeringen nu integreren in het MJOP. Overige investeringen Bij investeringen in (ver)nieuwbouw kan sprake zijn van verschillende incidentele en structurele lasten waar nog geen baten tegenover staan. • •
De (ver)nieuwbouw van het kapitaalgoed zelf leidt tot (nieuwe) structurele kapitaallasten (rente en afschrijving). Wanneer (daarvoor) een bestaand kapitaalgoed wordt gesloopt, kan (bovendien) sprake zijn van een resterende boekwaarde en/of een saldo in de voorziening onderhoud kapitaalgoederen. Sloopkosten en boekwaarde kunnen in principe ten laste van de Reserve maatschappelijk vastgoed worden gebracht.
•
•
De investering in vastgoed kan gepaard gaan met de noodzaak om een grondexploitatie op te zetten voor de civiel-technische kosten. Niet altijd kunnen die kosten (volledig) in de grondexploitatie worden ‘terug verdiend’. Dan moet een verliesvoorziening ten laste van de Reserve grondexploitatie worden gevormd. Na (ver)nieuwbouw van het kapitaalgoed kan sprake zijn van wijziging van de kosten van beheer en (dagelijks en groot) onderhoud.
Wij illustreren dat met de nieuwbouw van Groeiplaneet/Sportzaal Populier. •
•
•
• •
De nieuwbouw zelf wordt in het raadsvoorstel van 24 juni geraamd op € 7,3 miljoen. De daarmee corresponderende kapitaallasten zijn € 255.000 en in de meerjarenbegroting opgenomen. Omdat de nieuwbouw gepaard gaat met een herinrichting van de openbare ruimte, hebben wij een grondexploitatie in het MPG opgenomen. Met de kennis van nu zal een verliesvoorziening moeten worden gevormd voor een bedrag van circa € 380.000. Na realisatie van de Groeiplaneet worden (na enige tijd) de huidige locaties aan De Berk en de Sportsingel gesloopt. Op beide panden rust nog een boekwaarde van circa € 289.000. De huidige sportzaal De Populier heeft geen boekwaarde. De nieuwe school komt in beheer en onderhoud van BLICK. De nieuwe sportzaal bij Synerkri. Een eventuele vrijkomende locatie kan – na herontwikkeling – tot een winstneming leiden.
Daarom bereiden wij dit type investeringen zorgvuldig en in een aantal stappen voor, zodat wij uw raad deelgenoot kunnen maken van de hoogte van de investeringen. Maar belangrijker nog: van de mate waarin er extra financiële ruimte nodig is om de kapitaallasten 6
van deze investeringen te kunnen dekken. Zodoende kunnen we ook tijdig besluiten om planvorming op te schorten of – bij gebrek aan middelen – volledig van een investering af te zien
Alles afwegende willen wij de Reserve Eneco grotendeels inzetten voor investeringen waar onze hele gemeente de maatschappelijke vruchten van kan ‘plukken’.
Beschikbare reserves en voorzieningen In dit verband is het ook nog van belang om te bekijken welke reserves en voorzieningen wij in dit verband kunnen inzetten. In beginsel beschikken wij over twee reserves (maatschappelijk vastgoed en grondexploitatie) en één voorziening (onderhoud kapitaalgoederen) die voor dekking kunnen worden ingezet. Daarnaast zijn er specifieke (kapitaallasten)reserves voor de grote kruising en voor investeringen in de openbare ruimte (maatschappelijk nut). Tenslotte heeft uw raad vorig jaar de Reserve Eneco ingesteld. Voor de benutting daarvan heeft uw raad de volgende criteria geformuleerd. • Eenmalige investeringen zonder vervangingsopgave • Incidentele uitgaven • Tijdelijke lasten (projecten, subsidie) • Vormen bestemmingsreserve voor eenmalige uitgaven • Co-financieringspot voor investeringen In een andere bijlage kunt u lezen dat de bestedingsruimte van de Reserve Eneco ruim € 17,6 miljoen bedraagt. Dit bedrag biedt de mogelijkheid om noodzakelijke investeringen die tot op heden financieel onhaalbaar leken, tóch op gang te helpen. Wij hebben deze middelen daarom ook nadrukkelijk in verband gebracht met beleid, besluiten, wensen en behoeften die al (langer) bekend zijn. We zijn ons bewust van het eenmalige karakter van de middelen én dat we het geld maar één keer kunnen uitgeven. Met andere woorden: we moeten er zorgvuldig mee omgaan.
Tenslotte: Investeringen in ICT Zoals bekend werken wij voor de instandhouding en de vernieuwing van onze ICT-voorzieningen met de gemeente Capelle aan den IJssel samen in de GR IJsselgemeenten. Er is jaarlijks een structureel bedrag beschikbaar voor beheer en onderhoud en een bedrag van € 1 miljoen voor investeringen. De achterliggende jaren is fors geïnvesteerd in de harmonisatie van de ICT-infrastructuur, de kernapplicaties en in informatiebeveiliging. Dat betekent dat er inmiddels binnen de begroting van de GR nauwelijks nog financiële ruimte is voor investeringen in geheel nieuwe applicaties en/of aanvullende functionaliteiten. Als daar toch investeringen voor nodig zijn, dan zullen wij extra middelen aan de GR beschikbaar moeten stellen. Voor 2022 voorzien wij dat voor de vervanging van de software waarmee het team Belastingen werkt en de vervanging en uitbreiding van de software waar het team Omgevingsloket mee werkt. Beide investeringen kunnen niet worden uitgesteld. Het team Omgevingsloket kan de extra lasten zelf dekken binnen het budget dat voor de invoering van de Omgevingswet beschikbaar is. Voor het team Belastingen is extra budget noodzakelijk. 7
Overigens leidt de invoering van de Basisregistratie Ondergrond ook tot structurele extra lasten binnen het proces beheer openbare ruimte.
8
Investeringsprogramma Programma Woon- en Leefomgeving Beleidsthema
Investering
Fase
Veiligheid
Camera's Stormpolder
Verkenning
Duurzaamheid
Aanpak wegverkeerslawaai (B-lijst)
Verkenning
Mobiliteit en bereikbaarheid
Grote kruising
Realisatie
Mobiliteit en bereikbaarheid: Project Centrum-Zuid
Mobiliteit en bereikbaarheid
Integrale projecten in de openbare ruimte
Investering Bedrag Jaar
46
15.123
Dekking
2021
Programma 2
2021
Subsidie/reserve hoofdinfra
2022
Reserve kapitaallasten grote kruising
Exploitatielasten Bedrag Afschr 1e jaar
5
10
2022
Er is toch weer discussie ontstaan om de camera's te vervangen, omdat de wens er wel is vanuit de Ondernemerskring Stormpolder. Daarnaast kan het bedrag ook (gedeeltelijk) gebruikt worden voor het verplaatsen van de recorder bij Stormsweg 9 t.b.v. de camara's van de waterbus en het vrachtwagenparkeerterrein.
Als gevolg van de werkzaamheden aan de grote kruising wordt de reconstructie van de Boerhaavelaan naar voren gehaald; gedeeltelijke dekking vanuit de Grex en vanuit de BOR - jaar 2026 Wordt meegenomen in project V.v. Goghlaan, maar thans nog geen bedragen bekend. Bij actualisatie BOR zal dit bekend zijn.
Meerjarenplanning Beheer openbare ruimte
Reconstructie Boerhaavelaan
Verkenning
Verbeteren fietsinfrastructuur
Verkenning
Rotonde Aalberslaan/Koekoekstraat
Planvorming
200
2022
Programma 2
10
25
2023
Onderdeel nieuw beleid kadernota 2022
Ponton Waterbus
Planvorming
400
2023
Programma 2
31
15
2024
Onderdeel nieuw beleid kadernota 2022
Haltetoegankelijkheid OV
Planvorming
40
2022
Programma 2
2
25
2023
Onderdeel nieuw beleid kadernota 2022
Alternatieve fietsroute Ouverturelaan
Verkenning
350
2024
Programma 2
18
25
2025
Onderdeel nieuw beleid kadernota 2022
67
25
2022
Als gevolg van jaarlijkse investeringen op het gebied van de klimaatadaptieve rioleringsmaatregelen nemen de exploitatielasten jaarlijks toe. Hiermee is in de MJB rekening gehouden.
19
10
2023
Onderdeel nieuw beleid kadernota 2022
Herstraten en rioleringswerkzaam-heden Planvorming (regulier en klimaatadaptief) volgens / uitvoering BOR 2019 Baggeren watergangen
Planvorming
p.m.
Toelichting
Meerjarenplanning Beheer openbare ruimte
Programma 2/reserveHI/MN 34.308 2022-2024 en programma 7/afschrijving en voorziening riolering 170
2022
Programma 2
9
Programma Samenleven Beleidsthema
Investering Bedrag Jaar
Dekking
Exploitatielasten Bedrag Afschr 1e jaar
Investering
Fase
Vernieuwing DCV
Verkenning
p.m.
Programma 3
Er vinden momenteel gesprekken plaats om het sportpark aan het Waalplantsoen toekomstbestendig te maken, maar het is op dit moment nog erg onduidelijk welke investeringsbedragen daarmee gemoeid zijn.
Vernieuwing MHCK
Verkenning
p.m.
Programma 3
Er wordt ingezet op een toekomstbestendige accommodatie aan de Driekamp, waarbij de velden v.r.v. de gemeente komen en het clubgebouw v.r.v. de vereniging
Samenleven
Binnensportaccommodaties (in IHP) OBS Groeiplaneet en sportzaal de Populier Driestar/Wartburg Onderwijshuisvesting
Verkenning/ planvorming Realisatie/ planvorming Verkenning
Uitbreiding de Wegwijzer (school + KOV) Realisatie IHP 2019 (diverse schoolbesturen, excl. Groeiplaneet incl. binnensport)
Verkenning/ planvorming
7.292
Programma 3
2021
Programma 3
255
40
Programma 3
713
40
Programma 3
36
40
20.363 854
zie onderwijshuisvesting IHP 2019
2021
2021
2023
Toelichting
Opgenomen in het IHP Onderwijs Raadsvoorstel 24 juni 2021 Exclusief grond, bouw- en woonrijpmaken
2023
29.160 2023-2025 Programma 3
Raadsvoorstel 24 juni 2021 De jaarlijkse exploitatielasten nemen nog toe, omdat de investeringen doorlopen t/m 2025. Met deze toename is in de MJB rekening gehouden binnen neiuw beleid.
Programma Dienstverlening Beleidsthema
Investering Bedrag Jaar
Investering
Fase
Dekking
MJOP vastgoed, incl sport(velden)
Verkenning/P lanvorming
1.644 2022-2025 voorziening OK
Aanlegsteiger scouting
Uitvoering
p.m.
2021
programma 3
Zwembad (verlengen levensduur)
Verkenning
600
2024
programma 7
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed
Planvorming
1.000
2022
Reserve Eneco
Exploitatielasten Bedrag Afschr 1e jaar gedekt uit voorziening
Toelichting gebaseerd op het MJOP 2018 - voor de jaren 2021 -2024 Voorstel volgt in 2021
Vastgoed 46
15
2025
Onderdeel nieuwd beleid kadernota 2022 Onderdeel nieuwd beleid kadernota 2022
Bedrijfsvoering (overhead) Beleidsthema
Investering
Fase
Bedrijfsvoering (overhead)
Vervanging Gisvg (belastingsoftware)
Planvorming
Investering Bedrag Jaar
Dekking
75
Overhead
2022
Exploitatielasten Bedrag Afschr 1e jaar 16
5
2023
Toelichting Onderdeel Nieuw beleid kadernota 2022
10
Bijlage 4 - Nieuw beleid en intensiveringen kadernota 2022 Nieuw beleid en intensiveringen kadernota 2022 Nr Prg 1
Programma
1 Bestuur
Onderwerp Nieuwe regelgeving verkiezingen
2022
2023
2024
2025
Investering
25
25
25
25
n.v.t.
Maatregelen Openbaar Vervoer haltetoegankelijkheid Groot onderhoud ponton Waterbus
2
2 Woon- en leefomgeving
3
2 Woon- en leefomgeving
4
2 Woon- en leefomgeving
5
2 Woon- en leefomgeving
6
2 Woon- en leefomgeving
Uitvoering Duurzaamheidsagenda
7
2 Woon- en leefomgeving
Autostructuur aanleg rotonde Burgemeester Aalberslaan/Koekoekstraat
8
2 Woon- en leefomgeving
Alternatieve fietsroute Ouverturelaan
9
2 Woon- en leefomgeving
Maatregelen autostructuur Ijsseldijk
20
10
2 Woon- en leefomgeving
Toekomstvisie Oud Krimpen 2050
25
11
3 Samenleven
Buitensportaccommodaties
12
3 Samenleven
Zwembad
13
3 Samenleven
Woonzorgvisie
30
14
3 Samenleven
Uitvoering geven aan detailhandelsvisie
10
10
15
3 Samenleven
Versterken Maritiem cluster Stormpolder
15
15
16
3 Samenleven
Organiseren en implementeren Sportnota 2022-2026
25
17
4 Preventie
Invoering Pedagogisch Beleidsmedewerker Voorschoolse Educatie
60
61
62
18
4 Preventie
Vroegsignalering
65
66
19
6 Indiviiduele hulp
Inburgeringsvoorziening
20
6 Individuele hulp
Vervanging software belastingen en WOZ
21
6 Individuele hulp
Participatiebudget
22
7 Dienstverlening
Ruimen en ophogen Waalhoven fase 2
23
9 Bedrijfsvoering
24
9 Bedrijfsvoering
25 3+7 Bedrijfsvoering
Optimalisering dienstverlening KCC Implementatie Basisregistratie Ondergrond (BRO) Verduurzaming maatschappelijk vastgoed
26
Voorbereidingskosten investeringen
50
50
50
50
Totaal nieuw beleid en intensivering
914
762
758
435
Dekking
629
461
449
80
Totaal nieuw beleid en intensivering t.l.v. exploitatie
285
301
309
355
Overig
Baggeren watergangen Subsidie verduurzaming gebouwde omgeving
2
Dekking
2
2
40
31
31
400
19
19
19
170
100
100
100
n.v.t. Eneco
359
273
270
n.v.t. Rijk
10
10
10
200
18
350 Vrije reserve Vrije n.v.t. reserve
P.M.
P.M.
46
600 Vrije reserve Vrije n.v.t. reserve n.v.t. n.v.t.
15
15
n.v.t.
Vrije reserve
63
n.v.t.
OAB gelden
67
68
n.v.t.
16
16
16
75
74
55
36
n.v.t.
17
17
17
490
40
14
10
10
n.v.t.
10
10
10
10
n.v.t. Rijk 80
80% heffing
n.v.t. 1.000 Eneco n.v.t.
Bijlage 5 – Risico’s GEKWANTIFICEERDE DIRECTE RISICO'S bedragen x 1.000 1. Grondexploitaties Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn 15 risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gewogen. Het aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen gerichte beheersmaatregelen worden ingezet.
S/I
Max kosten bij gevolg
Kans op gevolg
Benodigde capaciteit
1.630
Beheersmaatregelen
Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per grondexploitatie geïnventariseerd.
I
1.630
1. Verschil tussen voorlopige jaarrekening 2020 en definitieve jaarrekening 2020. 2. Verwachte ontwikkelingen tussen ontwerpbegroting 2022 en definitieve begroting 2022.
I
300
75%
I
350
75%
3. Gevolgen herziening vlaktakssystematiek voor de te bepalen inleg gemeenten.
I
1.100
75%
I
3.000
10%
300
25%
Op basis van de bedragen die in het voorjaar van 2021 bekend werden lijkt Krimpen voor het klassiek domein voordeelgemeente te zijn en voor het sociaal domein nadeelgemeente. Per saldo is in de 188 cijfers sprake van een voordeel. Er is echter nog veel onzeker m.b.t. de invoering van de herverdeling, zowel qua termijn als qua uitkomst. Daarom is een relatief beperkt risico opgenomen.
2. GR Jeugdhulp Rijnmond 225 Afhankelijk van accountantscontrole GRJR. Afhankelijk van de besluitvorming AB GRJR met betrekking tot 263 scenario's. De gevolgen van het woonplaatsbeginsel, alsmede het meer lokaal uitvoeren van taken heeft gevolgen voor de bepaling van het inlegpercentage van de gemeente, dan wel de vlaktakssystematiek. Gesprekken over het opnieuw bepalen van de inleg per 2022 en het 825 mogelijk laten vervallen van de vlaktaks (voorstel controller GRJR) zijn gestart. Zowel ambtelijk als bestuurlijk is aandacht gevraagd voor de wijziging. De GRJR geeft vooralsnog aan niet de bijdrage per 2022 te willen herzien, maar wil dat bij de behandeling van de Kadernota 2023 oppakken. Dat is voor onze gemeente te laat, vandaar dit risico.
3. Grote projecten buitenruimte Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met de marktwerking bij aanbestedingen, mogelijke gevolgen COVID-19 en klimaatadaptieve maatregelen. 4. Herijking algemene uitkering
De uitkomsten van de herijking zijn door het ministerie voorgelegd aan de ROB. De invoering ervan is nog onzeker.
S
750
I
14.830
Monitoring en waar nodig anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering.
5. Verbonden partijen Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).
167 Grootste risico invoering WNRA (begroting 2021 VRR).
6. Algemene uitkering accres
Algemene uitkering accres ontwikkeling.
S
310
50%
Bij het verschijnen van de septembercirculaire is gebleken, dat het accres vanaf 2022 waarschijnlijk aanzienlijk lager zal zijn. Vanwege de 155 onzekerheid rondom corona blijft de vraag wat de ontwikkeling echt zal zijn; vandaar dat het risico is blijven staan, maar wel de helft lager.
50%
Incidentele kosten woonplaatsbeginsel moeten worden ingeschat op basis van aantal dossiers dat naar verwachting "overgaat". 150 Uitgangspunt voor beschermd wonen, WvGGZ en inburgering is budgetneutraal verwerken (Rijksbijdrage = verwachte uitgaven). Risico bestaat dat budget onvoldoende is.
7. Sociaal domein Sociaal domein implementatie nieuwe taken: - Woonplaatsbeginsel (vanaf 2022) - Beschermd wonen (vanaf 2022) - Verplichte GGZ en wet zorg en dwang - Nieuwe wet inburgering 8. Omgevingswet De Omgevingswet vormt de (nieuwe) basis voor een samenhangende benadering van de ‘fysieke’ woon- en leefomgeving. Om de samenhangende benadering verder vorm te geven bevat de wet (nieuwe) instrumenten zoals de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Programma. Gemeenten dragen hun eigen invoeringskosten, waaronder investeringen in digitale middelen, veranderkosten, coördinatie en invoeringskosten. Hiervoor zijn in de begroting nog geen extra (incidentele) middelen opgenomen.
I
300
I
600
25%
Wij hebben er in eerste instantie voor gekozen om te voldoen aan het overzicht ‘Minimale acties Omgevingswet’ zoals dat door de VNG is 150 opgesteld. Binnen het bestaande budget van het team Omgevingsloket is ruimte gecreëerd om de minimale acties te kunnen uitvoeren.
I
300
50%
150
I
500
25%
Vanaf 2023 is in de AU structureel rekening gehouden met het extra 125 geld voor jeugdzorg. Aangezien het (nieuwe) kabinet hiertoe nog zal moeten besluiten, is sprake van een risico.
I/S
4.164
div.
813
9. Wachtgeld wethouders Verkiezingen in 2022, hierdoor ontstaat het risico op APPA uitkeringen en reintegratiekosten. 10. Algemene uitkering jeugdzorg Algemene uitkering stelpost jeugdzorg 11. Overige risico's Risico's die niet binnen de top 10 vallen. TOTAAL
5.140
Mogelijkheid bestaat dat we 4 keer APPA uitkeringen en reintegratiekosten krijgen.
Bijlage 6 - Eneco De verkoop van de Eneco aandelen in maart 2020 leidde tot een incidentele opbrengst van € 27,6 miljoen en een structureel nadeel van € 330.000. In de kadernota 2021 is besloten van de opbrengst € 7 miljoen te gebruiken voor het versterken van het weerstandsvermogen. Het structurele nadeel werd tegelijkertijd door de herrekening van rentelasten teruggebracht tot € 290.000. Onder druk van de toezichthouder is in de raadsvergadering van 10 december 2021 de resterende taakstelling gedekt door het vormen van een reserve overrente, waarin € 2,5 miljoen uit de reserve Eneco is gestort. Jaarlijks wordt een bedrag onttrokken ten gunste van de exploitatie, gebaseerd op een herstructureringsvoorstel voor de leningenportefeuille van de BNG. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar het betreffende raadsvoorstel. Huidige stand reserve en taakstelling Na de beschreven besluiten resteert in de reserve Eneco een bedrag van € 18,2 miljoen. Inzet verkoopopbrengst aandelen Eneco Opbrengst verkoop aandelen - weerstandsvermogen versterken - vorming reserve Overrente
27.635 7.000 2.460
Saldo reserve Eneco
18.175
De taakstelling is binnen de begrotingsrichtlijnen ingevuld, maar de raad heeft bij de wethouder aangedrongen op het zoeken naar een alternatieve invulling. Dat zou namelijk leiden tot (gedeeltelijke) vrijval van de reserve overrente die dan opnieuw bij de besteding van de Eneco gelden betrokken kan worden.
Raadswerkgroep De raadswerkgroep Eneco heeft bestedingsideeën voor het resterende bedrag geïnventariseerd en tegelijkertijd geprobeerd alternatieve structurele dekking te vinden. De inspanningen van de raadswerkgroep hebben opgeleverd dat er helder zicht is gekomen op de mogelijkheden om de taakstelling in te vullen via renderende investeringen. Daarvoor is ook expertise van externen ingeschakeld. Gebleken is dat op dit moment slechts enkele voorstellen een reële kans op rendement geven. Invulling van de taakstelling is niet mogelijk zonder (in ieder geval een deel van) de reserve overrente. De raadswerkgroep heeft het college gevraagd met voorstellen voor de inzet van de reserve Eneco te komen en een invulling van de taakstelling. Daarbij dienen de verzamelde ideeën van de raadswerkgroep als input. Voorstel college - taakstelling Het is niet eenvoudig om met de eenmalige middelen uit de aandelenverkoop structurele dekking, met voldoende zekerheden, voor het dividendverlies te genereren. De conclusie is dat (gedeeltelijke) inzet van de reserve overrente voorlopig noodzakelijk blijft. De voostellen die leiden tot structurele voordelen zijn beperkt tot het verwerven van cumulatief preferente aandelen Stedin, met een rendement van 3% en het investeren in verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed, met lagere energielasten tot gevolg.
Voor die laatste investering, die onderdeel uitmaakt van het nieuw beleid in deze kadernota, is een investeringsbedrag van € 1 miljoen nodig die ten laste van de reserve Eneco kan worden gebracht. De structurele voordelen zijn (taakstellend) opgenomen met een ingroei vanaf 2022.
Voor het dividend op de aandelen Stedin is bij het afronden van deze kadernota nog niet duidelijk welk aandelenpakket Krimpen toegedeeld krijgt. Vooralsnog gaan we uit van een deelname pro rata, die kan oplopen tot maximaal twee maal zo hoog.