CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage - Begroting 2024 PDF-versie

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Begroting 202431.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Met ingang van de begroting 2018 bedraagt deze raming € 0 per inwoner, conform het vastgestelde beleid met betrekking tot incidentele en structurele begrotingsruimte.

Het geprognosticeerde saldo van het begrotingsjaar 2023 wordt betrokken bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Berekening weerstandscapaciteit Op basis van de driedeling die hiervoor is toegelicht is het volgende overzicht van de weerstandscapaciteit opgesteld: Weerstandscapaciteit

Begroting 2024

Reserves Algemene Reserve – Algemene Dienst

6.343

Algemene Reserve – Bouwgrondexploitatie

6.137

Algemene Reserve - Begrotingstekorten

4.000

Vrije Reserve

260

Bestemmingsreserve met relatie risico's Saldo vorige begroting

1.501

Begrotingsruimte 2024

41

Totale weerstandscapaciteit

18.281

Weerstandsvermogen Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt het totaal aan beschikbare vrije middelen afgezet tegen het totaal aan gekwantificeerde risico’s. Daarmee valt het weerstandsvermogen volgens de tabel in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen in de categorie ‘uitstekend’ (>2,0). In Krimpen aan den IJssel hanteren we een ratio van minimaal 1 als acceptabel. Een ratio <1 geeft namelijk aan dat er onvoldoende weerstandsvermogen is om alle risico’s met mogelijke financiële gevolgen te kunnen afdekken. In de Kadernota 2024 bedroeg de ratio 4,53. Er is sprake van een goede weerstandspositie, die vooralsnog wordt aangehouden met het oog op de vele onzekerheden over rijksmiddelen, inflatieontwikkeling en kostenontwikkeling in het sociaal domein. Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit

18.281

Benodigde weerstandscapaciteit

4.624

3,95

Financiële kengetallen In planning- en controldocumenten wordt altijd aandacht besteed aan de financiële positie. De verplichte paragrafen spelen daarbij een belangrijke rol. Bij de beoordeling van de financiële positie wordt met de set verplichte kengetallen het inzicht in de financiële positie en de toekomstbestendigheid verbeterd. De kengetallen zijn niet genormeerd, maar vooral bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. Hieronder volgt een korte toelichting op de (berekening van de) kengetallen, een tabel met meerjarige uitkomsten en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. Netto schuldquote Deze quote drukt de schulden van de gemeente uit als aandeel van de totale baten in een jaar. De quote geeft zo een indicatie van de druk vanwege rente en aflossing op de

begroting. Omdat de gemeente ook geld doorleent, wordt dit kengetal ook berekend zonder correctie verstrekte leningen. De ontwikkeling van de schuldquote wordt ook beoordeeld met behulp van de daarvoor ontwikkelde scan van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Solvabiliteitsratio Deze ratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen. De uitkomst geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hogere ratio duidt op een grotere weerbaarheid. Grondexploitatie De ratio voor grondexploitatie wordt berekend door de balanswaarde van de grondposities te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Een hoge uitkomst geeft de indicatie dat de gemeente veel risico loopt wanneer de ontwikkeling van de grondposities achterblijft. Structurele exploitatieruimte De begroting dient structureel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten kunnen worden gedragen door de structurele baten. De indicator structurele begrotingsruimte drukt het structurele saldo uit als aandeel van de totale baten. De uitkomst dient uiteraard positief te zijn en geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente nog structurele financiële ruimte heeft.

Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit bestaat uit een berekening van de totale gemeentelijke woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De lokale uitkomst geeft aan in hoeverre (positief of negatief) van het gemiddelde wordt afgeweken. Dit geeft dus ook een indicatie van de wendbaarheid van de begroting door inzet van belastingverhoging als dekkingsmiddel. Signaleringswaarden Een hulpmiddel bij de duiding van de kengetallen is het hanteren van zogenaamde ‘signaleringswaarden’. Hierbij worden drie categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest. De netto schuldquote, de grondexploitatie en de structurele exploitatieruimte zitten in categorie A (groen). De solvabiliteitsratio bevindt zich in categorie B (geel) en de belastingcapaciteit in categorie C (rood). Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130 %

> 130 %

Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130 %

> 130 %

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50 %

< 20 %

Grondexploitatie

< 20 %

20 - 35 %

> 35 %

Structurele exploitatieruimte

> 0,2%

0 - 0,2%

< 0,2%

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105 %

> 105 %

Kengetallen

Rekening

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

Meerjarenraming 2026

2027

Netto schuldquote

37,58%

45,80%

49,63%

57,88%

69,20%

73,85%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

25,29%

34,79%

39,61%

47,68%

59,62%

65,38%

Solvabiliteitsratio

46,47%

42,89%

42,43%

39,53%

36,53%

32,44%

Grondexploitatie

7,80%

8,09%

3,54%

2,84%

4,26%

4,06%

Structurele exploitatieruimte

5,48%

1,42%

0,95%

1,57%

-3,82%

-3,81%

117,25%

117,89%

118,11%

118,10%

117,96%

118,05%

Belastingcapaciteit

2025

Duiding uitkomst kengetallen In de berekeningen van de kengetallen wordt er gebruik gemaakt van balansstanden. Voor de begrotingsjaren wordt er uitgegaan van balansstanden per 1 januari van het betreffende jaar. Voor de begroting t-1 (2023) wordt er uitgegaan van de gegevens uit de primaire begroting. Netto schuldquote Door de omvangrijke investeringen die de komende jaren gepland zijn, is er vanaf 2024 sprake van een oplopende schuldquote. De omvang van de schulden blijft, in relatie tot de totale begroting, echter goed beheersbaar. Het verschil met de gecorrigeerde schuldquote wordt langzaam kleiner door de aflossingen op hypotheken van ambtenaren. Overigens gaat de berekening van de schuldquote er vanuit dat de investeringen volledig volgens planning gerealiseerd worden. In de praktijk is meestal sprake van onderuitputting. Solvabiliteitsratio De quote voor de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen daalt na 2024, omdat de omvang van de vaste schuld toeneemt. Het eigen vermogen vertoont de komende jaren slechts een lichte daling door de inzet van reserves, maar door het aantrekken van leningen stijgt het vreemd vermogen. De ratio blijft echter ruim voldoende. Grondexploitatie De komende jaren wordt in Krimpen aan diverse ruimtelijke ontwikkelingen gewerkt en dat heeft gevolgen voor de grondexploitatiequote.

Toch is sprake van een bescheiden percentage en een overzichtelijke projectenportefeuille. Uit de quote kan worden afgeleid dat de gemeente weinig risico loopt op de grondposities. De prognoses en risico’s van de grondexploitaties zijn in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) geanalyseerd en toegelicht. Overigens kan deze quote door het in uitvoering nemen van nieuwe ruimtelijke projecten, die nu nog in de initiatieffase verkeren, worden beïnvloed. Structurele exploitatieruimte In 2024 en 2025 is nog sprake van positieve structurele exploitatieruimte. Vanwege de terugvallende rijksmiddelen vanaf 2026 is niet alleen het saldo van die jaren negatief, maar ook de structurele exploitatieruimte. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling, waaruit blijkt hoe afhankelijk de gemeente van het Rijk is. Belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit is hoog, wat wil zeggen dat de tarieven boven het landelijk gemiddelde liggen. De quote daalt licht in 2023 omdat de landelijke ontwikkeling gemiddeld hoger is dan de stijging in Krimpen aan den IJssel. De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn kostendekkend, waardoor er geen ruimte meer is om de tarieven te verhogen. Het tarief voor de OZB stijgt trendmatig met 3%. Conclusie De samenhang en ontwikkeling van de kengetallen zeggen meer dan de absolute uitkomsten.

Het algemene beeld is niet veel anders dan in de vorige begroting. De verbetering van de kengetallen zet door in 2024, maar vanaf 2025 wordt een lichte achteruitgang verwacht. Krimpen aan den IJssel staat er nu nog financieel gezond voor. Dat blijkt uit het

weerstandsvermogen en ook uit de structurele exploitatieruimte. Het omvangrijke investeringsprogramma is op basis van de kengetallen verantwoord en leidt niet tot problematische verslechtering van de netto schuldquote of de solvabiliteit. De belastingcapaciteit blijft de negatieve uitzondering. Vanaf 2026 treedt echter een forse verslechtering op van de structurele exploitatieruimte, vanwege de terugval in inkomsten uit Rijksmiddelen. De geringe mogelijkheden om (via belastingverhoging) extra inkomsten te genereren en de groeiende omvang van kapitaallasten vanwege het investeringsprogramma beperken de flexibiliteit van de begroting. Wanneer het verwachte beeld niet in positieve zin wijzigt lijken ingrijpende bezuinigingen nodig.

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Krimpen aan den IJssel beheert de openbare ruimte en gebouwen waar inwoners wonen, werken en recreëren. Hierdoor beschikt de gemeente over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen, water en groen. Al deze kapitaalgoederen dienen goed onderhouden te worden. Hierbij spelen - naast de wettelijke eisen en verplichtingen - de volgende aspecten een rol: gebruik, levensduur en het leveren van bijdragen aan de programmadoelstellingen voor milieu, onderwijs, openbare ruimte en verkeer. Dit vergt beleidsvisies op het beheer van de kapitaalgoederen, planmatig en integraal beheer en onderhoud, een actuele meerjaren-onderhoudsplanning en een adequate vertaling van de financiële consequenties hiervan in toereikende budgetten en voorzieningen. Deze paragraaf geeft aan op welke wijze de gemeente in 2024 de kwaliteit van de kapitaalgoederen op korte en lange(re) termijn (financieel) kan waarborgen. Dit vindt plaats op basis van onder meer de volgende vastgestelde beleidskaders en beheersplannen. Onderdeel

Riolering

Wegen

Groen

Beleids- of beheersplan

Jaar vaststelling

Looptijd t/m

Financieel vertaald in begroting

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

2023

2027

ja

Basis Rioleringsplan + (BRP+), incl. stresstest wateroverlast

2019

2029

ja

Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte

2023

2031

ja

Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte

2022

2031

ja

Groenstructuurplan

2010

2020

ja

Groenbeleid- en beheerplan

2020

2030

ja

Water

Grondwaterzorgplan

2017

2022

ja

Bruggen

Beleidsplan civiele kunstwerken

2019

2024

ja

Integraal beheerplan Krimpen aan den IJssel

2016

Speelruimtebeleidsplan

2017

Kadernota gemeentelijk vastgoed

2010

Meerjaren onderhoudsplan (MJOP)

2023

Overige openbare ruimte

Gebouwen en accommodaties

ja 2022

ja ja

2047

ja

Het algemene beleid over het onderhoudsniveau binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel is sober doch doelmatig. Veiligheidsaspecten spelen hierbij een belangrijke rol. De benodigde middelen hiervoor zijn op basis daarvan in de begroting opgenomen. Dit geldt zowel voor kleinschalig (dagelijks) onderhoud als grootschalig (vervangings-) onderhoud. Naast veiligheid is ook duurzaamheid een belangrijk thema bij het onderhoud van de kapitaalgoederen. De komende jaren gaan we aan de hand van de Duurzaamheidsagenda op de ingeslagen weg verder. Hiervoor is ten laste van de reserve Eneco voor de komende jaren een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar gesteld. De verwachting is, dat dit door lagere exploitatielasten de gemeentebegroting gunstig beïnvloed. Het werkelijke effect hiervan is op dit moment nog onduidelijk, maar met name op energiegebied zou dit zijn vruchten af moeten werpen. De kapitaalgoederen in de openbare ruimte De kapitaalgoederen in de openbare ruimte bestaan uit wegen, rioleringen, watergangen, civiele kunstwerken (bruggen en duikers), groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, hekwerken en openbare verlichting. Met ingang van 2017 is het (met uitzondering van de riolering) niet meer mogelijk deze investeringen van maatschappelijk nut te dekken uit een voorziening. Vanaf dat moment dienen deze geactiveerd te worden en vindt daarop afschrijving plaats.

Dit heeft (zeker in de eerste jaren) aanzienlijke financiële gevolgen voor de exploitatie. Om ervoor te zorgen dat ook voor de middellange/lange termijn deze investeringen betaalbaar blijven, is bij de begroting 2017 besloten om het niveau van lasten in de exploitatie minimaal gelijk te houden. Weliswaar niet meer in de vorm van storting(en) in de voorziening(en), maar storting in de reserve Hoofdinfrastructuur (tot en met 2022) en in een nieuwe reserve Afschrijvingen Maatschappelijk Nut (vanaf 2023). Beheerplan openbare ruimte 2022-2026

De buitenruimte wordt ingedeeld in de disciplines verharding, riolering, groen, openbare verlichting, beschoeiingen, duikers, speelplaatsen en civiele kunstwerken. Voor de buitenruimte als geheel is de ambitie in 2014 vastgelegd en omschreven in het ‘Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte’. Kwaliteitsniveau B wordt bij alle disciplines en in alle structuurgebieden toegepast, alleen op de begraafplaatsen hanteert de gemeente kwaliteitsniveau A. In 2022 is het beheerplan geactualiseerd en vormt opnieuw de basis voor het jaarlijks opstellen van de meerjarenplanning openbare ruimte. Riolering Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) 2023-2027. Riolering wordt door de meeste mensen als vanzelfsprekend ervaren. Toch is de aanleg van riolering in de 20e eeuw een van de belangrijkste ontwikkelingen geweest bij de verbetering van de volksgezondheid. Het aantal sterftes door ziektes als cholera en tyfus is door de aanleg van riolering drastisch verminderd. Het is daarom dat de riolering een aparte positie inneemt binnen het gemeentelijk takenveld en de gemeente een aparte heffing voor de riolering kan innen. Tot dit jaar hadden gemeenten een wettelijke plicht om over een geldig Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) te beschikken. Met de invoering van de Omgevingswet vervalt deze verplichting.

Echter, omdat de uitwerking van de Omgevingswet nog op zich laat wachten, hebben wij ervoor gekozen om toch voor de periode 2023-2027 een GRP op te stellen waarin de zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater vorm krijgt. Klimaatadaptieve maatregelen Het klimaat verandert en langzaam maar zeker gaan wij de consequenties daarvan ervaren. De laatste jaren komen regelmatig perioden van langdurige droogte voor en regenbuien worden steeds intensiever. Vanwege het veranderende klimaat gaan wij reeds vanaf 2020 anders om met de inrichting van de openbare ruimte: we treffen klimaatadaptieve maatregelen. Traditionele oplossingen, zoals het vergroten van rioolbuizen en extra gemalen zijn kostbaar en hebben niet altijd het gewenste effect. In de zomer kunnen we het water dat we in de winter wegpompen juist goed gebruiken om in de zomer te koelen en verdroging tegen te gaan. Met de aanleg van een drainage transportleiding (DT-riool) reguleren we de grondwaterstanden. Aan het verminderen van de verharding in het straatbeeld dragen we als gemeente “een steentje bij” door parkeerplaatsen aan te leggen met kunststofgrastegels. Grondwaterzorgplan Het grondwaterzorgplan gaat over het kwantitatief beheer van het ondiepe, freatisch grondwater in de gemeente. Dit is het grondwater dat zich in de bovenste meters van de bodem bevindt.

Hoe de gemeente invulling geeft aan deze grondwaterzorgplicht is omschreven in de Waterwet en komt terug in de Omgevingswet. Het huidige grondwaterzorgplan dateert uit 2017 (https://krimpenaandenijssel.nl/?s=grondwaterzorg) welke wordt geactualiseerd. Areaalgegevens riolering

2023

Huisaansluitingen

13.208 ca. 17.500 stuks

Kolken Vrijverval riolering (60% gemengd stelsel, 24% hemelwater, 16% drainage)

211 km

Putten

6.486

Drukriolering/persleiding

13,35 km

Bergbezinkvoorzieningen (500m3)

1 stuks

Bergbezinkleidingen (150+200m3)

2 stuks

Gemalen

86 stuks

Pompunits

86 stuks

Monitoringskasten

14 meetpunten

Grondwaterpeilbuizen

65 meetpunten

Wegen De CROW-richtlijnen en het integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte zijn de kaders waarbinnen het wegbeheer wordt uitgevoerd. Dit beleidsplan geeft de kaders en normen aan die als input voor het beheer van wegen dienen. De onderhoudsfrequenties bepalen we door de huidige kwaliteit van de verhardingen, onderliggende funderingskwaliteit, plaatselijke omstandigheden en het gewenste onderhoudsniveau. Met de (jaarlijkse) rapportage Monitoring Kwaliteit Openbare Ruimte controleren we dit. Ook geven we verdere invulling aan het Fietsstructuurplan en is de verkeers- en vervoersvisie mede bepalend bij de planvorming. De investeringen in de wegen activeren we vanaf 2017, waardoor vanaf dat moment de afschrijvingslasten ten laste van programma 2 en thans van programma Ruimtelijk domein zijn gekomen. Deze wijziging van het BBV heeft uiteraard geen gevolgen op het investeringsniveau voor de wegen. Op basis van de meerjarenplanning van augustus 2022 houden we rekening met investeringen en daaraan gerelateerde afschrijvingslasten. Areaalgegevens wegen Asfaltverharding Elementverharding (klinkerbestrating, trottoirs)

2023 319.514 m2 1.161.255 m2

Overige verharding, halfverharding en grasbetontegels

34.354 m2

Openbare verlichting Het onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting staan in het hiervoor genoemde kwaliteitsplan. Hierbij schenken we specifiek aandacht aan de wijze waarop het beheer plaats moet vinden. Naast de jaarlijkse budgetten voor onderhoud en vervanging ten laste van programma Ruimtelijk domein, voeren we verlichtingsplannen tegelijkertijd met herstratingswerkzaamheden uit. Hier wordt sinds 2017 eveneens op afgeschreven. Daarnaast vindt vervanging plaats vanwege onder andere ouderdom, energiebesparing en als voor dat gebied voorlopig nog geen herstrating op de planning staat. Hiervoor nemen we sinds 2017 jaarlijks budget op in de exploitatiebegroting. Areaalgegevens openbare verlichting

2023

Lichtmasten

7.855 stuks

Armaturen

8.036 stuks

Verkeersregelinstallaties De verkeersregelinstallaties (VRI’s) zijn inmiddels allemaal aangesloten op de hoofdpost van de verkeersregelkamer van de gemeente Rotterdam. Hierdoor spelen we op afstand in op verkeersaanbod en calamiteiten, met als doel een verbetering van de doorstroming. Vanwege de werkzaamheden aan de grote kruising en de aanliggende wegen is de VRI op de GK gedeeltelijk uitgeschakeld geweest, maar inmiddels is ook de VRI op de GK weer aangesloten. Areaalgegevens verkeersregelinstallaties Kruising met verkeersregelinstallaties

2023 4 stuks

Groen In de integrale beheerplannen voor de openbare ruimte is ook het groen opgenomen. Tot op heden maken we geen specifieke middelen vrij om in het onderhoud van het openbaar groen te voorzien. Jaarlijks vindt onderhoud van het groen op contractbasis plaats ten laste van programma Ruimtelijk domein en onderdelen van andere programma’s zoals in het geval van de begraafplaatsen. Omvorming van plantsoenen komt ook ten laste van hetzelfde programma. Tenslotte vinden ook investeringen in het openbaar groen plaats bij herstratingsprojecten. Areaalgegevens groen

2023

Bomen

10.971 stuks

Heesterbeplanting

372.900 m2

Vaste planten

16.273 m2

Gras/gazon/kruidenvegetaties

697.965 m2

Watergangen De watergangen zijn verdeeld in primaire en secundaire watergangen. De primaire watergangen (de hoofdwatergangen) worden beheerd en onderhouden door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) in samenwerking met de gemeente. De partijen houden zich aan een gezamenlijk contract. De secundaire watergangen (de sloten) worden beheerd door de gemeente of in enkele gevallen door particulieren. Het onderhoud van het openbare water binnen de gemeente vindt plaats aan de hand van het jaarlijkse baggerprogramma en komt deels ten laste van programma Ruimtelijk domein. Daarnaast werken we aan de uitvoering van het Stedelijk Waterplan, waarin het beleid en kaders voor de watergangen zijn vastgelegd. De jaarlijkse lasten voor baggerwerkzaamheden zijn met ingang van 2017 opgenomen in de exploitatie, terwijl voor het onderdeel Stedelijk Waterplan sprake is van afschrijvingslasten naar aanleiding van de geïnvesteerde bedragen. Areaalgegevens watergangen

2023

Hoofd watergangen

341.736 m2 (34 ha)

overige watergangen

397.590 m2 (40 ha)

Speelvoorzieningen Op basis van het beheersysteem inspecteren we alle speeltoestellen door middel van periodieke keuringen. De resultaten verwerken we in logboeken. Een onafhankelijke partij voert de jaarlijks verplichte keuring van de toestellen uit. De eigen (buiten)dienst voert het preventief onderhoud en kleine reparaties uit. In 2018 is het speelruimtebeleidsplan geactualiseerd en is er een uitvoeringsprogramma opgesteld. De financiële gevolgen staan in de exploitatie via de staat van activa. Dit betreft de lasten voor vervanging van de bestaande speelplaatsen. Maar daarnaast ook voor extra voorzieningen als een free-run-park. Areaalgegevens speelvoorzieningen

2023

Speeltoestellen

438 stuks

Speellocaties

116 stuks

Civiele kunstwerken (bruggen) De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft een aanzienlijk aantal bruggen, waarvoor onderhoud nodig is. Dat kan gaan om dagelijks onderhoud of groot onderhoud, in de zin van vervanging/renovatie van de brug. De afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de stroefheidsbehandeling van de brugdekken. In 2019 actualiseerden we het Beleidsplan civiele kunstwerken. Met de (afschrijving)lasten als gevolg van investeringen uit dit plan houden we ook in de huidige meerjarenbegroting rekening. Naast onderstaande gebiedsgegevens van de bruggen zijn er nog 14 bruggen in de gemeente die in beheer en onderhoud zijn bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Areaalgegevens civiele kunstwerken (bruggen) Fiets/voetgangersbruggen

2023 88 stuks

Verkeersbruggen

43 stuks

Oversteek (plank)

4 stuks

Vlonder/steiger (hout)

4 stuks

Betonnen/pvc/hdpe duikers Tunnels

115 stuks 1 stuks

Geplande werken voor het jaar 2024 In onderstaand overzicht worden de verwachte investeringen in de openbare ruimte weergegeven, waarbij tevens aangegeven is op welk deel afgeschreven wordt en welk deel ten laste van de voorziening. Bij de vaststelling van de begroting vragen we de raad expliciet in te stemmen met de op de planning staande investeringen voor 2024, zodat met de voorbereidingen daarvan gestart of verder gegaan kan worden. Wanneer in 2024 onverhoopt sprake is van het uitvoeren van andere investeringen dan voorzien, brengen wij de raad daarvan uiteraard op de hoogte. Een steeds vaker voorkomend probleem bij de herstratingsprojecten is het saneren van de grond en de daarbij horende kosten. Het is gebruikelijk dat deze saneringskosten in één keer gedekt worden uit de algemene reserve en dat hiervoor een raadsvoorstel nodig is. Om te voorkomen dat een project waar zich dit voordoet (extra) vertraging oploopt, is bij de vaststelling van de begroting 2020 besloten om in voorkomende (sanering)gevallen middelen te regelen via een begrotingswijziging en niet (meer) via een raadsvoorstel. Hierdoor loopt het betreffende project geen vertraging op. Ook nu vragen wij de raad met deze werkwijze in te stemmen. Naast de hierna genoemde “reguliere” herstratings- en rioleringsprojecten staat 2023 niet meer in het teken van reconstructie van de Grote Kruising.

Wellicht dat nog enkele zaken afgerond dienen te worden, maar het grote werk zit erop. In het onderdeel Budgetautorisatie van deze begroting verzoeken we de raad het college te autoriseren voor de hieronder opgenomen investeringen die in het jaar 2024 naar verwachting van start gaan.

Investeringen buitenruimte, waarvan de start op de planning van het begrotingsjaar staat

Begroting

afschrijven

tlv voorz.

2024

MN / buiten

riolering / AR

Vervanging ponton/aanlegsteiger Waterbus

400

Vervanging en groot onderhoud bruggen incl. Stormpolderbrug

163

Baggeren watergangen

300

Alternatieve fietsroute Ouverturelaan

350

Vervanging vangrailconstructies binnen Krimpen

350

5

Fase 3 Waalhoven

442

Onderhoud en vervanging toplaag, balustrades, etc. aanbrug

20

Herstraten Oud Krimpen fase 4

1.859

Riolering Oud Krimpen fase 4 (regulier + klimaatadaptief)

1.457

517

Herstraten Langeland fase 6

2.315

2.315

Riolering Langeland fase 6 (regulier + klimaatadaptief)

1.496

512

Herstraten Weegbree

1.953

1.953

Riolering Weegbree

1.430

489

Herstraten Lavendel

734

734

Riolering Lavendel

144

49

95

13.069

8.778

2.960

Totaal

1.859 940 984 941

Het kapitaalgoed gebouwen De gemeente Krimpen aan den IJssel bezit gebouwen, die we deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheren. Hierbij valt te denken aan onder andere het raadhuis en de gebouwen Stormsweg 11 en van Utrechtweg 36a, sporthallen, gymlokalen, peuterspeelzalen en de kerktoren. Deze gebouwen beheert en onderhoudt de gemeente aan de hand van een meerjaren-onderhoudsplan (MJOP). Het bedrag dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van dit MJOP (groot onderhoud) wordt jaarlijks gestort in de ‘voorziening onderhoud kapitaalgoederen gebouwen’. In tegenstelling tot de investeringen in de openbare ruimte kunnen de onderhoudslasten van deze gebouwen gewoon ten laste gebracht worden van de genoemde voorziening. De gemeente is economisch eigenaar (heeft het economisch claimrecht) van alle schoolgebouwen voor primair en voortgezet onderwijs. Het (groot) onderhoud van de schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Areaalgegevens gebouwen in onderhoudsplanning

2023

Gebouwonderhoud eigen beheer

27 stuks

Gebouwonderhoud externe exploitant

7 stuks

Gebouwonderhoud schoolbesturen

14 stuks

Bij de opzet van het (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt uitgegaan van sober en doelmatig onderhoud. Hierbij is het uitgangspunt dat de gebouwen technisch in orde zijn en voldoen aan de eisen van veiligheid. Samenvattend kan worden vastgesteld dat het onderhoud van de gebouwen is op te splitsen in dagelijks onderhoud en groot

onderhoud. Hierbij loopt de eerste rechtstreeks ten laste van de exploitatie en het groot onderhoud via voorzieningen. Over de werkzaamheden die vallen onder het groot onderhoud zijn afspraken gemaakt. Levensduur-verlengende maatregelen (renovaties, functieverbeteringen of (ver)nieuwbouw) vallen daar niet onder. In voorkomende gevallen moet tijdig nagedacht worden over het al dan niet verder exploiteren van de accommodatie. Als er sprake is van levensduurverlenging moet ‘nieuw’ geld beschikbaar gesteld worden via nieuw beleid, dan wel via intensivering van bestaand beleid.

Paragraaf D Financiering Inleiding De paragraaf financiering is bedoeld voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf zetten we zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over de financiering op een rij. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een duidelijk kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: 1. Het treasurystatuut 2. De financieringsparagraaf In het treasurystatuut 2021 zijn de doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Het tweede instrument, de financieringsparagraaf, heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne- en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury. Ook moet het inzicht geven in de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. Risicobeheersing Risicobeheersing is een belangrijk onderdeel van de Wet FIDO. Voor onze gemeente gaat het daarbij met name om het renterisico en het kredietrisico. De behoefte aan risicobeheersing is toegenomen door de toename van voorgenomen en recent uitgevoerde grote investeringen. Ook de oplopende rente is een risico.

Daarnaast kan een informatierisico worden benoemd. Dat is het risico dat relevante informatie niet tijdig of volledig beschikbaar is voor de treasuryfunctie. Rentevisie en rentekosten De grote algemene banken en de banken voor de publieke sector (waaronder onze ‘huisbank’ Bank Nederlandse Gemeenten) houden de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwlettend in de gaten. Op het gebied van beleggingen en leningen zijn de afgelopen jaren verschillende besluiten genomen. Deze besluiten hebben het voor de gemeente wat lastiger gemaakt om zich ‘vrij’ op de kapitaalmarkt te begeven. Op dit vlak volgen we de rentevisie van de BNG. Rentetoerekening Conform het besluit begroting en verantwoording (BBV) is toerekening van rentelasten aan de programma’s verplicht. Hieronder wordt schematisch het renteresultaat weergegeven:

Voor de toerekening aan de grondexploitaties wordt een percentage berekend door het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille te vermenigvuldigen met de debt ratio (de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen). Volgens het MPG 2023 is de uitkomst van deze berekening voor 2023 1,47%. Voor 2024 en verder wordt volgens het MPG 2023 1,86% aangehouden. In het voorjaar van 2024 wordt het percentage voor 2024 herberekend op basis van de beginbalans 2024. Om tot een verdeling van de (resterende) rente over de programma’s te komen, wordt het zogenaamde rente-omslagpercentage gebruikt. Het saldo van rentelasten en –baten wordt daarvoor gedeeld op het totaal van de vaste activa. De uitkomst mag binnen een bandbreedte van 0,5% worden afgerond, waarmee een jaarlijkse wijziging van het percentage wordt voorkomen. Voor 2024 is het berekende percentage 0,79%. Het omslagpercentage blijft gehandhaafd op 1%. Met dit percentage worden de programma’s belast waar de activa met boekwaarden onderdeel van uitmaken. Het renteschema dat behoort bij deze berekening is als volgt Renteschema

-/-

Begroting 2024

Externe rentelasten over korte en lange financiering Externe rentebaten

1220 -/-

Totaal door te rekenen externe rente

938

Rente die aan grexen moet worden doorberekend

-/-

Rente die wordt doorberekend ogv projectfinanciering

-/-

Saldo door te rekenen externe rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente Renteresultaat op taakveld treasury

282

149 789

-/-

958 -169

Renterisico De Wet FIDO verplicht de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in beeld te brengen. De provincie gebruikt deze bij het uitoefenen van haar toezichthoudende functie. De kasgeldlimiet betreft het renterisico van de vlottende schuld, terwijl de renterisiconorm het renterisico van de langlopende schuld betreft. De wettelijk vastgestelde renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Voor het bepalen van de liquiditeitspositie - dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan - is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder verstaan we het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend met een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage, vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Berekening renterisico gemeente Krimpen aan den IJssel Renterisiconorm

Begroting 2024

Rente en aflossing 1. Renteherziening op vaste schuld o/g 2. Te betalen aflossingen

3.048

3. Renterisico op vaste schuld (1+2)

3.048

Berekening renterisiconorm 4. Begrotingstotaal (excl. reservemutaties)

106.456

5. Normpercentage (ministerieel vastgelegd)

20%

Toets renterisiconorm 6. Renterisiconorm (4 * 5)

21.291

7. Renterisico op vaste schuld (3)

3.048

Ruimte onder renterisiconorm (6-7)

18.243

Kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet gemeente Krimpen aan den IJssel Kasgeldlimiet

Begroting 2024

Omvang begrotingstotaal (lasten) per 1 januari 2024

106.456

Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag

8,5%

- in bedrag

9.049

Kredietrisico op verstrekte gelden Naast het renterisico loopt de gemeente ook nog risico bij het zelf verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling bepalen we een zeker risico. In de onderstaande tabel groeperen we de verstrekte gelden naar de onderscheiden risicogroepen. Kredietrisico op verstrekte gelden

Met/zonder (hyp.) zekerheid

Restant schuld per 1/1/2024

%

Risicogroep Woningcorporaties met garantie WSW

Met (50%)

Hypotheekverstrekkingen aan ambtenaren Overige toegestane instellingen volgens treasurystatuut Totaal

97

1%

Met

7.374

66%

Zonder

3.616

33%

11.782 100%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13413944/7