CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Afsprakenkader

Gemeenteraad 26 oktober 2023, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Toetreding Staat als aandeelhouder in Stedin14.368 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

33

Aanvullende dialogen en informatieverschaffing kunnen plaatsvinden op initiatief van de Staat of op initiatief van de RvB, de RvC of de overige leden van de AHC, dan wel (indien toepasselijk) het GAO. 2.

Financiële positie

De Staat hecht er in algemene zin aan dat een deelneming van de Staat over voldoende (toegang tot) financiële middelen beschikt om in haar financiële continuïteit te voorzien, om zo haar activiteiten op de korte en lange termijn uit te kunnen voeren. Gelet op het omvangrijke bedrag dat met eventuele Kapitaalstortingen is gemoeid, wenst de Staat, in nauwe samenwerking met de huidige aandeelhouders, een aantal specifieke rechten en bevoegdheden ten aanzien van de financiële positie van het Netwerkbedrijf te verkrijgen. De Staat vindt het belangrijk de financiële prestaties te volgen en hierover, samen met de huidige aandeelhouders, een dialoog met het Netwerkbedrijf te hebben. Daarbij is een goede informatiepositie belangrijk. Daarom worden periodiek financiële rapportages en prognoses verwacht van het Netwerkbedrijf. Ten behoeve van deze rapportages en prognoses worden doelstellingen voor financiële indicatoren afgesproken. De Staat acht het van belang dat het Netwerkbedrijf een prudente kapitaalstructuur en kredietwaardigheid heeft en behoudt die past bij een onderneming met een belangrijke publieke taak. Tot slot wenst de Staat met het Netwerkbedrijf en de zittende aandeelhouders een dividendbeleid af te spreken.

Hierbij dient er een balans te zijn tussen enerzijds de continuïteit, de kredietwaardigheid en de investeringsagenda van de onderneming, en anderzijds de belangen van de aandeelhouders. Het dividend dat wordt uitgekeerd komt immers ten goede aan de (regionale) overheidsfinanciën. Bovenstaande uitgangspunten van de Staat vormen de basisbeginselen waarop onderstaande governance eisen van de Staat ten aanzien van de financiën gebaseerd zijn. 2.1.

Benoeming commissaris & benoeming CFO

De leden van de RvC worden benoemd door de AvA, op voordracht van de RvC, met inachtneming van de profielschets. Op het moment dat de Staat als aandeelhouder toetreedt, wordt een nieuw RvC lid benoemd met een financieel profiel. Afhankelijk van de situatie bij het betreffende Netwerkbedrijf zal voor de (her)benoeming van dit RvC lid (i) een versterkt aanbevelingsrecht van de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA, of (ii) het reguliere proces dat via de RvC loopt gelden. In de Participatieovereenkomst zal worden bepaald welk van de twee bovengenoemde processen van toepassing zal zijn. Als voor de (her)benoeming van het RvC lid met een financieel profiel een versterkt aanbevelingsrecht van de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA geldt, wordt dit versterkte aanbevelingsrecht door de aandeelhouders in gezamenlijkheid uitgeoefend via de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA. De Staat zal voorafgaand aan de aanbeveling de gelegenheid hebben om de kandidaat die de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA beoogt aan te bevelen, te spreken. Indien de

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

34

kandidaat die de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA beoogt aan te bevelen naar de gemotiveerde mening van de Staat niet voldoet, dan treedt de Staat hierover in gesprek met respectievelijk de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA. Tenzij de Staat zijn bezwaren intrekt, zal de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA de voorgenoemde kandidaat niet aanbevelen en zal de kandidaat niet worden benoemd. Als voor de (her)benoeming van het RvC lid met een financieel profiel het reguliere proces dat via de RvC loopt geldt, stelt de RvC de profielschets en de long- en shortlist van kandidaten op waarbij zij de Staat consulteert. Voorafgaand aan de voordracht door de RvC zal de Staat de gelegenheid hebben om de kandidaat, die de RvC beoogt voor te dragen, te spreken. Indien de kandidaat die de RvC beoogt voor te dragen naar de gemotiveerde mening van de Staat niet voldoet, dan treedt de Staat hierover in overleg met de RvC. Tenzij de Staat zijn bezwaar intrekt, draagt de RvC de voorgenoemde kandidaat niet voor aan de AvA. De AHC, dan wel (indien toepasselijk) de CvA, wordt op de voor het betreffende Netwerkbedrijf gebruikelijke wijze in het proces betrokken, op basis van de geldende governance van het betreffende Netwerkbedrijf.

De RvC bepaalt, in lijn met de bestaande governance binnen het betreffende Netwerkbedrijf, de samenstelling van bestaande of nieuwe commissies van de RvC. Het RvC lid met een financieel profiel zal daarbij in elk geval toetreden tot de Auditcommissie. Bestuurders worden benoemd door de RvC. De Staat zal middels de AHC dan wel (indien toepasselijk) de CvA, door de RvC op vertrouwelijke basis worden geïnformeerd over de shortlist van kandidaten voor de positie van CFO zodra deze is opgesteld in het geval van een openstaande vacature. 2.2.

Financieringsplan

De RvB van een Netwerkbedrijf stelt jaarlijks een financieringsplan (of het vergelijkbare document bij het betreffende Netwerkbedrijf) (het Financieringsplan) op, waarin uiteen wordt gezet hoe het Netwerkbedrijf de komende vijf jaren wil voorzien in de behoefte aan financiering. Het Financieringsplan geeft daarbij in elk geval zicht op de totale Kapitaalbehoefte en maakt inzichtelijk op welke wijze het Netwerkbedrijf in de komende vijf jaren adequaat kan worden gefinancierd met een minimale inzet van extra eigen vermogen. Het Financieringsplan zal voldoen aan de volgende financiële uitgangspunten (de Financiële Uitgangspunten): (i)

53101355 M 51617993 / 3

behoud van een bepaalde Credit Rating, waarbij op het moment dat Partijen een onderhandelingsakkoord bereiken ten aanzien van deze Overeenkomst deze credit rating A minus is bij S&P en (indien van toepassing) A3 bij Moody's;

PROJECT NACHTWACHT

35

(ii) (iii) (iv) (v) (vi)

sturing op de daarbij horende ratio's, waarbij geldt dat deze ratio's zullen worden aangepast nadat een GRE-uplift is verkregen; optimale inzet van schuldinstrumenten; geen gebruik van risicovolle of complexe schuldinstrumenten; dividendbeleid in lijn met de afspraken daarover zoals weergegeven in paragraaf 2.4 (Dividendbeleid); en geen onnodige vergroting van de Kapitaalbehoefte.

De Financiële Uitgangspunten zullen worden opgenomen en nader worden uitgewerkt in de Participatieovereenkomst met het betreffende Netwerkbedrijf, en kunnen slechts worden gewijzigd bij consensus van het betreffende Netwerkbedrijf, de AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO en de Staat. De AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO, en daarmee ook de Staat als lid van de AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO, zal door de RvB worden geconsulteerd over het Financieringsplan, en zal voorafgaand aan de vaststelling daarvan worden geïnformeerd over het voorgenomen Financieringsplan. Als het voorgenomen Financieringsplan naar het gemotiveerde oordeel van de Staat afwijkt van de Financiële Uitgangspunten, is de bijzondere besluitvormingsprocedure (als bedoeld in paragraaf 1.1) van toepassing op het besluit tot vaststelling. 2.3.

Financiële rapportages

Het Netwerkbedrijf verstrekt aan de Staat en de overige leden van de AHC, dan wel (indien toepasselijk) het GAO, periodiek financiële rapportages, inclusief de belangrijkste financiële en niet-financiële risico's. De rapportage omvat tevens de ontwikkeling van de belangrijkste financiële ratio's. De te verstrekken rapportages en op te nemen financiële ratio's worden met de Staat en de huidige aandeelhouders afgesproken in de Participatieovereenkomst, rekening houdend met de bestaande financiële rapportages die binnen het betreffende Netwerkbedrijf worden opgesteld en de rapportages die worden gedeeld met de AHC, dan wel (indien toepasselijk) het GAO, en de AvA.

2.4.

Dividendbeleid

In de Participatieovereenkomst die met een Netwerkbedrijf zal worden gesloten, zullen afspraken worden gemaakt over het dividendbeleid dat, voor een nader overeen te komen periode na een storting door de Staat, zal gelden. Het nieuwe dividendbeleid wordt vastgelegd in de relevante organisatorische documentatie (bijv. statuten) van het Netwerkbedrijf. Na afloop van deze periode kan het dividendbeleid worden aangepast volgens de geldende governance.

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

36

3.

Strategie en maatschappelijk verantwoord ondernemen

De strategie geeft de visie van de RvB weer op de lange termijn koers van de onderneming en zorgt voor kaders bij het maken van toekomstige keuzes. De Staat wil betrokken zijn bij de strategie van het Netwerkbedrijf om er zorg voor te dragen dat de koers die de onderneming kiest, in lijn is met het publieke belang. Daartoe dient de strategie financieel goed onderbouwd te zijn en aandacht te besteden aan een maatschappelijk verantwoorde uitvoering daarvan. De Staat verwacht in den brede dat het Netwerkbedrijf op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) een voorbeeldrol vervult in de sector. Het netwerkbedrijf dient de verantwoordelijkheid te nemen voor mensen, de maatschappij en het milieu, voor zover deze worden beïnvloed door de activiteiten van de onderneming. Bovenstaande uitgangspunten van de Staat vormen de basisbeginselen waarop onderstaande governance eisen van de Staat ten aanzien van de strategie en MVO gebaseerd zijn. 3.1.

Strategieherziening

De Staat wordt middels de AHC, dan wel (indien toepasselijk) het GAO, vroegtijdig betrokken bij en geconsulteerd over de totstandkoming en herziening van de strategie van het Netwerkbedrijf (naast wettelijke inkadering), op een manier die past binnen de daarvoor geldende procedures en praktijken bij het betreffende Netwerkbedrijf, een en ander nader uit te werken in de Participatieovereenkomst.

3.2.

MVO

MVO is integraal onderdeel van de manier waarop de Staat invulling geeft aan zijn aandeelhoudersbevoegdheden. De Staat verwacht dat het Netwerkbedrijf de MVO-standaarden en raamwerken uit de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 en de Corporate Governance Code toepast, zoals thans bij de Netwerkbedrijven over het algemeen reeds het geval is. Tevens vraagt de Staat het Netwerkbedrijf om MVOdoelstellingen op te stellen op materiële thema's en periodiek een peeranalyse te doen om de positie ten aanzien van voorlopers op MVO-gebied in de sector zichtbaar te maken.

4.

Investeringen

De Staat verwacht dat het Netwerkbedrijf de juiste investeringen doet om de activiteiten die bijdragen aan het publiek belang naar behoren te kunnen uitvoeren en tegelijkertijd de financiële continuïteit van de onderneming te kunnen waarborgen. Omdat de voorfinanciering van investeringen een belangrijke bron is van de Kapitaalbehoefte vindt de Staat het belangrijk de investeringsagenda nauwgezet te volgen en betrokken te worden in de besluitvorming.

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

37

Er kunnen redenen zijn dat een deelneming bredere activiteiten ontplooit, zoals branchevreemde en buitenlandse activiteiten. Bij dergelijke brede activiteiten is de grondhouding van de Staat als aandeelhouder kritischer dan bij de kernactiviteiten, omdat deze activiteiten verder af staan van het door de deelneming primair te borgen publieke belang. Deze brede activiteiten hebben immers geen directe bijdrage aan het publiek belang in enge zin. Om te borgen dat brede activiteiten de kernactiviteiten van het Netwerkbedrijf niet onder druk zetten, wenst de Staat betrokken te worden bij de beoordeling hiervan. Bovenstaande uitgangspunten van de Staat vormen de basisbeginselen waarop onderstaande governance eisen van de Staat ten aanzien van de investeringen gebaseerd zijn. 4.1.

Kapitaalbestemmingsrapportage

Het Netwerkbedrijf verstrekt de AvA ieder jaar een rapportage over de wijze waarop het door de Staat verstrekte kapitaal door het Netwerkbedrijf is aangewend ten behoeve van de Netinvesteringen.

4.2.

Lange Termijn Investeringsplan

De RvB van een Netwerkbedrijf stelt jaarlijks een investeringsplan (of het vergelijkbare document bij het betreffende Netwerkbedrijf) (het Lange Termijn Investeringsplan) op. Het Lange Termijn Investeringsplan omvat een prognose van de te verwachten Netinvesteringen en andere investeringen met een horizon van tien jaar en de aan die investeringen ten grondslag liggende strategische overwegingen. De AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO, en daarmee ook de Staat als lid van de AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO, zal door de RvB worden geconsulteerd over het Lange Termijn Investeringsplan.

4.3.

Investeringen

Aanvullend op de bestaande goedkeuringsrechten van de AvA, is de bijzondere besluitvormingsprocedure (als bedoeld in paragraaf 1.1) van toepassing op investeringen of een samenstel van investeringen (waarbij ook zal worden gekeken naar de inschatting van de toekomstige netto cash behoefte hiervan, zoals door het Netwerkbedrijf inzichtelijk gemaakt over een periode van tien jaar), die (i) het toepasselijke drempelbedrag overschrijden en (ii) geen Netinvesteringen zijn. Bij de bijzondere besluitvormingsprocedure gelden in dit geval de volgende partijen als uiteindelijk vetohouders als bedoeld in paragraaf 1.1: (i)

de Staat;

(ii)

zolang de aandeelhouders, anders dan de Staat, 50% of meer van het totaal aantal stemmen in de AvA van het betreffende Netwerkbedrijf (dus inclusief de stemmen die de Staat kan uitoefenen) kunnen uitoefenen: (a) ten minste drie aandeelhouders (anders dan de Staat) gezamenlijk de bijzondere besluitvormingsprocedure willen starten; en (b) deze aandeelhouders onder (a) gezamenlijk meer dan 50% van het totaal aantal stemmen van de aandeelhouders (dus exclusief

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

38

de stemmen van de Staat) in de AvA van het betreffende Netwerkbedrijf kunnen uitoefenen. Voorts zijn de aandeelhouders, anders dan de Staat, gerechtigd om de bijzondere besluitvormingsprocedure te starten als bedoeld in paragraaf 1.1, tot en met stap 5 (derhalve zonder het vetorecht te kunnen inzetten), zolang de aandeelhouders, niet zijnde de Staat, tussen de 30% en 50% van het totaal aantal stemmen in de AvA van het betreffende Netwerkbedrijf (dus inclusief de stemmen die de Staat kan uitoefenen) kunnen uitoefenen: (i)

(ii)

ten minste drie aandeelhouders (anders dan de Staat) gezamenlijk de bijzondere besluitvormingsprocedure willen starten; en deze aandeelhouders onder (i) gezamenlijk meer dan 50% van het totaal aantal stemmen van de aandeelhouders (dus exclusief de stemmen van de Staat) in de AvA van het betreffende Netwerkbedrijf kunnen uitoefenen.

De aandeelhouders, anders dan de Staat, hebben tussen de 30% en 50% derhalve geen vetorecht ten aanzien van de bijzondere besluitvormingsprocedure (als bedoeld in paragraaf 1.1). De toepasselijke drempelbedragen worden tijdens de onderhandelingen over de Participatieovereenkomst afgesproken, waarbij het uitgangspunt de bestaande governance van het betreffende Netwerkbedrijf is. De op dat moment afgesproken drempelwaarden worden alleen in de statuten vastgelegd. Eventuele opvolgende wijzigingen zullen lopen via de gebruikelijke governance met inachtneming van paragraaf 1.2. 5.

Benoemingen en beloning

Bestuurders en commissarissen zijn cruciaal voor het functioneren van een onderneming. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van en het toezicht op de strategie, het beleid en de dagelijkse gang van zaken van de onderneming. De maatschappelijke context waarbinnen de Netwerkbedrijven actief zijn, stelt extra eisen aan de competenties en eigenschappen van de bestuurders en commissarissen van deze ondernemingen. De Staat vindt het bovendien van belang dat de samenstelling van een RvB en een RvC divers en evenwichtig is.

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

39

Het beloningsbeleid moet een Netwerkbedrijf in staat stellen om gekwalificeerde en deskundige bestuurders en commissarissen aan te trekken. Voor het leiden van ondernemingen is specifieke, markt gerelateerde kennis en ervaring van belang. De Staat verwacht dat de andere regionale aandeelhouders van het Netwerkbedrijf gelijke belangen nastreven op dit thema. 6.

Evaluatie

De Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 bevat het uitgangspunt om minimaal eens in de zeven jaar het aandeelhouderschap in elke staatsdeelneming te evalueren, om te bepalen of een belang in het bedrijf nog toegevoegde waarde heeft. 6.1.

6.2.

Evaluatie participatie

Evaluatie Overeenkomst

Het aandeelhouderschap in het Netwerkbedrijf wordt minimaal eens in de zeven jaar geëvalueerd. Actuele ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn om het aandeelhouderschap eerder of later te evalueren. Bij de eerste evaluatie na sluiten van de Participatieovereenkomst zal er expliciet aandacht zijn voor de vraag of de effecten die vooraf werden beoogd ook daadwerkelijk zijn bereikt. Bij het sluiten van de Participatieovereenkomst wordt vastgesteld wanneer de eerste evaluatie plaats zal vinden. De Staat en de Netwerkbedrijven, in nauwe samenwerking met de AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO, spreken af om in de tweede helft van 2028 gezamenlijk het Afsprakenkader te evalueren en in dialoog vast te stellen of het Afsprakenkader bijdraagt aan de borging van de betrokken publieke belangen en werkt zoals bij het sluiten van het Afsprakenkader was beoogd. Eventuele aandachtspunten die volgen uit de evaluatie kunnen in overeenstemming met Artikel 8.5 worden gewijzigd.

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

40

Bijlage 3. Overwegingen A B

TERM SHEET WAARDERING EN PRIJSBEPALING

Partijen willen een relatief simpel en uitvoerbaar proces voor het vaststellen van de waardering van een Netwerkbedrijf vastleggen. De waardering van een Netwerkbedrijf dient marktconform te zijn, met inachtneming van het gereguleerde kader waarbinnen de Netwerkbedrijven opereren, het karakter van de huidige aandeelhouder(s) en de Staat en de transactie, waaronder het feit dat bestaande en toetredende aandeelhouders een zeer lange investeringshorizon hebben, zodat: (i) (ii) (iii)

(iv)

geen sprake is van enige vorm van staatssteun bij toetreding door de Staat; huidige aandeelhouders van het Netwerkbedrijf goedkeuring kunnen geven aan een aandelenemissie (de Emissie); aandeelhouders van het Netwerkbedrijf een marktconform rendement kunnen behalen op nieuw geïnvesteerd vermogen; en het Netwerkbedrijf kan voldoen aan haar vennootschapsrechtelijke plichten.

C

Partijen willen voorkomen dat een proces dat wordt afgestemd op het moment dat Partijen een onderhandelingsakkoord bereiken ten aanzien van deze Overeenkomst in de toekomst tot een onredelijke uitkomst op dit onderdeel leidt.

D

Het is het Netwerkbedrijf en haar aandeelhouders toegestaan om vóór indiening van het Toetredingsverzoek onderling informatie uit te wisselen, zoals gebruikelijk is tussen onderneming en aandeelhouders. Echter, vanaf het moment dat het Verzoekende Netwerkbedrijf een Toetredingsverzoek heeft ingediend, zal het Verzoekende Netwerkbedrijf zich inspannen om ervoor te zorgen dat er geen informatieasymmetrie vanuit het Verzoekende Netwerkbedrijf ontstaat tussen de aandeelhouders van het Verzoekende Netwerkbedrijf (de Aandeelhouders) en de Staat met betrekking tot de waardering en prijsbepaling.

E

Er kleven risico's aan het bepalen van de waardering van een Netwerkbedrijf aan de hand van één waarderingsmethodiek.

F

Het Netwerkbedrijf kan nieuwe aandelen uitgeven om verdere groei van het netwerk en haar publieke taak, te weten het zorgdragen voor een

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

41

veilig, betrouwbaar, toegankelijk en betaalbaar energienetwerk, mogelijk te maken. G

Er een verschil is tussen waarde en prijs en er derhalve door Partijen behoefte is aan een constructief proces om tot een beargumenteerde prijs voor de nieuw uit te geven aandelen van het Netwerkbedrijf te komen (de Emissie Prijs), waarbij: (i)

(ii)

het Netwerkbedrijf verantwoordelijk is voor het aanleveren van informatie, waaronder een Financiële Prognose en een financieel model met referentie waarderingsinformatie ten behoeve van het opstellen van deugdelijke waarderingen door alle betrokken partijen; en Aandeelhouders, in afstemming met het Netwerkbedrijf indien afgesproken tussen het Netwerkbedrijf en de Aandeelhouders, en de Staat verantwoordelijk zijn voor de prijsvorming en het maken van afspraken over de uiteindelijke Emissie Prijs op basis van waardering(en) door de Aandeelhouders en de Staat.

Proces 1.

Eén maand na het indienen van het Toetredingsverzoek (i.e. vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het gewenste stortingsjaar) stelt het Verzoekende Netwerkbedrijf, waar de Emissie aan de orde is, de informatie genoemd onder overweging G hierboven beschikbaar aan de Aandeelhouders en de Staat via een virtuele dataroom.

2.

Of (a) het Verzoekende Netwerkbedrijf, de Aandeelhouders en de Staat; of (b) indien het Verzoekende Netwerkbedrijf en haar Aandeelhouders dat nader overeenkomen of als zodanig overeen zijn gekomen, het Verzoekende Netwerkbedrijf en de Aandeelhouders gezamenlijk en de Staat, eventueel bijgestaan door adviseurs, stellen ieder een waarderingsanalyse op in overeenstemming met de bepalingen in paragrafen 5 tot en met 7 van deze Term Sheet Waardering en Prijsbepaling (de Waarderingen), mede op basis van de door het Verzoekende Netwerkbedrijf ter beschikking gestelde informatie. Ervan uitgaande dat de onder overweging G(i) beschikbaar gestelde informatie compleet en afdoende is, worden deze Waarderingen (exclusief de uitkomsten) twee maanden na het indienen van het Toetredingsverzoek (i.e. vóór 1 mei van het jaar voorafgaand aan het gewenste stortingsjaar) gelijktijdig onderling uitgewisseld.

3.

53101355 M 51617993 / 3

De Aandeelhouders en de Staat stellen hun Waarderingen definitief vast nadat een toets door het Netwerkbedrijf en een dialoog heeft plaatsgevonden over de Waarderingen (exclusief de uitkomsten daarvan)

PROJECT NACHTWACHT

42

met elkaar en met het Netwerkbedrijf, waarbij het partijen vrij staat beargumenteerde aanpassingen te maken aan de prognoses. 4.

Vervolgens sturen de Aandeelhouders en de Staat gelijktijdig en op een vooraf afgesproken tijdstip elk een voorstel voor de Emissie Prijs (de Voorgestelde Emissie Prijzen) aan elkaar (steeds met een kopie aan het Verzoekende Netwerkbedrijf) op basis van de definitieve Waarderingen, drie maanden na het indienen van het Toetredingsverzoek (i.e. vóór 1 juni van het jaar voorafgaand aan het gewenste stortingsjaar). Er worden tussen partijen eventueel nadere afspraken gemaakt om de gelijktijdige uitwisseling te borgen.

5.

De Waarderingen dienen te geschieden op basis van meerdere waarderingsmethodieken die door waarderingsspecialisten als gepast voor Nederlandse netwerkbedrijven worden geacht: (i)

(ii)

primaire waarderingsmethodieken op basis van de inkomstenbenadering, waaronder in ieder geval, maar niet limitatief, (a) een discounted-cash-flow analyse op basis van free-cash-flow-to-the-firm en/of free-cash-flow-to-equity, en (b) een dividend discount model; en een toegelichte vergelijking van de uitkomst(en) ten opzichte van één of meerdere referentiemethodes op basis (a) van marktdata, waaronder, maar niet limitatief, waarderingsmultiples van vergelijkbare transacties of beursgenoteerde bedrijven met vergelijkbare activiteiten en (b) de bouwstenen methode.

6.

De gehanteerde waarderingsdatum in de waardering van het Netwerkbedrijf ligt zo dicht mogelijk tegen de datum van de voorgenomen Emissie aan en kan daarom in de toekomst liggen.

7.

In de Waarderingen dient ten minste het volgende in aanmerking te worden genomen: (i)

De gerapporteerde gestandaardiseerde activa waarde (de GAW) en de verwachte ontwikkeling van de GAW op basis

(ii)

(iii) 53101355 M 51617993 / 3

van de investeringsplannen van de onderneming; De verwachte ontwikkeling van Samengestelde Output (de SO) en de (relatieve) vergoeding van het Netwerkbedrijf ten opzichte van de sectorvergoeding, voorzien van een toelichting; Toelichting op de gehanteerde gereguleerde aannames, waarbij het uitgangspunt is dat deze aansluiten bij de Methodebesluiten

PROJECT NACHTWACHT

43

(iv) (v)

voor de lopende reguleringsperiode, aangekondigde of verwachte Methodebesluiten voor opvolgende reguleringsperiode(n); De niet-gereguleerde activiteiten van het Netwerkbedrijf dienen eveneens marktconform te worden gewaardeerd; De gehanteerde Financiële Prognose van het Netwerkbedrijf, op basis van het format dat is afgestemd, bevat het aantal jaren dat nodig is om een steady-state, in termen van winstmarges, investeringen, SO en vergoeding ten opzichte van de sector,

(vi)

(vii)

(viii)

etc., van het Netwerkbedrijf te bereiken, waarbij dit aantal ten minste 25 jaar bedraagt; De te hanteren definitie van fair value (reële waarde) is: "Het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld, tussen terzake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen, die onafhankelijk zijn", aldus de Raad voor de Jaarverslaggeving; De waardering wordt uitgevoerd vanuit een 'stand-alone'perspectief van het Netwerkbedrijf, wat inhoudt dat eventuele strategische premies en/of synergie-effecten waar een specifieke investeerder mogelijk voor zou willen betalen buiten beschouwing worden gelaten; Daarnaast dient in de waardering een 'going-concern' van het Netwerkbedrijf te worden verondersteld, wat inhoudt dat het Netwerkbedrijf zal voortgaan voor onbepaalde tijd zonder haar activiteiten wezenlijk te veranderen.

8.

In de waarderingsrapporten wordt toegelicht waarom is gekozen voor de gehanteerde waarderingsmethodieken (voor zover deze niet al zijn voorgeschreven in paragraaf 5 hierboven) en waarom overige methodieken niet zijn gebruikt, en op welke wijze de gebruikte methodieken zijn meegenomen in een conclusie over de waarde van het Netwerkbedrijf.

9.

Indien de Voorgestelde Emissie Prijzen binnen een marge van 10% van elkaar liggen (hoogste prijs minus laagste prijs gedeeld door laagste prijs), zal de Emissie Prijs bepaald worden als het gemiddelde van de Voorgestelde Emissie Prijzen.

10.

Indien de Voorgestelde Emissie Prijzen meer dan 10% van elkaar verschillen, zullen de Aandeelhouders en de Staat, allen eventueel bijgestaan of vertegenwoordigd door adviseurs, zich inspannen om tot een

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

44

wederzijds acceptabele Emissie Prijs te komen door middel van constructieve gesprekken en het onderzoeken van de onderliggende redenen van de verschillen. 11.

Wanneer de Aandeelhouders enerzijds en de Staat anderzijds niet binnen vier maanden na het indienen van het Toetredingsverzoek (i.e. vóór 1 juli van het jaar voorafgaand aan het gewenste stortingsjaar) tot een akkoord omtrent de Emissie Prijs kunnen komen, dan stellen het Netwerkbedrijf, de Aandeelhouders en de Staat gezamenlijk een derde partij aan, een onafhankelijke waarderingsspecialist met een kantoor in Nederland en ervaring met waardering van gereguleerde netbeheerders (een Onafhankelijke Waarderingsspecialist). De opdrachtgever van deze Onafhankelijke Waarderingsspecialist zullen het Netwerkbedrijf, de Aandeelhouders en de Staat gezamenlijk zijn, waarbij het Netwerkbedrijf de kosten zal dragen.

12.

De aangestelde Onafhankelijke Waarderingsspecialist zal vervolgens een onafhankelijke waardering van het Verzoekende Netwerkbedrijf uitvoeren conform de in deze Term Sheet gestelde uitgangspunten. Deze waardering dient te worden uitgevoerd mede op basis van de Financiële Prognose van het Verzoekende Netwerkbedrijf, eventueel aangepast voor bevindingen op basis van due diligence uitgevoerd door het Netwerkbedrijf en/of de Staat, en de overige relevante gegevens in de virtuele dataroom, inclusief enige aanpassingen met betrekking tot waarderingstechnische elementen die de Onafhankelijke Waarderingsspecialist gepast acht.

13.

Binnen vier weken na aanstelling van de Onafhankelijke Waarderingsspecialist, wordt het concept waarderingsrapport aangeboden aan het Verzoekende Netwerkbedrijf, de Aandeelhouders en de Staat. Het Verzoekende Netwerkbedrijf, de Aandeelhouders en de Staat zullen hun commentaar op het concept waarderingsrapport binnen twee weken na ontvangst delen met de Onafhankelijke Waarderingsspecialist. Na ontvangst van het commentaar van alle drie de partijen zal de Onafhankelijke Waarderingsspecialist al het ontvangen commentaar tegelijkertijd delen met het Verzoekende Netwerkbedrijf, de Aandeelhouders en de Staat.

14.

Het is vervolgens aan de Onafhankelijke Waarderingsspecialist om deze commentaren al dan niet te verwerken in een finaal waarderingsrapport dat binnen acht weken na aanstelling van de Onafhankelijke Waarderingsspecialist zal worden opgeleverd.

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

45

15.

De finale waarderingsuitkomst van de Onafhankelijke Waarderingsspecialist (in de vorm van een puntschatting) dient vervolgens als basis voor een gesprek tussen Aandeelhouders en Staat ter vaststelling van de Emissie Prijs. De Aandeelhouders en de Staat geven uiterlijk twee weken na dit gesprek schriftelijk hun akkoord op de besproken Emissie Prijs.

16.

Het staat zowel de Aandeelhouders, als het Netwerkbedrijf als de Staat vrij een eigen fairness opinie uit laten voeren op de Emissie Prijs door een waarderingsspecialist. Deze fairness opinie dient twee weken na totstandkoming van een Emissie Prijs (ofwel via paragraaf 9, 10 of 15) te worden verstrekt aan respectievelijk de Aandeelhouders en de Staat. De fairness opinie kan door de Aandeelhouders of de Staat vervolgens bijvoorbeeld gebruikt worden om (parlementaire) goedkeuring te verkrijgen.

17.

De Emissie Prijs wordt verondersteld definitief te zijn, behalve wanneer de Staat of de Aandeelhouders binnen twee weken na totstandkoming van de Emissie Prijs, op basis van een gevraagde doch niet verkregen fairness opinie, de andere partij schriftelijk in kennis heeft gesteld niet akkoord te zijn met de Emissie Prijs.

18.

Indien ieder van de Aandeelhouders, de Staat en het Netwerkbedrijf ten aanzien van paragraaf 11 hierboven en de Aandeelhouders en Staat ten aanzien van paragrafen 15 tot en met 17 hierboven op enig moment tijdens het doorlopen het betreffende proces voorziet niet redelijkerwijs tot respectievelijk het aanwijzen van een Onafhankelijke Waarderingsspecialist of een akkoord te kunnen komen op de Emissie Prijs, stelt hij de ander hiervan schriftelijk in kennis en zullen de Aandeelhouders en de Staat (en, indien van toepassing, het Netwerkbedrijf) zich op bestuurlijk of hoog ambtelijk niveau, al dan niet bijgestaan door een onafhankelijk procesbegeleider, tot het uiterste inspannen om binnen twee weken na die kennisgeving toch tot respectievelijk een gezamenlijk acceptabele Onafhankelijke Waarderingsspecialist of Emissie Prijs te komen door middel van constructieve gesprekken en het onderzoeken van de onderliggende redenen van de verschillen.

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

46

Bijlage 4. 1.

Introductie

2.

Bestemming

3.

TERM SHEET KAPITAALBEHOEFTE

In deze Term Sheet wordt de procedure vastgelegd om de omvang van een eventuele Kapitaalbehoefte van een Netwerkbedrijf en daarmee een eventuele Kapitaalstortingsbehoefte te bepalen. Indien een verslechtering van de Leidende Ratio('s), naar redelijke verwachting van de Staat en het Netwerkbedrijf, op haar beurt in nauwe samenspraak met haar betreffende AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO, zal leiden tot een downgrade tot onder de Minimale Credit Rating van het Netwerkbedrijf, kan door dat Netwerkbedrijf een Toetredingsverzoek worden ingediend bij de Staat. Het uitgangspunt bij het bepalen van de Kapitaalbehoefte en Kapitaalstortingsbehoefte is dat de Minimale Credit Rating voor alle Netwerkbedrijven te allen tijde hetzelfde zal zijn.

Het Verzoekende Netwerkbedrijf zal bij het indienen van een Toetredingsverzoek een plan aanhechten ten aanzien van het borgen en rapporteren dat het gevraagde kapitaal enkel ten goede komt aan de Netinvesteringen en daarmee aan de activiteiten en de investeringen ten behoeve van de Energienetwerken van de aangewezen netbeheerder. Bepalen van de Kapitaalbehoefte De omvang van de Kapitaalbehoefte met als mogelijk gevolg de Kapitaalstortingsbehoefte, heeft als doel dat dit Netwerkbedrijf de Minimale Credit Rating kan behouden. De Financiële Prognose Kapitaalbehoefte moet aantonen of de Minimale Credit Rating van dat Netwerkbedrijf redelijkerwijs: (i) in gevaar is of (ii) binnen afzienbare tijd in gevaar dreigt te komen. De Kapitaalbehoefte en Kapitaalstortingsbehoefte worden door het Verzoekende Netwerkbedrijf berekend op basis van de op dat moment Leidende Ratio('s) van het Maatgevende Kredietbeoordelingsbureau en door de Staat getoetst. Indien de geprognotiseerde Leidende Ratio('s) onder het minimale niveau plus een buffer kom(t)(en), voor twee of meer jaren gedurende de eerste vijf jaar van de prognose, kan het Netwerkbedrijf het proces zoals uiteengezet in Artikel 3.1.1 starten (ter illustratie op het moment dat Partijen een onderhandelingsakkoord bereiken over deze Overeenkomst is dit een FFO/ Netto Schuld ratio van 12% (i.e. 11% plus 1% buffer)).

Echter, de daadwerkelijke Kapitaalbehoefte en Kapitaalstortingsbehoefte worden berekend op basis van de Leidende Ratio(''s) op het minimale

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

47

niveau zonder de buffer (ter illustratie: op het moment dat Partijen een onderhandelingsakkoord bereiken over deze Overeenkomst is dit een FFO / Netto Schuld ratio van 11%), rekening houdend met de aanpassingen die worden gemaakt in de berekening van FFO en Netto Schuld als gevolg van door het Verzoekende Netwerkbedrijf bespaarde rente door de mogelijke Kapitaalstorting door de Staat. Voor de Kapitaalstortingsbehoefte geldt een minimum van EUR 100 miljoen (honderd miljoen euro). Indien een GRE-classificatie en/of een GRE-uplift wordt verkregen van het Maatgevende Kredietbeoordelingsbureau of wanneer een soortgelijke uplift bij de andere Kredietbeoordelingsbureaus wegvalt of wanneer ontwikkelingen zoals een aanpassing in de wetgeving zich voordoen waardoor de Kredietbeoordelingsbureaus hun criteria of beoordelingsmethodieken aanpassen, dan zal het niveau en/of de definitie van Leidende Ratio('s), zoals vereist voor de Minimale Credit Rating, automatisch overeenkomstig worden aangepast. Op het moment dat Partijen een onderhandelingsakkoord bereiken ten aanzien van deze Overeenkomst, is de Minimale Credit Rating A minus bij S&P en (indien van toepassing) A3 bij Moody's. In lijn met de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 zou de Staat de Minimale Credit Rating kunnen aanpassen.

Het is hierbij van belang dat het Verzoekende Netwerkbedrijf toegang houdt tot de kapitaalmarkt tegen maatschappelijk acceptabele kosten en dat de financiële gezondheid van het Netwerkbedrijf niet in gevaar wordt gebracht. De Staat zal over een eventuele aanpassing van de Minimale Credit Rating in overleg treden met het Netwerkbedrijf, dat nauwe samenspraak zal hebben met haar AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO. De Staat zal de positie van de relevante Partijen redelijkerwijs meenemen in de beoordeling van het aanpassen van de Minimale Credit Rating. Indien de Staat besluit om de Minimale Credit Rating aan te passen, dan zal dit worden gemotiveerd. Vervolgens zal de definitie van Minimale Credit Rating automatisch overeenkomstig worden aangepast. Het Netwerkbedrijf kan ook een voorstel indienen bij de Staat om de Minimale Credit Rating aan te passen. De Staat zal een dergelijk voorstel in redelijkheid in overweging nemen. Indien de Staat vervolgens besluit om de Minimale Credit Rating aan te passen, dan zal dit worden gemotiveerd. Vervolgens zal de definitie van Minimale Credit Rating automatisch overeenkomstig worden aangepast. Indien naar het oordeel van de Staat het Maatgevende Kredietbeoordelingsbureau dient te wijzigen, dan treden de relevante 53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

48

4.

Partijen hierover in overleg en zal het Netwerkbedrijf dit doen in nauwe samenspraak met de betreffende AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO. Verlagen van de Kapitaalbehoefte Alvorens een Toetredingsverzoek te doen, zal het Netwerkbedrijf de Kapitaalbehoefte en de gevraagde dekking daarvan door de Staat redelijkerwijs zoveel mogelijk beperken, onder andere door de volgende mitigerende maatregelen in paragraaf 4A tot en met paragraaf 4E hieronder. Het Verzoekende Netwerkbedrijf dient een plan van aanpak in bij de Staat, waarin de te ondernemen maatregelen of reeds genomen maatregelen door het Verzoekende Netwerkbedrijf ter verlaging van de Kapitaalbehoefte nader worden toegelicht conform de tijdslijn in Artikel 3.1.1a van deze Overeenkomst.

A.

B.

C.

D. 53101355 M 51617993 / 3

Een overzicht met de (verwachte) bijdragen van de verschillende mitigerende maatregelen ter verlaging van de Kapitaalbehoefte dient door het Netwerkbedrijf aan de Staat te worden aangeleverd, met een voldoende zorgvuldig gemotiveerde toelichting op deze maatregelen. Dit overzicht en deze toelichting vormen een integraal onderdeel van het Toetredingsverzoek. Het Netwerkbedrijf moet inventariseren bij zijn bestaande aandeelhouders of zij extra kapitaal zouden willen bijdragen voor het oplossen van de Kapitaalbehoefte van dat Netwerkbedrijf, op gelijke financiële voorwaarden als de Staat, behoudens uitdrukkelijke afwijkingen zoals overeengekomen in deze Overeenkomst, volgens het eerder ingediende plan van aanpak zoals opgenomen in Artikel 2.2.2 en Artikel 3.1.1a (Procesafspraken) van deze Overeenkomst. Het Netwerkbedrijf zal zich naar redelijkheid inspannen om gemeenten en, indien relevant, provincies – die binnen het verzorgingsgebied van het Netwerkbedrijf vallen – uit te nodigen om als aandeelhouder toe te treden tot dat Netwerkbedrijf, op gelijke financiële voorwaarden als de Staat, behoudens uitdrukkelijke afwijkingen zoals overeengekomen in deze Overeenkomst, zoals omschreven in het eerder ingediende plan van aanpak zoals opgenomen in Artikel 2.2.2 en Artikel 3.1.1a (Procesafspraken) van deze Overeenkomst.

Het Netwerkbedrijf werkt waar mogelijk en relevant, individueel en gezamenlijk met de andere Netwerkbedrijven, binnen de ruimte geboden door de ACM, en op gebalanceerde en redelijke wijze continu aan het verder verlagen van kosten die zij maken, het ondersteunen van de energietransitie door versnelling van maatschappelijk verantwoorde investeringen en het verder verhogen van de productiviteit. De kapitaalstructuur van het Netwerkbedrijf moet efficiënt worden ingezet door gebruik te maken van een optimale financieringsmix binnen

PROJECT NACHTWACHT

49

de kaders van de Minimale Credit Rating. Dat wil zeggen dat capaciteit van schuldinstrumenten zoveel als mogelijk moet worden benut, mits en voor zover dat redelijk kan worden geacht onder de dan geldende marktomstandigheden en bedrijfsomstandigheden van het Netwerkbedrijf, waarbij geldt dat van dit principe door Partijen gemotiveerd kan worden afgeweken; het Netwerkbedrijf handelt hierin in nauwe samenspraak met de AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO.

E.

5.

Verificatie

Mogelijke aanpassingen in het dividendbeleid dienen tevens te worden overwogen ter verlaging van de Kapitaalbehoefte en, indien van toepassing, in de berekening van de Kapitaalstortingsbehoefte te worden toegepast. De eventuele mogelijkheden voor de verkoop van de activiteiten van een Netwerkbedrijf, niet zijnde de activiteiten in de Energienetwerken, en de wenselijkheid daarvan dient te zijn onderzocht door dat Netwerkbedrijf. De onderliggende assumpties en uitkomsten van de Financiële Prognose Kapitaalbehoefte zullen in lijn moeten zijn met de prognoses zoals die in de normale gang van zaken door een Netwerkbedrijf worden gedeeld met de Kredietbeoordelingsbureaus. Eventuele redelijkerwijs relevante afwijkingen tussen de Financiële Prognose Kapitaalbehoefte en de prognoses door een Netwerkbedrijf gedeeld met de Kredietbeoordelingsbureaus zullen inzichtelijk moeten worden gemaakt en zorgvuldig worden gemotiveerd. Dit heeft als doel om met voldoende onderbouwing door Partijen in gezamenlijkheid te besluiten over het scenario op basis waarvan de Kapitaalbehoefte wordt bepaald; het Netwerkbedrijf handelt hierin in nauwe samenspraak met de AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO. De Financiële Prognoses zoals gedefinieerd ten behoeve van de waardering en de Financiële Prognose Kapitaalbehoefte zullen niet materieel afwijken.

Een toelichting op eventuele afwijkingen dient te worden toegevoegd aan het Toetredingsverzoek. De omvang van de Kapitaalbehoefte en de Kapitaalstortingsbehoefte en de mate waaraan is voldaan aan de mogelijkheden om de Kapitaalbehoefte te verlagen, zullen worden geverifieerd door (adviseur(s) van) de Staat. De Staat zal mede op basis van deze verificatie de daadwerkelijke Kapitaalstorting vaststellen. De Kapitaalbehoefte en Kapitaalstortingsbehoefte kunnen redelijkerwijs worden aangepast door het Netwerkbedrijf in nauwe samenspraak met de AHC dan wel (indien toepasselijk) het GAO tot eind juni van het jaar voorafgaand aan het gewenste stortingsjaar.

53101355 M 51617993 / 3

PROJECT NACHTWACHT

50

Bijlage 5.

Bijlage 5_Template Financiele Prognose

53101355 M 51617993 / 3

TEMPLATE FINANCIËLE KAPITAALBEHOEFTE

PROGNOSE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13178821/1