CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 - 1e Begrotingswijziging 2023 VRR

Gemeenteraad 22 juni 2023, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze begroting 2024 VRR10.199 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2023 1e wijziging

6 april 2023

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

1 / 39

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

2 / 39

Kerngegevens Naam:

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Bezoekadres:

World Port Center Wilhelminakade 947 3072 AP ROTTERDAM

Postadres:

Postbus 9154 3007 AD ROTTERDAM 088-8779000 (algemeen) www.vr-rr.nl info@vr-rr.nl

Telefoon: Website: E-mail: Dagelijks Bestuur:

de heer A. Aboutaleb (voorzitter) de heer C.H.J. Lamers mevr. A. Attema mevr. A. Grootenboer - Dubbelman de heer F. van Oosten de heer P. van de Stadt

Algemeen Directeur:

mr. drs A. Littooij

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

3 / 39

Inhoudsopgave Inleiding Uitgangspunten Overzicht van de baten en lasten 2023 – per programma Verschillenanalyse – per programma Meerjarenraming 2023-2026 – per programma Meerjarenraming 2023 – 2026 - incidenteel en structureel Ontwikkeling van het Eigen vermogen Ontwikkeling van de investeringen Ontwikkeling van de financiering Ontwikkeling van de voorzieningen Gemeentelijke bijdragen per deelnemende gemeente Plustaken per deelnemende gemeente Weerstandsvermogen en risicobeheersing Staat van vereiste handtekening

5 7 10 12 17 20 21 23 24 25 27 29 30 39

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

4 / 39

Inleiding Het Algemeen Bestuur van de VRR heeft in december 2022 gesproken over de financiële situatie voor het jaar 2023. De VRR-begroting over het jaar 2023 is eind 2021 opgesteld. Bij de opstelling van de programmabegroting 2023 is rekening gehouden met het indexpercentage dat eind 2021 is vastgesteld door de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de VRR in haar begroting 2023 rekening heeft gehouden met een loonstijging van 1,9% en een inflatiecorrectie van 1,9%. Op het moment van vaststelling was er nog geen sprake van bijzonderheden die van invloed waren op de begroting. Als gevolg van de mondiale spanningen, zoals de oorlog in Oekraïne en de verstoring van logistieke ketens naar aanleiding van de Covid-19 maatregelen, is krapte ontstaan in de energie- en grondstoffenmarkt. Dit heeft geleid tot forse prijsstijgingen. Inkoop wordt duurder, aanbestedingstrajecten komen ver boven de beschikbare budgetten uit en de indexering op contracten ligt boven de aanname in 2021. De inflatie is enorm en werkt niet alleen door op ons inkoopvolume, maar ook in de loonkosten. De cao-onderhandelingen hebben geleid tot een principeakkoord waarin een loonstijging voor 2023 is voorzien die uitkomt op 9,68% voor de veiligheidsregio.

Het indexpercentage is bedoeld voor de budgetten van het bestaande beleid of de bestaande activiteiten en is een schatting van de te verwachten indexering voor het begrotingsjaar. Binnen de systematiek die door de gemeenten is opgesteld, wordt het indexpercentage in de daaropvolgende drie jaar geactualiseerd, totdat het definitieve percentage beschikbaar is. Op deze wijze is voor de nieuwe begroting sprake van een eerlijke compensatie voor verschillen die vanaf de afgifte van de indexering optreden. Bovendien werken met deze systematiek de verschillen niet door op lange termijn en gaat het bij een tekort om een incidenteel tekort. De aanpassingen op de afgegeven verwachte percentages voorzien niet in een tussentijdse compensatie of in een correctie met terugwerkende kracht voor 2021 tot en met 2023, maar gaan pas in vanaf het nieuwe begrotingsjaar. Hoewel de systematiek voor de lange termijn structureel voor voldoende compensatie zorgt, betekent dit dat er bij een afwijkende inflatie een incidenteel tekort of overschot ontstaat. In stabiele tijden met lage inflatie en tevens voldoende eigen vermogen wordt dit door de VRR zelf opgevangen. In het licht van de uitzonderlijke economische situatie van dit moment heeft het Algemeen Bestuur nog voor de start van het begrotingsjaar gekeken naar de financiële situatie van de VRR.

Na een zorgvuldige bespreking van de mogelijke oplossingen is het Algemeen Bestuur tot het besluit gekomen dat binnen de exploitatie er op een aantal afgesproken ontwikkelpunten wordt getemporiseerd. Dit betekent o.a. dat de ontwikkelingen ten aanzien van omgevingsveiligheid, informatiebeveiliging, het MIC en de hoogbouw op een lager tempo uitgerold gaan worden. Ook is er naar het investeringsbeleid en het personeelsverloop gekeken. In totaal gaat dit om 2,6 miljoen euro. Dit besluit is verwerkt in de begrotingswijziging. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur de directie de inspanningsverplichting gegeven om het tekort indien mogelijk nog verder te reduceren. Dit betekent dat het gepresenteerde tekort mogelijk nog zal afnemen. Over het verloop 2023 worden de gemeenten op de hoogte gehouden via de bestuurlijke rapportages.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

5 / 39

De VRR heeft een lage algemene reserve van €1.16 miljoen. Deze biedt dus geen mogelijkheid het tekort over 2023 op te vangen. Over het tekort 2023 zal een hercalculatie van de gemeentelijke basiszorgbijdrage plaatsvinden. Daarmee komt het tekort ten laste van de regiogemeenten.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

6 / 39

Uitgangspunten Naast de verwerking van het besluit van het AB van 22 december zijn bij het opstellen van de 1e begrotingswijziging de volgende uitgangspunten gehanteerd: Prijsontwikkeling inkopen Prijsontwikkeling 2022: De gemiddelde verwachte prijsontwikkeling over 2022 heeft een extra effect van 8,1% over de inkopen in 2023. Prijsontwikkeling 2023: De verwachte prijsontwikkeling over 2023 heeft daarnaast ook nog een extra effect ten opzichte van de begroting 2023 van 0,7% op de inkopen (verwachte prijsontwikkeling is totaal 2,6%, hiervan was al 1,9% in de begroting opgenomen). De materiele kosten bij de ambulancedienst zijn in 2022 geïndexeerd met 9,25% en in 2023 met 4,74%. Prijsstijgingen ten behoeve van brandstof worden door de zorgverzekeraars op basis van nacalculatie vergoed. De onderhandelingen over het begrotingsjaar 2023 met de zorgverzekeraars vinden op dit moment nog plaats. Loonontwikkeling Loonontwikkeling 2023 veiligheidsregio’s: Begin maart hebben de vakbonden en de werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s een principe akkoord bereikt voor de nieuwe CAO Met deze CAO moet formeel nog worden ingestemd. De consequenties van dit principeakkoord zijn verwerkt in deze begrotingswijziging. Voor de lonen is afgesproken een nominale loonsverhoging van €100, een loonsverhoging van 5,5% en een verhoging van de eindejaarsuitkering met 1,58%.

In de praktijk betekent dit dat de laagste loonschalen procentueel gezien de grootste loonstijging laten zien als gevolg van de nominale loonsverhoging van € 100. Op basis van de formatie van de veiligheidsregio leidt dit tot een gemiddelde loonstijging van 9,68%. In de primaire begroting 2023 was rekening gehouden met een loonstijging van 1,9%. Er is nu een extra stijging opgenomen van 7,78%. Loonontwikkeling ambulancesector Op het programma Ambulance wordt op dit moment geen tekort verwacht. De ambulancesector heeft een eigen cao: de cao Ambulancezorg. Voorlopige indexaties vinden een paar maanden voor het lopende begrotingjaar plaats. Tijdens het begrotingsjaar vinden er herijkingen plaats die op basis van nacalculatie worden verrekend. De loonkosten zijn in 2022 geïndexeerd met 4,87% en in 2023 met 4,42%. Omdat de onderhandelingen met de zorgverzekeraars op dit moment nog lopen, zijn de kosten en baten in evenwicht begroot. Bluswater De VRR ontvangt vanuit het Waterbedrijf facturen voor het onderhoud aan Bluswatervoorzieningen voor een aantal gemeenten. Deze doorbelasting stond als plustaak in de primaire begroting. Met deze gemeenten heeft ambtelijke afstemming plaats gevonden. Hierbij is voorgesteld de facturatie vanuit het Waterbedrijf direct via de Gemeenten te laten verlopen.

De motivatie hiervoor is tweeledig: enerzijds leidt deze toepassingswijze tot een onnodige dubbele administratie, want de VRR belast één op één door; anderzijds is deze taak wettelijk een directe gemeentelijke verantwoordelijkheid. Alle gemeenten zijn ambtelijk akkoord gegaan.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

7 / 39

Verlofsparen Begin 2022 is een CAO in werking getreden, waarin de mogelijkheid van verlofsparen is opgenomen. Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantieuren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Op grond van de financiële regelgeving is hiervoor met de 2e begrotingswijziging 2022 een voorziening gevormd en in deze begrotingswijziging is een structurele dotatie aan deze voorziening van 0,3 mio euro opgenomen. Deze dotatie wordt ook in de jaren na 2023 toegepast. Reserves Groot Onderhoud en 2e Loopbaanbeleid Er is met de 2e begrotingswijziging 2022 besloten om een reserve groot onderhoud en 2e loopbaanbeleid aan te houden; dit beleid wordt ook toegepast in deze begrotingswijziging. BDUR Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg en het Rijk in het kader van de doorstroom migratie. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van € 83 miljoen in de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) vanaf 2023. Deze extra financiële middelen zijn – op grond van de onderbouwing voor de claim – bestemd voor de versterking van de (toekomstige) 1. crisisbeheersing, 2. de informatiepositie (a. per regio én b. gezamenlijk) en 3.

het inrichten van het Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). In het veiligheidsberaad van 10 oktober is een gezamenlijk voorstel behandeld, dat met het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s is opgesteld. In dit voorstel zijn de volgende uitgangspunten opgenomen 1. De ophoging van de BDuR is bedoeld voor de versterking van de crisisbeheersing, ook op grond van de contourennota, het versterken van de informatiepositie en het inrichten van KCR2. Het is niet de bedoeling dat gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio’s – als effect van de ophoging van de BDuR – worden verlaagd. Ook is het niet de bedoeling met de extra financiële middelen gaten te vullen op het gebied van andere taakgebieden van de veiligheidsregio’s. 2. De Minister van Justitie en Veiligheid zal in nauw overleg met onder andere het Veiligheidsberaad op grond van artikel 37 Wet veiligheidsregio’s (Wvr) gezamenlijke landelijke doelstellingen op het gebied van de crisisbeheersing afkondigen. Deze hangen mede samen met de contourennota. De veiligheidsregio’s kunnen de extra financiële middelen onder andere aanwenden voor de uitvoering van deze gezamenlijke landelijke doelstellingen binnen hun regio’s. In de contourennota wordt nader ingegaan op de gezamenlijke landelijke doelstellingen en de bijbehorende governance.

Bij gezamenlijke landelijke doelstellingen valt bijvoorbeeld te denken aan de inrichting van regionale Veiligheids Informatie Knooppunten en de koppeling tussen Rijk en regio’s en de nadere implementatie door veiligheidsregio’s van taken volgend uit landelijke planvorming rond bovenregionale en landelijke crises. Op grond van artikel 24 Wvr zenden de besturen van veiligheidsregio’s jaarlijks een rapportage over de uitvoering van de gezamenlijke landelijke doelstellingen aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Voor 2023 wordt een eerste tranche van gezamenlijke doelstellingen afgekondigd.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

8 / 39

Het veiligheidsberaad heeft hier op 10 oktober 2022 mee ingestemd. De VRR ontvangt hiervoor € 2,2 miljoen euro extra in 2023. Deze taak is toegevoegd aan de begroting. Voor de jaren 2024-2026 moet nog definitieve besluitvorming plaatsvinden en het voorstel is dat dit bedrag zal oplopen tot circa € 4 miljoen euro in 2026. Omdat de besluitvorming nog moet plaatsvinden is dit niet in het meerjarenoverzicht verwerkt. Noodopvang: In het kader van de noodopvang asielzoekers en de opvang ontheemden uit Oekraïne zijn in de begrotingswijziging voor € 10 miljoen aan kosten meegenomen. De werkzaamheden hiervoor zullen in ieder geval nog het eerste half jaar door de veiligheidsregio worden uitgevoerd. Tegenover deze kosten is een gelijk bedrag aan inkomsten meegenomen.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

9 / 39

Overzicht van de baten en lasten 2023 – per programma Programma's Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Totaal baten Saldo van de baten en lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserves Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat (* € 1.000,-) Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Verwachte correctie accres gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie

Begroting Wijzigingen 2023 55.426 3.976 90.131 5.220 9.215 12.500 25.883 1.833 180.655 23.528 60.129 4.230 111.253 -959 9.503 12.669 180.885 15.938 230 -7.590

1e BW 2023 59.402 95.351 21.715 27.716 204.183 64.359 110.294 22.172 196.825 -7.358

884

884

-

884

884

332

946

1.278

332 562

946 -7.528

1.278 -6.964 6.964

562

-7.528

-

Op hoofdlijnen kunnen de wijzigingen als volgt worden verklaard:

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

10 / 39

Resultaat Begroting 2023

566

Mutaties op begroting 2023 Loonstijging met 7,78% Hogere prijsontwikkeling 8,8% Verhoging bijdragen zorgverzekeraars en BDUR agv indexate Lagere Kapitaalslasten Dotatie aan voorziening Verlofsparen Taakstelling exploitatie Temporisering Ontwikkelagenda Hercalculatie gemeentelijke bijdrage

-7.139 -3.091 711 932 -312 400 970 6.965

Indexatie kosten ambulancezorg en nadere afspraken zorgverzekeraars Verhoging bijdrage zorgverzekeraars

4.230 -4.230

Extra impuls Crisisbeheersing Verhoging bijdrage BDUR

2.209 -2.209

Kosten Noodopvang Oekraine Bijdrage COA Bijdrage Rijk

10.000 -8.000 -2.000

Kosten bluswater overgeheveld naar gemeente Lagere bijdrage gemeenten bluswater

-1.203 1.203

Resultaat 1e begrotingswijziging 2023

-0

Ten aanzien van het tekort is door het Algemeen Bestuur besloten dat er een hercalculatie op de gemeentelijke basiszorgbijdrage plaats zal vinden. Daarmee komt het tekort ten laste van de regiogemeenten. Deze hercalculatie is nu berekend op totaal € 6.965k. Het Algemeen Bestuur heeft de directie de inspanningsverplichting gegeven om het tekort 2023 indien mogelijk nog verder te reduceren. Dit betekent dat het gepresenteerde tekort mogelijk nog zal afnemen. Over het verloop 2023 worden de gemeenten op de hoogte gehouden via de bestuurlijke rapportages.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

11 / 39

Verschillenanalyse – per programma De verschillenanalyses voor de diverse programma’s zien er als volgt uit: Ambulancezorg (* € 1.000,-) Personele kosten Personeel FLO Overige kosten

-

-

-

-

-

Wijziging Structureel Incidenteel 1.477 1.477 -427 -427 2.926 2.926

Totaal wijzigingen op de lasten Bijdrage zorgverzekeraars Overige bijdragen Bijdrage voor FLO

3.976 4.614 21 -406

3.976 4.614 21 -406

-

Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen 1e wijziging 2023

4.230 253

4.230 253

-

Personele kosten: Voor de lonen is rekening gehouden met een stijging van 4,74% ten opzichte van 2022. Dit is gebaseerd op de loonkostenstijging die de NZA vergoed in het budget. Personeel FLO: De kosten voor de FLO worden voor 2023 lager ingeschat dan in de primaire begroting was opgenomen. De bijdrage die voor deze kosten wordt ontvangen daalt hierdoor ook. Overige kosten: In de begroting is rekening gehouden met een kostenstijging van 4.87% in 2023 ten opzichte van de laatste afspraken van 2022. In deze laatste afspraken is rekening gehouden met een kostenstijging van 9,25%. Dit was nog niet in de begroting 2023 verwerkt. Kostenstijging betreft o.a. de huur van locaties, energiekosten, brandstof ambulances, logistieke middelen. Zorgverzekeraars: De kostenstijgingen leiden tot een hogere bijdrage van de zorgverzekeraars voor 2023. De onderhandelingen met de zorgverzekeraars hierover lopen nog en bevinden zich in de afrondende fase. Overige baten: diverse baten stijgen door o.a. detacheringsopbrengsten.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

12 / 39

Brandweerzorg (* € 1.000,-) CAO-ontwikkelingen Verlofsparen Personeel FLO Indexering Ontwikkelagenda Temporisering Ontwikkelagenda Indexering kosten Ombuiging lopende exploitatie 2e LBB Bedrijfskleding Plustaken Kapitaalslasten Bluswater Totaal wijzigingen op de lasten Bijdrage bluswater Bijdrage Plustaken Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen 1e wijziging 2023 -

-

-

-

-

-

-

Wijziging Structureel Incidenteel 4.214 4.214 259 259 367 367 333 333 -496 -496 2.415 2.415 -400 -400 167 167 250 250 245 245 -932 -932 -1.204 -1.204 5.220 5.220 -1.203 -1.203 245 245 -959 -959 -6.179 -6.179 -

CAO-ontwikkelingen: Voor de loonkosten is rekening gehouden met een loonstijging van in totaal 9,68%, op basis van het principeakkoord vanuit het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) 2023. In de begroting 2023 was al rekening gehouden met een stijging van 1,9%. Dit betekent een stijging van 7,78%. Verlofsparen: In de nieuwe CAO die in 2022 is ingegaan is de mogelijkheid opgenomen van verlofsparen. Conform de BBV-regelgeving dient hiervoor een voorziening te worden gevormd die ten laste komt van het resultaat. In de begroting 2023 was hiermee nog geen rekening gehouden. Er is nu een inschatting gemaakt voor 2023. Personeel FLO: de FLO-kosten zijn geactualiseerd op basis van de nieuwe prognose voor 2023 en de CAO-ontwikkelingen. Indexering en temporisering Ontwikkelagenda: de kosten van de Ontwikkelagenda zijn geactualiseerd met de stijging van de loonkosten als gevolg van de nieuwe CAO en de stijging van de overige kosten als gevolg van de inflatie. Daarnaast zijn er Bestuurlijke afspraken gemaakt over temporisering van enkele punten uit de Ontwikkelagenda. Deze afspraken zijn gemaakt in het kader van de financiële uitdagingen die de huidige economische ontwikkelingen met zich meebrengen. Indexering kosten: Dit betreft de indexering op o.a.

de huurkosten, de voertuigen (onderhoud en brandstof), beschermingsmiddelen en apparatuur, de kosten voor training en opleiding en kosten ICT. Ombuiging lopende exploitatie: om de financiële uitdagingen die de huidige economische ontwikkelingen met zich meebrengen te kunnen managen, is ervoor gekozen om naast de temporisering van de Ontwikkelagenda ook in de lopende exploitatie de kosten om te buigen ten opzichte van de primaire begroting 2023. 2e Loopbaanbeleid, Groot Onderhoud & Bedrijfskleding: ten tijde van het opstellen van de primaire begroting 2023 werd rekening gehouden met de omzetting van de reserves 2e Loopbaanbeleid, Groot Onderhoud en Bedrijfskleding naar een voorziening. Op basis van het advies van de accountant zijn deze voorzieningen alsnog aangehouden als reserves. Voor de begroting betekent het dat de uitgaven worden gefinancierd na de resultaatbestemming, net als de jaarlijkse dotatie. De bedragen voor de kosten en de dotatie zijn geïndexeerd. Bedrijfskleding: Voor bedrijfskleding wordt voorzien dat in 2023 er € 250 aan kosten wordt gemaakt waarvoor gebruik wordt gemaakt van de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. Plustaken: De lasten en de bijdrage voor de plustaken zijn geactualiseerd aan de hand van de CAO-ontwikkelingen en indexering van de overige kosten in 2023.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

13 / 39

-

-

Kapitaalslasten: Door verschuivingen van investeringen naar eind 2023 of naar 2024/2025 wordt de afschrijvingslast voor 2023 lager ingeschat. Daar staat wel een hogere rentelast tegenover omdat voor 2023 er meer financiering nodig is dan eerder werd ingeschat en omdat voor de rente van een hoger rentepercentage wordt uitgegaan dan in de begroting 2023 was opgenomen. Bluswater: Met de gemeenten is afgesproken dat het bluswater vanaf 2023 rechtstreeks wordt gefactureerd door het waterbedrijf aan de gemeenten. Dit betekent dat het zowel uit de lasten als de baten wordt geëlimineerd.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

14 / 39

Risico- en Crisisbeheersing (* € 1.000,-) CAO-ontwikkelingen Verlofsparen Indexering Ontwikkelagenda Temporisering Ontwikkelagenda Indexering kosten Extra BDUR-gelden Noodopvang Totaal wijzigingen op de lasten Noodopvang Extra BDUR-gelden incl indexering Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen 1e wijziging 2023 -

-

-

-

-

Wijziging Structureel Incidenteel 377 377 25 25 108 108 -450 -450 232 232 2.209 2.209 10.000 10.000 12.500 2.500 10.000 10.000 10.000 2.669 2.669 12.669 2.669 10.000 169 169 -

CAO-ontwikkelingen: Voor de loonkosten is rekening gehouden met een loonstijging van in totaal 9,68%, op basis van het principeakkoord vanuit het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) 2023. In de begroting 2023 was al rekening gehouden met een stijging van 1,9%. Dit betekent een stijging van 7,78%. Verlofsparen: In de nieuwe CAO die in 2022 is ingegaan is de mogelijkheid opgenomen van verlofsparen. Conform de BBV-regelgeving dient hiervoor een voorziening te worden gevormd die ten laste komt van het resultaat. In de begroting 2023 was hiermee nog geen rekening gehouden. Er is nu een inschatting gemaakt voor 2023. Indexering en temporisering Ontwikkelagenda: de kosten van de Ontwikkelagenda zijn geactualiseerd aan de hand van de met de stijging van de loonkosten als gevolg van de nieuwe CAO en de stijging van de overige kosten als gevolg van de inflatie. Daarnaast zijn er Bestuurlijke afspraken gemaakt over temporisering van enkele punten uit de Ontwikkelagenda. Deze afspraken zijn gemaakt in het kader van de financiële uitdagingen die de huidige economische ontwikkelingen met zich meebrengen. Indexering kosten: Dit betreft de indexering op diverse kosten. BDUR: Er zijn extra middelen beschikbaar gesteld, nu ingeschat op € 2.209k. Deze zijn bestemd voor de versterking van de (toekomstige) 1. crisisbeheersing, 2. de informatiepositie (a. per regio én b.

gezamenlijk) en 3. het inrichten van het Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). De loon- en prijsbijstelling 2022 voor de BDUR is € 300k hoger dan meegenomen in de begroting 2023. Noodopvang: De kosten voor opvang asielzoekers en Oekraïners lopen nog door in 2023. Hiervoor is nu een inschatting gemaakt voor de kosten van in totaal € 10 mln. Hier staat ook een vergoeding van hetzelfde bedrag tegenover.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

15 / 39

Overhead (* € 1.000,-) CAO-ontwikkelingen Verlofsparen Indexering Ontwikkelagenda Temporisering Ontwikkelagenda Indexering kosten Totaal wijzigingen op de lasten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen 1e wijziging 2023 -

-

-

-

Wijziging Structureel Incidenteel 1.095 1.095 73 73 15 15 -24 -24 674 674 1.833 1.833 -1.833 -1.833 -

CAO-ontwikkelingen: Voor de loonkosten is rekening gehouden met een loonstijging van in totaal 9,68%, op basis van het principeakkoord vanuit het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) 2023. In de begroting 2023 was al rekening gehouden met een stijging van 1,9%. Dit betekent een stijging van 7,78%. Verlofsparen: In de nieuwe CAO die in 2022 is ingegaan is de mogelijkheid opgenomen van verlofsparen. Conform de BBV-regelgeving dient hiervoor een voorziening te worden gevormd die ten laste komt van het resultaat. In de begroting 2023 was hiermee nog geen rekening gehouden. Er is nu een inschatting gemaakt voor 2023. Indexering en temporisering Ontwikkelagenda: de kosten van de Ontwikkelagenda zijn geactualiseerd aan de hand van de met de stijging van de loonkosten als gevolg van de nieuwe CAO en de stijging van de overige kosten als gevolg van de inflatie. Daarnaast zijn er Bestuurlijke afspraken gemaakt over temporisering van enkele punten uit de Ontwikkelagenda. Deze afspraken zijn gemaakt in het kader van de financiële uitdagingen die de huidige economische ontwikkelingen met zich meebrengen. Indexering kosten: Dit betreft de indexering op diverse kosten.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

16 / 39

Meerjarenraming 2023-2026 – per programma

Programma's Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Totaal baten Saldo van de baten en lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserves Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat (* € 1.000,-) Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Verwachte correctie accres gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

Begroting Wijzigingen 2023 55.426 3.976 90.131 5.220 9.215 12.500 25.883 1.833 180.655 23.528 60.129 4.230 111.253 -959 9.503 12.669 180.885 15.938 230 -7.590

1e BW 2023 59.402 95.351 21.715 27.716 204.183 64.359 110.294 22.172 196.825 -7.358

884 -

2024

2025

2026

59.402 102.404 13.426 28.383 203.616 64.359 120.323 13.552 198.234 -5.382

59.402 103.786 13.937 28.395 205.521 64.359 121.703 14.177 200.239 -5.282

59.402 104.688 14.382 28.418 206.891 64.359 128.312 14.968

884

661

569

569

884

884

661

569

569

332

946

1.278

1.014

1.150

332 562

946 -7.528

1.278 -6.964 6.964

1.614 207 1.821 -4.221

1.014 -4.836

1.150 1.329

-4.221

6.242 1.406

1.329

562

-7.528

-

17 / 39

207.638 747

De begrotingswijziging 2023 is gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze eerder zijn opgenomen (blz 6-8). In het kader van de Meerjarenraming is voor 2024 rekening gehouden met een aantal indexaties. Er is in de meerjarenraming rekening gehouden met de volgende ontwikkelingen: -

Ontwikkelagenda: Aan zowel de kostenkant als de batenkant (bij de gemeentelijke bijdrage) is rekening gehouden met de gelden in het kader van de ontwikkelagenda. In 2023 komt het eerste deel van het geld beschikbaar, totaal € 3.9 miljoen. In de jaren 2024-2026 komen hier nog extra gelden bij. Geïndexeerd gaat dit om € 2.9 miljoen in 2024, € 2.1 miljoen in 2025 en € 1.3 miljoen in 2026.

-

Indexering 2024: Aan de kostenkant is voor 2024 rekening gehouden met een stijging van de loonkosten van 2.6%. De nieuwe CAO heeft een looptijd van 16 maanden tot 1 mei 2024. In de macro-economische verkenning is voor 2024 een loonstijging voorzien van 3,9%. Omdat de loonstijging naar verwachting op z’n vroegst per 1 mei 2024 zal zijn is rekening gehouden met 8 maanden stijging van 3,9%. Op jaarbasis is dat 2,6%. Voor de overige kosten is rekening gehouden met een stijging in 2024 van 2,4%.

-

Kapitaalslasten: Voor de jaren na 2024 tot 2026 is rekening gehouden met de verwachte kapitaalslasten. Dit is enerzijds gebaseerd op de afschrijvingen op de bestaande activa en de komende investeringen, en anderzijds op de verwachte rentekosten. De afschrijvingen stijgen vanaf 2024 als gevolg van de investeringen die in 2023 geactiveerd zullen worden. De rentekosten stijgen doordat er extra financiering nodig is vanwege de tekorten die ontstaan en door de gestegen rente. Voor de nieuwe langlopende leningen is voor 2023 gerekend met 3% rente. Voor de lening van 2024 is gerekend met 3.5% en voor de lening van 2025 en 2026 is gerekend met een rente van 4%.

-

Extra BDUR-gelden: In het kader van de BDUR zijn voor de periode 2024 tot 2026 geen extra gelden beschikbaar gesteld omdat de definitieve besluitvorming hierover nog niet heeft plaatsgevonden.

-

Indexering gemeentelijke bijdrage in 2024: In de berekening voor de gemeentelijke bijdrage 2024 is rekening gehouden met een indexering van totaal 8.36%. Dit heeft betrekking op het correctieaccres van 4.76% voor de jaren 2022 en 2023. Daarnaast betreft het de indexering voor het begrotingsjaar 2024 van 3.6%. De percentages zijn gebaseerd op het voorstel gedaan door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen, in opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond.

Voor 2024 wordt een tekort in de exploitatie voorzien. Dit is vooral een gevolg van de verwachte stijging van de lasten als gevolg van inflatie en gestegen loonkosten in 2023 en 2024. Hiervoor komt, naar verwachting, pas in 2025 een eerste compensatie vanuit de gemeentelijke bijdrage. De meerjarenraming laat vanaf 2025 voorlopig een positief resultaat zien. Het positieve resultaat vanaf 2025 komt doordat er een hoger structureel correctieaccres voor de lonen is toegekend voor het jaar 2022 dan het daadwerkelijke structurele kosteneffect is. De lonen stijgen in 2022 met 6% waarvan 3,7% een structureel karakter kent. Het accres lonen voor 2022 wordt vanaf 2024 gecorrigeerd naar 5,7%. Dat is structureel 2% hoger dan de daadwerkelijke stijging. In 2023 en 2024 wordt dit positieve effect tenietgedaan door de gestegen loonkosten 2023. Deze stijgen harder (met 9.68%) dan de vergoeding die hiervoor wordt ontvangen in 2023 en 2024 (2.8%). In 2025 is rekening gehouden met een verwacht correctie-accres vanaf 2025 voor de loonstijging van 2023. Op grond van de indexeringen zoals die zijn gebruikt in de 1e begrotingswijziging 2023 en de begroting 2024 is een correctieaccres ingeschat van 5.5%.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

18 / 39

Totaal indexering mbt 2023 Indexering lonen (obv nieuwe CAO) Indexering CPI (indexeringsbrief 2024)

80% 20%

9,68% 2,60%

Totaal indexering 2023 Toegekende indexering Opgenomen index in indexeringsbrief 2023 Opgenomen index in indexeringsbrief 2024

8,26%

1,90% 0,86%

Totaal indexering reeds opgenomen in 2023 en 2024

2,76%

Verwacht inhaalaccres 2023 in 2025

5,50%

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

19 / 39

Meerjarenraming 2023 – 2026 - incidenteel en structureel Incidentele baten en lasten (incl. mutaties bestemmingsreserves) Totale lasten begroting Lasten m.b.t. Noodopvang Toevoeging bestemmingsreserve Incidentele lasten Structurele lasten Totale baten begroting Baten m.b.t. Noodopvang Nacalculatie gemeentelijke bijdrage Onttrekking bestemmingsreserve Incidentele baten Structurele baten Resultaat (* € 1.000,-) Incidenteel saldo Structureel saldo

programma

R&C BRW

R&C BRW BRW

2023

2024

2025

2026

205.067 10.000 884 10.884 194.183 205.067 10.000 6.965 1.278 11.278 193.789 0 394 -394

204.277

206.090

207.460

661 661 203.616 200.056

569 569 205.521 207.496

569 569 206.891 208.789

1.821 1.821 198.235 -4.221 1.160 -5.381

1.014 1.014 206.482 1.406 445 961

1.150 1.150 207.639 1.329 581 748

De incidentele mutaties bij programma R&C zijn verbonden aan de actuele crises (opvang ontheemden Oekraïne en noodopvang asielzoekers). De kosten die hiermee verbonden zijn lopen door in 2023. In de primaire begroting was aangenomen dat er geen inzet zou zijn op deze crises. Er zijn geen structurele mutaties op de bestemmingsreserves.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

20 / 39

Ontwikkeling van het Eigen vermogen De ontwikkeling van het eigen vermogen in 2023 is als volgt:

Stand 31-12-2022

Eigen vermogen

Dotatie 2023

Onttrekking Stand 2023 31-12-2023

Algemene reserve Te bestemmen resultaat 2022 Te bestemmen resultaat 2023 Te bestemmen resultaat 2024 Te bestemmen resultaat 2025 Te bestemmen resultaat 2026 Totaal algemene reserve

1.164

0

Bestemmingsreserves Totaal Eigen vermogen per ultimo jaar (* € 1.000,-)

4.993 6.157

884 884

188 976

Plan 2024

Plan 2025

Plan 2026

188 976 0 -4.221

188 976 0 -4.221 1.406

0

188 976 0 0 0 0 1.164

-3.057

-1.651

188 976 0 -4.221 1.406 1.329 -322

-1.278 -1.278

4.599 5.763

3.438 381

2.993 1.342

2.411 2.089

0

Het verwachte resultaat over 2022 is opgenomen onder “Nog te bestemmen resultaat” en wordt in 2023 toegevoegd aan de algemene reserve. Door het begrote negatieve resultaat in 2024 wordt de algemene reserve negatief. In de jaren 2025 en 2026 wordt een positief resultaat voorzien en daarmee wordt de algemene reserve in 2026 weer positief. De ontwikkeling op de bestemmingsreserves ziet er als volgt uit: Bestemmingsreserves

Stand 31-12-2022

2e Loopbaanbeleid 2.682 Groot onderhoud gebouwen 685 Bedrijfskleding 663 CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond 229 Eenmalige bijdrage meldkamer i.v.m. transitie naar politie 212 Spoorincidentbestrijding 522 Totaal (* € 1.000,-) 4.993

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

Dotatie 2023 506 378

884

Onttrekking 2023

Stand 31-12-2023

-392 -275 -250 -27

2.797 787 413 202 212 188 4.599

-334 -1.278

Dotatie 2024 326 335

661

Onttrekking Stand 2024 31-12-2024 -597 -383 -413 -28 -212 -188 -1.821

21 / 39

2.525 739 174 0 3.438

Dotatie 2025 253 316

Onttrekking Stand 2025 31-12-2025 -868 -118 -28

569

-1.014

1.910 936 146 0 2.993

Dotatie 2026 253 316

Onttrekking Stand 2026 31-12-2026 -966 -156 -28

569

-1.150

1.197 1.096 118 0 2.411

In onderstaand mutatie-overzicht worden de wijzigingen qua mutaties bestemmingsreserves gepresenteerd t.o.v. de begroting. Verschil mutaties bestemmingsreserves Omschrijving 2e Loopbaanbeleid Groot onderhoud gebouwen CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond Eenmalige bijdrage uitwerkingskader meldkamer Spoorincidentbestrijding Bedrijfskleding Totaal (* € 1.000,-)

Begroting 2023 Dotatie Onttrekking

-25

Wijzigingen 1eBW 2023 Dotatie Onttrekking Dotatie Onttrekking 506 -392 506 -392 378 -275 378 -275 -2 -27

-307 -

-332

884

-27 -250 -946

884

-334 -250 -1.278

In tegenstelling tot wat in de begroting 2022 was opgenomen is de bestemmingsreserve 2e loopbaanbeleid niet omgezet in een voorziening. De regeling voor 2e loopbaanbeleid is in verband met de lopende ontwikkelingen on-hold gezet. Hiermee is er feitelijke gezien geen verplichting en derhalve geen basis voor een voorziening. Het on-hold zetten betekent niet dat de reserve niet meer nodig is. Naar verwachting zal er een vertraging zitten in de onttrekking. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw voorstel in het kader van de 2e loopbaan (DOOR010). De doorrekening van voorstel “DOOR010” welke voor 1 juli 2023 zal worden aangeboden moet nog plaats vinden. De dotaties en onttrekkingen zijn daarom nog aangehouden volgens de oude planning. Het risico bij het groot onderhoud is relatief klein. Op advies van de accountant in 2022 is besloten om de bestemmingsreserve te handhaven en het niet om te zetten naar een voorziening. In de primaire begroting 2023 was er nog vanuit gegaan dat voor 2e loopbaanbeleid en groot onderhoud een voorziening was gevormd. In 2020 is een commitment afgegeven aan het NIPV (het vroegere IFV) voor de landelijke aanbesteding aanschaf van bedrijfskleding. Deze zou in 2022 gegund worden. De uitrol zou in diverse tranches plaats gaan vinden. O.a.

door COVID 19 en de oorlog in Oekraïne, waar een deel van de uniformen gemaakt zou worden, is er vertraging opgetreden. Door het uitstel zal de uitrol nu niet meer in tranches plaats vinden maar in een keer worden uitgerold. Naar verwachting zal in 2023 deze bestemmingsreserve voor het gedeelte van de brandweer volledig benut worden. Het restant zal in 2024 gebruikt worden.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

22 / 39

Ontwikkeling van de investeringen De ontwikkeling van de investeringen is in onderstaand overzicht weergegeven: Investeringsverloop Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoersmiddelen Overige materiële vaste activa Totaal investeringen VRR (* € 1000,-)

Begroting Wijzigingen 2023 288 2.515 1.284 1.043 380 9.178 -2.110 6.514 6.839 19.250 6.681

1eBW 2023 288 3.799 1.423 7.068 13.353 25.931

2024 2.136 1.471 3.607

2025

2026

864 447 6.863 3.496 11.669

2027

1.136 5.800 3.999 10.935

3.935 3.172 7.108

De belangrijkste wijzigingen tussen de primaire begroting 2023 en de 1e begrotingswijziging zijn de volgende: Bedrijfsgebouwen: De oplevering van de nieuwe brandweerkazerne in Stellendam is opgeschoven van 2022 naar medio 2023. Vervoersmiddelen: Het plan voor de vervanging van een zestal tankautospuiten is opnieuw bekeken. De huidige voertuigen kunnen langer mee, waardoor de vervanging is ingepland voor 2025 in plaats van 2023 (€ 2.469). Overige materiële vaste activa De aanbesteding voor de vervanging van bluskleding loopt, maar de oplevering wordt verwacht in de loop van 2023 in plaats van 2022 (€ 1.797). Het plan voor de vervanging van bepakkingen voor de tankautospuiten is opnieuw tegen het licht aangehouden. De vervanging zou naar verwachting in de loop van 2023 gebeuren in plaats van 2022 (€ 4.625). Daarnaast zijn de investeringen geïndexeerd aan de hand van de verwachte prijsontwikkelingen. Bovenstaande mutaties leiden tot de volgende kapitaallasten: Begroting 2023 Kapitaallasten Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoersmiddelen Overige materiële vaste activa Totaal (* € 1000,-)

Afschrijvingen 1.579 517 3.884 4.385 10.365

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

Rente

1e BW 2023 Totaal

48 302 42 293 232 917

48 1.881 560 4.177 4.617 11.282

Afschrijvingen 1.484 484 3.809 3.502 9.279

Rente

Totaal 38 174 66 347 307 932

23 / 39

38 1.658 550 4.156 3.809 10.211

Ontwikkeling van de financiering In de oorspronkelijke begroting 2023 was rekening gehouden met het aantrekken van een langlopende financiering van € 10 mln. Gezien de ontwikkeling van de exploitatie is de verwachting dat er extra financiering nodig zal zijn. Naar verwachting is € 5 mln extra nodig zodat er in totaal €15 mln wordt aangetrokken in 2023. Voor deze nieuwe langlopende leningen die in 2023 worden afgesloten is gerekend met 4% rente. Voor de begroting van de totale rentekosten is verder rekening gehouden met ontvangen rente op uitstaande tegoeden bij de bank. De VRR financiert de kosten voor de noodopvang asielzoekers en opvang ontheemden Oekraïne voor. Afhankelijk van de snelheid van vergoeden door het COA en het Ministerie van Justitie en Veiligheid kan er aan het begin van 2023 een extra liquiditeitsbehoefte ontstaan die middels een kortlopende financiering gedekt zal worden. Dit komt dan bovenop de aan te trekken langlopende financiering van €15 mln.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

24 / 39

Ontwikkeling van de voorzieningen Het verloop van de voorzieningen voor 2023 is als volgt: Voorzieningen (bedragen in € 1.000)

Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Voormalig personeel Verlofsparen Totaal

Stand 31-12-2022

522 9 150 681

Dotatie 2023

Aanwen ding 2023

-9 357 357

-9

Stand 31-12-2023

522 507 1.029

Dotatie 2024

Aanwen ding 2024

Stand 31-12-2024

Dotatie 2025

522 364 364

871 1.393

-

350 350

Aanwending 2025

Stand 31-12-2025

-

522

-

1.221 1.744

Dotatie 2026

Aanwen ding 2026

Stand 31-12-2026

522 350 350

-

1.572 2.094

Ten opzichte van de begroting zijn er de volgende wijzigingen:

Verschil mutaties voorzieningen Omschrijving voorziening 2e Loopbaanbeleid Groot onderhoud gebouwen Voormalig personeel Reorganisatie VRR Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Verlofsparen Totaal (* € 1.000,-)

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

Begroting 2023 Dotatie Onttrekking 225 -257 274 -244 -16

499

Wijzigingen Dotatie Onttrekking -225 257 -274 244 -9 16

-517

25 / 39

357 -142

508

1eBW 2023 Dotatie Onttrekking

-9

357 357

-9

Reorganisatieplan VRR In 2012 is een reorganisatieplan voor de VRR opgesteld voor een gefaseerde organisatieverandering en de daaraan gekoppelde reorganisatie. Ter dekking van de financiële gevolgen die deze reorganisatie met zich meebrengt, is een voorziening getroffen die hoofdzakelijk dient ter dekking van mobiliteit en outplacement. De laatste mutatie zal naar verwachting in 2022 plaatsvinden aangezien alle betrokken medewerkers met pensioen gaan of zijn. Voorziening Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond De Voorziening Lopende claims is een voorziening getroffen voor juridische afwikkeling van faillissementen leveranciers. Zoals bij de bestemmingsreserves al is aangegeven zijn de voorzieningen voor het 2e loopbaanbeleid en groot onderhoud gebouwen niet gevormd in 2022. Verlofsparen In de in 2021 afgesloten CAO voor de veiligheidsregio’s is afgesproken dat werknemers hun niet vervallen bovenwettelijke verlofdagen kunnen sparen om langdurig verlof op te nemen voor o.a. een sabbatical of eerder pensioen. De commissie BBV heeft voorgeschreven dat hiervoor een voorziening getroffen moet worden. De eenmalige last om dit op te bouwen wordt voor 2022 ingeschat op € 623k. De structurele last is ingeschat op €312k, welke jaarlijks geïndexeerd wordt. Voormalig personeel In 2016 is aan een medewerker strafontslag verleend.

Deze beslissing is door de Raad van beroep teruggedraaid. De VRR heeft een nieuwe ontslagprocedure in gang gezet waartegen verzet is aangetekend. De VRR is in deze procedure in het gelijk gesteld. Er heeft in 2022 nog een betaling plaatsgevonden. De medewerker heeft wettelijke rente geclaimd. Dit zal in 2023 afgewikkeld worden.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

26 / 39

Gemeentelijke bijdragen per deelnemende gemeente De gemeentelijke bijdragen wijzigen t.o.v. de begroting 2023. Conform nieuwe afspraak zal Bluswater vanaf 2023 rechtstreeks door de gemeenten worden betaald. Daarnaast zijn de bedragen voor de Plustaken geactualiseerd in verband met de wijzigingen in de CAO en de indexering van de overige kosten. Ten opzichte van de begroting 2023 is de wijziging als volgt:

Gemeente

Totale bijdrage Begroting 2023

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal

1.397.943 2.669.741 4.658.614 3.388.504 1.645.315 3.951.291 1.948.698 5.810.088 2.712.119 59.317.754 6.530.959 5.988.194 4.672.009 104.691.230

Correctie Bluswater

-36.428 0 -85.185 -65.889 -30.617 0 -34.999 -86.715 -56.592 -629.852 -79.575 -66.477 -31.215 -1.203.543

Actualisatie Plustaken

76.776 3.416

60.526 41.705 3.416 58.026 752 244.617

Totale bijdrage 1eBW 2023 1.361.514 2.746.517 4.576.845 3.322.616 1.614.698 3.951.291 1.913.699 5.723.373 2.716.053 58.729.607 6.454.801 5.979.744 4.641.547 103.732.304

In deze tabel is nog geen rekening gehouden met de nacalculatie van het te verwachten tekort van 2023. Deze nacalculatie zal bepaald worden bij het opstellen van de jaarrekening en verdeeld worden over de gemeenten op dezelfde wijze als de basisbijdrage 2023 is verdeeld. Op basis van het verwachte tekort zoals dat nu wordt voorzien komt de verwachte nacalculatie van de gemeentelijke bijdrage uit op € 6.964.655. De verdeling daarvan is als volgt:

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

27 / 39

Gemeente

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal

Totale Totale Hercalculatie bijdrage na bijdrage gemeente hercalculatie 1eBW 2023 lijke bijdrage 1eBW 2023 1.361.514 2.746.517 4.576.845 3.322.616 1.614.698 3.951.291 1.913.699 5.723.373 2.716.053 58.729.607 6.454.801 5.979.744 4.641.547 103.732.304

92.919 182.202 307.117 226.759 110.198 269.664 130.604 390.604 180.123 3.921.219 435.282 402.861 315.102 6.964.655

1.454.434 2.928.719 4.883.962 3.549.375 1.724.896 4.220.955 2.044.303 6.113.977 2.896.176 62.650.826 6.890.083 6.382.604 4.956.649 110.696.959

Op de volgende bladzijde is de specificatie van de plustaken opgenomen.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

28 / 39

Plustaken per deelnemende gemeente Hieronder de aanvullende specificatie voor de Plustaken per deelnemende gemeente die zijn opgenomen in de totale bijdrage:

Gemeente Plustaken Barendrecht Wijkbrandweerman Capelle aan den IJssel Wijkbrandweerman Ridderkerk Wijkbrandweerman Rotterdam Strandwachten WABO/TCH Wijkbrandweerman Schiedam Wijkbrandweerman Vlaardingen Wijkbrandweerman Voorne aan Zee Cultureel erfgoed Kazerne Oudenhoorn Totaal

Begroting 2023

Wijzigingen 1e BW 2023 76.776 76.776 73.360 3.416 76.776 16.250 60.526 76.776 525.983 17.386 543.369 632.391 20.903 653.294 73.360 3.416 76.776 73.360 3.416 76.776 18.750 58.026 76.776 23.056 762 23.818 667 -10 657 1.437.177 244.617 1.681.794

De actualisatie betreft de indexering van de bedragen. Daarnaast was in de begroting 2023 voor een aantal gemeenten de wijkbrandweerman voor een beperkt aantal maanden opgenomen omdat het nog een pilot was. In deze begrotingswijziging is dit omgezet naar een heel jaar.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

29 / 39

Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de primaire begroting 2023 en de 2e begrotingswijziging 2022 is een aantal ontwikkelingen genoemd waarvan destijds de verwachting was dat ze mogelijk een risico voor de VRR-organisatie konden vormen. Risico’s zijn dynamisch, dat betekent dat sommige risico’s inmiddels zijn vervallen of dat er nieuwe risico’s in de risicoparagraaf zijn opgenomen.

Risico Structurele risco's (=s) Verlofsparen Duurzame piketorganisatie Vakbekwaamheid Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico's. Personele capaciteit brandweer. Bouwsteen verplichtend karakter Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg. Contract ambulancedienst Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is Fiscale risico's Alarmering bevolking. Ontwikkeling GHOR Incidentele risco's (=i) Opzeggen contract Gazprom

Begroting 2023 s s s

-

s s s s s

PM

s s s s

PM

PM

3.578

Raming 2024

343 73 PM

185

Raming 2025

343 73 PM

370 3.000 208 150

208

PM -

1e BW 2023

623 343 73

370 3.000 208

i

Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling. i Effecten en kosten als gevolg van grote crises i Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000)

2e BW 2022

PM

Raming 2026

343 73 PM

370 3.000 208

PM

343 73 PM

370 3.000 208

PM

370 3.000 208

PM

250 -

250 750

250 750

250 140 750

250 140 750

250

-

-

-

-

5.144

4.994

5.134

5.134

PM 21.970 23.902

Deze totaalbedragen betreffen de bruto-risico’s van dat jaar. Dat wil zeggen dat dit de verwachte kosten zijn als de risico’s zich voordoen zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Er is een aantal risico’s waarvan wordt verwacht dat dat hier tegenover een compensatie zal staan. Het gaat dan om de kosten van: - Bouwsteen verplichtend karakter - Alarmering bevolking - Ontwikkeling GHOR - Grote crises. Als deze verwachte compensatie van het totaalbedrag aan bruto-risico’s wordt afgetrokken resteert het nettobedrag aan risico’s. Risico Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000) Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000) Saldo risico's en verwachte compensatie (bedrag x €1.000)

Begroting 2e BW 2022 2023 3.578 23.902 -21.970 3.578

1.932

1e BW 2023 5.144 -3.750

Raming 2024 4.994 -3.750

Raming 2025 5.134 -3.890

Raming 2026 5.134 -3.890

1.394

1.244

1.244

1.244

Toelichting op risico’s Hierna worden de risico’s uit het overzicht nader toegelicht. Per risico wordt aangegeven wat de verwachtingen zijn voor dit jaar en de daaropvolgende jaren. Duurzame piketorganisatie en vakbekwaamheid

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

30 / 39

Met het aannemen van de ontwikkelagenda is besloten om te investeren in de piketorganisatie en vakbekwaamheid. De investeringen starten in 2023en daarmee is het risico gedaald. Het resterende risico wordt nog ingeschat op de helft van het oorspronkelijke bedrag. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Op advies van de Bestuurlijke Auditcommissie (2018) is dit risico als PM-post opgenomen in de risico-inventarisatie. Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Personele capaciteit brandweervrijwilligers De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. Vooral het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, wordt steeds moeilijker. Zeker in kleinere dorpskernen is het lastig om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en werkt aan andere vormen en manieren van brandweerzorg. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal mogelijk extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroeps in dagdienst op een kazerne kost ongeveer € 74k. Vooralsnog is de inschatting dat dit wellicht nodig is op 5 kazernes. De kosten om dit risico op te heffen komen daarmee uit op €370k per jaar.

Bouwsteen verplichtend karakter (voorheen deeltijdregeling vrijwilligers) De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is op grond van Europese regelgeving juridisch niet meer houdbaar. Om hiervoor een oplossing te vinden is landelijk onderzocht hoe brandweervrijwilligers te onderscheiden zijn van de beroepskrachten. Hieruit is een denkrichting ontstaat die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen waarvan de eerste “Verplichtend karakter” is. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld dat eind 2023 wordt gepresenteerd. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 31 mln. per jaar, en voor de VRR komt het uit op een bedrag van €3 mln. In het implementatieplan is opgenomen dat de nieuwe werkwijze vanaf 2023 wordt ingevoerd indien er dekking komt voor de extra kosten vanuit het ministerie van J en V.

Indien het niet lukt om een vergoeding te krijgen vanuit het Rijk loopt de VRR het risico om de financiële consequenties zelf te moeten betalen vanaf 2023. Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over het budget inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. De onderhandelingen gaan o.a. over de te leveren prestaties en vooral het aantal te leveren diensten. Daaraan gerelateerd zijn afspraken over het aantal ambulancevoertuigen en postlocaties. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte afspraken met de zorgverzekeraars over het te leveren aantal diensten niet kan nakomen, bijvoorbeeld door schaarste aan personeel als gevolg van bijvoorbeeld ziekteverzuim en vertrek van medewerkers. Niet geleverde diensten worden in mindering gebracht van het afgesproken budget. De komende jaren blijft dit risico zich voordoen. De afspraken met de zorgverzekeraar hierover voor 2023 zijn nog niet definitief. Voor nu wordt een risico ingeschat dat 8% van de prestaties niet geleverd kan worden. Dit kan nog tot een extra korting op het budget resulteren van € 450k. Contract 2022 ambulancedienst De onderhandelingen met de zorgverzekeraars over de nacalculatie van het budget van 2022 zijn nog niet afgerond. De gesprekken hierover zijn nog gaande en zullen naar verwachting op korte

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

31 / 39

termijn worden afgerond. Het risico is dat het budget lager wordt vastgesteld dan nu is opgenomen in de jaarrekening. Het risico wordt ingeschat op maximaal € 150k.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

32 / 39

Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven. Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. In 2021 heeft het veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s. Eind 2021 heeft het algemeen bestuur besloten tot deelname aan deze stichting. Deze stichting gaat de veiligheidsregio’s adviseren op het thema risicobeheer in relatie tot ongevallen en schade. Daarnaast is het de bedoeling om voor alle veiligheidsregio’s een ongevallenverzekering af te sluiten om zo grote premiestijgingen te voorkomen. Vervolgens zal een waarborgfonds worden opgericht voor niet-verzekerbare risico’s in relatie tot personele verzekeringen waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. De financiële bijdrage aan de stichting en het waarborgfonds komt dan in de plaats van de verzekeringspremie. Voor 2023 is er geen risico omdat er nog verzekeringen door de VRR zelf worden afgesloten met dezelfde dekking.

Vanaf 2024 doet zich het risico voor dat het waarborgfonds onvoldoende middelen heeft om schade van niet verzekerbare risico’s te dekken en dat de bijdrage aan het waarborgfonds hoger uitvalt dan de huidige premie die wordt betaald. De voorwaarden voor dit waarborgfonds, o.a. met betrekking tot de financiële inbreng van de veiligheidsregio’s, worden nu uitgewerkt en komen eind 2023 in het Veiligheidsberaad aan de orde. Op dat moment zal een inschatting worden gemaakt van de hoogte van het risico. Fiscale risico’s Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle regio’s kan worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s. Desalniettemin kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en b.v. het gebruik van dienstvoertuigen.

Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. Voor de komende jaren wordt het risico ingeschat op €250k per jaar. Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer. Het wordt gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Plannen om het WAS op te heffen en te vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media zijn meermaals uitgesteld. Mede op aandringen van de VRR is onderzocht om het WAS in stand te houden op risicolocaties. Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij zal het lokaal bestuur verantwoordelijk zijn voor het aanwijzen van deze locaties en voor het beheer van de sirenes op die locaties. Uit een onderzoek in opdracht van Justitie en Veiligheid is nu aangegeven dat het eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s zelf is als ze ervoor kiezen het systeem nog in de lucht te willen houden.

De lijn die hiermee landelijk lijkt te worden bekrachtigd wijkt af van de lijn die in onze eigen regio tot op heden is aangehouden, Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en met name het effect gebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WAS-systeem. Het risico bij instandhouding van het WAS op risicolocaties is dat de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden. Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op € 140k per jaar. Dit is gebaseerd op een onderzoek van het WODV van najaar 2021.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

33 / 39

Ontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk. Vervallen risico’s die in 2e begrotingswijziging 2022 waren opgenomen: Verlofsparen Begin 2022 is de nieuwe CAO voor de medewerkers van de veiligheidsregio in werking getreden waarin ook de mogelijkheid van verlofsparen is opgenomen.

Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantie uren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Op grond van financiële regelgeving zal voor deze uren een voorziening gevormd moeten worden. Het vormen van deze voorziening komt ten laste van het resultaat. In de begroting 2022 was hiermee nog geen rekening gehouden en daarom was het in de risico’s opgenomen. In de meerjarenraming is rekening gehouden met de vorming van deze voorziening. Contract Gazprom In verband met de oorlog in Oekraïne heeft de Europese Unie sancties ingesteld tegen Rusland en Russische bedrijven. Deze sancties hebben gevolgen voor het contract dat de veiligheidsregio’s hebben met Gazprom voor de levering van gas. In 2022 leek het erop dat het contract in 2022 opgezegd moest worden wat zou leiden tot extra kosten. Inmiddels is dit uitgesteld naar 2023. Dit zal wel leiden tot extra kosten maar hiermee is rekening gehouden in de 1e begrotingswijziging. Effecten en kosten als gevolg van grote crises Op het moment spelen de volgende crises waarvoor de VRR-kosten maakt: - Covid-19: - Acute noodopvang: - Crisisnoodopvang asielzoekers: - Opvang ontheemden Oekraïne: In 2022 was er nog onduidelijkheid over de vergoeding van deze kosten.

Inmiddels zijn daarover afspraken gemaakt met het COA en is er een regeling met het ministerie van JenV voor de kosten van de opvang van Oekraïners. Het risico is hiermee komen te vervallen. Ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit In het volgende overzicht is de te verwachten ontwikkeling van de algemene reserve van de VRR weergegeven. In de jaren 2022 tot en met 2027 is in de beschikbare weerstandscapaciteit het geprognosticeerde resultaat verwerkt zoals dat is opgenomen in jaarverslag 2022 en 1e begrotingswijziging 2023.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

34 / 39

Beschikbaar (x € 1.000) Algemene reserve VRR Te bestemmen resultaat 2022 Te bestemmen resultaat 2023 Te bestemmen resultaat 2024 Te bestemmen resultaat 2025 Te bestemmen resultaat 2026 Te bestemmen resultaat 2027 Totaal

Jaarverslag 1e BW 2023 2022 188 188 976 976 0

1.164

1.164

Raming 2024 188 976 0 -4.221

Raming 2025 188 976 0 -4.221 1.406

Raming 2026 188 976 0 -4.221 1.406 1.329

-3.057

-1.651

-322

Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het benodigde weerstandsvermogen. VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio van minimaal 1. De ratio wordt zowel voor de bruto als voor de netto risico’s berekend: Beschikbaar (x € 1.000) Beschikbaar (x € 1.000)

Jaarverslag 1e BW 2023 2022 1.164 1.164

Raming 2024 -3.057

Raming 2025 -1.651

Raming 2026 -322

Benodigd, is netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto risico's

1.932 0,6

1.394 0,8

1.244 -2,5

1.244 -1,3

1.244 -0,3

Benodigd, is bruto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio bruto risico's

23.902 0,0

5.144 0,2

4.994 -0,6

5.134 -0,3

5.134 -0,1

De ratio komt door de negatieve reserve vanaf 2024, als gevolg van het negatieve resultaat in 2024, negatief uit en is daarmee ver onder de norm van 1. Door positieve resultaten stijgt de ratio vanaf 2025. Zowel de ratio voor de netto-risico’s als die van de bruto-risico’s blijft onder de norm van 1.

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

35 / 39

VRR - 1e Begrotingswijziging 2023

36 / 39

Kengetallen 1e BW 2023 Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Verloop van de kengetallen 2e BW 2022 Begroting 2023 1e BW 2023 31% 41% 35% 31% 41% 35% 2% 2% 5% 0,04% 0,01% -0,19%

Toelichting op de kengetallen

Netto schuldquote: de netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote wordt berekend inclusief of exclusief doorgeleende gelden. Aangezien de VRR geen gelden doorleent, is de netto schuldquote gelijk aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Omdat er onzekerheid is of deze leningen wel allemaal terug zullen worden betaald, is het verstandig om dit onderscheid te maken. Op deze manier wordt dit risico in beeld gebracht. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bevindt een gezonde netto schuldquote zich tussen de 0% en 100%. De druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie is dan gezond te noemen. De netto schuldquote van de VRR blijft op vrijwel hetzelfde niveau en is ver onder de 100%. Solvabiliteitsratio: onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de decentrale overheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De VRR heeft geen streefpercentage voor solvabiliteit afgesproken, maar het percentage van 5% wordt op bedrijfseconomische gronden als laag beoordeeld. Conform bestuurlijke afspraak zal het vermogen de komende jaren stapsgewijs worden verbeterd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12793296/1