CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Rapport ruimtelijke onderbouwing Transformatorvervanging KIJ380

Gemeenteraad 30 november 2023, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: AFGEVOERD VAN AGENDA - Raadsvoorstel Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Voor vervangen transformator TenneT aan de Edisonstraat21.053 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transformatorvervanging KIJ380

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende planologische situatie 1.4 Leeswijzer

4 4 4 6 8

2.1 2.2

Hoofdstuk 2 Initiatief Bestaande situatie Planbeschrijving (beoogde situatie)

9 9 13

3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid Omgevingsaspecten Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

16 16 38 39

Hoofdstuk 4 Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

40 40 50 53

4.1 4.2 4.3

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Ruimtelijke onderbouwing

ma

apvdl #i 7e

1

57

4i

=

=9

1,

am a

Hoogspanningsstation Krimpen aan den IJssel in vogelvlucht (1971).

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

3

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het 380kV-hoogspanningsstation Krimpen a/d IJssel (KIJ380) staan drie éénfase vermogens-transformatoren (TR403) van Elin uit 1969 en een compensatiespoel (SP403) van Brown Boveri uit 1968.

De technische conditie van deze verouderde componenten TR403 en SP403 is slecht. Olieonderzoeken aan beide componenten laten zien dat het einde van de levensduur nadert voor zowel de vermogens-transformatoren als de compensatiespoel en daarom moeten worden vervangen. TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) is voornemens om het oude veld te amoveren en een nieuw transformatorveld aan de noordwestzijde - binnen het stationshek - van het bestaande station te bouwen. Op dit veld komt een nieuwe 500MVA-driefase-vermogenstransformator met een compensatiespoel van 10OMVAr. Het nieuwe veld wordt aangesloten op de bestaande 150 kV-verbinding richting het 150 kV-station Krimpen aan den IJssel (KIJ150). Hiermee ontstaat een goed werkende 500MVA-verbinding tussen het 380 kV-station en het 150 kV-station.

Vanuit het vigerende bestemmingsplan geldt een restrictie ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouwvlak en voorde bouwhoogte van 'overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. Deze bouwhoogte mag maximaal twintig meter bedragen. De portalen hebben een hoogte van 22,5 meter, en de bliksempieken erbij 29,5 meter. Ook de daknetconstructie overschrijdt de 20 meter. De positie van het geluidhuis rondom de transformator is gedeeltelijk buiten het bouwvlak.

Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid om binnenplans af te wijken, om daarmee de afwijkende bouwhoogten en het bouwen van het geluidhuis gedeeltelijk buiten het bouwvlak alsnog mogelijk te maken. Daarom wordt, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), met een omgevingsvergunning afgeweken van het bestemmingsplan. Een dergelijke omgevingsvergunning dient te zijn voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. Onderhavige rapportage vormt deze ruimtelijke onderbouwing. Omdat er sprake is van vervanging van een bestaande transformator en spoel (en niet van uitbreiding) is de RijksCoördinatieRegeling (RCR) niet van toepassing.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de kern Krimpen aan den IJssel. Het initiatief vindt plaats binnen de begrenzing van het 380kV station Krimpen aan den IJssel, dat grenst aan het 150kV station. Het is een 380kVstation met 380kV verbindingen naarde stations Crayestein, Bleiswjjk en Breukelen Kortrijk en een 150kV-verbinding richting het 150kV-station Krimpen aan den IJssel. De kaart met de ligging is in afbeelding 1 weergegeven.

4

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Capelle aan den IJssel Ouderkerk 4 an den IJssel

Loetbos

1475

1210

Krimpen aan den IJssel

H 477

ormpolder Vloedbos

Lekkerkerk

04477 Krimpen aan de Lek

4,

Bol net

V

Lek

“g

Lek

AU

PI

Nieuw • Lekkerl and

Afbeelding 1 Ligging plangebied

Het gaat om het groen omlijnde gedeelte waarde nieuwe transformator met dubbelschakelaarveld wordt geplaatst. De verbindingen naar andere stations zijn in afbeelding 2 aangegeven. Het station Krimpen aan den IJssel is op korte afstand van woningen gelegen, tevens te zien in afbeelding 2.

" 23 -34 ,8 ( 2

8

2.

92

M SA

8,

©s

8

S

42

[32

$

8

PnPn

j -Station

53 4

TR TR TR

21 0

gg

4c

‘4"

silo

.A / N

IJssel 150•yn, A

20

g ■

gt P 3*%

822 2

S, • K. ..

Krimpen a/d

z Ne

S

6V e

Kli oen"55

<

9 Vea ,228

ë. 7

a

3

3<

*82

34* 0

►

‘0 W3 a 5 o 52 84 3 0

3, 0,

8

*3

d.e

/

¥,

z

,48 5:

66.3,

e -7

K

229 ' "2 —1,0

B0

\

"ë

s -d,

2 Nhh

Afbeelding 2: zwart omlijnd zijn de twee stations, groen omlijnd de plek van de nieuwe transformator met -veld en compensatiespoel, blauw omkaderd de bestaande transformatoren en spoel.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

5

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

1.3

Vigerende planologische situatie

De locatie bevindt zich in het bestemmingsplan "Langeland" van de gemeente Krimpen aan den IJssel, vastgesteld op 25 april 2013, met enkelbestemming 'Bedrijf - Nutsbedrijf, een bouwvlak, gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' en dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 2b'.

..........

>

+AA + + 1.1

b

f + I

+ + + + + + +. + + + + f + + a +

I

+"+" +'+

+

y' + +

i.

t-tf #

X +

+ +2+ + + + -ct + + + + + t F+ + +

।

+,

।

।

± + ,

+ + + y

* •

--t + + + + +/t + +++++++++++++++++ F*

+ +

+

+

+

+ +

I

+ + + +++ 1.,

I

+

+

t+

+ +4

+ +,+

+.0

+ 50, +

4 +

+4 +

4100,m +4+4 I + + + + + +

t+ + Afbeelding 3 verbeelding van het bestemmingsplan Langeland met de scope van het werk omkaderd

ENKELBESTEMMING BEDRIJF - NUTSBEDRIJF Het projectgebied is met de bestemming Bedrijf-nutsbedrijf (paars in afvbeelding 3) aangewezen voor een een nutsbedrijf ten behoeve van het transport en de levering van elektrische energie en behorende voorzieningen. Binnen het bouwvlak mogen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 20 meter. Het bouwvlak is aangeduid met een (dikkere) zwarte lijn.Te zien is dat het transformatorgebouw dat met een blauw vlak is aangeduid in afbeelding 3 half binnen en half buiten het bouwvlak is geprojecteerd.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen eveneens binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen en bruggen. De bouwhoogte van hoogspanningsmasten en telecommunicatiemasten mag niet meer bedragen dan 50 meter en de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20 meter (behoudens terrein- en erfafscheidingen die niet meer dan 3 meter hoog mogen worden gebouwd).

In artikel 36.1, is een toegestane afwijking van 10% van de bouwhoogte van gebouwen opgenomen. Er wordt geen nieuw veldhuis gerealiseerd. Het transformatorgebouw heeft een bouwhoogte van 7,25 meter.

6

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Voor wat betreft de enkelbestemming Bedrijf - nutsbedrijf is het plaatsen van een nieuwe transformator(gebouw) inclusief toebehoren buiten het bouwvlak in strijd met de regels ruimtelijke ordening. Ook wordt de maximale bouwhoogte van 20 meter voor overige bouwwerken overschreden. De portalen hebben namelijk een hoogte van 22,5 meter, en met de bliksempieken erbij 29,5 meter. Ook de daknetconstructie overschrijdt de 20 meter. Voor het realiseren van de transformator en toebehoren is daarom een buitenplanse afwijking nodig. De afwijkingen zijn niet opgenomen in Bijlage II van de BOR (Besluit Omgevingsrecht) en vallen dan ook niet onder een kruimelgeval. De benodigde vergunning (uitgebreide procedure van 26+6 weken) is opgenomen in de vergunningeninventarisatie. (Bijlage B4.1).

DUBBELBESTEMMING WAARDE - ARCHEOLOGIE 1,2b & 4

De scope van het werk in relatie tot de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie is verduidelijkt in afbeelding 4. wan PXN

+ +

/ +

•3a,

2a

te

, 4.

41-

18*

/

•2

+'

2

Vé

+

..2

::: §

35

+tt**

+

3e

. a-hh

2 /#

+

S

ff t

3

Ie *

4 197 : ’

+

33.

41

•I

a7•

e

+

<è

f + 4

-

r

f -198 KL

+ +

j+

»

.t

+3

3-8

' +

+. %

, 1357,22 24

42h,,4 *2 y.-82

*“ * + +

+

2, 4"

* -*

•2-.. +

-

8 a + Gtke

+ ■+ ■

K

+ T +.. H9+4 + I ,

$2, *

+ < -

* e +

+

-

>

■ Ks

t

+ + +7^ + 4

#

4 + +H -

/ * 17

Afbeelding 4 Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie (1,2b en 4) en scope van het werk

Voorde dubbelbestemming is het bouwen met bodemingrepen dieper dan 30 cm beneden maaiveld, afhankelijk van de bebouwingsoppervlakte, strijdig zonder een rapport van een archeologisch deskundige (archeologisch vooronderzoek) waarin de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld.

CONCLUSIE

Voor wat betreft de enkelbestemming is het plaatsen van een nieuwe transformator(gebouw) inclusief toebehoren buiten het bouwvlak in strijd met de regels ruimtelijke ordening. Ook wordt de maximale bouwhoogte van 20 meter voor overige bouwwerken overschreden. De portalen hebben namelijk een

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

7

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 hoogte van 22,5 meter, en met de bliksempieken erbij 29,5 meter. Ook de daknetconstructie overschrijdt de 20 meter. Voor het realiseren van de transformatoren toebehoren is daarom een buitenplanse afwijking nodig.

De werkzaamheden zijn niet opgenomen in bijlage II van de BOR (Besluit Omgevingsrecht) en vallen dan niet ondereen kruimelgeval. Voor de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2b is het bouwen zonder een rapport van een archeologisch deskundige (archeologisch vooronderzoek) waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld in strijd met de regels ruimtelijk ordening. Voor het project is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag omgevingsvergunning.

1.4

Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 wordt het initiatief verder omschreven. In Hoofdstuk 3 wordt de uitvoerbaarheid van het plan weergegeven. Hoofdstuk 4 geeft de algmene beleidskaders weer.

In de Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing zitten de bij dit initiatief behorende onderzoeken.

8

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Hoofdstuk 2 2.1

Initiatief

Bestaande situatie

Het bestaande 380kV-station Krimpen a/d IJssel heeft een buitenopstelling, uitgevoerd als AlS-installatie met een dubbelrail-configuratie. De hoofdstructuur bestaat uit een onderliggende hoofdrail van buisgeleiders en een daknet dat is gebouwd met vakwerk staalconstructies. De hoofdrail is gebouwd van veld 1 tot en met veld 16. Aan het uiteinde van de hoofdrail in veld 16 zitten de railaarders ARAZen ARBZ. Naast veld 16 wordt het nieuwe transformatorveld gebouwd in veld 17. Het station heeft een CDG en in ieder veld een veldhuisje. Afbeelding 5 geeft deze situatie weer.

4)

0X

7

I

/AT K

Q

।

L V

'1

imasun —w 1® •n==. ■i -mIc

/1 .BH 2

V

li

Afbeelding 5 Impressie stationsconfiguratie en de huidige situatie ter plaatse van veld 16 resp. 17

Behalve TR403 staan er op KIJ380 nog twee koppeltransformatoren, TR402 en TR401. Beide zijn driefasig uitgevoerd. Alle transformatoren op het station staan opgesteld langs dezelfde lijn, waarlangs een transportweg ligt. De 150kV-zijden van de transformatorvelden kruisen de transportweg naar een afspanportaal. Dit is weergegeven in afbeelding 6.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

9

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

P

) Hi

M (

73

= AA

4 1

! i

rwi" IIL ,

Eèh

(E

I

I I inï i I q

T

I H

M

■

13/55—-

•,f n

W2

1

eA Lere #“"2. 2K

I

1

en Afbeelding 6 Transportweg langs transformatorcellen gezien vanaf toegangspoort

TR403 bestaat uit drie éénfasetransformatoren met een gezamenlijke capaciteit van 450 MVA. Aan primaire zijde bevindt zich het 380kV-schakelveld op veldpositie 10. Dit is weergegeven in afbeelding 7.

N

I I

152

7 I1’

-

T

ff

' I

„42,

K) #

I.

R

V

h

K

Afbeelding 7 Primaire zijde TR403 met schakelveld

10

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

1

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Door omwonenden zijn in de afgelopen jaren regelmatig klachten geuit ten aanzien van de geluidniveaus afkomstig van het transformatorstation. Hierbij wordt de bestaande transformator TR403 aangewezen als de grootste bron van de hinder.Naar aanleiding van de klachten zijn regelmatig namens het bevoegd gezag door DCMR geluidmetingen uitgevoerd. Uit deze metingen zijn geen overschrijdingen van de geluidgrenswaarden van de vergunning gebleken. In alle gevallen wordt voldaan. Ook namens TenneT zijn verschillende malen geluidmetingen uitgevoerd door Peutz, zowel op het transformatorstation als bij de woningen. Zo heeft Peutz in de periode 2013 tot 2015 een uitgebreid onderzoek uitgevoerd in overleg met enkele bewoners.Op basis hiervan is het geluidmodel gevalideerd; gebleken is dat het model een representatieve beschrijving van de geluidsituatie geeft. Dat uit de metingen niet objectief is gebleken dat er sprake is van geluidoverlast wil niet zeggen dat er geen geluidhinder wordt ervaren door omwonenden. Met het vervangen van de transformator TR403 wordt de bron van de bestaande geluidhinder weggenomen.

I

.. i

PZ"" puer

gaa

L

i

-

T

L

I

:: akj

n

’■ !■ !■

ES

2E

! . *FPe —a_■— 4 'HU

E1

ELE

q FT

F I

H— T A,

F T

a

t

in

ti j.

LH

—Af

•5 1

I

I -■

I

i!

- LI

943-

L

2; 2

I

]

L

j

9

HHII

ftt ;

t

Li=ËE"m

LE F

1

Afbeelding 8 Stationsoverzicht bestaande situatie met rood omkaderd de ligging van de bestaande transformator TR403

2.3 Ontwikkelingen op station Krimpen aan den IJssel380 (KIJ380) Naast de vervanging van vermogenstransformator TR403 spelen meerdere projecten die station raken, deels in het kader van de energietransitie en deels in het kader van het beheer en onderhoud van het station. Project Beter benutten KIJ - GTR Als gevolg van de energietransitie ontstaat een toenemende vraag naar en aanbod van (duurzame) elektriciteit, wat tot een verzwaring van de hoogspanningsverbinding Krimpen aan den IJssel Geertruidenberg leidt. TenneTTSO B.V. heeft op 16 juli 2021 een omgevingsvergunning voor bouwen aangevraagd voorde nodige verzwaring van het portaal en van 2 hoogspanningsmasten en - kabels van de 380 kV-verbinding. De verzwaring van de hoogspanningsverbinding tussen Krimpen en Geertruidenberg kent geen gevolgen voorde bedrijfsvoering van het huidige hoogspanningsstation. De aanvraag heeft geen relatie met voorliggende aanvraag omdat er geen sprake is van cumulatie van hinderaspecten.

Er wordt niet meer geluid geproduceerd op het transformatorstation nadat de 380kV-verbindingen met een hogere transport capaciteit (verzwaring) in bedrijf zijn genomen. Geluid op hoogspanningsstations wordt voornamelijk veroorzaakt 3 aspecten: Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

11

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

1.

corona (knetterend geluid door elektrische ontladingen naarde lucht);

2.

schakelhandelingen;

3.

transformatoren.

Ad. 1: Corona geluid is vooral te horen bij vochtig weer zoals mist. Naast het weer is Corona afhankelijk van de bedrijfsspanning (circa 380 - 410 kV). De bedrijfsspanning wordt door het beter benutten project niet aangepast. Ad. 2: Het aantal schakelhandelingen na het Beter Benutten project blijft hetzelfde. Ad. 3: De 380kV- transformatoren op het station hebben een bepaald maximum vermogen en maken nu geluid vanuit de huidige wisselende belasting op (of energie transport naar) het150 kV-net. Door de verzwaring van de 380kV-verbindingen wordt het doortransport in het 380kV-net groter, maar niet het energietransport naar het 150 kV-net. Deze is namelijk gelimiteerd aan het maximum vermogen van de transformatoren. Hierdoor gaan de transformatoren dus niet meer geluid produceren.

De magneetvelden onder de verbinding worden smaller, doordat de geleiders anders worden ophangen. Dat noemen we fasenoptimalistie.

Project 3e circuit Krimpen aan den /Jssei- Geertruidenberg In het investeringsplan van TenneT staat vermeld dat in het kader van de energietransitie een derde circuit zal worden gerealiseerd tussen de 380kV station Krimpen aan den IJssel en Geertruidenberg. De realisatie van dit project is voorzien na 2031, de voorbereidingen voor het project zijn recent gestart. Voor dit project is het niet noodzakelijk om station Krimpen aan den IJssel uitte breiden met extra transformatoren. Ook zijn geen andere ontwikkelingen gepland waarbij een extra vermogenstransformator wordt geplaatst. Afhankelijk van de uitkomsten van technische studies voor het nieuwe circuit, kan het wel noodzakelijk zijn om één of twee extra compensatiespoelen te plaatsen. Het is ook mogelijk dat er geen spoelen noodzakelijk of dat de spoelen op station Geertruidenberg worden geplaatst. Hierdoor is het niet mogelijk om in onderhavige aanvraag al eventuele spoel(en) mee te nemen.

Verwijdering compensatiebank 2 Condensatorbank 2 (ook wel condensatorveld 15 optekening) is buiten bedrijf. Inmiddels is duidelijk geworden dat deze niet meer in bedrijf zal gaan. Amovering van de condensatorbank is gepland in 2023, voordat transformator 414 in bedrijf zal gaan. Daarom is het geluid van deze condensatorbank niet meer meegenomen in de akoestische berekeningen. Overig beheer en onderhoud Station Krimpen aan den IJssel is een station op leeftijd. Op termijn zal een renovatie van het station noodzakelijk zijn om de leveringszekerheid te blijven garanderen. Er is nog geen zicht op wat een renovatie zou behelzen en wanneer deze uitgevoerd gaat worden.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

11

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

2.2

Planbeschrijving (beoogde situatie)

TenneT TSO is voornemens de bestaande vermogenstransformator TR403 plus toebehoren te vervangen door een nieuwe vermogenstransformator plus toebehoren. Het betreft de in afbeelding 8 met rood omkaderd vermogenstransformator TR403, welke inclusief toebehoren wordt verwijderd inclusief funderingen tot 2m onder maaiveld. Hier komt geen nieuwe transformator. Dit blijkt uit de aanvraag; er zijn immers geen nieuwe componenten ingetekend. Aan de noordwestkant van het complex wordt de nieuwe vermogenstransformator TR414 gerealiseerd, inclusief toebehoren (blauw omkaderd in afbeelding 9), waarbij condensatorbank 1 wordt geamoveerd. Condensatorbank 2 zal eveneens worden geamoveerd. Afbeelding 9 is op groot formaat bij de aanvraag gevoegd.

De locatiekeuze is gemotiveerd in Bijlage 1. De eindsituatie is een nieuw transformatorveld met een nieuwe 500MVA-drie-fase-vermogenstransformator met een compensatiespoel van 100MVAr. Het nieuwe transformatorveld wordt aangesloten op de bestaande 150kV-verbinding richting het 150kV-station Krimpen aan den IJsseld.m.v. een ondergrondse kabelverbinding.

-

(F

U

n

w 11 I

hl

511

Iy

2222222222

1

L Fesbux’zwk! I • I

— 1.

T

r

11

<

ft H!

—— LLLLLL —

I

9!

95

n

E

—

H

L i — ---== ==tm#HE# ।

—

E E

1— jt

!O! T !

EI

=-

s

-I +

—1 1

r

jnanfubdheon

I

en dn dunen aebruIk. Worat

i

uËE

45

1

!

!iI

!

=

f 5E

TII 1IVI ttiLHTI £ —— 1 1

4 1994

-i

i

! r+H

!- . L4paEa+sjE.

• RUL B

------ t-

:

H#

__

U1 m=sa

TT mi —HHIIIIT

— n Y

T

=E— b

-

I

g

—

T gvenner

Afbeelding 9 Stationsoverzicht nieuwe situatie

De nieuwe transformator (TR414) zal tussen twee scherfmuren worden geplaatst. De hoogte van de scherfmuren aan beide korte zijden van de transformator worden circa 11 m hoog.

Een aantal akoestische maatregelen worden getroffen in overeenstemming met het akoestisch onderzoek dat voor het transformatorvervangingsproject is uitgevoerd. Het bouwen van de akoestische maatregelen is in de aanvraag omgevingsvergunning meegenomen. Ter beperking van de geluidemissie naar de woonomgeving (met name de woonwijk ten noordwesten) zal de transformator behalve tussen twee scherfmuren ook binnen een gebouw worden geplaatst. De hoogte van de ingepakte transformator, exclusief doorvoeringen, is circa 7m. Het plaatsen van de nieuwe transformator in een gesloten gebouw is noodzakelijk om in de nachtperiode aan de vigerende grenswaarde in VIP10 te voldoen (voorschrift 7.1.1). Deze maatregel is overigens niet noodzakelijk om

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

13

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 aan zowel de vigerende geluidzone als de vigerende MTG-waarden te voldoen. Bij de realisatie van het transformatorgebouw ('geluidhuis') zal terdege aandacht worden besteed aan de

geluidwering specifiek voor transformatorgeluid. Door strenge eisen te stellen aan enerzijds de geluidproductie van de nieuwe transformatoren anderzijds de bouwkundige eisen van het geluidhuis (geluidisolatie inclusief ventilatievoorzieningen) kan betreffende de geluidbronsterkte van de nieuwe ingebouwde transformator worstcase worden uitgegaan van circa 83 dB(A). Ten zuidoosten van het nieuwe transformatorveld is een (tweede) condensatorbank aanwezig die buiten bedrijf is. Deze condensatorbank zal definitief niet meer in gebruik genomen worden en is daarom verwijderd uit het akoestisch onderzoek en overige stukken ten behoeve van de vergunningaanvraag.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

13

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

( 5P402

■l ■

•\ 44 3

42. 23 3e 9 i

6

r

#«G

Td,

■

1 uw 3

a:_ •

228

6 3 •>

scherfmuren (beton)

luchtkoele TR414 (geen ventil kor7)/

1/, %

, ‘g

e

$,8 ds8

X

/ X gebouw (‘geluidhuis’)

b

è 4® G

Afbeelding 10 Stationsoverzicht nieuwe situatie (detailtekening)

14

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Hoofdstuk 3

Uitvoerbaarheid

De gevolgen voor milieu- en omgevingsaspecten vormen een belangrijke afweging bij het al dan niet toelaten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die in strijd met het bestemmingsplan zijn. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling, de bouw van transformator in een geluidhuis, een compensatiespoel en dubbel schakelaarveld, inclusief een ondergrondse kabelverbinding met het 150kV station, beschreven aan de hand van diverse milieu- en omgevingsaspecten.

3.1

Omgevingsaspecten

De gevolgen voor milieu- en omgevingsaspecten vormen een belangrijke afweging bij het al dan niet toelaten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die in strijd met het bestemmingsplan zijn. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling, de bouw van een scherfmuur naast een transformator, beschreven aan de hand van diverse milieu- en omgevingsaspecten.

3.1.1

Bodem

3.1.1.1 Wettelijk kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voorde beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een santeringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voorde beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).

Wet algemene bepalingen omqevinqsrecht

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staat dat een omgevingsvergunning, voor het bouwen op een vermoeden van ernstig verontreinigde grond, pas in werking treedt nadat: • • •

er is vastgesteld dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan; er een melding is gedaan van een voornemen tot saneren.

Wet bodembescherming Als er sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan gelden de regels van de Wet Bodembescherming (Wbb). In de Wbb is een saneringsdoelstelling bepaald (het saneren naar de functie) en een saneringscriterium (wanneer moet er gesaneerd worden (bij zogenaamde “spoed- of risicolocaties")).

Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd. In het besluit staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie.

3.1.1.2 Vooronderzoek

Arcadis Nederland B.V. heeft een vooronderzoek conform de NEN5725 uitgevoerd voor het vervangen van de 380 kV vermogenstranformator. De scope van dit (deel)project bestaat uit het realiseren van een nieuw transformatorveld op KIJ380 en een nieuwe 150kV-kabelverbinding richting KIJ150. Binnen de scope van dit project vallen de installaties van TenneT.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

15

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Deellocatie 1: Veld

1S + 17

1 IWatergang

Deellocatie 3: Kabel tra ca

as

+9 / ad;

5

52 IN

0h S Deellocatie 2. '

8

TR403

) 3

' / Afbeelding 11 Deellocaties vooronderzoek (bron: milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, Arcadis 25 juni 2021)

Het doel van dit vooronderzoek is om relevante gegevens te verzamelen over de milieuhygiënische gesteldheid van de (water)bodem op de onderzoekslocatie.

In het vooronderzoek (Bijlage 2) wordt het volgende aanbevolen: Deellocatie 1 (veld 16 en 17) Deellocatie 1 onderzoeken conform de onverdachte strategie uit de NEN5740 (ONV-NL).

Deellocatie 2 (TR403)

Deellocatie 2 onderzoeken conform de strategie heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming uit de NEN5740 (VED-HE-NL). Deellocatie 3 (kabeltracé) Deellocatie 3 onderzoeken conform de onverdachte lijnvormige strategie uit de NEN5740 (ONV-L).

Asbest: Mocht er tijdens graafwerkzaamheden asbestverdacht materiaal worden aangetroffen dan moeten de werkzaamheden direct worden uitgebreid met een asbestonderzoek conform NEN 5707.

Waterbodem

De waterbodem onderzoeken conform de strategie lintvormig, normale onderzoeksinspanning uit de NEN 5720 (LN). PFAS

Voorde gehele locatie monsters nemen uit zowel de boven- als ondergrond voor analyse op PFAS. Hierbij kan aangesloten worden bij de onderzoeken die worden uitgevoerd op de deellocaties 1,2 en 3. Met betrekking tot de meest verdachte lagen, wordt van het Handelingskader aangegeven dat dit de bovengrond en de laag rondom de grondwaterstand is. Op deellocatie 3 bestaat de bovengrond uit een slakkenlaag, op deze locatie kan monstername van de bovengrond achterwege worden gelaten.

16

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Asbest

Mocht er tijdens graafwerkzaamheden asbestverdacht materiaal worden aangetroffen dan moeten de werkzaamheden direct worden uitgebreid met een asbestonderzoek conform NEN 5707.

3.1.1.3 Verkennend bodemonderzoek Uit het verkennend bodemonderzoek (zie Bijlage 3) blijkt dat plaatselijk in de bovengrond ter plaatse de deellocaties 1 en 3 een sterke verhoogde gehalte PAK gemeten wordt. Deze waarden zijn gemeten in monsters afkomstig van de boringen B02 en B40. In deze boringen zijn asfalt(brokken) waargenomen. De verontreiniging is, gebaseerd op ervaring met vergelijkbare situaties, te relateren aan dit (teerhoudend) asfalt. In de bovengrond van deelgebied 2 zijn slechts lichte verontreiniging aangetroffen (kobalt, molybdeen en nikkel). De ondergrond voldoet aan de achtergrondwaarde. Echter, op basis van een bestaande beschikking moet bij de toekomstige graafwerkzaamheden in deelgebied 2 rekening worden gehouden met bepalingen op grond van een afgegeven beschikking op grond van de Wet bodembescherming. In de ondergrond van de deellocaties 1 en 3 zijn slechts lichte verontreinigingen aangetroffen (kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink). In het grondwater zijn concentraties boven de S-waarde aangetroffen (barium en xylenen).

Materiaal afkomstig uit de waterbodem mag worden verspreid op het aangrenzend perceel.

3.1.1.4 Aanvullingen naar aanleiding van toetsing DCMR Naar aanleiding van de ingediende vergunningaanvraag heeft de DCMR de aangeleverde bodemgegevens beoordeeld. Hieruit kwam naar voren dat aanvulling op een aantal punten nog noodzakelijk is. 1. Op basis van de aangeleverde informatie kon niet worden beoordeeld of de locatie geschikt is voorde voorgenomen ontwikkeling van de slakkenlaag conform de regels uit de Wet bodembescherming is uitgevoerd; de informatie waaruit blijkt dat de verontreiniging verwijderd is, dient te worden overlegd; 2. Uit het rapport blijkt niet welke maatregelen en/of procedures nodig zijn met betrekking tot de aangetroffen sterke verontreinigingen met PAK ter plaatse van deellocatie 1 en 3. Tevens zijn er andere matige / sterke verontreinigingen geconstateerd die waarschijnlijk nader bodemonderzoek behoeven (zoals nikkel en minerale olie); 3. De aanname dat de voormalige sloten gedempt zijn met gebiedseigen grond, is onvoldoende onderbouwd (de afwezigheid van dempingsmateriaal dient aangetoond te worden door middel van het plaatsen van (diepe) boringen ter plaatse van de voormalige sloten); 4. De asbestsituatie is niet duidelijk. 5. Overleg dient plaats te vinden over de te voeren procedures; 6.

Aanvullend historisch onderzoek conform strategie ‘B’ uit de NEN 5725 dient te worden uitgevoerd om alle potentieel bodembedreigende activiteiten als gevolg van de wijzigingen te inventariseren. Vervolgens moet ter plaatse van deze potentieel bodembedreigende activiteiten nulsituatie bodemonderzoek worden uitgevoerd conform de strategie ‘NUL’ uit de NEN 5740. 7. Van de terreindelen waar potentieel bodembedreigende activiteiten komen te vervallen, moet conform de beschikking van de provincie Zuid-Holland van 4 december 2007 een eindsituatiebodemonderzoek worden aangeleverd. Ad 1 en 5: Namens TenneT is Almad eco in overleg getreden over de te volgen procedures met betrekking tot de slakkenlaag. Hierop heeft Almad eco geïnventariseerd welke gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot de verwijdering van de slakkenlaag. Bij de verwijdering van de slakkenlaag in verschillende fasen is de slakkenlaag als bouwstof beschouwd en is voorbij gegaan aan de beschikking op het saneringsplan uit 1997. De beschikbare gegevens over deze verwijdering zijn samengevat in bijlage 12. Naast de inventarisatie van de beschikbare gegevens zal de bodemkwaliteit van de bodem onder de verwijderde slakkenlaag in beeld gebracht moeten worden. In verder overleg tussen DCMR, Almad eco en TenneT zal hiervoor een bemonsterings- en analyse strategie worden opgesteld.

Ad 2 tot en met 4: Het eerder uitgevoerde verkennende bodemonderzoek is op een aantal punten niet voldoende duidelijk gebleken. Daarom heeft Arcadis een memo opgesteld (zie bijlage 13) met daarin een voorstel voor de openstaande punten. Mocht hieruit naar voren komen dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dan zal hiervoor een BUS-melding (buiten het beschikte Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 17

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 geval) of een saneringsplan (binnen het beschikte geval) worden opgesteld, waarvoor vervolgens een beschikking wordt aangevraagd. Ad 6: In de memo van Arcadis (bijlage 13) is onderbouwd waarom het al uitgevoerde bodemonderzoek tevens als nulsituatiebodemonderzoek voorde nieuwe potentieel bodembedreigende activiteiten kan dienen.

Ad 7: de eindsituatie van de huidige bodembedreigende activiteiten kunnen pas worden uitgevoerd na uitgebruikname en amovering van transformator TR403. Deze werkzaamheden zijn gepland in 2026. Voorafgaand aan het eindsituatieonderzoek zal aan het bevoegd gezag een onderzoeksplan worden voorgelegd, rekening houdend met de dan geldende normen en protocollen. 3.1.1.5 Conclusie Op een deel van het 380 kV-station is formeel nog sprake van een geregistreerd geval van bodemverontreiniging. De geplande werkzaamheden in deelgebied 2 vallen binnen de begrenzing van dit geval. Vanuit de Wet bodembescherming (Wbb) gelden daarom restricties voor de geplande graafwerkzaamheden. Met het bevoegd gezag zijn de beschikbare gegevens gedeeld en wordt nader afgestemd wat de bemonsterings- en analysestrategie voor het vaststellen van de bodemkwaliteit onder de verwijderde slakkenlaag is. Op basis daarvan wordt besproken welke procedure moet worden doorlopen om de beoogde werkzaamheden mogelijk te maken.

Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden wordt daarnaast het aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd zoals beschreven in bijlage 12. Mocht sprake blijken te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dan zal voorde sanering hiervan een BUS-melding of een saneringsplan ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Graafwerkzaamheden op de locatie starten niet eerder dan dat óf is gebleken dat een beschikkingsprocedure niet noodzakelijk óf nadat een beschikking is afgegeven voorde saneringswerkzaamheden. Op basis van de indicatieve toetsing is de grond van de locatie niet zonder meer geschikt voor hergebruik elders. Bij ontgraving dienen de verschillende kwaliteiten grond afzonderlijk te worden ontgraven.

Aanbevolen wordt om de grond terug te plaatsen. Bij eventuele afvoer van grond dient te worden voldaan aan de geldende wet- en regelgeving (Besluit bodemkwaliteit) en eventuele voorwaarden voortvloeiend uit een saneringsbeschikking. 3.1.2

Geluid en trillingen

3.1.2.1 Wettelijk kader

Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient, in verband met de relatie tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh), inzicht te worden geboden in de relevante geluidsaspecten.

De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voorde maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: • • •

woningen andere geluidsgevoelige gebouwen geluidsgevoelige terreinen

In tegenstelling tot wegverkeerslawaai en spoorweglawaai is de grootte van de geluidzone voor industrielawaai niet vastgelegd in de Wgh of een daaraan gekoppeld besluit. Een zone wordt in een bestemmingsplan vastgelegd rond een industrieterrein waar volgens dat bestemmingsplan de vestiging van “grote lawaaimakers” mogelijk is. Bij verlening van een omgevingsvergunning vooreen vergunningplichtige inrichting wordt de

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

17

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 aangevraagde geluidsbelasting van de desbetreffende inrichting en de bestaande geluidsbelasting van de andere bedrijven, getoetst aan de zone (die in het bestemmingsplan is vastgesteld) en aan eventueel vastgestelde hogere waarden bij woningen. Dit is afwijkend van de grenswaarden bij (spoor)weglawaai, waar immers geen vergunningensysteem bestaat. Bij (spoor)weglawaai zijn de grenswaarden alleen in het kader van de ruimtelijke ordening van belang.

Bij de gevoelige objecten in de zone mag de cumulatieve geluidbelasting vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde terrein tezamen niet hoger zijn dan de vastgestelde maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) c.q. de vastgestelde hogere grenswaarde.

Hoewel de vergunde geluidsruimte in de omgevingsvergunning voor vergunningplichtige inrichtingen of de standaard geluidsruimte in het Activiteitenbesluit een belangrijk aspect is bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening en de belangenafweging, kan in sommige gevallen een nog uitgebreidere afweging nodig zijn. Bij het ontbreken van een specifiek wettelijk kader, zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening dan toch een akoestische afweging moeten worden gemaakt. Daarbij dient de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting op niet-geluidgevoelige objecten en de cumulatieve geluidbelasting te worden beoordeeld.

3.1.2.2 Onderzoek

3.1.2.2.1

Industrielawaai

Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van een geluidgezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder (Wgh). Rondom het industrieterrein is een geluidzone vastgesteld. In onderstaande afbeelding 12 wordt de ligging van het transformatorstation ten opzichte van de omgeving aangeduid. In deze afbeelding wordt tevens de ligging van de zonegrens gegeven.

De zonegrens is van toepassing voor het gehele industrieterrein. In dit geval betreft het alleen het transformatorstation (van cumulatie is derhalve geen sprake).

18

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

per*

qepe 3

2665 MTG-woningen

.2 N

3 31

ï

o

I j Afbeelding 12 ligging zonegrens en rekenpunten

Door Peutz is een onderzoek uitgevoerd naarde geluidniveaus in de omgeving ten gevolge van het transformatorstation te Krimpen aan den IJssel, voorde bestaande en de toekomstige situatie (Bijlage 6). In de actuele (vergunde) situatie omvat hettransformatorstation installaties, verdeeld overeen 380 kV-gedeelte en een 150 kV-gedeelte. Binnen de twee stationsgedeelten zijn verschillende relevante geluidbronnen aanwezig, zoals uiteengezet in paragraaf 2.3 van het rapport van Peutz. In de berekende nieuwe situatie is de “3 maal 1 fase”-transformatorTR403 met bijbehorende spoel vervangen dooreen “3 fasen”-transformator, met bijbehorende spoel. De geluidbelasting vanwege verkeersbewegingen binnen de inrichting is in de bestaande situatie overigens verwaarloosbaar. Het transformatorstation wordt alleen bezocht voor werkzaamheden, inspecties en dergelijke. Het aantal verkeersbewegingen in de operationele fase is dus zeer gering. Ook zal voorliggende aanvraag het wegverkeerslawaai in de omgeving van de woningen niet doen toenemen. Nog afgezien van het feit dat de afstand van provinciale wegen tot de woningen aan de Lepelaarssringel

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

19

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 groot is. Representatieve bedrijfssituatie

De nieuwe transformator (TR414) zal tussen twee scherfmuren worden geplaatst en binnen een gebouw (geluidhuis). Voorde geluidbronsterkte van de nieuwe ingebouwde transformator worden uitgegaan van circa 83 dB(A). Bij de berekening van de geluidreductie van de omkasting van de transformator (het 'geluidhuis') is uitgegaan van een voorzichtige benadering. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van een relatief lage geluidreductie (lichte constructie). Door toepassing van zwaardere constructies (onder andere de betonnen delen) zal de geluidreductie hoger kunnen zijn. Bovendien zal binnen de omkasting geluidabsorberende bekleding worden toegepast. In praktijk zal de isolerende werking daarom zeker niet slechter zijn en naar verwachting zeker in de richting van de woningen veel beter (vanwege de betonnen wanden). De spoel behorend bij transformator TR414 (SP414) zal een elektrisch vermogen bezitten van 100 MVAr. Op basis van de verstrekte informatie wordt uitgegaan van een geluidbronsterkte van 95 dB(A). In het bijbehorende transformatorveld zullen één of meerdere vermogensschakelaars worden geplaatst. Uitgegaan wordt van een geluidbronsterkte van 121 dB(A) tijdens het schakelen (conform de reeds aanwezige vermogensschakelaars op het 380 kV-gedeelte).

De geluidbronsterkten waarmee is gerekend zijn gebaseerd op de geluidgaranties die door de leverancier van de nieuwe installaties worden afgegeven. Vooraf worden deze gecontroleerd in de fabriek alvorens deze worden afgenomen. In praktijk zullen de geluidniveaus zeker niet hoger zijn doch eerder lager.

In onderstaande afbeelding wordt de globale lay-out gegeven voorde nieuwe situatie.

20

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

TR402

(0

■

3 •>

scherfmuren (beton)

luchtkoele TR414 (geen ventil kor7)/

/

5 / « p%

e

$,8 ds8

X

/ X gebouw (‘geluidhuis’)

b

è 4® G

Bij de berekeningen is worstcase uitgegaan van maximale belasting. De condensatorbank (C-bank zal niet meer in gebruik worden genomen en worden geamoveerd. Daarom is deze niet meegenomen in de geluidsberekeningen.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

33

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 Het akoestisch onderzoek is representatief voor de toekomstige bedrijfssituatie. In praktijk zal evenwel van maximale belasting geen sprake zijn waardoor de geluidniveaus in de praktijk lager zullen zijn. Dit geldt met name voor de nacht- en de avondperiode daar dan de elektrische belasting over het algemeen lager zal zijn. In de zomerperiode zal bovendien de elektrische belasting lager zijn dan in de winterperiode. Resultaten onderzoek Op verzoek van de bewoners is in opdracht van de gemeente door Cauberg Huygen een geluidonderzoek uitgevoerd1. Op basis van de resultaten van dat onderzoek is het eerder uitgevoerde onderzoek door Peutz aangepast. Ook was in de eerdere rapportage nog rekening gehouden met een geluidbijdrage vanuit de C-bank. Aangezien deze zal worden geamoveerd, is de geluidbijdrage hiervan uit het model gehaald. Naar aanleiding van de rapportage van Cauberg Huygen is onder meer ingegaan op:

De geluidniveaus op 1,5 m hoogte: de geluidsniveaus op 1,5 m hoogte zijn berekend met behulp van het model en vergeleken met de gemeten waarden.

Aanpassing van bodemfactor voor het terrein van het transformatorstation naar 0,1. Interferentie. Dit fenomeen is niet te modelleren met de meet- en rekenrichtlijn HMRI 1999. Daarom is op basis van de vergelijking van de gemeten waarden met de berekende waarden, rekening gehouden met een veiligheidsmarge van 1 a 2 dB(A). Uit de metingen bleek dat interferentie sterker is indien TR403 in bedrijf is. Door de vervanging van TR403 is de verwachting dat interferentie minder optreedt. Ook de lagere geluidsniveaus van de nieuwe transformator TR414 dragen eraan bij dat het verschijnsel naar verwachting in de toekomst minder optreedt

Vergelijking gemeten waarden (Cauberg Huygen) met berekende waarden (Peutz) heeft geleid tot een verdere aanscherping van het model van Peutz.

Actuele situatie Ter plaatse van de woningen worden voorde actuele situatie langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus berekend van ten hoogste 39 dB(A). Deze waarden voldoen ruimschoots aan de vastgestelde MTG-waarden. De berekende waarden zijn minimaal 16 dB lager, minimaal 11 dB lager en minimaal 6 dB lager dan de vastgestelde MTG-waarde.

De laatste geluidmeting van DCMR dateert van december 2020. Hierbij zijn metingen uitgevoerd verspreid over 2 dagen in een meetpunt nabij punt VIP10 (zie afbeelding 2.1). Gemeten is een geluidniveau variërend van 42 tot 45 dB(A). Het betreft hier een gestandaardiseerd immissieniveau Li. Alvorens getoetst wordt aan de grenswaarde van de vergunning zal een meteocorrectie moeten worden toegepast (geheel conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, HMR11999). In dit geval resulteert het gemeten geluidniveau van 42 a 45 dB(A) in een beoordelingsniveau van 40 a 41 dB(A). Met behulp van het rekenmodel wordt voor het meetpunt van DCMR een waarde berekend van 40 dB(A) uitgaande van dezelfde meetomstandigheden (bedrijfsvoering van hettransformatorstation). De metingen van DCMR bevestigen hiermee dat het rekenmodel een adequate beschrijving geeft. Door de bewoners wordt ook gewezen op het zogenaamde staande-golf-patroon (ook wel interferentiepatroon genoemd); met name in de tuinen zijn plekken waarsprake is van duidelijk hogere en lagere geluidniveaus hetgeen als extra hinderlijk wordt ervaren. DoorCauberg Huygen zijn geluidsniveaus gemeten in een periode met een bijdrage van TR403 en in een periode zonder geluidbijdrage van TR403. Hierbij zijn geluidsniveaus gemeten van respectievelijk maximaal 44 dB(A) en 36 dB(A).

Het interferentiepatroon is het gevolg van het specifieke karakter van het geluid afkomstig van de transformatoren (veel geluidenergie bij 100 Hz en veelvouden van 100 Hz) en is sterker wanneer TR403 in bedrijf is. De verwachting is dat het fenomeen interferentie in de toekomst veel minder sterk aanwezig zal zijn. Nieuwe situatie

Voorde nieuwe situatie is de geluidemissie bepaald van de voorde geluidimmissie in de omgeving relevante geluidbronnen.ln de berekende nieuwe situatie (zie uitgebreide beschrijving van de nieuwe situatie in paragraaf'representatieve bedrijfssituatie') is:

1 Rapport 06835-53322-02 d.d. 13 demcember 2021

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

33

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 de “3 maal 1 fase”-transformator TR403 met bijbehorende spoel vervangen door een (stillere) “3 fasen”-transformatorTR414, met bijbehorende spoel; de nieuwe transformator TR414 ingepakt in een geluidhuis.

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit de rekenresultaten blijkt dat in de nieuwe situatie voldaan wordt aan de vigerende geluidgrenswaarden. In de nieuwe situatie zullen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij de woningen in alle gevallen lager worden. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bedragen in de nieuwe situatie, rekening houdend met een veiligheidsmarge dan ten hoogste 35 dB(A) in de avond en nacht, exclusief toeslag voor tonaal geluid (40 dB(A) inclusief toeslag voor tonaal geluid). In alle gevallen is sprake van een verbetering van de geluidsituatie. Deze verbetering is het gevolg van de toegepaste geluidreducerende maatregelen in de vorm van plaatsing van een relatief geluidarme transformator met scherfwanden aan twee zijden en geplaats in een gesloten gebouw. Het plaatsen van de nieuwe transformator in een gesloten gebouw is noodzakelijk om in de nachtperiode aan de vigerende grenswaarde in VIP10 te voldoen (voorschrift 7.1.1). Deze maatregel is overigens niet noodzakelijk om aan zowel de vigerende geluidzone als de vigerende MTG-waarden te voldoen. De plaatsing in een gebouw kan als vergaande maatregel worden aangemerkt. Het plaatsen van een transformator in een gebouw is een verdergaande maatregel dan normaal gangbaar. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan het BBT-beginsel.

De verbetering is af te leiden uit de tabel uit het akoestisch rapport van Peutz, welke is opgenomen in

onderstaande afbeelding 13. VIP-punt

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in dB(A) EXCLUSIEF toeslag voor tonaal geluid Toekomst (TR403 vervangen)

Actueel

Toelaatbaar (MTG-waarde) dag

avond

nacht

dag

avond

nacht

dag

avond

nacht

6 t/m 12 (even)

55

50

45

35 36

34

3334

32 33

30 32

29 a 31

36t/m 42 (even)

55

50

45

35 a 38

34 37

34 a 37

33 a 34

31 a 32

30 a 31

44t/m 50 (even)

55

50

45

39

39

38 a 39

35

34

33 a 34

52 t/m 64 (even)

55

50

45

38 a 39

38 a 39

37 a 39

33 a 34

32 33

31 a 33

29 t/m 41 (oneven)

55

50

45

37 a 38

37 38

36 a 37

33 a 34

32

31 a 32

Afbeelding 13 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij de woningen aan de Burg. Lepelaarsingel

De huidige VIP-punten (zoals weergegeven in afbeelding 12 en zoals genoemd in de vergunningvoorschriften) worden momenteel als onvoldoende representatief geacht voorde geluidniveaus bij de woningen. In overleg met de bewoners is door DCMR een aantal nieuwe vergunningpunten voorgesteld ter vervanging van de vigerende VIP-punten. Met behulp van het rekenmodel zijn geluidniveaus berekend voorde nieuwe meetpunten. De bijbehorende beoordelingsniveaus (zie tabel t3.3 in Bijlage 6) worden gehanteerd als signaalwaarden. Indien bij een controlemeting de geluidniveaus in de genoemde meetpunten niet hoger zijn dan de in de tabel weergegeven waarden, zullen de geluidniveaus bij de woningen niet meer dan de in afbeelding 13 weergegeven waarden bedragen. Maximale geluidniveaus

Uit de rekenresultaten blijkt dat in de toekomstige situatie bij de woningen enigszins hogere maximale geluidniveaus (piekgeluiden) kunnen optreden (tot ten hoogste 62 dB(A)). Eén en ander is het gevolg van de geringere afstand van de nieuwe vermogensschakelaars ten opzichte van de woningen. Normaliter treden deze piekgeluiden uitsluitend in de dagperiode op en dan hooguit enkele malen per jaar. De maximale geluidniveaus voldoen ruimschoots aan de normaliter gehanteerde grenswaarden 70 dB(A) in de dagperiode.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

33

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 Gelet op het incidentele karakter worden de berekende maximale geluidniveaus toelaatbaar geacht ondanks het feit dat mogelijk sprake is van een (overigens geringe) overschrijding van de vigerende geluidgrenswaarden. Laagfrequent geluid

Door Peutz is voorde woonomgeving een inschatting gegeven van de verwachte laagfrequente geluidniveaus voorde nieuwe situatie (zoals hiervoor toegelicht). De totale geluidniveaus in dB(A) zullen in de toekomstige situatie lager zijn dan in de actuele situatie. Binnen de woningen zullen optredende laagfrequente geluidniveaus in alle gevallen eveneens lager zijn dan in de actuele situatie.

De NSG-richtlijn 'laagfrequent geluid' wordt in gevallen overschreden bij 100 Hz. Het is daarmee niet uit te sluiten dat sprake zal zijn van hoorbaarheid/waarneembaarheid van de laagfrequente geluidniveaus. Een en ander is evenwel afhankelijk van de opbouw van de gevels van de woningen, de afmetingen van de ruimte, de inrichting en de aan- of afwezigheid van ander geluid. Ook de persoonlijke gehoordrempel/gehoorgevoeligheid speelt hierbij een rol. De laagfrequente geluidniveaus in de toekomstige situatie bij 100 Hz zijn lager dan de toetswaarde van 39 dB volgens de Vercammencurve. Hiermee wordt eventuele hinder als gevolg van laagfrequent geluid aanvaardbaar geacht. De volledige resultaten kunnen worden gelezen in Bijlage 7.

Goede ruimtelijke ordening De beoordeling of sprake is van een goed woon- en leefklimaat dient niet slechts betrekking te hebben op de geluidbelasting op de gevels van woningen, maar eveneens op de tuinen bij de woningen. Uit het akoestisch onderzoek (Bijlage 6) blijkt dat in de tuinen in de toekomstige situatie een langtijdbeoordelingsniveau wordt berekend van ten hoogste 32 dB(A). Bij vijf woningen (nummers 44, 46, 48, 50 en 56) wordt een waarde van 32,7 a 33,6 berekend. Het betreft hier de geluidsniveaus exclusief toeslag voor tonaal geluid. Het geluidsniveau bij de woningen bedraagt inclusief veiligheidsmarge maximaal 35dB(A), exclusief toeslag voor tonaal geluid (40dB(A) inclusief toeslag). Dit geldt zowel voor de op de gevels invallende geluidsniveaus als de geluidsniveaus in de tuinen.

Betekenis voor het project De nieuwe transformator (TR414) zal tussen twee scherfmuren worden geplaatst en binnen een gebouw (geluidhuis). Het geluidhuis is een gebouw waarvoor van het bestemmingsplan moet worden afgeweken. Een gebouw mag immers uitsluitend binnen een bouwvlak worden gerealiseerd en een gedeelte van het geluidhuis komt buiten het bouwvlak.

Het aspect geluid vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van het project. In de toekomstige situatie zal de hinder als gevolg van laagfrequent geluid afnemen. De laagfrequente geluidniveaus voldoen bij 100 Hz aan het Vercammencriterium. Hiermee wordt eventuele hinder als gevolg van laagfrequent geluid aanvaardbaar geacht. 3.1.2.2.2

Trillingen

Trillingshinder treedt op waar trilling gevoelige objecten dicht op de trillingsbron liggen. Eventuele trillingen vanuit de vermogenstransformator zullen zich via de bodem verplaatsen naar de omgeving. Hoewel duidelijke toetscriteria ontbreken, wordt vaak als vuistregel een kritische afstand van 50 meter gehanteerd. Daar de dichtstbijzijnde trilling gevoelige objecten (woningen) zich aanzienlijk verder bevinden, is de verwachting dan ook dat trillingshinder geen rol speelt in het onderhavige project.

3.1.3

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheerzijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritische stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voorde andere in de Wet milieubeheer genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 33

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380

Op grond van artikel 5.16 Wet milieubeheer verlenen college van burgemeester en wethouders alleen een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan wanneer aannemelijk is dat gemaakt dat:

het vergunde plan niet leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of; de luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert, of ten minste gelijk blijft, of bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of; • het vergunde plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of; • de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Het afwijken van de toegestane bouwhoogte en bouwvlak in het bestemmingsplan heeft geen impact op de luchtkwaliteit. Dit zorgt namelijk niet voor een toename van verkeer, ook hierdoor kan er dus geen sprake zijn van uitstoot van vervuilende stoffen. Het project draagt hierdoor niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). • •

Enkel tijdens het realiseren van de bouwwerken is er zeer tijdelijk en lokaal sprake van een toename van verkeer. Ook deze draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Betekenis voor het project. Omdat het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voorde uitvoering van dit plan.

3.1.4

Bedrijven en milieuzonering

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening is een scheiding tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige objecten wenselijk. Op deze manier wordt enerzijds hinder en gevaar op gevoelige functies, zoals woningen, voorkomen of zoveel mogelijk beperkt, en anderzijds wordt voldoende zekerheid geboden aan bedrijven, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

De brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) uit het jaar 2009 geeft een advies over richtafstanden. Bij het bepalen van deze afstanden tussen functies wordt uitgegaan van het totale opgestelde vermogen. Voorliggend plan ziet toe op een bestaand onderstation waardoor het elektrisch vermogen van de buiten opgestelde transformatoren op het terrein hoger is dan 200 MVA. In de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” worden elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 200-1.000 MVA aangemerkt als een categorie 4.2 bedrijf met een indicatieve richtafstand van 300 meter (in een rustige woonwijk). Door het transformatorstation kan de omgeving worden aangemerkt als gemengd gebied zodat de richtafstand met 1 stap kan worden teruggebracht tot 100 meter. Het aspect geluid is het maatgevende (potentiële) hinderaspect dat bepalend is voor deze maat. Uit de VNG-brochure blijkt dat de richtafstand geldt tussen de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Binnen de indicatieve richtafstand bevinden zich reeds hindergevoelige bestemmingen. De meest nabijgelegen woonbestemming ligt op ca 85 meter uit de grens van de bestemming Bedrijf- Nutsbedrijf.

Aan de richtafstand van 100 meter wordt niet voldaan.

De VNG-publicatie geeft overigens richtlijnen aan. Van deze richtlijnen mag gemotiveerd worden afgeweken. Er dient dan wel aannemelijk gemaakt te worden dat een goed woon- en leefklimaat geborgd is. Om dit te beoordelen is akoestisch onderzoek verricht naarde feitelijke geluidbelasting die zal ontstaan als gevolg van de vervangingswerkzaamheden.

Geluid Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

33

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 Om te bepalen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik cq. of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd, is gebruik gemaakt van het door Peutz uitgevoerde akoestisch onderzoek naarde representatieve bedrijfssituatie (zie paragraaf Onderzoek). Betekenis voor het project De afstand tot milieugevoelige functies wordt door de beoogde ontwikkeling, die plaatsvindt op het terrein van het station, niet verkleind. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van het project.

3.1.5

Magnetische velden

De Europese Unie heeft - in een aanbeveling (1999/519/EG) - een referentieniveau van 100 microtesla voor bescherming van leden van de bevolking vastgelegd. Deze waarde wordt in Nederland op voor het publiek toegankelijke plaatsen niet overschreden, ook niet in de buurt van hoogspanningslijnen. Het voorzorgbeleid van het ministerie van VROM zoals dat is vastgelegd in het beleidsadvies uit 2005, gaat een stap verder. Gemeenten en netbeheerders wordt geadviseerd nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. In navolging hiervan is door Petersburg consultants in 2017 onderzoek verricht naarde ligging van de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone rondom het hoogspanningsstation (zie Bijlage 4) vanwege uitbreidingen aan en rond het station destijds.

WSP heeft op 05-03-2021 de magnetische fluxdichtheid (in microtesla) opnieuw berekend ter plaatse van de gevels van de dichtstbijzijnde woningen voor 2 scenario's van het station (zie Bijlage 5). De magnetische fluxdichtheid ter plaatse van beide woningen is in de nieuwe situatie lager met de uitbreiding van veld 17 in de 380kV-schakelinstallatie van station Krimpen. Dit is mogelijk te verklaren met de stroomrichting in schakelvelden 15 en 16, deze stroomrichting is tegengesteld aan die van het nieuwe veld 17. Omdat de magneetveldsterkte op de gevels van de dichtstbij gelegen woningen terugloopt van 0,10 naar 0,08 micro Tesla zal de in 2017 bepaalde contourlijn in de nieuwe situatie dichter naarde omheining van het station komen te liggen. De situatie wordt dus iets gunstiger dan in 2017 berekend. Betekenis voor het project De magneetveldzone komt in de nieuwe situatie dichter naarde omheining van het station te liggen waardoor de situatie gunstiger wordt dan in 2017 berekend. Hierom kan er ook geen sprake zijn van cumulatie die in deze ruimtelijke onderbouwing nader gemotiveerd dient te worden.

Het aspect magnetische velden vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

3.1.6

Externe Veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan.

Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het "Besluit externe veiligheid trans po rtroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteiten bes luit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Betekenis voor het project

Een transformatorcel met bijbehorende voorzieningen is conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geen risicovolle inrichting. Uit het raadplegen van de risicokaart (Risicokaart.nl) blijkt dat het niet om Bevi-inrichtingen gaat. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van het project. De volgende omgevingsgerelateerde veiligheidsrisico's zijn meegewogen: -Toegang tot het station zal moeten geschieden via de C.G. Roosweg. Hier bevindt zich een ruime (tweerichtings) toegangsweg. Net als bij vorige projecten dienen weer bouwborden geplaatst te worden Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 33

omgevingsvergunning Transformatorvervanging KIJ380 om verkeersdeelnemers te informeren; -Geen spoorwegen in de nabije omgeving;

-Waterwegen in de nabije omgeving, maar dit is niet van invloed op dit project;

-Bebouwing op voldoende afstand van hoogspanningsstation; -Geen relevante industrie/infrastructuuraanwezig die risico's voorde bedrijfszekerheid kunnen veroorzaken.

Op de risicokaart staan tevens de risicogebieden m.b.t. overstromingen. Op onderstaande kaart gecombineerd met het landelijk hoogspanningsnet.

—

$

Q 3. Middelgrote Kans

TA □ ■

Omvng van de

I

overstroming

□ minder dan 0,5 meter 0,5 -1,0 meter ■ 1,0 -1,5 meter ■ 1,5 - 2,0 meter ■ 2,0 - 5,0 meter ■ meer dan 5.0 meter

HA

6

1

si

n E

Mimalë Watendiepte

225

1 Ml..

■ minder dan 5

•923

•5-10

110kV 150kV 220kV 33ökV

□

I

10-50 50 - 10D ■ 100 - 500 Lmeer dan 500

Inwoners in overstroomd

?1nl

Afbeelding 14 Overstromingsrisicogebieden

Het station KIJ380 heeft een middelgrote kans tot overstroming.

In risicogebieden worden de vitale schakelstations uitgevoerd als 'hoog water' station. De opstellingshoogte van apparatuur in het 'hoog water1 station dient zodanig te zijn dat bedrijfsvoering onder extreme omstandigheden mogelijk blijft. Betekenis voor het project

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13398502/1