CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Documenten Financiële staat van Krimpen

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Bespreking coalitieakkoord11.411 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Financiële staat van Krimpen Krimpen staat er financieel goed voor….. Aan de vooravond van een nieuwe bestuursperiode staat Krimpen aan den IJssel er financieel goed voor. Al vijf keer op rij werd het jaar afgesloten met een positief saldo, de reserves zijn goed gevuld en de financiële kengetallen geven een gunstig beeld. Dat betekent een goede en solide uitgangspositie. Resultaten Rekeningsaldi 2021-2025

Resultaat na bestemming

2021

2022

2.015

8.674

2023 6.685

2024 4.128

2025 7.000

De resultaten over de afgelopen jaren geven aan dat niet alle beschikbare middelen worden ingezet. Dat komt vooral doordat gedurende de uitvoering extra rijksmiddelen beschikbaar komen. Er is onvoldoende tijd om daar meteen een goede bestemming aan te geven. Bovendien gaat het vaak om tijdelijke middelen. Andere redenen voor de overschotten zijn afrekeningen over voorgaande jaren, en onderuitputting van budgetten en investeringen. Dat laatste biedt ruimte om de kwaliteit van de ramingen te verbeteren. Daar is de afgelopen jaren werk van gemaakt. Ondanks de omvang van het resultaat over 2025 zien we dan ook dat onderbesteding hierin geen grote rol meer speelt. Kengetallen De verplichte kengetallen geven aan dat de financiën solide zijn. De omvang van de schulden is relatief gering, de solvabiliteit ligt tussen 40-50% en de exploitatieruimte is positief. Bovendien is het weerstandsvermogen ruim voldoende en beschikken we dus over buffers om tegenvallers op te vangen. De ruimte voor belastingverhogingen is daarentegen gering, omdat Krimpen al sinds tientallen jaren relatief hoge lokale lasten kent.

1

Reserves Mede vanwege de positieve rekeningresultaten en de verkoop van Eneco aandelen in 2021 beschikt Krimpen over een goede reservepositie. Een aanzienlijk deel van die reserves (ruim € 20 miljoen) heeft een bufferfunctie voor risico’s of is beschikbaar voor andere tegenvallers. Daarnaast beschikken we over ruim € 30 miljoen aan bestemmingsreserves. Deze zijn deels al gekoppeld aan specifieke uitgaven, via raadsbesluiten. Maar een belangrijk deel is vooralsnog alleen door de raad in een potje met een etiket geplaatst, zonder besluit over expliciete besteding. …..maar als we naar de toekomst kijken zijn er ook uitdagingen….. De meerjarenbegroting laat een ander beeld zien, dan de rekeningresultaten. Meerjarenbeeld 2026-2029 (bgw maart 2026)

Begroting 2026

Meerjarig saldo

- 160

Meerjarenraming 2027

2028

2029

859 - 1.865 - 2.340

Vanaf 2028 is sprake van tekorten in de exploitatie, vooral vanwege afnemende rijksfinanciering (het zogenaamde ravijn). Bovendien is sprake van een forse investeringsopgave in de buitenruimte en in scholen, sportaccommodaties en maatschappelijk vastgoed. Voor zover investeringen voortvloeien uit meerjarenplanningen voor vervanging zijn deze opgenomen in het meerjarenbeeld. Met name waar het gaat om vernieuwing in de openbare ruimte en vervanging van maatschappelijk vastgoed zijn nog geen raadsbesluiten genomen. In de kadernota 2026 telde een (niet limitatieve) opsomming op tot ruim € 55 miljoen. Uiteraard sterk afhankelijk van nog te maken keuzes. …….en onzekerheden die verstorend (kunnen) werken. Naast onze eigen uitdagingen hebben we te maken met exogene factoren die impact hebben op onze financiën. De afgelopen 6 jaar, sinds de uitbraak van de Coronapandemie, hebben we met een opeenvolging van gebeurtenissen op het wereldtoneel te maken gekregen die iedereen raakten. Sommige tijdelijk en andere met structurele gevolgen. We moeten er rekening mee houden dat ook in de (nabije) toekomst dergelijk ontwikkelingen invloed hebben op onze financiën. Andere onzekerheden betreffen in belangrijke mate de financiering die de gemeente van het rijk ontvangt. Bijna driekwart van de gemeentelijke baten is van het rijk afkomstig.

Het grootste deel (ruim € 67 miljoen) ontvangen we via het gemeentefonds en is vrij besteedbaar. Een kleiner deel (ruim € 16 miljoen) bestaat uit zogenaamde specifieke uitkeringen, waarvan de bestedingsvrijheid beperkt is. De omvang van de algemene uitkering wordt vanaf 2028 gekort (het ravijn) waardoor gemeenten met minder geld rond moeten komen. Bovendien loopt nog de kwestie rond bekostiging van de jeugdhulp waarvoor we tot nu toe alleen incidenteel gecompenseerd 2

zijn. Begin 2027 volgt hierover een definitief advies van de commissie Van Ark aan het kabinet. Andere onzekerheden m.b.t. het gemeentefonds zijn de invoering van eigen bijdragen voor jeugd en Wmo, de hervormingsagenda jeugd en het voornemen om huishoudelijke hulp uit de Wmo te halen. Ten slotte loopt er ook nog een voorstel over herverdeling van het gemeentefonds door het bijstellen van de verdelingsmaatstaven. Een aantal specifieke uitkeringen (SPUK’s) heeft ook een onzekere toekomst. Het vorige kabinet heeft een koers uitgezet om tot 10% verlaging van de SPUK’s te komen en voor veel SPUK’s is nog niet bekend voor wiens rekening die komt. De meest in het oog springende wijziging op korte termijn is de samenvoeging van IZA en GALA tot AZWA (Aanvullend Zorg- en WelzijnsAkkoord), waarop al 10% korting is verwerkt. De verdeling via centrumgemeenten is op dit moment nog niet helemaal helder uitgewerkt. Al met al is het lastig om een financieel houdbare lijn uit te zetten. De gemeentelijke financiële huishouding is complex en bevat heel veel onderdelen. De grote onzekerheden, met name aan de inkomstenkant, maken het moeilijk om goed zicht te krijgen op de financiële ruimte die verdeeld kan worden, of zelfs op de financiële opgave waarvoor we gesteld staan.

Op langere termijn lopen tekorten op basis van bestaand beleid op De afgelopen maanden is een prognose model ontwikkeld om meer zicht te krijgen op de ontwikkeling van de financiën op langere termijn. Doorgetrokken tot 2035 zien we verder oplopende tekorten. Op basis van huidige kennis en geëxtrapoleerde reeksen is de ontwikkeling niet schokkend, maar wel serieus genoeg om mee aan de slag te gaan.

Naast het basispad is een perspectief met goed en met slecht weer doorgerekend door parameters aan te passen (rente, inflatie etc.).

3

Het model is erop gebouwd om scenario’s te kunnen doorrekenen. Andere waarden voor parameters, ombuigingen, investeringen, nieuw beleid kan daar input voor zijn. Naast de ontwikkeling van het saldo berekent het model ook een aantal financiële kengetallen die een rol kunnen spelen bij het sturen op een gezonde financiële toekomst. We hebben mogelijkheden om bij te sturen Vanuit de huidige gezonde financiële positie en met het negatieve toekomstbeeld hebben we een duidelijke uitdaging om bij te sturen. En daarvoor hebben we ook al verschillende ingrediënten verzameld. Begin 2025 is een rapportage met meer dan 100 ombuigingsmogelijkheden beschikbaar gesteld aan de raad. Naast een integrale doorlichting van de begroting is ook aan inwoners en gesubsidieerde partijen gevraagd om input te leveren. In de begroting 2026 is dit pakket aan opties beperkt ingezet, omdat het rijk met tijdelijke financiële compensatie kwam. Er ligt dus nog steeds een complete inventarisatie van mogelijkheden om bij te sturen. Dit betekent ook dat we nog geen grote bezuinigingen hebben ingeboekt en alle opties dus nog open zijn. We hebben nog geen onomkeerbare besluiten genomen. Inmiddels heeft BMC de opzet voor een afwegingskader voorzieningen gereed en komt deze binnenkort beschikbaar.

Dit document is de opmaat naar een voorzieningendiscussie om het aantal en het niveau van de voorzieningen in Krimpen opnieuw te definiëren. De mogelijkheden zijn in de ombuigingsrapportage al financieel verkend. Conclusie Bij de start van de bestuursperiode 2026-2030 staat Krimpen aan den IJssel er financieel goed voor. Tegelijkertijd is er geen financiële ruimte voor nieuwe ambities en komen er financiële uitdagingen aan die ombuigingen noodzakelijk maken. Maar een grote factor is ook de toereikendheid van rijksfinanciering en andere exogene ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben. We beschikken echter over een ruime hoeveelheid mogelijkheden om bij te sturen en een robuuste reservepositie om problemen op te vangen en tijd te kopen.

20260504 Martin Vermaat concerncontroller

4

5-5-2026

Financiële staat van Krimpen

1

5-5-2026

Financiële staat van Krimpen 1. Financieel vertrekpunt 2. Financiële positie 3. Risico’s en onzekerheden 4. Financieel perspectief 2035 en financieel kader 5. Beïnvloedingsmogelijkheden

2

5-5-2026

1 – Financieel vertrekpunt

3

5-5-2026

Financieel vertrekpunt Meerjarenbeeld 2026-2029 (bgw maart 2026)

Begroting 2026

Begroting 2026 Mutaties begrotingswijzigingen Meerjarig saldo

355 - 515 - 160

Meerjarenraming 2027

1.518 - 659

2028

- 1.350 - 515

2029

- 2.288 - 52

859 - 1.865 - 2.340

In juni volgt een begrotingswijziging op basis van integrale doorlichting en budgetten, waarin ook de jaarrekening 2025 wordt meegenomen.

4

5-5-2026

Baten en lasten begroting 2026

Sociaal domein 45% van de lasten (medebewind) Rijksmiddelen 74% van de baten (niet beïnvloedbaar)

5

5-5-2026

Financieel vertrekpunt - aandachtspunten Afvalstoffenheffing – invoering recycletarief (als risico opgenomen) Dekking in begroting gesteld op 100% (€ 5,9 mln opbrengsten uit heffing) Verwacht effect recycletarief: Betere scheiding en dus lagere verwerkingslasten Lagere opbrengsten uit heffing vanwege variabel deel heffing Door amendement variabel deel vergroot en verwacht nadeel opbrengst groter (€ 400.000 - € 500.000) Tekort 2026 kan (grotendeels) uit reserve reiniging worden gedekt. Het gaat echter om een structureel probleem Voorziening onderhoud kapitaalgoederen Stortingen voor sportaccommodatie bevatten nog geen btw Dit voorjaar periodieke herijking meerjarenonderhoudsplan Investeringsopgave

6

5-5-2026

Financieel vertrekpunt - Investeringsopgave

de Meerjarenplanning openbare ruimte

Volledig meerjarig verwerkt en jaarlijks bijgesteld

het Integraal Huisvestingsplan onderwijs en binnensport

Volledig meerjarig verwerkt en tweejaarlijks bijgesteld

het Strategisch Huisvestingsplan

Alleen specifieke (vervangings)investeringen verwerkt

het Uitvoeringsprogramma speelruimte (inclusief update)

Vervolg na lopende investering nog niet geregeld

De uitgangspunten voor deze investeringsopgave zijn vastgelegd in:

7

Bevat niet de hoofdgroenstructuur en de begraafplaatsen

5-5-2026

Financieel vertrekpunt - investeringsopgave Begroting gebaseerd op besluiten, niet op instandhouding Met name toekomst maatschappelijke voorzieningen op onderdelen niet in cijfers Zwembad Bibliotheek/Raadhuisplein 4 Toekomst Tuyter Toekomst overige voorzieningen (o.a. Streekmuseum) De Treffers (veld en huisvesting) Hart van Krimpen Speelvoorzieningen (planmatige vervanging, Middenweteringpark en uitvoering motie inclusiviteit) Openbare ruimte Waalplantsoen Nog niet genomen investeringsbesluiten investering kapitaallasten …. NB: • Bij investeringen gaat het niet alleen om de dekking, maar ook om financiering. • Investeren heeft ook gevolgen voor beschikbare capaciteit 8

Buitensport

10.000.000

563.000

Zwembad

23.200.000

1.497.000

Sporthal De Boog

7.700.000

424.000

Cultuurhuis

6.600.000

363.000

Overig vastgoed

4.700.000

258.000

Openbare ruimte Waalplantsoen

3.000.000

215.000

Totalen

55.200.000

3.320.000

5-5-2026

Prognoses versus realisatiecijfers Sinds 2021 moeizaam sluitende begrotingen, tekorten in de meerjarenbegroting en positieve rekeningresultaten Begroting - Rekening 2021-2025

2021

Saldo begroting Saldo rekening

8

2022 1.319

2.015

Verschil begroting - rekening

2.007

2023

2024

2025 264

11

41

8.674

6.685

4.128

7.000 nog niet definitief

7.355

6.674

4.087

6.736

GEMEENTEFONDS

2021

2023

2024

2025

Begroting (septembercirculaire t-1) Rekening

46.092

2022 50.772

55.519

60.854

63.456

49.694

55.567

58.111

62.191

67.512

Verschil

3.602

4.795

2.592

1.337

4.056

Verklaard door groei uitkering gemeentefonds

179%

65%

39%

33%

60%

Overige verklaringen: Extra rijksbijdragen (o.a. KOTA, Opvang Oekraïners, IZA, CDOKE) Afwikkelingen GRJR Afrekeningen verstrekte subsidies (terugbetalingen) Voorzichtig begroten – mede door regels (onderbesteding) Financieringsresultaat (onderuitputting investeringen en ontwikkeling marktrente) Afschrijvingen (onderuitputting investeringen)

9

5-5-2026

2 – Financiële positie

10

5-5-2026

Financiële positie - Reserves Overzicht reserves

11

1-1-2026 1-1-2027

1-1-2028 1-1-2029 1-1-2030

Algemene reserves Algemene Dienst Grondexploitatie Vrije reserve Begrotingstekorten Totaal algemene reserves

8.266 4.639 1.790 7.000 21.694

8.266 4.936 1.306 7.000 21.508

8.266 4.794 1.037 7.000 21.097

8.266 4.494 798 7.000 20.558

8.266 4.194 519 7.000 19.979

Bestemmingsreserves Nog uit te voeren werkzaamheden Eneco Overrente Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijk nut buitenruimte Energiearmoede Armoede Opvang ontheemden/asielzoekers Hart van Krimpen Fonds - Krimpen ontmoet! 750-jaar Krimpen Totaal bestemmingsreserves

203 8.340 900 5.925 10.823 948 1.832 1.000 846 300 31.117

7.822 754 6.148 11.959 0 858 1.832 1.000 557 300 31.230

7.822 608 5.873 13.004 0 858 1.832 1.000 525 300 31.822

7.822 462 5.673 13.856 0 858 1.832 1.000 500 300 32.303

7.822 370 5.673 14.454 0 858 1.832 1.000 500 300 32.808

Kapitaallastenreserves Totaal Kapitaallastenreserves

12.315

11.693

11.071

10.449

9.828

Egalisatiereserves Totaal egalisatiereserves

1.420

1.503

1.744

1.809

1.661

Totaal reserves

66.546

65.934

65.734

65.119

64.276

ALGEMENE RESERVES Algemene reserve en reserve grex toereikend als buffer risico’s Reserve begrotingstekorten buffer voor ravijn Vrije reserve = incidenteel geld voor nieuw beleid Saldo 2025 nog niet verdeeld – voorstel in kadernota BESTEMMINGSRESERVES Gelabelde potjes, maar niet altijd besloten wat er exact mee gaat gebeuren: Maatschappelijke voorzieningen Armoede Opvang ontheemden/asielzoekers Hart van Krimpen Inzet reserve alleen via expliciet raadsbesluit

5-5-2026

Financiële kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening Begroting Rekening 2024 2025 2025 40,27% 49,63% 26,64% 27,60%

39,61%

14,79%

42,31% 8,09% 2,08% 122,01%

42,43% 3,54% 0,95% 118,11%

45,06% 0,78% 3,27% 115,86%

Berekening weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen

Positieve ontwikkeling netto schuldquote, mede door onderuitputting investeringen. Solvabiliteit stabiel en mede afhankelijk van investeringstempo. Grondexploitatiequote laag betekent weinig risico Structurele exploitatieruimte door positieve rekeningsaldi Belastingcapaciteit beperkt door relatief hoge lokale lasten. Daling door afvalstoffenheffing. Weerstandsvermogen ruim voldoende door toegenomen reserves. Buffer voor ravijn. Totaalbeeld: alle quotes positief, m.u.v. belastingcapaciteit.

12

2025 27.530 4.818 5,71

5-5-2026

Vergelijken met andere gemeenten VNG Houdbare gemeentefinanciën Houdbaarheidstest VNG R2022 Krimpen 9,0 Capelle 6,5 Krimpenerwaard 8,5 Zuidplas 9,5 Ridderkerk 9,0 Landelijk

B2023 8,5 6,5 7,5 7,0 7,5 8,1

R2023 8,5 6,0 10,0 6,0 7,0 7,9

B2024 9,5 9,5 8,0 8,5 9,0 7,7

R2024 9,5 5,5 8,0 6,5 9,5 8,4

Financiële kengetallen B2025 7,5 5,5 7,5 9,5 7,0

BDO scan (minder uitgebreid dan VNG)

13

B2026 9,5 5,5 7,5 6,0 7,0 7,0

B2026 Financieel vermogen Netto schuldquote Effectieve netto schuldquote Financieringsresultaat Exploitatie Exploitatieresultaat Aantal negatieve resultaten Afhankelijkheidsratio Voorzieningenniveau Netto investeringsquote Netto lasten per inwoner Houdbaarheid Solvabiliteitsratio Onbenutte belastingcap Houdbaarheidsquote Index financiële conditie

18,3% 21,3% -2,3% 5,5% 0 76,6% 4,6% 2.208 46,9% 3,8% 13,1% 9,5

5-5-2026

Vergelijken met andere gemeenten – COELO Atlas lokale lasten COELO atlas 2026 Krimpen aan den IJssel Capelle Krimpenerwaard Zuidplas Ridderkerk Gemiddeld

14

Meerpersoonshuishouden OZB tarief OZB Riool Afval Totaal percentage 392 362 430 1184 0,0789 365 157 364 886 0,0742 443 289 332 1064 0,0827 548 235 358 1141 0,0947 371 235 430 1036 0,0834 423,8 255,6 382,8 1062,2 0,08278

5-5-2026

Vergelijken met andere gemeenten Overhead per inwoner

Overheadkosten Inwoners Overhead per inwoner

2026 13.249 30.000 442

Landelijk 62 gemeenten < 400 56 gemeenten > 600 Baten per inwoner

Totale baten (voor resultaatbestemming) Inwoners Baten per inwoner Landelijk 15 gemeenten < 3.000 22 gemeenten > 6.000

15

2026 107.319 30.000 3.577

5-5-2026

3 - Risico’s en onzekerheden

16

5-5-2026

Risico’s Integrale inventarisatie risico’s, top 10 opgenomen in rekening en begroting Rekening 2025 – totaal gewogen risico’s € 4,8 miljoen Top 10: 1. Grondexploitaties 2. Projecten buitenruimte 3. Invoering recycletarief 4. Bijstandsvolume 5. Open einde regelingen sociaal domein 6. Korting op SPUK’s 7. Cyberaanval 8. Renteontwikkeling 9. Waardering grond EMK-terrein 10. Energielasten i.r.t. geopolitieke ontwikkelingen

17

5-5-2026

Rijksfinanciering Gemeentefonds algemene uitkering decentralisatie uitkeringen integratie uitkeringen (bijzondere fondsuitkering – vanaf 2028?) Specifieke uitkeringen (SPUKS) BUIG IZA en GALA (vanaf 2027 AZWA) Opvang ontheemden KOTA CDOKE (inmiddels via algemene uitkering) ….. Totaal circa 25 Spuks

18

Rijksmiddelen

2025

Gemeentefonds Specifieke uitkeringen

67.500

Verschil

83.500

16.000

5-5-2026

Gemeentefonds Verdeling algemene uitkering • gebaseerd op ruim 40 maatstaven (kostengeoriënteerd) • voorbeelden maatstaven: inwoners, centrumfunctie, oppervlakte, leerlingen VO, kernen, bedrijven, bijstandsontvangers, inwoners met migratieachtergrond, etc. • NB: maatstaf huishoudens met laag inkomen Ontwikkeling omvang algemene uitkering (accres) • accres voor loon- en prijsontwikkeling o.b.v. prijsmutatie BBP van jaar t (definitief obv CEP jaar t, dus geen nacalculatie) • accres voor volumeontwikkeling o.b.v. 8-jaars gemiddeld BBP (t-9 tot t-2).

19

5-5-2026

Gemeentefonds problematiek algemeen

Accres Herverdeling Overheveling SPUK’s 20

• pBBP bijna altijd hoger dan prognose • Volume ontwikkeling te laag • Fouten bij toepassing BBP op taakmutaties

• Aanpassing maatstaven (lokale gevolgen onbekend, negatief advies ROB/VNG)

• Om administratieve lasten te verminderen SPUK’s over naar gemeentefonds • Nieuwe uitkeringsvorm: Bijzondere fonds uitkering met lichte verantwoording • 10% korting (deels al doorgevoerd – AZWA, OAB)

5-5-2026

Bekostiging sociaal domein

Jeugdzorg

21

• Structurele bekostiging vanaf 2028 • Hervormingsagenda • Eigen bijdrage vanaf 2028

Wmo

• Huishoudelijke hulp uit Wmo vanaf 2029 • Eigen bijdrage vanaf 2028

AZWA

• Samenvoeging GALA/IZA • Verdeling grotendeels via centrumgemeente • Uitkomsten en werkwijze nog niet helder

BUIG

• Ontwikkeling macrobudget fluctueert • Prognose lasten risicovol • Raming gebaseerd op huidige stand

5-5-2026

Disbalans in financiële verhoudingen (rapport ROB)

22

5-5-2026

Rijk is een onbetrouwbare partner, die ons opdrachten geeft en waarvan we (financieel) afhankelijk zijn • Onvoldoende middelen om taken uit te voeren • Grote verantwoordingslast, beperkingen etc. • Ze veranderen de regels tijdens het spel

23

5-5-2026

Overige onzekerheden Afgelopen jaren veel invloed van geopolitiek en wereldwijde ontwikkelingen • Corona • Oorlog Oekraïne – energiecrisis • Verhoging Amerikaanse importtarieven • Dreiging Groenland • Oorlog Gaza • Oorlog Iran Mogelijke effecten: • Energieprijzen stijgen • Inwoners financieel in de knel • Leveranciers verhogen prijzen of vallen om Vooralsnog geen invloed van laatste ontwikkelingen meegenomen in cijfers Voldoende buffers om eerste klap op te vangen 24

5-5-2026

4 - Financieel perspectief 2035 en Financieel kader Financiële prognose en sturing in onzekere tijden

25

5-5-2026

Waarom een lange termijn perspectief Financieel ravijn en (on)betrouwbaarheid rijksfinanciering Omvangrijke investeringsopgave Ontwikkeling verhoudingen financiële situatie (kengetallen) Voorzieningendiscussie Gevolgen keuzes op langere termijn niet in beeld Focus op begrotingsresultaten te beperkt

26

5-5-2026

Wat kunnen we met dit model: Zicht krijgen op financieel perspectief voorbij de meerjarenbegroting

Scenario’s en plannen doorrekenen Gevolgen keuzes in beeld brengen

Gebruiken bij: Sturen: afwegingskader voor (behoud) van wendbaarheid en weerbaarheid

- voorzieningendiscussie - kadernota - coalitievorming

27

5-5-2026

Financieel perspectief 2035 Basispad ongewijzigd beleid, met bandbreedte voor slecht en goed weer Parameters doorgetrokken Geen volume prognoses voor sociaal domein Algemene uitkering volumeaccres 50% gereserveerd voor (volume)groei (dus niet meegenomen) Onderuitputting investeringen: 30% Afwijking van meerjarenbegroting vanwege actualisatie liquiditeitsprognose per 01-01-2026 Tekort loopt op, maar omvang blijft relatief beperkt Alle cijfers en berekeningen zonder nieuwe (investerings)besluiten Model is nog in ontwikkeling

28

5-5-2026

Financiële perspectief 2035

29

5-5-2026

Financiële perspectief 2035 - kengetallen

30

5-5-2026

Financiële perspectief 2035 - conclusies Oplopend tekort, maar relatief overzichtelijk Er is op dit moment geen ruimte voor nieuwe structurele lasten Perspectief gevoelig voor ontwikkeling rijksmiddelen, onderuitputting investeringen en rente Focus op wendbaarheid en weerbaarheid

31

5-5-2026

5 - Beïnvloedingsmogelijkheden

32

5-5-2026

Ombuigingsmogelijkheden Rapportage februari 2025 Duiding financiële uitdagingen Inventarisatie ombuigingsmogelijkheden 105 mogelijkheden, totaal ruim 200 opties Financieel (technisch) Efficiency Herprioritering Uitstellen Versoberen Stoppen Aandacht voor: Impact op inwoners en organisatie Omkeerbaarheid Hoe snel effect Totaal potentieel: € 8,8 – € 12,6 mln

33

5-5-2026

Ombuigingsmogelijkheden Ingezet begroting 2026: Duurzaamheid – CDOKE middelen Jeugdhulp – scherper aan de wind Reablement (vanaf 2028) Financieel technische maatregelen Ruimte personeelsbudgetten Totaal circa € 1,5 mln Voorzieningendiscussie: afwegingskader (BMC)

34

5-5-2026

Belastingen en heffingen Afvalstoffenheffing

OZB 6,7 miljoen Jaarlijks verhogen met inflatiecorrectie Extra verhoging 1% = € 67.000 Heffingen en rechten – maximale dekking 100% Afvalstoffenheffing Dekkingspercentage daalt door recycletarief Rioolheffing = 100% Lijkbezorgingsrechten ingroei naar 100% realisatie valt tegen Markt en haven relatief kleine bedragen Leges bevat o.a. burgerzaken (maximale tarieven) omgevingsvergunningen (fluctueert)

2026

6.485

lasten

4.332

baten

6.485

baten

4.332

dekkings%

100%

dekkings%

100%

Lijkbezorging

Marktgelden

2026

2026

lasten

797

lasten

61

baten

757

baten

49

dekkings%

95%

dekkings%

Leges

Havengelden

2026

80% 2026

lasten

1.749

lasten

120

baten

1.602

baten

90

dekkings%

92%

dekkings%

Verdeling leges Burgerzaken

2026 647

% 40%

Omgevingsvergunningen

922

58%

Overige leges

33

2%

1.602

100%

Totaal

35

Rioolheffing

2026

lasten

75%

5-5-2026

Inzet reserves Structureel evenwicht en inzet incidentele middelen Reserve in principe alleen inzetten voor dekking incidentele lasten Reserves als structureel dekkingsmiddel - kapitaallastenreserves Afschrijvingen dekken uit reserve Eind levensduur – geen begrotingsruimte voor vervanging Beleid – alleen inzetten bij investeringen waarvoor de gemeente beslist over vervanging: maatschappelijke voorzieningen Inzet reserve maatschappelijke voorzieningen Kapitaallastenreserves Dekking restantboekwaarden, sloopkosten en andere incidentele lasten vastgoed (ook scholen)

36

5-5-2026

Nieuwe opties Algemene reserve als structureel dekkingsmiddel (opgenomen in ombuigingsopties) Weerstandsratio > 1 Solvabiliteit > 20% Maximale inzet 10% surplus per jaar NB: niet verstandig om dit meerjarig in te zetten, vooral nuttig voor overbrugging Onderuitputting als stelpost in begroting Strikte voorwaarden Per beleidsthema Moet sprake zijn van een patroon Wordt in aanloop naar kadernota nog onderzocht

37

5-5-2026

We staan er financieel goed voor Er komen financiële problemen aan Omvang hebben deels wel/niet in de hand Onzekerheden Rijk en overig Eigen besluiten (ambities en ombuigingen) Op voorhand dus geen ruimte voor ambities, maar een ombuigingsopgave Veel ingrediënten beschikbaar om de uitdaging aan te gaan

38

Financiële staat van Krimpen deel 2

Financiële ontwikkelingen • Juniwijziging • bijstellen lopende begroting • inclusief meerjarige effecten • Kadernota • Actualisatie budgetten bestaand beleid 2027 en verder • Autonome ontwikkelingen • Noodzakelijk nieuw beleid (exogeen onontkoombaar) • Meicirculaire gemeentefonds • Bijstelling loon-/prijsontwikkeling • Vertaling coalitieakkoord Jetten I en voorjaarsnota

Financieel meerjarenbeeld

Meerjarenbeeld 2026-2030

Begroting 2026

Meerjarig saldo maart 2026 Effect juniwijziging Vertrekpunt kadernota Bijstellingen kadernota Meicirculaire Nieuw beleid en intensiveringen (noodzakelijk) Meerjarig saldo kadernota (voorlopig)

- 160 - 685 - 845 - 231 - 1.076

Meerjarenraming 2027

2028

2029

2030

859 - 1.865 - 2.340 - 2.340 - 886

- 1.030

- 1.111

- 1.748

- 27 - 2.895 - 3.451 - 4.088 - 706 461 - 80

- 291 808 - 80

- 512 930 - 80

- 1.322 1.731 - 80

- 352 - 2.458 - 3.113 - 3.759

Analyse grote verschillen

Begroting

kadernota + juniwijziging

2026

Heffingen en leges OZB Afvalstoffenheffing (baten, kosten aanslagen, kwijtscheldingen) Rioolheffing Lijkbezorgingsrechten Begraven Marktgelden correctie onjuistheid inkomsten Leges reisdocumenten (5-10 jaarscyclus) Maatschappelijk domein Verhuiskosten scholen Storting voorziening onderhoud kapitaalgoederen Sociaal domein Jeugdhulp ambulant lokaal Bijzondere bijstand / Schuldhulpverlening WMO volumeontwikkeling vergrijzing Bedrijfsvoering Personeelslasten (autonome formatieve groei en ziekteverzuimbudget) Meicirculaire Financiële techniek Dividend Stedin en BNG Reservemutaties buitenruimte MN Extra jaarschijf algemene uitkering o.b.v. septembercirculaire Liquiditeitsprognose (rentekosten) Afschrijvingen Indexering (lagere index zorg/salaris vanaf 2029) Totaal verklaard

Meerjarenraming 2027

- 52 - 100

2028

2029

2030

- 35 - 118 - 22 177 - 92 - 31 - 42

- 80 - 120 126 182 - 90 - 31 - 54

- 60 - 123 182 187 - 87 - 32 - 184

161 21 346 184 - 87 - 32 - 233

- 35 - 350

- 360

- 379

- 400

- 60 - 58

- 70 - 62

- 70 - 66

- 70 - 67

- 70 - 69 - 144

- 430 - 231

- 1.015 461

- 1.060 808

- 999 930

- 1.780 1.731

267

120

120

120

96 -2

175 252 11

310 108 - 20

119 53 153

120 - 553 2.731 - 532 - 254 - 1.935

- 809

- 675

- 297

- 256

- 794

- 75 - 95

- 70

Meicirculaire Meicirculaire gemeentefonds

Begroting 2026

Meerjarenraming 2027

2028

2029

2030

Begroting 2026 (incl. stelposten) Meicirculaire (incl. stelposten)

68.154 67.923

69.479 69.940

70.260 71.068

73.044 73.974

75.798 77.530

Effect meicirculaire

- 231

461

808

930

1.731

Analyse meicirculaire

Accres lonen en prijzen Accres volume Uitkeringsfactor BCF afrekening 2025 Integratie uitkering Participatie CDOKE middelen CDOKE middelen stelpost Uitstel eigen bijdrage Wmo Uitstel eigen bijdrage Wmo stelpost Huishoudelijke hulp uit Wmo Huishoudelijke hulp uit Wmo stelpost Overige effecten Verschil

2026

2027

2028

2029

2030

46.862

91.547

-45.158

-45.525

278.390

281.172

411.963

316.106

455.254

92.797

281.172

411.963

406.422

500.780

175.061

310.317

313.900

301.293

-1.758.847

-1.871.314

1.758.847

1.871.314

-324.789 41.880

969.583 -440.697 377.959 -362.046

-319.176

-868.208

-417.569

-61.517

519.416

-230.898

460.858

808.221

929.753

1.731.218

Financiele aandachtspunten bij meerjarenbeeld Afvalstoffenheffing – invoering recycletarief (als risico opgenomen) Exploitatie begraven Inkomstendaling zet door Meerjarig rekening gehouden met 100% - forse tariefsverhogingen nodig

GRJR Landelijke afbouw gesloten jeugdhulp (jeugdhulp plus) → te weinig alternatieven → dure oplossingen In begroting 2027 waarschijnlijk forse bijstelling nodig (nu nog onvoldoende onderbouwing) Risico uitkomst aanbesteding zwembadexploitatie na 1 april 2027 Risico aanbesteding onderhoud openbare verlichting Oplopende inflatie (3,5% ipv 2,3%) Stijgende energielasten en andere (afgeleide) uitgaven (risico) Inwoners financieel in de knel Geen compensatie algemene uitkering 2026, wel bijstelling accres vanaf 2027 Investeringsopgave (incl. verhoging normbedragen onderwijsinvesteringen > inflatiecorrectie)

Stelposten Advies VNG vs. Opstelling toezichthouder (Provincie) tabel stelposten uit presentatie collegeretraite (aanvullen met bedragen?)

Begrotingsadvies VNG

Jaar

Onderwerp

Jeugd

2028

Wmo

Provincie

Krimpen

Eigen bijdrage invoeren

mag

ja

ja

2028

Trajectduur verkorten

mag

nee

Beperkte omvang en weinig effect verwacht

2028

Structurele bekostiging (Van Ark)

mag niet

nee

geen reëel beeld

?

Rijk: taakstellend budgetneutraal. Uitname macro betekent niet voor iedere gemeente neutraal Definitief standpunt PZH afwachten

2029

Huishoudelijke hulp uit Wmo

mag niet

Toelichting

Belastingen en heffingen Basispad is verhoging opbrengst met 2,3% index en areaalontwikkeling OZB – geen bijzonderheden

Afvalstoffenheffing

2027

2028

2029

2030

lasten

6.623

6.774

6.930

7.094

baten

6.679

6.947

7.133

7.451

100,8%

102,6%

102,9%

105,0%

56

173

202

357

dekkings% verschil (-/- = tekort)

NB: zonder effecten recycletarief

Afvalstoffenheffing: • Nog geen effecten recycletarief meegenomen • Overdekking o.b.v. geactualiseerde cijfers • Bijstellen naar 100% dekking verwerkt

Rioolheffing

2027

2028

2029

2029

lasten

4.494

4.802

4.961

5.125

baten

4.461

4.631

4.751

4.953

Rioolheffing • Beperkte onderdekking door stijging afschrijvingen • Opbrengst beperkt extra verhogen > index - verwerkt

dekkings%

99,3%

96,4%

95,8%

96,6%

-34

-171

-210

-172

Lijkbezorgingsrechten • Dekking fors lager dan 95% (73,8%) • Dekking in jaarrekening 74% • Oorzaak vooral gestegen lasten graven/personeel • Extra verhoging 29% nodig voor 95% dekking • Extra verhoging 35% nodig voor 100% dekking • Bijstelling naar 100% verwerkt

Lijkbezorging

verschil (-/- = tekort)

2027

2028

2029

2029

lasten

961

975

995

1.008

baten

709

718

733

750

73,8%

73,6%

73,6%

74,3%

verschil naar 95%

-204

-208

-213

-208

extra verhoging in %

29%

29%

29%

28%

verschil naar 100%

-252

-257

-262

-259

extra verhoging in %

35%

36%

36%

35%

dekkings%

Uitgangspunten Vastgesteld in college 21 april 2026 Afspraken over te hanteren cijfers, eenheden etc in de kadernota en de begroting. Belangrijkste onderdelen: • Indexering o.b.v. CEP2026 • Kerngegevens (inwoners, woningen) • Rentepercentage nieuwe leningen = 3,75%

Robuuste financiën Hoe doen we dat

Stabiliteit • Onverwachte schommelingen voorkomen

Weerbaarheid • Opvangen van tegenvallers

Flexibiliteit • Vermogen om bij te sturen op lange termijn

Stabiliteit Reële ramingen Stelposten Risico’s tijdig vertalen in financiële ruimte Flexibiliteit Terughoudend met (nieuwe) structurele lasten Kapitaallastenratio laag houden Ombuigingsopties in beeld houden

Weerbaarheid Voldoende buffers (vrij inzetbare reserves)

Rapportage ombuigingen

Gemeente Krimpen aan den IJssel Februari 2025

1

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding.........................................................................................................................3 1.1

Aanleiding .............................................................................................................3

1.2

Oorzaak tekorten...................................................................................................3

1.3

Afspraak begroting 2025: Herstel structureel evenwicht in 2029 ..........................4

1.4

Aanpak ..................................................................................................................4

1.5

……en nu aan de slag ..........................................................................................4

Proces en uitgangspunten inventarisatie ......................................................................4 2.1

Proces ...................................................................................................................5

2.2

Inventarisatie ombuigingsmogelijkheden ..............................................................5

Omvang opgave en beïnvloedingsmogelijkheden ........................................................6 3.1

Opgave..................................................................................................................6

3.2

Beïnvloedingsmogelijkheden algemeen ...............................................................6

Niet (direct) beïnvloedbaar............................................................................................8 4.1

Ambtelijke organisatie en bestuur .........................................................................8

4.2

Kapitaallasten........................................................................................................8

4.3

Gemeenschappelijke regelingen...........................................................................8

4.4

Integraal Zorg Akkoord (IZA).................................................................................9

4.5

Jeugdzorg ...........................................................................................................10

4.6

Woningvoorraad..................................................................................................10

4.7

Verbanden tussen vastgoed en subsidies ..........................................................11

4.8

Overkoepelende ideeën ontbreken nog ..............................................................11

4.9

Onzekere en fluctuerende uitgaven ....................................................................11

Financiële aandachtspunten .......................................................................................12 5.1

Rente...................................................................................................................12

5.2

Sluitende exploitaties ..........................................................................................12

5.3

Specifieke uitkeringen (SPUK’s) .........................................................................12

5.4

Grondexploitaties ................................................................................................12

5.5

Risico's................................................................................................................13

5.6

Onderbesteding...................................................................................................13

6.

Uitdagingen langere termijn: grote investeringsopgave..............................................16

7.

Ombuigingsmogelijkheden..........................................................................................18 7.1

Inleiding/leeswijzer ..............................................................................................18

7.2

Totaaloverzicht ombuigingsmogelijkheden .........................................................20

7.3

Overzicht per programma en beleidsthema ........................................................21

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De komende jaren verslechtert het begrotingsresultaat van de gemeente Krimpen aan den IJssel aanmerkelijk, met oplopende miljoenentekorten vanaf 2026. Hoewel deze tekorten voornamelijk worden veroorzaakt door de korting van het Rijk op het gemeentefonds, zijn gemeenten onverminderd zelf verantwoordelijk voor het opstellen van een sluitende (meerjaren)begroting. Daarbij is duidelijk dat we (voorlopig) niet kunnen rekenen op financiële hulp van het Rijk. We moeten dus zelf in actie komen om de begroting weer op orde te krijgen. Financieel perspectief

2026

2027

2028

Saldo obv februariwijziging 2025

-3.340

-3.992

-4.951

2029

NB: Het saldo in 2029 is een aanname o.b.v. de jaren ervoor. Er is nog geen doorrekening van budgetten voor 2029.

Een belangrijke kanttekening bij deze saldi is dat voor een aantal dossiers nog geen of onvoldoende kosten zijn opgenomen, omdat besluitvorming hierover nog moet plaatsvinden. Dit betreft bijvoorbeeld de toekomst van het zwembad, de buitenruimte bij het complex van DCV en de ontwikkeling Raadhuisplein 4 (cultureel centrum en bibliotheek). Om aan de begrotingsregels van het BBV te voldoen moet de begroting structureel en reëel evenwicht vertonen. Structureel betekent dat de structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten en reëel wil zeggen dat alle ramingen voldoende onderbouwd of aannemelijk zijn. Als het begrotingsjaar hier niet aan voldoet, dan moet uit de meerjarenraming blijken dat uiterlijk in het laatste jaar (t+3) dit evenwicht wordt bereikt.

1.2 Oorzaak tekorten Bij de start van het kabinet Rutte IV, eind 2021, werd in het regeerakkoord een sterk oplopend uitgavenpatroon gepresenteerd. Dit betekende voor gemeenten een stevige groei van de algemene uitkering (trap-op-trap-af) en dus meer besteedbare middelen. Dat was ook hard nodig, want veel gemeenten liepen in de jaren daarvoor tegen tekorten aan in de uitvoering van hun (medebewinds)taken. De gepresenteerde verwachtingen bevatten echter ook een winstwaarschuwing: vanaf 2026 krijgen gemeenten (veel) minder algemene uitkering. Deze korting bedroeg in totaal € 3,3 miljard. Al snel werd dit bekend als het “ravijn”. Sinds het ontstaan van dit ravijn is veel gesproken over en onderzoek gedaan naar de financiering van gemeenten. De uitkomsten hebben slechts gedeeltelijk verbetering in het financiële vooruitzicht gebracht. De toevoeging van een structureel bedrag (€ 924 miljoen) aan het gemeentefonds en het afschaffen van de opschalingskorting (€ 675 miljoen) in de voorjaarsnota van 2024 boden enige, maar volstrekt onvoldoende, verlichting. Een verruiming van het lokaal belastinggebied is voorlopig van de baan en de nieuwe accressystematiek op basis van (de ontwikkeling van) het BBP is op onderdelen ontoereikend voor de kostenontwikkelingen waar gemeenten mee te maken hebben.

Afgelopen maanden is gebleken dat gemeenten – in ieder geval op korte termijn – ook van het kabinet Schoof I weinig mogen verwachten bij het oplossen van hun financiële tekorten. In de septembercirculaire werd wel de eerder opgelegde (budgetneutrale) besparing op de

3

jeugdzorg teruggedraaid en compensatie voor het effect van vergrijzing voor de Wmo opgenomen. Daarmee is echter niets gedaan aan de korting die het ravijn veroorzaakt. Het ziet er dus naar uit dat we het zelf moeten oplossen. Voor alle duidelijkheid: onze inspanningen om de financiën op orde te brengen staan los van het uitgangspunt dat het Rijk voor voldoende financiering moet zorgen voor de taken die zij aan gemeenten oplegt. De VNG voert daarover namens gemeenten gesprekken met het kabinet. Het ingroeipad van de maatregelen die wij lokaal treffen moet voldoende flexibel zijn om in te kunnen spelen op de (positieve of negatieve) effecten van het regeringsbeleid met betrekking tot gemeentefinanciën.

1.3 Afspraak begroting 2025: Herstel structureel evenwicht in 2029 Vanaf 2026 ontstaan dus oplopende tekorten in de begroting van Krimpen aan den IJssel. In de kadernota en de begroting 2025 is afgesproken dat in het jaar 2025 keuzes moeten worden gemaakt om uiterlijk in 2029 weer een structureel sluitende begroting te bereiken. Uit de rekeningoverschotten van 2022 en 2023 is de reserve begrotingstekorten gevormd (€ 7 miljoen) die kan worden ingezet om de tussenliggende jaren te overbruggen. Op die manier kan een ingroeipad worden gerealiseerd. Dat is bijvoorbeeld nodig bij ingrepen in maatschappelijke voorzieningen en subsidies, maar ook vanwege lopende contracten. Bovendien is het daardoor mogelijk om niet direct ingrijpende besluiten door te voeren, maar de uitvoering zorgvuldig voor te bereiden.

1.4 Aanpak Het moment om keuzes te maken is bij de kadernota 2026, die in juli 2025 in de raad wordt behandeld. In de aanloop daarnaartoe verzamelen en kwantificeren we de mogelijkheden en halen we input op van inwoners, maatschappelijke instellingen en raadsfracties. Het in kaart brengen van de ombuigingsmogelijkheden bestaat uit twee sporen: een inventarisatie (zonder waardeoordeel) van de mogelijkheden om lasten te verlagen en baten te verhogen en een uitvraag aan de Krimpense samenleving. In dit document zijn de uitkomsten van het eerste spoor verzameld.

1.5

……en nu aan de slag

In de BDO benchmark Nederlandse Gemeenten die op 21 januari verscheen is te lezen dat een deel van de gemeenten nog niets heeft gedaan aan de tekorten. Daar hoort Krimpen ook bij, maar dat gaat veranderen. Want het is niet uit naïviteit of ontkenning dat we hebben gewacht. We volgen een uitgedacht proces waarin ervoor is gekozen om niet overhaast tot zware besluiten over te gaan. We bereiden ons voor om in het voorjaar van 2025 de noodzakelijke afgewogen besluiten te nemen, die (uiterlijk) in 2029 tot herstel van structureel en reëel begrotingsevenwicht leiden.

2. Proces en uitgangspunten inventarisatie Het besluit over de aanpak van het ravijn bij de kadernota 2025 was aanleiding voor het inrichten van een proces om te komen tot opties, voorstellen en besluiten. Een projectgroep, bestaande uit het DT, controller, financiën en communicatie is daarmee aan de slag gegaan.

4

Hieronder wordt heel kort het proces geschetst en daarna ingegaan op de gevolgde werkwijze bij het ophalen van ombuigingsmogelijkheden.

2.1 Proces De aanpak bestaat uit drie delen: Inventarisatie van de bezuinigingsmogelijkheden, ophalen van informatie en meningen uit de Krimpense samenleving en de bestuurlijke afweging. De eerste twee zijn als aparte sporen parallel uitgevoerd en de aanbieding van deze stukken en het verkrijgen van input van de raadsfracties is de afronding van dit deel. Daarna start de bestuurlijke afweging en besluitvorming, die onderdeel uitmaken van het kadernota proces, dat eindigt met de raadsbehandeling op 17 juli 2025. Via een raadsinformatiebrief met projectplan (25 september 2024) en een memo (14 januari 2025) bent u over dit proces eerder door ons geïnformeerd.

2.2 Inventarisatie ombuigingsmogelijkheden De afgelopen maanden is met alle teams gesproken over hun budgetten en welke ruimte daarin te vinden is. Omdat de tijd beperkt was hebben we ons gericht op budgetten met een minimale omvang van € 25.000. Uiteraard is ook het verhogen van baten of opnemen van nieuwe inkomsten meegenomen. Bij deze uitvraag zijn de volgende uitgangspunten gesteld: Het gaat om alles wat mogelijk is, niet wat wenselijk is. De maximale opties worden in beeld gebracht. Het is dus een financieel-technische benadering en er zijn in deze fase geen heilige huisjes. Er wordt waardenvrij naar alle onderwerpen, taken en budgetten gekeken. Dus zonder inhoudelijke of bestuurlijke afwegingen aan de voorkant. Het leggen van verbanden en koppelingen te leggen wordt in deze fase achterwege gelaten om het niet extra complex te maken. Alle mogelijkheden worden onderbouwd en zijn (financieel) realistisch. Er worden vooralsnog geen taakstellingen opgenomen en er wordt ook geen kaasschaaf gebruikt. De intensieve samenwerking tussen teams (budgethouders en -beheerders) en financieel adviseurs heeft een groot aantal opties opgeleverd die verderop in dit document en in de bijlagen worden toegelicht. Op onderdelen is een inventarisatie vanuit budgetten niet werkbaar.

Daarom is in een apart hoofdstuk aandacht besteed aan een aantal onderwerpen die niet in de inventarisatie voorkomen.

5

3. Omvang opgave en beïnvloedingsmogelijkheden 3.1 Opgave In de kadernota 2025 is een hoofdstuk opgenomen over de aanpak van het financieel ravijn. Daarin hebben we de globale aanpak uiteen gezet en het ingroeipad geïntroduceerd.

Inmiddels zijn de genoemde percentages vertaald in bedragen, die gebaseerd zijn op de stand van het meerjarenbeleid bij de februariwijziging 2025. Door de licht positieve ontwikkeling van het saldo in met name 2028 leidt de vertaling van de beoogde ingroei reeds in dat jaar tot een vrijwel sluitend beeld. Financieel perspectief

2026

2027

2028

Saldo obv februariwijziging 2025 opgave saldo (-/- = nog te dekken)

-3.340 1.500 -1.840

-3.992 3.000 -992

-4.951 4.500 -451

2029

0

De opgave loopt (met de kennis van nu) op tot € 6 miljoen in 2029. De reserve begrotingstekorten lijkt vooralsnog ruim voldoende om de jaren 2026-2028 te overbruggen. Reserve begrotingstekorten

Omvang per 20-2-2024 Nodig obv februariwijziging Restant beschikbaar

3.2

7.000 -3.283 3.717

Beïnvloedingsmogelijkheden algemeen

Het volume van de begroting bedraagt de komende meerjarenperiode jaarlijks ruim € 100 miljoen. In totaal is dus een ombuiging van ongeveer 6% nodig (opgave € 6 miljoen). Belangrijk is echter dat een groot deel van de lasten (en baten) in de begroting niet of

6

nauwelijks te beïnvloeden is. Dit betreft een groot deel van de uitgaven voor medebewindstaken, maar ook kapitaallasten en personeelslasten. Uit onderzoek van Berenschot in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur (Beleidsvrijheid geduid, 2019) blijkt dat slechts ongeveer 15% van gemeentelijke begrotingen direct beïnvloedbaar is. Rekening houdend met beïnvloeding van budgetten waarvoor tijd nodig is (subsidies, contracten) loopt dit op naar 25%. Dit betekent dat slechts ongeveer € 25 miljoen van onze begroting echt in aanmerking komt voor ombuigingen. Op die basis is € 6 miljoen bijna 25% van de vrije ruimte in onze ramingen. Dat is dan wel exclusief de mogelijkheden om inkomsten te verhogen. De ombuigingsopgave van € 6 miljoen in 2029 is dus een grote uitdaging. Voldoende aanleiding voor het starten van een integrale inventarisatie van opties die kunnen bijdragen aan een oplossing.

7

4. Niet (direct) beïnvloedbaar Het integraal doornemen van alle begrotingsramingen gericht op het vinden van bezuinigingsmogelijkheden leidt ook tot het constateren van een aantal onderwerpen die aparte aandacht verdienen. Meestal is dat omdat opnemen als bezuinigingsoptie niet zonder meer mogelijk is. Maar er is op deze budgetten wel sprake van gevolgen, mogelijkheden of ontwikkelingen, soms in samenhang met andere opties.

4.1

Ambtelijke organisatie en bestuur

Van de verzamelde mogelijkheden heeft een deel ook impact op de ambtelijke organisatie. Het bezuinigen op uitgaven heeft bijvoorbeeld vaak gevolgen voor degene die de bijbehorende werkzaamheden uitvoert. De benodigde formatie neemt daardoor af. De mogelijke effecten daarvan zijn nog niet cijfermatig in beeld gebracht. Wel is per ombuiging aangegeven in welke mate sprake is van personele gevolgen. Bij de definitieve keuze van maatregelen worden ook de formatieve consequenties betrokken. De mogelijkheid om, los van andere bezuinigingen, een taakstellende bezuiniging op de ambtelijke organisatie op te leggen is niet meegenomen. Vooralsnog wordt vanuit maatregelen gezocht naar mogelijkheden en worden geen (niet onderbouwde) taakstellingen opgenomen. Wat betreft het college is dezelfde lijn aangehouden. Er is daarom geen taakstellende ombuigingsoptie voor de omvang van het college opgenomen. Op grond van de Gemeentewet is het voor een gemeente van onze omvang toegestaan om terug te gaan naar een minimum van 2 wethouders. Daarbij wordt opgemerkt dat de wet op dit punt dateert uit een tijd dat het lokale bestuur en de bijbehorende taken veel overzichtelijker waren.

4.2

Kapitaallasten

De lasten voor rente en afschrijving zijn moeilijk te beïnvloeden omdat het afschrijven van geactiveerde investeringen aan regels gebonden is. In de nota vaste activa 2025, die in de raadsvergadering van 26 september 2024 is vastgesteld is een aantal voorstellen opgenomen waarmee een bijdrage is geleverd aan de verkleining van de tekorten. Dit betrof vooral de verlenging van afschrijvingstermijnen en het toerekenen van ambtelijke uren aan investeringen. Er is bij het inventariseren van ombuigingsmogelijkheden niet opnieuw naar de kapitaallasten gekeken, omdat wij daar geen reële ombuigingsmogelijkheden meer zien.

4.3

Gemeenschappelijke regelingen

De bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen zijn over het algemeen door individuele gemeenten moeilijk en niet op korte termijn te beïnvloeden. Omdat echter vrijwel alle gemeenten met tekorten door het ravijn te maken hebben is in verschillende regio’s gezamenlijk actie ondernomen richting gemeenschappelijke regelingen, met als doel de gemeentelijke bijdragen te verlagen. Daarmee wordt beoogd ook de GR-en een bijdrage te laten leveren aan de oplossing van de tekorten. In de regio Rotterdam-Rijnmond hebben de wethouders financiën het initiatief genomen en zijn vier GR-en verzocht met scenario’s te komen voor ombuigingen met een impact van 5

8

en10% op de gemeentelijke bijdragen. Alle GR-en hebben op die oproep gereageerd, met wisselende uitkomsten. De GGD heeft in een brief laten weten geen mogelijkheden te zien. Individuele gemeenten kunnen op hun pluspakket bezuinigen. Van de DCMR is een notitie ontvangen met een verkenning van de bezuinigingsmogelijkheden. Daarmee wordt 3% gehaald, wat voor ons € 21.000 betekent. Dit kan nog worden verhoogd door minder diensten af te nemen. Daarnaast neemt de DCMR een inspanningsverplichting op om tot een verlaging van 2% op de overhead te komen. De GRJR heeft in haar kadernota 2026 een besparing van 5% op de bedrijfsvoering opgenomen. Voor Krimpen is dat € 7.250. Dit staat overigens volledig los van de inkoop van jeugdhulp via de GRJR, waarbij wij overigens zelf de hoogte van de voorzieningen bepalen. In december heeft het AB van de VRR zich gebogen over bezuinigingsscenario’s. Dat leidde tot een richtinggevend besluit over 3% bezuinigen en mogelijk in het voorjaar een aanvulling tot 5%. Voor de MRDH hebben de gemeenten uit de Rotterdamse regio aangesloten bij de insteek van Haaglanden. Die hebben de korting op het gemeentefonds vertaald in een procentueel effect: € 6,2%. In de kadernota 2026 ziet de MRDH kans om 5% te bezuinigen, wat voor Krimpen neerkomt op € 2.500.

Daarnaast is als optie in onze inventarisatie opgenomen dat we uit de samenwerking op het gebied van Economisch Vestigingsklimaat kunnen stappen. Op het onderdeel vervoersautoriteit verloopt de financiering van de MRDH rechtstreeks vanuit het Rijk en is dus voor gemeente geen voordeel uit bezuinigingen te halen. De meeste overige GR-en waarin Krimpen deelneemt vallen grotendeels in de regio Hollands-Midden. Deze regio heeft aan GR-en een taakstelling van 6% opgelegd. De mogelijkheden van het IBKW zijn zeer beperkt. Bijna alle IBKW kosten vallen in projecten en het betreft het uitsluitend de inzet van medewerkers. Een bezuiniging kan dus alleen via een verlaging van het uurtarief of overhead en zal vooral indirect (via afschrijvingen) tot effecten in onze begroting leiden. Het Streekarchief en de Groenalliantie zien geen mogelijkheden om te bezuinigen. Bij Promen loopt al een traject om de organisatie te herijken om in te spelen op de gevolgen van de afbouw van de WSW en de opbouw van beschut werken. Het is op dit moment nog niet helder wat dit voor financiële gevolgen heeft. Van de GR IJsselgemeenten is input ontvangen met mogelijke keuzes. Een aantal daarvan is ook al in onze inventarisatie opgenomen. Er wordt dus via diverse lijnen druk uitgeoefend op de GR-en, maar dat levert nog slechts beperkt concrete resultaten op.

Toch verwachten we wel dat in de begrotingen die we later dit voorjaar ontvangen verlagingen van bijdragen zichtbaar worden. Daar staat overigens tegenover dat we een index toestaan die door nacalculatie hoger is dan wat nu in onze meerjarenraming is opgenomen.

4.4

Integraal Zorg Akkoord (IZA)

De Rijksmiddelen voor het Integraal Zorgakkoord 2023-2026 worden in de vorm van een SPUK uitgekeerd aan centrumgemeenten. In ons geval is dat Rotterdam. De verdeling van

9

de middelen verloopt vervolgens op basis van de aanvragen die de gemeenten bij de centrumgemeente indienen. Wij hebben alle bestaande taken ondergebracht in deze SPUK, terwijl de overige gemeenten in onze zorgregio dat slechts deels hebben gedaan. Hierdoor bleef een deel van de totale SPUK 2023 onbenut en werd de volledige aanvraag van onze gemeente in 2023 gehonoreerd. Ook voor 2024 lijkt dit te gebeuren. Dit zorgt voor een incidenteel voordeel. Inmiddels wordt steeds meer gekeken naar een reële verdeling van de beschikbare SPUK tussen de gemeenten binnen onze Zorgregio in relatie tot het beschikbare budget. Het Regioplan 2025 is dan ook nog niet vastgesteld. In onze begroting hebben wij daarom structureel rekening gehouden met inkomsten gebaseerd op een verdeling van middelen op basis van inwoneraantal. Er is overigens wel sprake van een risico omdat over continuering van de SPUK na 2026 nog geen afspraken zijn gemaakt. De overleggen daarover verlopen moeizaam. In de meerjarenramingen lopen de lasten en baten vooralsnog gewoon structureel door.

4.5

Jeugdzorg

Eind januari 2025 is het rapport van de deskundigencommissie (commissie Van Ark) over financiering van de jeugdzorg verschenen. Het advies van de commissie is om de gemeenten voor 50% te compenseren voor de tekorten van de afgelopen jaren. Bovendien ziet de commissie de besparing van de hervormingsagenda als niet wenselijk en niet haalbaar. Zij adviseert dat het volume van het budget voor jeugdzorg moete gaan meegroeien met het landelijke zorgbudget. In de voorjaarsnota van het kabinet moet blijken in hoeverre deze adviezen worden overgenomen. De financiële gevolgen worden vervolgens opgenomen in de meicirculaire van het gemeentefonds. Het is nu nog te vroeg om daarop vooruit te lopen. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en maken in de aanloop naar de kadernota een afweging. Daarin betrekken wij ook de opstelling van de toezichthouder met betrekking tot de verwerking.

4.6

Woningvoorraad

De Krimpense woningvoorraad heeft een aandeel sociale huurwoningen dat regionaal als gemiddeld kan worden bestempeld. De bouwplannen zijn beperkt, maar de gemeente heeft wel de mogelijkheid om te sturen op de te bouwen woningtypen. Door het woningbouwprogramma aan te passen kan invloed worden uitgeoefend op het (toekomstige) beroep op bijstand en individuele zorgvoorzieningen. Het bouwen van betaalbare woningen voor starters in plaats van sociale huurwoningen leidt bijvoorbeeld tot de instroom (of het behoud) van jongeren en jonge gezinnen en tot minder woonmogelijkheden voor minima. Het is ontegenzeggelijk een lastig onderwerp om in de ombuigingsmogelijkheden mee te nemen. Bovendien is het effect moeilijk te kwantificeren en zijn er veel obstakels die de uitvoerbaarheid beïnvloeden. Maar er is wel degelijk sprake van een mogelijkheid om de gemeentelijke lasten te beïnvloeden. Daarom is ervoor gekozen dit (nog) niet in de lijst met mogelijkheden te vermelden, maar hier apart te benoemen.

10

4.7

Verbanden tussen vastgoed en subsidies

De inventarisatie van ombuigingsmogelijkheden heeft zowel voor maatschappelijk vastgoed als voor subsidies mogelijkheden opgeleverd. Deze zijn echter nog niet aan elkaar gekoppeld. De exploitatie van het vastgoed hangt vaak samen met gesubsidieerde activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn het Streekmuseum, de Tuyter en de Kinderboerderij. Een bezuiniging door afstoten van het vastgoed kan niet los worden gezien van de gesubsidieerde activiteit die daar plaatsvindt. Andersom geldt dat het beëindigen of vergaand versoberen van een subsidierelatie gevolgen heeft voor de exploitatie van het vastgoed. Met deze verbanden is echter op dit moment nog niets gedaan. Het is nadrukkelijk wel de bedoeling om dit in de Kadernota 2026 te doen.

4.8

Overkoepelende ideeën ontbreken nog

Het is goed om bij het zoeken naar oplossingen voor grote tekorten ook te onderzoeken of (op onderdelen) een geheel andere aanpak mogelijk is. In het nu gelopen proces is dat nog niet aan de orde geweest. Dergelijke creatieve ideeën kunnen zeker helpen om tot een nieuw evenwicht te komen en moeten in het vervolgtraject opgepakt worden. Wij zien dit als een vervolgstap wanneer duidelijk is welke activiteiten/voorzieningen voor nader onderzoek in aanmerking komen.

4.9

Onzekere en fluctuerende uitgaven

De begroting bevat een aantal posten waarvan op voorhand onzeker is in welke mate ze moeten worden ingezet. Voorbeelden daarvan zijn budgetten voor stormschade en grote woningaanpassingen (Wmo). Dit zijn budgetten die het ene jaar nauwelijks aangesproken worden, terwijl in een ander jaar fors moet worden bijgeraamd. Een nog uit te werken optie is om dit type ramingen op een basisniveau op te nemen en met de raad af te spreken dat wanneer verhoging noodzakelijk is (dus geen inhoudelijke keuze), dit via een begrotingswijziging zonder meer verwerkt kan worden. Deze optie is opgenomen in de lijst met ombuigingsmogelijkheden, zodat u daar een reactie op kunt geven.

11

5. Financiële aandachtspunten In dit hoofdstuk komen enkele onderwerpen aan bod die vanuit financieel oogpunt aandacht verdienen. Deels omdat we er rekening mee moeten houden, maar ook omdat ze mogelijk een bijdrage kunnen leveren.

5.1

Rente

Het verlagen van uitgaven en/of verhogen van inkomsten heeft gevolgen voor de liquiditeitspositie van de gemeente. Vooral afschaling van het investeringsprogramma leidt tot een lagere financieringsbehoefte. De voordelen op te betalen rentelasten zijn op dit moment nog niet doorgerekend. Dit kan pas wanneer er een totaalbeeld is waarmee de liquiditeitsprognose geactualiseerd kan worden. Voorlopig laten we deze effecten daarom buiten beschouwing en wordt alleen de omslagrente als onderdeel van de kapitaallasten meegenomen.

5.2

Sluitende exploitaties

Op een aantal onderdelen van de begroting is sprake van sluitende exploitaties. Bezuinigingsopties op deze onderdelen zijn wel meegenomen in de inventarisatie en (nog) niet geneutraliseerd. Uitgangspunt is dat ook deze opties op een of andere manier bij kunnen dragen aan het oplossen van de tekorten. Bijvoorbeeld omdat ruimte ontstaat voor verhoging van de OZB of aanpassing van verrekeningen met reserves. De begroting bevat de volgende sluitende onderdelen: Via kostendekkende tarieven hebben mutaties met betrekking tot riool en afval geen direct effect op het saldo. Investeringen in de buitenruimte worden afgeschreven binnen het totaal beschikbare budget. Het restant wordt gestort in de reserve investeringen buitenruimte. Bij omgevingsvergunningen vindt verrekening met de egalisatiereserve plaats.

5.3

Specifieke uitkeringen (SPUK’s)

Voor veel specifieke uitkeringen geldt eveneens dat een verlaging van uitgaven direct gevolgen heeft voor de omvang van de inkomsten en dus per saldo niets oplevert. Deze zijn op dit moment buiten beschouwing gelaten.

5.4

Grondexploitaties

De grondexploitaties vormen een bijzonder onderdeel van de gemeentefinanciën. Gedurende de looptijd van grondexploitatie worden baten en lasten gesaldeerd en op de balans opgenomen. Bij de afwikkeling van projecten of wanneer de prognose een negatief resultaat laat zien vindt verrekening plaats met de reserve grondexploitatie. Kosten in de initiatieffase worden eveneens ten laste van de reserve gebracht. De grondexploitaties hebben daarom geen directe impact op het meerjarenbeeld.

12

5.5

Risico's

In het algemeen begroten we scherp aan de wind, maar ook behoudend. Dat wil zeggen dat we niet te ruim begroten, maar ook geen risico’s nemen. We rekenen ons niet te rijk, maar ook niet onnodig arm. We zoeken de balans. Dat doen we met behulp van risicoanalyses en inzicht in de lopende dossiers waarover nog onzekerheden bestaan. Vaak betreft dat de omvang en voortzetting van bekostiging door het Rijk. Een paar voorbeelden: Toekomst GALA en IZA – De huidige regelingen lopen tot en met 2026. Verwacht wordt dat de financiering wordt doorgezet. Nadat de VNG eind november besloot uit het IZWA overleg te stappen, zijn begin 2025 de gesprekken weer hervat. Wij hebben de inkomsten structureel, maar voor IZA voorzichtig, geraamd (zie ook toelichting over IZA). Zie ook paragraaf 4.4. Bekostiging jeugdzorg – extra middelen die nog niet zijn toegevoegd aan het gemeentefonds zijn volledig opgenomen zoals door de toezichthouder wordt toegestaan. We houden echter geen rekening met besparingen op basis van de hervormingsagenda. Zie ook paragraaf 4.5. Invoering eigen bijdrage Wmo – Onlangs is dit opgeschoven naar 2027. In de meicirculaire wordt dit verrekend met de algemene uitkering. Eerder zijn cijfers afgegeven over de te verwachten inkomsten en korting. Die hebben wij overgenomen. CDOKE middelen – Rijk garandeert deze middelen tot en met 2027.

Daarna is er wel een toezegging maar geen garantie. Onze begroting bevat wel structurele lasten, maar de rijksmiddelen zijn slechts tot en met 2027 meegenomen. Een van de ombuigingsmogelijkheden houdt in dat de inkomsten ook na 2027 worden doorgetrokken, op basis van de laatste berichten hierover. Overhevelen SPUK’s naar gemeentefonds met 10% korting – Over dit voornemen van het kabinet bestaan veel onduidelijkheden en misverstanden. Er circuleren diverse aannames en theorieën. Wij houden nog nergens rekening mee. Algemene uitkering – Wij sluiten aan bij de indexeringen die gepubliceerd worden door het CPB. Daar is op dit moment veel over te doen, omdat gebleken is dat de prijsontwikkelingen in de praktijk hoger uitvallen dan de raming en geen nacalculatie plaatsvindt. Bij het maken van keuzes uit de ombuigingsmogelijkheden blijf het omgaan met onzekerheden een aandachtspunt. Het nemen van meer risico is verdedigbaar en kan helpen om keuzes die de inwoners raken te beperken. We moeten op zoek naar een nieuwe balans, waarin wellicht meer risico acceptabel is. Opties om anders om te gaan met bijvoorbeeld ramingen van dividend en gemeentefonds (onderdeel BCF-ruimte) zijn al opgenomen in de geïnventariseerde mogelijkheden. Het bepalen van de mate waarin wij risico nemen is een keuze die expliciet aan de raad zal worden voorgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17136373/1