bijlage 2 - Bestemmingsplan Werf aan den IJssel
Tekst van het document
WERF AAN DEN IJSSEL Krimpen aan den IJssel bestemmingsplan
1/1
Bestemmingsplan Werf aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0542.BPKLwerfadijssel‐va01
10‐12‐2021 14‐03‐2022 29‐09‐2022 10‐03‐2023
concept voorontwerp ontwerp ter vaststelling
projectnummer:
054200.20211380 opdrachtleider:
Mr. S. Lamkadmi
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Ligging plangebied
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
10
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Beoogde situatie
12
2.3
Beeldkwaliteit
15
Hoofdstuk 3
Beleidskader
17
3.1
Rijksbeleid
17
3.2
Provinciaal beleid
19
3.3
Regionaal beleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
28
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
29
4.1
Vormvrije m.e.r.‐beoordeling
29
4.2
Externe veiligheid
29
4.3
Verkeer en parkeren
31
4.4
Luchtkwaliteit
38
4.5
Bodemkwaliteit
40
4.6
Cultuurhistorie
42
4.7
Archeologie
43
4.8
Ecologie
44
4.9
Water
48
4.10
Kabels en leidingen
52
4.11
Bedrijven en milieuzonering
52
4.12
Geluid
53
Hoofdstuk 5
Juridische regeling
57
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
59
6.1
Economische uitvoerbaarheid
59
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
4
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling
Bijlage 2
Bodemsaneringsplan
Bijlage 3
Historische ruimtelijke ontwikkeling + analyse monumentale loodsen ‘Werf Otto’
Bijlage 4
Archeologisch Bureauonderzoek IJsseldijk 363
Bijlage 5
Aerius memo
Bijlage 6
Quickscan IJsseldijk 363, Krimpen aan den IJssel
Bijlage 7
Aanvullend onderzoek vleermuizen en gierzwaluwen
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek Werf IJsseldijk
Bijlage 9
Nota van overlegreacties
Bijlage 10
Verslag online inloopavond ontwikkelvisie IJsseldijk
Bijlage 11
Nota van Zienswijzen
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
87
Artikel 1
Begrippen
87
Artikel 2
Wijze van meten
93
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
95
Artikel 3
Gemengd
95
Artikel 4
Verkeer
97
Artikel 5
Water ‐ 2
98
Artikel 6
Wonen
99
Artikel 7
Waarde ‐ Archeologie 2a
102
Artikel 8
Waterstaat ‐ Vaarweg
104
Artikel 9
Waterstaat ‐ Waterkering
105
Artikel 10
Waterstaat ‐ Waterstaatkundige functie
106
Hoofdstuk 3
Algemene regels
107
Artikel 11
Antidubbeltelregel
107
Artikel 12
Algemene bouwregels
108
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
111
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
112
Artikel 15
Algemene wijzigingsregels
113
Artikel 16
Overige regels
114
Hoofdstuk 4
Overgangs‐ en slotregels
115
Artikel 17
Overgangsrecht
115
Artikel 18
Slotregel
116
Bijlagen regels Bijlage 1
SvB 'bedrijventerrein'
Bijlage 2
Staat van Horeca‐activiteiten
Bijlage 3
Welstandsparagraaf Werf van Duijvendijk
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
6
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
TOELICHTING
9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Krimpen aan den IJssel is eigenaar van de voormalige scheepswerf Joh. Van Duijvendijk en zn. aan de IJsseldijk in Krimpen aan den IJssel. De activiteiten op de voormalige scheepswerf zijn in 2002 beëindigd waarna de gemeente Krimpen aan den IJssel in 2009 de scheepswerf heeft overgenomen met oog op herontwikkeling. Op deze locatie wenst de gemeente woningbouw tot ontwikkeling te brengen en de bestaande (monumentale) loodsen in het plangebied van een nieuwe functie te voorzien. De (monumentale) loodsen en de gronden onder het woongebouw zijn/worden daarom verkocht. Het plangebied is echter nagenoeg volledig bestemd als 'bedrijventerrein'. De realisatie van woningbouw en de (her)ontwikkeling van de (monumentale) loodsen binnen het plangebied past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de noordwestzijde van Krimpen aan den IJssel. Het plangebied wordt begrensd door de Hollandsche IJssel aan de noordzijde, een doe‐het‐zelf winkel aan de oostzijde, de IJsseldijk aan de zuidzijde en woningbouw aan de westzijde. De ligging van het plangebied is met een rode contour weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1: Ligging plangebied aangegeven met een rode contour (bron: Arcgis luchtfoto)
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
10
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Kortland', vastgesteld op 13 juni 2013, zijn alle gronden met uitzondering van de insteekhaven voorzien van de bestemming 'Bedrijventerrein'. De bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied zijn beperkt tot activiteiten uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'Bedrijventerrein'. De gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn volledig voorzien van een bouwvlak. Hierbinnen geldt een maximale goothoogte voor gebouwen van 6 meter en een maximale bouwhoogte voor gebouwen van ten hoogste 5 meter meer dan de toegestane goothoogte. Op een tweetal plekken, ter plaatse van de monumentale loodsen, is de bedrijfsbestemming voorzien van de bouwaanduiding 'karakteristiek'. Op de gronden met deze aanduiding mag de bestaande maatvoering van gebouwen en/of bouwwerken niet worden gewijzigd, tenzij het bevoegd gezag hiervoor een omgevingsvergunning heeft verleend. Enkel de insteekhaven is niet voorzien van een bedrijfsbestemming. Voor dit gedeelte van het plangebied geldt de bestemming ' WA ‐ 2'. Op 20 september 2018 is het 'Veeg‐bestemmingsplan Kortland' vastgesteld. Hierin zijn een aantal wijzigingen aangebracht aan het moederplan 'Kortland'. Deze wijzigingen hebben geen betrekking op de gronden die onderdeel uitmaken van het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan.
Hiermee blijft voor deze locatie de regeling uit het bestemmingsplan 'Kortland' van kracht. Een uitsnede van het bestemmingsplan 'Kortland' is weergegeven in figuur 1.2. hierin is het plangebied met een rode contour weergegeven.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Kortland' met de ligging van het plangebied aangeduid met een rode contour (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Leeswijzer
In het tweede hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt in gegaan op de planbeschrijving van de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt ingegaan op de huidige en de beoogde situatie voor het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader waarbij de beoogde ontwikkeling getoetst wordt aan Rijks‐, provinciaal‐ en gemeentelijk beleid. Het vierde hoofdstuk gaat in op de omgevingsaspecten en bijbehorende onderzoeken die betrekking hebben op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 5 volgt de juridische regeling van het plan. Tot slot wordt in het zesde hoofdstuk ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
De locatie bestaat uit de voormalige scheepswerf met insteekhaven en bijbehorende gronden en opstallen. De insteekhaven is centraal in het plangebied gelegen en vormt een directe verbinding met de Hollandsche IJssel ten noorden van het plangebied. Ten zuidwesten van de insteekhaven is de karakteristieke dwarshelling gelegen welke over de gehele lengte van de insteekhaven loopt. Ten westen van de dwarshelling is, aan de rand van het plangebied, een monumentale loods haaks op de IJsseldijk gelegen. Het gaat hierbij om een loods waaraan, aan de dijkzijde, een woonhuis is gerealiseerd. De loods is aan het begin van de 19de eeuw gerealiseerd. Enkel een uitbreiding uit de jaren '60 van de vorige eeuw is niet monumentaal. De loods en het woonhuis tellen twee verdiepingen en een kap. Een impressie van deze loods met dijkwoning is weergeven in figuur 2.1.
Figuur 2:1 Loods met dijkwoning De overige gronden tussen de dwarshelling en de loods is onbebouwd en deels verhard. Aan de koop van de insteekhaven, aan de zuidzijde van het plangebied, is parallel aan de IJsseldijk een tweede loods gelegen. Het gaat hierbij om een smederijloods welke rond circa 1900 is gerealiseerd en tevens een Rijksmonumentale status heeft. Een impressie van de smederijloods is weergegeven in figuur 2.2.
Figuur 2:2 Smederijloods
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
12
Beide loodsen worden al enkele jaren niet gebruikt en dienen gerenoveerd te worden. Het oostelijke gedeelte van het plangebied is onbebouwd en grotendeels onverhard. Enkel aansluitend op de IJsseldijk en nabij de insteekhaven is verharding aanwezig. Tussen de insteekhaven en het oostelijke deel van het plangebied is (deels) een kademuur gelegen.
2.2
Beoogde situatie
Met de aankoop van de voormalige scheepswerf en de bijbehorende gronden had de gemeente Krimpen aan den IJssel in 2010 de wens om de unieke locatie aan de Hollandsche IJssel te bewaren voor Krimpen en het dorp Krimpen te verbinden met de Hollandsche IJssel. Kort na aankoop van de gronden is de planvorming voor de herontwikkeling van deze gronden nader geconcretiseerd. Destijds waren er vergaande plannen om 54 gestapelde woningen ten oosten van de insteekhaven te realiseren, één van de twee loodsen te verplaatsen en beide loodsen te transformeren om ze geschikt te maken voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten. Met oog op deze plannen is in 2012 een ontwerpbestemmingsplan opgesteld voor deze locatie om de bestaande bedrijfsbestemming te vervangen door een woonbestemming en een gemengde bestemming. Na het faillissement van de ontwikkelaar van het woongebouw is de transformatie van de voormalige scheepswerf nooit in gang gezet en het bestemmingsplan voor deze locatie niet vastgesteld. Hierdoor is de gehele Werf van Duijvendijk in het bestemmingsplan Kortland nog als bedrijventerrein bestemd. In de daaropvolgende jaren heeft de gemeente Krimpen aan den IJssel zich georiënteerd op de verdere herontwikkeling van het buitendijkse gebied.
De ambitie om de Hollandsche IJssel meer beleefbaar te maken, beperkt zich daarmee niet enkel tot de voormalige scheepswerf, maar tot het gehele buitendijkse bedrijventerrein aan de IJsseldijk. Deze ambitie heeft de gemeente kracht bijgezet door een ontwikkelvisie voor de IJsseldijk en omgeving op te stellen. De ontwikkelvisie is door de gemeenteraad in september 2021 vastgesteld. De ontwikkelvisie heeft betrekking op het gehele bedrijventerrein IJsseldijk waarbij hoofdzakelijk grondgebonden woningbouw de beoogde invulling is. De herontwikkeling van de voormalige scheepswerf kan daarmee het vliegwiel zijn voor de verdere transformatie van het bedrijventerrein naar met name woningbouw. De beoogde invulling van de voormalige scheepswerf gaat nog steeds uit van het herbestemmen van de loodsen en de realisatie van (deels) gestapelde woningbouw. Met dit bestemmingsplan wordt de herontwikkeling van de werf van Duijvendijk mogelijk gemaakt. Binnen het plangebied kan daarbij onderscheid gemaakt worden tussen de volgende vier onderdelen: 1. Herbestemming van de monumentale loodsen; 2. Nieuwbouw aan de westzijde van de insteekhaven; 3. Nieuwbouw aan de oostzijde van de insteekhaven; 4. De inrichting van het openbaar gebied. Een schetsmatige invulling van de ontwikkeling in het totale plangebied is weergegeven in figuur 2.3.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
13
Figuur 2:3 Beoogde invulling van plangebied Herbestemming monumentale loodsen De voormalige smederijloods is op dit moment aan de zuidzijde van het plangebied gelegen en bevindt zicht gedeeltelijk in de dijk. De huidige positionering van de loods is echter niet wenselijk in het kader van de waterveiligheid en sterkte van de waterkering. Daarnaast is de huidige situering, mede vanuit verkeerskundig oogpunt, onwenselijk. Verder blokkeert de huidige ligging van de loods de route en de zichtrelatie van het centrum naar de werf, de insteekhaven en de Hollandsche IJssel. Hierdoor zal worden verplaatst richting het oosten van het plangebied. Door het verplaatsen van de loods wordt vanaf het pad vanuit het centrum direct een zicht op de Hollandsche IJssel gecreëerd. De nieuwe locatie van de loods is ten zuiden van het toekomstige woongebouw gelegen en komt circa 5 meter uit de dijk te liggen. Na verplaatsing wordt de smederijloods volledig gerestaureerd en van een nieuwe bestemming voorzien. Binnen deze bestemming zijn diverse functies mogelijk. Het gaat hierbij om een maximale bruto vloeroppervlakte van 400 m² aan daghoreca, kleinschalige bedrijfsfuncties en/of maximaal 3 woningen. De westelijke loods, het Zellinghuis, wordt eveneens volledig gerestaureerd. De niet monumentale aanbouw aan de oostzijde van het pand wordt hernieuwd.
In de toekomstige situatie moet het Zellinghuis woonruimte bieden aan jongvolwassenen (18‐/18+ tot 27 jaar) met autisme. Binnen het Zellinghuis worden circa 22 zelfstandige woonstudio's gerealiseerd voor deze doelgroep. Nieuwbouw aan de westzijde van het plangebied Tussen de insteekhaven en het Zellinghuis, aan de westzijde van het plangebied, worden circa 11 woon‐werkwoningen aan het plangebied toegevoegd. De meeste van deze woningen krijgen een bedrijfsruimte op de begane grond en bieden de mogelijkheid om te wonen op de verdieping. De bebouwing zal verspreid over meerdere bouwblokken op een speelse wijze gesitueerd worden. De nieuwe bebouwing zal maximaal drie bouwlagen tellen met een diversiteit in bouw‐ en goothoogtes. De bouwblokken staan geheel in het openbaar gebied en hebben geen private ruimte rondom.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
14
Nieuwbouw aan de oostzijde van het plangebied De locatie van het woongebouw is gelegen aan de oostzijde van de insteekhaven. Deels wordt het woongebouw parallel aan de insteekhaven gemaakt en deels parallel aan de Hollandsche IJssel. De zijde van het woongebouw parallel aan de insteekhaven zal 3 tot 4 bouwlagen tellen. Aan de zijde van de Hollandsche IJssel worden bouwhoogtes van 5 tot 7 bouwlagen mogelijk gemaakt. Op deze manier loopt de bouwhoogte richting de Hollandsche IJssel toe. Dit bouwvolume moet ruimte bieden aan circa 52 woningen (appartementen en/of grondgebonden woningen). Het woongebouw zal voorzien worden van een eigen parkeervoorziening onder het woongebouw zelf en het aangrenzende binnenterrein. Het dak van de parkeergarage zal in worden gericht al daktuin welke vanaf het openbaar gebied vanaf drie zijdes toegankelijk is vanaf de kade en de dijk. Hierdoor is de daktuin (overdag) toegankelijk voor publiek. Een impressie van het woongebouw vanaf de Hollandsche IJssel is weergegeven in figuur 2.4.
Figuur 2.4: Impressie Woongebouw vanaf de Hollandsche IJssel Openbaar gebied Binnen het openbaar gebied is de gemeente voornemens om de kademuren, glooiingen en dwarshelling te herstellen als onderdeel van de herontwikkeling van het openbare gebied. Kademuren worden aangepast (en verlaagd) om op deze manier een open en toegankelijke openbare ruimte te laten ontstaan waarin de Hollandsche IJssel beter beleefbaar wordt. De gemeentelijke ambitie voor de werf is het verbinden van deze locatie met het centrum van Krimpen aan den IJssel en de cultuurhistorische waarden te herstellen. Deze ambities vertalen zich in een directe verbinding met het centrum van Krimpen aan den IJssel en het winkelcentrum Crimpenhof. Daarnaast wil de gemeente het openbaar gebied een nieuwe (publieke) functie geven. Hiervoor wordt de openbare ruimte hoogwaardig ingericht. Het is belangrijk dat het karakter van de scheepsvaart ervaar‐ en zichtbaar wordt en blijft. Een belangrijk element in het behouden van de historie is het herstellen van de dwarshelling en in te passen in het toekomstig openbaar gebied. Deze dwarshelling vormt namelijk een belangrijk onderdeel van het gehele ensemble.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
15
De niveaus worden benut om de getijden zichtbaar te maken en tussen de balken wordt groene waterbeplanting toegepast als een knipoog naar het oude beeld van de zellingen. Door de niveaus kan het spel van eb en vloed hier tot de verbeelding komen. Op de hoek bij de Hollandsche IJssel maakt een houten plankier of pier het geheel af. Een uitzichtpunt wat als verblijfsplek kan worden ingericht. De rest van het openbaar gebied wordt ingericht door oude bestrating terug te brengen. De bestrating middels stelconplaten moet het robuuste van de werflocatie benadrukken. Op drie plaatsen worden verblijfsgebieden ingericht, namelijk aan beide koppen aan de Hollandsche IJssel en de kop van de insteekhaven. In het kader van de dijkverbreding wordt in de toekomst de bestaande dijk verbreed. In de toekomstige situatie wordt het plangebied op twee plaatsen ontsloten voor autoverkeer. Aan de westzijde, nabij de loods met dijkwoning, is een eerste ontsluiting gelegen. Met deze ontsluiting worden de parkeervoorzieningen behorend tot de loods aan de westzijde van het plangebied bereikt. Aan de oostzijde, aan de rand van het plangebied, is een tweede ontsluiting gelegen. Hiermee wordt de parkeervoorziening van het woongebouw bereikt. Hulpdiensten kunnen vanaf deze ontsluiting het gehele (openbare) werfterrein bereiken.
Nabij de kop van de insteekhaven wordt een verbinding gecreëerd voor voetgangers. Met deze verbinding wordt het bestaande pad vanaf de Molenvlietsingel doorgetrokken tot de insteekhaven.
2.3
Beeldkwaliteit
De Werf van Duyvendijk is vanwege de cultuurhistorische waarde een bijzondere locatie binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel. Bij herontwikkeling van het plangebied wenst de gemeente Krimpen aan den IJssel de karakteristiek van deze locatie te beschermen. Hiervoor is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen op deze locatie rekening houden met de karakteristiek van het plangebied. Om de karakteristiek van deze locatie bij herontwikkeling te waarborgen, is een welstandsparagraaf opgesteld ten aanzien van deze ontwikkeling. De welstandsparagraaf maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan en is opgenomen als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan (bijlage 3 bij de regels). In de welstandsparagraaf wordt ingegaan op het toetsingskader dat wordt gevormd door de ontwikkelvisie IJsseldijk, de ruimtelijke context en de diverse deelontwikkelingen binnen het plangebied. Hierbij speelt de scheiding tussen openbaar gebied en privé eigendommen een belangrijke rol. Met betrekking tot de nieuwbouw binnen het plangebied is het van belang dat de schaal van de blokken in maat een goede verhouding dienen te hebben tot de historische loodsen. Diverse architectuurstijlen en een bloksgewijze benadering van de nieuwbouw moeten leiden tot een differentiatie in vorm en massa en heeft ook betrekking tot de daken van de nieuwbouw waarbij aansluiting met de loodsen en de dijk wordt gezocht.
Daarnaast is het van belang dat er een directe relatie ontstaat tussen de openbare ruimte, de monumentale loodsen en de nieuwbouw. De positionering en de vormgeving van de entrees zijn hierin essentieel. Deze verschillende aspecten hebben geresulteerd in stedenbouwkundige uitgangspunten en in welstandscriteria. 2.3.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten De stedenbouwkundige uitgangspunten voor de herontwikkeling van de Werf hebben betrekking op: De ruimtelijke begrenzing van de Werf; De rooilijnen waarbinnen gebouwd mag worden; Het openbaar gebied en de rol van de bebouwing hierbinnen; Zicht op de rivier, met name vanaf de dijktrap aan het binnendijks gebied; Het waarborgen van zicht op de loods met woonhuis; Peilhoogtes met betrekking tot hoogwater; De schaal en uitwerking van nieuwbouw (westzijde) n aansluiting op de loods met woonhuis; De schaal van het woongebouw.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
16
2.3.2 Welstandscriteria voor de Werf De uitgangspunten voor de herontwikkeling van het plangebied hebben geleid tot een aantal welstandscriteria voor deze locatie. Deze zijn als volgt: De werfgebouwen vormen samen een stedenbouwkundige eenheid door overeenkomst in maat en schaal van het bouwblok en de overeenkomstige toepassing van architectonische eenheden daarbinnen. Het materiaalgebruik is juist onderscheidend ten opzichte van elkaar. De gevelwanden van de nieuwe gebouwen heeft een wisselwerking met de aangrenzende ruimte. De bebouwing genereert een verwevenheid van horizontale en verticale elementen in het gevelbeeld. De architectonische eenheid wordt gevormd door de wand, waarvan de maat en de schaal zijn afgestemd op de aangrenzende openbare ruimte. De opbouw van de gevel is consequent en evenwichtig en heeft een afgewogen verhouding open – gesloten in het gevelbeeld met de verwevenheid van verticaal (ramen, pand) en horizontaal (plint, dakrand, lijst) als uitgangspunt. De entrees zijn zorgvuldig ontworpen, van hoogwaardige kwaliteit: royaal en uitnodigend. In‐ en uitspringende delen van de vlakke gevel (balkons, erkers en loggia's) blijven ondergeschikt aan de hoofdmassa en maken deel uit van het gevelontwerp. De hoeken van het woongebouw worden verbijzonderd. Dichte gevels aan de straat zijn niet toegestaan.
De (collectieve) entree is direct aan de kade en openbaar terrein gelegen, toont zich open aan de voorbijgangers en is bij voorkeur gepositioneerd op stedenbouwkundig belangrijke plekken. Balkons aan de kadezijde (oostelijk gedeelte) zijn toegestaan indien ze deel uitmaken van het architectonisch ontwerp en mogen gedeeltelijk tot maximaal 1,5 meter uitsteken. Detaillering draagt bij aan de eenheid van het bouwblok. Kozijnen zijn van hout of van metaal. (Winkel‐)puien en collectieve entrees zijn zodanig vormgegeven dat er een relatie is en blijft tussen plint/ pui en de verdiepingen erboven. Luifels en reclame geïntegreerd binnen de structuur, de maat en de schaal van de wand als geheel; nooit boven de borstwering van de eerste verdieping gesitueerd. Geen toepassing van donker of zonwerend getint glas. De detaillering ondersteunt de verwevenheid van verticaal en horizontaal in het gevelbeeld. Materialisatie en detaillering zodanig toepassen, dat veroudering en weertype geen negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit. Het betreft hier onder meer de gevolgen van verwering van materiaal, werking van (zon)licht op het geveloppervlak en het verschil tussen dag‐ en nachtbeeld. Vrije ligging ten opzichte van belendende bebouwing en verspringing in de rooilijn is gewenst. De nieuwe gebouwen zorgen voor een karakteristieke afwisseling van open ruimten en bebouwing.
Het behouden van zicht op de IJssel is een belangrijk uitgangspunt in de gehele ontwikkeling. De welstandsparagraaf betreft een uitbreiding van de bestaande welstandsnota en zal daarom ook als aanvulling op de bestaande welstandsnota ter vaststelling voorgelegd worden aan de gemeenteraad.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
17
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, te ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem‐verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
18
Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit; Ruimte voor overgang naar een circulaire economie; Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden; Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets‐ en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang en een goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Dit bestemmingsplan voegt diverse woningen toe aan het bestaand stedelijk gebied in Krimpen aan den IJssel. Hiermee wordt aangesloten op het Rijksbeleid. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden.
Dit Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen. Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart), Erfgoed (Unesco). Op grond van artikel 2.1.3 van het Barro dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan, rekening gehouden te worden met het voorkomen van belemmeringen voor: de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings‐ en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg. De Hollandse IJssel behoort tot de landelijke vaarroutes voor beroepsvaart.
Op basis van het Barro behoort de Hollandse IJssel tot de vaarwegen met een CEMT‐klasse Va. Daarmee wordt er een vrijwaringszone ter bescherming bij calamiteiten van 25 meter aangehouden. Deze vrijwaringszone is om schepen waar problemen met roer e.d. tegen de kant aan laten varen zonder dat dit schadelijk is voor opstallen langs de oevers. De 25 meter wordt gemeten vanaf de zijkant van de vaarweg. De zijkant van de vaarweg is circa 15 meter van de oever van het plangebied gelegen. Dit betekent dat er vanaf de kades een afstand van circa 10 meter aangehouden moet worden als vrijwaringszone binnen het plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
19
Toetsing Het plangebied is gelegen aan de Hollandsche IJssel. Met de invulling van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de vrijwaringszone ten behoeve van de rijksvaarweg van 25 meter vanaf de zijkant van de vaarweg, waarvan 10 meter binnen het plangebied is gelegen. Binnen de vrijwaringszone wordt middels dit bestemmingsplan geen bebouwing mogelijk gemaakt. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 2012, actualisering 2017) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten beschrijven waarom er behoefte is aan de ontwikkeling en als die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, motiveren waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van meer dan 11 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing De ontwikkelingen binnen het plangebied betreffen een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van meer dan 11 woningen mogelijk gemaakt. De provincie Zuid‐Holland heeft een eigen systematiek voor toetsing aan de ladder vastgelegd in de Omgevingsverordening. In paragraaf 3.2 en paragraaf 3 wordt nader ingegaan op de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie (geconsolideerd 2021) De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads‐ en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads‐ en dorpsgebied of in bebouwingslinten.
Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads‐ en dorpsgebied ligt bij de provincie. Deze worden door de provincie afgewogen en afhankelijk daarvan opgenomen op de 3 hectare kaart.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
20
In paragraaf 3.2.2 wordt nader ingegaan op de uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid‐Holland (geconsolideerd 2021) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor dit bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1: Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid 2: Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën: niet van toepassing 3: Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a. de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): 1. duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom‐ en sierteelt; 2. wegnemen van verharding; 3. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; 4. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. b. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; c.
in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd. 4 tot en met 7: zijn niet van toepassing
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
21
Toetsing artikel 6.9 Met betrekking tot artikel 6.9 behoort de ontwikkeling zoals mogelijk wordt gemaakt met dit bestemmingsplan tot de categorie 'aanpassen'. Er is namelijk sprake van een ontwikkeling die passend is in de bestaande gebiedsidentiteit. De kwaliteit van de omgeving neemt toe aangezien het plangebied in de huidige situatie niet gebruikt wordt en de bebouwing in het plangebied in zeer slechte staat is. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, is daarom van groot belang. In de volgende alinea's wordt nader ingegaan op de verschillende richtpunten uit de kwaliteitskaart. Daarnaast voorziet dit plan in het treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Voor deze opgave is sprake van onder andere duurzame sanering van leegstaande bebouwing. De beide monumentale leegstaande loodsen worden namelijk hersteld en voorzien van een duurzame functie. Door het herstel van deze loodsen wordt het historische ensemble hersteld. Hiermee is sprake van verschillende maatregelen die die ruimtelijke kwaliteit verbeteren. In hoofdstuk 2.2 wordt nader ingegaan op het integraal ontwerp waarin aandacht wordt besteed aan de ruimtelijke kwaliteit.
Op basis van de provinciale kwaliteitskaart ligt het plangebied, op basis van de kaart Laag van de stedelijke occupatie, binnen stads‐ en dorpsgebied ('steden en dorpen') op de grens van bebouwd gebied en landschap ('stad‐ en dorpsrand'). Tevens behoort het plangebied tot 'Watergebonden bedrijventerreinen' en geldt het onderdeel 'Bouwwerken voor energie‐opwekking'. Voor deze vier onderdelen zijn de volgende richtpunten relevant: Stad‐ en dorpsrand: Ontwikkelingen aan de stads‐ of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Steden en dorpen: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen‐ en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads‐ en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads‐ en dorpsranden).
Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht Watergebonden bedrijventerrein: Er wordt respectvol omgegaan met aanwezig cultuurhistorisch erfgoed (zoals het industrieel erfgoed langs de Oude Rijn). Ontwikkelingen in en rond de mainport sluiten aan bij het grootschalig industriële en logistieke havenkarakter. Ontwikkelingen op en rond natte bedrijventerreinen sluiten aan bij het industriële en logistieke land‐waterkarakter en dragen bij aan een gepaste overgang tussen terrein en omgeving. Omgeving en het benutten van de milieuruimte zonder hinder voor de omgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
22
Bouwwerken voor energie‐opwekking: Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie‐opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Gronden aan de stads‐ en dorpsrand hebben de potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu. Voor deze locaties is de relatie tussen bebouwd gebied en landschap van groot belang middels een passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Hiermee wordt bedoeld dat bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren die stad en land verbindt. In de toekomstige situatie wordt de relatie tot de dorpsrand, in dit geval de Hollandsche IJssel, verbeterd. In de huidige situatie is de rivier onvoldoende zichtbaar en niet benaderbaar. De aanleg van recreatieve routes en de realisatie van een hoogwaardig openbaar gebied moet de relatie tussen Krimpen aan den IJssel en de rivier verbeteren om op die manier het water voor de bewoners meer beleefbaar te maken. Het plan voorziet daarmee in het verbeteren van de contactkwaliteit. Voor het onderdeel steden en dorpen gelden diverse richtpunten.
Middels de herontwikkeling van de loodsen en het toegankelijk maken van de voormalige scheepshelling wordt de karakteristieke kenmerken/identiteit van het dorp versterkt. Hiermee worden cultuurhistorisch waardevolle gebouwen behouden en middels herbestemming sluit het toekomstige gebruik aan bij de behoeften van deze tijd. Aan de richtpunten voor het onderdeel steden en dorpen wordt met dit bestemmingsplan daarmee voldaan. Dit bestemmingsplan voorzien niet in watergebonden bedrijventerrein of bouwwerken voor energie‐opwekking. Deze richtpunten zijn voor dit bestemmingsplan daarom niet van belang. Op basis van de provinciale kwaliteitskaart 'Laag van de ondergrond' is het plangebied gelegen in de 'Rivierendeltacomplex' en 'Bijzonder reliëf en aardkundige waarden'. Voor deze onderdelen gelden de volgende richtpunten: Rivierendeltacomplex: Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Bijzonder reliëf en aardkundige waarden Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Het plangebied bevat in de huidige situatie geen herkenbare landschappelijke waardes zoals reliëf.
De gronden binnen het plangebied zijn langdurig voor bedrijfsactiviteiten gebruikt. Met dit plan komt de dijk meer vrij te liggen door bebouwing uit de dijk te verwijderen. Hiermee wordt enkel de landschappelijke waarde van de dijk in het landschap verbeterd. Het plangebied is daarnaast, aan de hand van de 'Laag van cultuur‐ en natuurlandschappen' gelegen in de onderdelen 'Linten' en 'Rivierdijken'. Voor de linten wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende soorten linten, namelijk een dijklint, een polderlint en een boerenervenlint. Binnen het plangebied betreft het lint de bebouwing aan de IJsseldijk. Er is hiermee sprake van een dijklint.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
23
Voor deze twee onderdelen gelden de volgende richtpunten: Linten: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Rivierdijken: Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders. Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers. De linten en rivierdijken hebben enkel betrekking op het zuidelijke gedeelte van het plangebied. In dit gedeelte van het plangebied wordt het lineaire karakter en de onderscheidende bebouwingsvorm niet aangepast.
De bestaande loods wordt, met oog op verkeersveiligheid en toekomstige dijkversterking verplaatst naar een locatie enkele meters uit de dijk. Aan de dijk‐ en lintzone wordt verder geen bebouwing toegevoegd. Hiermee wordt herkenbaarheid hiervan gehandhaafd. Het plan levert wel een bijdrage aan de doorzichten vanaf de dijk en herstel van de openbaarheid van oevers. Deze zichtlijnen worden verbeterd, waardoor het open karakter wordt hersteld. Tevens wordt de rivier middels deze ontwikkeling weer beleefbaar gemaakt. Aan de richtlijnen van de 'Laag van cultuur‐ en natuurlandschappen' wordt daarmee voldaan . Voor het plangebied gelden tot slot geen relevante richtlijnen uit de 'Laag van de beleving' en de 'Gebiedsprofielen grenzen'. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
24
Toetsing artikel 6.10 De beoogde ontwikkeling betreft een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied. Voor de onderbouwing van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt aangesloten bij het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018‐2030. In hoofdstuk 3.3 wordt hierop nader ingegaan. Artikel 6.12 Bedrijven 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, maakt vestiging mogelijk van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe. 3. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid. 4.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein als bedoeld in het eerste of tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden. Planologische compensatie is nodig bij: a. een bedrijventerrein met milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; b. een bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; c. een geluidgezoneerd bedrijventerrein; d. een watergebonden bedrijventerrein. 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verlaging van de milieucategorie of milieuzone. 6. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. 7. Compensatie van feitelijk gebruik en m2 voor m2 is mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie.
Toetsing artikel 6.12 Zoals in hoofdstuk 2.2 is toegelicht, heeft de gemeente Krimpen aan den IJssel in 2021 een ontwikkelvisie opgesteld voor de herontwikkeling van het gehele bedrijventerrein IJsseldijk. Deze ontwikkelvisie heeft betrekking op het gehele watergebonden bedrijventerrein op basis van kaart 20 in bijlage II van de Omgevingsverordening (zie figuur 3.1). Bij het opstellen van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het (deels) transformeren van het watergebonden bedrijventerrein naar een andere functie ontstaat op basis van lid 4 onder c een plicht tot planologische compensatie van het watergebonden bedrijventerrein. De ontwikkelvisie heeft echter een organisch karakter waarin enkel een toekomstperspectief voor het buitendijkse bedrijventerrein geschetst wordt. Daarnaast gaat de ontwikkelvisie uit van een faciliterende rol van de gemeente en wordt er niet vanuit gegaan dat bestaande actieve bedrijvigheid actief wordt verplaatst worden. Ten tijde van het opstellen van de ontwikkelvisie is in overleg met de MRDH besloten dat de ontwikkelvisie geen basis vormt voor planologische compensatie.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
25
Figuur 3.1: Bedrijventerrein IJsseldijk in Programma ruimte Met dit bestemmingsplan is daarentegen wel sprake van volledige transformatie van een deel van het watergebonden bedrijventerrein naar een andere bestemming. Hiermee wordt een eerste stap gezet in de verkleuring van het watergebonden bedrijventerrein. Met dit bestemmingsplan als aanleiding wordt met de MRDH overleg gevoerd over het opstellen van een compensatieplan voor het gehele buitendijkse watergebonden bedrijventerrein. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de herontwikkeling van de Werf van Duyvendijk, waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, en het resterende bedrijventerrein. Voor de voormalige scheepswerf is sprake van langdurige leegstand. Hiervan is, op basis van het Omgevingsbeleid, sprake indien de periode van leegstand ten minste tien jaar bedraagt. Bij langdurige leegstand is compensatie niet aan de orde (Compensatiewijzer MRDH d.d. 20 januari 2022). De voormalige scheepswerf is in 2002 gesloten. De bedrijfsactiviteiten zijn sindsdien beëindigd en delen van de dwarshelling zijn gedemonteerd . Sindsdien hebben er op deze locatie geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden. De periode van leegstand bedraagt daarmee inmiddels 20 jaar.
Vanwege het ontbreken van een door de provincie aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie, maakt de gemeente Krimpen aan den IJssel gebruik van artikel 6.34 van de provinciale Omgevingsverordening en wordt maatwerk toegepast. Middels toepassing van dit artikel wordt in relatief beperkte mate afgeweken van de regels van de provinciale omgevingsverordening. Vanwege de beperkte omvang van het plangebied en de langdurige leegstand wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de doelstelling van artikel 6.12 van de provinciale verordening. Middels de toepassing van maatwerk wordt daarmee afgezien van compensatie. Hiermee is voor de herontwikkeling van het plangebied behorend tot dit bestemmingsplan compensatie niet aan de orde.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
26
Artikel 6.13 Detailhandel 1. Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden: a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herlocatie. 2. De nieuwe detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: a. de ontwikkeling is in overeenstemming met het in het Programma ruimte en de Omgevingsvisie beschreven ontwikkelingsperspectief voor de daarin benoemde te versterken centra, te optimaliseren centra en de overige centra; b. aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon‐ en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; c. voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m2 brutovloeroppervlak in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m2 brutovloeroppervlak in de andere centra, is mede met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid‐Holland. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat voorziet in de volgende nieuwe detailhandel: a. nvt b.
kleinschalige detailhandel: in de vorm van een gemakswinkel; bij sport‐, culturele, medische, onderwijs‐, recreatie‐ en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; c. ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, meteen assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt; d. afhaalpunten voor niet‐dagelijkse artikelen op goed bereikbare locaties; e. kringloopwinkels; f. supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in een bestaande winkelconcentratie. 4. Het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a en f, als is aangetoond dat het woon‐ en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat.
Mede met het oog hierop is advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid‐Holland, voor zover het gaat om de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a, onderdelen 3, 4 of 5, of bedoeld in het derde lid, onder f, en voor zover die nieuwe detailhandel een omvang heeft van meer dan 1.000 m2 brutovloeroppervlak. 5. Een bestemmingsplan dat voorziet in detailhandel als bedoeld in het derde lid, onder a stelt de volgende voorwaarden aan de nevenassortimenten: a. ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak wordt voor de verkoop van het nevenassortiment gebruikt; en b. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment. Toetsing artikel 6.13 Dit bestemmingsplan maakt een beperkte hoeveelheid ondergeschikte detailhandel mogelijk binnen de enkelbestemming 'Gemengd'. Het gaat hierbij om maximaal 10% van de bruto vloeroppervlakte van het bedrijfspand met een maximum van 50 m² per bedrijfspand. De maximale omvang aan ondergeschikte detailhandel bedraagt op basis van de planregels ten hoogste 400 m² bvo. Dit bestemmingsplan maakt daarmee enkel detailhandel mogelijk zoals beschreven in lid 3 onder c (ondergeschikte detailhandel).
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
27
Hiermee is het bestemmingsplan in overeenstemming met de verordening van de provincie. Artikel 6.50 risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte Toetsing artikel 6.50 Met artikel 6.50 speelt de provincie Zuid‐Holland in op het streven naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. De verschillende risico's als gevolg van klimaatverandering zijn meegenomen in dit bestemmingsplan. Met name vanwege de ligging aan de Hollandsche IJssel is het wateroverlast en overstroming een groot risico. Op dit aspect wordt ingegaan in paragraaf 4.9. De ontwikkeling is in lijn met het provinciaal beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018‐2030 In januari 2019 is het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018‐2030 vastgesteld. In het Regioakkoord maken de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. De gemeente Krimpen aan den IJssel is één van de veertien gemeentes van het Samenwerkingsverband Wonen. Daarnaast hebben 25 woningcorporaties woningmarktafspraken gemaakt. De regionale doelstellingen, zoals die zijn vastgesteld en in het Regioakkoord zijn opgenomen, betreffen: a. De regio realiseert voldoende woningen in de totale voorraad. Concreet: de streefvoorraad bedraagt 638.300 woningen in 2030. b. De regio realiseert voldoende woningen in de sociale voorraad. Concreet: de streefvoorraad bedraagt 322.100 sociale woningen in 2030. c. De regio realiseert een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad. d. De regio wil voldoende beschikbaarheid op lokaal niveau en een regionaal gelijkmatiger toegang tot de sociale voorraad voor huurtoeslaggerechtigden. Concreet: Op gemeentelijk niveau wordt tenminste 75% van de vrijgekomen huurwoningen van corporaties met een huurprijs onder de liberalisatiegrens toegewezen aan de primaire doelgroep (huurtoeslaggerechtigden). e.
De regio wil voldoende betaalbare woningen met een huur onder de bovenste aftoppingsgrens, zijnde € 640,‐, prijspeil 2018, op lokaal niveau en meer balans van deze voorraad in de regio. Concreet: Op gemeentelijk niveau een sociale huurvoorraad van de corporaties die voor tenminste 70% bestaat uit woningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens Voor de gemeente Krimpen aan den IJssel betekent dit concreet dat de woningvoorraad met 562 woningen uitgebreid moet worden in de periode tot 2030. Van de 562 woningen dienen 305 sociale huurwoningen gerealiseerd te worden. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 88 woningen, waarvan 22 zorgwoningen. Met dit bestemmingsplan wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de uitbreiding van de woningvoorraad voor de gemeente Krimpen aan den IJssel. Er wordt daarmee aangesloten op regionaal en provinciaal beleid.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20211380
28
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie 2003‐2020 De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft in september 2004 de structuurvisie 'Ruimte voor Ontwikkeling, een structuurvisie voor Krimpen aan den IJssel' vastgesteld. Deze structuurvisie stuurt vooral op beheer, ontwikkeling en vernieuwing van het bestaande stedelijk gebied. Veranderende maatschappelijke omstandigheden en de daarmee samenhangende veranderende behoeften van de bevolking dienen hierbij als uitgangspunten voor onderhoud en aanpassing van het bestaand stedelijk gebied. Er wordt in de structuurvisie concreet ingegaan op de ontwikkeling van de werf van Duijvendijk, waarvoor de ambitie bestaat om het cultureel erfgoed van de gemeente te behouden en te voorzien van een passende nieuwe functie. Centraal hierin moet staan het respect voor en herkenning van het historisch waardevolle karakter van deze locatie. De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders van de gemeentelijke structuurvisie. De werf is onderdeel van het bestaand stedelijk gebied en sluit daarmee aan bij de ambitie om bestaand stedelijk gebied te vernieuwen. Daarnaast voorziet de beoogde ontwikkeling in het behoud van de monumentale loodsen binnen het plangebied, blijft het historische ensemble gehandhaafd en tot slot voorziet dit bestemmingsplan in een passende nieuwe functie voor de loodsen.