CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028 en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-202412.123 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

Voorwoord

3 4 4 4 5 5

5 Klimaatadaptatie 5.1 De opgave 5.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen 5.3 Waar staan we nu? 5.4 Welke rollen pakt de gemeente? 5.5 Onze ambitie 2050 5.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028

20 20 20 21 22 22 23

1 Inleiding 1.1 Opgaven 1.2 Samenwerken aan de opgaven 1.3 Voorwaarden en risico’s 1.4 Leeswijzer 2 Energie 2.1 De opgave 2.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen 2.3 Waar staan we nu? 2.4 Welke rollen pakken we als gemeente? 2.5 Onze ambitie 2050 2.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028

6 6 7 8 9 9 10

6 Biodiversiteit 6.1 De opgave 6.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen 6.3 Waar staan we nu? 6.4 Welke rollen pakt de gemeente? 6.5 Onze ambitie 2050 6.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028

25 25 26 26 27 27 28

3 Circulariteit 3.1 De opgave 3.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen 3.3 Waar staan we nu? 3.4 Welke rollen pakken we als gemeente? 3.5 Onze ambitie 2050 en 2030 3.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028

13 13 14 14 15 15 15

7 Voedsel 7.1 De opgave 7.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen 7.3 Waar staan we nu? 7.4 Welke rollen pakt de gemeente? 7.5 Onze ambitie 2050 7.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028

30 30 31 31 31 32 33

4 Mobiliteit 4.1 De opgave 4.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen 4.3 Waar staan we nu? 4.4 Welke rollen pakken we als gemeente? 4.5 Onze ambitie 2050 4.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028

16 16 16 17 18 18 19

8 Communicatie 8.1 Waar staan we? 8.2 Focus voor 2025-2028

35 35 36

9 Organisatie 9.1 Organisatie 9.2 Monitoring 9.3 Maatschappelijk verantwoord inkopen 9.4 Financiën

37 37 37 38 38

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

2

Voorwoord In 2015 sloten heel veel landen samen het Klimaatakkoord van Parijs. Dat leidde in Nederland in 2019 tot ons eigen Klimaatakkoord. Hierin maakten bedrijven en (overheids) organisaties afspraken over hoe we de klimaatdoelen gaan halen. Doel is de uitstoot van CO2 te verminderen. En zo de Nederlandse bijdrage aan wereldwijde klimaatverandering te beperken.

We zetten ons niet alleen in tegen klimaatverandering, Maar passen ons waar nodig ook aan aan het veranderende klimaat. We bereiden onszelf en onze straten voor op hevige regen en periodes van grote droogte. Zorgen dat we Krimpen groen houden en meer biodivers maken. En zetten volgende stappen rond circulariteit, duurzame mobiliteit en duurzaam voedsel.

Ook in Krimpen hebben we ons verbonden aan deze doelen. Voor u ligt ons ambitiedocument. Daarin beschrijven we onze duurzame koers. Met per thema onze doelen, doelstellingen en actielijnen. Als deze ambitie is vastgesteld, werken we dit verder uit in onze nieuwe Duurzaamheids­ ­­agenda 2025-2028. Daarin staat hoe we de komende 4 jaar aan deze de klimaatdoelen werken. Het wordt alweer de 3e ­Duurzaamheidsagenda. Waarin we stap voor stap werken aan dat grotere doel: Krimpen klimaatneutraal en toekomstbestendig in 2050.

Laten we samen werken om Krimpen steeds duurzamer te maken. Dat is in het belang van onze leefomgeving, onze individuele portemonnee en het wereldwijde klimaat. Namens het college van burgemeester en wethouders, Wubbo Tempel Wethouder Duurzaamheid

In de vorige agenda stonden maar liefst 96 acties die Krimpen duurzamer maken op allerlei gebied. We maakten flinke sprongen in de goede richting: het energiebespaardoel voor 2030 hebben we nu al gehaald. Hierdoor gesterkt gaan we met volle kracht. In het ambitiedocument staan meer – en beter meetbare – doelen dan in het vorige. Het naar beneden brengen van ons energiegebruik en onze uitstoot is nog steeds belangrijk. Maar duurzaamheid is breder dan dat.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

3

1 Inleiding In dit ambitiedocument beschrijven we de duurzame koers voor Krimpen aan den IJssel voor 2025 tot en met 2028. Deze koers draagt bij aan de ambitie die de gemeente heeft voor 2050; In 2050 is Krimpen aan den IJssel klimaatneutraal én toekomstbestendig. Dit betekent dat geen van de activiteiten binnen de gemeente nog bijdraagt aan klimaatverandering. Er is dus géén sprake van CO2-uitstoot, of de gemeente compenseert de geproduceerde broeikasgassen. Ook betekent dit dat de leefomgeving in de gemeente klimaatbestendig is en een robuust ecosysteem heeft. Ons voedsel komt van duurzame en lokale boeren. Ook onze inwoners dragen actief bij aan het klimaatneutraal en toekomstbestendig maken en houden van de gemeente.

1.1 Opgaven Om in 2050 een klimaatneutrale en toekomstbestendige gemeente te zijn, richten we ons op 6 duurzaamheids­ ­opgaven: energie, mobiliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit en voedsel. Hieronder leggen we deze thema’s uit: 1. Energie: door de overstap naar schone en hernieuwbare energiebronnen en het verminderen van het energieverbruik, verlagen we de CO2-uitstoot. We faciliteren ook lokale energiesystemen. Dit zijn systemen die energie uitwisselen tussen partijen mogelijk maakt. 2. Circulariteit: door minder afval te maken, restmaterialen opnieuw te gebruiken en duurzame grondstoffen te gebruiken, verkleinen we schade aan het milieu. Begin 2024 is het actieprogramma Circulariteit vastgesteld.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

Mobiliteit: door het beschikbaar maken en aanmoedigen van duurzame manieren van vervoer, verbeteren we de gezondheid (beweging en schone lucht) en verminderen we de CO2-uitstoot. 4. Klimaatadaptatie: door de openbare ruimte en gebouwde omgeving geschikt in te richten, kunnen we de gevolgen van klimaatverandering aan. Hierdoor kunnen we als gemeente beter omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, zoals veel regen, overstromingen en hitte. 5. Biodiversiteit: door de openbare ruimte bewust in te richten met verschillende planten, insecten en dieren en door inwoners en bedrijven hierover te leren, maken we de leefomgeving sterk en gezond. 6. Voedsel: door duurzaam voedsel aantrekkelijk en toegankelijk te maken, stimuleren we inwoners om duurzame voedselkeuzes te maken. Zo helpen we ook boeren en bedrijven uit de regio. 3.

Onze ambitie en doelen op de opgaven sluiten aan bij internationale, nationale en regionale doelstellingen, zoals de Sustainable Development Goals, het Klimaatakkoord, de Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De landelijke en regionale tussendoelstellingen vertalen we in dit ambitiedocument naar lokale doelstellingen voor 2028 met indicatoren en actielijnen.

1.2 Samenwerken aan de opgaven Alleen door samen te werken kunnen we de ambitie voor een klimaatneutraal en toekomstbestendig Krimpen aan den IJssel in 2050 waarmaken. De gemeente heeft hier een belangrijk rol in. We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld. Dat doen we door de opgaven structureel

4

veranderingen. Dit kan gaan om nieuwe wetten, subsidies, regelingen of innovatieve ideeën. Voor de uitvoering van deze agenda zijn we bijvoorbeeld afhankelijk van middelen van de Rijksoverheid. Wijzigingen daarin hebben direct consequenties op onze uitvoeringskracht. Ook kunnen ontwikkelingen als netcongestie een negatief effect hebben op het behalen van onze doelen.

1.4 Leeswijzer

onderdeel te laten zijn van al onze beleidsterreinen. En inwoners en bedrijven te helpen met verduurzamen. Ook werken we samen met bedrijven, bewonersinitiatieven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. Zo brengen we kennis en middelen samen. En ontwikkelen we vernieuwende oplossingen. Ook zorgen we voor steun van zoveel mogelijk mensen.

1.3 Voorwaarden en risico’s

In de volgende hoofdstukken beschrijven we per opgave wat de opgave inhoudt en welke landelijke en regionale ontwikkelingen van belang zijn. Vervolgens beschrijven we waar de gemeente nu staat en welke rollen de gemeente wil pakken om vooruitgang te boeken. Op basis van de huidige en toekomstige ontwikkelingen en de input uit stakeholders­ ­sessies en de Gemeentepeiler zijn doelen, doelstellingen en actielijnen voor 2025-2028 opgesteld. Deze bouwen voort op uitgevoerde en lopende acties. De actielijnen worden door de gemeente en samenwerkingspartners uitgevoerd. We vertalen de actielijnen in de nieuwe duurzaamheids­ ­­agenda naar acties. Hiermee eindigen we iedere opgave. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 8 de communicatie en in hoofdstuk 9 de interne organisatie en financiën die nodig zijn voor de uitvoering.

Om onze ambities en doelen te bereiken, zijn we ook afhankelijk van wat er gebeurt in de wereld, in Nederland en in onze regio. Tijdens de vorige duurzaamheidsagenda kregen we bijvoorbeeld te maken met een energiecrisis door de oorlog in Oekraïne. Gemeenten moesten toen snel een plan maken om mensen te helpen die door de hoge energiekosten in problemen kwamen. Dit werd belangrijker dan sommige acties die al in de duurzaamheidsagenda stonden. Dit laat zien hoe belangrijk het is om in de nieuwe duurzaamheidsagenda ruimte te maken voor onverwachte

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

5

2 Energie De manier waarop we energie opwekken en gebruiken verandert aankomende jaren enorm. Nog maar zo’n 50 jaar geleden gingen we in Nederland over van kolen op aardgas. Nu maken we weer een grote stap: we gaan van aardgas naar duurzame energiebronnen. Het besparen van energie is hierbij heel belangrijk. Dit helpt niet alleen om de opwarming van de aarde te stoppen, maar ook om minder afhankelijk te zijn van andere landen voor onze energie. Minder energie gebruiken betekent ook lagere kosten. Daarnaast zorgt een goed geïsoleerd huis voor meer comfort. Naast energie besparen en duurzame energie opwekken, moeten we ook kijken naar slimme, lokale energiesystemen. Dat helpt overbelasting van het elektriciteitsnet te voorkomen.

2.1 De opgave We hebben als gemeente, ondernemers en inwoners de opgave om de overstap naar schone en duurzame energie te maken. Ook hebben we de opgave om zo min mogelijk energie te verbruiken. De voorwaarde hierbij is dat energie als basisvoorzieningen toegankelijk en betaalbaar moet blijven. Dit doen we door: 1. Ondersteunen van onze inwoners bij het verminderen van hun energieverbruik. En bij het zelf opwekken van duurzame energie. Waar nodig en mogelijk ondersteunen we financieel. 2. Met bedrijven samen te werken aan slimme lokale, energieoplossingen om overbelasting van het elektriciteits­netwerk tegen te gaan. Ook helpen we ze om aan landelijke wet- en regelgeving te voldoen. We ondersteunen onze ondernemers bij het verminderen van het energieverbruik en het zelf opwekken van duurzame energie. Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

6

2.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen Het Klimaatakkoord en de Klimaatwet vormen de basis van het Nederlandse klimaatbeleid. Nederland heeft afgesproken de uitstoot van CO2 en broeikasgassen met 100% in 20501 te verminderen. Als tussendoel is afgesproken de uitstoot van CO2 en broeikasgassen tot 2030 met 55% te verminderen. Dit tussendoel is vanuit de Europese Green Deal in 2021 bijgesteld. Deze doelen zijn bepalend voor de energieambities van Krimpen aan den IJssel. Gemeenten spelen namelijk een zeer belangrijke rol om de Europese doelen te halen, door lokale klimaatplannen te maken en uit te voeren. Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie komt voort uit de Klimaatwet en ondersteunt gemeenten specifiek bij de overgang naar aardgasvrije wijken. Gemeenten zijn verplicht om een Transitievisie Warmte te hebben. Krimpen aan den IJssel stelde deze in 2022 vast. Ook zijn regio’s aangewezen die samen een Regionale Energiestrategie (RES) moeten ontwikkelen en uitvoeren. Krimpen aan den IJssel werkt in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag aan de uitvoer van de RES. De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 is een belangrijk beleidskader voor Krimpen aan den IJssel. Op dit moment wordt de RES 1.0 uitgevoerd. De doelstellingen en actielijnen zijn vertaald naar de lokale situatie van Krimpen.

Zo wil Krimpen 9,4 GWh aan zonnepanelen op grote daken en 8,4 GWh op kleine daken in 2030 gerealiseerd hebben. Daarnaast worden mogelijkheden verkend voor grootschalige, regionale energieopwek. Aankomend jaar wordt gestart met het opstellen van de RES 2.0.

1 ten opzichte van 1990.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

Vanuit de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is de Strategische Agenda 2023-2026 vastgesteld. Op de agenda staan relevante energie thema’s. Vanuit de agenda zijn middelen vrijgemaakt voor de ontwikkeling van energiehubs en de ondersteuning voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Provincie Zuid-Holland biedt energiediensten aan voor gemeenten. Bijvoorbeeld ondersteuning bij uitvoering van de RES, diverse subsidies en investeringsprogramma’s voor het verduurzamen van woningen en panden, en hulp bij de ontwikkeling van een goed warmtetransportnet. We maken gebruik van onder andere de subsidie voor solar carports en de projectsubsidie planvorming bedrijventerreinen voor bijvoorbeeld energiehubs en voor zonnedaken bij ondernemers. De lokale initiatieven-subsidie is belangrijk voor de energiecoöperatie en daarmee indirect ook voor de gemeente. Gemeenten konden in een eerste en tweede tranche geld aanvragen vanuit de Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie. Die middelen kunnen gemeenten gebruiken om eigenaar-bewoners van slecht geïsoleerde woningen te ondersteunen om isolatiemaatregelen te nemen. We hebben voor beide tranches een voorstel ingediend en toegekend gekregen.

Samen met de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard en Gouda werken we aan de uitvoering van een meerjarige collectieve ontzorgingsaanpak voor isolatie bij eigenaar-bewoners (MCO-aanpak). De Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) begeleidt de gemeenten hierbij. Ook zijn we als gemeente aangesloten bij de werkgroep isoleren en besparen van de ODMH om praktische ervaringen en kennis uit te wisselen.

7

2.3 Waar staan we nu?

Ook in deze regio is netcongestie een grote nieuwe uitdaging. Eind 2024 is door netbeheerder Stedin en TenneT aangekondigd dat het stroomnet tot 2032-2035 vol zit. Dit betekent dat bedrijven die hun bedrijfsactiviteiten willen uitbreiden of willen elektrificeren en daar een grootverbruikaansluiting voor nodig hebben geen extra stoom ter beschikking hebben tot tenminste 2032. Dit is een uitdaging voor de gewenste elektrificatie van bedrijfsproces en transport. Dit biedt ook kansen voor samenwerking tussen bedrijven. Milieudienst Rijnmond (DCMR) kan hierin een adviserende rol spelen. Naast vergunningen, regelgeving en handhaving ondersteunen zij bij netcongestie: ze helpen navigeren door de uitdagingen van netcongestie. Dit kan onder andere door het bieden van advies over energie-­ efficiëntie en slimme oplossingen om de belasting op het elektriciteitsnet te verminderen.

We voerden de afgelopen jaren samen met onze samen­­­­ werkingspartners ongeveer 50 acties uit. We hebben ingezet op: 1. het stimuleren van inwoners om energiebesparende maatregelen te nemen door bewustwording en ontzorging; 2. het verbinden van bedrijven voor een energiehub; 3. het opzetten van de lokale energiecoöperatie: Energiek Krimpen; 4. het faciliteren en realiseren van zonnepanelen op daken. Dat deden we met inkoopacties en het stimuleren van het samen aanschaffen van zonnepanelen met de subsidie collectief zon; 5. het opstellen en uitrollen Actieplan Energiearmoede; 6. het verkennen van de mogelijkheden voor aquathermie en warmtenetten. Dit leidde tot resultaten die boven verwachting zijn. Het totale elektriciteitsverbruik van woningen is gedaald van 33,7 GWh in 2018 naar 30,1 GWh in 2023. Dit is een vermindering van 11%. Ook is het totale gasverbruik van woningen gedaald van 15,8 miljoen m³ in 2018 naar 10,7 miljoen m³ in 2023. Dit is een reductie van 32%. Ook is het aantal zonnepanelen flink toegenomen sinds 2021. Op dit moment ligger er meer dan 47.213 zonnepanelen op Krimpense daken. Ook realiseerden we een eerste warmtenet in het centrum van Krimpen met een warmte uit oppervlaktewater (aquathermie). Er is ook een aantal doorlopende projecten waar we de komende tijd mee doorgaan.

Zoals het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed, de verkenningen voor duurzame energieopwek en het realiseren van een energiehub.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

8

2.4 Welke rollen pakken we als gemeente?

2.5 Onze ambitie 2050

Als gemeente willen we vanuit de volgende rollen invloed uitoefenen op de energieopgave: • Als opdrachtgever, beheerder en eigenaar maken we het maatschappelijk vastgoed en de openbare ruimte stap voor stap energieneutraal. Daarvoor maken we beleid en plannen die we vervolgens uitvoeren en evalueren. Op basis daarvan sturen we bij. • Als samenwerkingspartner zetten we samen stappen richting een energieneutrale gemeente. Zo zorgen we samen met IBKW, QuaWonen en ontwikkelaars dat de bestaande en nieuwe woningvoorraad energieneutraal en aardgasvrij wordt. We werken met Energiek Krimpen samen aan het realiseren van duurzame opgewekte energie. Ook werken we regionaal samen aan het realiseren van (grootschalige) duurzame energieopwek en warmte. • Als facilitator stimuleren we inwoners, ondernemers en maatschappelijk organisaties om energiebesparende maatregelen te nemen. We maken hen bewust van het probleem en bieden hulp bij aanpassingen. Ook brengen we partijen samen voor grotere projecten, zoals het realiseren van slimme energiehubs en duurzame energieopwekking.

In 2050 zijn we een energieneutrale en aardgasvrije gemeente. Dit betekent dat we zo min mogelijk energie verbruiken door goed geïsoleerde woningen, bedrijfspanden een maatschappelijk vastgoed. De energie die nodig is, komt zoveel mogelijk vanuit hernieuwbare bronnen, zoals opgewekte zonne-energie. Ook gaan we slim om met ons energieverbruik en waar mogelijk zijn er lokale energie- of warmtesystemen waarin energie gedeeld wordt. Daarbij is het van belang dat energie toegankelijk en betaalbaar is en blijft. De CO 2-uitstoot door het gebruik van fossiele grondstoffen compenseren we door bijvoorbeeld bomen te planten.

Koppeling met andere gemeentelijke beleidsthema’s Door aan de slag te gaan met de energieopgave, dragen we ook bij aan andere beleidsthema’s. Door hulp te bieden aan bedrijven en inwoners bij het nemen van energiebesparende maatregelen, dragen we bij aan het economisch beleid. Door te zorgen dat energie betaalbaar en toegankelijk blijft voor iedereen, dragen we bij aan sociaal beleid.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

9

2.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 Doel

Verminderen van het totale energieverbruik (elektriciteit en gas) van woningen in de gemeente

Doel

Aantal huishoudens met Energiearmoede verminderen

Doelstelling

1. In de aankomende 4 jaar verminderen we het energieverbruik

Doelstelling

In 2028 leeft maximaal 2,5% van alle huishoudens in energiearmoede.

van woningen met 34% ten opzichte van 2018 (dit is inclusief

In 2023 was het aandeel 3,7%. We verminderen het aandeel door

zonnestroom en stadswarmte). In 2018 was het totale energieverbruik

energie­besparende maatregelen te onderzoeken en aan te bieden

van woningen 626 TJ. In 2023 was dit 466 TJ. Dit is een afname van

via lokale netwerken. Ook maken we prestatieafspraken met

26%. Om de doelstelling van 2028 te halen, zetten we in op het

woningcorporatie QuaWonen voor verduurzaming en organiseren we

isoleren van woningen, het helpen van inwoners met energie­

collectieve inkoopacties.

besparende maatregelen en het informeren over energie­­besparende mogelijkheden bij bouw of renovatie van woningen.

Indicatoren

jaarlijks gemeten door TNO en beschikbaar gesteld via: ­

2. In de aankomende vier jaar helpen we minimaal 675 huishoudens

TNO Energiearmoede kaart Nederland

bij het nemen van isolatiemaatregelen via de gemeentelijke isolatieaanpak. Dit doen we door uitvoering te geven aan de Meerjarig Collectieve Ontzorgingsaanpak, door een subsidieregeling te

• Aandeel huishoudens in energiearmoede. Dit percentage wordt

Actielijnen

1. Energiearmoede-aanpak uitrollen.

ontwikkelingen, door een lokale isolatieaanpak voor Verenigingen van Eigenaren op te zetten en door samen te werken met bestaande lokale netwerken, zoals sport­­­­verenigingen, kerken en belangenverenigingen. Indicatoren

• Energiereductie woningen ten opzichte van 2018. Via de Regionale Klimaatmonitor hebben we inzicht in het totale energieverbruik van woningen per jaar. • Geholpen huishoudens via de gemeentelijke isolatie-aanpak

Actielijnen

1. Krimpense isolatieprogramma uitrollen en doorontwikkelen. 2. Bewustwording, kennis en mogelijkheden voor energie besparen vergroten. 3. Stimuleren energiebesparing bij bouw en renovatie.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

10

2.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 Doel

Meer energie voor Krimpen uit hernieuwbare bronnen

Doel

De transitie naar aardgasvrij bevorderen

Doelstelling

1. In 2028 komt 9% van de opgewekte energie uit hernieuwbare

Doelstelling

1. In 2028 realiseren we een gasbesparing bij woningen van 40%

energiebronnen, ten opzichte van het totale energieverbruik. In 2022

ten opzichte van 2018. In 2023 was het totale aardgasverbruik van

is 72 TJ hernieuwbare energie opgewekt. Dit was in 2022 6,8% van het

woningen 10,7 miljoen m3. Dit is een vermindering van 32%. Voor het

totale energieverbruik. Het aandeel hernieuwbare energie verhogen

behalen van de doelstelling in 2028 informeren we inwoners over

we door het stimuleren of leggen van zonnepanelen, het verkennen

de stappen naar aardgasvrij in 2050 en faciliteren we inwoners­

en faciliteren van een windturbine en door het informeren over

initiatieven rondom warmtegemeenschappen. Ook onderzoeken we

batterijopslag.

mogelijkheden voor buurtwarmtepompen, Warmte-Koude-opslag en PVT. Ook werken we samen in de RES en stellen we in 2026 een nieuw

2. In 2028 hebben we 27.434 zonnepanelen op grote daken

warmteprogramma op voor 2027-2031.

gerealiseerd en 4.012 panelen boven parkeerplaatsen. In 2023 was dit 14.674 zonnepanelen op grote daken en 0 zonnepanelen boven

2. In 2028 realiseren we een totale aardgasbesparing van 40% ten

parkeerplaatsen. Dit doen we door het organiseren van collectieve

opzichte van 2018 in Krimpen. Dit betreft woningen, bedrijven

inkoopacties voor zonnepanelen voor, maatschappelijk vastgoed en

en instellingen. In 2023 was het totale verbruik 464 TJ. Dit is een

bedrijfspanden, door het informeren van ondernemers en door het

afname van 34% ten opzichte van 2018. We stimuleren bedrijven om

onderzoeken en mogelijk realiseren van de aanleg van zonnedaken bij

energie­­besparende maatregelen te nemen en ondersteunen het

parkeergelegenheden. Ook voor inwoners blijven we zonnepanelen

verduurzamen van maatschappelijk vastgoed.

blijven promoten maar daar hebben we de doelstelling van 8,4 GWH in 2030 uit de RES al gehaald. Indicatoren

Indicatoren

beschikbaar via de Regionale ­Klimaatmonitor.

• Opwek vanuit hernieuwbare bronnen voor Krimpen.

• Totaal aardgasverbruik in Krimpen. Cijfers zijn beschikbaar via de

• Aantal zonnepanelen op grote en kleine daken. Dit meten we via luchtfoto’s die de gemeente 1x per jaar binnenkrijgt. Actielijnen

1. Verkennen realisatie windenergie in de Stormpolder.

• Gasbesparing woningen ten opzichte van 2018. Cijfers zijn

Regionale Klimaatmonitor. Actielijnen

1. Programma Warmte opstellen en uitvoeren. 2. Inwoners en organisaties informeren en faciliteren.

2. Bewustwording, kennis en mogelijkheden voor energie opwekken vergroten. 3. Realiseren van zonnedaken. 4. Regionale samenwerking.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

11

2.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 Doel

Verminderen van het totale energieverbruik (elektriciteit en gas) van bedrijven in de gemeente

Doel

Verminderen energieverbruik maatschappelijk vastgoed

Doelstelling

1. In 2028 heeft 100% van alle kantoren die onder de Label

Doelstelling

1. In 2028 heeft 50% van het maatschappelijke vastgoed energielabel

C-verplichting vallen een energielabel C of hoger. In 2023 was dit 63%.

A of hoger. In 2024 is dit 35 %. Door het opstellen en uitrollen van

Dit doen we door controle op de verplichte energielabels en advisering

de routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed willen

over te nemen energiebesparende maatregelen. Ook ontwikkelen

we de energielabels verbeteren. Daarvoor maken we gebruik van

we het zakelijk energieloket verder door en organiseren we

het Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Maatschappelijk

­kennisbijeenkomsten.

Vastgoed van de provincie. Ook vertalen we de routekaart naar de ­meerjarenonderhoudsplannen.

2. In 2028 zijn tenminste 12 bedrijven aangesloten bij een energie­ samenwerking. Dit realiseren we door het uitvoeren van een

2. We verkennen in 2025 of we een indicator kunnen bepalen voor het

impactanalyse (van netcongestie), het verkennen van mogelijke

exacte energieverbruik van maatschappelijk vastgoed.

samenwerkingen en het informeren en verbinden van bedrijven over congestiemanagement en energiehubs. Indicatoren

Indicatoren

• Aandeel energielabel A en hoger op basis van werkelijke energielabels.

• Aandeel energielabel C of hoger bij kantoren die onder de Label C-verplichting vallen. Cijfers zijn beschikbaar via ­Waarstaatjegemeente.nl.

Actielijnen

1. Uitvoeren routekaart verduurzaming ­maatschappelijk vastgoed

• Aantal bedrijven aangesloten bij energiesamenwerking Actielijnen

1. Bewustwording, kennis en mogelijkheden voor energie besparen vergroten. 2. Congestiemanagement. 3. Advisering en controle op energielabels en -besparende maatregelen bij bedrijven.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

12

3 Circulariteit De huidige economie legt een steeds grotere druk op onze planeet en richt schade aan die steeds lastiger te herstellen is. Bovendien raken in de toekomst steeds meer grondstoffen op. In Europa zijn we bovendien sterk afhankelijk van andere werelddelen voor belangrijke grondstoffen, zoals metalen en hout. Dit maakt ons als Europa en land kwetsbaar als prijzen op de wereldmarkt omhoog schieten. Dus moeten we anders met onze grondstoffen en materialen omgaan. Zodat we de levering van belangrijke grondstoffen kunnen verzekeren en dat de productie geen negatieve gevolgen heeft voor het milieu.

3.1 De opgave In een circulaire economie bestaat (bijna) geen restafval en gebruiken we grondstoffen steeds opnieuw. We moeten ons materiaalverbruik verminderen en materialen zoveel mogelijk hergebruiken. Nieuwe grondstoffen en materialen zijn zoveel mogelijk biobased of gerecycled. Dit leidt tevens tot minder uitstoot van broeikasgassen en een schoner milieu. We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld en scheppen de juiste randvoorwaarden voor de samenleving. We starten projecten en betrekken hier zowel de samenleving als de eigen organisatie bij.

13

De MRDH is samen met andere regio’s de opdrachtgever voor Circulair.biz, een organisatie die de regio’s ondersteunt bij het realiseren van circulaire bedrijventerreinen. Vanuit dit programma is er een verkenning gedaan op bedrijventerrein de Stormpolder. Ook sluiten we, waar mogelijk, aan bij het Circulair Actieprogramma ’t Groene Hart Werkt. We onderzoeken op dit moment de mogelijkheden voor een regionaal circulair ambachtsnetwerk.

3.3 Waar staan we nu?

3.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 bevat algemene en sectorspecifieke maatregelen om de circulaire economie te bevorderen. Vanuit dit programma zijn transitieagenda’s opgesteld voor de maakindustrie, kunststoffen, consumptiegoederen en bouw. De provincie Zuid-Holland stimuleert met het programma Circulair Zuid-Holland de overgang naar een circulaire economie. Het programma richt zich op de thema’s: Bouw, Groene Grondstoffen en Voedsel, Maakindustrie en Kunststoffen. Dit programma maakt samenwerking tussen verschillende partijen beter en biedt ondersteuning via netwerken, kennisdeling en subsidies. Voor gemeenten betekent dit dat ze voordeel hebben van provinciale middelen. En richtlijnen meekrijgen om hun eigen circulaire initiatieven te versterken en te versnellen.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

De gemeente heeft begin 2024 het Circulair Actieprogramma vastgesteld en is bezig met de uitvoering. De gemeente zet in op: 1. het stimuleren van circulaire bedrijventerreinen en kennisuitwisseling; 2. circulair bouwen en onderhouden van vastgoed en ­infrastructuur; 3. circulair inkopen en kennisontwikkeling binnen onze eigen organisatie; 4. ondersteunen van hoogwaardig hergebruik van het huishoudelijk afval en bewustwording stimuleren bij consumenten. In 2024 is ook de invoering van het ­recycletarief (DIFTAR) vastgesteld door de raad. De uitvoering is dit jaar gestart. Dat maakt het te vroeg voor concrete resultaten. De voortgang rapporteren we op vaste momenten.

14

3.4 Welke rollen pakken we als gemeente? Als gemeente beïnvloeden we de circulaire transitie vanuit deze rollen: • Als opdrachtgever, eigenaar en beheerder van vastgoed en openbare ruimte stellen we eisen aan het ontwerp, het materiaal en gebruik om de mate van circulariteit te verhogen. Dit leggen we vast in beleid en plannen om daar vervolgens uitvoering aan te geven. Op basis van resultaten sturen we bij. • Als werkgever en inkoper stimuleren we de interne organisatie om circulair te werken. Zo ontwikkelen we circulaire principes voor onze inkopen en zorgen we voor kennisontwikkeling bij onze medewerkers op het thema circulair. • Als samenwerkingspartner stimuleren we onze partners om circulair te werken. We werken bijvoorbeeld samen met IBKW voor het toepassen van circulaire principes in de openbare ruimte en met QuaWonen om circulair te bouwen, slopen en renoveren. Ook werken we regionaal samen met de regio ’t Groene Hart Werkt om circulariteit in de regio te bevorderen. • Als facilitator stimuleren we inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen om circulair te handelen. We ondersteunen initiatieven en projecten uit de samenleving die circulariteit bevorderen. Ook stimuleren we kennisuitwisseling tussen bedrijven en onderwijs.

Circulariteit draagt ook bij aan economisch beleid en bevordert technologische en procesinnovaties. Door duurzaam bouwen en herontwikkeling van infrastructuur draagt het bij aan ruimtelijke ordening.

3.5 Onze ambitie 2050 en 2030 De gemeente Krimpen aan den IJssel omarmt de landelijke doelstelling van het Rijk: een volledig circulaire economie in 2050. In 2030 moeten we al op de helft zijn: 50% minder verbruik van primaire abiotische grondstoffen (dit zijn mineralen, fossiele brandstoffen en metalen).

3.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 In het Circulair Actieprogramma zijn de doelen en actielijnen voor 2024-2027 opgenomen. Doelen blijven staan zoals in het actieprogramma. In de nieuwe duurzaamheidsagenda vullen we deze aan met een aantal acties.

Koppeling met andere gemeentelijke beleidsthema’s Door aan de slag te gaan met circulaire economie, dragen we niet alleen bij aan duurzaamheid, maar ook aan andere beleidsthema’s die wij als gemeente belangrijk vinden. Circulariteit draagt bij aan het milieubeleid, door vermindering van afval en het bevorderen van hergebruik van materialen. Dat leidt tot een schonere leefomgeving.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

15

4 Mobiliteit Mobiliteit is essentieel voor het verbinden van mensen en voorzieningen. Bijna een kwart van de CO2-uitstoot in Nederland komt van mobiliteit, wat de noodzaak benadrukt voor duurzamere vervoersopties. Meer auto’s en wegen zijn geen duurzame oplossingen op de lange termijn. We zijn bezig met een overgang naar een mobiliteitssysteem dat bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid combineert. Dit vraagt ook om ander reisgedrag van onszelf, onze inwoners en bezoekers.

4.1 De opgave De opgave voor Krimpen aan den IJssel is het toegankelijk en aantrekkelijk maken van duurzame mobiliteit. Dit gaat om alle verplaatsingen binnen de gemeente. Denk aan woon-werkverkeer, zakelijke reizen, bezorgservices en logistiek. Voor duurzame mobiliteit werken we aan het verminderen van verplaatsingen, het stimuleren van lopen, fietsen, openbaar vervoer (inclusief vervoer over water) en deelmobiliteit en het ondersteunen van elektrisch en schoon vervoer. Op deze manier bevorderen we ook de gezondheid (beweging en schone lucht) en verminderen we de CO 2-uitstoot.

4.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen Het Klimaatakkoord en het Schone Lucht Akkoord bieden de belangrijkste kaders voor duurzame mobiliteit. De Wet Werkgebonden Personenmobiliteit komt voort uit het Klimaatakkoord. Deze wet verplicht werkgevers met meer dan 100 werknemers om de CO2-uitstoot van hun

16

werkgebonden personenmobiliteit te registreren en op den duur te verminderen. Dit omvat zowel woon-werkverkeer als zakelijk verkeer. Vanuit de Nationale Agenda voor Laadinfrastructuur wordt een landelijk dekkend laadnetwerk gestimuleerd. Dit wordt regionaal uitgevoerd via de Regionale Aanpak ­Laadinfrastructuur. Verder krijgen (transport)bedrijven te maken met Zero Emissie Zones in de binnensteden. Dit betekent dat transport met CO2-emissies niet meer toegestaan zijn in de binnensteden. Dit geldt onder andere vanaf 2025 voor Rotterdam, Den Haag, Gouda en Breda. Vanuit de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is de Strategische Agenda 2023-2026 vastgesteld. Op de agenda staat onder andere de blijvende inzet op actieve en collectieve vormen van mobiliteit. Denk hiervoor aan lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Ook staat het versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk en het herstellen van het openbaar vervoersysteem op de agenda. De MRDH ontwikkelde ook het Programma Duurzame Mobiliteit. Binnen het programma werken de 21 gemeenten samen aan een duurzame regio met schoon, stil en energiezuinig vervoer. Zij hebben de ambitie om binnen de sector Mobiliteit en Transport in 2025 30% minder CO 2 uit te stoten ten opzichte van 2015. Vanuit het programma is regionaal maatregelenpakket samengesteld en uitgevoerd.

Na een heroriëntatie focust de MRDH zich op: samenwerking op deelmobiliteit, werkgeversaanpak en verduurzaming logistiek.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

4.3 Waar staan we nu? De afgelopen jaren voerden we een aantal acties uit om duurzame mobiliteit te stimuleren: 1. Integreren van duurzame mobiliteit in Verkeer- en vervoersvisie (2024). 2. Veiliger maken van oversteekplaatsen en fietspaden door onder andere het plaatsen van slimme verkeerslichten en het breder maken van fietspaden. 3. Aanleggen van nieuwe fietsstraten. 4. Pilots met deelscooters en-fietsen. 5. Uitrollen van 3 deelauto’s in Krimpen door GreenWheels. 6. Ondersteunen van bedrijven in de werkgeversaanpak voor duurzame mobiliteit. 7. Ontwikkelen en uitrollen van de Slim Reizen App voor het stimuleren van duurzaam reisgedrag onder inwoners. 8. Stimuleren van fietsen door communicatieacties zoals de ‘Fiets naar je werk dag’. 9. Stimuleren van het openbare vervoer door financiële steun, zoals kortingsacties en het gratis maken voor specifieke doelgroepen. 10. Proactief plaatsen van laadpalen (inclusief snelladers) bij onder andere herbestratingsprojecten en op aanvraag van inwoners. Ook testen we kabelgroottegels voor het opladen van auto’s. 11. Realisatie van zero emissie RET bussen; Krimpen is de eerste gemeente in onze regio waar alle RET bussen zero emissie zijn. Het aantal geregistreerde elektrische personenauto’s steeg van 24 in 2018 naar 409 in juni 2024. Ook zijn er 8,9 (semi) publieke e-laadpunten per 1.000 inwoners. Dat zijn 264 laadpunten in Krimpen.

In 2019 waren er 3,1 laadpunten per 1.000 inwoners.

17

Koppeling met andere gemeentelijke beleidsthema’s

4.4 Welke rollen pakken we als gemeente? Als gemeente willen we vanuit de volgende rollen invloed uitoefenen op de opgave voor mobiliteit: • Als opdrachtgever, eigenaar en beheerder richten we de buitenruimte in voor duurzame en veilige mobiliteit. Ook nemen we CO2-uitstoot mee bij het selecteren van onze leveranciers. • Als werkgever geven we het goede voorbeeld door duurzaam reizen te stimuleren onder onze eigen medewerkers. • Als samenwerkingspartner werken we samen in de regio om duurzame mobiliteit te faciliteren. Zo nemen we actief deel aan het Programma Duurzame Mobiliteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en Zuid-Holland Bereikbaar. • Als facilitator stimuleren we initiatieven en projecten die duurzame mobiliteit bevorderen. Dit kan door plaats te maken voor bijvoorbeeld deelauto-initiatieven. Ook stimuleren we inwoners en bedrijven om voor duurzamere mobiliteitsopties te kiezen. Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

Door aan de slag te gaan met duurzame mobiliteit, dragen we niet alleen bij aan duurzaamheid, maar ook aan andere beleidsthema’s die wij als gemeente belangrijk vinden. Duurzame mobiliteit draagt bij aan het milieubeleid door minder uitstoot van schadelijke stoffen en daarmee schonere lucht. Het draagt bij aan sociaal- of gezondheidsbeleid. Meer bewegen door fietsen en lopen is goed voor de gezondheid van inwoners. Minder auto’s op de weg betekent minder ongelukken, dus het draagt ook bij aan verkeersveiligheid. Minder geluidsoverlast en meer ruimte voor groen en spelen zorgt voor betere leefbaarheid. Tot slot zorgt duurzame mobiliteit ook voor betere bereikbaarheid en minder files, wat goed is voor de economie.

4.5 Onze ambitie 2050 In 2050 is er geen CO2-uitstoot meer door verplaatsingen in de gemeente. Verplaatsingen binnen, van en naar de gemeente bestaan uit lopen, fietsen en elektrisch vervoer. Er zijn mobiliteitshubs waar deelmobiliteit en openbaar vervoer beschikbaar is. Ook zijn bijna alle wegen maximaal 30km per uur. Dit zorgt voor een lagere uitstoot en minder lawaai van auto’s. Daarbij maakt het fietsen aantrekkelijker door meer ruimte en veiligheid. Ook zijn nieuwe, aantrekkelijke loop- en fietsroutes gecreëerd. Er zijn voldoende laadpunten voor transport en vervoer. Ook zijn alle logistieke bewegingen emissievrij. Denk hierbij aan de pakketbezorging en de bevoorrading van winkels en horecabedrijven.

18

4.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 Doel

Er wordt meer gebruik gemaakt van lopen, fietsen,

Doel

Er wordt meer gebruik gemaakt van elektrische mobiliteit

Doelstelling

1. Tot 2029 willen we zorgen voor 10% groei van het aantal geregistreerde elektrische auto’s. Dit zijn personenauto’s en bedrijfsauto’s bij elkaar opgeteld. Nu is dit 3% van het totaal aantal geregistreerde auto’s. Hiervoor breiden we de laadinfrastructuur uit en onderzoeken we of we een regionale aanpak snel laden, slim laden en logistiek laden kunnen ontwikkelen. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor een milieuzone. Tot slot vragen we via inkoop en aanbestedingen naar de inzet van elektrisch materieel door onze leveranciers.

openbaar vervoer (ov) en deelauto’s Doelstelling

1. In de aankomende 4 jaar zorgen we dat het aantal duurzame verplaatsingen per persoon per dag groeit. Dit is ten opzichte van het totaal aantal verplaatsingen in de gemeente. Dit bereiken we door verschillende bewustwordingscampagnes en het verbeteren van faciliteiten voor duurzame vormen van vervoer, zoals lopen en fietsen. Dit doen we zowel voor inwoners als voor bedrijven. 2. Tot 2029 groeit het aantal deelauto’s van 3 naar 5. Ook dit doen we door bewustwording. Daarnaast doen we dit door uitbreiding van locaties voor deelmobiliteit. Ook onderzoeken we meer verschillende mogelijkheden tot het delen van vervoersmiddelen. 3. We willen dat het aantal personenauto’s per inwoner in 2028 gelijk blijft of minder is dan in 2024. Nu is het aantal personenauto’s per inwoner 0,48. We bereiken dit door het verder faciliteren van een robuust deelautosysteem en goede faciliteiten voor lopen en fietsen. Ook het voeren van campagne om meer te fietsen en lopen zetten we hiervoor in. 4. In de aankomende 4 jaar heeft 20% van de Krimpense bedrijven (>100 medewerkers) een mobiliteitsscan uitgevoerd. 15% heeft zich in de aankomende 4 jaar gecommitteerd aan het Werkgeversnetwerk Duurzame Mobiliteit door een intentieverklaring te tekenen. Dit doen we door het uitrollen van de aanpak van Zuid-Holland Bereikbaar en aan te sluiten bij Klimaatalliantie Rotterdam.

We nemen over wat voor Krimpen relevant is. Ook rollen we de werkgeversaanpak in onze eigen organisatie uit, waaronder de introductie van de lease-fietsregeling.

Indicatoren

• Aandeel van duurzame verplaatsingen (lopen, fietsen, ov) binnen de gemeente ten opzichte van het totaal verplaatsingen. Dit meten we via een bewerking van de cijfers van het Onderweg in Nederland onderzoek van CBS. • Aantal deelauto’s in de gemeente. Dit meten we via ons contact met de aanbieder. • Aantal personenauto’s per inwoner. Dit meten we via Allecijfers.nl. • Percentage bedrijven die moeten voldoen aan de Werkgebonden Personenmobiliteit Rapportage­verplichting waarvoor een ­mobiliteitsscan is uitgevoerd en aantal gecommitteerde bedrijven aan het Werkgeversnetwerk Duurzame Mobiliteit.

Actielijnen

1. Aanmoedigen van lopen en fietsen. 2. Opzetten robuust deelautosysteem in samenhang met ov locaties. 3. Werkgeversaanpak aanjagen bij bedrijven in Krimpen.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

2. Het aantal laadpalen is hoger dan 146 (2024). Indicatoren

• Aantal geregistreerde elektrische auto’s (personenauto’s en ­bedrijfswagens samen). Dit meten we via Allecijfers.nl. • Aantal (semi)publieke laadpunten. Dit meten we via ­Waarstaatjegemeente.nl.

Actielijnen

1. Uitbreiden van het aanbod voor ­laadinfrastructuur. 2. Kansen van milieuzones in Krimpen onderzoeken. 3. Elektrificatie van voertuigen van vaste partners en andere partijen.

19

5 Klimaatadaptatie Gevolgen van klimaatverandering zijn steeds meer voelbaar. We hebben te maken met heftigere regenbuien, langere droge periodes, meer en hetere zomerdagen en een grotere kans op overstromingen door zeespiegelstijging. Aan ons als gemeente, inwoners en organisaties de taak om onze gemeente weerbaar te maken voor de gevolgen en zoveel mogelijke overlast en schade te voorkomen. Zo passen we ons aan aan het veranderende klimaat.

5.1 De opgave De opgave voor Krimpen aan den IJssel omvat het verder klimaatbestendig inrichten van de buitenruimte en gebouwde omgeving. Hierin moeten we rekening houden met onze kwetsbaarheid voor overstromingen, hitte, droogte, bodemdaling en extreme regen- en stormbuien. Het klimaatbestendig inrichten van de gemeente is niet alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar ook van inwoners en ondernemers. Zij moeten zich ook gaan voorbereiden op extremere weersomstandigheden. Hiervoor is een integrale aanpak nodig, met daarin fysieke maatregelen, maar ook aandacht voor bewustwording en participatie van inwoners en ondernemers.

5.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen Op landelijk en regionaal niveau zijn er belangrijke ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie die van invloed zijn op gemeenten. Landelijk geven de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS), het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

20

en het Deltaprogramma Zoetwater een uitgebreid kader voor het identificeren van kwetsbaarheden en het ontwikkelen van adaptatiemaatregelen. Deze programma’s verplichten gemeenten om stresstesten uit te voeren, en uitvoeringsagenda’s op te stellen. En maatregelen te nemen om de waterhuishouding te verbeteren en de kwetsbaarheid voor droogte te verminderen. De gemeente is aangesloten bij de Regiodeal Bodemdaling Groene Hart. Binnen de Regiodeal werken overheden, kennisinstellingen, agrarische sector, bewoners en bedrijfsleven gezamenlijk aan een aanpak voor het omgaan met bodemdaling. Dit gebeurt door innovatieve experimenten uit te voeren en slim samen te werken. Regionaal is de provincie Zuid-Holland actief in verschillende deelprogramma’s van het nationale Deltaprogramma. En neemt het voortouw met initiatieven als het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waar klimaatadaptatie een onderdeel van is. Ook ondersteunt de provincie in de ontwikkeling van de Klimaatatlas. Gemeenten worden aangemoedigd om klimaatadaptatie onderdeel te maken van hun beleid en plannen. De Klimaat Informatiehub voor data en inzichten is beschikbaar. Ook is financiële ondersteuning aan te vragen voor klimaat­­ adaptatieprojecten. Deze ontwikkelingen helpen gemeenten om effectief bij te dragen aan een klimaatbestendige toekomst.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

5.3 Waar staan we nu? Samen met samenwerkingspartners werkten we de afgelopen jaren vooral aan het managen van water. We namen verschillende maatregelen om beter voorbereid te zijn op schommelingen in de waterstand: 1. Versterking van de dijken langs de IJssel en het opstellen van een regionaal crisisbeheersplan. 2. Actieve monitoring van grondwaterstanden en verbeterde afvoercapaciteit van riolering in woonwijken, zoals Langeland en Oud-Krimpen, om wateroverlast te beperken. 3. Rioleringen worden wijkgericht vervangen in combinatie met het ophogen van wegen en het herinrichten van de openbare ruimte. Bij de herinrichting hebben we aandacht voor vergroening en wateropvang. 4. We testen onze ontwerpen van nieuwe riolering met zwaardere buien. Ook kijken we naar een berging van regenwater in de openbare ruimte om overlast te voorkomen. 5. Parkeerplaatsen zoveel mogelijk met ‘groene’ (half)verharding. 6. Stimulering van vergroening en klimaatadaptieve maatregelen bij inwoners en ondernemers. Door onder andere subsidies voor rioolgerelateerde voorzieningen bij laag gelegen (niet onderheide) woningen. Veel acties worden vanuit bestaand beleid uitgevoerd. Zo is klimaatadaptatie onderdeel van het Gemeentelijk Rioleringsplan, Groenbeleids- en -beheerplan en het Beheerplan Openbare Ruimte.

De aankomende periode bouwen we voort op wat er al gedaan is en nemen we aanvullende stappen richting een klimaatbestendige gemeente.

21

5.4 Welke rollen pakt de gemeente?

5.5 Onze ambitie 2050

Als gemeente oefenen we vanuit de volgende rollen invloed uit op de opgave voor klimaatadaptatie: • Als opdrachtgever, eigenaar en beheerder maken we stap voor stap het maatschappelijk vastgoed en de openbare ruimte klimaatbestendig. Dit leggen we vast in beleid en plannen om daar vervolgens uitvoering aan te geven. Op basis van resultaten sturen we bij. • Als samenwerkingspartner werken we samen om de fysieke leefomgeving klimaatbestendig in te richten en ons voor te bereiden op extreme weersomstandigheden. Zo werken we bijvoorbeeld samen met waterschappen, veiligheidsregio’s en de provincie aan een duidelijke crisis- en communicatieplan voor wateroverlast en overstromingen. • Als facilitator stimuleren we inwoners en ondernemers om klimaatadaptieve maatregelen te nemen. We maken hen bewust van het probleem en bieden hulp bij aanpassingen.

In 2050 is Krimpen aan den IJssel klimaatbestendig. De buitenruimte en gebouwde omgeving zijn weerbaar voor hevige wateroverlast en extreme hitte of droogte. Dit betekent dat water en bodem sturend zijn voor ontwikkelingen. We moeten slim omgaan met ons grondwater, hemelwater en water uit rivieren. We moeten de waterkwaliteit op peil houden en er moet voldoende drinkwater beschikbaar zijn. Ook ons groen speelt een belangrijke rol in het klimaatbestendig houden van onze gemeente. Planten en bomen zorgen voor wateropvang, verkoeling en schone lucht in de wijken. Ook onze inwoners en ondernemers zijn goed voorbereid op extreme weersomstandigheden en overlast; ze weten welk risico ze lopen en weten wat ze kunnen doen.

Koppeling met andere gemeentelijke beleidsthema’s Door aan de slag te gaan met klimaatadaptatie, dragen we niet alleen bij aan duurzaamheid, maar ook aan andere beleidsthema’s die wij als gemeente belangrijk vinden. Klimaatadaptatie door betere groenvoorzieningen en waterbeheer helpt bij milieubeleid. Zo is er minder wateroverlast en hitte. Het helpt sociaal beleid, doordat er minder gezondheidsproblemen zullen zijn door hitte en betere luchtkwaliteit. Het draagt bij aan economisch beleid door minder schade van extreme weersomstandigheden. Dat zorgt voor kostenbesparing bij bedrijven, inwoners en verzekeringsmaatschappijen. Tot slot zal door meer groen en water in Krimpen klimaatadaptatie bijdragen aan een betere leefomgeving.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

22

5.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 Doel

In elk project in de buitenruimte maken we standaard afwegingen op basis van ­klimaatbestendige inrichting, ontwerp en ­materiaalgebruik

Doel

Inwoners weten welk risico ze lopen bij (extreme) wateroverlast, overstromingen en hitte en weten welke maatregelen ze kunnen treffen

Doelstelling

1. In 2028 is het aantal m² openbaar groen gelijk of hoger dan in

Doelstelling

1. In de aankomende 4 jaar hebben we 1.200 mensen bereikt met

2024. Dit was in 2024 711.123 m². Dit realiseren we door eisen voor

passieve communicatie. Passieve communicatie bestaat onder

groen mee te nemen in de uitvoering van bestaande en nieuwe

andere uit de informatie via nieuwsbrieven en onze websites, zoals

beleidstukken, richtlijnen en beheerplannen. Zo kijken we naar het

krimpenaandenijssel.nl, krimpenduurzaam.nl, en krimpenwijzer.

vergroenen van recreatieplekken en bij herstratingsprojecten leggen

nl. Via deze kanalen communiceren we over mogelijke risico’s

we grasparkeervakken aan.

die inwoners lopen en over welke maatregelen ze kunnen nemen. We houden hierbij de landelijke aanpak voor waterbewust gedrag in

2. In 2028 is het aantal bomen gelijk aan het aantal bomen in 2024,

de gaten en nemen relevante adviezen hieruit over.

namelijk 10.838. Dit realiseren we door voor bomen die door

Indicatoren

omstandigheden gekapt worden nieuwe bomen te planten. Indien

2. In 2028 is 50% van onze inwoners zich bewust van de mogelijke

mogelijk planten wij meer bomen terug als hiervoor voldoende ruimte

risico’s die zij lopen bij hitte, wateroverlast en overstromingen.

beschikbaar is.

Ook weet 20% welke maatregelen ze daartegen kunnen nemen. Dit realiseren we door zelf de risicogroepen en -gebieden in kaart te

• Aantal m² openbaar groen. Dit betreft zowel laag groen als bomen.

brengen. Op basis daarvan doen we gerichte campagnes om inwoners

• Aantal bomen in het openbaar groen. Actielijnen

1. Uitvoering, en (tussentijds)evaluatie van het Gemeentelijke Rioleringsplan, Groenbeleid- en beheerplan en het beheerplan

bewust te maken en te helpen bij het nemen van maatregelen. Indicatoren

• Bereik aantal inwoners passieve communicatie. Hiervoor tellen we het aantal bezoekers van de websites bij elkaar op.

openbare ruimte.

• Bewustwording bij inwoners over risico’s en maatregelen. Dit meten

2. Evalueren en monitoren van de risico’s en effecten.

we via Gemeentepeiler. In 2025 starten we met een nulmeting. (De Gemeentepeiler wordt op dit moment ingevuld door gemiddeld 375 inwoners per vragenlijst. Dit geeft een indicatie, maar is niet representatief voor de hele gemeente.) Actielijnen

1. Inwoners stimuleren om concrete maatregelen te nemen voor, tijdens en na (extreme) hitte. 2. Inwoners stimuleren om concrete maatregelen te nemen voor, tijdens en na (extreme) wateroverlast. 3. Inwoners informeren en stimuleren om concrete maatregelen te nemen bij overstromingen.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

23

5.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 Doel

Er zijn meer ondernemers op bedrijventerreinen en in ­winkelgebieden die klimaatadaptieve maatregelen nemen

Doel

Meer woningen (en tuinen) zijn beter bestand tegen extreme weersomstandigheden

Doelstelling

In de aankomende 4 jaar dienen 5 ondernemers een subsidieaanvraag

Doelstelling

1. In de aankomende vier jaar maken 250 inwoners gebruik van

in voor het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. Dit stimuleren

ondersteunende diensten vanuit de gemeente om klimaatadaptieve

we door de subsidie voor groene gevels en daken te vernieuwen en

maatregelen te nemen. We verkennen wat inwoners nodig hebben

te communiceren richting ondernemers. Ook brengen we andere

aan ondersteuning, denk aan mogelijke inzet van tuincoaches en de

mogelijke maatregelen onder de aandacht via bijeenkomsten in

Tegeltaxi. We stimuleren vergroening door de subsidieregeling voor

samenwerking met de ondernemersvereniging OKK.

groene gevels en daken te vernieuwen en door mee te doen aan het NK Tegelwippen.

Indicatoren

• Uitgifte subsidies aan ondernemers

Actielijnen

1. Stimuleren ondernemers om klimaatadaptieve maatregelen te nemen (in samenhang met circulair, energie en biodiversiteit).

2. In 2025 doen we een nulmeting om het percentage groene tuinen te meten. In 2028 moet dit hoger zijn dan in 2025. Indicatoren

• Aantal inwoners die gebruik maken van ondersteunende diensten vanuit de gemeente voor het nemen van klimaatadaptatieve maatregelen. • Percentage vergroening tuinen.

Actielijnen

1. Vergroening tuinen – in samenhang met ­biodiversiteit. 2. Stimuleren klimaatadaptief renoveren en bouwen woningen – in samenhang met biodiversiteit.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

24

6 Biodiversiteit De biodiversiteit wereldwijd neemt in een alarmerend tempo af. Dit komt vooral door intensieve landbouw, verstedelijking, vervuiling, klimaatverandering, ontbossing en het uitputten van natuurlijke hulpbronnen. In Nederland is de situatie niet anders. De biodiversiteit is hier sneller en sterker afgenomen dan in de rest van Europa. Het verlies van biodiversiteit bedreigt niet alleen de natuur, maar ook de menselijke samenleving. Wij zijn namelijk afhankelijk van de voordelen die we van de natuur krijgen, zoals voedsel, schoon drinkwater en CO2-opslag. Daarom is het essentieel om snel en effectief actie te ondernemen, om verdere achteruitgang te voorkomen en herstel te bevorderen.

6.1 De opgave De opgave omvat het verhogen van de biodiversiteit in de gemeente. Dit doen we via het groen en water in de openbare ruimte. Denk hierbij aan het planten van diverse vaste planten en bomen die passen in de omgeving. Ook kun je denken aan het natuurvriendelijk maken van onze oevers. Ook willen we het maatschappelijk vastgoed en nieuwe woningen natuurinclusief maken. Denk hierbij aan het toevoegen van vleermuiskasten, vogelnesten en groene daken en gevels. Onze inwoners en bedrijven helpen we om hetzelfde te doen met hun pand en buitenruimte. Via scholen leren jongeren meer over het belang van biodiversiteit en wat ze thuis kunnen doen. Denk aan lessen in de natuur.

25

6.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen

6.3 Waar staan we nu?

Vanuit de EU-natuurherstelwet is Nederland verplicht om maatregelen te nemen om uiterlijk in 2030 minstens 30% van alle beschadigde ecosystemen te herstellen. In 2040 moet dit 60% zijn en in 2050, 90%. Andere Europese richtlijnen zijn de Europese Habitatrichtlijn, Europese Vogelrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water.

Binnen de gemeentegrenzen is de hoofdfunctie wonen en werken. Er is geen ruimte om “nieuwe” grond vrij te maken voor natuur. Wel zetten we ons actief in voor het versterken van de biodiversiteit.

Het Nationaal Programma Landelijk Gebied omvat landelijke en gebiedsgerichte maatregelen. Waarbij per gebied wordt gekeken naar emissiereductie, natuurherstel en waterbeheer. Dit valt onder de Nationale Omgevingsvisie en wordt uitgevoerd in samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, ondernemers en terrein­­beheerders, met betrokken ministeries van LNV, IenW en BZK. De provincie Zuid-Holland heeft het Programma Landelijk Gebied en de Groeiagenda Natuurinclusief Zuid-Holland. Deze programma’s richten zich op het creëren van gezonde ecologische systemen en het integreren van biodiversiteit in stedelijke ontwikkeling. Dit vraagt om samenwerking tussen provincie, waterschappen en gemeenten. Daarnaast biedt de provincie subsidies voor projecten die bijdragen aan natuurherstel. Deze initiatieven helpen gemeenten om actief bij te dragen aan het verbeteren van biodiversiteit en het realiseren van provinciale doelen.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

Dit doen we vanuit de beleidsnota ‘Biodiversiteit verdient aandacht binnen Krimpen aan den IJssel’ (2019). De gemeente zette in op: 1. Het verbeteren van verbindingen met het buitengebied. 2. Het verbeteren van de huidige groenstructuren bij herstratingsprojecten en ruimtelijke ontwikkelingen. Denk hierbij aan het toepassen van vaste en inheemse beplanting. 3. Natuurinclusief bouwen bij aanbestedingen en projecten, zoals de Groeiplaneet/Populier en het project in Centrum Zuid. 4. Het inzaaien van bloemrijke kruidenmengsels (soms in combinatie met bloembollen) om de biodiversiteit te vergroten. 5. Het opstellen van een beheerplan ­Natuurvriendelijke Oevers. 6. De omvorming en aanpassing van het groenbeheer. Bij nieuwe aanbestedingen omtrent groenbeheer wordt biodiversiteit als belangrijke waarde meegenomen. 7. Het doen van ecologische onderzoeken bij renovatie en nieuwe aanleg van de openbare ruimte om biodiversiteit te verhogen. 8. Het stimuleren van het vervangen van verstening door groen door acties als de tegeltaxi. 9. Het vergroten van het aantal groene daken en gevels door hier subsidie voor te geven.

26

• Als samenwerkingspartner werken we samen aan meer biodiversiteit in de gebouwde omgeving en buitenruimte. Ook starten we met natuurorganisaties gezamenlijke projecten en ondersteunen we initiatieven. Regionaal werken we samen met het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard en de provincie. • Als facilitator stimuleren we inwoners en organisaties om maatregelen te nemen om Krimpen meer biodivers te maken. We maken hen bewust van de positieve gevolgen op de biodiversiteit en bieden hulp bij aanpassingen.

Ook zijn we aangesloten bij het initiatief van de Krimpenerwaard ‘De Prachtlint’. Het doel hiervan is een aaneengesloten lint van inheemse bloemen en planten creëren in de aangesloten gemeenten. Binnen Krimpen geven wij hier invulling aan door meer ecologisch gefaseerd maaibeheer uit te voeren ten opzichte van jaren geleden. Zoals het onderhouden van bermen en groenstroken met bloemrijke kruidenvegetatie volgens KleurKeur.

6.4 Welke rollen pakt de gemeente? Als gemeente oefenen we vanuit de volgende rollen invloed uit op de opgave voor biodiversiteit: • Als opdrachtgever, eigenaar en beheerder maken we stap voor stap het maatschappelijk vastgoed en de openbare ruimte natuurinclusief. Dit leggen we vast in beleid en plannen om daar vervolgens uitvoering aan te geven. Op basis van resultaten sturen we bij.

Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028

Koppeling met andere gemeentelijke beleidsthema’s Met het thema biodiversiteit dragen we niet alleen bij aan duurzaamheid, maar ook aan andere beleidsthema’s die wij als gemeente belangrijk vinden. Meer planten en dieren zorgen voor een gezondere en mooiere leefomgeving. Zodoende draagt het bij aan milieubeleid en aan ruimtelijke ordening. Een groenere omgeving bevordert beweging en ontspanning. Daarmee draagt het bij aan sociaal- of gezondheidsbeleid. Tot slot kunnen gemeenschappelijke groene projecten in wijken zorgen voor versterking van de sociale cohesie.

6.5 Onze ambitie 2050 De gemeente Krimpen aan den IJssel wil de achteruitgang van biodiversiteit stoppen. En vervolgens zorgen we, samen met onze bewoners, organisaties en bedrijven, voor een verhoging van de biodiversiteit binnen de gemeentegrenzen. In 2050 is de gemeente een plek waar mens en natuur hand in hand samengaan.

27

6.6 Doelen, doelstellingen en actielijnen 2025-2028 Doel

Verhogen biodiversiteit in de buitenruimte

Doel

Natuurinclusief bouwen is de norm voor renovatie en ­ontwikkeling van maatschappelijk vastgoed

Doelstelling

In 2028 is het aantal vierkante meters kruiden- en bloemrijk groen, ruw

Doelstelling

In de periode van 2025 tot 2028 heeft 70% van alle aanbestedingen

gras en vaste planten in de openbare ruimte hoger dan in 2024. In 2024

rondom bouw en renovatie van maatschappelijk vastgoed natuur­­

was het aandeel kruiden- en bloemrijk groen 21.025 m². Het aandeel

inclusiviteit als gunnigscriteria meegenomen. Dit doen we door

ruw gras 104.191 m². Ruw gras houdt in dat we een gefaseerd

biodiversiteit integraal op te nemen in projecten en beleid. We maken

maaibeheer hanteren, waarbij een deel van de vegetatie niet gemaaid

hiervoor een standaard werkwijze. Ook werken we samen met scholen

wordt. Het aandeel vaste planten was in 2024 26.108 m². Dit doen

aan het mogelijk maken van natuurinclusieve schoolpleinen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15175856/1