Bijlage 1. Kadernota 2025
Tekst van het document
Om de opgaven, inclusief beheersmaatregelen, goed uit te kunnen voeren is extra capaciteit nodig om het Krimpens lokaal team te versterken. Alleen met voldoende tijd en ruimte kunnen professionals de omslag in denken en doen eigen maken.
Uitvoering van deze opgaven zal zorgen voor een verzwaring van de taken binnen het sociaal
domein, maar moet leiden tot een efficiëntere en effectievere inzet van hulp en het versterken van de eigen kracht van de jeugdigen en hun netwerk. • De uitvoerend medewerkers ondersteunen en scholen in nieuwe werkwijzen. • Intensieve casusregie versterken (Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming) • Scherper indiceren, richting ouders en zorgaanbieders, zal zorgen voor: • Intensiever toetsen van de kwaliteit en effectiviteit van zorgtoewijzingen • Behandelen van een te verwachten toenemend aantal klachten en bezwaren vanwege afwijzingen • Contractmanagement intensiveren De noodzakelijke extra investering bedraagt €250.000 voor zowel 2025 als 2026. Vanaf 2027 wordt uitgegaan van €130.000 structureel. Structurele dekking van deze kosten kan voor €130.000 worden gevonden in de lokale inkoop jeugd. Op basis van de jaarrekening 2023 kan worden vastgesteld dat deze ruimte aanwezig is. Het voor 2025 en 2026 resterende bedrag van €120.000 willen we (twee keer) incidenteel dekken.
3.4 Individuele hulp Individuele hulp Participatiewet Uitstroom naar werk blijft de belangrijkste doelstelling. Zelf kunnen voorzien in het levensonderhoud levert een belangrijke bijdrage aan de zelfredzaamheid en draagt bij aan het verstrekken van de eigenwaarde. Ook in 2025 zal dit een belangrijke focus blijven. Wat we wel zien is dat ondanks deze activiteiten het bijstandsvolume per saldo niet afneemt. Dat komt door een aantal oorzaken. Gedeeltelijk door verhuizingen naar onze gemeente en de taakstelling voor statushouders, maar ook door de afbouw van de Wajong. Instroom in de Wajong is uitsluitend nog mogelijk als iemand volledig arbeidsongeschikt is. Is er sprake van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid dan valt deze doelgroep niet meer onder de Wajong maar onder de participatiewet. In de huidige ramingen gaan we ervan uit dat ook voor het gehele bestand reintegratieactiviteiten worden ingezet. Deze zijn niet in alle gevallen gericht op reguliere arbeidsparticipatie, maar ook deels gericht op arbeidsmatige/maatschappelijke participatie. Een afweging of hier mogelijk minder op geïnvesteerd moet gaan worden, dient onderdeel te zijn van de aanpak van het financieel ravijn. Armoede- en minimabeleid Het armoede- en minimabeleid valt in formele zin buiten de wettelijke taak van de Participatiewet.
Dit bevat lokale maatregelen die vanuit de gemeentelijke beleidsvrijheid zijn gecreëerd. Het armoede- en minimabeleid wordt momenteel geëvalueerd. In het eerste
kwartaal van 2025 zal deze evaluatie aangeboden worden aan de gemeenteraad. Deze evaluatie kan gebruikt worden voor de afweging die noodzakelijk is voor 2026 en verder. Jeugdhulp Voor de jeugdhulp zijn er een drietal sporen uitgezet: Spoor 1: Landelijke maatregelen (hervormingsagenda) De hervormingsagenda bevat landelijke afspraken over de toekomst van de jeugdhulp. Deels betreffen dit afspraken die regionaal en lokaal vertaald dienen te worden. Anderzijds bevatten deze afspraken tussen Rijk en gemeente over de financiering van de jeugdhulp. Spoor 2: Regionale maatregelen (regionale beheersmaatregelen kostenbeheersing jeugd) Regionaal is er door alle regiogemeenten in samenwerking met de zorgaanbieders een pakket aan maatregelen vastgesteld. Belangrijkste elementen hieruit zijn de afbouw en ontwikkeling van een passend hulpaanbod voor de gesloten jeugdhulp. En de aanscherping en naleving van de samenwerkingsafspraken tussen zorgaanbieders en gemeenten. Hierbij wordt kritisch gekeken naar de passende inzet van zorg en de naleving van de contractuele afspraken. Deze laatste twee elementen vragen ook extra inzet vanuit elke individuele gemeente. Spoor 3: Lokale maatregelen (Scherp aan de wind en reikwijdte) Zoals aangegeven bij spoor 2 ligt de lokale focus op een kritische blik op het nakomen van gemaakte afspraken.
Daarnaast wordt de vraag naar inzet van jeugdhulp extra zorgvuldig gewogen. Is het echt noodzakelijk? Zijn er alternatieven? Vooralsnog wordt deze scherpe inzet uitgevoerd binnen de bestaande kaders. Geconstateerd is dat deze kaders in de huidige lokale wet-en regelgeving redelijk ruim en niet altijd even duidelijk zijn geformuleerd. Door de reikwijdte van de jeugdhulp scherper te formuleren en aan te geven waar de lokale grenzen liggen is aanpassing van de verordening en daaraan gekoppelde beleidsregels noodzakelijk. Zorg De kosten-en vraagontwikkeling binnen de Wmo laat de afgelopen jaren een relatief stabiel verloop zien, als we het effect van het abonnementstarief buiten beschouwing laten. Hierbij is wel sprake van een licht stijgende lijn maar deze is te verklaren door indexaties en vergrijzing. Met de landelijke focus op het ‘langer thuis wonen’ zullen de zorgkosten de komende periode nog verder gaan oplopen. Het huidige gemeentelijke voorzieningenbeleid ligt dicht tegen de rand van de wettelijke ondergrens. Denkrichtingen voor ombuigingen op dit taakveld zijn de aanscherping van indicatiecriteria voor hulp bij het huishouden en begeleiding, en een inzet op ‘reablement’. Het gedachtegoed van reablement gaat uit van het versterken van de aanvrager.
Er wordt geen ondersteuning gegeven voor wat iemand niet meer kan, maar we focussen op de vraag hoe we er voor kunnen zorgen dat de aanvrager het weer zelf kan. Dus niet direct hulp bij
het huishouden inzetten, maar kijken of je met behulp van een fysiotherapeut en/of ergotherapeut de mobiliteit van de aanvrager kunt verbeteren zodat deze weer zelf in staat is om klusjes in huis te doen.
4. Ontwikkeling lokale lasten Ontwikkeling lokale lasten Bij de behandeling van begroting 2024-2027 heeft uw raad in de motie ‘Analyse woonlasten’ aan ons college gevraagd om een analyse uit te laten voeren van de hoogte van de lokale lasten. De analyse zou moeten uitmonden in aanbevelingen die voor de raad als leidraad kunnen fungeren om toekomstige keuzes te maken voor wat betreft de ontwikkeling van de lokale lasten. Het door Involon uitgebrachte onderzoeksrapport hebben wij inmiddels ter kennis van uw raad gebracht in het kader van de raadsbijeenkomst van 9 april 2024 over het financieel ravijn. Separaat ontvangt uw raad van ons nog een raadsinformatiebrief. Tijdens de sessie van 9 april is verder toegelicht dat de hoge plek (315 van 352) van onze gemeente op de COELO-lijst vooral wordt veroorzaakt door de relatief hoge afvalstoffen- en rioolheffing. De onroerend zaakbelasting is juist lager dan het landelijk gemiddelde. Dat is het gevolg van het ingezette beleid om die belasting jaarlijks slechts met de inflatiecorrectie te laten stijgen. Ook voor 2025 hebben wij die intentie.
Voor de afvalstoffen- en de rioolheffing blijven we inzetten op de lijn van 100% kostendekking. Wel streven we naar het verlagen van de kosten. Voor de afvalstoffen willen we dat, zoals uw raad weet, doen door de invoering van een ‘recycletarief’. Wij willen een beter scheidingspercentage bereiken waarmee we de hoeveelheid restafval kunnen verlagen. Dat leidt in algemene zin tot lagere verwerkingskosten en daardoor een lager tarief. Verder biedt een recycletarief onze inwoners ook de mogelijkheid om zelf de hoogte van hun aanslag te bepalen. Vanaf 2026 en verder vinden wij het belangrijk om onze inkomsten uit de onroerend zaakbelasting meer in relatie te brengen tot de ruimte die we als gemeente nodig hebben
voor het invullen van onze autonome taken. Dat betekent dat we overwegen om die inkomsten te verhogen als dat nodig is om onze autonome taken uit te blijven voeren. Óók als dat een meer dan trendmatige verhoging zou betekenen. Een voorbeeld van die autonome taken zijn de subsidies die wij verstrekken voor de maatschappelijke voorzieningen in onze gemeente.
Voor uw beeld: de opbrengst van de onroerende zaak belasting bedraagt in 2024 in totaal € 6,5 miljoen. Woningeigenaren leveren daar de grootste bijdrage (€ 4,1 miljoen) aan. De eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen respectievelijk € 1 miljoen en € 1,4 miljoen. Een (extra) verhoging van 1% levert € 65.000 aan extra baten op.
5. Andere speerpunten voor 2025 Andere speerpunten voor 2025 Zoals aangegeven is dit een beleidsarme Kadernota. Toch willen we in dit hoofdstuk een aantal speerpunten voor 2025 presenteren. Krimpen klimaatneutraal en gezond in 2050 In het Bestuursakkoord staat: “Wij gaan verder met de uitvoering van de Duurzaamheidsagenda 2021-2024 Zo bereiken we dat Krimpen in 2050 klimaatneutraal en gezond is. Met de concrete acties brengen we verduurzaming dichter bij Krimpenaren. Na 2024 krijgt de lopende duurzaamheidsagenda een vergelijkbaar vervolg”. Klimaatneutraal in 2050 Het hebben van een Duurzaamheidsagenda is niet wettelijk verplicht. Wel staan er in de
Duurzaamheidsagenda concrete acties die bijdragen aan het Klimaatakkoord. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord en krijgt jaarlijks een specifieke uitkering gebaseerd op de ‘Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ (SPUK CDOKE). Voor 2025 kunnen wij onze concrete acties dekken uit de SPUK CDOKE en het reguliere Duurzaamheidsbudget. Voor 2026-2030 heeft het Rijk geld gereserveerd voor een vervolg op de SPUK CDOKE, maar het werkt nog aan een nieuwe regeling hiervoor. De Provincie heeft aangegeven dat gemeenten de CDOKE-middelen als structurele baat mogen opnemen in de begroting tot en met 2027. Dat doen wij dan ook. Deze situatie is vergelijkbaar met de start van de huidige Duurzaamheidsagenda. In 2025 zetten we de uitkering onder andere in voor het opstellen van een warmteprogramma. Iedere gemeente moet uiterlijk in 2026 zo’n programma (voorheen Transitievisie Warmte) opstellen. Wij starten hier in 2025 mee. Cyclus heeft een bedrijfsplan opgesteld voor een demontagebedrijf voor grof huishoudelijk afval. Het grof huishoudelijk afval wordt in zo’n bedrijf door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt gesorteerd en gedemonteerd (circulaire ambitie, minder verwerkingskosten restafval én inzet op re-integratie).
Dit wordt vervolgens afgezet naar bij voorkeur regionale verwerkers die het gereed maken voor hergebruik of recycling. Er heeft een eerste verkenning plaatsgevonden naar de mogelijkheden. Cyclus draagt de kosten voor de verkenning. Er volgt nog definitieve besluitvorming, maar Cyclus heeft bij haar aandeelhouders aandacht gevraagd voor een mogelijk verlies in de eerste jaren. Het overgrote deel van de dekking komt uit de besparing op verwerkingskosten voor verbranding, inclusief verbrandingsbelasting. Gezond in 2050 In het bestuursakkoord staat dat wij ons inzetten voor een aanpak om de gezondste gemeente van Nederland te worden. Dit is geen intentie om een wedstrijd met andere gemeenten aan te gaan, maar een ambitie om bij alle beleidsterreinen te beoordelen wat de gezondheidseffecten zijn van de keuzes die worden gemaakt. Het streven naar een gezonde gemeente in plaats van gezondste is feitelijk een betere woordkeuze. Wij bevorderen de gezondheid van de Krimpense inwoners door extra inzet en maatregelen. Hierbij maken we gebruik gemaakt worden van de specifieke GALA* -middelen. Om tot een samenhangende aanpak te komen investeren we in 2024 en 2025 in een brede aanpak op gezondheid. Een projectleider draagt zorg voor de verbinding, overzicht en bewaking van het proces. Deze projectleider zetten wij 2 jaar in.
Vanaf 2026 moet het proces/project ingebed zijn in de reguliere werkzaamheden.
Veerkrachtige buurten Krimpen heeft een dorps karakter. Grootstedelijke problematiek is vanwege de ligging in regio Rijnmond echter zeker niet onbekend. Voordeel van de Krimpense structuur is dat er wel sprake is van spreiding van problematiek en dat er geen grote concentraties van achterstandswijken zijn zoals in de grote steden. Om de samenleving van Krimpen te versterken zetten we in op veerkrachtige buurten. Wijken, of beter gezegd buurten ondersteunen wij om veerkracht te behouden. Het meldpunt Zorg en Veiligheid draait nu bijna een jaar. Met succes, inwoners en professionals weten ons goed te vinden. En na 4,5 jaar werken aan de lokale samenwerking Zorg en Veiligheid is de formalisering van de Zorg- en Veiligheidskamer nu echt in zicht. De Politie en Veilig Thuis wachten nog op een landelijk standpunt, maar alle 23(!) andere partners zijn akkoord met de documenten. Daarnaast zijn er een aantal justitiepartners die (nog) niet meedoen vanwege landelijke richtlijnen maar wel aangehaakt willen blijven. We verbinden hiermee de domeinen zorg, welzijn, sociaal, onderwijs, wonen, veiligheid en justitie. Volkshuisvesting De huidige crisis op de woningmarkt doet zich ook in onze gemeente gelden: jongeren vinden moeilijk een (bereikbare) woning, de slaagkans is laag.
De vergrijzing brengt veel vraag naar levensloopbestendige/toegankelijke woningen en woonvormen met zich mee, en de doorstroming op de woningmarkt hapert. Volkshuisvesting staat in het middelpunt van de belangstelling. Meer en meer doelgroepen kunnen onze steun goed gebruiken. Om die steun gericht te kunnen aanbieden wilden we de komende jaren een aantal onderzoeken uitvoeren: • Onderzoek doorstroming op de woningmarkt • Onderzoek vergroten van de slaagkansen van diverse doelgroepen • Onderzoek hoe/waar realiseren innovatieve (geclusterde) woonvormen Tot nu waren die onderzoeken over diverse jaren gespreid, waarvoor in de begroting steeds per jaar een bedrag stond opgenomen. Vanaf 2026 wordt het opstellen van een Volkshuisvestingsprogramma verplicht op grond van de Wet Versterken Regie Volkshuisvesting die in voorbereiding is. Het opstellen van zo’n programma brengt met zich mee dat de inzichten die uit de te verrichten onderzoeken voortvloeien bekend moeten zijn op het moment dat het volkshuisvestingsprogramma wordt opgesteld. Daarom willen we de drie onderzoeken versneld in 2025 uitvoeren. De vier tot nu toe in de begroting opgenomen jaarbudgetten willen wij samenvoegen tot een totaal bedrag van €107.000 in 2025.
Organisatie en bedrijfsvoering De afgelopen jaren zijn er extra middelen in begroting opgenomen voor uitbreiding van de formatie, functiewaardering, raadscommunicatie en privacy. Het traject van functiewaardering ronden wij nog dit jaar af. De middelen voor de overige onderwerpen zijn inmiddels ingezet. Verder hebben wij voor dit jaar een aantal (vervangings)investeringen in ons raadhuis in voorbereiding genomen, die grotendeels in dit jaar gerealiseerd worden. *Gezond en Actief Leven Akkoord
6. Aanpak 'financieel ravijn' Aanpak 'financieel ravijn' In dit hoofdstuk willen wij een voorstel doen voor een route die ertoe leidt dat we in 2025 keuzes kunnen maken en beslissingen kunnen nemen om toe te werken naar een structureel evenwicht op langere termijn. Zoals eerder aangegeven is onze financiële uitgangspositie goed. Wij verwachten dat we dit najaar – zo nodig met beperkte inzet van incidentele middelen – voor het jaar 2025 een sluitende begroting kunnen aanbieden. Eerder hebben we al uitgesproken dat we de begroting voor het jaar 2026 met incidentele middelen sluitend willen maken. In aanvulling daarop zouden we – conform de gebruikelijke regels van de toezichthouder – volgend jaar een meerjarenraming 2027-2029 willen aanbieden waarvan in ieder geval het laatste jaar structureel 2029 sluitend is. Voor de jaren 2026-2028 gaan wij op zoek naar dekkingsmaatregelen ter grootte van: • 20 à 30 procent van het geraamde tekort in 2026 (nu geraamd op €4,8 miljoen); • 40 à 60 procent van het geraamde tekort in 2027 (nu geraamd op €5,7 miljoen); • 60 à 80 procent van het geraamde tekort in 2028 (nu geraamd op €6,3 miljoen). Wij hebben daarbij de volgende aanpak voor ogen*.
Na de afsluitende ‘Dag van Krimpen aan den IJssel’ verzamelen we alle informatie en leggen die aan uw raad voor. Dat zou in eerste instantie wellicht in een conferentie-achtige sfeer kunnen. Tijdens die conferentie of in een reguliere raads- of commissievergadering bespreken we ook hoe we al deze informatie kunnen en willen gebruiken in het opstellen van de Kadernota 2026-2029 en hoe we het (raads)debat daarover willen organiseren. Wellicht kunnen we ons ook hier door de gemeente Veenendaal laten inspireren? Wij vragen u in dit verband dan ook om eens kennis te nemen van de ‘Vergadering Inspraak raadscommissie Kadernota’ die inmiddels op 5 juni in Veenendaal heeft plaatsgevonden* . Tenslotte In dit verband willen wij uw raad tenslotte nog wijzen op (tenminste) drie trajecten waarin wij dit en komend jaar in gesprek gaan met de Krimpense samenleving. Nieuw Beleidsplan Sociaal Domein We zijn gestart zijn met het proces om te komen tot een nieuw Beleidsplan Sociaal Domein. In maart 2024 hebben we uw raad hierover geïnformeerd. We werken eerst aan een visiedocument. Dit document moet leidend en richtinggevend zijn voor de invulling van het maatschappelijk domein in brede zin. Het gaat hierbij niet alleen om zaken die onder de Jeugdwet en de Wmo vallen.
Maar ook om gezondheid, onderwijs, werk en inkomen, bestaanszekerheid en dergelijke en de raakvlakken met andere terreinen zoals sport, cultuur, veiligheid en het fysieke domein. We staan voor forse maatschappelijke uitdagingen. Met de maatschappelijke partners zijn we in gesprek over de visie en de ambities voor de komende jaren. Op grond van de ervaringen van de afgelopen jaren, de maatschappelijke uitdagingen en de input van de maatschappelijke partners schrijven we een eerste document, waarin we de visie en ambities verwoorden. In het najaar willen we met de inwoners het gesprek hier over voeren. Dit deel van het participatietraject willen we gelijk op laten lopen met onder andere het participatietraject rondom de omgevingsvisie.
Voor beide visies is het nodig om van de inwoners te horen hoe we de toekomst van Krimpen aan den IJssel voor ons zien. Als we naar het Sociaal Domein kijken gaat het om vragen als “Wat voor een gemeente willen we zijn als het gaat om gezondheid en zorgen voor elkaar. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen mee kan blijven doen en grip houdt op eigen leven? Wat mogen inwoners van de gemeente verwachten, en wat mogen we van inwoners zelf verwachten?" De komende jaren zullen we de ambities nader uitwerken op basis van het visiedocument. Omgevingsvisie Eind februari hebben wij uw raad geïnformeerd over drie majeure projecten die wij dit jaar opstarten met de inwerkingtreding van de Omgevingswet als aanleiding: • Omgevingsvisie • Participatiebeleid • Transitiepad naar definitief Omgevingsplan Met name het opstellen van de Omgevingsvisie is belangrijk, omdat in de Omgevingsvisie verschillende strategische keuzes kunnen en moeten worden gemaakt. Want de ruimte in Krimpen aan den IJssel is schaars, maar de opgaven zijn groot. Denk hierbij aan het vernieuwen van maatschappelijke voorzieningen, het bouwen van voldoende (betaalbare) woningen, een gezonde leefomgeving, wel of niet bouwen in het groen, energietransitie, klimaatadaptatie, de mate van faciliteren van autobezit en de concentratie van economische bedrijvigheid.
Deze dilemma’s moeten wij in samenhang zien en vragen hun afweging in een nieuwe visie op Krimpen aan den IJssel. Een gesprek-/informatieavond met de gemeenteraad over het opstellen van de omgevingsvisie is een van de eerste stappen die we zetten, nadat wij een stedenbouwkundig bureau hebben geselecteerd. Daarmee geven wij invulling aan de wens van uw raad om ook in dit proces vroegtijdig richting te geven aan de inhoud en de vervolgstappen. Fonds ‘Krimpen ontmoet!’ In de begroting van 2023 heeft ons college het voornemen aangekondigd om een zo geheten ‘Toekomstfonds’ te vormen. Hiermee wordt aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties een financiële impuls geboden voor initiatieven die een bijdrage leveren aan een toekomstbestendig Krimpen aan den IJssel en een mooie toekomst voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Daarbij is het wel belangrijk dat initiatiefnemers zélf een grote bijdrage leveren aan het uitwerken en uitvoeren van het initiatief. Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers in Krimpen zijn actief betrokken geweest bij de opzet van het fonds. In de voorbereidingsgroep zijn vertegenwoordigers van genoemde groepen in vijf sessies bij elkaar gekomen om de dromen en behoeften voor het fonds met elkaar af te stemmen.
Met elkaar heeft deze voorbereidingsgroep de opzet van het fonds uitgewerkt binnen de kaders die door uw raad zijn vastgesteld.
De voorbereidingsgroep adviseert om met het fonds te focussen op initiatieven die ontmoeting tussen Krimpenaren tot stand brengen en stelt daarom de naam ‘Krimpen Ontmoet!’ voor. Concreet betekent de focus op ontmoeting dat initiatieven moeten bijdragen aan het creëren van (fysieke) ontmoetingsplekken of (sociale) ontmoetingsmomenten voor en tussen verschillende groepen Krimpenaren. Dit betekent ook dat het fonds geen incidentele financiering zal bieden aan bestaande initiatieven (die ontmoeting stimuleren), maar enkel initiatieven financiert die nog niet bestaan in Krimpen aan den IJssel. Daarnaast wordt vanuit het fonds alleen een bijdrage aan een initiatief verstrekt als de initiatiefnemer aangeeft dat financiering op een andere wijze niet (geheel) mogelijk is. Wij verwachten veel van dit fonds en lichten dat graag toe aan de hand van het concept van de ‘sociale basis’.
De formele component (de algemene, preventieve en ondersteunende sociale basis in de figuur hier boven) kan de komende jaren, zoals we hiervoor hebben aangegeven, onder druk komen te staan. Toename van vergrijzing en jeugdproblematiek en de vraag naar specialistische en crisishulp die dat met zich meebrengt, versus onzekere financiering door het rijk betekenen een grote uitdaging en kunnen ten koste gaan van de sociale basis en daarmee onze doelstellingen van ’inclusie’ en ‘meedoen’ in gevaar brengen. Door de instelling van het Fonds ‘Krimpen ontmoet!’ hopen wij de informele sociale basis te versterken. Dat is altijd goed, maar hard nodig in een tijd dat de formele sociale basis mogelijk onder druk komt te staan. *Wij hebben ons daarbij laten inspireren door het traject dat de gemeente Veenendaal dit voorjaar heeft doorlopen. Wij hebben daarvoor kennis genomen van
https://www.veenendaal.nl/nieuws/minder-geld-voor-de-toekomst-van-veenendaal en van https://toekomst.veenendaal.nl/. Ook hebben we een bestuurlijk gesprek gevoerd met de wethouder financiën en de gemeentesecretaris van Veenendaal. *Zie: https://veenendaal.notubiz.nl/vergadering/1221519/Inspraak%20raadscommissie%20Kader nota%2005-06-2024?person_id=191063