CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Kadernota 2025

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 202512.086 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2025

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave ..........................................................................................................................3 Voorwoord .................................................................................................................................3 1. Financiële ontwikkeling .........................................................................................................6 1.1 Inleiding ............................................................................................................................6 1.2 Financiering van gemeenten ............................................................................................7 1.3 Financiële positie .............................................................................................................8 1.4 Financieel meerjarenbeeld...............................................................................................9 1.4.1. Dekking .....................................................................................................................9 1.4.2. Nieuw beleid en intensiveringen ............................................................................10 1.4.3.

Conclusie financieel beeld ......................................................................................11 1.5 Bestemming saldo jaarrekening 2023 ............................................................................15 2. Kapitaalgoederen - vastgoed en openbare ruimte ..............................................................16 2.1 Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport....................................................18 2.2 Strategisch huisvestingsplan ..........................................................................................18 2.3 Meerjarenplanning Openbare Ruimte (inclusief speelvoorzieningen) ..........................21 3. Sociaal domein .....................................................................................................................26 3.1 Ontwikkelingen ..............................................................................................................26 3.2 Preventie ........................................................................................................................29 3.3 Basishulp ........................................................................................................................30 3.4 Individuele hulp..............................................................................................................31 4.

Ontwikkeling lokale lasten ...................................................................................................33 5. Andere speerpunten voor 2025 ...........................................................................................34 6. Aanpak 'financieel ravijn' .....................................................................................................37

Voorwoord Voorwoord Wij hebben deze Kadernota opgesteld in een onzekere tijd. Vanaf 2026 dreigt het financiële beeld voor onze gemeente immers volledig om te keren. Waar we in de jaren 2021 tot en met 2023 grote financiële overschotten hebben gerealiseerd, verwachten wij vanaf 2026 grote kortingen op de algemene uitkering (beter bekend als het “ravijn”). Helaas betekent dit dat ook onze gemeente zich moet voorbereiden op bezuinigingen. En dat terwijl wij in 2022 onze bestuursperiode nog zijn gestart met een begroting 2023

waarin wij veel van de voornemens uit het Bestuursakkoord 2022-2026 hebben kunnen opnemen. Ook vorig jaar hebben wij: • een sluitende begroting 2024 aangeboden • met daarin veel van het in de Kadernota 2024 gepresenteerde nieuwe beleid • en binnen de kaders van de Nota lokale heffingen. En voor het jaar 2025 laat de meerjarenraming 2025-2027 eveneens een structureel evenwicht zien. Tegelijkertijd hebben we vorig jaar met elkaar geconstateerd dat de situatie vanaf 2026 nog steeds onduidelijk en zorgelijk is. Wij blijven er voor kiezen om het tekort in 2026 en verder in de meerjarenraming te laten zien, omdat we – nog steeds – van mening zijn dat primair het Rijk verantwoordelijk is voor een oplossing. En dan met name voor de groei van de kosten voor jeugdzorg en Wmo. Dat sluit ook aan bij het advies van de VNG om de begroting voor 2025 sluitend te maken en voor de jaren erna een begroting op te stellen ‘waarin wordt uitgegaan van het benodigde voorzieningenniveau op basis van uw eigen afwegingen’. De VNG merkt daarbij op: ‘Deze reële begroting zal mogelijk tekorten laten zien.’ En dat is voor onze gemeente inderdaad het geval. Wanneer wij ons beleid ongewijzigd voortzetten, dan is dit het financiële beeld:

Het is een beeld dat het noodzakelijk maakt om ook voor 2025 al op zoek te gaan naar dekkingsmaatregelen (‘laaghangend fruit’). Zeker nu er ook een noodzaak is om een (beperkt) aantal voorstellen voor nieuwe investeringen, intensiveringen of nieuw beleid in overweging te nemen. Op beide thema’s komen we in de loop van deze Kadernota natuurlijk terug. In de Kadernota 2024 hebben wij voorgesteld om uit het rekeningsaldo van 2022 een bedrag van €5 miljoen te reserveren voor het opvangen van de eerste klap* . Dat zal nodig zijn voor het overbruggen van 2026, maar kan wellicht ook dienen om in de jaren daarna de ingroei van bezuinigingen te kunnen faseren. Verder hebben wij in de begroting 2024 aangekondigd dat wij in de Kadernota 2025 een voorstel doen voor een verdere aanpak van het ‘financiële ravijn’. Dat voorstel treft u hierna dan ook aan. *Door het aangenomen amendement ‘Reserve Hart van Krimpen’ is dat €4 miljoen geworden.

Besluitvorming gemeenteraad Uw raad heeft – door middel van een amendement – de programmabegroting 2024 gewijzigd vastgesteld, namelijk met dien verstande dat de uitvoering van een aantal specifiek benoemde onderwerpen pas door ons college ter hand kan worden genomen, nadat daar afzonderlijk bij besluit van uw raad akkoord voor gegeven is. Gedurende dit begrotingsjaar geven wij daar uitvoering aan. En in een motie heeft uw gemeenteraad aan ons college gevraagd om in het eerste kwartaal van 2024 overleg te voeren over het financiële beleid ter voorbereiding op het voorspelde financiële ‘ravijn’ vanaf 2026 en verder. Daar is in april en mei vorm en inhoud aan gegeven in 2 (besloten) bijeenkomsten waarin ambtelijk vooral veel informatie is verstrekt. Wij hebben deze informatie gebruikt als ‘onderlegger’ voor deze Kadernota 2025. Overigens heeft uw raad in 2023 ook diverse moties aangenomen waarin ons college juist wordt opgeroepen om met voorstellen te komen voor intensivering of vernieuwing van beleid, bijvoorbeeld op het gebied van groenbeheer en speelplaatsen. Leeswijzer Deze Kadernota heeft mede daarom een andere opzet.

In de (financiële) inleiding schetsen we: • de ontwikkeling van de financiering van gemeenten • de financiële positie van Krimpen aan den IJssel • het financiële meerjarenbeeld • het kader voor 2025 (structureel evenwicht) en de aanpak vanaf 2026 • de mogelijke bestemming van het rekeningsaldo 2023 in een aantal hoofdstukken geven wij vervolgens inzicht in de belangrijkste ‘knoppen’ in onze begroting: de programma’s, beleidsthema’s of paragrafen waarin veel geld om gaat. • De kapitaalgoederen (maatschappelijk) vastgoed en openbare ruimte • Het sociaal domein • Het lokale lastenniveau Deze Kadernota is verder ‘arm aan nieuw beleid’. Enerzijds omdat wij veel van de ambities uit het Bestuursakkoord al in uitvoering hebben gebracht of in voorbereiding hebben genomen. In de jaren 2025 en 2026 willen wij vooral de spreekwoordelijke ‘puntjes op de i zetten’. Anderzijds omdat uw raad tijdens de sessies in april en mei heeft gevraagd om terughoudend te zijn met voorstellen voor nieuw beleid of nieuwe activiteiten. In het slothoofdstuk presenteren wij onze aanpak voor het ‘financieel ravijn’. In die aanpak willen wij nadrukkelijk de vraag centraal stellen welk type gemeente we als Krimpen aan den IJssel willen en (financieel) ook kúnnen zijn. Wat waarderen mensen in Krimpen aan den IJssel? Wat bepaalt hun welzijn? Die vragen

willen we graag beantwoorden in samenspraak met uw raad én met de Krimpense samenleving.

1. Financiële ontwikkeling 1.1 Inleiding Inleiding Deze kadernota is opgesteld met moeilijke financiële omstandigheden voor onze gemeente op komst, als gevolg van de dreiging van grote kortingen op de algemene uitkering (beter bekend als het “ravijn”). Dit zorgt ervoor dat vanaf het financiële beeld volledig omkeert. Helaas betekent dit dat ook onze gemeente zich moet voorbereiden op bezuinigingen. In het verleden is Krimpen aan den IJssel erin geslaagd om, ook in financieel uitdagende tijden, het voorzieningenniveau in stand te houden. Dat hebben wij vooral kunnen doen door scherp te begroten en geen voorbarige onomkeerbare bezuinigingsbesluiten te nemen. De afgelopen jaren ontstond er zelfs financiële ruimte om te investeren en nieuw beleid toe te voegen. Gebruikmakend van die ruimte hebben wij een groot deel van de ambities uit ons bestuursakkoord kunnen vormgeven. Bovendien werden drie jaren op rij afgesloten met positieve rekeningsaldi. Daar komt nu dus verandering in. Met het ravijn op komst constateren we dat de gemeentelijke financiën sterk worden beïnvloed door externe factoren, waaronder niet in de laatste plaats de financiering die wij van het Rijk ontvangen. Op dit moment is nog niet bekend waar de vertaling van het hoofdlijnenakkoord in de Rijksbegroting 2025 toe leidt en wat dat voor gemeenten betekent.

De eerste indrukken zijn dat we daar in financiële zin niet teveel van moeten verwachten. Aan de andere kant staan we voor grote (investerings)opgaven en is de ruimte om de begrotingsuitkomsten te verbeteren beperkt, omdat verreweg de meeste uitgaven nodig zijn voor de uitvoering van taken.

In het financiële deel van deze kadernota gaan wij achtereenvolgens in op: • De ontwikkeling van de financiering van gemeenten • De financiële positie van Krimpen aan den IJssel • Het financiële meerjarenbeeld • Bestemming van het rekeningsaldo 2023 • Nieuw beleid en intensiveringen

1.2 Financiering van gemeenten Financiering van gemeenten Bij de start van het kabinet Rutte IV, eind 2021, werd in het regeerakkoord een sterk oplopend uitgavenpatroon gepresenteerd. Dit betekende voor gemeenten eveneens een groei van de algemene uitkering (trap-op-trap-af) en dus meer besteedbare middelen. Dat was ook hard nodig, want veel gemeenten liepen in de jaren daarvoor tegen tekorten aan in de uitvoering van hun (medebewinds)taken. De gepresenteerde verwachtingen bevatten echter ook een winstwaarschuwing: vanaf 2026 krijgen gemeenten (veel) minder algemene uitkering. Deze korting bedroeg in totaal €3,3 miljard. Al snel werd dit bekend als het “ravijn”. Sinds het ontstaan van dit ravijn is veel gesproken over en onderzoek gedaan naar de financiering van gemeenten. De uitkomsten hebben slechts gedeeltelijk verbetering in het financiële vooruitzicht gebracht. De toevoeging van een structureel bedrag (€ 924 miljoen) aan het gemeentefonds en het afschaffen van de opschalingskorting (€ 675 miljoen) in de laatste voorjaarsnota bieden enige, maar volstrekt onvoldoende, verlichting. Een verruiming van het lokaal belastinggebied is voorlopig van de baan en de nieuwe accressystematiek op basis van het BBP is op onderdelen ontoereikend voor de kostenontwikkelingen waar gemeenten mee te maken hebben.

Wat overblijft is een forse terugval van de algemene uitkering vanaf 2026, terwijl de uitdagingen voor gemeenten zich opstapelen. Ook van een nieuw kabinet moet gezien het hoofdlijnenakkoord en de tekorten op de Rijksbegroting niet teveel worden verwacht. Het zal voor een groot deel aan gemeenten zelf zijn om de financiën weer op orde te krijgen. Wij doen daarom in deze kadernota voorstellen voor het proces om op termijn weer tot een sluitende begroting te komen. In de tussenliggende jaren kunnen reservemiddelen helpen om (bezuinigings)maatregelen te laten ingroeien. Voor alle duidelijkheid: onze inspanningen om de financiën op orde te brengen staan los van het uitgangspunt dat het Rijk voor voldoende financiering moet zorgen voor de taken die zij aan gemeenten oplegt. De VNG voert daarover namens gemeenten gesprekken met het nieuwe kabinet. Het ingroeipad van de maatregelen die wij lokaal treffen moet voldoende flexibel zijn om in te kunnen spelen op de (positieve of negatieve) effecten van het regeringsbeleid met betrekking tot gemeentefinanciën.

1.3 Financiële positie Financiële positie De afgelopen jaren is de financiële positie van Krimpen aan den IJssel verstevigd, door groei van de reserves, een gunstige schuldpositie en beperkte risico’s. De rekeningoverschotten van de afgelopen drie jaren hebben daar een belangrijke bijdrage aan geleverd, evenals de verkoop van de Eneco aandelen. De financiële positie laat zich goed uitdrukken in kengetallen.

Uit deze kengetallen blijkt dat Krimpen aan den IJssel er financieel gezond voor staat. Hier kan nog aan worden toegevoegd dat de ratio weerstandsvermogen 4,55 bedraagt. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit 4,5 maal de omvang van de gewogen risico’s bedraagt. De enige dissonant in het positieve beeld is de hoge lokale lastendruk, waardoor lastenverhoging als dekkingsmiddel slechts beperkt inzetbaar is. Kanttekening is nog dat, afgezien van de gevolgen die het ravijn heeft, de netto schuldquote de komende jaren (stevig) oploopt omdat nieuwe leningen moeten worden afgesloten. Reserves De gemeente beschikt over verschillende typen reserves: algemene reserves, bestemmingsreserves, kapitaallastenreserves en egalisatiereserves. De algemene reserves hebben vooral een bufferfunctie en kunnen daarnaast, indien gewenst, worden ingezet. Dat beïnvloedt echter wel het weerstandsvermogen. Onderdeel van de algemene reserves is de reserve Begrotingstekorten die vorig jaar is gevormd voor het opvangen van tekorten vanaf 2026. De bestemmingsreserves hebben een door de raad bepaald specifiek doel. Zij zijn daardoor niet meer voor andere doelen in te zetten. Hieronder vallen ook kapitaallastenreserves, die worden ingezet voor de structurele dekking van afschrijvingslasten.

De egalisatiereserves tenslotte hebben als doel om ongewenste fluctuaties in onderdelen van de begroting op te vangen en worden alleen daarvoor ingezet.

Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat over 2023. Dit resultaat bedraagt na besluitvorming over de jaarrekening 2023 nog € 5,5 miljoen. Het totaal van de reserves loopt in 2024 terug, maar is nog exclusief het resultaat over 2023. In deze kadernota doen wij u een voorstel voor de bestemming van dit bedrag, in samenhang met de reservepositie en de opgaven voor de lange termijn.

1.4 Financieel meerjarenbeeld 1.4.1. Dekking Dekking Vooruitlopend op de bezuinigingsaanpak voor het ravijn hebben wij in deze kadernota al een aantal dekkingsmaatregelen opgenomen die het saldo verbeteren:

Als dekkingsmaatregelen zijn al meegenomen de verlaging van de bijdrage aan de kinderboerderij door maatregelen van Promen en een verlaging van het budget voor armoederegelingen vanwege onderbesteding. Daarnaast maken we gebruik van de mogelijkheid om de kosten van medewerkers duurzaamheid te dekken uit de specifieke uitkering CDOKE. Daardoor blijft wel minder

besteedbaar budget over voor duurzaamheid. Vooruitlopend op de nota vaste activa die u in het najaar krijgt aangeboden starten wij met het toerekenen van ambtelijke uren aan investeringen. Deze toerekening is conform de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording en leidt ertoe dat uren worden geactiveerd en afgeschreven, waardoor de programmabegroting wordt ontlast. Aan de andere kant betekent dit dat bij de kredieten voor investeringen rekening gehouden moet worden met deze kosten. 1.4.2. Nieuw beleid en intensiveringen Nieuw beleid en intensiveringen De kadernota is het moment om een integrale afweging te maken over de toevoeging van nieuw beleid en de intensivering van bestaand beleid. Daarom wordt in de kadernota altijd een overzicht van onderwerpen gepresenteerd waarvoor extra middelen nodig zijn. Bij de behandeling van de begroting 2024 heeft uw raad een amendement aangenomen omdat er meer behoefte was aan informatie en toelichting bij de voorstellen. Daarbij werden ook de gevraagde bedragen voor (vervangings)investeringen betrokken. In deze kadernota presenteren wij, vanwege de financiële vooruitzichten, geen nieuwe plannen die extra beslag op structurele middelen leggen. Wel is in een aantal gevallen incidenteel meer budget nodig of worden extra middelen gevraagd voor bestaand beleid, bijvoorbeeld in de vorm van vervangingsinvesteringen.

Wij kijken daarbij op de volgende wijze naar nieuw beleid en intensiveringen. In de kadernota en begroting wordt altijd gesproken over “nieuw beleid en intensiveringen”. Met de term intensiveringen wordt aangegeven dat vaak sprake is van extra middelen zonder dat sprake is van een nieuw taak. Wij maken dat nu meer expliciet door de volgende onderverdeling te hanteren:

In deze kadernota zijn de volgende onderwerpen opgenomen. De toelichting vindt u bij de inhoudelijke teksten.

1.4.3. Conclusie financieel beeld Conclusie financieel beeld De actualisatie van budgetten, financiële ontwikkelingen, dekkingsmaatregelen en de voorstellen voor nieuw beleid en intensiveringen tellen op tot het volgende financiële meerjarenbeeld:

Op basis van deze kadernota, met de kennis van nu, is het begrotingsjaar 2025 sluitend. De tekorten vanaf 2026 vragen om een integrale aanpak, die wij in deze kadernota presenteren. Voor de begroting 2025 richten wij ons erop om 2025 structureel in evenwicht te brengen. Wij houden daarbij rekening met de mogelijkheid om het begrotingsjaar indien nodig incidenteel sluitend te maken met een bijdrage uit de reserves. De onverwachte eenmalige verrekening in 2025 van het opschalingskortingsbedrag via de meicirculaire (voor Krimpen aan den IJssel € 1 miljoen) mag op deze wijze gecompenseerd worden. Zoals u kunt zien in de tabel lijkt het op dit moment niet noodzakelijk deze dekkingsoptie in te zetten. De toezichthouder zal de begroting primair op structureel evenwicht in 2025 beoordelen. Omdat de cijfers zeer beperkt incidentele baten bevatten, maar wel een incidentele reservestorting voor investeringen in de openbare ruimte, is het structureel evenwicht positiever dan de getoonde uitkomsten. Financieel meerjarenbeeld Het vertrekpunt voor de cijfers in deze kadernota is de stand van de (meerjaren)begroting zoals opgenomen in de begrotingswijziging van juni. Voor het jaar 2025 is daarin nog een klein voordelig saldo in gepresenteerd. Vanaf 2026 zijn er forse tekorten te verwachten. In deze kadernota zijn alle budgetten geactualiseerd, nieuwe indexeringen toegepast en is

bovendien de meicirculaire van het gemeentefonds verwerkt.

We geven u een korte toelichting op de onderwerpen die het meest van invloed zijn op de ontwikkeling van het saldo. Gemeenschappelijke regelingen De bijstelling is vooral het gevolg van de indexering die voor 2025 6,8% bedraagt (inclusief nacalculatie). Bij enkele GR-en is sprake van extra kostenstijgingen, waaronder de GR Jeugdhulp. De opgenomen bedragen zijn gebaseerd op de begrotingen van de GR-en. Overigens hebben wij recent alle gemeenschappelijke regelingen verzocht om de beschikbare middelen voor 2025 en verder nog efficiënter en effectiever in te zetten. Ook hebben we gevraagd om te anticiperen op de ontwikkelingen, terughoudend te zijn in de uitgaven en slimme en effectieve beleidskeuzes te maken die recht doen aan de financiële vooruitzichten. Lokale heffingen Ten opzichte van de ramingen in de lopende begroting is sprake van nadelen op de exploitatie van riool, afval en lijkbezorging. Dit heeft voor een groot deel te maken met het bijstellen van de indexen, waarvan het voordeel in de regel indexering is meegenomen. Als gevolg hiervan worden de inkomsten eveneens meerjarig verlaagd, wat een nadeel voor de begroting betekent. Voor lijkbezorging constateren we dat de baten achterblijven bij de ramingen. Dat komt vooral door lagere aantallen begrafenissen en verlengingen. Bovendien nemen de kosten vanaf 2024 sterk toe vanwege het nieuwe groencontract.

In deze kadernota houden we vooralsnog rekening met een dekkingspercentage dat gelijk is

aan de bovenkant van de bandbreedte uit de Nota lokale heffingen* (80%). De komende maanden wordt onderzocht op welke wijze de dekking op dit onderdeel verbeterd kan worden, zonder buitenproportionele tariefstijgingen. Participatiebudget De GR IJsselgemeenten heeft een meerjarenbegroting 2025-2028 voor het participatiebudget opgesteld. Hierin is een stijging van de kosten te zien die voornamelijk wordt veroorzaakt door de toename van de complexere doelgroep. De uitgaven voor het participatiebudget nemen toe door de omvang van het aantal mensen met een arbeidsbeperking binnen de Participatiewet. Bovendien heeft het huidige klantenbestand doorgaans een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, wat leidt tot een grotere behoefte aan begeleiding. Deze groep heeft recht op ondersteuning en begeleiding bij het vinden en houden van een passende werkplek. Herrekening kapitaallasten en voorziening onderhoud kapitaalgoederen Zoals ieder jaar zijn de kapitaallasten en de stortingen in de voorziening onderhoud kapitaalgoederen (OK) opnieuw berekend op basis van de balans per 1 januari 2024. Door het later gereed komen van een aantal investeringen daalt de omvang van de kapitaallasten. Dit is een jaarlijks terugkerend beeld, omdat in de praktijk planningen niet altijd gerealiseerd kunnen worden.

Vrijval kapitaallasten reserveren De komende jaren is een aantal investeringen aan het einde van de afschrijvingstermijn, terwijl vervanging nog niet direct aan de orde is. Om te voorkomen dat de begrotingsruimte die nodig is voor vervangingen verdwijnt, laten we deze bedragen niet vrijvallen in het saldo. Er volgt nog een voorstel voor de besteding van deze begrotingsruimte voor de periode tot vervanging. Financieringslasten nieuwe leningen De komende jaren heeft Krimpen aan den IJssel een grote investeringsopgave. Dit betreft vooral uitvoering van het beheerplan openbare ruimte, het IHP onderwijs en binnensport en diverse (vervangings)investeringen. Om deze uitgaven te kunnen financieren zijn liquide middelen nodig. De liquiditeitsprognose geeft aan dat naast de reeds eerder opgenomen lasten van een lening in 2025, ook leningen nodig zijn in de jaren daarna. In totaal gaat het in de periode 2025-2028 om circa € 100 miljoen. In de cijfers van deze kadernota is rekening gehouden met een rente van 3%. Dat is lager dat de actuele percentages en gaat dus uit van een rentedaling. Wij nemen hiervoor bij de begroting indien nodig ook een risico op. Indexering In bijlage 1 zijn de (technische) uitgangspunten opgenomen waarmee in deze kadernota is gerekend, waaronder de indexeringstabel.

De indexeringspercentages in deze kadernota zijn afgeleid van het Centraal Economisch Plan 2024 (CEP). Omdat de actuele verwachtingen voor loon- en prijsontwikkeling uit het CEP2024 lager zijn dan in de vorige meerjarenraming betekent dit een meerjarig voordeel. Het CEP2024 wordt ook gebruikt door het Rijk bij het

opstellen van de meicirculaire. Wij hanteren dus dezelfde uitgangspunten voor loon- en prijsontwikkeling die van invloed zijn op de ontwikkeling van de algemene uitkering. Uitzondering hierop is het toegepaste indexeringspercentage voor de zorgkosten in het sociaal domein. Uitgangspunt hierbij is, volgens de contracten met de zorgaanbieders, de OVA-index. Gemeentefonds (meicirculaire) In de meicirculaire is de voorjaarsnota van het demissionaire kabinet Rutte IV verwerkt. De effecten voor Krimpen aan den IJssel zijn als volgt:

Voor het meerjarenbeeld levert dit in ieder geval op dat de opschalingskorting definitief wordt afgeschaft (vanaf 2026). Dat is verwerkt in de regel “Accres en uitkeringsbasis” Voor Krimpen aan den IJssel is dat een voordeel van circa € 1 miljoen. Daar staat tegenover dat in 2025 eenmalig een korting ter hoogte van dit bedrag wordt toegepast. De ontwikkeling in de regel “Maatstaven en hoeveelheidsverschillen” heeft vooral betrekking op de lokale prognoses die worden gebruikt bij het doorrekening van meerjarige effecten. Daaronder zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van de WOZ-waarden, aantallen huishoudens met laag inkomen en inwoners. Omdat de lokale ontwikkeling af kan wijken van de landelijke prognose stijgen of dalen de verwachte bedragen. Vanwege de aangepaste berekeningsmethode voor huishoudens met laag inkomen, wordt landelijk geadviseerd rekening te houden met een risico. Het demissionaire kabinet heeft de beoogde extra besparing op jeugd in 2025 geschrapt. Naast het voordeel van € 800.000 op de algemene uitkering betekent dit dat de opgenomen stelpost van € 200.000 voor te realiseren besparingen ook wordt geschrapt. Per saldo is het effect daarom € 600.000. De rijksmiddelen voor de Participatiewet worden uitgekeerd als Integratie Uitkering met een eigen indexering.

Omdat die indexering niet meeloopt in de loon- en prijscompensatie van de Algemene Uitkering levert deze een apart (voordelig) effect op. In de voorjaarnota van het kabinet is ook nog melding gemaakt van een reservering voor compensatie van oplopende Wmo kosten. Die is echter nog niet toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor de goede orde: in de cijfers zijn nog geen effecten van het hoofdlijnenakkoord uit de

formatie opgenomen. Op basis van dat document mag onder meer worden verwacht dat de extra besparing op jeugd structureel wordt geschrapt en dat de specifieke uitkeringen (met een korting) naar de algemene uitkeringen worden overgeheveld. Het effect van het gemeentefonds op het saldo van 2028 is overigens groter dan dat van de meicirculaire omdat de ontwikkeling van de algemene uitkering voor dat jaar voor het eerst wordt toegevoegd aan de meerjarenreeks. * In de Nota lokale heffingen is de bandbreedte voor lijkbezorgingsrechten op 70-80 procent bepaald.

1.5 Bestemming saldo jaarrekening 2023 Bestemming saldo jaarrekening 2023 De jaarrekening 2023 werd afgesloten met een saldo inclusief reservemutaties van € 6.685.115. Daarvan hebben wij u al bij het vaststellen van de jaarstukken voorgesteld een deel te bestemmen op basis van eerdere informatie. Het resterende, nog te bestemmen, saldo bedrag € 5.517.322. In de komende jaren zien wij twee grote financiële uitdagingen: de tekorten op de jaarbegrotingen en de investeringsopgave om voorzieningen in stand te houden. Het saldo van 2023 willen wij vooral voor die twee onderwerpen inzetten. Het rekeningresultaat betreft eenmalige middelen die slechts in beperkte mate kunnen worden benut voor de dekking van de structurele tekorten die vanaf 2026 worden verwacht. De komende jaren willen wij toewerken naar een sluitend structureel perspectief in 2028 of 2029. Dit betekent dat sprake zal zijn van een ingroeipad, waarbij in de tussenliggende jaren tekorten moeten worden gedekt. Vorig jaar is daarvoor al de reserve begrotingstekorten ingesteld waarin uit het rekeningsaldo van 2022 een storting van €4 miljoen is gedaan. Met het oog op de tekorten van de komende jaren stellen wij voor om vanuit het saldo 2023 nogmaals een bedrag van € 3 miljoen toe te voegen. Daarmee ontstaat een reserve van €7 miljoen voor het opvangen van negatieve saldi in de jaren 2026, 2027 en mogelijk 2028.

Wat betreft de investeringsopgave heeft u vorig jaar ingestemd met het vormen van kapitaallastenreserves waaruit de afschrijvingen van investeringen in maatschappelijke voorzieningen kunnen worden gedekt. Dit betekent overigens niet dat voor alle investeringen de dekking uit een reserve kan worden ingezet. Het afgelopen jaar zijn raadsbesluiten over de inzet van de reserve maatschappelijke voorzieningen genomen die betrekking hebben op DCV, MHCK, Scouting en Octaaf/Mozaïek. De reserve heeft nog een restant van € 2,6 miljoen. Op dit moment moeten nog veel belangrijke beslissingen worden genomen over (vervangings)investeringen in scholen en maatschappelijk vastgoed. Een onderbouwde inschatting van welke inzet uit deze reserve daarvoor nodig is, kan nog niet worden gegeven. Wij stellen daarom voor het resterende saldo 2023 voorlopig in de algemene reserve te storten en op een later moment voorstellen te doen over het inzetten ervan.

Wij maken daarop nog één uitzondering. In 2027 bestaat Krimpen aan den IJssel 750 jaar. Dat kunnen wij natuurlijk niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Uit het rekeningsaldo 2023 stellen wij voor een bedrag van €300.000 te reserveren voor de jubileumviering in 2027. Voor het instellen -van de bestemmingsreserve “750 jaar Krimpen aan den IJssel” is een format als bijlage bij deze kadernota gevoegd.

2. Kapitaalgoederen - vastgoed en openbare ruimte Kapitaalgoederen - vastgoed en openbare ruimte Onze gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waar inwoners wonen, werken en recreëren. Hierdoor beschikken we over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen, water en groen. De komende jaren heeft onze gemeente een ambitieuze investeringsopgave. Dit betreft vooral de uitvoering van bestaand beleid of nieuw beleid (bijvoorbeeld zwembad, DCV veld 2) waartoe al eerder is besloten. De grootte van de opgave heeft vooral te maken met drie specifieke kenmerken van onze gemeente:

De uitgangspunten voor deze investeringsopgave zijn vastgelegd in: • het Integraal Huisvestingsplan onderwijs en binnensport • het Strategisch Huisvestingsplan • de Meerjarenplanning openbare ruimte

• het Uitvoeringsprogramma speelruimte (inclusief update) De dekking voor deze investeringen is al grotendeels in de begroting en meerjarenraming opgenomen. Maar om deze uitgaven te kunnen financieren zijn liquide middelen nodig. De liquiditeitenprognose geeft aan dat naast een lening in 2025, waarvan de rentelasten al eerder in de meerjarenraming zijn opgenomen, ook leningen nodig zijn in de jaren daarna. In totaal gaat het in de periode 2025-2028 om circa €100 miljoen aan nieuwe leningen. Om de verschillende investeringsprojecten te realiseren is veel ambtelijke inzet nodig. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording moeten wij de ambtelijke uren aan de investeringen toerekenen. Vanaf de begroting 2025 gaan wij dat ook doen. Dat levert – op korte termijn – voor de begroting een voordeel op. De komende jaren zijn er ook investeringen die het einde van hun afschrijvingstermijn bereiken, terwijl vervanging vaak nog niet direct aan de orde is. Om te voorkomen dat de begrotingsruimte (die op een later moment alsnog voor vervanging nodig is) verdwijnt, laten we deze bedragen vanaf de begroting 2025 niet langer vrijvallen in het saldo. Dat levert voor de begroting een nadeel op. Jaarlijks herrekenen we in de Kadernota de kapitaallasten. In de praktijk zien we dat de meeste projecten meer tijd kosten, dan we hebben begroot. Dat betekent dan dat de afschrijving later start.

Bij het opstellen van het investeringsprogramma dat wij in de begroting 2025 zullen opnemen, gaan wij bezien of we deze ‘vertraging’ ook beter kunnen begroten. In het kader van de noodzakelijke bredere integrale afweging willen we ook bezien of we de investeringen niet over een langere periode kunnen (of moeten) ‘uitsmeren’. Dat kan in de eerste jaren van de meerjarenraming een (tijdelijk) financieel voordeel opleveren. Wij gaan de komende tijd bezien of we deze ‘vertraging’ ook beter kunnen begroten. Ook willen we bezien of we de investeringen niet over een langere periode kunnen (of moeten) ‘uitsmeren’. Dat kan in de eerste jaren van de meerjarenraming een (tijdelijk) financieel voordeel opleveren.

2.1 Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport De gemeente heeft alleen de wettelijke plicht tot de (nieuw)bouw van scholen inclusief de benodigde ruimte voor bewegingsonderwijs. De kapitaallasten die daarvan het gevolg zijn, kan de gemeente niet aan de schoolbesturen doorberekenen. Schoolbesturen zijn als juridisch eigenaar wel zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Gemeenten zijn en blijven de economisch eigenaar. Als een schoolgebouw vrij komt, heeft de gemeente de vrijheid om aan het gebouw of de locatie een nieuwe bestemming te geven. In 2019 hebben wij voor het eerst een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld. In 2023 is dat plan geactualiseerd. Het IHP 2023-2027 bevat de meerjarenplanning voor de vernieuwing van alle scholen in onze gemeente. Jaarlijks herberekenen we de daarmee verband houdende kapitaal- en financieringslasten. Wij combineren die planning met de ruimte die in onze gemeente voor kinderopvang en binnensport nodig is. Op deze terreinen is er geen sprake van een wettelijke plicht, maar kinderopvang en binnensport zijn dusdanig sterk met (bewegings)onderwijs verweven dat het meerwaarde heeft om die functies gezamenlijk te huisvesten.

We doen dat in samenspraak met alle schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, (binnen)sportverenigingen en Synerkri (als beheerder van onze binnensportaccommodaties). Zoals uw raad weet is het eerste grote IHP-project in uitvoering. De nieuwe sportzaal Populier is in de zomer van 2023 opgeleverd. De oplevering van de Groeiplaneet en de kinderopvang vindt voor de zomer van dit jaar plaats. De volgende projecten zijn inmiddels in voorbereiding: • Octaaf, Mozaïek en gymzaal UnaCorda • Groenendaal • Kompas, dislocatie en gymzaal Tuinstraat • Comenius • Koelmanschool Voor de realisatie van de projecten Comenius en Koelmanschool zijn nog geen lasten in de meerjarenraming opgenomen.

2.2 Strategisch huisvestingsplan Strategisch huisvestingsplan Recent hebben we ook voor het huisvesten van de overige maatschappelijke voorzieningen een strategisch huisvestingsplan opgesteld. In dit plan staan de uitgangspunten voor het realiseren en aanbieden van (maatschappelijk) vastgoed, voor het onderhoud en voor het huurprijs- en tarievenbeleid. Daarnaast bevat het plan de strategie voor alle objecten waar we op dit moment eigenaar

van zijn. Per object wordt aangegeven: • De ambitie (voortzetten, herontwikkelen, afstoten, toekomstafweging) • Het eigenarenbeheer (groot onderhoud, dagelijks onderhoud, duurzaamheid) • De huursituatie (ten opzichte van het huurprijs- en tarievenbeleid) Meerjarig Onderhoudsplan We beheren en onderhouden het gemeentelijk vastgoed aan de hand van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). Het bedrag dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van het groot onderhoud dat in dit MJOP is opgenomen, wordt jaarlijks gestort in de ‘voorziening onderhoud kapitaalgoederen gebouwen’. Vijf objecten die een tijdelijke of nog geen bestemming hebben, zijn niet in het MJOP opgenomen: • De Noord 102 (tijdelijke opvanglocatie) • Vicenza 3 (tijdelijke onderwijslocatie ontheemde kinderen) • Tuinstraat 43 (tijdelijke opvanglocatie) • Ouverturelaan 105 (noodgebouw in gebruik bij Jeugdnatuurwacht en Crimpen-Inn) • Tiendweg 56 (gekraakte locatie in Krimpen aan de Lek) Tijdig toekomstafwegingen maken Levensduur verlengende maatregelen (renovaties, functieverbeteringen of (ver)nieuwbouw) zijn evenmin in het MJOP opgenomen. In voorkomende gevallen moet tijdig een toekomstafweging worden gemaakt over het al dan niet voortzetten van de exploitatie van de accommodatie.

In de periode 2024-2027 zal voor de volgende objecten een toekomstafweging nodig zijn: • Vicenza 3 (onderwijslocatie ontheemde kinderen) • Tuinstraat 43 (opvanglocatie) • Van Ostadelaan 4 (zwembad) • IJsseldijk 312 (Streekmuseum) • Meerkoetstraat 81 (UMAM) Die toekomstafweging heeft óf te maken met een mogelijke functiewijziging (Vicenza, Tuinstraat) óf met relatief grote investeringen die nodig zijn om het object in stand te houden of de levensduur ervan te verlengen (zwembad, streekmuseum, UMAM). Dit jaar vraagt het zwembad al onze aandacht Recent hebben wij uw raad geïnformeerd over de noodzakelijke sluiting van het recreatiebad. De staat van het leidingwerk is zodanig dat het niet mogelijk is om op een veilige manier de voor dit jaar geplande onderhoudswerkzaamheden* uit te voeren. De conditie van de leidingen is – als gevolg van corrosie – zelfs zo zorgwekkend dat er een grote kans op een acute lekkage is. Om het reguliere programma in het doelgroepen- en wedstrijdbad te kunnen waarborgen heeft ons college vervolgens in overleg met Optisport besloten om het recreatiegedeelte van

zwembad De Lansing te sluiten. Onze inzet is nog steeds om met de investeringen die in de begroting 2024 zijn opgenomen, de levensduur van het zwembad tot 2035 te verlengen. Dat basisscenario wegen wij af tegen enkele andere toekomstscenario’s. Belangrijk afwegingscriterium zijn de totale eigendomskosten, waarbij de eenmalige investeringskosten gezamenlijk met de structurele baten en lasten inzichtelijk worden gemaakt. In het Strategisch Huisvestingsplan was deze afweging oorspronkelijk voor het jaar 2025 opgenomen. Gezien de ontstane situatie willen we dit met prioriteit en parallel aan de werkzaamheden voor het basisscenario in de komende maanden uitwerken. Hart van Krimpen Al eerder hebben wij besloten om van het Raadhuisplein het bruisende centrum van Krimpen te maken. Daarom willen we de organisaties die nu in de Tuyter gehuisvest zijn, naar het Raadhuisplein laten verhuizen. Waarna de locatie van de Tuyter kan worden herontwikkeld. Op dit moment wordt gewerkt aan een voorlopig ontwerp voor Raadhuisplein 4 (de voormalige Rabobank). Voor de functies uit de Tuyter waarvoor in Raadhuisplein 4 geen plek is, wordt ook gewerkt aan een plan voor nieuwe huisvesting. Tenslotte bezien wij dit jaar of de locatie De Noord – voor 10 jaar – geschikt kan worden gemaakt voor flex-woningen. In eerste instantie voor de opvang van Oekraïners die nu nog aan de Tuinstraat worden opgevangen.

De Tuinstraat is namelijk nodig voor de tijdelijke huisvesting van het Kompas. Als na een toekomstafweging een besluit tot renovatie of (ver)nieuwbouw wordt genomen, is daar een afzonderlijk investeringskrediet voor nodig. Ook moet dekking worden gevonden voor de kapitaal- en financieringslasten van deze (levensduur verlengende) investering. Daarbij past de kanttekening dat het niet vanzelfsprekend is dat die dekking ook gevonden wordt. Zeker in de financieel onzekere tijden waarin we ons bevinden, zal deze zoektocht lastig worden. Wel heeft uw raad vorig jaar besloten om een Reserve Hart van Krimpen in te stellen en daarin €1 miljoen te storten. Geen dekking voor vervanging vastgoed in de periode tot en met 2050 In algemene zin past bovendien de kanttekening dat op dit moment in de begroting geen dekking aanwezig is om de totale vastgoedportefeuille op lange termijn te vervangen. Tot en met 2050 zijn er 10 objecten waarvan de (technische en/of economische) exploitatie eindigt. Dat houdt in dat, als er op dat moment tot (ver)nieuwbouw wordt besloten, er geen (volledige) dekking voor de kapitaallasten (meer) aanwezig is.

Investeringen in deze objecten kunnen worden gezien als “nieuwe vervangingsinvesteringen” zoals opgenomen in de tabel van paragraaf 2.1. *Zoals uw raad weet, hebben wij in 2022 – in overleg met Optisport – besloten om een aantal forse investeringen te doen om daarmee de levensduur van zwembad De Lansingh tot 2035 te verlengen en de exploitatie van het bad te verbeteren. In het Investeringsprogramma (onderdeel van de begroting) zijn in 2024 twee investeringen opgenomen, te weten ‘Kwaliteit zwembad’ (€600.000) en ‘Kwaliteit en duurzaamheid zwembad (€960.000). Tijdens het nadere onderzoek ter voorbereiding van deze investeringen hebben wij moeten constateren dat de staat van het leidingwerk nog slechter is dan uit eerder onderzoek was gebleken.

2.3 Meerjarenplanning Openbare Ruimte (inclusief speelvoorzieningen) Meerjarenplanning Openbare Ruimte (inclusief speelvoorzieningen) Het beheer van de openbare ruimte is een vrijwel exclusieve taak van de (lokale) overheid. In de loop der jaren is deze taak steeds verder geprofessionaliseerd en gerationaliseerd. Beheersystemen en -pakketten werden geïntroduceerd om te kunnen onderbouwen hoeveel budget er nodig is voor het beheer en wanneer – risico gestuurd – tot vervanging moet worden overgegaan. De essentie van beheer is daarbij enerzijds het zorgen voor een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is. En anderzijds om de hiervoor beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk in te zetten. Hiertoe worden te behalen kwaliteitsniveaus en prestaties gedefinieerd en wordt bij het bepalen van de inzet steeds meer gelet op risico's. In onze gemeente is in 2016 het eerste Integraal Beheerplan opgesteld. De aanleiding hiervoor was destijds een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Investeringen met maatschappelijk nut (wegen, parken, openbare verlichting e.d., maar met uitzondering van riolering) moeten met ingang van 2017 verplicht worden geactiveerd. Tot 2017 werden dit soort investeringen in de openbare ruimte niet geactiveerd.

Investeringen Om de consequenties van deze wijziging in beeld te brengen moesten de investeringen in de openbare ruimte voor de middellange termijn inzichtelijk worden gemaakt. Om ervoor te zorgen dat ook voor de middellange/lange termijn deze investeringen betaalbaar blijven, is bij de begroting 2017 besloten om het niveau van lasten in de exploitatie minimaal gelijk te houden. Weliswaar niet meer in de vorm van storting(en) in de voorziening(en), maar door storting in de reserve Hoofdinfrastructuur (inmiddels ‘omgevormd’ tot de bestemmingsreserve Afschrijving Grote Kruising) en (vanaf 2023) in de Reserve Afschrijvingen maatschappelijk nut. De komende jaren zal deze Reserve Afschrijvingen maatschappelijk nut nog groeien. Per 1-12028 verwachten we een stand van bijna € 7,5 miljoen. Speelvoorzieningen De gemeente heeft in totaal 115 openbare speel- en sportplekken. Het ‘Uitvoeringsprogramma speelruimte 2019-2022’ beschrijft de gewenste ingrepen in de openbare ruimte op basis van de gestelde beleidsambities en de technische staat van de speelvoorzieningen op die 115 plekken. Ook worden de maatregelen gekoppeld aan relevante uitvoerings- en renovatieprogramma’s voor de openbare ruimte, zoals (her)bestrating, ophoging en rioleringswerkzaamheden. Het uitvoeringsprogramma is een leidraad voor de renovatie en herontwikkeling van speellocaties per wijk.

In het uitvoeringsprogramma 2019-2022 is opgenomen dat op 73 locaties (incl. speelroutes) een ingreep of aanpassing wordt gerealiseerd. Dit gaat om aanpassing van 66 speelplekken, de aanleg van 5 speelroutes en 2 natuurlijke speelplekken. Hiervoor is een krediet van €1.066.000 beschikbaar gesteld.

Vanwege verschillende factoren is uitvoering in de periode 2020 en 2021 anders verlopen dan gepland. Dit had onder andere te maken met de Coronamaatregelen. Participatietrajecten zijn hierdoor uitgesteld, maar ook wijkrenovaties waaraan de vernieuwing van speelplekken veelal is gekoppeld. Daarom is er begin 2022 een update van het uitvoeringsprogramma uitgevoerd. Die update omvat: • een evaluatie van de realisatie in de periode 2019 t/m 2021; • een bijgewerkt uitvoeringsprogramma voor de periode vanaf 2022 t/m 2024. Daarbij zijn er in 2023 en 2024 ook weer andere speelplekken die in aanmerking komen voor herinrichting. Deze actualisatie omvat daarom ook de opgave van 2023 en 2024. Een factor waarmee in de actualisatie rekening wordt gehouden is de forse prijsstijging de afgelopen jaren van speeltoestellen, bijkomende materialen en arbeid. In de begroting 2024 is daarom een aanvullend krediet van €400.000 opgenomen. De planning voorziet erin dat we tot en met 2024 het grootste deel van de 115 plekken hebben vernieuwd of vervangen. Daarnaast bereiden we dit jaar de realisatie van een tweede Gio-court voor. Daarvoor zijn we inmiddels een locatie-onderzoek gestart. Op basis van verwachte levensduur verwachten we dat we in 2025 en 2026 de laatste 37 plekken moeten worden vervangen. Daarvoor is een aanvullend krediet van €647.000 nodig.

De (dekking van de) kapitaallasten voor dit krediet zijn in deze Kadernota opgenomen. Tenslotte heeft uw raad in de motie ‘Krimpen speelt mee’ gevraagd om in het tweede kwartaal van dit jaar in beeld te brengen waar zich speeltuinluwe buurten bevinden of waar sprake is van onaantrekkelijke en niet functionele speelruimte. Om vervolgens een separaat voorstel aan uw raad te doen, inclusief een voorstel tot dekking om te komen tot een nieuw speelruimteplan waarin de geschetste ambities zijn opgenomen. Een eerste raming laat zien dat we daar nog eens een krediet van €620.000 voor nodig hebben. Voor dit krediet is op dit moment geen dekking aanwezig. Wij hebben de kapitaallasten voor dit krediet niet in de Kadernota opgenomen. Beheer en onderhoud Al eerder, in 2007, was een Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte vastgesteld. In dat plan is voor het eerst de gewenste beeldkwaliteit beschreven van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In 2014 is het Kwaliteitsplan geactualiseerd. Op dat moment zijn nieuwe keuzes gemaakt voor de verhouding tussen kwaliteit, budget en tevredenheid. Die vervolgens zijn vertaald in meerjarige onderhoudscontracten voor bijvoorbeeld groen en openbare verlichting. Twee typen budgetten

Wij zetten in de openbare ruimte dus twee typen budgetten in: • voor beheer en onderhoud stelt uw raad in de exploitatie budgetten beschikbaar o die vooral zijn bestemd voor de langjarige verplichtingen die wij met aannemers aangaan (zo is recent een nieuw groencontract afgesloten) • voor investeringen stelt uw raad jaarlijks kredieten beschikbaar o die (grotendeels voor 100%) via heffingen in rekening worden gebracht als het om investeringen met economisch nut gaat o die in de vorm van kapitaallasten (afschrijvingen en rente) in de begroting worden verwerkt als het om investeringen met maatschappelijk nut gaat Totaalbeeld in het Beheerplan Openbare Ruimte Vervolgens hebben wij in 2022 het ‘Beheerplan Krimpen aan den IJssel 2022-2026’ opgesteld. In dit beheerplan geven wij een totaalbeeld van het beleid, het areaal en de investeringen ten aanzien van de openbare ruimte. Bij alle beheerdisciplines en in alle structuurgebieden wordt – sinds 2014 – kwaliteitsniveau B* toegepast. Alleen op de begraafplaatsen hanteren wij kwaliteitsniveau A. Jaarlijks wordt op 50 vaste locaties in de gemeente een visuele inspectie uitgevoerd aan de hand van de landelijke norm. Op basis daarvan worden diverse renovaties uitgevoerd. Ook wordt elk jaar alle verharding opgenomen. Van al het 'klein onderhoud' wordt een zo geheten schadecatalogus gemaakt.

Voor een aantal disciplines (bijvoorbeeld bomen en speelvoorzieningen) worden ook specifieke veiligheidsinspecties uitgevoerd.

In de periode 2022-2026 bedraagt de gemiddelde jaarlijkse investering in integrale projecten een kleine €8 miljoen. Per discipline is dat gemiddeld: • €3,5 miljoen voor verharding • €2,1 miljoen voor riolering

• • • •

€1,3 miljoen voor klimaatadaptatie €0,4 miljoen voor groen €0,5 miljoen voor openbare verlichting €0,1 miljoen voor sanering, spelen en verkeer

Baggeren Onze doelstelling is om regelmatig een baggerwerk uit te voeren, binnen een cyclische periode van 12 jaar waarbij dan alle overige watergangen in de gemeente zijn gebaggerd. Dit is nodig om de watergangen op voldoende waterdiepte te houden. Met het baggeren willen wij bereiken dat de doorstroming van het water wordt bevorderd, verstoppingen van duikers voorkomen worden, watergangen niet volledig dichtslibben en een gezonde ecologische balans in het watersysteem behouden blijft. Uit waterdieptemetingen voor heel de gemeente is gebleken dat het noodzakelijk is om overige watergangen in de wijk Kortland-Noord aan te wijzen om als vervolg op de wijk Boveneind te baggeren. Hiervoor is inmiddels milieutechnisch waterbodemonderzoek gedaan en een bestek opgesteld om het werk te kunnen aanbesteden en te laten uitvoeren. Het baggeren van watergangen is wettelijk verplicht voor gemeenten en andere partijen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van waterwegen. Het tijdig laten baggeren is essentieel voor een goede doorstroming. In de komende jaren zullen watergangen in meerdere wijken moeten worden gebaggerd. Hiervoor wordt per project met het Hoogheemraadschap bekeken in hoeverre samenwerking mogelijk is.

Hiervoor is de volgende meerjarige planning op basis van de waterdieptemetingen opgesteld: • Kortland-Noord in 2024 en 2025 • Kortland-Zuid in 2026 • Lansingh-Zuid in 2028 Ontwikkelingen in het beheer van de openbare ruimte In het Beheerplan 2022-2026 besteden we veel aandacht aan klimaatadaptatie. Dat is één van de maatschappelijke ontwikkelingen (transities) die een grote impact hebben op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte moet de komende jaren immers niet alleen klimaatadaptief, maar ook ‘senior proof’, inclusief, circulair, ‘beweegvriendelijk’ en ‘smart’ zijn of worden. De grootste gemene deler daarvan is dat we meer en meer tot het inzicht komen dat de (her)inrichting van openbare ruimte de zelfredzaamheid en gezondheid van mensen kan bevorderen. Zo kunnen gemeenten met investeringen in groen, de gezondheid en het welzijn van hun inwoners een grote boost geven. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat groen een positief effect heeft op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Groen zet aan tot beweging, heeft een verkoelende werking, zorgt voor minder eenzaamheid en voor sneller

herstel van stress en vermoeidheid. Deze vier (en mogelijk nog meer) mechanismen maken dat in een groene omgeving mensen gezonder zijn. Wij zouden de komende jaren dan ook graag extra in de groenstructuur van onze gemeente willen investeren. Op dit moment ontbreekt daarvoor de financiële ruimte. In de eerste plaats is vernieuwing van de grote parken in de eerste orde groenstructuur van onze gemeente (bijvoorbeeld het Middenwetering- en Moderatopark) geen onderdeel van de Meerjarenplanning van riolerings- en herstraatprojecten. Ook binnen de beheer- en onderhoudsbudgetten voor groen wordt daar geen rekening mee gehouden. In de tweede plaats is er binnen die beheer- en onderhoudsbudgetten ook onvoldoende financiële ruimte om verouderde plantvakken (met onder andere problemen door wortelonkruiden) te vernieuwen. Dat betekent vervolgens ook dat de groenaannemer niet in staat is om die plantvakken op kwaliteitsniveau B te onderhouden. Wij willen de komende tijd bezien of wij door her-allocatie van middelen binnen het beleidsthema Openbare ruimte en verkeer voor beide onderwerpen toch dekking kunnen vinden. Een laatste relevante ontwikkeling is het zo geheten ‘participatief beheer’ van de openbare ruimte. Bewoners worden steeds meer betrokken bij inrichting en beheer en nemen ook vaker zelf het initiatief om zaken in hun eigen leefomgeving aan te pakken.

Nieuwe integrale visie en strategie op de openbare ruimte is nodig Wij vinden het al met al verstandig om een nieuwe en integrale visie en strategie voor de openbare ruimte te ontwikkelen waarbij het belang van die openbare ruimte centraal staat en waarin de mogelijkheden vanuit vervanging en groot onderhoud én het (participatieve) beheer worden meegenomen. Dat moet leiden tot een nieuwe Handboek Openbare Ruimte en een nieuw Beheerplan. Vervolgens kan dan een financiële doorvertaling worden gemaakt welke investeringen en welke beheerbudgetten – ná 2026 – nodig zijn om de openbare ruimte toekomstbestendig te maken en te (onder)houden. En deze doorvertaling kan en moet – in het licht van het ‘financiële ravijn’ – worden afgezet tegen de middelen die (maximaal) beschikbaar kunnen worden gesteld. *Kwaliteitsniveau B staat voor: “Enige schade doch functioneel. Geen verlies veiligheid. Matig schoon, enige vervuiling maar niet storend”.

3. Sociaal domein 3.1 Ontwikkelingen Ontwikkelingen Het sociaal domein is vanuit financieel oogpunt al jaren een dynamisch werkveld. Het beslaat bovendien zo’n 40% van de lasten binnen onze begroting. Aan individuele hulp

alleen geven we op jaarbasis ruim €36 miljoen uit. Toename van vraag door vergrijzing, toename van jeugdproblematiek en onzekerheden in financiering vanuit het Rijk zijn de belangrijkste ingrediënten voor deze dynamiek. Dit was al een grote uitdaging maar door de financiële positie voor de komende jaren zal deze alleen maar groter worden. Uitgangspunt daarbij blijft wat ons betreft wel dat we de juiste dingen voor inwoners blijven doen. In de wetenschap dat onze sociale structuur kwetsbaar is en moeilijk te beïnvloeden.

Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is een complex vraagstuk dat zich manifesteert op verschillende leefgebieden van burgers. De impact in het ene leefgebied versterkt in een aantal gevallen de effecten op andere leefgebieden en vergroot daardoor de kwetsbaarheid van inwoners. Zo betekent een slechtere gezondheid of laaggeletterdheid minder kansen op de arbeidsmarkt. En werkloos zijn heeft weer een negatieve invloed op de gezondheid. Als gemeente spelen we met name een rol aan de ‘achterkant’ van dit vraagstuk. Waar landelijke maatregelen zoals uitkeringen, toeslagen, inkomenspolitiek en gezondheidszorg niet leiden tot het gewenste effect, worden vanuit gemeente de ‘gaten dicht gelopen’ door lokale maatregelen zoals gemeentelijke re-integratieactiviteiten en armoede- en minimabeleid. Zorg Vergrijzing zorgt voor een blijvende toename van de vraag naar zorg. Landelijk leidt dit tot een blijvende stijging in kosten binnen de Wet Langdurige Zorg, Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Alhoewel de gemeente uitsluitend verantwoordelijk is voor het laatste onderdeel, is een

succesvolle aanpak van de gevolgen van vergrijzing alleen mogelijk als er op alle terreinen actief wordt samengewerkt. Dit gebeurt op het terrein van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en, in mindere mate, met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Vanuit het IZA wordt in de regio Rotterdam, Capelle en Krimpen gewerkt aan de uitwerking van het regioplan “Samen Zorgen voor Morgen”. De doelstellingen vanuit het regioplan zijn het verkleinen van gezondheidsverschillen en verbeteren van gezondheidsuitkomsten door te investeren in preventie. Het gedachtegoed van positieve gezondheid is de basis van het regioplan. De gemeente zet vooral in op de thema’s Integrale wijkaanpak, Gezond ouder worden, Mentale Gezondheid, Jeugd & Gezin en Bewustwording & Gezonde leefstijl. Looptijd van het regioplan en de hiervoor beschikbare middelen zijn tot eind 2026. Inzet op deze thema’s vergt niet alleen een behoorlijke ambtelijke inzet, maar ook inzet van onze samenwerkingspartners in het sociaal domein. In kleiner regionaal verband werken we ook aan deze thema’s vanuit het Samenwerkingsverband ‘Capelle Krimpen Verbonden’.

Dit is een samenwerking van publieke en private instellingen en organisaties die werkzaam zijn op het terrein van wonen, welzijn en zorg in de gemeenten Capelle en Krimpen aan den IJssel met als doelstelling het bevorderen van het welbevinden en een gezonde leefstijl van Capellenaren en Krimpenaren door het domein verbindend organiseren en optimaliseren van toekomstbestendige zorg en welzijn. De routekaart van ‘Capelle Krimpen Verbonden’ beschrijft het geheel van projecten en inspanningen. De routekaart heeft een drietal uitgangspunten, te weten: Positieve gezondheid, Re-ablement en Regelarm. Jeugd De vraag naar jeugdhulp en de daarmee samenhangende kosten blijven hoog. Dit is niet alleen in Krimpen het geval, maar is ook regionaal en landelijk een punt van zorg. Daarmee hangt samen dat er een doorlopende discussie blijft bestaan tussen Rijk en gemeenten over een passende financiering voor de uitvoering van de Jeugdwet. Om dit knelpunt te ondervangen zijn een drietal sporen uitgezet: 1. Landelijke maatregelen (hervormingsagenda) 2. Regionale maatregelen (regionale beheersmaatregelen kostenbeheersing jeugd) 3. Lokale maatregelen (Scherp aan de wind en reikwijdte) Keuze vanuit visie Om (financiële) keuzes te maken binnen het sociaal domein is het van belang dat we deze keuze baseren op een gedragen visie met het antwoord op de centrale vraag: Wat voor gemeente willen we zijn?

De basis voor de gemeentelijke visie op het sociaal domein is verankerd in een meerjarig beleidsplan. Momenteel wordt gewerkt aan een update van dit plan voor de periode 20252030. Dit document moet leidend en richtinggevend zijn voor de invulling van het sociaal domein in brede zin. Het gaat hierbij niet alleen om zaken die onder de Jeugdwet en de Wmo vallen. Maar ook om gezondheid, onderwijs, werk en inkomen, bestaanszekerheid en dergelijke en de raakvlakken met andere terreinen zoals sport, cultuur, veiligheid en het fysieke domein. We staan voor forse maatschappelijke uitdagingen. Met de maatschappelijke partners zijn we in gesprek over de visie en de ambities voor de komende jaren. Ook worden de inwoners bij dit traject betrokken. Dit deel van het participatietraject willen we gelijk op laten lopen met onder andere het participatietraject rondom de omgevingsvisie. Voor beide visies is het nodig om van de inwoners te horen hoe we de toekomst van Krimpen aan den IJssel voor ons zien.

Als we naar het Sociaal Domein kijken gaat het om vragen als : • Wat voor een gemeente willen we zijn als het gaat om gezondheid en zorgen voor elkaar? • Hoe zorgen we ervoor dat iedereen mee kan blijven doen en grip houdt op eigen leven? • Wat mogen inwoners van de gemeente verwachten? • Wat mogen wij van de inwoners zelf verwachten? In het eerste kwartaal van 2025 zal dit nieuwe plan worden geagendeerd bij de gemeenteraad. Deze visie kan de basis zijn voor de te maken (financiële) keuzes.

3.2 Preventie Preventie Preventief beleid is een belangrijk onderdeel van een stevige sociale basis. Voor de jeugd vooral gericht op de jeugdgezondheidszorg en het jeugd- en jongerenwerk. En voor alle inwoners activiteiten gericht op welzijn vanuit de KrimpenWijzer. Ook vallen hier activiteiten onder die momenteel vanuit IZA/GALA worden georganiseerd. Denk hierbij onder andere aan ‘Welzijn op recept’. De mate van beïnvloeding van deze kosten is divers. Zo is de jeugdgezondheidszorg een wettelijke taak en heeft de gemeente weinig tot geen beleidsvrijheid. Het jeugd- en jongerenwerk en alle welzijnsactiviteiten daarentegen vallen wel volledig binnen de beleidsvrijheid van de gemeente. Maar stevige maatregelen in deze activiteiten zullen ook weer effect hebben op de vraag naar zorg bij de basis of individuele hulp. Een zorgvuldige afweging is hierbij van belang. De financiering vanuit IZA/GALA maakt dit vraagstuk nog complexer. Op basis van de huidige akkoorden neemt de financiering vanuit IZA/GALA af.

3.3 Basishulp Basishulp Er zijn veel landelijke, regionale en lokale opgaven die zijn weerslag hebben in het Sociaal Domein. Landelijk zijn afspraken gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. Regionaal is een ‘regionale opdracht kostenbeheersing jeugd’ opgesteld. En lokaal wordt gewerkt aan kostenbeheersmaatregelen bestaande uit de vertaalslag van de regionale maatregelen en het beperken van de reikwijdte. Inhoudelijk zien we dat er een andere manier van denken nodig is binnen het sociaal domein. Dit vraagt ook om een gedragsverandering bij ouders, opvoeders, maar ook bij de professionals. Gedragsverandering gaat niet vanzelf en kost tijd. Het laten slagen van alle opgaven vraagt om een goed werkende toegang en een sterk lokaal team. Een van de opgaven in het Sociaal Domein, die als rode draad over al door heen loopt, is dan ook het versterken van ons lokaal team. De VNG heeft recentelijk een richtinggevend kader voor een stevig lokaal team én een leidraad werken aan veiligheid gepubliceerd. Het Toekomstscenario Kinder- en Gezinsbescherming gaat ook uit van deze leidraad. Het lokaal team heeft niet alleen de functie van het signaleren en bespreekbaar maken van onveiligheid en het handelen hierop, maar ook een netwerkfunctie. Het lokaal team draagt niet over maar zet (jeugd)hulp in en schakelen waar nodig (veiligheids)expertise in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14311350/1