CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Evaluatie en situatieanalyse Duurzaamheidsagenda 2021-2024

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Ambitiedocument Duurzaamheidsagenda 2025-2028 en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-202411.465 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-€ 1.659.512

Dekking vanuit bestaande begroting incl. nieuw beleid

-€ 1.041.992

-€ 273.558

-€ 68.100

-€ 162.300

Dekking vanuit reserve Klimaatgelden

23

-€ 11.410

Dekking derden

Dekking eigen middelen

-€ 1.110.092

-€ 435.858

Totale dekking programma Duurzaamheid

-€ 1.388.940

-€ 2.095.370

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

Landelijke en regionale ontwikkelingen Voor de nieuwe Duurzaamheidsagenda is het belangrijk dat landelijke en regionale ontwikkelingen worden meegenomen. Hieronder beschrijven we de ontwikkelingen per thema.

Energie Hieronder beschrijven we de ontwikkelen op landelijk en regionaal niveau die relevant zijn voor het thema energie.

6.1.1 Landelijke ontwikkelingen Het Klimaatakkoord en de Klimaatwet vormen de basis van het Nederlandse klimaatbeleid. Nederland heeft afgesproken de uitstoot van CO2 en broeikasgassen met 100% in 20503 te verminderen. Als tussendoel is afgesproken de uitstoot van CO2 en broeikasgassen tot 2030 met 55% te verminderen. Deze zijn vanuit de Europese Green Deal in 2021 bijgesteld4. Deze doelen zijn bepalend voor de energie-ambities van Krimpen aan den IJssel. Gemeenten spelen namelijk een zeer belangrijke rol om de Europese doelen te halen. Dit doen gemeenten door lokale klimaatplannen te maken en uit te voeren. Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie komt voort uit de Klimaatwet en ondersteunt gemeenten specifiek bij de overgang naar aardgasvrije wijken. Gemeenten zijn verplicht om een Transitievisie Warmte te hebben. Krimpen aan den IJssel stelde deze in 2022 vast. Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw, besluitvorming december 2024) wijzigt de Omgevingswet en verandert de naam transitievisie warmte in warmteprogramma Het warmte programma moet uiterlijk in 2026 zijn vastgesteld. Via de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) krijgen gemeenten middelen om uitvoering te geven aan het klimaatakkoord.

Ook zijn regio’s aangewezen die samen een Regionale Energiestrategie (RES) moeten ontwikkelen en uitvoeren. Krimpen aan den IJssel werkt in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag aan de uitvoer van de RES. Naast de verplichtingen en doelstellingen voor gemeenten, zijn er ook verplichtingen voor bedrijven. Zo moeten alle kantoren van bepaalde omvang in 2023 energielabel C hebben en in 2030 energielabel A. Ze zijn verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van 5 jaar. De gemeente kan bedrijven hierin ondersteunen. Daarnaast is in 2023 de energiebesparingsplicht aangescherpt. Zo is de doelgroep uitgebreid naar bedrijven en instellingen die onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen. Gemeenten konden in een eerste en tweede tranche geld aanvragen vanuit de Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie. Die middelen kunnen gemeenten gebruiken om eigenaar-bewoners van slecht geïsoleerde woningen te ondersteunen om isolatiemaatregelen te nemen. Krimpen aan den IJssel heeft voor beide tranches een voorstel ingediend. Beide tranches zijn reeds beschikt. Het Klimaatakkoord en het Schone Lucht Akkoord bieden de belangrijkste kaders voor duurzame mobiliteit.

24

3

ten opzichte van 1990.

4

Fit for 55: De voorstellen waarmaken - Europese Commissie

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

De Wet Werkgebonden Personenmobiliteit komt voort uit het Klimaatakkoord. Deze wet verplicht werkgevers met meer dan 100 werknemers om de CO2-uitstoot van hun werkgebonden personenmobiliteit te registreren en op den duur te reduceren. Dit omvat zowel woon-werkverkeer als zakelijk verkeer. Dit biedt een kans voor samenwerking met werkgevers in Krimpen aan den IJssel op gebied van duurzame mobiliteit. Ook de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL) geven richting. De NAL richt zich op het ontwikkelen van een uitgebreid en betrouwbaar laadnetwerk voor elektrische voertuigen, waaronder auto’s, scooters, bestelbusjes, vrachtwagens en bouwmachines. De RAL werkt op lokaal niveau samen met gemeenten, provincies, netbeheerders en andere belanghebbenden om de doelstellingen van de NAL te realiseren

6.1.2 Regionale ontwikkelingen De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 is een belangrijk beleidskader voor Krimpen aan den IJssel. Op dit moment wordt de RES 1.0 uitgevoerd. De doelstellingen en actielijnen zijn vertaald naar de lokale situatie van Krimpen. Zo wil Krimpen 9,4 GWh aan zonnepanelen op grote daken en 8,4 GWh op kleine daken in 2030 gerealiseerd hebben. Daarnaast worden mogelijkheden verkend voor grootschalige, regionale energieopwek. Aankomend jaar wordt gestart met het opstellen van de RES 2.0. Provincie Zuid-Holland biedt veel verschillende energiediensten aan voor gemeenten. Bijvoorbeeld ondersteuning bij uitvoering van de RES, diverse subsidies en investeringsprogramma's voor het verduurzamen van woningen en panden, en hulp bij de ontwikkeling van een goed warmtetransportnet. Daarnaast stimuleert de provincie het gebruik van zonne-energie, met name door zonnepanelen op daken en parkeerplaatsen, en ondersteunt projecten gericht op energiebesparing in samenwerking met de omgevingsdiensten. Tot slot ondersteunt Zuid-Holland de overgang naar duurzame brandstoffen en grondstoffen in de industrie, waaronder de ontwikkeling van een groene waterstofeconomie. De gemeente Krimpen aan den IJssel maakt gebruik van een aantal van deze diensten. Voor Krimpen aan en IJssel is de subsidie voor solar carports belangrijk.

Ook de projectsubsidie planvorming bedrijventerreinen voor bijvoorbeeld energiehubs en voor zonnedaken bij ondernemers. De lokale initiatieven-subsidie is belangrijk voor energie-coöperatie en daarmee indirect ook voor de gemeente. Vanuit de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is de Strategische Agenda 2023-2026 vastgesteld. Op de agenda staan relevante energie thema’s. Vanuit de agenda zijn middelen vrijgemaakt voor de ontwikkeling van energiehubs en de ondersteuning voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op de agenda staat ook de blijvende inzet op actieve en collectieve vormen van mobiliteit. Denk hiervoor aan lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Ook staat het versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk en het herstellen van het openbaar vervoersysteem op de agenda. De MRDH ontwikkelde ook het Programma Duurzame Mobiliteit. Binnen het programma werken de 21 gemeenten samen aan een duurzame regio met schoon, stil en energiezuinig vervoer. Zij hebben de ambitie om binnen de sector Mobiliteit en Transport in 2025 30% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 2015. Vanuit het programma is regionaal maatregelenpakket samengesteld en uitgevoerd. Na een heroriëntatie focust de MRDH zich op: samenwerking op deelmobiliteit, werkgeversaanpak en verduurzaming logistiek.

Ook in deze regio is netcongestie een grote nieuwe uitdaging. Eind 2024 is door netbeheerder Stedin en TenneT aangekondigd dat het stroomnet tot 2032-2035 vol zit. Dit betekent dat bedrijven die hun bedrijfsactiviteiten willen uitbreiden of willen elektrificeren en daar een grootverbruikaansluiting voor nodig hebben geen extra stoom ter beschikking hebben en op een wachtlijst komen5. Dit is een uitdaging voor de gewenste elektrificatie van bedrijfsproces en transport. Dit biedt echter ook kansen voor samenwerking

5

25

Stedin: stroomnet Krimpen vol voor afname door grootverbruikers - Krimpen aan den IJssel

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

tussen bedrijven. Het zorgt mogelijk bij een aantal bedrijven voor een wens om slim energie uit te wisselen met elkaar. Kortom dit samenwerking vraagt om slimme energiesystemen. Samen met de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard en Gouda werkt Krimpen aan den IJssel aan de uitvoering van een meerjarige collectieve ontzorgingsaanpak voor isolatie bij eigenaar-bewoners (MCO-aanpak). De Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) begeleidt de gemeenten hierbij. Ook is de gemeente aangesloten bij de werkgroep isoleren en besparen van de ODMH om praktische ervaringen en kennis uit te wisselen. DCMR Milieudienst Rijnmond voert milieutaken uit in opdracht van de provincie Zuid-Holland en dertien gemeenten in het Rijnmondgebied, waaronder Krimpen aan den IJssel. De DCMR adviseert de gemeenten over het al dan niet verlenen van vergunningen en houdt toezicht bij 23.000 bedrijven. In opdracht van de gemeente Krimpen aan den IJssel gaat de DCMR vanaf 2025 controleren op energielabel C bij Krimpense bedrijven. Dit betreft de bedrijven die wettelijk aan deze verplichting moet voldoen, zoals bij 5.1.1 beschreven. Naast de controle geeft de DCMR ook advies over de energiebesparende maatregelen.

Klimaatadaptatie Hieronder beschrijven we de ontwikkelen op landelijk en regionaal niveau die relevant zijn voor het thema klimaatadaptatie.

6.2.1 Landelijke ontwikkelingen De Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS), het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en het Deltaprogramma Zoetwater vormen samen een belangrijk kader voor klimaatadaptatie in Nederland. De NAS biedt een overkoepelend kader voor gemeenten om kwetsbaarheden te identificeren en adaptatiemaatregelen te ontwikkelen, waarbij samenwerking met andere overheidslagen en stakeholders wordt gestimuleerd. Het DPRA verplicht gemeenten om stresstesten uit te voeren en een uitvoeringsagenda op te stellen, met richtlijnen voor een integrale aanpak en samenwerking. Het Deltaprogramma Zoetwater richt zich op het waarborgen van de zoetwatervoorziening, waarbij gemeenten maatregelen moeten nemen om de waterhuishouding te verbeteren en de kwetsbaarheid voor droogte te verminderen. Samen bieden deze programma's een uitgebreide basis voor gemeenten om klimaatadaptatie effectief te integreren in hun beleid en uitvoering. Voor klimaatadaptatie is een landelijke kennisportaal ontwikkeld waar gemeenten gebruik van kunnen maken. Vanwege verwachte toekomstig wateroverlast, is er sinds enige tijd vanuit de Rijkoverheid (Ministerie IenW) steeds meer aandacht voor waterbewust gedrag.

Hierbij wordt met de belangrijkste partners (waaronder waterschappen, provincies en gemeenten) een landelijke aanpak ontwikkeld die inzet op het aansturen van gedrag om wateroverlast te voorkomen, maar ook hoe te handelen als wateroverlast ontstaat. Vanuit de EU-natuurherstelwet is Nederland verplicht om maatregelen te nemen om uiterlijk in 2030 minstens 30% van alle beschadigde ecosystemen te herstellen. In 2040 moet dit 60% zijn en in 2050, 90%. Andere Europese richtlijnen zijn de Europese Habitatrichtlijn, Europese Vogelrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied omvat landelijke en gebiedsgerichte maatregelen. Waarbij per gebied wordt gekeken naar emissiereductie, natuurherstel en waterbeheer. Dit valt onder de Nationale Omgevingsvisie en wordt uitgevoerd in samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, ondernemers en terreinbeheerders, met betrokken ministeries van LNV, IenW en BZK.

26

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

6.2.2 Regionale ontwikkelingen De gemeente is aangesloten bij de Regiodeal Bodemdaling Groene Hart. Binnen de Regiodeal werken overheden, kennisinstellingen, agrarische sector, bewoners en bedrijfsleven gezamenlijk aan een aanpak voor het omgaan met bodemdaling. Dit gebeurt door innovatieve experimenten uit te voeren en slim samen te werken. Regionaal is de provincie Zuid-Holland actief in verschillende deelprogramma’s van het nationale Deltaprogramma. En neemt het voortouw met initiatieven als het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waar klimaatadaptatie een onderdeel van is. Ook ondersteunt de provincie in de ontwikkeling van de landelijke Klimaatatlas. Gemeenten worden aangemoedigd om klimaatadaptatie onderdeel te maken van hun beleid en plannen. De Klimaat Informatiehub voor data en inzichten is beschikbaar. Ook is financiële ondersteuning aan te vragen voor klimaatadaptatieprojecten. Deze ontwikkelingen helpen gemeenten om effectief bij te dragen aan een klimaatbestendige toekomst. De Provincie Zuid-Holland heeft het Programma Landelijk Gebied en de Groeiagenda Natuurinclusief ZuidHolland. Deze programma's richten zich op het creëren van gezonde ecologische systemen en het integreren van biodiversiteit in stedelijke ontwikkeling. Dit vraagt om samenwerking tussen provincie, waterschappen en gemeenten.

Daarnaast biedt de provincie subsidies voor projecten die bijdragen aan natuurherstel. Deze initiatieven helpen gemeenten om actief bij te dragen aan het verbeteren van biodiversiteit en het realiseren van provinciale doelen.

Gezondheid en voedsel Hieronder beschrijven we de ontwikkelen op landelijk en regionaal niveau die relevant zijn voor het thema gezondheid en voedsel.

6.3.1 Landelijke ontwikkelingen Ook hier spelen de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) een rol. De NOVI benadrukt de noodzaak van een duurzaam voedselsysteem, zoals lokale productie zonder gifstoffen. Het NPLG biedt maatwerk per gebied om natuur, water en bodem te verbeteren. Het Nationaal Preventieakkoord bevat maatregelen om een gezonde leefstijl te bevorderen. Ze zetten onder andere in op het gezonder en duurzamer maken van het voedselaanbod bij scholen, verenigingen, supermarkten en horeca.

6.3.2 Regionale ontwikkelingen De Nationale Eiwitstrategie uit 2022 is uitgewerkt in het provinciale werkprogramma voor de eiwittransitie. Dit programma stimuleert de overgang naar een duurzamer eiwitgebruik, zoals plantaardige eiwitten. Het richt zich op het verminderen van de ecologische voetafdruk van de voedselproductie en het bevorderen van gezondheid.

Circulariteit Hieronder beschrijven we de ontwikkelen op landelijk en regionaal niveau die relevant zijn voor het thema circulariteit.

27

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

6.4.1 Landelijke ontwikkelingen Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 bevat algemene en sectorspecifieke maatregelen om de circulaire economie te bevorderen. Vanuit dit programma zijn transitieagenda’s opgesteld voor de maakindustrie, kunststoffen, consumptiegoederen en bouw. Het programma Klimaatneutraal en Circulaire Infrastructuur van Rijkswaterstaat streeft ernaar om tegen 2030 alle infrastructuurprojecten klimaatneutraal en circulair te maken. Dit betekent dat er wordt gewerkt met minimale CO₂-uitstoot en maximaal hergebruik van materialen. Aankomend jaar wordt de strategie herzien. Ook worden hier maatregelen voor gemeenten aan toegevoegd. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) richt zich op het opschalen van de markt voor biobased bouwmaterialen door te investeren in teelt, verwerking en toepassing. Het doel is om tegen 2030 minstens 30% van de nieuwbouwwoningen en utiliteitsbouw met biobased materialen te realiseren. In de aanpak zijn ook taken voor gemeenten beschreven, zoals biobased meenemen in tenders en voorlichting geven over biobased aan inwoners. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties(BZK) en Cirkelstad namen het initiatief tot Het Nieuwe Normaal in de bouwsector. Dit verwijst naar een nieuwe standaard voor circulair bouwen.

Dit concept richt zich op het creëren van een duurzame bouwsector door het gebruik van circulaire materialen en processen.

6.4.2 Regionale ontwikkelingen De provincie Zuid-Holland stimuleert met het programma Circulair Zuid-Holland de overgang naar een circulaire economie. Het programma richt zich op de thema's: Bouw, Groene Grondstoffen en Voedsel, Maakindustrie en Kunststoffen. Dit programma maakt samenwerking tussen verschillende partijen beter en biedt ondersteuning via netwerken, kennisdeling en subsidies. Voor gemeenten betekent dit dat ze voordeel hebben van provinciale middelen. En richtlijnen meekrijgen om hun eigen circulaire initiatieven te versterken en te versnellen. De MRDH vormt samen met andere regio’s de opdrachtgever voor Circulair.biz. Dit is een organisatie die de regio’s ondersteunt bij het realiseren van circulaire bedrijventerreinen. Vanuit dit programma is er een verkenning gedaan op bedrijventerrein de Stormpolder. Ook sluit de gemeente waar mogelijk aan bij het Circulair Actieprogramma van de ’t Groene Hart Werkt aan. Zo wordt gekeken of er samen opgetrokken kan worden voor de oprichting van een regionaal circulair ambachtsnetwerk.

Conclusies De ontwikkelingen brengen een aantal kansen en uitdagingen met zich mee. Krimpen aan den IJssel heeft een luxe positie doordat ze op het snijvlak ligt van drie regio’s. Dit maakt dat de gemeente bij programma’s en samenwerkingen kan aansluiten op diverse thema’s. Voor de nieuwe Duurzaamheidsagenda is het van belang om keuzes te maken bij welke ontwikkelingen de gemeente zich aan wil sluiten.

28

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

Bijlagen Bijlage 1

29

Grafieken voortgang doelen

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

30

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

31

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

32

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

Bijlage 2

Theory of Change als denkkader voor de evaluatie

Het duurzaamheidsprogramma 2021-2024 van Krimpen aan den IJssel is opgezet met de ambitie om significante vooruitgang te boeken op het gebied van een klimaatneutrale en gezonde gemeente. Om de effectiviteit van dit programma te evalueren, maken we gebruik van de Theory of Change (ToC) methode. Deze methode stelt ons in staat om systematisch te onderzoeken hoe en waarom de beoogde veranderingen plaatsvinden, door de onderliggende aannames en logica van het programma expliciet te maken. De ToC biedt een raamwerk om de relatie tussen de activiteiten van het programma, de directe outputs, de beoogde uitkomsten en de uiteindelijke impact te analyseren. Door deze aanpak kunnen we niet alleen de successen en uitdagingen van het programma identificeren, maar ook waardevolle inzichten verkrijgen voor toekomstige beleidsvorming en implementatie. Deze evaluatie richt zich op het begrijpen van de mechanismen die bijdragen aan de gewenste veranderingen en het verbeteren van de strategische keuzes die zijn gemaakt om de duurzaamheidsdoelen van Krimpen aan den IJssel te bereiken.

Figuur 1: Raamwerk Theory of Change

33

Situatieanalyse en evaluatie Duurzaamheidsagenda 2021-2024

december 2024

Belangrijke vraagstukken schreeuwen om werkende oplossingen. > Wij ontwikkelen ze. Auteurs:

l.penninkhof@kplusv.nl

KplusV T +31 26-3551355

info@kplusv.nl

Amsterdam • Arnhem • Rotterdam • Groningen

Verschil zien, verschil maken

www.kplusv.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15175855/1