CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. BOPA-onderbouwing De Noord 102

Gemeenteraad 24 april 2025, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend adviesrecht BOPA De Noord 10217.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MEERVOUDIGE AANVRAAG (B)OPA De Noord 102 Gemeente Krimpen aan den IJssel 11 maart 2025

DATUM 11 maart 2025 KENMERK PROJECTLEIDER PROJECTNUMMER 20240639 OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR

2/52

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

Beschrijving van het project en zijn omgeving

9

1.1 1.2 1.3 1.4

9 12 13 14

Huidige situatie Toekomstige situatie Juridische activiteiten waarvoor de omgevingsvergunning bopa wordt aangevraagd Milieueffectrapportage

Participatie

14

2.1 2.2 2.3

14 14 15

Algemeen aanvraagvereiste participatie Vooroverleg en participatie Resultaten participatie

Beleidskader

16

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

16 16 17 19 19

Rijk Provincie Regio Gemeente Krimpen aan den IJssel Waterschap

Beoordelingsregels waaronder instructieregels

21

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

21 25 28 30 33 40 40 41 43 46 46 47 48

Inleiding Mobiliteit en parkeren Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming Waarborgen van de veiligheid Weging van de waterbelangen Kwaliteit van de buitenlucht Geluid door activiteiten Geluid door wegen en industrieterreinen Bodemkwaliteit Archeologie Ladder voor duurzame verstedelijking Gezondheid Overige aspecten

5. Economische uitvoerbaarheid 6. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

3/52

aanmeldingsnotitie (mer-beoordeling) participatieverslag advies VRR ecologische quickscan stikstofmemo aerius-berekening

50 51 52 52 52 52 52 52 52

Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11:

4/52

akoestisch rapport verkennend bodemonderzoek De Noord 102 verkennend bodemonderzoek parkeerplaats archeologisch onderzoek quickscan gezonde leefomgeving

52 52 52 52 52

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In december 2022 heeft de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het bestaande gebruik van de locatie De Noord 102 en de daarop aanwezige bedrijfswoning naar gebruik voor de opvang van Oekraïense ontheemden voor de duur van maximaal 3 jaar.1 Op de locatie zullen nieuwe appartementen in twee bouwblokken van drie bouwlagen worden gerealiseerd. Deze appartementen worden in eerste instantie ontwikkeld ten behoeve van de opvang van Oekraïense ontheemden. Meer in het bijzonder de Oekraïense ontheemden die de gemeente momenteel opvangt in de voormalige muziekschool aan de Tuinstraat. De huidige opvanglocatie in de voormalige muziekschool aan de Tuinstraat heeft de gemeente in 2025 nodig als tijdelijke locatie voor de onderwijshuisvesting PCB Het Kompas (locatie Tuinstraat). De locatie De Noord 102 biedt voldoende ruimte voor alle Oekraïense ontheemden die nu nog in de voormalige muziekschool in de Tuinstraat wonen. Bij uitstroom van Oekraïense ontheemden aan de Noord 102 kunnen de vrijkomende appartementen óók worden benut voor (andere) aandachtsgroepen of reguliere woningzoekenden. De komende jaren zal de behoefte aan sociale huurwoningen verder toenemen.

Door de appartementen op een later moment als sociale huurwoningen beschikbaar te laten komen, kan herontwikkeling van De Noord ook een duurzame bijdrage aan de doelstellingen van de Woonvisie leveren. De locatie wordt momenteel ontsloten door De Noord. Automobilisten hebben, mede door het ontbreken van een opstelplaats, bij het verlaten van de locatie een beperkt overzicht op het aankomend verkeer. Dit is aanleiding geweest om onderzoek te doen naar alternatieve ontsluitingsroutes. De voorkeur is uitgegaan naar een ontsluiting via het fietspad aan de achterzijde van het projectgebied. Het autoverkeer wordt in dit scenario via het Toepad afgewikkeld in de richting van de Tiendweg (zie onderstaande figuur).

1 Bij besluit van 19 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van

een perceel en daarop aanwezige bedrijfswoning voor de opvang van meerdere Oekraïense vluchtelingengezinnen voor de duur van maximaal 3 jaar.

5/52

1.2 Om welke besluiten wordt verzocht? Het geldende tijdelijke omgevingsplan, onder meer bestaande uit het veeg-bestemmingsplan ‘Kortland’, met het onderliggend bestemmingsplan ‘Kortland’ biedt op de locatie geen ruimte voor woonfuncties. Ook de ontsluitingsroute past niet binnen het geldende tijdelijke omgevingsplan. Om het project mogelijk te maken, wordt een meervoudige aanvraag ingediend voor: 1. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: bopa) voor afwijken van het omgevingsplan. 2. Een omgevingsvergunningen voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit voor de volgende activiteiten:  Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in verband met de aanleg van de parkeervoorziening binnen de huidige bestemming ‘Groen’ met dubbelbestemmingen ‘Waarde- Archeologie 2a’ en ‘Waarde -Archeologie 4’. Voor deze activiteit is in artikel 21.4.1 van het bestemmingsplan Kortland een verbod zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 100 m² beslaan.  Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op gronden met aanduiding ‘Waterstaat – Waterkering’. Hiervoor is een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit benodigd.

 Bouwen en gebruik geluidsgevoelige objecten op gronden met aanduiding 'geluidszone - industrie 3' en 'geluidszone - industrie 4'. Op grond van artikel 33.1 van bestemmingsplan ‘Kortland’ is een omgevingsvergunning nodig voor het toestaan van geluidsgevoelige objecten met een geluidsbelasting van ten hoogste 55 dB(A). 3. Een besluit tot het vaststellen van hogere waarden. Deze aanvraag moet getoetst worden aan het vigerende beleid en de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en de Zuid-Hollandse omgevingsverordening. Tevens zal moeten worden onderbouwd dat de ontwikkeling niet in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Immers, de omgevingsvergunning kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorliggende onderbouwing voorziet daarin en is onderdeel van het besluit. Apart van deze aanvraag worden omgevingsvergunningen aangevraagd bij de waterbeheerder voor o.a. een wateractiviteit in verband met het uitvoeren van (bouw)werkzaamheden in de beschermingszone van een primaire waterkering. Benodigde vervolgbesluiten en aandachtspunten Deze (fase 1) aanvraag voor de omgevingsvergunning voor een bopa betreft een planologisch basisbesluit.

Dit betekent dat, zodra het definitief ontwerp van de ontwikkeling gereed is, nog een vervolgbesluit nodig is en een tweede aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bopa (fase 2) zal worden ingediend. In het kader van de tweede vergunningaanvraag vindt alleen beoordeling plaats op de onderdelen van het bouwplan waarin de eerdere vergunning niet voorziet, zoals de beoordeling van de stedenbouwkundige-architectonische detaillering en de toets aan redelijke eisen van welstand. Aandachtspunten voor de bouwfase zijn:  Bouwen op gronden met aanduiding 'Waarde - Archeologie 2a'. De aanvrager dient bij een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport van een archeologisch deskundige (archeologisch vooronderzoek) aan het bevoegd gezag te overleggen.  Bouwen op gronden met aanduiding ‘Waterstaat – Waterkering’. Op grond van artikel 28.2 is voor het bouwen advies nodig van de waterbeheerder. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van de waterkering.

6/52

1.3 Ligging projectlocatie Het projectgebied betreft De Noord 102 met perceelnummers 8457, 8458, 8849 (ged.), 8850, 8453 (ged.), 9029 (ged.), en 9031 kadastrale gemeente Krimpen aan den IJssel. De ontsluitingsroute betreft de percelen met nummers 9668 (ged.), 8449 (ged.), 9019 (ged.), 9020 (ged.), 9021, 9030, 9027 (ged.) en 9028 (ged.). Het projectgebied, met een omvang van circa 3.560 m2, ligt ten oosten van een dijk (De Noord) en een bedrijventerrein, dat deel uitmaakt van het geluidgezoneerde industrieterrein Zaag en Noord Nederlek, waarop een bedrijfsverzamelgebouw met een fitnessschool, twee garage- en autobedrijven en een kantoorapparatuurbedrijf zijn gevestigd. Ten noorden van de locatie is een scoutingvereniging gevestigd. Ten noordwesten van het gebied ligt een bedrijventerrein. Aan de voorzijde grenst het aan gemeente Krimpenerwaard. Aan de oostzijde van het gebied ligt begraafplaats Waalhoven. Ten zuiden van het gebied zijn woningen en groen gelegen. Het projectgebied (exclusief ontsluiting) is weergegeven in Figuur 1.1.

Figuur 1.1 Kaartbeeld met het projectgebied

1.4 Te doorlopen vergunningprocedure Een bopa is een activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor het in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Voor de bopa gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, lid 2 Bkl);

7/52

b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit de artikelen 8.0b tot en met 8.0e Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 Bkl gelden. Voor de vergunningen voor de (binnenplanse) omgevingsplanactiviteiten (artikel 22.281 bruidsschat) gelden de beoordelingsregel uit artikel 8.0a, lid 1, Bkl: voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tevens zal moeten worden getoetst of de vergunning kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.2 Op de procedure voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit betekent dat op deze meervoudige aanvraag in beginsel binnen 8 weken moet worden beslist. Adviesrecht en verplichte participatie De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft bij besluit van 14 december 20233 gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad is vereist.

Dit project betreft het realiseren van nieuwbouw grondgebonden woningen of appartementen en van bij die bouwwerken aansluitend terrein ten behoeve van een woonfunctie en de daarbij behorende bebouwing, waarbij het aantal te realiseren woningen meer dan 5 bedraagt. Gelet hierop is dit project een geval waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad vereist is. In artikel 2 van het besluit zijn de volgende randvoorwaarden gesteld:  

Voor alle aangewezen gevallen geldt dat de voorgenomen ontwikkelingen niet in strijd mag zijn met het door de gemeenteraad vastgesteld ruimtelijk relevant beleid; Artikel 6 van de participatieverordening 2023 regelt de verplichte participatie voor aanvragen omgevingsvergunning die onder de werking van het voorliggende besluit vallen.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en aanwezige bebouwing in het projectgebied. De ontwikkeling wordt beschreven in de toekomstige situatie. Ook wordt hier nader ingegaan op de invloed van de locatie op de omgeving en vice versa. De toekomstige situatie beschrijft de ontwikkeling. Hierbij zal ook worden ingegaan op de strijdigheden met het omgevingsplan. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe is geparticipeerd en hoe dit heeft bijgedragen aan het project. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 en 5 het project getoetst aan het relevante beleidskader en aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

2 ECLI:NL:RVS:2024:4624. 3

Bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)

8/52

2. BESCHRIJVING VAN HET PROJECT EN ZIJN OMGEVING 2.1 Huidige situatie De projectlocatie heeft een perceelgrootte van circa 3.560 m2. Op het perceel staat een bedrijfswoning van circa 84 m². In de loop der tijd heeft de projectlocatie verschillende functies gehad. Momenteel is de bedrijfswoning in gebruik als opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen. Voorheen diende dit pand als dierenasiel. Het gebruik als dierenasiel is geruime tijd geleden beëindigd. Het projectgebied ligt ten oosten van een dijk en een bedrijventerrein dat deel uitmaakt van het geluidgezoneerde industrieterrein Zaag en Noord Nederlek (gemeente Krimpenerwaard). Ten oosten ligt begraafplaats Waalhoven, ten zuiden is lintbebouwing gesitueerd en ten noorden is een scoutingvereniging gevestigd. Ten noordwesten van het perceel ligt een (nietgezoneerd) bedrijventerrein. Het perceel wordt momenteel volledig ontsloten via dijkweg De Noord. Deze ontsluiting wordt gedeeld met de buurkavel ten zuiden van het perceel; de Noord 100. Dit perceel heeft volgens bestemmingsplan Landelijk Gebied van de gemeente Krimpenerwaard (dat deel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan), de bestemming ‘wonen’. Het projectgebied ligt dichtbij de belangrijkste toegangsweg van Krimpen aan den IJssel, de N210 (C.G.

Roosweg), die de belangrijkste verbinding vormt met de regio Rotterdam Rijnmond en tevens toegang biedt tot de Krimpenerwaard. Autoverkeer kan het projectgebied bereiken via de rotonde bij de N210 en vervolgens via de Tiendweg richting het Toepad en vanuit de Lekdijk naar de Noord. Relevante regels omgevingsplan Omgevingsplan gemeente Krimpen aan den IJssel Voor de projectlocatie geldt het bestemmingsplan ‘Kortland’ dat is aangevuld en gewijzigd met de bestemmingsplannen ‘Veeg-bestemmingsplan Kortland’ en ‘Veegbestemmingsplan ronde 2 Kortland’. Ten behoeve van de duidelijkheid zijn deze plannen geconsolideerd in bestemmingsplan ‘Kortland geconsolideerd’. Laatste is echter niet juridisch bindend. Deze plannen maken thans deel uit van het tijdelijk omgevingsplan van rechtswege als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. Voor de projectlocatie en de ontsluitingsroute (hierna: de ontwikkeling) is het bestemmingsplan ‘Kortland, geconsolideerd’ relevant (bestaande uit de formeel vastgestelde bestemmingsplannen ‘Kortland’, ‘Veeg-bestemmingsplan Kortland’ en ‘Veeg-bestemmingsplan ronde 2 Kortland’) dat deel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Krimpen aan den IJssel dat bestaat uit (artikel 22.1 Omgevingswet): 

 

9/52

De besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en tevens de volgende verordeningen: - een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; - een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; - een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; De kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; De Bruidsschat.

Hierna wordt kort ingegaan op deze onderdelen uit het (tijdelijk) omgevingsplan die van belang zijn voor het voorliggende project. In paragraaf 2.4 wordt ingegaan op de strijdigheden met het omgevingsplan. Bestemmingsplan ‘Kortland, geconsolideerd’ Ter plaatse van de ontwikkeling geldt het bestemmingsplan 'Kortland, geconsolideerd' (gepubliceerd op 14 mei 2024). Figuur 1.2 geeft daarom de uitsnede van het bestemmingsplan 'Kortland' (vastgesteld op 13 juni 2013) weer.

Figuur 2.1 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Kortland 2013. Het projectgebied is rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op grond van de vigerende bestemmingsplannen gelden op het perceel de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ (oranje), ‘Groen’ (donkergroen), ‘Sport’ (lichtgroen), dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 2a’ (plusjes) en dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ (golfjes). Het perceel ligt tevens binnen twee geluidzones (geluidzone-industrie 3 en geluidzone industrie 4). De parkeervoorziening heeft de bestemming ‘Groen’ en dubbelbestemmingen ‘Waarde- Archeologie 2a’ (plusjes) en ‘Waarde -Archeologie 4’ (plusjes). Artikel 10 Maatschappelijk 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' (artikel 10) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, zoals bibliotheken, openbare dienstverlening, gezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs, peuterspeelzalen, sociale en welzijnsvoorzieningen, verenigingsleven en voorzieningen ten behoeve van levensbeschouwelijke en religieuze doeleinden; b. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats': uitsluitend een begraafplaats; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': tevens een bedrijfswoning;

10/52

d. e. f. g. h.

ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens horeca tot en met categorie 1b uit de Staat van Horeca-activiteiten; ter plaatse van de aanduiding 'dierenasiel': tevens een dierenasiel; ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens dienstverlening; ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': tevens een kantoor; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en wegen.

Artikel 12 Sport 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

sport- en spelactiviteiten als ook ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'manege': tevens een manege; ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens horeca tot en met categorie 1b uit de Staat van Horeca-activiteiten; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en wegen.

Artikel 7 Groen 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. park; c. wegen, verkeers- en parkeervoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. fiets- en/of voetpaden; f. speelvoorzieningen; g. ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein': tevens een evenemententerrein; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - bunker': tevens een bunker; i. nutsvoorzieningen. De voor 'Waarde - Archeologie 2a' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden, daar waar mogelijk in de grond. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de waterkering. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone - industrie 1', 'geluidszone - industrie 2', 'geluidszone - industrie 3' en 'geluidszone - industrie 4' gelden de volgende regels: a. geluidsgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone - industrie 1', 'geluidszone - industrie 2', 'geluidszone - industrie 3' en 'geluidszone - industrie 4' zijn uitsluitend toegestaan indien voldaan kan worden aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen; b.

in afwijking van het bepaalde in sub a zijn geluidsgevoelige objecten toegestaan voor zover de geluidsbelasting beneden de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai is gelegen; c. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a voor het toestaan van geluidsgevoelige objecten met een geluidsbelasting van ten hoogste 55 dB(A) mits voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.

11/52

Voor de ontsluitingsroute gelden de hiervoor beschreven bestemmingen ‘Groen’ en ‘Sport’ en dubbelbestemmingen ‘Waarde- Archeologie 2a’ en ‘Waarde -Archeologie 4’. Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening, de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater (art. 4.6 Invoeringswet Omgevingswet), mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. Dat is niet gebeurd door de gemeente. Wel is met betrekking tot archeologie beleid vastgesteld (archeologische waardenkaart) dat is vertaald in het bestemmingsplan ‘Kortland’. Bruidsschat In de Bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor een nieuwe ontwikkeling. De Bruidsschat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht, regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieubelastende activiteiten, regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en regels over gemeentelijke omgevingsvergunningen.

2.2 Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd in twee fasen. In fase 1 bestaat de beoogde ontwikkeling uit 21 huurwoningen ten behoeve van de opvang van maximaal 90 Oekraïense ontheemden. In fase 2 wordt één van de huurwoningen inpandig verbouwd zodat deze als centrale berging kan fungeren voor de huurwoningen. De resterende 20 huurwoningen worden als sociale huurwoningen gebruikt. Daarnaast gaat in fase 2 de bestaande woning, waarin in de huidige situatie Oekraïense ontheemden worden gehuisvest, in de verkoop. Parkeren gaat grotendeels plaatsvinden op het zuidelijk gelegen terrein. Tevens zullen 8 tijdelijke parkeerplaatsen worden gerealiseerd langs het Toepad die nodig zijn voor fase 1. Het ontwerp is weergegeven in figuur 2.2.

12/52

Figuur 2.2: Stedenbouwkundig plan (bron: Stedenbouwkundige kaders woningbouwontwikkeling – De Noord 102, Krimpen aan den IJssel Rho Adviseurs).

2.3 Juridische activiteiten waarvoor de omgevingsvergunning bopa wordt aangevraagd Het project bestaat uit juridische activiteiten. Deze aanvraag voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt ingediend voor de activiteiten die in strijd zijn met het (tijdelijke) omgevingsplan. Het gaat om de volgende activiteiten: 1. Gebruik en bouwen voor wonen binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’, ‘Sport’ en ‘Groen’ (inclusief gebruik van de bedrijfswoning als reguliere woning). De activiteit ‘wonen’ en bouwen ten dienste van deze activiteit is niet toegestaan binnen de gronden die zijn bestemd voor ‘Maatschappelijk’, ‘Sport’ en ‘Groen’. Dit is een afwijking van de artikelen 7.1, 7.2, 10.1, 10.2, 12.1 en 12.2 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. 2. Gebruik voor verkeer binnen de bestemming ‘Sport’ (ontsluitingsroute). Gebruik van het Toepad ten dienste van het verkeer van en naar de Noord 102 en het tijdelijke parkeerterrein is niet toegestaan binnen de gronden die zijn bestemd voor ‘Sport’. Dit is een afwijking van artikel 12.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

13/52

2.4 Milieueffectrapportage De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een bopa wordt aangevraagd, betreft de realisatie van appartementen in twee bouwblokken van drie bouwlagen. Dit is een activiteit die als mer-beoordelingsplichtig is aangewezen in Bijlage V van het Ob (J11: Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen). Hiervoor is een project-mer-beoordeling noodzakelijk. Uit de informatie in de aanmeldnotitie zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze onderbouwing blijkt dat de ontwikkeling geen aanzienlijke milieueffecten heeft. Het doorlopen van een volledige mer-procedure is niet noodzakelijk.

3. PARTICIPATIE 3.1 Algemeen aanvraagvereiste participatie Op grond van de Participatieverordening ruimtelijke initiatieven Krimpen aan den IJssel 2023 wordt participatie op grond van de artikelen 16.55 lid 7 van de Omgevingswet altijd toegepast bij de gevallen die de gemeenteraad op grond van artikel 16.15a van de Omgevingswet heeft aangewezen. Voor deze gevallen geldt dat een bindend advies van de gemeenteraad nodig is op een door het college te beslissen aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hierbij is participatie verplicht. De wijze waarop participatie plaatsvindt is vormvrij. Wanneer participatie verplicht is, is de initiatiefnemer tevens verplicht een verslag van de toegepaste participatie in te dienen gelijktijdig met het indienen van de melding, de aanvraag voor een omgevingsvergunning of het verzoek voor het wijzigen van het omgevingsplan. Dit verslag is als bijlage 2 bij deze aanvraag gevoegd.

3.2 Vooroverleg en participatie Tijdens het participatietraject heeft de gemeente diverse mogelijkheden geboden voor bewoners en andere stakeholders om zich te laten informeren over het project en hun zorgen en aandachtspunten te delen. De volgende vormen van participatie zijn gebruikt: 1. Stakeholdergesprekken (een-op-een) met direct betrokkenen; 2. Raadscommissievergadering; 3. Inloopbijeenkomst (28 januari 2025); 4. Een online vragenlijst; 5. Terugkoppelbijeenkomst (17 maart 2025). Tevens is een concept van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de bopa voorgelegd aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) en DCMR. De VRR heeft bij brief van 13 februari 2025 een advies gegeven (zie paragraaf 5.4). Het advies van de VRR is als bijlage 3 bijgevoegd. DCMR heeft bij mail van 5 maart 2025 een eerste reactie gegeven op de aanvraag: Bodem Op de locatie is voldoende bodemonderzoek verricht om een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te verkrijgen. De bodemkwaliteit is geschikt voor het voorgenomen gebruik (huisvesting) zolang contact met de sterk verontreinigde ondergrond op het westelijke deel van het terrein niet mogelijk is. De ondergrond is tussen circa 1,0 en 1,5 meter minus maaiveld (m-mv) boven de interventiewaarde verontreinigd met zink.

De verontreiniging is horizontaal niet in beeld en bevindt zich in de huidige situatie onder een gesloten verharding. Als de verharding wordt gehandhaafd,

14/52

zijn er geen risico’s te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers. Indien de verharding verwijderd wordt of herinrichting plaatsvindt, waarbij gewerkt wordt in de sterk verontreinigde bodem, is een aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk en dient te worden voldaan aan de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Uit het rapport van het onderzoek blijkt niet of bij realisatie van het voornemen grond van de planlocatie wordt afgevoerd. Indien sprake is van afvoer van grond, dan kunnen mogelijk aanvullende kwaliteitsgegevens worden geëist, bijvoorbeeld zoals die met een partijkeuring conform het Bbk worden verkregen of een onderzoek naar PFAS in de bodem. Reactie: er zal grond naar de locatie moeten worden aangevoerd ter ophoging van (delen van) de projectlocatie. Voor zover toch grond wordt afgevoerd, worden daarbij de regels in het Bal en Bbk in acht genomen. Ecologie Volgens de stukken (natuurtoets) vinden er geen werkzaamheden plaats aan de gebouwen die in het plangebied staan. Die gebouwen zijn echter wel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, maar omdat er geen werkzaamheden worden uitgevoerd, is beoordeeld dat er geen verblijfplaatsen verloren gaan en is geen nader onderzoek nodig. Er zijn alleen beschermde maatregelen omdat de gebouwen wel in de invloedsfeer van werkzaamheden staan.

Echter, in paragraaf 2.2 van de Bopa staat dat één van de huurwoningen wordt opgeheven voor de realisatie van een berging en dat de bestaande woning wordt gewijzigd naar een vrijstaande koopwoning. Daar haal ik uit dat er wel werkzaamheden plaats vinden aan de gebouwen en dat zou betekenen dat er wel een onderzoek nodig is naar vleermuizen. Reactie: in de overgang van fase 1 (huisvesting Oekraïense ontheemden) naar fase 2 (sociale woningbouw) worden geen werkzaamheden verwacht die van invloed zijn op flora en fauna. Het zal inpandige werkzaamheden betreffen. Mer Op basis van een snelle toets op de volledigheid van de aanmeldnotitie voor de Noord 102 is geconcludeerd dat er alleen een aanvulling over het onderdeel afvalproductie moet komen. Hoewel niet logisch klinkend bij woningbouw, maar toch moet er iets over in staan. Met betrekking tot de bouw en afvalverwerking en afvalwater in de gebruiksfase. Dit is een aandachtspunt 1.d van de Europese mer-richtlijn dus er moet iets over in de aanmeldnotitie staan. Reactie: de beoordelingsnotitie is hierop aangepast.

3.3 Resultaten participatie Uit de participatie is duidelijk geworden dat bijvoorbeeld bij stakeholders bezorgdheid bestaat over het huidige parkeertekort, dat naar hun verwachting zal verergeren. Stakeholders maken zich zorgen over de veiligheid in de omgeving (waaronder het fietspad) en op de bedrijfsterreinen in relatie tot de nieuwe huisvesting. Daarbij benoemen zij specifieke zorgen over onrechtmatig betreden of parkeren op hun privéterrein. Daarnaast vrezen zij dat de bedrijvigheid overlast kan veroorzaken voor de toekomstige bewoners. Tot slot wensen zij meer helderheid over de doelgroep, het is nu niet duidelijk voor hen voor wie de woningen zijn bedoeld als de Oekraïense ontheemden daar weg zijn. Een ander aandachtspunt is de ontsluiting. Voor de bewoners van De Noord 100 is het bijvoorbeeld van belang dat ze ten alle tijden via het Toepad de dijk op kunnen gaan. Een participatieverslag is bijgevoegd als bijlage 2. Hierin is de opgehaalde input verwerkt.

15/52

4. BELEIDSKADER 4.1

Rijk

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing Met de ontwikkeling zijn, omdat het dermate kleinschalig en lokaal is, geen nationale belangen in het geding. Het maakt een locatie mogelijk voor het op korte termijn huisvesten van Oekraïense ontheemden. Op de langere termijn worden de woningen als sociale huurwoningen gebruikt. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de urgente behoefte aan tijdelijke woningen binnen de gemeente en op lange(re) termijn sociale woningbouw. Conclusie De ontwikkeling past binnen de NOVI.

4.2

Provincie

Omgevingsvisie en omgevingsprogramma Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland haar 'Omgevingsbeleid' vastgesteld. De visie wordt regelmatig geactualiseerd. Het omgevingsbeleid omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Het bestaat uit drie hoofdinstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsverordening. De omgevingsvisie schetst de beleidskaders, de strategische ambities, beleidsdoelen en -keuzes voor de toekomst van de fysieke leefomgeving van Zuid-Holland. In het omgevingsprogramma zijn deze nader uitgewerkt in maatregelen die de provincie treft. De omgevingsverordening stelt de juridische kaders, instructieregels voor andere overheden en direct werkende regels voor burgers en bedrijven. De provincie wijzigt de verschillende onderdelen wanneer daartoe aanleiding is.

16/52

De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. Ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland, schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in beleidsdoelen die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. Een voor de ontwikkeling belangrijk beleidsdoel is voldoende juiste woningen op de juiste plek. Zo’n 52% van de Zuid-Hollandse huishoudens zijn aangewezen op een sociale woning en de gemiddelde prijs van een koopwoning is niet betaalbaar met een modaal jaarsalaris. De provincie wil daarom betaalbare en passende woningbouw versnellen en ervoor zorgen dat de woningvoorraad op peil is.

Om aan te sluiten bij de grote behoefte aan betaalbare woningen, streven het Rijk en de provincie ernaar dat het regionale woningbouwprogramma vanaf het planjaar 2025 bestaat uit ten minste twee derde betaalbare huur- en koopwoningen. Het is de bedoeling dat hiervan de helft door woningcorporaties wordt gebouwd. Inmiddels wordt gewerkt aan een nieuwe versie van dit beleidsdoel waarop in deze aanvraag is geanticipeerd. Hierin zijn onder meer de volgende subdoelen genoemd:  Voldoende betaalbare huisvesting voor iedereen;  Toekomstbestendig bouwen. Hiermee wordt gedoeld op energiepositief, klimaatbestendig en waterrobuust, natuurinclusief (rekening houdend met de natuur), circulair en biobased (gemaakt van herbruikbare materialen en natuurlijke grondstoffen), uitstoot-beperkend, drinkwater besparend en gericht op een gezonde, veilige en beweegvriendelijke leefomgeving. Toetsing Met de ontwikkeling worden 20 toekomstbestendige sociale woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Conclusie De ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en -programma van de provincie Zuid-Holland.

4.3

Regio

Regionale Realisatie Agenda regio Rotterdam De regio heeft de ambitie om tot en met 2030 98.000 woningen te bouwen; dat is ruim 10% van de landelijke woningbouwopgave van 900.000 woningen. Met 733 woningen kan de gemeente Krimpen aan den IJssel een bescheiden kwantitatieve bijdrage leveren. Kwalitatief worden 38% van die woningen sociaal. In totaal valt tweederde van de Krimpense productie in het zo geheten ‘betaalbare segment’. Bovendien voldoet de gemeente met 38% nu en in de toekomst al aan de doelstelling om in elke gemeente van Nederland (tenminste) 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad te hebben.

17/52

De regio ziet naast toevoeging sociale huur door nieuwbouw ook mogelijkheden om de bestaande voorraad beter te benutten en/of meer (sociale) woningen toe te voegen in de bestaande voorraad of onderzoekt creatieve oplossingsrichtingen hiervoor. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld het splitsen van woningen, het optoppen van woningen, het toevoegen van extra flexwoningen of woningdelen. Daarvoor zijn de oplossingen voor de randvoorwaarden/kritische succesfactoren soms cruciaal. Om aan de totale opgaaf voor de regio te kunnen voldoen is het nodig dat alle partijen zich gezamenlijk (blijven) inzetten om te zoeken naar creatieve oplossingsrichtingen. Toetsing De gemeente draagt door het toevoegen van sociale woningen bij aan de ambitie om in elke gemeente van Nederland (tenminste) 30% sociale huur in de woningvoorraad te hebben. Conclusie De ontwikkeling past binnen de Regionale Realisatie Agenda regio Rotterdam. Regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021 – 2040 – Fijn wonen in een veelkleurige regio De Woonvisie verwoordt de ambities om van regio Rotterdam een aantrekkelijke woonregio te maken. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in regio Rotterdam.

Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen een op een dagelijkse basis goed wonen is. De Woonvisie noemt een viertal ambities:  Een meer gelijkwaardige & inclusieve woningmarkt;  Een diversiteit aan woon(zorg)vormen;  Gemengde en verbonden woongebieden;  Een groenblauwe en natuurinclusieve leefomgeving. De Woonvisie vraagt nadrukkelijk aandacht voor tijdelijke woonoplossingen voor verschillende groepen, waaronder spoedzoekers, (internationale) studenten, statushouders en arbeidsmigranten. Het beschikken over een woning heeft een sleutelfunctie voor mensen om mee te kunnen doen in de maatschappij. Het toevoegen van tijdelijke woonoplossingen / een flexibele schil van tijdelijke woonruimte (Flexwonen) ziet de regio als belangrijk aanvullend instrument. Tijdelijkheid kan betrekking hebben op de woning zelf, de bewoning (via het gebruik van een tijdelijk huurcontract) of het tijdelijk gebruik van de locatie. Het gaat meestal om woningen van bescheiden omvang die zowel via transformatie als door nieuwbouw worden gerealiseerd.

Flexwonen biedt voor een diverse groep mensen een tijdelijke oplossing: mantelzorgers die tijdelijk op een ander plek moeten wonen om een dierbare tot steun te kunnen zijn, spoedzoekers, (internationale) studenten, statushouders, mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, starters, mensen met een nieuwe baan in een andere stad, arbeidsmigranten en expats. De Woonvisie gaat niet specifiek in op sociale woningbouw. Toetsing Met dit project wordt woonruimte in die flexibele schil toegevoegd. Conclusie De ontwikkeling past binnen de regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021-2040.

18/52

4.4

Gemeente Krimpen aan den IJssel

Structuurvisie 2003-2020 (2004) De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft in september 2004 de structuurvisie 'Ruimte voor Ontwikkeling, een structuurvisie voor Krimpen aan den IJssel', die een doorkijk geeft tot en met 2030, vastgesteld. Deze structuurvisie stuurt vooral op beheer, ontwikkeling en vernieuwing van het bestaande stedelijk gebied, waar het vorige beleid uit ging van uitbreiding met nieuw stedelijk gebied. Veranderende maatschappelijke omstandigheden en de daarmee samenhangende veranderende behoeften van de bevolking dienen hierbij als uitgangspunten voor onderhoud en aanpassing van het bestaand stedelijk gebied. Toetsing De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders van de gemeentelijke structuurvisie waarin wordt ingezet op vernieuwing van het bestaande stedelijk gebied en veranderende maatschappelijke omstandigheden en de daarmee samenhangende behoeften van de bevolking. De ontwikkeling van tijdelijke huisvesting voor spoedzoekers en sociale woningbouw voorziet in deze veranderende maatschappelijke behoeften; de vraag naar huisvesting voor deze en andere soortgelijke doelgroepen blijft toenemen in Krimpen aan den IJssel. Het plan dient daarmee een belangrijk maatschappelijk doel. Dat is volgens de structuurvisie van de gemeente Krimpen aan den IJssel een belangrijk uitgangspunt. Conclusie De ontwikkeling past binnen de Structuurvisie 2003-2020.

Woonvisie 2020-2030 In de woonvisie wordt ingezet op voldoende sociale huurwoningen. De woningbehoefteprognose laat een groeiende behoefte aan sociale huurwoningen zien, waardoor het belang van deze pijler dus nog verder toeneemt. De groeiende behoefte is afkomstig is uit Krimpen zelf. Door vergrijzing groeit immers het aantal inwoners met een lager inkomen. Hoewel veel mensen in hun koopwoning zullen blijven wonen, zal een toenemend deel toch op zoek gaan naar een gelijkvloerse sociale huurwoning. Ook is er de groeiende behoefte aan sociale huurwoningen van Krimpense jongeren. Bovendien zijn die sociale huurwoningen voor jongeren van belang om een woonstart in Krimpen te kunnen maken. Huisvesting van kwetsbare groepen is ook een beleidsuitgangspunt. De specifieke behoefte om te voorzien in tijdelijke woningbouw onderschrijft de Woonvisie niet. Toetsing Onderhavige ontwikkeling richt de projectlocatie op lange termijn in voor sociale woningbouw. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan het geplande nieuwbouwprogramma van de gemeente. De Woonvisie gaat niet in op tijdelijke woningbouw. Conclusie De ontwikkeling past binnen de regionale Woonvisie 2020-2030.

4.5

Waterschap

Het grondgebied van de gemeente ligt binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (hierna: HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. In dit document heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap

19/52

met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. De doelen van het HHSK zijn (volgens de Omgevingswet):  het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;  het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;  het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen;  het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringstechnisch werk. Al deze doelen en taken liggen bij het HHSK voor zover deze niet aan andere overheden zijn toegewezen. Daarnaast zijn een aantal andere taken aan HHSK toegewezen, zoals het wegenbeheer in de Krimpenerwaard, de muskusrattenbestrijding en het nautisch beheer op bijna alle wateren. Het waterbeheerprogramma richt zich in de eerste plaats op de ambities en doelen binnen deze specifieke taken. Daarnaast is het gericht op uitdagingen en ontwikkelingen die onlosmakelijk zijn verbonden met wie het hoogheemraadschap is: een overheid en onderdeel van de maatschappij. Duurzaamheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie, participatie, gezond financieel beheer, innovatie en digitalisering zijn onderwerpen waarop gericht wordt. Ook internationaal is het HHSK actief.

Zonder dat identiteit als hoogheemraadschap uit het oog te verliezen, zet HHSK de kennis, vaardigheden en middelen hiermee zo goed mogelijk in, in het belang van de maatschappij waarvoor gewerkt wordt. Toetsing De toetsing aan het beleid van HHSK vindt plaats in paragraaf 5.5 Weging van de waterbelangen.

20/52

5. BEOORDELINGSREGELS WAARONDER INSTRUCTIEREGELS 5.1

Inleiding

Samengevat zijn voor de bopa de volgende beoordelingsregels van belang:

Juridische grondslag:

Beoordelen van:

Artikel 8.0a, tweede lid Bkl

De evenwichtige toedeling van functies Hoofdstuk 5 en 7 aan locaties Instructieregels van Rijk en provincie Hoofdstuk 5

Artikel 8.0b, eerste lid onder a en b Bkl Artikel 8.0b, tweede lid onder a Bkl Artikel 8.0b, eerste lid onder c Bkl Artikel 8.0b, tweede lid onder a Bkl Artikel 8.0b, tweede lid, b Bkl

Wordt behandeld in:

Instructies van Rijk en provincie

Hoofdstuk 5

Voorbeschermingsregels

Niet aan de orde

Artikel 8.0b, tweede lid, c Bkl

Projectbesluiten

Niet aan de orde

Artikel 8.0e Bkl

Gestelde maatwerkregels

Niet aan de orde

Voor de ontwikkeling zijn de volgende instructieregels uit het Bkl van belang: Afdelingen en paragrafen

Relevant Voldoet aan instruc- Onderbouwing voor de ont- tieregel Ja of Nee (de ontwikkeling wordt op artikel- wikkeling niveau getoetst) Ja of Nee Afdeling 5.1 Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties § 5.1.1. Algemene bepalingen artikel 5.1a. Dienstenrichtlijn

Nee

N.v.t.

Mobiliteit en parkeren Opgenomen i.v.m. etfal

Ja

Ja

Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming Opgenomen i.v.m. etfal

Ja

Ja

§ 5.1.2. Waarborgen van de veiligheid

Ja

Ja

§ 5.1.3. Beschermen van de waterbelangen

Ja

Ja

21/52

Betreft niet-economische diensten van algemeen belang (sociale woningbouw) die zijn uitgezonderd (artikel 2, lid 1, Dienstenrichtlijn). Deze paragraaf is van belang omdat er met de beoogde ontwikkeling sprake is van een toename in verkeersgeneratie en parkeerbehoefte (zie § 5.2). Deze paragraaf is van belang omdat er met de beoogde ontwikkeling mogelijk effecten zijn op flora & fauna en beschermde gebieden (zie § 5.3). Deze paragraaf is van belang omdat de beoogde ontwikkeling als kwetsbaar gebouw wordt gezien (zie § 5.4). Deze paragraaf is van belang omdat het projectgebied in de profiel van vrije

Afdelingen en paragrafen (de ontwikkeling wordt op artikelniveau getoetst)

§ 5.1.4. Beschermen van de gezondheid en van het milieu § 5.1.4.1. Kwaliteit van de buitenlucht

22/52

Relevant voor de ontwikkeling Ja of Nee

Voldoet aan instruc- Onderbouwing tieregel Ja of Nee

ruimte van een waterkering ligt (zie § 5.5). Zie onderstaande subparagrafen. Ja

Ja

§ 5.1.4.2. Geluid door activiteiten

Ja

Ja

§ 5.1.4.2a. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

Ja

Ja

§ 5.1.4.3. Geluid rond luchthavens

Nee

N.v.t.

§ 5.1.4.4. Trillingen

Nee

N.v.t.

§ 5.1.4.4a. Slagschaduw van windturbines

Nee

N.v.t.

§ 5.1.4.5. Bodemkwaliteit

Ja

Ja

Deze paragraaf is van belang omdat de ontwikkeling mogelijk invloed heeft op de luchtkwaliteit (zie § 5.6). Deze paragraaf is van belang omdat er met de beoogde ontwikkeling sprake is van het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van activiteiten die geluid veroorzaken (zie § 5.7) Deze paragraaf is van belang omdat er met de beoogde ontwikkeling sprake is van het toelaten van geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van De Noord en de geluidzone van geluidgezoneerde industrieterreinen (zie § 5.8). Deze paragraaf is niet van belang aangezien er geen luchthavens in de nabije omgeving zijn gelegen. Deze paragraaf is niet van belang omdat de beoogde ontwikkeling geen trillinghinder veroorzaakt. Voor zover de bedrijven in de nabijheid van de projectlocatie al trillingen veroorzaken (dit is gezien de aard van de bedrijven niet te verwachten), zijn deze gereguleerd door de regels in de bruidsschat en kunnen zij ook in de nieuwe situatie voldoen aan de trillingsnormen. Bij het in de bruidsschat opgenomen trillingniveau, treedt geen trillinghinder op ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen. Deze paragraaf is niet van belang omdat er geen windturbines in de nabije omgeving zijn gelegen. Deze paragraaf is van belang omdat er met de beoogde ontwikkeling sprake is van het bouwen van bodemgevoelige gebouwen (zie § 5.9).

Afdelingen en paragrafen (de ontwikkeling wordt op artikelniveau getoetst) § 5.1.4.6. Geur

Relevant voor de ontwikkeling Ja of Nee Nee

Voldoet aan instruc- Onderbouwing tieregel Ja of Nee

Deze paragraaf is niet van belang omdat de beoogde ontwikkeling geen geurhinder veroorzaakt. Bedrijfsmatige activiteiten in de nabijheid van de projectlocatie, vinden in hoofdzaak inpandig plaats. Het betreft activiteiten die weinig geur veroorzaken (zoals autobedrijven). Gelet hierop zal ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen geen onaanvaardbare geurhinder optreden. § 5.1.5. Beschermen van land- Nee Nee De ontwikkeling heeft geen gevolgen schappelijke of stedenbouwkunvoor de in § 5.1.5 genoemde landdige waarden en cultureel erfgoed schappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. § 5.1.5.4. Ladder voor duurzame Ja Ja Deze paragraaf is van belang omdat er verstedelijking sprake is van een stedelijke ontwikkeling (zie § 5.11). § 5.1.6. Behoud van ruimte voor Nee N.v.t. Deze paragraaf is niet van belang omtoekomstige functies dat de ontwikkeling niet ligt in een in § 5.1.6 bedoeld reserveringsgebied. § 5.1.7. Behoeden van de staat en Nee N.v.t. Deze paragraaf is niet van belang omwerking van infrastructuur of voordat de ontwikkeling geen belemmering zieningen voor nadelige gevolgen vormt voor de in § 5.1.7 genoemde acvan activiteiten tiviteiten. § 5.1.7a. Gebruik van bouwwerken Ja Ja Zie hoofdstuk 6. § 5.1.8.

Bevorderen van de toegan- Nee Nee Deze paragraaf is niet van belang omkelijkheid van de openbare buitendat de locatie een woonfunctie heeft ruimte voor personen en geen functie als openbare buitenruimte. Afdeling 5.2. Instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving Artikel 5.163 Nee N.v.t. Deze paragraaf is niet van belang omvoorkomen belemmeringen gedat er met de ontwikkeling geen sprake bruik en beheer hoofdspoorweginis van een dergelijke belemmering. frastructuur en rijkswegen Artikel 5.164 Nee N.v.t. Deze paragraaf is niet van belang omdat de ontwikkeling niet is gelegen in lokale spoorwegen binnen vereen beperkingengebied. voerregio’s Artikel 5.165 Nee N.v.t. Deze paragraaf is niet van belang omlozen industrieel afvalwater in dat er met de ontwikkeling geen sprake openbaar vuilwaterriool is van industrieel afvalwater.

23/52

N.v.t.

Afdelingen en paragrafen (de ontwikkeling wordt op artikelniveau getoetst) Artikel 5.165a bebouwingscontour jacht Artikel 5.165b bebouwingscontour houtkap Afdeling 5.3. Ontheffing Artikelen opnemen waarvan ontheffing wordt verleend.

Relevant voor de ontwikkeling Ja of Nee Nee

Voldoet aan instruc- Onderbouwing tieregel Ja of Nee

Nee

N.v.t.

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Deze paragraaf is niet van belang omdat er met de ontwikkeling geen sprake is van een jacht. Deze paragraaf is niet van belang omdat er met de ontwikkeling geen sprake is van houtkap. Er wordt niet verzocht om een ontheffing van de instructieregels.

Voor deze ontwikkeling zijn de volgende instructieregels uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (POV) (versie 24 juli 2024) van belang: Paragraaf en subparagraaf

Relevant Voldoet aan instructievoor de ont- regel Ja of Nee wikkeling § 7.3.2 Externe veiligheid (omgeNee N.v.t. Locatie ligt niet in risicogebied EV, veiligvingsveiligheid) heidszone Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas of nabij niet-Basisnet transportroutes. § 7.3.4 Waterkeringen Nee N.v.t. Locatie ligt niet binnen of nabij een door de POV aangewezen regionale waterkering. § 7.3.5 Grondwaterkwaliteit Ja Ja Er is sprake van het toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie (zie § 5.9). § 7.3.6 LiB-5 contour Schiphol Nee N.v.t. Locatie ligt niet binnen de LiB-5 contour van Schiphol. § 7.3.6a Toekomstbestendig bouJa Ja Er is rekening gehouden met de risico’s van wen en ontwikkelen klimaatverandering. Tevens zijn de mogelijkheden en kansen voor toekomstbestendig bouwen betrokken (zie § 5.5 en 5.12). § 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Ja Ja Locatie ligt niet binnen een gebied met een beschermingscategorie. Op grond van artikel 7.43a zal moeten worden onderbouwd dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft (zie § 5.12). § 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen Ja Ja Betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie § 5.11). § 7.3.8a Wonen Ja Ja Betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling met 12 woningen of meer (zie § 5.11). § 7.3.9 – 7.3.15 Nee N.v.t. Detailhandel, kantoren, bedrijven, glastuinbouw en boom- en sierteelt worden niet mogelijk gemaakt.

24/52

Voldoet aan instructieRelevant voor de ont- regel Ja of Nee wikkeling § 7.3.16 Natuurnetwerk Nederland Nee N.v.t. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 250 m ten westen van de locatie. De wezenlijke kenmerken en waarden van dit gebeid worden door de ontwikkeling niet significant beperkt. § 7.3.17 Werelderfgoed Nee N.v.t. De locatie ligt niet binnen of nabij werelderfgoed. § 7.3.18 Archeologie Nee N.v.t. De locatie ligt niet binnen door de POV aangewezen gebieden met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde. § 7.3.19 Traditionele windmolens Nee N.v.t. De locatie ligt niet binnen een molenbiotoop. Paragraaf en subparagraaf

§ 7.3.20 Landgoederen en kastelen

Nee

N.v.t.

§ 7.3.21 Energie

Nee

N.v.t.

§ 7.3.22 Provinciale vaarwegen

Nee

N.v.t.

§ 7.3.23 Recreatietoervaartnet

Nee

N.v.t.

§ 7.3.23a Hoofdfietsnetwerk en lange afstands- wandelpaden

Nee

N.v.t.

§ 7.3.24 Beschermingszones drinkwatervoorziening (infrastructuur)

Nee

N.v.t.

5.2

De locatie ligt niet binnen een landgoed- of kasteelbiotoop. De locatie ligt niet binnen een locatie voor windenergie. De locatie ligt niet binnen een vrijwaringszone provinciale vaarwegen. De locatie vormt geen belemmering voor het recreatietoervaartnet. De Noord en Lekdijk maken deel uit van hoofdfietsnetwerk. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de instandhouding ervan. De locatie ligt niet binnen een beschermingszone drinkwatervoorziening.

Mobiliteit en parkeren

De aangevraagde activiteit is relevant voor mobiliteit en parkeren, omdat de nieuwe woningen leiden tot meer verkeer en een parkeerbehoefte. Voor het thema parkeren is artikel 7.45f, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening van belang. Hierin is bepaald dat een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen een parkeernorm hanteert van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. In het tweede lid is bepaald dat in afwijking van het eerste lid een andere parkeernorm kan worden gehanteerd, als er op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren zijn vastgesteld. Dit laatste is niet gebeurd. De gemeente Krimpen aan den IJssel hanteert de ‘Verkeer- en Vervoersvisie, Krimpen aan den IJssel’ waarbij voor het bepalen van de parkeerbehoefte is aangesloten bij de meest recente CROW-kencijfers, zijnde CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer Het projectgebied zal worden ontsloten via het Toepad en de Tiendweg. De Tiendweg is als erftoegangsweg ingericht en heeft een maximumsnelheid van deels 50 km/u en deels 60 km/u.

25/52

Langzaam verkeer Voor het langzaam verkeer is op de Noord en de Lekdijk een fietspad aanwezig aan beide zijdes van de weg. Noordoostelijk en zuidoostelijk grenst het projectgebied aan fietspaden. Deze fietspaden betreffen het Toepad en het Sluisvlietpad. Beide fietspaden komen uit op Tiendweg. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OV-halte vanaf het projectgebied is gelegen op circa 150 meter aan de Noord. Vanaf deze halte kan gebruik worden gemaakt van de buslijn 194, richting Bergambacht/Capelsebrug.

Figuur 5.1 Projectgebied met ontsluiting en OV-haltes

Autoparkeren De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd in twee fasen. In fase 1 bestaat de beoogde ontwikkeling uit 21 huurwoningen ten behoeve van de opvang van Oekraïense ontheemden. Dit komt overeen met de bestaande invulling van de naastgelegen vrijstaande woning, die in de bestaande situatie wordt gebruikt voor het opvangen van Oekraïense vluchtelingen (3 gezinnen). De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de parkeerbehoefte van de Oekraïense ontheemden die momenteel in de voormalige muziekschool aan de Tuinstraat zijn gehuisvest. Het gaat om 26 parkeerplaatsen. In fase 2 is de huisvesting van Oekraïense ontheemden beëindigd en wordt één van de huurwoningen opgeheven voor de realisatie van een berging. Deze situatie is maatgevend voor de parkeerbehoefte. De resterende 20 huurwoningen worden als sociale huurwoningen gebruikt. Daarnaast wordt de invulling van de naastgelegen woning gewijzigd naar een vrijstaande koopwoning. Gelet op instructieregel 7.45f van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening is voor sociale huurwoningen een parkeernorm van maximaal 0,7 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de vrijstaande koopwoning is aangesloten bij de CROW-kencijfers. In tabel 1 is de parkeerbehoefte in fase 2 berekend. Tabel 1 Parkeerberekening beoogde ontwikkeling fase 2

Omschrijving Sociale huurwoningen Vrijstaande woning Totaal fase 2

26/52

Functie CROW n.v.t. Koop, huis, vrijstaand

Fase 2 Aantal 20 woningen 1 woning

Parkeernorm 0,7 per woning 2,05 per woning

Parkeerbehoefte (p.p.) 14 2,05 16,05

Aangezien het gemiddelde autobezit van Oekraïense ontheemden hoger is dan die van de doelgroep in fase 2, is de parkeerbehoefte gedurende fase 1 maatgevend. Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling wordt rekening gehouden met de realisatie van 18 parkeerplaatsen op eigen terrein. Buiten het eigen terrein, nabij het scoutinggebouw, worden 8 tijdelijke parkeerplaatsen gerealiseerd. Fietsparkeren Naast de autoparkeerbehoefte dient conform de gemeentelijke verkeer- en vervoersvisie ook te worden voorzien in voldoende stallingsplaatsen voor het opvangen van de fietsparkeerbehoefte. Hierbij wordt het benodigde aantal stallingsplaatsen bepaald aan de hand van de ‘Leidraad fietsparkeren 2023’ van het CROW. Fase 2 is hierbij maatgevend. In tabel 2 is de fietsparkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling in fase 2 bepaald. Tabel 2 Stallingsbehoefte beoogde ontwikkeling fase 2

Fase 2 Functie

Aantal

Kencijfer

Stallingsbehoefte (stallingsplaatsen)

Appartement (met fietsen- 20 woningen berging)

2,5 per woning

50

Huis (vrijstaand/twee-onder- 1 woning een-kap/tussen-hoek)

5,5 per woning

5,5

Totaal fase 2

55,5

In totaal dient te worden voorzien in 56 stallingsplaatsen voor de beoogde ontwikkeling. Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van voldoende stallingsgelegenheid voor het opvangen van de volledige fietsparkeerbehoefte op eigen terrein. Verkeer In tabel 3 is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bepaald voor fase 1 en fase 2. Fase 2 zal ook bepalend zijn voor de verkeersgeneratie. Tabel 3 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling per fase

Fase 1 Omschrijving Huisvestiging spoedzoekers

Omschrijving Sociale huurwoningen

27/52

Functie CROW

Aantal

Kencijfer

Huur, apparte21 woningen + be3,6 per woning ment, sociale huur, staande woning <75 m² bvo Fase 2 Functie CROW Aantal Kencijfer Huur, appartement, sociale huur, <75 m² bvo

20 woningen

3,6 per woning

Weekdag (mvt/etmaal) 79,2

Werkdag (mvt/etmaal) 87,9

Weekdag (mvt/etmaal) 72

Werkdag (mvt/etmaal) 79,9

Vrijstaande woning Totaal Fase 2

Koop, huis vrijstaand

1 woning

8,2 per woning

8,2

9,1

80,2

89,0

Op basis van de bovenstaande tabel zorgt de beoogde ontwikkeling gedurende fase 2 voor een verkeerstoename van 89 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeerstoename gedurende het drukste uur maatgevend. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt als standaard vuistregel aangehouden dat gedurende het maatgevende spitsuur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling komt dit neer op (89 x 0,1 =) 9 mvt/uur, oftewel circa 1 voertuig per 7 minuten. Deze toename is dermate laag dat het effect op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van het omliggende wegennet verwaarloosbaar is. Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot knelpunten met betrekking tot de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte (auto’s en fietsen) wordt opgevangen op de projectlocatie. Gelet hierop staan de aspecten verkeer en parkeren de uitvoering van de ontwikkeling niet in de weg. Er zijn geen voorschriften nodig om te voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15334221/1