Bijlage 1. Bestemmingsplan IJsseldijk 237-239
Tekst van het document
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1
Pagina 22 van 22
BIJLAGE 1.1 Topografische kaart
Legenda Locatie-aanduiding
BIJLAGE 1.2 Situatietekening
Legenda Onderzoekslocatie Boorpunten Boring tot 1,0 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Boring met peilbuis
BIJLAGE 2.1 Aanvullend nader bodemonderzoek IJsseldijk 235-333 te Krimpen a/d IJssel, PZH.001.R.005, d.d. 09-04-2004
PZH.001.R.005
o Q .„„
9 april 2004
2 3 APR. 2004
PROVINCIE ZUID-HOLLAND Namens deze DCMR MILIEUDIENST RIJNMOND Aanvullend nader bodemonderzoek IJsseldijk 235 - 333, Krimpen a/d IJssel
Deelrapport Fase 3: Eindrapport
Status: Definitief Opgesteld door: Paraaf
Controle dopr: Paraaf
Inhoud Pagina 1. 2.
Inleiding Beschikbare informatie 2.1 Algemeen 2.2 Historische gegevens 2.3 Bedrijfsactiviteiten en opslagtanks 2.4 Voorgaand bodemonderzoek 2.5 Locatie-inspectie 2.6 Conclusies vooronderzoek 3. Onderzoeksopzet 3.1 Algemeen 3.2 Veldwerkzaamheden 3.3 Laboratoriumonderzoek 4. Resultaten veldonderzoek 4.1 Bodemopbouw 4.2 Zintuiglijke waamemingen 4.3 Grondwater 5. Resultaten laboratoriumonderzoek 5.1 Algemeen 5.2 Grond 5.3 Grondwater 6. Bespreking resultaten onderzoek 6.1 Aard, omvang en actuele humane risico's 6.2 Controle leeflaag 7. Verontreinigingssituatie 7.1 Niet gesaneerde deel 7.2 Reeds gesaneerde deel 8. Risico-evaluatie 8.1 Algemeen 8.2 Risico-analyse 8.3 Urgentiebepaling 8.4 Conclusie risico-evaluatie 9. Saneringsonderzoek 9.1 Algemeen 9.2 Uitgangspunten voor de sanering 9.3 Doel van de sanering 9.4 Locatiespecifieke omstandigheden 10. Saneringsvarianten 10.1 Aanbrengen verharding 10.2 Ontgraven tot bodemgebruikswaarde of leeflaag
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.001.R.005
1 2 2 2 2 3 4 6 8 8 8 10 13 13 13 15 17 17 17 22 24 24 25 27 27 27 29 29 29 31 31 33 33 33 34 34 35 36 36
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
Regionale ligging van de onderzoekslocatie, schaal 1 : 25.000 Literatuurlijst Locatietekening met gegevens vooronderzoek Boorlocaties Boorbeschrijvingen en terreinopname Foto's van de onderzoekslocatie Analyseresultaten grond en grondwater Toetsingsresultaten grond en grondwater Verontreinigingssituatie grond Risico-evaluatie Uitgangspunten en kostenramingen saneringsvarianten (losbladig)
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.001.R.005
1.
Inleiding
In opdracht van de provincie Zuid-Holland, namens deze DCMR Milieudienst Rijnmond, is door Vebes Adviseurs B.V. een aanvullend nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de IJsseldijk 235 - 333 te Krimpen aan den Ussel. Aanleiding van het onderzoek is de tijdens eerder onderzoek aangetoonde verontreinigingen. Op de locatie is een ophooglaag aanwezig welke is verontreinigd. De locatie is nog niet geregistreerd als ernstig geval van bodemverontreiniging. Een deel van de locatie is in het verleden gesaneerd, met instemming van de provincie Zuid-Holland. De doelstellingen van het nader onderzoek zijn als volgt: het vaststellen van de huidige aard en omvang van de aanwezige verontreinigingen in zowel de grond als het grondwater op het nog niet gesaneerde deel; het controleren van de reeds getroffen saneringsmaatregelen; het bepalen van de actuele risico's van de verontreiniging middels het computerprogramma SUS, met name de actuele humane risico's; hiermee tevens het vaststellen van de urgentie van de sanering van de verontreiniging; uitwerken van mogelijke saneringsvarianten gebaseerd op de eventuele actuele humane risico's. Een onderdeel van het nader onderzoek is het uitvoeren van vooronderzoek. Hiervoor is eerst een inventarisatie gemaakt van de bestaande gegevens van de locatie (archiefbezoek).
Hiema is middels een locatie-inspectie nagegaan wat de huidige situatie ter plaatse is. Op basis van de gegevens van het vooronderzoek is een specifiek op de onderzoekslocatie gericht nader bodemonderzoek uitgevoerd. Onderhavige rapportage betreft het deelrapport Aanvullend Nader Onderzoek met Risicoevaluatie. In hoofdstuk 2 zijn de gegevens van de locatie samengevat weergegeven. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksopzet opgenomen. De resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in respectievelijk hoofdstuk 4, 5 en 6. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies met betrekking tot de verontreinigingssituatie. De risico-evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 8. In hoofdstuk 9 en 10 zijn respectievelijk het saneringsonderzoek en de uitwerking van de saneringsvarianten opgenomen. In onderhavig rapport wordt niet'"*'^*'""™"'"'"^'^^ verwezen naar de herkomst van de betreffende informatie. Een overzicht van de bronnen is opgenomen in bijlage 2.
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.001.R.005
2.
Beschikbare informatie
2.1 Algemeen De onderzoekslocatie betreft de bebouwing aan de IJsseldijk 235 tot 333 te Krimpen aan den Ussel. Tevens maakt de achterliggende bebouwing onderdeel uit van de onderzoekslocatie. Het betreft de bebouwing aan het Veerpad, de Kokerstraat, de Burgemeester van Waninglaan, Molenaar van Schelvenlaan, Burgemeester Bulderboulevard en de Korenmolen. Het totale oppervlak van de locatie bedraagt circa 5,7 ha. Ten noorden van de zelling bevindt zich de Hollandsche Ussel, aan de zuidzijde wordt de locatie begrensd door de IJsseldijk. De locatie is aan de noordwestzij de van de bebouwing van Krimpen aan den Ussel gelegen. Op de locatie is zowel nieuwbouw als oude bebouwing aanwezig.
5
9
Een deel van de locatie, gelegen achter IJsseldijk nummer 287a - 287f, 283a - 283h en 311, is reeds gesaneerd. Het resterende deel van de onderzoekslocatie is in voorgaande onderzoeken opgesplitst in een oostelijk en een westelijk deel. Een overzicht van de locatie met het gesaneerde en nog niet gesaneerde deel is opgenomen in bijlage 3. 2.2 Historische gegevens De locatie betreft een voormalige zelling, gelegen tussen de vaargeul en de dijk. In het verleden is de zelling opgehoogd met diverse materialen. De zelling is op basis van gegevens betreffende de periode van ophoging van het terrein verdeeld in vakken. Deze vakken zijn op de tekening in bijlage 3 weergegeven. Tabel 1: Gegevens betreffende de ophoging van het terrein^'' Vak I II III
IV V VI
Ophoogperiode Vóór 1906 Vóór 1906 Vóór 1906 Rond 1912 Jaren zestig 1906-1933 ± 1962-onbekend 1939 1963-1982
Ophoogmateriaal Onbekend Onbekend Onbekend Mogelijk scheepswerfafval, vuilstortplaats Betonafval Onbekend Onbekend, in 1963 en 1971 vuilstortplaats Mogelijk afval van betonfabriek Afval van betonfabriek
23 Bedrijfsactiviteiten en opslagtanks Uit voorgaande onderzoeken^'^ en uit het archief van DCMR blijken de navolgende bedrijfsactiviteiten op de onderzoekslocatie te hebben plaatsgevonden. Op een rivierenkaart van 1858 - 1860 zijn op de zelling een steenplaats en een korermiolen aangegeven. De steenplaats is de locatie van de voormalige Waco Betonfabriek. Vóór 1906 tot 1986 was de firma Waming & Co (later Waco Beton B.V.) gevestigd ter plaatse van de IJsseldijk 293. Ter plaatse van de IJsseldijk 297 is een graanmaalderij W. van Schelven aanwezig (vanaf 1931 Hinderwetvergunning). Vanaf medio 1905 is ter plaatse van IJsseldijk 303 een timmerwerkplaats aanwezig van de firma J. Goudriaan. In het hinderwetarchief wordt melding gemaakt van een ondergrondse opslagtank voor huisbrandolie (5000 liter) en opslag van 150 liter verf bij de timmerwerkplaats. Deze tanks zijn in 1991 schoongemaakt en gevuld met zand.
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
Op het Waco-terrein en de molen waren tanks aanwezig. Op de zelling is een aantal tanks buiten gebmik gesteld in het kader van de actie Tankslag. In 1990 waren nog een aantal tanks in gebmik. De gegevens worden samengevat in tabel 2. Tabel 2: Overzicht van brandstoftanks^'' Adres IJsseldijk 235 IJsseldijk 251 IJsseldijk 255 IJsseldijk 297 IJsseldijk 305/309 IJsseldijk 321 IJsseldijk 323 IJsseldijk 325 IJsseldijk 331
*
Locatie Voortuin Voortuin Achtertuin Voortuin Onder garage Voortuin Voortuin Voortuin Achtertuin
Situering Ondergronds Ondergronds Bovengronds Ondergronds Ondergronds Ondergronds Ondergronds Ondergronds Ondergronds
Inhoud (1) 400 1000 2000 1000 3000 2000 3000 2000 3000
Status Verwijderd In gebruik* In gebruik* In gebruik* ln gebruik* Gevuld met zand Gevuld met zand Gevuld met zand Gevuld met zand
Volgens gegevens uit 1990
2.4 Voorgaand bodemonderzoek Op 18 april 2001 is een archiefonderzoek uitgevoerd bij DCMR te Schiedam. Hierbij zijn alle dossiers van de bodemonderzoeken nagekeken en gecontroleerd. Een overzicht van de geraadpleegde literatuur is opgenomen in bijlage 2. Op de tekening in bijlage 3 is zoveel mogelijk aangegeven op welke delen van het terrein de betreffende literatuur betrekking heeft. Onderzoeksresultaten Op basis van het archiefbezoek moet worden geconcludeerd dat er een groot aantal onderzoeken heeft plaatsgevonden op het reeds gesaneerde deel (Waco-terrein). Op het meest westelijk en oostelijk deel, de gedeelten die nog niet zijn gesaneerd, is vrijwel geen onderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van vak I is in 1986 een oriënterend onderzoek uitgevoerd.^De vakindeling is op de tekening in bijlage 3 weergegeven. Uit het rapport blijkt dat, aangezien er geen zintuiglijke verontreinigingen zijn aangetoond, geen grondmonsters zijn geanalyseerd. In het grondwater is een matig verhoogd cadmiumgehalte aangetoond. In de grond van vak II en IV is een lichte verontreiniging met lood en kwik aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogde arseenconcentratie aangetoond. In een milieu-onderzoek naar de kwaliteit van de bodem in de haven"^ wordt gerefereerd aan een onderzoek van Rijkswaterstaat waarin wordt gesproken over een sterk verontreinigde Hollandse Ussel.
Uit de analyseresultaten van het waterbodemonderzoek van 1989 blijkt dat er verhoogde EOX-, zware metalen-, minerale olie-, PAK- en PCB-gehaltes worden aangetoond. Uit de beoordeling kan worden gesteld dat er sprake is van klasse 4 specie. Ter plaatse van vakdeel III zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd'"'''"''^'^'"^^ Een deel van dit vak is reeds gesaneerd (vak III*). Tijdens de uitgevoerde bodemonderzoeken zijn verschillende zintuiglijke bijzonderheden waargenomen. Daar waar olie in de grond wordt waargenomen wordt dit met analyses bevestigd. Ter plaatse is een olietank aanwezig geweest. Op het oostelijk deel van vak iil'^'"*''^) (achter bebouwing nummer 273 - 291) zijn geen aanwijzingen van een puinstort aangetroffen. Wel is de grond, vanaf circa 3,0 m-mv, verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Het grondwater is tevens verontreinigd met enkele zware metalen.
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref:PZH.001.R.005
Op het westelijk deel van vak IIl'^^ (achter bebouwing 293a - voormalig nummer 299) is tijdens een bodemonderzoek een matige PAK-verontreiniging in de grond aangetoond. In het grondwater worden matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen, aromaten en minerale olie aangetoond. Op basis van deze gegevens is een sanering uitgevoerd waarvan een evaluatierapport is opgesteld. Saneringsmaatregelen Ter plaatse van vakdeel III* (IJsseldijk 293) is een sanering uitgevoerd (locatiecode ZH/260/029), op basis van de resultaten van het bodemonderzoek'Van de sanering is een evaluatierapport opgesteld'De sanering is uitgevoerd in 1990, onder milieukundige begeleiding van Iwaco. De sanering is verdeeld in een aantal deellocaties. Ter plaatse van de deellocaties is grond ontgraven en in depot geplaatst of direct afgevoerd. De saneringsdoelstelling, zijnde de A-waarde, is op alle deellocaties behaald. Totaal is 1444 ton grond verwijderd en afgevoerd. De ontgravingen zijn aangevuld met schoon zand of grond uit depot. Ten behoeve van de grondwatersanering is op 4 plaatsen een drainagesysteem aangebracht. Het verontreinigde grondwater werd via pompputten naar het riool gebracht. Totaal is 1720 m^ grondwater via het drainagesysteem onttrokken en geloosd. De provincie Zuid-Holland heeft ingestemd met het geleverde evaluatierapport.
Op de locatie achter de woningen IJsseldijk 301 - 333 (Waco-terrein) is inmiddels ook een sanering uitgevoerd. Gelet op de plannen met betrekking tot herinrichting van het terrein is een bouwplan opgesteld waarin wordt gesproken over het aanbrengen van een leeflaagconstmctie.'^^ Tevens moest een damwandscherm rondom het bouwterrein worden aangebracht ter beïnvloeding van de grondwaterstand op de locatie. Van het aanbrengen van de leeflaagconstmctie is een evaluatierapport opgesteld.'^^ De leeflaag bestaat uit zand, 0,5 meter klei (voorkomen uitwisseling grondwater), doek, 0,3 meter schelpen (neutraliseren van verontreiniging in grondwater onder leeflaag) en doek. Uit het bouwplan"^ van het Wacoterrein blijkt dat de aanwezige bebouwing aan de IJsseldijk niet is gewijzigd. Alleen het achterterrein tot aan de Hollandse Ussel is opnieuw ingevuld. De locatie IJsseldijk 301 is in 1991 gesaneerd onder begeleiding van Lexmond Milieuadviezen.'^ In het kader van de sanering is de sterk verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. Totaal is circa 300 ton grond afgevoerd, de saneringsdoelstelling was de Awaarde. De voormalige tank is gelicht en afgevoerd. Uit de controlemonsters blijkt dat de saneringsdoelstelling niet is gehaald. In de putbodem is op diepten variërend van 0,5 tot 1,5 meter-putbodem bodemvreemd materiaal aangetroffen.
De verontreiniging met metalen wordt gerelateerd aan de zintuiglijke verontreiniging. De saneringsput is aangevuld met zand en opgehoogd, daama afgedekt met asfalt. Door de provincie is aangegeven dat, gelet op de restverontreiniging, er ter plaatse een nazorgprogramma moet worden opgesteld en in stand worden gehouden. De locatie is opgenomen in het locatiebestand nazorgprogramma's van de Provincie Zuid-Holland.'^^ 2.5 Locatie-inspectie Op 23 mei 2001 zijn de bewoners van de onderzoekslocatie door DCMR aangeschreven over het aankomende bodemonderzoek. De bewoners zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de brief Een groot deel van de bewoners heeft toestemming gegeven voor de uitvoering van het onderzoek. Daamaast wil een aantal bewoners deel uitmaken van een projectgroep. Van de gemeente Krimpen aan den Ussel is een plattegrond ontvangen met de huidige bebouwing erop aangegeven (digitale kadastrale kaart).
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
Nadat het grootste deel van de bewoners toestemming had verleend voor het onderzoek is een locatie-inspectie uitgevoerd (10 juli 2001). Hierbij is met name gelet op de ouderdom van de bebouwing en eventuele hoogteverschillen in het terrein. De IJsseldijk is, ten opzichte van een groot gedeelte van de bebouwing, hoog gelegen en voorzien van een asfaltverharding. De hoogte op de locatie neemt af in de richting van de Hollandse Ussel. De bebouwing aan de overzijde van de IJsseldijk (even nummers) bevindt zich onder aan de dijk. Ter plaatse van de Korenmolen is een restaurant (De Schelvenaer) met een parkeergelegenheid gevestigd. De parkeerplaatsen zijn voorzien van een klinkerverharding. Het restaurant bestaat uit laagbouw en een (gerestaureerde of geheel nieuwe) molen. Aan de noordzijde, nabij de haven, bevindt zich een terras. De kade van de haven is voorzien van een asfaltverharding en is circa 1 meter lager gelegen. Met trapjes kunnen de Burg. Bulderboulevard en Molenaar van Schelvenlaan worden betreden (hoger gelegen). Deze beide wegen zijn voorzien van een klinkerverharding. De huizen aan de Burg. Bulderboulevard nummer 9 t/m 31 zijn voorzien van een garage onder de bebouwing, de opritten zijn betegeld. Aan de voorzijde van de panden aan het Veerpad nummer 13 t/m 29 (noordzijde) bevinden zich parkeerplaatsen.
Tussen de parkeerplaatsen en de Hollandse Ussel is een kade aanwezig voorzien van een asfaltverharding. Deze is circa 1 meter lager gelegen dan de parkeerplaatsen. Het Veerpad zelf en de tuin van Veerpad 16 is ongeveer op gelijke hoogte met de kade gelegen. De oneven nummers van het Veerpad bestaat uit nieuwe bebouwing, de even nummers betreffen oude bebouwing. De bebouwing aan de achterliggende Kokerstraat betreft geheel oude bebouwing. De Kokerstraat is voorzien vein een asfaltverharding, alsmede een deel van het Veerpad. Ter plaatse van de IJsseldijk varieert de ouderdom van de bebouwing aanzienlijk. Nummer 235 bestaat uit een oude houten schuur met erachter vermoedelijk een tijdelijke woonmimte. De bebouwing van de nummers 237, 239 en 245 - 287 betreft oude bebouwing. Ter plaatse van nummer 241 en 243 zijn nieuwe woningen aanwezig. Tussen nummer 255 en 257 is een geasfalteerde parkeerplaats aanwezig, tot aan de Hollandse Ussel. De oude bebouwing op dit gedeelte van de IJsseldijk bevindt zich lager dan de IJsseldijk. De nieuwe bebouwing is op gelijke hoogte aanwezig. De uiteindelijke situatie van het voormalige Waco-terrein wijkt af van de plannen"^ uit 1989. Er zijn uiteindelijk meer woningen gerealiseerd en de haven is kleiner dan oorspronkelijk was aangegeven.
De bebouwing aan de Molenaar van Schelvenlaan 9, 11, 15, 17 en 12 t/m 24 (even) zijn gesitueerd op voormalig oppervlaktewater. Op de tekening in bijlage 3 zijn de gegevens afkomstig van de locatie-inspectie opgenomen. Ook tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is aanvullende informatie verzameld van de locatie. Gebleken is dat ter plaatse van de parkeerplaats tussen IJsseldijk 255 en 257 in een huis heeft gestaan dat in het verleden is gesloopt. Volgens een buurtbewoner is bij de sloop van het huis sloopafval in de bodem verwerkt.
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
De bewoners van de Kokerstraat weten te melden dat een deel van de Hollandse Ussel ongeveer 3 jaar geleden (medio 1998) is gedempt met een grote hoeveelheid beton/puin. Dit gedempte deel is bij de tuinen van de bewoners getrokken. Er zouden gegevens van bekend zijn bij de gemeente, uit navraag is hierover echter niets naar voren gekomen. Volgens de bewoner van de Kokerstraat 3 / 4 is dit jaar (2001) nog een bodemonderzoek uitgevoerd door Inpijn Blokpoel in verband met een aanbouw aan het huis. Er is destijds koolas aangetroffen en verhoogde gehalten met metalen. Uit navraag bij de gemeente (september 2001) is gebleken dat vrijwel geen bodemonderzoeken aanwezig zijn, de beschikbare rapporten zijn bij DCMR gearchiveerd. Een rapport van het bodemonderzoek is tijdens het archiefonderzoek niet temggevonden. 2.6 Conclusies vooronderzoek Gesteld wordt dat ter plaatse van de nieuwe bebouwing saneringsmaatregelen in de vorm van een leeflaag zijn getroffen. De betreffende bebouwing bevindt zich op hoger maaiveldniveau dan de omliggende oude bebouwing. Van de (achterliggende) percelen van de IJsseldijk 295 en 297, 301 - 309 en 313 - 333 wordt dit bevestigd middels de in 1989 aangegeven plannen voor herinrichting"^ van het voormalige Waco-terrein. Bekend is dat het Waco-terrein is gesaneerd (IJsseldijk 293). Ter plaatse zijn nieuwe woningen aanwezig (nummer 293a t/m h).
Ook de achterliggende bebouwing tot aan de Hollandse Ussel bestaat uit nieuwe bebouwing. Gelet op de gegevens van de locatie en de locatie-inspectie wordt geconcludeerd dat het perceel aan de IJsseldijk nummer 335 geen onderdeel uitmaakt van de onderzoekslocatie. Het perceel nummer 333 is het laatste perceel in westelijke richting. Volgens de gegevens van de uitgevoerde onderzoeken en sanering ter plaatse moeten de percelen IJsseldijk 273 - 287 reeds zijn gesaneerd. Gelet op de situatie ter plaatse en de ouderdom van de bebouwing moet er echter vanuit worden gegaan dat er ter plaatse nog geen saneringsmaatregelen zijn getroffen. De bebouwing met tuin is lager gelegen dan de IJsseldijk en de nieuwe bebouwing in de nabijheid. Ter plaatse van nummer 241 en 243 is een bodemonderzoek uitgevoerd in verband met nieuwbouw^l Niet bekend is of er ter plaatse saneringsmaatregelen zijn getroffen voor de nieuwbouw. De woningen zijn hoger gelegen dan de omliggende oudere bebouwing. In tabel 3 is een samenvatting opgenomen van de gegevens van het vooronderzoek. Aangegeven is of op het betreffende perceel vermoedelijk wel of geen saneringsmaatregelen zijn getroffen. Tabel 3: Samenvatting gegevens vooronderzoek Adres IJsseldijk 313-333 IJsseldijk 311 IJsseldijk 303 - 309 Molenaar v. Schelvenlaan 1-17 (oneven) en 2 - 24 (even) Korenmolen 1
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref:PZH.00I.R.005
Gegevens Oude bebouwing, voorterrein Waco Nieuwbouw Oude bebouwing gerestaureerd of van onduidelijke leeftijd Nieuwbouw en verhoogd ten opzichte van kade Laagbouw en nieuwbouw of restauratie molen
Getroffen saneringsmaatregel Geen VermcK-dclijk leellaaii Vermoedelijk geen Leeflaag Sanering door ontgraving deellocaties en
Adres
Gegevens
IJsseldijk 301
Oude bebouwing, gerestaureerd
IJsseldijk 295 en 297 IJsseldijk 293a - h
Onduidelijke leeftijd bebouwing Nieuwbouw voormalig Wacoterrein
Burg. Bulderboulevard 2 - 6 (even) Nieuwbouw voormalig Wacoterrein en 1 - 31 (oneven) Burg. Van Waninglaan 1-21 (oneven) en 2 - 16 (even)
Nieuwbouw
IJsseldijk 289 en 291 IJsseldijk 287a - f
Oude bebouwing of onduidelijke leeftijd Nieuwbouw
Veerpad 1 - 29 (oneven)
Nieuwbouw
IJsseldijk 235 - 239 en 245 - 287 IJsseldijk 241 en 243 Veerpad 2 - 1 6 (even) Kokerstraat 1 - 9
Oude bebouwing Nieuwbouw Oude bebouwing Oude bebouwing
Getroffen saneringsmaatregel grondwateronttrekking Sanering door ontgraving verontreinigde grond, afgedekt, restverontreiniging achtergebleven Vermoedelijk geen maatregelen Sanering door ontgraving deellocaties en grondwateronttrekking Sanering door ontgraving deellocaties en grondwateronttrekking Sanering door ontgraving deellocaties en grondwateronttrekking Vermoedelijk geen Saneringsmaatregel niet bekend, vermoedelijk leeflaag Saneringsmaatregel niet bekend, vermoedelijk leeflaag Vermoedelijk geen Niet bekend, vermoedelijk leeflaag Vermoedelijk geen Vermoedelijk geen
Voor zover bekend zijn er geen nazorgmaatregelen getroffen. In het archief van DCMR zijn geen gegevens gevonden. Van de reeds getroffen saneringsmaatregelen is de huidige situatie dan ook niet bekend. Uit onderzoek is gebleken dat de voormalige haven was verontreinigd. Het is niet bekend of de verontreiniging is verwijderd alvorens demping heeft plaatsgevonden. Gelet op de diepte van de oorspronkelijke waterbodem wordt humaan contact met deze verontreiniging niet verwacht. Daardoor is er geen specifiek onderzoek opgenomen naar de gedempte haven.
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref:PZH.001.R.005
3.
Onderzoeksopzet
3.1 Algemeen Op basis van de historische gegevens blijkt dat gedurende verschillende perioden stortingen/ophogingen op de locatie hebben plaatsgevonden. Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat de grond plaatselijk maximaal sterk is verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. In het grondwater worden verhoogde concentraties zware metalen, PAK en aromaten aangetoond. Het grondwater stroomt in noordwestelijke richting, richting de Hollandse Ussel. De doelstelling van het onderzoek is in eerste instantie het vaststellen van de aard en omvang van de verontreiniging. Hierbij moet met name worden gelet op de delen van de locatie die nog niet zijn gesaneerd. Er wordt van uitgegaan dat ter plaatse van de nieuwbouw (hoger gelegen ten opzichte van oudere bebouwing) een leeflaag is aangebracht danwel andere saneringsmaatregelen zijn getroffen. De verontreinigingssituatie is dan ook voornamelijk onderzocht ter plaatse van de oudere bebouwing. Ter controle van de reeds getroffen saneringsmaatregelen op de overige delen van de locatie is hier een aantal boringen geplaatst. Ten behoeve van het vaststellen van de aard en omvang op de niet-gesaneerde delen is het niet zinvol geacht een onderzoek conform het protocol voor Nader Onderzoek uit te werken. Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat de verontreinigingen te relateren zijn aan zintuiglijke verontreinigingen.
Hierdoor heeft het aanvullend nader onderzoek zich met name gericht op het vaststellen van de dikte van de zintuiglijk verontreinigde laag (vermoedelijk 2 tot 4 meter) en de horizontale verspreiding ervan. Om een uitspraak te kunnen doen over de actuele risico's zijn extra grondboringen geplaatst en analyses ingezet van de grondmonsters uit de belangrijkste contactzone. Om de verspreidingsrisico's in te kunnen schatten zijn peilbuizen geplaatst en grondwatermonsters geanalyseerd. Alle veldwerkzaamheden en chemische analyses zijn uitgevoerd conform de geldende NENen NPR-normen. 3.2 Veldwerkzaamheden Op basis van de gegevens van het vooronderzoek is een onderzoeksvoorstel uitgewerkt. In onderstaande tabel 4 wordt aangegeven op welke terreindelen aanvullend nader onderzoek is uitgevoerd. Tabel 4: Veldwerkzaamheden onderzoekslocatie
Vaststellen aard, omvang en actuele humane risico 's Geen IJsseldijk 313-333 IJsseldijk 303 - 309 Vermoedelijk geen IJsseldijk 295 en 297 Vermoedelijk geen maatregelen Vermoedelijk geen IJsseldijk 289 en 291 IJsseldijk 235 - 239 en 245Vermoedelijk geen 287 Vermoedelijk geen Veerpad 2 - 1 6 (even) Kokerstraat 1 - 9 Vermoedelijk geen Controle saneringsmaatregel Vermoedelijk leeflaag IJsseldijk 311 Molenaar v. Schelvenlaan 1-17 Leeflaag (oneven) en 2 - 24 (even)
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref:PZH.001.R.005
Aard en omvang Aard en omvang Aard en omvang Aard en omvang Aard en omvang Aard en omvang Aard en omvang Controle saneringsmaatregel Controle saneringsmaatregel
Adres Korenmolen 1 IJsseldijk 301 IJsseldijk 293a-h Burg. Bulderboulevard 2-6 (even) en 1 - 31 (oneven) Burg. Van Waninglaan 1-21 (oneven) en 2 - 16 (even) IJsseldijk 287a-f Veerpad 1 - 29 (oneven) IJsseldijk 241 en 243
Getroffen saneringsmaatregel Sanering door ontgraving deellocaties en grondwateronttrekking Sanering door ontgraving verontreinigde grond, restverontreiniging achtergebleven Sanering door ontgraving deellocaties en grondwateronttrekking Sanering door ontgraving deellocaties en grondwateronttrekking Vermoedelijk sanering door ontgraving deellocaties en grondwateronttrekking Saneringsmaatregel niet bekend, vermoedelijk leeflaag Saneringsmaatregel niet bekend, vermoedelijk leeflaag Niet bekend, vermoedelijk leeflaag
Aanvullend nader onderzoek Globale controle saneringsmaatregel Globale controle saneringsmaatregel Globale controle saneringsmaatregel Globale controle saneringsmaatregel Controle eventuele saneringsmaatregel Controle eventuele saneringsmaatregel Controle eventuele saneringsmaatregel Controle eventuele saneringsmaatrege 1
Op de tekening van bijlage 4 zijn de delen waarop vermoedelijk geen saneringsmaatregelen zijn getroffen rood gearceerd weergegeven. Ter plaatse zijn veldwerkzaamheden verricht ter vaststelling van de aard en omvang van de verontreiniging. Op het overige deel van de locatie zijn de getroffen saneringsmaatregelen globaal gecontroleerd. Het onderzoek is, op basis van de gegevens van tabel 4, verdeeld in: Vaststellen aard en omvang verontreiniging, oppervlak circa 16.500 m^. Controle saneringsmaatregel, oppervlak 40.500 m^. Vaststellen aard, omvang en actuele humane risico 's Het aantal boringen is bepaald aan de hand van het protocol NEN 5740, onverdachte locatie. Ondanks dat deze strategie niet eiansluit op de bevindingen uit het vooronderzoek wordt op deze wijze toch een basis gelegd voor het aantal boringen. De boordiepte uit de NEN 5740 is aangepast aan de zintuiglijke waamemingen in het veld. Vanwege de aanwezigheid van ondoordringbare lagen in de bodem is het aantal peilbuizen verminderd ten opzichte van het voorgestelde aantal. In het kader van het aanvullend nader onderzoek zijn, in 2001, de volgende boringen geplaatst (nummers 102 - 108, 110 - 127): 22 boringen tot maximaal 5,0 m-mv; 3 peilbuizen met een filter onder de grondwaterstand.
Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is een tweetal oude peilbuizen aangetroffen welke in het kader van het aanvullend nader onderzoek zijn bemonsterd (PbC en PbD). In de vervolgfase van het onderzoek, in het kader van het vaststellen van de actuele humane risico's, is in 2002 op het nog niet gesaneerde deel van de onderzoekslocatie een ïiantal extra boringen geplaatst (boring nummer 401 - 403, 405 - 410, 412 - 420, 422 - 425, 430 - 464, 466 - 470). Voor de bepaling van de mogelijke saneringsmaatregel is de onderzoekslocatie verdeeld in: deellocatie A (575 m^), IJsseldijk 321 en 323; deellocatie B (1.380 m^), Usseldijk 301 - 309; deellocafie C (9.380 m^), Usseldijk 235 - 273, Veerpad even nummers en Kokerstraat. Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
Deze boringen zijn tot maximaal 1,0 m-mv doorgezet. De deellocaties zijn weergegeven op de tekening in bijlage 4. Controle saneringsmaatregel Voor de controle van de saneringsmaatregel is niet uitgegaan van een bepaald protocol. Het aantal en de verdeling van de boringen is vastgesteld met de gegevens van de locatie-inspectie als uitgangspunt. In het kader van het aanvullend nader onderzoek zijn in 2001 de volgende boringen geplaatst (nummers 201 - 220): 17 boringen tot maximaal 2,2 m-mv; 3 peilbuizen met een filter onder de grondwaterstand. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is een oude peilbuis aangetroffen (PbB) welke is bemonsterd. Ten behoeve van het vaststellen van de stromingsrichting van het grondwater is de grondwaterstand van alle peilbuizen ingemeten ten opzichte van een vast pimt. Op de tekening in bijlage 4 zijn de boorlocaties aangegeven. 3.3 Laboratoriumonderzoek Gelet op de aangetoonde verontreinigingen zijn de grond- en grondwatermonsters gecontroleerd op een groot aantal parameters zoals zware metalen, PAK en minerale olie. Hiervoor worden de analysepakketten NVN-bovengrond en NEN-grondwater gebmikt. Aard, omvang en actuele humane risico 's De selectie van de grondmonsters heeft plaatsgevonden op basis van waamemingen in het veld.
Om een uitspraak te kurmen doen over actuele hiunane risico's is het grootste deel van de deelmonsters van de bovenste 0,5 meter van de grond geanalyseerd. Daamaast is de relatie tussen zintuiglijke en chemische verontreiniging onderzocht door analyse van zintuiglijk verontreinigde grondmonsters. Om een beeld te krijgen van de verontreinigingsdiepte zijn tevens monsters van de zintuiglijk schone ondergrond geanalyseerd. Totaal zijn 124 grondmonsters en 5 grondwatermonsters geanalyseerd. Bij het samenstellen van de grondmengmonsters is uitgegaan van maximaal 3 deelmonsters per mengmonster. Controle leeflaag De selectie van de grondmonsters heeft plaatsgevonden op basis van waamemingen in het veld. In hoofdstuk 2 is aangegeven dat de leeflaag bestaat uit zand, klei en schelpen. Deze leeflaag is in het veld niet als zodanig waargenomen. Totaal zijn 18 grondmonsters en 4 grondwatermonsters geanalyseerd. Bij het samenstellen van de grondmengmonsters is uitgegaan van maximaal 3 deelmonsters per mengmonster. De totaal 142 grondmonsters zijn geanalyseerd op het NVN-bovengrondpakket, bestaande uit: droge stofgehalte; zware metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink); PAK; Minerale olie; EOX.
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
10
Vanwege de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal is aanvullend 1 grondmonster gecontroleerd op de aanwezigheid van asbest. Op basis van een verhoogd EOX-gehalte is op een grondmonster een screening uitgevoerd. Om de Interventiewaarden bodemsanering te kurmen relateren aan het bodemtype is van 11 grondmonsters het lutum- en organisch sofgehalte bepaald. De 9 grondwatermonsters zijn geanalyseerd op het NEN-grondwaterpakket, bestaande uit: zware metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink); aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen); gechloreerde koolwaterstoffen; minerale olie. De pH en EC van de grondwatermonsters is in het veld bepaald. Alle analyses zijn uitgevoerd door Alcontrol Biochem Laboratoria B.V. te Hoogvliet
(Steriab). Bij het selecteren van de deelmonsters en het samenstellen van de mengmonsters is getracht een representatief beeld te geven van de onderzoekslocatie. In tabel 5 is een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters van het aanvullend nader onderzoek (MOlM61). De in het kader van de bepaling van de humane risico's geselecteerde grondmonsters (Ml01 - Ml92) zijn weergegeven in bijlage 7. Tabel 5: Overzicht grondmonsters met uitgevoerde analyses Bestaande uit (boringnumMonster mer-d ce 1 mo n stcmummer) Nummer Aard en omvang 102-1, 104-2 M30 104-6 M3I 105-1 105-3 M34 106-1, 107-1 M?t5 106-5 M36 107-4 MM 108-1 108-3 M38 M39 110-1 110-2 M40 M41 111-1 M42 103-1 M43 112-1 M44 113-1 M45 114-1 M.U> 114-2 114-5 M47 115-1 M48 115-2 M49 M50 116-1, 117-1, 119-1 1 I6A-2 M51 M52 118-1 119A-1 M53 Mvl 120-1 M.vS 120-2, 121-1 122-1 M56
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
Bodemlaag (cmmv)
Zintuiglijke waarneming
L+H volgens
_S 60 160-210 3-50 70-100 10-60 205 - 230 120-160 10-50 90-120 5-30 30-80 20-70 30-80 10-50 20-40 0-30 30-80 150-200 10-60 60-110 5-50 30-50 3-45 10-50 0-50 20-100 5-50
-
M()5 M33 MO 5 M33 M05 M33 M09 M09 M02 M05 M05 M05 M05 M05 MO) M05 M09 M09 M09 M09 M05 M09 M09 M05 M09 M09 MOS
Matige rottingsgeur, gitzwart Sterk puinhoudend, geroerd Matig puinhoudend, sterk koolhoudend Matig puin- en koolhoudend Matig puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend
Zwak puin- en koolhoudend Sterk puinhoudend
Zwak puin- en koolhoudend
Matig puinhoudend
Zwak kool- cn puinhoudend
Matig puinhoudend, zwak koolhoudend
Zwak puinhoudend Matig puinhoudend. zwak koolhoudend
11
Bestaande uit (boringnumMonster mer-deelmonsternummer) Nummer 123-1, 125-1, 126-1 M57 M58 124-1 125-4, 126-4 M59 M60 125-7 M61 127-r Controle leeflaag 204-1, 205-1, 206A-1 MOl* 206A-3 M02* 206-4 M03 M04* 201-1 202-1,203-1 M05* M06* 201-3 M07 207h-l, 208-1 209-1, 210h-l, 213-1 M08 M09* 209-4,210-4 211h-l MIO 214-1,215-1 Mil 214-4 M12 M13 218-2 M14 216-1,217-1 MI5 216-3 M16 219-1 MI7 220-1 220-4 M18
Bodemlaag (cmmv) 0-50 10-60 120-160 230-280 0-50
Zintuiglijke waarneming Uiterst puinhoudend Matig puinhoudend -
L+H volgens M04 M()5 M33 M09 M09
5 - 60 1 10-160 155-156 10-60 5-50 110-160 5-50 5-50 110-160 10-50 5 50 140-155 25-55 5-55 100-150 5-50 5-50 140-150
Matige rottingsgeur Doek ?# Zwak steenhoudend Zwak puinhoudend Zwak steenhoudend Zwak puinhoudend Matig puin, zwak kool- en glashoudend Matig steenhoudend Zwak steen- en puinhoudend Matig koolhoudend, zwak puinhoudend Zwak steenhoudend Sterk steenhoudend
MOl M02 M04 M05 M06 M05 M05 M09 M05 M05 M33 M02 M05 M33 M05 M05 M33
Bepaling lutum- en humusgehalte Controle aanwezigheid v£ui asbest GCMS screening ivm verhoogd EOX-gehalte
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
12
4.
Resultaten veldonderzoek
4.1 Bodemopbouw Het veldwerk van het aanvullend nader onderzoek is uitgevoerd in de periode van 20 tot en met 31 augustus 2001. De veldwerkzaamheden in het kader van de bepaling humane risico's is uitgevoerd in de periode van november - december 2002. De boorbeschrijvingen van de locatie zijn opgenomen in bijlage 5. Op basis van de profielbeschrijvingen kan de bodemopbouw als volgt worden samengevat. Ter plaatse van het reeds gesaneerde deel bestaat de bodem vanaf maaiveld uit matig fijn zand. Op een aantal punten bevat het zand teelaarde. Plaatselijk (boring 201, 204, 205, 206A en 218) wordt de zandlaag onderbroken door een zandige kleilaag. Het grondwater is aangetroffen op diepten variërend van 0,8 tot 2,1 m-mv. Gelet op de gegevens van de aangebrachte leeflaag moet worden geconcludeerd dat deze in het veld niet als zodanig is waargenomen. Er is wel zand aangetroffen maar geen duidelijke klei- en schelpenlaag. Plaatselijk is mogelijk doek waargenomen op diepten variërend van 1,6 tot 2,9 m-mv. Ter plaatse van het nog niet gesaneerde deel wordt vanaf maaiveld matig fijn zand aangetroffen, afwisselend zweik siltig tot kleiig en zwak humeus. Ter plaatse van de boringen 105, 108 en 112 wordt vanaf circa 0,8 tot 1,2 m-mv een zwak zandige kleilaag aangetroffen. Het grondwater is aangetoond op een diepte variërend van 0,4 tot 3,0 m-mv.
4.2 Zintuiglijke waarnemingen In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de zintuiglijke bijzonderheden die tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn waargenomen. In de tabel zijn alleen de boringen en bodemlagen opgenomen waaraan, in milieuhygiënisch opzicht, verdachte kenmerken zijn waargenomen. Tabel 6: Zintuiglijke waamemingen Zintuiglijke waarneming Bodemlaag (cm-mv) Aard, omvang en humane risico 's Sterk grindhoudend 102 190-240 Einde boring obstakel 80 103 Matige rottingsgeur, gitzwart, einde boring obstakel 104 160-210 3 -50 Sterk puinhoudend 105 50-70 Zwak puin- en slakhoudend 70-100 Matig puinhoudend, sterk koolhoudend 100-120 Sterk puinhoudend Matig puin- en koolhoudend 205-230 106 Zwak puinhoudend 230 - 240 Matige rottingsgeur, zwak puinhoudend, matig koolhoudend, gitzwart, einde 240-255 boring obstakel 107 Matig puinhoudend 120-160 160-200 Matig schelphoudend 200 - 230 Matige rottingsgeur, matig schelphoudend, gitzwart, einde boring obstakel 10-120 Zwak puinhoudend 108 200-210 Matige rottingsgeur, einde boring obstakel 30-100 Zwak puin- en koolhoudend 110 100-120 Matig puinhoudend, zwak koolhoudend, einde boring obstakel 20-70 Matig tot sterk puinhoudend, einde boring obstakel 111 Boring
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOI.R.005
13
Boring 112 113 114 115 116 116A 117 118 119 119A 120 121 122 123 124 125 126 127 401 402,418, 420,424, 447 405, 407, 413,417, 423, 457 408,410 412 419 422 431,433, 435,436, 439,444, 445,469 438
Zintuiglijke waarneming
Bodemlaag (cm-mv) 150 90 20-150 60-180 90 30-70 70-170 120-150 45-50 15 10-50 50-100 20-190 5-70 40 5-60 120-230 120-130 70-100 50-70 50-70
Einde boring beton Einde boring obstakel Zwak tot matig puinhoudend, zwak koolhoudend Afwisselend zwak tot matig puinhoudend, einde boring obstakel Einde boring obstakel Zwak kool- en puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak koolhoudend, matig puinhoudend, einde boring obstakel Matig puinhoudend, einde boring obstakel Beton "rest puin" einde boring obstakel Matig puinhoudend, zwak koolhoudend, einde boring obstakel Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend, einde boring obstakel Matig puinhoudend, zwak koolhoudend, einde boring obstakel Einde boring obstakel Uiterst puinhoudend, einde boring obstakel Matig puinhoudend Matig puinhoudend, einde boring obstakel Stukjes plastic, einde boring obstakel Sterk puinhoudend, einde boring Einde boring
30-40
Einde boring
50- 100 0-50 50-70 0-50 50-70 0-50
Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend, einde boring Zwak puinhoudend, einde boring op zware puin Zwak puinhoudend Matig puinhoudend, einde boring op beton Zwak tot matig puinhoudend
0-60 60-100 40-100 446 50- 100 449,451 5-50 464 438 0-100 Controle leeflaag 10-60 201 60-110 110-160 160-190 10-50 202 5 - 45 203 45-50 50-90 25-34 204 240 - 270 270 - 300 205 160 206A 110-160 206 60-155
Matig puinhoudend Zwak puinhoudend Sterk puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend, einde boring obstakel Zwak puinhoudend Zwak puin- en koolhoudend, matig houthoudend Zwak steenhoudend Zwak schelp- en puinhoudend Uiterst schelphoudend, einde boring obstakel Zwak steenhoudend, einde boring obstakel Zwak steenhoudend Sterk puinhoudend Zwak steenhoudend, einde boring obstakel Piepschuim, doek Sterk schelphoudend Worteldoek ?, einde boring obstakel/worteldoek ? Einde boring obstakel Matige rottingsgeur ,einde boring obstakel Zwakke rottingsgeur
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
14
Boring 206 207 208 209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220
Bodemlaag (cm-mv) 155-156 165-190 5-80 5-50 140-160 45-110 110-160 10-50 50 5-130 50 10-220 5-100 220 55 25-55 55-100 100 5-150
Zintuiglijke waarneming Doek? Uiterst schelphoudend, einde boring obstakel Zwak steenhoudend, einde boring obstakel Zwak steenhoudend, einde boring obstakel/puin Zwak puinhoudend, einde boring, puin/doek ? Zwak steenhoudend Zwak puinhoudend, einde boring obstakel Matig puinhoudend, zwak kool- en glashoudend Einde boring obstakel Zwak steenhoudend, einde boring obstakel Einde boring obstakel Matig tot zwak steenhoudend, deels puinhoudend Matig steenhoudend, einde boring obstakel Einde boring obstakel Einde boring obstakel/beton Matig koolhoudend, zwak puinhoudend Zwak tot sterk steenhoudend, einde boring obstakel Einde boring obstakel Zwak tot sterk steenhoudend, einde boring obstakel
In bijlage 5 zijn de zintuiglijke waamemingen bij de boorprofielen vermeld. Zoals uit het bovenstaande blijkt is een groot aantal boringen niet tot de geplande diepte doorgezet vanwege de aanwezigheid van ondoordringbare lagen. Na overleg met DCMR is besloten voorlopig geen ramguts in te zetten om op grotere diepte te kunnen bemonsteren. Ter plaatse van de boringen 201, 204 en 206 is een schelphoudende laag aangetroffen. Het is niet duidelijk of deze laag deel uitmaakt van de aangebrachte leeflaag of dat het een oude oorspronkelijke (water)bodemlaag betreft. Op verzoek van DCMR is een terreinopname gemaakt (imnetingen ten opzichte van NAP en foto's). De meetgegevens zijn toegevoegd aan bijlage 5, de foto's zijn opgenomen in bijlage 6. 4.3 Grondwater De peilbuizen zijn op 31 augustus 2001 bemonsterd en ingemeten. In tabel 7 is een overzicht opgenomen van de gemeten grondwaterstand, zuurgraad (pH) en elektrische geleidbaarheid (EC). Vanwege het voorkomen van ondoordringbare lagen op de onderzoekslocatie is het aantal peilbuizen verminderd ten opzichte van het projectvoorstel. De reeds aanwezige peilbuizen (PbB, C en D) op de locatie zijn herbemonsterd. Tabel 7: Gegevens peilbuizen en grondwater Peilbuis Aard en omvang PbC PbD 105 114 125 Controle leeflaag l'bA 204 210 214
Grondwaterstand (cm tov vast punt)
PH
EC (nS/cm)
-1,53 -L17 -0,12 - 1,06 -0,71
7,15 6.29 6,33 7,09 6,73
355 400 465 480 495
-0,62 -0,49 - 1,94 -0,64
6,69 6,71 7,95 7,49
390 515 315 395
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
15
Uit de grondwaterstanden kan worden afgeleid dat het grondwater globaal in de richting van de Usseldijk stroomt. Gelet op het geringe aantal peilbuizen is geen duidelijke uitspraak te doen over de grondwaterstromingsrichting. De grondwaterstanden staan vermoedelijk onder invloed van de Hollandse Ussel en variëren op korte onderlinge afstanden (zoals bijvoorbeeld blijkt uit de gegevens van Pb204, PbC en PbD).
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
16
5.
Resultaten laboratoriumonderzoek
5.1 Aigemeen De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. De analyseresultaten zijn getoetst aan de Streef- en Interventiewaarden bodemsanering. Staatscourant nummer 39, d.d. 24 februari 2000. De streef- en interventiewaarden zijn gecorrigeerd naar het bodemtype (zie ook tabel 5 en bijlage 8). In de Wet bodembescherming (Wbb) wordt onderscheid gemaakt in streef- en interventiewaarden. Als toetsingswaarde voor nader onderzoek geldt de helft van de som van de (gecorrigeerde) streef- en interventiewaarde. Voor de beschrijving van de verontreinigingssituatie wordt de volgende terminologie gehanteerd: S T I
= = =
streefwaarde toetsingswaarde nader onderzoek ((S+I)/2) interventiewaarde
gehalte < S gehalte > S en < T gehalte > T en < I gehalte > I
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
Indien de hoeveelheid (volume) sterk verontreinigde grond of grondwater meer bedraagt dan 25 m respectievelijk 100 m is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. 5.2 Grond In tabel 8 en 9 is een samenvatting opgenomen van de getoetste analyseresultaten van de grondmonsters. De uitgebreide toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 8. In de tabel zijn alle, in het kader vein het aanvullend nader onderzoek, geanalyseerde grondmonsters opgenomen. Voor de deelmonsters waaruit de mengmonsters zijn samengesteld wordt verwezen naar tabel 5. In bijlage 8 zijn de toetsingsresultaten opgenomen van de grondmonsters welke in het kader van de bepaling actuele humanerisico'szijn geanalyseerd (Ml01 - Ml92). De tabel met een overzicht van de samengestelde grondmonsters is opgenomen in bijlage 7.
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
17
Tabel 8: Samenvatting toetsingsresultaten grondmonsters aard en omvang Parameter Zintuiglijke waarneming Boringnummer Bodemlaag (cmmv) Zware metalen Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink PAK Minerale olie F.OX
M32 Puinh.
102+104 5-60
M31 Rottingsgeur, gitzwart 104 160-210
1,8 55 -
1,9 200** 1,1 650** 34 890** 14 390 0,33
M30 -
105 3-50
M33 Puin- en koolh. 105 70-100
75 150 237** 940* -
25 1,1 130* 0,75 660** 56 500* 89** 570 -
M34 ~
M36 Puinh.
M37 Puinh.
M38 Puinh.
M39
106+107 10-60
M35 Puin- en koolh. 106 205-230
107 120-160
108 10-50
108 90-120
0,5 0,57 100 1,8 45 -
43* 3,8 220** 3,3 810** 34 900** 11 310 -
22 2,8 70 64* 1,7 140 26 350* 29* 500 1,3
0,7 33 0,52 200 220 4,7 110 -
0,6 22 0,56 66 130 4,2 290 0,35
Resultaten in mg/kg d.s. niet aantoonbaar of in gehalten < (gecorrigeerde) streefwaarde 1,8 gehahe > (gecorrigeerde) streefwaarde < (gecorrigeerde) T-waarde * gehalte > (gecorrigeerde) T-waarde < (gecorrigeerde) interventiewaarde ** gehalte > (gecorrigeerde) interventiewaarde
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
IS
M41 Puinh.
M42 -
M43 -
110 5-30
M40 Puin- en koolh. 110 30-80
111 20-70
103 30-80
112 10-50
19 1,4 34 1,1 100 270* 8 800* 0,55
20 1,1 96** 1,1 470** 21 480** 15 150 -
17 0,9 43 0,7 830** 13 580** 34* 300 -
-
1,9
•
Vervolg tabel 8: Samenvatting toetsingsresultaten grondmonsters aard en omvang 1 M44 Parameter M4Ó M47 M45 Puin- en koolh. Zintuiglijke waarneming 113 114 114 114 Boringnummer 0-30 150-200 Bodemlaag (cm-mv) 20-40 30-80 Zware metalen Arseen Cadmiimi 1,2 Chroom Koper 40 Kwik 0,33 Lood 490** Nikkel Zink 650** 25* PAK Minerale olie 65 160 0,32 EOX Resultaten in mg/kg d.s. niet aantoonbaar of in gehalten < (gecorrigeerde) streefwaarde 65 gehalte > (gecorrigeerde) streefwaarde < (gecorrigeerde) T-waarde gehalte > (gecorrigeerde) T-waarde < (gecorrigeerde) interventiewaarde * gehalte > (gecorrigeerde) interventiewaarde
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
19
M48 -
M49 Matig puinh.
M50 -
115 10-60
115 60-110
116+117+119 5-50
M51 Kool- en puinh. 116A 30-50
0,5 130 120 3,2 -
-
-
0,6 33 0,23 750** 340* 11 130 -
M52 118 3-45 -
L2 23 0,36 340* 410** 14 190 -
Vervolg tabel 8: Samenvatting toetsingsresultaten grondmonsters aard en omvang Parameter M53 Zintuiglijke Puin- en koolh. waarneming H9A Boringnummer Bodemlaag (cm-mv) 10-50 Zware metalen Arseen 30* Cadmium 2,4 Chroom Koper 270** Kwik 3,0 Lood 1.200** Nikkel 31 1.100** Zink PAK 73** 210 Minerale olie 0,45 EOX Chloorbenzenen (som) PCB (som 7)
M54 -
M55 Puinh.
M56 Puin- en koolh.
M57 -
M58 Puinh.
M59 Puinh.
M60 -
M61 -
120 0-50
1204-121 20-100
122 5-50
123+125+126 0-50
124 10-60
125+126 120-160
125 230-280
127 0-50
0,9 26 0,42 160 340* 4,2 45
37** 1,9 78* 1,5 480** 19 530** 9,6 120
1,0 51 0,74 620** 310** 7,5 40
27 0,50 80 120 5,9 25
25 75 26 76 2,0 -
-
54 1,8 160 -
65** 9,9** 170* 140** 6,1* 240* 30 840** 13 410 5,4 0,2 0,35**
Resultaten in mg/kg d.s. niet aantoonbaar of in gehalten < (gecorrigeerde) streefwaarde 2,4 gehalte > (gecorrigeerde) streefwaarde < (gecorrigeerde) T-waarde * gehalte > (gecorrigeerde) T-waarde < (gecorrigeerde) interventiewaarde ** gehalte > (gecorrigeerde) interventiewaarde
Definitief eindrapport, d.d. 9 april 2004 Ref: PZH.OOl.R.005
20