CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan IJsseldijk 237-239

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan IJsseldijk 237-23924.716 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.11 Water Inleiding De initiatiefnemers van een ruimtelijk plan behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van deze ruimtelijke onderbouwing wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW)  Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet  Provinciaal:  Provinciaal Waterplan

36/85

Hoogheemraadschapsbeleid Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder: HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, de algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie: www.hhsk.nl). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken. Er moet worden ingezet op intensief overleg met gemeentebesturen voor het kunnen realiseren van projecten. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen.

Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen.    

De visie is uitgewerkt in een concreet maatregelenplan: Het woongenot, de belevingswaarde en de recreatieve mogelijkheden op en in het water voor burgers nemen toe; De waterkwaliteit voldoet tenminste aan de algemene milieukwaliteitseisen; Het waterhuishoudkundig systeem kent goede aan- en afvoermogelijkheden, waarbij de doorspoelbaarheid en de mogelijkheid om onder normale omstandigheden het waterpeil binnen zekere marges te handhaven, voldoende worden gewaarborgd; Het watersysteem is zo ingericht dat het de ontwikkeling van biologisch gezond water bevordert.

In zijn algemeenheid geldt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur, tenzij voor de activiteit algemene regels van toepassing zijn. Onderzoek Algemeen Het perceel bestaat in de huidige situatie uit een twee-onder-een-kap woning. Het perceel ligt ingeklemd tussen de weg IJsseldijk en het water Hollandsche IJssel. Het plangebied is aan de voorzijde en noordoostzijde van de woning volledig verhard. De achtertuin is grotendeels onverhard en betreft circa 350 m². Tuinen worden voor 50% als verhard gezien en voor 50% als onverhard. Er is dus sprake van circa 175 m² aan onverhard oppervlakte. Er is dus geen sprake van het overschrijden van de 500 m² grenswaarde van het waterschap en er hoeft niet gecompenseerd te worden. Bodem en grondwater Het plangebied ligt niet in een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Omdat het plangebied in de bebouwde kom ligt is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. De grond ten zuidoosten van het plangebied bestaat uit klei. Ten oosten van het plangebied is sprake van een grondwatertrap Ib. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (GHG) 30 centimeter onder het maaiveld ligt.

37/85

De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) is 81 centimeter onder het maaiveld. Het maaiveld ligt op circa +1 meter ten opzichte van het NAP. De gemiddelde maaiveldhoogte in het plangebied is circa 1,75 NAP m. Waterkwantiteit Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Ten noorden van het plangebied bevindt zich waterloop met een beschermingszone van 2 meter. Werkzaamheden binnen de beschermingszone van deze watergang zijn vergunningsplichtig.

Figuur 4.5 Uitsnede Legger HHSK Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. 38/85

Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt buiten de kernzone van waterkeringen. Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Toekomstige situatie Het plan is om een woning te realiseren in het plangebied. Waterkwantiteit Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard stelt als eis dat 5% van de toename in verharding gecompenseerd dient te worden mits deze toename meer dan 500 m2 bedraagt. In de toekomstige situatie neemt het verharde oppervlak af. Er hoeven geen watercompenserende maatregelen genomen te worden. Er is ook contact geweest met Rijkswaterstaat. Zij hebben aangegeven dat er geen vergunningplicht geldt. De werkzaamheden kunnen vergunningvrij uitgevoerd worden omdat het vrijgesteld gebied betreft. Daarnaast stelt Rijkswaterstaat geen eisen met betrekking tot compensatie omdat er geen toename is van het verharde oppervlak. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.

Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting;  (in-) filtratie van afstromend hemelwater;  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater;  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Conclusie Uit deze waterparagraaf blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

39/85

4.12 Besluit m.e.r. Toetsingskader Van bepaalde activiteiten is het bekend dat ze belangrijke nadelige milieueffecten kúnnen hebben. Deze activiteiten zijn Europees vastgelegd en in de Nederlandse wetgeving uitgewerkt in Lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Als er door het bevoegd gezag een besluit wordt genomen waarbij dit soort activiteiten een rol spelen moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Het doel hiervan is om de (negatieve) milieueffecten mee te wegen in de besluitvorming. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. In het Besluit m.e.r. is geen ondergrens opgenomen, maar er moet wel sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject met een ruimtelijke impact. Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom. De realisatie van slechts één woning in de bebouwde kom zal nauwelijks ruimtelijke impact hebben.

Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Daarom is het opstellen van een vormvrije m.e.r.- beoordeling niet noodzakelijk.

40/85

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De financiering hiervoor wordt gedragen door de initiatiefnemer. Voor eventuele planschade vraagt de gemeente als vaste gedragslijn dat de aanvrager met de gemeente een anterieure overeenkomst inclusief planschadeverhaalsovereenkomst sluit. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarop de grondexploitatieregeling van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet nodig.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. De gedragslijn van de gemeente is dat een initiatiefnemer zelf tijdig contact opneemt met omwonenden/belanghebbenden om te onderzoeken of er draagvlak bestaat voor het besluit tot het afwijken van het bestemmingsplan. Participatie Door initiatiefnemer is overlegd met de buren, de bewoners van de percelen IJsseldijk 241, 235 en 190. Door hen zijn geen bezwaren tegen de voorgenomen nieuwbouw geuit. Zij vinden de ontwikkeling een verbetering, mede ook gezien de bouwkundige staat van de huidige woonhuizen. Daarnaast is contact geweest met RWS, die heeft verklaard dat de locatie is vrijgesteld van de werking van de Waterwet. Het Hoogheemraadschap is positief over de plannen omdat hiermee de bestaande bebouwing die in het dijklichaam staat wordt verwijderd. Vooroverleg In het kader van het overleg bij de voorbereiding van bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, is het plan toegestuurd aan vooroverlegpartners. Er zijn twee inhoudelijke reacties gekomen op het voorontwerpbestemmingsplan, namelijk van Stichting Archeologie Krimpenerwaard (SAK) en de DCMR.

De inhoud van de reactie en tot welke aanpassing in het bestemmingsplan deze reactie heeft geleid wordt hieronder samengevat. Stichting Archeologie Krimpenerwaard De SAK heeft reactie gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan. De stichting geeft aan dat archeologisch onderzoek volgens hen noodzakelijk is omdat een kelder aangelegd wordt, wat impliceert dat de beoogde werkzaamheden dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld. Gerefereerd wordt aan artikel 22, lid 3.1 waarbij bepaald wordt dat een omgevingsvergunning nodig is voor het doen of het laten uitvoeren van werken c.q. werkzaamheden die dieper reiken dan 30 centimeter beneden maaiveld en die tevens een groter terreinoppervlakte beslaan dan 100 m2.

41/85

De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren van een woning die voorzien wordt van een kelder. Echter worden de gronden voor het realiseren van de kelder en het woonhuis opgehoogd met een leeflaag (schone grond) van 1,5 meter. De kelder zal worden gerealiseerd in de opgehoogde grond, waardoor uitsluitend sprake is van grondroerende werkzaamheden dieper dan 30 centimeter ten gevolge van heiwerkzaamheden. Omdat door de heiwerkzaamheden de grens van 100 m2 niet overschreden wordt, is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Tot slot is ter borging van de archeologische waarden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2a' gehandhaafd in voorliggend bestemmingsplan. Als de definitieve ontwikkeling (onverhoopt) wel de criteria als bepaald in deze dubbelbestemming overschrijdt, dan moet de aanvrager alsnog een archeologisch onderzoek (laten) uitvoeren. Daarmee blijft het belang van archeologie in het bestemmingsplan geborgd. Naar aanleiding van de reactie van SAK is in het bestemmingsplan in paragraaf 4.2 de toelichting aangevuld met de onderbouwing dat geen sprake is van grondroerende werkzaamheden dieper dan 30 cm beneden het huidige maaiveld en deze niet plaatsvinden over een groter oppervlak dan 100 m2. DCMR De DCMR heeft reactie gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan.

De DCMR heeft aangegeven dat er voor ecologie een noodzaak is voor het aanvragen van een ontheffing en dat er sprake is van een algemene zorgplicht. Voor bodem is aangegeven dat er een saneringsplan of BUS-melding noodzakelijk is om in te dienen bij het bevoegd gezag, als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming. DCMR geeft aan dat het aspect bodem correct is beschreven. Er zijn geen aanpassingen gedaan naar aanleiding van deze vooroverlegreactie. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 20 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is samengevat en beantwoord in de nota van zienswijzen, toegevoegd in Bijlage 4.

42/85

Hoofdstuk 6

Conclusie

De ontwikkeling past binnen het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De omgevingsaspecten geven geen belemmering op voor de realisatie van de woning. Daarnaast is het plan uitvoerbaar. Uit het voorgaande volgt dat het voorgenomen project voldoet aan de eis van een goede ruimtelijke ordening. Wel dient een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aangevraagd te worden vanwege de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis.

43/85

44/85

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: :

A2837-06/KHA/rap1 29 september 2022

Opdrachtgever

: : : :

Rho Adviseurs B.V.

Goedkeuring (Adviseur milieu)

(Projectleider)

Postbus 150 3000 AD Rotterdam

Functie

Datum

Opsteller, auteur

29-09-2022

2e lezerschap en vrijgave

29-09-2022

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 4

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6 2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 8

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 9

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10

2.6

BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 10

2.7

BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 11

2.8

TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 12

2.9

BEOORDELING ............................................................................................................................ 12

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 13 3.

4.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 14 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 14

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 14

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 16

3.4

TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 17

3.5

INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 19

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 20

3.7

CONCLUSIES ............................................................................................................................... 20

3.8

AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 21

BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 22

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 2 van 22

BIJLAGEN 1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2

Vooronderzoek Aanvullend nader bodemonderzoek IJsseldijk 235-333 te Krimpen a/d IJssel, PZH.001.R.005, d.d. 09-04-2004 Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaat grondwater

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 3 van 22

1.

INLEIDING

In opdracht van Rho Adviseurs B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de geplande herontwikkeling op de locatie en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een Omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In dit kader is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem gewenst. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 4 van 22

Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken.

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 5 van 22

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 6 van 22

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

IJsseldijk 237-239

Postcode / Plaats

2924 AX Krimpen aan den IJssel

Gemeente

Krimpen aan den IJssel

Provincie

Zuid-Holland

RD-coördinaten

Omschrijving

Globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

100.937

Y

437.770

Z

Circa +1,7 - +3,6 m NAP

Hoogte maaiveld

#1 / #2 / #3

Er is een hoogteverschil aanwezig tussen de noord- en de zuidzijde van de onderzoekslocatie. Kadastraal

Oppervlaktes (m²) Belendingen

Gemeente

Krimpen aan den IJssel

Gemeentecode

KPN02

Sectie

A

Nummers

5118 en 5119

Totaal

Ca. 530 m2

Bebouwd

Ca. 130 m2

Verharding

Rondom de bebouwing is sprake van beton en tegels.

Alle richtingen

De locatie is aan de noordzijde begrenst door de Hollandsche IJssel. Ten zuiden van de locatie is de IJsseldijk gelegen. Aan de oost- en westzijde is sprake van woningen.

Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO

25 meter buiten kadastrale grenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: IDDS Projectenkaart #3: AHN.nl Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 7 van 22

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik

Bronnen Uit historische bronnen is bekend dat de huidige bebouwing in 1938 is verschenen en deel uitmaakt van lintbebouwing op een dijk.

#1 / #2 / #3

De locatie is onderdeel van het geval van een verontreiniging bestaande uit het buitendijkse gebied tussen nr. 235-331. Het buitendijkse gebied is een zelling, die in het verleden is opgehoogd en die ten gevolge daarvan integraal diffuus licht tot sterk is verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Ter plaatse van IJsseldijk 235 (naastgelegen perceel) is een ondergrondse tank aanwezig geweest waarvan bekend is dat deze verwijderd is. Potentiële bronnen

Op basis van de beschikbare informatie is de locatie opgehoogd met verontreinigd zand.

Huidig gebruik

In de huidige situatie is de locatie in gebruik als woning(en) met tuin.

Potentiële bronnen

In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Er zal sloop en nieuwbouw van de woning(en) plaatsvinden.

-

Conclusie De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de ophooglaag welke in het buitendijkse gebied langs de Hollandsche IJssel kan voorkomen. De ophooglaag is verdacht aan te merken op licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK. #1: Topotijdreis.nl #2: DCMR Milieudienst Rijnmond (online) #3: Aanvullend nader bodemonderzoek IJsseldijk 235-333 te Krimpen a/d IJssel, PZH.001.R.005, d.d. 09-04-2004

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 8 van 22

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest

Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

#1

Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit

Bodemfunctieklasse

Wonen

#2

Bodemkwaliteitszone

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : BG Wonen 19701990, voormalig industrie <1945 buitendijks Ondergrond (0,5 - 3,0 m-mv) : OG Wonen 19701990, voormalig industrie <1945 buitendijks

Ontgravingskaart boven- en ondergrond

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Uitgesloten Ondergrond (0,5 - 3,0 m-mv) : Uitgesloten

Conclusie Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van bijmengingen met puin, de locatie als asbestverdacht wordt aangemerkt. Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Krimpen aan den IJssel betreft de locatie niet gezoneerd gebied waarbij geen verwachting van de bodemkwaliteit kan worden geschept. Door de aanwezigheid van een ophooglaag kunnen sterke verontreinigingen echter niet worden uitgesloten. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond (online) #2: Bodemkwaliteitskaart gemeente Krimpen aan den IJssel, d.d. juli 2015

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 9 van 22

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking

Bronnen

Bodemopbouw (lokaal) Grondwater (lokaal)

0,0 - 0,5 m-mv

Zand

0,5 - 2,5 m-mv

Klei

Grondwaterstand freatisch

Circa 0,95 m-mv

#1 / #2 / #3

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de locatie richting de Hollandsche IJssel zal stromen en derhalve noordelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie

0,0 - 15,0 m-mv

Deklaag

15,0 - 45,0 m-mv

1e watervoerend pakket

e

Stijghoogte 1 WVP

Ca. 3,5 m-NAP

Stromingsrichting 1e WVP

Noordwestelijk Kwelsituatie

Bodemvreemde lagen

De reeds genoemde ophooglaag.

Conclusie Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van de ophooglaag. #1: DINOloket.nl #2: Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS #3: WKOtool.nl

2.6

BEÏNVLOEDING

TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding

Bronnen Op het aangrenzende perceel (IJsseldijk 235) heeft in het verleden een ondergrondse huisbrand olie (HBO) tank gezeten. Het is bekend dat deze is verwijderd. Verdere informatie omtrent de methode van verwijdering/sanering is onbekend. In een voorgaand nader bodemonderzoek uit 2004 is geen verontreiniging met olieproducten aangetroffen nabij de HBO tank.

#1 / #2

Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond (online) #2: Aanvullend nader bodemonderzoek IJsseldijk 235-333 te Krimpen a/d IJssel, PZH.001.R.005, d.d. 09-04-2004 Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 10 van 22

2.7

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking

Bronnen

Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Er zijn in het verleden diverse onderzoeken uitgevoerd ter plaatse van de meerdere percelen aan de IJsseldijk 235-335 (inclusief de onderzoekslocatie).

#1 / #2 / #3

In het archief van DCMR is enkel een nader onderzoek uit 2004, uitgevoerd door Vebes Adviseurs BV, bekend. Hierbij was in de bovengrond, ter plaatse van IJsseldijk 235, een sterke verontreiniging met zware metalen en PCB aangetroffen. Daarnaast was de grond licht verontreinigd met PAK, minerale olie, EOX en chloorbenzenen. In de ondergrond zijn geen tot lichte verontreinigingen met zware metalen aangetoond. Er bleek sprake te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er werd geadviseerd om te saneren door middel van een leeflaag van 1,5 meter aan te brengen. Voor de locatie is een beschikking van toepassing, d.d. 3 november 2005, waarin is gesteld dat er sprake is van een geval van bodemverontreiniging welke het buitendijkse gebied tussen de lJsseldijk 235 tot 333 te Krimpen aan den IJssel betreft. In 2006 is een nieuwe beschikking afgegeven, waarin staat aangegeven dat de schikking van 2005 nog van kracht is. Uit de bekende beschikkingen van DCMR uit 2005 en 2006 blijkt dat de te onderzoeken percelen vooralsnog niet gesaneerd zijn.

Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Nabij de onderzoekslocatie zijn enkele bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse van de IJsseldijk 190 en 194-196. In het archief van DCMR is enkel een verkennend bodemonderzoek uit 2014, uitgevoerd door Deta Milieu, bekend. Hieruit bleek dat enkele bijmengingen met puin waren aangetroffen. De ondergrond op het voorterrein was licht verontreinigd met koper en lood. De bovengrond op het centrale terreindeel was licht verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK. Ter plaatse van de nieuwbouw was de bovengrond licht verontreinigd met kwik en lood. Het grondwater was sterk verontreinigd met barium welke vermoedelijk een natuurlijke oorsprong had.

#1 / #3

Conclusie Op basis van bovenstaande informatie worden in de bovengrond maximaal sterke verontreinigingen verwacht met diverse zware metalen, PAK en PCB ten gevolge van de aanwezigheid van de ophooglaag. De locatie behoort tot een bekend (en beschikt) geval van ernstige bodemverontreiniging welke aanwezig is in het buitendijkse gebied tussen IJsseldijk 235 en 233. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond (online) #2: Aanvullend nader bodemonderzoek IJsseldijk 235-333 te Krimpen a/d IJssel, PZH.001.R.005, d.d. 09-04-2004 #3: Archief IDDS

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 11 van 22

2.8

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 5 september 2022 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen. 2.9

BEOORDELING

Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving

Reden afwijking

Afwijking

Geen

-

Gevolgen betrouwbaarheid

-

-

Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen

-

-

Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 12 van 22

2.10

CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie

Gehele terrein

Conclusie

Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bovengrond sterke verontreinigingen met zware metalen en/of PCB, gerelateerd aan de ophooglaag, verwacht. De locatie behoort tot een bekend (en beschikt) geval van ernstige bodemverontreiniging welke aanwezig is in het buitendijkse gebied tussen IJsseldijk 235 en 233. Daarnaast zijn licht verhoogde gehalten aan EOX en chloorbenzenen gemeten wat de bovengrond verdacht maakt op bestrijdingsmiddelen (OCB’s).

Hypothese

Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK, PCB en OCB’s

Opmerking

Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 13 van 22

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein

NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE).

Opmerking

Om een representatiever beeld van de locatie te krijgen worden de boringen doorgezet tot tenminste 1,0 m-mv.

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 05-09-2022 (2001) 12-09-2022 (2002) Uitvoerende partij

IDDS Milieu

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002

Onderzoekaspect

Meetpunten

Gehele terrein

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring

1,0 2,0 2,5

4 1 1

Peilbuis

Codering

Bijzonderheden

01, 02, 04, 05 06 03

-

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven:

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 14 van 22

-

De bovengrond bestaat op het noordelijke gedeelte van de locatie uit klei en op het zuidelijke gedeelte uit zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,5 m-mv overwegend uit klei. Plaatselijk is sprake van zand in de ondergrond.

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

In de grond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen.

Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -

Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.

Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis

03

Filterstelling

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

Monstername

[m-mv]

[m-mv]

[–]

[S/cm]

[NTU]

d.d.

1,50 - 2,50

0,94

6,9

1.620

8,42

12-09-2022

Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Geen bijzonderheden

Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -

Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 15 van 22

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Uitsplitsing Naar aanleiding van de matige tot sterke verhogingen met koper, lood en zink in mengmonsters MM1 en MM2 en de matige verhoging met zink in mengmonster MM3 is een uitsplitsing uitgevoerd. Alle grondmonsters in de mengmonsters zijn separaat op de betreffende verhoogde parameters geanalyseerd ten einde meer over de mate en plaats van voorkomen van de verhoogde parameters te kunnen zeggen. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).

Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. De bovengrond is aanvullend onderzocht op OCB’s. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 16 van 22

3.4

TOETSINGSKADER

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.

In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 17 van 22

TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)

Matrix en eventuele bijzonderheden

Analyse

Toetsingsresultaten

Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)

>T (matig verhoogd)

>I (sterk verhoogd)

Bovengrond MM1 BG 01 (0-50) 03 (0-50)

Klei, geen bijzonderheden

#1

Kobalt (0,03) Nikkel (0,19) Cadmium (0,17) Kwik (0,03) PAK (0,05) PCB (0,01)

Koper (0,55) Lood (0,79)

Zink (1,03)

MM2 BG 02 (0-50) 04 (5-55) 05 (050) 06 (5-55)

Zand, geen bijzonderheden

#1

Kobalt (0,05) Nikkel (0,37) Cadmium (0,15) Kwik (0,02) PAK (0,14) PCB (0,02) Minerale olie C10 - C40 (0,02)

Lood (0,99)

Koper (1,43) Zink (1,58)

01-1 01 (0-50)

Klei, geen bijzonderheden

#3

-

-

-

03-1 03 (0-50)

Klei, geen bijzonderheden

#3

Kobalt (0,09) Nikkel (0,39) Cadmium (0,29) Kwik (0,07)

-

Koper (1,09) Zink (2,14) Lood (1,63)

02-1 02 (0-50)

Zand, geen bijzonderheden

#3

Kobalt (0,11) Molybdeen (-) Cadmium (0,36) Kwik (0,05)

Nikkel (0,66)

Koper (2,48) Zink (3,66) Lood (7,68)

04-1 04 (5-55)

Zand, geen bijzonderheden

#3

Kobalt (0,05) Nikkel (0,4) Koper (0,08) Molybdeen (0,01) Cadmium (0,07) Kwik (-) Lood (0,16)

Zink (0,59)

-

05-1 05 (0-50)

Zand, geen bijzonderheden

#3

Kobalt (0,36) Molybdeen (0,01) Cadmium (0,16) Kwik (0,02)

Nikkel (0,67)

Koper (4,86) Zink (2,76) Lood (1,92)

06-1 06 (5-55)

Zand, geen bijzonderheden

#3

-

Kobalt (0,01) Nikkel (0,13) Zink (0,05) Lood (-)

-

Klei, geen bijzonderheden

#2

Nikkel (-) Koper (-) Cadmium (0,08) Kwik (0,01) Lood (0,23) PAK (-)

Zink (0,51)

-

03-5 03 (140-190)

Klei, geen bijzonderheden

#4

-

-

-

06-3 06 (105-150)

Klei, geen bijzonderheden

#4

-

-

Zink (3,92)

Grondwater

#5

Cadmium (0,05) Barium (0,35)

-

-

Uitsplitsingen bovengrond

Ondergrond MM3 OG 03 (140-190) 06 (105-150)

Uitsplitsing ondergrond

Grondwater 03-1-1 03 (150-250) Blanco #1 #2 #3 #4 #5 > AW >I Index

: Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaardpakket grond met OCB : Standaardpakket grond : Pakket zware metalen grond : Zink grond : Standaardpakket grondwater : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 18 van 22

3.5

INTERPRETATIE

Bovengrond De bovengrond bestaat op het noordelijk deel van de locatie uit klei en op het zuidelijk deel van de locatie uit zand. In de grond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de klei (MM1 BG) licht verontreinigd te zijn met kobalt, nikkel, cadmium, kwik, PCB en PAK, matig verontreinigd met koper en lood, en sterk verontreinigd met zink. Het zand (MM2 BG) blijkt licht verontreinigd te zijn met kobalt, nikkel, cadmium, kwik, PCB, PAK en minerale olie, matig verontreinigd met lood, en sterk verontreinigd met koper en zink. Aangezien in mengmonsters MM1 en MM2 van de bovengrond een overschrijding van de (voormalige) tussenwaarde en interventiewaarde met koper, lood en zink zijn gemeten, is een uitsplitsing uitgevoerd om meer inzicht in de mate en plaats van voorkomen te krijgen. Na de uitgevoerde uitsplitsing zijn in de monsters van de bovengrond ter plaatse van boringen 02, 03 en 05 sterke verhogingen met koper, lood en zink (overschrijdingen interventiewaarde) gemeten. Daarnaast is de bovengrond bij boringen 02, 04, 05 en 06 matig verhoogd (overschrijding tussenwaarde) met diverse zware metalen. Het resultaat na uitsplitsing wordt als meest representatief geacht.

Ondergrond De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,5 m-mv overwegend uit klei. Plaatselijk is sprake van zand in de ondergrond. In de grond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de grond (MM3 OG) licht verontreinigd te zijn met nikkel, koper, cadmium, kwik, lood en PAK en matig verontreinigd met zink. Aangezien in mengmonster MM3 van de ondergrond een overschrijding van de (voormalige) tussenwaarde met zink is gemeten, is een uitsplitsing uitgevoerd om meer inzicht in de aard en plaats van voorkomen te verkrijgen. Na de uitgevoerde uitsplitsing is enkel ter plaatse van boring 06 (105-150 cm-mv) een sterke verhoging met zink gemeten. Het resultaat na uitsplitsing wordt als meest representatief geacht. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. In het grondwater overschrijden de concentraties barium en cadmium de desbetreffende streefwaarden. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden.

Bespreking Op basis van de beschikbare informatie, onderhavig bodemonderzoek en de beschikking uit 2006, kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond) met diverse zware metalen. Het geval van ernstige bodemverontreiniging strekt vermoedelijk uit over het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie. Formeel geven de aangetoonde matige en sterke verontreinigingen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek zal volgens ons geen vernieuwde informatie opleveren. Voorgesteld wordt direct over te gaan op een saneringsprocedure. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 19 van 22

3.6

TOETSING HYPOTHESE

De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese

Verdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond en het grondwater komen lichte tot sterke verontreinigingen voor.

3.7

CONCLUSIES

In opdracht van Rho Adviseurs B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de geplande herontwikkeling op de locatie en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een Omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In dit kader is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem gewenst. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende conclusies vastgesteld: -

-

-

In de grond zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen; De bovengrond is over het algemeen licht verontreinigd met diverse zware metalen, PAK, PCB en plaatselijk minerale olie. Daarnaast is de bovengrond matig tot sterk verontreinigd met diverse zware metalen; De ondergrond is over het algemeen licht verontreinigd met diverse zware metalen en PAK. Plaatselijk is de grond sterk verontreinigd met zink; Op basis van de huidige onderzoeksgegevens en de eerder opgestelde beschikking van bevoegd gezag kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met diverse zware metalen over het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie; Visueel is geen asbest aangetoond; Het grondwater is hooguit licht verontreinigd met cadmium en barium.

Algemene bodemkwaliteit Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende interventiewaarden (grond) en de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende streefwaarden (grondwater) dient de hypothese ‘verdacht’ voor de onderzoekslocatie te worden gehandhaafd. De locatie is onderdeel van het geval van een verontreiniging bestaande uit het buitendijkse gebied tussen nr. 235-331. Het buitendijkse gebied is een zelling, die in het verleden is opgehoogd en die ten gevolge daarvan integraal diffuus licht tot sterk is verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 20 van 22

De matige en sterke verontreinigingen met diverse zware metalen zijn vermoedelijk gerelateerd aan de ophooglaag. Betreffende ophooglaag is aanwezig op het gehele buitendijkse gebied tussen IJsseldijk nr 235-331 en is integraal diffuus licht tot sterk verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Formeel geven de aangetoonde matige en sterke verontreinigingen met zware metalen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek zal volgens ons geen vernieuwde informatie opleveren. Derhalve wordt nader bodemonderzoek niet doelmatig geacht en wordt voorgesteld direct over te gaan naar een sanering. 3.8

AANBEVELINGEN

Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. Op de onderzoekslocatie is, zoals aangegeven in de beschikkingen van DCMR uit 2005 en 2006, sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt, vanuit voornoemde wetgeving, een saneringsnoodzaak. De risico’s voor de volksgezondheid en het milieu die als gevolg van de aangetoonde bodemverontreiniging aanwezig kunnen zijn, bepalen of het geval van ernstige bodemverontreiniging spoedig moet worden gesaneerd. Als sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn handelingen in de verontreinigde bodem alleen toegestaan nadat het bevoegd gezag heeft ingestemd met een saneringsplan hiervoor. Daarnaast is het zo dat bij herinrichting van het terrein (bestemmingswijziging/nieuwbouw) de Gemeente in het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening eisen kan stellen aan de kwaliteit van de bodem. In de praktijk betekent dit dat sanering van onderhavig geval van ernstige bodemverontreiniging dan prioritair (planurgent) wordt. In dat geval dient een “op maat gesneden” saneringsplan c.q. BUS-melding te worden opgesteld en dient de procedure van de Wet bodembescherming te worden doorlopen.

Het saneringsplan heeft een drieledige functie, te weten: een document ten behoeve van de aanvraag van een saneringsvergunning (beschikking), een werkplan voor het saneringsbedrijf en een leidraad ten behoeve van de milieukundige begeleiding van de saneringswerkzaamheden. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: IJsseldijk 237-239 te Krimpen aan den IJssel Kenmerk rapportage: A2837-06/KHA/rap1

Pagina 21 van 22

4.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.

In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14079575/1