bijlage 1 - Bestemmingsplan Groeiplaneet
Tekst van het document
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
30
Onderzoek Ten gevolge van de nieuwe functies zal de verkeersgeneratie 1.036 motorvoertuigen per etmaal bedragen. De ontwikkeling valt daarmee binnen de categorie 'Niet in betekenende Mate' zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Het plan draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
Figuur 4.4 Uitsnede NIBM-tool In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Populierenlaan direct ten westen van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020: 20,1 µg/m³ voor NO 2, 18,2 µg/m³ voor PM10 en 11,2 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,4 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
31
4.10
Water
Inleiding Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf. Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van deze ruimtelijke onderbouwing is overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld.
Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Hoogheemraadschapsbeleid Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016-2021 'Met mensen en water', Keur van het HHSK, peilbesluiten en de leggers. Het waterbeheerplan bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard. Met het nieuwe Waterbeheerplan staat het HHSK voor een doelmatig en duurzaam waterbeheer, in directe verbinding met de omgeving. Per 1 januari 2016 is de geactualiseerde Keur in werking getreden. De Keur geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan. Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een sportzaal en is voor circa de helft verhard. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied.
Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten noorden van het plangebied bestaat de grond uit klei op veen. Met betrekking tot grondwater is ten noorden van het plangebied sprake van grondwatertrap II. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) schommelt tussen de 50 en 80 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 1,5 meter -NAP.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
32
Waterkwantiteit In het plangebied bevinden zich geen watergangen. Ten oosten bevindt zich een hoofdwatergang.
Figuur 4.5 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard Watersysteemkwaliteit en ecologie De hoofdwatergang naast het plangebied is een aangewezen KRW-waterlichaam. Er bevinden zich binnen of in de nabijheid van het plangebied ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland . Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Toekomstige situatie Het plan is om een nieuwe sportzaal en basisschool te realiseren. Waterkwantiteit Op dit moment is het plangebied voor circa de helft verhard. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard stelt als eis dat 5% van de toename in verharding gecompenseerd dient te worden mits deze toename meer dan 500 m2 bedraagt. In de toekomstige situatie is sprake van een toename van 1.380 m2. De bestaande verharding bedraagt 1.600 m2 die bestaat uit de sportzaal (1.220 m2) en de parkeerplaats (380 m2). In de toekomstige situatie bedraagt de verharding 2.980 m 2. Dit bestaat uit het bouwvlak van de school (1.800 m2), het plein (600 m2 verharding) en het parkeren (580 m2).
Echter compenserende maatregelen zijn niet nodig, omdat de gemeente Krimpen aan den IJssel en het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard in het kader van de 'waterbank' hebben geconstateerd dat de gemeente over voldoende oppervlaktewater beschikt.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
33
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de Keur. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen in acht genomen dient te worden.
Dit betekent dat binnen de beschermingszone van 5 meter niet zonder vergunning van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Voor de onderhavige ontwikkeling is dan ook een ontheffing noodzakelijk. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de Keur. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn onderzocht voor het plangebied. Met de beoogde ontwikkeling zal de verharding toenemen. Echter compenserende maatregelen zijn niet nodig, omdat de gemeente Krimpen aan den IJssel en het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard in het kader van de 'waterbank' hebben geconstateerd dat de gemeente over voldoende oppervlaktewater beschikt. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een hoofdwatergang. Voor werkzaamheden in de beschermingszones dient een watervergunning aangevraagd te worden. Hierdoor kunnen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse uitgesloten worden.
4.11
Kabels en leidingen
Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:
gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; defensiebrandstoffen;
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
34
warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.
Onderzoek en conclusie In en rondom het plangebied liggen geen planologisch relevante leidingen.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
35
Hoofdstuk 5
Juridische regeling
Voor dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de regeling zoals die binnen de bestemming Maatschappelijk geldt in het bestemmingsplan 'Langeland'. Hierbij is de regeling uit het bestemmingsplan 'Langeland' - voor zover van toepassing - integraal overgenomen en zijn een aantal bepalingen uit het veeg-bestemmingsplan Langeland toegevoegd.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
36
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
37
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. De voor de nieuwbouw benodigde kredieten zijn door de gemeenteraad beschikbaar gesteld.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. Reacties zijn ontvangen van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, DCMR Milieudienst Rijnmond, Tennet, Gasunie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Zij geven aan geen bezwaar te hebben tegen het plan. Wel is naar aanleiding van de reactie van het Hoogheemraadschap de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' toegevoegd op de verbeelding en aan de regels. Participatie Medio november 2020 is een informatieronde georganiseerd met de directe omgeving van de beoogde nieuwbouwlocatie voor basisschool de Groeiplaneet en sportzaal De Populier. Tijdens deze ronde hebben de omwonenden een toelichting gekregen op een tweetal ruimtelijke modellen voor de ontwikkeling van de locatie en het planontwikkelingsproces. De direct omwonenden hebben een flyer met tekeningen van de stedenbouwkundige modellen ontvangen. Op de gemeentelijke website was een presentatie hiervan te zien. Ook heeft op 1 december een online inloopbijeenkomst plaatsgevonden. Gedurende de inspraakperiode zijn diverse schriftelijke reacties bij de gemeente ingediend. Daarnaast zijn vragen gesteld en opmerkingen gemaakt tijdens de inloopavond.
In de notitie inspraak (bijlage 5) zijn deze reacties gebundeld en voorzien van een reactie vanuit de gemeente. In de periode 9 tot en met 30 april is een tweede participatieronde georganiseerd met een online inloopavond op 21 april 2021. De ingekomen reacties zijn gebundeld en beantwoord in bijlage 6. Ter inzagelegging Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan een ieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. In deze periode zijn drie zienswijzen naar voren gebracht. Deze zijn samengevat in de zienswijzenota.
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
38
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
40
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
41
Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
42
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
1 maart 2022
1 maart 2022 20210912 Groeiplaneet
Gemeente Krimpen aan den IJssel
Rho adviseurs voor leefruimte
20210912
Inhoud
Rho adviseurs voor leefruimte
20210912
In 2019 is het Integraal Huisvestingsplan 2019-2023 ondertekend. Eén van de projecten uit het Integraal Huisvestingplan (IHP) is de nieuwbouw voor de basisschool de Groeiplaneet en sportzaal de Populier. Op 24 juni 2021 zijn de stedenbouwkundige kaders voor de nieuwbouw vastgesteld door de gemeenteraad. De nieuwbouw is echter niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Met de beoogde ontwikkeling wordt de oppervlakte van de sportzaal in de toekomstige situatie gelijk aan de huidige situatie, 1.200 m2 bvo. De oppervlakte van de school wordt circa 1.785 m2, dit zijn maximaal 13 klaslokalen, met een kinderopvang van circa 212 m2. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit een school en sportzaal van in totaal 2.985 m2 bedrijfsvloeroppervlakte. Hiermee blijft de ontwikkeling onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
Dit document bevat deze beoordeling.
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;
4/20
•
geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.
Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.
5/20
Figuur 2.1 geeft de ligging van het plangebied weer. Het plangebied wordt aan de zuidoost- en zuidwestzijde begrensd door de Populierenlaan. Aan de noordwestzijde ligt het fietspad aan de Orchidee. De noordoostzijde wordt begrensd door een watergang waar woningen aan liggen. Het plangebied betreft het terrein van de sportzaal De Populier. De locatie bevindt zich aan de zuidoostzijde van de wijk Langeland. Na de ontwikkeling van de wijk Kortland werd vanaf 1970 gestart met de ontwikkeling van Langeland. In de wijk bestaat de bebouwing grotendeels uit grondgebonden woningen. Daarnaast bevinden zich er drie winkelcentra en liggen verspreid door de wijk heen diverse maatschappelijke voorzieningen. Sportzaal de Populier is één van deze voorzieningen. De locatie bestaat uit de sportzaal met aan de oostzijde een buitensportveld. Aan de westzijde bevindt zich een parkeerterrein. De sportzaal wordt voor gymlessen gebruikt door basisscholen Koelmanschool, de Groeiplaneet en de Wegwijzer. Daarnaast maakt de turn-, badminton- en basketbalvereniging gebruik van deze locatie.
Figuur 2.1: Ligging plangebied (bron: ArcGis luchtfoto 2020)
6/20
Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu De planlocatie bevindt zich niet in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status (figuur 2.2-2.5).Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden is Boezems Kinderdijk. Dit gebied ligt op circa 3,3 kilometer afstand (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is de Biesbosch en ligt op circa 15,3 kilometer. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland/Natuurnetwerk ZuidHolland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 955 meter (figuur 2.2). De planlocatie en de omgeving maken geen onderdeel uit van door de provincie vastgestelde milieubeschermingsgebieden (figuur 2.3 en 2.4).
Figuur 2.2 Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. beschermde natuurgebieden (bron: Provincie Zuid-Holland)
7/20
Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Atlas Leefomgeving)
Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van stiltegebieden (bron: Provincie Zuid-Holland)
8/20
Archeologie en Cultuurhistorie Conform het huidige bestemmingsplan 'Langeland' kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3a’ en 'Waarde – Archeologie 4'. Voor deze dubbelbestemmingen geldt voor alle bodemverstorende activiteiten met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 respectievelijk 10.000 m2 en bodemingrepen dieper dan 30 cm respectievelijk 1 meter een archeologische onderzoeksplicht. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van Krimpen aan den IJssel zijn in het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied geen Rijksmonument of Beeldbepalende objecten, zones of elementen.
9/20
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van basisschool de Groeiplaneet met sportzaal. Met de beoogde ontwikkeling wordt de oppervlakte van de sportzaal in de toekomstige situatie gelijk aan de huidige situatie, 1.200 m2 bvo. De oppervlakte van de school wordt circa 1.785 m2, dit zijn maximaal 13 klaslokalen, met een kinderopvang van circa 212 m2. Op 24 juni 2021 zijn door de gemeenteraad de stedenbouwkundige kaders voor de ontwikkeling vastgesteld. Hieronder de belangrijkste onderdelen van het stedenbouwkundig kader. Plaatsing en oriëntatie Zet de groenstructuur aan de Populierenlaan (noordwestzijde) door aan de voorzijde van de nieuwbouw, zodat het doorlopende groene karakter aan deze straat wordt behouden. Tevens dient dit als een buffer voor het uitzicht van de bestaande woningen aan de overzijde van de Populierenlaan. Maak achter de groene zone het gebouw met één of twee duidelijke entrees die goed zichtbaar zijn en oriënteer ze op de Populierenlaan. Hou voldoende afstand vanaf het schoolplein tot de woningen aan de Populierenlaan ivm geluid. Er dient minimaal 5 m afstand te worden gehouden vanuit de bestaande watergang tot de nieuwbouw. Massa en opbouw Bouwhoogte in maximaal 2 bouwlagen (max. 9 m) in aansluiting op de hoogte van de bebouwing in de directe omgeving.
Gebruik een opbouw met verschillende herkenbare volumes aan de voorzijde om aan te sluiten bij de schaal van de omgeving. Op de hoek van de Populierenlaan-Populierenlaan kan een bebouwingsaccent gemaakt worden door een architectonische verbijzondering: bijvoorbeeld door een verbijzondering van de entree, een bijzondere gevel of door kleur-en materiaalgebuik. Koppel de sportzaal met de school als een volwaardig onderdeel, zodat het een samenhangend geheel wordt in massa en architectuur. Ontsluiting en parkeren Het gemeentelijk beleid is erop gericht om autoverkeer rond scholen terug te dringen en meer in te zetten op veilige routes voor fietsers en voetgangers. Daarbij is het uitgangspunt om het aantal parkeerplaatsen voor de school te beperken en concepten als een schoolzone in te zetten en de straatprofielen anders in te richten. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij het School op Seefprogramma. Houd het parkeren aan de voorzijde van de kavel, op de locatie van het bergbezinkbassin. Lang parkeren en Kiss & Ride splitsen van elkaar. Kiss & Ride zone aanduiden met bebording in een tijdszone. Ontsluiting vanaf Populierenlaan, ontmeng autoverkeer en langzaam verkeer (pleinruimte) zo veel mogelijk op de locatie (overzichtelijk en veilig). Zorg voor een duidelijke aanrijroute voor de kinderen naar de fietsenstalling van de school.
Figuur 2.5 geeft de stedenbouwkundige kaders weer. Deze kaders worden in het bestemmingsplan iets verruimd om een architect voldoende mogelijkheden te bieden om een functioneel en hoogwaardig gebouw te kunnen realiseren. Het bouwvlak is langs de watergang met een meter verruimd, aan de korte zijden met 1,5 m en aan de lange zijde langs de Populierenlaan met 4 m, waarbij het plein niet opschuift en op dezelfde afstand van de woningen aan de overzijde wordt gelegd. Daarnaast is de mogelijkheid geopperd om de korte zijde langs de Populierenlaan in te zetten als buitenruimte voor de onderbouw. Deze benodigde verruiming van het bouwvlak en de mogelijkheid om wat met het plein richting de korte zijde te schuiven worden opgenomen in het bestemmingsplan. Binnen deze grenzen kan een functioneel én toekomstbestendig gebouw met bijbehorende plein- en stallingsruimte worden gerealiseerd.
10/20
Figuur 2.5: Stedenbouwkundige uitgangspuntenkaart (bron: Stedenbouwkundig kader en beeldkwaliteit Groeiplaneet, mei 2021, Rho Adviseurs)
Verkeer Bij beide ontwerpen die nog in beeld zijn bij de Europese aanbestedingsprocedure zal het verkeer zich evenredig afwikkelen via de Populierenlaan en Fresia. Daarnaast is een zoef en zoenstrook aanwezig aan de zijkant van de school tussen Populierenlaan en Vijverlaan. In de beoogde situatie wordt naast de bestaande sportzaal een school en een kinderopvang toegevoegd. Door de toevoeging zal de verkeersgeneratie toenemen. Voor basisonderwijs is geen kencijfer voor verkeersgeneratie bekend en wordt uitgegaan van 25 leerlingen per lokaal. Er kan uitgegaan worden dat bij een bezetting van 25 leerlingen per klas, er 13 leslokalen aanwezig zijn. Niet elke leerling zal met de auto worden gebracht/gehaald aangezien de school aan de rand van de woonwijk ligt en goed te bereiken is per fiets en te voet. Ingeschat wordt dat worstcase 60% van de leerlingen met de auto wordt gebracht. Voor personeel wordt uitgegaan van 1 personeelslid per leslokaal en 100% autogebruik. Daarnaast komt er een kinderopvang van 548 m2 bij en hiervoor is wel een kencijfer bekend. In tabel 2 wordt de toekomstige verkeersgeneratie bepaald, waarbij ingeschat wordt dat de school en kinderdagverblijf samen 988 mvt/etmaal genereren. Tabel 2. Verkeersgeneratie toekomstige situatie Kencijfer Aantal Kencijfer Sportzaal
1220 m2 212 m2 bvo
Kinderopvang 13 leslokalen Basisschool Totaal
Aantal Verkeer 13 per 100m2 bvo 159 mvt 33,15 (/100m2 71 mvt bvo) (25 * 4 * 0,6) + 806 mvt (13*2) 1.036 mvt
De inschatting van de huidige verkeersgeneratie is 159 mvt/etmaal op basis van 13 mvt/etmaal per 100 m2 bvo sportzaal. De verkeerstoename ten opzichte van de huidige situatie betreft 1.036-159= 877mvt/etmaal.
11/20
Parkeren Voor het plangebied bedraagt de parkeerbehoefte op het maatgevend moment (werkdagavond, koopavond, zaterdag middag en avond) 34 parkeerplaatsen met het toepassen van aanwezigheidspercentages. In het plangebied is er bewust gekozen om minder parkeerplaatsen aan te leggen om zo het autogebruik te ontmoedigen. Dit leidt tot een parkeeraanbod van 24 parkeerplaatsen op het terrein van de accommodatie. Er is voldoende restcapaciteit in de omgeving om eventuele extra parkeerdruk op sommige piekmomenten op te vangen. Om te voorkomen dat mensen die hun kinderen met de auto afzetten of ophalen zorgen voor een opstopping in de straat, wordt de Zoen & Zoef zone aangelegd langs de Populierenlaan (met tijdsaanduiding). Parkeermogelijkheden voor bewoners in de omgeving van de locatie worden gehandhaafd. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.
Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
12/20
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het concept bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.
Verkeersgeneratie en ontsluiting Naar verwachting zal, op basis van expert judgement, de verdeling van het verkeer ongeveer 25% (220 mvt/etmaal) in de richting van de Vijverlaan, 25% (220 mvt/etmaal) in de richting van de Populierenlaan en 50% (437 mvt/etmaal) richting de Fresia. Gezien de capaciteit van de wegen en geringe toename aan verkeer hierop zal dit niet leiden tot knelpunten.
Inrichtingslawaai De woningen rondom het plangebied aan de Orchidee, Chrysant en Roos zijn gelegen in een 'rustige woonwijk'. De woningen rondom het plangebied aan de Populierenlaan en de Zomereik zijn gelegen in een 'gemengd gebied' vanwege de al bestaande aanwezigheid van de sportaccommodaties en het feit dat de Populierenlaan een doorgaande weg is. Volgens de VNG-brochure valt een basisschool in milieucategorie 2. Met betrekking tot een 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied' geldt voor geluid een richtafstand van 30 meter respectievelijk 10 meter. Een sportzaal valt in milieucategorie 3.1. Met betrekking tot een 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied' geldt voor geluid een richtafstand van 50 meter respectievelijk 30 meter. Er wordt niet aan de richtafstanden voldaan. Voor de beoogde ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie in de nieuwe situatie, zie Bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt dat op alle woningen voldaan kan worden aan zowel de richtwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximaal geluidniveau. De geluidbelasting ten gevolge van de verkeersbewegingen van het gebruik van de Kiss&Ride strook en de parkeerplaatsen wordt beschouwd als indirecte hinder en voldoet aan de daarvoor geldende grenswaarde.
Hiermee kan ter plaatse van de omliggende woningen een goed woon- en leefmilieu worden gegarandeerd en heeft de ontwikkeling geen significant negatief effect op de omgeving. Wegverkeerslawaai en industrielawaai In bijlage 9 is het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai toegevoegd. Hieruit blijkt dat voor wegverkeerslawaai en industrielawaai de voorkeursgrenswaarden niet worden overschreden. Dit aspect heeft geen significante negatieve effecten.
13/20
Bodem In 2021 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 4. Hieruit blijkt dat de kwaliteit van de bodem voldoende is voor de beoogde nieuwbouw van de basisschool en sportzaal. Nader onderzoek is niet vereist. Tevens zullen de beoogde basisschool en sportzaal geen negatieve effect hebben op de bodem. Water Het plangebied maakt geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. Verder bevindt het plangebied zich niet in de kern- of beschermingszone van een waterkering. Met de beoogde ontwikkeling zal de verharding toenemen, compenserende maatregelen zijn niet nodig, omdat de gemeente Krimpen aan den IJssel en het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard in het kader van de 'waterbank' hebben geconstateerd dat de gemeente over voldoende oppervlaktewater beschikt. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem worden milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt gedurende de bouwfase. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een hoofdwatergang. Voor werkzaamheden in de beschermingszones dient een watervergunning aangevraagd te worden. Hierdoor kunnen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse uitgesloten worden.
Gebiedsbescherming Zoals beschreven in hoofdstuk 2 ligt de planlocatie op circa 3,3 kilometer van het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling, de stedelijke ligging en de afstand kunnen effecten als verontreiniging, effecten op waterhuishouding, verstoring en versnippering worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is de Biesbosch en ligt op circa 15,3 kilometer. Om de eventuele toename van stikstofdepositie op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden te bepalen is met het programma AERIUS Calculator een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Een complete memo is opgenomen in bijlage 7. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op een stikstofgevoelige Natura 2000-gebied. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. Vanuit dit aspect worden geen negatieve effecten verwacht. Soortenbescherming Om te bepalen of met de ontwikkeling de Wet natuurbescherming wordt overtreden, is een quickscan ecologie uitgevoerd. Het veldbezoek voor de quickscan is uitgevoerd op 19 februari 2021.
Deze quickscan is toegevoegd in bijlage 2. De te verwachten soorten die blijken uit deze quickscan zijn vogels zonder jaarrond beschermd nest, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus en gierzwaluw. Nader onderzoek is vereist. Dit onderzoek is in het najaar van 2021 en het voorjaar van 2022 uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat binnen het plangebied twee zomververblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Ook is een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger langs het plangebied aanwezig. Voor de beoogde ontwikkeling zal dan ook ontheffing aangevraagd worden. Onderdeel van de aanvraag is een ecologische toetsing en het opstellen van een ecologisch werkprotocol. Hierin worden de mitigerende maatregelen uit het onderzoek verder uitgewerkt. Hiermee wordt geborgd dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de staat van instandhouding van de soort. Binnen het plangebied is een nest van een houtduif aangetroffen. Door de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels dient tijdens werkzaamheden rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
14/20
Vleermuizen Voor de mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen is nader onderzoek uitgevoerd. De maatregelen die hieruit volgen om significante negatieve effecten uit te sluiten worden genomen. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een watergang dat een essentiële vliegroute voor vleermuizen is. Vanwege deze vliegroute wordt het beschijnen van licht op de watergang tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie voorkomen. De watergang dient geheel onbeschenen te blijven. Huismus en gierzwaluw Op een afstand van 20 meter van het plangebied zijn geschikte woonhuizen aanwezig voor de nesten van de huismus en gierzwaluw. Uit het nader onderzoek blijkt dat hier geen rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw aanwezig zijn. Verder maakt het plangebied deel uit van de functionele leefomgeving van de huismus. Om verstoring van de mogelijke nesten van de huismus tegen te gaan worden sterke trillingen en harde geluiden over een lange periode nabij mogelijke nesten in geschikte woonhuizen van huismus tijdens de broedperiode voorkomen. Deze periode loopt van maart t/m augustus. Ook dient de fysieke aanwezigheid van mensen en materieel in de functionele leefomgeving van huismus voorkomen te worden. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek vereist.
Eventuele maatregelen die uit dit onderzoek komen dienen genomen te worden om een significant effect op deze soorten uit te sluiten.
Ten gevolge van de nieuwe functies zal de verkeersgeneratie 1.036 motorvoertuigen per etmaal bedragen. De ontwikkeling valt daarmee binnen de categorie Op basis van de NIBM-tool blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling 'Niet in betekenende Mate' is zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Het plan draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit.
Figuur 4.4 Uitsnede NIBM-tool Voor de risico’s op de menselijke gezondheid is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Populierenlaan direct ten westen van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en
15/20
fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 20,1 µg/m³ voor NO2, 18,2 µg/m³ voor PM10 en 11,2 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,4 dagen. De luchtkwaliteit voldoet aan de advieswaarde van de WHO.
16/20
Externe veiligheid Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen te vinden met een externe werking. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het spoor, het water, de weg of door buisleidingen. Met de beoogde ontwikkeling worden geen risicovolle bronnen mogelijk gemaakt. Hiermee heeft de beoogde ontwikkeling geen effect op de risico’s op zware ongevallen of rampen vanuit externe veiligheid. Verkeersveiligheid In de huidige situatie zijn er veilige oversteekplaatsen voor de fiets aanwezig. Daarnaast wordt in het stedenbouwkundig plan aangegeven dat mogelijkheden worden verkend voor het verbeteren van de verkeersveiligheid van het kruispunt op de Populierenlaan. Tevens wordt de Populierenlaan rondom de school aangegeven als een schoolzone. Hierbij wordt de maximumsnelheid aan de noordwestelijke zijde van de Populierenlaan vanaf de fietsersoversteek verlaagd naar 30 km/uur. In de schoolzone zullen extra veilige oversteekvoorzieningen voor de voetgangers worden aangelegd richting de school. In een schoolzone draagt een veilige oversteekvoorziening met hoge attentiewaarde namelijk bij aan de verkeersveiligheid.
Risico’s op rampen door klimaatverandering Met de beoogde ontwikkeling zal de verharding toenemen, compenserende maatregelen zijn niet nodig, omdat de gemeente Krimpen aan den IJssel en het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard in het kader van de 'waterbank' hebben geconstateerd dat de gemeente over voldoende oppervlaktewater beschikt. Bij de inrichting van het openbaar gebied en het schoolplein wordt aandacht besteed aan klimaatadaptatie. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatverandering niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant negatief effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.
Cultuurhistorie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn in binnen het plangebied en in de omgeving geen Rijksmonument of Beeldbepalende objecten, zones of elementen aanwezig. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de cultuurhistorische waarde in Krimpen aan den IJssel. Archeologie In hoofdstuk 2 is beschreven dat binnen het plangebied dubbelbestemmingen archeologie gelden. Om inzicht te verkrijgen in de te verwachten archeologische waarden ter plaatse, is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in Bijlage 11. Hieruit blijkt dat in het plangebied ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' een lage verwachting heeft. Geadviseerd wordt om bij de voorgenomen bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming ‘waarde - archeologie 4’ van het plangebied af te halen. In het nieuwe bestemmingsplan ‘Groeiplaneet’ zal de dubbelbestemming archeologie, na advies van een deskundige, voor deze locatie geschrapt. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3a' heeft een historische weg gelegen, de Tiendweg. De amateurarcheologen van Stichting Archeologie worden in de gelegenheid gesteld eventuele bouwputten ter plaatse van de Tiendweg te inspecteren, zodat eventueel aanwezige archeologische waarden gedocumenteerd kunnen worden. Deze
17/20
stichting zal in de gelegenheid worden gesteld om tijdens graafwerkzaamheden op het betreffende deel van de locatie de bouwput te inspecteren. Met in achtneming van deze maatregelen kan een significant negatief effect op de archeologische waarden in de grond worden uitgesloten.
In de bestaande sportzaal is asbestonderzoek gedaan en verwijderd. Er wordt ten aanzien van de nieuwbouw uitgegaan van een gefaseerde ontwikkeling. Hierbij zijn twee opties. In de eerste optie wordt eerst de nieuwe sportzaal ontwikkeld, zodat de bestaande sportzaal tijdens de bouw in gebruik kan blijven. Daarna wordt de huidige sportzaal gesloopt en ontstaat de ruimte voor de bouw van de nieuwe basisschool. In de tweede optie wordt de sportzaal op de huidige locatie vernieuwd met gebruik van de huidige fundering en delen van het casco. Daarbij wordt een tijdelijke sportzaal geplaatst binnen het bouwvlak van het nieuwe bestemmingsplan. Welke optie wordt gekozen, is afhankelijk van de uitkomst van de Europese aanbesteding voor de nieuwbouw van de Groeiplaneet. Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.
De volgende mitigerende maatregelen dienen genomen te worden: in verband met mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het van belang om werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen; voorkom vestiging van zwarte roodstaart door in de broedperiode (globaal van half maart t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het plangebied. Of dek de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek; in verband met de aanwezig vliegroutes van vleermuizen wordt het beschijnen van licht op de watergang tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie voorkomen. De watergang dient geheel onbeschenen te blijven; om verstoring van de mogelijke nesten van de huismus en gierzwaluw tegen te gaan worden sterke trillingen en harde geluiden over een lange periode nabij mogelijke nesten in geschikte woonhuizen van huismus en gierzwaluw tijdens de broedperiode voorkomen. Deze periode loopt van maart t/m augustus; in verband met mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen en de functionele leefomgeving van de huismus in het plangebied dienen de maatregelen genomen te worden die volgen uit de ontheffingsprocedure.
In dit verband wordt opgemerkt dat in de periode april – juni 2022 onderzoek zal worden uitgevoerd naar de huismus om te bepalen of een ontheffingsprocedure nodig is; in verband met de verkeersveiligheid wordt de maximumsnelheid binnen de schoolzone verlaagd naar 30 km/uur; in verband met de mogelijke archeologische waarden in de grond ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3a' worden de amateurarcheologen van Stichting Archeologie in de gelegenheid gesteld eventuele bouwputten ter plaatse van de Tiendweg te inspecteren, zodat eventueel aanwezige archeologische waarden gedocumenteerd kunnen worden. Deze stichting zal in de gelegenheid worden gesteld om tijdens graafwerkzaamheden op het betreffende deel van de locatie de bouwput te inspecteren.
18/20
Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.
19/20
20/20
43
Bijlage 2 Quickscan ecologie
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
44
Rho adviseurs voor leefruimte
054200.20210912
Quickscan Wet natuurbescherming
Populierenlaan 1 te Krimpen aan den IJssel Rho Adviseurs
Projectadviseur
Kwaliteitscontrole
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de
Rapportage
opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
Documentcode RHOA2021-13-QS1-V1
uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden.
In opdracht van Rho Adviseurs Contactpersoon opdrachtgever
Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.
Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894
Opleverdatum 5 maart 2021
https://habitus.nl
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 6
3.
RESULTATEN 7
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 13
5.
MAATREGELEN 14
BRONVERMELDING
BIJLAGEN
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding
1.3 Criteria
Deze toetsing wordt aangevraagd voor een aanvraag
omgevingsvergunning.
Er
dient
Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:
•
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige
daarom onderzocht te worden of met de
ecologen met een hbo of wo opleiding op
voorgenomen (ruimtelijke) ontwikkeling sprake is
ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,
van overtreding van de geldende natuurwet en -regelgeving.
•
dierecologie of bos -en natuurbeheer. Het
onderzoek
is
uitgevoerd
door
een
onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart Indien na het onderzoek geen overtredingen
hierbij geen enkel belang te hebben bij de
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
vaste medewerker de ethische gedragscode
Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
• •
ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. Het onderzoek voldoet aan onze eigen procesen kwaliteitseisen. Bekijk deze hier. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang
1.2 Doel en centrale vraag
dit realistisch is, gezien de ecologie van de
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is verricht.
•
betreffende soort(en). Voor het opsporen, vangen (met toegestane vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing
In
dit
rapport
wordt
een
voorgenomen
aanwezig.
ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt:
1.4 Werkwijze
Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met
De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.
de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming
(Wnb)
of
het
provinciaal
beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: zicht op de ingang van het bijgebouw van de sporthal (kijkrichting zuidwest).
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
1.5 Reikwijdte
1.5.3 Provinciaal beleid
Onderstaand is beschreven aan welke wetten,
Daarnaast
artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
beschermde gebieden, beschermd via de Wet
ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.
Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die
wordt
getoetst
aan
provinciaal
in de Verordening Ruimte zijn aangewezen als 1.5.1 Soortbescherming
Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan overige
Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de
beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst.
Wet natuurbescherming:
Tenzij dit specifiek overeengekomen is.
•
3.1
Vogelrichtlijn(soorten) Habitatrichtlijn(soorten)
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er
•
3.5
•
3.10 Andere soorten
mogelijk sprake is van een overtreding, dan
•
1.11 Zorgplicht
is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij
In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
valt te denken aan een soortgericht onderzoek
Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
(soortbescherming),
vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.
Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).
Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij
Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg
ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling
op dit onderzoek. Zie Bijlage 10 voor een
is er geen kans op het overtreden van de Wet
processchema.
natuurbescherming.
Bij
(éénmalige)
een
NNN-toetsing
of
activiteiten
vindt wel een effect beoordeling plaats, omdat de vrijstelling dan niet geldt. Indien van toepassing worden wel altijd maatregelen voorgesteld om
Kader Omgevingswet (Ow) Naar verwachting zal in de nabije toekomst de Omgevingswet (Ow) met de huidige Wet natuurbescherming verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De exacte datum van invoering is echter nog niet bekend. Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld wordt, is hier te vinden.
1.5.2 Gebiedsbescherming Voor aan
gebiedsbescherming de
volgende
wordt
onderdelen
van
getoetst de
Wet
natuurbescherming:
• Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit
Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.
rekening te houden met de vrijgestelde soorten.
wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de artikelen 2.4 en 4.1).
• Bijzondere nationale gebieden. In de Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het plangebied ligt aan de Populierenlaan 1 te Krimpen aan den IJssel en is gelegen in de provincie
In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: 1. sloop sporthal en bijgebouw;
Zuid-Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie
2. nieuwbouw school, sporthal en aanleg schoolpleinen.
bestaat het plangebied uit een sporthal, grasland, speelveld, bomen, beplanting en verharding. De sporthal is relatief hoog met een aaneengesloten bijgebouw met één verdieping. De behuizing bestaat
Een kaart van het plangebied is weergegeven in Bijlage 5.
uit metaal. Het bijgebouw heeft een plat dak. De muren van het bijgebouw zijn van baksteen en er is een spouwmuur aanwezig. De omgeving van het plangebied bestaat uit een watersingel dat vanuit het
De door de opdrachtgever aangeleverde informatie is te vinden in Bijlage 6. Voor de effectbeoordeling
zuidoosten doorloopt naar het noordwesten. Het plangebied wordt omringd door woonwijken met
wordt uitgegaan van een (redelijkerwijs te verwachten) worstcasescenario. Er wordt verwacht dat
woonhuizen, solitaire bomen, verharding en tuinen. De werkzaamheden beperken zich tot de sporthal
er sterke trillingen en harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden , omdat er sloop-
en omliggend groen.
en bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Er wordt in de uitvoerings- en gebruiksfase mogelijk extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. In de winter is het mogelijk dat werkzaamheden voor zonsopkomst starten. Er kan water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er kan in het
Legenda
water of langs de oever gewerkt. Er kunnen zanddepots ontstaan.
Plangebied Onderzoeksgebied
De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van deze quickscan nog niet bekend.
Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand en het onderzoeksgebied is blauw omrand (PDOK, 2020). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in provincie Zuid-Holland benoemd. In Figuur 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied
Afstand tot plangebied (in meters)
Natura 2000-gebied*: 'Biesbosch' Dit gebied is gevoelig voor stikstofdepositie.
14.240
Natuurnetwerk Nederland
860
*In paragraaf 3.1.1 is een hyperlink opgenomen naar de effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over habitatsoorten en -typen en (niet-)broedvogelsoorten.
Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Aangezien er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden aanwezig zijn binnen vijf kilometer, wordt het dichtstbijzijnde gebied beoordeeld. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand. Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: zijaanzicht van de sporthal (kijkrichting zuidwest).
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3.1.2 Effecttoetsing NNN Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 860 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNN-
Legenda
gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.
Plangebied
Beschermde gebieden
In provincie Zuid-Holland is er geen sprake van externe werking. Negatieve effecten worden daarom
Natuurnetwerk Nederland Natura 2000-gebied
uitgesloten. 3.1.3 Effecttoetsing (stikstof)depositie Gezien de beperkte aard van de werkzaamheden en de afstand (> 5 km) tussen het plangebied en stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, zijn depositie-effecten onwaarschijnlijk. Effecten worden daarom niet verwacht. Het bevoegd gezag kan echter altijd om een aeriuscalculatie vragen ter bevestiging.
Figuur 2: ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (PDOK, 2020; provincie Zuid-Holland, 2020). 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is gekozen voor de activiteit ’woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ’woningbouw’ op Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, trilling en licht; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen (niet)-broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 4 januari 2021 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 19 februari 2021. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Alex Zuijdervliet BSc. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 7. Soorten die wel uit het bureau-onderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te vinden in Bijlage 8.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: zicht op de sporthal, struweel en waterloop (kijkrichting noordwest).
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 9 voor relevante foto’s. Toelichting op Tabel 2:
Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
In deze tabel staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 8. Daar
is
een
nadere
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of
Resultaten
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
m, a, vm
n
• •
1, 2
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
• • •
beschermde functie is uitgesloten.
Legenda Tabel 2:
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger
m
Huismus
a, m
Gierzwaluw
m
en/of Artikel 1.11
Verblijfplaatsen: de sporthal wordt gesloopt. Het gebouw heeft aan weerszijden open spleten van ongeveer 2-3 centimeter in de houten dakgevel waar vleermuizen in kunnen kruipen (zie Bijlage 9). Hier kunnen ook grotere vleermuissoorten in kruipen, zoals laatvlieger. In het bijgebouw zijn aan de zuidoostelijke zijde open stootvoegen van ongeveer 1,5 centimeter aangetroffen waar vleermuizen in kunnen kruipen. Vleermuizen hebben hierdoor toegang tot de spouw en kunnen daarin verblijven. Aan de randen van deze zijde is verlichting geplaatst. De beschenen open stootvoegen zijn ongeschikt. Echter, open stootvoegen in het midden worden niet beschenen en zijn geschikt. Bij de zuidwestelijke zijde zijn er geschikte spleten tussen de muur en daklijst aanwezig waarachter verblijfplaatsen van vleermuizen zich kunnen bevinden. Daarnaast wordt verlichting tijdens en na de werkzaamheden geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt. Ook kunnen geschikte openingen voor vleermuizen in woonhuizen buiten het plangebied blootgesteld worden door lichteffecten. Negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden. Massawinterverblijven kunnen uitgesloten worden, omdat er geen gebouwen vanaf vier etages aanwezig zijn. Essentiële vliegroute: de sporthal wordt gesloopt en het plangebied wordt herontwikkeld. Mogelijk worden bomen of struwelen gekapt.
Er wordt extra licht verwacht tijdens- en na de werkzaamheden. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een watergang, die doorloopt naar geschikte foerageergebieden. Daarnaast zijn geen alternatieve vliegroutes beschikbaar in de woonwijken ten noorden en zuiden van het plangebied. Effecten op een essentiële vliegroute kunnen daarom niet worden uitgesloten. Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten op essentieel foerageergebied kunnen daarom uitgesloten worden.
1, 2
n, fl
Nesten: de sporthal wordt gesloopt en het plangebied wordt herontwikkeld. Hoewel binnen het plangebied geen geschikte gebouwen aanwezig zijn, zijn op 20 meter van het plangebied wel geschikte woonhuizen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn op de woonhuizen huismussen waargenomen. Het is daarom aannemelijk dat nesten hierin aanwezig zijn. Bij de sloop van de sporthal worden harde geluiden verwacht. Huismus is gevoelig voor geluid. Daarom kunnen negatieve effecten op mogelijke nesten niet worden uitgesloten. Functionele leefomgeving: er zijn foeragerende groepen huismussen waargenomen in het plangebied. Het plangebied is geschikt als foerageergebied en maakt onderdeel uit van de functionele leefomgeving van huismus. In het plangebied worden mogelijk hagen (schuilplaats) en foerageerplaatsen in struweel verwijderd. Ook kan de fysieke aanwezigheid van mensen en materieel een verstorende werking geven voor de functionele leefomgeving van huismus. Om deze reden kunnen negatieve effecten op de functionele leefomgeving niet worden uitgesloten.