CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Begroting 2026

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Begroting 202626.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarbij staat het belang van de bewoner altijd centraal Speerpunten Borgen van de mogelijkheden voor onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) Omschrijving (toelichting) We zorgen dat het product 'onafhankelijke cliëntondersteuning' wordt opgenomen binnen de dienstverlening van KrimpenWijzer. Het duidelijker vormgeven van de verschillende vormen van cliëntondersteuning Omschrijving (toelichting) In de Nota Cliëntondersteuning beschrijven we de verschillende vormen van cliëntondersteuning, zodat voor inwoners duidelijker wordt wat cliëntondersteuning inhoudt en voor hen kan betekenen. Vergroten van de bekendheid en vindbaarheid van cliëntondersteuning Omschrijving (toelichting) Om ervoor te zorgen dat inwoners bekend raken met de mogelijkheden voor cliëntondersteuning, zullen gerichte acties op het gebied van bekendheid en vindbaarheid worden ingezet. 72

Op grond van welk beleid/afspraak handelen we Binnen het sociaal domein is het Visiedocument Sociaal Domein ons kader. • Regiovisie Huiselijk geweld en kindermishandeling Hoe en wanneer leggen we verantwoording af We leggen verantwoording af via ‘waar staat je gemeente’: • Onderwijs • Gemeentelijke monitor sociaal domein

4.3 Individuele hulp Individuele hulp De gemeente verstrekt vanuit de maatwerkvoorzieningen (geïndiceerde zorg). Dit gebeurt als een inwoner het langer niet op eigen kracht redt om zelfredzaam te zijn en deel te blijven nemen aan de samenleving. En evenmin lukt dat met de hulp van het netwerk of op een andere manier. De eigen verantwoordelijkheid staat dus voorop, de maatwerkvoorziening altijd aanvullend. Wat is er aan de hand/Wat willen we bereiken? 4.3.1 Re-ablement maatwerkvoorzieningen Wat is er aan de hand? Sinds de decentralisaties in 2015 neemt de druk op het sociaal domein fors toe. In Krimpen aan den IJssel groeit de vraag naar Wmo-maatwerkvoorzieningen en jeugdhulp structureel. Dat komt ook door een hoge demografische druk en veranderende verwachtingen van inwoners. Tegelijkertijd heerst er krapte op de arbeidsmarkt en stijgen de kosten in het sociaal domein. We willen de individuele/maatwerkvoorzieningen ook in de toekomst beschikbaar houden voor inwoners die deze echt nodig hebben. Gezien deze uitdagingen, is het hard nodig om het zorg-en ondersteuningsaanbod anders te organiseren. Wat willen we bereiken? In lijn met de visie sociaal domein, willen we een omslag van denken en doen realiseren binnen het sociaal domein. Collectieve en preventieve voorzieningen krijgen een centrale rol. Daardoor hoeven individuele hulptrajecten minder vaak worden ingezet.

Speerpunten Beleidsmatig voorbereiden van omslag van denken en doen bij de maatwerkvoorzieningen

73

Omschrijving (toelichting) De wenselijke 'omslag van denken en doen' zorgt voor het anders inzetten van hulp en ondersteuning. Om dit ook daadwerkelijk te kunnen realiseren zullen gerichte beleidsacties opgesteld moeten worden. Deze zullen met name worden vormgegeven vanuit het project 'KrimpenWijzer 2.0'. Starten met een pilot ‘reablement’ bij de hulp bij het huishouden Omschrijving (toelichting) Vanuit het visiedocument 2025-2030 “Samen op Koers voor een gezond en veerkrachtig Krimpen” komt steeds meer nadruk te liggen op positieve gezondheid. Het toekomstbeeld is een samenleving waar het merendeel van de inwoners grip heeft op het eigen leven en in staat is om zoveel en zo lang mogelijk zaken (weer) zelf op te pakken. Momenteel sluit de Wmo-maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning (HO) hier nog niet op aan. HO-voorzieningen bestaan grotendeels nog uit overname van huishoudelijke taken. Het is de bedoeling dat deze veel voorkomende voorziening binnen de Wmo wordt voorzien van een frisse insteek, waarbij veel meer nadruk ligt op herstel van zelfstandigheid. Met de start van een pilot gaan we hier ervaringen mee opdoen. Wat is er aan de hand/Wat willen we bereiken? 4.3.2 Toezicht en handhaving jeugd & wmo

74

Wat is er aan de hand? Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van passende kwalitatieve zorg en ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de Wmo. De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) houdt alleen toezicht op de kwaliteit van de zorg die binnen de jeugdwet geboden wordt. Voor de Wmo is dit belegd bij de GGD. Beide instanties houden geen toezicht op de rechtmatigheid. Wat willen we bereiken? Toezicht en handhaving helpt gemeenten om de rechtmatigheid en de kwaliteit van de zorg te controleren en hiermee te borgen. Het zelf organiseren van een lokale toezichthouder jeugd en Wmo is gezien onze schaalgrootte niet realistisch. Het is reëler om dit (sub)regionaal te organiseren. Dit bevordert de efficiency en biedt het voordeel dat signalen uit andere gemeenten meegenomen kunnen worden in toezicht en handhaving. De gemeente Capelle aan den IJssel is bezig het toezicht en handhavingsbeleid op te zetten. Deze ziet ook meerwaarde van regionale samenwerking. Daarnaast hebben gemeente Krimpen en Capelle een gezamenlijke lokale inkoop voor jeugd. Regionaal werken we beiden binnen de GRJR. De doelstelling van toezicht en handhaving is om de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo zorgvuldig, effectief en rechtvaardig te laten verlopen.

Als blijkt dat een zorgaanbieder niet aan de vereisten voldoet, kan de toezichthouder maatregelen treffen, zoals het opleggen van een boete en terugvorderen van zorgkosten. Speerpunten Evalueren van de pilot en besluitvorming voortzetting Omschrijving (toelichting) In Q4 zal er een evaluatie plaatsvinden en de uitkomsten hiervan worden meegenomen voor de besluitvorming over het wel of niet voortzetten van toezicht en handhaving. Uitvoeren van de pilot Omschrijving (toelichting) De looptijd van de pilot, i.s.m. gemeente Capelle aan den IJssel loopt van januari t/m december 2026. Wat is er aan de hand/Wat willen we bereiken? 4.3.3 Bestaanszekerheid

75

Wat is er aan de hand? Bestaanszekerheid is al langer een belangrijk thema. Verschillende onderzoeken laten zien dat aanhoudende inflatie, stijgende woonlasten en hogere kosten van basisvoorzieningen het voor veel mensen steeds moeilijker maken om financieel rond te komen. Deze druk treft niet alleen mensen met een uitkering. Ook werkenden met een laag of middeninkomen en ouderen met een beperkt pensioen worstelen hiermee. Ook in Krimpen aan den IJssel signaleren we onder bewoners zorgen over de bestaanszekerheid. In de afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van preventie en ondersteuning. Denk aan de update van het Actieprogramma Armoede en Schulden, het Actieplan Energiearmoede, de tool 'Bereken uw recht' en de komst van KrimpenGeldWijzer. Deze inspanningen zorgden voor meer aandacht voor vroegsignalering, laagdrempelige hulp en bredere inkomensondersteuning. Medio 2025 is het huidige minimabeleid geëvalueerd door een extern onderzoeksbureau. Deze evaluatie biedt inzicht in de werking, toegankelijkheid en effectiviteit van het bestaande beleid. En ook in hoeverre het beleid aansluit bij de behoeften van inwoners en de maatschappelijke opgaven van nu.

De inzichten uit de evaluatie van het minimabeleid en actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de krappe gemeentefinanciën vormen, samen met de aanstaande invoering van de Participatiewet in Balans, reden om het lokale beleid op het gebied van bestaanszekerheid te herijken. We zien dat de inspanningen om de uitstroom uit de participatiewet te verhogen stapsgewijs resultaat oplevert. Met dit resultaat kunnen we alleen niet de gehele taakstelling realiseren. Mede met het oog op de steeds complexer worden doelgroep achten we het realistischer om de taakstelling te laten vervallen. Wel zijn we voornemens om de inspanningen voorlopig voort te zetten. Binnenkort komen we hiervoor met een separaat voorstel waarin we op basis van de uitkomsten van de evaluatie van het uitstroom/SROI project een voorstel zullen doen voor structurele inbedding..

76

Wat willen we bereiken? In lijn met het visiedocument sociaal domein ‘Samen op Koers voor een gezond en veerkrachtig Krimpen 2025-2030’ focussen we op een beleidsrichting die inzet op drie onderling verbonden principes: 1. Voorkomen van financiële problemen We investeren in preventie. Dat doen we onder andere door vroegtijdige signalering, begrijpelijke informatievoorziening, laagdrempelige ondersteuning en een actieve benadering van inwoners bij signalen van geldzorgen of schulden. 2. Meedoen via werk en dagbesteding We stimuleren deelname aan werk of zinvolle dagbesteding. Een stabiel inkomen, zingeving en sociale betrokkenheid zijn cruciaal voor bestaanszekerheid. 3. Vertrouwen en empathie in de benadering van inwoners We benaderen inwoners vanuit vertrouwen en empathie, met ruimte voor maatwerk, het terugdringen van overmatige regeldruk en het centraal stellen van de menselijke maat in alle uitvoeringspraktijken. Speerpunten Het ontwikkelen van integraal beleid voor het thema bestaanszekerheid Omschrijving (toelichting) In 2025 starten we met de voorbereidingen voor het ontwikkelen van een integrale nota bestaanszekerheid. Deze nota moet richting geven aan het beleid op het gebied van armoede, schulden en de Participatiewet. Naar verwachting wordt de nota in 2026 aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd.

Op grond van welk beleid/afspraak handelen we? Binnen het sociaal domein is het Visiedocument Sociaal Domein ons kader. Verder handelen we op grond van: • Verordeningen met betrekking tot de Jeugdwet • De verordening en uitvoeringsregels met betrekking tot het leerlingenvervoer • Verordeningen met betrekking tot de Wmo • Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026 • De verordeningen en nadere regels met betrekking tot de Participatiewet • De gemeenschappelijke regeling IJsselgemeenten • De gemeenschappelijke regeling Promen • De gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond • De verordening Iedereen doet mee fonds • Actieprogramma Armoede en Schulden 2021-2024 (geüpdatete versie) 77

Hoe en wanneer leggen we verantwoording af? • Gemeentelijke monitor sociaal domein • Bestuursrapportage sociaal domein 

Sturingsanalyse arbeidsparticipatie • Kwartaalrapportages Sociale Zaken IJsselgemeenten • Rapportages GR Promen • Kwartaalrapportages Sociale Zaken IJsselgemeenten • Bestuursrapportages GR Jeugdhulp Rijnmond

4.4 Opvang en inburgering Wat is er aan de hand/Wat willen we bereiken? 4.4.1 Opvang en inburgering Wat is er aan de hand? Krimpen aan den IJssel neemt haar verantwoordelijkheid in het immigratiebeleid, waarbij we betrokken maar kritisch te werk gaan. We dragen bij aan opvang, bieden huisvesting aan Oekraïense ontheemden en spannen ons in om te voldoen aan de taakstelling voor het huisvesten van statushouders. Gezien de druk op de woningmarkt, waarbij meerdere doelgroepen op zoek zijn naar geschikte huisvesting, ervaren we dat het steeds lastiger wordt om te kunnen voldoen aan de taakstelling. Wat willen we bereiken? Binnen Krimpen aan den IJssel realiseren we (tijdelijke) huisvesting voor 3 groepen: • Asielzoekers • Statushouders • Oekraïense ontheemden Asielzoekers Krimpen aan den IJssel draagt bij aan de opvang van asielzoekers en geeft daarmee uitvoering aan haar taakstelling vanuit de Spreidingswet. We hebben een bestuursovereenkomst met het COA voor het faciliteren van een ligplaats voor een asielschip in de Sliksloothaven. Het COA beheert deze locatie. De bestuursovereenkomst geldt in principe tot december 2026.

78

Statushouders Elke gemeente heeft de verantwoordelijkheid om statushouders te huisvesten. In Krimpen aan den IJssel streven we niet alleen naar huisvesting. Ook bevorderen we de maatschappelijke integratie, beheersing van de Nederlandse taal en leiden we toe richting werk. Met de komst van de nieuwe inburgeringswet is de gemeentelijke rol weer groter geworden. Binnen Krimpen aan den IJssel hebben we de regie op de individuele inburgeraars neergelegd bij KrimpenWijzer. Hierbij pakken we de maatschappelijke begeleiding en het taalonderwijs gezamenlijk op. De inburgeraars volgen hun inburgeringstraject op verschillende taalscholen in Rotterdam. De casusregisseurs inburgering binnen Krimpenwijzer zijn verantwoordelijk voor deze taak, inclusief het aanmelden van inburgeraars en het monitoren van hun voortgang in het taalonderwijs. Met GR IJsselgemeenten zal gekeken worden hoe versnelde doorstroom naar werk mogelijk is. Oekraïense ontheemden Voor Oekraïense vluchtelingen hebben we de opvanglocatie De Noord 102 ingericht. De Oekraïense ontheemden van de locatie Tuinstraat hebben we inmiddels tijdelijk elders gehuisvest. Wij hebben hen ondergebracht in de voor sloop en nieuwbouw bestemde leegstaande panden in de Schildersbuurt in afwachting van realisering van de nieuwe opvanglocatie De Noord/Toepad.

Bij alle vormen van (tijdelijke) opvang en huisvesting van de diverse doelgroepen in Krimpen kunnen we rekenen op een groot aantal betrokken inwoners. Zij zetten zich in om de tijdelijke bewoners zich welkom te laten voelen en te ondersteunen bij hun maatschappelijke integratie. Speerpunten Realiseren van de nieuwe opvanglocatie De Noord/Toepad. Omschrijving (toelichting) Voor Oekraïense vluchtelingen willen wij een nieuwe opvanglocatie De Noord/Toepad realiseren. Op grond van welk beleid/afspraak handelen we? 

Beleidsplan sociaal domein

Inburgeringswet

Actieplan Inburgering

Hoe en wanneer leggen we verantwoording af? 

Gemeentelijke monitor sociaal domein 79

Kwartaalrapportage inburgering

Raadsinformatiebrieven

Wat mag het kosten Sociaal domein

Rekening

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

Meerjarenraming 2027

2028

2029

Lasten Preventie

2.880

3.307

3.550

3.603

3.692

Basishulp

2.933

1.636

2.448

2.501

2.583

2.668

Individuele hulp:

38.425

41.265

42.350

43.019

44.520

45.737

- Jeugd

10.505

11.524

13.321

13.551

14.068

14.608

- Participatie

17.796

17.223

18.628

18.533

19.003

19.328

- WMO

8.371

9.139

10.401

10.935

11.449

11.801

Opvang en inburgering

3.358

3.360

747

1.009

1.028

1.047

107

87

17

17

47.596

49.570

49.202

50.218

51.839

53.244

1.611

1.431

1.249

597

599

600

Nieuw beleid & intensivering Totaal lasten

3.776

Baten Preventie Basishulp Individuele hulp: - Jeugd

223

161

104

106

108

111

11.179

11.385

11.411

11.282

11.539

11.803

177

265

66

67

69

70

9.373

9.467

10.935

10.775

11.021

11.273

401

371

410

439

449

460

3.636

3.137

608

866

880

895

Totaal baten

16.649

16.114

13.392

12.851

13.126

13.408

Totaal saldo van geraamde baten en lasten

-30.947

-33.456

-35.810

-37.368

-38.713

-39.836

-37.368

-38.713

-39.836

2027

2028

2029

- Participatie - WMO Opvang en inburgering Nieuw beleid & intensivering

Reservemutaties Geraamd resultaat Nieuw beleid en intensiveringen Sociaal domein

20

427 -30.520

45 -33.456

-35.765 2026

Wet integrale Suicidepreventie

17

17

17

Re-ablement maatwerkvoorzieningen

70

70

17

Toezicht en handhaving jeugd & wmo

20

Totaal

107

Dekking uit reserve

-20

87

17

17

Nieuw beleid en intensiveringen inclusief dekking

87

87

17

17

Indicatoren 80

De ingevulde gegevens bevatten geen streefwaarden, maar gaan over de meest actuele gerealiseerde waarden. In de kolom jaartal staat aangegeven uit welk jaar de gerealiseerde waarden komen. In de kolom ‘begroting 2025’ ziet u de gepresenteerde waarden van de begroting 2025. Het is mogelijk dat deze waarden achteraf nog zijn geactualiseerd door de bron. Basisset indicatoren programma Sociaal domein

Begroting 2026

Jaartal Begroting 2025

Jaartal Bron

% kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen.

5,0%

2023

6,0%

2022

Waarstaatjegemeente

Netto arbeidsparticipatie

73,4%

2024

73,6%

2023

Waarstaatjegemeente

% werkloze jongeren in de leeftijd van 16-22 jaar

1,0%

2023

1,0%

2022

Waarstaatjegemeente

Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners.

307,30

2024

292,10

2023

Waarstaatjegemeente

Het aantal lopende reintegratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de 301,70 leeftijd van 15-64 jaar

2024

268,4

2023

Waarstaatjegemeente

% Jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp

15,3%

2024

14,8%

2023

Waarstaatjegemeente

% Jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming

1,1%

2024

1,2%

2023

Waarstaatjegemeente

% Jongeren met jeugdreclassering in de leeftijd van 12-23 jaar

0,3%

2024

0,2%

2022

Waarstaatjegemeente

Wmo-cliënten met een maatwerkarrangement per 10.000 inwoners

650

2024

630

2023

Waarstaatjegemeente

% Werklozen ten opzichte van de beroepsbevolking

3,4%

2024

3,3%

2023

Waarstaatjegemeente

% Huishoudens met een bijstandsuitkering

4,6%

2024

4,3%

2023

Waarstaatjegemeente

Lokale indicatoren programma Sociaal domein

Begroting 2026

Jaartal Begroting 2025

Jaartal Bron

Het percentage inwoners dat zich belemmerd voelt in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van zorg aan een hulpbehoevende naaste

9%

2025

41%

2023

Burgerpeiling

Vaccinatiegraad

72,9%

2024

75,3%

2023

Jaarverslag CJG Rijnmond

Melding partnergeweld

100

2024

95

2023

Waarstaatjegemeente

Meldingen kindermishandeling

105

2024

120

2023

Waarstaatjegemeente

Verward gedrag: crisismaatregelen

0

2024

5

2023

Khonraad

% aantal meldingen bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)

223

2024

227

2023

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)

Bereikbaarheid Krimpenwijzer (“Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag”)

70%

2024

85%

2023

KTO

Door de dienstverlening die ik vanuit KrimpenWijzer/Krimpens Sociaal Team heb gekregen heb ik een betere kwaliteit van leven

70%

2024

76%

2023

KTO

Klantwaardering dienstverlening GR IJsselgemeenten

7,80

2024

7,80

2023

GR IJsselgemeenten

Inwoners van 70 jaar en ouder die zelfstandig wonen; per 1000 inwoners 962

Q2 2025

963

Q1 2024

Waarstaatjegemeente

Aantal mantelzorgers bekend bij Krimpenwijzer

584

2025

535

2023

Gemeentelijke registratie vrijwilligers

Aantal aanmeldingen schuldhulpbemiddelen GR Ijsselgemeenten

68

2024

27

2023

GR IJsselgemeenten

% Huishoudens zonder voorzieningen

77%

2024

79%

2023

Waarstaatjegemeente

Huishoudens met 1 t/m 5 voorzieningen

2.830

2024

2.775

2023

Waarstaatjegemeente

Huishoudens met 6 of meer regelingen

180

2024

160

2023

Waarstaatjegemeente

Huishoudens met Wmo voorzieningen

1.810

2024

1.770

2023

Waarstaatjegemeente

Middelen 81

Overhead Inleiding Dit hoofdstuk biedt inzicht in de overhead van de gemeente Krimpen aan den IJssel. De programma’s bevatten alleen de lasten en baten van het primaire proces. Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording worden de baten en lasten van Overhead getoond als apart onderdeel van de programmabegroting. Er vind dus geen toerekening van overhead aan de programma's plaats. Onderdelen overhead Onder overhead valt het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • Directe kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan de betreffende taakvelden; • Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead (bijvoorbeeld uitbesteding ICT); • Sturende taken vervuld door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead; • De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead.

Om enig inzicht te geven in de opbouw van de overhead is in deze begroting de overhead verdeeld in: • Personele lasten van onder andere de taken met betrekking tot directie, communicatie, bestuursondersteuning, facilitaire zaken, juridische zaken, HR en financiën. • Niet personele lasten, zoals huisvesting en ICT. Dit begrotingsonderdeel is slechts een weergave van de baten en lasten met betrekking tot overhead. Een meer inhoudelijke toelichting treft u aan in de paragraaf Bedrijfsvoering. Wat is er aan de hand/Wat willen we bereiken? 1. Vervanging inventaris Raadhuisplein 2

82

Wat is er aan de hand? De huidige bureaus en bureaustoelen in het Raadhuis en aan de Stormsweg zijn sterk verouderd, circa 10 jaar. Een deel van het meubilair is defect en kan niet meer worden gerepareerd vanwege het ontbreken van vervangende onderdelen. Dit leidt tot een verminderde ergonomie, minder comfort voor medewerkers en mogelijk verhoogd ziekteverzuim. De werkomgeving voldoet hierdoor niet meer aan de huidige Arbo-eisen. Wat willen we bereiken? De gemeente wil een gezonde, veilige en toekomstbestendige werkomgeving creëren voor haar medewerkers. Door het vervangen van verouderd en defect meubilair wordt het werkcomfort verhoogd en wordt voldaan aan de geldende Arbo- en ergonomienormen. Daarnaast streven we naar duurzaam en onderhoudsvriendelijk meubilair dat langdurig meegaat. Speerpunten Aanschaf van ergonomisch en duurzaam meubilair dat voldoet aan de huidige Arbo-eisen Omschrijving (toelichting) Aanschaf van ergonomisch en duurzaam meubilair dat voldoet aan de huidige Arbo-eisen. Inrichten van een periodiek onderhoudsplan om slijtage tijdig te signaleren en grote defecten in de toekomst te voorkomen Omschrijving (toelichting) Inrichten van een periodiek onderhoudsplan om slijtage tijdig te signaleren en grote defecten in de toekomst te voorkomen.

Vervanging van alle verouderde en defecte bureaus en bureaustoelen in het Raadhuis en de Stormsweg Omschrijving (toelichting) Vervanging van alle verouderde en defecte bureaus en bureaustoelen in het Raadhuis en de Stormsweg. Wat mag het kosten

83

Overhead

Rekening

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

Meerjarenraming 2027

2028

2029

Lasten Personele lasten

6.164

7.728

7.147

7.349

7.637

7.954

Niet personele lasten

6.056

6.419

6.440

6.564

6.621

6.746

17

16

16

12.220

14.147

13.587

13.930

14.274

14.716

324

330

338

346

354

362

324

330

338

346

354

362

-11.896

-13.817

-13.249

-13.584

-13.920

-14.354

Reservemutaties

-179

468

Geraamd resultaat

-12.075

-13.349

-13.249

-13.584

-13.920

-14.354

2027

2028

2029

Nieuw beleid & intensivering Totaal lasten Baten Personele baten Niet personele baten Nieuw beleid & intensivering Totaal baten Totaal saldo van geraamde baten en lasten

Investeringen 2026-2029 Overhead

2026

Inventaris Raadhuisplein 2

150

Totaal

150

Nieuw beleid en intensiveringen Overhead

2026

2027

2028

2029

Vervanging inventaris Raadhuisplein 2

17

16

16

Totaal

17

16

16

Overige dekking

-17

-16

-16

Nieuw beleid en intensiveringen inclusief dekking

Indicatoren De ingevulde gegevens bevatten geen streefwaarden, maar betreffen de meest actuele gerealiseerde waarden. In de kolom jaartal staat aangegeven uit welk jaar de gerealiseerde waarden komen. In de kolom ‘begroting 2025’ ziet u de gepresenteerde waarden van de begroting 2025. Het is mogelijk dat deze waarden nadien nog zijn geactualiseerd door de bron.

84

Basisset indicatoren Overhead

Begroting 2026

Jaartal

Begroting 2025

Jaartal

Bron

Formatie in fte per inwoner x 1.000

6,02

2025

6,10

2024

Eigen berekening

Bezetting in fte per inwoner x 1000

5,76

2025

5,51

2024

Eigen berekening

Apparaatskosten per inwoner

804,67

2025

786,63

2024

Eigen berekening

*Externe inhuur als % van totale kosten loonsom

4.5%

2025

4,5%

2024

Eigen berekening

Overhead als % van totale lasten

12,52%

2025

12,23%

2024

Eigen berekening

*Deze indicator is samengesteld uit post salarislasten en inhuur (ziektevervanging). Bij het opstellen van de cijfers wordt bij de salarispost uit gegaan van volledige bezetting op max schaal op de formatie. Het verschil tussen deze maximale raming en de bezetting (inclusief vacatureruimte) kan worden ingezet voor tijdelijke inhuur. In de indicator telt deze dan bij de jaarrekening niet meer mee onder het kopje salaris, maar inhuur. Hierdoor verwachten wij bij de jaarrekening een afwijking. Het is daarnaast mogelijk dat er baten staan tegenover de externe inhuur.

Algemene dekkingsmiddelen Inleiding In dit hoofdstuk lichten we de algemene dekkingsmiddelen, de post onvoorzien en de vennootschapsbelasting toe. Binnen de begroting bestaat een onderscheid tussen algemene dekkingsmiddelen en specifieke dekkingsmiddelen. De algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die vrij zijn aan te wenden. De besteding van deze inkomsten is niet aan een bepaald programma gebonden. De algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de negatieve financiële saldi van de programma’s. De algemene dekkingsmiddelen beslaan meer dan de helft van de totale baten van de gemeente. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn: • uitkering uit het gemeentefonds • inkomsten uit de onroerendezaakbelastingen (ozb) • inkomsten uit deelnemingen De uitkering uit het gemeentefonds is de grootste bron van gemeentelijke inkomsten. Eigen inkomsten als de ozb vormen slechts een beperkt deel van de totale baten. De post onvoorzien en de vennootschapsbelasting zijn verplichte onderdelen van de programmabegroting. Uitkering gemeentefonds Het gemeentefonds heeft een wettelijke basis in de Financiële verhoudingswet. Het is een begrotingsfonds op de Rijksbegroting. Het Rijk bepaalt de omvang van het gemeentefonds in het normale begrotingsproces.

85

Omvang gemeentefonds Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De ontwikkeling van de omvang wordt vooral bepaald door de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het volume van het gemeentefonds groeit mee met een meerjarig gemiddelde van het BBP. Daarnaast vindt compensatie plaats voor loon- en prijsontwikkelingen, gebaseerd op de prijsmutatie van het BBP. De omvang van het gemeentefonds verandert ook bij nieuwe taken en verantwoordelijkheden, of als taken komen te vervallen. Opbouw gemeentefonds De uitkering uit het gemeentefonds bestaat uit 3 soorten uitkeringen: algemene uitkering, integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen. Voor Participatie ontvangt de gemeente een integratie-uitkering. De decentralisatie-uitkeringen bevatten uitkeringen voor onder andere toezicht en handhaving van provinciale taken, armoedebestrijding kinderen en uitvoeringskosten omgevingswet. Specifieke Uitkeringen Naast deze 3 vormen van algemene middelen ontvangt de gemeente zogenaamde specifieke uitkeringen (SPUK's). Deze worden verantwoord op het betreffende programma en zijn niet vrij inzetbaar.

Bovendien wordt over deze middelen verantwoording afgelegd bij de jaarrekening. Overheveling Specifieke Uitkeringen Het rijk is van plan om het aantal Specifieke Uitkeringen de komende jaren af te bouwen door overheveling naar het gemeentefonds. Die overheveling gaat gepaard met kortingen van 10% vanwege vermeende efficiencyvoordelen op de administratieve lasten. In deze begroting is op basis van de septembercirculaire nog slechts in enkele gevallen sprake van overheveling. Septembercirculaire 2025 De cijfers in deze begroting zijn, evenals voorgaande jaren, gebaseerd op de septembercirculaire. Deze bevat geen grote mutaties ten opzichte van de meicirculaire anders dan de effecten van de overheveling van CDOKE middelen (CDOKE - capaciteit cecentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid). Deze middelen kwamen tot en met 2025 via een Specifieke Uitkering (SPUK) beschikbaar. In dit geval is sprake van een hoger bedrag dan waar tot nu toe op basis van eerdere cijfers over de SPUK rekening mee kon worden gehouden. De extra middelen (€ 338.000) worden als stelpost opgenomen, waarvoor later een bestedingsvoorstel volgt. Onroerende zaakbelastingen

86

De opbrengst uit onroerende zaakbelasting wordt in deze begroting met 2,5% verhoogd. Dat is gelijk aan de algemene trend. Omdat de WOZ-waarden van vrijwel al het vastgoed boven trendmatig zijn gestegen, wordt een verlaging van het tarief toegepast. Op deze wijze stuurt de gemeente op de benodigde opbrengst en speelt de ontwikkeling van de WOZ-waarde een ondergeschikte rol. Een hogere waarde leidt dus niet automatisch tot een (boven trendmatig) hogere OZB-aanslag. Dividenden Alle beleggingen van Krimpen aan den IJssel liggen in het verlengde van de publieke taak. De verwachte inkomsten uit beleggingen beoordelen we jaarlijks en stellen we - indien nodig bij. In 2021 zijn cumulatief preferente aandelen Stedin verworven, waarop we een gegarandeerd dividend van 3% ontvangen. Daarnaast wordt in deze begroting rekening gehouden met een dividenduitkering over de regulier aandelen Stedin ter hoogte van het gemiddelde van de afgelopen vier jaar. Dat is conform de ombuigingsmaatregel waartoe bij de kadernota 2026 is besloten. Ook de aandelen BNG leveren dividendinkomsten op. Over de aandelen Oasen en Cyclus wordt geen dividend uitgekeerd. Saldo van de financieringsfunctie Dit betreft het saldo van het taakveld treasury. Dit saldo wordt veroorzaakt doordat de omslag van de rente naar de programma’s plaatsvindt op basis van een afgerond percentage.

De gehanteerde rekenrente in deze begroting bedraagt 1%, terwijl de berekende omslag 0,83% is. Er is daardoor sprake van een financieringssaldo. In paragraaf D Financiering wordt dit verder toegelicht. Stelposten In de begroting is een aantal stelposten opgenomen. Voor een groot deel betreffen die de onderwerpen die als nieuw beleid en intensiveringen in de begroting zijn opgenomen. Wanneer we het nieuw beleid daadwerkelijk in uitvoering nemen, vindt omzetting naar een reguliere raming plaats. Dit is feitelijk een manier om zicht te houden op de uitvoering van het nieuw beleid. Daarnaast zijn stelposten opgenomen voor lasten die we nog niet kunnen toerekenen aan een programma. In de loop van 2026 beoordelen we of we die stelposten moeten inzetten.

87

Stelposten

Begroting

Meerjarenraming

2026

2027

2028

2029

Stelposten baten Onderuitputting BCF

223

IZA gelden

225

228

233

285

285

285

227

323

338

-283

-189

-180

Stelposten lasten Vrijval afschrijvingslasten investeringen

210

DU CDOKE middelen

338

Bibliotheek

100

Saldo stelposten

425

Vennootschapsbelasting Reclame-uitingen In de gemeentelijke begroting is rekening gehouden met een aanslag VPB voor reclameuitingen. Grondexploitaties Voor de grondexploitaties wordt jaarlijks een quickscan uitgevoerd om na te gaan of sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Tot nu toe is dat niet het geval. Overige activiteiten Of er nog meer activiteiten van de gemeente als ondernemerschap moeten worden aangemerkt blijft dus nog steeds onzeker, zodat om die reden nog steeds een risico is opgenomen. Onvoorzien De post onvoorzien is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording een verplicht onderdeel van de begroting. Gemeenten zijn vrij de hoogte van deze post te bepalen. De post onvoorzien is op basis van de financiële verordening 2023 vastgesteld op € 0 per inwoner. Op grond van welk beleid/afspraak handelen we • • • •

Nota lokale heffingen 2019 Belastingverordeningen Financiële verordening 2023 Nota reserves en voorzieningen

Hoe en wanneer leggen we verantwoording af

88

Begrotingswijzigingen (in principe elke raadsvergadering) Jaarrekening (voor 15 juli t+1) Wat mag het kosten Algemene dekkingsmiddelen, vennootschapsbelasting en onvoorzien

Rekening

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

Meerjarenraming 2027

2028

2029

Onroerende zaakbelasting

6.275

6.477

6.648

6.839

7.084

7.278

Uitkeringen gemeentefonds

73.042

62.191

64.949

68.152

69.477

70.258

Dividenden en winstuitkeringen

456

297

248

248

248

248

Saldo van de financieringsfunctie

-191

150

-226

-682

-1.445

-2.462

Lasten algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Vennootschapsbelasting

-22

-169

-664

-244

-340

-356

68.709

71.705

74.159

75.638

75.805

77.750

-5

-4

-4

-4

-4

-4

68.704

71.701

74.155

75.634

75.801

77.746

71.701

74.155

75.634

75.801

77.746

Onvoorziene lasten Totaal saldo van geraamde baten en lasten Reservemutaties

154

Geraamd resultaat

68.859

Paragrafen Paragraaf A Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen zijn inkomsten die de gemeente ontvangt op grond van publiekrechtelijke regels. Doorgaans gaat het om belastingen, heffingen en retributies. Onze gemeente legt de volgende heffingen op: • onroerende zaakbelastingen (ozb) • afvalstoffenheffing • rioolheffing • haven- en marktgelden • lijkbezorgingsrechten • leges De Nota Lokale heffingen 2019, de kadernota 2026 en het bestuursakkoord dienen als uitgangspunten voor 2026. Deze uitgangspunten zijn vertaald in de begrotingsopzet voor 2026. Ontwikkelingen 2026

89

Lokale heffingen In april 2019 is de Nota Lokale heffingen 2019 vastgesteld. In deze nota zijn voor de diverse kostendekkende heffingen en retributies bandbreedtes vastgelegd. Bij de raming van de opbrengsten voor 2026 zijn deze bandbreedtes het uitgangspunt. Voor de begroting 2026 is als ozb-opbrengst het volume uit 2025 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 2,5%. Om het aldus bepaalde ozb-volume in 2026 te realiseren, dalen bij een verwacht hoger waarde niveau de drie ozb-tarieven (eigenaar woningen, eigenaar niet-woningen en gebruiker niet-woningen). De afvalstoffenheffing en de rioolheffing blijven 100% kostendekkend. In 2026 wordt de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten verder verhoogd naar 95%. In de belastingvoorstellen voor 2026 wordt dit verder uitgewerkt. Voor het bereiken van de gewenste kostendekkingspercentages is de trendmatige verhoging van 2,5% voor vrijwel alle heffingen toereikend. Uitzondering hierop is de rioolheffing, waarvoor een extra verhoging van 2,7% nodig is. Wet WOZ De WOZ-waarde van woningen is sinds 1 oktober 2016 een openbaar gegeven. Iedereen kan eenvoudig en laagdrempelig de WOZ-waarde opvragen bij één centraal punt. De openbaarmaking van WOZ-waarden van woningen vindt plaats via de landelijke voorziening WOZ (www.wozwaardeloket.nl).

No cure no pay bedrijven De Eerste Kamer heeft op 17 december 2024 het Pakket Belastingplan 2025 aangenomen. Dit betekent dat de aangekondigde proceskostenvergoedingen WOZ met ingang van 2025 zijn verlaagd. De bedoeling deze verlaging is natuurlijk om het voor no cure no pay bedrijven minder aantrekkelijk te maken om bezwaar of beroep aan te tekenen. In Krimpen aan den IJssel zien wij duidelijk het effect van deze maatregel er zijn 25% minder bezwaarschriften ontvangen van no cure no pay bedrijven. Afvalstoffenheffing In juni 2025 heeft uw raad besloten om de wijze van afvalstoffenheffing te wijzigen door invoering van een recycletarief voor restafval per 2026. Anders dan gebruikelijk, heeft uw uw raad vóór de zomer de nieuwe tarieven voor 2026 vastgesteld. Dat was nodig, zodat er voldoende tijd is om verdere praktische zaken te regelen. Het nieuwe tarief gaat uit een vast en variabel deel bestaan. Omgevingswet De legestarieven zijn conform de begrotingsrichtlijn met 2,5% verhoogd. Als uitzondering hierop zijn een aantal tarieven uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel niet verhoogd. De reden is dat voor deze tarieven een maximum geldt en het tarief reeds gelijk is aan dit maximum. De verordening en tarieventabel 2026 is gebaseerd op de modelverordening van de VNG.

90

Kwijtschelding Op dit moment wordt er kwijtschelding verleend als de inwoner voldoet aan twee normen, de inkomensnorm en de vermogensnorm. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om de vermogensnorm met een zelf te bepalen bedrag (tot maximaal 2.000 euro) op te hogen. De verhoging van de vermogensnorm hangt af van de leefsituatie van de belastingschuldige (echtgenoten, alleenstaanden of alleenstaande ouders). Ook in 2026 maken wij gebruik van de beleidsvrijheid om deze norm te verruimen, zodat een grotere groep inwoners in aanmerking komt voor kwijtschelding. Lokale heffingen Overzicht baten en lasten Conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Jaarlijks worden de berekeningen van de kostendekking van de diverse heffingen opnieuw uitgevoerd, rekening houdend met de uitgangspunten van het BBV. Deze berekeningen hebben gevolgen voor de tarieven en opbrengsten van de diverse heffingen. Bij de vaststelling van de nota lokale heffingen zijn bij de diverse heffingen bandbreedtes vastgesteld. In de begroting 2026 blijven deze heffingen en retributies binnen de bandbreedte..

In de volgende alinea’s geven we de lasten en baten weer van de diverse heffingen waarbij sprake is van het verhalen van de kosten. Hieronder worden de diverse lokale heffingen weergegeven. Lokale heffingen

Rekening

Begroting

2024

2025

Begroting 2026

Onroerendezaakbelasting

6.392

6.573

6.747

Afvalstoffenheffing

5.274

5.753

5.902

Rioolheffing

3.991

4.124

4.332

Haven- en marktgelden

98

147

136

Lijkbezorgingsrechten

645

741

757

Leges, overig

1.148

2.081

1.432

Totaal lokale heffingen

17.548

19.419

19.306

Opbrengsten Hieronder worden de diverse heffingen weergegeven. Onroerende zaakbelastingen Voor de begroting is als ozb-opbrengst het volume uit 2026 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 2,5%. Dit alles geeft het volgende beeld: 91

Afvalstoffenheffing In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de afvalstoffenheffing een bandbreedte van kostendekking vastgesteld van een percentage tussen de 90% en 100%. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. De directe kosten behorende bij het taakveld afval worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Straatvegen is een activiteit die indirect een bijdrage levert aan de afvalexploitatie, hiervan wordt 25% van de kosten toegerekend. Vanaf 2026 wordt er een recylcetarief gehanteerd. Het tarief afvalstoffenheffing bestaat dan uit een vast en een variabel deel. Op basis van de huidige inzichten zijn de kosten en baten zo goed mogelijk ingeschat. Mede op basis van ervaringen van andere gemeenten. Indien nodig wordt, de egalisatiereserve ingezet. Dit alles geeft voor 2026 het volgende beeld:

Rioolheffing Bij de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de rioolheffing een bandbreedte van kostendekking afgesproken tussen de 90% en 100% dekking. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2026 de kostendekking op 100% te houden moet de rioolheffing boven op de index van 2,5% met 2,7% worden verhoogd (totaal 5,2%) Deze extra verhoging wordt veroorzaakt door de stijgende lasten van klimaatadaptieve maatregelen. De directe kosten behorende bij het taakveld riolering worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Daarnaast wordt bij de berekening van de kosten voor straatvegen en onkruidbestrijding 25% toegerekend aan de rioolexploitatie en 20% aan het onderhoud aan binnenwater en beschoeiing. In Krimpen geldt het beleid waarbij sprake is van een rioolheffing in de vorm van een aansluitrecht voor de eigenaar en een afvoerrecht voor de gebruiker. Dit alles geeft voor 2026 het volgende beeld:

Havengelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de havengelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 75% en 100%. Er is een verhoging conform de index van 2,5% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden. Een overzicht van de lasten en baten 2026 geeft het volgende beeld:

92

Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte. Marktgelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de marktgelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 80% en 100%. Er is een trendmatige verhoging van 2,5% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden. Een overzicht van lasten en baten geeft voor 2026 het volgende beeld:

Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte . Lijkbezorgingsrechten In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de lijkbezorgingsrechten een bandbreedte in kostendekking vastgesteld tussen de 70% en 80%. In het bestuursakkoord is de keuze gemaakt om jaarlijks een extra verhoging van de kostendekking van 5% toe te passen. Dit resulteert voor 2026 in een kostendekkingspercentage van 95%. Vanwege iets lagere lasten moeten de lijkbezorgingsrechten is een verhoging met de index van 2,5% toereikend om het percentage van 95% te bereiken. Dit geeft voor 2026 het volgende beeld:

Legesverordening De beleidslijn die bij de bepaling van de leges wordt gehanteerd, is een integrale kostendekking te bereiken van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning de hoofdmoot. Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma, zijn de leges omgevingsvergunning voor wat betreft de mate van kostendekking onvoorspelbaar. De overige diensten hebben minder effect op de volledige kostendekking. Nieuw sinds 2025 is de splitsing van de huidige activiteit bouwen in bouwactiviteiten en een ruimtelijke toets. Deze splitsing is noodzakelijk door de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze Wet zorgt voor een indeling van bouwwerken in gevolgklassen. Voor bouwwerken in gevolgklasse 2 is de tariefopbouw gelijk aan het tarief in 2025. Voor bouwwerken in gevolgklasse 0 en 1 geldt wettelijk alleen nog het tarief voor de ruimtelijke toets. Hierna volgt een weergave van de kostendekking op onderdelen, gevolgd door de totale kostendekking van de verordening. Dit alles geeft het volgende beeld: 93

Lasten

Baten

Paragraaf 1.1

Paragraaf Burgerlijke stand

44

33

75%

Paragraaf 1.2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

548

492

90%

Paragraaf 1.3

Rijbewijzen

145

106

73%

Paragraaf 1.4

Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

5

2

37%

Paragraaf 1.5

Bestuursstukken

Paragraaf 1.6

Vastgoedinformatie

Paragraaf 1.7

Overige publiekszaken

15

5

35%

Paragraaf 1.8

Gemeentearchief

Paragraaf 1.9

Bijzondere wetten

27

9

32%

Paragraaf 1.10

Diversen

1

Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

Paragraaf 2.2

Voorfase

Paragraaf 2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Paragraaf 2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

Paragraaf 2.5

Milieubelastende activiteiten

Paragraaf 2.6

Lozingsactiviteiten

Paragraaf 2.7

Aanlegactiviteiten

Paragraaf 2.8

Overige activiteiten

Paragraaf 2.9

Maatwerkvoorschriften

Paragraaf 2.10

Gelijkwaardigheid

Paragraaf 2.11

Overige tarieven

1

Paragraaf 2.12

Modaliteiten

21

25

119%

Paragraaf 2.13

Vermindering

Paragraaf 2.14

Teruggaaf

Paragraaf 3.1

Horeca

44

5

11%

Paragraaf 3.2

Seksbedrijven

Paragraaf 3.3

Winkeltijdenwet

Paragraaf 3.4

Organiseren evenement of markt

17

2

11%

Paragraaf 3.5

Standplaatsen

Paragraaf 3.6

Kinderopvang

1

1

62%

Paragraaf 3.7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit 1.749

1.602

92%

Totaal

Omschrijving

839

Kostendekking

21%

922

110%

39

0%

2

21%

32%

Lastendruk Op basis van de nieuwe tarieven berekenen we voor een aantal situaties de lastendruk voor 2026. In deze situaties is geen rekening gehouden met een wijziging van de WOZ-waarde van de woning. Deze is moeilijk te voorspellen en niet voor iedereen gelijk. In paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing is het kengetal belastingcapaciteit opgenomen.

94

Lastendruk 1 persoonshuishouden

Huur/koop

Een woning met een WOZ-waarde van € 250.000, bewoond door 1 persoon; het waterverbruik is 45 m3.

huur

Onderdeel

2025

2026

Rioolheffing, het gebruikersdeel

78,00

82,08 5,23%

Afvalstoffenheffing, vast deel

418,40

390,00

Afvalstoffenheffing, variabel deel (20x) koop

Huur/koop

Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 300.000, bewoond door 2 personen het waterverbruik is 90 m3.

huur

Huur/koop

Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 350.000, bewoond door meer dan 2 personen het waterverbruik is 150 m3.

huur

492,08 -0,87%

-4,32

78,00

82,08 5,23%

4,08

Rioolheffing, het eigenarendeel

187,58

197,52 5,30%

9,94

Afvalstoffenheffing, vast deel

418,40

390,00 20,00 -2,01%

-8,40

Onroerendezaakbelasting

213,00

218,32 2,50%

5,32

Totale lastendruk per jaar

896,98

907,92 1,22%

10,94

2025

2026

Rioolheffing, het gebruikersdeel

78,00

82,08 5,23%

Afvalstoffenheffing, vast deel

432,30

390,00

Onderdeel

% Bedrag effect 4,08

30,00 -2,85% -12,30

Totale lastendruk per jaar

510,30

502,08 -1,61%

-8,22

Rioolheffing, het gebruikersdeel

78,00

82,08 5,23%

4,08

Rioolheffing, het eigenarendeel

187,58

197,52 5,30%

9,94

Afvalstoffenheffing, vast deel

432,30

390,00 30,00

-12,30

Onroerendezaakbelasting

255,60

261,99 2,50%

6,39

Totale lastendruk per jaar

953,48

961,59 0,85%

8,11

2025

2026

Rioolheffing, het gebruikersdeel

156,00

164,16 5,23%

Afvalstoffenheffing, vast deel

471,60

390,00

Onderdeel

Afvalstoffenheffing, variabel deel (50x) koop

-8,40

496,40

Afvalstoffenheffing, variabel deel (30x)

Lastendruk meerpersoonshuishouden

20,00 -2,01%

Rioolheffing, het gebruikersdeel

Afvalstoffenheffing, variabel deel (30x) koop

4,08

Totale lastendruk per jaar

Afvalstoffenheffing, variabel deel (20x)

Lastendruk 2 persoonshuishouden

% Bedrag effect

% Bedrag effect 8,16

50,00 -6,70% -31,60

Totale lastendruk per jaar

627,60

604,16 -3,73% -23,44

Rioolheffing, het gebruikersdeel

156,00

164,16 5,23%

8,16

Rioolheffing, het eigenarendeel

187,58

197,52 5,30%

9,94

Afvalstoffenheffing, vast deel

471,60

390,00

Afvalstoffenheffing, variabel deel (50x) Onroerendezaakbelasting Totale lastendruk per jaar

50,00 -6,70% -31,60 298,20

305,62 2,49%

7,42

-0,55%

-6,08

1.113,38 1.107,30

95

Kwijtschelding Inwoners met de laagste inkomens kunnen gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten krijgen. De rijksoverheid bepaalt in de Invorderingswet de regels hiervoor. Het beleid over de kwijtschelding is verder uitgewerkt in de ´Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023´ van de gemeente Krimpen aan den IJssel die door de raad is vastgesteld op 15 december 2022. Naar verwachting komen rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, globaal 300 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Dit alles geeft voor 2026 het volgende overzicht: Kwijtscheldingen

Rekening

Begroting

2024

2025

Begroting 2026

Afvalstoffenheffing

123

122

125

Rioolheffing

31

28

29

Totaal kwijtscheldingen

154

150

153

Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten) Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is. In 2025 staat Krimpen aan den IJssel op plaats 307 van de 342 (deel)gemeenten. In 2024 nam Krimpen aan den IJssel nog een 303e plaats in van de 342 gemeenten. De positie op de ranglijst wordt vooral verklaard door de relatief hoge afvalstoffenheffing en rioolheffing. Het OZB-tarief ligt in Krimpen aan den IJssel ruim onder het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten zijn de woonlasten als volgt (peiljaar 2025): Vergelijking woonlasten per gemeente

Netto woonlast

Rangnummer

gemeente

(duur->goedkoop)

COELO

Gouda

1380

331

Krimpen aan den IJssel

1228

307

Zuidplas

1107

247

Rotterdam

1013

153

Krimpenerwaard

1080

221

Capelle aan den IJssel

793

6

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding 96

Deze paragraaf gaat in op de risico’s, de bijbehorende beheersmaatregelen en de mate waarin de gemeente voldoende buffer heeft om risico’s af te dekken. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2023) is het beleid vastgelegd dat de basis vormt voor de gevolgde werkwijze. Door de complexe samenleving, de veelzijdige gemeentelijke activiteiten en veranderingen in wet- en regelgeving lopen gemeenten veel risico’s. Risico’s zijn onvermijdelijk, maar kunnen wel worden beheerst. In het uiterste geval kan de gemeente risico’s opvangen via de weerstandscapaciteit. De gemeente beschikt over vrij aanwendbare middelen die, wanneer dat nodig is kunnen worden ingezet om dergelijke tegenvallers op te vangen; de weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële omvang van de gemeentelijke risico’s te vermenigvuldigen met de ingeschatte kans dat deze risico’s zich ook echt gaan voordoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of de gemeente voldoende weerstandsvermogen heeft. In de belangrijkste planning- en controldocumenten (kadernota, begroting en jaarrekening) is altijd een geactualiseerd overzicht opgenomen van de belangrijkste risico’s en een analyse van het weerstandsvermogen. De overzichten geven op hoofdlijnen informatie over risicobeheersing.

Wetgever, toezichthouder en gemeenteraad hechten in toenemende mate belang aan risicobeheersing. Risico's Gedurende het jaar heeft risicobeheersing de doorlopende aandacht. Op de volgende pagina zijn de grootste risico’s opgenomen waaronder ook de risico’s van de verbonden partijen, die direct gevolgen hebben voor de financiën van onze gemeente. De risicobeheersing tot sturing op financiële risico’s vindt plaats door samenwerking, overleg en verantwoording in informatievoorziening. Artikel 15 van BBV schrijft voor om in de begroting de risico’s van de verbonden partijen op te nemen die geheel of gedeeltelijk zijn afgewend op de gemeente Krimpen aan den IJssel. Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing 2023 zijn de risico's in kaart gebracht. In deze paragraaf wordt de top 10 van de risico's behandeld.

97

Risico's begroting 2026 GEKWANTIFICEERDE RISICO'S bedragen x 1.000

S / Max Kans Benodigde I kosten op capaciteit bij gevolg gevolg

Beheersmaatregelen

Bestuur en veiligheid Ruimtelijk domein 1. MPG 2025

I

2.789

div.

1.013 Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per grondexploitatie geïnventariseerd.

I

3.000

10%

300 Monitoring en waar nodig en waar mogelijk anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering. De planning van projecten en noodzakelijk extra onderzoek.

I

1.500

10%

150 We blijven het gesprek met het Rijk zoeken o.b.v. van de gesloten overeenkomst en businesscase.

I

500

50%

250 Jaarlijks ontvangt de gemeente op 3 momenten een indicatie van het BUIG Budget van het Rijk. Een voorlopig budget, een nader voorlopig budget en een definitief budget. Het is gebruikelijk de opgave van het Rijk te volgen. De bedragen op deze 3 momenten in één begrotingsjaar fluctueren aanzienlijk en is mede afhankelijk van verschillende factoren. De effecten van de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie wegen bijvoorbeeld mee. Daarom wordt als beheersmaatregel voorgesteld een risico te benoemen in de paragraaf weerstandvermogen.

S

300

50%

150 Effecten van vergrijzing en de gevolgen van het abonnementstarief met betrekking tot vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen worden meegenomen in de reële raming van de begroting. Op basis van monitoring wordt bezien in hoeverre er sprake is van een toename in de zorgvraag. Een incidenteel effect kan hiermee worden opgevangen. Structurele verwerking moet plaatsvinden via een begrotingswijziging op een later moment.

I

4.000

10%

400 Penetratietesten door ingehuurde hackers, jaarlijks. Netwerk is opgedeeld in veel segmenten en gecompartimenteerd. Bewustzijnstrainingen voor medewerkers, waaronder phisingmailcampagne.

Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn meerdere risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gewogen. Het aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen gerichte beheersmaatregelen worden ingezet. 2. Grote projecten Buitenruimte Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met marktwerking bij aanbestedingen en tijdens de uitvoering van projecten. Ook de planning van projecten is een risico. We hebben gezien dat de prijzen en levertijden van allerlei grondstoffen en materialen stijgen. Het zijn inmiddels forse prijsstijgingen en de komende ontwikkeling is niet goed te voorzien. 3. Waardering EMK-terrein EMK-terrein is aangekocht van de Staat, maar de waardebepaling moet nog worden herzien. Als de herziening niet of onvolledig plaatsvindt blijft mogelijk een tekort over op de herontwikkeling van het terrein. Maatschappelijk Domein Sociaal Domein 4. Kosten bijstand De inkomsten van de Specifieke uitkering BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten) laat een grillig verloop zien. Het voorlopig budget BUIG 2025 is in de begroting verwerkt met een index voor 2026 e.v. In de decemberwijziging 2025 zal het voorlopig budget 2026 worden verwerkt.

Deze beschikkingen kunnen sterk afwijken. 5. Open einde regelingen irt stijgende vraag naar zorg Er is (landelijk) sprake van een stijgende vraag naar zorg. Dit heeft effect op zowel de lokale als de regionale budgetten voor jeugdzorg en Wmo.

Middelen 6. Cyberaanval Bij een cyberaanval worden de ICT systemen aangevallen en mogelijk uitgeschakeld.

98

Risico's begroting 2026 7. Wet DBA

S

1.000

25%

250 Verminderen van het bestand met ingehuurde zelfstandigen

S

2.000

25%

500 Wanneer het Rijk een regeling wijzigt of beëindigt wordt het door de regeling gedekte takenpakket heroverwogen om het nadeel te compenseren.

S

300

50%

150 De VNG is met het Rijk in gesprek over de uitwerking van dit voornemen en behartigd de belangen van de gemeenten.

S

990

50%

495 Doorontwikkelen treasurybeleid en liquiditeitenprognose zodat tijdig ingespeeld kan worden op financieringsbehoefte en renteontwikkelingen. Afspraken maken met de BNG, de renteontwikkeling volgen en daarop anticiperen, waar mogelijk alternatieve financiering zoeken en het aantrekken van financiering benaderen als aanbesteding.

I

-

Bij schijnzelfstandigheid oordeelt de Belastingdienst dat er sprake is van een dienstverband. Hierdoor moet je alsnog loonheffingen betalen (loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing ZVW), plus een boete (veelal 25%-50% bij grove schuld. Daarnaast kan kan de professional ook civiele claims indienen (pensioen, vakantiedagen, IKB). 8. Tijdelijk karakter Specifieke Uitkeringen (SPUK's) Diverse specifieke uitkeringen hebben een tijdelijk karakter, terwijl er structurele uitgaven mee gedekt worden. In de meerjarenraming wordt uitgegaan van voortzetting van de regelingen. Als het Rijk besluit ermee te stoppen of te minderen leidt dit tot tekorten. 9. Korting SPUK's aangekondigd in hoofdlijnenakkoord kabinet Diverse specifieke uitkeringen worden de komende jaren overgeheveld naar het gemeentefonds, met een korting van 10%. Omdat in 2027 naar verwachting de Brede Fonds Uitkering wordt toegevoegd als mogelijkheid binnen het gemeentefonds is de verwachting dat de overhevelingen vooral vanaf 2027 plaatsvinden. 10. Renteontwikkeling De ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt heeft gevolgen voor de lasten van nog af te sluiten leningen. Vanwege het omvangrijke investeringsprogramma heeft dat forse impact wanneer leningen moeten worden afgesloten. Verbonden partijen Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).

-

Overige risico's Risico's die niet binnen de top 10 vallen.

TOTAAL

I/S

13.768 30.147

div.

1.176

4.834

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit betreft de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. In hoofdzaak bestaat de weerstandscapaciteit uit drie onderdelen: • reserves (eigen vermogen); • onbenutte belastingcapaciteit; • post onvoorziene lasten.

99

Reserves Van de reserves worden de algemene reserve, de algemene reserve bouwgrondexploitatie, de vrije reserve en bestemmingsreserves die een relatie tot de risico's hebben tot de weerstandscapaciteit gerekend. Dat wil zeggen dat de benodigde reservemiddelen voor al genomen besluiten in principe niet meetellen voor de weerstandscapaciteit. Algemene reserve De hoofdfunctie van de algemene reserve is het vormen van een buffer vanwege risico’s. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing is vastgelegd dat de bodem en het plafond van deze reserve gerelateerd wordt aan de omvang (lasten) van de begroting en de weerstandsratio. Als bodem: a) 5% van de omvang van de begroting b) Indien weerstandsratio onder de 1,0 dreigt te komen. Als plafond wordt 10% van de omvang van de begroting aangehouden. Indien de weerstandsratio onder de 1,0 dreigt te komen, komt het college met voorstellen om dit te herstellen. Indien de algemene reserve boven het plafond komt wordt het surplus in de Vrije Reserve gedoteerd. Bij het opstellen van deze begroting blijft de algemene reserve binnen de bandbreedte. Reserve grondexploitatie De belangrijkste functie van de reserve grondexploitatie is de dekking van verliesgevende ruimtelijke projecten. De totale omvang van de reserve telt mee als buffer voor de risico's, zolang er geen besluit is over de inzet van middelen voor specifieke grexen.

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit heeft betrekking op de vier belangrijkste eigen inkomsten van de gemeente: de onroerende zaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges, voor zover deze niet al ‘maximaal’ of kostendekkend zijn. De ozb is niet gemaximeerd en biedt dus in principe ruimte. Een belangrijk standpunt van de raad en het college is echter dat lastenstijging voor de burger zo veel mogelijk wordt beperkt. Het rekenen met onbenutte belastingmogelijkheden past niet in dat beeld. Daarom is de onbenutte belastingcapaciteit vanwege de ozb op € 0 gesteld. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn in deze begroting volledig kostendekkend opgenomen. Er resteert dus geen onbenutte belastingcapaciteit op die heffingen.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16069169/1