Begroting 2025
Tekst van het document
2025 Vervanging
70 70
Indicatoren De ingevulde gegevens bevatten geen streefwaarden, maar betreffen de meest actuele gerealiseerde waarden. In de kolom jaartal staat aangegeven uit welk jaar de gerealiseerde waarden komen. In de kolom ‘begroting 2024’ ziet u de gepresenteerde waarden van de begroting 2024. Het is mogelijk dat deze waarden nadien nog zijn geactualiseerd door de bron.
74
Basisset indicatoren Overhead
Begroting 2025 Jaartal Begroting 2024 Jaartal Bron
Formatie in fte per inwoner x 1.000
6,10
2024
5,94
2023
Vensters voor Bedrijfsvoering (eigen berekening)
Bezetting in fte per inwoner x 1000
5,51
2024
5,38
2023
Vensters voor Bedrijfsvoering (eigen berekening)
Apparaatskosten per inwoner
786,63
2024
735,06
2023
Vensters voor Bedrijfsvoering (eigen berekening)
Externe inhuur als % van totale kosten loonsom*
4,5%
2024
2,5%
2023
Vensters voor Bedrijfsvoering (eigen berekening)
Overhead als % van totale lasten
12,23%
2024
11,41%
2023
Vensters voor Bedrijfsvoering (eigen berekening)
*Deze indicator is samengesteld uit post salarislasten en inhuur (ziektevervanging). Bij het opstellen van de cijfers wordt bij de salarispost uit gegaan van volledige bezetting op max schaal op de formatie. Het verschil tussen deze maximale raming en de bezetting (inclusief vacatureruimte) kan worden ingezet voor tijdelijke inhuur. In de indicator telt deze dan bij de jaarrekening niet meer mee onder het kopje salaris, maar inhuur. Hierdoor verwachten wij bij de jaarrekening een afwijking. Het is daarnaast mogelijk dat er baten staan tegenover de externe inhuur.
Algemene dekkingsmiddelen Inleiding In dit hoofdstuk zetten we de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien op een rij. Binnen de begroting bestaat een onderscheid tussen algemene dekkingsmiddelen en specifieke dekkingsmiddelen. De algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die vrij zijn aan te wenden. De besteding van deze inkomsten is niet aan een bepaald programma gebonden. De algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de negatieve financiële saldi van de programma’s. De algemene dekkingsmiddelen beslaan meer dan de helft van de totale baten van de gemeente. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn: • uitkering uit het gemeentefonds • inkomsten uit de onroerendezaakbelastingen (ozb) • inkomsten uit deelnemingen De uitkering uit het gemeentefonds is de grootste bron van gemeentelijke inkomsten. Eigen inkomsten als de ozb vormen slechts een beperkt deel van de totale baten. Uitkering gemeentefonds Het gemeentefonds heeft een wettelijke basis in de Financiële verhoudingswet. Het is een begrotingsfonds op de Rijksbegroting. Het Rijk bepaalt de omvang van het gemeentefonds in het normale begrotingsproces. Omvang gemeentefonds Het vervroegd invoeren van de bbp-systematiek in 2024 en de prijsbijstelling uit de Macro Economische Verkenningen (MEV) resulteren in een lager accres.
Vanaf 2026 heeft het Rijk een korting op het gemeentefonds doorgevoerd, die bekend is geworden als het 'ravijn'. Deze verandering heeft een grote impact op de financiële slagkracht van gemeenten. We bereiden hier ons op voor door in 2025 te komen met ombuigingsvoorstellen voor de begroting 2026. 75
De omvang van het gemeentefonds verandert ook bij nieuwe taken en verantwoordelijkheden, of als taken komen te vervallen. Opbouw gemeentefonds De uitkering uit het gemeentefonds bestaat uit 3 soorten uitkeringen: algemene uitkering, integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen. Voor Participatie ontvangt de gemeente een integratie-uitkering. De decentralisatie-uitkeringen bevatten uitkeringen voor onder andere toezicht en handhaving van provinciale taken, armoedebestrijding kinderen en uitvoeringskosten omgevingswet. Specifieke Uitkeringen Naast deze 3 vormen van algemene middelen ontvangt de gemeente zogenaamde specifieke uitkeringen (SPUK's). Deze worden verantwoord op het betreffende programma en zijn niet vrij inzetbaar. Bovendien wordt over deze middelen verantwoording afgelegd bij de jaarrekening. Septembercirculaire 2024 Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De cijfers in deze begroting zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds. Hiermee volgen wij de in de vorige begroting opgenomen gedragslijn om de septembercirculaire te verwerken in de cijfers.
Onroerende zaakbelastingen De opbrengst uit onroerende zaakbelasting wordt in deze begroting met 2,5% verhoogd. Dat is gelijk aan de algemene trend. Omdat de WOZ-waarden van vrijwel al het vastgoed boven trendmatig zijn gestegen, wordt een verlaging van het tarief toegepast. Op deze wijze stuurt de gemeente op de benodigde opbrengst en speelt de ontwikkeling van de WOZ-waarde een ondergeschikte rol. Een hogere waarde leidt dus niet automatisch tot een boven trendmatig hogere OZB-aanslag. Dividenden Alle beleggingen van Krimpen aan den IJssel liggen in het verlengde van de publieke taak. De verwachte inkomsten uit beleggingen beoordelen we jaarlijks en stellen we - indien nodig bij. In 2021 zijn cumulatief preferente aandelen Stedin verworven, waarop we een gegarandeerd dividend van 3% ontvangen. Op basis van prognoses en het laatst afgesloten boekjaar is in deze begroting geen rekening gehouden met dividend over de reguliere aandelen Stedin. Verder leveren alleen de aandelen BNG divideninkomsten op. Over de aandelen Oasen en Cyclus wordt geen dividend uitgekeerd.
76
Saldo van de financieringsfunctie Dit betreft het saldo van het taakveld treasury. Dit saldo wordt veroorzaakt doordat de omslag van de rente naar de programma’s plaatsvindt op basis van een afgerond percentage. De gehanteerde rekenrente in deze begroting bedraagt 1%, terwijl de berekende omslag 0,83% is. Er is daardoor sprake van een financieringssaldo. In paragraaf D Financiering wordt dit verder toegelicht. Stelposten In de begroting is een aantal stelposten opgenomen. Voor een groot deel betreffen die de onderwerpen die als nieuw beleid en intensiveringen in de begroting zijn opgenomen. Wanneer we het nieuw beleid daadwerkelijk in uitvoering nemen, vindt omzetting naar een reguliere raming plaats. Dit is feitelijk een manier om zicht te houden op de uitvoering van het nieuw beleid. Daarnaast zijn stelposten opgenomen voor lasten die we nog niet kunnen toerekenen aan een programma. In de loop van 2025 beoordelen we of we die stelposten moeten inzetten. Stelposten
Begroting
Mjb
Mjb
Mjb
2025
2026
2027
2028
Taakstelling jeugdhulp
-425
-425
-425
-425
Taakstelling uitstroom bijstand
-237
-239
-242
-248
Vrijval investeringen kapitaallasten
132
210
234
310
Extra middelen uitvoering jeugdwet
-448
-333
-296
Herinvoering eigen bijdragen Wmo
-364
-362
-362
-1.266
-1.127
-1.021
Saldo stelposten
-530
Vennootschapsbelasting Reclame-uitingen In de gemeentelijke begroting is rekening gehouden met een aanslag VPB voor reclameuitingen. (Hypothecaire) leningen De Rechtbank heeft een uitspraak gedaan over het verstrekken van (hypothecaire) leningen aan ambtenaren. Dat zou volgens het vonnis een ondernemersactiviteit zijn. Omdat de gemeente Krimpen weliswaar geen nieuwe leningen meer verstrekt, maar nog wel een portefeuille heeft, wordt bekeken of dit tot een aanslag zou kunnen leiden voor onze gemeente. En of het niet zo zou kunnen zijn, dat het überhaupt verstrekken van leningen wordt beschouwd als een ondernemersactiviteit. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor het 77
verstrekken van leningen aan sportverenigingen of aan particulieren voor het verduurzamen van hun huis. Grondexploitaties Voor de grondexploitaties wordt jaarlijks een quickscan uitgevoerd om na te gaan of sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Tot nu toe is dat niet het geval. Overige activiteiten Of er nog meer activiteiten van de gemeente als ondernemerschap moeten worden aangemerkt blijft dus nog steeds onzeker, zodat om die reden nog steeds een risico is opgenomen. Onvoorzien De post onvoorzien is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording een verplicht onderdeel van de begroting. Gemeenten zijn vrij de hoogte van deze post te bepalen. De post onvoorzien is op basis van de financiële verordening 2023 vastgesteld op € 0 per inwoner. Op grond van welk beleid/afspraak handelen we • • • •
Nota lokale heffingen 2019 Belastingverordeningen Financiële verordening 2023 Nota reserves en voorzieningen
Hoe en wanneer leggen we verantwoording af Begrotingswijzigingen (in principe elke raadsvergadering) Jaarrekening (voor 15 juli t+1)
78
Wat mag het kosten Algemene dekkingsmiddelen, vennootschapsbelasting en onvoorzien
Rekening
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
Onroerende zaakbelasting
6.199
6.323
6.512
6.705
6.908
7.306
Uitkeringen gemeentefonds
67.160
58.111
61.613
63.556
62.867
64.929
Dividenden en winstuitkeringen
225
329
113
113
113
113
Saldo van de financieringsfunctie
-237
-105
32
-849
-1.803
-2.182
Lasten algemene dekkingsmiddelen
-13
-135
-256
-335
-259
-336
64.284
68.025
69.957
68.502
69.886
72.061
-3
-4
-4
-4
-4
-4
64.281
68.021
69.953
68.498
69.882
72.057
23
154
64.303
68.176
69.953
68.498
69.882
72.057
Algemene dekkingsmiddelen Vennootschapsbelasting Onvoorziene lasten Totaal saldo van geraamde baten en lasten Reservemutaties Geraamd resultaat
Paragrafen Paragraaf A Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen zijn inkomsten die de gemeente ontvangt op grond van publiekrechtelijke regels. Doorgaans gaat het om belastingen, heffingen en retributies. Onze gemeente legt de volgende heffingen op: • onroerende zaakbelastingen (ozb) • afvalstoffenheffing • rioolheffing • haven- en marktgelden • lijkbezorgingsrechten • leges De Nota Lokale heffingen 2019, de kadernota 2025 en het bestuursakkoord dienen als uitgangspunten voor 2025. Deze uitgangspunten zijn vertaald in de begrotingsopzet voor 2025. Ontwikkelingen 2025 Lokale heffingen In april 2019 is de Nota Lokale heffingen 2019 vastgesteld. In deze nota zijn voor de diverse kostendekkende heffingen en retributies bandbreedtes vastgelegd. Bij de raming van de opbrengsten voor 2025 zijn deze bandbreedtes het uitgangspunt. Voor de begroting 2025 is 79
als ozb-opbrengst het volume uit 2024 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 2,5%. Om het aldus bepaalde ozb-volume in 2025 te realiseren, dalen bij een verwacht hoger waarde niveau de drie ozb-tarieven (eigenaar woningen, eigenaar niet-woningen en gebruiker niet-woningen). De afvalstoffenheffing en de rioolheffing blijven 100% kostendekkend. Bij de kadernota is afgesproken voor de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten een ondergrens van 80% te hanteren . In 2025 komt de kostendekking voor de lijkbezorgingsrechten uit op 90%. In de belastingvoorstellen voor 2025 wordt dit verder uitgewerkt. Hervorming lokaal belastinggebied? Tot 2025 komt er geen uitbreiding van het lokaal belastinggebied. Momenteel wordt tussen rijk en gemeenten gesproken over een nieuwe of aangepaste financieringssystematiek. De wens is om per 2026 tot een nieuwe wijze van bekostigen te komen, waarbij verruiming van het lokale belastinggebied een te onderzoeken onderdeel is. Wet WOZ De WOZ-waarde van woningen is sinds 1 oktober 2016 een openbaar gegeven. Iedereen kan eenvoudig en laagdrempelig de WOZ-waarde opvragen bij één centraal punt. De openbaarmaking van WOZ-waarden van woningen vindt plaats via de landelijke voorziening WOZ (www.wozwaardeloket.nl).
No cure no pay bedrijven Het aantal no cure no pay-bezwaren tegen WOZ-beschikkingen neemt de afgelopen jaren enorm toe. Daardoor staat een verantwoorde uitvoering van de Wet WOZ onder druk. De Tweede Kamer heeft op 27 oktober 2023 het wetsvoorstel 'Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm' aangenomen. Per 1 januari 2024 zijn de wijzigingen in werking getreden. De wijzigingen in de regelgeving zorgden voor een verlaging van de proceskostenvergoeding met 75% daarnaast moet uitbetaling van de proceskosten plaatsvinden aan de aan belanghebbende in plaats van aan een no cure no pay bedrijf. Deze wijzigingen beoogden het verdienmodel van de commerciële bezwaarbureaus minder aantrekkelijk te maken. Echter, de Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 uitspraak gedaan inzake de forfaitaire kostenvergoedingen die in de bezwaarfase kunnen worden toegekend. Voor o.a. WOZ/belastingen gold een lager forfaitair bedrag dan in andere zaken. In de uitspraak van 12 juli 2024 is dit door de Hoge Raad doorgestreept, waardoor voortaan een hoger forfaitair bedrag van toepassing is. Dit leidt dus alsnog tot hogere proceskostenvergoedingen. Wat het vervolgens voor no cure no pay bedrijven weer aantrekkelijker maakt om bezwaar te maken. Bij het belastingplan 2025 heeft het Kabinet voorgesteld om dit arrest te repareren.
Door deze reparatie komt de proceskostenvergoeding weer op het niveau dat men voor ogen had per 1 januari 2024. Het voorstel moet nog wel worden beoordeeld door Raad van State, Tweede Kamer en Eerste kamer. In december 2024 wordt de definitieve beslissing verwacht. 80
Ook in Krimpen aan den IJssel hebben wij te maken met een oplopende druk bij de uitvoering van de Wet WOZ in verband met deze groep bezwaarmakers. Tot op heden heeft dit nog niet geleid tot grote problemen in de uitvoering. Omgevingswet De legestarieven zijn conform de begrotingsrichtlijn met 2,5% verhoogd. Als uitzondering hierop zijn een aantal tarieven uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel niet verhoogd. De reden is dat voor deze tarieven een maximum geldt en het tarief reeds gelijk is aan dit maximum. Het betreft hier met name de leges voor reisdocumenten en rijbewijzen. De verordening en tarieventabel 2025 is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Kwijtschelding Op dit moment wordt er kwijtschelding verleend als de inwoner voldoet aan twee normen, de inkomensnorm en de vermogensnorm. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om de vermogensnorm met een zelf te bepalen bedrag (tot maximaal 2.000 euro) op te hogen. De verhoging van de vermogensnorm hangt af van de leefsituatie van de belastingschuldige (echtgenoten, alleenstaanden of alleenstaande ouders). In 2023 is deze norm verruimd. Ook in 2025 maken wij gebruik van de beleidsvrijheid om deze norm te verruimen, zodat een grotere groep inwoners in aanmerking komt voor kwijtschelding.
Lokale heffingen Overzicht baten en lasten Conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Jaarlijks worden de berekeningen van de kostendekking van de diverse heffingen opnieuw uitgevoerd, rekening houdend met de uitgangspunten van het BBV. Deze berekeningen hebben gevolgen voor de tarieven en opbrengsten van de diverse heffingen. Bij de vaststelling van de nota lokale heffingen zijn bij de diverse heffingen bandbreedtes vastgesteld. In de begroting 2025 blijven deze heffingen en retributies binnen de bandbreedte. Bij de kadernota is afgesproken voor de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten een ondergrens van 80% te hanteren. In de volgende alinea’s geven we de lasten en baten weer van de diverse heffingen waarbij sprake is van het verhalen van de kosten. Hieronder worden de diverse lokale heffingen weergegeven.
81
Lokale heffingen
Rekening
Begroting
2023
2024
Begroting 2025
Onroerendezaakbelasting
6.268
6.414
6.608
Afvalstoffenheffing
4.924
5.226
5.753
Rioolheffing
3.802
4.061
4.124
Haven- en marktgelden
100
115
147
Lijkbezorgingsrechten
499
531
741
Leges, overig
1.637
1.583
2.074
Totaal lokale heffingen
17.230
17.930
19.447
Opbrengsten Hieronder worden de diverse heffingen weergegeven. Onroerende zaakbelastingen Voor de begroting is als ozb-opbrengst het volume uit 2024 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 2,5%. Dit alles geeft het volgende beeld: Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
6.268
6.414
6.608
Onroerendezaakbelasting
Afvalstoffenheffing In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de afvalstoffenheffing een bandbreedte van kostendekking vastgesteld van een percentage tussen de 90% en 100%. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2025 de kostendekking op 100% te houden wordt de afvalstoffenheffing verhoogd met bijna 9,5%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere bijdrage aan Cyclus. De directe kosten behorende bij het taakveld afval worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Straatvegen is een activiteit die indirect een bijdrage levert aan de afvalexploitatie, hiervan wordt 25% van de kosten toegerekend. In Krimpen aan den IJssel hangt het tarief af van de omvang van de huishoudens. Voor 2025 bedraagt het tarief onderscheid tussen één- of meerpersoonshuishoudens ruim 83 euro. Dit alles geeft voor 2025 het volgende beeld:
Afvalstoffenheffing
lasten
baten
kostendekking
6.262
6.262
100% 82
Rioolheffing Bij de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de rioolheffing een bandbreedte van kostendekking afgesproken tussen de 90% en 100% dekking. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2025 de kostendekking op 100% te houden moet de rioolheffing met ongeveer 2,5 % worden verhoogd. Daarmee komt de kostendekking op 100%. De directe kosten behorende bij het taakveld riolering worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Daarnaast wordt bij de berekening van de kosten voor straatvegen en onkruidbestrijding 25% toegerekend aan de rioolexploitatie en 20% aan het onderhoud aan binnenwater en beschoeiing. In Krimpen geldt het beleid waarbij sprake is van een rioolheffing in de vorm van een aansluitrecht voor de eigenaar en een afvoerrecht voor de gebruiker. Dit alles geeft voor 2025 het volgende beeld: lasten
baten
kostendekking
4.124
4.124
100%
Rioolheffing
Havengelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de havengelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 75% en 100%. Vanwege stijgende kosten vanwege verwachte toenemende lasten voor elektra en waterverbruik is een verhoging van 14,5% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden. Een overzicht van de lasten en baten 2025 geeft het volgende beeld:
Haven
lasten
baten
kostendekking
117
88
75%
Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte. Marktgelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de marktgelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 80% en 100%. Vanwege stijgende kosten vanwege verwachte toenemende lasten voor elektra, inzet van uren en onderhoud is een verhoging van 18% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden. Een overzicht van lasten en baten geeft voor 2025 het volgende beeld: 83
Markt
lasten
baten
kostendekking
60
48
80%
Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte . Lijkbezorgingsrechten In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de lijkbezorgingsrechten een bandbreedte in kostendekking vastgesteld tussen de 70% en 80%. Bij de kadernota 2025 is afgesproken voor de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten een ondergrens van 80% te hanteren. Voor het belastingjaar 2025 is gekozen voor een dekkingsgraad van 90%. De lijkbezorgingsrechten moeten hierdoor met 9% worden verhoogd. Dit geeft voor 2025 het volgende beeld:
Lijkbezorging
lasten
baten
kostendekking
823
741
90%
Legesverordening De beleidslijn die bij de bepaling van de leges wordt gehanteerd, is een integrale kostendekking te bereiken van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning de hoofdmoot. Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma, zijn de leges omgevingsvergunning voor wat betreft de mate van kostendekking onvoorspelbaar. De overige diensten hebben minder effect op de volledige kostendekking. Nieuw is de splitsing van de huidige activiteit bouwen in bouwactiviteiten en een ruimtelijke toets. Deze splitsing is noodzakelijk door de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze Wet zorgt voor een indeling van bouwwerken in gevolgklassen. Voor bouwwerken in gevolgklasse 2 is de tariefopbouw gelijk aan het tarief in 2024. Voor bouwwerken in gevolgklasse 0 en 1 geldt wettelijk alleen nog het tarief voor de ruimtelijke toets. De huidige kosten zijn naar rato van de verlaging van de verhaalbare lasten verlaagd. Hierna volgt een weergave van de kostendekking op onderdelen, gevolgd door de totale kostendekking van de verordening. Dit alles geeft het volgende beeld:
84
Lasten
Baten
Paragraaf 1.1
Paragraaf Burgelijke stand
55
34
61%
Paragraaf 1.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
436
473
109%
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
132
103
78%
Paragraaf 1.4
Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
7
3
37%
Paragraaf 1.5
Bestuursstukken
Paragraaf 1.6
Vastgoedinformatie
Paragraaf 1.7
Overige publiekszaken
15
6
40%
Paragraaf 1.8
Gemeentearchief
Paragraaf 1.9
Bijzondere wetten
15
10
67%
Paragraaf 1.10
Diversen
Paragraaf 2.1
Algemene bepalingen
Paragraaf 2.2
Voorfase
Paragraaf 2.3
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
Paragraaf 2.4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Paragraaf 2.5
Milieubelastende activiteiten
Paragraaf 2.6
Lozingsactiviteiten
Paragraaf 2.7
Aanlegactiviteiten
Paragraaf 2.8
Overige activiteiten
Paragraaf 2.9
Maatwerkvoorschriften
Paragraaf 2.10
Gelijkwaardigheid
Paragraaf 2.11
Overige tarieven
Paragraaf 2.12
Modaliteiten
Paragraaf 2.13
Vermindering
Paragraaf 2.14
Teruggaaf
Paragraaf 3.1
Horeca
Paragraaf 3.2
Seksbedrijven
Paragraaf 3.3
Winkeltijdenwet
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement of markt
Paragraaf 3.5
Standplaatsen
Paragraaf 3.6
Kinderopvang
Paragraaf 3.7
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Totaal
Omschrijving
Kostendekking
21%
1.338
1.332
100%
46
15
33%
27
16
58%
9
1
14%
12
1
11%
1
1
61%
2.095
1.995
95%
Lastendruk Op basis van de nieuwe tarieven berekenen we voor een aantal situaties de lastendruk voor 2025. In deze situaties is geen rekening gehouden met een wijziging van de WOZ-waarde van de woning. Deze is moeilijk te voorspellen en niet voor iedereen gelijk. In paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing is het kengetal belastingcapaciteit opgenomen.
85
Lastendruk 1 persoonshuishouden
Huur/koop
Een woning met een WOZ-waarde van € 250.000, bewoond door 1 persoon; het waterverbruik is 45 m3.
huur
koop
Lastendruk 2 persoonshuishouden
Huur/koop
Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 300.000, bewoond door 2 personen het waterverbruik is 90 m3.
huur
koop
Lastendruk meerpersoonshuishouden
Huur/koop
Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 350.000, bewoond door meer dan 2 personen het waterverbruik is 150 m3.
huur
koop
Onderdeel Rioolheffing, het gebruikersdeel
2024
2025
% Bedrag effect
76,20
78,00 2,36%
1,80
Afvalstoffenheffing
382,30
418,40 9,44%
36,10
Totale lastendruk per jaar
458,50
496,40 8,27%
37,90
Rioolheffing, het gebruikersdeel
76,20
78,00 2,36%
1,80
Rioolheffing, het eigenarendeel
183,00
187,58 2,50%
4,58
Afvalstoffenheffing
382,30
418,40 9,44%
36,10
Onroerendezaakbelasting
214,00
219,35 2,50%
5,35
Totale lastendruk per jaar
855,50
903,33 5,59%
47,83
Onderdeel
2024
2025
Rioolheffing, het gebruikersdeel
76,20
78,00 2,36%
1,80
Afvalstoffenheffing
420,53
460,24 9,44%
39,71
Totale lastendruk per jaar
496,73
538,24 8,36%
41,51
Rioolheffing, het gebruikersdeel
76,20
78,00 2,36%
1,80
Rioolheffing, het eigenarendeel
183,00
187,58 2,50%
4,58
Afvalstoffenheffing
420,53
460,24 9,44%
39,71
Onroerendezaakbelasting
256,80
263,22 2,50%
6,42
Totale lastendruk per jaar
936,53
989,04 5,61%
52,51
Onderdeel
2024
2025
152,40
156,00 2,36%
Rioolheffing, het gebruikersdeel
% Bedrag effect
% Bedrag effect 3,60
Afvalstoffenheffing
458,76
502,08 9,44%
43,32
Totale lastendruk per jaar
611,16
658,08 7,68%
46,92
Rioolheffing, het gebruikersdeel
152,40
156,00 2,36%
3,60
Rioolheffing, het eigenarendeel
183,00
187,58 2,50%
4,58
Afvalstoffenheffing
458,76
502,08 9,44%
43,32
Onroerendezaakbelasting
299,60
307,09 2,50%
7,49
5,39%
58,99
Totale lastendruk per jaar
1.093,76 1.152,75
Kwijtschelding Inwoners met de laagste inkomens kunnen gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten krijgen. De rijksoverheid bepaalt in de Invorderingswet de regels hiervoor. Het beleid over de kwijtschelding is verder uitgewerkt in de ´Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023´ van de gemeente Krimpen aan den IJssel die door de raad is vastgesteld op 15 december 2022.
86
Naar verwachting komen rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, globaal 300 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Dit alles geeft voor 2025 het volgende overzicht: Kwijtscheldingen
Rekening
Begroting
2023
2024
Begroting 2025
Afvalstoffenheffing
118
131
122
Rioolheffing
29
31
28
Totaal kwijtscheldingen
147
162
150
Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten) Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten) Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is. In 2024 staat Krimpen aan den IJssel op plaats 303 van de 342 (deel)gemeenten. In 2023 nam Krimpen aan den IJssel nog een 315e plaats in van de 342 gemeenten. Wat betreft de omringende gemeenten zijn de woonlasten als volgt (peiljaar 2024): Vergelijking woonlasten per gemeente
Netto woonlast
Rangnummer COELO
(duur->goedkoop) Gouda
1296
329
Krimpen aan den IJssel
1167
303
Zuidplas
1043
239
Krimpenerwaard
1023
216
Rotterdam
995
188
Capelle aan den IJssel
740
4
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf gaat in op de risico’s, de bijbehorende beheersmaatregelen en de mate waarin de gemeente voldoende buffer heeft om risico’s af te dekken. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2023) is het beleid vastgelegd dat de basis vormt voor de gevolgde werkwijze. Door de complexe samenleving, de veelzijdige gemeentelijke activiteiten en veranderingen in wet- en regelgeving lopen gemeenten veel risico’s. Risico’s zijn onvermijdelijk, maar kunnen wel worden beheerst. In het uiterste geval kan de gemeente risico’s opvangen via de 87
weerstandscapaciteit. De gemeente beschikt over vrij aanwendbare middelen die, wanneer dat nodig is kunnen worden ingezet om dergelijke tegenvallers op te vangen; de weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële omvang van de gemeentelijke risico’s te vermenigvuldigen met de ingeschatte kans dat deze risico’s zich ook echt gaan voordoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of de gemeente voldoende weerstandsvermogen heeft. In de belangrijkste planning- en controldocumenten (kadernota, begroting en jaarrekening) is altijd een geactualiseerd overzicht opgenomen van de belangrijkste risico’s en een analyse van het weerstandsvermogen. De overzichten geven op hoofdlijnen informatie over risicobeheersing. Wetgever, toezichthouder en gemeenteraad hechten in toenemende mate belang aan risicobeheersing. Risico's Gedurende het jaar heeft risicobeheersing de doorlopende aandacht. Op de volgende pagina zijn de grootste risico’s opgenomen waaronder ook de risico’s van de verbonden partijen, die direct gevolgen hebben voor de financiën van onze gemeente. De risicobeheersing tot sturing op financiële risico’s vindt plaats door samenwerking, overleg en verantwoording in informatievoorziening.
Artikel 15 van BBV schrijft voor om in de begroting de risico’s van de verbonden partijen op te nemen die geheel of gedeeltelijk zijn afgewend op de gemeente Krimpen aan den IJssel. Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing 2023 zijn de risico's in kaart gebracht. In deze paragraaf wordt de top 10 van de risico's behandeld. Wat nog niet in de top 10 risico's is opgenomen maar wel benoemd dient te worden is zwembad De Lansingh. Zoals bekend is het recreatiebad van zwembad De Lansingh gesloten, dit heeft gevolgen voor de exploitatie. De gemeente is in gesprek met exploitant Optisport over de toekomst van het zwembad.
88
Risico's begroting 2025 GEKWANTIFICEERDE RISICO'S bedragen x 1.000
S / Max Kans Benodigde I kosten op capaciteit bij gevolg gevolg
Beheersmaatregelen
Bestuur en veiligheid Ruimtelijk domein 1. MPG2024
I
4.236
div.
1.116 Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per grondexploitatie geïnventariseerd.
I
3.000
25%
750 Monitoring en waar nodig en waar mogelijk anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering. De planning van projecten en noodzakelijk extra onderzoek.
I
500
50%
250 Jaarlijks ontvangt de gemeente op 3 momenten een indicatie van het BUIG Budget van het Rijk. Een voorlopig budget, een nader voorlopig budget en een definitief budget. Het is gebruikelijk de opgave van het Rijk te volgen. De bedragen op deze 3 momenten in één begrotingsjaar fluctueren aanzienlijk en is mede afhankelijk van verschillende factoren. De effecten van de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie wegen bijvoorbeeld mee. Daarom wordt als beheersmaatregel het risico benoemd.
I
425
50%
213 Er wordt gewerkt aan maatregelen om de taakstelling in te vullen vanaf 2025. Deze maatregelen moeten regionaal, dan wel lokaal effect opleveren. Eventuele voordelen op jeugdhulp worden aangewend om de taakstelling te verlagen. Wanneer de maatregelen onvoldoende blijken wordt de begroting structureel bijgesteld via een begrotingswijziging.
S
400
50%
200 Effecten van vergrijzing en de gevolgen van het abonnementstarief met
Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn meerdere risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gewogen. Het aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen gerichte beheersmaatregelen worden ingezet. 2. Grote projecten Buitenruimte Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met marktwerking bij aanbestedingen en tijdens de uitvoering van projecten. Ook de planning van projecten is een risico. We hebben gezien dat de prijzen en levertijden van allerlei grondstoffen en materialen stijgen. Het zijn inmiddels forse prijsstijgingen en de komende ontwikkeling is niet goed te voorzien. Maatschappelijk Domein Sociaal Domein 3. Kosten bijstand De inkomsten van de Specifieke uitkering BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten) laat een grillig verloop zien. Mogelijk wijkt het definitief budget voor 2024 sterk af van het voorlopig budget BUIG en nader voorlopig budget BUIG. Dat geldt ook het voorlopig budget voor 2025. De beschikking ontvangen wij te laat om nog in de begroting 2025 te verwerken.
Daarnaast hebben wij nog een taakstelling in de begroting verwerkt van 160.000 in 2024 en 235.000 vanaf 2025, waarvan de effecten nog in kaart moeten worden gebracht.
4. Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond Er wordt vanaf 2025 in onze begroting structureel rekening gehouden met een taakstelling van totaal € 425.000 op jeugdzorg. In relatie tot de stijging van de bijdrage aan de GRJR hebben wij vanaf 2025 een stelpost van 50% (€ 425.000) opgenomen voor verwachte kostendaling en/of compensatie van het Rijk.
5. Open einde regelingen irt stijgende vraag naar zorg
89
Er is (landelijk) sprake van een stijgende vraag naar zorg. Dit heeft effect op zowel de lokale als de regionale budgetten voor jeugdzorg en Wmo.
6. Voorschot mandaatgemeente Rotterdam m.b.t. Nieuwe Specifieke uitkering Integraal Zorgakkoord
betrekking tot vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen worden meegenomen in de reële raming van de begroting. Op basis van monitoring wordt bezien in hoeverre er sprake is van een toename in de zorgvraag. Een incidenteel effect kan hiermee worden opgevangen. S
1.200
25%
300 Afhankelijk van de bevindingen van onze accountant in de SISA verantwoording 2023 en de toets van het Rijk op de SISA verantwoording van de mandaatgemeente Rotterdam in 2024, bestaat de kans dat een deel van het ontvangen voorschot moet worden terugbetaald.
S
4.000
10%
400 Penetratietesten door ingehuurde hackers, jaarlijks. Netwerk is opgedeeld in veel segmenten en gecompartimenteerd. Bewustzijnstrainingen voor medewerkers, waaronder phisingmailcampagne.
S
300
75%
225
S
2.000
10%
200 Wanneer het Rijk een regeling wijzigt of beëindigt wordt het door de regeling gedekte takenpakket heroverwogen om het nadeel te compenseren.
S
990
50%
495 Wanneer het Rijk een regeling wijzigt of beëindigt wordt het door de regeling gedekte takenpakket heroverwogen om het nadeel te compenseren.
I
-
I/S
5.390
De gemeente Rotterdam heeft als mandaatgemeente voor onze regio een specifieke uitkering integraal Zorgakkoord ontvangen. Op basis van het vastgestelde regioplan hebben wij een voorschot ontvangen in 2023 van 1,2 miljoen. Wij verantwoorden in onze jaarrekening 2023 de bestedingen. Vervolgens neemt de mandaatgemeente Rotterdam in haar SISA-verklaring bij de jaarrekening 2024 onze bestedingen 2023 mee in de verantwoording. Een accountantstoets op onze bestedingen moet nog plaatsvinden. Daarnaast vindt de vaststelling over 2023 door het Rijk pas plaats op basis van de SISAverantwoording van de mandaatgemeente in 2024. het risiso bestaat dat we een deel van het voorschot moeten terugbetalen. Middelen 7. Cyberaanval Bij een cyberaanval worden de ICT systemen aangevallen en mogelijk uitgeschakeld.
8. Cao gemeenten Onduidelijk is welke effecten de CAO onderhandelingen voor de cao per 31 maart 2025 hebben voor de gemeente. Denk aan de gevolgen voor de loonkosten, alsook kosten voor hybride werken en duurzaam verplaatsen. 9. Tijdelijk karakter Specifieke Uitkeringen (SPUK's) Diverse specifieke uitkeringen hebben een tijdelijk karakter, terwijl er structurele uitgaven mee gedekt worden. In de meerjarenraming wordt uitgegaan van voortzetting van de regelingen. Als het Rijk besluit ermee te stoppen of te minderen leidt dit tot tekorten. 10. Renteontwikkeling De ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt heeft gevolgen voor de lasten van nog af te sluiten leningen. Vanwege het omvangrijke investeringsprogramma heeft dat forse impact wanneer leningen moeten worden afgesloten. Verbonden partijen Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).
-
Overige risico's Risico's die niet binnen de top 10 vallen. TOTAAL
22.441
div.
1.517 5.666
90
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit betreft de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. In hoofdzaak bestaat de weerstandscapaciteit uit drie onderdelen: • reserves (eigen vermogen); • onbenutte belastingcapaciteit; • post onvoorziene lasten. Reserves Van de reserves worden de algemene reserve, de algemene reserve bouwgrondexploitatie, de vrije reserve en bestemmingsreserves die een relatie tot de risico's hebben tot de weerstandscapaciteit gerekend. Dat wil zeggen dat de benodigde reservemiddelen voor al genomen besluiten in principe niet meetellen voor de weerstandscapaciteit. Algemene reserve De hoofdfunctie van de algemene reserve is het vormen van een buffer vanwege risico’s. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing is vastgelegd dat de bodem en het plafond van deze reserve gerelateerd wordt aan de omvang (lasten) van de begroting en de weerstandsratio. Als bodem: a) 5% van de omvang van de begroting b) Indien weerstandsratio onder de 1,0 dreigt te komen. Als plafond wordt 10% van de omvang van de begroting aangehouden. Indien de weerstandsratio onder de 1,0 dreigt te komen, komt het college met voorstellen om dit te herstellen. Indien de algemene reserve boven het plafond komt wordt het surplus in de Vrije Reserve gedoteerd. Bij het opstellen van deze begroting blijft de algemene reserve binnen de bandbreedte.
Reserve grondexploitatie De belangrijkste functie van de reserve grondexploitatie is de dekking van verliesgevende ruimtelijke projecten. De totale omvang van de reserve telt mee als buffer voor de risico's, zolang er geen besluit is over de inzet van middelen voor specifieke grexen. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit heeft betrekking op de vier belangrijkste eigen inkomsten van de gemeente: de onroerende zaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges, voor zover deze niet al ‘maximaal’ of kostendekkend zijn. De ozb is niet gemaximeerd en biedt dus in principe ruimte. Een belangrijk standpunt van de raad en het college is echter dat lastenstijging voor de burger zo veel mogelijk wordt beperkt. Het rekenen met onbenutte belastingmogelijkheden past niet in dat beeld. Daarom is de onbenutte belastingcapaciteit vanwege de ozb op € 0 gesteld. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn in deze begroting volledig kostendekkend opgenomen. Er resteert dus geen onbenutte belastingcapaciteit op die heffingen. 91
De onderdekking op de totale leges die de gemeente in rekening brengt is niet eenvoudig in beeld te brengen. Het legespakket is zeer divers en er is nauwelijks op de opbrengsten te sturen. Ook voor dit onderdeel wordt daarom geen onbenutte belastingcapaciteit opgenomen. In de paragraaf lokale heffingen wordt op de kostentoerekening en kostendekkendheid van tarieven ingegaan. De kaders voor de kostendekking van de diverse leges en heffingen zijn vastgelegd in de nota lokale heffingen 2019. Post onvoorziene lasten en saldo begroting In de begroting wordt een (verplichte) raming onvoorziene lasten opgenomen. Met ingang van de begroting 2018 bedraagt deze raming € 0 per inwoner, conform het vastgestelde beleid met betrekking tot incidentele en structurele begrotingsruimte. Het geprognosticeerde saldo van het begrotingsjaar 2024 wordt betrokken bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Berekening weerstandscapaciteit Op basis van de driedeling die hiervoor is toegelicht is het volgende overzicht van de weerstandscapaciteit opgesteld: Weerstandscapaciteit
Begroting 2025
Reserves Algemene Reserve – Algemene Dienst
7.161
Algemene Reserve – Bouwgrondexploitatie
4.669
Algemene Reserve - Begrotingstekorten
7.000
Vrije Reserve
564
Bestemmingsreserve met relatie risico's Saldo vorige begroting
1.628
Begrotingsruimte 2025
264
Totale weerstandscapaciteit
21.286
Weerstandsvermogen Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt het totaal aan beschikbare vrije middelen afgezet tegen het totaal aan gekwantificeerde risico’s. Daarmee valt het weerstandsvermogen volgens de tabel in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen in de categorie ‘uitstekend’ (>2,0). In Krimpen aan den IJssel hanteren we een ratio van minimaal 1 als acceptabel. Een ratio <1 geeft namelijk aan dat er onvoldoende weerstandsvermogen is om alle risico’s met mogelijke financiële gevolgen te kunnen afdekken.
92
Er is sprake van een goede weerstandspositie, die vooralsnog wordt aangehouden met het oog op de vele onzekerheden over rijksmiddelen, inflatieontwikkeling en kostenontwikkeling in het sociaal domein. Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit
21.286
Benodigde weerstandscapaciteit
5.666
3,76
Financiële kengetallen In planning- en controldocumenten wordt altijd aandacht besteed aan de financiële positie. De verplichte paragrafen spelen daarbij een belangrijke rol. Bij de beoordeling van de financiële positie wordt met de set verplichte kengetallen het inzicht in de financiële positie en de toekomstbestendigheid verbeterd. De kengetallen zijn niet genormeerd, maar vooral bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. Hieronder volgt een korte toelichting op de (berekening van de) kengetallen, een tabel met meerjarige uitkomsten en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. Netto schuldquote Deze quote drukt de schulden van de gemeente uit als aandeel van de totale baten in een jaar. De quote geeft zo een indicatie van de druk vanwege rente en aflossing op de begroting. Omdat de gemeente ook geld doorleent, wordt dit kengetal ook berekend zonder correctie verstrekte leningen. De ontwikkeling van de schuldquote wordt ook beoordeeld met behulp van de daarvoor ontwikkelde scan van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Solvabiliteitsratio Deze ratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen. De uitkomst geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hogere ratio duidt op een grotere weerbaarheid.
Grondexploitatie De ratio voor grondexploitatie wordt berekend door de balanswaarde van de grondposities te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Een hoge uitkomst geeft de indicatie dat de gemeente veel risico loopt wanneer de ontwikkeling van de grondposities achterblijft. Structurele exploitatieruimte De begroting dient structureel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten kunnen worden gedragen door de structurele baten. De indicator structurele begrotingsruimte drukt het structurele saldo uit als aandeel van de totale baten. De uitkomst dient uiteraard positief te zijn en geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente nog structurele financiële ruimte heeft. 93
Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit bestaat uit een berekening van de totale gemeentelijke woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De lokale uitkomst geeft aan in hoeverre (positief of negatief) van het gemiddelde wordt afgeweken. Dit geeft dus ook een indicatie van de wendbaarheid van de begroting door inzet van belastingverhoging als dekkingsmiddel. Signaleringswaarden Een hulpmiddel bij de duiding van de kengetallen is het hanteren van zogenaamde ‘signaleringswaarden’. Hierbij worden drie categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest. De netto schuldquote, de grondexploitatie en de structurele exploitatieruimte zitten in categorie A (groen). De solvabiliteitsratio bevindt zich in categorie B (geel) en de belastingcapaciteit in categorie C (rood). Kengetal
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden
< 90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden
< 90%
90 - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
Structurele exploitatieruimte
> 0,2%
0 - 0,2%
< 0%
Belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
Kengetallen
Rekening
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
Netto schuldquote
40,27%
47,27%
68,11%
101,90%
117,21%
131,91%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
27,60%
35,71%
56,89%
90,42%
106,62%
121,89%
Solvabiliteitsratio
42,31%
43,55%
38,70%
31,22%
26,77%
22,29%
Grondexploitatie
8,09%
6,75%
7,13%
7,65%
8,84%
8,63%
Structurele exploitatieruimte
2,08%
0,95%
1,35%
-2,51%
-1,74%
-4,62%
122,01%
118,06%
119,03%
119,01%
118,97%
118,93%
Belastingcapaciteit
Duiding uitkomst kengetallen In de berekeningen van de kengetallen wordt er gebruik gemaakt van balansstanden. Voor de begrotingsjaren wordt er uitgegaan van balansstanden per 1 januari van het betreffende jaar. Voor de begroting t-1 (2024) wordt er uitgegaan van de gegevens uit de primaire begroting. Netto schuldquote Door de omvangrijke investeringen die de komende jaren gepland zijn, is er vanaf 2025 sprake van een sterk oplopende schuldquote. Door een toename van de omvang van de schulden in de komende jaren, stijgt de schuldquote door tot boven de 130% in 2028. Dit is een onwenselijke situatie, die de wendbaarheid van de gemeentefinanciën ernstig beperkt.
94
Solvabiliteitsratio De quote voor de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen daalt na 2025, omdat de omvang van de vaste schuld toeneemt. De solvabiliteit daalt de komende jaren flink doordat het vreemd vermogen stijgt vanwege het aantrekken van leningen. Grondexploitatie De komende jaren wordt in Krimpen aan diverse ruimtelijke ontwikkelingen gewerkt en dat heeft gevolgen voor de grondexploitatiequote. Toch is sprake van een bescheiden percentage en een overzichtelijke projectenportefeuille. Uit de quote kan worden afgeleid dat de gemeente weinig risico loopt op de grondposities. De prognoses en risico’s van de grondexploitaties zijn in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) geanalyseerd en toegelicht. Overigens kan deze quote door het in uitvoering nemen van nieuwe ruimtelijke projecten, die nu nog in de initiatieffase verkeren, worden beïnvloed. Structurele exploitatieruimte In 2025 is nog sprake van positieve structurele exploitatieruimte. Vanwege de terugvallende rijksmiddelen vanaf 2026 is niet alleen het saldo van die jaren negatief, maar ook de structurele exploitatieruimte. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling, waaruit blijkt hoe afhankelijk de gemeente van het Rijk is. Belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit is hoog, wat wil zeggen dat de tarieven boven het landelijk gemiddelde liggen.
De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn kostendekkend, waardoor er geen ruimte meer is om de tarieven te verhogen. Conclusie De samenhang en ontwikkeling van de kengetallen zeggen meer dan de absolute uitkomsten. De ontwikkeling van de kengetallen is op veel punten negatief en vormt mede het kader voor de ombuigingsopgave. De negatieve exploitatieruimte is het meest concreet. Dit betreft de verwachte begrotingstekorten vanaf 2026, die voor een groot deel zijn terug te voeren op het ravijn en de terugval in inkomsten uit Rijksmiddelen. Dat is daarmee de belangrijkste reden om een traject te starten waarmee ingrijpende keuzes worden voorbereid. De stijging van de netto schuldquote tot rode waarden in 2028 en de verslechtering van de solvabiliteit hebben vooral een relatie met de investeringsopgave en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte. Dit zegt iets over de wendbaarheid en weerbaarheid van de gemeentefinanciën. De dalende solvabiliteit duidt op een verminderd vermogen om tegenvallers op te vangen (weerbaarheid). De groeiende leningenportefeuille (netto schuldquote) leidt de komende jaren tot hoge rentelasten en daardoor minder wendbaarheid. 95
De investeringsopgave brengt daarnaast ook hoge afschrijvingslasten met zich mee, wat eveneens beperkend werkt op de flexibiliteit van de begroting. Immers: eenmaal afgesloten leningen (rente) en uitgevoerde investeringen (afschrijvingen) kunnen niet meer worden teruggedraaid en daarop bezuinigen is feitelijk onmogelijk. Deze elementen zijn belangrijk om mee te nemen bij het maken van keuzes om te komen tot herstel van een stabiele financiële positie. De ontwikkeling van de financiële kengetallen bevestigt de noodzaak om te komen tot ingrijpende ombuigingen en tempering van de investeringsplannen.
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Krimpen aan den IJssel beheert de openbare ruimte en gebouwen waar inwoners wonen, werken en recreëren. Hierdoor beschikt de gemeente over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen, water en groen. Al deze kapitaalgoederen dienen goed onderhouden te worden. Hierbij spelen - naast de wettelijke eisen en verplichtingen - de volgende aspecten een rol: gebruik, levensduur en het leveren van bijdragen aan de programmadoelstellingen voor milieu, onderwijs, openbare ruimte en verkeer. Dit vergt beleidsvisies op het beheer van de kapitaalgoederen, planmatig en integraal beheer en onderhoud, een actuele meerjaren-onderhoudsplanning en een adequate vertaling van de financiële consequenties hiervan in toereikende budgetten en voorzieningen. Deze paragraaf geeft aan op welke wijze de gemeente in 2025 de kwaliteit van de kapitaalgoederen op korte en lange(re) termijn (financieel) kan waarborgen. Dit vindt plaats op basis van onder meer de volgende vastgestelde beleidskaders en beheersplannen.
Onderdeel
Riolering
Wegen
Beleids- of beheersplan
Jaar vaststelling
Looptijd t/m
Financieel vertaald in begroting
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
2023
2027
ja
Basis Rioleringsplan + (BRP+), incl. stresstest wateroverlast
2019
2029
ja
Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte
2023
2031
ja
96
Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte
2022
Groenstructuurplan
2010
Groenbeleid- en beheerplan
2020
2030
ja
Water
Grondwaterzorgplan
2023
2027
ja
Bruggen
Beleidsplan civiele kunstwerken
2019
2024
ja
Integraal beheerplan Krimpen aan den IJssel
2022
2026
ja
Speelruimtebeleidsplan
2017
2022
ja
Strategisch huisvestingsplan
2024
Meerjaren onderhoudsplan (MJOP)
2023
Groen
Overige openbare ruimte
Gebouwen en accommodaties
2031
ja ja
ja
2047
ja
Het algemene beleid voor het onderhoudsniveau binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel is sober en doelmatig. Veiligheidsaspecten spelen hierbij een belangrijke rol. De benodigde middelen hiervoor zijn op basis daarvan in de begroting opgenomen. Dit geldt zowel voor kleinschalig (dagelijks) onderhoud als grootschalig (vervangings-) onderhoud. Naast veiligheid is ook duurzaamheid een belangrijk thema bij het onderhoud van de kapitaalgoederen. De komende jaren gaan we aan de hand van de Duurzaamheidsagenda op de ingeslagen weg verder. Hiervoor is ten laste van de reserve Eneco voor de komende jaren een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar gesteld. De verwachting is, dat dit door lagere exploitatielasten de gemeentebegroting gunstig beïnvloed. Het werkelijke effect hiervan is op dit moment nog onduidelijk, maar met name op energiegebied zou dit zijn vruchten af moeten werpen. De kapitaalgoederen in de openbare ruimte De kapitaalgoederen in de openbare ruimte bestaan uit wegen, rioleringen, watergangen, civiele kunstwerken (bruggen en duikers), groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, hekwerken en openbare verlichting. Met ingang van 2017 is het (met uitzondering van de 97
riolering) niet meer mogelijk deze investeringen van maatschappelijk nut te dekken uit een voorziening. Vanaf dat moment dienen deze geactiveerd te worden en vindt daarop afschrijving plaats. De afschrijvingslasten van wegen (incl. groenvoorzieningen en openbare verlichting), bruggen en tunnels worden vanaf dat moment verrekend met de reserve maatschappelijk nut buitenruimte. Beheerplan openbare ruimte 2022-2026 De buitenruimte wordt ingedeeld in de disciplines verharding, riolering, groen, openbare verlichting, beschoeiingen, duikers, speelplaatsen en civiele kunstwerken. Voor de buitenruimte als geheel is de ambitie in 2014 vastgelegd en omschreven in het ‘Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte’. Kwaliteitsniveau B wordt bij alle disciplines en in alle structuurgebieden toegepast, alleen op de begraafplaatsen hanteert de gemeente kwaliteitsniveau A. In 2022 is het beheerplan geactualiseerd en vormt opnieuw de basis voor het jaarlijks opstellen van de meerjarenplanning openbare ruimte. Riolering Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) 2023-2027. Riolering wordt door de meeste mensen als vanzelfsprekend ervaren. Toch is de aanleg van riolering in de 20e eeuw een van de belangrijkste ontwikkelingen geweest bij de verbetering van de volksgezondheid. Het aantal sterftes door ziektes als cholera en tyfus is door de aanleg van riolering drastisch verminderd.
Het is daarom dat de riolering een aparte positie inneemt binnen het gemeentelijk takenveld en de gemeente een aparte heffing voor de riolering kan innen. Tot dit jaar hadden gemeenten een wettelijke plicht om over een geldig Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) te beschikken. Met de invoering van de Omgevingswet vervalt deze verplichting. Echter, omdat de uitwerking van de Omgevingswet nog op zich laat wachten, hebben wij ervoor gekozen om toch voor de periode 2023-2027 een GRP op te stellen waarin de zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater vorm krijgt. Klimaatadaptieve maatregelen Het klimaat verandert en langzaam maar zeker gaan wij de consequenties daarvan ervaren. De laatste jaren komen regelmatig perioden van langdurige droogte voor en regenbuien worden steeds intensiever. Vanwege het veranderende klimaat gaan wij reeds vanaf 2020 anders om met de inrichting van de openbare ruimte: we treffen klimaatadaptieve maatregelen. Traditionele oplossingen, zoals het vergroten van rioolbuizen en extra gemalen zijn kostbaar en hebben niet altijd het gewenste effect. In de zomer kunnen we het water dat we in de winter wegpompen juist goed gebruiken om in de zomer te koelen en verdroging tegen te gaan. Met de aanleg van een drainage transportleiding (DT-riool) reguleren we de grondwaterstanden.
Aan het verminderen van de verharding in het straatbeeld dragen we als gemeente “een steentje bij” door parkeerplaatsen aan te leggen met kunststofgrastegels. 98
Grondwaterzorgplan (2023-2027) Het grondwaterzorgplan gaat over het kwantitatief beheer van het ondiepe, freatisch grondwater in de gemeente. Dit is het grondwater dat zich in de bovenste meters van de bodem bevindt. Hoe de gemeente invulling geeft aan deze grondwaterzorgplicht is omschreven in de Waterwet en komt terug in de Omgevingswet. Het huidige grondwaterzorgplan is in 2023 geactualiseerd ( https://krimpenaandenijssel.nl/dossiers/grondwater-2/) Areaalgegevens riolering Huisaansluitingen Kolken Vrijverval riolering (60% gemengd stelsel, 24% hemelwater, 16% drainage)
2025 13.243 18.022 stuks 211 km
Putten
6470 stuks
Persleidingen
13,35 km
Bergbezinkvoorzieningen (500m3)
1 stuks
Bergbezinkleidingen (150+200m3)
2 stuks
Gemalen
86 stuks
Pompunits
86 stuks
Monitoringskasten
14 meetpunten
Grondwaterpeilbuizen
65 meetpunten
Wegen De CROW-richtlijnen en het integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte zijn de kaders waarbinnen het wegbeheer wordt uitgevoerd. Dit beleidsplan geeft de kaders en normen aan die als input voor het beheer van wegen dienen. 99
De onderhoudsfrequenties bepalen we door de huidige kwaliteit van de verhardingen, onderliggende funderingskwaliteit, plaatselijke omstandigheden en het gewenste onderhoudsniveau. Met de (jaarlijkse) rapportage Monitoring Kwaliteit Openbare Ruimte controleren we dit. Ook geven we verdere invulling aan het Fietsstructuurplan en is de verkeers- en vervoersvisie mede bepalend bij de planvorming. De investeringen in de wegen activeren we vanaf 2017, waardoor vanaf dat moment de afschrijvingslasten ten laste van programma 2 en thans van programma Ruimtelijk domein zijn gekomen. Deze wijziging van het BBV heeft uiteraard geen gevolgen op het investeringsniveau voor de wegen. Op basis van de meerjarenplanning van augustus 2022 houden we rekening met investeringen en daaraan gerelateerde afschrijvingslasten. Areaalgegevens wegen
2025
Asfaltverharding
284.585 m2
Elementverharding (klinkerbestrating, trottoirs) Overige verharding, halfverharding en grasbetontegels
1.194.228 m2 36.311 m2
Openbare verlichting Het onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting staan in het hiervoor genoemde kwaliteitsplan. Hierbij schenken we specifiek aandacht aan de wijze waarop het beheer plaats moet vinden. Naast de jaarlijkse budgetten voor onderhoud en vervanging ten laste van programma Ruimtelijk domein, voeren we verlichtingsplannen tegelijkertijd met herstratingswerkzaamheden uit. Hier wordt sinds 2017 eveneens op afgeschreven. Daarnaast vindt vervanging plaats vanwege onder andere ouderdom, energiebesparing en als voor dat gebied voorlopig nog geen herstrating op de planning staat. Hiervoor nemen we sinds 2017 jaarlijks budget op in de exploitatiebegroting. Areaalgegevens openbare verlichting
2025
Lichtmasten
8.080 stuks
Armaturen
8.150 stuks
Verkeersregelinstallaties De verkeersregelinstallaties (VRI’s) zijn inmiddels allemaal aangesloten op de hoofdpost van de verkeersregelkamer van de gemeente Rotterdam. Hierdoor spelen we op afstand in op verkeersaanbod en calamiteiten, met als doel een verbetering van de doorstroming. 100