Begroting 2022
Tekst van het document
Hervorming lokaal belastinggebied? De staatssecretaris van financiën heeft op 18 mei 2020 het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. In het rapport zit een voorbeeldpakket over een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied door een belastingverschuiving van 4 miljard euro van het Rijk naar gemeenten. Het gemeentefonds neemt in dit pakket met hetzelfde bedrag af en inwoners worden gecompenseerd door bijvoorbeeld lagere inkomstenbelasting. Verwacht wordt dat bij de kabinetsformatie hier verdere besluiten over worden genomen. Ontwikkeling gemeentelijke lasten De landelijke ontwikkeling van de totale gemeentelijke lasten kwam in 2021 uit op een stijging van 5,1%. Een stijging ten opzichte van 2020 (5%). In Krimpen aan den IJssel bedroeg in 2021 de gemiddelde stijging 11,3%. Zowel landelijk als in Krimpen was de verhoging van de afvalstoffenheffing de voornaamste oorzaak. Vanaf 2020 is deze benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijker worden. Openbaarheid Wet WOZ De WOZ-waarde van woningen is sinds 1 oktober 2016 een openbaar gegeven.
Iedereen kan eenvoudig en laagdrempelig de WOZ-waarde opvragen bij één centraal punt. Sinds 2018 vindt de openbaarmaking van WOZ-waarden van woningen plaats via de landelijke voorziening WOZ (www.wozwaardeloket.nl). No cure no pay bedrijven Het aantal no cure no pay-bezwaren tegen WOZ-beschikkingen neemt de afgelopen jaren enorm toe. Daardoor komt een verantwoorde uitvoering van de Wet WOZ onder druk te staan. 62
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A Lokale heffingen Bewindslieden van de diverse ministeries hebben in het najaar van 2021 bestuurlijk overleg over de Wet WOZ. De inzet van de VNG daarbij is dat er vóór de volgende WOZ-ronde perspectief komt op een oplossing voor de no pay no cure-constructies in de Wet WOZ. Een oplossing wordt voornamelijk gezocht in een aanpassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het huidige Besluit proceskosten bestuursrecht verdient in dat verband aanpassing. De inzet van de VNG daarbij is dat er vóór de volgende WOZ-ronde perspectief komt op een oplossing voor de no pay no cure-constructies in de Wet WOZ. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot (vooralsnog) 1 juli 2022. De meeste gemeenten stellen aan het eind van ieder jaar een aangepaste legesverordening vast. Daarin staan de aangepaste tarieven voor het jaar daarop. De huidige legesverordening wordt dan ook met ingang van 1 januari 2022 regulier aangepast. In de eerste helft van 2022 zal de aanpassing aan de Omgevingswet plaatsvinden. Tussentijdse wijziging in 2022 Het is mogelijk een legesverordening in de loop van het jaar te wijzigen of opnieuw vast te stellen. Leges zijn tijdstipheffingen. Voor de heffing is van belang wanneer het belastbaar feit zich voordoet, zoals het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Het is dus mogelijk om op 1 juli 2022 een nieuwe legesverordening te laten ingaan. Kwijtschelding Al geruime tijd worden nieuwe rechtsbeschermingsregels voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen aangekondigd. Indien een inwoner het niet eens is met het besluit tot toekenning of weigering
van kwijtschelding, is er nu alleen administratief beroep bij het college mogelijk. Met de nieuwe rechtsbeschermingsregels zou de mogelijkheid van bezwaar en beroep via de fiscale rechter mogelijk worden. Op dit moment is de verwachting is dat deze mogelijkheid pas na 2022 in werking treedt.
Inkomsten Hieronder worden de diverse heffingen weergegeven. Onroerende zaakbelastingen Lokale heffingen Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 Gebruikers 922 934 948 Eigenaren 4.897 4.979 5.054 Er vindt een verhoging van de ozb opbrengst plaats van 1,5% om de inflatie te compenseren. Overzicht baten en lasten Conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Jaarlijks worden de berekeningen van de kostendekking van de diverse heffingen opnieuw uitgevoerd, rekening houdend met de uitgangspunten van het BBV. Deze berekeningen hebben gevolgen voor de tarieven en opbrengsten van de diverse heffingen. Bij de vaststelling van de nota lokale heffingen zijn bij de diverse heffingen bandbreedtes vastgesteld. In de begroting 2022 blijven deze heffingen en retributies binnen de bandbreedte. Bij allen volstaat een trendmatige verhoging. In de volgende alinea’s geven we de lasten en baten weer van de diverse heffingen waarbij sprake is van het verhalen van de kosten.
63
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§
P
§H
€
Paragraaf A Lokale heffingen Afvalstoffenheffing In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de afvalstoffenheffing een bandbreedte van kostendekking vastgesteld van een percentage tussen de 90% en 100%. In de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2022 de kostendekking op 100% te houden moet de afvalstoffenheffing iets meer dan trendmatig worden verhoogd. Een totale stijging van 1,75%. De directe kosten behorende bij het taakveld afval worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Straatvegen is een activiteit die indirect een bijdrage levert aan de afvalexploitatie, hiervan wordt 25% van de kosten toegerekend. In Krimpen aan den IJssel hangt het tarief af van de omvang van de huishoudens. Voor 2022 bedraagt het tarief onderscheid tussen éénof meerpersoonshuishoudens ruim 69 euro. Dit alles geeft voor 2022 het volgende beeld: lasten Afvalstoffenheffing
5.136
kosten dekking 5.136 100%
baten
Rioolheffing Bij de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de rioolheffing een bandbreedte van kostendekking afgesproken tussen de 90% en 100% dekking. In de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2022 de kostendekking op 100% te houden moet de rioolheffing meer dan trendmatig worden verhoogd. Een totale stijging van 3%. Daarmee komt de kostendekking op 100%. De directe kosten behorende bij het taakveld riolering worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Daarnaast wordt bij de berekening van de kosten voor straatvegen en onkruidbestrijding 25% toegerekend aan de rioolexploitatie en 20% aan het onderhoud aan binnenwater en beschoeiing. In Krimpen geldt het beleid waarbij sprake is van een rioolheffing in de vorm van een aansluitrecht voor de eigenaar en een afvoerrecht voor de gebruiker.
Dit alles geeft het volgende beeld: lasten Rioolheffing
3.681
kosten dekking 3.681 100%
baten
Havengelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de havengelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 75% en 100%. Toepassing van een trendmatige verhoging is voldoende om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden. Een overzicht van de lasten en baten geeft het volgende beeld: kosten lasten baten dekking Haven 86 68 79% Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte en geeft geen aanleiding om een extra verhoging van de havengelden toe te passen. Marktgelden In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de marktgelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 80 en 100%. Toepassing van een trendmatige verhoging is voldoende om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden. Een overzicht van lasten en baten geeft het volgende beeld: kosten lasten baten dekking Markt 42 38 91%
64
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
€
§
P
Paragraaf A Lokale heffingen Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte en geeft geen aanleiding om een extra verhoging van de marktgelden toe te passen om het percentage binnen de afgesproken bandbreedte te brengen. Lijkbezorgingsrechten In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de lijkbezorgingsrechten een bandbreedte in kostendekking vastgesteld tussen de 70% en 80%. In de begroting 2021 is gekozen voor de bovenkant van deze bandbreedte. Toepassing van een trendmatige verhoging is voldoende om de kostendekking in 2022 op 80% te houden. Dit geeft voor 2022 het volgende beeld: lasten Lijkbezorging
675
kosten baten dekking 539 80%
Legesverordening De beleidslijn die bij de bepaling van de leges wordt gehanteerd, is een integrale kostendekking te bereiken van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning de hoofdmoot. Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma, zijn de leges omgevingsvergunning voor wat betreft de mate van kostendekking onvoorspelbaar. De overige diensten hebben minder effect op de volledige kostendekking. De legesverordening is onderverdeeld in titels en hoofdstukken. Hierna volgt een weergave van de kostendekking op onderdelen, gevolgd door de totale kostendekking van de verordening.
Dit alles geeft het volgende beeld: Titel 1 Algemene dienstverlening 1 Algemeen 2 Bestuursstukken 3 Burgerlijke stand 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen 5 Gemeentearchief 6 Informatieverstrekking ruimtelijke plannen 7 Reisdocumenten 8 Rijbewijzen 9 Wet op de kansspelen 10 Winkeltijdenwet 11 Huisvestingswet 12 Verkeer en vervoer 13 Plaatselijke verordening 14 Muziekvergunningen 15 Marktstandplaatsen 16 Diversen 17 Kabels en leidingen 18 Kinderopvang en peuterspeelzalen Totaal titel 1 Titel 2 Omgevingsvergunning Totaal titel 2
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 1 Drank- en Horecawet 2 Organiseren van evenementen en markten 3 Brandbeveiligingsverordening Totaal titel 3
lasten
kosten dekking
baten
130 20
29 18
303 115
129 125 1
20 2
2 14 5
22% 93% 43% 109% 1307% 0% 70% 301% -
1 6 88 122
102
0% 116% 0%
806
428
53%
lasten
kosten dekking 566 86%
baten
656
8
kosten dekking 6%
8
6%
lasten
baten
65
§A
§B
§C
§D
§F
§E
§G
§H
P
€
§
Paragraaf A Lokale heffingen lasten Totale legesverordening
1.470
kosten dekking 994 68%
baten
Lastendruk Op basis van de nieuwe tarieven berekenen we voor een aantal situaties de lastendruk voor 2022. In deze situaties is geen rekening gehouden met een wijziging van de WOZ-waarde van de woning. Deze is moeilijk te voorspellen en niet voor iedereen gelijk. Situatie 1 Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 200.000, bewoond door 1 persoon, het waterverbruik is 45 m3. Onderdeel 2021 2022 Rioolheffing, het gebruikersdeel 67,56 69,60 Afvalstoffenheffing éénpersoonshuish. 343,00 349,00 Totale lastendruk per jaar 410,56 418,60 Situatie 2 Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 200.000, bewoond door meer dan 2 personen, het waterverbruik is 150 m3. Onderdeel 2021 2022 Rioolheffing, het gebruikersdeel 135,12 139,20 Afvalstoffenheffing meeerpersoonshuish. 411,60 418,80 Totale lastendruk per jaar 546,72 558,00
Situatie 3 Een koopwoning met een WOZ-waarde van € 300.000, bewoond door 2 personen, het waterverbruik is 90 m3. Onderdeel 2021 2022 Ozb, het eigenarendeel 310,20 314,85
Rioolheffing, het eigenarendeel Rioolheffing, het gebruikersdeel Afvalstoffenheffing meerpersoonshuish. Totale lastendruk per jaar
161,84 135,12 377,30 984,46
166,73 139,20 383,90 1.004,68
Situatie 4 Een koopwoning met een WOZ-waarde van € 300.000, bewoond door meer dan 2 personen, het waterverbruik is 150 m3. Onderdeel 2021 2022 Ozb, het eigenarendeel 310,20 314,85
Rioolheffing, het eigenarendeel Rioolheffing, het gebruikersdeel Afvalstoffenheffing meerpersoonshuish. Totale lastendruk per jaar
161,84 135,12 411,60 1.018,76
166,73 139,20 418,80 1.039,58
In paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing is het kengetal belastingcapaciteit opgenomen.
66
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A Lokale heffingen Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten) Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is. In 2021 staat Krimpen aan den IJssel op plaats 342 van de 377 (deel)gemeenten. In 2020 nam Krimpen aan den IJssel nog een 324e plaats in van de 377 gemeenten.
Dit alles geeft voor 2022 het volgende overzicht: Kwijtscheldingen Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 Afvalstoffenheffing 91 107 109 Rioolheffing 23 25 25
Wat betreft de omringende gemeenten zijn de woonlasten als volgt (peiljaar 2021): Vergelijking woonlasten per gemeente Gouda Krimpen aan den IJssel Zuidplas Krimpenerwaard Rotterdam Capelle aan den IJssel
Netto woonlast (duur->goedkoop) 1071 1006 845 818 793 661
Rangnummer COELO 357 342 208 170 134 22
Ranglijst 20 35 169 207 243 355
Kwijtschelding Inwoners met de laagste inkomens kunnen gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten krijgen. De rijksoverheid bepaalt in de Invorderingswet de regels hiervoor. Het beleid over de kwijtschelding is verder uitgewerkt in de ´regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen´ van de gemeente Krimpen aan den IJssel die door de raad is vastgesteld op 17 december 2015. Naar verwachting komen rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, globaal 300 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking.
67
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing Inleiding
Risico’s
Deze paragraaf gaat in op de risico’s, de bijbehorende beheersmaatregelen en de mate waarin de gemeente voldoende buffer heeft om risico’s af te dekken. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2018) is het beleid vastgelegd dat de basis vormt voor de gevolgde werkwijze.
Gedurende het jaar heeft risicobeheersing de doorlopende aandacht. Op de volgende pagina zijn de grootste risico’s opgenomen waaronder ook de risico’s van de verbonden partijen, die direct gevolgen hebben voor de financiën van onze gemeente. De risicobeheersing tot sturing op financiële risico’s vindt plaats door samenwerking, overleg en verantwoording in informatievoorziening.
Door de complexe samenleving, de veelzijdige gemeentelijke activiteiten en veranderingen in wet- en regelgeving lopen gemeenten veel risico’s. Risico’s zijn onvermijdelijk, maar kunnen wel worden beheerst. In het uiterste geval kan de gemeente risico’s opvangen via de weerstandscapaciteit. De gemeente beschikt over vrij aanwendbare middelen die, wanneer dat nodig is kunnen worden ingezet om dergelijke tegenvallers op te vangen; de weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële omvang van de gemeentelijke risico’s te vermenigvuldigen met de ingeschatte kans dat deze risico’s zich ook echt gaan voordoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of de gemeente voldoende weerstandsvermogen heeft.
Bestuurlijke informatievoorziening In de belangrijkste planning- en controldocumenten (kadernota, begroting en jaarrekening) is altijd een geactualiseerd overzicht opgenomen van de belangrijkste risico’s en een analyse van het weerstandsvermogen. De overzichten geven op hoofdlijnen informatie over risicobeheersing. Wetgever, toezichthouder en gemeenteraad hechten in toenemende mate belang aan risicobeheersing.
Artikel 15 van BBV schrijft voor om in de begroting de risico’s van de verbonden partijen op te nemen die geheel of gedeeltelijk zijn afgewend op de gemeente Krimpen aan den IJssel. Deze begroting bevat zo reëel mogelijke ramingen voor de jeugdhulp en Wmo. Ten aanzien van de Wmo speelt mee dat de Rijksoverheid het oneens is met de juni vastgestelde gemeentelijke verordening. Dit kan – na diverse processen – tot gevolg hebben dat de gemeente alsnog geconfronteerd wordt met een doelgroep die gebruik kan maken van het (te) lage abonnementstarief. De belangrijkste risico’s in deze begroting betreffen de ontwikkeling van Rijksmiddelen, zoals de normeringssystematiek van het gemeentefonds (trap-op-trap-af), de herverdeling van het gemeentefonds, de BUIG en de continuering van extra middelen voor jeugdzorg vanaf 2023. De mogelijke effecten van deze risico’s zijn structureel en hebben daarmee grote impact op de financiële armslag van de gemeente in de toekomst. De totale omvang van de gekwantificeerde risico’s is gedaald, mede door de afronding van de kwestie rondom de BTW op begraafplaatsen.
68
§A
§B
§C
§D
§E
§F
P
§H
§G
§
€
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing GEKWANTIFICEERDE DIRECTE RISICO'S bedragen x 1.000
Kans op gevolg
Benodigde capaciteit
S/I
Max kosten bij gevolg
I
1.630
I
3.000
10%
300
I/S
391
75%
Afhankelijk van ontwikkeling prognose tekort in Q3 en Q4 en 293 welk deel van deze prognose van het tekort structurele gevolgen heeft voor de komende jaren.
I
300
75%
225 Regionaal plan van aanpak wegwerken wachtlijsten.
I
1.100
10%
Afhankelijk van de besluitvorminging het AB GRJR mbt de 110 bepaling van de hoogte van de inleg als gevolg van het woonplaatsbeginsel
Beheersmaatregelen
1. Grondexploitaties Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn 15 risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gewogen. Het aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen worden ingezet. gerichte projecten buitenruimte 2. Grote beheersmaatregelen Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met de marktwerking bij aanbestedingen, mogelijke gevolgen COVID-19 en klimaatadaptieve maatregelen. 3. GR Jeugdhulp Rijnmond Kostenontwikkeling: De ontwikkeling van de kosten van de GRJR leidt niet meer tot een begrotingswijziging in 2021. De hogere kosten landen daardoor in de jaarrekening 2021. De effecten voor Krimpen hebben in eerste instantie de omvang van de procentuele inleg en worden later via de vlaktaks afgerekend. Wachtlijstproblematiek: De GRJR heeft voor 2021 en 2022 een bedrag opgenomen in de begroting voor het wegwerken van wachtlijsten. Vanaf 2023 echter niet meer, terwijl deze problematiek dan nog niet volledig zal zijn opgelost. Begroting 2022 - Woonplaatsbeginsel: Verwacht wordt dat de definitieve begroting 2022 AB 02-07-2022 nog wordt gewijzigd als gevolg van woonplaatsbeginsel. Indien dit niet gebeurt betekent dit voor Krimpen een nadeel.
1.630
Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per grondexploitatie geïnventariseerd.
Monitoring en waar nodig anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering.
69
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
P
§H
§
€
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing 4. Algemene uitkering Herijking: De uitkomsten van de herijking zijn door het ministerie voorgelegd aan de ROB. De effecten bij invoering ervan zijn nog onzeker.. Accres: Bij het verschijnen van de septembercirculaire is gebleken, dat het accres voor 2022 aanzienlijk hoger is dan eerder opgenomen. De hoogte van het accres is voor een groot deel afhankelijk van de rijksuitgaven. Dit betekent dat wanneer het Rijk de voornemen niet (volledig) uitvoert, dit nadelig gevolgen heeft voor de algemene uitkering.
S
S
750
500
25%
Er wordt in de ramingen nog geen rekening gehouden met het 188 berekende voordeel. Het risico wordt hier opgenomen met een omvang van € 25 per inwoner.
25%
In de begroting wordt terughoudend omgegaan met de schommeling in de ontwikkeling van de algemene uitkering. Dit 125 heeft onder andere geresulteerd in een stelpost voor prijsontwikkelingen. Dit risico betreft mogelijk achterblijven van rijksuitgaven bij de ambities uit de Miljoenennota.
Extra middelen Jeugdwet: Voor uitvoering van de Jeugdwet is in 2022 extra geld beschikbaar. Vanaf 2023 zijn de rijksmiddelen onzeker, maar wel (terughoudend) in de ramingen opgenomen.
S
1.011
10%
In de ramingen is niet het maximaal toegestane bedrag verwerkt (75% van de meerjarenreeks). Tevens is niet alle ruimte benut 101 voor structurele uitgaven. Het risico bedraagt 10% van het bedrag dat in 2023 is opgenomen. De kans dat het nieuwe kabinet de extra middelen niet structureel maakt is erg klein.
5. Bijdrage Veiligheidsregio Rotterdam-RIjnmond De VRR verkent in welke mate veranderingen in de maatschappij gevolgen hebben voor de inzet. Dit leidt tot een nieuwe (bestuurlijke) ambitie. Die ambitie heeft waarschijnlijk vanaf 2023 invloed op de bijdrage aan de VRR. Hiervoor wordt een relatie gezocht met de middelen die gemeenten via de algemene uitkering ontvangen voor het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding 6. Omgevingswet
S
336
75%
Besluiten over verhoging van de bijdrage worden genomen door 252 het AB, waarin Krimpen vertegenwoordigd is via de burgemeester.
De Omgevingswet vormt de (nieuwe) basis voor een samenhangende benadering van de ‘fysieke’ woon- en leefomgeving. Om de samenhangende benadering verder vorm te geven bevat de wet (nieuwe) instrumenten zoals de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Programma. Gemeenten dragen hun eigen invoeringskosten, waaronder investeringen in digitale middelen, veranderkosten, coördinatie en invoeringskosten. Hiervoor zijn in de begroting nog geen extra (incidentele) middelen opgenomen.
I
600
25%
Krimpen heeft er in eerste instantie voor gekozen om te voldoen aan het overzicht ‘Minimale acties Omgevingswet’ zoals dat door de VNG is opgesteld. Binnen het bestaande budget van het team Omgevingsloket is ruimte gecreëerd om de minimale 150 acties te kunnen uitvoeren.
7. Implementatie nieuwe taken Sociaal Domein Woonplaatsbeginsel: Afwikkeling van dossiers (incidenteel) als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel kan in 2022 leiden tot hogere kosten (intake en exit). Een en ander is afhankelijk van het aantal dossiers. Beschermd wonen, en inburgering: Risico dat overgang van taken naar gemeenten meer kost dan vergoeding die gemeente ontvangt van Rijk
I
300
50%
Incidentele kosten woonplaatsbeginsel moeten worden ingeschat op basis van aantal dossiers dat naar verwachting "overgaat". Uitgangspunt voor beschermd wonen, WvGGZ en 150 inburgering is budgetneutraal verwerken (Rijksbijdrage = verwachte uitgaven). De toekenning van rijksmiddelen is aan een nieuw kabinet. Risico bestaat dat budget onvoldoende is.
70
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
P
§H
§
€
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing 8. Wmo verordening In afwachting van een eventueel proefproces Mogelijk juridische gevolgen als gevolg van de aanpassing van de verordening voor financiële zelfredzaamheid. Dit versus het abonnementstarief. Daarnaast mogelijke gevolgen budget HBH bij besluit vernietiging door de Kroon.
I
300
50%
150
50%
Jaarlijks ontvangt de gemeente op 3 momenten een indicatie van het BUIG Budget van het Rijk. Een voorlopig budget, een nader voorlopig budget en een definitief budget. Het is gebruikelijk de 100 opgave van het Rijk te volgen.De Bedragen op deze 3 momenten in één begrotingsjaar fluctueren aanzienlijk. Daarnaast is er sprake van exta onzekerheid door de gevolgen van corona.
9. Bijstand BUIG: De inkomsten van de Specifieke uitkering BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten) laten een grillig verloop zien. Ook voor 2022 is het onderduidelijk wat het budget zal zijn (mede door de gevolgen corona).
S
200
10. REMU-claim Eneco heeft een aantal jaren geleden het energiebedrijf REMU overgenomen. Op dit moment loopt er nog een geschil met de toenmalige aandeelhoudende REMUgemeenten over de waardering die destijds tot stand is gekomen. Ook na de verkoop van de aandelen is dit een risico voor de toenmalige aandeelhoudende gemeenten.
I
1.000
I
8.460
I/S
3.048
10%
De (voormalige) AHC zet zich namens de voormalige aandeelhouders in om deze claim te ontkrachten. Juristen achten de kans dat de claim succesvol blijkt zeer gering. De REMU 100 gemeenten zijn door de rechtbank niet in het gelijk gesteld, maar gaan in cassatie.
Risico's verbonden partijen Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).
88
Overige risico's Risico's die niet binnen de top 10 vallen. TOTAAL
div.
574 4.536
71
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit betreft de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. In hoofdzaak bestaat de weerstandscapaciteit uit drie onderdelen: • reserves (eigen vermogen); • onbenutte belastingcapaciteit; • post onvoorziene lasten. Reserves Van de reserves worden de algemene reserve, de algemene reserve bouwgrondexploitatie en de bestemmingsreserves tot de weerstandscapaciteit gerekend. Van de bestemmingsreserves wordt met name het deel dat verband houdt met benoemde risico’s of nog vrij besteedbaar is, meegeteld. Dat wil zeggen dat de benodigde reservemiddelen voor al genomen besluiten in principe niet meetellen voor de weerstandscapaciteit. Algemene reserve De hoofdfunctie van de algemene reserve is het vormen van een buffer vanwege risico’s. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing is vastgelegd dat de algemene reserve minimaal € 4 miljoen bedraagt en niet meer dan € 5 miljoen. De algemene reserve is in 2020 versterkt vanuit de opbrengst van de Eneco aandelen. Daardoor is momenteel sprake van een omvang die groter is dan het plafond. Vanwege de aanhoudende onzekerheden over kostenontwikkeling in het sociaal domein en de (structurele) ontwikkeling van rijksmiddelen wordt vooralsnog niet afgeroomd.
Bij de kadernota 2023 wordt opnieuw bezien welk niveau van de algemene reserve nodig is, in relatie tot de risico’s en de beschikbaarheid van andere buffers.
Reserve grondexploitatie De belangrijkste functie van de reserve grondexploitatie is de dekking van verliesgevende ruimtelijke projecten. De reserve is daarvoor bij de kadernota versterkt met € 5 miljoen. De totale omvang van de reserve telt mee als buffer voor de risico, zolang er geen besluit is over de inzet van middelen voor specifieke grexen. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit heeft betrekking op de vier belangrijkste eigen inkomsten van de gemeente: de onroerende zaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges, voor zover deze niet al ‘maximaal’ of kostendekkend zijn. De ozb is in Krimpen aan den IJssel niet gemaximeerd en biedt dus in principe ruimte. Een belangrijk standpunt van de raad en het college is echter dat lastenstijging voor de burger zo veel mogelijk wordt beperkt. Het rekenen met onbenutte belastingmogelijkheden past niet in dat beeld. Daarom is de onbenutte belastingcapaciteit vanwege de ozb op € 0 gesteld. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn in deze begroting volledig kostendekkend opgenomen. Er resteert dus geen onbenutte belastingcapaciteit op die heffingen. De onderdekking op de totale leges die de gemeente in rekening brengt is niet eenvoudig in beeld te brengen. Het legespakket is zeer divers en er is nauwelijks op de opbrengsten te sturen.
Ook voor dit onderdeel wordt daarom geen onbenutte belastingcapaciteit opgenomen. In de paragraaf lokale heffingen wordt op de kostentoerekening en kostendekkendheid van tarieven ingegaan. De kaders voor de kostendekking van de diverse leges en heffingen zijn vastgelegd in de nota lokale heffingen 2019.
72
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing Post onvoorziene lasten en saldo begroting In de begroting wordt een (verplichte) raming onvoorziene lasten opgenomen. Met ingang van de begroting 2018 bedraagt deze raming € 0 per inwoner, conform het vastgestelde beleid met betrekking tot incidentele en structurele begrotingsruimte. Het geprognosticeerde negatieve saldo van het begrotingsjaar 2021 wordt betrokken bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Berekening weerstandscapaciteit Op basis van de driedeling die hiervoor is toegelicht is het volgende overzicht van de weerstandscapaciteit opgesteld:
Weerstandscapaciteit
Begroting 2022
Reserves Algemene Reserve – Algemene Dienst Algemene Reserve – Bouwgrondexploitatie Vrij besteedbaar deel Vrije Reserve Saldo begroting 2021 Begrotingsruimte 2022
6.488 5.090 845 -223 1.319
Saldo weerstandscapaciteit
13.519
Weerstandsvermogen Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt het totaal aan beschikbare vrije middelen afgezet tegen het totaal aan gekwantificeerde risico’s.
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
13.519 2,98 4.536
Daarmee valt het weerstandsvermogen volgens de tabel in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen in de categorie ‘uitstekend’ (>2,0). In Krimpen aan den IJssel hanteren we een ratio van minimaal 1 als acceptabel. Een ratio <1 geeft namelijk aan dat er onvoldoende weerstandsvermogen is om alle risico’s met mogelijke financiële gevolgen te kunnen afdekken. In de Kadernota 2022 bedroeg de ratio 1,21. De forse verbetering wordt met name veroorzaakt door de toevoeging van Enecogeld aan de reserve grondexploitatie en de vrije reserve en door het afsluiten van het risico van BTW op begraven. Bovendien telt het saldo van de begroting 2022 mee als weerstandscapaciteit. Er is sprake van een goede weerstandspositie, die vooralsnog wordt aangehouden met het oog op de vele onzekerheden over rijksmiddelen en kostenontwikkeling in het sociaal domein.
73
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
P
§H
€
§
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing Financiële kengetallen In planning- en controldocumenten wordt altijd aandacht besteed aan de financiële positie. De verplichte paragrafen spelen daarbij een belangrijke rol. Bij de beoordeling van de financiële positie wordt met de set verplichte kengetallen het inzicht in de financiële positie en de toekomstbestendigheid verbeterd. De kengetallen zijn niet genormeerd, maar vooral bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. Hieronder volgt een korte toelichting op de (berekening van de) kengetallen, een tabel met meerjarige uitkomsten en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. Netto schuldquote Deze quote drukt de schulden van de gemeente uit als aandeel van de totale baten in een jaar. De quote geeft zo een indicatie van de druk vanwege rente en aflossing op de begroting. Omdat de gemeente ook geld doorleent, wordt dit kengetal ook berekend zonder correctie verstrekte leningen. De ontwikkeling van de schuldquote wordt ook beoordeeld met behulp van de daarvoor ontwikkelde scan van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Een hoge uitkomst geeft de indicatie dat de gemeente veel risico loopt wanneer de ontwikkeling van de grondposities achterblijft. Structurele exploitatieruimte De begroting dient structureel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten kunnen worden gedragen door de structurele baten. De indicator structurele begrotingsruimte drukt het structurele saldo uit als aandeel van de totale baten. De uitkomst dient uiteraard positief te zijn en geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente nog structurele financiële ruimte heeft. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit bestaat uit een berekening van de totale gemeentelijke woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZwaarde, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De lokale uitkomst geeft aan in hoeverre (positief of negatief) van het gemiddelde wordt afgeweken. Dit geeft dus ook een indicatie van de wendbaarheid van de begroting door inzet van belastingverhoging als dekkingsmiddel. Kengetallen
Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 25,88% 45,74% 42,73%
Solvabiliteitsratio Deze ratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen. De uitkomst geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hogere ratio duidt op een grotere weerbaarheid.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Grondexploitatie De ratio voor grondexploitatie wordt berekend door de balanswaarde van de grondposities te delen door het totaal van de jaarlijkse baten.
Duiding uitkomsten kengetallen
Meerjarenraming 2023 2024 2025 53,33% 51,10% 49,09%
12,10%
26,70%
26,82%
37,98%
37,54%
36,33%
39,85% -0,57% 2,88% 116,41%
42,60% 0,18% 7,16% 127,48%
45,42% 1,52% 4,88% 124,42%
45,10% 0,67% 6,88% 124,31%
44,61% 0,09% 2,31% 124,20%
45,11% 0,37% 2,32% 124,21%
In de berekeningen van de kengetallen wordt er gebruik gemaakt van balansstanden. Voor de begrotingsjaren wordt er uitgegaan van balansstanden per 1 januari van het betreffende jaar. Voor de 74
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
€
§
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing begroting t-1 (2020) wordt er uitgegaan van de gegevens uit de primaire begroting. Netto schuldquote De netto schuldquote kende in 2020 een lage uitkomst doordat de opbrengst van de Eneco aandelen die in de noemer meetelt. Vanaf 2021 is weer sprake van een reëel percentage. Wederom door de Eneco liquiditeiten is tot en met 2022 geen nieuwe financiering nodig. Door de omvangrijke investeringen die de komende jaren gepland zijn, zal naar verwachting in 2023 weer sprake zijn van een oplopende schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit betreft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De quote verandert niet veel in de komende jaren, omdat het eigen vermogen stabiel blijft. Wanneer besluiten worden genomen over de inzet van reserves heeft dat een neerwaarts effect op deze ratio. Structurele exploitatieruimte In deze begroting is meerjarig sprake van positieve structurele exploitatieruimte, zoals ook blijkt uit het structureel evenwicht. Het positieve percentage voor 2021 is na begrotingswijzigingen inmiddels een klein nadeel geworden. Grondexploitatie De grondquote stijgt de komende jaren vanwege de investeringen in Stormpolderdijk. Op dit moment is dit het enige project dat meerjarig nog in exploitatie is.
Overigens is sprake van een bescheiden percentage en een overzichtelijke projectenportefeuille. Uit de quote kan worden afgeleid dat de gemeente weinig risico loopt op de
grondposities. De prognoses en risico’s van de grondexploitaties zijn in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) geanalyseerd en toegelicht. Overigens kan deze quote door het in uitvoering nemen van nieuwe ruimtelijke projecten worden beïnvloed. Belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit is hoog, wat wil zeggen dat de tarieven boven het landelijk gemiddelde liggen. De quote blijft voor de komende jaren ongeveer gelijk. De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn kostendekkend, waardoor er geen ruimte meer is om de tarieven te verhogen. Conclusie De samenhang en ontwikkeling van de kengetallen zeggen meer dan de absolute uitkomsten. Een hulpmiddel bij de duiding van de kengetallen is het hanteren van zogenaamde ‘signaleringswaarden’. Kengetal Categorie A Categorie B 1. Netto schuldquote zonder < 90% 90 - 130 % correctie doorgeleende gelden 1. Netto schuldquote met < 90% 90 - 130 % correctie doorgeleende gelden 2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50 % 3. Grondexploitatie < 20 % 20 - 35 % 4. Structurele exploitatieruimte Begroting > 0% Begroting 0% 5. Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105 %
Categorie C > 130 % > 130 % < 20 % > 35 % Begroting < 0% > 105 %
Hierbij worden drie categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest. De netto schuldquote, de grondexploitatie en de structurele exploitatieruimte zitten in categorie A. De solvabiliteitsratio bevindt zich in categorie B en de belastingcapaciteit in categorie C. 75
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale Weerstandsvermogen heffingen en risicobeheersing Het algemene beeld is dat de kengetallen de afgelopen jaren verbeterd zijn. Daar zijn twee belangrijke oorzaken voor aan te wijzen: de verkoop van de Eneco aandelen en de extra rijksmiddelen die in deze begroting voor het eerst zijn opgenomen. Krimpen aan den IJssel staat er financieel gezond voor. Dat blijkt overigens ook uit het weerstandsvermogen en de uitkomsten van deze begroting. Uitzondering op deze ontwikkeling is de belastingcapaciteit. De verbeterde solvabiliteit, in combinatie met de relatief lage netto schuldquote, laat zien dat het aantrekken van financiering geen probleem is. Ook de structurele lasten die dat met zich meebrengt kunnen op basis van de huidige kengetallen voor structurele exploitatieruimte probleemloos worden opgevangen.
76
§A
§B
§C
§D
§E
§F
€
§
P
§H
§G
Paragraaf A B Lokale C Weerstandsvermogen Onderhoud heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing Inleiding De gemeente Krimpen aan den IJssel beheert de openbare ruimte en gebouwen waar inwoners wonen, werken en recreëren. Hierdoor beschikt de gemeente over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen, water en groen. Al deze kapitaalgoederen dienen goed onderhouden te worden. Hierbij spelen - naast de wettelijke eisen en verplichtingen - de volgende aspecten een rol: gebruik, levensduur en het leveren van bijdragen aan de programmadoelstellingen voor milieu, onderwijs, openbare ruimte en verkeer. Dit vergt beleidsvisies op het beheer van de kapitaalgoederen, planmatig en integraal beheer en onderhoud, een actuele meerjaren-onderhoudsplanning en een adequate vertaling van de financiële consequenties hiervan in toereikende budgetten en voorzieningen. Deze paragraaf geeft aan op welke wijze de gemeente in 2022 de kwaliteit van de kapitaalgoederen op korte en lange(re) termijn (financieel) kan waarborgen. Dit vindt plaats op basis van onder meer de volgende vastgestelde beleidskaders en beheersplannen:
Onderdeel
riolering
Beleids- of beheersplan
Jaar vaststelling
-Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2017 -Basis Rioleringsplan + (BRP+), incl. stresstest wateroverlast 2019 wegen -Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte 2021 -Kwaliteitsplan Beheer Openb Ruimte (KBOR) 2021 groen -Groenstructuurplan 2010 -Groenbeleid- en beheerplan water -Grondwaterzorgplan 2017 bruggen -Beleidsplan civiele kunstwerken 2019 overige -Integraal beheerplan Krimpen ad IJ. 2016 openbare ruimte -Speelruimtebeleidsplan 2017 gebouwen en -Kadernota gemeentelijk vastgoed 2010 accommodaties -meerjaren onderhoudsplan (MJOP) 2021
Looptijd t/m 2022
Financieel vertaald in begroting ja
2023 ja 2031 2031 2020 2022 2024 2022 2016 2046
ja ja ja ja ja
Het algemene beleid over het onderhoudsniveau binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel is sober doch doelmatig. Veiligheidsaspecten spelen hierbij een belangrijke rol. De benodigde middelen hiervoor zijn op basis daarvan in de begroting opgenomen. Dit geldt zowel voor kleinschalig (dagelijks) onderhoud als grootschalig (vervangings-) onderhoud. Naast veiligheid is ook duurzaamheid een belangrijk thema bij het onderhoud van de kapitaalgoederen. De komende jaren gaan we aan de hand van de Duurzaamheidsagenda op de ingeslagen weg verder. Hiervoor is ten laste van de reserve Eneco voor de komende jaren een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar gesteld. De verwachting is, dat dit door lagere exploitatielasten de gemeentebegroting gunstig beïnvloed. Het werkelijke effect hiervan is op dit moment nog onduidelijk, maar met name op energiegebied zou dit zijn vruchten af moeten werpen.
77
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale C Weerstandsvermogen Onderhoud heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing De kapitaalgoederen in de openbare ruimte De kapitaalgoederen in de openbare ruimte bestaan uit wegen, rioleringen, watergangen, civiele kunstwerken (bruggen en duikers), groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, hekwerken en openbare verlichting. Met ingang van 2017 is het (met uitzondering van de riolering) niet meer mogelijk deze investeringen van maatschappelijk nut te dekken uit een voorziening. Vanaf dat moment dienen deze geactiveerd te worden en vindt daarop afschrijving plaats. Dit heeft (zeker in de eerste jaren) aanzienlijke financiële gevolgen voor de exploitatie. Om ervoor te zorgen dat ook voor de middellange/lange termijn deze investeringen betaalbaar blijven, is bij de begroting 2017 besloten om het niveau van lasten in de exploitatie minimaal gelijk te houden. Weliswaar niet meer in de vorm van storting(en) in de voorziening(en), maar storting in de reserve Hoofdinfrastructuur (tot en met 2022) en in een nieuwe reserve Afschrijvingen Maatschappelijk Nut (vanaf 2023).
Riolering De werkzaamheden op dit terrein zijn gebaseerd op het in juni 2017 vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), dat loopt tot en met 2022. De kaders van het GRP zijn leidend voor de investeringen op het gebied van de riolering. Het doel van het GRP is een duurzame bescherming van de volksgezondheid en handhaving van een goede leefomgeving. Ook het voldoen aan de wettelijke eisen van efficiënt onderhoud en beheer van het afval-, hemel- en grondwater is van belang.
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben in gezamenlijkheid een Deltaprogramma opgesteld. Hierin is het document ‘Ruimtelijke Adaptatie’ opgenomen, waarin maatregelen zijn benoemd gericht op het beschermen van inwoners van Nederland tegen de gevolgen van klimatologische ontwikkelingen. Het Deltaprogramma geeft de overheid de taak de uitvoering van ruimtelijke adaptatie te versnellen en daarmee actief aan de slag te gaan. Eén van de benoemde verplichtingen voor gemeenten was het uitvoeren van een “stresstest klimaat”. De gemeente Krimpen aan den IJssel is hiermee al aan de slag gegaan. In 2018 is op basis van beschikbare informatie een ‘stresstest light’ uitgevoerd en in 2019 is daarop een verdiepende ‘stresstest wateroverlast’ gevolgd. Vanaf 2019 zijn in de “Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte” ook de klimaatadaptieve maatregelen per reconstructieproject in beeld gebracht. Het GRP besteedt daarnaast in het kader van duurzaamheid aandacht aan onderzoek naar het mogelijk toepassen van ‘riothermie’ (terugwinnen van warmte uit rioolwater). Ook staat er een ‘subsidieregeling voor groene daken en verticaal groen’ (voor het vergroenen van de stad) in beschreven.
De uitvoering van het GRP hangt overigens nauw samen met het beheer van wegen, groen, openbare verlichting en bruggen, omdat waar mogelijk combinaties van uit te voeren werken worden gezocht, om de kosten en de overlast te beperken. 78
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
€
§
Paragraaf A B Lokale C Weerstandsvermogen Onderhoud heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing Areaalgegevens riolering: Huisaansluitingen Kolken Vrijverval riolering (62% gemengd stelsel, 25% hemelwaterafvoer en 13% drainage) Putten Drukriolering / persleiding Bergbezinkvoorzieningen (500 m3) Bergbezinkleidingen (150 + 200 m3) Gemalen Pompunits Monitoringskasten Grondwaterpeilbuizen
2022 13.355 ca. 17.500 stuks 196 km 5954 13,35 km 1 stuks 2 stuks 88 stuks 88 stuks 14 meetpunten 56 meetpunten
Wegen De CROW-richtlijnen en het integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte zijn de kaders waarbinnen het wegbeheer wordt uitgevoerd. Dit beleidsplan geeft de kaders en normen aan die als input voor het beheer van wegen dienen. De onderhoudsfrequenties bepalen we door de huidige kwaliteit van de verhardingen, onderliggende funderingskwaliteit, plaatselijke omstandigheden en het gewenste onderhoudsniveau. Met de (jaarlijkse) rapportage Monitoring Kwaliteit Openbare Ruimte controleren we dit. Ook geven we verdere invulling aan het Fietsstructuurplan en is de verkeers- en vervoersvisie mede bepalend bij de planvorming. De investeringen in de wegen activeren we vanaf 2017, waardoor vanaf dat moment de afschrijvingslasten ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving zijn gekomen.
Deze wijziging van het BBV heeft uiteraard geen gevolgen op het investeringsniveau voor de wegen. Op basis van de meerjarenplanning 2021 houden we rekening met investeringen en daaraan gerelateerde afschrijvingslasten.
Areaalgegevens wegen: Asfaltverharding Elementenverharding (klinkerbestrating, troittoirs) Overige verharding, halfverharding en grasbetontegels
2022 300.024 m2 1.182.527 m2 16.729 m2
Openbare verlichting Het onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting staan in het hiervoor genoemde kwaliteitsplan. Hierbij schenken we specifiek aandacht aan de wijze waarop het beheer plaats moet vinden. Naast de jaarlijkse budgetten voor onderhoud en vervanging ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving, voeren we verlichtingsplannen tegelijkertijd met herstratingswerkzaamheden uit. Hier wordt sinds 2017 eveneens op afgeschreven. Daarnaast vindt vervanging plaats vanwege onder andere ouderdom, energiebesparing en als voor dat gebied voorlopig nog geen herstrating op de planning staat. Hiervoor nemen we sinds 2017 jaarlijks budget op in de exploitatiebegroting.
Areaalgegevens openbare verlichting: Lichtmasten Armaturen
2022 7.855 stuks 8.036 stuks
79
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
€
§
Paragraaf A B Lokale C Weerstandsvermogen Onderhoud heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing Verkeersregelinstallaties
Watergangen
De verkeersregelinstallaties (VRI’s) zijn inmiddels allemaal aangesloten op de hoofdpost van de verkeersregelkamer van de gemeente Rotterdam. Hierdoor spelen we op afstand in op verkeersaanbod en calamiteiten, met als doel een verbetering van de doorstroming. Vanwege de werkzaamheden aan de grote kruising en de aanliggende wegen is de VRI op de GK gedeeltelijk uitgeschakeld. Nadat het werk aan de grote kruising afgerond is wordt dit weer hersteld en moet de doorstroming aanzienlijk verbeterd zijn.
De watergangen zijn verdeeld in primaire en secundaire watergangen. De primaire watergangen (de hoofdwatergangen) worden beheerd en onderhouden door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) in samenwerking met de gemeente. De partijen houden zich aan een gezamenlijk contract. De secundaire watergangen (de sloten) worden beheerd door de gemeente of in enkele gevallen door particulieren.
Areaalgegevens verkeersregelinstallaties: Kruising met verkeersregelinstallaties
2022 5 stuks
Groen In de integrale beheerplannen voor de openbare ruimte is ook het groen opgenomen. Tot op heden maken we geen specifieke middelen vrij om in het onderhoud van het openbaar groen te voorzien. Jaarlijks vindt onderhoud van het groen op contractbasis plaats ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving en onderdelen van andere programma’s zoals in het geval van de begraafplaatsen. Omvorming van plantsoenen komt ook ten laste van programma 2. Tenslotte vinden investeringen in het openbaar groen plaats bij herstratingsprojecten.
Areaalgegevens groen: Bomen Heesterbeplanting Vaste planten Gras/gazon/kruidenvegetaties
2022 10.971 stuks 372.900 m2 16.273 m2 697.965 m2
Het onderhoud van het openbare water binnen de gemeente vindt plaats aan de hand van het jaarlijkse baggerprogramma en komt deels ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving. Daarnaast werken we aan de uitvoering van het Stedelijk Waterplan, waarin het beleid en kaders voor de watergangen zijn vastgelegd. De jaarlijkse lasten voor baggerwerkzaamheden zijn met ingang van 2017 opgenomen in de exploitatie, terwijl voor het onderdeel Stedelijk Waterplan sprake is van afschrijvingslasten naar aanleiding van de geïnvesteerde bedragen.
Areaalgegevens watergangen: Hoofd watergangen Overige watergangen
2022 341.736 m2 (34 ha) 397.590 m2 (40 ha)
Speelvoorzieningen Op basis van het beheersysteem inspecteren we alle speeltoestellen door middel van periodieke keuringen. De resultaten verwerken we in logboeken. Een onafhankelijke partij voert de jaarlijks verplichte keuring van de toestellen uit. De eigen (buiten)dienst voert het preventief onderhoud en kleine reparaties uit.
80
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
€
§
Paragraaf A B Lokale C Weerstandsvermogen Onderhoud heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing In 2018 is het speelruimtebeleidsplan geactualiseerd en is er een uitvoeringsprogramma opgesteld. De financiële gevolgen staan in de exploitatie via de staat van activa. Dit betreft de lasten voor vervanging van de bestaande speelplaatsen. Maar daarnaast ook voor extra voorzieningen als een skateboardbaan en free-run-park.
Areaalgegevens speelvoorzieningen: Speeltoestellen Speellocaties
2022 438 stuks 116 stuks
Areaalgegevens civiele kunstwerken (bruggen): Fiets/voetgangersbruggen Verkeersbruggen Oversteek (plank) Vlonder/steiger (hout) Betonnen / pvc / hdpe duikers Tunnels
2022 86 stuks 43 stuks 4 stuks 4 stuks 115 stuks 1 stuks
Geplande werken voor het jaar 2022 Civiele kunstwerken (bruggen) De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft een aanzienlijk aantal bruggen, waarvoor onderhoud nodig is. Dat kan gaan om dagelijks onderhoud of groot onderhoud, in de zin van vervanging/renovatie van de brug. De afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de stroefheidsbehandeling van de brugdekken. In 2019 actualiseerden we het Beleidsplan civiele kunstwerken. Met de (afschrijving)lasten als gevolg van investeringen uit dit plan houden we ook in de huidige meerjarenbegroting rekening. Naast onderstaande gebiedsgegevens van de bruggen zijn er nog 14 bruggen in de gemeente die in beheer en onderhoud zijn bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
In onderstaand overzicht worden de verwachte investeringen in de openbare ruimte weergegeven, waarbij tevens aangegeven is op welk deel afgeschreven wordt en welk deel ten laste van de voorziening. Bij de vaststelling van de begroting vragen we de raad expliciet in te stemmen met de op de planning staande investeringen voor 2022, zodat met de voorbereidingen daarvan gestart of verder gegaan kan worden. Wanneer in 2022 onverhoopt sprake is van het uitvoeren van andere investeringen dan voorzien, brengen wij de raad daarvan uiteraard op de hoogte. Een steeds vaker voorkomend probleem bij de herstratingsprojecten is het saneren van de grond en de daarbij horende kosten. Het is gebruikelijk dat deze saneringskosten in één keer gedekt worden uit de algemene reserve en dat hiervoor een raadsvoorstel nodig is. Om te voorkomen dat een project waar zich dit voordoet (extra) vertraging oploopt, is bij de vaststelling van de begroting 2020 besloten om in voorkomende (sanering)gevallen middelen te regelen via een begrotingswijziging en niet (meer) via een raadsvoorstel. Hierdoor loopt het betreffende project geen vertraging op. Ook nu vragen wij de raad met deze werkwijze in te stemmen.
81
§A
§B
§C
§D
§F
§E
§G
§H
P
€
§
Paragraaf A B Lokale C Weerstandsvermogen Onderhoud heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing Naast de hierna genoemde “reguliere” herstratings- en rioleringsprojecten staat 2022 ook (nog steeds) in het teken van de reconstructie van de Grote Kruising. Investeringen buitenruimte, waarvan de start op de planning van het begrotingsjaar staat Vervanging toplaag aanrijbrug Algerabrug Baggerwerkzaamheden Vervanging VRI's grote kruising en Nieuwe Tiendweg/Ostadelaan Vervanging 2 grote zoutstrooiers Herstraten van der Giessenweg Riolering van der Giessenweg - regulier + klimaatadaptief Herstraten Boerhaavelaan (fase 2) Riolering Boerhaavelaan (fase 2) - regulier + klimaatadaptatief Herstraten Verbindingsweg (fietsstraat) --> bedrag excl. subs. MRDH Riolering Verbindingsweg - regulier + klimaatadaptief Herstraten Rotterdamseweg (fietsstraat) --> bedrag excl.subs. MRDH Riolering Rotterdamseweg - regulier + klimaatadaptief Herstraten Oud Krimpen (fase 3) Riolering Oud Krimpen (fase 3) - regulier + klimaatadaptief Herstraten Langeland (fase 5) Riolering Langeland (fase 5) - regulier en klimaatadaptief Aanpassing speelplaatsen nav beleidsplan speelruimte
MJB 2022
Totaal
12.961
77 170 550 86 974 883 781 1.017 752 465 594 941 1.541 2.660 660 612 198
afschrijven tlv voorz. MN / buiten riolering / AR 77 170 550 86 974 287 596 781 337 680 752 106 359 594 434 507 1.331 210 1.482 1.178 660 209 403 198 9.028
3.933
In het onderdeel Budgetautorisatie van deze begroting verzoeken we de raad het college te autoriseren voor de hierboven opgenomen investeringen over het jaar 2022.
Het kapitaalgoed gebouwen De gemeente Krimpen aan den IJssel bezit gebouwen, die we deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheren. Hierbij valt te denken aan onder andere het raadhuis en het gebouw aan de Stormsweg, sporthallen, gymlokalen, peuterspeelzalen en de kerktoren. Deze gebouwen beheert en onderhoudt de gemeente aan de hand van een meerjaren-onderhoudsplan (MJOP). Het bedrag dat per jaar gemiddeld
nodig is voor de uitvoering van dit MJOP (groot onderhoud) wordt jaarlijks gestort in de ‘voorziening onderhoud kapitaalgoederen gebouwen’. In tegenstelling tot de investeringen in de openbare ruimte kunnen de onderhoudslasten van deze gebouwen gewoon ten laste gebracht worden van de genoemde voorziening. De gemeente is economisch eigenaar (heeft het economisch claimrecht) van alle schoolgebouwen voor primair en voortgezet onderwijs. Het (groot) onderhoud van de schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen.
Areaalgegevens gebouwen in onderhoudsplanning: Gebouwonderhoud eigen beheer Gebouwonderhoud externe exploitant Gebouwonderhoud schoolbesturen
2022 43 stuks 7 stuks 14 stuks
Bij de opzet van het (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt uitgegaan van sober en doelmatig onderhoud. Hierbij is het uitgangspunt dat de gebouwen technisch in orde zijn en voldoen aan de eisen van veiligheid. Samenvattend kan worden vastgesteld dat het onderhoud van de gebouwen is op te splitsen in dagelijks onderhoud en groot onderhoud. Hierbij loopt de eerste rechtstreeks ten laste van de exploitatie en het groot onderhoud via voorzieningen. Over de werkzaamheden die vallen onder het groot onderhoud zijn afspraken gemaakt. Levensduur-verlengende maatregelen (vervangingen, renovaties, functieverbeteringen of (ver)nieuwbouw) vallen daar niet onder. In voorkomende gevallen moet tijdig nagedacht 82
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale C Weerstandsvermogen Onderhoud heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing worden over het al dan niet verder exploiteren van de accommodatie. Als er sprake is van levensduurverlenging moet ‘nieuw’ geld beschikbaar gesteld worden via nieuw beleid, dan wel via intensivering van bestaand beleid. In de afgelopen zijn enkele panden verkocht en is er één gesloopt. De verwachting is, dat in het jaar 2022 het pand aan de Stormsweg 9 verkocht zal worden. Ook de laatste woning die nog in gemeentelijk bezit is (Poldersedijk 16a) zal zoals het er nu naar uitziet in 2022 verkocht gaan worden. Daarover zijn inmiddels afspraken gemaakt.
83
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale C D Weerstandsvermogen Onderhoud Financiering heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing Inleiding
Rentevisie en rentekosten
De paragraaf financiering is bedoeld voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf zetten we zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over de financiering op een rij.
De grote algemene banken en de banken voor de publieke sector (waaronder onze ‘huisbank’ BNG) houden de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwlettend in de gaten. Op het gebied van beleggingen en leningen zijn de afgelopen jaren verschillende besluiten genomen. Deze besluiten hebben het voor de gemeente wat lastiger gemaakt om zich ‘vrij’ op de kapitaalmarkt te begeven. Op dit vlak volgen we de rentevisie van de BNG.
De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een duidelijk kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: 1. Het treasurystatuut 2. De financieringsparagraaf In het treasurystatuut 2021 zijn de doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Het tweede instrument, de financieringsparagraaf, heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne- en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury. Ook moet het inzicht geven in de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille.
Risicobeheersing Risicobeheersing is een belangrijk onderdeel van de Wet FIDO. Voor onze gemeente gaat het daarbij met name om het renterisico en het kredietrisico. De behoefte aan risicobeheersing is toegenomen door de toename van voorgenomen en recent uitgevoerde grote investeringen. Daarnaast kan een informatierisico worden benoemd. Dat is het risico dat relevante informatie niet tijdig of volledig beschikbaar is voor de treasuryfunctie.
Rentetoerekening Conform het besluit begroting en verantwoording (BBV) is toerekening van rentelasten aan de programma’s verplicht. Voor de toerekening aan de grondexploitaties wordt een percentage berekend door het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille te vermenigvuldigen met de debt ratio (de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen). De uitkomst van deze berekening voor 2021 is 1,18%. Voor 2022 en verder wordt 1,5% aangehouden. In het voorjaar van 2022 wordt het percentage voor 2022 herberekend op basis van de beginbalans 2022. Om tot een verdeling van de (resterende) rente over de programma’s te komen, wordt het zogenaamde rente-omslagpercentage gebruikt. Het saldo van rentelasten en –baten wordt daarvoor gedeeld op het totaal van de vaste activa. De uitkomst mag binnen een bandbreedte van 0,5% worden afgerond, waarmee een jaarlijkse wijziging van het percentage wordt voorkomen. Voor 2022 is het berekende percentage 0,84%. Het omslagpercentage blijft gehandhaafd op 1%. Met dit percentage worden de programma’s belast waar de activa met boekwaarden onderdeel van uitmaken.
84
§A
§B
§C
§D
§F
§E
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale C D Weerstandsvermogen Onderhoud Financiering heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing Het renteschema dat behoort bij deze berekening is als volgt: Renteschema Begroting -/2022 Externe rentelasten over korte en lange financiering 887 Externe rentebaten -/220 Totaal door te rekenen externe rente 666 Rente die aan grexen moet worden doorberekend Rente die wordt doorberekend ogv projectfinanciering Saldo door te rekenen externe rente
-/-/-
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
-/-
34 633
Renteresultaat op taakveld treasury
723 -91
Renterisico en kasgeldlimiet De Wet FIDO verplicht de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in beeld te brengen. De provincie gebruikt deze bij het uitoefenen van haar toezichthoudende functie. De kasgeldlimiet betreft het renterisico van de vlottende schuld, terwijl de renterisiconorm het renterisico van de langlopende schuld betreft.
het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Berekening renterisico gemeente Krimpen aan den IJssel: Renterisiconorm Begroting 2022 Rente en aflossing 1. Renteherziening op vaste schuld o/g 2. Te betalen aflossingen 2.698 3. Renterisico op vaste schuld (1+2) 2.698 Berekening renterisiconorm 4. Begrotingstotaal (excl. reservemutaties) 5. Normpercentage (ministerieel vastgelegd)
80.008 20%
Toets renterisiconorm 6. Renterisiconorm (4 * 5) 7. Renterisico op vaste schuld (3)
16.002 2.698
Ruimte onder renterisiconorm (6-7)
13.303
De wettelijk vastgestelde renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
Berekening kasgeldlimiet gemeente Krimpen aan den IJssel: Kasgeldlimiet Begroting 2022 Omvang begrotingstotaal (lasten) per 80.008 1 januari 2022
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie - dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan - is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder verstaan we het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend met een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage, vermenigvuldigd met
1. Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag 8,5% - in bedrag 6.801 Naast het renterisico loopt de gemeente ook nog risico bij het zelf verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling bepalen we een zeker risico.
85
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf A B Lokale C D Weerstandsvermogen Onderhoud Financiering heffingen kapitaalgoederen en risicobeheersing In de onderstaande tabel groeperen we de verstrekte gelden naar de onderscheiden risicogroepen. Kredietrisico op verstrekte gelden