CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-01-17 Bijlage 1 Focus op de pleger - deel van het geheel

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling Rotterdam Rijnmond 2024-202714.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Focus op ‘de pleger’ – deel van het geheel Bouwstenen plegeraanbod in vrijwillig kader huiselijk geweld en kindermishandeling voor (centrum)gemeenten en GHNT-regio’s Juli 2021

Geweld Hoort Nergens Thuis is een nationaal meerjarenprogramma in opdracht van de ministeries van VWS en JenV en de VNG

2 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

expert Stichting Civil Care adviseur Caroline Mobach Advies & Partners trainee Sociaal Domein BMC

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 3

Voorwoord In de periode juni 2020 tot en met maart 2021 hebben in opdracht van het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis bouwstenen uitgewerkt voor regio’s/gemeenten voor het organiseren en uitvoeren van vrijwillig plegeraanbod. Deze bouwstenen vormden het tweede deel van de opdracht een QuickScan uit te voeren naar het beschikbare vrijwillige aanbod voor plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling in de Veilig Thuis-regio’s. Andere onderdelen uit de Quickscan treft u aan als bijlagen, zoals succesfactoren en een overzicht van bestaand aanbod. Het overzicht pretendeert niet volledig te zijn, de informatie is opgehaald via de regio’s en door literatuurstudie. Het is nodig om meer aandacht te hebben voor de pleger, als onderdeel van een systeemgerichte benadering. Dat werd zo nu en dan treffend verwoord door deelnemers aan de QuickScan en is in drie uitspraken hier gemarkeerd. Met de auteurs bedanken wij de regionaal projectleiders GHNT en verschillende experts/sleutelfiguren op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling voor hun medewerking aan de vragenlijsten en de tijd om hen te woord te staan en kritische reacties te geven op de bevindingen uit de QuickScan. Het betreft experts/sleutelfiguren uit (forensische) GGZ-partners en wetenschap, Veilig Thuis, Vrouwenopvang, Justitiepartners, Zorg en Veiligheidshuizen en gemeenten.

15 van de 26 Veilig Thuis regio’s hebben vragenlijsten beantwoord. En niet onvermeld kan blijven Katrien de Vaan, projectleider en adviseur bij Regioplan, die specifieke expertise heeft toegevoegd t.a.v. gendersensitief plegeraanbod. Daarnaast danken wij leden van de klankbordgroep, voor hun waardevolle adviezen en persoonlijke verhalen mede waardoor de leefwereld naar wij hopen een goede plek heeft gekregen in de bouwstenen die uit de QuickScan zijn ontleend. Het programma Geweld hoort nergens thuis dankt de auteurs voor hun betrokken en deskundige inzet en voor de heldere uitkomsten, adviezen en bouwstenen. We hopen met hen dat ze bijdragen aan daadwerkelijke focus op de pleger, als deel van het geheel.

‘Veiligheid voorop betekent dat we eerst kijken naar slachtoffer en kinderen. Dit is noodzakelijk maar zonder oog voor de pleger stopt het geweld nooit. Dit is voor mij systeemgericht werken. Alle betrokkenen zijn nodig om het weer stabiel veilig te maken. Om effectief te kunnen zijn is de plegeraanpak en het plegeraanbod onderdeel van de gehele integrale aanpak. Daar hebben we nog een wereld te winnen met elkaar’.

namens het programmateam Geweld hoort nergens thuis

lid van de landelijke Spiegelgroep ervaringsdeskundigen programma Geweld hoort nergens thuis en oprichter Agressie, en daarna?

Den Haag, juni 2021

Geweld hoort nergens thuis

Plegeraanpak

bestuurder Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond – voorzitter Landelijk Netwerk Veilig Thuis

‘Geweld ontstaat vanuit een bepaalde dynamiek tussen de betrokkenen zelf. Daarom is het belangrijk dat we ons zowel richten op het slachtoffer als op de pleger en op de geweldspatronen die tussen hen spelen. Indien er meer focus is op het plegen van geweld zelf (plegerspoor) en het gezamenlijke patroon, wordt de kans op herhaling van geweld verkleind en de stabiele veiligheid vergroot’. regionaal projectleider GHNT Midden-Brabant

‘Voor plegers zijn verschillende soorten aanpak en aanbod nodig. In mijn situatie heeft het lang geduurd om de juiste hulp te vinden’.

4 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

Inhoud Inleiding

5

1

7 7 8

Bouwstenen 1.1 Inleiding 1.2 Bouwstenen gericht op de gemeentelijke organisatie (kwaliteitsstandaard 1 en 2) 1.3.1 Bouwstenen gericht op alle professionals in de lokale (wijk)teams (kwaliteitsstandaard 3 en 6) 1.3.2 Bouwstenen gericht op professionals in de lokale (wijk)teams aan wie Veilig Thuis casuïstiek ­overdraagt (kwaliteitsstandaard 4, 5, 7 en 8) 1.4 Bouwstenen gericht op beschikbaar hulpaanbod (kwaliteitsstandaard 9) 1.5 Bouwstenen gericht op samenwerking lokale (wijk)team en Veilig Thuis (kwaliteitsstandaard 10)

9 10 11 13

Bijlage 1. Succesfactoren uit goede voorbeelden plegeraanbod en plegeraanpak 1 Succesfactoren in lokale (wijk)teams 2. Succesfactoren bij huisverbod en vervolg na huisverbod 3.  Succesfactoren aan overlegtafels (Actieoverleg, MDA++ en ZSM) 4.  Succesfactoren in samenwerking met ervaringsdeskundigen 5.  Succesfactoren en werkzame elementen in een systeemgerichte plegeraanpak

14 15 16 17 18 19

Bijlage 2. Inventarisatie plegeraanbod vrijwillig kader 1 Laagdrempelige (systeemgericht) vrijwillig hulpaanbod aan plegers 2 Specialistisch systeemgericht plegeraanbod 3 Plegeraanbod in samenwerking met ervaringsdeskundigen 4 Interventies (bij afweging) samenloop Zorg en straf 5 Interventies (en hulpaanbod) ingedeeld op basis van effectiviteit 6 Overige initiatieven plegeraanpak

20 20 25 27 28 30 35

Bijlage 3. Aandacht voor gender in het vrijwillig hulpaanbod voor plegers

36

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 5

Inleiding In opdracht van het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis en haar opdrachtgevers is een QuickScan1 gedaan, die de basis vormt voor deze publicatie. Daaruit vindt u hier de gevonden succesfactoren, wat u er als gemeente aan kan doen en wat er in Nederland aan aanbod te vinden is. Centraal staan bouwstenen om de gemeenten te ondersteunen in het integreren van de plegeraanpak in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De QuickScan richt zich op de beschikbaarheid van een geïntegreerd aanbod voor volwassen (vermoedelijke) plegers die niet (of nog niet of nadat ze) strafrechtelijk vervolgd zijn voor hun acties. Daarmee ligt de focus op vrijwillige interventies2 voor plegers met aandacht voor overlap- of overgangsgebieden tussen vrijwillig en straf en omgekeerd. In het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT), de regio’s en gemeenten lopen een aantal rode draden die de kern vormen van de landelijke, regionale en lokale aanpak: 1 Visie gefaseerd werken aan veiligheid3; 2 Het versterken van de lokale (wijk)teams4; 3 Samenwerking voor gezinnen/huishoudens met de meest complexe problematiek en volgens MDA++5 6; 4 Traumasensitief werken7. Het is nodig ook in te gaan op de plek van de pleger binnen deze dragers van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Een vertegenwoordiging van regionaal projectleiders GHNT en experts heeft knelpunten en succesfactoren benoemd gerelateerd aan plegeraanbod en plegeraanpak. Knelpunten liggen op het gebied van beperkte beschikbaarheid van laagdrempelig aanbod voor plegers en het organiseren en

1

“Focus op ‘de pleger’ – deel van het geheel” Opbrengsten QuickScan en bouwstenen plegeraanbod vrijwillig kader huiselijk geweld en kindermishandeling voor (centrum)gemeenten en GHNT-regio’s. Arum van, Mobach en Stolzenbach, maart 2021.

2

In deze publicatie spreken we over het vrijwillig kader ter onderscheiding van het strafrechtelijk kader waarbij de rechter een uitspraak doet. Feitelijk is het begrip ‘vrijwillig ‘kader’ een contradictie.

3

© Vogtländer & Van Arum Bron: Landelijk visiedocument ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’ (2016).

4

Zie ook Kwaliteitskader Werken een veiligheid voor lokale (wijk)teams. https://www.huiselijkgeweld.nl/publicaties/ publicaties/2019/11/21/kwaliteitskader-werken-aan-veiligheid-voor-lokale-wijkteams

5

Bouwstenen MDA++. Februari 2020. Nationaal Programma Geweld hoort nergens thuis. Ministerie van VWS, JenV en VNG.

6

En: Verdiepingskaart MDA++ Huiselijk geweld zonder minderjarige kinderen

7

“Om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken is het nodig dat er veiligheid wordt gecreëerd in onveilige situaties. Hiervoor is goede afstemming nodig met partijen die – waar nodig onder dwang – (veiligheids-) maatregelen kunnen treffen. Om veiligheidsmaatregelen te kunnen opleggen is vaak uitgebreid feitenonderzoek nodig dat aan bepaalde eisen voldoet. Daarna is er ruimte om de oorzaken aan te pakken die de onveiligheid veroorzaken en kan er gewerkt worden aan herstel van (ontwikkelings-)schade. Effectieve hulp moet snel beschikbaar zijn en gericht zijn op medisch en psychologisch herstel, de zogenaamde herstelgerichte interventies. Nog lang niet alle slachtoffers van mishandeling en huiselijk geweld krijgen hulp, of de juiste hulp. Hulp moet gericht zijn op duurzaam herstel. Hiervoor is nodig dat de hulp zich niet alleen richt op het slachtoffer maar op het hele gezin of alle directbetrokkenen. Ook specifiek voor plegers is er een hulpaanbod nodig om herhaling te voorkomen. De reguliere (jeugd)hulp is niet altijd toegespitst op het verwerken van trauma of op een aanpak met aandacht voor verwerken van een mogelijk trauma van de pleger.” (Geweld hoort nergens thuis. Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Vereniging van Nederlandse Gemeenten. April 2018. Pagina 25.

6 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

uitvoeren van plegeraanbod. Ook zijn er plegergerelateerde knelpunten en specifieke knelpunten die te maken hebben met randvoorwaarden. Conclusie uit de probleemverkenning is dat meer en gerichtere aandacht voor plegers als onderdeel van een integrale systeemgerichte benadering nodig is en kan bijdragen aan directe en stabiele veiligheid in gezinnen en huishoudens. Op basis van succesfactoren en goede voorbeelden zijn bouwstenen verwoord voor gemeenten en regio’s vanuit plegerperspectief. Deze zijn in deze publicatie op een rij gezet. De bouwstenen zijn bedoeld ter vergroting van de beschikbaarheid van een geïntegreerd aanbod voor (vermoedelijke) plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling die niet (of nog niet of nadat ze) strafrechtelijk zijn vervolgd voor hun acties. Daarmee ligt de focus op vrijwillige interventies voor plegers met aandacht voor overlap- of overgangsgebieden tussen vrijwillig en straf en omgekeerd. De bouwstenen sluiten aan bij het Kwaliteitskader Werken aan veiligheid lokale (wijk)teams (VNG, 2019). Verder enkele opmerkingen over ‘de pleger’. Achter deze term gaat een grote diversiteit aan mensen schuil. We denken bij plegers vaak aan mannen.

Dat heeft te maken met gender: de sociaal-culturele rollen die we als samenleving aan mannen en vrouwen toeschrijven.8 Het plegen van geweld past beter bij de mannelijke rol; het zijn van slachtoffer beter bij de vrouwelijke. Mannen en vrouwen gedragen zich naar die rollen. Dat betekent dat we inderdaad in de prevalentiecijfers meer mannen als pleger en meer vrouwen als slachtoffer zien. In de dynamiek die leidt tot huiselijk geweld en kindermishandeling zien we dat opvattingen over man- en vrouwzijn, en met name ook de verwachtingen die daaruit voortvloeien, een belangrijke rol spelen, zowel bij het geweld zelf als in de manier waarop instanties daarmee omgaan. De uitwerking van gender is echter niet absoluut en ook niet eendimensionaal, en het is belangrijk om daar bij de invulling van het begrip pleger en bij de plegeraanpak rekening mee te houden. Lang niet alle plegers zijn man, lang niet alle slachtoffers zijn vrouw. Gender speelt vaak een rol bij geweld in intieme relaties maar lang niet altijd en zeker ook niet als enige factor.9 ‘De pleger’ heeft dus vele kenmerken. De problematiek van plegers plaatsen we in het bredere kader van de relaties, relatiedynamiek en patronen tussen alle betrokkenen in het cliëntsysteem. Alle factoren die leiden tot het ontstaan en voortduren van het geweld hebben aandacht nodig.

Het gaat in deze bouwstenen om een zeer diverse groep van volwassen mannen en vrouwen (vaak ook vaders en moeders, adolescenten en volwassen kinderen) en (ex-) partners. Onze eigen vaak te smalle opvattingen van wie en wat een pleger is, dragen ertoe bij dat we schadelijk gedrag (de onveiligheid) over het hoofd zien. Zoals bijvoorbeeld een pleger van intiem terrorisme bij complexe scheidingen of bij moeders die hun kinderen verwaarlozen en slechts opvoedondersteuning wordt ingezet zonder hulp voor de eigen persoonlijke problematiek van de moeder. Een systeemgerichte blik voor alle plegers draagt bij aan het stoppen van geweld en aan duurzame veiligheid, maar de aanpak kan hierbij niet eenvormig zijn. Zo is bij de groep waarbij de pleger het slachtoffer manipuleert, controleert en/of belaagt (‘dwingende controle’ en stalking door een (ex-) partner) mediatie of systeemtherapie niet helpend en vergroot die zelfs de schade. Het gaat om een samenhangende systeemgerichte benadering op maat. De eerste bijlage bevat de succesfactoren en goede voorbeelden uit de QuickScan10. De tweede bijlage is een inventarisatie van beschikbaar plegeraanbod in het vrijwillig kader. We wensen de regionale projectleiders Geweld hoort nergens thuis en de contactambtenaren van de gemeenten met deze publicatie veel succes en inspiratie in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

8

Bron Regioplan. ‘De sociaal-culturele rollen die zijn verbonden aan man- en vrouw-zijn, en de verwachtingen en verschillen in macht en afhankelijkheid die daaruit voortvloeien’. P.7 van de Genderscan aanpak huiselijk geweld. 2013.

9

Zie voor meer informatie over de relatie tussen gender en huiselijk geweld: K. de Vaan, H. Harthoorn en K. Martina (2021) De relatie tussen gender en geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld: een analyse (Amsterdam: Regioplan).

10

“Focus op ‘de pleger’ – deel van het geheel” Opbrengsten QuickScan en bouwstenen plegeraanbod vrijwillig kader huiselijk geweld en kindermishandeling voor (centrum)gemeenten en GHNT-regio’s. Arum van, Mobach en Stolzenbach, maart 2021.

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 7

1 Bouwstenen 1.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat bouwstenen voor gemeenten/regio’s op basis van de opbrengsten van de QuickScan. Deze bouwstenen sluiten aan bij het Kwaliteitskader werken aan veiligheid lokale (wijk)teams (VNG, 2019) en de vragen aan gemeenten in de bijbehorende zelfscan. Hiermee krijgt het Kwaliteitskader een verdiepingsslag vanuit plegerperspectief. De verdiepingsslag neemt het werken met de pleger in het vrijwillig kader vanuit/met de lokale teams als vertrekpunt. Veel van de inhoudelijke punten zijn namelijk ‘universeel’ geldend. De bouwstenen volgen de indeling van de kwaliteitsstandaarden uit het kwaliteitskader. Het kwaliteitskader kent 10 kwaliteitsstandaarden, zie tabel 1.1 hieronder. Tabel 1.1 Kwaliteitsstandaarden uit Kwaliteitskader Gebundelde Kwaliteitsstandaarden

Gericht op:

1&2

Gemeentelijke visie en opdracht aan de lokale (wijk)teams

3&6

Alle professionals in de lokale (wijk)teams

4, 5, 7 & 8

Professionals uit de lokale (wijk)teams aan wie Veilig Thuis ­overdraagt

9

Beschikbaar hulpaanbod

10

Samenwerking tussen het lokale (wijk)team en Veilig Thuis

Per gebundelde categorie wordt het plegerperspectief verder verdiept.

8 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

1.2 Bouwstenen gericht op de gemeentelijke organisatie (kwaliteitsstandaard 1 en 2) Kwaliteitsstandaard 1 en 2 • Integrale gemeentelijke visie op inrichting van de lokale infrastructuur: leer elkaar kennen, spreek dezelfde taal en hanteer dezelfde begrippen. • Expliciteer wie wat wanneer doet (inrichting van de infrastructuur).

Bouwstenen Integreer de pleger in de aanpak Besteed aandacht aan het perspectief van de pleger als onderdeel van de implementatie van de visie gefaseerd samen werken voor veiligheid. Is er in alle fases van de visie gelijkwaardige aandacht voor ‘plegers’ zodat de focus daadwerkelijk op alle gezinsleden is gericht? Wordt vanaf de start echt aan­ gesloten op de pleger? Een valkuil is om de pleger afzonderlijk te benaderen met een eigen aanpak los van het systeem. Het gaat erom de pleger binnen de systeemgerichte benadering een volwaardige plek te geven. Gerichte aandacht voor gedragsverandering bij de pleger is nodig om zowel directe als ­stabiele veiligheid te realiseren. Koppel zorg en straf binnen de eigen gemeente Maak een overkoepelend veiligheidsplan bij huiselijk geweld en kindermishandeling met professionals van lokaal (wijk)team en andere professionals vanuit zorg en/of straf. Neem het perspectief van de pleger op in de regiovisie • Neem het gedrag van de pleger expliciet op in de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling ‘als onderdeel van het geheel’. Dat wil zeggen als een vorm van geweld die integraal en indien mogelijk systemisch moet worden gestopt en structureel opgelost.

De verschillende bevoegdheden van partijen met strafrechtelijke, bestuursrechtelijke of civielrechtelijke interventies en/of zorginterventies kunnen op maat bijdragen aan meer veiligheid in gezinnen of huishoudens. Deze partijen maken onderdeel uit van de regiovisie en daarmee van integrale sturing. In een afgestemde combinatie van zorg en maat­ regelen worden slachtoffers beschermd en krijgen plegers de sanctie en de hulp die zij nodig hebben. • Betrek naast ervaringsdeskundige voormalig slachtoffers ook ervaringsdeskundige voormalig plegers bij de regiovisie. Ga na of alle taken in het kader van de veiligheid (inclusief aanpak partnergeweld) zijn belegd Is het duidelijk bij welke partij (professionals) de verantwoordelijkheid is belegd voor het coördineren van het gezamenlijk opstellen van het veiligheidsplan, hulpverleningsplan en herstelplan in het geval van huiselijk geweld in huishoudens waarbij geen minderjarige kinderen betrokken zijn? Betrek hierbij het gegeven dat de lokale zorg de meest constante factor is (voorafgaand, tijdens en na de hulp of maat­ regel) voor het gezin of het huishouden inclusief de pleger. Bespreek vooroordelen, ongemak en handelingsverlegenheid naar plegers Bied ruimte aan professionals om hun verlegenheid in de omgang met plegers bespreekbaar te maken en besteed aandacht aan de stereotype opvattingen over plegers zodat die bijgesteld worden.

Besteed ook aandacht aan de opvattingen die leven over de patronen/cycli van partnergeweld (toenadering en crises) die bij professionals op onbegrip kunnen rekenen (‘je snapt toch niet dat ze steeds weer teruggaat’).

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 9

Benut de mogelijkheden van het huisverbod effectief • Doe ervaring op in de gemeente met het ruimer opleggen van het huisverbod dan alleen bij een crisis zodat ruimte wordt gecreëerd voor het komen tot veiligheidsplan voor directe veiligheid. • Zorg tijdens en aansluitend op het huisverbod voor passende vervolghulp voor de pleger. • Betrek ervaringsdeskundige voormalige plegers tijdens en na het huisverbod voor de pleger. Evalueer periodiek de kwaliteit van de uitvoering van de lokale infrastructuur Bewaak en bevorder dat (ook) de lokale infrastructuur voldoende kwaliteit behoudt voor integratie van de pleger in een vrijwillige aanpak/het vrijwillig kader: • Zijn deze professionals voldoende toegerust om ook bij de pleger aan te sluiten, deze te betrekken en te motiveren tot hulp? • Is de focus op het grensoverschrijdende gedrag van de pleger in alle fases (directe veiligheid, stabiele veiligheid, herstel) geborgd. • Zijn opvattingen over mate van onveiligheid van het gedrag van de pleger en wat te doen om veiligheid te herstellen lokaal en regionaal afgestemd? Met andere woorden, wat zijn de grenzen van vrijwilligheid? Maak daar lokale en regionaal afspraken over.

Wanneer zeg je als lokaal team: we moeten bijschalen? • Is duidelijk opgenomen in de opdracht dat als er geen hulpvraag is bij directbetrokkenen er toch altijd eerst gewerkt moet worden aan veiligheid? En dat dit betekent dat outreachende vaardigheden in het lokaal (wijk)team aanwezig moeten zijn om plegers te motiveren?

1.3.1 Bouwstenen gericht op alle professionals in de lokale (wijk)teams (kwaliteitsstandaard 3 en 6) Kwaliteitsstandaard 3 en 6 Vereisten voor alle professionals in de lokale infrastructuur (o.a. kunnen werken met de meldcode, basiskennis van specifieke geweldsvormen, systeemgericht werken) De lokale infrastructuur: • werkt conform het gedachtengoed van 1Gezin1Plan1Regisseur; • werkt op basis van een gedeelde visie op veiligheid; • werkt met één instrument voor veiligheidsbeoordeling; • is in staat (casus)regie te voeren; • werkt traumasensitief; • werkt gendersensitief.

Bouwstenen Train professionals in aandacht voor plegers en motiverende gespreksvoering met plegers: Investeer in contact leggen met de pleger; outreachend, motiverend, volhardend, bouw een werkalliantie11 op. Benoem heel concreet feiten bij geweld ‘jij slaat je dochter als je gedronken hebt en zij niet direct doet wat je zegt. Ze zegt dat ze daardoor bang is voor jou en vraagt ze jou en je vrouw geen hulp meer als ze het moeilijk heeft op school’. In zijn algemeenheid is er aarzeling bij professionals om feiten te benoemen en te normeren uit bezorgdheid de band met de pleger kwijt te raken. Breng bewustwording op gang bij professionals over eigen opvattingen • Breng bewustwording opgang bij professionals (en tussen professionals van ketenpartners) over eigen opvattingen en blinde vlekken. • Neem professionals uit lokale teams mee in de belevingswereld van de pleger. Bijvoorbeeld door voorlichting door voormalig plegers. Er worden nu veel vooroordelen geprojecteerd op plegers.

11

Menger, A. 2018.

10 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

• Sluit aan bij plegers zonder te oordelen in woord en gebaar en wees respectvol. Geef duidelijke informatie over wat een behandelingstraject inhoudt. Durf vragen te stellen over wanneer de pleger zijn of haar zelfbeheersing verliest. Erkenning bij de pleger begint met het durven te vragen naar en spreken over het concrete geweld zonder de persoon te veroordelen. Betrek alle plegerhulp bij 1G1P1R Betrek als (casus)regisseur alle partijen betrokken bij 1G1P1R. Zorg dat alle betrokken partijen (ook bijvoorbeeld (forensische) GGZ) betrokken bij de pleger, het plan kennen en dat doelen zo goed mogelijk op elkaar zijn afgestemd in relatie tot veiligheid.

Besteed in alle fases aandacht aan traumasensitief werken, ook naar de pleger Het is van belang dat ook lokale professionals oog hebben voor de rol die trauma kan spelen en dat zij weten hoe je daar in elke fase van de gefaseerde aanpak rekening mee houdt en op kunt inspelen. De opbrengsten van traumasensitief werken kunnen bijvoorbeeld zijn: • dat de stress en spanningen afnemen; • dat gezinsleden in staat zijn om over oplossingen en de lange termijn na te denken; • dat destructieve manieren van onderdrukking van/omgaan met het trauma verminderen (zoals verslaving, vermijding, agressie etc.); • dat schadelijk gedrag (in relaties) vermindert; • dat inzicht en positief gedrag toeneemt.

Besteed aandacht aan gendersensitief werken van professionals Gendersensitiviteit is mede voorwaarde voor een effectieve systeemgerichte aanpak. Wees bewust van eigen vooroordelen en blinde vlekken en versterk inzicht in patronen en ongelijkheden en risico’s die daarmee samenhangen. Zie voor meer informatie bijlage 3.

1.3.2 Bouwstenen gericht op professionals in de lokale (wijk) teams aan wie Veilig Thuis casuïstiek overdraagt (kwaliteitsstandaard 4, 5, 7 en 8) Kwaliteitsstandaarden 4, 5, 7 en 8 • Professionals moeten een actueel beeld hebben van de veiligheid van alle leden van het gezin/huishouden. • Voldoende capaciteit voor de lokale infrastructuur om zicht op de veiligheid te houden. • Basiskennis van professionals aan wie Veilig Thuis overdraagt: • Geweldsdynamiek en risicofactoren • Problematiek en risicofactoren die met Huiselijk Geweld en Kindermishandeling samenhangen. Professionals aan wie Veilig Thuis overdraagt kunnen: • een veiligheidsbeoordeling maken; • veiligheids-, hulpverlenings- en herstelplan opstellen en uitvoeren; • outreachend aansluiten; • de sociale steunstructuur betrekken; • tijdig systeemgerichte hulpverlening inzetten; • tijdig kunnen escaleren; • contact houden met alle betrokken professionals; • gezinnen en huishoudens ondersteunen in het voeren van regie.

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 11

Bouwstenen Train systeemgerichte en veiligheidsgerichte casusregie inclusief de pleger Train (een deel van de) lokale professionals in het voeren van langdurende systeemgerichte intensieve (casus)regie gericht op directe en op stabiele veiligheid inclusief de pleger. Integreer het definitief stoppen van het gedrag van de pleger in het veiligheidsplan Investeer in de kwaliteit van het maken van veiligheidsplannen door lokale (wijk)teams met specifiek aandacht voor de pleger. Concreet betekent dit dat altijd ook voor het definitief stoppen van gedrag van de pleger een plan wordt gemaakt dat in een duidelijke relatie staat met de aanpak van alle andere gezinsproblemen.

1.4 Bouwstenen gericht op beschikbaar hulpaanbod (kwaliteitsstandaard 9) Kwaliteitsstandaard 9 Beschikbaarheid van voldoende (variatie in) gespecialiseerd hulpaanbod voor slachtoffers, plegers en kinderen.

Bouwstenen Breng plegeraanbod in kaart • Breng in de eigen gemeente en regionaal in kaart welk vrijwillig aanbod beschikbaar is voor plegers in verschillende fases (en bijdraagt aan directe en stabiele veiligheid). • Zorg voor een actueel overzicht van de sociale kaart van soorten plegeraanbod voor de lokale (wijk) teams. Screen het in kaart gebrachte plegeraanbod Bepaal wat ontbreekt aan vrijwillig aanbod waarbij minimaal aan het volgende aanbod gedacht kan worden (en gebruik de voorbeelden die geïnventariseerd zijn en gebundeld in bijlage 2 als inspiratie): • Laagdrempelige vormen van individueel- en groepsgericht lotgenotencontact voor plegers (beschikbaar zonder indicatie) met een combinatie van ondersteuning door professionals en ervaringsdeskundigen. • Vrijwillige begeleiding en hulp door het lokaal (wijk)team of via POH’er huisarts. • Het organiseren van passende vormen van hulp door het lokaal (wijk)team (of via verwijzing door huisarts, jeugdarts, kinderarts of Gecertificeerde Instelling) op grond van een beschikking op basis van Jeugdwet en/of WMO. • Vrijwillige hulp (behandeling) voor volwassenen via verwijzing huisarts voor basis- en specialistische ggz (financiering zorgverzekeraar).

Stel kwaliteitseisen12 aan het hulpaanbod Stel de volgende kwaliteitseisen en randvoorwaarden aan laagdrempelig en (specialistische) hulpaanbod voor plegers in het vrijwillig kader: • Het aanbod is systeemgericht; problematiek wordt in het bredere kader van de relaties, relatiedynamiek en patronen tussen alle betrokkenen in het cliëntsysteem geplaatst. Dit geldt ook voor individueel plegeraanbod; het werken met de pleger gebeurt in de context van een systeemgerichte aanpak. • Er is aandacht voor alle factoren die leiden tot het ontstaan en voortduren van het geweld. Gender (de sociaal-culturele rollen die zijn verbonden aan man- en vrouw-zijn, en de verwachtingen en verschillen in macht en afhankelijkheid die daaruit voortvloeien) is één van die factoren in het kader

12

Bron: Katrien de Vaan. Regioplan.

12 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

van systeemgericht werken en behoort dus aandacht te krijgen in alle aspecten van het aanbod naast andere factoren. Voor meer informatie over hoe je als gemeente kunt sturen op voldoende aandacht voor gender in het plegeraanbod zie bijlage 3. Stel randvoorwaarden voor de uitvoering van het plegeraanbod • Formuleer randvoorwaarden die bij kunnen dragen aan de motivatie van de pleger: Snelle beschikbaarheid, vroeg in het traject, geen wachtlijst, uitnodigend, niet veroordelend maar grenzen stellend/normerend, veilige setting en in het geval van een wachtlijst zorg voor overbruggingshulp. Zet ervaringsdeskundige plegers in Kijk creatief (samen met ervaringsdeskundigen) in welke fases ervaringsdeskundigen een rol kunnen vervullen in aansluiting op en samenwerking met professionals: • De meerwaarde van ervaringsdeskundigen zit in goed kunnen luisteren, herkenning, niets hoeven te verbergen, corrigeren en confronteren door iemand die iets vergelijkbaars heeft meegemaakt en ook weet wat schaamte is, schuld, boosheid, ruimte voelen etc. ‘Van een hulpverlener moet je zoveel’. Ervaringsdeskundigen kunnen een rol spelen bij het krijgen van een ingang bij de pleger. • Ook inzet van ervaringsdeskundige voormalig plegers bij een lotgenotengroep waar plegers in een veilige setting zichzelf kunnen zijn, herkenning en erkenning krijgen voor schaamte, gevoelens van machteloosheid, agressie e.d.

Ervaringsdeskundigen kunnen bevestigen dat sommige situaties lastig blijven en ook onderwerpen normaliseren waardoor deze makkelijker bespreekbaar worden. Zij zijn een aanvulling op de professionals en kunnen veel betekenen voor de motivatie van de pleger. Ervaringsdeskundigen kunnen ook al in het indicatietraject een rol spelen. Dit kan winst opleveren voor de motivatie van de pleger. Maak een regionaal plan voor het realiseren van het hulpaanbod Maak een plan om in vier jaar het benodigde beschikbare hulpaanbod voor plegers in de verschillende fases daar waar nodig verder te ontwikkelen en de kwaliteit te verbeteren. Ga in gesprek met de Vrouwenopvang over plegeraanbod als ‘onderdeel van het geheel’ Heeft de vrouwenopvang ook een route die aangeboden kan worden waarbij je volgens een systeemgerichte benadering met je partner een route kan volgen? Maak afspraken over samenwerking tussen jeugdzorg en (forensische) GGZ zorg Het beschikbare plegeraanbod is expliciet onderdeel van een brede systeemgerichte en trauma-sensitieve blik waarbij jeugd- en volwassenenzorg bij elkaar worden gebracht en nauw samenwerken. Als een moeder de kinderen mishandelt, dan moet je niet alleen iets voor de kinderen doen (bijvoorbeeld inzetten van jeugdhulp met ook opvoedondersteuning), maar ook hulp bieden voor psychische problemen van moeder zelf.

Zorg dat in elke fase van het samen werken voor veiligheid traumasensitief wordt gewerkt. Bepaal indicatoren voor het verzamelen van informatie over plegeraanbod Bepaal een beperkte set van indicatoren om informatie over te verzamelen, duid deze informatie en stuur daarop bij. Voorbeelden van (proces-)indicatoren: • toename inzet huisverbod bij kindermishandeling; • toename inzet preventief huisverbod i.p.v. alleen bij crisis en dus achteraf; • toename hulpverlening aan plegers; • afname voortijdige uitval hulpverlening aan plegers; • toename consultatie forensische GGZ (of GGZ of verslavingszorg of LVB zorg) door lokale (wijk)teams; • is er een gemeenschappelijk veiligheidsplan in de regio en is dat opgenomen in de cliëntendossiers van de betrokken organisaties.

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 13

1.5 Bouwstenen gericht op samenwerking lokale (wijk)team en Veilig Thuis (kwaliteitsstandaard 10) Kwaliteitsstandaard 10 Samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis en de lokale infrastructuur, in ieder geval over: • informeren directbetrokkenen; • de rolverdeling; • de overdracht; • wat te doen bij nieuwe zorgen; • inzet erkende methodes en instrumenten; • wat te doen als medewerkers Veilig Thuis en lokale infrastructuur het niet eens worden.

Bouwstenen Ga in gesprek met Veilig Thuis over de focus op de pleger • Bespreek in hoeverre het beeld klopt dat de aandacht vooral gericht is op slachtoffers en kinderen en welke belemmeringen Veilig Thuis ervaart bij het betrekken en motiveren van de pleger. Heeft Veilig Thuis de ervaring dat plegers over het algemeen moeilijk te motiveren zijn en dat dit extra tijdsinvestering kost? De verwachting is dat evenwichtiger aandacht voor de pleger van Veilig Thuis ook winst kan opleveren na overdracht door Veilig Thuis aan de lokale (wijk)teams. Een gerichtere en scherpere focus op de pleger door daar waar nodig (vermoeden intiem terrorisme, ex-partnerstalking, complexe scheidingen) forensische expertise te betrekken bij het maken van het veiligheidsplan, kan op die manier bijdragen aan de directe veiligheid, een voorwaarde voor risicogestuurde zorg in de volgende fase.

• Heeft Veilig Thuis daarnaast voldoende, gendergerelateerde (zie bijlage 3), cultuursensitieve- en traumasensitieve scherpte bij veiligheidsbeoordeling van meldingen? Wat geeft Veilig Thuis mee aan informatie hierover bij overdracht aan lokale (wijk)teams in verband met het maken van het veiligheidsplan door het lokale (wijk)team? • Biedt Veilig Thuis in de overdracht naar het lokale (wijk)team voldoende handvatten voor het betrekken van de pleger bij het veiligheidsplan waar het lokale (wijk)team op door kan handelen?

Evalueer visieverschillen m.b.t. plegeraanpak Evalueer met regelmaat casuïstiek waarin Veilig Thuis en lokale (wijk)teams verschil van inzicht hebben over de plegeraanpak en/of elkaar minder goed weten te vinden.

14 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

Bijlage 1. Succesfactoren uit goede voorbeelden plegeraanbod en plegeraanpak Aan welke vereisten voldoet aanbod dat effectief blijkt te zijn? Wat werkt in het contact en de begeleiding van plegers om hen te motiveren een hulptraject in te gaan? De succesfactoren die door de regio’s en experts in de praktijk gezien worden zijn voor een deel geïllustreerd met goede voorbeelden. Dat wil zeggen dat het voorbeelden zijn die (in de pilotfase) resultaten laten zien die een zekere belofte inhouden. Dat kan bijvoorbeeld gaan om resultaten als minder uitval in de hulpverlening van plegers, het bijdragen door de benadering aan de motivatie van de pleger, bijdragen aan het vasthouden van de pleger gedurende wachttijd of overgangstijd met risico op uitval, daadwerkelijk een systeemgerichte benadering voor alle gezinsleden met bijvoorbeeld aandacht voor trauma van alle gezinsleden inclusief de pleger, waardoor het lukt om de pleger inzicht te geven in het eigen gedrag en de geweldspatronen. De volgende succesfactoren zijn benoemd door experts en in de beantwoording en feedbackbijeenkomsten met een vertegenwoordiging van de regio’s: Algemene succesfactoren • Succesfactor (algemeen) is in het gehele proces (van vermoeden tot en met duurzaam herstel) interventies en maatregelen inzetten volgens de gefaseerde ketenzorg en de stappen van de TOP-3 methodiek samenwerken voor veiligheid.

Succesfactoren in lokale (wijk)teams • Het bespreken van risicofactoren. • Outreachend werken. • Consultatie en coaching van gedragswetenschapper en beschikbaarheid leidinggevende. • Professionele benadering plegers. • Consulteren van specialisten. • Opleiding & training professionals lokale (wijk)teams. • Intensieve samenwerking met Veilig Thuis. Succesfactoren bij huisverbod en vervolg na huisverbod • Beter benutten huisverbod. • Inzetten van vervolghulp na tijdelijk huisverbod. Succesfactoren aan overlegtafels (Actieoverleg, MDA++ en ZSM) • Overlegtafels MDA++ werken samen met lokale (wijk)teams. • Spreekuur huiselijk geweld Reclassering en Veilig Thuis. Succesfactoren in samenwerking met ervaringsdeskundigen • Samenwerking met ervaringsdeskundige voormalig plegers. Succesfactoren en werkzame elementen in een systeemgerichte plegeraanpak • Professionals uit verschillende domeinen kennen elkaar goed. • Er is sprake van differentiatie van en aanvullende expertise. Reflecterend op de succesfactoren valt op dat: • Samenwerking en kennisdeling zowel vroeg in het proces als later in het proces loont (consultfunctie, afstemmen en multidisciplinair).

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 15

• Lokale zorg en specialistische zorg complementair zijn. • Ook vroeg in het proces kennis van de diversiteit van plegers en hoe het best bij hen aan te sluiten bij kan dragen aan het motiveren van plegers. • In de samenwerking bij casuïstiek vanuit meerdere perspectieven met een systeemgerichte blik kijken, werkt. • Ervaringsdeskundigheid zowel bij contact maken als in contact blijven gedurende het proces van hulpverlening een belangrijke bijdrage kan leveren. Om de ‘goede voorbeelden’ van plegeraanbod en plegeraanpak toegankelijk te maken voor gemeenten/ regio’s zijn deze hieronder geordend. Een deel van deze voorbeelden zijn genoemd door experts en regio’s en voor een deel via andere bronnen verkregen (voortgangsrapportages landelijk programma GHNT en informatieve websites).

1

Succesfactoren in lokale (wijk)teams

Het bespreken van risicofactoren Het is belangrijk dat professionals van gemeenten die klantcontacten hebben sowieso aandacht hebben voor risicofactoren kindermishandeling en huiselijk geweld die van invloed kunnen zijn op de kans dat huiselijk geweld en kindermishandeling zich voordoet. Denk aan het ondervinden van stress door financiële problemen, verlies van werk, scheiding, psychische problematiek, huisuitzetting, ziekte e.d. ‘Durven vragen zonder oordeel wat dit voor iemand betekent kan al een wereld van verschil maken’. Outreachend werken Kenmerkend voor succes in het benaderen en betrekken van de pleger is dat er geen one size fits all benadering is. Aandacht geven aan alle directbetrokkenen dus ook de pleger is van belang. Er wordt zoveel mogelijk systeemgericht gewerkt. Bij de pleger is over het algemeen minder sprake van motivatie. Dan betekent dit dat er een actieve outreachende houding gevraagd wordt van de lokale teams. ‘Alles op alles zetten om ook de pleger aan boord te houden’. Consultatie en coaching van gedragswetenschapper ‘In dit soort casuïstiek doet de professional uit het lokale (wijk)team een beroep op een gedragswetenschapper. Gezamenlijk wordt gekeken naar de juiste aanpak. Professionals weten zich hierdoor gesteund’. Professionele benadering plegers • ‘Het besef dat je plegers nodig hebt in het doorbreken van en het oplossen van het probleem’.

• Niet beschuldigend werken, zonder vooroordelen tegemoet treden. • Geweld bespreekbaar durven maken. • Succesfactoren bij hulp aan plegers zijn niet anders dan bij de andere betrokkenen. • Pleidooi voor gelijkwaardige aandacht voor alle betrokkenen in het systeem’. Consulteren van specialisten • ‘De lokale teams kunnen specialistische zorgverleners met kennis van plegers consulteren via het regionaal expertteam’. • ‘Consultatie door professionals lokale team is mogelijk bij reclassering en/of forensische GGZ en maatschappelijk werk (biedt ook plegerondersteuning)’ (regio Noord-Holland). • ‘In de nieuwe regiovisie is het voornemen dat wijkteams nauw samenwerken met Veilig Thuis, de Vrouwenopvang, Jeugdbescherming, GGZ, gemeentelijke diensten en justitie partners en dat zij hen kunnen betrekken als onderdeel van sluitend en integraal aanbod. Doel is om zo laagdrempelige toegang tot expertise te ontsluiten. De komende jaren zetten we hierop in Regiovisie Amsterdam Amstelland 2020-2024.

16 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

Opleiding & training professionals lokale (wijk)teams • ‘De lokale teams worden getraind in gespreksvoering met plegers’. • ‘In 3 gemeenten worden casusregisseurs Multifocus opgeleid. Het doel is om uiteindelijk de hele regio op te leiden’. • ‘Uit de zelfscan die gemeenten in onze regio hebben uitgevoerd blijkt dat trainingen over plegeraanpak in een duidelijke behoefte van de lokale teams voorzien’. Intensieve samenwerking met Veilig Thuis • ‘Veilig Thuis draagt een gezin over aan de lokale teams waar de pleger ook bij aan tafel zit. • De adviesmogelijkheid bij Veilig Thuis benutten t.b.v. plegeraanpak. • Tussen Veilig Thuis en de lokale teams is frequent overleg en lopen pilots om die samenwerking verder te verstevigen. • Veilig Thuis spreekt ook met plegers, eventueel op het politiebureau of in de Penitentiaire Inrichting (PI). Adviezen voor hulp worden door Veilig Thuis systeemgericht ingezet’.

2. Succesfactoren bij huisverbod en vervolg na huisverbod Uit een proces- en effectevaluatieonderzoek naar effectiviteit van het huisverbod (Regioplan, 2016) blijkt dat het huisverbod een effectieve interventie kan zijn mits direct opgevolgd (echt al tijdens en direct) na de crisis met intensieve, systeemgerichte hulp die niet is gericht op een probleeminventarisatie, opstellen plan en overdracht, maar die vanuit het huisverbod zonder overdracht de hulp op- en voortzet. Juist voor plegers kan een huisverbod een belangrijk instrument zijn omdat het de situatie openbreekt, maar dan moet het contact met de plegers wel echt intensief en outreachend worden opgepakt. Beter benutten huisverbod • Zuid-Holland Zuid: Politie probeert alerter te worden op preventieve inzet tijdelijk huisverbod (THV). Er is een succesvolle pilot geweest waarbij vaste Hulpofficieren van Justitie (HOvJ’ers) gekoppeld zijn aan het huisverbod. Ook is een pilot geweest ‘samen op in acuut’, waarbij het Crisis Interventie Team (CIT) direct meeging bij meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling met de politie. • Noord-Holland Noord: Bij de nieuwe werkwijze neemt HOvJ al contact op met Veilig Thuis op moment dat er een melding binnenkomt en hij een THV-onderzoek wil starten. Samen met Veilig Thuis volgt een gesprek met de beoogd uithuisgeplaatste en de beoogde achterblijvers.

Veilig Thuis en HOvJ vullen samen het Risicotaxatie-instrument-huiselijk-geweld-(RiHG) in en nemen samen de beslissing om al dan niet een huisverbod in te zetten. • Midden-Brabant: Bij het huisverbod is samenwerking tussen o.a. HOvJ’s, Veilig Thuis en het Crisis Interventie Team (CIT) dat meeweegt in de avonduren. Directe inzet van hulp is mogelijk door o.a. inzet van het ondersteuningsteam van de lokale toegang. • Zeeland: Dagelijks wordt gekeken door HOvJ of er een huisverbod moet worden opgelegd. Er zijn ook gevallen waarin een huisverbod niet (meer) passend is en waar de OvJ gevraagd wordt om een gedragsaanwijzing op te leggen. Dan gaat de OvJ tot vervolging over en krijgt de pleger een dagvaarding. Dan krijgt de pleger eventueel een huis- en gebieds- en contactverbod met het slachtoffer. Bij de gedragsaanwijzing voor 90 dagen te verlengen door de OvJ t/m de zitting bij de rechter). • West-Brabant: Recent is een pilot gestart gericht op het versterken van de inzet van het THV. Dit betekent: - Benutten mogelijkheden die er al zijn door beter gebruik te maken van situaties waarbij sprake is van een acuut incident; - De start van een klein experiment waarbij geen sprake is van een acuut incident. • Hollands Midden: Tijdens het huisverbod wordt de pleger begeleid door reclassering ingekocht door gemeenten (vrijwillig kader).

Inschakelen reclassering voorfase huisverbod door gemeente.

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 17

• Hollands Midden: Een forensische zorgaanbieder sluit eerder aan in het proces van het huisverbod en tracht op die manier de pleger al eerder te binden voor vervolghulp. Wens is dat deze aanbieder cliënten binnenboord kan houden voor motiverende gespreksvoering, tot een traject bij deze aanbieder kan starten omdat plegers het zien zitten (een vlucht naar voren). Inzetten van vervolghulp na Tijdelijk huisverbod: • Proactieve, directe en snelle opvolging van hulp aanbieden. • Korte lijnen, verschillende partijen die vanuit eenzelfde visie gezinsgerichte aanpak hanteren. • Inzet van casemanager voor alle directbetrokkenen. • Ook inzet van hulp bij zoeken naar huisvesting (doorstroomwoning) voor pleger en andere praktische hulp. • Opvolging van hulp in een groep kan goed werken voor plegers. • Inzet van een buddy/maatje voor de pleger (buddytraject Reclassering Nederland (Den Haag). • Het betrekken van ervaringsdeskundige voormalig plegers tijdens en direct na het huisverbod. Zij kunnen een rol spelen bij bieden van (h)erkenning, hoop, aansluiting en hebben manipulatief gedrag meteen door (De Cirkel is Rond). • Aanbieder van forensische psychiatrie (Zuid-Holland Zuid) heeft een adviserende rol naar Veilig Thuis. Deze aanbieder biedt direct een zorgtraject aan voor plegers. Dit kan echter geweigerd worden door plegers (is immers vrijwillig huisverbod).

• In enkele regio’s biedt het maatschappelijk werk vervolghulp en/of wordt een maatwerktraject ingezet voor de pleger via de WMO.

3. Succesfactoren aan overlegtafels (Actieoverleg, MDA++ en ZSM) Overlegtafels MDA++ werken samen met lokale (wijk)teams • Een Analyseteam (Actiecentrum Zorg & Veiligheid) adviseert de casusregisseur MDA++ over het opstellen van het multidisciplinair veiligheids- en hulpverleningsplan. Het Analyseteam bestaat uit: Jeugdbeschermingsorganisaties, Raad voor de Kinderbescherming, politie, Jeugd (GGZ-) hulpaanbieders Spirit, de Bascule en Altra, GGD, Jeugdgezondheidszorg, Maatschappelijk Dienstverleners, afdelingen WPO, OOV, Onderwijs en Jeugdzorg (gemeente Amsterdam). • MDA++ is lokaal belegd bij MDA++ coördinatoren vanuit de gemeenten. Dit zorgt voor goede lokale en regionale aansluiting. • De wil en inzet is er van de gehele keten en op alle lagen (uitvoering, management en bestuur) om de aanpak te laten slagen. Het is wel nodig dit aandacht te blijven geven (Midden-Brabant). • Binnen MDA++ werken we volgens de methodiek van Multifocus. Door inzet van deze methodiek wordt er gericht gekeken wat ieder nodig heeft en er wordt niet geoordeeld. • Binnen MDA++ is aandacht voor alle betrokkenen dus ook voor de pleger. Vaak is niet duidelijk één pleger aan te wijzen. • De gemeentelijk procesregisseur blijft betrokken bij de MDA++ casuïstiek.

• Er is goed contact tussen lokale veld dat casussen aandraagt en vanuit MDA++ wordt flink geïnvesteerd in deze relatie, vooral met het oog op duurzame veiligheid nadat een casus vanuit MDA++ weer terugkomt in het lokale veld. • Wijkteam is aanwezig in MDA++ of het wijkteam wordt erbij gehaald. • Warme overdracht vanuit MDA++ naar lokaal team en de rapportage wordt gedeeld.

18 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

Spreekuur huiselijk geweld Reclassering en Veilig Thuis Er lopen twee pilots ‘Gezamenlijk spreekuur Veilig Thuis en reclassering’. Dit spreekuur vindt nog in het vrijwillig kader plaats maar er is een link met het strafrecht via ZSM: Voorbeeld ZSM Huiselijk Geweld Noord- en Midden-Limburg: • er is een aanhouding geweest; • OM neemt beslissing wel/niet vervolgen; • reclassering spreekt pleger; • Veilig Thuis spreekt slachtoffer. In de twee pilots ‘Spreekuur huiselijk geweld’ in Oost-Nederland en Noord- en Midden-Limburg, wacht het OM, in het geval van geen acuut onveilige situatie, met het nemen van een besluit bij huiselijk geweld zaken totdat de reclassering samen met Veilig Thuis, binnen twee weken na aanhouding met verdachten (en gezinsleden) heeft gesproken en aan het OM kan adviseren welke strafrechtelijke afdoening wenselijk is. De kracht van het spreekuur huiselijk geweld is dat verdachten sneller in beeld komen bij de reclassering en dat de juiste ondersteuning of toezicht eerder kan worden ingezet, zodat de inzet van straf- en zorginterventies aan kracht winnen.

4. Succesfactoren in samenwerking met ervaringsdeskundigen Samenwerking met ervaringsdeskundige voormalig plegers • Moviera ontwikkelt in samenwerking met de regio’s West-Veluwe Vallei, Noord- en Oost-Gelderland, Utrecht en Arnhem-Achterhoek het project ‘De pleger in ons’ laagdrempelige hulp aan ‘plegers’ van huiselijk geweld. Doel is om met behulp van ervaringsdeskundigheid enerzijds aansluitende en laagdrempelige hulp van ervaringswerkers voor plegers te bieden (gericht op contact maken, motiveren en contact houden) en anderzijds de kennis en vaardigheden van professionals in het werken met plegers te verdiepen. Activiteiten die nu worden aangeboden zijn; workshops om nieuwe vaardigheden te leren in het omgaan met emoties, supportgroepen voor ondersteuning met lotgenoten en individuele ondersteuning en advies van ‘plegers’. De workshop voor professionals gaat in op de houding en oordelen over plegers en de invloed op het handelen. Zodat de hulp aan plegers verbeterd kan worden. Successen die we tot nu toe zien; deelnemers ervaren de hulp als laagdrempelig, er wordt een doelgroep bereikt die eerst buiten beeld was. Deelnemers worden actief begeleid naar andere vormen van hulp. Deelnemers ervaren de hulp als aanvullend en ondersteunend op gespecialiseerde behandeltrajecten.

• In de regio West-Brabant is het team ervaringsdeskundigen van De Cirkel is rond uitgebreid met voormalig plegers. Ervaringsdeskundigen van ‘De Cirkel is rond’ werken samen met professionals van Veilig Thuis en Safegroup. Het kunnen doorbreken van ernstig langdurig geweld, vraagt om het ontwikkelen en uitvoeren in de praktijk van een systemische multidisciplinaire aanpak. In de visie van de regio West-Brabant maakt inzet van ervaringsdeskundigen naast professionals onderdeel uit van een hoopvolle werkwijze om ook plegers te motiveren tot het aanvaarden van hulp. Uitbreiding met ervaringsdeskundige voormalige plegers van het team van ‘De Cirkel is Rond’ heef tot doel plegers te motiveren tot het aanvaarden van hulp waardoor de kans op structurele veiligheid in het gezin/ huishouden wordt vergroot.

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 19

• Open de voordeur is opgericht door professionals van de GGD Zaanstreek-Waterland, die vanuit hun werk dagelijks met huiselijk geweld te maken hebben. Omdat zij zien hoe ernstig huislijk geweld kan escaleren en ook welke verwoestende gevolgen dit heeft voor de slachtoffers maar ook voor daders. Met Open de Voordeur is een project opgezet dat als doel heeft mensen zich bewust te laten worden van hun gedrag als ze huiselijk geweld toepassen of bewust te laten worden wat hen wordt aangedaan binnen de huiselijke kring. Dit om van kwaad tot erger te voorkomen. Huiselijk geweld kan stoppen als het bespreekbaar wordt en er actie wordt ondernomen om het patroon te doorbreken. Gebleken is hoe moeilijk dit onderwerp is om over te praten en dat er zelden hulp gezocht wordt als er sprake is van huiselijk geweld. We houden dit namelijk letterlijk achter de voordeur verborgen. En dit terwijl huiselijk geweld het grootste geweldsprobleem in Nederland is. Open de voordeur wordt door ervaringsdeskundigen gerund.

5. S  uccesfactoren en werkzame elementen in een systeemgerichte plegeraanpak Succesfactoren en werkzame elementen in een systeemgerichte plegeraanpak • Zowel slachtoffer als pleger zijn betrokken bij hersteltraject van de vrouwenopvang (Zaanstreek-Waterland). • Het huisverbod is systeemgericht en brengt echt alle aspecten van het systeem in kaart. Mensen worden bij elkaar gezet en praten doen we altijd met het hele systeem (Hollands-Midden). • De samenwerking tussen de organisaties is goed. De aanpak van de huisverboden met het Intensief Casemanagement Team geschoold in Multifocus (Groningen). • We betrekken zowel zorg- als strafpartners in onze gezamenlijke aanpak. De Familienetwerkberaden dragen hieraan bij (Zeeland). • Flevoland: Systemische aanpak na een THV en het bed dat door Reclassering/Exodus beschikbaar is gesteld. De hoop is dat gezinnen geweldloos verder kunnen door voortzetting systemische gesprekken. De hoop is dat door de beschikbaarheid van een bed de pleger meer ontvankelijk is voor hulp. • De afstand tussen partners sociaal domein en justitie (in elk geval de reclassering) is redelijk klein. Veel partners zitten op een locatie en kennen elkaar goed (Zuid-Holland Zuid). • Duidelijke afspraken, verschillende invalshoeken hulpverlenende partijen (Haaglanden). • Project Integrale Behandeling en Begeleiding (PIBB) (Amsterdam).

• Systeemgericht en multidisciplinair werken zie je terug in de MDA++ (Friesland). • Het interventieteam huiselijk geweld werkt systeemgericht, multidisciplinair, is vasthoudend, gaat door zo lang dit nodig is (West-Brabant). • Midden-Brabant: - in iedere casus is aandacht voor de pleger als onderdeel van het systeem; - elkaar kennen, vertrouwen, kennis opdoen en gebruik kunnen maken van verschillende methodieken en interventies; - weten waar jouw kennis ophoudt en die van de ander begint; - de positie van kinderen, vader en moeder en het netwerk daaromheen vraagt differentiatie in expertise; - lef, outreachend; - een plek met een sterk Zorg- en Veiligheidshuis - samenwerking tussen zorg- en strafrecht - steeds meer zorgaanbieders werken samen; - ZVH heeft belangrijke informatiepositie; - toegang werkt met een integraal cliëntsysteem.

20 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

Bijlage 2. Inventarisatie plegeraanbod vrijwillig kader Verschillende regio’s zijn actief met het ontwikkelen en verbeteren van plegeraanbod en plegeraanpak (mede) met financiële steun van het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis (herkenbaar aan de *). Naast deze voorbeelden hebben we in dit overzicht vrijwillige hulpinterventies opgenomen die we tegen zijn gekomen in het kader van deze QuickScan (gericht op plegeraanbod). Het betreft een inventarisatie zonder kwaliteitsoordeel over het plegeraanbod. De inventarisatie van dit vrijwillig hulpaanbod aan plegers kent de volgende indeling: • laagdrempelig (systeemgericht) vrijwillig hulpaanbod aan plegers; • specialistisch systeemgericht plegeraanbod; • plegeraanbod in samenwerking met ervaringsdeskundigen; • interventies bij afweging samenloop zorg en straf; • interventies (hulpaanbod) ingedeeld op basis van effectiviteit; • overige initiatieven plegeraanpak.

1

Laagdrempelig (systeemgericht) vrijwillig hulpaanbod aan plegers Naam

Doel en doelgroep

Chatfunctie Veilig Thuis

Vanaf 25 mei 2020 zijn de 26 Veilig Thuis-organisaties bereikbaar via de chat voor slachtoffers, plegers, omstanders en professionals. Zij kunnen via de chat anoniem advies vragen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Bellen kan soms lastig zijn voor iemand die te maken heeft met huiselijk geweld of kindermishandeling. Zeker in de periode waarin mensen meer thuis zijn als gevolg van de maatregelen tegen COVID-19. Na de pilotfase is de chatmogelijkheid ook tot het einde van 2021 verlengd. Tussen half juni en begin oktober ’20 zijn ruim 5.900 chatgesprekken gevoerd. Volgens onderzoek van Signifcant zijn vrijwel alle Veilig Thuis-organisaties en centrumgemeenten overtuigd van de inhoudelijke meerwaarde van de chatfunctie. Deze meerwaarde blijkt voornamelijk uit het brede(re) bereik en de laagdrempeligheid van de chatfunctie.

Geweld hoort nergens thuis | Bouwstenen Focus op de pleger | 21

Naam

Doel en doelgroep

Vergroten kennis en kunde plegeraanpak lokale veld via PlatformPIP*

In de regio Zuid-Limburg worden de medewerkers van het lokale veld ondersteund bij het vergroten van hun kennis en kunde als het gaat om de plegeraanpak. Dit moet ook resulteren in de beschrijving en uitrol van een (bij voorkeur landelijk overdraagbare) aanpak. Het onderzoek naar belemmeringen in begeleiden van plegers is afgerond. Ervaringsdeskundigen zijn betrokken en samenwerking tussen verschillende domeinen/ expertises is geborgd. Platform PIP is een project van de drie Zuid-Limburgse Veiligheidshuizen (Westelijke Mijnstreek, Maastricht-Heuvelland en Parkstad). De drie Veiligheidshuizen brengen samen in het bijzonder binnen het lokale veld de kant van de ‘pleger’ van huiselijk geweld meer onder de aandacht. Het doel van platform PiP is om de kant van de ‘pleger’ meer te belichten zodat het hele systeem hier uiteindelijk profijt van heeft en het geweld stopt. Hulpverleners kunnen hun gereedschapskist weer verder vullen en van elkaar leren en gebruik maken bij de aanpak van huiselijk geweld. We dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de aanpak van huiselijk geweld (en kindermishandeling), dit stopt niet bij organisatiegrenzen, daarom slaan we bij Platform PiP de handen ineen. Uiteindelijk is platform PIP (Pleger In Positie) opgericht. Het is bedoeld voor maatschappelijk werkers, consulenten van gemeentes (WMO, Jeugd) en medewerkers van Veilig Thuis.

Ervaringswijs Moviera

Het project Ervaringswijs Moviera is erop gericht om de verborgen ervaringskennis van medewerkers met huiselijk geweld in kaart te brengen (23% van de professionals heeft zelf ervaringen met huiselijk geweld). Er is een Toolkit ontwikkeld. Er wordt gewerkt aan een online inzet van ervaringsdeskundigen. Het project is een initiatief van de Combine, het innovatieplatform voor huiselijk geweld van Arosa, Blijf Groep, Perspectief en Moviera. De maatschappelijk werkers van Blijf Groep die mee hebben gedaan bieden op verzoek additionele dienstverlening aan cliënten. Zij hebben ook een ambassadeursrol.

‘De pleger in ons’*

Moviera ontwikkelt in samenwerking met de regio’s West-Veluwe Vallei, Noord- en Oost-Gelderland, Utrecht en Arnhem-Achterhoek het project ’De pleger in ons’ laagdrempelige hulp aan ‘plegers’ van huiselijk geweld. Doel is om met behulp van ervaringsdeskundigheid enerzijds aansluitende en laagdrempelige hulp van ervaringswerkers voor plegers te bieden (gericht op contact maken, motiveren en contact houden) en anderzijds de kennis en vaardigheden van professionals in het werken met plegers te verdiepen. Activiteiten die nu worden aangeboden zijn; workshops om nieuwe vaardigheden te leren in het omgaan met emoties, supportgroepen voor ondersteuning met lotgenoten en individuele ondersteuning en advies van ‘plegers’. De workshop voor professionals gaat in op de houding en oordelen over plegers en de invloed op het handelen. Zodat de hulp aan plegers verbeterd kan worden. Successen die we tot nu toe zien; deelnemers ervaren de hulp als laagdrempelig, er wordt een doelgroep bereikt die eerst buiten beeld was. Deelnemers worden actief begeleid naar andere vormen van hulp. Deelnemers ervaren de hulp als aanvullend en ondersteunend op gespecialiseerde behandeltrajecten.

22 | Ministeries van VWS en JenV en de VNG

Naam

Doel en doelgroep

Stop it now! De Waag

Stop it now! Is een anonieme telefonische hulplijn voor mensen die pedofiele gevoelens voor kinderen ervaren of personen die zich zorgen maken over het gedrag van iemand in hun omgeving.

Agressie, en daarna?

Agressie, en daarna? Richt zich op situaties van agressie en geweld. Huiselijk geweld en seksueel geweld zijn de belangrijkste vormen hierin. Maar ook pesten en verbaal geweld, geweld op de werkvloer en internetpesten worden steeds belangrijker. In 2016 is Agressie, en daarna? Gestart als lotgenotengroep voor mensen die te maken hebben met agressie en geweld met name huiselijk geweld, zowel gericht op slachtoffers als op plegers. Mensen die behoefte hebben om te praten, te herstellen en het leven weer op te pakken kunnen terecht bij deze organisatie. Er zijn ook lotgenotengroepen die zich richten op nazorg. Een plek waar je na een behandeling nog wel terecht kunt met vragen uit de praktijk. Je kan je eigen batterij weer even opladen of je agressie veilig laten afvloeien. Ook wordt overbruggingszorg uitgevoerd door eerste opvang te bieden als er wachtlijsten zijn bij andere organisaties.

Time-Out Woning Amsterdam

Amsterdamse gezinnen waar de spanningen te hoog dreigen op te lopen, kunnen sinds kort gebruikmaken van een speciale time-out woning. In die woning kunnen gezinsleden even afstand nemen van elkaar en weer op adem komen. Zo kunnen escalaties worden voorkomen en blijft de situatie veilig voor het hele gezin. De ­time-out woning is een initiatief van Stichting Saam, Woningstichting Rochdale, Jeugdbescherming, politie, stadsdeel Nieuw West en Blijf Groep.

Open de voordeur

Open de Voordeur is opgericht door professionals van de GGD ZaanstreekWaterland, die vanuit hun werk dagelijks met huiselijk geweld te maken hebben. Omdat zij zien hoe ernstig huislijk geweld kan escaleren en ook welke verwoestende gevolgen dit heeft voor de slachtoffers maar ook voor daders. Met Open de Voordeur is een project opgezet dat als doel heeft mensen zich bewust te laten worden van hun gedrag als ze huiselijk geweld toepassen of bewust te laten worden wat hen wordt aangedaan binnen de huiselijke kring. Dit om van kwaad tot erger te voorkomen. Huiselijk geweld kan stoppen als het bespreekbaar wordt en er actie wordt ondernomen om het patroon te doorbreken. Gebleken is hoe moeilijk dit onderwerp is om over te praten en dat er zelden hulp gezocht wordt als er sprake is van huiselijk geweld. We houden dit namelijk letterlijk achter de voordeur verborgen. En dit terwijl huiselijk geweld het grootste geweldsprobleem in Nederland is. Open de voordeur wordt door ervaringsdeskundigen gerund.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13708069/1