Vraag met beantwoording fractie Burgerbelangen
Tekst van het document
Vraag fractie Burgerbelangen commissie GEZ Agendapunt 7.1 Ontwerpbesluiten TAM_IMRO Erpostraat-Holzstraat
In de nota van toelichting wordt aangegeven dat het ontwerp van het te nemen besluit met de daarop betrekking hebbende stukken van 30 juni t/m 11 augustus 2025 ter inzage heeft gelegen. En er is een kennisgeving in het gemeenteblad geplaatst. Zijn de stukken nogmaals in te zien?
Het concept-plan heeft op grond van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken ter inzage gelegen. Een ieder kon een zienswijze indienen waarna de vaststellingsprocedure werd vervolgd. De stukken die ter inzage hebben gelegen zijn bijgevoegd. Link naar de kennisgeving gemeenteblad: Gemeenteblad 2025, 283441 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A Gemeente Kerkrade Ontwerp
colofon
projectnaam TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
datum 3 juni 2025 projectnummer P07467 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0928.TamH22BErpoHolzstr.Ow01
opdrachtgever HEEMwonen Concept 20 december 2024 Ontwerp 3 juni 2025 Vaststelling BRO projectleider JvdA projectteam JEn, DEe bron kaft BRO review DEe
Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
TOELICHTING
Inhoudsopgave 1
Aanleiding en doel
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Projectgebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer
6 6 7 8
2
Beschrijving bestaande situatie
9
3
Voorgenomen ontwikkeling
10
3.1 3.2
10 12
4
5
Relatie met het omgevingsplan
13
4.1 4.2 4.3
Bestaande functie, bouw- en gebruiksmogelijkheden Randvoorwaarden op grond van omgevingsplan Strijdigheden met omgevingsplan
13 13 14
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
15
5.1
Verhouding tot Rijksbeleid
15
5.1.1 5.1.2 5.1.3
Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) Conclusie
15 16 17
Ladder voor duurzame verstedelijking
17
5.2.1 5.2.2
17 19
5.2 5.3
5.4
5.5
5.6
6
Beoogde ontwikkeling Architectuur
Toetsingskader Conclusie
Verhouding tot provinciaal beleid
19
5.3.1 5.3.2 5.3.3
19 21 21
Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg 2021 Conclusie
Regionaal beleid
22
5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.4.4
22 23 23 24
Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Woondeal Regionale woningmarktprogrammering Parkstad Limburg Conclusie
Beleid Waterschap
24
5.5.1 5.5.2 5.5.3
24 25 26
Waterschapverordening Waterschap Limburg Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Conclusie
Gemeentelijk beleid
26
5.6.1 5.6.2 5.6.3
26 27 28
Structuurvisie Kerkrade 2010 - 2020 Regionale en lokale Woonvisie 2023-2028 gemeente Kerkrade Conclusie
Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden
29
6.1
Cultuurhistorie
29
6.1.1 6.1.2 6.1.3
29 29 29
6.2
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Archeologie
29
6.2.1
29
Toetsingskader
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
3
6.2.2 6.2.3
6.3
7
Onderzoek Conclusie
30 31
Welstand
31
6.3.1 6.3.2
31 32
Toetsingskader Conclusie
Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving
33
7.1
Mer-beoordeling
33
7.1.1 7.1.2
33 33
7.2 7.3
7.4 7.5
7.6
7.7
7.8
7.9
Toetsingskader Conclusie
Gezondheid
34
7.2.1 7.2.2
34 35
Toetsingskader Onderzoek
Duurzaamheid
35
7.3.1 7.3.2
35 36
Toetsingskader Conclusie
Klimaatadaptatie
36
7.4.1 7.4.2
36 37
Toetsingskader Conclusie
Omgevingsveiligheid
38
7.5.1 7.5.2 7.5.3
38 38 39
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Voormalige steenkolenmijnbouw
39
7.6.1 7.6.2 7.6.3
39 40 42
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Bodem
42
7.7.1 7.7.2 7.7.3
42 42 43
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Activiteiten en milieuzonering
43
7.8.1 7.8.2 7.8.3
Toetsingskader Toetsing Conclusie
43 44 45
Weging van het waterbelang
45
7.9.1 7.9.2 7.9.3
45 45 46
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
7.10 Natuur en landschap 7.10.1 7.10.2 7.10.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
47 47 48 49
7.11 Luchtkwaliteit
49
7.11.1 7.11.2 7.11.3
49 51 52
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
7.12 Geluid 7.12.1 7.12.2 7.12.3
52 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
52 53 54
7.13 Verkeer en parkeren
54
7.13.1 7.13.2 7.13.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
7.14 Geur 7.14.1 7.14.2
54 55 55
56 Toetsingskader Onderzoek
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
56 57
4
7.14.3
Conclusie
7.15 Trilling 7.15.1 7.15.2 7.15.3
8
57
57 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
57 57 58
Financiële en maatschappelijke verantwoording
59
8.1 8.2
Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording
59 59
8.2.2 8.2.3
59 60
Resultaten proces met derden Zienswijzen
Separate bijlagen Bijlage 1: Woonladder Bijlage 2: Archeologisch onderzoek Bijlage 3: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 4: Stikstofberekening Bijlage 5: Watertoets Bijlage 6: Parkeer- en Verkeersonderzoek Bijlage 7: Onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 8: Haalbaarheidsstudie en omgevingsdialoog Bijlage 9: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10: Mijnonderzoek 1 Bijlage 11: Mijnonderzoek 2 Bijlage 12: Samenvatting informatie avond Bijlage 13: M.e.r.-aanmeldnotitie
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
5
1
Aanleiding en doel
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer HEEMwonen is voornemens om de bebouwing aan de Erpostraat 1 / Holzstraat 19A te Kerkrade te slopen en de locatie te herontwikkelen. De locatie betreft het voormalige kantoorpand van HEEMwonen, dat in de huidige situatie leeg staat maar in gebruik is geweest als dagopvang voor cliënten. Het planvoornemen ziet op de realisatie van 25 woningen, bestaande uit 22 appartementen en 3 grondgebonden woningen. Daarnaast zijn er tussen de panden van HEEMwonen en het appartementencomplex Holzstraat 21 garageboxen aanwezig welke worden gesloopt. De locatie ligt in de stad, dicht bij voorzieningen en is geschikt voor woningbouw. Het projectgebied biedt kansen om aan te sluiten op de bestaande woonstraat Erpostraat - en de doorgaande route tussen het centrum van Kerkrade en de Duitse grens: de Holzstraat. Daarnaast kan er aansluiting gezocht worden op de bestaande wandelpaden en -routes die rondom het projectgebied aanwezig zijn. Hiermee kan ook het kloosterpark/Ursulinenpark meer openbaar toegankelijk worden gemaakt. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een positieve bijdrage geleverd aan de woningnood. Het planvoornemen is niet rechtstreeks toegestaan binnen de regels van het geldende omgevingsplan van de gemeente Kerkrade.
Voor onderhavig planvoornemen is er gekozen om een wijziging van het omgevingsplan te doorlopen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel via IMRO (hierna: TAM-IMRO of TAM-omgevingsplan). Het voorliggende document betreft de motivering van dit TAM-omgevingsplan, waaruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2, Bkl).
1.2
Projectgebied
Het projectgebied grenst aan de oostzijde aan de Erpostraat en aan de zuid- en westzijde aan de Holzstraat. Het projectgebied is in het verleden het kantoor geweest van HEEMWonen en daarna in gebruik is geweest als dagopvang voor cliënten. Daarnaast zijn er tussen de panden van HEEMwonen en het appartementencomplex Holzstraat 21 garageboxen aanwezig welke worden gesloopt. Grenzend aan deze locatie zijn er drie patiowoningen die een uitkijk hebben over het Ursulinen-park in het noorden. Verder omvat het gebied het appartementencomplex Holzstraat 21, een vroegere villa waar momenteel een advocatenkantoor is gevestigd, evenals diverse grondgebonden woningen. Het betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Het gehele projectgebied bestaat uit de percelen welke kadastraal bekend staan als: Kerkrade, sectie B, nummers 10221 en 10299. De kadastrale percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 3.498 m². Figuur 1.1 geeft de ligging en globale begrenzing van het projectgebied weer.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
6
Figuur 1.1 Globale aanduiding projectgebied, rood omlijnd (bron: Google Earth)
1.3
Juridisch-planologisch kader
Vigerend omgevingsplan Op grond van het per 1 januari 2024 ontstane tijdelijke omgevingsplan is ter plaatse van het projectgebied het bestemmingsplan ‘Kerkrade Oost III’ geldend, zoals vastgesteld op 29 oktober 2014. Conform dit bestemmingsplan is ter plaatse van het projectgebied de enkelbestemming ‘Dienstverlening’ aanwezig, tevens zijn er de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en voor een kleiner gedeelte ‘Waarde – Archeologie hoog’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ aanwezig. Daarnaast gelden voor gedeeltes van het projectgebied de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal bouwlagen: 1’ en ‘maximum aantal bouwlagen: 3’. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. De voor ‘Dienstverlening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
dienstverlening;
b.
(..);
c.
(..);
met de daarbij behorende voorzieningen zoals: d.
tuinen, erven en terreinen;
e.
verhardingen en parkeervoorzieningen;
f.
groenvoorzieningen;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
h.
voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
7
Binnen deze bestemming is het beoogde gebruik ‘wonen’ niet toegestaan. Ook wordt voor een gedeelte van het planvoornemen buiten het bestaande bouwvlak gebouwd en wordt de maximum aantal bouwlagen overschreden. Tevens zijn er strijdigheden met artikel 21.1 van het ‘Parapluplan stedelijk gebied gemeente Kerkrade’. Derhalve is het realiseren van de woningen binnen het projectgebied strijdig met de regels van het vigerend bestemmingsplan en daarmee het tijdelijke omgevingsplan. Om die reden is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.
Figuur 1.2 Verbeelding bestemmingsplan 'Kerkrade Oost III'
1.4
Leeswijzer
De voorliggende motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het projectgebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoofdstuk 2 bevat een projectbeschrijving, waarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie ter plaatse van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 4 nader ingegaan op de relatie met het omgevingsplan, waarbij de relevante regels en strijdigheden worden uitgelicht. Hoofdstuk 5 wordt getoetst aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 6 wordt er nader ingegaan op de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde welke relevant zijn voor onderhavig planvoornemen. Daarna zal de voorgenomen ontwikkeling in hoofdstuk 7 worden getoetst aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. In hoofdstuk 8 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken waarna in het laatste hoofdstuk de belangenafweging en de conclusie worden aangehaald. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze motivering gevoegd.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
8
2
Beschrijving bestaande situatie
Het projectgebied beslaat het perceel aan de Erpostraat 1 / Holzstraat 19A te Kerkrade en is gelegen in het oostelijke gedeelte van Kerkrade, in de gelijknamige gemeente. Het projectgebied bestaat uit de ter plaatse aanwezige kantoor- en opslagruimtes. Tevens behoren de ten oosten van de bebouwing gelegen parkeerplaatsen bij het projectgebied. Voorheen is de locatie het kantoor van HEEMwonen geweest. Daarnaast zijn er tussen de panden van HEEMwonen en het appartementencomplex Holzstraat 21 garageboxen aanwezig welke worden gesloopt. Aangrenzend aan de planlocatie is een drietal patiowoningen gelegen, dat uitkijkt over het Ursulinenpark ten noorden van het projectgebied. Verder wordt het projectgebied omzoomd door het appartementengebouw Holzstraat 21, een voormalige villa waarin momenteel een advocatenkantoor is gehuisvest, en grondgebonden woningen aanwezig zijn. Figuur 2.1 geeft de bestaande situatie weer.
Figuur 2.1 Projectgebied gezien vanaf de Holzstraat
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
9
3
Voorgenomen ontwikkeling
3.1
Beoogde ontwikkeling
Beoogd wordt om de locatie te herontwikkelen. Hiervoor vinden diverse ontwikkelingen op de locatie plaats. Allereerst wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Dit maakt ruimte voor de realisatie van 25 woningen, bestaande uit 22 appartementen en 3 grondgebonden woningen. De door HEEMwonen beoogde productmarkt-combinaties (PMC’s) zijn op de kavel aan de Erpostraat-Holzstraat ingepast. Het eerste bouwvlak bestaat hierbij uit een combinatie tussen de typen meergezinswoningen geliberaliseerd (appartement 95 m² GBO) en meergezinswoningen sociaal (appartement 85 m² GBO). In het tweede bouwvlak worden grondgebonden eengezinswoningen, geliberaliseerd/ levensloopbestendig, toegepast. De oppervlakte van elk van deze drie woningen is circa 90 m² GBO. Voor het derde bouwvlak wordt uitsluitend het type meergezinswoning, geliberaliseerd, appartementen met een oppervlakte van 95 m² GBO toegepast. Bergingen worden in het appartementencomplex collectief opgelost; gelegen op de begane grond ter zijde van de bestaande patiowoningen. De grondgebonden woningen hebben een buitenberging in de eigen tuin. Met het planvoornemen wordt er uitgegaan van het maken van verschillende plekken in of direct aangrenzend aan de planlocatie als leidend concept. Door de afzoming van het bestaande bouwblok aan de Holzstraat worden er twee plekken gevormd.
Enerzijds het afgesloten binnengebied waar het parkeren voor de nieuwe bewoners wordt opgelost. Anderzijds wordt ten noordoosten van het appartementencomplex - aangrenzend aan de entree van het appartementengebouw - een collectief groen plein gevormd waar kansen bestaan om ontmoeting en saamhorigheid te stimuleren. De grondgebonden woningen aan het Ursulinenpark zorgen ook voor een duidelijke afscheiding van het park ten opzichte van de nieuwe planontwikkeling. Er wordt de intrinsieke waarde van het park - namelijk het park als een individueel groenelement - behouden én versterkt. Ten opzichte van de bestaande patiowoningen aangrenzend aan de planlocatie is er bewust rekening gehouden met de positie van de toekomstige nieuwbouwwoningen. Aangrenzend aan de doodlopende straat worden slechts 5 appartementen gepositioneerd, verdeeld over twee bouwlagen. Op de begane grond worden tevens de bergingen en de fietsenstalling collectief in het appartementengebouw ingepast; hiermee worden het aantal buren ten opzichte van de bestaande bewoners beperkt. Met het planvoornemen krijgt de locatie een kwaliteitsverbetering en maakt kwaliteitsarme bebouwing plaats voor nieuwbouw. Aan de sanering van de kwaliteitsarme bebouwing dient een herontwikkeling tegenover te staan, gelet op het realiseren van een haalbare businesscase.
Het projectgebied biedt kansen om aan te sluiten op de bestaande woonstraat - Erpostraat - en de doorgaande route tussen het centrum van Kerkrade en de Duitse grens: de Holzstraat. Daarnaast kan er aansluiting gezocht worden op de bestaande wandelpaden en -routes die rondom het projectgebied aanwezig zijn. Hiermee kan ook het kloosterpark/Ursulinenpark meer openbaar toegankelijk worden gemaakt. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt er een positieve bijdrage geleverd aan de woningnood.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
10
Figuur 3.1 Situatietekening
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
11
3.2
Architectuur
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is ervoor gekozen om de bouwhoogte in het projectgebied van de Holzstraat naar het Ursulinenpark af te bouwen. Het gebouwdeel dat op de kruising tussen de Holzstraat en de Erpostraat ligt, zal worden opgetrokken uit vier bouwlagen. Het deel aangrenzend aan het nieuwe groene hof bouwt in hoogte af naar 3 lagen. Vervolgens wordt de hoogte van het blok verder afgebouwd naar 2 bouwlagen ter zijde van de bestaande patiowoningen. Door de toepassing van een collectieve entree en de ontsluiting middels een galerij-ontsluiting is er in totaliteit maar één lift in de planontwikkeling benodigd. De grondgebonden woningen aan het Ursulinenpark worden opgetrokken uit 2 bouwlagen, met platte kap en een setback. De setback voor de grondgebonden woningen sluit aan op de gebouw compositie van de patiowoningen aan het Ursulinenpark. Dit is naar voren gekomen naar aanleiding van de gevoerde informatiebijeenkomst. Hierbij is een dynamische gevelgeleding en volumeopbouw toegepast.
Figuur 3.2 Aanzicht nieuwe situatie
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
12
4
Relatie met het omgevingsplan
4.1
Bestaande functie, bouw- en gebruiksmogelijkheden
Ter plaatse van onderhavige locatie vigeert de bestemming ‘Dienstverlening’ op basis van het van rechtswege ontstane omgevingsplan van de gemeente Kerkrade. Voor onderhavige locatie is het op basis van de bestemming ‘Dienstverlening’ toegestaan om de volgende functies uit te oefenen: a. dienstverlening; met de daarbij behorende voorzieningen zoals: b. tuinen, erven en terreinen; c.
verhardingen en parkeervoorzieningen;
d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f.
voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater.
Voor een aantal gedeeltes van het projectgebied zijn er vier bouwvlakken gelegen. Binnen één van deze bouwvlakken geldt er de maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal bouwlagen: 1’, binnen een ander bouwvlak geldt de maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal bouwlagen: 3’. Tevens is er ter plaatse van het grootste gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ aanwezig. Ter plaatse van deze dubbelbestemming dient er een archeologisch rapport aangeleverd te worden wanneer de werkzaamheden een oppervlakte hebben van meer dan 100 m² en dieper van 40 centimeter beneden maaiveld plaatsvinden. Voor een kleiner gedeelte is er de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ aanwezig. Ter plaatse van deze dubbelbestemming dient er een archeologisch rapport aangeleverd te worden wanneer de werkzaamheden een oppervlakte hebben van meer dan 2.500 m² en dieper van 40 centimeter beneden maaiveld plaatsvinden. Onderhavig planvoornemen voorziet in het dieper graven dan 0,4 meter. Derhalve dient het aspect archeologie getoetst en goedgekeurd worden bevonden om onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken.
4.2
Randvoorwaarden op grond van omgevingsplan
Als het op basis van het omgevingsplan niet is toegestaan om een nieuwe activiteit op te richten, dan moet via een planologische procedure het omgevingsplan worden gewijzigd. Om dit mogelijk te maken moet er sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie. Onderhavig planvoornemen voorziet op het wijzigen van het omgevingsplan via TAM-IMRO. Een TAM-IMRO-plan maakt juridisch gezien deel uit van het omgevingsplan, maar heeft technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO). Later moeten deze plannen alsnog conform de STOP/TPOD-standaard gepubliceerd worden bij de LVBB. De TAM-IMRO is beschikbaar tot het 2e jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Als het ontwerp van het TAM-IMRO omgevingsplan voor 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Ook bij toepassing van de TAM-IMRO dient er te worden voldaan aan de inhoudelijke eisen uit de Omgevingswet voor het opstellen van een omgevingsplan. Concreet betekent dat het omgevingsplan ook moet voldoen aan:
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
13
bruidsschatsregels;
verordeningsregels.
instructieregels;
evenwichtige toedeling aan functies.
4.3
Strijdigheden met omgevingsplan
Aangezien onderhavig planvoornemen deels buiten het bouwvlak en binnen de bestemming ‘Dienstverlening’ is gelegen, is het realiseren van de woningen binnen het projectgebied strijdig met de regels van betreffend vigerend bestemmingsplan. Het is namelijk niet toegestaan om hoofdgebouwen buiten het bouwvlak te bouwen. Tevens is het niet toegestaan om in strijd met de vigerende bestemming te ontwikkelen. Op basis van onderhavig planvoornemen wordt het wel beoogd om op deze locatie hoofdgebouwen te realiseren. Tevens zijn er strijdigheden met artikel 21.1 van het ‘Parapluplan stedelijk gebied gemeente Kerkrade’ nu er niet voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden. Om deze redenen is een wijziging van het omgevingsplan benodigd. Dit TAM-omgevingsplan voorziet hierin.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
14
5
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de toegestane activiteiten toegelicht en worden deze hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in dit hoofdstuk gemotiveerd getoetst aan de activiteit.
5.1
Verhouding tot Rijksbeleid
5.1.1
Nationale omgevingsvisie
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die per januari 2024 geldend is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:
een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;
over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;
een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
15
Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Doorwerking projectgebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het betreft een ontwikkeling op lokaal niveau. Het realiseren van nieuwe woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorg dragen voor voldoende woningen. De invulling van die opgave wordt door het Rijk aan de lokale overheden gelaten. Gezien de aard, omvang en ligging van het plan zijn er geen rijksbelangen aan de orde. 5.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
Een (TAM-)omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen:
algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1);
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);
beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);
beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;
beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;
het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;
het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.
1
‘Afwegingsprincipes’, ontwerpnovi.nl.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
16
Doorwerking projectgebied In deze motivering wordt in hoofdstuk 6 en 7 gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het projectgebied op verschillende relevantie ruimtelijke- en milieuaspecten. Hierbij wordt aangegeven in welke mate ze voldoen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het projectgebied. 5.1.3
Conclusie
De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk, derhalve vormt dit aspect geen belemmeringen.
5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.2.1
Toetsingskader
De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is verwerkt in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving als een instructieregel. De Ladder ziet op een zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden beoordeeld of: 1) er behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en; 2) de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied (waaronder stedelijk groen) mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Er is geen wettelijke ondergrens voor de genoemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.2 Voor alle andere stedelijke functies wordt in beginsel een oppervlakte van 500 m2 bruto vloeroppervlak aangehouden als ondergrens.3 Daarnaast geldt het vereiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang.
4 Behoefte In lid 2 van artikel 5.129g Bkl wordt ingegaan op de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Belangrijk bij de toepassing van de Ladder is dat aandacht wordt besteed aan de behoefte (marktruimte, maatschappelijk, ruimtelijk, beleidsmatig) en de effecten op de leegstand van vastgoed in de relevante regio. Daarnaast zijn de gevolgen voor het regionale woon-, leef- en ondernemersklimaat van belang. Stedelijk gebied Het uitgangspunt is dat eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden binnen het stedelijk gebied (incl. stedelijk groen) voordat een initiatiefnemer gaat ontwikkelen buiten het stedelijk gebied. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen dit gebied een rol.
2 3 4
ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
17
Bij de beoordeling of er beschikbare of geschikte locaties zijn binnen een stedelijk gebied, kunnen de kwalitatieve aspecten van de behoefte een rol spelen. Denk hierbij aan bepaalde bedrijven die vanwege milieuoverwegingen niet in het stedelijk gebied passen. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, de mogelijkheden van het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Onderhavig planvoornemen maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk, omdat er meer dan 12 woningen worden toegevoegd. Derhalve is er een ladderonderbouwing 5 opgesteld. Onderstaand worden de belangrijkste resultaten samengevat weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Kwantitatieve behoefte Het initiatief voorziet in een kwantitatieve behoefte, zowel op gemeentelijk als regionaal niveau.
Het aantal inwoners en het aantal huishoudens daalt in gemeente Kerkrade en in de regio Parkstad. De harde plancapaciteit is voor beide verzorgingsgebieden voldoende om in de behoefte op basis van inwoner- en huishoudensprognose te voorzien.
Op basis van de woondeal blijkt dat er echter wel behoefte is aan dit initiatief. Het secundair verzorgingsgebied, regio Parkstad, heeft de opgave om tot 2030 6.775 woningen te realiseren. De harde plancapaciteit bedraagt echter slechts 2.438 woningen, waardoor er een extra behoefte is aan 4.337 woningen tot 2030.
Gemeente Kerkrade heeft de opgave om tot 2030 1.250 woningen te realiseren, waarvan 512 voor 2024. De gemeente heeft voldoende harde plancapaciteit om te voorzien in de opgave tot 2024.
Kwalitatieve behoefte Het initiatief om in totaal 22 appartementen en 3 grondgebonden patiowoningen, te realiseren die geschikt zijn voor starters en ouderen, voorziet in een kwalitatieve behoefte.
Er is behoefte aan huurwoningen. Hierbij gaat het voornamelijk om goedkope- (sociale) en middeldure huurwoningen, eventueel in combinatie met zorg.
Door de vergrijzing en ontgroening is er sprake van huishoudensverdunning, ofwel een toename van kleinschalige huishoudens. Hierdoor neemt de vraag naar kleine woonruimtes toe.
In de gemeente Kerkrade is voornamelijk vraag naar levensloopgeschikte appartementen en nul-tredenwoningen, welke zich voornamelijk in de huursector tussen de aftoppingsgrens en € 1.000,- bevinden. Uit het woningbehoefteonderzoek van regio Parkstad wordt aangegeven dat er behoefte is aan nultredenwoningen in alle prijscategorieën. Dit betreft dus sociale huur, vrije sector huur en koop.
Naast de duidelijke behoefte aan levensloopgeschikte woningen in nieuwbouw en transformatie is er behoefte aan betaalbare kleinschalige geclusterde woonconcepten voor ouderen. Het gaat hierbij om zelfstandig wonen met aandacht voor ontmoeting. De toekomstige buitenruimte van het initiatief biedt ruimte om buurtbewoners te ontmoeten en met elkaar activiteiten te ondernemen. Jong en oud worden gestimuleerd om naar buiten te gaan door de groene omgeving. Het initiatief sluit aan op de kwalitatieve woonbehoeften van deze doelgroep.
5
BRO, Ladderonderbouwing Erpostraat 1 / Holzstraat 19A te Kerkrade, rapportnummer P07467, d.d. 17 februari 2025
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
18
5.2.2
Conclusie
De ontwikkeling voldoet aan de Ladder:
Het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.
De locatie valt binnen de functie ‘Dienstverlening’ en is daarmee onderdeel van het stedelijk gebied.
Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het initiatief onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden vanwege de grote tekorten aan woningen.
5.3
Verhouding tot provinciaal beleid
5.3.1
Omgevingsvisie Limburg
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en is de vervanger van het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014)’. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt verder behandeld onder paragraaf 5.2.2. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:
het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;
een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);
klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:
een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;
een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.
Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Wonen en leefomgeving’.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
19
Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten.
Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, maar hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit.
Doorwerking projectgebied De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s en instrumenten. Onderhavig plan voorziet in het mogelijk maken van 25 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Kerkrade. De beoogde woningbouw is afgestemd op de actuele behoefte en draagt bij aan de provinciale ambitie van voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Bovendien past de ontwikkeling binnen de huidige maatschappelijke context, waarin sprake is van een significante woningbehoefte. Het beoogde programma met tevens aandacht voor levensloopbestendigheid geeft hier invulling aan. Het initiatief voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 5.2) en is in
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
20
lijn met de ‘Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ en de ‘Regionale en lokale Woonvisie 2023 – 2028, gemeente Kerkrade’. De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de ‘Provinciale omgevingsvisie’. 5.3.2
Omgevingsverordening Limburg 2021
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze is op 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, naijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestings-normen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het projectgebied binnen het gebied ‘Stedelijk gebied’. Conform artikel 12.1 van de omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c.
over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;
d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Doorwerking projectgebied In deze motivering is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit de paragraaf ‘Provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI)’ past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. Ook is de ontwikkeling in lijn met de Regionale Woonvisie welke wordt behandeld onder paragraaf 5.3.1. Bovendien wordt met de bouw van de woningen spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. Vanuit de Omgevingsverordening Limburg bestaan kortom geen belemmeringen voor het beoogde planvoornemen. Tot slot wordt het plan opgenomen op de Plancapaciteitsmonitor Limburg. 5.3.3
Conclusie
De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie Limburg.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
21
5.4
Regionaal beleid
5.4.1
Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg
De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal, vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Het doel van de structuurvisie is het creëren van een excellent woon- en leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Een excellent woon- en vestigingsklimaat is een belangrijke voorwaarde voor de economische ontwikkeling van Zuid-Limburg en benutting van de geografische posities van Zuid-Limburg in het hart van de Euregio Maas-Rijn. Om een aantrekkelijke woonregio te zijn én te blijven is er een omslag nodig naar meer evenwicht tussen vraag en aanbod, méér kwaliteit en méér vraaggerichtheid. Toevoegen van woningen kan daarom alleen als het niet ‘meer van hetzelfde’ is en als het past binnen de kwantitatieve kaders.
Zuid-Limburgse gemeenten hebben een driedelige opgave: verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot; terugdringen van (ongewenste) planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave; toevoegen van woonproducten waar een tekort van is, passend binnen de uitgangspunten van de visie. Om invulling te geven aan de opgaven is een aantal beleidsafspraken gemaakt, waaronder: Om kwalitatief goede initiatieven toe te voegen aan deprogrammering dient compensatie plaats te vinden door middel van direct gekoppelde sloop of onttrekking. Eind 2020 hebben de Zuid-Limburgse gemeenteraden echter de beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” vastgesteld. Met deze nieuwe beleidsregel kunnen goede woningbouwplannen zonder compensatie worden gerealiseerd. Daarmee wordt nadrukkelijk invulling gegeven aan de behoefte vanuit de samenleving om snel te bouwen voor met name de doelgroepen sociale huur alsmede voor starters en ouderen. Goede woningbouwplannen voldoen aan drie criteria: Een initiatief heeft maatschappelijke meerwaarde. Daarbij gaat inbreiding voor uitbreiding en dienen plannen bij te dragen aan de leefbaarheid in kernen, onder meer door middel van herstructurering en vervangingsbouw. Een initiatief is planologisch aanvaardbaar en dient te voldoen aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
Voor elke plan dient de behoefte kwantitatief en kwalitatief te worden onderbouwd. Nieuwe woningbouwplannen dienen sub-regionaal te worden afgestemd en worden toegevoegd aan de regionale woningbouwprogrammering. Doorwerking projectgebied De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 22 appartementen en 3 grondgebonden woningen, welke deels sociale huur zijn en deels middeldure huur. Gelet op de grote vraag naar betaalbare woningen, levert het toevoegen van 25 huurwoningen hier een goede bijdrage aan. Het initiatief draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de woonregio Zuid-Limburg, doordat kwaliteit wordt toegevoegd op een inbreidingslocatie en bovendien woningen die invulling geven aan een actuele vraag en in-
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
22
spelen op tekorten. Tevens is het planvoornemen op 3 oktober 2024 afgestemd met de regio. Het plan voorziet in het vervullen van de actuele behoefte naar betaalbare woningen. Voor elke programmawijziging gaat de gemeente terug naar de regio. Vervolgens wordt het plan toegevoegd aan de regionale planlijst. 5.4.2
Woondeal
In de Woondeal staat dat er in Limburg 26.550 woningen bij komen, waarvan het grootste deel in de sociale huur, de middenhuur en de betaalbare koop. In nauwe samenwerking gaan verschillende partijen aan de slag om deze Woondeal te realiseren, zo is ook de gemeente Kerkrade betrokken bij de Woondeal. In Limburg zijn er drie woonregio’s te onderscheiden binnen de Woondeal, te weten Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Afgesproken is dat in Limburg minimaal 26.550 nieuwe woningen gebouwd worden met een ambitie voor 20.000 extra. Het gaat hierbij om een productie van circa 3.000 woningen per jaar. Landelijk, provinciaal en in de regio gaat 2/3 van de nieuwbouw verplicht bestaan uit betaalbare woningen. Van de nieuwbouw is 40% bedoeld voor middeninkomens. Voor sociale huur geldt dat gemeenten in de nieuwbouw een been moeten bijtrekken om op 30% te komen, als ze nu een lager aandeel hebben, terwijl gemeenten die al (ruim) boven het gemiddelde zitten meer moeten bouwen voor de middeninkomens. De komende tijd worden de bouwplannen voor Limburg verder uitgewerkt. Gemeenten, regio, provincies en het Rijk werken samen met woningbouwcorporaties en marktpartijen om dit proces te versnellen. De Provincie Limburg ondersteunt gemeenten hierbij door partijen aan elkaar te verbinden, kennis te delen en te ondersteunen.
In het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Dit betreft woningen met een lage toekomstwaarde, vaak in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid en betaalbaarheid (vanwege hoge energiekosten) onder druk staat. Deze woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte. Doorwerking projectgebied Onderhavig planvoornemen levert een bijdrage aan de Woondeal. Er worden met dit plan namelijk 25 woningen toegevoegd, welke voor de helft bestaan uit sociale huurwoningen en de andere helft bestaat uit middenhuur. Dit zorgt voor een bijdrage aan de ambitie in Limburg om 26.660 nieuwe woningen te bouwen. Tevens is er met onderhavig planvoornemen sprake van sloop en nieuwbouw nu er een bestaand, verouderd en minder courant, gebouw wordt gesloopt en er op deze locatie nieuwbouw terugkomt. Dit zorgt ervoor dat de kwaliteit ter plaatse van onderhavig planvoornemen een positieve invulling krijgt en voorkomt verloedering. De ruimtelijke meerwaarde van het plan ziet naast een kwaliteitsverbetering van de bebouwing ook in het tot stand brengen van een verbinding met het achtergelegen park en de toevoeging van groen. 5.4.3
Regionale woningmarktprogrammering Parkstad Limburg
Sinds 2009 vormt gemeente Kerkrade samen met de andere gemeenten in de Stadsregio Parkstad Limburg een Regionale Woningmarktprogrammering. De meest actuele versie is vastgesteld op 21 maart 2019: de Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022. Met deze programmering spreken de gemeenten in Parkstad Limburg uit, rekening te houden met elkaars belangen, gezamenlijk te werken aan en te streven naar een evenwichtige woningmarkt.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
23
De gemeenten geven met deze regionale woningmarktprogrammering aan welke woningbouwprojecten het best aansluiten bij de huidige marktomstandigheden en hoe in de toekomst met nieuw toe te voegen woningbouwprojecten wordt omgegaan. Hiermee wordt beoogd om de regio Parkstad een aantrekkelijke woonregio te maken. De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad staat onder druk. In delen van de regio is sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve mismatch. Tegelijkertijd heeft de regio Parkstad een goede basis voor marktstructurering van de woningmarkt. Bij de totstandkoming van de Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 is meer dan in het verleden aandacht geweest voor de kwalitatieve kenmerken van plannen en locaties. Het doel is om te komen tot een gewenste programmering aansluitend bij de huidige en toekomstige kwalitatieve vraag en waar dat wenselijk is volume terug te brengen. De programmering geeft inzicht in de woningbehoefte voor de komende 10 jaar o.a. gebaseerd op de doelgroepen die krimpen en groeien gekoppeld aan product-markt-combinaties. Vervolgens is gekeken naar welke type woningen behoefte is en van welke type woningen overschotten ont staan. De Regionale Woningmarktprogrammering geeft eveneens per gemeente een planlijst met per project het aantal toevoegingen en onttrekkingen.
Het is een instrument dat ervoor zorgt dat de planvoorraad zo goed mogelijk aansluit bij de marktsituatie en waaraan plannen kunnen worden toegevoegd die van toegevoegde waarde zijn op het functioneren van de gemeentelijke en regionale woningmarkt en die bijdragen aan de doorstroming in de bestaande voorraad. Een nieuw initiatief kan op verzoek van het college van Burgemeester en Wethouders aan de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van de Stadsregio Parkstad Limburg, worden toegevoegd aan de Regionale woningmarktprogrammering. Het nieuwe initiatief wordt kwalitatief en kwantitatief afgewogen. Daarbij dient tevens te worden voldaan aan de compensatiesystematiek zoals is vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Doorwerking projectgebied Het plan voldoet aan de woonbehoefte van gemeente Kerkrade wegens het toevoegen van levensloopbestendige huurwoningen. Tevens wordt er met het planvoornemen een bijdrage aan de opgave uit de woondeal voor Zuid-Limburg geleverd nu er 25 woningen worden toegevoegd. Als laatste voldoet het planvoornemen aan de structuurvisie Wonen Zuid-Limburg omdat het initiatief bij draagt aan de aantrekkelijkheid van de woonregio Zuid-Limburg. Tevens is het planvoornemen op 3 oktober 2024 afgestemd met de regio. 5.4.4
Conclusie
De activiteit past binnen de regionale doelstellingen en het regionale beleid, deze aspecten vormen derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.5
Beleid Waterschap
5.5.1
Waterschapverordening Waterschap Limburg
De waterschapsverordening, voorheen de keur, is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de waterschapsverordening van toepassing. Het Algemeen Bestuur heeft in zijn vergadering van juli 2021 de Waterschapsverordening Waterschap Limburg vastgesteld. Deze verordening is tegelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden en bestaat uit een aantal instrumenten.
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
24
De zorgplicht is het eerste instrument om handelingen in, aan, boven en onder watersystemen en hun beschermingszones te reguleren. Met deze zorgplicht wordt recht gedaan aan het 'ja, mits'-uitgangspunt. De handelingen zijn toegestaan, mits er voldoende zorg in acht is genomen. Op basis van deze zorgplicht krijgt eenieder de verantwoording om bij het uitvoeren van handelingen voldoende zorg voor het functioneren van het watersysteem en de beschermingszones in acht te nemen. Het waterschap gebruikt de zorgplicht bovendien als vangnet om te kunnen optreden tegen handelingen waarin daadwerkelijk schade is of dreigt te worden toegebracht aan het watersysteem. De zorgplicht moet dus altijd worden nageleefd. Algemene regels vormen het tweede instrument om handelingen te reguleren. Er is pas gekozen voor een algemene regel, wanneer alleen de zorgplicht voor de betreffende handeling onvoldoende bescherming biedt voor het functioneren van het watersysteem. Het is, vanwege geografische verschillen, mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een algemene regel. In de algemene regels worden concrete voorschriften opgenomen waaraan bij de handeling moet worden voldaan. De handelingen waarvoor algemene regels gelden zijn toegestaan, mits aan alle voorschriften wordt voldaan.
De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Een van de voorschriften van de algemene regels kan zijn dat de handeling vooraf moet worden gemeld aan het waterschap. Dit is niet altijd het geval. Een meldplicht is alleen opgenomen wanneer: (1) het waterschap bekend wil zijn met de activiteit (bijv. vanuit een oogpunt van onderhoud) en/of (2) het waterschap wil kunnen beoordelen of het opstellen van een maatwerkvoorschrift nodig is. Om het toezicht goed te kunnen uitoefenen is het belangrijk dat de melding tijdig, dat wil zeggen met inachtneming van de termijn die daarvoor is bepaald in de betreffende algemene regel, wordt ingediend. De algemene indieningstermijn is 4 weken. De vergunningplicht is het derde instrument in de waterschapsverordening om handelingen te reguleren. In deze waterschapsverordening is alleen gekozen voor een vergunningplicht, wanneer toetsing van de plannen voorafgaand aan de uitvoering van de handeling, noodzakelijk is met oog op bescherming van de waterstaatswerken en/of de daaraan verbonden belangen van het waterschap. De vergunningplicht beperkt zich derhalve tot de handelingen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het functioneren van het watersysteem.
Het is vanwege geografische verschillen mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een vergunningplicht. De wijze waarop vergunningaanvragen worden beoordeeld, is vastgelegd in beleidsregels. Bij het uitvoeren van de handeling moet initiatiefnemer de voorschriften in de vergunning naleven. Handelen in strijd met aan een vergunning verbonden voorschriften is op grond van artikel 5.5 lid 3 van de Omgevingswet verboden. De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Per specifieke uitvoeringsregel is in de stroomschema's aangegeven voor welke handelingen naast de zorgplicht, ook een vergunningplicht geldt. 5.5.2
Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027
De grootste opgave voor het waterschap is zonder enige twijfel de klimaatverandering. De uitstoot van broeikasgassen daalt nog niet en het scenario wordt steeds reëler dat de gemiddelde wereldtemperatuur in 2100 drie of meer graden is gestegen. Hierdoor neemt de kans op extreme droogte en wateroverlast fors toe. Iets dat ons nu al keihard raakt, denkend aan de watertekorten in 2018, 2019 en 2020 en de overstromingen van juli 2021. De komende periode is ook de laatste fase van de huidige Europese Kaderrichtlijn Water, die stelt dat in 2027 het watersysteem op orde moet zin. Dit vereist ecologisch, hydrologisch en geomorfologisch herstel van oppervlaktewateren en behoud of herstel van de fysisch-chemische toestand. Dat vraagt om forse
TAM-omgevingsplan woningbouw ontwikkeling Erpostraat 1 – Holzstraat 19A
25
inspanningen van het waterschap en alle sectoren die de waterkwaliteit beïnvloeden. Opkomende stoffen zoals PFAS, medicijnresten en microplastics geven ons nieuwe uitdagingen. Om de Maasvallei in 2050 volgens de geldende normen te beschermen tegen overstromingen, moeten in de planperiode nog vele kilometers waterkeringen worden versterkt, al dan niet in combinatie met rivierverruiming. Om Limburg toekomstbestendig te maken, wordt er verwacht dat iedereen meedoet. Iedereen die een woning, bedrijfsgebouw, landbouwgrond, tuin, erf, openbare verharding of natuurgebied bezit of beheert, kan bijdragen aan het Klimaatadaptief maken van Limburg. Het waterschap kiest hiervoor een aanjaagrol en biedt ondersteuning waar dat kan. Klimaatadaptatie is een thema dat iedere inwoner van Limburg raakt en derhalve is het ook belangrijk om hier bij iedere ontwikkeling over na te denken. 5.5.3
Conclusie
Om de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of omgevingsactiviteit in beeld te brengen en de waterbelangen te waarborgen c.q. te wegen is voor deze situatie de rapportage ‘watertoets’ opgesteld. In paragraaf 7.5 ‘Weging van het waterbelang’ en in de bijlage worden de resultaten van deze rapportage besproken. In de watertoets zijn de voorgaande beleidsstukken van het waterschap beschouwd. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de activiteiten passen binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap.
5.6
Gemeentelijk beleid
5.6.1
Structuurvisie Kerkrade 2010 - 2020
Op 30 maart 2011 is de structuurvisie 'Kerkrade 2010 - 2020' vastgesteld door de gemeenteraad. Dit betreft een gemeentelijk strategisch beleidsdocument, waarin op hoofdlijnen de afwegingen en keuzes voor de periode 2010 – 2020 zijn beschreven voor de thema's: landschap en groen, toerisme, recreatie en cultuur, verkeer, voorzieningen, werken en wonen. Het is een richtinggevend document waarin duidelijk wordt welk sociaal, economisch en ruimtelijk beleid de gemeente nastreeft. De visie schetst een beeld van Kerkrade, van haar ontstaan en van de wijze waarop de gemeente samen met inwoners en andere partijen de komende jaren aan de slag wil gaan. De ambitie van Kerkrade is om een Europese en gastvrije stad te zijn die weliswaar kleiner is 'gegroeid' voor wat betreft het aantal inwoners, maar waarbij dat niet ten koste is gegaan van de kwaliteit van leven, wonen en werken. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn uitgewerkt in stadsdeelvisies voor de wijken West, Oost (I en II) en Noord, die daarna juridisch worden vastgelegd in bestemmingsplannen. Het besluitgebied maakt onderdeel uit van Kerkrade Oost. Ten aanzien van het thema ‘Wonen’ is de ambitie om de herstructurering te versnellen en tegelijkertijd de leefbaarheid in het gebied te verbeteren.
Stadsdeelvisie Kerkrade-Oost I De visie welke wordt behandeld in de stadsdeelvisie bestaat uit: Onbegrensd leven, wonen en werken in de Bovenstad tussen Anstel en Worm. In het kader van de herstructurering biedt het kenmerkende groene en rode casco van Kerkrade talloze mogelijkheden voor het ontwikkelen van een unieke, onderscheidende en aantrekkelijke woon- en leefomgeving voor diverse doelgroepen. Een 'stedelijke' omgeving, verbonden met het centrum en de buurtcentra, met op loopafstand toegankelijke voorzieningen zoals een uitstekend cultuuraanbod, een afgestemd zorgaanbod en een gevarieerd winkelaanbod. Een 'dorpse' omgeving, verbonden met de groene aders en de bebouwingslinten, waar kwaliteiten als rust, groen, betaalbare (grote) huur- en koopwoningen met royale tuinen samengaan met de aanwezigheid van goed bereikbare stedelijke voorzieningen in de centra. De ligging in Parkstad Limburg en nabij Duitsland biedt de inwoners bovendien grenzeloze mogelijkheden op het gebied van werkgelegenheid (o.a. Brainport 2020) en een uniek cultuuraanbod in Aken. Omgekeerd stimuleren (Eu)regionale