Transitievisie Warmte 1.0 Kerkrade_interactief_versie definitief.pdf
Tekst van het document
Inhoud
Kerkrade aardgasvrij We doen het samen! 4
Strategische thema’s
Relevante ontwikkelingen voor de JGZ
5
Transitievisie Warmte 1.0
De ambities van het NCJ
9
seitibma eD JCN teh nav
11
December 2021
gnikrewnemas emmilS
Slimme samenwerking 15
51
pahcsnamkav lovedraaW 31
Impactvolle praktijk
Waardevol vakmanschap 13
11
kjitkarp ellovtcapmI
5
Organisatorische inbedding en randvoorwaarden
9
negnilekkiwtno etnaveleR ZGJ ed roov
Inleiding
1
17
Inhoud van het NCJ
9
Inhoud Inhoud
Waardevol vakmanschap 13
Slimme samenwerking 15 Waardevol vakmanschap 13
Inleiding Relevante ontwikkelingen voor de JGZ De ambities van het NCJ Inleiding 4 Samenvatting
4 5 9
Strategische thema’s Impactvolle praktijk
11
Relevante ontwikkelingen voor de JGZ
Inleiding
5
Impactvolle praktijk
11
Waardevol vakmanschap 13 1. Onze uitgangspunten Slimme samenwerking 15 Impactvolle praktijk 11
9 2. De opgave
De ambities van het NCJ
5 9
De ambities van het NCJ
Waardevol 13 vakmanschap Slimme samenwerking 15
9
Waardevol vakmanschap 13
3. De transitie naar aardgasvrij
Slimme samenwerking 15
Slimme samenwerking 15
Organisatorische inbedding en randvoorwaarden
Waardevol vakmanschap 13 Organisatorische Strategische thema’s Bijlagen Hoofdstukken Slimme samenwerking 15
Relevante ontwikkelingen Slimme samenwerking 15 voor de JGZ De ambities van het NCJ
Slimme samenwerking
4. Van visie naar uitvoering
2
inbedding en randvoorwaarden
17
15
1
Samenvatting Inhoud
4 Inleiding Gemeenten zijn volgens het Klimaatakkoord de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Vóór eind 2021 moet daarom elke gemeente een Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen. Zo’n TVW geeft richting aan de gewenste aanpak en bevat voorstellen om een stad aardgasvrij te verwarmen. De TVW dat nu 5 Relevante ontwikkelingen voor u ligt, geeft inzicht in deze opgave voor de voor de JGZ gemeente Kerkrade en laat zien wat er nodig is om tot een wijk-voor-wijkstappenplan te komen dat alle betrokken partijen houvast biedt.
De ambities van het NCJ Voor eind 2021 moet el ke gemeente een Transitievisie Warmte vas ts tellen.
9
Strategische thema’s
Inleiding: noodzaak en oorsprong
De inleiding gaat in op de noodzaak en oorsprong van de TVW. Ook wordt duidelijk gemaakt hoe de TVW past binnen de ontwikkelingen in de Stadsregio Parkstad Limburg. Een belangrijke pijler van de transitievisies binnen Parkstad, en dus ook Impactvolle praktijk 11 van de TWV van de gemeente Kerkrade, is dat de TVW uit twee parallelle sporen zal bestaan. Het eerste spoor betreft het ‘aardgasvrij-voorbereid’ maken van gebouwen. Het tweede spoor betreft een gebiedsgerichte aanpak om wijken, gebieden of andere clusters van gebouwen van een alternatief voor aardgas te voorzien. Deze zogenaamde ‘TVW 1.0’ verschaft een eerste beeld van de techniekenWaardevol waarmee de gemeente Kerkrade in vakmanschap 13 potentie aardgasvrij gemaakt zou kunnen worden. Vanwege een nog niet voldoende inzicht over kenmerken van gebieden, beschikbaarheid van warmtebronnen en kosten zal geen uitspraak worden gedaan over een voorkeursvolgorde van plangebieden. Hiervoor is een extra verdiepingsslag nodig. Die willen wij als gemeenteraad maken in de ‘TWV 2.0’ die we in 2022 opleveren. Slimme samenwerking 15
3
Organisatorische Hoofdstuk 1: inbedding en onze uitgangspunten randvoorwaarden
17
Dit hoofdstuk gaat over de uitgangspunten voor de warmtetransitie, waarbij de betaalbaarheid, duurzaamheid, en betrouwbaarheid van alternatieven leidend zullen zijn. Ook zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan technische en sociale koppelkansen, waarmee we kosten en overlast kunnen beperken. Desalniettemin wordt de warmtetransitie een omvangrijk proces.
Inhoud Inleiding
4
Strategische thema’s
Hoofdstuk 2: de opgave
Hoofdstuk 3: de transitie naar aardgasvrij
In Hoofdstuk 2 staat de opgave gedetailleerd beschreven. Zo heeft ruim 20% van de dik 23.000 woningen in de gemeente Kerkrade een energie5 Relevante ontwikkelingen label van E of lager. Dat betekent dat een aanvoor de JGZ zienlijk aantal woningen beter geïsoleerd moet worden om minimaal energielabel D te halen. Ook wordt naar schatting op dit moment slechts 3% hernieuwbare warmte opgewekt. Naast duurzame elektriciteit en groen gas kunnen ook andere warmtebronnen uitkomst bieden1. Alternatieven opDe basis van duurzame elektriciteit lijken in eerste ambities 9 instantie het meest van het NCJ geschikt. Alternatieven op basis van groen gas het minst. Hoewel Kerkrade over de meeste potentiële restwarmtebronnen beschikt in de regio Parkstad, zullen ook andere potentiële bronnen binnen en buiten Parkstad aangeboord moeten worden.
Dit hoofdstuk schetst, op basis van een eerste inventarisatie van diverse warmtebronnen, vijf mogelijke strategieën om aardgasvrij te verwarmen. Deze vijf strategieën kunnen worden onderverdeeld op basis van (a) individuelepraktijk technieken Impactvolle 11 (elektrische of hybride warmtepompen, zonneboilers en infraroodpanelen), (b) collectieve technieken (lagetemperatuur, middentemperatuur en hogetemperatuur warmtenetten) en (c) hernieuwbaar gas. Zowel de beschikbaarheid en temperatuur van restwarmtebronnen als de beschikbaarheid van groen gas biedt drie mogelijke scenario’s voor de warmtetransitie van Kerkrade.vakmanschap Ieder scenario 13 vraagt om Waardevol een eigen isolatiestrategie en bijbehorende alternatieven voor aardgas. Mogelijke selectiecriteria voor plangebieden zijn bijvoorbeeld draagvlak onder bewoners, kenmerken van de gebouwde omgeving, koppelkansen en inzichten van stakeholders.
Organisatorische inbedding en Hoofdstuk 4: randvoorwaarden van visie naar uitvoering
Groen gas is de duurzame variant van aardgas en wordt gemaakt door biogas (uit de vergisting van mest of andere afvalproducten) op te waarderen tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas.
4
17
Dit hoofstuk beschrijft hoe de gemeente Kerkrade van een transitievisie tot uitvoering kan komen. Concrete stappen en een eerste raming van de benodigde middelen om tot een TVW 2.0 te komen staan gedetailleerd beschreven. De gemeenteraad moet zich in ieder geval buigen over toewijzing van de benodigde capaciteit en middelen, de selectie(criteria) van plangebieden en het vormgeven van een ‘no regret’ isolatiestrategie. Tot slot staan in hoofdstuk 5 de beoogde stappen om tot uitvoeringsplannen te komen na vaststelling van de TVW 2.0 en de gewenste betrokkenheid van de gemeenteraad beschreven.
Slimme samenwerking 15 1
Inhoud
Inleiding
4
Relevante ontwikkelingen voor de JGZ
5
De ambities van het NCJ
9
Strategische thema’s
Impactvolle praktijk
Organisatorische inbedding en randvoorwaarden
11
Waardevol vakmanschap 13
We zet ten eers t zoveel mogelij k in op energiebesparing.
Slimme samenwerking 15
5
17
Inleiding Inhoud
4 Inleiding Het klimaat verandert en de aarde warmt op.
Strategische thema’s tot nul zijn teruggebracht. Ook op nationaal niveau
De gemiddelde temperatuur is in de afgelopen 130 jaar met ongeveer 0,8° Celsius gestegen. In het meest recente rapport2 van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) wordt de menselijke beïnvloeding van het klimaatsysteem als een vaststaand feit bevestigd. Ook stelt het 5 Relevante ontwikkelingen IPCC-rapport dat de komende 10 jaar de gemidvoor de JGZ delde temperatuur zeer waarschijnlijk met meer dan 1,5° Celsius zal stijgen ten opzichte van het begin van de industriële revolutie. In december 2015 is in het Klimaatakkoord van Parijs afgesproken om de opwarming van de aarde tot 2° Celsius te beperken, en zo mogelijk tot 1,5° Celsius. Dit wordt gezien als een uiterste grens.9 De ambities Daarboven van hetkunnen NCJ de effecten van klimaatverandering zeer bedreigend zijn.
is besloten om invulling te geven aan de internationale klimaatdoelen. Zodoende legde Nederland in 2019 de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs vast in de Klimaatwet. Hierin staat dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% verminderd moet zijn ten opzichte van 1990, en in 2050 met 95%. Om deze doelstelling te realiseren, hebbenImpactvolle de overheid, bedrijven praktijk 11 en maatschappelijke organisaties in het Nationale Klimaatakkoord inhoudelijke maatregelen afgesproken.
Om klimaatverandering het hoofd te bieden, is op 28 juni 2021 de Europese Klimaatwet aangenomen. Hierin zijn de Europese klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 vastgelegd: de Europese Unie moet in 2030 55% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. In 2050 moet de broeikasgasemissie
Het Nationale Klimaatakkoord bestaat uit verschillende ‘klimaattafels’: industrie, gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit en landbouw en landgebruik. Voor de klimaattafel ‘gebouwde omgeving’ Waardevol is afgesproken om tot 2050 vakmanschap 13 ruim 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen op een duurzame manier te verwarmen. Fossiel gasgebruik ter verwarming van gebouwen heeft namelijk een wezenlijk aandeel in klimaatverandering. Bovendien lopen de energiekosten op omdat bestaande energiebronnen schaarser worden. Gasprijzen stijgen waardoor onze energierekening
17 Organisatorische steeds hoger wordt en energiearmoede toeneemt . inbedding en Niets doen is dan ook geen optie. Gemeenten randvoorwaarden voeren hierin de regie. Hoe een gemeente duur3
zaam verwarmen gaat oppakken en in welke wijken ze wanneer aan de slag gaat, beschrijft elke gemeente in een eigen Transitievisie Warmte (TWV). Met deze Transitievisie Warmte 1.0 geven we richting aan de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in de gemeente Kerkrade. Als gemeenteraad stellen we in deze visie de belangrijkste uitgangspunten vast en leggen zo de basis voor de verdere uitwerking naar de Transitievisie Warmte 2.0 en de wijkuitvoeringsplannen.
De Energietransitie in Parkstad In 2013 zijn we begonnen met het ontwikkelen van plannen van de overgang naar een duurzamere energievoorziening. In 2015 hebben de gemeenteraden van Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal het eerste energietransitiebeleid Parkstad Limburg EnergieTransitie (PALET)
Slimme samenwerking 15 De omvang van de klimaatverandering en de urgentie om te handelen worden bevestigd door het meest recente rapport van het IPCC, ‘Climate Change 2021. The Physical Science Basis’, uit 2021. Het IPCC is het klimaatpanel van de VN en doet zelf geen onderzoek maar analyseert recente wetenschappelijke onderzoeken. 3 Zie ook: Polen, S. van (2020), Ontwikkelingen in de energierekening tot en met 2030. Achtergrondrapport bij de Klimaat- en Energieverkenning 2020, Den Haag: PBL 2
6
Inhoud
4 Inleiding unaniem vastgesteld. Met PALET heeft Parkstad
Strategische thema’s De overgang naar aardgasvrije gebouwen is een
de ambitie uitgesproken om via energiebesparing en duurzame energieopwekking in 2040 energieneutraal te zijn. Deze ambitie is vertaald naar een regionaal uitvoeringsprogramma. De Parkstadgemeenten werken hierin samen.
enorme opgave binnen de hele energietransitie. Zo wordt ruim 80% van het totale energieverbruik van woningen in Kerkrade gespendeerd aan aardgas voor ruimteverwarming en warm tapwater. Aardgasgebruik in woningen vormt dan ook het overgrote deel van de energievraag in onze gebouwde omgeving. Hier moet een duurzame oplossing voor komen. De TVW versie Impactvolle praktijk 11 1.0 en verdere versies gaan hier invulling aan geven.
Relevante ontwikkelingen
5
Om de energietransitie in heel Nederland vorm voor de JGZ te geven, zijn afspraken gemaakt tussen rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen. Hiervoor is Nederland onderverdeeld in 30 regio’s. Elke regio stelt een Regionale Energie Strategie (RES) op. De RES is met name gericht op het grootschalig opwekken van hernieuwbare elektriciteit op land (wind- en zonne-energie) en9 De ambities opvan grote daken (zonne-energie). Daarnaast worden het NCJ als onderdeel van de RES in een Regionale Structuur Warmte (RSW) ook de regionale warmtevraag en het warmteaanbod in beeld gebracht en wordt een inzicht gegeven in de bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. De Parkstadgemeenten maken onderdeel uit van de RES Zuid-Limburg. De RES 1.0 van Zuid-Limburg is te vinden via https://www.reszuidlimburg.nl/
De Transitievisie Warmte Naast het opstellen van de Regionale Energie Strategie met als onderdeel daarvan de Regionale Structuur Warmte, hebben alle Nederlandse gemeentenWaardevol van de rijksoverheid de opdracht vakmanschap 13 gekregen om een Transitievisie Warmte (TVW) te schrijven. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere gemeente uiterlijk eind 2021 een eerste TVW heeft. Hierin beschrijven gemeenten hoe zij samen met stakeholders de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier gaan invullen en in welk tempo. Voor de wijken waarvan de transitie vóór Slimme samenwerking 15 2030
7
Organisatorische inbedding en randvoorwaarden
17
Inhoud
4 Inleiding gepland is, maken de gemeenten ook de potentiële alternatieve warmtetechnieken bekend. De TVW moet minimaal om de vijf jaar worden herijkt, zodat nieuwe inzichten en ontwikkelingen kunnen worden meegenomen en doelen en keuzes tijdig kunnen worden bijgesteld.
Relevante ontwikkelingen
5
In het Klimaatakkoord is afgesproken de Transitievoor de JGZ visie Warmte te borgen binnen de Omgevingswet. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De Omgevingswet geeft een gemeente hiervoor nieuwe instrumenten: de TVW moet landen in een ‘omgevingsvisie’ en/of een ‘omgevingsprogramma’ De ambities 4. Verder is er in strikt9 juridische zin geen van het NCJwetgeving die eisen stelt aan de wijze waarop gemeenten deze plannen vaststellen en aan welke eisen deze plannen moeten voldoen5. De TVW is daarom enkel een strategisch visiedocument dat een beeld schetst van de warmtetransitie. Het document heeft nog geen juridische status. Een gemeente mag de TVW wel vanuit haar wettelijke bevoegdheden als beleid vaststellen. 4
5 6
Strategische thema’s
Transitievisie Warmte Kerkrade 1.0 Deze TVW 1.0 verschaft een eerste beeld van hoe Kerkrade in potentie aardgasvrij kan worden. De TVW versie 1.0 is gemaakt met behulp van de ‘Leidraad’: een hulpmiddel gemaakt door de rijksoverheid om de gemeenten in Nederland houvast te bieden bij het opstellen van de TVW. De Leidraad Impactvolle praktijk 11 bestaat uit twee onderdelen: de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Handreiking voor lokale analyse van het Expertise Centrum Warmte (ECW). De Startanalyse is een technisch-economische analyse op basis van landelijke data, gemaakt in het model Vesta MAIS6. Deze analyse biedt op wijkniveau Waardevol een eerstevakmanschap beeld van de tecnisch13 economische en duurzaamheidsgevolgen van vijf CO2-neutrale warmtestrategieën. Denk hierbij aan de totale nationale kosten van de alternatieven voor aardgas, energievraag en CO2-reductie. Met behulp van de Handreiking voor lokale analyse kunnen gemeenten de Startanalyse verrijken met lokale data van (lokale) stakeholders.
Slimme samenwerking 15
17 Organisatorische Op basis van de Startanalyse geeft deze TVW inbedding en een eerste beeld van de technieken waarmee de randvoorwaarden gemeente in potentie aardgasvrij gemaakt kan worden, op het schaalniveau van een wijk op basis van de administratieve CBS-indeling van buurten/wijken. De Startanalyse gaat uit van gemiddelden en meest voorkomende situaties. Afwijkende gebouwtypes binnen een CBS-wijk, zoals een nieuwbouwcomplex in een wijk uit 1950, zijn slechts beperkt meegenomen in de afwegingen op wijkniveau. Daarnaast geeft deze TVW 1.0 een eerste aanzet voor mogelijke selectiecriteria op basis waarvan een voorkeursvolgorde van de wijken of ander cluster van gebouwen gemaakt kan worden. In de Kerkraadse wijken is veel verscheidenheid in bijvoorbeeld gebouwtypes en bouwjaren. De Startanalyse kijkt niet naar kenmerken van een gebied die wellicht de buurt- of wijkgrens overschrijden en verschaft ook geen inzicht in de daarbij bijbehorende kosten. Redenen voor ons om op dit moment nog geen definitieve keuze te maken voor één of meerdere wijken. Hiervoor is
De nieuwe Omgevingswet gaat naar verwachting in op 1 juli 2022. Dan worden bijvoorbeeld de visie en plannen zoals wij die nu kennen in de wereld van de ruimtelijke ordening, vervangen: zo wordt de huidige Structuurvisie vervangen door een ‘Omgevingsvisie’ en het huidige ‘Bestemmingsplan’ door het ‘Omgevingsplan’ (zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet). https://www.aardgasvrijewijken.nl/themas/regieenorganisatie/transitievisie+warmte2/wat+is+een+transitievisie+warmte/besluitvorming+transitievisie+warmte/default.aspx Meer informatie over dit model is te vinden op de website van het PBL: https://www.pbl.nl/modellen/vesta
8
Inhoud
4 Inleiding een extra verdiepingsslag nodig, waarbij we op een gedetailleerder niveau naar de gebouwen in de gemeente kijken. Op basis daarvan kunnen we vervolgens meer gefundeerde conclusies trekken over de vraag welke wijken, buurten of andere clusters van gebouwen in Kerkrade we het beste als eerste aardgasvrij kunnen maken. Deze meer 5 Relevante ontwikkelingen gedetailleerde, meer ‘natuurlijke’ dan administravoor de JGZ tieve analyse, is in het belang van onze inwoners en gebouweigenaren.
De ambities van het NCJ
Strategische thema’s
17 Organisatorische het gaat hierbij vooral om isoleren. Dit noemen we inbedding en het ‘aardgasvrij-voorbereid’ maken van gebouwen. randvoorwaarden
Een tweede belangrijke pijler van de TVW 1.0 is het verschaffen van inzicht in wat er nodig is om tot uitvoering te komen. De transitie richting aardgasvrij in 2050 kent twee parallelle sporen:
2. Een gebiedsgerichte aanpak: het aardgasvrij maken van een wijk, buurt of andere clusters van gebouwen; dus inclusief het daadwerkelijk overschakelen op het alternatief voor aardgas zoals een warmtenet of een ‘all-electric’ oplossing.
Een opmaat naar Transitievisie Warmte Kerkrade 2.0
Impactvolleaanpak: praktijk 11 1. Een gemeentebrede woningen en andere gebouwen worden voorbereid op een alternatief voor aardgas:
9 Waardevol vakmanschap 13
De gemeentebrede aanpak en verdiepende analyse op pandniveau voor een gebiedsgerichte aanpak verwerken we in de 2.0-versie van de TVW. Mede op basis van dit laatste worden buurten, wijken of ‘gebieden7’ geselecteerd die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan. Deze noemen we vanaf nu ‘plangebieden’. Bij het maken van de TWV 2.0 werken we nauw samen met de andere Parkstadgemeenten. Eventuele warmtebronnen en warmtenetten houden immers niet per definitie op bij de gemeentegrens. Vanzelfsprekend betrekken we ook onze inwoners en andere partijen zoals woningcorporaties en Enexis erbij. De TVW 2.0 wordt in de loop van 2022 opgeleverd.
Slimme samenwerking 15 7
Dat kan een wijk of buurt zijn waarmee aan de slag wordt gegaan, maar ook een deel, of delen van wijken/buurten die naast elkaar liggen en die gezien hun kenmerken als één gebied beschouwd kunnen worden. Waardoor het logisch is om met dat gebied als geheel aan de slag te gaan
9
Inhoud
4 Inleiding In de 2.0 versie komen onderwerpen aan de rode
Strategische thema’s met elkaar vergeleken. De resultaten van deze
als de rol van de gemeente in de warmtetransitie, het op basis daarvan inrichten van de uitvoeringsorganisatie, kaders voor participatie en de op te stellen uitvoeringsplannen. Hierbij kijken we wederom samen met betrokken partijen als inwoners, de woningcorporaties en Enexis naar 5 Relevante ontwikkelingen wat haalbaar en wenselijk is om gebouwen van voor de JGZ het aardgas af te halen en welk alternatief de voorkeur heeft. De keuzes die we maken in de TVW 2.0 worden verder uitgewerkt in uitvoeringsplannen voor de plangebieden. Dit is maatwerk.
analyse leest u in hoofdstuk 3.2. In samenwerking met (lokale) stakeholders bepaalden we de leidende uitgangspunten voor de warmtetransitie en formuleerden we selectiecriteria om de kansrijke wijken en buurten te bepalen. Deze criteria worden uitgebreider beschreven in hoofdstuk 3.3.
Hoe is deze Transitievisie Warmte totDe stand gekomen? ambities
van het NCJ
9
De gemeente Kerkrade is samen met de Stadsregio Parkstad, de andere parkstadgemeenten en betrokken stakeholders (zoals woningcorporaties, energiecoöperaties, netbeheerder Enexis en WML) aan de slag gegaan met het maken van de TVW. Onder leiding van een regionale warmtecoördinator onderzochten we de toekomstige warmtetechnieken voor Kerkrade. We hebben aan de hand van de Startanalyse de verschillende alternatieven
De gemeente,Impactvolle Enexis, WML en de woningcorpopraktijk 11 raties hebben relevante aanvullende informatie aangeleverd, bijvoorbeeld over (geplande) nieuwbouw of renovaties van het woningbestand en werkzaamheden aan de fysieke infrastructuur in de buurt. In een aantal (digitale) sessies hebben deze partijen, op basis van de alternatieve technieken en opgestelde selectiecriteria, meegedacht overWaardevol mogelijke vakmanschap kansrijke wijken/buurten. 13 Dit heeft, zoals eerder uitgelegd, nu nog niet geleid tot het definitief aanwijzen van gebieden. We hebben alle huishoudens in een online enquête gevraagd hoe zij tegen de warmtetransitie aankijken en in welke mate zij bereid zijn zelf actie te ondernemen. In totaal hebben circa 2000 huishoudens deelgenomen aan ditsamenwerking onderzoek. Dit waren grotenSlimme 15 deels particuliere woningeigenaren.
10
17 Organisatorische In bijlage 1 worden de uitkomsten van dit draaginbedding en vlakonderzoek met MoVe2030 beschreven. randvoorwaarden
In dit proces is de gemeenteraad op verschillende momenten meegenomen, onder meer door raadsinformatiebrieven en -avonden. De transitie naar een aardgasvrije omgeving gaat niet alleen om aanpassingen in de openbare ruimte, maar ook om aanpassingen ‘achter de voordeur’. De TVW is daarom in de eerste plaats gericht op de inwoners van Kerkrade. Dit visiedocument biedt echter ook belangrijke aanknopingspunten voor andere betrokken partijen, zoals woningcorporaties, netbeheerders en installatiebedrijven. De transitie naar een aardgasvrije samenleving vraagt namelijk ook iets van hen, zoals investeringen in het woningvastgoed of in de energie-infrastructuur. We trekken daarom vanaf het begin samen op. In bijlage 2 vindt u een overzicht van de partners die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte 1.0.
Inhoud
De overgang naar een 4 Inleiding Strategische thema’s aardgasv rije gemeente slaag t alleen als iedereen kan meedoen! Relevante ontwikkelingen voor de JGZ
5
De ambities van het NCJ
9
Impactvolle praktijk
11
Waardevol vakmanschap 13
Slimme samenwerking 15
11
Organisatorische inbedding en randvoorwaarden
17
1. Onze uitgangspunten voor de warmtetransitie Inhoud Inhoud 44 Inleiding Inleiding Voor de transitie naar een aardgasvrije gebouwde
Strategische Strategische thema’s thema’s Nu bij de Transitievisie Warmte en straks bij
omgeving zijn enkele belangrijke uitgangspunten geformuleerd. Met deze uitgangspunten als basis kiezen we in welke plangebieden we als eerste aan de slag gaan. De uitgangspunten zijn daarom een richtlijn voor het selecteren van de eerste wijken, buurten of andere clusters van gebouwen. 55 Op basis van de uitgangspunten maken we ook Relevante Relevante ontwikkelingen ontwikkelingen criteria uitvoering van de warmtetransitie voor voorvoor de dedeJGZ JGZ in deze gebieden.
de uitvoeringsplannen voor de plangebieden. Gebouweigenaren hebben vooralsnog de keuze om vrijblijvend mee te doen met de gekozen energie-infrastructuur voor hun buurt8.
1.1 We doen het samen De overgang naar een duurzame aardgasvrije gemeente slaagt alleen als iedereen meedoet. Zeker omdat in onze wijken en buurten zoveel De Deambities ambities 99 verschillende soorten van vanhet hetNCJ NCJ gebouwen staan. Alleen door samen te werken, kunnen we een aanpak ontwikkelen die zo goed mogelijk aansluit bij een buurt en de gebouwen daarbinnen. Daarbij hebben we iedereen nodig: individuele woningeigenaren, huurders, woningcorporaties en andere verhuurders, maar ook organisaties, instellingen en bedrijven zoals netbeheerder Enexis. Daarom worden al deze partijen betrokken bij de transitie. Niet alleen bij de uitvoering, maar ook bij het maken van de plannen. 8 9
1.2 We zetten in op energie besparen: ‘aardgasvrij-voorbereid’ Impactvolle Impactvollepraktijk praktijk 1111 In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 ongeveer 20% van alle woningen en gebouwen in Nederland aardgasvrij is. Onze ambitie ligt in lijn met die nationale doelstellingen. Maar we moeten meer de diepte in om de Kerkraadse doelstellingen nader te formuleren, zoals in de inleiding aangegeven. Een goede basis is essentieel om nu en ook na 2030 met de warmtetransitie verder te kunnen. We richtenWaardevol ons daarom parallel en gemeenteWaardevol vakmanschap vakmanschap 13 13 breed ook op energiebesparing. Goede isolatie en ventilatie zijn randvoorwaarden om onze gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Daarom kan het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving niet los worden gezien van het stimuleren en ondersteunen van gebouweigenaren bij het Slimme Slimmesamenwerking samenwerking 15 15gebouwen. ‘aardgasvrij-voorbereid’ maken van hun
17 17 Organisatorische Organisatorische Kortom: de gemeente zet in op het volledig aardinbedding inbeddingen en gasvrij maken van plangebieden waar dit mogelijk randvoorwaarden is,randvoorwaarden rekening houdend met de uitgangspunten genoemd in dit hoofdstuk. Tegelijkertijd zetten we gemeentebreed zoveel mogelijk in op energiebesparing. De WoonWijzerWinkel Limburg - als ons fysieke energieloket - draagt hieraan bij. Ook gaan we de mogelijkheden verkennen om ontzorgingsprojecten voor energiebesparing te ontwikkelen zoals we dat ook voor het Zonnepanelenproject Parkstad hebben gedaan.
1.3 Betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar Betaalbaar In het Klimaatakkoord staat: ‘de duurzame transformatie van de gebouwde omgeving slaagt alleen als iedereen mee kan doen. Daarvoor moet ze ook voor iedereen betaalbaar zijn’9. Kortom: iedereen moet mee kunnen doen aan deze energietransitie. Daarom vinden wij het belangrijk dat de woonlasten van de inwoners betaalbaar blijven. Hierbij kijken we naar zowel de nationale kosten als de eindgebruikerskosten. Nationale kosten zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om in een gebied over te stappen op een andere manier van verwarmen (denk aan de
Meewerken aan een alternatief is op dit moment nog geheel vrijwillig. Dit gaat de komende jaren wel veranderen. Over een aantal jaren kan de gemeenteraad een besluit nemen om een wijk van het gas af te sluiten als er sprake is van een goed alternatief. Rijksoverheid, 2019, Klimaatakkoord, onderdeel C1 Gebouwde Omgeving (pagina15).
12 12
Inhoud Inhoud
44 Inleiding Inleiding kosten voor productie en distributie). Eindgebrui-
Strategische Strategische thema’s thema’s nationale kosten. Eindgebruikerskosten voor een
kerskosten zijn de kosten voor de inwoner zelf. Die bestaan uit onder meer de energierekening en de kosten die nodig zijn om over te schakelen op het alternatief voor aardgas (zoals de kosten voor isoleren of een andere warmte-installatie).
specifieke individuele huurder of woningeigenaar zijn op dit moment nog niet inzichtelijk. Deze worden waar mogelijk al duidelijker in de nadere verdieping in de Transitievisie 2.0 en moeten volledig inzichtelijk worden in de wijkuitvoeringsplannen.
Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen
55
In de Startanalyse zijn alleen gemiddelde nationale voor voorde deJGZ JGZ kosten meegenomen. Het warmtealternatief dat volgens de Startanalyse het beste alternatief voor aardgas is, is gebaseerd op deze gemiddelde
De Deambities ambities van vanhet hetNCJ NCJ
Het Klimaatakkoord geeft woonlastenneutraliteit als uitgangspunt aan: hetpraktijk gelijk blijven Impactvolle Impactvolle praktijk 1111 van de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie (gas, elektriciteit, warmte) en hypo-
99 Waardevol Waardevolvakmanschap vakmanschap 13 13
Slimme Slimmesamenwerking samenwerking 15 15 10
17 17 Organisatorische Organisatorische theeklast of huur. Dat wil zeggen dat de verlaging inbedding inbeddingen en van de energierekening van een huishouden randvoorwaarden randvoorwaarden minimaal gelijk moet zijn aan de maandelijkse financieringskosten of huurverhoging die de energiebesparende maatregelen met zich meebrengen. Door maatregelen als isolatie verbetert daarnaast vaak ook het wooncomfort en zal de waarde van een woning naar verwachting stijgen.
Het is belangrij k da t de woonlas ten van onze inwoners betaalbaar blij ven. Toch blijkt uit rapporten10 van het Planbureau voor de Leefomgeving dat woonlastenneutraliteit onder het huidige voorgenomen beleid geen vanzelfsprekendheid is. Voor een bestaande woning vraagt elk alternatief een investering. En het is nog onduidelijk wie verantwoordelijk is voor welke kosten en wie er betaalt voor deze woonlastenneutraliteit. Het is daarom nog niet mogelijk om aan te geven hoe en in hoeverre de ambitie van betaalbaarheid gerealiseerd kan
Dignum, M. et al. (2021), Warmtetransitie in de praktijk. Leren van ervaringen bij het aardgasvrij maken van wijken, Den Haag: PBL; Schilder, F., & M. van der Staak (2020), Woonlastenneutraal koopwoningen verduurzamen: verkenning van de effecten van beleids- en financieringsinstrumenten, Den Haag: PBL.
13 13
Inhoud Inhoud 44 Inleiding Inleiding worden. We zullen hiervoor alle mogelijkheden van
Strategische Strategische thema’s thema’s Betrouwbaar en realistisch
subsidies en financiële en fiscale regelingen moeten onderzoeken en meenemen waar mogelijk. Dit is maatwerk, en moet per uitvoeringsplan uitgewerkt worden, vóórdat gestart wordt met de uitvoering. Waar we tegen de grenzen aanlopen van wat lokaal/regionaal geregeld kan worden, zal provinRelevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 ciaal of op landelijk niveau geregeld moeten voor voorde deJGZ JGZ worden. Wat in ieder geval zeker lijkt is dat de energiekosten van huishoudens zullen stijgen. Kijk bijvoorbeeld naar de grote prijsstijgingen van een kuub aardgas medio 2021 en de gevolgen daarvan voor huishoudens.
Het alternatief voor aardgas moet betrouwbaar zijn. We gaan voor realistische oplossingen voor de lange termijn. We kiezen voor bewezen technieken en een haalbare fasering. Zo zorgen we ervoor dat we stappen kunnen zetten en voorkomen we dat we inwoners, ondernemers en andere partijen overvragen.
Duurzaam De Deambities ambities 99 De gemeente Kerkrade wil in 2040 energievan van het hetNCJ NCJ neutraal zijn. We zetten daarom in op duurzame alternatieven voor aardgas. Hybride oplossingen, zoals een warmtepomp met Cv-ketel op aardgas, zien we als een tussenoplossing in de transitie. Deze dragen wel bij aan de reductie van CO2, maar niet aan het behalen van de uiteindelijke doelstelling, tenzij er in de toekomst overgeschakeld wordt op groen gas. Het uitgangspunt is in ieder geval om zo duurzaam mogelijke technieken toe te passen.
Impactvolle Impactvollepraktijk praktijk 1111 Er is helaas niet altijd een eenduidige oplossing voor het aardgasvrij maken van gebouwen. Daarom is het belangrijk om betrouwbare en duidelijke informatie aan bewoners te verstrekken en goede begeleiding te bieden. De gemeente communiceert open en transparant over wat er te gebeuren staat en welke keuzes zij maakt, wat bewoners zelf al kunnen doen en welke onzekerheden13 er nog zijn. Waardevol Waardevol vakmanschap vakmanschap 13 Voor onafhankelijk advies kunnen Kerkradenaren terecht bij de WoonWijzerWinkel Limburg.
1.4 Koppelkansen Werk met werk combineren vergroot de haalbaarheid van het aardgasvrij maken van buurten. Het kan voordelig zijn om het aardgasvrij Slimme Slimme samenwerking samenwerking 15 15maken van gebouwen of gebieden af te stemmen op even-
14 14
17 17 Organisatorische Organisatorische tuele andere grootschalige werkzaamheden in inbedding inbeddingen en een buurt. Is de riolering of het gasnet aan verrandvoorwaarden randvoorwaarden vanging of onderhoud toe? Combineer dat dan met bijvoorbeeld het aanleggen van warmteleidingen. Hetzelfde geldt voor geplande grootschalige nieuwbouw of renovatie of bijvoorbeeld veranderingen in de openbare ruimte. Dit zijn natuurlijke momenten om het aardgasvrij maken van gebouwen aan te koppelen. Door slim te koppelen, voorkom je extra kosten en onnodige overlast. De weg hoeft immers maar één keer open in plaats van twee keer. Maatregelen om een woning klaar te maken om van het aardgas af te gaan kunnen ook goed gecombineerd worden met verbouwingen of verhuizingen. Naast technische en bouwkundige koppelkansen is het ook belangrijk om oog te hebben voor sociale koppelkansen. Wat speelt er in een wijk/buurt op maatschappelijk gebied? Welke problematiek is er? Energie-armoede moet worden tegengegaan. Dit is maatwerk en wordt meegenomen bij het samen vormgeven van de wijkuitvoeringsplannen.
Inhoud
Het alterna tief voor aardgas is betaalbaar, 4duurzaam Inleiding Strategische thema’s en bet rouw baar. Relevante ontwikkelingen voor de JGZ
5
De ambities van het NCJ
9
Impactvolle praktijk
11
Waardevol vakmanschap 13
Slimme samenwerking 15
15
Organisatorische inbedding en randvoorwaarden
17
2. De opgave Inhoud Inhoud
44 Inleiding Inleiding Voor de gemeente Kerkrade is een nulmeting uit-
2.1 Energiegebruik gemeente kerkrade
gevoerd, waarbij het energiegebruik in het basisjaar 2017 in kaart is gebracht. Hiermee hanteren we hetzelfde basisjaar als de RES 1.0 Zuid-Limburg, waardoor deze twee documenten goed op elkaar aansluiten. Voor het bepalen van het energiegebruik hebben we gebruik gemaakt van de gegevens Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 die zijn opgenomen in de landelijke Klimaatmonitor, voor voorde deJGZ JGZ waar mogelijk aangevuld met lokale informatie.
De nulmeting geeft een goed overzicht van het energiegebruik in Kerkrade en geeft inzicht per sector. In 2017 bedroeg het totale energiegebruik in Kerkrade 3929 terajoule (TJ) en de totale CO2uitstoot 299,8 kiloton (kton). In onderstaand taartdiagram is het totale energiegebruik in Kerkrade Impactvolle praktijk praktijk 1111 verdeeld overImpactvolle de verschillende sectoren.
Strategische Strategischethema’s thema’s
Energiehuishouding gemeente Kerkrade (in TJ)
De Deambities ambities van vanhet hetNCJ NCJ
99 Waardevol Waardevolvakmanschap vakmanschap 13 13
De sectoren binnen de gebouwde omgeving (woningen, publieke en commerciële dienstverlening) zijn met 881 TJ samen verantwoordelijk voor ongeveer 48%Slimme van de samenwerking totale energievraag Slimme samenwerking 15 15in Kerkrade. Dat is iets lager dan gemiddeld in Parkstad (54%).
16 16
17 17 Organisatorische Organisatorische In de sector ‘industrie’ wordt naar verhouding de inbedding inbeddingen en meeste energie verbruikt (35,5%), op de voet randvoorwaarden randvoorwaarden gevolgd door de sector woningen (33,1%). Echter ook de vervoerssector (15,3%) en de commerciële (8,1%) en publieke dienstverlening (6,7%) hebben een belangrijk aandeel in de energievraag in Kerkrade.
82% van het totale energieverbrui k van woningen is voor ver warmen en warm tapwa ter. Wanneer we de energievraag voor woningen verder uitsplitsen, zien we dat maar liefst 82% van de totale energievraag bestaat uit energie voor het verwarmen van gebouwen en voor warm tapwater. Slechts 18% van de energievraag van huishoudens in Kerkrade bestaat uit elektriciteit. Net als in de rest van Nederland, zijn de meeste woningen in Kerkrade aangesloten op het aardgas. Daarmee staan we voor een grote opgave in de transitie naar aardgasvrije en duurzame manieren van verwarmen en koken.
Inhoud Inhoud
44 Inleiding Inleiding Hoe groot is het aandeel duurzame warmte in Kerkrade? In onderstaand figuur wordt het aantal hernieuwbare warmte-oplossingen in Kerkrade weergegeven voor de periode van 2016 tot 202011. In totaal zijn het 324 pelletkachels, 76 warmtepompen, 15 zonneboilers en 9 biomassaketels. Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 Hiermee wordt ongeveer 3% hernieuwbare warmte voor voorde deJGZ JGZ opgewekt. Dat is een heel beperkt aandeel, dat in de toekomst zal groeien.
Strategische Strategischethema’s thema’s
2.2 Woningen
In totaal heeft Kerkrade 23.904 woningen (2017), verdeeld over 18 buurten (zie bijlage 3 voor een volledig overzicht van de CBS-indeling van buurten). Het totaal aantal woningen is als volgt over de verschillende woningtypes verdeeld:
Impactvolle Impactvollepraktijk praktijk per 1111woningtype Verdeling woningvoorraad Kerkrade
17 17 Organisatorische Organisatorische inbedding inbeddingen en randvoorwaarden randvoorwaarden Duidelijk zichtbaar is dat ongeveer de helft van de woningen (49,8%) dateert uit de periode tussen 1955 en 1985, toen er bouwtechnisch minder goede woningen werden gebouwd. Veel van deze woningen zijn vanwege hun leeftijd aan renovatie toe, wat kansen biedt voor het treffen van energiemaatregelen. Verdeling woningvoorraad per bouwjaar (CBS, 2017)
Hernieuwbare warmte-oplossingen in Kerkrade o.b.v. ISDE aanvragen
De Deambities ambities van vanhet hetNCJ NCJ
11
99
Waarvoor subsidie is aangevraagd via de landelijke subsidieregeling ‘Investeringssubsidie duurzame energie’ (ISDE).
Waardevol Waardevolvakmanschap vakmanschap 13 13 Het energiegebruik varieert per woningtype. Zo zijn flats en appartementen energiezuiniger dan grondgebonden woningen. Daarnaast heeft ook de leeftijd van de woning invloed op het energiegebruik van de woning. De leeftijd van de woning geeft namelijk een indicatie van de bouwkundige kwaliteit. Onderstaande figuur geeft 15 een Slimme Slimmesamenwerking samenwerking 15 overzicht van het bouwjaar van de woningen in Kerkrade.
17 17
Een groot deel van de woningvoorraad bestaat uit koopwoningen (50,8%). Verder is 32,5% van de woningen in bezit van een woningcorporatie (Wonen Limburg, HEEMwonen & Wonen Zuid) en wordt 15% particulier verhuurd.
Inhoud Inhoud Inleiding Inleiding
2.3 Energielabel woningen
44
Het energielabel laat de energieprestatie van een woning zien en geeft richting aan het bepalen van mogelijke energiebesparende maatregelen. De labelklassen voor woningen lopen van A t/m G, oftewel van weinig tot geen besparingsmogelijkRelevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 heden (label A) tot veel (label G). Bij de verkoop voor voorde deJGZ JGZ van een woning is het verplicht om een definitief energielabel te overleggen. Nog niet alle woningen in Nederland hebben een definitief energielabel. Op basis van de woningkenmerken is per woning wel een zogenaamd ‘voorlopig (indicatief) energielabel’ vastgesteld. De verdeling van deze
De Deambities ambities 99 van van het hetNCJ NCJ Verdeling indicatieve energielabels woningen Kerkrade t.o.v. Nederland (www.waarstaatjegemeente.nl)
voorraad in de gemeente Kerkrade én Nederland is weergegeven in figuur links onder12.
17 17 Organisatorische Organisatorische 1.0 een inschatting gemaakt van de warmtevraag inbedding inbeddingen en voor de gebouwde omgeving (woningen en utilirandvoorwaarden randvoorwaarden teiten) in Kerkrade in 2030 en 2050. Als gevolg van
Naast woningen, hebben onder andere winkels en kantoorpanden een belangrijk aandeel in het energieverbruik in de gebouwde omgeving. Ook deze gebouwen moeten worden verduurzaamd.
energiebesparende maatregelen daalt de vraag in de periode van 2017 tot 2030 van bijna 1400 TJ tot iets minder dan 1100 TJ. Dat is een daling van ruim 22%. Tot 2050 zal de warmtevraag naar verwachting met nog eens 25% afnemen tot 816 TJ.
Strategische Strategische thema’s thema’s indicatieve energielabels voor de gehele woning-
Impactvolle Impactvollepraktijk praktijk 1111 Verwachte ontwikkeling warmtevraag gebouwde omgeving Kerkrade 2017-2050
Waardevol Waardevolvakmanschap vakmanschap 13 13
2.4 Verwachte energievraag 2030 De toekomstige warmtevraag per woning zal lager zijn dan nu het gevalsamenwerking is. Zowel Het EnergieBureau Slimme Slimme samenwerking 15 15 als Innoforte hebben voor de RES Zuid-Limburg 12
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), 2021.
18 18
De ontwikkeling van de warmtevraag is afhankelijk van een aantal factoren. Zo is meer dan de helft van de woningen in particulier bezit. Individuele huishoudens zullen dus bewogen moeten worden tot het nemen van de benodigde energiebesparende maatregelen. Daarbij heeft niet iedere woning dezelfde potentie voor isolatie. De WoonWijzerWinkel Limburg kan een belangrijke rol spelen bij het bepalen van de juiste maatregelen voor individuele woningen op basis van het type woning, bouwjaar en bestaande isolatieniveau. De vraag is niet alleen hoevéél warmte er nodig is, maar ook op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgiftetemperatuur van de verwarming kan zijn. De mate van energie-
Inhoud Inhoud 44 Inleiding Inleiding besparing en de daarbij horende afgiftetemperaturen bepalen mede welke alternatieve warmteoplossingen er gekozen kunnen worden. Ook de beschikbaarheid van alternatieve warmtebronnen in de regio zijn bepalend. Als er onvoldoende middentemperatuur (MT) en hogetemperatuur (HT) warmtebronnen in een regio beschikbaar Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 zijn, zijn extra investeringen noodzakelijk om de voor voorde deJGZ JGZ woning verder te isoleren, cq. naar een hoger labelniveau te krijgen. Paragraaf 2.6 gaat dieper in op de beschikbare alternatieven voor aardgas in de regio.
Strategische Strategischethema’s thema’s
Organisatorische Organisatorische inbedding inbeddingen en randvoorwaarden randvoorwaarden
17 17
Impactvolle Impactvollepraktijk praktijk 1111
2.5 Warmtebronnen
De Deambities ambities 99 Naast elektriciteit en gas zijn er ook van vanduurzame het hetNCJ NCJ
nieuwe duurzame warmtebronnen nodig. Als wordt gekozen voor een warmtenet, moet er een lokale warmtebron zijn of worden ontwikkeld, of gebruik worden gemaakt van ‘bovengemeentelijke’ bronnen. Warmte kan echter niet over grote afstanden getransporteerd worden, door hoge kosten en transportverliezen. Vandaar dat in algemene zin voor warmte geldt dat het, in tegenstelling tot elektriciteit en gas, bij voorkeur relatief dicht bij de bron ingezet moet worden.
Warmte word t bij voor keur Waardevol Waardevolvakmanschap vakmanschap 13 13 dicht bij de bron ingezet. Naast de beschikbaarheid van de warmtebron is ook de temperatuur van de bron van belang. De temperatuur van de bron bepaalt of de warmte direct bruikbaar is (circa 70 graden) of naverwarmd moet samenwerking worden voor verwarming Slimme Slimme samenwerking 15 15 van de woning of voor warm water (tussen de
19 19
18 en 55 graden). Met lagetemperatuurbronnen, zoals een warmte- en koudeopslag (WKO; zie voor een toelichting de tabel in paragraaf 2.6), kan ook koude worden geleverd. Dit is een goede manier om het stroomverbruik voor koeling te verlagen en duurzaam te verwarmen en te koelen. Als gevolg van een betere isolatie van woningen en gebouwen en de temperatuurverhoging door de klimaatverandering zal in de toekomst steeds meer behoefte aan koeling ontstaan. Ook daarmee moeten we rekening houden.
Inhoud Inhoud 44 Inleiding Inleiding We gaan op zoe k naar de optimale mi x van beschi kbare warmtebron, aanwezig woning t ype en bijbehorende warmtev raag. Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 voor voorde deJGZ JGZ Niet alle bronnen in de regio hebben dezelfde bronkwaliteit, beschikbaarheid, levensduur, kostprijs en hetzelfde draagvlak. Daarbij bepaalt zoals aangegeven de afgiftetemperatuur van de warmtebron of de warmte direct bruikbaar of naverwarmd moet worden. Bij het 99 De Deisambities ambities bepalen van alternatief voor aardgas zoeken van vanhet heteen NCJ NCJ we naar de optimale mix van beschikbare warmtebronnen, passend bij het type woning en de warmtevraag in de verschillende wijken en buurten van Kerkrade. Daarnaast zijn sommige bronnen, zoals groen gas en waterstof, ook geschikt voor het maken van elektriciteit, of als brandstof voor zwaar transport en verwarmer van industriële processen. Door de beschikbare warmtebronnen zo goed 13
Strategische Strategische thema’s thema’s mogelijk met de energie-infrastructuur te verbinden, kunnen we deze in de toekomst zo optimaal mogelijk inzetten.
2.6 Beschikbaarheid warmtebronnen Voor heel Parkstad Limburg is een inventarisatie uitgevoerd waaruit de beschikbaarheid van warmtebronnen blijkt. Er zijn drie soorten Impactvolle Impactvolle praktijk praktijk 1111 mogelijk beschikbare bronnen13: 1. Lokaal beschikbare bronnen met lokale potentie. Dit zijn bijvoorbeeld lokale bedrijven met beperkte hoeveelheden restwarmte of thermische energie uit afvalwater en drinkwater. 2. Regionaal beschikbare bronnen Waardevol Waardevol vakmanschap vakmanschap 13 13met lokale potentie. Dit betreft bijvoorbeeld geothermie of aquathermie (warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater). Deze bronnen hebben vaak een beperkte transporteerbaar- heid en zijn daarom vooral lokaal inzetbaar. 3. Lokaal beschikbare bronnen met regionale potentie. Slimme Slimme samenwerking samenwerking 15 15 Dit betreft vooral restwarmtebronnen.
RES 1.0 Zuid-Limburg, Samen werken aan een duurzame regio, 2021
Organisatorische Organisatorische inbedding inbeddingen en randvoorwaarden randvoorwaarden
20 20
Het overzicht op de volgende pagina’s geeft een eerste inzicht in de beschikbaarheid en de potentie per warmtebron.
17 17
Inhoud Inhoud
Overzicht van de beschikbaarheid en de potentie per warmtebron
Inleiding Inleiding
Bron
Bodemenergie, WKO en bodemwarmtewisselaars
44
17 17 Organisatorische Organisatorische Beschrijving Potentie inbedding inbeddingen en Bodemenergie is het gebruiken van de bodem om warmte en koude aan te onttrekken randvoorwaarden In potentie veelbelovend. Maar de kosten om randvoorwaarden Strategische Strategischethema’s thema’s
en in op te slaan. Men spreekt van bodemenergie tot een maximale diepte van 500 meter. Een warmtepomp waardeert de warmte uit de bodem op tot een voor gebouwen bruikbaar niveau. Voor individuele gebouwen kan dat met een zogenoemde bodemlus; voor grote gebouwen of clusters van gebouwen kan dit met een WKO-systeem.
gebouwen te isoleren naar het vereiste niveau een belemmering zijn voor bestaande bouw een belemmering.
Luchtwarmtepompen onttrekken warmte aan de buitenlucht om de woning te verwarmen, 55 Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of voor voorde deJGZ JGZ per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp Impactvolle Impactvollepraktijk praktijk 1111
In potentie in grote delen van Kerkrade inzetbaar
Zonnewarmte
Warmte uit zonnecollectoren kan zowel op grotere schaal als per woning ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, de zogeheten PVT-panelen (fotovoltaïsch-thermisch).
Potentie nog te berekenen. Zal de benodigde ruimte moeten ‘delen’ met panelen die elektriciteit opwekken.
Restwarmte industrie/bedrijven
Restwarmte is energie die vrijkomt bij energieomzetting in een productieproces en niet meer binnen het bedrijf zelf kan worden gebruikt.
In potentie voldoende voor ca. 15% van de warmtevraag.
Biomassa
Biomassa is plantaardig en dierlijk materiaal dat gebruikt kan worden als brandstof of grondstof. Dat kan bijvoorbeeld hout zijn, snoeiafval, afval uit de voedingsindustrie, dierlijke mest of olie uit zaden.
De beschikbaarheid van biomassa (houtachtig) op het grondgebied van Kerkrade is met 36,2 TJ/ jaar zeer beperkt14.
Luchtwarmtepompen
geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan - net als voor andere lagetemperatuur-oplossingen - goed geïsoleerd zijn, en er is een passend warmteafgiftesysteem nodig zoals vloerverwarming of lagetemperatuur-radiatoren. Er zijn ook warmtepompen op de markt voor midden- en hoge temperatuur. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik.
De Deambities ambities van vanhet hetNCJ NCJ
99
Waardevol Waardevolvakmanschap vakmanschap 13 13
Er is veel discussie over duurzaamheidsaspecten van biomassa. Op termijn zal biomassa in toenemende mate als materiaal en grondstof gaan dienen.
Slimme Slimmesamenwerking samenwerking 15 15 14
RVO.nl, www.warmteatlas.nl
21 21
Inhoud Inhoud
Overzicht van de beschikbaarheid en de potentie per warmtebron
Inleiding Inleiding
Bron
Biogas
44
17 17 Organisatorische Organisatorische Beschrijving Potentie inbedding inbeddingen en Groen gas wordt gemaakt door mest, gft en ander organisch afval in een vat te laten randvoorwaarden Weinig potentie. Groen gas zal vooral gebruikt randvoorwaarden Strategische Strategischethema’s thema’s
vergisten. Tijdens dit vergistingsproces komt methaan vrij, ook wel biogas genoemd. Biogas heeft een andere samenstelling en kwaliteit dan aardgas. Voor het toegevoegd wordt aan het gasnet, wordt het eerst opgewaardeerd tot groen gas. Het groene gas kan in huis gebruikt worden voor verwarmen en koken.
Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 voor vooruitde de JGZ Warmte hetJGZ riool Riothermie is het terugwinnen van warmte uit afvalwater. Veel van het afvalwater van Impactvolle Impactvollepraktijk praktijk 1111
worden in situaties waar weinig andere opties zijn als buitengebieden, historische stadscentra en monumentale panden. De beschikbaarheid van biogas op het grondgebied van Kerkrade is 44,8 TJ / jaar15.
Nog te onderzoeken.
huishoudens is warm (bijvoorbeeld van de wasmachine en de douche) en komt in het riool terecht.
Aquathermie
Warmte (zeer lage temperatuur) uit oppervlaktewater (TEO) en afvalwater (TEA).
Potentie nog onduidelijk. Uit een aantal haalbaarheidsonderzoeken blijkt een beperkte potentie en/ of rendabiliteit16.
Aardwarmte (geothermie)
Geothermie of aardwarmte ontstaat door de warmte-uitstraling uit de kern van de aarde. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ondiepe geothermie (vanaf 300 meter) en diepe geothermie (500-4.000 meter). Bij diepe geothermie kan water met een hoge temperatuur (ca. 25-140°C) uit de bodem worden gehaald. Bij ondiepe geothermie (300-500 meter) zijn de watertemperaturen relatief laag (ca. 20-25°C). Deze temperatuur Waardevol Waardevolvakmanschap vakmanschap 13 13 kan met behulp van warmtepompen verder worden verhoogd.
De exacte potentie van geothermie is op dit moment nog onduidelijk. In 2021 wordt door TNO/ECN in het onderzoeksprogramma SCAN17 de potentie van geothermie in Provincie Limburg in kaart gebracht18.
Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nu toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Om groene waterstof te produceren heb je een groot overschot aan duurzame energie nodig. Dat is er voorlopig niet. Ook is de technologie om stroom om te zetten naar waterstof niet efficiënt. In de toekomst zou waterstof een deel van de rol van aardgas over kunnen nemen.
Tot 2030 potentie zeer beperkt tot niet beschikbaar voor de gebouwde omgeving.
De Deambities ambities van vanhet hetNCJ NCJ Waterstof
99
Slimme Slimmesamenwerking samenwerking 15 15
RVO.nl, www.warmteatlas.nl RES 1.0 Zuid-Limburg paragraaf 8.4.5 17 www.scanaardwarmte.nl 18 In voormalige mijnbouwregio’s (voormalige Oostelijke- en Westelijke Mijnstreek) ontwikkelt Provincie Limburg in samenwerking met gemeenten op dit moment aanvullend beleid en maatregelen ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater dat o.m. als drinkwater wordt gebruikt in de regio. Dit beleid kan variëren van boringsvrije zones tot het sterker reguleren van bodemenergie-systemen. De impact hiervan op de potentie en kosten voor bodemwarmte-oplossingen is nog niet duidelijk. 15 16
22 22
Inhoud 4 Inleiding Binnen de regio Parkstad zijn twintig mogelijke
Strategische thema’s Kerkrade telt ruim 23.900 woningen en 3.025
restwarmtebronnen geïdentificeerd. Het kaartje laat zien welke bronnen dit zijn en in welke gemeenten ze liggen. Naast de bronnen binnen Parkstad Limburg zijn er twee potentiële grotere warmtebronnen in de nabije omgeving geïdentificeerd, namelijk Chemelot in Sittard-Geleen en 5 Relevante ontwikkelingen ‘Energiepark Herzogenrath’ over de grens bij voor de JGZ Landgraaf en Kerkrade.
utiliteitsgebouwen. De restwarmtebronnen binnen Kerkrade zijn dus voldoende om in ca. 15% van de (basislast)vraag te voorzien. Deze bronnen kunnen mogelijk gebruikt worden om de gebieden van warmte te voorzien die in de fase tot 2030 van aardgas af gaan. Voor meer restwarmte moet uitgeweken worden naar bronnen buiten Kerkrade. Daarbij worden ook mogelijkheden Impactvolle praktijk over 11 de grens met Duitsland verkend.
In deze fase hebben we nog onvoldoende zicht op de definitieve beschikbaarheid en werkelijke potentie van de verschillende warmtebronnen in Kerkrade en de regio. De bronneninventarisatie geeft belangrijke eerste inzichten waar 9 Dewel ambities mogelijkheden liggen. van het NCJ Uit de bronneninventarisatie blijkt dat het aantal beschikbare restwarmtebronnen binnen de regio beperkt is én ongelijk verdeeld is over de gemeenten. In Kerkrade zijn 9 warmtebronnen aanwezig: 4 middentemperatuur-bronnen, 2 lagetemperatuurbronnen en 3 bronnen waarvan de restwarmte onbekend is. Het totaal geschatte vermogen is ca. 7,6 MWth. Hiermee kunnen naar schatting 4.500 woningen van warmte worden voorzien19. 19
Potentiële warmtebronnen Parkstad Limburg
Waardevol vakmanschap 13
Slimme samenwerking 15
Excl. piekmomenten
23
17 Organisatorische Uit de beperkte beschikbaarheid van warmte inbedding en blijkt dat het heel belangrijk is om dit vraagstuk randvoorwaarden op regionale schaal af te stemmen met de overige gemeenten in Zuid-Limburg, zodat dezelfde bron niet meerdere keren geclaimd wordt. Ook moet de beoogde energie-infrastructuur in een wijk overeenkomen met de beschikbare bronnen. In de TVW versie 2.0 wordt dit onderdeel verder uitgewerkt.
Inhoud
Inleiding
4
Relevante ontwikkelingen voor de JGZ
5
De ambities van het NCJ
Strategische thema’s
Impactvolle praktijk
17
11
Voo r een CO2-neu t rale warmtevoorziening moet de energie af koms tig zijn van duurzame energiebronnen.
9
Waardevol vakmanschap 13
Slimme samenwerking 15
Organisatorische inbedding en randvoorwaarden
24
3. De transitie naar aardgasvrij Inhoud Inhoud Inleiding Inleiding
3.1 De Startanalyse en lokale data
44
Om gemeenten te helpen bij het vinden van een acceptabel alternatief voor het verwarmen van gebouwen met aardgas, heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een Startanalyse gemaakt. Er bestaan verschillende alternatieven Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 voor het verwarmen van gebouwen met een voor voorde deJGZ JGZ cv-ketel op aardgas20. Voor een CO2-neutrale warmtevoorziening moet de energie afkomstig zijn van duurzame energiebronnen. De meest geschikte warmteoplossing is afhankelijk van de eigenschappen van het gebouw en de omgeving, zoals de mate van isolatie, het type gebouw, deDe mate van bebouwing in het gebied en de99 De ambities ambities beschikbaarheid van warmtebronnen. De Startvan vanhet hetNCJ NCJ analyse berekent globaal de effecten en kosten van vijf mogelijke alternatieven of ‘strategieën’ voor aardgasvrij verwarmen. 1. Individuele elektrische warmtepomp (all-electric) 2. Warmtenet met een midden- of hogetemperatuurbron 3. Warmtenet met een lagetemperatuurbron 20 21
Strategische Strategische thema’s thema’s 4. Groen gas met een standaard hr-ketel en/of een hybride warmtepomp 5. Waterstof met een standaard hr-ketel en/of hybride warmtepomp
17 17 Organisatorische Organisatorische techniek vraagt meer aanpassingen aan gebouinbedding inbeddingen en wen dan de andere. Duidelijk is dat er niet één randvoorwaarden randvoorwaarden alternatief is voor aardgas voor heel Kerkrade, maar dat er in de toekomst sprake zal zijn van een mix van individuele en collectieve oplossingen.
De vijf strategieën kunnen worden verdeeld in (a) individuele technieken, (b) collectieve technieken en (c) hernieuwbaar gas. Individuele oplossingenImpactvolle kunnen voor ieder gebouw los Impactvolle praktijk praktijk 1111 worden toegepast. Bij collectieve oplossingen is het een voorwaarde dat meer dan één woning op een bepaalde technologie overstapt. Bij optie (c) kan het bestaande gasnet21 in de toekomst ingezet worden voor het transport van andere soorten gas dan aardgas. Binnen elke strategievakmanschap worden verschillende Waardevol Waardevol vakmanschap 13 13 varianten doorgerekend (zie bijlage 4 voor een volledig overzicht). Elk van deze varianten gaat uit van andere technieken om in de warmtevraag van gebouwen te voorzien. Ook bestaat elke strategie uit een combinatie van technische maatregelen: isolatiemaatregelen die zorgen voor energiebesparing en warmtetechnieken die voorzien in de resterende energiebehoefte. Slimme Slimmesamenwerking samenwerking 15 15 De ene
https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/de+leidraad/startanalyse/default.aspx Waarschijnlijk wel met noodzakelijke aanpassingen.
25 25
Onderstaand worden de vijf strategieën kort toegelicht:
Inhoud Inhoud
44
Strategische Strategische thema’s thema’s wandverwarming of het vervangen van radiatoren.
individuele warmtetechnieken Woningen die minder geschikt zijn voor aansluiting op een warmtenet gaan bij voorkeur over op een all-electric systeem. ‘All-electric’ betekent dat er alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk of buurt aanwezig is. Dit geldt bijvoorbeeld voor gebieden Relevante Relevanteontwikkelingen ontwikkelingen 55 met relatief weinig woningen op relatief veel grond voor voorde deJGZ JGZ in het buitengebied, waar het lastig is om een collectief warmtesysteem rendabel te maken en te onderhouden. Bij all-electric oplossingen wordt een gebouw geheel elektrisch verwarmd. Mogelijke oplossingen zijn individuele elektrische warmtepompen (WP), zonneboilers en infraroodpanelen. Ook oplossingen in combinatie met aardDe Dehybride ambities ambities 99 gas zijn een in afwachting van de toekomstige van van het hetoptie NCJ NCJ beschikbaarheid van groen gas. In de Startanalyse zijn voor deze strategie twee varianten doorgerekend: een lucht-WP en een bodem-WP.
Hoewel een deel van de benodigde elektriciteit kan worden opgewekt op het eigen gebouw door middel van zonnepanelen, zal het elektriciteitsnet bij all-electric oplossingen zwaarder worden belast. Wanneer een groot aantal woningen of gebouwen overschakelt naar een all-electricoplossing, moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard. Om het elektriciteitsnet zoveel Impactvolle Impactvolle praktijk praktijk 1111 mogelijk te ontlasten, is het dan ook belangrijk om gebouwen goed te isoleren. Voor die woningen waarbij een all-electric oplossing echt niet mogelijk is (bijvoorbeeld voor monumentale en slecht te isoleren gebouwen), zal een andere oplossing moeten worden gezocht.
Inleiding Inleiding 3.1.1 Strategie 1:
Bij all-electric oplossingen gaat het meestal om lagetemperatuur-verwarming. Dit vereist dat de woning goed is geïsoleerd (minimaal Label B). Vaak zijn ook aanpassingen aan het verwarmingssysteem nodig, zoals het aanleggen van vloer- of
3.1.2 Strategie 2 en 3: Waardevol Waardevol vakmanschap vakmanschap 13 13 collectieve warmtetechnieken Een collectief systeem (ook wel warmtenet genoemd) brengt de warmte van één of meerdere bronnen naar een cluster van gebouwen. Warmtenetten zijn vooral kansrijk in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Een warmtenet kan in een hele buurt worden uitgerold, maar bijvoorbeeld ook op straatniveau. Voorwaarde voor Slimme Slimme samenwerking samenwerking 15 15
26 26
17 17 Organisatorische Organisatorische het ontwikkelen van een warmtenet is wel dat er inbedding inbeddingen en voldoende bronnen beschikbaar zijn, en dat deze randvoorwaarden randvoorwaarden betrouwbaar en betaalbaar zijn. Daarbij maken we onderscheid tussen midden- (MT) / hoge- (HT) of lagetemperatuur (LT) warmtenetten. Middentemperatuur (MT) en hogetemperatuur (HT) warmtenet Een MT-warmtenet verwarmt water naar ca. 5575°C en een HT-warmtenet naar ca. 75-90 °C. Het verwarmen gebeurt door een collectieve warmtebron, zoals geothermie of restwarmte uit de industrie. Het water wordt vervoerd naar de aangesloten gebouwen en de warmte wordt afgegeven aan het CV-systeem. Een warmtenet met deze temperaturen is warm genoeg voor het verwarmen van de huidige radiatoren in woningen en het verzorgen van warm tapwater. In de woningen zelf zijn dus relatief weinig aanpassingen nodig. Wel is het aan te bevelen om gebouwen goed te isoleren om zo de warmtevraag zoveel mogelijk te beperken. In de Startanalyse worden varianten doorgerekend op basis van verschillende warmtebronnen (industriële restwarmte of geothermie) en op basis van de labels B en D.