Transcript openbare informatiebijeenkomst 10 januari 2023.pdf
Tekst van het document
1 Opening Spreekstoel
Dames en heren, hartelijk welkom op deze informatieavond. waar wij gezamenlijk drie onderdelen gaan bespreken over hoe we vorm gaan geven aan het uitvoeringsprogramma Preventie en Handhaving Jeugd & Alcohol in Kerkrade 2023-2024. Natuurlijk ook vanuit deze plek - het is wel een beetje aan de late kant - nog de allerbeste wensen voor het komend jaar en de jaren daarna. Deze informatieavond staat geheel in het teken van de Preventie Jeugd. We gaan het hebben over drie onderwerpen: Uitvoeringsprogramma Preventie en Handhaving, Jeugd & Alcohol Kerkrade 2023-2024, het Preventiebeleid Jeugdbeleid Kerkrade en als laatste - dat doen we straks plenair - de Gezonde snacks/Gezonde kindomgeving. Om zorgvuldig alle input van de betrokkenen via een uitgebreide interviewronde in het uitvoeringsplan mee te kunnen nemen, is het uitvoeringsplan later opgesteld en wordt deze maand - dus vandaag - met de commissie- en raadsleden besproken in plaats van in het najaar van 2021 dat eigenlijk de bedoeling was geweest. De raad is hier via een raadsinformatiebrief reeds over geïnformeerd. Het doel laat ik de wethouder zo dadelijk met jullie bespreken. Ik wil wel even de genodigden noemen. Voor dit onderdeel is onder andere uitgenodigd burgemeester Dassen, wethouder René van Drunen die ambtelijk wordt vergezeld van Annet Joustra van Preventie en Kevin Heijens, alom bekend.
Bij het tweede onderdeel, Preventief Jeugdbeleid Kerkrade komt ook de inhoudelijke informatie van René van Drunen en daarbij wordt hij later ambtelijk bijgestaan door Gerben Brouwers en de externe Yorick van den Berg van B&A Groep. Na de inleiding van de wethouder gaan wij splitsen. Wij maken twee groepen. De ene groep gaat dan met de ambtenaren mee naar de commissiekamer en daar wordt een onderdeel behandeld en de andere groep blijft hier zitten. Daarna komen wij hier weer bij elkaar en gaan we bespreken wat links en rechts uit die besprekingen is gekomen. Vervolgens gaan we verder met Gezonde snacks en Gezonde kindomgeving. Daarbij sluit dan onder andere onze wethouder Jo Schlangen bij aan. Dat is het routekaartje voor vanavond. We hebben drie kwartier voor elke sessie en ik wil erop letten dat we ons daar ook een beetje aan houden. Dat wil ik aan de voorkant even meegeven, daar is iedereen bij gebaat denk ik. Dan wil ik nu graag het woord geven aan René van Drunen voor een inleiding. Dank je. Allereerst wil ik jullie allemaal bedanken dat jullie met zovelen gekomen zijn. Dat vind ik zeer frappant en dat vind ik ook heel mooi. Er zijn drie presentaties die we geven. De eerste twee gaan over Preventief Jeugdbeleid en het Uitvoeringsprogramma Preventie en Handhaving, Jeugd & Alcohol. Daarover willen we graag jullie informatie inwinnen en jullie zienswijze horen.
Met betrekking tot de Preventie en Handhaving, Jeugd & Alcohol betekent dat een uitvoeringsregeling en die informatie willen we wel meenemen in die toekomstige regeling. Met betrekking tot Preventief Jeugdbeleid, proberen we - nadat ik jullie informatie heb gekregen en jullie zienswijze heb vernomen - dat nog te verwerken in onze stukken en dat komt nog in de commissie en in de raad. Met betrekking tot de Gezonde snacks en Gezonde kindomgeving willen we jullie in de laatste presentatie enkel informeren. Ik wil het eigenlijk hierbij laten en de echte inhoudelijke zaken aan de presentatoren overlaten. Ik wil jullie in ieder geval nu al bedanken dat jullie allemaal aanwezig zijn geweest. Ik hoop dat jullie veel informatie kunnen opdoen en ons heel veel informatie kunnen verstrekken. Dank je wel. Voor de indeling van de groepen zouden we misschien kunnen zeggen dat deze eerste ring hier blijft zitten, dat zijn tien personen, en dat de tweede ring straks naar de commissiekamer gaat. Dan hebben we de groepen, dacht ik, redelijk gelijk verdeeld. Of had u een ander voorstel? Eén twee, één twee. Dat wilde ik net voorstellen. Misschien is dat handiger, anders hebben we complete fracties bij elkaar. Het hoeft op zich niks uit te maken, we zijn met meerdere mensen. [onhoorbaar 00:08:47-00:08:50] Nee, dan laten we het maar op deze wijze gaan.
Als er mensen zijn van de achterste ring die toch vooraan willen zitten, dan mag dat ook. Ik geef jullie drie minuten. Mag ik dan de tweede ring verzoeken om naar de commissiekamer te gaan? Goed, dan gaan wij aftrappen. Het verzoek van deze mensen is om vragen achteraf te stellen, dus niet tussendoor. Dat is prettiger. Ja. Dan krijgt u eerst het hele verhaal mee en kunt u daarna, vanuit de compleetheid, reageren. Allereerst, van harte welkom bij deze informatiesessie over het Preventie- en Handhavingsprogramma Alcohol & Jeugd dat wij opgesteld hebben voor de komende twee jaar. Wij hebben hier aan de rechterkant de opbouw aangegeven: noodzaak, uitkomsten analyse, ambitie & doelen en - natuurlijk het belangrijkste - wat voor interventies willen we uiteindelijk gaan ondernemen. Allereerst willen we toch heel kort even stilstaan bij de noodzaak en de effecten van alcohol bij de jeugd. Het is vaak iets wat toch onderschat wordt. Mensen denken: ik ben ook jong geweest, ik heb toen ook gedronken, ik heb er niks aan overgehouden. De laatste jaren is echter uit onderzoek gebleken dat de effecten van alcohol wel degelijk heel ernstig zijn en hoe jonger kinderen beginnen te drinken, hoe ernstiger die effecten zijn. Dat betekent in feite dat bij kinderen die volop in
ontwikkeling zijn, de ontwikkeling van de hersenen stagneert door het gebruik van alcohol en dat het geheugen, het leren en het probleemoplossend vermogen bij die kinderen beïnvloed wordt. Dat zijn natuurlijk hele belangrijke vaardigheden die ze in hun studie, maar ook naderhand in hun werkende leven nog hard nodig hebben. Als dat dus beïnvloed wordt, heeft dat flinke impact. Vaak is ook inderdaad de gedachte: het is maar tijdelijk, als ze daarna verstandiger worden en niet meer drinken, is het voorbij. Dat is niet zo. De schade die optreedt is vaak ook blijvend, dus dat zijn toch hele ernstige dingen. Dan is het natuurlijk ook nog zo dat alcoholgebruik de ontwikkeling van angst, depressie en suïcide kan bevorderen. Die drie aandoeningen kunnen ook weer het gebruik van alcohol bevorderen. Dan krijg je een soort negatieve spiraal en dat wil je niet hebben. En hoe jonger kinderen beginnen te drinken, hoe groter ook de kans is dat het overgaat in problematisch drinken als ze ouder zijn met daarbij de fysieke gevolgen zoals leverschade, kans op kanker, diabetes, hart- en vaatziekten. Allemaal dingen die je natuurlijk niet wenst voor de jeugd, voor de opgroeiende puber. Verder leidt alcoholgebruik ook vaak tot impact op anderen, op grensoverschrijdend gedrag, op bijvoorbeeld agressie, geweld, vernielingen, overlast, onveilige seks, ongewenst zwangerschap en verkeersongevallen.
Allemaal dingen dus die je natuurlijk je kind, maar ook degene die dat overkomt of daarmee in contact staat, niet toewenst. Dat willen wij in feite met deze aanpak proberen te voorkomen. Dat is echt de noodzaak daarvan. Om het plan op te stellen hebben wij eerst een risicoanalyse gemaakt over alcoholgebruik bij de jeugd. We hebben rechts aangegeven wat we allemaal bekeken hebben. We hebben gekeken naar de cijfers uit de monitor van de GGD en we hebben interviews gehouden met partners die nauw in contact staan met de jeugd om te weten te komen wat er wel werkt en wat niet en wat er speelt op dit moment. We hebben het nalevingsonderzoek bekeken; in hoeverre wordt die leeftijdsgrens van achttien jaar goed aangehouden bij het verstrekken of het verkopen van alcohol in supermarkten of cafés bijvoorbeeld. En we hebben gekeken naar op welke plekken de jeugd bij elkaar komt en op welke plekken en momenten de jeugd misschien ook alcohol gebruikt. Uit dat geheel is een hele hoop informatie naar voren gekomen en er zijn natuurlijk ook uitkomsten uit de risicoanalyse naar voren gekomen. Tot en met 2019 - we zijn natuurlijk al een hele tijd met inspanningen bezig op het gebied van jeugd en alcohol - zagen we een hele mooie ontwikkeling. Er was minder gebruik van alcohol en er werd ook minder intensief gebruikt. Na 2019 hebben we natuurlijk de coronaperiode gehad.
Er is toen een extra meting uitgevoerd door de GGD om te kijken wat de effecten van corona op de leefstijl waren. Het bleek dat kinderen inderdaad in die tussenliggende periode weer meer zijn gaan drinken en ook weer jonger zijn gaan drinken. Dat geldt voor de hele groep van dertien tot zestien jaar. Ook is er een groep jongeren meer gaan bingedrinken, dus heel veel alcohol in één keer. Dat is met name bij de groep van dertien tot veertien jaar en dus juist bij extra jonge kinderen en dat wil je al helemaal niet. Uit dat onderzoek bleek ook dat de beschikbaarheid van alcohol thuis en het toelaten door ouders van die eerste slok alcohol thuis in feite gestegen is. Dat is niet alleen de laatste jaren gestegen, maar dat is vanaf 2013 tot 2019, waar de laatste cijfers van afkomstig zijn, continu gestegen. Dat is dus ook echt een aandachtspunt om naar te kijken in Kerkrade. Jongeren en ouders - dat bleek ook uit de interviews - lijken toch de gevolgen van alcohol nog steeds te onderschatten. Ook dat is dus iets waar we naar moeten kijken. De naleving van de leeftijdsgrens die is de laatste jaren al flink gestegen - is nu circa 40 procent, maar dat zou nog beter kunnen.
In feite betekent dit dus nog meer aandacht hebben voor alcoholgebruik thuis en voor het alcoholgebruik tijdens evenementen of feesten want in Kerkrade zijn dat ook momenten waarop de jeugd inderdaad geneigd is om meer en wat excessiever te drinken. We hebben ook gekeken naar de jongvolwassenen en daar is eigenlijk niks verontrustend aan de hand. Zij drinken misschien iets meer, maar niet excessief of zwaar. Daar hoeven we dus wat dat betreft in dit plan geen aandacht aan te besteden en het alleen te volgen. Van daaruit komen bij de ambities terecht. Die ambities van het preventiebeleid liggen natuurlijk ook vast in ons VIE-beleid, Trendbreuk. Daar zeggen we met elkaar: wij willen heel graag dat onze jeugd kansrijk, gezond en veilig opgroeit, dat ze een hele goede start in hun leven maken, want daar hebben ze de rest van hun leven profijt van en dat we met elkaar een gezonde omgeving creëren waarin dat kind kan opgroeien en waarin we het ook gemakkelijker maken voor het kind om op te groeien. Dan de ambitie van het alcoholbeleid Kerkrade. Dat hebben we met elkaar ook deels in het preventieakkoord geformuleerd. Daarin zeggen we: gezonde jeugd, geen alcoholgebruik onder de achttien jaar en verantwoorde alcoholverstrekking en alcoholgebruik door jongvolwassenen van achttien jaar en ouder.
In feite formuleren we daar ook met elkaar dat wij willen dat in 2030 jongeren onder de achttien jaar het heel gewoon vinden dat ze geen alcohol gebruiken en dat hun ouders dat ook vinden en dat ondersteunen. Dat is waar we naar streven en daarmee sluiten we ook aan bij het landelijke preventiebeleid en preventieakkoord. Dan komen we bij de doelen. Die doelen hebben we natuurlijk ook al met elkaar opgesteld in het preventie- en handhavingsplan voor Zuid-Limburg. Die gelden dan ook voor Kerkrade. De startleeftijd voor het eerste glas alcohol verder omhoog brengen naar veertien jaar en ouder. Het percentage jongeren dat afgelopen maand heeft gedronken of bingedrinkt juist verder naar beneden brengen. Alcoholverstrekking door ouders, vrienden en familie halveren naar ongeveer 23,5 procent
en het percentage ouders die één glas alcohol toelaten, naar beneden brengen. We hebben nog een tweetal aanvullende doelen geformuleerd specifiek voor Kerkrade. Dat is de impact verminderen van de coronalockdown die flink was bij onze jeugd, want het blijkt dat hoe beter kinderen in hun vel zitten en zich fysiek maar ook mentaal in orde voelen, hoe minder zij de gelegenheid nemen om een glaasje alcohol te drinken en daarin te vluchten. Als we dus ervoor zorgen dat zij zich gelukkiger en oké voelen, dan zullen ze ook minder die behoefte hebben. En het geen alcohol schenken onder de achttien jaar door alcoholverstrekkers nog wat verder ophogen naar 50 procent of hoger. Dan hebben we nog de uitgangspunten overgenomen zoals we die ook in ons vorige preventie- en handhavingsplan opgenomen hadden. Heel kort samengevat: nog meer bewustwording creëren onder jongeren, opvoeders en verkoopkanalen, zodat mensen daar bewuster mee omgaan en ook beter naar de leeftijd gaan kijken. Beschikbaarheid van alcohol voor jeugd nog wat verder laten afnemen. Preventiemaatregelen staan inderdaad voorop en de handhavingsmaatregelen zijn daar aanvullend op. Met name dus die focus op de preventie, op het voorkomen en pas daarna inderdaad handhaven. En in de gemeente Kerkrade gezamenlijk ook dezelfde boodschap uitdragen: geen alcohol tot achttien jaar.
Er zijn alternatieven voor alcohol en met elkaar ook proberen om die veel meer te promoten en naar voren te brengen. En ook de boodschap verspreiden dat alcohol een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van de jeugd. Dan komen we bij het interessantste stuk: de interventies. In feite zie je dat de preventieactiviteiten opgedeeld zijn in drie verschillende soorten activiteiten. Allereerst voorlichting en educatie: dat richt zich op de groep jeugd die nog niet drinkt. Daarvan is het doel de startleeftijd van het drinken zo lang mogelijk uit te stellen en te voorkomen dat zij daarmee starten door een hoop informatie daarover te geven op de juiste manier en op de juiste toon. Bij kinderen die eenmaal toch zijn gaan drinken, dat gebruik tijdig signaleren, want dan kun je ook begeleiding bieden en dan kun je ervoor zorgen dat die kinderen of heel snel weer stoppen - als je er snel genoeg bij bent, kan dat inderdaad - of dat je het gebruik in ieder geval zo laag mogelijk en verantwoord kan houden. En de derde is een sociale omgeving creëren waarin je gezond gedrag stimuleert. Als je die drie preventieactiviteiten ook nog wat nader toespitst op de belangrijkste doelen die wij hebben, dan zie je dat bij de startleeftijd verhogen, bingedrinken verlagen en alcohol thuis verminderen, de educatie bij ouders en kinderen een hele belangrijke rol speelt.
Dat kan bijvoorbeeld via de NIX18-campagne of via de scholen, zoals hier ook het Gezonde schoolprogramma of de Gezonde kindomgeving benoemd staan, waarbij je rondom het kind een gezonde omgeving probeert te creëren waarin een gezond gedrag natuurlijk wordt. Maar ook inderdaad de boodschap verspreiden via social media of via voorbeeldfiguren voor kinderen of de bijvoorbeeld in de Gezonde Kindomgeving de mocktails nog verder ontwikkelen, uitventen, onder de aandacht brengen, betaalbaar maken, zodat kinderen daar ook gebruik van maken. Dan is het belangrijk dat ouders en kinderen ook concrete afspraken met elkaar maken, want dat blijkt ook inderdaad heel effectief te zijn. Als je echt concrete afspraken maakt zijn kinderen meer geneigd om zich daaraan te houden en dan is het veel duidelijker wat er van hun verwacht wordt. Dat is natuurlijk een belangrijke. Als kinderen toch begonnen zijn of ertegenaan hikken, dan op verschillende manieren begeleiding of advies en opvoedondersteuning bieden. Dat kan laagdrempelig in jongerengroepen via jongerenwerk, het kan ook door Mondriaan, door Halt of bijvoorbeeld op een alcoholpoli. Er zijn ook hele lichte vormen van: bijvoorbeeld online cursussen die kinderen of ouders kunnen volgen om meer informatie te krijgen.
Maar er zijn ook groepen waarin begeleiding geboden wordt aan kinderen van ouders met een verslaving en daar vindt dan veel intensievere begeleiding plaats. Dat zijn dan de KOPP/KOV-groepen of een tussenvorm met gesprekken en dat Moti4 heet. Dan komen we terecht bij interventies ten aanzien van wet- en regelgeving en handhaving en geef ik het woord aan Kevin. Collega Annet heeft de eerste peiler benoemd waar wij op in willen gaan zetten, om de doelstellingen die in het uitvoeringsprogramma zijn benoemd te bewerkstelligen. Er zijn nog een tweetal peilers: de peiler regelgeving en de peiler handhaving. Ze staan benoemd als twee peilers die in principe onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. We kunnen regels en regelgeving maken wat we willen, maar als we ook niet toezien op de naleving daarvan, kun je je afvragen wat die regelgeving waard is. Ten aanzien van de peiler wet- en regelgeving zijn er al een aantal regels ingevoerd die ons moeten en ook gaan helpen om de doelstellingen, zoals wij die benoemd hebben, te bereiken. Eén van die regelkaders is de alcoholwet. Wat regelt de Alcoholwet? In de Alcoholwet is de basis geregeld. Daar staat in: geen alcohol onder de achttien, verstrekkers mogen niet verstrekken aan jeugdigen onder de achttien en jongeren zelf onder de achttien mogen geen alcohol hebben.
Daar staat ook in geregeld dat leeftijdsaanduidingen voor het mogen krijgen van alcohol in horecazaken aanwezig moeten zijn. We gebruiken ook al vergunningvoorschriften om het alcoholgebruik voor jongeren te reguleren. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat we bij een evenement dat zich specifiek richt op jongeren de verplichting opleggen dat men moet werken met een effectief op leeftijd gebaseerd polsbandjessysteem, om beter te kunnen controleren dat jeugdigen geen alcohol krijgen. Het tweede voorbeeld van vergunningvoorschriften die wij hanteren is dat wij aan horeca met een nachtvergunning - die dus ook in de nachtelijke uren open mag zijn - een voorschrift
gekoppeld hebben dat gedurende die nachtelijke uren geen jongeren aanwezig mogen zijn. De derde peiler van regelgeving die wij op dit moment al ingevoerd hebben om onze doelstellingen te bereiken is de Verordening Paracommercie. Dat is een verordening die de raad van de gemeente Kerkrade - uit mijn blote hoofd in 2013 - heeft vastgesteld. Die verordening regelt kort samengevat het verstrekken van alcohol door verenigingen en dergelijke en beperkt bijvoorbeeld ook de tijden waarin het verstrekken van alcohol is toegestaan. Dat is een stukje wet en regelgeving die wij al ingevoerd hebben. Het is ook de ambitie van het college om in het kader van dit uitvoeringsprogramma met een stukje nieuwe wet en regelgeving te komen. Een voorbeeld daarvan is dat diezelfde Alcoholwet ook de mogelijkheid biedt om in een verordening - vast te stellen door de raad - aanvullende voorschriften voor het verstrekken van alcoholhoudende drank te regelen. Het college is dus van plan om gedurende dit jaar te onderzoeken of het mogelijk is om het schenken van alcohol in verenigingslokalen te verbieden op momenten dat daar activiteiten plaatsvinden die zich hoofdzakelijk richten op jongeren. Dat moet nog bekeken en nog uitgewerkt worden. Ook moeten alle gevolgen daarvan nog een kaart gebracht worden, maar in de loop van dit jaar komt het college met een voorstel richting de raad.
De derde peiler is dan de interventie in de zin van controle en handhaving. Het uitvoeringsprogramma benoemt een aantal soorten controles die we van plan zijn uit te gaan voeren en alloceert ook tijd aan die controles. Dat is in totaal ongeveer 400 uur. Zoals u ook in het uitvoeringsprogramma kunt lezen, heeft er een risico-inventarisatie plaatsgevonden met als doel om die beschikbare controlecapaciteit daar in te zetten waar de risico's maar ook de te verwachten te behalen winst het grootst is. Dus in een bruine kroeg waar geen jeugd komt ga je minder snel controlecapaciteit inzetten dan op plekken waar wel alcohol verstrekt wordt en waar wel veel jeugd komt. Er staan een aantal verschillende controles opgesomd die plaatsvinden. Die staan ook in het uitvoeringsprogramma uitgewerkt, dus ik ga daar verder niet op in. Volgens mij was dat de presentatie. [onhoorbaar 00:29:04-00:29:15] Oh, die hebben we uit de sheets gehaald. Dit uitvoeringsprogramma loopt over een periode van een tweetal jaar en het is de bedoeling dat we het daarna evalueren. Dan loopt ook de werkingsperiode af van het nu geldende preventie- en handhavingsplan dat de raad in het verleden heeft vastgesteld. Over twee jaar komt er dus weer een nieuw plan met ook een nieuw uitvoeringsprogramma waarin we dan uiteraard wat we in deze periode geleerd hebben weer mee zullen nemen. Dank je wel. Het was helder.
Goed, daar kunnen we iets van vinden. Ik wil het wel een beetje gereguleerd houden dus om de beurt. Als iemand iets wil zeggen, steek gewoon een vinger omhoog en brand los als er vragen of opmerkingen zijn. Meneer van Beek was het eerste en ik ga daarna naar mevrouw van Drunen. Hartstikke bedankt voor de interessante presentatie. Dat bingedrinken doen met name dus die hele jonge kinderen, bij twaalf tot veertien jaar ongeveer begint dat. Ik kan me voorstellen dat ze dat niet gaan doen waar volwassenen bij zijn, dat doen ze waarschijnlijk ergens met een clubje bij elkaar. Mijn vraag is: hebben die jonge kinderen genoeg plek, zodat zij niet al automatisch ergens achteraf een soort clublokaal hebben waar ze dat gaan doen? Zijn er genoeg faciliteiten voor die kinderen waar ze terecht kunnen? Vroeger had je het jeugd- en jongerenwerk en was er enorm veel aanbod voor veel jongeren. Natuurlijk als je dingen wil uitvreten doe je dat niet in een locatie waar andere mensen het zien. Dat ga je natuurlijk stiekem doen. Ik ben ook jong geweest, dus ik weet er alles van. Maar als er te weinig aanbod is, ben je al bijna gedwongen om zelf iets te organiseren. Die drinkketen zijn vaak op televisie geweest en daar ontstaan natuurlijk echt hele grote problemen en je hebt er geen zicht op.
Heeft u enig idee of er genoeg aanbod is voor die kinderen, dat ze dus niet gedwongen zijn om zelf iets te regelen? Dat is mijn vraag. Dank u wel. Vanuit jongerenwerk worden allerlei activiteiten georganiseerd. Dat wordt per wijk georganiseerd. Kinderen kunnen aan de nodige activiteiten deelnemen. Dat is ook onderverdeeld in diverse leeftijdscategorieën. Er zijn zelfs ook groepen voor jongens en voor meisjes. Er zijn allerlei combinaties en dingen inderdaad mogelijk. We hebben bij ons hotspotonderzoek ook gekeken naar op wat voor plekken komen kinderen of jeugd samen en waar wordt gedronken. Dan blijkt als je kijkt naar bijvoorbeeld cafés binnen Kerkrade, dat eigenlijk de meeste cafés toch alleen door ouderen gebruikt worden. Er zijn wat dat betreft inderdaad weinig plekken waar jeugd zich verzamelt om te gaan drinken. Maar we hebben ook uitgebreid met jongerenwerk en anderen gekeken naar wat er gebeurt in de buitenruimte. Er zijn wel wat risicoplekken maar er waren geen plekken bij waar we het idee van hadden dat daar zwaar gedronken werd. Er zijn geen plekken in de buitenruimte binnen de gemeente Kerkrade waar excessief gedronken wordt. Het is vooral een probleem van wat er thuis achter de voordeur gebeurt.
Waar vindt dat bingedrinken dan plaats? Waar doen ze dat? Doen ze dat echt thuis? Dat kan inderdaad thuis zijn en het kan natuurlijk ook nog in de buurtgemeenten zijn of over de grens in Duitsland. Ik vind dat daarin een wijkbeheerder of een wijkboa wel belangrijk is. Die weten precies wat er zich in een bepaalde buurt afspeelt en dat is waar het de laatste jaren aan schort. In de buurt, in de wijken zie je vaak niet dezelfde personen die weten waar alles zich afspeelt. Ik vind dat daar veel meer naar gekeken moet worden. Dat kunnen we zeker als tip inderdaad meegeven. Wij hebben ook een gesprek gehad met de verschillende jongerenwerkers zoals die actief zijn in de wijken en daar kreeg ik zelf wel het gevoel of het beeld - ik weet niet of het bij Kevin hetzelfde was - dat zij toch wel
heel doordrongen waren van wat er binnen hun buurt en bij hun kinderen speelde. Dat verschilde inderdaad per wijk, c.q. buurt, wat er gaande was. Maar het is zeker een punt dat we in de gaten kunnen blijven houden. Dat zijn twee dingen denk ik. Het eerste is: ik ken een jongerenwerker en ik ben een paar keer mee rondgelopen. Dat is best leuk om te zien. Hij kent er veel. Hij gaat op social media - die ik zelf niet heb - en dan verzamelen ze zich en rijdt hij rond. Het probleem is dat alcohol heel duur is geworden, dus zij gaan het goedkoop inkopen in Duitsland. De leeftijd is omhoog gegaan. Het gebeurt ook niet in de cafés, dus ze gaan thuis indrinken, zodat ze daar minder hoeven besteden want ze hebben gewoon minder te besteden. Twee dat is wel een goed punt van Ad - er is laatst een plek geopend in Kerkrade-West. Veel heisa maar volgens mij is er achteraf gezien helemaal niet veel aan de hand. Wat de meeste jongeren willen zijn gewoon hangplekken. Natuurlijk is dat niet heel populair, maar we zullen toch moeten kijken hoe we dat wel wat meer kunnen faciliteren zodat die jongeren ook hangplekken hebben, zoals wij die vroeger ook gewoon hadden. Want dat wilden wij ook het liefste doen, gewoon hangen. Hoe saai dat ook is, maar dat is wel hetzelfde gebleven. Dat even ter aanvulling. Mijn meest prangende vraag is: wij zijn hier al een hele tijd mee bezig.
Het is niet iets wat we de komende twee jaar in één keer opnieuw gaan doen. Dus ik ben eigenlijk heel erg benieuwd naar de interventies die we tot nu toe al hebben gedaan. Wat hebben die eigenlijk specifiek opgeleverd? Blijken er ook interventies te zijn die misschien niet zo goed werken? Dat mis ik een beetje, want ik denk niet dat we het wiel weer opnieuw hoeven uit te vinden. Ik mis in het verhaal wat we afgelopen tijd al gedaan hebben. We hebben die doelstelling al heel secuur opgeschreven maar we hadden twee jaar geleden ook doelstellingen. Wat is daarvan terug te zien, want dan kun je ook misschien bijsturen. Dat is wellicht informatie waar ik nog wel erg naar snak. Er hebben inderdaad een hele hoop interventies plaatsgevonden. Het is natuurlijk altijd heel moeilijk om te formuleren welke interventie nu welk impact heeft. Vaak is het ook een mix van interventies die tot een bepaald resultaat leidt. Je zag hier wel dat het tot 2019, toen er geen bijzondere veranderingen waren zoals met corona, eigenlijk een mooi effect had en dat er een mooie dalende lijn was. Dus dat we wat dat betreft inderdaad succes sorteerden. Maar corona kwam daardoorheen lopen, dat is iets heel aparts en daar moet je dan natuurlijk ook weer apart op reageren en kijken hoe je daarmee omgaat.
Het andere punt ten aanzien van de ouders, van het thuisgebruik, is iets wat we van 2013 tot en met 2019 zien toenemen, terwijl daar ook wel interventies op genomen zijn. Daarvan zeggen we: daar moeten we inderdaad nog extra op inzoomen. We weten sowieso dat kinderen op scholen duidelijk voorlichting daarover krijgen. Ouders worden daar ook wel in meegenomen, maar in hoeverre dat in iedere school evenveel en intensief plaatsvindt en er daadwerkelijk afspraken gemaakt worden, dat gaan we de komende periode ook per school na en we gaan ook in gesprek om te kijken of we dat inderdaad kunnen oppakken. Maar die leeftijd is ook pas in 2014 omhoog gegaan. Als die leeftijd omhoog gaat, dan krijg je meer gebruik thuis, dan gaat het achter de deur. Ik vind dat heel logisch. Ik zag dat al van ver aankomen. Als je met zestien daar kunt drinken en dan in één keer niet, dan ga je met zestien thuis drinken. Dat denk ik. Wil jij nog iets zeggen? Misschien nog een kleine aanvulling ten aanzien van wat de eerdere interventies in het verleden hebben bereikt. In 2015 en in 2018 hebben er nalevingsonderzoeken plaatsgevonden, niet alleen in Kerkrade maar in de regio. Die nalevingsonderzoeken waren onderzoeken naar de professionele verstrekkers van alcoholhoudende drank aan jeugdigen. Daar zien we tussen 2015 en 2018 een toename van tien procent van dat naleefgedrag.
Dat naleefgedrag is niet op de 50 procent dat we graag willen hebben, maar we zien tussen 2015 en 2018 wel die stap van 10 procent. Daarna heeft geen lokaal onderzoek meer plaatsgevonden. We samen met de gemeentes weer regelen dat we dat wel weer graag willen doen. Er hebben ook landelijke onderzoeken plaatsgevonden en die laten eigenlijk hetzelfde zien: per tijdsperiode worden er stapjes van 10 procent in de goede richting gemaakt. Die onderzoeken hebben ook steeds laten zien dat wij hier in de regio een beetje achterlopen vergeleken met de landelijke trend. Dus we stijgen wel allemaal in het naleefgedrag, maar in absolute percentages lopen we wat achter. We weten dus niet precies waar we nu staan qua leefgedrag, maar kijkend naar de onderzoeken in het verleden en de trends die er zijn, is het denk ik zeer reëel om te veronderstellen dat we ook weer doorgegroeid zijn. Nog niet op landelijk niveau maar misschien dat we hier in het zuiden wel weer tien procent de goeie kant opgekropen zijn. Dank u wel. Over de resultaten die ook in het uitvoeringsprogramma staan van de afgelopen jaren had ik nog een vraag. Er wordt gesproken van twee groepen; die van dertien tot met zestien jaar en een groep van dertien tot veertien jaar volgens mij.
Wat ik daar een beetje apart in vond, was dat er een verschil is in de trend tussen de groep van dertien tot zestien en die van dertien tot veertien. Die snapte ik niet helemaal. De groep dertien tot en met zestien drinkt over het algemeen steeds minder, maar als ik me goed herinner uit het programma drinkt de groep dertien tot veertien steeds meer. Dat vond ik raar. Ik denk: waarom drinken juist de jongsten steeds meer, terwijl de oudste groep volgens mij dan steeds minder moet gaan drinken. Dus vond ik een apart cijfer. Die groep van dertien tot zestien jaar is opgesplitst in twee verschillende klassen. Die ene is dan dertien-veertien en de andere klas erboven is dan meer vijftien-zestien. Je ziet ten aanzien van het drankgebruik dat ze in beide klassen vanaf 2019 meer zijn gaan drinken tijdens de coronaperiode. Dat geldt
inderdaad voor beide, ook inderdaad voor de jongere groep waarvan je zou hopen dat die toch daarin achterblijven. Wat betreft het bingedrinken, dat zie je bij vijftien, zestien jaar niet meer of niet extra toenemen, maar wel bij de groep dertien tot veertien jaar. Dat is inderdaad wel opvallend. Daar zullen we denk ik ook nog wat verder op moeten inzoomen. Ik heb het nog bij de GGD nagevraagd en die gaven wel aan dat die groep een kleinere groep is, dus daar hebben ze van minder kinderen resultaten ontvangen en dan heb je sneller dat daar fluctuaties in voorkomen. Het kan dus ook nog inderdaad deels aan de metingen liggen, maar dat gaan we natuurlijk wel verder na. Ik had ook nog een tweede vraag. Toen ik het stuk aan het lezen was, schrok ik ook een beetje dat er stond dat de startleeftijd twaalf komma negen jaar is. Ja, bijna dertien jaar. Is dat een gemiddelde? Want als het een gemiddelde is, dan houdt dat ook in dat er ook jongeren zijn die met acht jaar hun eerste glas hebben. Ze kijken bij die startleeftijd alleen naar de kinderen die al begonnen zijn. Dus dat betekent dat de kinderen die nog niet begonnen zijn, niet in dat gemiddelde zijn meegenomen. Dat is weer een heel geruststellend gevoel, want dan zou die leeftijd anders uitkomen. Omdat die dus nog niet gestart zijn kunnen ze die niet in dat gemiddelde meenemen. Oké.
Met alle respect voor de moeite die jullie doen, want ik denk dat het een hele kluif is, zie ik eigenlijk wel alleen maar dingen die jullie doen en ik heb zelf de ervaring dat het heel goed werkt als je die kinderen ook een stuk verantwoordelijkheid geeft. Ik pak eventjes het verschil tussen pesten en alcohol. Hetzelfde principe: je hebt daders en je hebt de mensen die het moeten ondergaan. Impuls is toen begonnen met een project om buddy's te maken en de daders als buddy voor de gepesten. Ik vraag me af of dat met alcoholgebruik niet hetzelfde is. Ik denk sowieso die dertien-, veertienjarigen veel drinken uit stoerheid: kijk eens wat ik al kan, wat ik durf en wat ik op kan. Die vijftien-, zestienjarigen zou je dan kunnen laten praten of werken met de kinderen die jonger zijn. Met het pesten heeft dat toen enorm geholpen omdat je ze dan zelf de verantwoordelijkheid geeft en ze zelf het goede voorbeeld laat geven. Daar zijn ze dan trots op en dat gaan ze dan ook doen. Ik weet niet of dat hier een mogelijkheid zou kunnen zijn? We gaan dat zeker bekijken en meenemen. Het is zo in het alcoholbeleid bij het jeugd- en jongerenwerk ook wel met voorbeeldfiguren wordt gewerkt. Dat noemen ze peer-to-peer. Dan merk je inderdaad ook vaak - zeker als het een soort influencer is - dat het flink effect heeft. Daar zouden we in de toekomst nog meer gebruik van kunnen maken.
We hebben ook met de JARK, de Jeugdadviesraad Kerkrade, van gedachten gewisseld op welke manier we meer kunnen aanspreken en wat voor vormen we dan moeten kiezen. Zij hebben toen ook uitdrukkelijk gezegd om in de communicatie er ieder geval voor te zorgen om niet met dat vingertje te gaan wijzen en het niet gaat verbieden, want dan wordt het juist aantrekkelijker. Geef informatie en advies, maar laat de keuze dan ook aan hen, dus een wat meer volwassener aanpak. Dat kunnen we zeker meenemen. Ik denk ook dat we naar de toekomst toe, wanneer we naar communicatie-uitingen en dit soort dingen kijken, de jeugd nog veel vaker gaan betrekken om te kijken of we het op de juiste manier doen of dat het anders moet. We pakken dat zeker mee. Ik heb nog een paar opmerkingen of vraagjes. We weten ondertussen uit onderzoek dat alcoholverslaving erfelijk is. Wordt in de preventie nog extra opgelet of iemand uit een gezin komt waar alcoholverslaving speelt? Dat is ook heel belangrijk. Ik ken zelf gezinnen die hebben gezegd: ik wil nooit drinken, want mijn vader was alcoholverslaafd en die beginnen dan toch op latere leeftijd. Dat heb je dan ook niet in de hand. Maar ook de gemoedstoestand van jongeren vind ik tegenwoordig heel belangrijk, want we weten allemaal dat door corona veel meer depressiviteit is ontstaan bij jongeren.
Wat wordt daarmee gedaan? Want als je depressief bent, heb je ook sneller de neiging om in de vergetelheid iets te doen en daar is alcohol een uitstekend middel voor. Hoe wordt daarmee omgegaan? Wordt er met scholen contact gelegd of daar bij jongeren op gelet moet worden en ook op de gemoedstoestanden van kinderen? Dat vind ik heel belangrijk om alcoholwerend te zijn. Dus daar gaat mijn vraag over. Hebben jullie daar ook aan gedacht? Ja. Als eerste: is alcoholverslaving erfelijk en wordt er ook gekeken of er speciale aandacht moet gaan naar kinderen van bijvoorbeeld ouders die een verslaving hebben? Het antwoord is ja. Dat wordt inderdaad gedaan en die worden dan ook doorgestuurd naar de groep KOPP/KVO zoals dat heet, waarbij die kinderen van ouders met een verslaving begeleid worden in hoe je met de thuissituatie omgaat maar ook: hoe geef je in je eigen leven daar vorm aan, zodat jij daar niet in vervalt. Ik denk dat ik dat goed zeg; Joep weet daar meer van. Joep knikt, dus dat is goed. Dan de andere vraag: wordt er gekeken naar de gemoedstoestand van jongeren? Daarvoor willen we inderdaad nauw samenwerken met scholen, maar ook met jongerenwerk. In ons gesprek met jongerenwerk bleek dat zij dat inderdaad ook in de gaten houden: hoe de jongeren die bij hen komen in hun vel zitten en wat voor thema's er bij hen spelen.
Ze grijpen inderdaad ook haakjes aan om dat bespreekbaar te maken, maar hebben het ook heel open met elkaar over alcohol- of drugsgebruik, zodat kinderen voelen dat het bespreekbaar is en dat je met elkaar erover kunt hebben hoe je ermee om kunt gaan en ook hoe je kunt omgaan met gemoedstoestanden die kunnen leiden tot gebruik als je in die situatie zit. Daar wordt dus aandacht aan besteed. Op scholen is het zo dat docenten in principe in de gaten houden hoe de kinderen in hun vel zitten en ook kijken of ze doorverwezen kunnen worden. Ik ga verder nog in gesprek met scholen om na te gaan hoe goed die doorverwijzing plaatsvindt en of zij genoeg middelen daartoe hebben of nog iets
nodig hebben. Dank u wel. Ik denk dat bij kinderen de groepsdruk erg speelt, dat ze met een groepje zijn en dat het stoer is om te drinken en dat het niet stoer is om niet mee te drinken. Ga dan maar eens niet meedrinken. Ik vind het knap als iemand dat niet doet. Ik denk dat de groepsdruk daar ook in meespeelt bij de jongere jeugd. Ik denk dat er bij ouders een groep is die denkt: het is beter dat mijn kind zijn eerste biertje thuis onder toezicht drinkt, dan dat hij het dadelijk ergens op straat drinkt, 's nachts laveloos thuiskomt en ik geen idee heb waar hij geweest is. Dus dat zijn ouders die zelf nog een beetje de vinger aan de pols houden. Dan heb je ook nog andere ouders. Nu spreek ik niet uit mijn eigen ervaring, maar over dingen die ik heb gehoord. Bij evenementen probeert de kastelein het goed te doen. Kinderen komen vragen om drie bier, krijgen het niet omdat ze minderjarig zijn. Dan halen ze papa erbij, papa bestelt drie bier en geeft het pontificaal aan die jongeren. Dan vraag die kastelein: "En nu dan? Wat moet ik dan doen? Dadelijk krijg ik de bekeuring." Dat zijn vragen die spelen bij bijvoorbeeld een kastelein. Hij geeft aan dat het niet mag. Dan komt er een volwassene, in dit geval een vader, die haalt drie bier en geeft die pontificaal voor de ogen van de kastelein aan de jongeren.
Wordt die dan bekeurd of hoe gaat dat in de toekomst? Moet zo'n kastelein dan achter de bar vandaan komen en ze toch weghalen? Hoe gaat zoiets met de handhaving? Dat laatste zijn wel situaties waar je mensen die alcohol schenken - die achter een bar staan - op probeert voor te bereiden in de cursussen over verantwoord alcoholgebruik die gegeven worden, maar dat is natuurlijk toch best moeilijk. Die cursussen verantwoord alcoholgebruik kunnen online gevolgd worden en er kan zo een certificaat gehaald worden. Dan kun je dit soort situaties ook niet met elkaar oefenen. Het advies is - zeker ook vanuit Mondriaan - om erop aan te dringen dat mensen die cursussen live volgen, zodat je een rollenspel kunt spelen en zo'n situatie met elkaar kunt naspelen en bekijken op welke manier je daar het beste op kunt ingaan want dat is natuurlijk ingewikkeld. Als er iemand van handhaving is, dan zal die daar wel op inspelen, maar zij kunnen ook niet op 20 plaatsen tegelijk zijn. Stel handhaving komt naar binnen en er staan drie jongeren met alcohol. Wie is dan verantwoordelijk? De jongeren zelf of de kastelein? Dat kan jij beste beantwoorden. Formeel is dat de kastelein, maar weet ook dat zo'n toezichthouder ook in gesprek gaat met die kastelein. Als dan het verhaal is: ik doe mijn best en dit en dit is er gebeurd, dan zal er altijd in alle realiteit gekeken worden wat dan de juiste optie is.
Dat er knelpunten kunnen optreden in het toezicht op en de handhaving bij de verstrekking - het voorbeeld dat u geeft - hebben we ook onderkend. Daarom hebben we ook in het uitvoeringsprogramma opgenomen dat we in de loop van dit jaar een tactisch-operationeel overleg in gaan plannen over hoe wij omgaan met zulke knelpunten. Een kastelein die inderdaad met het thema worstelt hoe daarmee om te gaan mag gerust contact met ons opnemen want wij willen graag meekijken en meedenken hoe wij daarin kunnen helpen faciliteren. Het is ook een sociaal probleem. Ik heb zelf heel vaak met carnaval achter de bar gewerkt, dan wil je niet weten wat er gebeurt, ook hier in Kerkrade. Dan zie je omstanders staan en die kijken ernaar. Dan denk ik: volgens mij zijn we hier met allemaal volwassenen en weten we allemaal dat dit niet mag. Als we dat als samenleving ook wat meer oppakken, dan heeft de kastelein het ook een stuk beter. Je ziet ook vaak dat mensen dan maar wegkijken en denken: daar ga ik me niet mee bemoeien. Dan krijg je ook het volgende probleem: iemand die overmatig alcohol gebruikt heeft kan ook agressief worden, dat zie je ook heel vaak. Met carnaval gaan wel alle remmen los. Dat is allemaal leuk en aardig, maar dan is er een hele negatieve sfeer. Ik ga nu op de rem trappen want het is tijd. Heel hartelijk dank voor alles. Graag gedaan. Het is op een hele prettige wijze verlopen.
Dank u wel namens iedereen. Dan gaan de ambtenaren nu ruilen, die gaan wisselen. Jullie kunnen blijven zitten. Even een kleine pauze, want ik heb ook dorst. Wij gaan wisselen. Dames en heren, wij gaan verder met onderdeel twee. Hartelijk welkom weer. Ik had jullie namen opgeschreven. Bij B zijn dat de heer Gerben Brouwers, dat bent u, en Yorick van den Berg, dat bent u. Ik zou zeggen: start de band en wij zitten een en al oor te luisteren naar jullie. Ik zal mezelf even voorstellen, ik ben Gerben Brouwers. Ik ben sinds april werkzaam als beleidsmedewerker jeugd bij de gemeente Kerkrade. Daarvoor heb ik 22 jaar in het voortgezet onderwijs gewerkt. Ik heb daar allerlei functies vervuld. Vandaar dat ik zei dat ik het fijner vind om door de groep heen te lopen. Het is erg onwennig voor mij. Wij worden ondersteund in het opstellen van preventief jeugdbeleid door de B&A groep. Vandaar dat Jork van den Berg hier ook aanwezig is om een deel van het verhaal mee te vertellen. De agenda van vandaag. We willen jullie meenemen in het verhaal wat we tot nu toe hebben gedaan en wat we tot nu toe hebben opgehaald.
We willen daarna gaan kijken naar de aandachtspunten die wij uit alles wat we hebben gedaan naar boven hebben gehaald en met jullie het gesprek aan gaan of jullie dat herkennen? Zien jullie de dingen anders? Missen jullie nog dingen? Hebben jullie tips wat wij mee kunnen nemen? Als laatste eindigen we met het vervolgproces. Wat gaan we vanaf hier verder doen? Ik wil eerst graag het verhaal vertellen. Op het einde hebben we een sheet waar we met jullie over in gesprek willen gaan. Dan zullen waarschijnlijk alle vragen beantwoord worden die in de loop van het verhaal in jullie opkomen. Als eerste de aanleiding van het preventief jeugdbeleid. Als het goed is zijn jullie op de hoogte van de taskforce Jeugd 2.0. De behoefte aan preventief jeugdbeleid is één van de acht punten uit die taskforce. We hebben met preventief jeugdbeleid een aantal doelen. Onder andere: zorgen dat die jongeren en de jeugdigen gezond, veilig en kansrijk opgroeien.
Voorkomen dat kleine vragen grote problemen worden. Soms is het zo dat als je aan de voorkant al een klein probleem kan oplossen of mensen al kan helpen met iets heel kleins, je kan voorkomen dat het een groot probleem wordt. En ook het laatste punt: voorkomen dat er duurdere en intensievere zorg nodig is. Als je aan de voorkant met een kleine inzet mensen kan helpen, komt het aan de achterkant niet in die duurdere jeugdzorg. Het proces tot nu toe: we hebben allerlei ingrediënten opgehaald om het preventief jeugdbeleid vorm te kunnen geven. Eén van de onderdelen die wij gebruikt hebben is de preventiematrix van het NJI: Nederlands Jeugdinstituut. De preventiematrix komt in de volgende dia en die leggen we samen uit. Verder hebben wij gesprekken gehad met een heleboel partijen die actief zijn in die preventieve aanpak en die met jeugd te maken hebben. Je kan het heel breed zien. We hebben met de GGD gesproken, met scholen, met de HUB, met de GeldWijzerWinkel, met VSV en met Halt... We hebben een heleboel professionals gesproken. In eerste instante hebben we ze allemaal afzonderlijk gesproken. We stelden vragen zoals: hoe kijken jullie aan tegen preventief jeugdbeleid? Wat verstaan jullie daaronder? Hoe zien jullie dat? Twee november jongstleden hebben wij de professionals allemaal gezamenlijk uitgenodigd.
We hebben een werktafel georganiseerd waar wij met hun in gesprek zijn gegaan over de drie pijlers waarin wij het preventief jeugdbeleid op willen hangen: veilig opgroeien, kansrijk opgroeien en gezond opgroeien. Daar hebben we van gedachten gewisseld en hebben we een heleboel dingen opgehaald. Vervolgens hebben we gesprekken gehad met jongeren. We hebben alle leeftijdscategorieën gehad. Ik heb een gesprek gehad met groep acht van de Steltloper over diezelfde pijlers. Hoe zien ze dat? Wat verstaan ze eronder? Missen zij dingen daarin en wat zien ze daar wel van terug? Naast de groep acht heb ik gesproken met het leerjaar drie, vier van de Holz. De iets oudere leeftijdscategorie hebben we betrokken door dezelfde vragen neer te leggen bij de JARK: de jongeren adviesraad die daar over na hebben gedacht en input hebben geleverd. Een gesprek met ouders heb ik hier bijstaan maar die is helaas in december niet doorgegaan. Ik zou een gesprek hebben met de oudervereniging van de Steltloper maar daar waren helaas te veel zieken en de directeur die ook aanwezig zou moeten zijn was toen ook ziek. Daar wordt een nieuwe afspraak ingepland om de ouders hierin mee te nemen. Verder hebben we de bestaande gegevens gebruikt en dan hebben we gekeken wat de staat van de jeugd in Kerkrade is, door gegevens te bekijken van de GGD, het CBS en bij waar staat je gemeente punt nl.
Dat zijn allemaal openbare gegevens die we daarvoor gebruikt hebben. Dan hebben wij gekeken naar de risico risicofactoren en daarbij hebben we de verklaringen in beeld proberen te brengen. Daar hebben we met de professionals over gesproken en hebben we gekeken naar welke bestaande aanpakken er al worden gebruikt in Kerkrade. Die hebben we geprobeerd te ordenen in de preventiematrix. Die zal ik er even bij pakken. Dit is de preventiematrix zoals die vanuit het NJI: het Nederlandse Jeugdinstituut aangedragen wordt. Je ziet aan de linkerkant weer die drie pijlers, waarvan zij zeggen dat het belangrijk is in preventief jeugdbeleid: gezond opgroeien, veilig opgroeien en kansrijk opgroeien. Daarnaast staan gewenste situaties, zoals je het graag zou willen zien. Dan heb je een drietal lege kolommen zoals ze hier staan. De eerste kolom is universeel. Daar zou je de interventies kunnen neerzetten die voor iedereen bedoeld zijn, waarvan je zou kunnen zeggen: die doen we op alle basisscholen bij groep acht. Dat zou je universeel kunnen doen. De middelste kolom is selectief. Dat is een bepaalde groep die je in je interventie wilt betrekken. Bij geïndiceerd heb je het over een individu die je op een bepaalde manier een interventie gaat aanbieden. Als je naar de laatste kolom gaat kijken: project steun ouder. Er staat een heel goed voorbeeld van.
Er wordt één kind even uit de thuissituatie weggehaald en in een ander gezin geplaatst voor één of twee dagdelen per week. Het kind wordt daar opgevangen en krijgt daar leuke dingen te doen. Het kan geholpen worden met huiswerk. In diezelfde tijd kunnen de ouders aan bepaalde problemen en aan zichzelf werken om het toch allemaal een beetje in grief te houden. Terwijl als het kind fulltime thuis zou blijven, dan zou het misschien in dit gezin allemaal vastlopen. Als ik ga kijken naar de gesprekken met de jongeren die ik heb gehad. Zoals ik al zei, groep acht van de Steltloper vmbo Holz leerjaar drie en vier en met de JARK. wat me opvalt ondanks dat het drie verschillende leeftijdscategorieën zijn, is het toch zo dat een groot deel van de opmerkingen die genoemd waren hetzelfde. Het maakte niet uit of je met groep acht met een elf jarige zit te praten of in de JARK waar ook 20 jarige zitten. Er kwamen een aantal dingen er hetzelfde uit. Wat me ook opviel en dat vond ik echt een compliment waard aan de jeugdige. Als je op niveau het gesprek aangaat hierover dat ze hele goeie input hebben en met hele leuke ideeën komen. Dat zijn weer de drie pijlers die we al de hele tijd benoemd hebben. Bij gezond opgroeien geven ze aan: meer lessen over gezond eten, meer sporten, meer aandacht voor alleenstaande ouders en drugspreventie.
Sommige jongeren geven aan dat ze 's avonds niet meer bij elkaar mogen komen, want dan wordt gedeald of dan hangen er andere mensen rond waarvan mijn ouders niet willen tot ik daarmee in contact kom. Over roken en alcohol hebben jullie net al een verhaal gehad. Als je gaat kijken naar het stukje veilig, dan wordt voor een groot deel door de jongeren de verkeersveiligheid genoemd, het veilig buitenspelen. Daar merkte je heel erg dat het verhaal van Gino van vorig jaar nog altijd in de kopjes van die kinderen rondspeelt. Ze willen meer politie op straat en meer te doen voor kinderen. Dat zeggen voornamelijk de iets oudere kinderen. Daar kwam groep acht nog niet zo
mee, maar eigenlijk de categorie van dertien-veertien jaar tot en met achttien-negentien jaar, gaf aan: wat is er voor ons te doen? We gaan kijken naar kansrijk: betaalbaar wonen, goede en meer opleidingen in Kerkrade. Daar geven ze onder andere het brede spectrum van het voortgezet onderwijs aan, maar ook om te kijken of er een leuke Mbo-opleiding binnen te halen is bij de gemeente Kerkrade. Beter en meer werk, geen armoede, betere lonen, maar ook hulp aan ouders bij het opvoeden. Niet zozeer van: mijn ouders doen het slecht, maar meer, ik zie dat bij andere vriendjes en vriendinnetjes het niet altijd allemaal vanzelf loopt. Ik geef het woord aan Jork. Wat wij vervolgens gedaan hebben: – want dit waren alle gesprekken – we zijn gegevens gaan verzamelen uit bestaande bronnen. Wat we gedaan hebben, zit ook in de bijlage die meegestuurd is. Bijlage één is een heel mooi overzicht van allemaal cijfers en getallen die de gemeente al verzameld heeft of via openbare bronnen te benaderen zijn. Over welke feitelijke gegevens hebben we het? Hoe gaat het met dat gezond opgroeien in Kerkrade? Hoe gaat het met het veilig opgroeien? Hoe gaat het met de kansrijk opgroeien? Die gewenste situaties, die je net in die ingewikkelde tabel zag, daar hebben we gekeken welke gegevens we daarvan hebben, zodat je een feitelijke ondergrond hebt voor je beleid.
Vervolgens, en dat was het grootste werkje, is het kijken wat de verklaringen zijn voor dit soort uitkomsten. Daar ga ik straks dieper op in. Hoe komt het? Waar komt kindermishandeling vandaan? Wat zijn de risicofactoren waar je mee te maken hebt? Wat weten we uit onderzoek? Daar is door het Nederlands Jeugdinstituut en andere kennisinstituten veel onderzoek naar gedaan en daar blijkt dat bepaalde risico's zorgt voor een vergroting van de kans op een onveilige thuissituatie. Je kan denken: leuk dat je dat allemaal weet, maar wat kan je ermee? Dan weet een professional: dit zijn de signalen waar ik op moet letten. Dit zijn momenten of situaties waar ik op moet letten om ervoor te zorgen dat ik er op tijd bij ben. Het kan daar mogelijk misgaan. Dat is de reden en die hebben we ook getoetst in die werktafel met die professionals. We hebben gevraagd of ze het herkennen, want dit blijkt uit al die onderzoeken. Daar hebben ze mooie aanvullingen op gedaan. Eén van de aanvullingen die werd genoemd was: soms kan je in een gezin niet direct iets betekenen of de situatie direct veranderen. Dan is het van belang dat je dat buiten dat gezin, op school of op een sportclub of iets anders, dat ze daar wel een hele prettige en positieve omgeving hebben, dat ze er even uit kunnen.
Soms los je het niet direct op – het vraagstuk wat in het gezin speelt – maar kan je de kinderen al enorm helpen door er iets positiefs naast te zetten waar ze zich aan op kunnen trekken. Dat zijn voorbeelden die genoemd werden door de professionals. Vervolgens hebben we per thema al die risicofactoren en verklaringen in beeld gebracht. In de vorige groep die wij hebben gesproken werd gezegd: gaan we het dan alleen maar hebben over datgene wat niet goed is in Kerkrade? Er gaan veel dingen wel goed in Kerkrade, maar als je beleid maakt, dan richt je meestal op de dingen waar je zegt: daar kunnen dingen beter en anders. In bijlage één, die ook meegestuurd is staan netjes met mooie rode, oranje en groene kleurtjes aangegeven waar Kerkrade het goed doet of niet goed doet. Wat we gedaan hebben is Kerkrade vergeleken met de regio Zuid-Limburg en waar dat kon, met Nederland en andersom. Bij het gebruik van alcohol onder jongeren, doet Kerkrade het best goed, niet in de zin dat er veel alcohol wordt gebruikt, maar juist minder. Dat zijn voorbeelden waar het heel goed gaat. Het mentaal welbevinden van de jeugd in Kerkrade is ten opzichte van het landelijk gemiddelde beter. Op een aantal punten en dat zijn de punten die hier staan... Ik begin even niet met de positieve punten.
Dit zijn de punten die we getoetst hebben bij die professionals en die we terug hoorden bij het voorbeeld van de jongeren en kinderen die het hadden over lessen over gezond eten. Het blijkt uit cijfers dat twee keer zoveel dertien- tot zestienjarigen overgewicht hebben ten opzichte van de regio in Zuid-Limburg. Dat heeft te maken met een gezonde leefstijl. Dat is een soort verklarende factor die daaronder zit. Wat blijkt is dat de jeugd in Kerkrade minder vaak groenten eet. Landelijk eet ongeveer de helft van de kinderen elke dag groenten en in Kerkrade is dat 40 procent. Het wel of niet met ontbijt naar school toe gaan. In de regio gaat ongeveer driekwart van de kinderen met een ontbijt naar school. In Kerkrade is dat twee derde van de kinderen. Een ander punt wat ook opvallend is, is dat kinderen minder vaak lopend of met de fiets naar school gaan. Soms heeft dat een hele praktische verklaring, omdat het voortzet onderwijs niet in Kerkrade is. Dan moet je met andere vervoersmiddelen want dat is te ver om te fietsen of te lopen. Soms zit er een hele praktische verklaring onder, maar de kunst is als je dit soort dingen constateert dat je op zoek gaat waardoor het komt. Hoe kunnen we dat verklaren? Zodat als je er iets aan wil doen, dat je weet waar je op moet richten. Dat over het deel gezond.
Het deel veilig: het eerste die er uitsprong in de gesprekken, is twee keer zoveel meldingen kindermishandeling ten opzichte van Nederland. Dat is best een fors verschil. Dat is één van de aandachtspunten die werd genoemd. Dat er minder veilige thuissituaties zijn. In welke gezinnen en in welke situaties komt dit naar voor? Wat weten we daarvan? Dat zit in de bijlage, het is allemaal netjes uitgewerkt. We hebben ook getoetst of ze dit herkennen, want dat het uit landelijk onderzoek komt. Dit is wat in Kerkrade aan de hand is. Er was veel herkenning. Een ander punt was het verminderen van jeugdcriminaliteit. Het zijn over het algemeen jongens die met Halt maatregelen te maken hebben, bijna twee keer zoveel ten opzichte van Nederland. Dat zijn de aandachtspunten die hier naar voren kwamen. Het punt kansrijk. Daar zitten al twee grote pijlers in. Eén is
een optimale schoolloopbaan. Wat in Kerkrade opvalt is dat het aandeel kinderen met een onderwijsachterstand twee keer zo hoog is ten opzichte van Nederland en dat een kwart van de kinderen, dat is best veel, in Nederland is dat ongeveer 15 procent van de kinderen, een risico op onderwijsachterstand heeft. Dat zijn aandachtspunten, dat kwam in de gesprekken die we gevoerd hebben ook terug, dat het soms intergenerationeel is. Het gaat van generatie op generatie en dat is lastig om te doorbreken. Het tweede punt was: voldoende materiële middelen, armoede werd veel genoemd door de kinderen en de jongeren zelf. Er zijn twee keer zoveel kinderen in armoede in Kerkrade als in de rest van Nederland. Dat zijn de aandachtspunten voor kansrijk. Er zijn allerlei verklaringen voor. Dat voert een beetje te ver om dat nu allemaal toe te lichten. Dit zijn de punten die uit al die gesprekken, uit het verzamelen van gegevens, het toetsen bij professionals, het spreken met kinderen en jongeren naar voren is gekomen. De volgende sheet is vooral: zijn er vragen, herkent u dit en wat ontbreekt nog? Hebben we het goed gezien? We hebben er ons mogen in onderdompelen met al die gesprekken. Wat herkennen jullie hiervan en wat ontbreekt er nog aan? Ga je gang. Ik heb eerst even een praktisch vraag. Jullie hebben de cijfers in procenten uitgedrukt.
Hoeveel kinderen zijn er onderzocht? Waar gaat het percentage over? Dit zegt mij zo niks. Kunnen jullie het naar concrete gevallen vertalen? Snapt u wat ik bedoel? Absolute cijfers bedoelt ze. Is dat bekend? Dat is bekend. Je moet het dan afzetten tegen de percentages zelfs. Dit is de manier waarop we al die bronnen hanteren, want ze willen ze hanteren nooit absolute aantallen, omdat je het wil kunnen vergelijk ten opzichte van andere gemeenten. Het gaat ten opzichte van het aantal kinderen in, bijvoorbeeld als het gaat over het aantal jongeren dat elke dag groente eet wordt er gekeken hoeveel jongeren er zijn in een bepaalde levens categorie en daar komt het percentage van. Je kan het allemaal uitrekenen. Ik snap het. Het valt om maar uit te rekenen, alleen krijg je heel veel verschillende 'ennen' zullen we maar zeggen, want de groep is elke keer anders. Ik snap het. Voor het vergelijken met het landelijk voorbeeld is dat handiger, want anders is het niet te doen. Ik vind die score van Kerkrade op zich wel interessant. Het is interessant om te weten hoeveel kinderen dat betreft die geen groenten eten en hoeveel kinderen daadwerkelijk in gezinnen opgroeien waar ze mishandeld worden. Is dat mogelijk dat we die krijgen over Kerkrade, Landelijk hoeft niet, want we hebben hier de vergelijking, dus het gaat me meer over Kerkrade. Dat moet uit te zoeken zijn.
Ik zou het heel fijn vinden, want dan wordt het wat concreter. Waar hebben we het over en over hoeveel kinderen in Kerkrade gaat het? Als daar gewoon staat: 150 kinderen, dan krijg je toch een ander beeld. Daar moet wat aan te doen zijn. Tenminste, dat lijkt mij want het is een kleine gemeente. Zo blijft het abstract en een ver van mijn bed show. Dat is mijn eerste vraag. De tweede vraag gaat ook over de cijfers. Ik kan me voorstellen dat er kruisverbanden zijn, bijvoorbeeld kinderen die in gezinnen opgroeien waar ze mishandeld worden of waar ze getuige zijn van mishandeling van zowel vader of moeder, dat die ook sneller bij Halt terechtkomen en dat ze ook minder gezond leven en minder eten, dat soort dingen. Is daar op die manier ook naar gekeken? Cijfermatig kunnen we dat niet achterhalen omdat het allemaal verschillende data bestanden zijn. In het kader van privacy, kan dat niet. Los daarvan: het zijn verschillende bestanden als onderzoekspet op, zeg ik al, dat is al niet mogelijk, want dan heb je allemaal unieke ID's nodig en dan zou je het kunnen koppelen. Daarom zit er in de andere bijlagen alle onderzoeken erbij en al die verklaringen. Welke andere bijlage? Dat is bijlage drie volgens mij. Defect sheet van oorzaak en risicofactoren. Die hebben wij allemaal gekregen als ik even in rede mag vallen. Daar staan ook hele duidelijke verklaringen onder.
Bijvoorbeeld rondom kindermishandeling, als er sprake is van vier risicofactoren: werkloosheid, schulden, chronische ziekte bij de ouder. Als je daar vier van hebt, dan is de kans op kindermishandeling 30 procent. Daar zitten de kruisverbanden. Daar zou je ze uit kunnen halen, maar cijfermatig kan dat niet. Dat snap ik, maar daar zijn allerlei andere onderzoeken over die dat specifieke item hebben onderzocht. Die hebben we allemaal zoveel mogelijk zitten grasduinen om dat allemaal per onderdeel geordend te krijgen, ook naar die gewenste situatie. Dank je wel. Wat ik nog wel even wil wilde zeggen als opmerking of compliment. Ik vind het heel goed dat er nu eindelijk een keer met alle betrokkenen en indirecte betrokkenen, voorafgaand aan dat we van alles gaan doen, is gesproken en dat die informatie is opgehaald. Ik denk mensen dan denken van hè hè, eindelijk wordt mij ook wat gevraagd. Hebben jullie daar specifiek feedback op gekregen van betrokken instanties, enzovoort? De gesprekken rond die werktafel zijn allemaal enthousiaste en hele betrokken mensen die het leuk vinden om op deze manier over hun vak en over hun bijna persoonlijke missie te praten. Dat raakt. Gerben, jij hebt de gesprekken met de kinderen en de jongeren gevoerd. Dat is ook mijn ervaring. We denken vaak dat kinderen heel veel dingen niet zien, maar dat is helemaal niet. Ze weten veel en ze zien veel.
Ze kunnen, mits je dat op een goede manier insteekt, daar heel goed een beeld over vormen. Het is één van de onderdelen van de ambities, dat als je verdere plannen, maatregelen en interventie bedenkt, dat je dat altijd toetst bij ouders en bij jongeren en dat je hen daarbij betrekt. Dat is één van de ambities. Daarom willen we het gesprek met die oude vereniging zo snel mogelijk plannen. Daarom staat het stuk preventief jeugdbeleid als vast onderdeel, als één van de vier onderdelen op de JARK agenda voor de jongeren adviesraad in Kerkrade. Het is een vast onderdeel, iedere keer een terugkomend items wat we aan hun voor