CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

transcript Financiele commissie 9 maart 2023.pdf

Financiële commissie 9 maart 2023, gemeente Kerkrade12.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 Opening Goeienavond allemaal! Het is zeven uur en ik stel voor dat we beginnen. Het is wat vreemd dat ik hier als griffier zelf de opening doe, maar in punt twee voorzien we daar hopelijk in. Welkom bij de eerste bijeenkomst van de Financiële Commissie en wat mij als griffier betreft een hele mooie stap. Ik ben heel erg blij met dit moment vandaag en hopelijk kunnen we daar iets moois van maken. Annemarie Fischer is namens de Ouderenpartij afgemeld. Ze heeft het druk met de aankomende verkiezingen, maar ik zie hier iemand die op die lijst staat en misschien ook nog campagne moet voeren. Hart voor Vrijheid is niet vertegenwoordigd in deze commissie en zij hebben daar bewust voor gekozen. Je kunt iemand afvaardigen maar dat is geen verplichting. Ze kijken even de kat uit de boom in verband met bemensing. Dat is hun overweging en vandaar dat HvV hier nu niet zit. Dan kom ik bij de opening en wil ik meteen een voorstel doen voor de agenda, namelijk agendapunt drie en vier omruilen waardoor we eerst in gesprek gaan met de accountant, met hem kennismaken en dan verder de diepte ingaan. Dat is een logisch voorstel en ik zie mensen instemmend knikken. Er is dus een akkoord om agendapunt drie en vier om te wisselen.

2 Ontstaan en taak commissie Als er verder geen opmerkingen zijn over de agenda, komen we bij agendapunt twee. Ik zal even kort terugblikken op de Rekeningcommissie, de voorloper van de Financiële Commissie. We hebben een paar mensen in ons midden die daar heel aangenomen hebben, zoals: Jo Essers, Jean Noël en Marianne Laumann. De bemensing van de Rekeningcommissie was gekoppeld aan de Rekenkamercommissie. Dus de leden die in de Rekenkamercommissie zaten, waren direct lid van de Rekeningcommissie. Voor mij als griffier een vreemde link omdat je daarmee de leden opzadelt met twee belangrijke klussen. Ik ben blij dat vanuit de Rekenkamercommissie de overgang gemaakt is naar de Rekenkamer. Die verordening moest sowieso op de schop, en vanuit de Rekeningcommissie in samenwerking met de accountant - kwam er het advies om eens goed te kijken naar de taak en samenstelling van die Rekeningcommissie. Daaruit is een raadsvoorstel voortgevloeid om de overgang te maken naar de Financiële Commissie. Ik denk dat daardoor de raad beter in positie komt, want er zit hier een bredere afvaardiging. De taak van de Financiële Commissie is ook ruimer dan die van de Rekeningcommissie, waarbij de Rekeningcommissie alleen keek naar de jaarrekening en maar één keer bij elkaar kwam.

Dat was te mager, en daarom ben ik erg blij dat de raad de Financiële Commissie heeft ingesteld met de verordening die daarbij hoort. Daarin zijn de doelen van deze commissie opgesteld.

Jullie mogen advies uitbrengen aan de raad en voeren overleg met onder andere het college. Over welke onderwerpen hebben jullie het dan? De taak van de commissie is breed op het financiële gebied. Dat kunnen jullie teruglezen in artikel vier van de verordening. En dan hebben we het niet alleen over het voorbereiden en de selectie van bijvoorbeeld de accountant, maar ook over het gesprek met de accountant. Het gaat vandaag bijvoorbeeld over het controleprotocol en de P&C cyclus: hoe pakken we dat aan? Hoe kijkt u daar tegenaan? Welke verbeteringen zijn er? De jaarrekening komt voor het zomerreces aan de orde. Dit even samengevat wat de Financiële Commissie is met daarin dus een veel bredere taakstelling dan de Rekeningcommissie. We hebben het erin de raad over gehad, en het is vooral ingezet als groeimodel. Samen moeten we ontdekken hoe we dat vormgeven. De accountant is hier, ambtelijk is vertegenwoordigd en de wethouders zijn aanwezig, om zo samen te kijken hoe we een succes kunnen maken van deze commissie. Dan kom ik bij de eerste stap die de commissie moet zetten, namelijk: het benoemen van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Dat is afwijkend van hoe jullie het gewend zijn bij Algemene Zaken en Middelen en GEZ want daar benoemt de raad de voorzitter en staat de voorzitter apart van de commissie.

Dit is een inhoudelijke commissie waarin niet alleen maar ontwerpbesluiten aan de orde komen, maar vooral onderwerpen waarover jullie advies kunnen geven, meedenken of evalueren. Die voorzitter is lid van de commissie. En als die voorzitter zich wil focussen op zijn taak, mag iemand anders van zijn fractie lid worden van deze commissie. De eerste vraag is: is er iemand bereid om voorzitter te worden? Meneer Noël stelt zich kandidaat. Even met de microfoon spreken want we hebben een formele commissie. Ja, maar ik wil wel even voeling krijgen over wat er wordt verwacht van een voorzitter - los van het deelnemen aan de vergadering in de voorbereiding, uitvoering en in de vergadering zelf. Wat zijn de verschillen tussen daar en hier zitten? Wat mij betreft niet zo veel, behalve dat u met mij de vergaderorde bewaakt en het agendapunt op het einde samenvat. Wij overleggen over de agenda, en net zoals bij andere voorzitters helpt de griffie u daarbij. Ik nodig u van harte uit om dat experiment aan te gaan. Ik houd u aan uw woord dat het niet erg zal afwijken. Ik kijk even rond in de commissie en als de commissie akkoord is, wil ik de heer Noël graag uitnodigen om alvast hier te komen zitten. Ik heb de vergadering voorbereid en heb reeds veel werk verzet, waardoor u er vooral voor de vergaderorde bent. Van harte, meneer Noël, welkom en fijn dat u zich zo vrijwillig aanbiedt.

Dat komt helemaal in orde. Een eerste woord, voorzitter? Letterlijk een heel ander perspectief. Ik had er van tevoren al over nagedacht. Je trekt vaak een wat grotere broek aan als het over financiën gaat en wellicht wordt er al wat scheel geloensd. Dat idee had ik al en was ik ook op voorbereid.

Laten we dit dus maar aangaan. Ik moet nog een hoop dingen leren qua de techniek van het vergaderen, want ook ik ben een nieuwkomer. Ik ben ervan overtuigd dat ik me met mijn linkerhand voor jullie rechter - goed zal kunnen weren. Dus dank u wel. Dank u wel. Ik pak kort uw rol nog even over, want we gaan over naar agendapunt vier, wat nu drie is geworden.

4 Accountant Wil er iemand plaatsvervangend voorzitter zijn

2 Ontstaan en taak commissie voor als dit nodig zou zijn? Meneer Essers, hartstikke bedankt. Fijn dat u ook de rol van de griffie overpakt als die voorzitter is. Dat belooft wat voor deze commissie. We gaan over naar het volgende agendapunt en hiervoor hebben we

4 Accountant de accountant uitgenodigd. U mag nog even blijven zitten, en doen even een voorstelrondje voor diegenen die u nog kennen. Wethouder Paas is hier, de heer De Waal als afdelingshoofd Financiën en Rein-Aart van Vugt onze accountant. Introduceer misschien even dit agendapunt en verklaar waarom meneer... Voor dit punt werden er een paar sheets voorbereid. De controle van het jaarverslag en de jaarrekening door de accountant is een wettelijke verplichting. De benoeming van de accountant is een bevoegdheid van de raad. Het uitvoeren van de aanbesteding die daarbij hoort, is aan het college. De raad bepaalt vooraf de belangrijkste uitgangspunten voor die aanbesteding, bijvoorbeeld: een looptijd of hoe wegen we bepaalde criteria? Het huidige contract is op basis van een Europese aanbesteding in 2019 gegund aan Deloitte en daarbij speelde de prijs en de kwaliteit elk voor 50 procent een rol. Het beoordelen van de inschrijvingen destijds is door een gemengd team gebeurd, namelijk door de heer Heijltjes, de heer Piefer en mensen vanuit de ambtelijke organisatie die veel met de accountant te maken hebben. De jaarrekening is, net als het oordeel van de accountant daarover, iets wat op een goede manier naar de raad moet komen.

Er was echter wel de bepaling opgenomen dat als de stemmen gelijk of heel dichtbij elkaar lagen, de raadsleden door doorslaggevende stem zouden hebben, want het is de raad die de accountant benoemt. Ik moet zeggen dat dit een geweldig en geslaagd traject vond. Volgens mij werd dit zelfs door de heer Piefer gememoreerd in de daaropvolgende raadsvergadering. De looptijd van het huidige contract omvat de controle van het boekjaar

2019 tot 2023. Dat is een contract van vijf jaar met de optie tot twee keer een verlenging met een jaar. Waarom zo'n lange looptijd? Destijds was het ontzettend moeilijk om überhaupt een accountant voor een gemeente te vinden. Alle gemeenten in Nederland hadden daar last van. Het vraagt een bepaalde periode van inwerken en inlezen en vanuit het perspectief van een accountant wil men die inspanning aan de voorkant terugverdienen in een bepaalde looptijd. Als je een looptijd aanbiedt van één of twee jaar, en hij heeft één of twee jaar nodig om zich in te werken, kan die in theorie alweer vertrekken. Dat schiet niet op en zal je ook weinig inschrijvingen krijgen. Ik loop misschien al een beetje voor op de feiten, maar ambtelijk gaat de voorkeur uit naar deze optie. Medio 2023 moet deze commissie hierover besluiten en dit in verband met de doorlooptijden van de Europese aanbesteding. En als je dan een andere accountant benoemt, moet die zich inwerken en inlezen. Mag ik daarover een vraag stellen? De maximale termijn voor een accountant bij bedrijven bedraagt 7 jaar, geldt dit ook voor overheden? Die wet is er voor beursgenoteerde ondernemingen en verder is het best practice. Wat ze in alle grote kantoren doen, is een wijziging in het team.

De voorganger van de huidige accountant, de heer Van Vugt en daar komen we dadelijk nog op - heeft het stokje overgedragen gekregen van de heer Jussen, voorheen de verantwoordelijke partner. Hierdoor krijgen we om de zoveel tijd een nieuwe en frisse blik. We hebben dit kunnen terugzien in de wisselingen die hebben plaatsgevonden in het controleteam. Zo zijn er binnen die kantoren en vanuit AFM een heel scala aan maatregelen zodat de onafhankelijkheid en kritische houding gewaarborgd blijft. Wat betreft het verhaal van Deloitte: Deloitte heeft zelf aangegeven dat het gaat over maximaal vier jaar met één jaar verlenging onder bepaalde omstandigheden. Welk verhaal van Deloitte. In de teambijeenkomst met Deloitte hebben ze zelf aangegeven dat het gaat over vier jaar met één jaar verlenging onder bepaalde omstandigheden. Daar zitten we nu aan. Zo staat het in het contract. Ik heb het zelf pas nog opgezocht. Dat hebben ze zelf verteld en zo heb ik het genoteerd. Misschien hebben ze zich vergist, we zullen het dadelijk even checken. Ik heb dit gehaald uit het ondertekende contract. Als ze zelf vijf jaar zeggen, en wij geven een contract van zeven jaar, zijn we dan in overtreding? Nee, want ook binnen Deloitte geldt de roulatie van mensen. Dat is het belangrijkste. Ik kan me voorstellen dat in de profit markt die verplichting er wel is.

Voor de beursgenoteerde bedrijven zijn de richtlijnen een stuk scherper dan voor andere bedrijven. Deloitte controleert veel beursgenoteerde ondernemingen. Ik kan me voorstellen dat dat de reden is.

Misschien kan de wethouder even met hen praten over datgene wat ze zelf verteld hebben. Een terechte opmerking als dat zo verteld werd. Ik wil dit even toelichten. Ik heb het raadsbesluit voor mij en dit werkt door naar in het contract. Het raadsbesluit is leidend in deze. De gemeenteraad stelt de accountant aan via de aanbesteding. In het raadsbesluit is de looptijd van het contract opgenomen, dat resulteert in een overeenkomst en is conform met hetgeen daar staat. Ik neem aan dat het om een vergissing gaat. Ik heb het niet uitgezocht, ze hebben het zelf verteld. Ik wil voorstellen om na de vergadering even aan de accountant te vragen waar deze verwarring vandaan komt. Hij is in huis en dat hebben we genoteerd. Meneer Jongen. Dank u wel, voorzitter. Ik denk wel dat het heel belangrijk is dat er een bepaalde continuïteit plaatsvindt. Het moet aanbesteed worden, maar als je in deze omstandigheden een goede partner hebt, moet je die - denk ik - vasthouden. Ik wil even benadrukken dat zo'n Europese aanbesteding een zeer intensief traject is met een lange doorlooptijd. Ambtelijk zijn er al genoeg klussen die we moeten klaren. Het is aan deze commissie en hoeft vandaag niet besloten te worden. Zodra het op agenda komt zal er een besluit over genomen moeten worden, want als je wat anders zou willen, loopt de tijd weg. Dat was meer de boodschap.

Zoals ik al zei, Deloitte is al langer onze accountant en er vonden steeds wisselingen plaats qua samenstelling van het controleteam en de eindverantwoordelijken. Dat zijn eisen vanuit de Deloitte, ACM en de beroepsgroep. Op dit moment is de heer Rein-Aart van Vugt eindverantwoordelijk en hij heeft bij de jaarrekening 2021 een aantal opmerkingen en aanbevelingen gedaan. We komen er dadelijk nog op terug, maar deze zijn in het rapport over de jaarrekening opgenomen. U zult als Financiële Commissie over een aantal maanden een update over de stand van zaken krijgen. Ik kan u al wel zeggen dat er hard gewerkt wordt aan die opmerkingen, want er waren wat opmerkingen bij die even tijd vragen. Het is ook zo dat de opmerkingen halfweg het jaar 2022 werden gegeven, en dat geeft weinig ruimte om voor 2022 nog veel dingen aan te passen. Nogmaals, u krijgt een volledige update in het volgende rapport. Maar het zal niet zo zijn dat alle vinkjes al op groen staan, dit even in het kader van verwachtingsmanagement; Mag ik daarover één vraag stellen? U zei net dat Deloitte al langer accountant is. Ik neem aan dat dat komt door een gunning na een aanbesteding. Ja, want daarvoor - en ik meen zelfs daarvoor ook nog was er een Europese aanbesteding. Zijn er tot zover vragen? Dank u wel, meneer De Waal. Kort maar krachtig. We kunnen meneer Rein-Aart weer binnen vragen.

Meneer Rein-Aart van Vugt, welkom in ons midden. Agendapunt vier: in gesprek met de accountant.

Ik wil daarom het woord aan u geven. Dank u wel, voorzitter. Ik ben even benieuwd wat u precies wil weten. Wie ik ben? Wilt u zich voorstellen en uw kijk op de Financiële Commissie delen? Heel goed, dank u wel. Ik ben Rein-Aart van Vugt. Afgelopen najaar ben ik een keer bij u geweest rondom de financiële positie. Ik kijk terug op een hele plezierige bijeenkomst met jullie. Ik ben al vele jaren accountant in - zoals wij dat noemen de lokale bestuurssector, zoals: gemeenten, provincies en Waterschappen. Zo ben ik onder andere ook accountant van de gemeenten Tilburg en Utrecht, en de provincie Zuid-Holland. Daarnaast ben ik lid van de commissie BBV en dat is de commissie die vooral de regels probeert uit te leggen en te begeleiden rondom het maken van een begroting en jaarrekening. En sinds een aantal jaren dus ook accountant van de gemeente Kerkrade. Dit begon in de COVID-periode en dat heb ik altijd erg lastig gevonden omdat ik op afstand van u zat. Maar dat is allemaal goed gekomen. Ik hoop dat het contact zoals we dat nu hebben en afgelopen najaar hadden, wat meer kan plaatsvinden. Ik ben nadrukkelijk accountant van uw raad en hoop dat zo goed mogen in te vullen. U moet u zeker niet schromen om mij te benaderen en te bellen rondom vraagstukken die u heeft. Het is altijd handig om dat via de griffie te doen.

Dat werkt uitstekend, maar stel gerust uw financieel vraagstuk aan mij. Ik heb het al tegen de griffier gezegd, en ben ontzettend blij dat deze commissie is ingesteld. Ik had hiervoor met de Rekeningcommissie te maken een soort voorganger - maar daarin zaten weinig collega-raadsleden. Ik vond dat altijd wat lastig, omdat ik denk dat je als accountant er bent voor de hele raad. Dus ik ben eerlijk gezegd heel blij met de vorming van deze Financiële Commissie. Ik denk dat een financiële commissie heel nadrukkelijk een soort vooruitgeschoven rol kan vervullen voor de gehele raad als het gaat over onderwerpen die de financiën en de planning & control raken. Ik wil graag uw vaste adviseur zijn, vandaar het aanbod om mij zeker te bellen als u ergens mee zit of vragen heeft. Dat kan over onderwerpen zoals het risicomanagement en planning & control vanavond. dat zijn typische onderwerpen voor deze commissie. Maar een onderwerp als de financiële positie en het jaarlijks blijven volgen ervan, vind ik een heel belangrijk thema.

Wat ook een heel belangrijk onderwerp kan zijn, is grondexploitatie: hoe ga je om met grondexploitaties? Hoe werkt dat? Waar zitten de risico's en stuurknoppen? Waar kunt u als raad beïnvloeden? En als u een heel belangrijk raadsbesluit gaat nemen met veel financiële consequenties, denk ik dat het heel goed kan zijn om zo'n voorstel in deze commissie te bespreken: wat betekent dit financieel? Hoe moeten we dat duiden?

Welke risico's zitten er misschien aan? Wat zijn de mogelijkheden? Zijn er alternatieven? Prima voorstellen die in deze commissie vanuit een financieel perspectief kunnen worden behandeld, zodat u als raad nog beter het debat in de raad kunt voeren over de inhoud en de financiële kant van een raadsvoorstel. Voorzitter, mag ik daarover een vraag stellen? U heeft de suggestie gegeven om zaken met een breed financieel aspect in de Financiële Commissie aan de orde te brengen. Ik vraag me wel even pragmatisch af hoe we dat moeten inplannen? We hebben een commissievergadering met vervolgens de raadsvergadering. Zeggen we dan dat bijvoorbeeld naar aanleiding van een commissievergadering, de financiële impact zodanig is dat we dit ook in de Financiële Commissie willen bespreken? Hoe zien we dat? Er zullen best dossiers komen met een financiële impact, maar gaat dit dan via het presidium? Hoe moet ik me dat praktisch voorstellen? De griffier zal er ook wat over zeggen. Maar u snijdt een terecht punt aan en je moet dit in het proces goed afspreken. Ik hoorde daarnet al even in de inleidende gesprek dat het heel belangrijk is om samen met de voorzitter en de griffie de agenda van de Financiële Commissie voor een langere periode vast te stellen. Daar kunnen onderwerpen bijkomen en daartussen voegt.

Het is zeker belangrijk om met een bril van een jaar vooruit te kijken naar welke onderwerpen het komende jaar in de Financiële Commissie een plek moeten krijgen. Ik laat de procesgang graag aan de griffier, de voorzitter en uzelf over hoe u dit hier wenst te agenderen. In aanvulling daarop: we hebben het presidium en zij kan daarin een goede rol vervullen in combinatie met de voorzitter. De accountant wijst er op, maar ik denk dat je deze besluiten ver van te voren ziet aankomen. Het zou wat vreemd zijn als er ineens ad hoc besluiten komen waar je als raad maar vier of vijf hebt om over te besluiten. Je ziet dit aankomen waardoor je een zorgvuldige planning erop kan loslaten. Dit betekent dat we steeds meer moeten toewerken naar een goede doorkijk in de planning. Daar lopen we steeds vaker tegenaan en voor dit soort besluiten is een goede planning en doorkijk belangrijk zodat we de Financiële Commissie daarin een rol kunnen geven. De laatste opmerking die ik hierbij wil maken is dat u in het land misschien veelvuldig het begrip Auditcommissie tegenkomt. Veel gemeenten hebben dan een zogenaamde auditcommissie en ik moet u zeggen dat dat wat mij betreft vergelijkbaar is met deze Financiële Commissie. In het land zijn er allerlei verschillen: is het al dan niet openbaar? Wat doet een Auditcommissie? Iedere gemeente vult dat op eigen wijze in.

In de kern - wat ik gezien heb in het voorstel is deze Financiële Commissie hetzelfde wat andere gemeenten bestempelen als een Auditcommissie. U kan dat dus gelijk stellen en heeft u een commissie die als vooruitgeschoven post van de raad - zich nadrukkelijk verdiept rond dit soort thema's.

Daar gaat het in essentie om. Dank u wel. Ik wil graag de commissie de gelegenheid geven om vragen te stellen, als dat aan de orde is. Toen u daarnet even buiten was en naar aanleiding van de presentatie van de heer De Waal, kwam er een vraag over de aanstellingstermijn van de accountant. Er is een contract gesloten met de gemeente voor vijf jaar, met een optie voor twee keer een jaar vervolg. Nog niet zo lang geleden heeft u een online presentatie gegeven. Meneer Essers heeft deze bijgewoond en daarin werd verteld dat het vier jaar plus één zou zijn. Daar is wat verwarring over. Kunt u daar wat helderheid in scheppen? Daar overvalt u mij mee. Daarvoor moet ik even naar het contract kijken. We hebben net het contract gekeken, en daarin staat vijf plus twee jaar. Dan geloof ik u direct. Maar omdat in de presentatie gezegd werd dat de aanstellingstermijn vier jaar plus één zou zijn, was de vraag: hoe is dit verschil ontstaan? Ik weet eerlijk gezegd niet waar die vier plus één precies vandaan komt. Mag even antwoorden? Op de teambijeenkomst die u samen met twee collega's gegeven hebt, werd er verteld: een doorstart van vier jaar plus één jaar verlenging onder bepaalde omstandigheden. U refereert waarschijnlijk aan het webinar van de Vereniging van Raadsleden. Nee, van u uzelf en uw team. Daarin zijn ook vragen gesteld. Dat was van Deloitte zelf. Dat was op een maandagmiddag.

Ik weet niet meer precies welke dag, maar dat werd er verteld en heb ik genoteerd. Ja, we hebben vier plus één daar als voorbeeld aangegeven, omdat we dit relatief veel bij gemeenten zien. Dat komt doordat een raadsperiode vier jaar bedraagt, en er dan de optie is om één jaar te verlengen. Maar iedere gemeente bepaalt dat zelf. Op dit moment zien wij overigens een trend dat gemeenten het voor veel langer doen. We hebben recent bijvoorbeeld de aanbesteding van de gemeenten Amersfoort en Leiden gehad, en zij hebben dit voor acht jaar gedaan. Dat mag ook. U bepaalt zelf hoe lang u dat wil. Waarom doen gemeenten dat langer op dit moment? Dat heeft met twee redenen. Ten eerste omdat veel gemeenten worstelen met het aanstellen van een accountant, simpelweg omdat er te weinig zijn. De tweede reden is dat een wissel van accountant als belastend wordt ervaren, want dan krijg je in één keer een nieuwe accountant en dat is een behoorlijke transitie. Dus waar in het verleden vier plus één de standaard bij veel gemeenten was, zien wij inmiddels dat het veel zes plus twee of zeven plus één - kortweg acht jaar - wordt. Het is helemaal of u dit voor één, drie jaar of zeven jaar wilt. U bepaalt in het controleprotocol - via de verordening in de gemeentewet van 2013 - de aanbestedingscyclus. Maar nogmaals, u kan dat met een raadsbesluit altijd wijzigen.

Het mooie aan dit systeem - vind ik - is dat u als gemeenteraad de duur van de aanstelling van de accountant bepaalt. Ik heb contract van Kerkrade niet nagekeken, maar als dat vijf plus twee is, geloof ik u en heeft u dus bij de vorige aanbesteding voor die periode gekozen. En dat was toentertijd wat langer dan het landelijke gemiddelde, waar het vaak vier plus één was. Duidelijk. Voldoende beantwoord lijkt mij. Zijn er nog vragen in de commissie? Ik begin links van mij. Meneer Essers. Hoe ver staat men met het leesbaar maken van de begroting voor de raad en andere mensen? U bedoelt hoe ver wij daarmee staan of hoe ik ernaar kijk? Dat kwam ook naar voren in die teambijeenkomst: de begroting en het financiële verslag leesbaar maken voor de raad en anderen. Dat is in dat webinar nadrukkelijk aan de orde geweest. Ik zie landelijk dat veel gemeenten bezig zijn om de begroting leesbaarder te maken. Dat moet u zelf wel willen want als het voor u prima is, moet u dat extra werk niet over u heen halen. Maar als het voor u prima lijkt om dit te doen, kunt u dat oppakken. Daar zitten twee kanten aan: hoe kunnen we de leesbaarheid van de begroting verbeteren? Je neemt voor dit traject wellicht een aantal jaren. Op dit moment maak ik bij een aantal gemeenten de begroting wat toegankelijker.

Wat we als tweede ook kunnen doen, is in deze Financiële Commissie een avond besteden aan de begroting: wat valt erop in deze begroting? Welke vragen heeft u wellicht erbij? Waar moet u op letten vanuit mijn perspectief van de begroting? Dat wil ik graag met u doen. Als dat voor u interessant klinkt, kunnen we dat zeker in september/oktober want dan is die begroting er meestal - agenderen. Dat is al een hulpmiddel om die leesbaarheid te vergroten. Het andere is wat intensiever en heeft u het college en de ambtelijke organisatie nodig om de vormgeving van de begroting zoals die nu gepresenteerd wordt - te verbeteren. g en in hoe die gepresenteerd wordt, er nu verder te verbeteren. Ik heb nog een vraag: wordt de fraudeanalyse als een apart hoofdstuk benoemd, Een goede vraag. U heeft als gemeente een frauderisicoanalyse. Die wordt gemaakt en is verplicht. Dat komt doordat er steeds meer aandacht is voor fraude en hoe je dat beheerst. Hoe ga je als organisatie daarmee om? Nieuw vanaf 2022 - en dat is die controleverklaring die u dit voorjaar krijgt - is dat we heel nadrukkelijk een passage hieraan weiden. Wij zijn - door de gewijzigde wetgeving - als accountant verplicht om veel nadrukkelijker te kijken naar wat doet de gemeente Kerkrade of de organisatie - aan het beperken van fraude. Welke maatregelen worden er getroffen? In ons accountverslag gaan we daar nader op in.

Als je als organisatie fraude wil beheersen, moet je goed weten waar zich dat zou kunnen voordoen. En daar dient die frauderisicoanalyse voor. Uw gemeente heeft dit en wordt door het college

en de organisatie opgesteld. Dit wordt bijna ieder jaar geactualiseerd. Een lastig discussiepunt is: moet je die fraudeanalyse ook met de raad bespreken. Dat onderwerp kwam ook die middag aan de orde. De wetgeving zegt dat je dat met het toezichthoudend orgaan van een organisatie zou moeten doen. Dat klinkt in het bedrijfsleven heel logisch, want dat is dan met de raad van commissarissen of de Auditcommissie. Maar dat is besloten en het lastige van een gemeenteraad is dat dit in principe openbaar is. Dus als je een frauderisicoanalyse hier openbaar gaat bespreken, is dat een beetje de dief/de kat op het spek binden, want die weet dan waar er eventuele kwetsbaarheden of waar de risico's wat hoger zijn. Dit is één van de onderwerpen die ik graag met uw voorzitter, uw griffie en u wil bespreken: hoe gaan we op een verstandige manier om met de frauderisicoanalyse richting uw raad? Het kan zijn dat u er een geheimhouding oplegt en dan wordt dit in beslotenheid besproken, maar dat doe je als raadslid niet graag. Je kan het ook op een heel hoog abstractieniveau doen, waarbij je niet heel concreet benoemt waar de risico's zitten maar er wel een algemene duiding aan geeft.

We gaan daarover zeker nog met elkaar spreken: wat is uw wens op het vlak van meer inzicht krijgen in de frauderisicoanalyse? Wat doet uw organisatie op dit moment om eventuele fraudes tegen te gaan? Voldoende, meneer Essers? Voldoende, maar ik had nog een vraag. Ik begreep dat meneer De Waal nog iets wilde aanvullen. Voorzitter, dank u wel. Aanvullend op het verhaal van Rein-Aart. Hij heeft precies dilemma's geschetst waar we voor staan bij het al dan niet bespreken van die frauderisicoanalyse. Dat is in ons geval een vrij gedetailleerd document van frauderisico's per proces in combinatie met een overzicht van kwetsbare functies. Kwetsbaar in die zin dat ze gevoelig kunnen zijn voor beïnvloeding, omkoping, contant geld en dat soort dingen. Op het moment we dit in openbaarheid bespreken, binden we de kat het spek aan. Sinds vorig jaar hebben we die risicoanalyse onder geheimhouding gedeeld met de leden van de toenmalige Rekeningcommissie. Zij hebben deze ingezien en zich daar een beeld bij kunnen vormen. Voor de komende rekening - tenzij u anders beslist zal dat ook weer de werkwijze zijn en zal de Financiële Commissie daar kennis van kunnen nemen. Dank u wel. Ik was nog bij het vragenrondje. Meneer Essers nog een nabrander. U geeft ook de uitdagingen en de risico's voor de komende jaren aan. Er wordt gesproken over duurzaamheid.

Dit kunnen we zien in de begroting, maar hoe zichtbaar is dit in de jaarstukken? Dank u wel, voorzitter. Duurzaamheid is één van de belangrijkste thema's voor de komende jaren.

Daar zitten twee elementen in. Het ene element is dat het Rijk veel geld beschikbaar gaat stellen om allerlei duurzaamheidsdoelen te realiseren. En daar gaat u als gemeente een belangrijke rol in vervullen. Het gaat om een eenmalige specifieke doeluitkering, waarmee u geacht wordt om bepaalde ontwikkelingen in de gemeente Kerkrade te versnellen of op gang te brengen. Het is echt veel geld, en dat betekent dat er veel op u afkomt om dat te gaan realiseren. Dat is de ene kant, maar het is ook belangrijk dat u als Kerkrade zelf daar een visie op ontwikkelt. Hoe kijken wij tegen dat onderwerp aan. Hoe kunnen wij onze inwoners en bedrijven helpen om die doelen waar te maken? Als tweede moet er veel meer informatie verstrekt worden over het realiseren van die doelen. Het bedrijfsleven wordt daar nu al mee geconfronteerd, want de beursgenoteerde ondernemingen moeten vanaf 2024 hierover veel gaan rapporteren. Dat wordt dan langzamerhand uitgerold naar het bedrijfsleven en de wat kleinere ondernemingen. Voor de overheid is het nog een beetje onduidelijk hoe dat wordt vormgegeven maar één ding is wel duidelijk: het CBS - Centraal Bureau voor de Statistiek - is op dit moment een model aan het bouwen waarin al die informatie verzameld moet worden om daar dan weer landelijk - en zelfs Europees - op te gaan sturen.

Het wordt een belangrijke opgave voor uw gemeente om dat soort informatie te registreren en op een goede manier te rapporteren aan u als raad. Dat staat nog echt in de kinderschoenen. Daar zijn wel veel gedachten over hoe dat dan moet plaatsvinden, maar dat is nog nergens verankerd of in de regelgeving opgenomen. Dat gaat wel de komende jaren gebeuren. Dus langs twee lijnen - die van de inhoud en het realiseren, en de manier van begroten en rapporteren - komt dat onderwerp duurzaamheid de komende jaren op u. In met name de manier waarop u dat begroot en rapporteert zie ik een hele nadrukkelijke rol voor mij om u als Financiële Commissie daarin te begeleiden en ondersteunen. [onhoorbaar 00:42:37 geen micro] Exact! U kent de zeven paragrafen in de begroting. Inmiddels zijn dat er acht geworden, want de Wet Open Overheid is de achtste paragraaf in de jaarrekening en begroting geworden. Ik voorspel dat er een negende bij gaat komen die dan duurzaamheid zal heten of iets dergelijks. Daarin wordt het wel heel belangrijk over welke indicatoren je als gemeente maar ook als bedrijfsleven - gaat rapporteren. U heeft wellicht al eens gehoord van ESG. Ik weet niet of dat een bekende term is voor u. Nee? ESG staat voor Environmental, Social & Governance en is de wetgeving waaraan beursgenoteerde ondernemingen vanaf 2024 moeten voldoen.

Over die drie thema's - duurzaamheid, maatschappelijke betrokkenheid en governance structuur - moeten zij vanaf 2024 rapporteren. £Dat zijn twaalf gebieden, maar daar hangen 1154 indicatoren onder. Dat is enorm. We zeggen wel eens dat de overheid veel moet rapporteren, maar dat dat moet het bedrijfsleven - en zeker de beursgenoteerde ondernemingen - ook veel.

De grote vraag was: welke van die indicatoren die met name over duurzaamheid gaan - worden wellicht overgenomen in die paragraaf duurzaamheid in uw begroting en jaarstukken? Meneer Jongen wil daarop nog aansluiten. Normaliter worden er vanuit de VNG bepaalde formats gefaciliteerd, want anders gaat elke gemeente weer wat nieuws uitvinden. Is dat hier ook het geval? Betekent dit dat je als gemeente zelf je parameters moet bepalen? Nee, terecht dat u dit opmerkt, maar hier is het CBS vooral leidend. Ik noemde al eerder dat zij een format bouwen en die zal leidend worden. De commissie BBV - die ik al eerder noemde zal aangeven hoe zo'n paragraaf duurzaamheid vorm zal krijgen. U moet dat wiel niet allemaal zelf uitvinden. Het zou wel kunnen dat u een aantal doelen wil bereiken die uniek zijn voor Kerkrade en afwijken van de landelijke doelen of indicatoren. Dat is een eigen keuze. Dank u wel. Meneer Essers. Ik heb nog wel vragen, maar laat maar even anderen aan het woord. U hoopt dat uw vragen door anderen gesteld worden. Mevrouw Laumann. Ik kijk wel eens naar de begroting van andere gemeenten en denk dan: waarom is er zoveel verschil? Waarom ontwikkelen ze geen format per gemeente die duidelijk en makkelijk in te vullen is? Ik denk dat de begroting van Kerkrade veel compacter en makkelijker kan.

Er is een format in die zin dat uw begroting uit twee stukken bestaat, namelijk het politieke stuk met daarin de programma's en de vier w-vragen: wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten? Met welke partijen gaan we dit doen? Dat is een voorgeschreven model. Het andere stuk is de financiële begroting, waarin per programma wordt aangegeven wat de lasten en baten zijn. De inmiddels acht paragrafen zijn ook verplicht. In die zin is er dus een format, maar ik snap wat u bedoelt. De manier waarop u het format verder invult en toepast, is helemaal vrij. De begroting van de gemeente Gouda bedraagt 120 bladzijden, maar ik ken ook een begroting van over de 900 bladzijden. Overal wordt hetzelfde format gebruikt, maar wordt het kennelijk op een heel andere manier ingevuld. Dat heeft vooral met het detailniveau te maken: sommige gemeenten zijn heel gedetailleerd en andere gemeenten slagen erin om heel puntachtig doelen te formuleren. Waarom wordt dit niet voorgeschreven? Hierover wordt gezegd dat dit de autonomie is van iedere gemeenteraad. De ene gemeenteraad heeft behoefte aan veel detailinformatie en tekst. En een andere gemeente zegt: doe maar maar één bullet met één zin, dan ben ik allang blij. U bent helemaal vrij in hoe u dat vorm geeft. Daar wil het Rijk bewust niet in voorschrijven en de autonomie van de gemeente in stand laten. Dank u wel.

Iemand nog behoefte in tweede termijn? Meneer Essers, ik voelde het aankomen want er zijn te weinig vragen gesteld.

In het kapittel over uitdagingen en risico's voor het komende jaar, gaf u woningbouw en grondexploitatie aan. Wat moet ik daar exact bij voorstellen? U refereert naar een landelijke uitspraak die ik gedaan heb. Landelijk - en dat zie ik in Kerkrade ook wel zie je dat het realiseren van woningbouwprojecten een enorm issue is in veel gemeenten. Daar zitten veel risico's aan vast. Ten eerste is er te weinig grond beschikbaar. We hebben het stikvraagstuk en het vraagstuk rondom vergunningen. Je ziet veel gemeenten daarmee worstelen. Er is een woningnood en veel behoefte aan en zeker betaalbare - woningen voor bijvoorbeeld starters. Het is een lastig thema voor een gemeente, en dan krijg je de vraag: ben je als gemeente bereid om een woningbouwplan te realiseren die niet kostendekkend is? Dus waar je als gemeente geen winst op maakt, en - sterker nog - zelfs niet op nul sluit maar op een tekort uitkomt. Ben je dan bereid om uit de algemene middelen misschien uit je OZB - dat tekort aan te vullen om zo een aantal van dit soort knellende vraagstukken in de gemeenschap op te lossen? Dat is bij een aantal gemeenten echt wel het grote vraagstuk en dat komt omdat er veel gemeenten een binnenstedelijke ontwikkeling hebben, en dus geen grote polders meer hebben om uit te breiden.

Het gaat vaak over verpauperde gebieden die gesloopt moeten worden zodat er nieuwbouw op kan plaatsvinden, en dan ook nog vaak de hoogte in zodat je per saldo meer wooneenheden bouwt dan er stonden. En dat is vaak heel ingewikkeld om te realiseren. Het is grote opgave. Komt bij dat op dit moment de grondexploitaties en dat is voor die woningbouwprojecten - te maken hebben met stijgende bouwkosten. Deze zijn met meer dan 10 procent gestegen. De rentkosten lopen af, waardoor je als gemeente zo'n plan vaak moet voorfinancieren. Daarvoor moet je lenen bij de bank en heb je hogere rentelasten. Hierdoor zie je dat het kostendekkend zijn van zo'n opgave dus het realiseren van die woningen - in die grondexploitaties heel lastig wordt en er vaak tekorten ontstaan. Dus zijn wij bereid om die tekorten uit eigen middelen te betalen en op te vangen? Veel gemeenten worstelen met dit thema en ik denk dat in Kerkrade ook wel speelt. U heeft ook behoefte aan een bepaald type woning als aanvulling op de huidige woningvoorraad want u wil als een stad in ontwikkeling en groeiend, wel aantrekkelijk blijven. Ik vind eerlijk gezegd dat uw plan om hier middelbare school hier te realiseren, daarin past want zo'n school kan een heel belangrijk aspect zijn om een aantrekkelijke woonstad te zijn.

Maar dat betekent ook dat je aantrekkelijke woningen moet kunnen bieden voor die doelgroep die wellicht die kinderen heeft voor die school. Zo werken dingen met elkaar samen. Ondanks dat u geen Utrecht, Amsterdam of Eindhoven bent, heeft u op uw schaal en positie absoluut een uitdaging om woningbouw en de aantrekkelijkheid van de stad te realiseren. Mag ik daarop een vervolgvraag stellen, voorzitter? Hoe is die gang van zaken? Moet dit eerst in de Financiële Commissie komen,

of gaat dit via een commissievergadering en de raad? Als Financiële Commissie zouden wij daar op voorhand naar moeten kijken en met u hierover overleggen. U moet niets met mij, maar het mag. Als u bijvoorbeeld een grondexploitatie in voorbereiding heeft die ter besluitvorming naar uw raad komt en dus ambtelijk en door het college wordt opgewerkt, gaat dit over inhoud en geld. Dat gaat altijd samen. En dan is het goed om in de procesgang van het debat en de besluitvorming, eens te kijken of er een logische moment is om dat stuk in Financiële Commissie te behandelen. Je hoeft het dan niet zozeer over de inhoud te hebben, want dat hoort in een andere commissie thuis, maar in de Financiële Commissie kun je wel met elkaar bediscussiëren: wat gebeurt er nu financieel? Wat betekent dit voor de financiën van onze gemeente? Welke risico's zitten eraan? Zijn er wellicht ook alternatieven? Vinden we dat die in het voorstel voldoende zijn uitgewerkt of missen we nog wat informatie zodat dit beter uit de verf komt in zo'n stuk? Al je dit dan met elkaar helder beschreven vindt en begrijpt wat er staat, bent u beter gefaciliteerd - want u heeft meer informatie en achtergrond - om het goede debat met elkaar te voeren. In de Financiële Commissie kan u altijd aan mij vragen hoe ik ernaar kijk en wat me opvalt. U mag ook altijd een vraag stellen via de griffier.

Die rol wil ik zeker voor u invullen. Dank u wel. Nog een laatste vraag. In de bijeenkomst zei u over de de eenmalige gelduitkeringen en het structurele geld, dat deze wendbaar en beschikbaar moeten zijn. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Voorzitter, mag ik erop ingaan? Afgelopen zomer heb ik wat uitspraken gedaan over hoe ik naar de financiën van gemeenten kijk en dat heeft nogal wat commotie veroorzaakt. Ik kan u verklappen dat ik op dit moment daarover een essay aan het schrijven ben, omdat ik er toch steeds meer van overtuigd ben dat het anders moet. Mijn punt is: als er naar de financiële gezondheid van uw gemeente wordt gekeken, wordt er heel snel gezegd, en dat is het enige criterium waar de toezichthouder u ook op toetst: kunt u de structurele lasten opvangen met structurele baten? Die hele belangrijke regel wordt op dit moment wel heel rigide. En met rigide bedoel ik onbuigzaam. Het begint te knellen. En waarom begint dat te knellen? Omdat gemeenten veel incidenteel geld hebben, en dat nauwelijks kunnen inzetten omdat de opgaven vaak een structureel karakter hebben. Dus dat incidentele geld krijgen ze niet weggezet. Ik ben voor een wat andere benadering van de financiële gezondheid van de gemeente en daar heb ik deze termen gebruikt. Ik geloof veel meer dat het erom gaat: hoe wendbaar ben je als gemeente? Hoe snel kun je op de opgave inspelen.

Hoe snel kun je daar ook je begroting/portemonnee op aanpassen, ongeacht of dat incidenteel of structureel geld is? Hoe snel kun je dat in balans brengen?

Hoeveel reserves heb je nodig om die wendbaarheid en dat is de tweede term - te ondersteunen? Hoeveel buffer heb je nodig om wendbaar te kunnen zijn? En door zo te kijken naar gemeentefinanciën daar ben ik van overtuigd - geeft meer ruimte om incidenteel geld veel meer in te zetten voor de opgaven die in de gemeente Kerkrade gerealiseerd moeten worden. Ik houd daar landelijk een pleidooi over om dat in beweging te krijgen. Hier komt bij dat het Rijk - dat zei ik net al even in het kader van duurzaamheid - bezig is met het geven van specifieke uitkeringen aan gemeenten voor het realiseren van bepaalde doelen, zoals: corona, vluchtelingenopvang, Oekraïners en dus straks de duurzaamheid. Dat is allemaal incidenteel geld, terwijl die doelen die u moet realiseren bijna allemaal een structureel karakter hebben. Dus het Rijk zelf is heel erg bezig met het verstrekken van incidentele gelden en de hoofdregel dat de lasten van de gemeente overwegend structureel zijn en de incidentele lasten een uitzondering, gaat bijna niet meer op, want de incidentele baten van de gemeenten zijn inmiddels veel groter - of nemen alleszins toe - dan de structurele baten. Ik houd dus heel erg een pleidooi om de financiële positie van een gemeente anders te bekijken, want ik ben ervan overtuigd dat dit kan helpen bij de discussie rond het ravijnjaar 2026 waar iedereen het over heeft.

In de kern zit daar dezelfde knelling achter: er zal veel incidenteel beschikbaar zijn, terwijl er veel structurele opgaven op de plank liggen. Begrijp ik dat meneer Hölsgens een verdiepingsvraag hierop heeft? Dank u wel, voorzitter. Als we het langs die meetlat leggen, hoe is dan uw inschatting voor de situatie in Kerkrade? Ik snap dat deze vraag moeilijk ad hoc te beantwoorden is, maar wellicht heeft u er toch een kijk op. Een paar gemeenten experimenteren hiermee, dus ik heb er wel iets meer beeld bij. Het vraagt een heel andere manier van beschrijven van je financiële positie. Ik denk aan de ene kant dat die wendbaarheid voor u best lastig kan zijn, omdat u met een behoorlijke hoeveelheid lasten zit die u niet heel snel kunt beïnvloeden en veranderen. Ik denk dat het sociaal domein daar eentje van is en het is lastig om dan te zeggen: we gaan fundamenteel iets anders doen. Aan de andere kant merk ik - en ik werk hier nu drie vier jaar dat men in Kerkrade een enorme hands on achtige mentaliteit heeft. Dat heeft nadelen - en daar ga ik niet verder over uitweiden maar ook voordelen. Wat ik in de cultuur van Kerkrade erg zie, is dat als u vandaag een probleem heeft, u morgen rond tafel gaat zitten om dat op te lossen en u overmorgen met elkaar een oplossing heeft bedacht.

U stroopt de mouw op - en ik zeg wel eens dat dat een beetje Rotterdams is om dat gelijk beet te pakken en op te lossen. Dus aan die kant zit er een grote wendbaarheid maar hoe dat in het totaalplaatje zou uitpakken in de lijn waarvoor ik sta, vind ik lastig in te schatten. Ik ben daar bij voorbaat niet heel somber over, maar u hebt wel een paar uitdagingen op dat vlak. Dat zie ik wel. Misschien nog even een voorbeeld, want dat helpt misschien

over die weerbaarheid. Ik heb in dat interview gezegd: het is een beetje als thuis, want daar heeft u ook vaste lasten en een inkomen. Laten we zeggen dat u een bepaald niveau van vaste lasten heeft, dat dat vaste inkomen toereikend is en u tegelijkertijd € 200.000 euro op uw bankrekening heeft staan. U heeft wat gespaard, een erfenis gehad of wat dan ook. Stel u voor dat in één keer uw vaste lasten fors toenemen doordat de boodschappen ineens duurder worden of de energierekening hoger is. U ziet dat uw inkomen daar even niet meer bij past. Het uitgavepatroon van uw huishouden is structureel niet meer in evenwicht, want de structurele/vaste lasten zijn hoger dan uw vast inkomen. Dan moet u zich voorstellen dat ik thuis tegen mijn kinderen zeg: weet je wat we gaan doen? We gaan bezuinigen. We kopen geen chips meer, in het weekend gaat de televisie uit, we kopen een deken want de verwarming gaat omlaag, jullie gaan in het weekend niet meer naar de discotheek en ik kom jullie zeker niet meer halen want dat kost allemaal benzine. Dus ik ga allemaal maatregelen invoeren in mijn gezin, terwijl mijn gezin ook weet dat er nog € 200.000 op die bankrekening aan incidenteel geld staat.

Ik weet zeker dat ik revolutie in huis heb, want mijn gezin zal zeggen: "Zou je eerst niet die € 200.000 aanspreken?" En ondertussen voer je met elkaar de discussie over waar kunnen we de uitgaven verminderen en waar het inkomen verhogen? Pak wat meer tijd om dat weer in balans te brengen. En dat is dus die wendbaarheid. Je hebt tijd nodig om die wendbaarheid te realiseren, maar misschien heb je dus een stukje buffer nodig en kan je dat incidenteel geld - die € 200.000 een tijdje aanspreken om die wendbaarheid te ondersteunen. Daar wil voor staan in de gemeente, zodat je met dat incidentele geld en die wendbaarheid de opgaven en doelen - welke begroting past daarbij - met elkaar kan realiseren. Dat is het idee erachter. Voorzitter, mag ik daarover een vraag stellen? Ik kan me voorstellen dat er hier politiek verschillend gedacht wordt over hoe hiermee om te gaan. Begeeft u zich dan niet enigszins in de politieke arena met die gedachte? Zeker! Ik ga als accountant niet zeggen of u al dan niet een school moet bouwen, daar bent u als raadslid voor. Maar op het hogere landelijke abstractieniveau signaleer ik een beweging waarvan ik zeg dat dit in de gemeenten gaat knellen. En kunnen we daar niet op een andere manier landelijk naar kijken? Ik vind dat ik dat wel kan doen vanuit de ervaring die ik heb.

Ik ga geen uitspraak doen over hoe wendbaar u als Kerkrade moet zijn, want je kunt die wendbaarheid beïnvloeden. Als u zegt dat u heel erg wendbaar wil zijn en snel wil kunnen schakelen in welke activiteit doe ik wel voor de burger en welke niet, vind ik dat de uitspraak daarover in uw raad thuis hoort. Daar doe ik op individueel gemeenteniveau geen uitspraak over. Daar ga ik gelukkig niet over, dat is aan u.

Een andere manier van kijken naar de financiële positie van gemeenten, heeft uiteraard een politiek kantje. Mevrouw Laumann, een vraag over hetzelfde onderwerp? Alstublieft. Dank u wel, voorzitter. Je hebt het korte- en langetermijn beleid. Maar als je erg wendbaar bent - en op sommige dingen moet je nu eenmaal inspringen - heeft dat dan geen gevolgen voor het langetermijn beleid? Hoe kan je dat beter doen? Dat werkt op elkaar in, en als je als gemeente extreem wendbaar wil zijn en je incidentele middelen steeds wil inzetten, betekent dit dat je wendbaarheid hoger moet zijn. De gemeente Utrecht is heel erg bezig om in hun begroting per taakveld een percentage te verbinden hoe wendbaar het desbetreffende taakveld is. Dat doen ze voor 2024 en willen ze ook doen voor '25, '26, en '27, dus de komende begrotingsjaren. Of je die wendbaarheid aanspreekt of toepast, is politiek. Het hoeft niet, maar je weet dan wel als raadslid in welk taakveld je wendbaar bent en in welk niet. Vind ik dat oké of niet? En als ik het niet oké vind, hoe word ik dan wendbaar? Daar kan je met elkaar het debat over voeren en ga ik me niet in moeien. U moet vooral zelf daarin keuzes maken. Ik wil als deelnemer in deze vergadering nog een afsluitende vraag stellen. U zei dat u een essay aan het schrijven was om zo aan die benadering van gezonde financiën een andere wending te kunnen geven.

Is dat een onderwerp wat in verschillende echelons/niveaus en op diverse plekken een plek moet krijgen? Of is er straks een formeel besluit - wellicht een wetgeving nodig om dit te kunnen bekrachtigen en er anders te laten uitzien dan op dit moment? Als gemeente kan je dit doen en u bent vrij om dit te doen. Een aantal gemeenten zijn daarmee bezig. Maar je zou ook graag willen dat de toezichthouders en landelijk erop die manier naar kijken, en daarvoor is een wijziging van de interpretatie van de regelgeving nodig. In dat kader ligt dit onderwerp inmiddels op een aantal tafels. Ik ben met de 100.000 plus-gemeenten hiermee bezig. Dat essay ben ik aan het schrijven voor orgaan die over de openbare financiën gaat. Ik ben inmiddels bezig met een aantal provincies om te kijken hoe je dit in het toezichtskader op een andere manier vorm kan geven. En vanuit de commissie BBV ben ik hierover met Binnenlandse Zaken in gesprek. Ik moet het uiteindelijk loslaten, maar ik hoop van harte dat anderen dit een stap verder in de regelgeving zullen brengen. kun je dit in de toezichtskader op een andere manier vorm geven? Ja, en ik hoop, ik ben en met binnenlandse zaken, uiteraard vanuit de commissie BBV ben ik hierover in gesprek.

Dus dus dat uiteindelijk moet ik het ook loslaten, want ik ik hoop van harte dat een aantal anderen dit nou, ja, zou ik me zeggen, ook wat meer in de regelgeving omgeving een stap verder brengen. Dank u wel. Duidelijk wat mij betreft. Ik stel voor dat we dit agendapunt afronden

en kunnen we naar agendapunt - in omgekeerde volgorde drie: toelichting op de P&C cyclus en de ontwikkeling

3 Toelichting op P&C cyclus en ontwikkeling laatste jaren daarvan in de laatste jaren. Het woord is aan meneer De Waal. Ik wil even stilstaan bij de P&C cyclus en wat daarbij komt kijken. Hoe is die? Hoe was die? Wat was de rol van de werkgroep begroting daarin? Zodat u als Financiële Commissie - voor een aantal mensen is dit nieuw - een bepaald beeld, context en achtergrond bij heeft. In die cyclus hebben we te maken met verschillende regelgeving, zoals: de gemeentewet, BBV (Besluit Begroting en Verantwoording, dus de verslaggevingsregels voor de gemeente), de commissie BBV die houdt zich bezig met de interpretatie van wet- en regelgeving en doet dan hetzij stellige uitspraken hetzij adviserende uitspraken en daar Rein-Aart weer vanaf dan ik - de CBS voorschriften IV3 staat voor informatie voor derden - de provinciale richtlijnen - en Rein-Aart gaf net al een voorbeeld over incidenteel en structureel - en de eigen verordeningen zoals de 212 en 213, waarbij 212 de financiële verordening is en de 213 de controle verordening. Er is nog heel wat specifieke wet- en regelgeving rondom financiering. Daar hebben we mee te maken en daar zitten veel moetjes aan vast.

De opbouw begroting en jaarverslag/jaarrekening is op hoofdlijnen als volgt ingedeeld: vooraan in één oogopslag door middel van een infograpic - zoals u een aantal maanden geleden gezien heeft - de belangrijkste baten en lasten, de negen programma's van nul tot en acht - die nul hebben we niet zelf bedacht en één tot negen had ik logischer gevonden - en de zeven verplichte paragrafen. Er komen er nog bij want de wetgeving staat niet stil. De meer gedetailleerde financiële gegevens staan achterin het boekwerk. En zoals ik al zei, zijn er bepaalde verplichte overzichten en onderwerpen waarover we iets moeten schrijven. De inhoud van dat boekwerk is in 2020-2021 opnieuw vormgegeven door de toenmalige werkgroep begroting. Dat was in mijn optiek een hele goede samenwerking tussen raad, college en ambtelijk. Namens de raad zaten daar meneer Bok, meneer Geers, meneer Driessen en mevrouw Laumann in. Het werd ook afgesloten met een positieve evaluatie van de raad, alleen de wijze van behandeling vroeg nog aandacht. Wat heeft die werkgroep gedaan? Ze hebben heel strikt gekeken naar de inhoud van het boekwerk, met het oog op de leesbaarheid van de begroting: wat is verplicht en wat niet? Een begroting van 900 pagina's kon op niet veel bijval rekenen, en het moest dus compacter en toegankelijker. Er is extra aandacht geweest voor hoe schrijven we dingen op.

We gebruiken - en ik maak mezelf daar ook schuldig aan een bepaald ambtelijk jargon, maar dit wel begrijpelijk en leesbaar zijn voor raadsleden en burgers. Daaraan is samen met Communicatie gewerkt: waar is verbetering mogelijk?

Ik denk heel eerlijk dat we daar wel goede slagen in gemaakt hebben. Er is ook gekeken naar hoe de cyclus zelf eruit ziet. Nu is deze als volgt: aan het begin van de bestuursperiode is er een coalitieakkoord, wat uitmondt in een collegeprogramma en omvat de grote meerjarige thema's die jaar na jaar opgevolgd moeten worden. In november hebben we een meerjarenbegroting en tevens de eerste bijstelling van het lopende jaar. Toen was het nieuw dat dit in een aparte raadsvergadering gebeurde. Dat was voorheen niet zo. In december hebben we de Tarievennota. In mei/juni is er de Bestuursrapportage voor het lopende jaar en deze bevat geen financiële mutaties. Daar is toen uitgebreid over gesproken. In juni/julie hebben we de jaarrekening van het vorige jaar. We moeten ook rekening houden met de actuele 212-verordening. De uitkomst van de werkgroep heeft tot een aanpassing van de 212-verordening geleid en deze werd in 2019 vastgesteld. Het was belangrijk om vooraf besluiten te nemen over dingen die niet in de begroting voorzien zijn. Er is uitgesproken dat de raad niet in de begroting moet lezen dat ze opeens hele nieuwe dingen gaan doen. Autonome ontwikkelingen zijn de uitzondering, want soms overkomen je dingen, kan je als raad een besluit over nemen maar je hebt dit toch maar te slikken.

Grote investeringsvoorstellen - rekening houdend met de 212 willen we graag eerst in de raad zien voordat we daarmee in de begroting geconfronteerd worden. Voor de liefhebbers: er is een brief namens de werkgroep gestuurd aan de raad waarin alle wijzigingen, over- en afwegingen uiteengezet zijn. Dit stuk kan dadelijk ook gedeeld worden, en het is misschien dat u als nieuwe Financiële Commissie - en als achtergrondinfo - daarnaar kijkt. Soms is er wel eens een dilemma - daar hebben we toen niet zo uitvoerig bij stilgestaan - waarbij er vooraf een raadsbesluit genomen moet worden terwijl we de integrale afweging pas bij de begroting kunnen maken. Als er straks besluitvorming over de Martin Buber school aan de orde is, moet die ook plaatsvinden en kan je niet wachten tot november. Ik heb even voor het beeld de oude cyclus hierop gezet. Wethouder Paas me dit gevraagd om daar even op in te zoemen om zo iedereen mee te nemen in de context: waarom is die cyclus gewijzigd? Waarom hebben we geen Voorjaarsnota meer? Bovenaan ziet u de documenten die we hadden: een Voorjaarsnota in het voorjaar, kort daarna de jaarrekening van het jaar daarvoor, een begroting met een meerjarenraming die financieel op het peil van de Voorjaarsnota was en daarna kwam erin dezelfde raadsvergadering - als volgend agendapunt - de Najaarsnota die de eerste bijstelling was van de primaire begroting.

Op de regel daaronder zien we de tijdlijn: mei/juni Voorjaarsnota, in juni de rekening, in oktober begroting en Najaarsnota. Zo'n boekwerk hebben we niet op één dag opgesteld, en dan zien we dat de Voorjaarsnota een doorlooptijd had van januari tot april - afhankelijk van hoe de financiële vlag erbij hing - eind april/mei was die gereed. De rekening vond in het voorjaar plaats en was op zich niet zo spannend. En we begonnen met de begroting in juni want deze moest begin september klaar zijn, rekening houdend met het zomerreces.

Dus wij probeerden de begroting al voor 90 procent klaar te hebben voor de zomer, want anders kom je tijd tekort. En wilden we de Najaarsnota op tijd klaar hebben, moesten we daarmee aan de slag in augustus/september en moest die gereed zijn om die überhaupt in routing te brengen. We weten dat de algemene uitkering ongeveer 73 tot 75% van de totale gemeentelijk inkomsten - zijnde 180 miljoen euro - bedraagt. Er zijn drie circulaires in het jaar. Ooit waren dat er vier. De Mei/Junicirculaire verschijnt meestal op 31 mei en voordat je dit allemaal bekeken hebt en er besluitvorming over geweest is, zit je midden juni. De Decembercirculaire kwam eind december. De Septembercirculaire kwam in de derde week van september en dus te laat voor de begroting als je uitgaat van een vergadering hierover in oktober. U ziet hopelijk dat dit ergens in die driekwart van de gemeentebegroting gaat knellen. Ik zeg wel eens: één procent van de algemene uitkering en dan spreek je dus over een miljoen. Destijds was de laatste Circulaire die van september en het december van het jaar daarvoor. De begroting die we maakten was op peil met de Meicirculaire. Op het moment dat de begroting vastgesteld werd, was deze alweer achterhaald. In de Najaarsnota kon de Septembercirculaire niet meer aan bod komen, waardoor die doorschoof naar de Voorjaarsnota. Zo zaten we altijd in een tijdfuik.

In het voorjaar komen ook meestal de GR'en en zijn er allerlei nieuwe ontwikkelingen. Ik kan u zeggen dat erin de meeste gevallen sprake was van tegenvallers. Er is geen enkele GR geweest - ja, eentje - waarbij er werd gezegd: laten we het dit jaar goedkoper doen. Er komen nieuwe CAO's. Meestal was het voorjaar ook het tijdperk van de minnen. Hoe ga je dan een Voorjaarsnota - gegeven die Circulaires en je geen zicht hebt op driekwart van je inkomsten sluitend maken? Op het moment dat je dan de begroting wil bijstellen, kom je toch een beetje in de problemen: welke posten ga je bijstellen? Ik heb minnen en kan me heel druk maken over hoe ik die begroting sluitend moet krijgen, maar twee maanden verder kan de wereld er weer heel anders uitzien. Je zat dus altijd een beetje achter de feiten aan te rennen. Wat hebben we in de nieuwe cyclus gedaan? De Voorjaarsnota hebben we omgevormd tot een bestuursrapportage omdat we het als werkgroep wel belangrijk vonden om de raad bij te praten en op de hoogte te houden over wat er allemaal loopt in de stad. Hoe zit het met de budgetuitputtingen? We hebben bedragen begroot: wat is daarvan uitgeven? Dat is belangrijke informatie om in het voorjaar te geven en niet dat u in november leest dat een bepaald project niet loopt. Met de rekening was er geen probleem.

De begroting en de Najaarsnota hebben we in tijd iets opgeschoven en deze komt in een separate raadsvergadering in november, waarbij de begroting niet alleen meerjarig kijkt naar de nieuwe jaren, maar formeel ook een eerste bijstelling is

van het lopende jaar. Het voordeel daarvan is er dat op dat moment geen document achterhaald is. De Meicirculaire zat er altijd al in, en we kregen het tot nu toe steeds voor elkaar om ook de Septembercirculaire erin te zetten. U heeft dus op dat moment een totaal financieel plaatje over de meest actuele stand van zaken. Alle knelpunten problemen van eind augustus tot begin september worden erin meegenomen. Dus in die zin is dat document meer up to date dan in het oude verhaal. Tot zover de achtergrond waarom de cyclus veranderd is naar hoe die nu is. En ik wil het hierbij even laten. Dank u wel voor deze toelichting. Zijn er nog vragen? Mevrouw Laumann. Ik heb in de werkgroep gezeten. En zoals ik mij herinner is het verhaal rond Voorjaarsnota toch wat gematigder. Ik heb aangegeven dat ik er moeite mee heb dat die er niet meer is, maar de stem van de meerderheid geldt. De Rekenkamercommissie heeft een onderzoek gedaan en zegt dat het niet goed is dat de Voorjaarsnota er niet bij is, want daar kan je als raad veel mee. Ik zie ook dat andere gemeentes die erin hebben staan. Dus ik vraag me af: waarom kunnen andere gemeentes dit en Kerkrade niet? Het is niet zo dat alle gemeentes per se een Voorjaarsnota hebben. In het land komen verschillende varianten qua grootte van het document - voor. Het is aan u om aan te geven wat u wilt.

Ik wilde alleen even de historische context schetsen. Ik kan me best voorstellen dat de commissie op een ander moment hierover nog verder wil spreken. Ik heb u alleen even de achtergrond willen meegeven van de cyclus zoals die nu is. Mag ik nog een vraag stellen, meneer de voorzitter? Ik begrijp dat, en we hebben het daarin de commissie al over gehad. Als SP-fractie willen we dit terug en gaan hiervoor een motie indienen. Er werd ook gezegd om dit in de Financiële Commissie te bespreken. Vandaar nu mijn vraag. Ik vind het een heel gangbaar stuk en mis dat toch. Voorzitter, mag ik daarop reageren? Meneer Jongen, ik wilde daar zelf even kort op reageren en geef u dadelijk het woord indien nog nodig. Ik denk dat het goed is dat we dit op de agenda van deze commissie zetten, dit bespreekbaar maken en kijken waar we uitkomen met alle voors en tegens die daarmee te maken hebben. De wethouder. We hebben van tevoren hierover nagedacht en verwachtten die vraag. Ik denk dat het misschien verstandig is - en de voorzitter refereerde er al naar om in een volgende sessie van de Financiële Commissie in gezamenlijkheid te kijken naar deze cyclus. Welke negatieve en positieve effecten heeft het niet hebben van een Voorjaarsnota opgeleverd? Dus even de cyclus evalueren: doen we goed of niet? U krijgt van mij ook het standpunt van het college te horen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=2748db7a-e52d-453c-b54b-86345bf6c21e