transcript financiële commissie 28 november 2023
Tekst van het document
1 Opening J.P.J. Noël voorzitter Lokaal Alternatief
Dames en heren, goedenavond. Zeven heit de klok. Laten we maar precies op tijd beginnen. Ik had al in de gaten dat er heel belangrijke onderwerpen aan mijn linkerkant gaande waren. Ik zal na de afsluiting alle ruimte inbouwen voor u, mevrouw. Alle gekheid op een stokje, welkom vanavond in deze Financiële Commissie bijeenkomst. Ik heb één afmelding gekregen van de heer Robert van Lieshout die te elfder ure ziek is gemeld. Daarom is zijn fractie niet vertegenwoordigd, behalve door de voorzitter zelf. Een speciaal woord van welkom aan de heer Rein-Aart van Vugt, die vanavond een deel van de agenda voor zijn rekening gaat nemen, en ook Mike de Waal als hoofd financiën. Ook onze wethouder is vanavond in ons midden, gezien één van de agendapunten, neem ik haast aan. We gaan gelijk van start. Dan ga ik met u kijken naar de agenda, waarin wij beginnen met het vaststellen van de besluitenlijst van de Financiële Commissie van 5 juli 2023. Zijn er naar aanleiding daarvan op- of aanmerkingen?
2 Vaststellen besluitenlijst Financiële Commissie d.d. 5 juli 2023 J.P.J. Noël voorzitter Lokaal Alternatief
Goedenavond, mevrouw Fischer. Kom binnen. Mevrouw wil de vergadering niet storen, dat doet ze ook niet. Zijn er nog op- of aanmerkingen naar aanleiding van de besluitenlijst van juli? Zo niet, dan wordt deze ongewijzigd vastgesteld. Gaan we door naar het volgende agendapunt, nummer drie. Dat gaat over een nadere toelichting van de afschrijvingstermijn van de school. Ik neem aan dat het over het IKC gaat, of niet? De heer De Waal, aan u het woord. Raad Spreekstoel
Ik moest het knopje zoeken achter het scherm. Ik zal een korte toelichting geven op de afschrijving van die scholen. Wat is de aanleiding geweest? Dat was het investeringsbesluit van het IKC Droomhof. Daar zijn vragen over gesteld. Ik heb nog een memo nagestuurd naar aanleiding van vragen
3 Nadere toelichting afschrijvingstermijn school (hoofd Financiën) Raad Spreekstoel
die destijds in de commissie gesteld zijn. We hebben de vorige keer de afspraak gemaakt om dat iets verder te verduidelijken. Voordat ik daarmee begin, toch even kort: waar hebben we eigenlijk mee te maken? Wat is de relevante regelgeving? We hebben het besluit begroting en verantwoording, samen met de notitie Commissie BBV, over activeren en afschrijven. Dat is externe wetgeving. Dan hebben we onze eigen 2.12 verordening. Belangrijke onderdelen daarvan zijn in ieder geval een bestendige en consistente lijn. Het is niet zo dat je het ene jaar dat kan doen, en het andere jaar wat anders. Er moet een relatie zijn met de levensduur. Daar kom ik nog op terug. Afschrijven gebeurt onafhankelijk van het resultaat. Je kunt niet zeggen: weet je wat? We hebben dit jaar een beter resultaat. Laat ik maar eens extra afschrijven. Dat gaat niet, dat mag niet. Er worden diverse eisen gesteld aan het activeren en afschrijven. Een componentenmethode, daar kom ik dadelijk nog op terug, is ook een methode. Misschien nog even in herinnering roepen, volgend op wat toelichtingen die de heer Van Vugt in andere bijeenkomsten heeft gedaan. Investeren en afschrijven zorgen voor het grootste verschil tussen begroten en boekhouden aan de ene kant en het financieren aan de andere kant.
Waarmee heeft dat te maken? De aannemer wil natuurlijk nu zijn geld hebben, en niet zeggen: weet je wat? Die weg gaat 25 jaar mee. Ik mag u ook in 25 jaar betalen. Dat zal hij alleen doen als we hem een passende rentevergoeding daarvoor geven. Daar zitten we natuurlijk niet op te wachten. Dat is overigens ook een reden waarom we, als dingen geactiveerd worden, rente toerekenen. Je moet het toch aan de voorkant financieren. Dat gebeurt op basis van gemiddeldes en totalen, maar daarom zit er een rente component in als we het hebben over kapitaallasten. Terug naar het onderwerp. Op verzoek van de Financiële Commissie is ook de
vraag: kijk even naar andere gemeenten. Dat heb ik gedaan. Er is contact geweest met de gemeente Heerlen en de gemeente Maastricht, toch de wat grotere gemeentes in de buurt. Als we dan een aantal dingen vergelijken. Wat hadden we in Kerkrade, of wat hebben we in Kerkrade? We pakken een all-in termijn van 25 jaar. Ik heb toen als alternatief doorgerekend, naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn: als we de componentenmethode toepassen, waar komen we dan op uit? Heerlen heeft ook een soort componentenmethode. Die hebben twee gebouwen in 40 jaar en de technische installaties gemiddeld tien jaar. Wat zij daar wel doen: voorbereidingskosten, meubilair, en inrichting pakken ze ineens ten laste van de exploitatie. Dat wordt niet geactiveerd. Maastricht, die pakken all-in 40 jaar en die zeggen dan doodleuk tegen de schoolbesturen: "Als installaties eerder vervangen moeten worden, dan komt dat voor jullie rekening." Die doen ook geen reserveringen voor eerdere vervangingen. Voorbereidingskosten pakken ze ineens ten laste van de exploitatie. Als je dan eens verschillende varianten doorrekent, dan kom je er op vijf uit. De bovenste varianten, de eerste drie bolletjes, heb ik doorgerekend. Dan heb ik nog een variant vijf. Dat is Maastricht, als ze ook zouden sparen voor vervangen. Je weet natuurlijk aan de voorkant dat installaties never nooit niet 40 jaar meegaan.
Even over de installaties. Is dat een zorg voor de gemeente, of is dat een zorg voor de schoolbesturen? Hoort dat nog bij het vastgoed, of is dat los van het vastgoed? Volgens mij is alles wat in de school gebeuren moet voor de schoolbesturen. Daar krijgen ze ook extra geld voor. De gebouwen, dat is dan voor de gemeente. Hoe moet ik dat nu plaatsen? Dat is een beetje een grijs gebied, eerlijk gezegd. Ook in de wet- en regelgeving. Die zeggen bijvoorbeeld dat het onderhoud wel voor rekening van schoolbesturen zal komen, heb ik me laten vertellen door de onderwijsmensen. Alleen op het moment dat je grootschalig gaat vervangen of een renovatie hebt, dus je doet meer dan wat onderhoud, dan zou het wel voor rekening van de gemeente zijn. Je hebt de installatie ook nodig om dat gebouw überhaupt te kunnen gebruiken. Er zijn wat verschillende visies over. De wetgeving lijkt daar niet helemaal duidelijk in te zijn, krijg ik uit de onderwijswereld terug. Je ziet het ook in de verschillende varianten. Drie gemeentes, vijf mogelijkheden. Dan heb ik die andere niet eens allemaal nagekeken. Ik denk dat het een grijs gebied is, en ook een beetje historie. Hoe is het altijd gegaan met de schoolbesturen? Die verschillende vijf varianten naast elkaar gezet over de totale looptijd. Kerkrade helemaal links, all-in zoals wij het doen. Dan zie je de totale kosten met een bepaald getal.
De componentenmethode kwam iets hoger uit. Heerlen is ongeveer vergelijkbaar met Kerkrade. Maastricht komt over de totale looptijd duurder uit, en als ze zouden sparen veel duurder. Dat is op zich te verwachten, want als je over een langere termijn afschrijft, dan zijn de totale kosten over de totale looptijd ook langer door die rentecomponent waar ik het net over had. Wat betekent het per jaar? We hebben een schema gemaakt. Het is een kleurenkermis. De dikke oranje lijn is totaal Kerkrade all-in, zoals we het nu doen. Uiteraard in het begin heb je dan alle kosten, dan zie je een dalende lijn. Na 25 jaar... Het jaar na investeren beginnen we pas met afschrijven. Vandaar dat je dat plaatje ziet bij 26. Gaat dat naar nul. Logisch, want we schrijven in 25 jaar af. In jaar 26 heb je geen afschrijvingen meer. Als we de componentenmethode zouden toepassen, dat is de variant die in het memo stond, dan loopt het allemaal wat langer door. Logisch, want het gebouw schrijf je in 40 jaar af, en de installaties in een kortere termijn. Dan zie je ook verschillende componenten daarin terugkomen. Uiteindelijk loopt dat natuurlijk ook naar nul, dus na 41 jaar is de afschrijving ook nul. Heerlen, dat is even zoeken want die overlapt een beetje met de dikke blauwe lijn. Heerlen komt in het begin iets lager uit en loopt dan vrij gelijk met de componentenmethode van Kerkrade.
Maastricht start lager en heeft dan een consistente dalende lijn. Logisch, want ze schrijven alles in 40 jaar af. Als Maastricht ook rekening zou houden met het sparen voor vervangingsinvesteringen, dan komen ze natuurlijk duurder uit dan alle anderen. Ook als je het per jaar bekijkt. Wat valt op? Kerkrade en Heerlen relatief weinig verschil. Dat was eigenlijk al te verwachten op basis van een eerdere sheet. Maastricht legt meer kosten neer bij de schoolbesturen. Ik begrijp van mijn onderwijscollega's dat er nieuwe wetgeving op komst is, dat dit misschien toch een probleempje kan worden. Dus over de totale looptijd duurder uit. Maastricht neemt, zoals we het nu doen, meer risico door niet te sparen voor tussentijdse vervangingen. Door het relatief grote aantal scholen middelt het zich uit. We noemen dat ook wel een ideaalcomplex. Dat is niet iets waarvoor je naar de dokter hoeft of zo. Het is ook niet besmettelijk. Het betekent dat je door het grote aantal scholen een groep aan activa hebt. Helemaal ideaal is het als ze allemaal een vergelijkbare waarde hebben, verschillende looptijden. Dan krijg je op een gegeven moment dat er elk jaar wel iets is waardoor je moet vervangen. Dan valt het niet eens meer op, want dan heb je een groter onderhoudsbudget.
Dan doe je in het ene jaar die school, het andere jaar die school, en het andere jaar die school, waardoor het lijkt: als je het totaal pakt, heb je eigenlijk een vrij constante lijn. Heb je heel weinig scholen bouwen waar je dit niet kan toepassen omdat het aantal te laag is, dan krijg je natuurlijk die fluctuaties. Als de installaties vervangen moeten worden, moet je voorspellen. Dan krijg je veel meer fluctuaties. Die middelen zich niet uit. Maastricht kan het zich veroorloven met 37 basisscholen. Ik geloof dat ze ook iets van veertien of vijftien middelbare scholen hebben. Die massa is veel
groter. In die zin zou je kunnen zeggen: ze nemen meer risico, maar het leidt niet tot problemen door dat grote aantal. De bekostiging van het Rijk van scholen gebeurt op basis van leerlingenaantallen. De langetermijntrend demografisch voor Kerkrade is nog steeds dalende leerlingenaantallen. De cijfers die daar staan heb ik van statistiek. Je ziet daar een dalende lijn. Uiteraard is dat ook een momentopname. We hopen allemaal dat de jeugd zijn weg weer hier gaat vinden. Het probleem wat je dan wel hebt, is dat bij dalende leerlingenaantallen de bekostiging automatisch steeds minder wordt. Je exploitatiekosten dalen niet, want je zit nog steeds in dat gebouw wat op een gegeven moment nog niet afgeschreven is. In een half leegstaand gebouw wil je ook geen les geven, of nog erger. Op een gegeven moment kom je dan in een situatie dat je moet kijken: hoe zit het met de huisvesting? In die zin kan de langere afschrijvingstermijnen een beetje een financiële molensteen vormen voor als je in de toekomst nog eens iets anders wilt bedenken. Je hebt dan nog een boekwaarde in waar je wat mee moet. In de regio Maastricht wordt dat ook minder gevoeld. Daar hebben we ook nog eens met de collega-ambtenaren over liggen sparren: hoe zit dat bij jullie? Ze geven aan dat Maastricht toch een heel courante vastgoedmarkt heeft. Dat is anders dan in deze regio.
Die voelen dat probleem niet zo, laat ik het zo zeggen. Die geven dan misschien een andere bestemming aan een scholenbouw, en dan maken ze er woningen van. Het zou zomaar kunnen. Er is altijd wel een belegger die daar een pand wil kopen. Dat zijn de opvallende verschillen. Wat is de conclusie? Ik denk dat het in de Kerkraadse situatie een goede balans is tussen financiële lasten en risico's. De afschrijvingstermijn sluit aan bij de gemiddelde looptijd van de vaste geldleningen. Dat geeft ook een stukje stabiliteit. Het is ook op een andere manier op te lossen, maar het helpt op zich wel dat de aflossingen redelijk in de pas lopen met de afschrijvingen. Betekent dat dan dat alles in beton gegoten is? Nee, natuurlijk niet. Ik denk dat met het toekomstige afschrijvingsbeleid, daar zullen we echt weer moeten kijken. Casusafhankelijk en misschien op onderdelen wat meer maatwerk. Dan kun je rekening houden met de nieuwste ontwikkelingen en inzichten. Dat is in ieder geval een stukje achtergrond van die afschrijvingstermijnen, en risico's en aandachtspunten die daarin zitten. Dat was het. Ik hoop dat het enige verduidelijking heeft gebracht van hoe de cijfers tot stand zijn gekomen, en waarom het een voordeliger is of niet ten opzichte van het andere. Dank u wel zover, meneer De Waal. Zijn er nog vragen? Dan zal ik even de rij af. De heer Scheeren.
Die 25 jaar wordt dus gebruikt voor alle schoolgebouwen op dit moment in Kerkrade, ook voor het overige vastgoed. Is dat voor alle vastgoed hetzelfde bij ons? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag: wat is de gemiddelde levensduur van zo'n school? We hebben best wat basisscholen, waarvan er volgens mij een aantal serieus langer dan die 25 jaar in gebruik zijn. Is daar nog ergens een bepaalde lijn in te vinden? Zal ik u een blokje geven? Gelijk beantwoorden. Dat is de lijn die we hebben op alle gebouwen. Ik wil er nog een keer op wijzen dat het een gemiddelde afschrijvingstermijn is. Dat betekent dat wij dus ook, een beetje eigenwijs, de installaties op 25 jaar meenemen. We weten dat het eigenlijk voor de installatie iets te lang is en voor het gebouw iets te kort. Gemiddeld kom je op de 25 jaar uit. Daar kan misschien een jaar in zitten, maar dat ligt dichter bij elkaar dan alles op 40 jaar. Of je zou de componentenmethode moeten gaan toepassen, maar dat is iets minder eenvoudig. Wat was de andere? Ouderdom van de gebouwen. Hoe lang zijn ze gebruikt? Gebouwen worden ouder. Je merkt ook dat er na 25 jaar toch wat meer onderhoud bij komt kijken. Wat ik net zei, het is een gemiddelde. Sommige dingen schrijf je te snel af. Het gebouw wordt eigenlijk te langzaam afgeschreven, maar dat middelt zich in die zin uit. Het gebouw, het casco an sich, gaat langer dan 25 jaar mee.
De heer Essers. Dank je wel, voorzitter. Mijn vraag is: er werd net verteld over de leerlingenterugloop en de kosten enzovoort, dat die zo verdeeld worden. Is het niet zo dat wij gokken, als gemeenteraad en gemeente, dat in de toekomst het aantal leerlingen zal stijgen en dat we voorzichtig moeten zijn om eventueel scholen samen te gooien, waardoor we misschien te weinig plaats krijgen en meer kosten moeten maken? Ik weet niet of ik die vraag moet beantwoorden. Mag ik even ingrijpen? Dat is op het randje van de politieke vraag, meneer Essers. Als het over de inhoudelijkheid gaat, als u daar een antwoord op kunt geven, prima. Ik denk niet in de meningsvorming. Zover het kan. Ik denk niet dat je moet spreken over gokken of niet gokken. Je hebt als gemeente beleidsvoornemens. Je wilt dingen voor elkaar krijgen. Dan moet je wel eens een risico nemen. Is dat gokken? Die vraag laat ik graag aan het college. Het woord gokken is verkeerd. Moeten we er niet voor uitkijken dat we in de toekomst voor problemen komen te staan? Als we nu het beleid voeren en zeggen dat we scholen bij elkaar gaan doen, en meerdere scholen sluiten daardoor, dan krijg je een andere visie. Het blijft een politiek verhaal. Ik zal die vraag ergens anders lanceren. Ik denk dat die eerder thuishoort bij de mensen van onderwijs. De heer Rozema nog? Nee, ook niet meer. De heer Meijer misschien? Mevrouw Laumann.
Ik denk niet dat die vraag politiek is. De demografische cijfers, daar gaat het dan eigenlijk om. Daar is toch ook een planbureau van, en ook naar de toekomst toe? Daar kun je dan plannen op maken. Hoe zijn die demografische cijfers in de toekomst geschat? Dan heb ik het niet over wat wij daarvan vinden, maar gewoon de demografische cijfers. Als ik even mag onderbreken. Dat is net in de presentatie langs gekomen. Het is beschreven. Natuurlijk is het zo dat demografische ontwikkelingen invloeden zullen hebben op de ontwikkeling in de leerlingenaantallen, en dat leerlingenaantallen direct gekoppeld zijn aan de bijdrage die je
van de centrale overheid krijgt. Ergo, er is een duidelijk verband. Hoever dat ligt en in hoeverre we daar wel of niet risico's, zoals de heer Essers ze net noemde, aan zouden willen verbinden, die vraag ligt hier niet op tafel. Dat is voor een ander gremium. Het was niet mijn bedoeling om het politiek te maken. Ik heb nog een vraag. In deze commissie mag ik als voorzitter ook participeren. Je hebt het over maatwerk naar de toekomst toe, eventueel in afschrijvingssystematieken. Dat maatwerk zou zich kunnen vertalen, lijkt mij zo, van kiezen voor kortere afschrijvingsperiodes of langere afschrijvingsperiodes versus de jaarlast die daarbij hoort. Een totale kostprijs, als dat langer duurt, die hoger wordt en wellicht lagere lasten op de kortere termijn. Aan de andere kant misschien ook binnen de componentenmethode. Kun je daar ook nog maatwerk in opzoeken? Of zijn het allemaal harde gegevens? Een installatie is tien jaar. Of kun je ook een bepaalde installatie naar vijftien jaar brengen, of whatever? Zelfs daarin zit maatwerk. De gemeente Heerlen bijvoorbeeld, bij technische installaties geven ze zelfs een bepaalde bandbreedte. Dat doen wij niet. Ik denk dat je moet kijken als er dadelijk bij een nieuwe school of wat dan ook een projectbegroting ligt.
Wat gaan ze daar precies doen? Hoe duurzaam is het? Hoe onderhoudsvriendelijk? Ik denk dat je dat alles in een grote mix moet gooien en dan moet kijken: wat is in die specifieke situatie nog verdedigbaar, dat klinkt een beetje negatief, of aanvaardbaar? Dus maatwerk kan allerhande kanten op, bij wijze van spreken. Ja, mits onderbouwd. Maar in de discussie op zijn minst. Akkoord, dank je wel. Verder nog vragen anderszins? Ik kijk ook naar links. Niet? Dank u wel, meneer De Waal, voor deze toelichting en de presentatie. Ik denk dat het in de fracties waardevol is om te laten delen, en deze bevindingen mee te nemen in jullie beraadslagingen. Dan gaan we naar het volgende agendapunt.
4 Nadere uitwerking kaderstelling risico’s, als vervolg op vorige vergadering (dhr. Van Vugt) We gaan over naar de kaderstellende risico's, als vervolg op de vorige vergadering. Wederom mag ik in deze graag het woord geven aan Rein-Aart van Vugt, onze accountant. Dank u wel. Fijn om weer bij jullie te mogen zijn vanavond. Dit is een opvolging van een eerdere belofte die ik gedaan heb, om met jullie nog eens stil te staan bij het onderwerp risicomanagement van de gemeente Kerkrade. Met name richten op de rol van de raad die jullie nu al hebben: Wellicht een paar dingen ter toetsing, hoe jullie daar tegenaan kijken. Het woord risico viel nel al even, dat was een leuk voorbeeld. Het is heel goed om te realiseren in de eerste plaats: als je geen risico wilt lopen als gemeente, dan moet je vooral niks gaan doen. Dat is net als thuis. Als je veel activiteiten onderneemt, loop je ook risico dat er dingen verkeerd gaan of dat de omstandigheden tegenzitten, of dat er dingen gebeuren die je niet had voorzien, et cetera. Het risico hoort er in zekere zin gewoon bij, ook bij het zijn van een gemeente. Het is zeker zo dat als je een actieve gemeente bent, een ontwikkelgemeente, dus veel initiatieven neemt, dan loop je meer risico. Dan gaan er vaker dingen mis. Mensen maken ook fouten. Dat is een logisch gevolg daarvan. Het is heel goed om dat ook te realiseren met elkaar.
Het is dus niet zozeer de vraag of je risico loopt. Het is meer de vraag: hoe ga je er met elkaar mee om? Dat is eigenlijk de kernvraag. Wat ook een belangrijke is... Vaak wordt gedacht: risicomanagement, dat is iets van financiën. Dat is iets van deze commissie. Dat is niet helemaal waar want risicomanagement, het beheersen van risico's, raakt in feite de hele gemeente. Dat raakte de hele raad, dat raakt de hele organisatie, dat raakt het gehele college. Heel simpel: als je iets in het sociaal domein onderneemt, dan loop je daar risico's. Dat hoort natuurlijk heel nadrukkelijk daar thuis. Ga je iets doen, zoals ik net hoorde, het bouwen van een nieuwe school? Daar loop je risico mee. Dat hoort uiteraard bij het onderdeel onderwijs thuis. Dus het is iets wat de hele gemeente raakt. Het is van iedereen. Wat ook een belangrijke is, dat is om te realiseren dat risicomanagement geen doel op zich is. Dat gevaar zit er een beetje in. Daar kom ik aan het eind nog op terug. Risicomanagement is een middel om je doelen te realiseren. Je wilt risico's beheersen, die wil je proberen te voorkomen en als ze zich voordoen, de schade te beperken. Dat doe je uiteindelijk met het doel om de doelstellingen die je als gemeente hebt, de activiteiten die je onderneemt, te realiseren. Bij iedere activiteit die je onderneemt loop je een risico. Dat risico wil je zo klein mogelijk houden.
Als het zich voordoet wil je de schade zo klein mogelijk houden. Dat is uiteindelijk allemaal ten doel om die activiteit te realiseren, om uiteindelijk die school te bouwen. Dat is wel goed om te realiseren, dat risicomanagement een instrument of een middel is en nooit een doel op zich kan zijn. Wat ook belangrijk is, je kunt werkelijk een dozijn risico's bedenken, typen risico's. Voor de eenvoud zeg ik altijd: "Hou het er vooral op twee." Dat is het realiseren van de doelen. Dat kan tegenzitten waardoor je een doelstelling van de gemeente Kerkrade niet realiseert. Dat is één. Het tweede, probeer zich te houden op de financiële risico's. Probeer het niet nog veel groter te maken, want dan wordt het heel complex om het allemaal te blijven overzien. In essentie gaat het
hierover. Wat ik ook een belangrijke opmerking vind vooraf... Dit zijn een aantal plaatjes die ik de vorige keer ook heb laten zien. Daarom benadruk ik het toch nog een keer. Risico's hebben ook altijd iets subjectiefs in zich. Wat ik misschien als een risico zie omdat ik accountant ben - dan wordt er vaak gedacht: die zijn voorzichtig. Het is de vraag of dat waar is - dat kunt u wellicht helemaal geen risico vinden. Het is altijd goed om te realiseren dat als we het over risico's hebben, dat het per individu zelfs, maar zeker ook per afdeling kan verschillen. Wat is het belangrijkste? Dat is dat je het erover hebt en dat je argumenten uitwisselt waarom een risico hoog of laag is, wat daar de onderbouwing van is. Probeer het zeker niet als een soort wiskundig model te gaan benaderen. Alsof een risico met wiskunde allemaal is uit te sluiten. Dat is ook een hele belangrijke. Dan naar de rollen. Risicomanagement, ik zei net dat het vooral een middel is. Het is een middel om te voorkomen dat risico's zich voordoen bij activiteiten, zodat uiteindelijk die activiteit niet wordt gerealiseerd. Dat betekent dat het een heel belangrijk onderdeel is van de bedrijfsvoering. Het is belangrijk dat de organisatie bewust is van risico's en daar de juiste maatregelen voor treft.
Daarom is het primair het domein van het college, van de burgemeester en de wethouders, de ambtelijke organisatie, om goed met risicomanagement om te gaan, om dit middel of dit instrument in te zetten. U heeft er als raad wel een taak bij. U stelt een aantal kaders waaraan het risicomanagement kan of moet voldoen. U toetst bij de jaarrekening of met dat risicomanagement op een goede manier is omgegaan. Dat doet u via de zogenaamde paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. In de begroting staat hoe het college dat wil aanpakken, en in de jaarrekening wordt een stukje verantwoording daarover afgelegd, hoe dat het afgelopen jaar gegaan is. Als we dan naar de inhoud kijken: waar zit die kaderstellende rol voor u? Dan gaat het om dit plaatje. Dit is wat uit het BBV, het besluit begroting en verantwoording, komt. De regels voor het maken van een begroting en een jaarrekening. Daar wordt eigenlijk gezegd: een gemeente is verplicht om risico's in kaart of beeld te hebben. De gemeente is ook verplicht om buffers achter de hand te houden, dat heet weerstandscapaciteit, om de risico's te kunnen opvangen. De verhouding tussen die twee, dat wordt weerstandsvermogen genoemd. Heel simpel, als u 100 euro aan risico's heeft en u heeft een weerstandscapaciteit van 200, dan heb je een weerstandsvermogen van twee, een weerstandsratio van twee. Onder dat risico zitten beheersmaatregelen.
Het hoeft niet te gaan over de bruto risico's, het moet echt gaan over de restrisico's. Natuurlijk zijn er allerlei risico's waar de organisatie maatregelen op heeft getroffen. Beheersmaatregelen in de organisatie zelf, maar het kan ook zijn dat er al voorzieningen zijn getroffen, financiële potjes opzij zijn gezet om een bepaald reëel risico op te vangen. Bijvoorbeeld ook verzekeren is een maatregel. Brand, dit gebouw kan in de brand vliegen. Dat is een risico. Daar kun je allerlei beheersmaatregelen treffen, dat gebeurt ook. Als het gebeurt, dan kun je die schade moeilijk opvangen. Die is dan vaak zo groot. Dan sluit je daar een verzekering voor af. Dat zijn allemaal beheersmaatregelen. Uiteindelijk gaat het erom, nadat alle beheersmaatregelen zijn getroffen, welk restrisico we nog lopen. Wat blijft er dan aan risico over waar we potjes voor achter de hand moeten houden in de vorm van een algemene reserve, om die risico's eventueel op te vangen? Nogmaals, alles in het achterhoofd houdend dat er een hele sterke mate van inschatting achter zit. Subjectiviteit ook wel, want het is natuurlijk altijd ongelooflijk moeilijk in te schatten of een risico zich voordoet en wat de schade daarvan is. Het blijft natuurlijk altijd een aanname, maar die probeer je natuurlijk wel zo goed mogelijk te doen. Dan hebben jullie zeven punten waar jullie een kader op kunnen stellen.
Dat gebeurt in de paragraaf risicomanagement en weerstandscapaciteit, weerstandsvermogen. Het eerste is het financiële beleid. Die is helder, denk ik. Het tweede is risicohouding. Hoe kijk je als Kerkrade tegen risico's aan? Het derde is: welk doel wil je met risicomanagement precies realiseren? Als vierde kun je richtlijnen hebben rondom hoe omgegaan wordt met incidentele risico's, structurele risico's, hoe een bedrag wordt ingeschat, et cetera. Het vijfde is: hoe zeker wil je zijn dat die risico's worden opgevangen, dat er voldoende maatregelen worden getroffen om ze op te vangen? Als zesde kun je als raad kiezen: welke potjes zetten we apart? Welke weerstandscapaciteit? Welke potjes gebruiken we? Onder weerstandscapaciteit heb ik alle mogelijkheden die in de wetgeving zitten op een rijtje gezet. Als zeven kun je natuurlijk zeggen: wat moet die verhouding zijn? Ik zei net: "Honderd risico's, tweehonderd weerstandscapaciteit." Dat is een factor twee. Dat is het weerstandsvermogen, de weerstandsratio. Daar kun je bepaalde kaders over afspreken. Je wilt dat het minimaal één is, of maximaal drie. Dat zijn keuzes aan jullie raad. Ik ga al deze punten langslopen, hoe jullie daar nu reeds kaders over hebben vastgesteld. Daar ga ik een enkele toetsvraag bij stellen: herkent u dit, of mist u er iets in? Eerst de eerste drie punten. Het financiële beleid.
Dat hebben jullie vooral vastgelegd in de financiële verordening. Dat is de verordening 2.12 van de Gemeentewet. Daar zit veel in met betrekking tot jullie financiële beleid. Dat zit uiteraard ook in jullie voorjaarsnota en ook in jullie begroting. Daar zitten allerlei afspraken in, kaders die jullie meegeven. Daar hebben we op 24 oktober heel uitgebreid bij stilgestaan. Als het gaat over risicohouding en doelstelling van risicomanagement hebben jullie in feite ook al een kader meegegeven in jullie paragraaf. In jullie paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen staat: "De gemeente Kerkrade neemt op die schaal als gewenst risicoprofiel een middenpositie in. Risico's worden voor zover mogelijk vermeden of afgedekt. Anderzijds moet een ondernemende gemeente risico's
durven te nemen, en kan het vormen van reserves geen doel op zich zijn." Het is een vrij korte zin. Jullie geven eigenlijk hiermee aan dat jullie een soort middenpositie willen innemen. Jullie willen best risico's nemen, maar als je ze neemt wil je zoveel mogelijk maatregelen treffen om ze te vermijden dan wel eventueel af te dekken door middel van verzekeren of een reserve. Ik herken dit wel. Mijn eigen reflectie, ik vind jullie een relatief actieve gemeente met veel plannen. Daar hebben we het bij de begroting over gehad, veel ontwikkelingen. Daaruit blijkt dat jullie de nodige risico's accepteren. Dat jullie je ook bewust zijn dat als je iets onderneemt, dat je risico loopt. Ik herken ook dat er met regelmaat wordt gesproken, daar is vanavond een bewijs van, over welke risico's we lopen. De vraag over de scholen is daar een voorbeeld van, denk ik. U heeft het er wel over. Ten opzichte van andere gemeenten bent u in mijn perceptie iets meer risicozoekend dan andere gemeenten. Dat hangt samen met, vind ik, de hoeveelheid activiteiten die u als Kerkrade onderneemt. Als u als raad zegt: dit willen we anders, wij willen nul risico lopen. Dat kan, dan moet u vooral niet zoveel meer gaan doen. U kunt ook een gemeente zijn die heel agressief zit, zeg ik wel eens, in risico's.
Dat betekent dat je veel doet en dat je niet zo erg nadenkt over de risico's die je ermee loopt en dat je eigenlijk zoiets hebt van: we zien wel wat ons overkomt. Die gemeenten zijn er ook. Ik ken gemeenten die gewoon gaan met de handel, zonder dat goed gekeken is wat het allemaal betekent. Dat kan ook een risicohouding zo. Voor jullie als raad, in jullie kaderstellende rol is belangrijk of je dit herkent. Vervolgens is de politieke vraag: onderschrijf je dit of zeg je dat we een koerswijziging hierop willen hebben, of niet? Dan de punten vier en vijf. Dat gaat over de richtlijnen. Hoe risico's worden geïnventariseerd en hoe die zichtbaar worden gemaakt, en de gewenste zekerheid die je met elkaar zoekt om de risico's te kunnen opvangen. Dat zit als volgt in jullie paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen. Ik heb de jaarrekening 2022 gezet naast de begroting 2024. Dan ziet u dat de risico's wat zijn gedaald, van 7,7 miljoen euro naar 7,1 miljoen euro. Dat zit bijvoorbeeld op het sociaal domein, 200.000 euro eraf. Dat zit ook op algemeen, 500.000 euro eraf. Daar zie je die daling terug. Rechts zie je bijvoorbeeld de algemene uitkering, dat is 1,6 miljoen euro aan risico's. Daar ziet u een toelichting, dus daar wordt het risico toegelicht. Vervolgens wordt aangegeven wat de dekking van dat risico is, en vervolgens wordt aangegeven wat het restrisico is.
Het risico wordt beschreven, vervolgens worden de beheersmaatregelen aangegeven, en vervolgens wordt aangegeven wat het restrisico is. Dat is dan die 1,6 miljoen euro. Nu is voor jullie de vraag als raad: herkent u dit rijtje van zes risico's? Mist u daar een risico in? Komen die bedragen voor jullie logisch - goed of fout bestaat hier niet, dit is dat subjectieve, dat is een inschatting die de organisatie en het college maken - over? Als u zegt: wij missen dingen, of wij vinden dat er een tendentie zit van een te lage of een te hoge inschatting, dan is het natuurlijk belangrijk om daar als raad een nadere uitspraak over te doen. Zal ik reageren hierop, of is dat nu misschien handig? Ik weet niet of mensen erop willen reageren. Wat mij betreft mag er geïnterrumpeerd worden. Dan wordt het wat interactiever, lijkt me zo. Wat ik natuurlijk heel spannend vond: mist u er eentje? Of zegt u: nee, dit zijn de risico's die wij... We hebben in het verleden, in de recente periode ook, vaker gehad: hoe hoog moet het risico ingeschat worden? Dat is wat u ook wel eens heeft gezegd. Meestal is het ook zo dat niet alle risico's in één keer zich voordoen. Op een gegeven moment, als er een keer iets ontstaat dan is dat één van die punten. Dan moet je het ook nog in de tijd plaatsen.
Er is ook een arbitrair bedrag in de zin van: wat ga je als risico oormerken? Wat voeg je daar voor bedrag aan? Ik vind persoonlijk, als je naar de geschiedenis kijkt, dan denk ik dat het heel reëel en herkenbaar is. Ik kan me daarin vinden. De methodieken, daar zijn verschillende methoden voor. Daar heeft u ongetwijfeld wel eens iets van gezien. Er zijn een soort wiskundige modellen die eronder liggen. Een hele bekende is een Monte Carlo-berekening bijvoorbeeld, die vaak bij grondexploitaties wordt gebruikt. Dat kan je toepassen. Tegelijkertijd moet je bij dat soort instrumenten enorm oppassen dat je denkt dat je daarmee een risico en een schade aan het objectiveren bent, terwijl het natuurlijk altijd een inschatting blijft. Vervolgens is het risico dat je daar veel energie en tijd in steekt en dat je denkt dat je met zekerheid de omvang van een risico en een schade hebt bepaald. Dan wordt zo'n instrument, als je niet uitkijkt, een doel op zich. Terwijl het er vooral om moet gaan dat je het als organisatie, vooral de organisatie en het college, over die risico's hebt. Daarover spreken met elkaar, dit zo goed mogelijk proberen in te schatten. Het is aan u om bij bijvoorbeeld de jaarrekening of bij de begroting te toetsen of wij dit herkennen.
Als wij dit niet herkennen, qua bedrag of qua risico's die genoemd zijn, dan is het moment voor u als raad om te zeggen: wij missen hier iets of die inschatting vinden wij te laag of te hoog. Dat is uw toetsende rol als raad. Welke methodiek hieronder zit, daar zou ik van zeggen: laat dat graag bij de ambtelijke organisatie en het college. De manier waarop zij risicomanagement levend maken in de organisatie en met welke instrumenten zij dat doen, dat zou ik vooral daar laten. Het is voor u echt ter toetsing: is het logisch voor ons wat hier staat? Herkennen wij dit? Mag ik een vraag daarover stellen, of iemand anders? Ik heb een vraag. Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade OBK zegt me even niks. Ik ken de afkorting OBK ook niet. Ontwikkelingsbedrijf kan ik me voorstellen. Ik kijk even naar links, Mike misschien? Ontwikkelbedrijf Kerkrade, volgens mij. Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade, dat zijn de grondexploitaties. Geen risico's met betrekking tot onze gronden, meneer Rozema. Mooi! Wat mij overviel...
Als ik kijk bij het Parkstad stadion. In 2022 1,6 miljoen euro, en in 2024 is dat nog altijd 1,6 miljoen euro. Ik neem aan dat we in die twee jaar toch iets afgeschreven hebben op die bedragen, of niet? Dat risicoprofiel is eigenlijk gelijk gebleven. Dit is overigens één van de risico's die we ieder jaar het meeste aandacht geven, gelet op de ontwikkeling van de relatie met de bv die het stadion beheert. Dit is inderdaad één van de risico's die wij heel nadrukkelijk ieder jaar met de organisatie bespreken, maar daarin zit eigenlijk weinig wijzigingen van het profiel. Ook niet het besluit wat u recent genomen heeft rondom de ontwikkeling van Kaalheide. Ik weet dat u daar een hele andere mooie naam voor heeft. Daarvan hebben wij gezegd, ook in de risicoafweging: "Dat biedt aan de ene kant wellicht perspectieven om de lening eerder af te lossen, of sneller af te lossen dan wat de afgelopen jaren is gebeurd." Dat doet op voorhand niet iets met het risicoprofiel. Het kan natuurlijk wel zo zijn, dat is zeker zo, dat toekomstige ontwikkelingen en hoe de komende vier of vijf jaar eruit zien, iets zou kunnen doen met dat risicoprofiel. Of lager, of misschien op een gegeven ogenblik wat hoger. Grondbedrijven is misschien ook goed om nog iets over... Die staat op nul, maar dat heeft een reden. Ik zie Mike popelen om dat toe te lichten. Er staat inderdaad nul.
Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen risico's zijn. Alleen gaat het hier om de restrisico's. Er is een reserve OBK, dezelfde naam. In principe is die reserve groot genoeg. Die is er specifiek voor bedoeld om de risico's en de grondexploitatie in eerste instantie af te dekken. Mocht je daar tegenvallers in hebben, staat daar een reserve tegenover. Het is ook per definitie steeds een incidenteel risico want elk project is anders. Het is niet iets wat structureel doorloopt. Vandaar dat het ook past bij om dat via een reserve af te dekken. Tegelijkertijd zijn er ook wel eens meevallers. Die storten we weer in de reserve. Als we de risico's afzetten... Wat hier eigenlijk gebeurt is: wat zijn de verwachte netto-opbrengsten die we uit de grondexploitaties halen? Stel, het scenario gebeurt dat die niet gerealiseerd worden, hoe verhoudt zich dat tot de reserve die we hebben? In dit geval is de reserve groter dan de totale inkomsten die we uit de grondexploitatie verwachten. Vandaar een restrisico nul. Het heeft voor ons ook de instemming, dat het op deze manier gepresenteerd wordt. Als die verhouding anders gaat uitpakken, dan ontstaat er wel een restrisico. Dan wordt die hierin meegenomen en dat betekent dat dan een stukje weerstandsvermogen nodig is om het restrisico op te vangen. Mag ik daar nog een vraag over...
Als je het zo op een rij zet, dan zullen grote mutaties hierin niet zo gauw voorkomen. Dan moeten er hele extreme dingen gebeuren, bij wijze van spreken. Dat is mijn interpretatie. Eens, dat klopt. De scholen, dat kwam net aan de orde. Als je zoiets gaat ontwikkelen, waar natuurlijk forse investeringen mee gemoeid zijn, dan zou er ongetwijfeld een risico bij kunnen komen. Wellicht een soort restrisico die je loopt met zo'n post, met zo'n bouw. Dat hangt ook weer af... Even als voorbeeld, je kunt zeggen: we gaan een schoolgebouw neerzetten, of renoveren, of totaal nieuw zetten. Stel dat je zegt: wij willen binnen de bouwsom dat risico opvangen. We gaan een beheersmaatregel nemen in de bouwsom. Dat kan, want dan neemt u een relatief hoge post onvoorzien mee. Daar gaat u ook over als raad bij het goedkeuren van het investeringsbudget, het krediet. Dan ziet u de post onvoorzien staan. Dan doet u in feite al aan een stukje risicomanagement. Als die post heel klein is, dan neemt u een wat groter risico dat dit niet voldoende is. Is die post wat ruimer, dan zeg je eigenlijk: het risico proberen we zoveel mogelijk met een beheersmaatregel op te vangen binnen het project. Dan zal die in dit staatje niet terugkomen. Neem je helemaal geen post onvoorzien op, het kan ook dat je zegt: dat doen we niet. Je weet wel dat je een risico loopt bij zo'n activiteit.
Dat komt nooit exact op dat budget uit. Je loopt de kans dat het wellicht wat overschreden wordt. Dan kan het zijn dat die dermate belangrijk is dat je die hier in dit tabelletje ziet terugkomen. Excuseer, voorzitter. Een korte vervolgvraag hierop, en dan misschien even aan de heer De Waal. Zit daar een specifiek beleid achter bij ons, in de zin van een post onvoorzien opnemen bij grote projecten, bepaalde percentages? Of is dat echt projectgebonden? Het is natuurlijk, om risico's te beoordelen, wel interessant om te weten of daar een vaste lijn in zit. Laat ik vooropstellen dat ik niet alle projecten in detail ken. Ik weet wel dat in alle projecten een post onvoorzien zit. In de regel ligt die al gauw rond de tien procent. Dat kan een keer iets meer of minder zijn. In die zin is het precies wat de heer Van Vugt zegt. In het project vindt al een bepaalde risicobeheersing plaats. Maar als we kijken in dit staatje, daar is een bredere post algemeen. Daar zitten waarschijnlijk ook een aantal van dit soort risico's in. Ik heb hem niet helemaal helder op mijn netvlies hoe die precies in de begroting staat. Dat is ook een post die relatief veel fluctueert als ik het zo zie. Zo'n overige post, hoe houden we die een beetje in de klauwen, dat we daar ook stabiliteit in hebben? Wat we daar doen... We hebben totale inkomsten en totale uitgaven.
Dan hebben we een top vijf of zes van risico's. Die halen we van die totale lasten dan wel totale inkomsten af. De algemene uitkering is bijvoorbeeld een inkomstenpost. Ook daar kunnen fluctuaties in zitten. Dan kijken we wat er over is. Daar laten we een bepaald percentage op los van onze totale lasten en inkomsten die overblijven na aftrek van de andere posten. Dat kan van alles zijn. Dat kan stikstof zijn, PFAS, een project wat misgaat. Een verzamelpost voor allerhande, gebaseerd op een percentage van de resterende baten en lasten. Een begroting komt natuurlijk nooit helemaal exact uit. Nu worden jullie de laatste jaar best veel geconfronteerd met onderschrijdingen. Daar hebben we het bij de begrotingsbesprekingen op 24 oktober uitgebreid over gehad. Je hebt ongetwijfeld ook posten met een overschrijding, dat je meer uitgeeft dan
begroot. Om dat eventueel te kunnen opvangen, om daar rekening mee te kunnen houden, kiezen jullie ervoor om een bepaald percentage van je inkomsten en uitgaven in feite apart te zetten, in dit geval in die 1,5 miljoen euro. Dat percentage is overigens vast. Dat is hetzelfde, maar het bedrag waarover jullie het berekenen verandert natuurlijk. Daardoor verandert dit getal ook. Jullie hebben nog een ander type risico's. Dat staat bij jullie in bijlage twee, vanaf bladzijde 172 van jullie begroting. Daar zitten ook nog een aantal risico's in, en dat zijn in feite wat meer algemene risico's. Ik heb ze hier opgenoemd. Dat zijn een zestal onderwerpen die gaan over bedrijfsvoering, een stukje demografische ontwikkeling. Dat was mooi net met het onderwijs. Dan komt die ook weer terug. Subsidie, u ziet ze staan. Ik heb het voorbeeld van gewaarborgde geldleningen, de laatste heb ik er uitgelicht. Dit zijn risico's die ook door de organisatie en het college worden benoemd als risico's die we met elkaar moeten beheersen, waar we beheersmaatregelen op moeten treffen. Die we ook in de gaten moeten houden. Deze hebben we niet gekwantificeerd omdat we ze vaak niet kunnen kwantificeren. Daar wordt de inschatting helemaal moeilijk. Hier staat dat kwantificering restrisico niet van toepassing is. Wel is ervoor gekozen om jullie ook over deze risico's te informeren.
Ook hier geldt: herkent u deze, of niet? Ik moet eerlijk zeggen: natuurlijk kun je hier heel ver in gaan. Ik heb een keer een gemeente gehad, die hadden hier bijvoorbeeld staan dat medewerkers van het gemeentekantoor voedselvergiftiging opliepen in het bedrijfsrestaurant. Dat is een risico, dat kan gebeuren. Iedereen eet verkeerde haring en de helft van de organisatie is ziek thuis. Ik heb ook ergens een keer gelezen: het neerstorten van een vliegtuig op een stad. Dat is natuurlijk een vreselijk risico. Dat kan allemaal gebeuren, maar de vraag is hoe ver je hierin gaat. Dit is ook voor jullie belangrijk. Herken je dit, of zeg je: ik mis hier iets substantieels in? Daar is het wel heel belangrijk bij om je af te vragen: is dat een risico wat reëel is, waar we maatregelen op kunnen nemen, of slaan we daarin door? Daar moet je altijd ontzettend alert op zijn. Daar kan je natuurlijk ook in doorslaan. Daar heb ik net twee voorbeelden van gegeven, waarin dat in mijn ogen te ver gaat. Mist u iets? Nee. Ik moet ook eerlijk zeggen... Dat toont maar even het lastige van dit onderwerp en dat je er zeker geen wiskunde van moet maken. Ik heb in geen enkele begroting - ikzelf ook niet, dus ik verwijt niemand wat - van 2020 gelezen dat er wel eens corona zou kunnen komen.
Ik heb geen enkele begroting 2022 gezien waarin stond: Rusland valt Oekraïne binnen, en daardoor krijgen we met allerlei economische issues te maken, en energieproblemen. Het blijft ook lastig. Probeer met twee voetjes op de grond hiernaar te kijken en goed in de gaten te houden: waarom doen we dit? Dit doe je om je doelen te realiseren en zoveel mogelijk risico's in beeld te houden, elkaar scherp daarin te houden. Heb niet de illusie dat je alle risico's aan de voorkant kan voorzien en altijd kan voorspellen. Dan iets over de andere kant. Dan hebben we die risico's, bij jullie die 7,1 miljoen euro in de begroting 2024. Dan gaat het erom: wat houden we aan potjes achter de hand om dat restrisico van 7,1 miljoen te kunnen opvangen als die risico's zich zouden voordoen. Dat zijn de punten zes en zeven, waar jullie een kaderstellende rol in hebben. Dat is de samenstelling van die potjes. Hoe is de weerstandscapaciteit opgebouwd en welke onder- of bovengrens geven we daarbij aan? Wat staat er in jullie paragraaf? Wat hebben jullie als raad als kader meegegeven? In de weerstandscapaciteit, in die potjes die je achter de hand houdt, hebben jullie een onderscheid gemaakt in een structureel potje en het incidentele potje. Dat onderscheid hebben jullie gemaakt.
Bij dat incidentele potje hebben jullie ervoor gekozen met name om de algemene reserve, onvoorzien incidenteel, stille reserves, incidentele begrotingsruimte allemaal wel te noemen. Maar in de kern heb je in feite alleen de algemene reserve aangewezen als pot die de risico's van die 7,1 miljoen euro moeten kunnen opvangen. De andere zijn wel toegelicht, maar die zijn allemaal op nul gezet. Daar willen we eigenlijk geen aanspraak op maken. Het zou wel kunnen als we dat moeten doen, maar die zetten we op voorhand op nul. Eigenlijk heel solide. We willen heel voorzichtig zijn door alleen de algemene reserve, want die is direct beschikbaar. Heel simpel, de stille reserve is niet direct beschikbaar. De stille reserve zit in een pand en die kunt u alleen inzetten als u het pand verkoopt en de stille reserve in feite verzilverd. Dat is niet zomaar voorhanden. De algemene reserve is direct beschikbaar. Die kunt u direct inzetten op het moment dat zo'n risico zich voltrekt. U kiest er dus ook voor om in feite alleen die pot aan te wijzen als weerstandscapaciteit om de risico's op te vangen. Onder de structurele component neemt u mee dat u kijkt naar de onbenutte belastingcapaciteit, naar de post onvoorzien structureel, en eventuele structurele begrotingsruimte. Dat is in mijn oog logisch.
Als u een structureel risico heeft en dat voltrekt zich, dan heeft u er ook structurele lasten van. Dan is het natuurlijk altijd verstandig om te kijken welke consequentie dat eventueel heeft voor de onroerendezaakbelasting. Of hebben we nog ruimte in de begroting om dit te kunnen opvangen? Vraag voor jullie: ben je tevreden met deze opbouw van de weerstandscapaciteit? Ben je tevreden met de keuze van deze potjes op dit moment, of wil je daar een wijziging in? Minder kan eigenlijk niet. Jullie zijn in feite al heel solide en voorzichtig. Je kunt er natuurlijk wel voor kiezen om een aantal posten aan de weerstandscapaciteit toe te voegen. Je zou daar theoretisch de stille reserves aan kunnen toevoegen, of de post onvoorzien incidenteel, et cetera. Ik vraag me af of we geen risico moeten afdekken voor het ravijnjaar wat we tegemoet lopen. Dat we dat als voorzichtigheid in een reserve moeten doen. Het ravijnjaar, als dat zich voordoet is dat een structureel vraagstuk. Overigens heb ik
de vorige keer ook toegelicht dat ik inschat dat het ravijnjaar geen ravijn wordt, maar eerder een klifje. Mocht het zich voordoen, dan gaat het vooral van jullie iets vragen: dat je aan de structurele component iets doet, want je kunt dat niet met incidenteel geld opvangen. Misschien voor één of twee jaar, maar dan is het ook wel klaar want het is een structurele post. Je zult in die structurele component dan ook de oplossing, de weerstandscapaciteit moeten zoeken. Dat betekent dat je op dat moment moet nadenken over bezuinigingen of het verhogen van je onroerendezaakbelasting. Of die structurele begrotingsruimte gaan creëren met bezuinigingen, of de onbenutte belastingcapaciteit aanspreken. Dat betekent in feite verhogen van je belastingen. Toen heb ik ook gezegd: "Wees voorzichtig, nu in deze fase, want er is nog vreselijk veel onzeker." Het is dus goed dat jullie inzicht hebben in het probleem van dat ravijnjaar, maar om daar nu keuzes in te maken komt wat vroeg. Ik heb toen ook gezegd: "Jullie zijn bezig met een studiejaar, de organisatie gaat ermee aan de slag. Er worden al scenario's bedacht en uitgerold. Geen keuzes gemaakt, want die keuzes zijn aan jullie. Er worden wel al scenario's bedacht. Als dat ravijnjaar zich in welke omvang dan ook voltrekt, dat jullie tijdig de keuzes kunnen maken om te kunnen kiezen om dat ravijnjaar op te vangen. Wees voorzichtig.
Niet te snel erop reageren, maar ook niet naïef zijn. Dat is een beetje de rode draad daarin. Moet je dan niet met de begroting al rekening houden voor de komende jaren, dat je de capaciteit beter gaat maken? Dat zou kunnen. Dat zal ongetwijfeld uit het studiejaar één van de scenario's kunnen zijn. De structurele component die hier staat, hoe kun je die aanwenden dan wel vergroten om een eventueel ravijnjaar te kunnen opvangen? Dat gaat er ongetwijfeld uitkomen. Als er keuzes gemaakt moeten worden, dat zal dan richting de begroting 2025-2026 vooral zijn. Dan gaat het college echt wel naar u toekomen: wat gaan wij kiezen? Ik wil iets toelichten, maar ik zie ook dat de wethouder iets daarover wilt zeggen. Ik wil er ook nog een kleinigheid over zeggen. De provincie en de VNG hebben de gemeente - ik heb het al een keer verteld, volgens mij verteld - aangegeven: ga je niet in allerhande bochten wringen om in dat ravijnjaar keuzes te maken waarvan je misschien op termijn spijt krijgt. Laat in ieder geval aan het Rijk zien dat we tekort hebben. Als je het niet laat zien en je gaat je in allerhande bochten wringen om toch een sluitende begroting te presenteren, dan gaat dat ten koste van onze burgers. Het is nog nooit gebeurd dat de provincie als toezichthouder de gemeente heeft geadviseerd: als jullie een tekort hebben in 2026, wat het gevolg is van een mindere financiering...
Het gemeentefonds wordt minder, die 3 miljard euro. Als daar een tekort bij de gemeente ontstaat, laat het vooral staan. Dank u wel. Mevrouw Laumann. Ik ben het natuurlijk daarmee eens, maar de wethouder heeft dit al eerder aangegeven. Ik denk wel dat we dan keuzes moeten maken, of we nou een tekort hebben of niet. Mag ik daarop aansluiten, mevrouw Laumann? Ik ga even voor de wethouder. We zitten hier als Financiële Commissie, en er is gesproken over een studiejaar. We gaan een volgende vergadering wijden aan onze rol binnen dat studiejaar als commissie. Hoe gaan we dat invullen? Wat gaan we daarmee doen? Wat gaat dat betekenen? We kunnen daar ook de politieke voorzetten gaan formuleren. Als we dat gaan spiegelen aan hetgeen wat nog nu in de begroting staat, of wat dat wellicht naar de toekomst toe zou moeten gaan worden, denk ik dat wij daar best een rol mogen innemen. Dat alvast als schot voor de boeg. In die zin, hij gaat langskomen en de raad beslist dat uiteraard. Wij gaan, even hardop denkend, voor voorzetten zorgen. Dat is ook precies in de vorige raadsvergadering besproken en toegezegd door de wethouder. Fijn om dat nu ook van de voorzitter te horen, dat we aan de voorkant al gaan kijken wat onze rol kan zijn, en misschien ook iets meer voorzetten kunnen geven richting college, maar vooral richting het ambtelijk apparaat.
Wat neem ik allemaal mee in dat studiejaar? Daar zijn wij in ieder geval heel blij mee. Dat hadden we in de raad al aangegeven. Nog een vraag, voorzitter. U zegt dat we daar een voortrekkersrol kunnen... Dat vind ik prima, maar wat betekent dat concreet? Dat wij een voorrecht nemen om keuzes voor te leggen? Hoe moet ik dat zien? Wij gaan de volgende vergadering met elkaar daarover in gesprek als commissie. Hoe zien we dat? Dan zal ook gehoord moeten worden: welke invoer hebben we al? Op welke termijn hebben we die? Wat kunnen we voorzien? Wat kunnen we niet voorzien? Waar stellen we voor dat dingen gedaan zouden moeten worden? Dan kun je met voorzetten richting het college gaan. Wij zien een bepaald beleid op dit moment. Wij zouden dat willen continueren, of we willen daar een afwijking van voorstellen. Dat is wat via de raad aan het college gepresenteerd gaat worden, vanuit deze commissie. Bijvoorbeeld, de wethouder zegt net: "De provincie beveelt ons aan om te laten zien dat je een tekort krijgt." Dan ga ik de politiek in. Als je naar de begroting van volgend jaar kijkt, dan sluit die mooi. Ook meerjarig. Dat zou een discussiepunt kunnen worden, of je dat op die manier moet blijven laten zien. Ik denk dat dit een voorzet is die uit deze commissie zou kunnen gaan komen.
Of die dan daadwerkelijk opgevolgd en ingevuld gaat worden is een kwestie van discussie, politieke besluitvorming, en ook wat het college daar voor beleid in ziet. Natuurlijk. Ik wil nog één opmerking erover maken. U zegt: "Het jaar 2025 laat een sluitende begroting zien." Tot nu toe, maar we zijn er nog niet. Sterker nog, ook de jaren daarna laten hem op dit moment nog sluitend zien. Dat zou wellicht een vraag kunnen zijn: moet dat zo blijven? Die vraagstelling zal daar langskomen, ook in het kader van het studiejaar. Wat echt heel belangrijk is hierbij, is om te realiseren dat de omvang van het ravijnjaar echt heel onzeker is. Daar komt dat advies vandaan, om daar niet nu al heel snel op te gaan
ingrijpen. Tegelijkertijd moet je je natuurlijk niet laten overvallen. Daarom dat tweesporenbeleid wat ik noem. Dat is volledig onderschreven door de VNG enerzijds, die heel erg geadviseerd heeft om het tekort zichtbaar te maken. Twee, die is nog veel belangrijker: alle toezichthouders, dus alle provincies, hebben afgesproken dat ze alleen kijken naar het jaar 2024, of die een sluitende begroting laat zien. Als dat zo is, dan kijken zij verder niet wat 2026 of 2027 voor beeld geeft. Waarom? Vanwege de onzekerheid die op dat ravijnjaar zit. Eén post, ik geloof dat ik die de vorige keer ook genoemd heb. Er is een post in van ongeveer 800 miljoen euro aan korting in die 3 miljard euro. In de recente cijfers van het Centraal Planbureau, maar ook het ministerie heeft in het overhedenoverleg van 6 september jongstleden aangegeven dat voorgesteld gaat worden om die korting te schrappen. Dan is 800 miljoen euro van de 3 miljard euro in feite al weg. Zo zijn er nog een paar van die posten. De omvang van die 3 miljard euro is nog heel onzeker, maar die lijkt de komende periode duidelijk kleiner te worden. Los van een economische recessie, dat heb ik toen ook gezegd. Het kan natuurlijk zijn dat we in een recessie vallen en dat er om andere redenen bezuinigd moet worden. Dat is een andere oorzaak dan de beruchte 3 miljard euro van het ravijnjaar. De wethouder wil nog iets toevoegen.
Even nog ten aanzien van het studiejaar. Ik kan me herinneren dat wij in de begrotingsbehandeling hebben afgesproken dat het studiejaar ambtelijk wordt voorbereid. Aan de hand van de ambtelijke voorbereiding komt dat in de Financiële Commissie. Dan bent u uiteraard in de gelegenheid om keuzes te maken. Dat hoort ook zo. U geeft de voorzet aan de raad wat betreft de keuzes. U heeft gelijk, mevrouw Laumann zegt het goed: de Financiële Commissie maakt geen keuzes, de raad maakt de keuzes. Ik neem aan dat het op voordracht van de Financiële Commissie gebeurt. Mevrouw Laumann, als wij dat heel goed inpakken... Meer zeg ik niet. De heer Jongen. Ik denk dat het heel belangrijk is om het proces goed te volgen als Financiële Commissie in. Het is dadelijk aan de raad om politieke keuzes in dat verband te maken. We hebben ook gezegd in de Begrotingscommissie: "Laat die ambtenaren heel objectief en onbevangen naar modellen en radartjes kijken waaraan gedraaid kan worden, zodat we heel objectief kunnen kijken waar iets gehaald zou kunnen worden en waar ze eventueel bepaalde kosten kunnen gaan dekken." Ik vind dit een geweldig gesprek. U staat er misschien nog niet helemaal bij stil, maar in feite bent u nu risicomanagement aan het doen. U bent namelijk aan het nadenken over het risico van het ravijnjaar wat zich in 2026-2027 voltrekt.
U bent ook aan het nadenken over de structurele component, namelijk de weerstandscapaciteit. Hier vindt in uw commissie nu al een vorm van risicomanagement plaats, terwijl heel vaak gezegd wordt: "Die gemeenteraden doen niks aan risicomanagement." Ik ben van mening dat het vaak wel gebeurt, alleen niet altijd expliciet benoemd. Dit is een voorbeeld dat u daarmee bezig bent. Ik ben het helemaal eens, en ik denk dat dit de toezegging is. Het is voor u als Financiële Commissie heel belangrijk dat u meegenomen wordt in het proces van dat studiejaar. Dat u weet wat daar gebeurt, zodat het niet in één keer bij u over de schutting komt en dat u denkt: help, wat is dit! Dat u wordt meegenomen in dat proces. Dat is heel belangrijk. Dat het af en toe ook geklankbord wordt met u. Zitten we op het goede spoor? Waar moeten we misschien bijsturen, et cetera? Dan volgt daar uiteindelijk het moment dat er keuzes worden gemaakt. Dan is het natuurlijk belangrijk dat je exact weet over welke omvang we praten. Is die 3 miljard euro dan 2 of 1 miljard euro? Wat is dat dan voor Kerkrade precies? Dat is belangrijk. Dat gaat ergens binnen nu en twee jaar een keer gebeuren. Tot dat moment van keuzes maken, die door uw raad gebeurt, is het essentieel dat u wordt meegenomen in dat proces. Dat is de toezegging die gebeurd is. Dat is in mijn ogen een hele belangrijke.
Dat kunt u via de Financiële Commissie doen, dan bent u in feite de oren en de ogen van de raad, om op dat ambtelijke proces mee te kijken. Ik hoorde net de wethouder dat iets anders formuleren, want hij zei: "We gaan eerst de ambtenaren aan het werk zetten en dan gaan we hier in de commissie." Ik hoor u zeggen: "Tijdens het proces, hou een vinger aan de pols." Dat is volgens mij wat wij ook in de begrotingsvergadering gezegd hebben. Ik ben even aan het kijken. Misschien toch politiek. Dat wil ik niet zijn, maar volgens mij zitten we op één lijn. Dat we de volgende keer in deze Financiële Commissievergadering gaan kijken: wat is onze rol in het proces? Wij gaan nu niet tot 31 december 2024 metde armen over elkaar zitten, en we worden dan verrast met wat er gaat gebeuren. Dat is volgens mij de consensus, als ik het goed verwoord. Volgens mij gaat u de volgende keer aangeven hoe u dat meedenken of meegenomen worden voor u ziet. Wat verwacht u daar van de wethouder of het college? Het is precies juist, zoals de heer Scheeren zegt. Ik heb bedoeld met de input die we moeten krijgen, het ambtelijk werk, dat is de input die we ook nodig hebben om uiteindelijk richting te kunnen geven. Het is niet dat we hier zelf aan een of andere duim kunnen gaan zuigen, bij wijze van spreken. Zo is het niet. Dat zal heel hard nodig en ook waardevol zijn. Die weerstandsratio, dat is punt zeven.
We hebben de risico's net in beeld gehad. Een deel van de restrisico's is gekwantificeerd en een deel van de risico's is meer beschreven. Dat is bijlage twee. We hebben toen ook gezien, u heeft ervoor gekozen om bij de weerstandscapaciteit veel posten te benoemen die tot de weerstandscapaciteit kunnen worden gerekend. In feite neemt u alleen de algemene reserve. Dat is heel voorzichtig. U neemt alleen de algemene reserve mee als potje, als weerstandscapaciteit om de risico's op te vangen. Hier ziet u die getallen, dat is 12,1 miljoen euro voor 2024. Als je daar tegenover zet die 7,1 miljoen euro aan risico's die we ook in de begroting
zagen, dan ziet u dat daar een ratio uitkomt, dat is het weerstandsvermogen, van 1,6. Dat wil in feite zeggen dat u 1,6 keer de risico's kunt opvangen als die zich allemaal voltrekken. Tegenover iedere euro risico staat in feite 1,6 euro aan potje, in dit geval de algemene reserve, aan weerstandscapaciteit om die risico's op te vangen. Dan ziet u hier de ontwikkeling. Dat beweegt zich eigenlijk voortdurend rondom die 1,6 of 1,7 of 1,5. In een schaal - dat is overigens een schaal van de universiteit van Twente - wordt dat geprikt op een score van een b. Dat is ruim voldoende. U zult begrijpen dat, zo kijkt de provincie er ook naar, als u onder de één komt dat onvoldoende is. Hier staat matig, maar de provincie zal dat als onvoldoende zien omdat u dan niet voldoende weerstandscapaciteit hebt, geen voldoende potjes hebt om de risico's op te vangen. Dat is hoe u dit in feite doet. U heeft dus een classificatie gekozen, dat is die ruim voldoende. Het enige wat u als raad niet hebt aangegeven: wat is voor u de absolute ondergrens en wat is voor u een soort bovengrens? Daar zou u nog eens als raad over kunnen nadenken, of u dat wilt. Overigens is de ondergrens in ieder geval één of hoger. Dat is een belangrijke. Wat wil je minstens aan weerstandscapaciteit hebben om risico's op te vangen? Het kan ook zijn dat u zegt: het kent ook een bovengrens.