Preventief jeugdbeleid Kerkrade versie 01052023.docx
Tekst van het document
Pagina 1 van 31
Inhoud 1.
Inleiding...........................................................................................................................................3
2.
Waarom preventief jeugdbeleid? ..................................................................................................3
3.
Welke ambities hebben we? ..........................................................................................................4
4.
Waar liggen de uitdagingen in Kerkrade? ......................................................................................5 4.1 Hoe staat het met gezond opgroeien in Kerkrade?.......................................................................5 4.2 Hoe staat het met veilig opgroeien in Kerkrade? ..........................................................................6 4.3 Hoe staat het met kansrijk opgroeien in Kerkrade? ......................................................................6
5.
Wat weten we over de oorzaken van deze uitdagingen?..............................................................6 5.1 Oorzaken en risicofactoren overgewicht.......................................................................................7 5.2 Oorzaken en risicofactoren onveilige thuisomgeving ...................................................................7 5.3 Oorzaken en risicofactoren onderwijsachterstanden ...................................................................8
6.
Op welke oorzaken heb je welke invloed? ....................................................................................8
7.
Wat doen we al en waar willen we meer aandacht aan besteden? ...........................................10
8.
Werkwijze binnen het Preventief Jeugdbeleid ............................................................................12
9.
Financiële paragraaf .....................................................................................................................13 Bijlage 1: Doelen en ambities Taskforce Jeugd ................................................................................15 Bijlage 2: Meetpunten preventief jeugdbeleid................................................................................17 Bijlage 3: Factsheets oorzaken en risicofactoren.............................................................................20 Bijlage 4: Interventies preventief jeugdbeleid in preventiematrix .................................................25 Bijlage 5: Uitwerking werksessie preventief jeugdbeleid................................................................26 Bijlage 6: Bronnen indicatoren voor Staat van de Jeugd Kerkrade .................................................30
Pagina 2 van 31
Preventief jeugdbeleid Kerkrade
1. Inleiding Een van de sporen van de Taskforce Jeugd van de gemeente Kerkrade is de proeftuin preventief jeugdbeleid. In dit spoor is dit beleidskader preventief jeugdbeleid ontwikkeld. Dat is tot stand gekomen in meerdere stappen: • • • • • • • •
Gesprekken met partijen die actief zijn in preventieve aanpak. Gesprekken met jongeren en ouders. Kwantitatieve gegevens over de staat van de jeugd in Kerkrade. Een analyse van de bestaande preventieve interventies en ordening naar de preventiematrix van het Nederlands Jeugdinstituut. Het inventariseren van risicofactoren en verklaringen voor de belangrijkste opgaven voor gezond, veilig en kansrijk opgroeien in Kerkrade. Een werksessie met professionals om de belangrijkste opgaven en verklaringen te toetsen. Een inhoudelijke verdiepingssessie met raads- en commissieleden. Het ontwikkelen van een voorstel voor een uitvoeringsstructuur van het preventief jeugdbeleid in de vorm participatie van ouders en jeugdigen en een kernteam en werkgroepen bestaande uit professionals.
2. Waarom preventief jeugdbeleid? Het preventief jeugdbeleid draagt bij aan het bouwen van een stevige pedagogische basis in Kerkrade. De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat bijdraagt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren (publicatie NJI Opgroeien doe je samen, december 2022). De pedagogische basis wordt gevormd door contacten tussen mensen onderling, hun sociale relaties en de verbinding met wat er in de verschillende leefomgevingen zoals het gezin, school, sport en vrijetijdsbesteding aanwezig is. Een stevige pedagogische basis stimuleert de ontwikkeling van kinderen en ondersteunt ouders/opvoeders bij het opvoeden. Het draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse problemen. Dit preventief jeugdbeleid is gebaseerd op dezelfde pijlers, namelijk gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Preventie kan voorkomen dat jeugd en jongeren, problemen krijgen. Vooral als het gaat om concrete problemen als schoolverzuim, kindermishandeling of een psychosociale problematiek binnen of buiten het gezin. Het kan ook voorkomen dat kleine problemen groter worden en dat gezinnen intensieve hulp nodig hebben. Preventie is verder belangrijk omdat het geld scheelt. Er is dan minder jeugdhulp nodig, minder zorg en minder inzet van de politie. Preventie is een taak van de gemeente.
Het is aan de gemeente om te bepalen hoe daar inhoud aan wordt gegeven. Nu gemeenten verantwoordelijk zijn voor zowel preventie als jeugdhulp ligt het voor de hand om meer aandacht te gaan besteden aan preventie. Dat vraagt om vooruit te kijken en te durven investeren in een preventieve aanpak die op termijn voordelen oplevert. De gemeente Kerkrade wil dat kinderen en jongeren die problemen hebben, geholpen worden zodat ze zo goed mogelijk kunnen opgroeien en zich kansrijk kunnen ontwikkelen. Daar is voldoende en kwalitatief verantwoorde jeugdhulp voor nodig. Maar voorkomen is beter dan genezen. Een beter perspectief en minder hindernissen voor de jongeren, een verschuiving van zware naar lichtere vormen van ondersteuning en hulp, en het leveren van een bijdrage in de afname van de lokale zorgkosten zijn doelen die wij ons stellen met het aanbieden van verschillende preventieve interventies. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Pagina 3 van 31
• • • •
Normaliseren in plaats van problematiseren Demedicaliseren (niet meteen stickertje plakken) Hulp dicht bij huis (zowel formele als informele zorg) Ondersteuning zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig.
Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) benoemt een drietal thema’s waar preventief jeugdbeleid zich op dient te richten: 1. Gezond opgroeien. Hierbij gaat het om het bereiken van een drietal gewenste situaties voor jeugd en jongeren: een gezond gewicht, een gezonde leefstijl en mentaal welbevinden. 2. Veilig opgroeien. Hierbij gaat het om een veilige thuisomgeving, een veilige school- en buitenomgeving en een veilige digitale omgeving. 3. Kansrijk opgroeien: in dit thema staat centraal dat kinderen/jongeren het maximale uit zichzelf kunnen halen met de juiste ondersteuning en voldoende materiële middelen. Als deze ‘uitkomsten’ gerealiseerd zijn, dan voorkom je dat kleine problemen groot en structureel worden. Koppeling met andere beleidsgebieden Naast een bijdrage aan de stevige pedagogische basis is de verbinding met het VIE-gedachtegoed snel te leggen. VIE, Leven in beweging, is een programmatische aanpak om de vitaliteit en gezondheid van de inwoners in Kerkrade te bevorderen. Met dit preventief jeugdbeleid leveren we een bijdrage aan het bevorderen van de vitaliteit en gezondheid van de jeugd. Zodat zij ook op latere leeftijd hier baat bij hebben en een gezond en vitaal leven kunnen leiden. Met dit beleidskader preventief jeugdbeleid kunnen er verschillende verbindingen gemaakt worden met heleboel andere beleidsgebieden.
Een heleboel raakvlakken zijn te vinden met onder andere het uitvoeringsplan armoede en schulden, het lokale preventie akkoord, het Gezond en actief leven akkoord (GALA), enz. Anders gezegd: je kunt dit preventief jeugdbeleid zien als een puzzel van allemaal stukjes uit verschillende beleidsgebieden en die één geheel vormen voor de preventieve activiteiten voor de jeugd in Kerkrade.
3. Welke ambities hebben we? De gemeente Kerkrade heeft de volgende ambities: 1. Kinderen en jongeren die problemen hebben moeten geholpen worden zodat ze zo goed mogelijk kunnen opgroeien en zich kansrijk kunnen ontwikkelen. Daar is voldoende en kwalitatief verantwoorde jeugdhulp voor nodig. Maar voorkomen is beter dan genezen. 2. Een ononderbroken en normale ontwikkeling in de eigen omgeving is “gezond” en heeft absoluut de voorkeur. Problemen, problematieken en beperkingen op jonge leeftijd laten sporen achter die vaak het hele leven lang als een last worden ervaren en invloed hebben op het welbevinden. Vooral wanneer ze ernstig en van lange duur zijn. Door er vroeg bij te zijn, kan dit worden voorkomen of verminderd. 3. Een beter perspectief en minder hindernissen voor de jongeren. Daarnaast moet er een verschuiving plaatsvinden van zware naar lichtere vormen van ondersteuning en hulp en het leveren van een bijdrage in de afname op termijn van de lokale zorgkosten.
Pagina 4 van 31
De gemeente Kerkrade heeft de volgende doelen: - Zorgen dat jongeren en jeugdigen gezond, veilig en kansrijk opgroeien. - Voorkomen dat kleine vragen grote problemen worden. - Voorkomen dat uiteindelijk duurdere en intensievere zorg nodig is. Het doel van het preventief jeugdbeleid is om bij te dragen aan het realiseren van de doelen en KPI’s van de Taskforce Jeugdhulp (zie bijlage 1). Daarbij richt de gemeente zich concreet op de volgende geprioriteerde opgaven: • Verminderen van overgewicht bij jongeren • Verbeteren van een gezonde leefstijl • Verminderen van aantal gezinnen met een onveilige thuissituatie • Verminderen van jeugdcriminaliteit • Verminderen van onderwijsachterstanden • Versterken van de pedagogische basis Om de voortgang hierop te bepalen worden meetpunten zoals die in bijlage 2 bij deze onderwerpen zijn beschreven, gebruikt. Het is een opdracht aan het kernteam om tot realistische streefwaarden en realistische termijnen te komen. De keuze voor deze opgaven vloeien voort uit de Staat van de Jeugd van Kerkrade en worden in de volgende paragraaf verder toegelicht. Het zijn de opgaven waarop Kerkrade minder goed scoort ten opzichte van de regio en de rest van Nederland.
4. Waar liggen de uitdagingen in Kerkrade? De gemeente Kerkrade heeft een Staat van de Jeugd opgesteld. Daarin zijn beschikbare gegevens over hoe het gaat met de jeugd opgenomen. Voor het preventief jeugdbeleid zijn de gegevens geordend naar de drie thema’s gezond opgroeien, veilig opgroeien en kansrijk opgroeien. De uitdagingen zijn in dit stuk bepaald door te kijken in welke mate Kerkrade ten opzichte van ZuidLimburg en Nederland erin slaagt om de gewenste uitkomsten te realiseren. Uiteraard kan ook een hoger ambitieniveau worden gekozen, zodat Kerkrade het beter doet dan andere gemeenten in de regio of landelijk. In bijlage 2 zijn de gegevens weergegeven. Daarbij is per meetpunt aangegeven of Kerkrade positief (groen) of negatief (rood) afwijkt ten opzichte van de regio Zuid-Limburg of Nederland. Hierna volgt de samenvattende analyse daarvan.
4.1 Hoe staat het met gezond opgroeien in Kerkrade? De belangrijkste uitdagingen voor Kerkrade liggen op het vlak van: ▪
▪
Een gezonde leefstijl. Ten opzichte van de regio Zuid-Limburg eten jongeren in Kerkrade minder vaak elke dag groenten, ontbijten minder kinderen 5 dagen per week of meer en iets meer dan de helft van de jongeren gaat lopend of fietsend naar school (regionaal is dat ruim driekwart). Ook roken iets meer jongeren dan het regionaal en landelijk gemiddelde. Een gezond gewicht. Twee keer zoveel 13-16-jarigen heeft overgewicht ten opzichte van de regio Zuid-Limburg.
Op het vlak van mentaal welbevinden (zeer vaak gestrest voelen, eenzaamheid en weerbaarheid) scoort Kerkrade gemiddeld hetzelfde of iets beter ten opzichte van de regionale en landelijke gemiddelden. Pagina 5 van 31
4.2 Hoe staat het met veilig opgroeien in Kerkrade? De belangrijkste uitdagingen voor Kerkrade liggen op het vlak van: ▪ ▪
Een veilige thuisomgeving. In Kerkrade zijn bijna twee keer zoveel meldingen kindermishandeling bij Veilig Thuis ten opzichte van Nederland. Een veilige school en buitenomgeving. Zowel de veiligheid op school als in de buitenomgeving scoren gemiddeld, alleen het aantal verwijzingen naar Halt ligt bijna tweederde hoger dan het landelijk gemiddelde.
Kerkrade scoort gemiddeld als het gaat om een veilige digitale omgeving als gekeken wordt naar het percentage jongeren dat online is gepest. Verder valt op dat in Kerkrade het aandeel tienermoeders bijna tweederde hoger ligt dan het landelijk gemiddelde.
4.3 Hoe staat het met kansrijk opgroeien in Kerkrade? De belangrijkste uitdagingen voor Kerkrade liggen op het vlak van: ▪
▪
▪
Een optimale schoolloopbaan. In Kerkrade is bij meer dan een kwart van de leerlingen een risico op onderwijsachterstanden, landelijk ligt dat op 15 procent. Het aandeel achterstandsleerlingen (4-12 jaar) ligt met 17% meer dan twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. Voldoende materiële middelen. Het aandeel kinderen in armoede (18%) is bijna twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. De sociaaleconomische status (SES-score) ligt fors lager dan het landelijk gemiddelde. Ook het aandeel huishoudens in de bijstand ligt de helft hoger dan het landelijk gemiddelde. Kerkrade scoort gemiddeld als het gaat om het percentage voortijdig schoolverlaters en het percentage kinderen dat opgroeit in een eenoudergezin. Ook het aandeel jongeren dat binnen het gezin moeite ervaart met het rondkomen van het geld ligt op hetzelfde niveau als het regionaal en landelijk gemiddelde.
5. Wat weten we over de oorzaken van deze uitdagingen? De oorzaken voor de uitdagingen zijn op basis van landelijke onderzoeken van kennisinstituten en een consultatie van lokale partners in beeld gebracht. Oorzaken zijn veelal geformuleerd als een risicofactor. Bijvoorbeeld is bekend dat bij jongens tot zeven keer vaker sprake is van voortijdig schoolverlaten dan bij meisjes. Ook is bekend dat armoede een negatieve invloed heeft op een gezonde leefstijl. Een lage opleiding van ouders betekent een vijf keer zo hoog risico op kindermishandeling, namelijk 10,4% tegenover 2,1% in gezinnen die niet laag opgeleid zijn. De functie van deze oorzaken of risicofactoren is het kunnen ‘voorspellen’ waar de kans groot is op het niet bereiken van een gewenste ‘uitkomst’. Daarmee weet je beter op wie je je preventieve interventies en aanpakken moet richten. Bovendien kom je meer aan de voorkant van mogelijke toekomstige problemen en kan je (deels) voorkomen dat problemen groter worden. Realisme is wel op zijn plaats: kleine en grote problemen zullen zich blijven voordoen, alleen kan de omvang ervan wel worden beperkt.
Pagina 6 van 31
Hieronder worden drie geprioriteerde opgaven kort uitgewerkt. De onderstaande oorzaken en risicofactoren zijn per thema in factsheets in bijlage 3 in meer detail uitgewerkt.
5.1 Oorzaken en risicofactoren overgewicht De kans op overgewicht is groter als sprake is van: ▪ ▪ ▪ ▪
Te weinig beweging. Een ongezond voedingspatroon (niet dagelijks ontbijten, ongezonde tussendoortjes, weinig fruit en groente eten). Onvoldoende slaap. Erfelijke aanleg.
Kenmerken jeugd en jongeren met vergroot risico op overgewicht: ▪ ▪ ▪
Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben vaker overgewicht. Van degenen in het basisonderwijs die niet dagelijks ontbijten zit 45 procent in de bovenbouw van het basisonderwijs. Overgewicht bij 13-16-jarigen komt vaker voor op het VMBO dan bij HAVO/VWO.
5.2 Oorzaken en risicofactoren onveilige thuisomgeving De kans op een onveilige thuissituatie met vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling nemen (fors) toe als sprake is van de volgende gezinskenmerken: ▪
▪
▪
De kans op kindermishandeling is 30 procent als sprake is van een optelling van meerdere risicofactoren in een gezin zoals werkloosheid, lage opleiding, arbeidsongeschiktheid en slechte huisvesting. Bij eenoudergezinnen is het risico op kindermishandeling 2,3 keer groter. Ditzelfde geldt voor gezinnen met 4 of meer kinderen. Alleenstaand ouderschap en het hebben van een groot gezin zijn een bron van stress die het functioneren van de opvoeder(s) beïnvloedt. Armoede lijkt een grotere rol te spelen bij verwaarlozing dan bij fysieke mishandeling.
Ook specifieke kenmerken van ouders zijn voorspellend voor een groter risico op een onveilige thuisomgeving: ▪ ▪ ▪ ▪
Een lage opleiding van ouders betekent een vijf keer zo hoog risico op kindermishandeling. Bij ouders met psychische, psychiatrische problemen is sprake van een verhoogd risico op verwaarlozing. Naar schatting heeft minstens 30 procent van de verwaarlozende en 50 procent van de fysiek mishandelende ouders verslavingsproblemen. Naar schatting een derde van de ouders die zelf mishandeld is, loopt een verhoogd risico om hun eigen kind(eren) te mishandelen.
Tot slot zijn kenmerken van het kind voorspellend voor een groter risico op een onveilige thuisomgeving. Daarbij is het vooral de onmacht van ouders om hiermee om te gaan waardoor het risico op mishandeling toeneemt: ▪ ▪ ▪ ▪
Kinderen waar sprake is van vroeggeboorte. Kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Kinderen met gedragsproblemen waar ouders zich moeilijk raad mee weten. Kinderen die vaak ziek zijn.
Pagina 7 van 31
5.3 Oorzaken en risicofactoren onderwijsachterstanden Een verhoogde kans op onderwijsachterstanden hangt samen met de volgende factoren: ▪
▪
▪
▪
Het opleidingsniveau van de ouders: een lager opleidingsniveau is een voorspeller voor een groter risico op onderwijsachterstand. Achter opleidingsniveau gaan andere verschillen schuil, zoals verschillen in materiële omstandigheden en sociale en culturele kenmerken van het gezin. Vooral armoedeproblematiek heeft ook invloed op onderwijskansen. Zo is door het CBS vastgesteld dat het gezinskenmerk ‘gebruik maken van schuldhulpverlening’ een van de factoren is die onderwijsachterstanden van kinderen voorspellen. De taalbeheersing van ouders. Ouders die laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal beperkt beheersen zijn minder goed in staat om hun kinderen te ondersteunen bij het onderwijs. Informatie die ouders van school krijgen, wordt minder goed verwerkt. Ook zijn zij minder goed in staat om kinderen te helpen bij huiswerk. Pedagogische basis.
6. Op welke oorzaken heb je welke invloed? Op oorzaken zijn drie type invloed te onderscheiden voor interventies, directe invloed, indirecte invloed en geen invloed. Onder directe invloed verstaan we invloed die met een directe interventie opgelost kan worden, onder indirecte invloed verstaan we interventies die om het kind heen worden georganiseerd op bijvoorbeeld de ouders. Geen invloed zijn oorzaken waar niet een verandering in aan te brengen is in de oorzaak, maar wel in de gevolgen van de oorzaak. Hieronder is per thema inzichtelijk welke invloed er is op de beschreven oorzaken in paragraaf 4. Gezond opgroeien: overgewicht Oorzaken Te weinig beweging. Een ongezond voedingspatroon (niet dagelijks ontbijten, ongezonde tussendoortjes, weinig fruit en groente eten). Onvoldoende slaap. Erfelijke aanleg.
Type invloed Directe invloed
Hoe moet de invloed eruit zien?
Interventie op de groepen waarbij risico het grootst is zoals: ▪ 13-16-jarigen op het VMBO ▪ Gezinnen met lage inkomens ▪ Bovenbouw van het basisonderwijs Indirecte Interventie op ouders en invloed opvoeders in het gezin over het belang van slaap. Geen n.v.t. directe invloed
Pagina 8 van 31
Veilig opgroeien: onveilige thuisomgeving Oorzaken Armoede lijkt een grotere rol te spelen bij verwaarlozing dan bij fysieke mishandeling. De kans op kindermishandeling is 30 procent als sprake is van een optelling van meerdere risicofactoren in een gezin zoals werkloosheid, lage opleiding, arbeidsongeschiktheid en slechte huisvesting. Bij eenoudergezinnen is het risico op kindermishandeling 2,3 keer groter. Ditzelfde geldt voor gezinnen met 4 of meer kinderen. Alleenstaand ouderschap en het hebben van een groot gezin zijn een bron van stress die het functioneren van de opvoeder(s) beïnvloedt.
Type Hoe moet de invloed eruitzien? invloed Indirecte Screening op de vindplekken invloed waar deze ouders/gezinnen komen. Het duidelijk in beeld hebben van de gezinnen waarbij risicofactoren zich opstapelen. Link leggen naar armoedebeleid. Geen directe invloed
Extra aandacht op de groepen waarbij risico het grootst is zoals: ▪ Eenoudergezinnen ▪ Gezinnen met lage opleiding ouders ▪ Ouders met psychiatrische problemen/ verslavingsproblemen ▪ Ouders met verleden van eigen mishandeling
Type invloed Directe invloed
Hoe moet de invloed eruit zien?
Een lage opleiding van ouders betekent een vijf keer zo hoog risico op kindermishandeling. Bij ouders met psychische, psychiatrische problemen is sprake van een verhoogd risico op verwaarlozing. Naar schatting heeft minstens 30 procent van de verwaarlozende en 50 procent van de fysiek mishandelende ouders verslavingsproblemen. Naar schatting een derde van de ouders die zelf mishandeld is, loopt een verhoogd risico om hun eigen kind(eren) te mishandelen. Kansrijk opgroeien: onderwijsachterstanden Oorzaken De taalbeheersing van ouders. Ouders die laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal beperkt beheersen zijn minder goed in staat om hun kinderen te ondersteunen bij het onderwijs. Informatie die ouders van school krijgen, wordt minder goed verwerkt. Ook zijn zij minder goed in staat om kinderen te helpen bij huiswerk. Vooral armoedeproblematiek heeft ook invloed op onderwijskansen. Zo is door het CBS vastgesteld dat het gezinskenmerk ‘gebruik maken van schuldhulpverlening’ een van de factoren is die onderwijsachterstanden van kinderen voorspellen.
Interventie op ouders die: ▪ Laaggeletterd zijn (NT1) ▪ Beperkt Nederlandse taal beheersen (NT2)
Indirecte Interventie op kinderen in invloed gezinnen waarbij armoedeproblematiek is.
Pagina 9 van 31
Het opleidingsniveau van de ouders: een lager opleidingsniveau is een voorspeller voor een groter risico op onderwijsachterstand. Achter opleidingsniveau gaan andere verschillen schuil, zoals verschillen in materiële omstandigheden en sociale en culturele kenmerken van het gezin.
Geen directe invloed
Interventie op kinderen in gezinnen waarbij ouders laag opleidingsniveau hebben.
7. Wat doen we al en waar willen we meer aandacht aan besteden? In de bijlage 4 is een overzicht opgenomen van preventieve interventies die nu al in Kerkrade worden ingezet. Uit de analyse blijkt dat Kerkrade op een aantal opgaven negatief afwijkt ten opzichte van het regionaal en het landelijk gemiddelde. Deze en de interventies die daarop nu worden ingezet zijn in onderstaand overzicht opgenomen net als hetgeen door professionals en jongeren als wenselijk is genoemd in termen van interventies. Een universele interventie is een interventie die zich richt op alle ouders en jeugdigen. Het consultatiebureau en de periodieke gezondheidsonderzoeken van de GGD zijn daar een voorbeeld van. Een interventie is selectief als deze zich richt op groepen met een verhoogd risico op problemen bij het opgroeien en opvoeden. Een interventie is geïndiceerd als deze zich richt op ouders en jeugdigen waar sprake is van een vastgesteld risico op problemen bij het opgroeien en opvoeden. Een interventie kan raakvlakken hebben met meerdere pijlers, gekeken naar de dominantie hebben we ze als volgt ingedeeld: Opgaven Gewenste situatie: Gezonde leefstijl Huidige sitautie: Minder vaak groenten eten, minder vaak elke dag ontbijten, minder lopend en fietsend naar school, meer roken.
Gewenste situatie: Gezond gewicht Huidige situatie: Twee keer zoveel 13-16jarigen met overgewicht. Gewenste situatie: Veilige thuisomgeving Huidige situatie:
Bestaande interventies Universeel (voor iedereen) ▪ Gezonde basisschool van de toekomst ▪ Rookvrije kindomgeving ▪ Gezonde sportomgeving ▪ Pleintje App Selectief: ▪ Shuffle Sports
Wenselijk Als opdracht neerleggen bij het Kernteam. De opdracht bestaat uit: - Beoordelen mate waarin bestaand aanbod effectief is om de opgave aan te pakken - Het organiseren van participatie van ouders en jeugdigen bij bedenken van een passende aanpak - Voorstellen formuleren voor een aanpak bij deze opgave
Universeel: ▪ Bewegingsonderwijs Selectief: ▪ JOGG en Kei Gezond
Als opdracht neerleggen bij het Kernteam (zie bovenstaand)
Selectief: ▪ Beweging Limburg tegen kindermishandeling ▪ Support@home
Als opdracht neerleggen bij het Kernteam (zie bovenstaand)
Pagina 10 van 31
Twee keer zoveel meldingen kindermishandeling
▪ Project steunouder ▪ Zorgpaden Geïndiceerd: ▪ Voorzorg ▪ Stevig Ouderschap ▪ Geboortezorg flex
Gewenste situatie: Veilige buitenomgeving
Universeel: ▪ Straatcoaches* ▪ Jeugdboa’s Geïndiceerd: ▪ HALT Spreekuur op VMBO ▪ Taskforce jeugdige ondermijners (RIEC)
Als opdracht neerleggen bij het Kernteam (zie bovenstaand)
Universeel: ▪ Zomerschool Selectief: ▪ Leren locatie Holz ▪ Voorschoolse educatie (VVE en VVE-thuis)
Als opdracht neerleggen bij het Kernteam (zie bovenstaand)
Geïndiceerd: ▪ Gelijke Kansen Alliantie ▪ Centering Zwangerschap
Als opdracht neerleggen bij het Kernteam (zie bovenstaand)
Huidige situatie: Aantal verwijzingen Halt tweederde hoger dan landelijk. Gewenste situatie: Kansrijk Huidige Situatie: Meer dan een kwart van de kinderen risico op onderwijsachterstanden, aandeel achterstandsleerlingen twee keer zo hoog als landelijk Gewenste situatie: Kansrijk Huidige situatie: Aandeel kinderen in armoede bijna twee keer zo hoog als landelijk gemiddelde, aandeel huishoudens in bijstand helft hoger dan landelijk gemiddelde.
* Binnen de pijler veilig opgroeien is één van de doelstellingen het creëren van een veilige buitenomgeving. In oktober 2022 is de gemeente Kerkrade gestart met een pilot waarbij straatcoaches ingezet worden om deze veilige buitenomgeving te realiseren in en rondom de HUBKerkrade en het centrum. Gezien de positieve effecten van de inzet van straatcoaches zou vanuit het oogpunt van preventie het goed zijn de inzet van straatcoaches te continueren. Het kernteam (uitgelegd in paragraaf 8) zal binnen het preventief jeugdbeleid kijken hoe we daar een bijdrage in gaan/kunnen leveren. Uit de werksessie zijn nog andere factoren genoemd die niet in bovenstaand schema zijn opgenomen. Deze zijn terug te vinden in bijlage 5.
Pagina 11 van 31
8. Werkwijze binnen het Preventief Jeugdbeleid Het Preventief Jeugdbeleid Kerkrade zet zich in voor het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren tot en met 23 jaar in de gemeente Kerkrade. Hiervoor is nodig dat de krachten van de verschillende organisaties zich bundelen en in gezamenlijkheid een preventief aanbod rondom verschillende thema’s en signalen ontwikkelen. Het Preventief Jeugdbeleid Kerkrade wordt opgesteld voor organisaties die werken met jongeren, kinderen en/of opvoeders, maar ook voor de ouders/opvoeders en kinderen/jongeren zelf. De zienswijze is dat er door de krachten te bundelen en naar elkaars signalen te luisteren, krachtige plannen van aanpak kunnen worden gerealiseerd. Het Preventief Jeugdbeleid Kerkrade is een paraplu die organisaties verbindt in het realiseren van preventieve activiteiten. De brede opdracht aan het Kernteam Preventief Jeugdbeleid Kerkrade is: Een beter perspectief en minder hindernissen voor de jongeren. Daarnaast moet er een verschuiving plaatsvinden van zware naar lichtere vormen van ondersteuning en hulp en het leveren van een bijdrage in de afname op termijn van de lokale zorgkosten.
De focus van het Kernteam Preventief Jeugdbeleid Kerkrade (vanaf nu Kernteam) ligt op de volgende opgaven: • Verminderen van overgewicht bij jongeren • Verbeteren van een gezonde leefstijl • Verminderen van aantal gezinnen met een onveilige thuissituatie • Verminderen van jeugdcriminaliteit • Verminderen van onderwijsachterstanden • Versterken van de pedagogische basis Deze opgaven vormen het eerste signaal dat wordt ingebracht bij het Kernteam en de werkgroep. De verwachting is dat een verbetering van deze uitkomsten leidt tot een bijdrage aan het versterken van de pedagogische basis en het realiseren van de brede opdracht aan het Kernteam namelijk: • Zorgen dat jongeren en jeugdigen gezond, veilig en kansrijk opgroeien. • Voorkomen dat kleine vragen grote problemen worden. • Voorkomen dat uiteindelijk duurdere zorg nodig is. Randvoorwaarden We hebben hoog in het vaandel dat ouders/opvoeders en jongeren participeren in de aanpak die ontwikkeld wordt. Daarnaast is de missie dat organisaties een plek hebben waar zij terecht kunnen met hun (zorg) signalen. Op deze plek kunnen signalen gedeeld worden omgezet naar concrete plannen. Middelen en resultaat - Gewerkt wordt met de bestaande beschikbare middelen voor de interventies, waar nodig en onderbouwd met extra middelen voor extra inzet om de doelstellingen te bereiken.
Het Kernteam beheert het beschikbare werkbudget, zie financiële paragraaf, en beoordeelt aanvragen voor extra investeringen (zie ook de paragraaf over financiën). - Het resultaat is dat rondom signalen van de organisaties, verenigingen, buurtbewoners, ouders en jongeren, krachtige plannen van aanpak worden gerealiseerd binnen de gemeente Kerkrade in samenhang met de organisaties. - Dit doen we door vanuit het Kernteam bepaalde signalen door te spelen/mee te nemen in gesprekken met onze partners die met jeugd te werken. Hierbij zal zoveel als mogelijk gebruik worden gemaakt van reeds bestaande overlegvormen. Daar waar nodig zal een nieuw overleg georganiseerd worden met de, voor het signaal, belangrijke partners. Pagina 12 van 31
-
Het plan van aanpak is gericht op alle invloed gebieden binnen een signaal (bijvoorbeeld: thuis, school, vrije tijd). Het uiteindelijke resultaat is ook dat: • Organisaties hun signaal kwijt kunnen en om kunnen zetten naar concrete acties en plannen. • De gemeente Kerkrade een preventief veld heeft dat aansluit bij wat zij in de praktijk nodig heeft. • Beleidsmakers directe input hebben om te komen tot een stevig (preventief) jeugdbeleid. • Nóg meer verbinding is ontstaan tussen organisaties. • Minder versnippering is in het preventieve activiteiten aanbod.
Werkwijze - Voor elk signaal en elke interventie waarmee het Kernteam aan de slag gaat, zal een vorm van participatie georganiseerd worden met ouders, kinderen en jongeren die bekend zijn met de situatie waar het signaal mee te maken heeft. Daardoor worden ouders in een vroegtijdig stadium betrokken om mee te denken en interventies te toetsen die mogelijk worden ingezet. Een opdracht voor het kernteam is een manier te bedenken/bewerkstelligen om deze participatie vorm te geven. - Bij het onderhouden van het preventief jeugdbeleid vinden wij het erg belangrijk om naast de ouders ook de jongeren/jeugd te blijven betrekken. We geven dit vorm door het preventief jeugdbeleid standaard op de agenda van de JARK (Jongeren Advies Raad Kerkrade) te zetten. Zo nemen we de input en ervaringen van de jongeren en jeugd ook blijvend mee in het preventief jeugdbeleid. Het Kernteam houdt nauw contact met de JARK. - Uitgangspunt is dat er gewerkt wordt met bewezen effectieve interventies. Een interventie is voor ons bewezen effectief als de interventie goed beschreven, goed onderbouwd en een aanwijzing van effectiviteit heeft. Ondanks de keus voor bewezen effectieve interventies, willen we de ruimte ook openlaten voor nieuwe nog niet bewezen effectieve interventies. Het Kernteam werkt de opdracht in drie pijlers uit: gezond, veilig en kansrijk.
Het Kernteam beslist na bespreken van een ingebracht signaal welke professionals verder bij het signaal en de eventuele interventie betrokken worden. Signalen kunnen door iedereen ingebracht worden. Vandaar dat het Kernteam duidelijk moet inkaderen waaraan een ingebracht signaal moet voldoen om opgepakt te kunnen worden. Daarnaast biedt het Kernteam een platform waarin signalen kunnen worden gemeld, zodat zij het op kunnen pakken. Het platform laat ook aan alle betrokkenen snel, duidelijk en makkelijk zien wat de gemeente Kerkrade allemaal op preventief gebied voor jeugd en jongeren te bieden heeft. De precieze uitwerking en verdere uitkristallisering van de werkwijze binnen het preventief jeugdbeleid komt in handen te liggen van het Kernteam.
9. Financiële paragraaf Voor opzetten en ontwikkelen preventief jeugdbeleid tot juni 2023 Voor de ontwikkeling van een passend nieuw preventief jeugdbeleid is d.m.v. de vaststelling van het overallplan Taskforce Jeugdhulp fase 2 door de gemeenteraad op 2 juni 2021 een totaalbedrag van €258.975,- vastgesteld voor de Proeftuin Preventie, dit heeft de looptijd tot en met juni 2023. De financiële opstelling van alle kosten en uitgaven van de Taskforce Jeugdhulp fase 2 komt aan bod in de eindevaluatie van de uitvoering van de Taskforce 2.0. Trajecten als Taskforce 2.0 zijn erop gericht om kosten in de hand te houden en de jeugdzorg in Kerkrade toekomstbestendig te maken. Deze initiatieven brengen in eerste aanleg kosten met zich mee, terwijl effecten vaak pas op langere termijn zichtbaar zijn en niet direct te koppelen zijn aan de inspanningen. Pagina 13 van 31
Voor de uitwerking en uitvoering preventief jeugdbeleid vanaf juni 2023 In de onderstaande paragraaf geven we de mogelijke financiële gevolgen weer vanaf het moment dat het preventief jeugdbeleid in de reguliere takenpakketten komt, na beëindiging van de Taskforce Jeugdhulp fase 2 eind juni 2023. Project Steunouder is een preventieve interventie die in september 2022 is opgestart. De kosten van Project Steunouder zijn circa €64.000,- per jaar en zijn het eerste jaar vanuit de middelen TaskForce/Proeftuin Preventie gefinancierd. Project Steunouder zal bij een positieve evaluatie gecontinueerd gaan worden. Bij continuering van dit project zullen de kosten aan de begroting van Impuls moeten worden toegevoegd. Voorgesteld wordt een werkbudget/out-of-the-pocket budget te reserveren voor bijvoorbeeld kleinere projecten en aanvullende kosten zoals het onderhoud van de website en PR. De geschatte hoogte van dit budget zal voor de looptijd van dit beleidskader 2023/2027 jaarlijks ca. €25.000,- zijn. Na evaluatie van het eerste jaar zal blijken of dit een reëel budget is binnen het preventief jeugdbeleid en wordt het budget indien nodig bijgesteld. Het is niet de bedoeling dat er alleen nieuwe projecten worden opgestart. Het kernteam zal de preventiematrix continue evalueren. Interventies kunnen geschrapt worden en/of vervangen worden door andere interventies.
Naast bovenstaand jaarlijks werkbudget zal er een eenmalige kostenpost van €8000,- gereserveerd moeten worden om in het eerste jaar een roadmap/web-omgeving te bouwen. Mochten er grotere/duurdere projecten moeten worden opgestart, dan worden die vanuit het kernteam bij de portefeuillehouder Jeugd binnen het college aangevraagd. Naast projecten die binnen het Preventief jeugdbeleid worden opgestart, staan er een heleboel andere projecten en initiatieven in de preventie matrix die op andere manieren worden bekostigd, zoals Gezonde Basisschool van de Toekomst en projecten in het kader van Kansrijke Start. Indien mogelijk zal ook gebruik worden gemaakt van de SPUK-gelden GALA. Tevens zal gekeken worden op welke manier we gebruik kunnen maken van de regiodeal 2.0. Het kernteam zal proactief op zoek gaan naar subsidies die aangevraagd kunnen worden rondom het thema jeugdpreventie. Voor het Preventieve jeugdbeleid worden de personele inzet geschat op 16 tot 20 uur ambtelijke inzet per week. Dit wordt opgevangen door de huidige bezetting. Uitgangspunt voor de kosten van Impuls is om dit weg te zetten binnen hun reguliere begroting. In de voorgaande paragraaf “werkwijze binnen het preventief jeugdbeleid” is uitgelegd hoe de uren worden verdeeld. Samenvattend:
Werkbudget kernteam Roadmap/web-omgeving Steunouder Totaal
(tweede helft) 2023 €12.500,-€8.000,-€22.650,-€48.500,--
2024 – 2027 (jaarlijks) €25.000,------€64.000,-- * €89.000,-- **
*Steunouder zal bij een positieve evaluatie worden gecontinueerd. De aanvraag en subsidiëring zal via de begroting van Impuls verlopen. ** Dit is inclusief project Steunouder, exclusief project Steunouder is het bedrag €25.000,--
Pagina 14 van 31
Bijlage 1: Doelen en ambities Taskforce Jeugd
Pagina 15 van 31
Pagina 16 van 31
Bijlage 2: Meetpunten preventief jeugdbeleid
Gezond gewicht
Beschikbare kengetallen gezond opgroeien Staat van de Jeugd Kerkrade Indicator Score Score Score NL Score t.o.v. Kerkrade Zuidregionaal Limburg of landelijk % jongeren dat elke dag groente eet*
39,5%
47,5%
% jongeren dat elke dag fruit eet*
29,2%
30,9%
% kinderen dat 5 dagen of meer per week ontbijt*
62,5%
67,3%
% 13-16-jarigen met overgewicht*
18%
8,9%
16,4%
16,6%
16,2%
51,5%
76,6%
84,9%
8,1%
6,5%
7%
% jongeren dat voldoet aan de beweegnorm* % jongeren dat elke dag lopend/fietsend naar school gaat*
Mentaal welbevinden
Gezonde leefstijl
% jongeren dat rookt*
Niet beschikbaar Niet beschikbaar Niet beschikbaar Niet beschikbaar
Negatief Negatief Negatief
4,3%
4,2%
4,4%
% jongeren dat de laatste 4 weken alcohol heeft gedronken*
26,5%
31,5%
29%
% jongeren dat verhoogd risico heeft op problematisch gebruik sociale media*
6,5%
8,4%
9,5%
% jongeren dat verhoogd risico heeft op problematisch gamen*
3,3%
3%
3%
43,3%
45,3%
44,4%
28,6%
29,9%
29,6%
9,4%
14%
12,3%
Gezinnen met een laag inkomen of lage sociaal economische status; Gezinnen in buurten waarin nauwelijks plaats is om buiten te spelen.
Gemiddeld Negatief Negatief Gemiddeld
% jongeren dat laatste 4 weken softdrugs heeft gebruikt*
% jongeren dat zich (zeer) vaak gestrest voelt door 1 of meer factoren* % jongeren dat zich soms tot (heel) vaak eenzaam heeft gevoeld in de afgelopen 4 weken* % jongeren dat onvoldoende weerbaar is*
Negatief
Risicogroep
Positief
Jongeren uit gezinnen met een laag inkomen; jongeren op het VMBO; jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond.
Positief
Gemiddeld Gemiddeld
Gemiddeld
Gezinnen waar een veilige hechting tussen ouders en kind ontbreekt; familieconflicten
Positief
*Bij de Gezondheidsatlas Zuid-Limburg zijn geen aantallen bekend van de groep waaronder onderzoek is gedaan. Hier is dus geen N bekend. Deze cijfers komen uit de Gezondheidsmonitor Jeugd, deze gaat over jongeren in de leeftijd van 13 t/m 16 jaar. Het is een digitale vragenlijst die iedere 4 jaar afgenomen wordt op school in 2e en 4e klassen van het regulier en speciaal voortgezet onderwijs en praktijk onderwijs (rvo, vso en po). Deze monitor is voor het laatst uitgevoerd in 2021 en de respons was ca. 66%.
Veilige thuisomgeving
Beschikbare kengetallen Veilig opgroeien Staat van de Jeugd Kerkrade Indicator Score Score Zuid- Score NL Score t.o.v. Risicogroep Kerkrade Limburg regionaal of landelijk % 10-19-jarige meisjes met kinderen (tienermoeder) 2018 Aantal jongeren 12-23 jaar met jeugdreclassering in 2021 Aantal totale gevallen van jeugdbescherming (2022)
0,60% (totaal 6)
Niet bekend
0,39%
20
Niet bekend
7955
145
Niet bekend
41.290
Negatief Zie hierboven Zie hierboven
Gezinnen met laag inkomen; Laag geschoolde ouders; Opgroeien in een achterstandsbuurt;
Pagina 17 van 31
Aantal Veilig Thuis meldingen (ex)partnergeweld per 100.000 inwoners (eerste half jaar 2021) Aantal Veilig Thuis meldingen kindermishandeling per 100.000 inwoners (eerste halfjaar 2021) % jongeren dat aangeeft zich wel eens onveilig te voelen (naar locatie, zie hiervoor GGD gezondheidsmonitor) *
Veilige digitale omgeving
Veilige school omgeving
Aantal verwijzingen Halt 12-18 jaar per 1000 inwoners in 2021
% kinderen dat laatste 3 maanden op school gepest is*
% jongeren dat laatste 3 maanden online gepest is*
320
Niet bekend
150
360
Niet bekend
190
53,7%
57,5%
Niet bekend
13,1 (Totaal 30)
Niet bekend
8
3,9%
2,9%
4,2%
2,9%
Zie hierboven Zie hierboven Positief
Eenoudergezin; Ouders met psychische of psychiatrische problemen; Gezinnen met chronisch zieke kinderen en kinderen met vroeggeboorte.
Negatief Positief
Ongewenste werkloosheid van een of meerdere ouders.
Gemiddeld
Jongeren op het VMBO-b.
4,6%
2,9%
*Bij de Gezondheidsatlas Zuid-Limburg zijn geen aantallen bekend van de groep waaronder onderzoek is gedaan. Hier is dus geen N bekend. Deze cijfers komen uit de Gezondheidsmonitor Jeugd, deze gaat over jongeren in de leeftijd van 13 t/m 16 jaar. Het is een digitale vragenlijst die iedere 4 jaar afgenomen wordt op school in 2e en 4e klassen van het regulier en speciaal voortgezet onderwijs en praktijk onderwijs (rvo, vso en po). Deze monitor is voor het laatst uitgevoerd in 2021 en de respons was ca. 66%.
% kinderen meer dan 3 dagen ziek thuis in de afgelopen 4 weken* % kinderen heeft laatste 4 schoolweken gespijbeld* % voortijdig schoolverlaters 12 tot 23 jaar**(2019) % risico op onderwijsachterstand (2020) ** % achterstandsleerlingen 4-12 jaar (2018) ** % leerlingen speciaal onderwijs**
21%
17,8%
Niet bekend
Negatief
8,5%
12%
Niet bekend
Positief
1%
Niet bekend Niet bekend Niet bekend Niet bekend
2%
Positief
15%
Negatief
8%
Negatief
0,7% (sbao) 0,7% (speciaal BO) 0,8% (speciaal VO)
Negatief
Percentage jongeren 16-23 jaar zonder werk en onderwijs (NEET's)**
11% (2019)
% jongeren dat opgroeit in eenoudergezin naar onderwijstype** % jongeren dat binnen het gezin moeite met rondkomen ervaart* % kinderen in bijstandshuishoudens t.o.v. totaal
10% (Totaal 680)
Voldoen de materiël e middelen
Succesvolle schoolloopbaan
Beschikbare kengetallen kansrijk opgroeien Staat van de Jeugd Kerkrade Indicator Score Score Score NL Score t.o.v. Risicogroep Kerkrade Zuidregionaal Limburg of landelijk
26% 17% 8% (2020)
10,6%
18% (16 tot 27 jaar, 2018) 10,2%
9,6%
Negatief
4%
4,2%
3,7%
Gemiddeld
6%
Negatief
Jongens; Jongeren op mbo niveau 1; Taal die thuis gesproken wordt (niet – Nederlands); Lage SES-score ouders; Laag opleidingsniveau leerlingen; 1-ouder gezinnen en gezinnen met 4 of meer kinderen.
Positief
Gezinnen uit lage inkomens; eenoudergezinnen,
Pagina 18 van 31
aantal kinderen 0 t/m 17 jaar (2020) Aandeel kinderen in armoede (langdurig, 4+ jaar, onder het sociaal minimum) (2020) ** SES t.o.v. landelijk gemiddelde
15%
Niet bekend
13%
Negatief
huishoudens met bijstand; Huishoudens met een laagopgeleide hoofdkostwinner
Kerkrade: -0,261 Niet bekend Kerkrade Oost: -0,357 % werkloze jongeren (16 tot 23 3% 2% Niet bekend (Totaal 80) jaar) in 2020 *Bij de Gezondheidsatlas Zuid-Limburg zijn geen aantallen bekend van de groep waaronder onderzoek is gedaan. Hier is dus geen N bekend. Deze cijfers komen uit de Gezondheidsmonitor Jeugd, deze gaat over jongeren in de leeftijd van 13 t/m 16 jaar. Het is een digitale vragenlijst die iedere 4 jaar afgenomen wordt op school in 2e en 4e klassen van het regulier en speciaal voortgezet onderwijs en praktijk onderwijs (rvo, vso en po). Deze monitor is voor het laatst uitgevoerd in 2021 en de respons was ca. 66%. ** Vanuit het CBS stonden bij deze data geen aantallen benoemd. Door te kijken welk aandeel van de huishoudens of totaal aantal jongeren dit betreft, is dit bij benadering terug te herleiden tot aantallen.
Pagina 19 van 31
Bijlage 3: Factsheets oorzaken en risicofactoren Per thema is op basis van landelijke onderzoeken en publicaties aangegeven wat oorzaken en risicofactoren zijn. Factoren van invloed op gezond opgroeien Gewenst resultaat Bekende factoren (risico/ oorzaken) uit onderzoek (veelal Nji als bron) Gezond gewicht Te weinig beweging Ongezond voedingspatroon (niet ontbijten, veel ongezonde tussendoortjes, veel frisdrank, veel suiker, en veel verzadigde vetten) Erfelijke aanleg Een te hoog gewicht van moeder tijdens de zwangerschap Roken tijdens de zwangerschap Een te laag of te hoog geboortegewicht Onvoldoende slaap Een omgeving die stimuleert om veel te eten en weinig te bewegen Te lang (meer dan 2 uur per dag) televisiekijken en/of de computer gebruiken Een buurt waarin nauwelijks plaats is om buiten te spelen Reclame die aanzet tot ongezond eten Frisdrank- en snackautomaten op school Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben een lagere levensverwachting en leven minder lang in goede gezondheid. Dit houdt verband met meer ongezonde leefstijlen. Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben vaker problemen met hun gezondheid. Dat geldt voor bijvoorbeeld het hebben van een chronische ziekte, astma, ADHD en overgewicht. Van degenen in het basisonderwijs die niet dagelijks ontbijten, zit 45 procent in de bovenbouw van het basisonderwijs.
Mentaal welbevinden Mentaal welbevinden blijkt samen te hangen met de stress die kinderen ervaren op school en thuis. Resultaten suggereren dat het participeren aan buitenschoolse activiteiten gunstig is voor het welbevinden van het kind maar dat er meer klachten zijn wanneer ouders aangeven meer tijd voor hun kind te willen hebben. Verder tonen de resultaten aan dat welbevinden samenhangt met de psychische gezondheid van het kind. Een lage zelfinschatting leidt vaak tot onder andere motivatieverlies en vermijdingsgedrag bij het kind of de adolescent. Het welbevinden hangt verder samen met de resultaten die het kind behaalt op school en de relatie die het kind heeft met de leerkracht. Eenzaamheid kan ontstaan door een combinatie van onder meer persoonlijkheidsfactoren, zoals een laag zelfvertrouwen, verlegenheid, introversie en gebrek aan sociale en emotionele vaardigheden. Maar ook relationele factoren spelen een rol, zoals het gebrek aan sociale contacten, hoge verwachtingen van sociale relaties, ontbreken van veilige hechting met ouders en familieconflicten. En daarnaast maatschappelijke factoren, zoals maatschappelijke normen en waarden ten aanzien van sociale relaties, negatieve beeldvorming, pesten, uitsluiting, individualisering en armoede.
Gezonde leefstijl Opvoedstijl: kinderen die worden opgevoed volgens een democratische opvoedstijl gezonder eten, meer bewegen en een lagere BMI of gezonder gewicht hebben dan kinderen die opgevoed worden volgens één van de andere stijlen. Een democratische opvoedstijl bestaat uit het stellen van grenzen en tegelijk sensitief en responsief zijn Jongeren ervaren verschillende barrières om te bewegen en sporten. VMBOleerlingen noemen de kosten als grootste belemmering. Leerlingen op HAVO/VWO geven aan dat ze te veel andere verplichtingen hebben. Alle jongeren ervaren weinig support vanuit hun omgeving. Rolmodellen die het gezonde voorbeeld geven zijn schaars en slechts 25% van de jongeren voelt zich aangemoedigd om meer te bewegen. Kinderen van rokende ouders zijn sneller geneigd om zelf ook te roken. Roken komt het vaakst voor op het VMBO waar 12% dagelijks rookt. Roken komt het minst vaak voor op het VWO waar 3% dagelijks rookt.
Pagina 20 van 31
-
De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is voor veel leerlingen een spannende periode. Veel leerlingen beginnen in deze fase met roken. Ze voelen zich dan cooler, relaxter en volwassener. Groepsdruk. Als er één vriend rookt dan is het risico groot dat zij dat ook gaan doen. De kans wordt alleen maar groter naarmate er meer vrienden in een groep roken Hoe jonger leerlingen beginnen met roken hoe groter de kans is dat ze dat ook op latere leeftijd doen en verslaafd raken. Cannabisgebruikers op het VWO lijken minder vaak frequent (10 keer of vaker) te gebruiken dan leerlingen van de andere schoolniveaus. Cannabisgebruik hangt samen met migratieachtergrond; onder scholieren met een westerse migratieachtergrond is het gebruik hoger dan onder scholieren met een niet-westerse of Nederlandse achtergrond. Onder scholieren van het VMBO-t en het VWO lijken de lifetime- en maandprevalentie van alcoholgebruik iets lager dan op het VMBO-b en de HAVO, maar de verschillen zijn niet significant. Het percentage scholieren dat ooit in het leven alcohol heeft gedronken is het laagst onder de scholieren met een niet-westerse migratieachtergrond.
Het percentage mensen van twaalf jaar of ouder dat zich aan de norm voor alcohol houdt is hoger onder huishoudens met een laag inkomen dan onder mensen met een inkomen boven de lageinkomensgrens (59 procent tegen 41 procent) Jongeren op het VMBO-b hebben vaker problemen met het gebruik van sociale media en met gamen vergeleken met andere schoolniveaus
Factoren van invloed op veilig opgroeien Gewenst resultaat Bekende factoren (risico/ oorzaken) uit onderzoek (veelal Nji als bron) Veilige thuisomgeving Tienermoederschap: o Kans op tienermoederschap groter bij niet-westerse achtergrond. o De ouders van 40% van de tienermoeders hadden werk met een lager inkomen, 20% hadden een gemiddeld inkomen. o Daarnaast blijkt dat het hebben van laag geschoolde ouders, het opgroeien in een achterstandsbuurt en een tekort aan opleidingen werkmogelijkheden een verhoogd risico op tienerzwangerschappen met zich meebrengt. o Bij tienermoeders is vaker dan bij hun leeftijdsgenoten sprake van een PTST of depressieve klachten. o De meeste tienermoeders komen uit een gezin waarvan de ouders gescheiden zijn. o Ruim een kwart van de tienermoeders komt uit een eenoudergezin waar één van de ouders niet in beeld is. o Een tienermoeder is in het verleden aanzienlijk vaker uit huis geplaatst is dan andere Nederlandse jongeren, en zelfs vaker dan jongeren die jeugdzorg ontvangen. Huiselijk geweld en kindermishandeling o Door overbelasting van een gezin door een opeenstapeling van risicofactoren, lopen kinderen eerder het gevaar slachtoffer te worden. Als er meer dan vier risicofactoren (zoals werkloosheid, lage opleiding, arbeidsongeschiktheid, slechte huisvesting) in het spel zijn, is de kans op kindermishandeling rond de 30 procent (Hermanns e.a, 2005).
o Een lage opleiding betekende een vijf keer zo hoog risico op kindermishandeling. Het risico op mishandeling in deze gezinnen is 10,4 procent, tegenover 2,1 procent in gezinnen die niet laag opgeleid zijn. o Het risico op kindermishandeling in eenoudergezinnen was 2,3 keer groter dan in tweeoudergezinnen. o Bij gezinnen die vanwege vermoeden van kindermishandeling gemeld zijn bij Veilig Thuis is in bijna de helft van deze gezinnen sprake is van armoede. o Met bijna 52 procent is de werkloosheid ruim tien keer hoger dan in de beroepsbevolking (5 procent).
Pagina 21 van 31
Ouders die hun kind mishandelen of verwaarlozen hebben relatief vaak last van psychische of psychiatrische problemen, waaronder depressie - met name bij verwaarlozende moeders -, emotionele instabiliteit en een gebrek aan zelfwaardering. o Ook verslaving aan alcohol of drugs komt vaak bij deze ouders voor: naar schatting 30 tot 90 procent van de verwaarlozende en 50 procent van de fysiek mishandelende ouders heeft verslavingsproblemen. o Een laag IQ en een jonge leeftijd van de moeder bij de geboorte van het kind worden ook in verband gebracht met mishandeling. o Ouders die zelf als kind mishandeld zijn of andere negatieve ervaringen in de gezinsomstandigheden hebben meegemaakt, lopen een groter risico om hun eigen kind te mishandelen. Geschat wordt dat ongeveer een derde van deze ouders later zelf hun kind mishandelt. o Zowel mishandelende als verwaarlozende ouders hebben vaak te weinig technieken voor positieve disciplinering zoals het benoemen van gewenst gedrag, prijzen en belonen en uitleg geven aan het kind. o Gezinnen waarin mishandeling plaatsvindt, wonen relatief vaak in buurten die gekenmerkt worden door sociale desorganisatie, criminaliteit, drugsproblematiek, armoede en achterstand. Problemen als werkloosheid, armoede en slechte huisvesting veroorzaken stress en kunnen het ontstaan en voortbestaan van kindermishandeling bevorderen.
o Armoede lijkt een grotere rol te spelen bij verwaarlozing dan bij fysieke mishandeling. o Het is aannemelijk dat alleenstaand ouderschap en het hebben van een groot gezin voor de ouder een bron van stress vormen en daardoor het functioneren als opvoeder beïnvloeden. o Kindkenmerken: Kinderen die te vroeg geboren zijn. Bij deze kinderen bestaat het risico dat, onder meer door verblijf in de couveuse, de hechting tussen moeder en kind een valse start maakt, waardoor de moeder moeite kan hebben het kind te accepteren en te weinig liefde voor het kind voelt. Verder gaat het om kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap; Kinderen met een moeilijk temperament zoals huilbaby’s; kinderen die vaak ziek zijn. Veiligheid en crimineel gedrag. o Een lage mate van zelfcontrole, agressie en een positieve houding tegenover criminaliteit zijn belangrijke voorspellers van delinquent gedrag onder jongvolwassenen, evenals een gebrek aan motivatie (oriëntatie) om te veranderen. o Een belangrijk deel van de jongeren lijkt laag tot middelbaar opgeleid. o Het percentage verdachten ligt onder personen met een laag inkomen nog altijd aanzienlijk hoger dan onder personen met een hoger huishoudensinkomen (3,4 procent tegenover 0,7 procent).
o Jongvolwassenen (vooral jongens), in de leeftijd van 18 tot 25 jaar uit een huishouden met een (langdurig) laag inkomen, zijn het vaakst verdachte van een misdrijf. In deze leeftijdsgroep werd in 2017 7,4 procent van de personen met een langdurig laag inkomen en 5,9 procent van degenen die incidenteel een laag inkomen hadden door de politie als verdachte geregistreerd. Onder jongvolwassenen met een hoger inkomen lag het verdachtenpercentage op 1,9 procent. Overgewicht is een risicofactor voor pesten, ongeacht de sekse en het onderwijsniveau. Vooral jongere adolescenten met overgewicht hebben een grotere kans om gepest te worden. De effectiviteit van antipestprogramma’s kan verbeterd worden door deze interventies te richten op jongere adolescenten met overgewicht. o
-
Veilige schoolomgeving
-
Pagina 22 van 31
-
Veilige digitale omgeving
-
-
Wanneer er sprake is van ongewenste werkloosheid van een of meerdere ouders kan dit gevolgen hebben voor warmte en genegenheid binnen het gezin. Kinderen kunnen kwetsbaarder en meer teruggetrokken raken. Deze kinderen worden een makkelijke prooi voor pesters. Het lijkt er op dat online pestgedrag een mogelijk voorteken is van traditioneel pestgedrag. Tieners die bloggen hebben een verhoogd risico lopen op online pesten. Bloggers die online contact hebben met onbekenden lopen een hoger risico op online pestgedrag dan bloggers die online contact hebben met bekenden. Overmatig beeldschermgebruik lijkt negatief samen te hangen met zelfbeeld, prosociaal gedrag, schoolprestaties, en psychosociaal welbevinden. Het lijkt positief samen te hangen met depressie en agressie Jongeren op het VMBO-b hebben vaker problemen met het gebruik van sociale media en met gamen vergeleken met andere schoolniveaus
Factoren van invloed op kansrijk opgroeien Gewenst resultaat Bekende factoren (risico/ oorzaken) uit onderzoek (veelal Nji als bron) Succesvolle schoolloopbaan Verzuim en voortijdig schoolverlaten o Bij jongens 7 x vaker sprake van voortijdig schoolverlaten zonder diploma dan bij meisjes o Schoolverzuim in basisonderwijs is voorspeller voor voortijdig schoolverlaten in voortgezet onderwijs o Taal die thuis gesproken wordt van invloed op schoolverzuim, bij niet-Nederlandse taal grotere kans op verzuim o Kennis van het onderwijssysteem bij ouders, o SES-score ouders; lage SES = 50% meer kans op verzuim en schoolverlaten o Opleidingsniveau leerlingen, lager niveau = meer risico op verzuim o Slechte schoolprestaties zijn voorspeller voor verzuim en uitval o Bij tienermoeders die schoolgaand zijn, sprake van grotere kans op verzuim en verlaten o Kinderen uit 1-ouder gezinnen 4 x zo grote kans net als gezinnen met 4 of meer kinderen op verzuim o Stressfactoren in het gezin zoals echtscheiding en schulden o Verkeerde voorbeeld in vriendengroep, als vrienden veel verzuim hebben of delinquent gedrag vertonen is het risico op verzuim groter o Schoolkenmerken: verzuimaanpak en registratie, relatie docentleerling, afwezigheid van lagere en hogere onderwijsniveaus in één school, etnische diversiteit op school.
NEET’s (niet op school en niet aan het werk) o Voortijdig schoolverlaten is grootste risicofactor is. Van de jongeren die niet als voortijdig schoolverlater geregistreerd hebben gestaan, is slechts 3,9% NEET, van de jongeren die wel een melding hebben als voortijdig schoolverlater, is dat 31,5%. o Weliswaar zonder geschiedenis in voortijdig schoolverlaten toch kwetsbaar als ze een geschiedenis hebben in speciaal onderwijs, vooral tegen de tijd dat ze 20 zijn geworden. Dit geldt niet voor jongeren die niet alleen speciaal onderwijs, maar ook mbo hebben gevolgd op niveau 3 en/of 4. o Van de groep jongeren die voortijdig schoolverlater zijn, valt op dat met name jongeren die naar het mbo-niveau 1 gaan een grote kans hebben op NEET. o Jeugdreclassering, praktijkonderwijs, OTS zijn daarnaast kansvergrotende factoren op NEET. Voldoende materiële Lage inkomens hebben sneller financiële problemen. Rol van life-events middelen als scheiding, verlies baan, ziekte/ongeval kunnen tot scherpe daling besteedbaar inkomen leiden met financiële problemen als gevolg. Op school en zelfs onder beste vrienden is armoede vaak een taboeonderwerp.
Pagina 23 van 31
-
-
-
-
-
Volgens het CBS (2019) lopen eenoudergezinnen, huishoudens met bijstand en huishoudens met een laagopgeleide hoofdkostwinner relatief vaak risico op armoede. Risicogroepen gezinnen in armoede: o Alleenstaande moeders met grote gezinnen hebben veel kans op armoede. Zo moest in 2018 van de eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, veelal alleenstaande moeders, 20,7 procent van een laag inkomen rondkomen en had 7,5 procent van hen al minstens vier jaar achtereen een laag inkomen. o Kinderen uit gezinnen met een niet-westerse achtergrond en met ouders uit de nieuwe EU-lidstaten, zoals Roemenië en Bulgarije, Daarnaast spelen laaggeletterdheid, lage opleiding, ontbreken van vaardigheden, schaamte of weinig zelfvertrouwen. Net als de persoonlijkheid, waarden en normen (zoals taboes), en intelligentie spelen een rol. Mensen in armoede moeten de hele dag door moeilijke keuzes maken. Dat kost veel energie en verkleint de mentale bandbreedte. Mensen met weinig geld denken minder dan gemiddeld na over een uitgave. Als armoede langdurig is en samengaat met meer risicofactoren en minder beschermende factoren, is de kans op ontwikkelingsproblemen van kinderen groot.
Het betreft risicofactoren bij ouders (zoals een lage opleiding, alleenstaand ouderschap, langdurig ziek zijn), bij het kind (bijvoorbeeld moeilijk temperament) en de omgeving (een slechte woonsituatie, onveiligheid in de buurt). Hiertegenover staan beschermende factoren bij de ouders (goede relatie, veerkracht), bij het kind (zoals een makkelijk temperament) en in de omgeving (goede sociale netwerken, goed functionerende basisvoorzieningen). Jongeren zonder startkwalificatie en jongeren met een niet-Westerse migratieachtergrond hebben een hogere kans op jeugdwerkloosheid.
Pagina 24 van 31
Bijlage 4: Interventies preventief jeugdbeleid in preventiematrix
Gezond
Gewenste situatie
Universeel: voor iedereen
Veilig
Geïndiceerd: individuen met (verhoogd risico op) problemen
Gezond gewicht
Bewegingsonderwijs
JOGG en Kei Gezond
Mentaal welbevinden
Superwoman Jongerenwerk Zomerschool
Plezier op school GGZ Project steunouder Doelgroep-arrangement
Gezonde leefstijl
Gezonde basisschool van de toekomst Rookvrije kindomgeving Gezonde sportomgeving Pleintje App Oudercursussen opvoedvaardigheden
KOPP/Kov/MOTI4 Vriendenprogramma YMHFA FollowUp schooluitval/ verzuim op school Open & Alert LVB Superklas basisschool Shuffle Sports
Beweging Limburg tegen kindermishandeling
Project steunouder Support@home Mantelzorg steunpunt
HALT Spreekuur op VMBO
Klassenstorm/ ringaanpak
Weerbaarheid trainingen (MBO)
Taskforce jeugdige ondermijners
Sociale aansluiting Positief opvoedklimaat in alle leefomgevingen kind
Straatcoaches Jeugdboa’s Ambulant Jongerenwerk Ambulant Jongerenwerk Jongerenwerk Jongerenchallenge
Niet nu Zwanger Knooppunten Kansrijke Start
Voorzorg Stevig Ouderschap Zorgpaden Support@home Geboortezorg flex Project steunouder CenteringZwangerschap
Opgroeien met voldoende materiële middelen Optimale schoolloopbanen
Zomerschool Leren locatie Holz
Voorschoolse educatie (VVE en VVE-thuis) Naschoolse activiteiten in PO en VO
Veilige hechting
Kansrijk
Selectief: groepen met verhoogd risico
Positief ouderschap/ veilige thuissituatie Veilige schoolomgeving Veilige digitale omgeving Pro sociaal gedrag
App CareFree
Participatie kwetsbare groepen
Pagina 25 van 31
Bijlage 5: Uitwerking werksessie preventief jeugdbeleid Op 2 november vond er een sessie plaats met partners van verschillende partijen over de uitwerking van het preventief jeugdbeleid. Hierbij werd gekeken naar de volgende sub thema’s: veilige thuisomgeving (veilig opgroeien), mentaal welbevinden (gezond opgroeien) en succesvolle schoolloopbaan (kansrijk opgroeien). Voor deze sub thema’s werd uitgewerkt met de partners wat hierop de risicofactoren waren, wat er nu al op gedaan wordt en waar de gemiste kansen liggen. De volgende partijen hebben in de sessie (of achteraf) input geleverd op het bovenstaande Mondriaan (GGZ), GGD, POH-jeugd, KOP, HOLZ (VMBO), Movare (IB-ers), HUB, HALT, Impuls, VSV, Fysio Stofberg, Team Jeugd Kerkrade, Veiligheidshuis, Gemeente Kerkrade (afdelingen OOV, Jeugd, Preventie, Cultuur en Wijkmanager). In totaal waren rond de 25 deelnemers aanwezig. De opbrengsten zijn in de onderstaande tabellen uiteengezet: Veilig opgroeien: veilige thuisomgeving Risicofactoren