IVP 2019-20122 - concept def.pdf
Tekst van het document
De aanpak biedt een efficiënte en effectieve methode om klachten vanuit de wijken en buurten met betrekking tot overlast en/of criminaliteit vroegtijdig te signaleren, te analyseren en van een concrete aanpak te voorzien. Het IAWW-werkproces wordt gecoördineerd en aangestuurd door de afdeling Openbare Orde en Veiligheid en wel door de medewerker van het Meldpunt Overlast en de coördinator overlastaanpak. Het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit hiertoe is cruciaal. Daarnaast staat of valt het succes van de aanpak met de multidisciplinaire samenwerking door in- en externe partners, zodra deze nuttig of nodig is. Overlastaanpak is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, daar waar het gaat om problematiek die om een integrale aanpak vraagt. Het is zaak dat alle betrokken partners die verantwoordelijkheid ook nemen en hiertoe in staat worden gesteld. De IAWW-methodiek maakt gebruik van het escalatiemodel: klachtafhandeling wordt in beginsel overgelaten aan de desbetreffende vakafdeling of partner(s) en wordt pas multidisciplinair opgepakt zodra dit meerwaarde heeft of sterker nog, nodig is. De mogelijkheid bestaat om de aanpak van meervoudige en gecompliceerde problematiek verder op te schalen naar het Veiligheidshuis voor een persoonsgerichte aanpak met procesregie. Waar het zeer ernstige en structurele overlast betreft kan een probleemcasus worden aangemeld 21
voor de Top X-aanpak, waarbij politie, O.M., gemeente en reclassering onder voorzitterschap van het Veiligheidshuis aan tafel zitten en diverse andere partners kunnen worden ingeschakeld. Doelstelling van de IAWW-methodiek is het op een doeltreffende en efficiënte manier vergroten van de veiligheid en leefbaarheid in de wijken en buurten. Binnen dat kader beoogt deze methodiek primair om maatwerkgerichte oplossingen te bieden op casusniveau, dus voor de aanpak van specifieke overlast die zich concreet in de buurt voordoet. Inmiddels mag worden vastgesteld dat hier goede resultaten zijn behaald en wel zodanig dat het gebruik van de methodiek niet meer weg te denken is bij de huidige overlastaanpak. In dit kader kan op het volgende worden gewezen: het aantal meldingen dat het Meldpunt Overlast sinds mei 2015 ontvangt is inmiddels meer dan verdubbeld van 562 naar 1.270 op jaarbasis (2017). De verwachting is dat dit aantal zelfs nog verder gaat toenemen, want: steeds beter weten professionals het Meldpunt te vinden en de IAWW-procedure te volgen bij het behandelen van overlastklachten; professionals hebben zich tevreden getoond over de procedure, het meldpunt en de resultaten die, in de onderlinge, integrale samenwerking worden behaald.
Het betreft met name partners als politie, woningcorporaties, Mondriaan/GGZ (wijk-GGz), zorgaanbieders, maatschappelijk werk, jeugdwerk en Buurtbemiddeling maar ook brandweer, huisartsen, directeuren van scholen etc. als aansprekende cases die succesvol volgens de IAWW-methodiek zijn aangepakt kunnen worden genoemd: - de extreme woonoverlast in de Toupsbergstraat waarbij de integrale en aanpak door verschillende samenwerkende partners uiteindelijk heeft geleid tot oplossing van het acute overlastprobleem, waarbij met succes het nieuwe instrument van de Gedragsaanwijzing door de burgemeester ingevolge artikel 2:128 APV werd ingezet; - de groepsaanpak van de jeugdoverlast in Kerkrade-Centrum waarbij integrale en multidisciplinaire aanpak hebben geleid tot een snelle en effectieve afname van de overlastklachten. Daarnaast zijn de jeugdigen en hun families die verlegen zaten om hulp, doorverwezen naar de desbetreffende instanties. - de ervaren woonoverlast en het vermoeden van prostitutie in de Zonstraat, waarbij een integrale en multidisciplinaire aanpak hebben geleid tot het aantonen van prostitutie waardoor er zowel een straf- als bestuursrechtelijk traject is gestart, dat geleid heeft tot het stoppen van de woonoverlast en illegale praktijken tot gevolg.
- de cases waarbij in een vroeg stadium meldingen binnen komen bij het Meldpunt Overlast over buren die in onmin met elkaar leven, waarbij integrale aanpak en doorgeleiding naar buurtbemiddeling hebben geleid tot een duurzaam resultaat en het woongenot voor beide partijen weer hersteld is en escalatie is voorkomen. Naast de operationele functie bij het registreren, beoordelen en oplossen van overlastklachten is het IAWW-proces echter ook een informatiebron voor het meten van overlast in de diverse buurten, bijvoorbeeld middels de registratiegegevens van het Meldpunt. Zo kan een bijdrage worden geleverd aan het tot stand brengen van een naar wijk/buurt gespecificeerd beeld van de overlast- en leefbaarheidsproblematiek. De afdeling Openbare Orde en Veiligheid is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en -evaluatie met betrekking tot IAWW-proces en –methodiek. Cruciaal voor een succesvolle toepassing van dit proces is een adequate en structurele bemensing van het Meldpunt Overlast. Hier valt nog een slag te maken door het full time inzetten van een vaste medewerker. Buurtbemiddeling 22
Samen met de woningcorporaties en met medewerking van de politie participeert de gemeente in Buurtbemiddeling Kerkrade, waarbij getrainde vrijwilligers in gevallen van woonoverlast communicatie en wederzijds begrip tot stand proberen te brengen tussen partijen, gericht op het langs vrijwillige weg bereiken van een duurzame oplossing. Buurtbemiddeling is een belangrijk instrument in het kader van de IAWW-methodiek en wordt in praktijk gebracht door welzijnsinstelling Impuls die daartoe een subsidie ontvangt van de samenwerkingspartners, waaronder de gemeente. Gedragsaanwijzing burgemeester Sluitstuk van de overlast-aanpak volgens de IAWW-methodiek is het opleggen van een bindende Gedragsaanwijzing door de burgemeester. Dit instrument is een uiterste middel om ernstige en hardnekkige woonoverlast aan te pakken waar andere middelen geen succes hadden. Het instrument staat ter beschikking sinds op 8 februari 2018, artikel 2:128 van de Algemene plaatselijke verordening Kerkrade in werking is getreden.
3.2 3.2.4 Aanpak brievenbuspanden In toenemende mate kreeg de gemeente Kerkrade de afgelopen jaren te maken met zogenoemde “brievenbuspanden”. Dit zijn panden, die in meerdere wooneenheden zijn verdeeld met het oogmerk deze te verhuren. Aan of naast de voordeur van deze panden hangt een groot aantal brievenbussen en/of deurbellen. Er is een verhoogd risico dat deze specifieke panden gepaard gaan met verloedering en/of overlast. In deze panden woont vaak een doelgroep, die extra aandacht/hulp nodig heeft. De gemeenteraad heeft het college opdracht gegeven om de overlast vanuit en rondom brievenbuspanden aan te pakken. Inmiddels zijn er al doeltreffende stappen gezet in het proces om deze opdracht te kunnen uitvoeren. In dit kader kunnen controles van het gemeentelijk flexteam worden genoemd met daarbij als speciale aandachtspunten: bouwkundige toestand, illegale kamerverhuur of woningsplitsing, uitkeringsfraude en inschrijving Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP). Om de controles op de BRP beter en effectiever te kunnen uitvoeren zijn recentelijk alle handhavers aangewezen als bevolkingscontroleur BRP. Verder is inmiddels het nieuwe paraplubestemmingsplan ter inzage gelegd en zal op korte termijn het nieuwe bestemmingsplan van kracht worden. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten van kracht: - het verbieden van kamerverhuur.
Huidige vergunningen zijn nog maximaal 5 jaar geldig. Uiteraard wordt bij het aantreffen van illegale kamerverhuur nu reeds gehandhaafd - het verbieden van nieuwe gevallen van woningsplitsing. Hierbij zijn uitzonderingen benoemd. Uiteraard wordt bij het aantreffen van illegale woningsplitsing nu reeds gehandhaafd. Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen de controles op illegale kamerverhuur of woningsplitsing geïntensiveerd worden. Ook zal het Veiligheidshuis Parkstad nauw betrokken worden bij deze aanpak, zodat de bewoners die hulp nodig hebben, sneller en efficiënter geholpen kunnen worden. In oktober 2018 heeft de gemeenteraad hiervoor extra financiële middelen vrijgemaakt.
3.2.5 3.2.5 Aanpak jeugdoverlast Jeugdoverlast is een fenomeen dat in toe- en afnemende omvang in meerdere wijken en buurten en aldaar vaak op wisselende locaties plaats vindt. Binnen de IAWW-methodiek is een aanpak ontwikkeld om deze overlast consequent en integraal aan te pakken daar waar deze zich voordoet. Daartoe wordt door de gemeente samen gewerkt met een aantal 23
partners, waaronder politie en ambulant jongerenwerk (Impuls) en wordt gebruikt gemaakt van het Jongerenpreventie Programma (JPP). Een middel om de overlast van groepen jongeren te meten en te analyseren ten behoeve van een persoonsgerichte aanpak, is het uitvoeren van een groepsscan. Deze wordt opgesteld door de politie in overleg en samenwerking met gemeente, jeugdwerk en O.M. Waar nodig wordt opgeschaald naar het voor het voeren van procesregie en kan het O.M. worden betrokken indien de overlast ook criminele aspecten kent. Kenmerkend is dat de aanpak persoonsgericht is en per individu kan verschillen. Het resultaat is een maatwerkoplossing waarbij telkens gekozen wordt voor de meest geschikte aanpak, waarbij preventieve maatregelen maar ook repressieve maatregelen ter beschikking staan. Deze indringende, persoonsgerichte maatwerkaanpak is de afgelopen drie jaar bij een reeks van overlastgevende jeugdgroepen succesvol toegepast.
3.2.6 3.2.6 Aanpak georganiseerde criminaliteit Onder- en bovenwereld zijn fors met elkaar verweven. Criminelen beschikken over illegaal vermogen, waardoor economische en sociale machts- en invloedsposities ontstaan. Daarnaast zijn zij soms van het lokaal bestuur afhankelijk voor het verkrijgen van toestemmingen (zoals vergunningen, ontheffingen of subsidies), het verwerven van vastgoed of het aangaan van overeenkomsten, die zij vervolgens gebruiken in het kader van hun criminele activiteiten. Het voorgaande heeft een ondermijnend effect op de samenleving en daarom dient er ook van gemeentewege een bijdrage geleverd te worden aan de aanpak van georganiseerde en/of ondermijnende criminaliteit. Deze bijdrage bestaat uit een tweetal componenten. De eerste component betreft een louter bestuurlijke aanpak. Met gebruikmaking van de wettelijk geboden handvaten worden aangevraagde toestemmingen geweigerd of ingetrokken. Zo worden vergunningen voor horeca-inrichtingen geweigerd of ingetrokken indien de aanvrager c.q. vergunninghouder van slecht levensgedrag blijkt te zijn. Ook worden gevraagde toestemmingen met toepassing van de Wet Bibob geweigerd of ingetrokken, indien blijkt dat er een ernstig gevaar bestaat dat de gevraagde toestemming gebruikt zal worden om strafbare feiten te plegen of daaruit verkregen financiële voordelen te benutten.
Daarmee wordt ook getracht op de achtergrond (bijvoorbeeld via financieringen of stroman-constructies) opererende criminelen buiten de deur te houden. Ook de elders in het IVP beschreven toepassing van het gemeentelijk Damoclesbeleid maakt onderdeel uit van de bestuurlijke aanpak. Dit aangezien deze toepassing criminelen tijdelijk de vrije beschikking over hun vastgoed ontneemt dat zij gebruikt hebben voor hun criminele activiteiten. De tweede component bestaat uit een geïntegreerde aanpak via het RIEC-samenwerkingsverband. Hierin werken alle Limburgse gemeenten, samen met overige ketenpartners zoals politie, Openbaar Ministerie en Belastingdienst, aan een geïntegreerde aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Er vindt in dat kader informatiedeling tussen deelnemende partijen plaats en er worden zaken binnen deze thema’s integraal c.q. multidisciplinair opgepakt. Deze geïntegreerde aanpak vindt plaats ten aanzien van de thema’s: georganiseerde hennepteelt; mensenhandel- en smokkel; criminele motorbendes; witwassen en fraude (binnen de vastgoed sector); regionaal vast te stellen handhavingsknelpunten, waarvan er een aantal reeds zijn vastgesteld. 24
3.2.7 3.2.7 Veilig Ondernemen op Bedrijventerreinen In 2009 werd op alle Kerkraadse Bedrijventerreinen gestart met het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO-B). Onder deze vlag werken gemeente, politie en brandweer samen met de ondernemers, verenigd in de Samenwerkende Bedrijventerreinen Kerkrade (SBK). De gemeente is de trekker en wordt hierin ondersteund door het Bedrijventerreinenmanagement Parkstad (BTM) dat hiertoe wordt ingehuurd. Doel van het KVO-B is het effectief en vroegtijdig in beeld brengen van veiligheidsrisico’s en het inperken daarvan, teneinde de veiligheid op de bedrijventerreinen te bevorderen. Daartoe wordt periodiek een traject gevolgd van veiligheidsschouwen in combinatie met overleg in werkgroepverband om de gesignaleerde knelpunten aan te pakken en het omzetten hiervan in de praktijk. Elke drie jaar wordt een meting uitgevoerd die moet vaststellen wat de status is van de veiligheid op de diverse thema’s. Deze meting is leidend voor het bepalen van de thema’s voor de daaropvolgende periode. Met betrekking tot deze aanpak kan Rodaboulevard als voorbeeld worden genoemd. Aandachtspunten zijn hier: voertuigcriminaliteit (diefstallen en inbraken), verlichting van met name de parkeerterreinen, verkeersproblematiek in relatie tot bebording en het herkennen en aanpakken van obscure plekken.
Inmiddels konden hier al concrete resultaten worden bereikt, met name door politie, gemeente en ondernemers. Bij het met goed gevolg afleggen van voornoemde trajecten wacht telkens een certificaat van het keuringsinstituut KIWA dat onder meer premie-voordelen kan bieden aan individuele ondernemers bij het afsluiten van verzekeringen. Verder is er aandacht voor communicatie met ondernemers over borging van maatregelen, het informeren over nieuwe ontwikkelingen, het geven van voorlichting over criminaliteitspreventie, het organiseren van workshops enz.
3.2. 3.2.8 2.8 Handhaving Handhaving is een onderdeel van het veiligheidsbeleid, waar dit beleid bestaat uit toezicht op de naleving van regels en voorschriften en het zonodig afdwingen daarvan. Het niet of onvoldoende naleven van regelgeving kan een wezenlijk bestanddeel zijn van veiligheidsof leefbaarheidsproblematiek. Handhaving kan dan een instrument zijn om die problematiek effectief aan te pakken. Voorts is consequente handhaving cruciaal en nodig om te voorkomen dat de geloofwaardigheid van de gemeente in het geding komt bij het vaststellen en uitvoeren van haar veiligheidsbeleid. Handhaving is een taak en verantwoordelijkheid van verschillende in- en externe veiligheidspartners, afhankelijk van het soort regelgeving. Naast politie en cluster Handhaving van de gemeente, moet daarbij worden gedacht aan de afdeling Milieu en Bouwen van de gemeente maar ook aan de brandweer, de Belastingdienst of het in Kerkrade opererende Flexteam. Het is zaak dat deze partners voldoende toegerust zijn om zich behoorlijk van hun taak te kunnen kwijten. Het gemeentelijk blauw van het cluster Handhaving is belast met taken op tal van prioriteiten in dit IVP. Van het cluster Handhaving kan alleen dan worden verwacht dat taken en opdrachten adequaat worden uitgevoerd, als de daartoe benodigde capaciteiten aan mens en materieel ter beschikking staan.
Het is aan de raad om voldoende middelen vrij te maken die het college in staat stellen het cluster behoorlijk toe te rusten.
25
4. Strategische visie, ambities en doelstellingen. doelstellingen. 4.1 Integrale beleidsvisie en ambitie Kerkrade wil een veilige stad zijn voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Deze strategische visie is neergelegd in de door de raad vastgestelde Structuurvisie “Kerkrade, Europees en gastvrij, 2010 – 2020”. Het waarborgen en waar nodig vergroten van lokale veiligheid en de veiligheidsbeleving van de burger past hierin. Daarbij wordt nadrukkelijk samenwerking en draagvlak gezocht bij de partners die de gemeente heeft op het gebied van veiligheid, waaronder met name ook inwoners en ondernemers. Dit gebeurt door die partners inbreng te bieden bij de ontwikkeling van het gemeentelijk beleid en door aansluiting te zoeken bij door die partners eventueel gevoerd flankerend beleid. De inwoners worden uitgenodigd en gestimuleerd om te participeren bij het analyseren van problematiek en het aandragen van oplossingen, met name in de wijken en buurten.
4.2 Formulering Formulering van beleidsdoelstellingen Als algemene doelstellingen van het lokaal veiligheidsbeleid gelden: • afname van criminaliteit; • afname van overlast; • toename van het veiligheidsgevoel. De hiervan afgeleide meer concrete doelstellingen worden per veiligheidsthema afzonderlijk bepaald, dan wel op buurtniveau (Aanvalsplannen). Het formuleren van gemeentebreed beleid per veiligheidsthema is een taak van de desbetreffende ambtelijk trekker, onder verantwoordelijkheid van de bestuurlijk verantwoordelijk portefeuillehouder. Dit gebeurt evenwel niet in dit als kadernota te beschouwen IVP, maar separaat in afzonderlijke beleidsdocumenten, die met de Aanvalsplannen, samen deel uitmaken van het Jaarprogramma Lokale Veiligheid. Voor het op- en vaststellen van de Aanvalsplannen per buurt of buurtcluster wordt verwezen naar paragraaf 2.5. De grenzen van de concrete doelstellingen zijn mede afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen en capaciteiten. Daarmee wordt een beroep gedaan op creativiteit en inventiviteit om de schaarser wordende middelen (nog) efficiënter in te zetten, met behoud van zoveel mogelijk effectiviteit. Het is een extra uitdaging voor elke ambtelijk trekker en verantwoordelijk portefeuillehouder om niettemin het ambitieniveau zoveel mogelijk overeind te houden.
Soms kan een toegenomen inbreng van externe partners en/of betrokken burgers de nodige compensatie bieden voor ontbrekende gemeentelijke middelen. De coördinatie van de ontwikkeling en uitvoering van het gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid is een verantwoordelijkheid van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid. Hiertoe behoort ook de afstemming tussen de afzonderlijke veiligheidsvelden en -thema’s onderling en deze velden en thema’s met de inhoud van de buurtgerichte Aanvalsplannen. Met de uitvoering van deze taak is de beleidscoördinator Integrale Veiligheid belast. Via het hoofd van de afdeling OOV en de directeur Bestuursdienst informeert en adviseert deze tevens het college en de raad. Bij het formuleren van beleid en beleidsdoelstellingen worden een reeks universeel geldende uitgangspunten en beginselen in acht genomen. Voor een concrete opsomming wordt verwezen naar Bijlage 2. 26
4.3 Prioriteiten Prioriteiten Waar middelen en capaciteiten schaars zijn, moeten keuzes gemaakt worden. Dit geldt ook voor lokale veiligheid en de bevordering daarvan. Daar waar die veiligheid het meest in het gedrang is of burgers er de meeste last van ondervinden, is een geprioriteerde aanpak geboden. Voor de periode 2019 tot en met 2022 worden daartoe de volgende prioriteiten vastgesteld: Veilige woon- en leefomgeving: drugscriminaliteit en -overlast woninginbraken als onderdeel van de high impact crime woonoverlast gevaar of overlast door verward gedrag huiselijk geweld beïnvloeding / besmetting kwetsbare buurtbewoners Bedrijvigheid en veiligheid: evenementen en veiligheid Jeugd en veiligheid: jeugdoverlast criminaliserende jeugd Integriteit en veiligheid: georganiseerde criminaliteit. Deze prioriteitstelling is gebaseerd op de veiligheidsanalyse uit Hoofdstuk 3 van dit IVP, aan de hand van de politiecijfers inzake criminaliteit en overlast, de resultaten van het Burgeronderzoek 2017 zoals gepubliceerd in de meest recente Parkstadmonitor (editie 2018), achtergrondinformatie verkregen van politie en wijkmanagement, de registraties in het Meldpunt Drugsoverlast. Daarnaast is de mate van overlast voor de burger en/of de ernst van de bedreiging voor de leefbaarheid zoals die door buurtbewoners wordt ervaren, als criterium gebruikt.
Bij het peilen hiervan levert Wijkontwikkeling een waardevolle bijdrage. Het aanwijzen als prioritair thema heeft tot gevolg dat in die gevallen waarin schaarse middelen alternatief aanwendbaar zijn en keuzes moeten worden gemaakt, de inzet voor de prioritaire doelen in beginsel voorrang krijgt boven niet geprioriteerde doelen. Het prioriteren van aanpak kan in de buurtgerichte Aanvalsplannen op wijk- en buurtniveau nader worden gedifferentieerd. Tussentijds kan de prioriteitsstelling worden gewijzigd door aanpassing van dit IVP. Hierover heeft dan vooraf afstemming plaats in de Lokale Driehoek. Naast het prioriteren van veiligheidsthema’s is het zinvol om de volgorde aan te geven waarin specifieke, buurtgerichte Aanvalsplannen worden opgesteld voor de verschillende buurten of buurtclusters. Ook deze prioriteitstelling is onder meer gebaseerd op voornoemde veiligheidsanalyse maar tevens op geluiden vanuit de buurt en signalen van professionals die aldaar werkzaam zijn. Hiertoe behoren de wijkmanagers en de wijkagenten. De volgorde die voor de actuele prioritering gekozen is, ziet er als volgt uit: buurt(cluster)
wijk
streefdatum vaststelling
uitvoering
1. 2. 3.
Oost Oost West
november 2018 februari 2019 april 2019
vanaf 01-2019 vanaf 03-2019 vanaf 05-2019
27
Bleijerheide/Nulland Rolduckerveld Heilust
Buurten als Eygelshoven-kom en Spekholzerheide verdienen in dit opzicht eveneens aandacht en kunnen als volgende in beeld komen voor een Aanvalsplan. Periodiek bepaalt de raad met welke buurt(clusters) deze reeks wordt voortgezet, op voorstel van het College en op basis van het actuele veiligheidsbeeld. Het buurtcluster Bleijerheide-Nulland is gekozen omdat met name Bleijerheide toch een kwetsbare buurt is met veel kamerverhuur- en brievenbuspanden, met OMG-problematiek (criminele motorclubs), met boven gemiddelde veel drugscriminaliteit en –overlast en woninginbraken. Daarnaast scoort Bleijerheide slecht in de veiligheidsbeleving van de inwoners, zowel wat betreft het algemeen veiligheidsgevoel alsook de omvang waarin jeugdoverlast wordt ervaren. De buurt Rolduckerveld is genomineerd vanwege de slechte score op het gebied van veiligheidsbeleving en leefbaarheid. Bedacht moet worden dat Rolduckerveld bestaat uit een inmiddels heringericht gedeelte met een hoogwaardig kwalitatief resultaat en twee delen waar de problematiek boven gemiddeld aanwezig is. Zo blijkt het algemeen veiligheidsgevoel verre van goed te zijn en wordt relatief veel woonoverlast ervaren. Vanuit het wijkmanagement wordt met klem aandacht gevraagd voor deze buurt.
De buurt Heilust kent op een aantal punten recentelijk weliswaar een onmiskenbare positieve ontwikkeling maar blijft niettemin de aandacht vragen vanwege bovengemiddeld veel jeugden woonoverlast. Ook wordt er relatief veel vandalisme ervaren door de buurtbewoners. Om de ingezette positieve ontwikkelingen te ondersteunen is het aan te bevelen om ook deze buurt in aanmerking te brengen voor een Aanvalsplan. Het opstellen en uitvoeren van Aanvalsplannen is een nieuwe ambitie. Het realiseren hiervan vraagt om additionele financiële middelen, structureel te reserveren in de meerjarenbegroting.
4.4 4.4 Concrete invulling van veiligheidsbeleid per thema Het opstellen van beleidsconcepten gebeurt per veiligheidsthema door de ambtelijk trekker, met instemming van de bestuurlijk portefeuillehouder. Tot deze beleidsconcepten behoren de doelstellingen en aard van de aanpak (concrete maatregelen en activiteiten), alsmede de financiering van de uitvoering. Vervolgens worden deze voorstellen per veiligheidsthema opgenomen in een format, dat wordt aangeleverd bij de beleidscoördinator integrale veiligheid. Deze bundelt de ontvangen formats, samen met de buurtgerichte Aanvalsplannen, tot het concept-Jaarprogramma Lokale Veiligheid. Hij heeft daarbij aandacht voor de onderlinge samenhang van de voorstellen, alsmede of deze voldoen aan de universele uitgangspunten. Het aldus opgestelde Jaarprogramma legt het hoofd van de afdeling OOV voor aan het Directieteam. Alle betrokken afdelingshoofden worden over dit concept gehoord. Na bespreking in het Directieteam legt de directeur van de sector Bestuursdienst het concept-Jaarprogramma ter vaststelling voor aan het College.
4.5 Gemeente brede aanpak Aanpak drugsgerelateerde criminaliteit en overlast Gekozen wordt om deze vormen van criminaliteit en overlast als prioritair veiligheidsthema verhoogde aandacht te blijven geven vanwege de impact die dit heeft op de veiligheid en leefbaarheid in de buurten. Ook is er vaak een link met jeugdoverlast en ligt drugscriminaliteit ten grondslag aan beïnvloeding en besmetting van kwetsbare personen in de buurten. 28
Voorgesteld wordt om de integrale aanpak, samen met politie en andere partners, zoals beschreven in paragraaf 3.2.2 voort te zetten. Aanpak woninginbraken Ofschoon de integrale aanpak van woninginbraken succesvol is gebleken en tot positieve resultaten heeft geleid, strekt het handhaven van deze aanpak zeer tot aanbeveling. Wellicht juist vanwege de bereikte resultaten. Daarom wordt ervoor gekozen om de huidige aanpak, zoals omschreven onder 3.2.1. voort te zetten. Aanpak jeugdoverlast Overlast van jongeren en jeugdgroepen blijkt in de veiligheidsbeleving van de inwoners een belangrijke plaats in te nemen, ook al valt deze overlast in vergelijking met de andere grote Parkstad-gemeenten relatief mee. Dat de huidige integrale en persoonsgerichte aanpak van overlast door jeugdgroepen succesvol is gebleken neemt niet weg dat deze overlast telkens weer opnieuw opduikt en dan vaak op andere locaties en in een gewijzigde groepssamenstelling. Een succesvolle aanpak heeft resultaten ten aanzien van bepaalde jeugdgroepen en personen maar kan niet voorkomen dat telkens weer nieuwe of wisselend samengestelde jeugdgroepen ontstaan die vroeger of later overlast gaan veroorzaken. Vaak is dat de “nieuwe” generatie” die het stokje overneemt.
Juist bij een verschijnsel als overlast van jeugdgroepen is het dan ook zaak om deze ontwikkeling nauwlettend te volgen en er kort op te zitten zodra dit nodig is, waarmee de handhaving van dit thema als prioriteit legitiem is. Cluster Handhaving De ambitie bestaat om ten aanzien van cluster Handhaving een voortgezette kwaliteitsslag te maken door het wijkgericht werken verder te ontwikkelen. Daarbij worden handhavers aan specifieke wijken gekoppeld om binding met de wijk en kennis van de problematiek te vergroten. Doelstelling van het wijkgericht inzetten van handhavers is om vraagstukken van leefbaarheid en overlast in de wijk structureel en verbindend samen met burgers en netwerkpartners op te pakken. Succesvol wijkgericht werken vraagt een adequaat competentieniveau van de handhavers, met name ook op het gebied van sociale kennis en vaardigheden. Daarnaast wordt gedacht aan de inzet van handhavers/toezichthouders gedurende alle dagen van de week, zonodig ook op zondag en wel in zo compleet mogelijke bezetting. Het realiseren van deze ambities vraagt echter extra capaciteit. Concreet betekent dit een uitbreiding van de formatie met 2 fte. Flexteam Het Flexteam Kerkrade bestaat sinds 2005 en wordt ingezet voor integraal toezicht en handhaving inzake kamerverhuur/(overlast-)woningen, horeca-exploitatie en coffeeshops. Ook wordt het ingezet voor controles op seksinrichtingen.
Aldus levert het Flexteam een bijdrage aan de locale veiligheid en leefbaarheid. Het Flexteam bestaat uit specialisten van de gemeentelijke afdelingen Openbare Orde en Veiligheid, Milieu en Bouwen, Sociale Recherche en Burgerplein. Verder maken de brandweer en de politie deel uit van het team. Afhankelijk van het soort flex-controle wordt het team verder uitgebreid met andere disciplines zoals Belastingdienst en Arbeidsinspectie, alsmede met een fraude-inspecteur van Enexis. De aansturing van het team ligt bij de afdeling OOV vanwege de gemeentelijke regiefunctie. De individuele teamleden werken vanuit hun vakspecialisatie. De teamleden hebben toezichthoudende c.q. opsporingsbevoegdheden, onder andere op het gebied van de APV, DHW, bouw-/woning- en milieuwetgeving, Wet op de Kansspelen, belastingwetgeving etc..
29
Evenementen en veiligheid Veiligheid en het voorkomen of beperken van overlast is een belangrijk onderdeel van het evenementenbeleid. Daartoe voorziet het huidige beleid in een maandelijks evenementenoverleg met de hulpdiensten en interne afdelingen, waarbij alle geplande evenementen vooraf worden besproken en evenementen die plaats hebben gevonden worden geëvalueerd. Van de hulpdiensten wordt advies gekregen met betrekking tot de risico’s bij geplande evenementen. Verder is geluidoverlast bij evenementen een belangrijk aandachtspunt. Onder meer door het stellen van geluidsvoorschriften bij vergunningen wordt gestreefd deze te beperken. Het huidige evenementenbeleid wordt momenteel tegen het licht gehouden en geëvalueerd. Dit is noodzakelijk gezien een aantal ontwikkelingen zoals de invoering van de Evenementen Assistent, het van kracht worden de AMvB Brandveiligheid en Basishulpverlening Overige Plaatsen, de nieuwe Regeling Verkeersregelaars, de Wet Natuurbescherming en de actualisering van de regionale Handreiking evenementen. Daarnaast worden de klachten over geluidsoverlast bij evenementen geanalyseerd en bezien of dit een aanpassing van het beleid wenselijk maakt, waaronder de eventuele bijstelling van de geluidsmodellen voor de terugkerende evenemententerreinen.
Ook wordt gedacht aan verbeterde handhaving, bijvoorbeeld door gebruik van vaste geluidsmeters bij grote evenementen die direct weergeven wanneer geluidsnormen worden overschreden. Tot de evenementen behoren ook de voetbalwedstrijden van Roda JC. In dit kader wordt gewezen op de supporterbegeleiding van harde kern-supporters en de persoonsgerichte aanpak van voetbalsupporters die over de schreef gaan, zulks op basis van afspraken in de Lokale Driehoek tussen Openbaar Ministerie en politie.
4.6 4.6 Enige bijzondere aspecten 4.6 4.6.1 Lokale Lokale aansturing van de politie Het regionaal Beleidsplan van de politie geeft de thema’s weer waar bij de inzet van de politie de focus op is gericht. Daarbij kan het gaan om landelijke alsook om lokale prioriteiten. In de praktijk blijken de lokale prioriteiten veel overlappingen en raakvlakken te hebben met de landelijke. Het Beleidsplan gaat er van uit dat geen sprake is van hiërarchie tussen de landelijke en de lokale prioriteiten. Het lokale gezag geeft aan wat in een concrete situatie moet gebeuren en kan daarbij een lokale prioriteit prefereren boven een landelijke. Bij het opstellen van het Beleidsplan van de politie, Eenheid Limburg, in het bijzonder bij de formulering van ambities en doelstellingen, wordt uitgegaan van de IVP’s van de gemeenten. en de daarin vastgelegde prioriteiten. Aansturing politie via de Lokale Driehoek Het Beleidsplan laat bewust ruimte voor lokale prioriteitstelling en het bepalen van de politieinzet die hier voor nodig is. In de wet die de vorming van de Nationale Politie regelt, wordt het gemeentelijk integraal veiligheidsplan met name genoemd en is bepaald dat de burgemeester en de officier van justitie met de plaatselijke politiechef concrete afspraken maken over de lokale inzet van de politie. Deze afspraken kunnen worden gemaakt in de Lokale Driehoek.
Dit waarborgt dat flexibel en adequaat kan worden ingespeeld op wijzigende situaties en omstandigheden die van plaats tot plaats kunnen verschillen. Expliciet geeft het Beleidsplan hieromtrent het volgende aan: “Om ervoor te zorgen dat de politie de goede dingen doet, is sturing door de lokale omgeving en omstandigheden van belang. Het bevoegd gezag speelt hierin een centrale rol. Op lokaal niveau zijn dat de burgemeester en de Officier van Justitie, die samen met de lokale chef in 30
het driehoeksoverleg vorm en sturing geven aan de keuzes ter zake het politiewerk. Op dat niveau wordt ook de verbinding gelegd tussen het werk van de politie en dat van andere instanties, bijvoorbeeld de gemeente, jeugdzorg, reclassering, etc. Door het lokale gezag wordt de politie aangesproken op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het politiewerk en worden prioriteiten gesteld als dat nodig is, waarbij uitgegaan wordt van de lokale omstandigheden. Die lokale omstandigheden zijn leidend voor de thema’s waarop de politie zich richt.” Samengevat heeft de burgemeester, in samenspraak met de raad, de ruimte om de lokale inzet van de politie mee aan te sturen, met het integraal veiligheidsbeleid en de daarin gestelde prioriteiten als uitgangspunt. Maar ook tussentijds en in aanvulling op het IVP kan op die lokale politie-inzet door het lokaal gezag worden gestuurd. Uiteraard is het resultaat hiervan mede afhankelijk van de omvang van de beschikbare capaciteit. Waar behoeften en inzet niet op elkaar kunnen aansluiten vanwege ontbrekende capaciteit wordt dit in de Driehoek vastgesteld.
4.6.2 Grensoverschrijdende samenwerking De specifiek geografische ligging van Kerkrade, pal aan de Duitse grens, is een aspect dat van invloed is op criminaliteit en overlast en de aanpak daarvan. Criminaliteit stopt immers niet bij de grens …. integendeel. Met name op het gebied van drugsgerelateerde criminaliteit en overlast is de grensligging van belang. Daarnaast heeft deze ligging ook effect op fenomenen als mobiel banditisme en inbraakcriminaliteit. Om een passend antwoord te kunnen geven op dit soort criminaliteit en overlast en de gevolgen hiervan voor de veiligheid en leefbaarheid, is grensoverschrijdende samenwerking met de Duitse instanties uitermate wenselijk. Op dit vlak zijn er al initiatieven ontwikkeld die nog kunnen worden uitgebreid, zoals het aan weerszijden van de grens gezamenlijk patrouilleren door de Nederlandse en Duitse politie. Gezamenlijke patrouilles van de gemeentelijke toezichthouders en het Duitse Ordnungsamt zouden een volgende stap kunnen en moeten zijn. Dit kan meerwaarde opleveren bij het houden van toezicht in het kader van preventie en dienstverlening aan burgers. Ook is het laagdrempelig en snel uitwisselen van informatie, zonder daarbij omslachtige procedures te moeten volgen, een punt van aandacht. Op dit vlak is de wens om heel pragmatisch afspraken te kunnen maken met de Duitse instanties.
Hiertoe is een eerste aanzet gegeven door op bestuurlijk niveau (burgemeester, chef politie-eenheid Kerkrade en de Polizeipräsident van de Städteregion Aken) hiertoe de bereidheid te verklaren. Dit zou ook wenselijk zijn met betrekking tot het tot stand brengen van het intensiveren van de samenwerking tussen de gemeentelijke handhaving en het Ordnungsamt. Het is zinvol om voor de grensoverschrijdende samenwerking capaciteit ter beschikking te stellen en in te zetten.
4.6. 4.6.3 6.3 De drie grote decentralisaties: decentralisaties: uitdagingen maar ook kansen De 3-D’s (Jeugdzorg, WMO en Werk) hebben raakvlakken met het veiligheidsbeleid van de gemeente, met name daar waar het de probleemherkenning betreft maar ook de probleemaanpak. De uitdaging bestaat er vooral uit om vanuit een zo integraal mogelijke gedachte zaken logisch met elkaar te verbinden en zodoende efficiënt om te gaan met de beperkte middelen en capaciteiten. Ook kan een integrale aanpak het ontstaan of verergeren van multiproblematiek helpen voorkomen. Een voorbeeld is een integrale benadering, zoals die reeds in praktijk wordt gebracht bij het aanpakken van complexe meervoudige problematiek rondom criminele en criminaliserende jeugd en veroorzakers van ernstige overlast. Een ander voorbeeld is het beleid omtrent de integrale aanpak van verward gedrag, dat inmiddels 31
is vastgelegd in een door de raad vastgestelde Bouwstenennotitie. Aan dit beleid heeft niet alleen de zorg voor de persoon met verward gedrag zelf ten grondslag gelegen maar ook de overlast- en veiligheidsproblematiek die verward gedrag voor diens omgeving en de samenleving kan betekenen. Het ontwikkelen van dit integrale beleid is een voorbeeld van de succesvolle afstemming tussen het sociale en gezondheidsdomein enerzijds het veiligheidsdomein anderzijds. Door de 3-D’s worden de lijnen korter en de sturing van partners (bijvoorbeeld in de Jeugdzorg) directer en effectiever. Dit bevordert het vinden van succesvolle, duurzame oplossingen voor de inwoners.
4.6. 4.6.4 6.4 Brandveiligheid Met het oog op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet is landelijk door o.a. Brandweer Nederland een visie ontwikkeld over de positie die Veiligheidsregio’s en brandweerorganisaties wensen te vervullen: “De Veiligheidsregio is dé partner die een gezonde en veilige fysieke leefomgeving mogelijk maakt”, zo luidt het motto. Vanuit haar expertise biedt Brandweer Zuid-Limburg vroegtijdig haar bijdrage aan bij het realiseren en bevorderen van een veilige fysieke leefomgeving. Hiertoe wordt zij betrokken bij de invulling van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Voorts is haar rol essentieel op het gebied van preventie en preparatie. Daarbij valt te denken aan aspecten als brandveiligheid van objecten en locaties, bereikbaarheid van locaties en objecten voor hulpdiensten, adequate bluswatervoorzieningen en zelfredzaamheid van burgers. Wat dit laatste betreft verdient de vergrijzing en de daarmee samenhangende groei van de seniorenpopulatie bijzondere aandacht. Gemeente en brandweer streven ernaar om samen passende antwoorden te geven op de uitdagingen als gevolg hiervan., waarbij met name zorgcomplexen een aandachtspunt zijn. Brandveiligheid is verder ook een specifieke zorg bij de aandacht voor illegale hennepkweek en de aanpak daarvan.
4.6 4.6.5 Burgerparticipatie Een belangrijk uitgangspunt bij het formuleren van het lokale veiligheidsbeleid is het stimuleren en vergroten van de betrokkenheid van bewoners bij het in beeld brengen van veiligheidsproblemen en het aandragen van oplossingen. Vaak ook kunnen burgers zelf deel uit maken van die oplossing door het participeren in preventieve acties. Gedacht kan daarbij worden aan het oprichten van en meedoen aan buurt-preventie-groepen of het nemen van voorzorgsmaatregelen tegen inbraken, overvallen of diefstallen met gebruik van babbeltrucs. Doel van het stimuleren van burgerparticipatie is niet om verantwoordelijkheden die bij de overheid thuis horen af te schuiven naar de burgers. Doel is om de burger serieus te nemen en deze een gerechtvaardigd gevoel te geven dat hij er toe doet, dat naar hem en zijn zorgen wordt geluisterd en dat hij invloed heeft op het bepalen van de doelstellingen en het kiezen van de aanpak. Daarnaast worden burgers ook uitgenodigd om hun verantwoordelijkheid te nemen, daar waar dit van hen mag worden gevraagd. Zo is het efficiënt en legitiem om burgers te stimuleren eerst zelf actie te ondernemen bij de aanpak van woonoverlast, bijvoorbeeld door het zoeken van de communicatie met de wederpartij of het meewerken aan Buurtbemiddeling, dan wel het in rechte opkomen tegen die overlast. 32
5.
Financiële paragraaf
Dit IVP biedt grondslag en kaders voor vaststelling en uitvoering van lokaal veiligheidsbeleid waar de gemeente bij is betrokken. Daarbij gaat het zowel om bestaand beleid, dat wordt voortgezet maar ook om nieuw beleid dat het bestaande uitbreidt of aanvult. Bij de ambitie om nieuw beleid vast te stellen en uit te voeren hoort het commitment om daarvan de financiële consequenties te aanvaarden. Bij het zoeken naar dekking voor de uitgaven als gevolg van de implementatie van nieuw beleid of aanvullend, bestaand beleid, is deze voor 2019 gevonden binnen bestaande budgetten. In april 2019 zal de raad in het kader van de Voorjaarsnota zonodig een voorstel worden gedaan voor de jaren 2020 en volgende.
33
6. Integraal veiligheidsbeleid veiligheidsbeleid als cyclisch proces Het tot stand brengen en continueren van het integraal veiligheidsbeleid is een cyclisch proces waarvan de stadia zijn:
1. 2. 3. 4. 5.
analyse. beleidsontwikkeling en vaststelling beleidsuitvoering evaluatie beleidsaanpassing, op basis van evaluatie en geactualiseerde analyses.
Met de vaststelling van dit IVP door de nieuw gekozen raad wordt het tot en met 2018 geldende en uitgevoerde veiligheidsbeleid geëvalueerd. Deze evaluatie maakt deel van de Veiligheidsanalyse in hoofdstuk 3 (paragraaf 3.2) en heeft betrekking op de sociale veiligheid in de wijken en buurten. Dit IVP en de uitvoering ervan wordt vervolgens geëvalueerd bij de vaststelling van het daarop volgende IVP, d.w.z. over vier jaren, na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Deze beleidscyclus wordt daarmee bepaald door de zittingsperiode van de raad. Daarnaast kan de beleidsimplementatie per veiligheidsthema of deel daarvan, dan wel per buurtgericht Aanvalsplan, tussentijds worden beoordeeld, bijvoorbeeld per jaar of een andere periode. Zo worden de Jaarprogramma’s themagewijs ingevuld aan de hand van periodiek opgestelde analyses en jaarlijks door het college geëvalueerd, waarna eventueel bijstelling volgt. Hier loopt de beleidscyclus synchroon aan de begrotingscyclus.
34
Bijlage 1 – Portefeuillehouders van de veiligheidsthema’s : PORTEFEUILLEHOUDERS VEILIGHEIDSTHEMA’S :
1. Veilige woon- en leefomgeving met als thema’s: a. b. c. d.
sociale veiligheid in de openbare ruimte woonoverlast drugsoverlast high impact crime en veel voorkomende criminaliteit (woninginbraken, voertuigcriminaliteit etc.) e. gevaar/overlast door verward gedrag f. huiselijk geweld g. besmetting/beïnvloeding van kwetsbare buurtbewoners.
burgemeester burgemeester burgemeester burgemeester burgemeester / weth. Jongen burgemeester burgemeester
2. Bedrijvigheid en veiligheid: a. b. c. d.
veilig ondernemen – detailhandel veilig ondernemen – bedrijventerreinen evenementen en veiligheid horeca en veiligheid
weth Schneider weth Schneider burgemeester burgemeester
3. Fysieke veiligheid: a. b. c. d. e.
verkeersveiligheid brandveiligheid en brandpreventie veiligheid van bouwconstructies externe veiligheid (gevaarlijke stoffen) crisisbeheersing (voorheen: rampenbestrijding)
weth Schneider burgemeester weth Weijers weth Schneider burgemeester
4. Jeugd en veiligheid a. jeugdoverlast b. veiligheid in en om de school c. criminele jeugd
weth Schlangen weth Schlangen burgemeester/weth. Schlangen
5. Integriteit en veiligheid a. b. c. d.
georganiseerde criminaliteit en ondermijning prostitutie integriteit binnen de gemeentelijke organisatie radicalisering
burgemeester burgemeester burgemeester burgemeester
WIJKWETHOUDERS : Wijk Noord Wijk Oost Wijk West 35
wethouder Schlangen wethouder Bejas wethouder Jongen
Bijlage 2 - Uitgangspunten en beginselen voor het formuleren van lokaal veiligheidsbeleid veiligheidsbeleid beleidsdoelstellingen worden zo concreet mogelijk vastgelegd en daarbij zoveel mogelijk geformuleerd aan de hand van realistische (haalbare) criteria; beleid is zoveel mogelijk informatie gestuurd, dit wil zeggen gebaseerd op veiligheidsanalyses van concrete cijfers, burgeronderzoeken en andere informatie; bij het opstellen van veiligheidsanalyses en buurtgerichte aanvalsplannen wordt onder meer gebruikt gemaakt van de Parkstadmonitor en eventuele specifieke Burgeronderzoeken, alsmede van registratiesystemen van de gemeente (IAWW-Meldpunt Overlast, het Meldpunt Drugsoverlast en de digitale wijkkaart), van de politie en van andere instanties (zoals het Veiligheidshuis en het sociale domein). schaarste aan middelen en capaciteiten kan leiden tot onvermijdelijke prioriteitstellingen bij de aanpak van problematiek. Het schadecriterium is dan leidend, in plaats van een min of meer toevallige klachten-beleving vanuit individuele burgers of een niet-representatieve groep. Dat wil zeggen dat bij de inzet van mens en middelen de focus gericht is op de geobjectiveerde en feitelijk vastgestelde maatschappelijke schade of de dreiging daarvan, die het gevolg is van het gebrek aan veiligheid op een bepaald thema.
toepassing van het schadecriterium is verenigbaar met het prioriteren van de aanpak van onveiligheid op die thema’s waar burgers de meeste overlast ervaren, mits het daarbij gaat om objectief vastgestelde onveiligheid en overlast; naast aandacht voor objectief vastgestelde onveiligheid, is tevens aandacht voor subjectieve gevoelens van onveiligheid bij de burger, ook (en juist) indien deze niet (volledig) stroken met objectief vastgestelde onveiligheid; het verbeteren van het veiligheidsgevoel is immers een belangrijke beleidsdoelstelling. lokale veiligheid is meestal geen zaak van de gemeente alleen, maar vaak een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij ook van externe partners een passende bijdrage mag worden verwacht. Vanuit deze verantwoordelijkheid leveren externe partners, door de gemeente gestimuleerd, hun bijdrage aan de lokale veiligheid. Aansprekende voorbeelden zijn de integrale samenwerking in het kader van de overlastaanpak via de IAWW-methodiek en de opgeschaalde samenwerking in het Veiligheidshuis bij het oplossen van meervoudige problematiek die ontwrichtend is. Bij de bepaling van beleidsdoelstellingen en het invullen van de Jaarprogramma’s wordt telkens aangegeven wat de bijdrage van de externe partners is. Waar nodig en nuttig wordt het commitment van externe partners vastgelegd in een convenant.
lokale veiligheid is vooral ook een zaak van de bewoners van de wijken en buurten; het betrekken van bewoners bij probleemanalyse en –aanpak in hun wijk of buurt zal het draagvlak en het succes van maatregelen positief beïnvloeden en het veiligheidsgevoel versterken. Ook kan het een gunstig effect hebben op de sociale cohesie en daardoor de leefbaarheid vergroten. Hierbij wordt de focus evenwel gelegd op (betere) voorlichting en communicatie richting de burgers en op burger-participatie bij het in beeld brengen en oplossen van problematiek de acties, activiteiten, projecten en maatregelen om de beleidsdoelstellingen te bereiken worden zo concreet en compleet mogelijk beschreven in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en de buurtgerichte Aanvalsplannen, met daarbij aangegeven welke personele en financiële middelen hiermee zijn gemoeid; met de politie worden afspraken gemaakt over: politie-inzet algemeen in stad en wijk; 36
prioriteiten bij de lokale politie-inzet; de handhaving van plaatselijke verordeningen door gemeente en politie; de samenwerking tussen politie en gemeentelijke handhaving. met het Openbaar Ministerie worden afspraken gemaakt over aanpak en prioriteiten bij de vervolging van strafbare feiten inzake wijk- en buurt gerelateerde criminaliteit c.q. overlast; indien onvoorziene omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt ruimte gezocht voor flexibiliteit, bijvoorbeeld bij het bepalen van inzet van politie, gemeentelijke handhaving, het Openbaar Ministerie; samenloop van beleidsuitwerking en -uitvoering met de gemeentelijke begrotingscycli, daar waar financiering door middel van gemeentelijke budgetten aan de orde is. In de praktijk betekent dit dat bestuurlijk Jaarprogramma’s met buurtgerichte Aanvalsplannen worden vastgesteld, waarin de beschikbaarheid van financiële middelen en de inzet van capaciteiten is vastgelegd met verankering in de begroting; de resultaten van beleidsimplementatie worden periodiek geëvalueerd aan de hand van de geformuleerde doelstellingen; het begrip “veiligheid” wordt benaderd vanuit de invalshoeken van alle daarbij betrokken partners (multidisciplinaire benadering), alsmede afstemming met eventueel flankerend beleid, ook en met name met dat van externe partners (zoals het Beleidsplan van de politie, Eenheid Limburg).
Dit impliceert dat deze partners in een overlegsfeer betrokken worden bij de probleemanalyse en de formulering van beleidsdoelstellingen. daar waar de inbreng van bewoners relevant is, wordt het realiseren hiervan gewaarborgd door tussenkomst van de wijkplatforms, bewonersplatforms of een andere geschikte manier; de betreffende vakafdeling neemt terzake het initiatief en is inhoudelijk verantwoordelijk, terwijl Wijkontwikkeling (wijkmanager) faciliteert c.q. organiseert. voor zover beleid gericht is op de leefbaarheid van wijken en buurten, worden de doel-stellingen en het geheel van maatregelen, acties, activiteiten en projecten om deze te bereiken, opgenomen in het desbetreffende buurtgerichte Aanvalsplan. In dit geval fungeert de afdeling Openbare Orde en Veiligheid als vakafdeling die terzake afstemming zoekt met Wijkontwikkeling (wijkmanager) en andere in- en externe partners.
37