CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

IVP 2019-20122 - concept def.pdf

Commissie Algemene Zaken en Middelen 1 februari 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Voortgang uitvoering Integraal Veiligheidsplan 2019-2022.15.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INTEGRAAL VEILIGHEIDSPLAN Augustus 2018

INTEGRAAL

GEMEENTE KERKRADE Afdeling openbare orde en veiligheid

VEILIGHEIDSPLAN Kadernota lokaal veiligheidsbeleid

2 0 1 9 tot en met 2 0 2 2

oktober 2018

Abstract Kadernota lokaal veiligheidsbeleid

Kadernota lokaal veiligheidsbeleid [E-mailadres]

INTEGRAALVEILIGHEIDSPLAN GEMEENTE KERKRADE 2 0 1 9 t/m 2 0 2 2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave Leeswijzer ............................................................................................................................. 3 1. Inleiding ............................................................................................................................. 4 1.1 De maatschappelijke veiligheidsbehoefte .................................................................... 4 1.2 De gemeente als regisseur lokale veiligheid ................................................................ 5 1.3 Het IVP: een meerjarig beleidsplan voor lokale veiligheid ............................................ 6 2. Het integraal veiligheidsbeleid in de periode 2019 t/m 2022 .............................................. 8 2.1 Het integrale karakter van het IVP ............................................................................... 8 2.2 Het meerjarig IVP als kadernota .................................................................................. 9 2.3 Bestuurlijke borging .....................................................................................................

9 2.4 Thematische veiligheid: de diverse veiligheidsvelden en -thema’s ..............................10 2.5 Veiligheid op buurtniveau: de Aanvalsplannen............................................................11 2.6 Uitvoering van het IVP ................................................................................................12 3. Actuele veiligheidsanalyse: “Hoe hangt de vlag er bij ?” ...................................................13 3.1 Veiligheid en veiligheidsbeleving gekwantificeerd .......................................................13 3.1.1 Ontwikkeling objectieve veiligheid periode 2015 tot en met 1e helft 2018 ...........13 3.1.2 Ontwikkeling veiligheidsbeleving: de Parkstadmonitor 2018 ...............................15 3.1.3 Conclusies ...........................................................................................................18 3.2 Huidig beleid en beleidsimplementatie: “Wat doen we al en met welk resultaat ? “ .....19 3.2.1 Aanpak woninginbraken .......................................................................................19 3.2.2 Aanpak drugspanden/drugsoverlast/hennepkwekerijen .......................................20 3.2.3 Aanpak woonoverlast met gebruik IAWW-methodiek ...........................................21 3.2.4 Aanpak brievenbuspanden

..................................................................................23 3.2.5 Aanpak jeugdoverlast ..........................................................................................23 3.2.6 Aanpak georganiseerde criminaliteit ....................................................................24 3.2.7 Veilig Ondernemen op Bedrijventerreinen............................................................25 3.2.8 Handhaving .........................................................................................................25 4. Strategische visie, ambities en doelstellingen.

..................................................................26 4.1 Integrale beleidsvisie en ambitie .................................................................................26 4.2 Formulering van beleidsdoelstellingen ........................................................................26 4.3 Prioriteiten ..................................................................................................................27 4.4 Concrete invulling van veiligheidsbeleid per thema .....................................................28 4.5 Gemeente brede aanpak ............................................................................................28 4.6 Enige bijzondere aspecten..........................................................................................30 4.6.1 Lokale aansturing van de politie ...........................................................................30 4.6.2 Grensoverschrijdende samenwerking ..................................................................31 4.6.3 De drie grote decentralisaties: uitdagingen maar ook kansen ..............................31 4.6.4 Brandveiligheid ....................................................................................................32 4.6.5 Burgerparticipatie .................................................................................................32 5.

Financiële paragraaf .....................................................................................................33 6. Integraal veiligheidsbeleid als cyclisch proces ..................................................................34 Bijlage 1 – Portefeuillehouders van de veiligheidsthema’s : ..................................................35 Bijlage 2 - Uitgangspunten en beginselen voor het formuleren van lokaal veiligheidsbeleid 36

2

Leeswijzer Hoofdstuk I (Inleiding) legt de basis voor het formuleren en uitvoeren van integraal veiligheidsbeleid en verklaart in dat verband begrippen en beginselen. In hoofdstuk 2 (Het integraal veiligheidsbeleid in de periode 2019 t/m 2022) komen de reikwijdte van het beleid en de bestuurlijke borging daarvan aan de orde. Ook wordt het zeer brede begrip integrale veiligheid in meer concrete en begrensde thema’s uitgelegd en toegelicht. Hoofdstuk 3 (Actuele veiligheidsanalyse: “Hoe hangt de vlag er bij ?”) bevat een analyse van de lokale veiligheidssituatie zoals deze zich ontwikkelde gedurende de periode van het huidige beleidsplan, met inbegrip van de actuele situatie. De focus ligt daarbij op de sociale veiligheid in de wijken en buurten en wel op die vormen van criminaliteit en overlast die de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van de buurtbewoners in het bijzonder raken:  woninginbraken,  drugsgerelateerde overlast;  woonoverlast (geluidsoverlast, last van buren, last van onaangepast woongedrag);  jeugdoverlast (hangjongeren, overlastgevende of criminele jeugdgroepen);  overlast door verward gedrag van personen  vandalisme. Tevens wordt in dit hoofdstuk beschreven wat thans reeds gebeurt om die veiligheid te bevorderen en met welk resultaat.

In hoofdstuk 4 (Strategische visie, ambities en doelstellingen) worden dan de ambities en doelstellingen van het in dit IVP voorgestelde beleid geformuleerd en de daarmee verbonden prioriteiten gekozen. Een belangwekkende noviteit is het opstellen en uitvoeren van buurtgerichte Aanvalsplannen. De hoofdstukken 3 en 4 zijn daarmee het hart van dit plan. Hoofdstuk 5 (Financiële paragraaf) brengt de financiële consequenties in beeld van de in het IVP voorgestelde beleidskeuzes en hoofdstuk 6 (Integraal veiligheidsbeleid als cyclisch proces) beschrijft de cyclus van besluitvorming, implementatie, analyse en evaluatie, en bijstelling van het nieuwe beleid.

3

1. Inleiding 1.1 De maatschappelijke veiligheidsbehoefte In de voorgaande gemeentelijke beleidsplannen werd vastgesteld dat veiligheid een wezenlijke maatschappelijke behoefte is en daarmee een fundamentele voorwaarde voor een goed functionerende samenleving. Het is een kernbehoefte van de burger. Door de bedreigingen van die veiligheid, zoals deze door samenleving en burgers worden ervaren, is het besef gegroeid dat veiligheid niet vanzelfsprekend is. Het is vooral de zorg voor de lokale veiligheid die de burgers het meest raakt. Het gaat daarbij om risico’s en gevaren die voor de burgers heel tastbaar zijn omdat deze hun directe leefomgeving bedreigen en zij er vaak mee geconfronteerd worden of kunnen worden. Risico’s en bedreigingen die een niet te onderschatten afbreuk doen aan de kwaliteit van wonen, werken en recreëren in een lokale gemeenschap. Lokale veiligheid is daarmee in hoge mate bepalend voor de leefbaarheid van een wijk, buurt of stad. Het voeren van een effectief beleid om die veiligheid te vergroten en zo de leefbaarheid te bevorderen verdient een prominente plaats op de bestuurlijke agenda. Het vastleggen van lokaal integraal veiligheidsbeleid in een gemeentelijk beleidsplan gebeurt al vanaf 2011. Inmiddels zijn twee opeenvolgende beleidsplannen door de raad vastgesteld. Het nu geldende beleidsplan loopt af op 31 december 2018.

Objectieve en subjectieve veiligheid. Bij veiligheid onderscheiden we objectieve en subjectieve veiligheid. Objectieve veiligheid geeft weer of, waar en in welke mate feitelijke vormen van criminaliteit en overlast worden vastgesteld en gemeten. Dit gebeurt aan de hand van indicatoren zoals de criminaliteitscijfers van de politie of de overlastcijfers van de gemeente. Subjectieve veiligheid daarentegen gaat vooral over het veiligheidsgevoel van de burgers, op basis van het beeld dat die burgers hebben bij criminaliteit en overlast. Subjectieve veiligheid wordt gemeten door enquêtes en burgeronderzoeken, bijvoorbeeld in het kader van de Parkstad-monitor. Verder kan subjectieve veiligheid ook nog gepeild worden door antennes te hebben in de buurten of de buurtbewoners op andere wijzen de gelegenheid te bieden om gehoord te worden. Vaker blijken objectieve en subjectieve veiligheid uiteen te lopen en is er behoefte om dit te verklaren. Hoe belangrijk aandacht voor en bevordering van objectieve veiligheid ook is, subjectieve veiligheid is evenzeer van invloed op de kwaliteit en leefbaarheid van de lokale samenleving. Het effect van de subjectieve veiligheid moet dan ook niet worden onderschat. Het is daarom goed om niet alleen te focussen op de geregistreerde criminaliteit en overlast, maar om daarnaast ook passende aandacht te hebben voor de veiligheidsbeleving van de burgers.

Bepalend voor de subjectieve veiligheid van de lokale gemeenschap is namelijk de zorg voor de leefbaarheid van een wijk of buurt. Die leefbaarheid wordt niet alleen bedreigd door criminaliteit en overlast maar kan ook worden aangetast door verloedering, verwaarlozing en vervuiling. Daarom is binnen het lokaal veiligheidsbeleid eveneens aandacht voor leefbaarheidskwesties als deze.

4

1.2 De gemeente als regisseur lokale veiligheid De zorg om veiligheid in de samenleving is een kerntaak van de overheid, waarbij de gemeente de regierol heeft als het gaat om lokale veiligheid. Dit neemt echter geenszins weg dat sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, ondernemers en diverse instellingen en organisaties. Tot deze laatste behoren in ieder geval de professionele veiligheidspartners politie, brandweer en Veiligheidsregio Zuid-Limburg.* In het verlengde van haar kerntaak en regierol maakt het bevorderen van de lokale veiligheid deel uit van het beleid dat het bestuur van de gemeente Kerkrade voert en ook in de komende jaren wil blijven voeren. De hoofdlijnen en uitgangspunten van het lokaal veiligheidsbeleid zijn neergelegd in dit meerjarig beleidsplan. Daarbij wordt het onderwerp lokale veiligheid integraal benaderd. * Veiligheidsregio: regionale samenwerking door diverse besturen en diensten bij de uitvoering van taken op het terrein van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening, en openbare orde en veiligheid.

Dat de regierol op het gebied van lokale veiligheid bij de gemeente thuis hoort, ligt voor de hand. Als lokale overheid wordt het gemeentebestuur bij uitstek in staat geacht om plaatselijk de juiste prioriteiten te stellen en de juiste setting te kiezen voor het vinden van effectieve oplossingen. Het lokaal niveau, dicht bij problematiek en burger, is bij uitstek geschikt om daarbij maatwerk te leveren, gedifferentieerd naar wijken en buurten en met oog voor een passende samenhang tussen lokale veiligheid en andere gemeentelijke beleidsterreinen. Kenmerkend voor de regierol van de gemeente is dat er met externe partners in veiligheid vaak geen sprake is van een directe hiërarchische sturingsrelatie. Zo is een van de belangrijkste partners, de politie, een nationale organisatie. Wel heeft de gemeente inspraak bij het opstellen en vaststellen van het periodieke Beleidsplan voor de regionale eenheden van de politie. Ook is de burgemeester belast met het handhaven van de openbare orde en bedient zich daarmee van de politie die voor dit doel onder zijn gezag staat. Deze gezagsverhouding is echter een formele bevoegdheid uit de gemeentewet en geen organisatorisch sturingsinstrument. Tegenover de centraliserende bewegingen die organisaties als politie en brandweer maken, staat de decentralisatie richting gemeenten van onder meer de jeugdhulp.

Dit gebeurt in het kader van de 3-D’s in het sociaal domein. Hiermee verbonden is de nieuwe taak en verantwoordelijkheid van de gemeenten om zorg te dragen voor het tot stand brengen van een sluitende aanpak van verward gedrag. Door de decentralisatie in het sociale domein krijgt de gemeente meer en directe invloed op ontwikkelingen die ook van belang zijn op de vormgeving en uitvoering van lokaal veiligheidsbeleid. De uitdaging bestaat erin om de kansen en mogelijkheden die deze decentralisatie biedt, zo effectief mogelijk te benutten. Ten aanzien van een aantal externe partners blijft de gemeente aangewezen op sturingsmechanismen die variëren van subsidierelaties tot convenanten met welzijnsinstellingen, woningcorporaties of lokale ondernemers. Daarbij bestaat de gemeentelijke regie vaak uit horizontale coördinatie en aansturing, waarbij het neerkomt op overtuigingskracht en het uitdragen van een natuurlijke gezagsrol. Dit laatste is bij uitstek het geval daar waar inwoners uitgenodigd zijn om mee gestalte te geven aan het vormgeven en uitvoeren van lokaal veiligheidsbeleid. Het steeds meer betrekken van inwoners bij het veiliger maken van 5

hun wijk of buurt sluit goed aan op het uitgangspunt van burgerparticipatie en krijgt binnen dit lokaal veiligheidsbeleid een prominente plek. De gemeente moet haar rol van regisseur lokale veiligheid dus ontplooien met sturingsinstrumenten die zeer uiteenlopend van aard zijn. Soms is daarbij sprake van een wettelijke grondslag of een directe invloed. Vaak is slechts sprake van indirecte invloed of ontbreekt deze geheel en komt het aan op overtuiging en stimulering.

1.3 Het IVP: een een meerjarig beleidsplan voor lokale veiligheid Dit is inmiddels het derde gemeentelijk beleidsplan integrale veiligheid. In navolging van de door de VNG en steeds meer gemeenten gebruikte terminologie, draagt dit beleidsplan de naam Integraal Veiligheidsplan (afgekort: IVP). Het IVP is een kadernotitie waarin de grondslag wordt gelegd voor het gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Ten opzichte van de vorige beleidsplannen is dit IVP ingrijpend vernieuwd en doorontwikkeld. Het accent in dit IVP ligt vooral op de veiligheidsanalyse met betrekking tot de sociale veiligheid, op een beschrijving van de aanpak van problematiek om de veiligheid en leefbaarheid te succesvol bevorderen, alsmede op het formuleren van ambities en het stellen van prioriteiten (bevestiging van bestaande en het kiezen van nieuwe) met het daarbij behorende financiële commitment. Om te beginnen beoogt dit IVP te voorzien in de behoefte aan een overzicht wat op het gebied van lokale veiligheidsbevordering in Kerkrade reeds gebeurt en met welke doelstellingen en resultaten. Daarbij wordt de veiligheidssituatie geanalyseerd en eventuele problematiek bloot gelegd. In dit verband wordt aangegeven hoe het gemeentebestuur bevoegdheden, relaties en processen structureel benut om de gestelde doelen te bereiken, met inbegrip van de inzet van gemeentelijke middelen en capaciteiten.

Voorts benoemt de gemeenteraad in dit IVP de concrete doelen en prioriteiten met betrekking tot het lokale veiligheidsbeleid zoals dit in de komende vier jaar gevoerd wordt. Ook worden de hoofdlijnen en uitgangspunten van dit beleid en de beleidsimplementatie er in vastgelegd. Bij het opstellen van het IVP is uitgegaan van een integrale benadering. Door zo’n integrale benadering is voorzien in de behoefte aan onderlinge afstemming en samenhang tussen de afzonderlijke lokale veiligheidsthema’s en tussen de verschillende gemeentelijke vakafdelingen en externe partners. Integraliteit beoogt te voorkomen dat het lokale veiligheidsbeleid versnipperd raakt over de diverse deelterreinen en dat de inspanningen die door de verschillende afdelingen en partners worden geleverd, niet of onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Versnippering, ontbrekende afstemming en onvoldoende samenhang leiden onvermijdelijk tot een verminderde effectiviteit en doelmatigheid van het beleid. Een integrale benadering daarentegen verschaft overzicht en structuur, met name ook in de budgettering voor de verschillende veiligheidsthema’s en de hiermee samenhangende onderlinge afstemming en ranking van maatregelen. Dit laatste op basis van door de raad te benoemen prioriteiten.

Voorts is het de bedoeling dat het lokaal veiligheidsbeleid tegemoet komt aan de specifieke behoeften van de wijken en buurten, die onderling kunnen verschillen. Nieuw is de kruisverbinding van de afzonderlijke, gemeentebrede veiligheidsthema’s met de behoeften en problematiek op buurtniveau. Deze kruisverbinding wordt tot stand gebracht in de buurtgerichte Aanvalsplannen.

6

De methodiek Kernbeleid Veiligheid van de VNG is wederom een waardevolle inspiratiebron geweest bij het opstellen en vormgeven van dit IVP. Van de geactualiseerde Handreiking voor gemeenten uit 2017 is in dit verband dankbaar gebruik gemaakt.

7

2. Het integraal veiligheidsbeleid in de periode 2019 2019 t/m 202 2022 2.1 Het integrale karakter van het IVP De naam van dit beleidsplan duidt het al aan: het IVP benadert het onderwerp “lokale veiligheid” integraal. Dit impliceert dat het begrip veiligheid in al zijn facetten aan de orde komt en de veiligheidsproblematiek multidisciplinair wordt benaderd, dat wil zeggen vanuit de invalshoek van alle relevante partners èn van de burgers/inwoners. Het begrip “integraal” brengt in dit verband met zich mee dat: • alle lokale veiligheidsthema’s aan bod komen; • bij het formuleren van beleid en bij de uitvoering daarvan de relevante partners van de gemeente worden betrokken; • ten aanzien van die afzonderlijke veiligheidsthema’s universele uitgangspunten, beginselen en procedures worden geformuleerd en gehanteerd voor de ontwikkeling en implementatie van gemeentelijk beleid; • de separate beleidsvoornemens met betrekking tot de afzonderlijke veiligheidsthema’s in een goede onderlinge samenhang worden gebracht; waar mogelijk moeten de beleidsmaatregelen van de verschillende veiligheidsthema’s elkaar ondersteunen en elkaar zeker niet tegen werken; • de voor veiligheid beschikbare middelen op basis van een onderbouwde prioriteitstelling ten goede komen aan de verschillende veiligheidsthema’s, met oog voor de onderlinge samenhang; • lokaal veiligheidsbeleid goed aansluit op

flankerend beleid zoals, jeugdbeleid, horeca-beleid, prostitutiebeleid, aanpak verward gedrag, aanpak radicalisering etc. • aanpak van veiligheidsproblematiek bij voorkeur bestaat uit een samenhangende en effectieve mix van repressie, preventie en preparatie; • een actueel beeld wordt geboden van wat er op het gebied van lokale veiligheidsbeleid gebeurt; • een strategische doelstelling wordt geformuleerd: de integrale veiligheidsvisie; • één gemeentelijke afdeling belast wordt met de beleidscoördinatie en daarmee zorg draagt voor: - de bewaking van het integrale karakter van het lokale veiligheidsbeleid, - de gewenste samenhang tussen de beleidsvoornemens ten aanzien van de afzonderlijke veiligheidsthema’s en - de procesbewaking rondom tijdige vaststelling, evaluatie en bijstelling van beleidsvoornemens - de uitwerking en uitvoering van het veiligheidsbeleid in de Jaarprogramma’s en buurtgerichte Aanvalsplannen. Hantering van het begrip “integrale veiligheid” bergt het risico in zich dat de benadering te breed wordt, dat een onbeperkte diversiteit aan onderwerpen gerelateerd wordt aan dit begrip. Bij de selectie en de definiëring van veiligheidsthema’s heeft dit risico passende aandacht gekregen, waarmee gestreefd is te voorkomen dat “integrale veiligheid” tot een onhanteerbaar containerbegrip verwordt.

Zo is bijvoorbeeld het begrip “leefbaarheid in de wijk” weliswaar als veiligheidsverwant thema aangemerkt, maar niet als afzonderlijk veiligheidsthema opgenomen. Het thema leefbaarheid komt evenwel als integrerend facet terug in tal van veiligheidsthema’s, zoals bijvoorbeeld bij “veiligheid in de openbare ruimte”, “drugsoverlast”, “woonoverlast”, “verkeersveiligheid” etc. 8

De handhaving van toegepast veiligheidsbeleid wordt vanuit een integrale benadering niet gezien als flankerend beleid, maar als deel van het betreffende beleidsonderdeel.

2.2 2.2 Het meerjarig meerjarig IVP als kadernota Dit IVP geeft het kader voor de ontwikkeling, uitwerking en uitvoering ten aanzien van elk afzonderlijk veiligheidsthema. Met de thematische beleidsontwikkeling blijft de gemeentelijke afdeling belast, die ambtelijk trekker is van het betreffende veiligheidsthema. Voor de inhoudelijke invulling van het thematisch beleid wordt in beginsel alle ruimte gelaten, mits gewaarborgd is dat daarbij wordt voldaan aan de universele beginselen, uitgangspunten en procedures die in het kader van de integraliteit zijn vastgelegd. Afwijking hiervan kan aan de orde zijn als uitzondering op de regel, indien daarvoor een legitieme reden is. Het IVP wordt telkens vastgesteld voor een periode van vier jaar, afgestemd op de zittingsperiode van de raad. De looptijd van het thans vast te stellen plan is van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2022.

2.3 2.3 Bestuurlijke borging De raad is verantwoordelijk voor het integraal veiligheidsbeleid op hoofdlijnen. Daartoe stelt de raad het IVP als meerjarig beleidsplan vast en daarmee de kaders van het lokaal veiligheidsbeleid. In het verlengde daarvan is de implementatie van het integrale veiligheidsbeleid een verantwoordelijkheid van het college als geheel. Dit geldt eveneens voor de afzonderlijke veiligheidsthema’s. Bestuurlijk portefeuillehouder integrale veiligheid is de burgemeester. Bestuurlijk portefeuillehouder voor een of meer afzonderlijke veiligheidsthema’s kunnen zowel de burgemeester alsook een of meer wethouders zijn. Bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen en invullen van Aanvalsplannen op buurtniveau draagt naast de burgemeester tevens de desbetreffende wijkwethouder. Daarenboven is integrale veiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het college. Het college stelt de Jaarprogramma’s Lokale Veiligheid vast. Dit is de concrete vertaling van het IVP naar de praktijk, per veiligheidsthema en buurtgericht Aanvalsplan. Tot slot beoordeelt het college door evaluatie van de uitgevoerde Jaarprogramma’s periodiek de bereikte resultaten op het gebied van lokale veiligheid en het rendement van de daarvoor ingezette middelen. De raad wordt over het resultaat hiervan geïnformeerd.

De raad kan zo uitvoering geven aan zijn controlerende taak en beoordelen of het college binnen de kaders van het vastgestelde beleid heeft gehandeld en de geformuleerde doelstellingen heeft bereikt.

9

2.4 2.4 Thematische veiligheid: de diverse veiligheidsvelden en -thema’s Het fenomeen “lokale veiligheid” bestaat uit een reeks afzonderlijke veiligheidsthema’s. In onderstaand overzicht worden de meer met elkaar samenhangende veiligheidsthema’s geclusterd tot vijf veiligheidsvelden: 1.

Veilige woon- en leefomgeving met als thema’s: a. sociale veiligheid in de openbare ruimte – algemeen, waaronder:  verloedering door hondenpoep op straat, leegstand en/of verwaarlozing panden, brievenbuspanden, graffiti, wildplakken, sporen van vandalisme, etc.  infrastructurele gebreken zoals slechte openbare verlichting, slijtage aan inrichtingselementen, obscure plekken in de wijk;  geweldpleging; b. woonoverlast; c. drugsoverlast; d. high impact crime en veel voorkomende criminaliteit:  overvallen  straatroven  woninginbraken  voertuigcriminaliteit; e. gevaar of overlast door verward gedrag; f. recidive van ex-gedetineerden; g. huiselijk geweld; h. besmetting / beïnvloeding van kwetsbare buurtbewoners.

2.

Bedrijvigheid en veiligheid met als thema’s: a. veilig ondernemen – detailhandel; b. veilig ondernemen – bedrijventerreinen; c. evenementen en veiligheid; d. horeca en veiligheid; e. veiligheid en toerisme.

3.

Fysieke veiligheid met als thema’s: a. verkeersveiligheid; b. brandveiligheid en brandpreventie; c. veiligheid van bouwconstructies; d. externe veiligheid (gevaarlijke stoffen); e. crisisbeheersing (voorheen: rampenbestrijding).

4.

Jeugd en veiligheid met als thema’s: a. jeugdoverlast; b. veiligheid in en om de school; c. criminele jeugd.

5.

Integriteit en veiligheid met als thema’s: a. georganiseerde criminaliteit en ondermijning; b. prostitutie en mensenhandel; c. veilige publieke taak (waaronder integriteit binnen de gemeentelijke organisatie); d. radicalisering.

Deze geclusterde opsomming van veiligheidsthema’s is grotendeels ontleend aan het Kernbeleid Veiligheid van de VNG en geeft de reikwijdte aan van het huidig lokale

10

veiligheidsbeleid. Elk veiligheidsthema kent een ambtelijk trekker. Dat is degene die binnen de gemeentelijke organisatie belast is met de feitelijke beleidsontwikkeling. Het is denkbaar dat bij de uitvoering van het Beleidsplan uit pragmatische overwegingen een andere clustering wordt gehanteerd. Deze alternatieve clustering zou georiënteerd kunnen worden op de persoon van de bestuurlijk portefeuillehouder, met als uitgangspunt dat elk cluster één bestuurlijk portefeuillehouder kent, alsmede een coördinerend ambtelijk trekker. Een aantal veiligheidsthema’s wordt deels ingevuld in het kader van de Aanvalsplannen. Het gaat daarbij om concrete activiteiten en projecten op wijkniveau. Zie hierna verder onder paragraaf 2.5.

2.5 2.5 Veiligheid op buurtniveau: de Aanvalsplannen Naast een thematische probleembenadering en beleidsbepaling is ook sprake van een territoriale. Reeds eerder werden de Aanvalsplannen genoemd die per buurt of buurtcluster worden opgesteld. Naast uitvoering (concrete actie, maatregelen, projecten en speerpunten) komt hier ook het bepalen van de onderliggende doelstellingen aan de orde, buurtgericht en op maat geformuleerd aan de hand van de specifieke problematiek. Voor het opstellen van deze Aanvalsplannen gelden eveneens de boven genoemde algemene beleidsuitgangspunten. Het buurtgerichte Aanvalsplan is een nieuw te introduceren instrument binnen het lokale veiligheidsbeleid. Aanvalsplannen zijn een verfijning van dit beleid op buurtniveau. Ze worden opgesteld om de specifieke veiligheidsproblematiek die in een bepaalde buurt speelt op maat aan te pakken. Daartoe worden in zo’n plan die veiligheidsproblemen in de buurt in beeld gebracht c.q. geactualiseerd en worden op basis van deze analyse de te bereiken doelen geformuleerd. Zoveel mogelijk worden ook deze doelen concreet geformuleerd, waarbij wordt aangegeven hoe en wanneer in het kader van een evaluatie gemeten wordt in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt. Tevens wordt aangegeven hoe deze doelen te bereiken zijn door de concrete maatregelen op te sommen, bestaande uit specifieke acties, activiteiten en projecten.

Waar nodig en mogelijk is deze aanpak integraal door een multidisciplinaire samenwerking die waar nodig of wenselijk ketenoverstijgend is. Bij het opstellen van een Aanvalsplan worden behalve professionals nadrukkelijk ook de bewoners betrokken. Op welke wijze(n) dit gebeurt, hangt vooral ook af van de betreffende buurt(en). Wijkplatforms en Bewonersplatforms kunnen hier een rol spelen maar mogelijk ook huurdersbelangenverenigingen of burgers die samenwerken in een Buurtpreventieteam of Buurt Whatsapp-groep. Ook kunnen de resultaten worden geraadpleegd van burgeronderzoeken die periodiek worden gehouden in het kader van de Parkstad-monitor. In het Aanvalsplan wordt aangegeven en toegelicht op welke wijze de inbreng van de buurtbewoners heeft plaats gehad. Dan wordt in het plan bepaald welke middelen de gemeente en anderen ter beschikking stellen om deze maatregelen uit te voeren, waarbij zonodig wordt aangegeven op basis van welke budgetten de financiering gebeurt. Tot slot geeft het plan aan hoe de resultaten worden geëvalueerd en met welke frequentie. Een Aanvalsplan wordt vastgesteld door het college. Anders dan het IVP kan het een kortere looptijd hebben dan vier jaar, bijvoorbeeld 1 á 2 jaar. Na afloop van de looptijd wordt het geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Dit laatste kan ook tussentijds gebeuren, zoals in geval van onvoorziene omstandigheden.

11

2.6 Uitvoering van het IVP Op basis van het IVP wordt jaarlijks door het college een uitvoeringsprogramma (genoemd Jaarprogramma) vastgesteld. Tijdstip van vaststelling is zoveel mogelijk afgestemd op de begrotingscyclus. De uitgaven voor de diverse veiligheidsdoeleinden worden opgenomen in deze Jaarprogramma’s. Op deze wijze wordt de behoefte aan continuïteit en visie op de langere termijn gecombineerd met de flexibiliteit van aanpassing aan wijzigende omstandigheden die zich tussentijds voordoen, waaronder met name ook de (wisselende) beschikbaarheid van financiële middelen. Het Jaarprogramma wordt verankerd in de begroting, waarmee is gewaarborgd dat de raad ook in financieel/budgettair opzicht betrokken is en blijft bij het integraal veiligheidsbeleid. Naast de beleidsimplementatie die door acties, activiteiten en projecten gemeentebreed plaats heeft, maken ook de Aanvalsplannen deel uit van de Jaarprogramma’s. Zie verder onder 2.5 (Veiligheid op buurtniveau: de Aanvalsplannen).

BASIS → INTEGRAAL VEILIGHEIDSPLAN (IVP) hoofdlijnen – uitgangspunten – veiligheidsanalyse – prioriteiten Nadere uitwerking en uitvoering IVP in:

per veiligheidsthema of onderdeel daarvan:  afzonderlijke beleidsnotities  projecten, convenanten, trajecten en processen, zoals: IAWW, KVO-B, Damoclesbeleid, Top X-aanpak, Buurtbemiddeling etc. kenmerken:  niet beperkt tot een bepaalde buurt  in beginsel bestemd voor gemeentebrede toepassing

specifiek buurtgericht: Aanvalsplannen kenmerken:  samenhangend geheel van acties en activiteiten  maatwerk afgestemd op behoeften buurt of buurtcluster van de buurt  kruisverbinding gemeentebrede aanpak met de behoeften op buurtniveau

JAARPROGRAMMA jaarlijks overzicht van alle uitvoeringsactiviteiten, zowel specifiek buurtgericht (opgenomen in Aanvalsplannen) alsook gemeentebreed toegepast, met financiële consequenties

12

3. Actuele veiligheidsanalyse: “Hoe hangt de vlag er bij ?” ?” Deze analyse heeft betrekking op de sociale veiligheid in de wijken en buurten en daarmee op de vormen van overlast en criminaliteit die in het bijzonder bepalend zijn voor de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van de inwoners. Voor een analyse van andere vormen van veiligheid, wordt verwezen naar de desbetreffende beleidsnota’s en notities. Alvorens prioriteiten en beleidsdoelstellingen met betrekking tot de sociale veiligheid te benoemen, is het zinvol in beeld te hebben wat de huidige problematiek is op het gebied van lokale veiligheid en leefbaarheid en wat er nu reeds gebeurt om problematiek aan te pakken, door wie en met welk resultaat. Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot veiligheid en leefbaarheid, zowel gemeentebreed alsook gespecificeerd naar buurt(cluster) ? Daarbij is zowel aandacht voor de objectieve veiligheid, zoals deze blijkt uit de registraties van politie en gemeente, alsook voor de subjectieve veiligheid, zoals deze wordt beleefd door de burgers en gemeten wordt aan de hand van burgeronderzoek en – enquêtes.

3.1 3.1 Veiligheid en veiligheidsbeleving gekwantificeerd gekwantificeerd Van belang is te weten hoe de lokale veiligheidssituatie en de veiligheidsbeleving zich concreet ontwikkelt, door deze zo goed mogelijk te kwantificeren. Als grondslag hiervoor dienden: - periodieke cijfers van de politie inzake geregistreerde criminaliteit en overlast; - actuele informatie van de politie, Basisteam Kerkrade, waarmee de cijfers worden verklaard, geduid en toegelicht; - de tweejaarlijkse Parkstad-monitor met het in dat kader gehouden Burgeronderzoek; - overige informatie over veiligheidsbeleving van burgers in wijken en buurten; deze kan onder meer verkregen worden uit wijkschouwen, van wijkmanagers, tijdens informatiebijeenkomsten met inwoners of uit andere contacten van burgers met de gemeente. Het veiligheidsgevoel van buurtbewoners wordt met name beïnvloed door de volgende vormen van criminaliteit en overlast:  high impact crime, in het bijzonder: woninginbraken, overvallen en straatroven;  drugsgerelateerde overlast;  woonoverlast (geluidsoverlast, last van buren, last van onaangepast woongedrag);  jeugdoverlast (hangjongeren, overlastgevende of criminele jeugdgroepen);  overlast door verward gedrag van personen;  vandalisme. Daarnaast is de fysieke inrichting van de buurt en het onderhoud hiervan bepalend voor de subjectieve veiligheid van de inwoners.

3.1.1 Ontwikkeling objectieve veiligheid periode 2015 tot en met 1e helft 2018 Aan de hand van de door de politie geregistreerde aangiften c.q. incidenten worden over de periode vanaf 2015 ten aanzien van de hiervoor genoemde criminaliteits- en overlastcategorieën een aantal ontwikkelingen gesignaleerd die bij uitstek bepalend zijn voor de objectieve veiligheid in de buurten. Hieronder worden deze ontwikkelingen per veiligheidsthema in beeld gebracht. Daarbij zijn de hieraan ten grondslag liggende cijfers voorzien van een relativerende of verklarende toelichting vanuit de politie, voor zover deze zo’n toelichting

13

behoeven. Dit is van belang om ontwikkelingen en tendensen op de juiste manier te kunnen duiden (“verhaal achter de cijfers”). Woninginbraken Uit de politiecijfers blijkt dat er in 2017 in Kerkrade een tijdelijke toename is geregistreerd van woninginbraken. Binnen de context van het IVP worden hiertoe ook gerekend de inbraken in garages, schuurtjes en kelderboxen. De tijdelijke toename werd voornamelijk veroorzaakt door een hausse aan inbraken in kelderboxen van een aantal flatwoningcomplexen. Na extrapolatie van de cijfers van het 1e half jaar 2018 naar het hele jaar, is over 2018 een aanzienlijke daling van het aantal woninginbraken te verwachten. Ten gevolge van hiervan daalt het totaal over dat jaar tot het op één na laagste niveau sinds 2013. Deze daling wordt is vooral het gevolg van de forse afname van het aandeel inbraken in kelderboxen in het totaal van de woninginbraken. Vastgesteld kan worden dat de inbraakcriminaliteit met betrekking tot woningen in de laatste vijf jaar in Kerkrade over het algemeen is gedaald. Dit geldt echter niet voor alle buurten. In Bleijerheide was de geregistreerde inbraakcriminaliteit in 2017 ver boven het gemeentelijk gemiddelde en juist op het hoogste niveau van de afgelopen vijf jaar. In vergelijking tot de overige drie grotere Parkstad-gemeenten is de geregistreerde inbraakcriminaliteit relatief hoog.

Uit de politiecijfers over 2017 kan worden opgemaakt dat Kerkrade met meer dan 15 inbraken per 1.000 woningen hier een negatief lijstje aanvoert. Zo telt, Brunssum ruim 13, Heerlen ruim 12 en Landgraaf slechts 8 inbraken per 1.000 woningen. Straatroven en overvallen Het aantal straatroven en overvallen is spectaculair gedaald. Waren dit er in 2013 nog 16, respectievelijk 13 in de gemeente Kerkrade, in 2017 bedroegen deze aantallen nog slechts 4, respectievelijk 1. In de 1e helft van 2018 heeft er zelfs nog geen enkele straatroof of overval plaats gevonden. Het betreft hier een landelijke trend. Een mogelijke verklaring hiervoor is het actieprogramma van de Task Force Overvallen dat door politie en O.M. is uitgevoerd. Voorts hebben ondernemers en bewoners geïnvesteerd in preventie. Door dit alles is de pakkans en de succesvolle opsporing van overvallers wezenlijk toegenomen, waardoor velen van hen gedetineerd zijn en anderen niet kiezen voor het plegen van een overval. Drugsoverlast Het aantal door de politie geregistreerde meldingen inzake drugsoverlast laat sinds 2015 een dalende lijn zien die zich ook in het 1e halfjaar van 2018 heeft voortgezet. Sinds 2015 is de geregistreerde overlast met liefst 45 % afgenomen.

Overigens is de relatieve drugs/drankoverlast in Kerkrade (geregistreerde incidenten per 1.000 inwoners) ook dan nog steeds aanzienlijk omvangrijker dan in Brunssum en Landgraaf. In Parkstad is alleen in Heerlen de relatieve overlast nog beduidend groter. In twee buurten is de geregistreerde drugs-/drankoverlast fors meer dan het Kerkraadse gemiddelde: Eygelshoven-Kom en Bleijerheide. Verder is deze overlast ook in Spekholzerheide en Kerkrade-Centrum beduidend boven het gemiddelde. Als verklaring hiervoor denkt de politie, met name bij Bleijerheide en Eygelshoven, aan de specifieke geografische ligging van deze buurten ten opzichte van de grens. Ook het relatief grote aantal kamerverhuurpanden in Bleijerheide kan een rol spelen. De bewoners van deze panden hebben boven gemiddeld vaak banden in de drugsscene. Vanuit de omgeving van deze panden krijgt de politie betrekkelijk veel meldingen, die te maken hebben met drank- en drugsoverlast. Vanuit de politie wordt tenslotte nog gevraagd om een relativering van de cijfers: juist het besteden van meer aandacht aan deze vorm van criminaliteit (speerpunt) zal ook leiden tot de 14

registratie van meer strafbare feiten, waardoor juist als gevolg van de succesvolle aanpak een toename van criminaliteit lijkt te zijn die er in werkelijkheid niet is. Woonoverlast Het aantal door de politie geregistreerde meldingen/incidenten die betrekking hebben op woonoverlast zijn sinds 2013 afgenomen. Van circa 30 per 1.000 inwoners in 2013 tot ruim 25 in 2017. Deze trend heeft zich voortgezet in de 1e helft van 2018. Volgens recente politiecijfers is de woonoverlast verder gedaald naar ca. 24 meldingen per 1.000 inwoners op jaarbasis. Een verklaring voor deze ontwikkeling is wellicht de integrale aanpak van deze problematiek met toepassing van de IAWW-methodiek. Daarover meer in paragraaf 3.2.3. Ten opzichte van de drie andere grote Parkstad-gemeenten is de omvang van de geregistreerde woonoverlast in Kerkrade niet ongunstig. Per 1.000 inwoners kennen Heerlen en Brunssum aanzienlijk meer geregistreerde meldingen en Landgraaf bijna evenveel. In de buurten Eygelshoven-kom, Kaalheide en Heilust komt woonoverlast momenteel het meest voor en wel aanzienlijk meer dan gemiddeld. Jeugdoverlast De omvang van de door de politie geregistreerde jeugdoverlast fluctueert continue sinds 2013. Tot en met de 1e helft van 2018 neemt deze overlast afwisselend toe en af.

Een aantal buurten vallen op omdat deze vorm van overlast er gedurende de afgelopen jaren fors meer bedroeg dan het gemeentelijk gemiddelde. In volgorde van het aantal meldingen zijn dit Heilust, Eygelshoven-Kom, Centrum en Kaalheide. Relatief valt de geregistreerde jeugdoverlast in Kerkrade evenwel mee, vergeleken met de drie andere grote Parkstad-gemeenten. Zo werden er in 2017 in Brunssum per duizend inwoners ruim 8 meldingen/incidenten geregistreerd en in Heerlen ca 7. In Landgraaf en in Kerkrade bedroeg dit aantal slechts 3,5. Vandalisme De omvang van de door de politie geregistreerde vernieling en zaakbeschadiging is sinds 2013 voortdurend afgenomen. Deze trend zet zich ook in het 1e half jaar van 2018 voort waardoor deze vorm van criminaliteit over de afgelopen zes jaar met ruim 34 % is afgenomen. De buurten waar vandalisme het meest voorkomt zijn: Spekholzerheide, Kaalheide en Eygelshoven-Kom en wel aanzienlijk meer dan gemiddeld in Kerkrade. In Parkstad-perspectief geplaatst is het aantal meldingen per 1.000 inwoners in Heerlen en Brunssum groter dan in Kerkrade. In Landgraaf daarentegen is dit aantal minder. Verward gedrag Op basis van de meldingen die de politie in haar systemen registreert als “overlast door verward/overspannen persoon” is de omvang van deze overlast in 2017 ten opzichte van het jaar ervoor enigszins afgenomen.

Deze afname zet zich voort in het 1e half jaar van 2018. Het aantal inbewaringstellingen door de burgemeester voor een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis steeg in 2016 en 2017 fors ten opzichte van 2015. Ook hier is sprake van een daling gedurende het 1e half jaar 2018. Vaak wordt deze overlast veroorzaakt door steeds dezelfde personen. De politie ziet in de verbeterde integrale samenwerking van politie en gemeente met het sociale domein en het GGZ-circuit een mogelijke verklaring voor de recente afname van de problematiek.

3.1 3.1.2 Ontwikkeling veiligheidsbeleving: de Parkstadmonitor Parkstadmonitor 2018 2018 In 2017 is voor het laatst een Burgeronderzoek gehouden naar de veiligheidsbeleving van de inwoners van Parkstad. De resultaten van dit Burgeronderzoek 15

zijn onlangs gepubliceerd in de Parkstadmonitor 2018. Alvorens de geënquêteerde subjectieve veiligheid per veiligheids-thema te relateren aan de objectieve cijfers zoals door de politie en gemeente is geregistreerd, kan in het algemeen het volgende worden opgemerkt. Het veiligheidsgevoel van de Kerkraadse inwoners in de eigen buurt is lichtelijk verbeterd tegenover 2015 en wel met één procentpunt. Verklaarden in 2015 9 procent van de geënquêteerde inwoners zich vaak onveilig te voelen in de eigen buurt, in 2017 daalde dit percentage naar 8. Binnen Parkstadverband scoort Kerkrade hiermee echter nog steeds niet goed. De vraag of men zich in de eigen buurt vaak onveilig voelt, beantwoordt in Heerlen 6 procent van de ondervraagden bevestigend, in Brunssum 5 en in Landgraaf slechts 3. De Kerkraadse buurtclusters die in dit opzicht het slechtst scoren zijn de buurtclusters Bleijerheide/Nulland en Erenstein/Rolduckerveld, gevolgd door de buurt Spekholzerheide die ook beduidend negatiever dan gemiddeld scoort. Dit neemt overigens niet weg dat de eerstgenoemde buurtclusters ten opzichte van 2015 aanmerkelijk vooruit zijn gegaan en wel beide van 19 naar 12 procent respondenten dat zich in de eigen buurt vaak onveilig voelt. Alleen voor Spekholzerheide geldt dit echter niet. In die buurt is dit percentage gestegen van 7 naar 11 %.

Woninginbraken Het percentage geënquêteerde inwoners dat aangeeft slachtoffer te zijn geweest van inbraak is sinds 2015 aanzienlijk afgenomen. Dit komt overeen met de cijfers inzake de objectieve veiligheid. Opmerkelijk is dat deze tendens niet terug te vinden is in de beleving van de geënquêteerden. Het aantal respondenten van het Burgeronderzoek 2017 dat aangeeft dat zij denken dat woninginbraak in hun eigen buurt vaak voorkomt, is ten opzichte van 2015 juist toegenomen en wel van 7 naar 12 %. De subjectieve veiligheid met betrekking tot woninginbraken is volgens de resultaten van het Buurtonderzoek 2017 het minst in het buurtcluster Bleijerheide/Nulland, op enige afstand gevolgd door de buurten respectievelijk buurtclusters Spekholzerheide, Eygelshoven-kom en Kaalheide/Heilust. Drugsoverlast De overlast die volgens het Burgeronderzoek 2017 wordt ervaren van drugscriminaliteit is sedert 2015 min of meer gelijk gebleven. In vergelijking met de andere Parkstad-gemeenten scoort Kerkrade hier onverminderd hoog, zowel wat betreft de overlast van drugspanden alsook van hennepteelt en drugshandel op straat. De buurten die in de beleving van de buurtbewoners verreweg het negatiefst naar voren komen zijn Bleijerheide/Nulland, Eygelshoven-kom en Erenstein/ Rolduckerveld.

Woonoverlast De mate waarin inwoners overlast ervaren in hun buurt is volgens de resultaten van het Burgeronderoek 2017 min of meer gelijk gebleven aan de mate waarin dat in 2015 het geval was. De buurt die er uit springt omdat deze vorm van overlast er aanzienlijk meer dan gemiddeld wordt ervaren is Spekholzerheide, op enige afstand gevolgd door de buurten Bleijerheide/Nulland en Erenstein/Rolduckerveld. Verder scoren ook de buurten Eygelshoven-kom en Kaalheide/Heilust slechter dan gemiddeld. Hier is eveneens sprake van ervaren overlast die zich in omvang ruim boven het Kerkraadse gemiddelde bevindt. Jeugdoverlast Volgens het Burgeronderzoek 2017 is de mate waarin inwoners jeugdoverlast ervaren de afgelopen jaren over het algemeen licht gestegen. Dit verschijnsel is in vrijwel alle Parkstadgemeenten waar te nemen. Opvallend is dat de omvang van de door buurtbewoners ervaren 16

jeugdoverlast in Kerkrade aanzienlijk minder is dan de geregistreerde jeugdoverlast op basis van concrete meldingen. Vandalisme De omvang waarin buurtbewoners aangeven slachtoffer te zijn geweest van vernieling is sedert het Buurtonderzoek 2015 aanzienlijk afgenomen en wel met bijna de helft. Helaas scoort Kerkrade ook in 2017 nog steeds negatief in Parkstad-verband, zij het in mindere mate dan voorheen. De buurten waarin deze vorm van criminaliteit het meest voor komen zijn Kaalheide/Heilust en Hopel/Vink, gevolgd door Gracht, Bleijerheide/Nulland en Chevremont/Haanrade. Waardering politie volgens Parkstadmonitor Volgens het Burgeronderzoek 2017 is de waardering voor de politie sinds 2013 gaandeweg toegenomen. Op een schaalscore van 1 tot 10 bedroeg die waardering in 2017 gemiddeld 3,7 in Kerkrade, waar dit in 2015 3,5 en in 2013 3,4 was. Stond Kerkrade in 2013 helemaal onderaan voor wat de waardering betreft, in 2017 is het waarderingscijfer alleen in Landgraaf en Heerlen hoger (3,9 en 4,0). Waardering beheer en onderhoud van de openbare ruimte Volgens de Parkstadmonitor is de waardering van inwoners voor het beheer en onderhoud van hun buurt sinds 2013 toegenomen. Overigens blijft het waarderingscijfer van de geënquêteerde deelnemers aan het Burgeronderzoek relatief laag, in vergelijking tot de andere Parkstad-gemeenten: 6,3.

Voor Heerlen is dit cijfer 6,7 en voor Brunssum en Landgraaf 6,8. Het is een uitdaging om dit waarderingscijfer verder omhoog te krijgen. Kanttekening: objectieve versus subjectieve veiligheid Ofschoon de vormen van criminaliteit en overlast die in het bijzonder van invloed zijn op veiligheid en leefbaarheid in de wijken en buurten over het algemeen afnemen of op zijn minst gelijk blijven, wijkt de veiligheidsbeleving van de inwoners, hier in een aantal gevallen in negatief opzicht van af. Dit blijkt uit de politiecijfers en de resultaten van het laatste Burgeronderzoek. Ook blijkt het algemene veiligheidsgevoel maar weinig te verbeteren, waardoor Kerkrade hiermee binnen Parkstad nog steeds slecht scoort. Het verbeteren van de subjectieve veiligheid blijft daarmee een punt van aandacht. Het Burgeronderzoek 2017 laat dus zien dat het gevoel van de gemiddelde Kerkraadse burger inzake de onveiligheid in de eigen buurt, relatief sterk blijft en daarbij wezenlijk verschilt van de objectieve veiligheid zoals die blijkt uit de relevante politiecijfers. Aan de hand van die politiecijfers kan namelijk worden vastgesteld dat de geregistreerde criminaliteit en overlast die feitelijk plaats vindt, ver achterblijft bij de percentages betreffende het veiligheidsgevoel. Deze discrepantie vraagt natuurlijk om een verklaring. Die is evenwel niet makkelijk te geven.

In dit verband is van belang om zich rekenschap te geven van het volgende.  Bij het Burgeronderzoek in het kader van de Parkstadmonitor worden enkel de enquêteantwoorden verwerkt van burgers die het aangeboden vragenformulier ook geretourneerd hebben. Waar hier sprake is van “geënquêteerden” of “ondervraagden” wordt steeds bedoelt de mensen die niet alleen een vragenformulier hebben ontvangen maar dit ook ingevuld terug gestuurd hebben. Mensen die zich deze moeite hebben genomen, zullen eerder ontevreden zijn over leefbaarheid en veiligheid dan omgekeerd. Met name de tevreden mensen zullen zich minder vaak de tijd en moeite nemen het formulier in te vullen en terug te sturen, maar “geloven het wel”. Zodoende kan er een scheefgetrokken beeld ontstaan.

17

 Media-aandacht voor criminaliteit en onveiligheid kan het gevoel van veiligheid ongunstig beïnvloeden.  Invloed van de social media; toenemend gebruik van bijvoorbeeld Facebook en Twitter kan bijdragen aan het snel en omvangrijk verspreiden van negatieve berichten over criminele feiten die zich in de wijk hebben voorgedaan. Het “lopend vuurtje” verspreidt zich daarmee sneller en intensiever dan vroeger het geval zou zijn geweest.  Specifieke samenstelling van de bevolking, bijvoorbeeld - qua leeftijd (relatief veel senioren of juist niet). - sociaal-economische samenstelling.  Manier van enquêteren en de vraagstelling: het Burgeronderzoek gaat uit van deelname, waarbij burgers een enquêteformulier ontvangen en gevraagd is dit in te vullen en te retourneren. Er is dus geen persoonlijk contact geweest met een enquêteur die zonodig de vragen heeft toegelicht. Tenslotte kan de aangiftebereidheid nog een rol spelen bij de discrepantie tussen objectieve en subjectieve veiligheid. Indien veel mensen van met name kleinere delicten geen aangifte doen, kan dit de criminaliteitscijfers van de politie beïnvloeden en er een positievere indruk van de werkelijkheid ontstaan dan op basis van de realiteit gerechtvaardigd is.

Het afzien van het doen van aangifte is denkbaar indien er geen verzekeringsconsequenties dreigen en men verwacht dat er niets of onvoldoende met de aangifte gebeurt of het doen van afgifte als te omslachtig of te gecompliceerd wordt ervaren. Dit kan aan de orde zijn indien geen of slechts een zeer beperkte gelegenheid bestaat tot aangifte op het politiebureau. Met de mogelijkheid tot internet-aangifte weet niet elke burger goed om te gaan. Met name in een relatief sterker vergrijzende gemeente kan dit laatste een rol spelen.

3.1.3 Conclusies De inbraakcriminaliteit ontwikkelt zich gunstig, zo blijkt uit de objectieve cijfers. Uit de cijfers betreffende de subjectieve veiligheid (Burgeronderzoek 2017) komt een divers beeld naar voren. Enerzijds geeft men dus aan in mindere mate slachtoffer van inbraak te zijn geweest maar anderzijds heeft men wel het gevoel dat woninginbraken vaker voor komt. De beleving van de geënquêteerde buurtbewoners komt dus op dit punt niet overeen met de geregistreerde cijfers en met het door die geënquêteerden zelf aangegeven slachtofferschap. Ondanks de positieve ontwikkeling blijft deze vorm van criminaliteit vanwege de impact de aandacht vragen, waarbij vooral de buurten Bleijerheide en Nulland in het oog springen. Objectieve en subjectieve veiligheid met betrekking tot woninginbraken zijn in deze buurten niet sterk. De gunstige ontwikkeling met betrekking tot de geregistreerde overlast als gevolg van drugscriminaliteit houdt geen gelijke tred met de mate waarin deze overlast door de inwoners wordt beleefd. Ook het feit dat Kerkrade binnen Parkstad hier nog steeds koploper is, nodigt uit om op de aanpak van drugscriminaliteit stevig te blijven inzetten. De focus ware daarbij vooral te leggen op de buurten Bleijerheide, Nulland en Eygelshoven-kom. De mate waarin woonoverlast bij de politie wordt gemeld vertoont de laatste jaren een overwegend dalende lijn.

Dit in tegenstelling tot het Meldpunt Overlast van de gemeente. Hier is het aantal meldingen juist toegenomen, hetgeen een indicatie is voor het succes van de IAWW-methodiek bij overlastaanpak. Het aantal overvallen en straatroven is sinds 2013 spectaculair gedaald. Met name overvallen kwamen volgens de politieregistratie in 2017 nauwelijks nog voor. 18

Jeugdoverlast blijkt een fenomeen dat per buurt en plek voortdurend toe- en afneemt. Dit heeft te maken met het succes van de integrale aanpak en met de wisselende samenstelling van de betreffende jeugdgroepen die in de tijd en per locatie verandert. Het blijkt een fenomeen dat telkens opnieuw op verschillende plekken in de gemeente kan opduiken en dan passende aandacht en aanpak verdient.

3.2 3.2 Huidig beleid en beleidsimplementatie: beleidsimplementatie: “Wat doen we al en met welk resultaat ? “ Gemeentebrede aanpak De in de veiligheidsanalyse geconstateerde criminaliteit en overlast die de lokale veiligheid sterk beïnvloedt is veelal niet nieuw en al in beeld gekomen in voorgaande beleidsplannen voor integrale veiligheid. Op veel veiligheidsthema’s wordt reeds door de gemeente en haar partners aanpak ontwikkeld en toegepast om de veiligheid te vergroten. Een aantal activiteiten en componenten van die vaak integrale aanpak worden vanwege hun importantie en effect op deze plaats uitgelicht. Het betreft aanpak die gemeentebreed wordt toegepast. Hier volgt een opsomming.

3.2.1 3.2.1 Aanpak woninginbraken Een belangrijk onderdeel van de high impact crime zijn de woninginbraken. In deze context worden hiertoe tevens gerekend de inbraken in kelderboxen, garages en schuurtjes. Het treffen van preventieve maatregelen, waaronder bouwkundige aanpassingen, levert een belangrijke bijdrage aan een effectieve bestrijding. De huiseigenaar is hier aan zet of het nu een particuliere of huurwoning betreft. Certificering in het kader van het Keurmerk Veilig Wonen (KVW) kan aantrekkelijk zijn vanwege de assurantievoordelen. Het in deze zin promoten van het KVW maakt daarom deel uit van het gemeentelijk voorlichtingsbeleid. Naar aanleiding van de plotselinge hausse aan inbraken in kelderboxen van woningcomplexen die zich eind 2017 heeft voorgedaan, is specifiek op dit fenomeen door diverse partners actie ondernomen. Dit heeft tot resultaat geleid want inmiddels is het aantal inbraken weer fors gedaald. Deze daling wordt onder andere verklaard door de succesvolle opheldering en opsporing door politie, die hier met extra inzet op heeft geïnvesteerd, hetgeen tot een aantal aanhoudingen heeft geleid. Maar er zijn meer verklaringen, waaronder de inbraakpreventie die door woningcorporaties als HeemWonen en Wonen Zuid in praktijk werd gebracht.

Zo werden er in diverse woningcomplexen betere anti-inbraakvoorzieningen getroffen, met name met betrekking tot kelderruimten. Ook heeft een op inbraakpreventie gerichte voorlichting aan specifieke doelgroepen van bewoners wellicht resultaat gehad. Deze gerichte voorlichting was een gezamenlijke activiteit van politie, gemeente en corporaties. Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat in meerdere buurten Buurtpreventieteams en Buurt WhatsAppgroepen actief zijn. Inmiddels zijn er in Kerkrade 3 Buurtpreventieteams actief. Deze teams patrouilleren door de buurt en hebben een signalerende functie voor wat betreft zaken en situaties die niet in de haak zijn. De teams worden door de gemeente gefaciliteerd. Initiatieven van buurtbewoners om een Buurt WhatsApp-groep in het leven te roepen worden door de gemeente gestimuleerd door de mogelijkheid hiertoe middels publicaties onder de 19

aandacht te brengen. Waar Buurtpreventie of de Buurt WhatsApp actief is, plaatst de gemeente waarschuwingsborden die hier op wijzen. Verondersteld wordt dat fenomenen als Buurtpreventie en Buurt WhatsApp een afschrikwekkende werking hebben op potentiële inbrekers en dat ook dit initiatief bijdraagt aan het terugdringen van de inbraak-criminaliteit.

3.2.2 Aanpak drugspanden/drugsoverlast/hennepkwekerijen Onderstaande aanpak van politie en gemeente, in samenwerking met andere partners, heeft inmiddels tot concrete resultaten geleid die ook zichtbaar worden in een wezenlijke daling van de door de politie geregistreerde meldingen inzake drugscriminaliteit en -overlast. Toepassing artikel 13b Opiumwet c.q. gemeentelijk Damoclesbeleid Reeds geruime tijd worden er in de gemeente Kerkrade regelmatig verdovende middelen aangetroffen in panden. Vaak gaat het daarbij om hennepkwekerijen of locaties voor opslag, distributie of verkoop van verdovende middelen, of betreft het drugslabs waar verdovende middelen, zoals bijvoorbeeld de harddrug amfetamine, worden geproduceerd. Dergelijke verdovende middelen worden aangetroffen in diverse soorten vastgoed, zoals woningen, kantoren en bedrijfsloodsen. Door de aanwezigheid van verdovende middelen in deze vastgoedobjecten en de daarmee samenhangende verschijnselen, komen de openbare orde en veiligheid en het geordend woon- en leefmilieu onder druk te staan. Omwonenden ervaren overlast en gevoelens van onveiligheid en met name hennepkwekerijen en drugslabs zorgen voor (brand)gevaarlijke situaties, die zich met zekere regelmaat daadwerkelijk manifesteren.

Deze negatieve gevolgen van de aanwezigheid van verdovende middelen in panden worden bestreden door toepassing van artikel 13b van de Opiumwet en het daarop gebaseerde gemeentelijk Damoclesbeleid. Overeenkomstig het Damoclesbeleid worden dergelijke panden van gemeentewege gesloten. Dit met als doel herhaling te voorkomen, de openbare orde en veiligheid te beschermen en het woon- en leefklimaat in de omgeving de kans te geven om te herstellen. Het Damoclesbeleid is een instrument dat periodiek geëvalueerd en aangepast wordt om de doelstellingen die daarmee beoogd worden zo goed mogelijk te dienen. Zo heeft medio 2014 een omvangrijke aanscherping plaats gevonden, als gevolg waarvan het aantal drugspandsluitingen aanzienlijk is toegenomen. Begin 2018 heeft een verdere aanscherping plaats gevonden van met name de duur van sluitingen. Landelijke ontwikkelingen betreffende de toepassing van het Damoclesbeleid worden de komende periode nauwgezet gevolgd, opdat ten volste gebruik gemaakt kan worden van de wettelijke mogelijkheden, die de landelijke wetgeving biedt in de strijd tegen de negatieve gevolgen van de aanwezigheid van verdovende middelen in panden. Bij de aanpak van drugslab en hennepkwekerijen zijn naast de politie ook partners als de brandweer en Enexis (hennepplantages) betrokken. Gemeentelijk drugsmeldpunt De gemeente Kerkrade kent een drugsmeldpunt.

Bij dit meldpunt kan de burger, ondernemer of bezoeker van de gemeente Kerkrade de aanwezigheid van verdovende middelen en/of overlast als gevolg daarvan melden. Dit zowel in gevallen die betrekking hebben op panden alsook op gedragingen in de openbare ruimte. Dit meldpunt is bereikbaar via zowel telefoon als e-mail. Deze meldingen worden (anoniem) gedeeld met politie. Door dit meldpunt heeft de gemeente een beter inzicht in de omvang van verdovende middelen gerelateerde (overlast)problematiek en de actuele ”hotspots” op dat gebied. De via dit meldpunt verkregen informatie dient namelijk als sturingsinformatie voor de gemeente, o.a. ten behoeve van de inzet van gemeentelijk beleid en de aanwezigheid van 20

gemeentelijke toezichthouders in de openbare ruimte. Daarnaast dient de via het meldpunt verkregen informatie als sturingsinformatie voor de politie in haar op verdovende middelen gerichte strafrechtelijk optreden. Zo worden, als gevolg van een melding bij het gemeentelijk drugsmeldpunt, met zekere regelmaat door de politie hennepplantages aangetroffen. De politie maakt hiervan een bestuurlijke rapportage op, die vervolgens door de gemeente gebruikt wordt bij de toepassing van het gemeentelijk Damoclesbeleid.

3.2 3.2.3 Aanpak woonoverlast met gebruik IAWWIAWW-methodiek Van groot belang bij het veiliger maken van de wijken en buurten is de overlastaanpak volgens de IAWW-methodiek. De afkorting IAWW betekent: integrale aanpak wijkgericht werken. De methodiek was ontwikkeld door een meerjarige pilot van de Limburgse justitie-partners in Kerkrade. Deze pilot werd afgesloten met een positieve evaluatie, waaruit de meerwaarde bleek voor de aanpak van overlast en criminaliteit die een bedreiging vormt voor de veiligheid en leefbaarheid in de wijken en buurten. In aansluiting op deze pilot is de IAWW-methodiek getransformeerd naar een reguliere aanpak. De methodiek staat voor: • centrale registratie van alle overlastmeldingen; • tijdig en consequent oppakken van alle overlastmeldingen; • snelle analyse en beoordeling van meldingen; • zoeken naar maatwerkoplossingen door middel van:  multidisciplinaire afstemming, waar nodig,  een integrale probleembenadering; • opschalen waar nodig, bijvoorbeeld naar bespreking in de wekelijkse IAAW-briefing of naar het Veiligheidshuis; • doorzetten naar de juiste partner voor een succesvolle aanpak; • terugkoppeling naar de melder van de gekozen aanpak en bereikte resultaten. De centrale registratie van overlastmeldingen gebeurt door de medewerker van het gemeentelijk Meldpunt Overlast. Hiermee start de IAWW-procedure.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=81699912-dc0a-4b6b-8679-f2bac74c13b3