Integrale Beantwoording Technische vragen fracties CDA-VVD-SP-LA
Tekst van het document
Beantwoording Technische vragen CDA Kerkrade P. 17 2.Regionale en euregionale samenwerking "[...] vak Duits in het primair onderwijs weer meer onder de aandacht brengen, onder andere via een doorlopende leerlijn." Vraag 1 Wat wordt hier precies met doorlopende leerlijn bedoeld? Graag preciseren. Antwoord: Een doorlopende leerlijn betekent dat het onderwijs zo is ingericht dat kennis en vaardigheden van leerlingen geleidelijk en logisch op elkaar aansluiten, zowel tussen opeenvolgende klassen als bij de overgang van primair naar voortgezet onderwijs. In dit geval gaat het om het spelenderwijs aanbieden van de Duitse taal in de kinderopvang en het stimuleren van het vak Duits op basisscholen in Kerkrade. Dit bevordert een soepele overgang van basisschool naar het voortgezet onderwijs. Daarnaast willen we de samenwerking tussen basisscholen in Kerkrade en Herzogenrath versterken door hen met elkaar in verbinding te brengen. P. 26 Drugsoverlast Vraag 2 Wordt in de bestrijding van drugsoverlast ook samengewerkt met de Duitse buurgemeenten Herzogenrath en Aken? Zo ja, op welke wijze? Graag een toelichting. Antwoord: De aanpak van drugscriminaliteit is primair een zaak van de politie en niet van de gemeente. De politie basisteam Kerkrade werkt wel al jarenlang samen met de Polizei NRW wanneer het gaat om de aanpak van grensoverstijgende criminaliteit.
De boa’s van de Gemeente Kerkrade werken bovendien samen met het Ordnungsamt van de Stadt Herzogenrath maar mogen geen gebruik maken van elkaars bevoegdheden. Zij zijn wel de ogen en oren op straat in beide gemeenten en voeren gezamenlijke patrouilles uit. Woonoverlast "Daar zetten we bovendien extra juridische capaciteit op in." Vraag 3 Gaat dit ten koste van juridische capaciteit op andere gebieden? Heeft de gemeente deze juridische capaciteit zelf in huis of wordt deze door middel van externe inhuur gerealiseerd? Indien externe inhuur, welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Antwoord: Nee, dit gaat nadrukkelijk niet ten koste van juridische capaciteit op andere handhavingsgebieden. We hebben voor een periode van twee jaar met subsidie uit de RegioDeal II Parkstad één fte extra handhavingsjurist kunnen werven. Deze heeft als taakaccent de juridische advisering en concrete procedures te voeren ter zake de Wet aanpak woonoverlast en Wet goed verhuurderschap.
P. 28 Programma Weerbare samenleving Vraag 4 Zal hierin worden samengewerkt met de Duitse buurgemeenten Herzogenrath en Aken? Antwoord: Onderdeel van de weerbaarheidsopgave is internationale samenwerking. Het is immers realistisch dat crisisessen verder reiken dan de bestaande landsgrenzen. Derhalve dat zowel op rijksoverheid, regionaal en lokaal niveau wordt samengewerkt met onze Europese partners. Lokaal zal de gemeente Kerkrade, vanuit het weerbaarheidsprogramma, met de gemeenten Aken en Herzogenrath samenwerken. P. 38 Programma Medlands Vraag 5 Worden (bedrijven uit) Herzogenrath (b.v. Technologiepark), Aken, de StädteRegion Aachen en/of andere partners in Duitsland (of België) hierin betrokken? Antwoord: Aan de hand van een groeimodel is het uiteindelijk de bedoeling om de triple helix organisatie Medlands ook euregionaal in te richten, zodat ook euregionale partners zoals het bedrijfsleven en overheden hierbij betrokken worden. P. 39 2.Afstemmen van behoefte aan arbeidskracht op het aanbod vanuit het onderwijs Vraag 6 Wat is de Leerwerklijn Openbare Ruimte precies? Graag een toelichting. Antwoord: In 2025 is de leerwerklijn ondergebracht binnen het Ontwikkelcentrum Flexiforum van het Domein Burger.
De oorspronkelijke leerwerklijn heeft zich ontwikkeld tot twee 2 routes: de werkleerlijn ‘Doeploeg’ binnen het Flexiforum, en een samenwerking met de afdeling Stedelijk Beheer. Binnen deze samenwerking krijgen jongeren de mogelijkheid om, in het kader van hun talentontdekking, leertraject en oriëntatie/ontwikkeling, mee te werken met medewerkers van Stedelijk Beheer. Dit gebeurt via een buddysysteem, waarin praktijkervaring en persoonlijke begeleiding centraal staan. De jongeren gaan mee de wijk in waar ze verschillende werkzaamheden in de openbare ruimte uitvoeren. De Doe-ploeg richt zich op de ontwikkeling van kandidaten uit de doelgroep van de Participatiewet. Het doel van deze werkleerlijn is om talenten te ontdekken, te ontwikkelen en deelnemers te begeleiden richting uitstroom uit de uitkering naar betaald werk. In het kader van de werkleerlijn voeren de kandidaten diverse werkzaamheden uit in en rondom het Flexiforum. P. 47/48 In het artikel in De Limburger d.d. 13-10-2025 "Plannen voor nieuwe schoolgebouwen in Kerkrade staan onder druk en gemeente stuurt brandbrief: 'Reserve is volledig uitgeput'" valt te lezen te lezen dat er een tekort is aan budget voor de plannen voor nieuwe gebouwen voor vier basisscholen. Hierover wordt in de begroting geen gewag gemaakt.
Vraag 7 Was dit ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet bekend of is er een andere reden dat dit niet wordt vermeld in de begroting? Antwoord:
Omdat toekomstige nieuwbouw niet meer uit deze reserve kan worden bekostigd, onderzoekt het college momenteel welke investeringen noodzakelijk zijn, wat de precieze kosten zullen zijn en op welke wijze deze financieel kunnen worden ingepast. Naar verwachting zullen de daadwerkelijke uitgaven van nieuwbouw pas na 2030 op de begroting gaan drukken. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, zal de raad hierover nader worden geïnformeerd. Bovenaan p. 48 is sprake van "de realisatie van een tijdelijke huisvestingskosten voor één leerjaar in het stadskantoor." Dit betreft de tweede en derde verdieping. Vraag 8 Wat betekent dit voor de periode na de tijdelijke huisvesting van de betreffende onderwijsactiviteiten van Het Martin Buber? Staan beide verdiepingen dan leeg of is er in invulling voorzien? Antwoord: Direct nadat de scholieren van Het Martin Buber het stadskantoor verlaten zullen de betreffende verdiepingen overeenkomstig de uitgangspunten van het raadsbesluit van 12 februari 2025 verbouwd en opnieuw ingevuld worden. P.
78 4.Bevorderen van een circulaire economie Vraag 9 Wat wordt precies bedoeld met "Circulair Ambachtscentrum"? Gaat het hierbij om een fysiek centrum, een gebouw dus? Zo ja, is er reeds een locatie voorzien? Welke kosten zijn ermee gemoeid? Graag een toelichting Antwoord: Een ‘Circulair Ambachtscentrum’ is een (niet per definitie statische) plek waar mensen vanuit verschillende invalshoeken werken aan product- en materiaalhergebruik en reparatie. Je vindt er verschillende ambachten, zoals repareren en het ‘upcyclen’van producten. Bijvoorbeeld door meubelmakers of naaiateliers. Door het verbinden van een kringloopwinkel, een reparatiewerkplaats, een grondstoffenpark, het sociaal domein en het onderwijs, voorkomt het circulair ambachtscentrum dat producten en materialen onnodig bij het afval komen. In samenwerking met Rd4 en de Stadsregio Parkstad heeft een eerste verkenning voor het realiseren van een circulair ambachtscentrum plaatsgevonden. Momenteel wordt zowel gedacht aan het realiseren van een fysieke plek als een netwerk. De fysieke plek zal bij Rd4 gerealiseerd worden. De kosten die tot nu toe gemaakt zijn hiervoor, zijn betaald met middelen van de regiodeal en beschikbare middelen bij Parkstad. Voor de aanvraag van de regio deal was wel een garantstelling van de deelnemende gemeentes nodig.
Het plan is echter dat deze kosten gedekt zullen worden vanuit de inkomsten (voornamelijk uit huur) van het circulair ambachtscentrum. De totale kosten voor de garantstelling zijn €41.548,- verdeeld over 5 jaar tijd voor de gemeente Kerkrade. Deze kosten lopen elk jaar iets op en voor 2026 is daarom €8.712,- hiervoor begroot. De verwachting is echter dat dit bedrag, net zoals in voorgaande jaren, niet aangesproken hoeft te worden.
Pagina 39 Aanvalsplan Centrum Hier staat: plannen worden opgesteld en het is de bedoeling dat in 2025 zichtbaar wordt dat de eerste stappen richting een aantrekkelijk familiecentrum gezet zijn.
Vraag 10 a) Is in 2025 al zichtbaar geworden dat stappen gezet zijn en zo ja, welke stappen zijn dan gezet en wat is daarvan zichtbaar geworden? Antwoord: Als uitgangspunt dient de Visie & Aanvalsplan centrum 2024 met het daarbij behorende uitvoeringsprogramma – 7 uitvoeringslijnen. In het kader van aanvragen overheidssubsidies is onlangs voor het plan Einderstraat een subsidieaanvraag WoningbouwImpuls 7e tranche gedaan. De resultaten zijn nog niet bekend. Op het gebied van transformatie van leegstaand vastgoed in het centrum zijn een aantal plannen “wonen boven winkels” in transformatie en/of onlangs opgeleverd. Met de bouw c.q. transformatie van het voormalige kantoorgebouw aan de Niersprinkstraat naar wonen is na de bouwvakvakantie 2025 een start gemaakt. Evenement het geluk van Limburg tienduizenden bezoekers naar de Rodahal en Kerkrade. Er wordt na afloop van het evenement gemonitord “wat het de stad oplevert”. De opdracht voor dit onderzoek is verstrekt. De officiële opening van de Parkstadroute heeft september 2025 plaatsgevonden. In het kader van vergroening van het centrum zijn de plantbakken met bomen en groen fysiek zichtbaar door het hele centrum. Eind november 2025 volgt de tweede tranche met vaste (groen)bakken inclusief zitelementen in de hele Hoofdstraat. In het samenwerkingsproces is er in 2025 een projectgroep overleg – zowel bestuurlijk als ambtelijk) opgezet.
Hierbij wordt inhoudelijk input van de interne vakdisciplines en voortgang van de uitvoeringslijnen besproken en bewaakt. Daarnaast is de klankbordgroep Centrum in juni 2025 voor de eerste keer samen gekomen (nov 2025 de 2e keer). In deze klankbordgroep zit een zeer brede vertegenwoordiging van “centrumgebruikers”. Dit van bewoners, zorg, cultuur, sport, onderwijs, tot retail, horeca etc. b) welke stappen zijn nog niet gezet en komen er nog aan? Antwoord: Er zijn vele projecten in voorbereiding, denk aan de nieuwbouw van HMB aan de Vie-boulevard, de ontwikkeling aan de Einderstraat. Daarnaast is in het kader van verplaatsing en afbakening van het kernwinkelgebied door Movares een eerste verkenning in afronding en zal voor 2026 een op Kerkrade afgestemd brancheringsonderzoek met bijbehorende stimuleringsregeling(-en)worden uitgewerkt. Op het gebied van media is een actieplan en infographic in voorbereiding. Voor de overige openstaande zaken en procesafspraken (3-5 jaar) verwijzen wij naar de gedetailleerde in van vermeld in de 7 uitvoeringslijnen Visie & Aanvalsplan centrum 2024. Er zal aanvang 2026 een infobrief naar de Raad gestuurd worden met een uitgebreide update. E.e.a. is afgesproken in de info bijeenkomst Aanvalsplan Centrum van januari 2025.
Pagina 21 – Loonsom, Opmerking over AI & invulling profielen van personen die uitstromen via pensioen. Pagina 23 is namelijk duidelijk zichtbaar dat de nieuwe inkomende medewerkers toch steeds hoger liggen (sinds 2019) dan de uitstroom. Vraag 11 Hoe kan dit? Antwoord: Reductie van het personeelsbestand bij de ene functie sluit niet uit dat formatie-uitbreiding plaatsvindt bij een andere functie of bij een nieuwe functie. Per saldo is het personeelsbestand in 2025 gestegen.
Daarnaast wordt in dit verband ook verwezen naar de presentatie tijdens de informatiebijeenkomst voor uw raad van 27 oktober 2025 waarin de accountant een duidelijke en niet mis te verstane verklaring had voor de formatie ontwikkeling bij de gemeente Kerkrade. Pagina 55 – Aanbesteding optiesport, Welke andere aanbestedingen zijn er geweest gezien er alleen maar klachten zijn over de huidige sporthallen in de regio’s buiten centrum. Tevens kijken naar de verenigingen hoe die weggezet worden. Vraag 12 Wat is de huidige stand van zaken? Antwoord: In de afgelopen jaren zijn er twee aanbestedingen geweest voor binnensport. In 2022 is de exploitatie van Sportcomplex Vie door Optisport gestart. Dat geldt per 1 januari 2025 ook voor de overige gemeentelijke binnensportlocaties (gymzalen en sporthallen). Wat betreft het opstellen van de reserveringsroosters heeft Optisport zo veel mogelijk rekening gehouden met de wensen van gebruikers. Bestaande roosters zijn de leidraad geweest. Optisport stuurt op een zo efficiënt mogelijke invulling en een hoge bezettingsgraad. Nadat het bewegingsonderwijs is ingeroosterd, zijn Kerkraadse verenigingen de partijen waar voorrang aan wordt toegekend. Pagina 56 – Speeltoestellen, verdubbeling structurele materialen vinden we apart. Van 20K naar 40K (Vanaf 2026 structureel 40K per jaar).
Vraag 13 Hoe kan deze kostenpost zo hoog liggen in de tijd van een ravijnjaar? Antwoord: Het veilig kunnen gebruiken van speeltoestellen zowel in de openbare ruimte als ook in speeltuinen is een wettelijke verplichting vanuit de Nederlandse voedsel en warenautoriteit. (NVWA) Gemeente Kerkrade dient dus het veilig gebruik te kunnen waarborgen. Dit doen we door 2 jaarlijks een algehele inspectie aan de speeltoestellen te laten uitvoeren. Op basis van deze inspectie volgt een opdracht tot reparatie. Het verhogen van het budget is noodzakelijk vanwege enerzijds de toenemende stijging in materiaalkosten en anderzijds het aantal toestellen en de ouderdom van deze toestellen.
Pagina 148 – Kaalheide bruist, Kunt u ons meenemen in de huidige stand van zaken van dit project? Vraag 14 Wat heeft het de gemeente tot nu toe gekost, en kunt u ons daarbij meenemen in de verschillende kostenposten? Antwoord: De Samenwerkingsovereenkomst en de gemeentelijke grondexploitatie zijn in concept opgesteld en wachten op duidelijkheid van de andere partijen over hun afzonderlijke businesscases. HEEMwonen en Bruis zijn samen met een derde partij in overleg over een samenwerking om hun businesscase voor fase 2 sluitend te krijgen. Planvorming en financiering van de BVO is zover als mogelijk gereed en wacht op duidelijkheid over fase 2 (Bruis) om door te pakken op de uitvoering.
Hieronder een overzicht van de tot dusverre gemaakte kosten en de verschillende kostenposten. Kostensoort
Bedrag
Advieskosten
€
20.110
Communicatie
€
30
Planvorming
€
125.000
Onderzoekskosten
€
81.566
Totale Kosten
€
226.706
Een deel van deze kosten moet nog worden verdeeld over de gezamenlijke partijen en vastgelegd worden in de op te stellen Samenwerkingsovereenkomst.
Beantwoording Technische vragen VVD fractie 0 Bestuur en ondersteuning Burgerparticipatie In de tekst lezen wij terug dat er een kwantitatief stijgende lijn in de maatschappelijke participatie zichtbaar is, maar dat er nog veel werk aan de winkel is. Ook lezen wij verder in de tekst: “De financiële middelen voor deze doorontwikkeling resteren uit eerdere overhevelingen. De inzet is deels projectmatig, met ruimte voor cofinanciering vanuit externe fondsen en samenwerkingsverbanden en deels een restant van het incidentele startbudget voor burgerparticipatie. Voor de beoogde doorontwikkeling is structurele kostendekking noodzakelijk.” Vraag 15 Wat zijn de verwachte budgetten die beschikbaar zijn voor Burgerparticipatie in het restant van 2025 en voor 2026? Antwoord: Er is momenteel nog een budget beschikbaar van 71.744 euro. Voor het restant van 2025 is hier nog minimaal 15.000 euro van toegezegd. Een aantal initiatieven zijn nog in uitwerking of worden onderzocht. Dit betekent dat er voor 2026 circa 55.000 euro beschikbaar is. Indien er geen nieuw budget bijkomt betekent dit ook dat we voorzichtig(er) moeten zijn in het toekennen van budget voor initiatieven.
Vraag 16 Hoe wordt het resterende budget uit 2025 ingezet en wat zijn de prioriteiten voor 2026? Antwoord: Omdat er geen aanvullend budget beschikbaar is in 2024, 2025 en 2026 is de portefeuille burgerparticipatie zuinig aan het werk gegaan om zo toekomstgericht te kunnen werken. De prioriteiten
zijn voortzetting van structurele hulpmiddelen en uitwerking van Samen Kerkrade maken – de schatkist om burgerinitiatieven uit te voeren. Vraag 17 Welke structurele financieringsmogelijkheden worden overwogen voor de doorontwikkeling van burgerparticipatie? Antwoord: Burgerparticipatie (in uitvoering) zal bij projecten en beleidstrajecten vanuit de vakafdeling moeten worden betaald en kan niet rekenen op financiële steun vanuit de portefeuille. Desondanks zijn er ook overkoepelende kosten gemoeid met burgerparticipatie – denk aan het peilingsplatform Gemeentepeiler of aan de Barometer (data-gedreven evaluatie). OZB voor niet-woningen Als wij de Exploitatie bekijken (pag. 18), zien wij de OZB voor niet-woningen met ruim 5% stijgen in de periode 2025-2026. Vraag 18 Ontstaat deze verhoging door een tariefsverhoging of zijn hier andere redenen voor? Antwoord: De verhoging ontstaat voor een deel door de 1,5% verhoging waartoe eerder door uw raad werd besloten. Daarnaast is sprake van (verwachte) areaaluitbreiding zoals ook beschreven in de begroting 2025 op pagina 21. Vraag 19 Hoe wordt de impact van deze verhoging op ondernemers en instellingen ingeschat? Antwoord: De areaaluitbreiding heeft geen effect anders dan dat eventuele nieuwbouw en verbouw logischerwijs leidt tot hogere lasten voor de betreffende ondernemers en instellingen. De impact van 1,5% verhoging is relatief gering.
Zoals bij de behandeling van de tarievennota 2025 en de beantwoording van daaraan gerelateerde vragen meermaals is aangegeven is het niet mogelijk om de impact voor individuele ondernemers en instellingen aan te geven. De OZB kijkt alleen naar het object en de objectkenmerken. Alle splitsingen en analyses naar ‘doelgroepen’ zijn niet relevant voor de OZB-heffing. Er is slechts het cijfermatige feit dat voor een object met een hogere waarde meer OZB betaald wordt dan voor een object met een lagere waarde. Hoe dat in individuele gevallen uitpakt en hoe deze impact ervaren wordt is niet aan te geven. In dit verband wordt ook verwezen naar de uitgebreide toelichting van de account op 27 oktober 2025 over de OZB. Verduurzaming stadskantoor De raad van de gemeente Kerkrade heeft op 12 februari 2025 besloten over de verduurzaming en herinrichting van het Stadskantoor en het Raadhuis. De uitvoering van werkzaamheden wordt gefaseerd en uitgesteld waar nodig. Financiële zaken worden gedekt uit het investeringsprogramma 2025 en 2026. Op pagina 19 zijn wij bij de investeringen de post: Verduurz. stadskant. en raadhuis. Vraag 20 Hoe is de gefaseerde uitvoering van de verduurzaming verwerkt in de begroting?
Antwoord: Overeenkomstig het raadsbesluit van 12 februari 2025 is de verduurzaming van het stadskantoor opgenomen in het investeringsprogramma 0.4 verduurzamen stadskantoor en raadhuis.
Vraag 21 Wat is de relatie tussen de verbouwing en de tijdelijke huisvesting van Martin Buber? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief van 16 september 2025. De verbouwing van de verdiepingen volgt aansluitend nadat Het Martin Buber het stadskantoor in 2027 verlaten heeft.
Reserves
Wij lezen op pagina 19 inzake het Ontwikkelfonds: “Tot slot reserveren we een bedrag van € 5 miljoen incidenteel in de reserve exploitatie. De komende maanden volgen nog concrete voorstellen aan de raad. Bij het onderdeel ‘Aanbieding’ hebben wij hierop al een toelichting gegeven.” Vraag 22 Worden deze plannen nog voor de verkiezingen behandeld of wordt dit over de verkiezingen heen getild? Antwoord: Beide zijn mogelijk en afhankelijk van de fase waarin de diverse onderdelen zich bevinden Loonsom Wij lezen op pagina 21: “De ontwikkeling van de loonsom blijft dynamisch en heeft in de afgelopen jaren een stijgende lijn laten zien. Dit komt voor een groot deel door autonome factoren, zoals cao-afspraken en functieonderhoud. Voor een ander groot deel komt dat door noodzakelijke uitbreiding van het personeelsbestand. Personeel dat nodig is omdat gemeenten veel nieuwe taken erbij gekregen hebben en omdat de gemeente Kerkrade grote ambities heeft en voor grote opgaven staat.” Vraag 23 Graag ontvangen wij een overzicht van het aantal uitbreidingen in fte verdeeld over de in de tekst genoemde aantal taakgebieden: wettelijke taken, gemeentelijke ambitie en grote opgaven. Antwoord: Voor een overzicht van het aantal uitbreidingen in Fte wordt verwezen naar het antwoord op vraag 56b van de SP.
Daarnaast wordt in dit verband ook verwezen naar de presentatie tijdens de informatiebijeenkomst voor uw raad van 27 oktober 2025 waarin de accountant een duidelijke en niet mis te verstane verklaring had van voor de formatie ontwikkeling bij de gemeente Kerkrade. In onze administratie is de toedeling naar wettelijke taken, gemeentelijke ambitie en grote opgaven niet geregistreerd. Dat is ook niet goed mogelijk, omdat uitbreiding (of krimp) veelal niet toe te rekenen is aan sec. wettelijke taken, gemeentelijke ambities of grote opgaven. Vervolgens zien wij bij het Cijfermatig inzicht in de bedrijfsvoering (pag. 120) de cijfers inzake Externe inhuur. Wij zien voor 2026 begroot €3.824.000.
Als we kijken naar de cijfers in de Begroting 2025 (Cijfermatig inzicht in de bedrijfsvoering pag. 112), zien wij dat de Externe inhuur 2026 oorspronkelijk begroot was op €2.317.000. Vraag 24 Graag ontvangen wij een brugstaat met toelichting om het verschil in deze cijfers te duiden. Antwoord: Hieronder de brugstaat
Toelichting op de grotere bedragen (in groen): Gebouwenbeheer: dit is onderdeel van Instrumenten regulering huisvesting 2026-2030 1,25 milj; zie ook RIB 5-6-25 en pagina 21 van de begroting. Openbare orde en veiligheid: Dit betreft projectmatige gelden die in eerste instantie zouden worden ingezet in 2024 en 2025. Een deel van deze middelen (143.000) is in 2024 niet ingezet. Deze zijn naar 2026 verschoven om de projectmatige inzet (in eerste instantie extra inzet straatcoaches, later inzet specialistisch jeugd- en jongerenwerk) te verlengen. (Zie ook pagina 169). Detachering wozl-medewerkers: In 2024 is € 810.000 besteed aan inhuur WSP personeel. Voor 2025 en 2026 is resp. € 937.000 en € 916.000 begroot. (Zie ook pagina 172). Project Cross Heat: Voor het project Cross Heat is voor € 140.000 begroot. Deze middelen worden door Europa verstrekt. (Zie ook pagina 175).
Vergunningen: Om het grote aantal vergunningen af te handelen is in 2026 € 600.700 begroot voor het inhuren van personeel. (Zie ook pagina 176). WMO/Jeugd/Inkomensregelingen (de getallen in geel): Dit betreft vooral de nieuwe IV3 indeling vanuit het CBS. Het oude POH 9620102 is nu opgenomen in 9622032.4351 voorliggend veld. Het oorspronkelijk budget 211.500 in 2024 is later veel minder geworden door verschuiving naar SPUK. In 2025 is vooralsnog het eigenlijke bedrag opgenomen. Ook daar gaat waarschijnlijk iets vanaf vanuit de SPUK, maar daarvan is nog geen bedrag bekend. Kijkend naar de Basisset beleidsindicatoren (pag. 23), zien wij dat de bezetting fte per 1.000 inwoners 11.25 is. Vraag 25 Hoe hoog was de daadwerkelijke bezetting in fte in 2024 en 2025? Antwoord: Daadwerkelijke bezetting: Fte 2024: 489,7 (peildatum 31 december 2024). Fte 2025: 510,8 (peildatum 3 november 2025). Er worden op pagina 21 een aantal maatregelen genoemd om de loonsom beheersbaar te houden. Vraag 26 Welke concrete maatregelen en concrete plannen liggen hieraan ten grondslag? Antwoord: Om de loonsom beheersbaar te houden, worden meerdere extra maatregelen genomen, waaronder: 1. De registratie van loonsom en formatie, zowel voor eigen personeel als inhuur, zal volledig geautomatiseerd worden. 2.
Dashboards bieden realtime inzicht in de belangrijkste KPI’s, waardoor P&O en directie snel kunnen bijsturen. 3. Herinvulling van vacatures die ontstaan door de pensionering van medewerkers of anderszins zal kritisch beoordeeld worden. Waar mogelijk worden besparingen gerealiseerd. 4. De mogelijkheden van kunstmatige intelligentie om werkzaamheden en activiteiten over te nemen, worden onderzocht en zo mogelijk benut. 5. Monitoring van de maatregelen vindt centraal plaats volgens strakke kaders. 1 Veiligheid Op pagina 26 van de begroting lezen wij een aantal onderwerpen die jullie aandacht krijgen: Drugsoverlast Wij lezen: “Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte letten we extra op dat er geen plekken ontstaan waar drugshandel makkelijk kan plaatsvinden.” Vraag 27 Hoe borgen we bij de herinrichting van de openbare ruimte dat er geen plekken ontstaan waar drugshandel makkelijk kan plaatsvinden? Antwoord: Het volledig voorkomen van drugshandel in de openbare ruimte is niet mogelijk. Wel wordt de afdeling OOV en politie nu in een veel eerder stadium betrokken bij planontwikkeling en het ontwerpen van de openbare ruimte. Zij kijken vanuit hun expertise naar dergelijke ontwerpen om onbedoelde gelegenheden voor de drugshandel te vermijden.
Vraag 28 Wordt hierbij samengewerkt met bewoners of veiligheidsdiensten? Antwoord: In de fase van ontwerpen worden de bewoners reeds betrokken. Voor een inhoudelijke analyse wordt een beroep gedaan op de expertise van de afdeling OOV en politie. Woonoverlast Wij lezen: “Met nieuwe beleidsregels pakken we ernstige woonoverlast sneller en steviger aan met gedragsaanwijzingen, dwangsommen en in het uiterste geval een tijdelijk verblijfsverbod.” Vraag 29 Hoe vaak hebben we in 2024 en 2025 (YTD) gedragsaanwijzingen, dwangsommen en een tijdelijk verblijfsverbod uitgereikt? Antwoord: 2024: 2 maatregelen (1x schriftelijke waarschuwing en 1x voornemen gedragsaanwijzing) 2025: 2 maatregelen (1x schriftelijke waarschuwing en 1x opleggen gedragsaanwijzing) 2024 en 2025: zijn tientallen mondelinge gesprekken gevoerd om woonoverlast te stoppen zonder direct over te gaan tot formele juridische brieven. Een goed, en waar nodig stevig, gesprek is veelal voldoende om de overlast te doen stoppen. Het beperkt aantal maatregelen is eveneens te verklaren door verouderd beleid uit 2018 dat bij de invoering van de Wet aanpak woonoverlast is opgesteld. In dat beleid is de wet ‘te eng’ uitgelegd en daardoor in de praktijk moeilijk toepasbaar gebleken. Dat is de reden dat deze maand (november) het beleid opnieuw vastgesteld wordt zodat het beter en sneller toepasbaar is.
Jeugdoverlast en -criminaliteit Wij lezen: “De aanpak ziet niet (alleen) op het hard aanpakken van overlastende jeugd maar legt vooral de nadruk op preventie. Het bieden van perspectief en kansen voor jongeren om op het rechte pad te komen en te blijven. Daarvoor is voldoende straatkennis nodig over welke jeugdigen overlast veroorzaken en welke jongeren een verhoogd risico lopen het criminele pad op te gaan. Daarvoor werken we steeds nauwer samen met jeugd- en jongerenwerkers, politie, (jeugd)boa's, omwonenden, de jongeren zelf en hun ouders evenals scholen.” Vraag 30 Zijn er cijfers bekend van het aantal meldingen van jeugdoverlast in de omgeving van het centrum in 2024 en 2025 (YTD)? Antwoord: Ja Vraag 31 Zo ja, dan ontvangen wij deze cijfers graag voor de jaren 2024 en 2025 (YTD). Antwoord: In 2024 ontvingen we in totaal 49 meldingen jeugdoverlast in het centrum. In 2025 ontvingen we tot 1 november 35 meldingen.
Vraag 32 Is er een ontwikkeling te zien in het aantal meldingen van jeugdoverlast sinds het stopzetten van de samenwerking met de straatcoaches van Secutor Security in mei 2025? Antwoord: Er zijn geen grote verschillen te zien. De komst van het jongerenhome en de inzet van (specialistisch) jongerenwerk hebben hier een positieve bijdrage aan geleverd. Verder lezen wij: “De financiering voor dit programma door het Ministerie van Justitie en Veiligheid loopt tot juli 2027 en dit wordt waarschijnlijk niet verlengd. Om dit belangrijk programma voort te zetten na die periode moet er alvast gezocht worden naar alternatieve financiering of financiering uit eigen middelen.” Vraag 33 Hoe hoog is de financiering die nodig is om het programma onder dezelfde voorwaarden én de genoemde ambities voort te zetten? Antwoord: Op dit moment ontvangen we vanuit het programma PMG €500.000 per jaar (voor de duur van 3 jaar). Zie verder het antwoord op vraag 34. Vraag 34 Waarom wordt er niet voor gekozen om hier nu al middelen voor te reserveren? Antwoord: PMG is nadrukkelijk bedoeld als een lerende aanpak, in de loop van dit jaar gaan we bezien welke onderdelen we willen continueren, welke onderdelen in reguliere programma’s opgenomen moeten worden en voor welk deel aanvullende financiering nodig is.
Handhaving Wij lezen: “Het aantal meldingen voor Handhaving blijft, mede door de goede bereikbaarheid en bekendheid, doorzetten van 2619 in 2021 naar ongeveer 9000 in 2025 (in 2024 waren er dit 7300). Met het stijgend aantal meldingen stijgt ook de druk op de inzet van onze boa's. Gemiddeld voeren zij 54 acties per dag uit en ook dat is stijgend. Met de huidige bezetting moeten we daarom soms keuzes maken en prioriteiten stellen.” Vraag 35 Hoeveel van de 9000 meldingen in 2025 en 7300 in 2024 blijven onbehandeld? Antwoord: Er blijven geen meldingen onbehandeld. Wel verschilt de afhandeltermijn per melding, gelet op de verschillen in complexiteit per melding. Vraag 36 Op basis waarvan worden keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld?
Antwoord: Primair worden deze keuzes gemaakt op basis van de in het Integraal veiligheidsbeleid gestelde prioriteiten. Daarnaast wordt er naar bevind van zaken gehandeld, mochten zich onverwachte situaties voordoen. 2. Verkeer, vervoer en waterstaat Faciliteren van onderhoud openbare ruimte in centrum en wijken (pag. 32) Wij lezen: “Hiervoor worden extra financiële middelen voorgesteld in de begroting 2026. Voorbeelden zijn extra investeringen in de kwaliteit van de Kerkraadse wegen, het onderhoud van het openbaar groen, voorzieningen voor honden en onkruidbestrijding en het schoonhouden van de openbare ruimte.” Ook zien wij bij de Investeringen (pag. 33) dat er €4.750.000 wordt geïnvesteerd in Wegen, straten en pleinen in 2026. Vraag 37 Graag zien wij uitgesplitst waaraan de extra financiële middelen worden besteed. Antwoord: De extra middelen zijn vanaf 2024 ingezet om een kwaliteitsimpuls te geven aan het bestrijden van onkruid en het schoon houden van de stad. Daarnaast kan hierdoor sneller ingespeeld worden op klachten en meldingen op dit gebied. De resultaten laten zien dat deze financiële injectie positief heeft bijgedragen. In 2026 zal e.e.a. ook in een evaluatierapport teruggekoppeld worden. Deze extra financiële middelen staan dan ook los van het jaarlijks investeringsvolume wegen waarmee grote reconstructies uitgevoerd worden.
Groenonderhoud Doelstelling: Maatregel: Personeel:
SHV Doelstelling: Maatregel: Materieel Personeel:
Versterking bomenonderhoud en onkruidbestrijding in groen Inhuur Onkruidbestrijding en continuiteit kerstverlichting Inhuur aannemer zomer Inhuur klachtenploeg 2 FTE / 6 mnd (e.e.a. afh van klimatologische omstandigheden) Inhuur bomenonderhoud / continuiteit kerstverlichting 2 FTE / 10 wkn incl hoogwerker Subtotaal Groen Versterking onkruidbestrijding verhardingen Verkorten machinale cyclus wijken Inhuur borstelmachine 8 mnd Inhuur veegwagen 6 mnd Inhuur ploeg bijmaaien 2 FTE / 6 mnd
€ €
70.000,00 60.000,00
9570273 4351 onderhoud uitbesteed groen inhuur 9570273 4380 onderhoud uitbesteed groen overige goederen en diensten
€ €
60.000,00 190.000,00
9570093 4380 bomenbeheer overige goederen en diensten
Subtotaal SHV
€ € € €
115.000,00 85.000,00 60.000,00 260.000,00
9210163 4380 Straatreiniging overige goederen en diensten 9210193 4380 veegmachine 9210213 4351 Onkruidbestrijding ingeleend personeel
Totaal
€
450.000,00
5. Sport, cultuur en recreatie Wij lezen dat er flink geïnvesteerd wordt in verenigingen en in de sportaccommodaties. Zo staan er ook in 2025 weer vervangingen van kunstgrasvelden op de planning bij de verschillende voetbalclubs. Vraag 38 Wat zijn de eisen en toetsing voordat er een kunstgrasveld vervangen wordt? Antwoord: Voor een kunstgrasveld ligt er een eisenpakket vanuit de KNVB, de eisen zijn afhankelijk van het type kunstgrasveld. Bij de aanleg of renovatie van een veld worden de onderbouw (zand en sporttechnische laag) en de bovenbouw (kunstgras en/of infill) gekeurd door een onafhankelijke instantie. Het veld moet voldoen aan de eisen van de KNVB. Na 8 jaar en vervolgens om de 2 jaar is er een herkeuring (dus na 8, 10, 12 jaar). In de keuring worden onderdelen opgenomen die de veiligheid (staat van het veld) en belasting (bijvoorbeeld schokabsorptie) van spelers bewaken.
Op een afgekeurd veld mogen geen wedstrijden worden gepeeld. De levensduur van 2 velden is komend jaar 15 jaar en gezien de eerdere keuringen en de leeftijd van de velden (aanleg juni 2011) de ervaring dat deze velden bij een volgende keuring worden afgekeurd. Met het huidige type kunstgrasveld is de levensduur ca. 12-14 jaar afhankelijk van de belasting (aantal speeluren) van een veld. Vraag 39 Bij wie ligt de uiteindelijke beoordeling en beslissing voor het realiseren van het kunstgrasveld? Antwoord: Bij de raad, in de begroting worden middelen vrijgemaakt voor de aanleg of renovatie van een kunstgrasveld. Bij de aanleg van de kunstgrasvoetbalvelden is destijds besloten dat elke voetbalvereniging in Kerkrade gefaseerd de beschikking kreeg over een kunstgrasveld, om op deze wijze de breedte sport ook in de winter op een goed niveau te faciliteren en afgelastingen van wedstrijden en trainingen zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen. Hiermee werden alle voetbalverenigingen op dezelfde wijze gefaciliteerd.
Vraag 40 Wordt er ook naar het ledenaantal en levensvatbaarheid van de bijbehorende club gekeken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarop wordt levensvatbaarheid beoordeeld en door wie? Antwoord: Op dit moment heeft de gemeente Kerkrade geen beleid ten aanzien van de levensvatbaarheid van een vereniging, welke dan ook, in relatie tot faciliteiten, bijvoorbeeld in het geval van een voetbalvereniging een kunstgrasveld. Kanttekening die hier bij gemaakt kan worden is dat erop dit moment geen kunstgrasvelden meer worden aangelegd, enkel bestaande velden worden gerenoveerd. Renovatie is aanzienlijk goedkoper dan aanleg. Mocht een veld niet gerenoveerd worden dan dient dit wel gesaneerd te worden en eventueel omgebouwd te worden naar een grasveld waarmee ook kosten zijn gemoeid. Ook lezen wij dat er bij de verschillende verenigingen huisvestigingsvraagstukken spelen. Vraag 41 Wordt er een totale inventarisatie van alle verenigingen in Kerkrade gemaakt, waarbij ook naar een mogelijke Multifunctionele huisvesting gekeken wordt? Antwoord: Hierbij verwijs ik u naar de raadsinformatiebrief d.d. 18 september 2025 met het kenmerk 25u0009074. Op voorhand wordt geen enkele oplossingsrichting uitgesloten. Dus ook deze mogelijkheid behoort tot de opties. 8. Wonen, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Belangrijkste Ontwikkelingen (pag. 82)
Hier lezen wij: “De koopwoningmarkt in Kerkrade volgt de landelijke trends: de verkoopprijzen zijn gestegen, woningen worden snel verkocht en er is sprake van overbieden.” Vraag 42 Graag ontvangen wij hier de juist bronverwijzing. Vraag 43 Graag ontvangen wij ook de cijfers die deze uitspraak onderbouwen. Antwoord: Voor gegevens ten aanzien van verkoopprijzen gebruiken wij CBS- cijfers. Vanuit marktpartijen krijgen wij signalen dat woningen snel worden verkocht en er sprake is van overbieden. Bijgevoegd ontvangt u de gevraagde cijfers bij voornoemde tekst: De gemiddelde Nederlandse woningprijzen zijn gestegen. Evenzo zijn de woningprijzen gestegen in de gemeente Kerkrade en in de overige Parkstadgemeenten. Deze gestegen gemiddelde woningprijzen hebben wij uit de cijfers van het CBS.
Uit deze tabellen valt duidelijk af te leiden dat de Parkstadgemeenten en Nederland redelijk gelijk lopen. De woningwaarden hebben in juli 2022 een piek bereikt, waarna er sprake was van een lichte daling (start oorlog Oekraïne). Daarna stegen de woningwaarden weer. Deze stijgende trend zet zich tot op heden door. Voor Kerkrade en de andere parkstadgemeenten geldt een gelijke trend als zichtbaar voor Nederland.
Leges (pag. 87) Wij lezen: “Daarnaast is het totaal aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen in Kerkrade (conform een landelijke trend) in 2025 toegenomen. Voor het jaar 2025 kunnen de leges positief worden bijgesteld met € 850.000. Voor het afhandelen van de vergunning en het toezicht houden op de bouwwerkzaamheden is voor het jaar 2025 een inhuurbudget van € 275.000 voorzien. Per saldo resteert een meevaller van € 575.000.” De kosten die de gemeente maakt voor het verwerken van een aanvraag worden doorberekend aan de aanvrager. Conform het kopje Kostendekkendheid op pagina 92, horen heffingen en rechten maximaal kostendekkend te zijn. Vraag 44 Wat gebeurt er met de meevaller van €575.000 van de bouwleges? Antwoord: De meevaller van de bouwleges is een onderdeel van alle financiële mutaties voor de jaarschijf 2025 welke op blz. 9 van de begroting 2026 in beeld zijn gebracht Als wij op pagina 93 de tabel bekijken in de §1. Lokale heffingen, dan valt ons op dat de kosten bij alle Titels veel hoger zijn dan de opbrengsten. Vraag 45 Hoe moeten we de eerdergenoemde meevaller zien in relatie met de tabel op pagina 93? Antwoord: De bouwleges 2026 maken onderdeel uit van de opbrengsten in kolom ‘titel 2*’ van de tabel op pagina 93. De meevaller had betrekking op jaarschijf 2025 die hier niet wordt toegelicht. Zie ook het antwoord op vraag 44. §1.
Lokale heffingen Op pagina 95 zien wij een overzicht van de lokale woonlasten 2025 in de Parkstadgemeenten. Vraag 46 Is er ook een tabel voor de lastendruk voor ondernemers en verenigingen? Antwoord: Voor ondernemers en verenigingen zijn dergelijke tabellen niet beschikbaar. In algemene zin verwijzen wij nog naar de informatiebijeenkomst van 27 oktober jl. Vraag 47 Zo ja, dan ontvangen wij deze graag. Antwoord: Zie het antwoord op vraag 46. Vraag 48 Zo nee, waarom niet? Antwoord: In de tabellen voor woonlasten wordt gerekend met een gemiddeld gezin en een gemiddelde woningwaarde. Voor bedrijven en instellingen is dit een onmogelijk uitgangspunt als de populatie varieert van industriële complexen en stadions tot de bakker op de hoek. In algemene zin verwijzen wij nog naar de informatiebijeenkomst van 27 oktober jl.
Vraag 49 Hoe is het procentuele OZB-tarief voor niet-woningen ontwikkeld in de jaren 2020 t/m 2025? Antwoord: Hieronder treft u de ontwikkeling van het OZB-tarief in de jaren 2020 t/m 2025. OZB-tarief niet woningen 2020 t/m 2025 jaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025 0,8734% 0,9703% 0,9871% 0,9563% 0,9013% 0,8907% percentage 11,09% 1,73% -3,12% -5,75% -1,18% stijging Verder verwijzen wij ook hier graag naar de informatie bijeenkomst van 27 oktober jl. waarin de accountant uitgebreid heeft stilgestaan bij de werking van het OZB mechanisme en dat het niet alleen om het tarief gaat. Vraag 50 Wat is het verwachte OZB-tarief voor niet-woningen in 2026? Antwoord: Dat is nog niet bekend. Zoals door de accountant toegelicht tijdens de informatiebijeenkomst van 27 oktober jl. is het tarief de uitkomst van een berekening. Om die berekening zo nauwkeurig mogelijk te kunnen maken zijn de meest actuele prognoses nodig. Deze zijn nog niet beschikbaar ten tijde van het opstellen van de begroting. De tarieven 2026 moeten nog worden vastgesteld voor de diverse belastingen en leges. Bij de behandeling van de Tarievennota 2026 (raad december 2025) zal de raad hierover een besluit nemen. Vraag 51 Voeg in deze tabel ook de percentages toe voor onze omliggende Parkstad gemeentes en voeg ook het Limburgse en Nederlandse gemiddelde toe.
Antwoord: Zoals bij vraag 49 en de informatiebijeenkomst van 27 oktober j.l. aangegeven zijn de percentages op zichzelf nietszeggend en kunnen zelfs een zeer vertekend beeld geven bij relatief lage WOZ-waarden in vergelijking met andere gemeenten. Daarom richt deze tabel zich zoals ook landelijk gebruikelijk op de (gemiddelde) lasten van woningen. Voor niet-woningen is het benoemen van de (gemiddelde) lasten niet mogelijk, zie ook het antwoord op vraag 48. Tot slot valt uit het antwoord op vraag 50 af te leiden dat het noemen van tarieven van komend jaar nog niet mogelijk is in de begroting. Beantwoording technische vragen SP fractie Vraag 52 Financiële samenvatting pag. 9: In de begroting 2025 stond de post OZB opgenomen, deze is blijkbaar nu samengevat onder diverse belastingen en leges. We hadden graag de OZB aangeven voor de komende jaren, zodat we deze kunnen vergelijken met de begroting van nu.
Antwoord: Samenvatting financiële mutatie OZB Begroting 2025 Begroting 2026
OZB OZB
2025 1.070 70
2026 1.335
2027 1.530
x € 1.000 2028 2029 1.545 200
De mutatie van € 70.000 in jaarschijf 2025 is het gevolg van minder bezwaar. De € 200.000 in 2029 is het gevolg van het doortrekken van jaarlijkse indexering van 1,5% waartoe eerder is besloten naar de nieuwe jaarschijf in de meerjarenraming (van 2028 naar 2029) zoals ook aangegeven op pagina 21. Vraag 53 De SP vindt burgerparticipatie zeer belangrijk. Te lang en te vaak is er niet of onvoldoende naar burgers geluisterd. We hebben daarom de volgende vragen. Op pag. 16 schrijft u, dat er succesverhalen zijn m.b.t. burgerparticipatie, maar ook trajecten die te wensen overlaten. a: We willen graag een aantal voorbeelden van zowel de successen, alsook de trajecten van burgerparticipatie die niet goed gingen en de reden daarvan. Antwoord: Een aantal voorbeelden van burgerparticipatietrajecten staan omschreven in het rekenkamerrapport van 2025. Dit is aan het begin van het jaar gepresenteerd aan de raad. Trajecten van burgerparticipatie kunnen niet goed gaan om verschillende redenen. Deze trajecten die te wensen overlaten, waar bijvoorbeeld de verwachte impact niet is behaald of waar het proces niet goed is verlopen zullen ook altijd blijven. Burgerparticipatie is immers maatwerk. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de nieuwe huisstijl van de gemeente Kerkrade. Hiervoor is een aantal keer een oproep geplaatst om mee te denken maar hier was nauwelijks tot geen aanmelding voor.
b: Graag ontvangen we een lijst van het aantal participatietrajecten van de afgelopen 2 jaar. Antwoord: Er wordt momenteel wel gewerkt aan een compleet overzicht van lopende en geplande burgerparticipatietrajecten in Kerkrade. Dit zal stapsgewijs op de website van de gemeente beschikbaar worden gesteld. De invulling van dit overzicht was het centrale vraagstuk van de werksessie van 21 oktober 2025. c: U schrijft: “de financiële middelen voor deze doorontwikkeling (van burgerparticipatie CW) resteren uit eerdere overhevelingen.” Over welk bedrag gaat het hier? Graag aangeven op begrotingsregelniveau welk bedrag, wanneer is overgebleven en onder welke verzamelpost we dat in productbegroting terug kunnen vinden. Antwoord: Pagina 5 van financiële producten begroting 2026 (kolom begr2025 t/m 1e bijstelling): G:\Project\Afdeling Financien\01. BEGROTING\BEGROTING 2025\fin productenbegroting 2025
Totaal startbedrag van 2025: €65.600 + €26.200 + €48.700 = €140.500 De resterende ruimte in het budget is momenteel €71.744. Een aantal toezeggingen zijn hierin nog niet verwerkt waardoor het overhevelbaar bedrag voor 2026 rond de €55.000 zal zijn. d: U schrijft: ‘De inzet is deels projectmatig, met ruimte voor cofinanciering van externe fondsen en samenwerkingsverbanden en deels een restant van het incidentele startbudget voor burgerparticipatie.’ Over welke cofinanciering gaat dit en met welke externe fondsen is een samenwerkingsverband aangegaan? En hoe hoog was het startbudget? Antwoord: Projectmatig wil zeggen dat de kostendekking voor burgerparticipatie niet wordt belast op het budget van burgerparticipatie maar binnen het project zelf. Dit is tevens ook de beoogde werkwijze waarbij financiering en verantwoordelijkheid voor uitvoering ligt bij het project – voorbeelden zijn te vinden met bijvoorbeeld HEEMwonen en WonenZuid of samenwerkingen tussen gemeentes. Het startbudget van burgerparticipatie was een incidenteel budget van €150.000 in 2023 en een incidenteel budget van €150.000 in 2024. Binnen dit budget heeft de volledige ontwikkeling en doorontwikkeling van burgerparticipatie plaatsgevonden. Vraag 54 Parkeergarage Vie pag.
21: We hadden graag een toelichting van de problemen m.b.t de parkeergarage VIE en wanneer u denkt dat dit wordt opgelost? Hoeveel parkeerinkomsten zijn we inmiddels (van 2022 t/m heden) in totaal door de problemen misgelopen? En welke extra kosten zijn er gemaakt voor het oplossen van de problemen parkeergarage, inclusief kosten juridisch advies en proceskosten indien daar sprake van is. Antwoord: De problemen m.b.t. de parkeergarage Vie zijn genoegzaam bekend (zie informatiebrieven d.d. 16 mei 2022, 4 oktober 2022, 30 mei 2023, 7 december 2023). Er worden op dit moment voorbereidingen getroffen om de herstelwerkzaamheden in het 1e kwartaal van 2026 te kunnen starten en deze duren ca. 4 maanden. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door Pellikaan. Aansluitend worden in opdracht van de gemeente de werkzaamheden op het dak van de parkeergarage in 2026 uitgevoerd. De daadwerkelijke gederfde inkomsten zijn moeilijk te bepalen. In de afgelopen begrotingen is €10.000 per jaar als parkeerinkomsten opgenomen. Overigens zijn de gederfde parkeerinkomsten meegenomen in de contractueel opgelegde boetes aan Pellikaan. De extra kosten voor het oplossen van de problemen van de parkeergarage bedragen ca. €1,12 miljoen. Mochten deze kosten niet worden gedekt uit de boete, biedt het contract een aanvullende verhaalsmogelijkheid op Pellikaan.
Vraag 55 a: Wat wordt bedoeld met ‘instrumenten regulering huisvestingen’? Antwoord: Hiermee worden alle juridische instrumenten bedoeld die bij kunnen dragen aan de regulering van huisvesting in een gemeente, waaronder de Huisvestingsverordening, de Wet goed verhuurderschap en de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, ook wel de “Rotterdamwet” genoemd.
b: Hoezo brengt dit meerkosten met zich mee van 250.000 euro in de periode 2026-2030.? Antwoord: Voor de uitvoering van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, ofwel de “Rotterdamwet” is extra capaciteit nodig op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, Basisregistratie Personen en juridische ondersteuning. De loonkosten van deze ambtelijke capaciteit zijn geraamd op 250.000,c: U schrijft: “Daartoe wordt in 2025 een bedrag gereserveerd van 500.000?” Moet hier staan “werd” i.p.v. “wordt” of moet hier staan 2026 in plaats van 2025? Graag een uitleg, want we kunnen niet iets reserveren in de begroting van 2025, die is een jaar geleden al vastgesteld. Bedoelt het college hier dat de begroting van 2025 moet worden bijgesteld en we voor ‘instrumenten regulering huisvestingen’ 5 ton extra gaan uittrekken? Indien dat het geval is dan zien we graag een ontwerpbesluit bij de begroting, waarom u dat wilt en waar u dat dan vandaan wilt halen. Want voor een begrotingswijziging van deze omvang dient u de raad om toestemming te vragen. Antwoord: ‘Wordt’ is correct, aangezien het voorliggende document ook de 1e formele bijstelling van de jaarschijf 2025 is. Het ontwerpbesluit heeft de raad genomen op 2 juli 2025 (Ontwerpbesluit inzake Studiejaar en voorbereiding Begroting 2026 e.v./1e bijstelling 2025).
Zie bijlage 1 financieel overzicht bij dat agendapunt, iets onder het midden van pagina 1. d: U vervolgt: “en in de periode 2026-2030 worden jaarlijks 100.000 aan deze reservering onttrokken. De resterende 150.000 etc.? “ Vier jaar lang 100.000 is 400.000 en hoezo kan er dan nog 150.000 overblijven als u 500.000 reserveert voor dit doel? Antwoord: Van 2026 tot en met 2030 is vijf jaar. Maar de jaarschijf 2030 zit nog niet in de huidige meerjarenraming, die gaat namelijk maar t/m 2029. Dat zal volgend jaar zichtbaar worden. In totaal 5x€ 100.000 = € 500.000. e: Dan vervolgt u: De resterende 150.000 wordt gedekt door de eerdergenoemde intensivering van de taakstelling op de loonsom vanaf 2026”. Wij begrijpen hier niets van, nu lijkt het alsof er nog een tekort is van 150.000 en dat die uit de taakstelling op de loonsom wordt gehaald? Graag een uitleg van hetgeen hier bedoeld wordt. Antwoord: Er is € 250.000 per jaar nodig in genoemde periode. Een bedrag van € 100.000 per jaar wordt gedekt door het gereserveerde bedrag aan te spreken. Dan blijft er nog €150.000 over aan te dekken kosten. Om die kosten te dekken is de reeds bestaande taakstelling op de loonsom verhoogd met € 150.000. f: Wat is de taakstelling op de loonsom? Hoe hoog is die en wanneer is die taakstelling door wie en waarom opgelegd? Antwoord: De taakstelling bedroeg € 285.000 in 2026 en € 585.000 vanaf 2027.
Deze taakstellingen zijn eerder al in het kader van de financiële opgave voor het ‘Studiejaar’ met de financiële commissie en in de informatiebijeenkomsten met de raad gedeeld. Zij vinden hun oorsprong in de Begroting 2025 e.v./1e bijstelling 2024 om invulling te kunnen geven aan de financiële opgave destijds. Zij zijn middels het raadsbesluit van 2 juli 2025 waarin de basis werd gelegd voor de huidige voorliggende begroting nog eens geïntensiveerd met een additionele taakstelling van € 150.000 vanaf 2026.
Vraag 56 pag. 23: a: We verzoeken u die kolommen in de basisset beleidsindicatoren op pagina 23 gewoon in te vullen. Als nb voor niet bekend staat, dan klopt dat niet want die cijfers zijn wel bekend namelijk via de aneo personeelsmonitor 2024. Antwoord: Voor de begroting wordt een inschatting gemaakt van de cijfers voor 2026. Uitgangspunt zijn de werkelijke cijfers ten tijde van het opmaken van de begroting (2025). In tegenstelling tot de cijfers van de gemeente Kerkrade zijn de cijfers van de overige gemeenten over 2025 niet bekend. Dat is de reden waarom de cijfers van Nederland en Limburg niet vermeld worden in de begroting. Op dit moment zijn de meest recente landelijke cijfers uit 2024 bekend via de Personeelsmonitor van het A&O fonds Gemeenten. Deze zetten we in perspectief met de cijfers van Kerkrade:
Zoals uit deze tabel blijkt, loopt de gemeente Kerkrade in 2023 en 2024 in de pas met de landelijke Personeelsmonitor van het A&O fonds. b. In 2024 was de formatie nog 10.8 fte per 1000 inwoners. We zijn dus 0,5 fte per 1000 inwoners gegroeid. Hoeveel banen uitgedrukt in fte zijn er dus in 2025 bijgekomen? Voor welke onderdelen van het ambtenaren apparaat zijn die ingezet. Graag uitdrukken per salarisschaal. Antwoord: Vanaf 1 januari 2025 is het personeelsbestand per saldo met 21,1 Fte gestegen (peildatum 3 november 2025). Onderverdeeld in salarisschaal:
Hierbij wordt opgemerkt dat de toename bij schaal 8, 10 en 10A met name het gevolg is van de onderhoudsronde functiewaardering HR21. Verder geldt dat de groei ook tijdelijke formatie-uitbreiding betreft (tijdelijke werkzaamheden of tijdelijke uitbreiding vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van medewerkers). De formatiewijzigingen hebben betrekking op 44 organisatie-eenheden; dit betreft zowel uitbreiding als krimp van de formatie. De grootste toename is te vinden bij: Sociaal domein (beleidsmedewerker, consulent WIZ / Jeugd / WMO, werkbegeleiders en kwaliteitsmedewerker). Afdeling Informatie (functioneel beheerder, record manager en data specialist). Afdeling Openbare Orde en Veiligheid (regisseur sociaal veilig, juridisch medewerker sociaal veilig en procesondersteuner sociaal veilig). Vraag 57 pag. 23: a: Wat wordt bedoeld met het saldo van de financieringsfunctie (0.5)? en hoe verklaart u dat deze in de begroting van 2025 nog op een tekort stond voor 2026 van 136.000 en nu een positief resultaat van 472.000 laat zien? Antwoord: Dit is het gevolg van omvangrijke voorschotfinanciering vanuit het rijk. Deze tijdelijk overtollige middelen leiden enerzijds tot extra renteopbrengsten terwijl anderzijds de behoefte aan externe financiering hierdoor opschuift in de tijd waardoor ook de te betalen rente lager is dan aanvankelijk begroot.
Zie in algemene zin ook de informatiebijeenkomst van 27 oktober jl. b: Hoe verklaart u dat er in vergelijking met de begroting van 2025 de saldi van de baten en lasten in de begroting van 2026 met bijna 20 miljoen verschilt (153.419 versus 171.647)? Antwoord: Dit is voor het grootste deel het gevolg van extra baten uit de algemene uitkering van het rijk. Daarnaast worden de reserves minder aangesproken en heeft ook het hierboven beschreven saldo van de financieringsfunctie hieraan bijgedragen. Dit is wat de accountant, de heer Van Vugt, ook schetste in zijn presentatie van 27 oktober 2025 waarnaar wij graag nog verwijzen voor aanvullend inzicht. Vraag 58 Pag. 38, economie: Algemeen. a: De afgelopen jaren is de economie in Kerkrade hard gegroeid, zelfs zodanig dat Kerkrade de eerste plaats in Limburg innam. Tussen 2023 en 2024 is het aantal arbeidsplaatsen met 4,5% gestegen, goed voor 738 nieuwe banen. Hoeveel van deze nieuwe banen worden ingevuld door inwoners van Kerkrade? Antwoord: Deze cijfers zijn niet beschikbaar voor ons. Ralph Wijckmans heeft dit antwoord ook al via Stad gecommuniceerd. b: Hoeveel zijn hiervan ingestroomd vanuit de Bijstand? Antwoord: In 2023 zijn er 109 plaatsingen naar werk gerealiseerd en in 2024 129 plaatsingen. We streven ernaar om zoveel mogelijk plaatsingen binnen onze eigen gemeente te realiseren. Tegelijkertijd staat altijd het
belang van de klant voorop: we kijken naar wat passend is bij iemands mogelijkheden én naar het beschikbare aanbod van werk, zowel lokaal als regionaal. Vraag 59 Bedrijventerreinen: Er is een ongekende belangstelling voor de bedrijventerreinen in Kerkrade. Aangezien er steeds meer logistieke- of datacenter blokkendozen worden gebouwd, wil de SP graag weten, of er nu op dit moment, of in de nabije toekomst en gezien de ongekende belangstelling, bij toename van het aantal bedrijven op enig moment mogelijk sprake zal zijn van netcongestie? Is hier zicht op en wordt hier ook reeds rekening mee gehouden? Antwoord: Ja. Er is op dit moment en ook in de nabije toekomst sprake van netcongestie. Deze netcongestie staat echter los van de toename van het aantal bedrijven in Kerkrade en heeft niets te maken met de bedrijventerreinen op zich. Het is momenteel door netcongestie niet mogelijk om een grootverbruikersaansluiting te krijgen. Een kleinverbruikersaansluiting is wel mogelijk. Dit geldt ook voor bedrijventerreinen. Er is geen zicht op de daadwerkelijke omvang van de netcongestie in Kerkrade. Ook is bij de gemeente niet bekend hoeveel bedrijven in Kerkrade een grootverbruikersaansluiting aangevraagd hebben en op de wachtlijst staan. Dit soort bedrijfsgegevens ontvangt de gemeente niet. Daarnaast wordt deze informatie door Enexis niet gedeeld.
Dit betekent ook dat de gemeente hier geen invloed op heeft en hier geen rekening mee kan houden. Om hier toch een beter beeld van te krijgen is besloten om het proces dat uitgevoerd is bij de pilot Dentgenbach ook op de andere bedrijventerreinen uit te voeren. Met de kennis hiervan zullen bestaande en nieuwe bedrijven ondersteund worden. Hier bent u begin oktober door middel van een RIB over geïnformeerd. Vraag 60 Pag. 42: Exploitatie. Bij 3.4 Economische promotie, “baten”, zien we een sprong van 404 in 2025 naar 2.190, en vervolgens een val in 2026 naar 440 in 2027. Welke baten liggen hieraan exact ten grondslag? Antwoord: Aan deze eenmalige piek in jaarschijf 2025 ligt de netto boekwinst op de verkoop van de aandelen van GaiaZOO ten grondslag. Vraag 61 pag. 55: a: Graag een overzicht van de binnensportaccommodaties en voor welk bedrag Optisport per accommodatie een exploitatiebijdrage ontvangt. Antwoord: Zie onderstaande tabel.
b: U schrijft: Voor het WMC jaar 2026 is er voor 2025? een voorbereidingsbudget en een beheerbudget van 100.000 begroot voor het jaar 2026. We begrijpen niet wat hier staat. Wat is een ‘voorbereidingsbudget’? Mede gezien de opmerking op pag. 172 waar uw college schrijft: ‘Als voorbereiding en het beheren van de openbare ruimte tijdens het WMC is er voor 2025 en 2026 resp. 40.000 en 100.000 begroot. In 2025 hebben we het bedrag van 40.000 niet terug kunnen vinden in de productbegroting. Graag een uitleg waar dat dan onder geboekt is en een uitleg waarom u daar in deze begroting 2026 gewag van maakt? Betreft het hier een bijstelling van de begroting 2025? Zo ja, onder welke post? Antwoord: Op blz. 55 van de begroting 2026 is voor het beheren en inrichten van de openbare ruimte tijdens het WMC in 2026 voor de jaarschijf 2025 een voorbereidingsbudget begroot van € 40.000 voor de jaarschijf 2025 en een uitvoeringsbudget voor de jaarschijf 2026 van € 100.000. Het voorbereidingsbudget van 2025 zal besteed worden aan het tijdig reserveren van bijv. Pyramide bloembakken (aanplant najaar 20205) om de stad aan te kleden En het uitvoeringsbudget tijdens het WMC jaar 2026 aan overige zaken zoals de aankoop van extra vlaggen, vlaggenmasten, extra omleidingsborden en het extra schoonhouden van de stad rondom de diverse evenementen locaties.
In de productbegroting zijn deze middelen begroot op rekeningnummer 9530173.4380. Onderdeel bij de behandeling van de begroting 2026 is ook de bijstelling van het jaar 2025. Het voorbereidingskrediet betreft een financiële mutatie welke betrekking heeft op het jaar 2025 en de € 100.000 op het jaar 2026. Onderdeel van de begroting is ook dat verschillen tussen de verschillende jaarschijven worden toegelicht. Op Blz. 172 is aangegeven dat er in 2025 een bedrag van € 40.000 en in 2026 een bedrag van € 100.000 is begroot voor onderhoud openbare ruimte voor het WMC. c: Betekent dit dat het BLOW festival in 2025 de gemeente 40.000 euro heeft gekost voor ‘aankleding van de stad’ en 18,500 aan subsidie betekent dat het evenement de gemeente 68.500 heeft gekost? De gelden voor Blow! worden niet op 9530173, maar op rekeningnummer 9530331 verantwoord. In de begroting 2025 is hiervoor € 20.000 opgenomen. Het college had vóór de aanvang van het evenement een garantstelling van € 15.000 afgegeven, maar de WMC-organisatie heeft hiervan geen gebruik gemaakt d: U vervolgt: ‘Afhankelijk van de verder nog vast te stellen definitieve opzet van het WMC zal e.e.a.
onderverdeeld worden in het aankleden van de stad en extra inzet voor reiniging.” Het is toch bekend hoelang het WMC duurt en waar de optredens en mars- en showwedstrijden plaats zullen vinden? Hoezo kan dan nog niet begroot worden wat de aankleding van de stad en wat de geschatte
reinigingskosten zullen zijn? Graag een specificatie van de te verwachtten kosten in vergelijking met de gemaakte kosten van 2022. Antwoord: Ten tijde van de vaststelling van de begroting waren nog niet alle zaken definitief inzichtelijk. Zelfs nu in de voorbereiding wijzigen nog wekelijk zaken die van invloed kunnen zijn op de verdeling van de kosten. Vraag 62 pagina 85: Kaalheide bruist. U schrijft: ‘Partijen hebben in 2025 gewerkt aan het uitwerken van hun afzonderlijke businesscase. Begin 2026 wordt naar verwachting de samenwerkingsovereenkomst getekend.” a: We wachten al vanaf juli 2023 op die getekende samenwerkingsovereenkomst. Graag een uitleg wat er in de afgelopen 2,5 jaar is gebeurd, waardoor er tot op heden nog steeds geen getekende overeenkomst ligt en van Kaalheide bruist er nog niet één bubbel is gaan bruisen. We willen weten wat precies het probleem is. Antwoord: De uitwerking van de afzonderlijke businesscase heeft meer tijd gekost dan op voorhand voorzien. Met name in fase 2 (Bruis) is de financiering en samenwerking daaromtrent moeilijk gebleken. Bij de start hebben HEEMwonen en Wonen Limburg samen gekeken naar de financiering van de woningen. Uiteindelijk heeft Wonen Limburg geconcludeerd dat dit voor hen niet haalbaar was, maar is HEEMwonen bereid geweest dit volledig voor haar rekening te nemen.
Bruis heeft gezocht naar een investeerder voor de plint, wat in de markt niet gelukt is. Ook hiervan heeft HEEMwonen aangegeven dit te willen en kunnen financieren, mits Bruis voldoende zekerheid kan bieden voor de langere termijn. Hiervoor heeft Bruis de samenwerking gezocht met andere partijen. Partijen geven aan dat ze daar naar verwachting Q1 2026 hier duidelijkheid over kunnen geven. In deze periode heeft de BVO wel doorgewerkt om haar bouwplannen uit te werken tot een definitief ontwerp. We onderzoeken nu of de realisatie van fase 1 Roda al opgestart kan worden, vooruitlopend op de definitieve afspraken met de partijen van fase 2. Hiervoor heeft de gemeente ook al een basisinrichtingsplan voor de openbare ruimte laten opstellen om de bouwpeilen, de afwatering en een globale inrichting te bepalen. Dit inrichtingsplan dient als basis voor de kostenraming ten behoeve van de gemeentelijke grondexploitatie. Hiermee treffen partijen wel de voorbereidingen om door te kunnen pakken bij een positief bericht over fase 2. b: Volgens de plannen zou de BVO Roda in het voorjaar 2026 gaan verhuizen naar het nieuwe pand en het stadion alleen nog op wedstrijddagen huren.