E. Een volwaardig IKC concept 2.2 19-8-2019.pdf
Tekst van het document
Op weg naar een volwaardig IKC
Samen dromen………………. IKC Eygelshoven 19-8-2019
Op weg naar een volwaardig IKC
Inhoud 1. Inleiding 2. Ons IKC: voorwaarde en streefbeelden 2.1 Voorwaardelijke zaken 2.2 Streefbeeld: Uniformiteit in pedagogisch handelen 2.3 Streefbeeld: Talentontwikkeling / atelieronderwijs 2.4 Streefbeeld: Afstemming in educatief handelen (doorgaande lijn) 2.5 Streefbeeld: Bevorderen gezonde leefstijl 2.6 Streefbeeld: Ondersteuning & welzijn (zorgstructuur) 2.7 Streefbeeld: Ouderbetrokkenheid
3. Organisatie 3.1 Bestuursvorm 3.2 Integrale aansturing, (overleg)structuur en ontschotting 3.3 Medezeggenschap / IKC raad 3.4 ICT 3.5 Financiën 3.6 Juridische vormgeving
4. Huisvesting en beheer 5. Communicatie en marketing 6. Beheersplan 7. Bijlagen
1
Op weg naar een volwaardig IKC
1. Inleiding Als gesproken wordt over een Integraal Kind Centrum (IKC), dan hebben we het over een kind nabije voorziening, waarin verschillende partijen de ontwikkeling van kinderen als centraal uitgangspunt hebben. Het is een voorziening in de wijk waarin kinderen gedurende de dag komen om te leren, te spelen, te ontwikkelen en anderen te ontmoeten. Een IKC biedt arrangementen op het gebied van onderwijs, kinderopvang, ontwikkeling, ondersteuning, welzijn en vrije tijd. Ouders en kinderen maken hieruit een keuze! Voor u ligt de beschrijving van ons ambitieniveau om te groeien tot het eerste IKC in Kerkrade. Het woord SAMEN(werking) is hierbij leidend!
Onze visie: De “gedroomde” toekomst maak je SAMEN! Onze missie: Onze opvoedexperts dagen kinderen en zichzelf optimaal uit in talentontwikkeling, zodat iedereen de “gedroomde” toekomst kan realiseren. Hierbij staat kwaliteit en ontwikkeling voorop in Opvang, Onderwijs en Ontspanning. Onze kernwaarden hierbij zijn: ü ü ü ü
Vertrouwen Veiligheid Wederzijds respect Eigenaarschap
2
Op weg naar een volwaardig IKC
2. Een volwaardig IKC: voorwaarde en streefbeelden 2.1 Voorwaardelijke zaken Om een sterke verbinding en doorgaande lijn te realiseren binnen ons IKC, is het belangrijk dat zowel de kernactiviteiten van de verschillende organisaties, als praktische zaken op elkaar zijn afgestemd. Zo is het handig voor ouders dat tijden en activiteiten op elkaar aansluiten. Verder is het belangrijk dat alle betrokken medewerkers binnen ons IKC elkaar kennen om toegankelijkheid naar elkaar te bevorderen. Belangrijk is dat helder is wie de contactpersonen ( zie 7.7 organogram Integrale Samenwerking) zijn, wat hun taken en bevoegdheden zijn. Zo verlopen communicatieprocessen het beste. Verder is het belangrijk dat de voorzieningen op de hoogte gehouden worden van elkaars activiteiten en ontwikkelingen. Opvang en onderwijs sluiten, daar waar nodig, aan bij de ondernomen ontwikkeling of activiteit om daar goed op af te stemmen. Ons IKC legt op deze manier daadwerkelijk de verbinding tussen opvang en onderwijs waarin iedere medewerker vanuit expertise en talent een bijdrage levert. Om tot een volwaardig IKC te komen, worden hieronder de eerste stappen beschreven op weg naar dit eindbeeld.
2.2 Streefbeeld: Uniformiteit in pedagogisch handelen Ons IKC legt de verbinding tussen opvang en onderwijs door nauw samen te werken vanuit één pedagogisch werkkader. Dat betekent dat we zowel op de opvang als tijdens onderwijs dezelfde regels en afspraken hanteren en werken aan een emotioneel veilige omgeving. Vertrouwen, veiligheid, rust en wederzijds respect zijn hierbij leidend zodat de kinderen zich goed ontwikkelen! Kinderopvang en school dienen hierbij elk aan eigen wettelijke kaders te voldoen. Wat betreft pedagogisch handelen zien we duidelijke raakvlakken; • •
Fysieke en emotionele veiligheid en sociale en persoonlijke competenties zijn zowel pedagogische doelen (KO) als doelen in de Kanjertraining (BAO) Kinderen leren normen en waarden (KO), dit komt ook terug in burgerschap en Kanjertraining (BAO)
In bijlage 7.1 beschrijven we hoe het pedagogisch handelen er op dit moment in de praktijk uitziet. In de toekomst willen we een gezamenlijke taal spreken binnen het IKC. We zien hiervoor kansen liggen binnen de methode Kanjertraining en de VVE-methodiek. De exacte invulling van het werken vanuit pedagogische doelen, binnen de verschillende leeftijdsgroepen, moet nog beschreven worden.
2.3 Streefbeeld: Talentontwikkeling (atelieronderwijs) 0-12 jaar In het IKC onderscheiden we ons met talentontwikkeling via atelieronderwijs/lessen. We geloven dat we kinderen op de huidige, moderne samenleving moeten voorbereiden. Het aanbod van atelieronderwijs is breed, vele vaardigheden worden aangeboord en op de proef gesteld.
3
Op weg naar een volwaardig IKC De onderwijstijd in het IKC is daardoor méér dan een plek van rekenen en taal. We willen dat kinderen hun creatieve talenten ontdekken en ontwikkelen. •
•
Een talent is het vermogen om iets heel goed te kunnen, een bekwaamheid of begaafdheid wat voor jou vanzelfsprekend is en voor een ander begerenswaardig. Een activiteit die je moeiteloos afgaat en voldoening geeft. Ieder kind kan één of meerdere talenten ontwikkelen. De één heeft een talent voor tekenen, een ander heeft een talent voor sport. Vaak (h)erkennen we deze talenten niet terwijl ze ons wel uniek maken.
Bij de ontwikkeling van hun talenten worden de kinderen gesteund en uitgedaagd door de mensen die hun omringen in het IKC. Talentontwikkeling doen we dus samen, met en door elkaar. Om kinderen hun eigen talenten te leren ontdekken is het van belang dat ze van jongs af aan met meerdere disciplines in aanraking komen en hierbinnen ontdekkend en ontwerpend bezig kunnen zijn. Het aanbod binnen onze ateliers is daarop gericht. Voor een integraal activiteiten aanbod bieden we via dag- arrangementen een doorgaande talentontwikkeling aan. In bijlage 7.2 beschrijven we hoe dit er in de praktijk uitziet.
2.4 Streefbeeld: afstemming in educatief handelen (doorgaande ontwikkelingslijnen) Bij het realiseren van doorgaande ontwikkelingslijnen in het IKC, is het belangrijk dat pedagogische medewerkers weten wat er in groepen (school) inhoudelijk wordt aangeboden. Voor de leerkrachten is het andersom belangrijk om te weten wat hun “vertrekpunt” is. Zij moeten weten wat er in de voorschoolse voorziening / dagopvang aan inhoudelijk pedagogisch aanbod is geweest, willen zij hun onderwijs hierop afstemmen. Dit vindt middels een zogenaamde ‘warme overdracht’ plaats. Maar ook in de breedte met partners uit cultuureducatie, sport, gezondheid, vrijetijd e.d. samenhang te realiseren in het pedagogisch aanbod. Observatie- en registratiesysteem De ontwikkelingslijnen van een observatie- en registratiesysteem kunnen hierbij als uitgangspunt gebruikt worden. Door te werken met dezelfde methode van voor- en vroegschoolse educatie wordt afstemming en doorgaande lijn vergemakkelijkt. Om kinderen goed te kunnen volgen in hun ontwikkeling, is een observatie- en registratiesysteem dus van belang. In ons IKC gaan de leerkrachten verder met de observaties die al binnen de voorschoolse voorziening zijn gedaan. Het gebruikte observatiesysteem hierbij is KIJK! Dit instrument heeft een volgsysteem voor peuters en kleuters en is daarom geschikt om te gebruiken binnen de unit 0 – 6 jaar.
De leerlingen in unit 6 – 12 jaar maken gebruik van het leerlingvolgsysteem van CITO. De ambitie hierbij is om te komen tot één integraal kindvolgsysteem en gezamenlijke oudergesprekken waarbij ouder, pedagogisch medewerker en leerkracht de ontwikkeling van het kind samen bespreken. Integraal aanbod Taal- geletterdheid We leggen in ons IKC de focus op taal- en geletterdheid. Binnen de gekozen focus taal- geletterdheid zoemen we dieper in door af te stemmen in wie gaat wat aanbieden binnen de ontwikkelingslijn. In bijlage 7.3 beschrijven we zo concreet mogelijk hoe de doorgaande lijn eruit ziet, welke doelstellingen we hierbij voor ogen hebben en hoe we alles borgen.
4
Op weg naar een volwaardig IKC 2.5 Streefbeeld: bevorderen gezonde leefstijl Het bevorderen van een gezonde leefstijl is een onderwerp waar we binnen ons IKC oog voor hebben. Uit onderzoek blijkt namelijk dat kinderen die voldoende bewegen en gezond eten en drinken zich beter voelen. Ook weten we hoe belangrijk een gezonde leefstijl is voor de ontwikkeling en prestaties van een kind. Voldoende redenen dus om hier in ons IKC aandacht aan te besteden. In bijlage 7.4 beschrijven we hoe u dit in ons IKC terug ziet!
2.7 Streefbeeld: Ondersteuning & welzijn (zorgstructuur) Tot de zorgstructuur rekenen we alle ondersteunende voorzieningen die eraan bijdragen dat de kinderen optimaal profiteren van het ontwikkelingsaanbod binnen het IKC. In bijlage 7.5 staat het proces van de huidige structuur tot aan het streefbeeld en de aanbevelingen beschreven. Hierbij wordt uitgegaan dat opvang en onderwijs uiteindelijk één contact persoon krijgt voor een optimaal kindnetwerk waarbij samengewerkt wordt in een Knooppunt! Hierbij zetten we in op vroegsignalering en preventie.
2.8 Streefbeeld: Ouderbetrokkenheid Het beste klimaat voor uw kind wordt gecreëerd wanneer kind, (groot)ouders, verzorgers, opvang en school met elkaar in verbinding zijn. In verbinding zijn betekent: voelen vanuit je hart met het verstand erbij. Het gaat om vertrouwen, luisteren, begrijpen, accepteren en respecteren (inlevingsvermogen). Opvoeding houdt niet op wanneer uw kind de voordeur uit stapt. Binnen het IKC werkt iedereen samen om het leren en de ontwikkeling van het kind te ondersteunen en te verrijken. Daarom is een goede samenwerking in het kindnetwerk, vanaf de geboorte van het kind, essentieel. Ons IKC is laagdrempelig, nabij en toegankelijk, zeker wanneer er (zorg)vragen zijn. Want U als verzorger bent belanghebbende in de doorgaande ontwikkelingslijn. Daarnaast nodigen we iedereen uit om deel te nemen aan activiteiten of tot het inbrengen van eigen initiatieven. In bijlage 7.6 hebben we een aantal suggesties beschreven hoe we alle betrokkenen willen betrekken bij ons IKC.
3. Organisatie 3.1 Bestuursvorm
3.2 Integrale aansturing, (overleg)structuur en ontschotting Omdat het personeel binnen een IKC meer geïntegreerd te werk gaat dan wanneer opvang- en onderwijsactiviteiten gescheiden blijven, is het beschrijven van de aansturing een belangrijk onderdeel van IKC-vorming. Naast aansturing en integrale overlegmomenten willen we ons verder ontwikkelen tot een leergemeenschap van IKC-professionals. In bijlage 7.6 beschrijven we een aantal zaken die we met elkaar hebben afgesproken.
5
Op weg naar een volwaardig IKC 3.3 Medezeggenschap / IKC Raad De IKC Raad is een medezeggenschapsorgaan binnen het IKC bestaande uit de oudercommissie (OC) van de kinder- en peuteropvang en de MR van de basisschool. Deze raad bestaat uit ouders, pedagogisch medewerkers en leerkrachten verbonden aan het IKC. De IKC raad denkt actief mee in de organisatie van het IKC en stemt al dan niet in met én adviseert over onderwerpen die met het beleid van het IKC te maken hebben. Zaken die alleen het onderwijs of alleen de opvang betreffen worden in de aparte organen (MR of OC) besproken. Daarnaast blijft de OR voor de kinderopvang ook een apart orgaan. Door de afvaardiging van de verschillende geledingen, ouders en medewerkers, zit er een goede mix van positief-kritische mensen aan tafel. De afvaardiging van de MR van de basisschool en de OC van de kinder- en peuteropvang blijven in hun juridische vorm bestaan maar komen samen in de IKCraad. De samenwerking uit zich in de gezamenlijke vergaderingen en in het integraal benaderen van vraagstukken t.b.v. het versterken van de doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen van 0 t/m 12 jaar. De raad behandelt de beleidszaken en andere gespreksonderwerpen als afgerond geheel. Vanwege de wettelijke kaders hebben pedagogisch medewerkers en ouders vanuit de oudercommissie alleen een adviserende stem tijdens de vergaderingen.
*De IKC raad bestaat uit 8 leden, met een evenredige vertegenwoordiging van ouders en medewerkers van opvang en onderwijs.
3.4 ICT Het streven is om vanaf augustus 2019 verder te gaan onder een naam en logo. Hiervoor zal een nieuw mailadres en website nodig zijn. 3.5 Financiën Kinderopvang en onderwijs kennen verschillende financieringen en aparte bekostigingssystemen. Een gezamenlijke pot voor nader te bepalen activiteiten (verdeelsleutel?) is hierbij wenselijk.
6
Op weg naar een volwaardig IKC 3.6 Juridische vormgeving De juridische vormgeving van het IKC volgt uit de voorwaarde en streefbeelden zoals beschreven. Idealiter is er één juridische entiteit van waaruit alle kernactiviteiten van het IKC worden aangeboden. Dit is op dit moment niet mogelijk. In hoeverre dat ideaal kan worden benaderd, hangt af van de ambitie van de samenwerkingspartners.
4. Huisvesting en beheer Basisschool De Veldhof is gehuisvest aan de Anselderlaan 10 te Eygelshoven. Het gebouw ligt ingeklemd tussen woningbouw aan de Anselderlaan, Op den Dries, Laurastraat en Veldhofstraat. Het gebouw dateert uit 1973 en heeft een capaciteit van 16 lokalen. Er zijn momenteel 2 lokalen in medegebruik door Kinderopvang Parkstad voor het aanbieden van Peuteropvang en Buitenschoolse opvang. Er zijn diverse kantoorruimten, een personeelskamer en een speelzaal. Het gebouw heeft een bruto vloeroppervlakte van 2.256 vierkante meter waarvan 145 vierkante meter kelderruimte is. Deze ruimte is niet inzetbaar voor onderwijsdoeleinden, het feitelijk beschikbaar oppervlakte bedraagt 2.111 vierkante meter bruto. Op basis van de leerling prognose heeft het gebouw een overmaat. Deze overmaat blijft de komende jaren bestaan en zal verder toenemen. Het buitenterrein is voldoende groot en heeft feitelijk een overmaat. Er is veel groen aanwezig. Het gebouw is gedateerd en de bouwkundige structuur en inrichting sluit niet aan op de onderwijskundige eisen van deze tijd. De wanden en de vloer van het gebouw zijn niet geïsoleerd. Het dak is geïsoleerd (deels koud dakconstructie) maar voorzien van een houten dakbeschot. Er is geen mechanische ventilatie aanwezig.
Vanuit de geformuleerde visies en streefbeelden dient een vertaling gemaakt worden naar een ruimtelijk- functioneel programma van eisen. Samen met een technisch programma van eisen zal gekeken worden naar het bestaande gebouw of de programma’s realiseerbaar zijn. Om te realiseren dat kinderopvang, peuteropvang en basisonderwijs uiteindelijk in een gebouw worden gehuisvest moeten we aansluiten bij onze visie op de integrale ontwikkeling van het kind. Het is mooi wanneer onze visie zichtbaar wordt gemaakt in het gebouw. Dit geldt ook voor het gebruik van het gebouw. Centraal staat het multifunctionele gebruik van de ruimtes, maar ook het inclusieve karakter van het IKC naar de ketenpartners. Bij de bepaling van het ruimtegebruik is het van belang om de kenmerkende activiteiten precies in beeld te brengen. Voor elk van de activiteiten moeten ruimtes worden ingericht. Sommige ruimtes kunnen voor verschillende activiteiten worden gebruikt. Zo kan de aula voor theater- en muziek voorstellingen worden gebruikt of voor een bijeenkomst met ouders. Het kookatelier voor kooklessen maar ook voor het bereiden van maaltijden voor BSO, TSO en kinderopvang. Het gebruik van ruimtes is deels leeftijdsgebonden, zoals voor baby’s, peuters en kleuters. Verder is het gebruiksgemak voor de kinderen, het personeel en de ouders een aandachtspunt.
Door verdere ontschotting tussen opvang en onderwijs zullen activiteiten door elkaar heen gaan lopen, activiteiten welke ook in (de inrichting van) het gebouw mogelijk dienen te zijn. Er zal dus een ingrijpende renovatie en vernieuwbouw nodig zijn.
5. Communicatie en marketing 6. Beheersplan
7
Op weg naar een volwaardig IKC
7. Bijlagen 7.1 Pedagogisch handelen Het pedagogisch handelen in de kinderopvang is afgestemd op de 4 basisdoelen vanuit de Wet Kinderopvang. Deze doelen zijn: Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid: We bieden kinderen een warme, veilige en ondersteunende omgeving. We hebben respect voor de autonomie van kinderen, stellen grenzen en bieden structuur aan kinderen zodat ze zich emotioneel veilig en geborgen voelen. Zodra een kind zich veilig voelt staat het open om te leren en zich te ontwikkelen. Het gevoel van veiligheid wordt bepaald door het handelen van de medewerkers, de ruimte/ omgeving en het contact met andere kinderen. De pedagogisch medewerkers onderkennen wat een kind zelf kan, tonen respect voor wat het nog niet kan en haken in op leergierigheid. Zij staan open voor de gevoelens van het kind, proberen de gevoelens te begrijpen en kunnen hier vervolgens adequaat op ingaan Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties: Ieder kind leert op zijn/haar unieke manier en in zijn/haar eigen tempo. De begeleiding van de kinderen bestaat uit een professionele handelwijze van de pedagogisch medewerkers, waarin de eigenheid en de mogelijkheid van elk kind een plaats krijgen binnen de grenzen van de groep, de beschikbare ruimte en het spelmateriaal.
Door het gericht en stapsgewijs aanbieden van spelmateriaal in een uitdagende en vertrouwde omgeving, wordt de talentontwikkeling van ieder kind gestimuleerd en ontplooid. We dagen de kinderen spelenderwijs uit in de ontwikkeling van hun motorische, cognitieve, taal en creatieve vaardigheden zodat kinderen steeds zelfstandiger en met zelfvertrouwen in de wereld gaan staan. Door te leren van de ervaringen die het kind in de omgeving opdoet, ontwikkelt het zich. Gelegenheid bieden tot het bieden van sociale competenties: kinderen krijgen volop de mogelijkheid om in contact te komen met leeftijdsgenootjes en volwassenen, waarmee zij een relatie kunnen aangaan en leren samen te spelen. We begeleiden kinderen in hun interacties waarbij ze spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht zodat kinderen in staat zijn steeds zelfstandiger relaties met andere op te bouwen en te onderhouden. Kinderen gelegenheid bieden om zich normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen te maken: Binnen onze organisatie komen kinderen en ouders maar ook medewerkers met verschillende achtergronden bij elkaar. Er is aandacht voor deze diversiteit en ieder kind, ieder gezin, iedere medewerker hoort erbij. Het overbrengen van normen en waarden speelt bij het opvoeden van kinderen voortdurend een rol. Ontwikkelen betekent ook grenzen stellen.
Medewerkers leren kinderen wat wel en wat niet kan binnen de grenzen van de groep en de beschikbare ruimte. Hierbij is van belang goed te kijken en te luisteren naar kinderen, zodat duidelijk wordt wat zij kunnen en wat niet. We stimuleren kinderen op een open manier van kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarde en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij. Goede dingen belonen wij met positieve aandacht en complimentjes, verkeerde dingen worden uitgelegd zodat kinderen de gevolgen van hun gedrag herkennen. Ongewenst gedrag wordt omgebogen naar gewenst gedrag, bijvoorbeeld door het kind af te leiden (vooral bij jongere kinderen), weg te leiden uit de situatie of alternatieven aan te bieden. Herhaling en een duidelijke grens stellen zijn belangrijk evenals consequent handelen. De pedagogisch medewerkers brengen normen en waarden ook over door het maken van afspraken met de kinderen. En de kinderen leren zelf regels te ontdekken in het gedrag van de pedagogisch medewerkers. Omgaan met regels is een belangrijk aspect van de sociale
8
Op weg naar een volwaardig IKC ontwikkeling. Een kind moet fouten kunnen maken, een kind leert door te doen. Het is belangrijk om een kind positief te waarderen voor de dingen die het al kan en te steunen bij die dingen die het moeilijk vindt. Naast de pedagogische doelen zoals hierboven beschreven stellen wij ons ten doel om de talenten van kinderen te ontwikkelen middels een gevarieerd, samenhangend maar vooral een uitdagend aanbod gedurende een of meerdere dagdelen per week. Onder professionele leiding en in nauwe samenspraak met de ouders/verzorgers en partners worden aan een kind optimale ontplooiingskansen geboden. Hierdoor groeit het kind in eigen tempo en mogelijkheden, tot een evenwichtige, zelfstandige talentvolle volwassene, die positief in de maatschappij staat en sociaal vaardig is. Naast het aanbieden van spelmogelijkheden zijn pedagogisch medewerkers tevens verantwoordelijk voor een deel van de ontwikkeling en opvoeding die zij gedurende de opvang periode van ouders/verzorgers overnemen. We willen kinderen zoveel mogelijk kansen bieden, zodat zij hun eigen mogelijkheden ontwikkelen en hebben hierbij aandacht voor de verschillende ontwikkelingsgebieden. Van elk kind wordt het welbevinden en de ontwikkeling structureel gevolgd en vastgelegd door de mentor.
Het pedagogisch handelen en de sociaal-emotionele competentie ontwikkeling wordt op de school gestimuleerd door gebruik te maken van de Kanjertraining. Voor vertrouwen, veiligheid, rust en wederzijds respect. Kanjertraining gaat over het bevorderen van onderling vertrouwen in groepen. Vertrouwen is de basis voor het creëren van rust in de klas, het stimuleren van sociale veiligheid en een prettig schoolklimaat. De Kanjertraining bestaat uit een serie lessen met bijbehorende oefeningen om de sfeer in de klas goed te houden (preventief) of te verbeteren (curatief). Leerkrachten, directie, ouders en kinderen leren op een respectvolle manier met elkaar om te gaan. Kinderen laten een afname zien van probleemgedrag en depressieve gevoelens, alsmede een toename op welbevinden en zelfwaardering in klassen, het blijkt dat pesten afneemt in klassen met veel conflicten. (zie ook de uitkomsten van Orobio de Castro c.s. 2018) Met de Kanjertraining leren kinderen, leerkrachten en ouders zich op een positieve manier te handhaven in sociaal stressvolle omstandigheden. Onder het motto: wat je meemaakt is interessant, vervelend of naar, maar hoe je ermee omgaat is belangrijker, dat vormt je. Reageer daarom niet met haat, wraak, gezeur, onverschilligheid of cynisme op problemen die zich voordoen in jouw leven. Doe je best er iets van te maken.
Zoek oplossingen waarmee je elkaar en de situatie recht doet. Oplossingen die in de toekomst houdbaar zijn. Kernwoorden van de Kanjertraining zijn: vertrouwen, rust en wederzijds respect, sociale redzaamheid, ouderbetrokkenheid, burgerschap, gezond gedrag en duurzaamheid. Thema’s voor de kinderen • Hoe zie ik mijzelf. Jezelf voorstellen. Iets aardigs zeggen over een ander en over jezelf. Gevoelens wat zijn dat? • Hoe voelt een ander zich? Inlevingsvermogen. Laat Pesters kletsen. De kunst van vragen stellen en antwoord geven. • Luisteren en samenwerken. Vriendschap. Van kritiek kun je leren/zelfreflectie. Er zijn mensen die van je houden. • Hoe ga ik met pesten om. Hoe zorg ik ervoor dat ikzelf niet mee doe met narigheid. Doe je niet anders voor dan je werkelijk bent. Thema’s voor de ouders • Dezelfde als die voor de kinderen. Met dit aanvullend verschil:
9
Op weg naar een volwaardig IKC ouders geven hierin zelf het goede voorbeeld ouders reageren in hun opvoeding niet vanuit gevoelens van ergernis/irritatie enerzijds en angst-/onmachtsgevoelens anderzijds. • •
Thema’s voor de leerkrachten • Dezelfde als die voor de kinderen en de ouders. Met dit aanvullende verschil: • Hoe zijn ouders erbij te betrekken. • Kanjer Volg en Advies Systeem (KanVAS). • Verschillende perspectieven in de aanpak van pesterijen. • Wet Burgerschap en Sociale Integratie De Kanjerpetten Om in gesprek te gaan over gedrag bij kinderen maken we bij de Kanjertraining gebruik van petjes met vier verschillende kleuren. Wanneer er zich een probleem of stressvolle situatie voordoet hebben we een keuze om verschillend te reageren. Binnen de psychologie wordt dit coping genoemd. Zolang je handelt vanuit vertrouwen en op basis van wederzijds respect zijn deze verschillen tussen mensen goed en waardevol. Wanneer je zo handelt noemen we dat binnen de Kanjertraining dat je een drager bent van de witte pet. Je durft jezelf te zijn, je bent zelf te vertrouwen en durft ook anderen te vertrouwen. Kortom je bent een kanjer. Je kunt een kanjer zijn op verschillende manier. Je kunt jezelf zijn in combinatie met de zwarte pet. Dan reageer je op een stoere manier. Je vertoont leiderschapsgedrag. Je kunt je grenzen aangeven. Je durft plannetjes te maken en bent ondernemend. Zolang naast de zwarte pet ook de witte pet van het vertrouwen aanwezig is, zullen deze kinderen zich op een hele positieve en krachtige wijze gedragen. Je kunt ook een kanjer zijn in combinatie met de rode pet.
Dan ben je vol levenslust. Je hebt een goed gevoel voor humor. Je bent optimistisch en je verstaat de kunst van het relativeren. Zolang naast de rode pet ook de witte pet van het vertrouwen aanwezig is, zullen deze kinderen op een hele positieve en opgewekte manier weten te reageren.
Je kunt ook een kanjer zijn in combinatie met een gele pet. Dan ben je vriendelijk, bescheiden en aardig. Zolang naast de gele pet ook de witte pet van het vertrouwen aanwezig is, zullen deze kinderen op een hele positieve en rustige manier weten te reageren. Uiteraard zijn er ook verschillende combinaties van petten mogelijk. Belangrijk gegeven is dat het hierbij gaat om coping. De petten zijn hulpmiddelen om op een respectvolle wijze over gedrag te kunnen praten. Kinderen zijn niet het gedrag van de pet, maar de petten staan voor de keuzes die de kinderen kunnen maken. Kinderen wordt daarmee geleerd dat ze zelf verantwoordelijkheid dragen
10
Op weg naar een volwaardig IKC voor de gedragskeuzes die ze maken. Zolang je drager bent van de witte pet van vertrouwen kun je ook niet zeggen dat de ene combinatie beter is dan de andere combinatie van petten Wanneer ontstaan de echte problemen? Dat is wanneer de witte pet van het vertrouwen wegvalt. We vervallen dan in reacties die niet meer passen bij de cultuur van wederzijds respect. Het recht van de sterkste begint te gelden. Voor de zojuist genoemde positieve eigenschappen komt dan het woordje ‘te’ te staan. Kinderen reageren dan te krachtig, te stoer en smeden plannen die ten kosten gaan van anderen. De vrolijke kinderen reageren nu te lollig met humor dat ten koste gaan van een ander en/of zichzelf. Het gedrag is onvoorspelbaar onbetrouwbaar, niet serieus te nemen en beledigend. De vriendelijke en bescheiden kinderen reageren nu angstig en te lief. Deze kinderen cijferen zichzelf helemaal weg en worden als het ware onzichtbaar. De eerste mept van de weeromstuit van zich af, de tweede maakt er een grap van en de derde geef het op. Als het onderling vertrouwen wegvalt in een groep, dan is de kans groot dat verschillende kinderen zich depressief ontwikkelen. Daders en slachtoffers De opvatting bestaat dat kinderen zijn in te delen in Pesters en gepeste (of in daders en slachtoffers).
Deze eenzijdige kijk op pesten maken de problemen groter en is niet de wijze van oplossen die de Kanjertraining voorstaat. Pesten is een complex probleem waarbij daders en slachtoffer lang niet altijd zo eenvoudig zijn te scheiden en soms een en dezelfde persoon is. Kanjertraining richt zich daarom niet alleen op de Pester of op de gepeste, maar op de gehele groep. De aanpak moet zo zijn dat alle kinderen er baat bij hebben. Kern van de Kanjeraanpak is: Zet het onderling vertrouwen terug in de groep. Zoek met elkaar oplossingen die ook in de toekomst houdbaar zijn. Zowel kinderen, leerkrachten als ouders worden bij de aanpak betrokken. De Kanjertraining heeft veel oefeningen, zowel preventief als curatief om het vertrouwen en de respectvolle omgang met elkaar te bewerkstelligen. De petjes zijn hierbij een hulpmiddel en helpen om een duidelijk onderscheid te maken tussen ‘de wereld van vertrouwen’ en ‘de wereld van wantrouwen’. Bron: Internetbron, de kanjertraining site: https://www.kanjertraining.nl/ geraadpleegd op 24-112018.
7.2 Talentontwikkeling in ateliers Techniek- en wetenschapsatelier Waarom techniek & wetenschap? • • • • • • •
Kinderen zijn enorm enthousiast als ze met techniek aan de slag mogen. Oplossingen bedenken, opdrachten uitwerken dingen maken. Dat spreekt een brede groep leerlingen aan. Techniekonderwijs leert kinderen vooral ontwerpen, onderzoeken en ontdekken. Ze proberen dingen uit stellen vragen, evalueren en gaan actief aan de slag. Techniek sluit prachtig aan bij de nieuwsgierigheid, creativiteit en het oplossend vermogen van kinderen. Samen met techniek bezig zijn doet een beroep op de sociale vaardigheden en bevordert het leren samenwerken. De motoriek wordt aangesproken op een andere manier dan via schrijven, handvaardigheid of spel. Het lezen, begrijpen en vervolgens toepassen van de aanwijzingen is een belangrijke leeractiviteit. Het Ministerie van Onderwijs verwacht van basisscholen dat ze voldoen aan de kerndoelen van techniek. Twee redenen:
11
Op weg naar een volwaardig IKC • •
Ten eerste biedt techniek de mogelijkheid om een aantrekkelijke en motiverende leeromgeving te creëren. Ten tweede moeten leerlingen zich er bewust van zijn dat er in onze maatschappij veel techniek is en dat het een optie is om te kiezen voor techniek in het voortgezet onderwijs.
Op onze school zetten we met het STEM-II programma in op programmeren en coderen door: • • •
Het vasthouden en stimuleren van een nieuwsgierige leerhouding bij leerlingen en leerkrachten. Een lesaanbod waarbij het onderzoekend en ontwerpend leren centraal staat. Een onderwijsaanbod dat op termijn door de leerkracht zelf kan worden gegeven, passend en geïntegreerd binnen eigen lesprogramma’s en methodieken.
STEM-II faciliteert en stimuleert om op het vlak van wetenschap en technologie en onderzoekend & ontwerpend leren talenten en vaardigheden van kinderen te helpen ontplooien. Dit gebeurt in programma’s op maat, in de eigen school en in het eigen klaslokaal. De zogenoemde 21e eeuws- vaardigheden bestaan uit 7 basisvaardigheden die nodig zijn voor de beroepen van de toekomst. Deze vaardigheden zijn: • •
Samenwerken; Samen een doel halen, elkaar aanvullen en inspireren Creatief zijn; Nieuwe ideeën, benaderingen, oplossingen en inzichten buiten de gebaande paden creëren en optimaliseren • ICT-geletterdheid; Effectief en efficiënt gebruik van technologie • Kritisch denken; Onafhankelijk van anderen een eigen visie of onderbouwde mening formuleren • Sociale en culturele vaardigheden; Met mensen van verschillende etnische, sociale, organisatorische en politieke achtergrond effectief leven en werken • Probleemoplossend vermogen; (H)erkennen dat problemen bestaan en een actieplan maken om ze op te lossen • Communiceren; Het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap en ook: lef hebben, laten zien wie je bent Verder is er in samenwerking met Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg (ROVL), Provincie Limburg en Veilig Verkeer Nederland heeft Continium Discovery Center voor Limburgse basisscholen het Project Fun, Information, Education, Technology & Safety, kortweg F.I.E.T.S., ontwikkeld. Leerlingen gaan in dit project aan de slag met de techniek van de fiets in relatie tot veilige verkeersdeelname. De hoofdmoot van het project bestaat uit een projectdag, waar alle groepen van de school aan deelnemen. Na een gezamenlijke opening met de Fietsshow, een korte voorstelling vol experimenten, gaat iedere groep op het eigen niveau aan de slag.
Door samen te bouwen, puzzelen, zingen, experimenteren en quizzen wordt de kennis over de techniek van de fiets en veilig fietsen bijna ongemerkt vergroot. De afsluiting van de dag is een knallende kettingreactie. Ieder tweede jaar nemen we hieraan deel! Inzet externe partners: We willen intensief samenwerken met de bovengenoemde partners maar ook gebruik maken van ouders met technische beroepen. Kerndoelen met betrekking tot het techniekonderwijs
12
Op weg naar een volwaardig IKC Wetenschaps- en technologieonderwijs helpt kinderen onder meer om kritisch te denken, om creatief en oplossingsgericht te zijn en om zichzelf nieuwe leer- en denkvaardigheden aan te leren. Kinderen hebben hier hun leven lang profijt van. Kinderen kunnen sluimerende talenten eerder benutten en ontwikkelen en krijgen een completer beeld van mogelijkheden voor studie- en beroepskeuze. De elementen wetenschap, technologie, constructie, scheikunde en natuurkennis uit STEM-II zijn uiteindelijk een ‘vervoermiddel’ waarmee kinderen anders gaan leren, anders kijken, en oplossingsgerichter kunnen gaan werken (op elk vlak, dus ook in alle schoolvakken). Het gaat om vaardigheden, kennis en houding die noodzakelijk zijn in de samenleving van vandaag en morgen. Kookatelier Waarom koken? Koken is een belangrijke vaardigheid, naast het gezondheidsaspect komen er meerdere vaardigheden bij kijken die van belang zijn. • Samen Koken doet een beroep op de sociale vaardigheden en bevordert het leren samenwerken. • De motoriek wordt aangesproken op een andere manier dan via schrijven, handvaardigheid of spel. • Het lezen, begrijpen en vervolgens toepassen van de aanwijzingen in het recept is een belangrijke leeractiviteit. • Koken komt tegemoet aan de scheppingsdrang van kinderen .Ze maken van “niets” iets en kunnen dat nog consumeren ook.
(natuurtuin) • Kinderen vinden Koken meestal één van de leukste, zo niet het leukste onderdeel van de creatieve mogelijkheden op school. Inzet externe partners: Door de natuurtuin werken we intensief samen met de Natuurouders. Met deze activiteiten zetten we in op gezonde voeding en laten we de kinderen bewust ervaren wat er allemaal bij komt kijken voordat ingrediënten voorhanden zijn om te komen. Via Impuls (The Dream) willen we ook buiten schooltijd ruimte bieden aan deze vaardigheid i.c.m. de BSO. Kerndoelen met betrekking tot het kookonderwijs Tijdens de kooklessen in het kookatelier komen de vakken taal, rekenen en begrijpend lezen veelvuldig aan bod. Voor de leerlijn van taal (Nederlands), rekenen (rekenen/wiskunde) en zaakvakken is er gebruik gemaakt van Tule. Op de site van Tule staan de kerndoelen, tussendoelen en leerlijnen van de zeven leergebieden in het basisonderwijs, waaronder rekenen en taal, per leeftijdsgroep. Deze doelen en leerlijnen zijn gezamenlijk ontwikkeld door SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling ) en verschillende expertisecentra. Muziek / toneel / kunstatelier Waarom muziek? Muziek maakt slim! Muziek maken is leuk en bovendien hebben wetenschappelijke onderzoeken bewezen dat het een zeer positieve invloed heeft op de intelligentie en de sociale vaardigheden van kinderen.
Door zelf muziek te maken wordt het intelligentiequotiënt van kinderen verhoogd en vooral het abstractievermogen en het analytisch denken sterk verbeterd. Het gezamenlijk musiceren versterkt daarbij het groepsgevoel en de discipline, evenals de sociale en emotionele vaardigheden. Bovendien leidt dit tot een positiever zelfbeeld (http://www.muziekmaaktslim.nl)
13
Op weg naar een volwaardig IKC Hoe ziet het muziek / theateratelier er in de praktijk uit? -
Ondersteuning van Ketenpartners SMK en VAZOM in de vorm van vakdocenten. Een ruimte waar dans, drama en muziek zich ontmoeten, waar lessen worden gegeven en waar ook voorstellingen kunnen plaatsvinden op het podium. In deze ruimte zijn ook instrumenten aanwezig waar kinderen op mogen musiceren zodat ze kennis maken met diverse instrumenten. De ruimte moet de sfeer uit ademen van een theater met een heuse podium.
Verder biedt dit atelier de mogelijkheid om groep overstijgend te werken, we denken dan aan: - CantaYoung, het schoolkoor - SMK voor muzieklessen - Eventueel drama en danslessen (b.v. Move, Impuls, Kiek) - Kunstlessen VAZOM - Enz. Inzet externe partners: Naast de ondersteuning vanuit SMK en VAZOM willen we ouders en andere geïnteresseerde de ruimte bieden om gebruik te maken van dit atelier. Kerndoelen met betrekking tot muziekonderwijs Muziekonderwijs is een onderdeel van de kerndoelen kunstzinnige vorming. Kerndoel 54: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren. Kerndoel 55: De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren. Kerndoel 56: De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed. Het kerndoel 54 is onderverdeeld in zingen, Luisteren, muziek maken, muziek vastleggen en bewegen. Voor verdere uitwerking zie Tule (http://tule.slo.nl/KunstzinnigeOrientatie/F-L54b.html) N.B. Naast de lesgebonden uren zijn alle ateliers ook beschikbaar binnen het integraal activiteiten aanbod. Het leesatelier Waarom een leesatelier? • • • • • • •
De taalontwikkeling begint al bij de allerkleinsten. Kinderen worden vanaf 0 jaar veelvuldig voorgelezen in de opvang. Lezen is een van de belangrijkste vaardigheden die een kind leert op school. Het komt terug in alle vakken. Een goede leesvaardigheid draagt bij aan een goed leesbegrip. Veel lezen draagt bij aan een goed ontwikkelde woordenschat. Om goed te leren lezen is het belangrijk om heel veel ‘leeskilometers’ te maken. Dat lukt het best wanneer een kind kan kiezen uit teksten die hem of haar interesseren. Een gevarieerd, goed gevuld leesatelier kan bijdragen aan het leesplezier van de kinderen en daarmee het maken van ‘leeskilometers’ vergemakkelijken. Via het leesatelier wordt er leeftijdsadequaat boeken aangeboden.
14
Op weg naar een volwaardig IKC • • • • • •
Om een boek te kiezen dat goed bij het kind past en het aanspreekt is er begeleiding aanwezig die bij het kiezen van een boek kan helpen en adviseren. Kinderen leren hoe zij vlot een geschikt boek voor zichzelf kunnen vinden aan de hand van kastindeling en genre-indeling. Door het leesatelier maken kinderen kennis met verschillende thema’s die in verschillende tekstsoorten te vinden zijn. Kinderen leren verwoorden welke teksten en onderwerpen hen aanspreken. Kinderen leren luisteren naar advies van anderen (zowel begeleiders als medeleerlingen) over te kiezen onderwerpen en titels en dit advies te combineren met hun voorkeuren om zo tot de keuze voor een voor hen passend boek te komen. Kinderen kiezen in het leesatelier zowel informatieve boeken voor documentatie (informatieverwerking in de vorm van een werkstuk) als leesboeken voor de vrije- en voorleesmomenten.
Inzet externe partners: Om het leesatelier goed vorm te geven willen we samenwerken met externen. Hierbij denken we aan het project Boekstart voor de 0 jarigen, inzet van (voor)leesouders, 50+ (Leest voor) en de medewerkers van de bibliotheek. Daarnaast organiseert de bibliotheek regelmatig activiteiten voor jong en oud waarbij we kunnen samenwerken zodat het aanbod toegankelijker wordt voor de beoogde doelgroepen. Kerndoelen met betrekking tot het leesonderwijs: Lezen komt terug in praktisch alle vakken op de basisschool. Voor de leerlijn van taal (Nederlands) is er gebruik gemaakt van Tule. Op de site van Tule staan de kerndoelen, tussendoelen en leerlijnen van de zeven leergebieden in het basisonderwijs, waaronder taal, per leeftijdsgroep. Deze doelen en leerlijnen zijn gezamenlijk ontwikkeld door SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling ) en verschillende expertisecentra. Sport en spelatelier Waarom sport en spel? Sport geeft ontspanning en heeft een positieve invloed op het lichaam en geest, sporten heeft een stimulerend effect voor het zelfvertrouwen. Sporten is belangrijk in de ontwikkeling van een kind, ze krijgen er een betere conditie van en het zorgt voor sterkere spieren en botten. Ook leren kinderen tijdens het sporten met doelstellingen en teleurstellingen om te gaan.
Doordat kinderen sporten en bewegen wordt er in het brein meer zuurstof aangemaakt en dit stimuleert de groei en dus ook de leerprestaties worden bevordert. Hoe ziet sport en spel er in de praktijk eruit ? -
Ondersteuning van partners in de vorm van vakdocenten. Ondersteuning van partners in de vorm van locatie gebruik denk hierbij aan de tennisclub / gymzaal Socio / LHC en andere partners. ( zwemmen / skiën ) Talenten van medewerkers benutten en deze inzetten als sportinstructeur. Chillclub activiteiten promoten en eventueel uitvoeren in IKC indien mogelijk. De Chillclub activiteiten zijn ook toegankelijk voor kinderen die geen gebruik maken van de opvang, tegen een kleine bijdrage (€2-5)
15
Op weg naar een volwaardig IKC -
Fontys studenten komen 1 x per week sport les geven op de BSO , deze ook inzetten tijdens onderwijstijd. Sport en spel zal zowel binnen als buiten plaatsvinden, waarbij we ook gebruik kunnen maken van de speeltuin en andere speelmogelijkheden in de wijk.
7.3 Afstemming in educatief handelen Integraal aanbod taal en geletterdheid (doorgaande ontwikkelingslijn) Spreken, lezen en schrijven zijn basisvaardigheden in het taalonderwijs. Kennis over taal is een overkoepelende voorwaarde voor taalonderwijs. Bij schrijven en spreken is er een aanvullende vaardigheid: taal correct toepassen. Het uiteindelijke doel is dat kinderen effectief en sociaal met elkaar communiceren. Dat ze leren hoe ze zich moeten opstellen in een gesprek, zich goed uitdrukken, presentaties houden, luisteren naar presentaties en reflecteren op de vorm en mogelijkheden van taal en communicatie. Basistaalbegrippen die leerlingen uiteindelijk moeten kennen zijn o.a. woord, letter, komma, bladzijde, mening, lettergreep en klemtoon. Bij schrijven en spreken is kennis over regels nodig om taal correct toe te passen. Dat zijn spelling- en interpunctieregels bij schrijven. Bij spreken is er aandacht voor correct formuleren. Lezen is een basisvaardigheid in onze maatschappij. Op school, thuis, onderweg, in het vervolgonderwijs, op het werk. Er komt veel bij kijken: woordenschat, technisch lezen, lezen vanuit een bepaald doel, strategisch lezen, lezen voor je plezier. Doelstelling Op een succesvolle wijze bijdragen aan de ontwikkeling van taalvaardige kinderen. Door integraal toe te werken naar de referentieniveaus 1F en 1S/2F.
Dit stopt dus niet na onderwijstijd maar gaat integraal door o.a. in het leesatelier met een rijk aanbod en talige omgeving. Ø 0 – 4 jaar Het ontwikkelen van taalvaardigheid begint al bij de allerkleinsten, door veel te praten, uit te leggen en voor te lezen. Het is belangrijk dat kinderen de mondelinge taalvaardigheden goed oefenen, zodat de taal verstaanbaar is. Het doel van onderwijzen in mondelinge taalvaardigheid is dat kinderen effectief en sociaal met hun omgeving leren communiceren. Wat ondersteuning kan bieden is het aanleren van liedjes, versjes, het voorlezen van verhalen. Het realiseren van een schoolbibliotheek vanaf 0 jaar is hierbij helpend en ondersteunend. Een prikkelende leesomgeving en interactie met en tussen kinderen zijn voor de ontwikkeling van leesvaardigheid van belang, hoe jong ze ook zijn. Het is wenselijk dat pedagogische medewerkers van opvang 0 – 4 jaar en leerkrachten van groep 1 en 2 goed met elkaar communiceren, zodat er preventief gehandeld kan worden op het gebied van de taalverwerving en er tijdig hulp geboden kan worden indien dit nog niet gestart is. Daarnaast dat zij hun VVE-aanbod op elkaar afstemmen door middel van thema’s, gezamenlijke activiteiten rondom thema’s. De ambitie hierbij is te werken met hetzelfde programma voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE).
Tijdens de VVE bijeenkomsten, en ook tussendoor, worden de ouders bij de taalontwikkeling betrokken. Dit o.a. door aan te geven dat voorlezen belangrijk is evenals het gesprek aangaan met het kind zodat de woordenschat verder ontwikkelt. Het streven is om de VVE bijeenkomsten niet
16
Op weg naar een volwaardig IKC meer apart maar samen te gaan geven. Verder willen we de ouders informatie bijeenkomsten aanbieden rondom taalverwerving en taalontwikkeling bij jonge kinderen! Ø 4 – 6 jaar In de groepen 1 en 2 sluiten we hierop aan met een rijk en intensief taalaanbod: 1. Verhalen vertellen. 2. Boeken introduceren. 3. Versjes aanleren. 4. Kringgesprekken voeren. 5. Werken aan de hand van dagritmekaarten en deze benoemen. 6. Het benoemen van de dagen van de week. 7. Kinderen onderling samen laten spelen, dit leidt tot veel mondeling taalgebruik. 8. Liedjes aanleren. 9. Benoemen van je eigen gedrag vanuit de kanjertraining. 10. Poppenkastspel. 11. Rijke spelsituaties in de hoeken (samen met de kinderen inrichten) om het spel en de taalontwikkeling te bevorderen. 12. Woordenschat stimuleren aan de hand van woordkaartjes en concreet materiaal. 13. Betrokkenheid, verwondering, veiligheid en welbevinden stimuleren door het aanbieden van taal. 14. Voorleesoma. 15. Begrijpend luisteren oefenen. Groep 2 intensiveert de beginnende geletterdheid met: * Het oefenen van rijm. * Het oefenen van klanken (auditieve analyse en daarna synthetiseren) . * Het oefenen van de begin en eindletter. * Het onderscheid maken tussen een letter, een woord en een zin. * Receptieve letterkennis oefenen (het herkennen en benoemen van letters). In de groepen 1 en 2 wordt gewerkt met VVE.
Ø 6 – 12 jaar In groep 3 wordt hier op voortgeborduurd, de kinderen gaan de klanken schrijven en de klanken lezen. Dit gebeurt aan de hand van de methode Veilig leren lezen. Vanaf groep 3 bezoeken de kinderen 1x in de 6 weken de bibliotheek. Belangrijk is dat de kinderen het technisch lezen goed onder de knie krijgen. Dit is een voorwaarde om in groep 4 tot begrijpend lezen te kunnen komen. Vanaf groep 4 wordt de methode Taal Actief 4 gebruikt. Deze omvat de volgende leergebieden: * Woordenschat aan de hand van het thema van de les. * Taal verkennen (lidwoorden, zelfstandige naamwoorden). * Spreken luisteren. * Schrijven. * Differentiatie binnen de methode verrijking en ondersteuning. De daarop volgende groepen herhalen, intensiveren en verrijken het taalaanbod. Als leerlingen zich bewust zijn van en kunnen reflecteren op de structuur en betekenis van taal, helpt hen dit bij andere vaardigheden als begrijpend en technisch lezen en spellen. De leerkracht vervult hierin een stimulerende rol. In alle groepen werken we vanuit het IGDI-model met de drie instructieniveaus, de zgn. aanpak 1-2-3. Aanpak 1: Zorggroep met extra aandacht
17
Op weg naar een volwaardig IKC Aanpak 3: Verrijking van de leerstof Vanaf groep 6 is het mogelijk dat kinderen op hun eigen niveau zich verder ontwikkelen door aanpassing binnen de leerlijn (OPP). Ø BSO 4-12 jaar Vanuit BSO bestaat de mogelijkheid voor een stuk huiswerking, bezoekjes naar het leesatelier, aandacht besteden aan activiteiten rondom nationale voorleesweek, Kinderboekenweek, week van laaggeletterdheid enz. Borging Met behulp van KIJK en LOVS CITO volgen van alle leerlingen.
7.4 Gezonde leefstijl Een schoolplein geeft kinderen en jongeren ruimte om te bewegen en spelen in een uitdagende, groene en rookvrije omgeving. Het schoolplein is één van de meest geliefde speelplekken voor kinderen en kan daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan het stimuleren van kinderen om meer te bewegen. Kenmerk van een gezond schoolplein is ook dat kinderen en jongeren er buiten schooltijd terecht kunnen. In ons IKC zullen kinderen in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar de hele dag door stimuleren om gebruik te maken van de uitdagende buitenomgeving op ons terrein. Binnen de BSO hebben we een pedagogisch medewerker die aanspreekpunt is wat betreft Gezonde Kinderopvang en Leefstijl. De aandacht die de BSO momenteel besteedt aan gezonde voeding en drinken gaan we breed inzetten. Hierbij denken we aan watertappunten van WML (TopTap), fruit tijdens de TSO, het stimuleren van gezonde traktaties enz.
7.5 Ondersteuning & Welzijn (zorgstructuur)
18
Op weg naar een volwaardig IKC
De zorgstructuur bestaat uit voorzieningen die samen ertoe bijdragen dat de zorgkinderen optimaal profiteren van het ondersteunings- en welzijnsaanbod binnen het IKC:
De opdracht is drieledig:
A. In eerste instantie wordt de bestaande situatie in beeld gebracht in de vorm van:
• De huidige ondersteuningsvragen van kinderen (aard en omvang van zorgkinderen); Basisschool De Veldhof: Algemene informatie: Aantal leerlingen op peildatum 01-09-2018, 336 waarvan 136 kinderen in de groepen 1 t/m 3 zitten en 90 kinderen in de groepen 1 en 2 zitten. Het leerlingaantal is nog steeds stijgende. 18% Van de ouders hebben een niet Nederlandse achtergrond, verdeeld over 24 nationaliteiten.
19
Op weg naar een volwaardig IKC
28% Van de ouders van de kinderen van de groepen 1 t/m 8 zijn gescheiden en 18% van onze kinderen groeien op in een één oudergezin. Op de basisschool spreken we van onderwijsbehoeften en de afstemming rondom deze behoeften. We zien echter steeds meer dat er binnen de gezinnen veel zorgvragen liggen en dat de vragen rondom zorg steeds meer van invloed zijn op het functioneren van kinderen op school. Zorg en onderwijs zijn in veel gevallen niet goed te scheiden. Veel vragen die bij ons terecht komen zijn zorgvragen maar hebben ontzettend veel invloed op het welbevinden het functioneren van het kind. Enkele voorbeelden zijn: Ouders die in een vechtscheiding terecht komen. Gezinnen die in de schuldsanering zitten. Armoede. Laaggeletterdheid van ouders. Psychiatrische problemen van ouders enz. Jonge Risico Kinderen (JRK) Dit zijn kinderen die op basis van overdracht POV of intake met ouders een risico vormen t.a.v. de ontwikkeling. Dit kan op kind kenmerken zijn, als ook op gezinskenmerken. 41% van de kinderen in de groepen 1 t/m 3 rekenen we tot JRK. Dit betekent overigens niet dat het niet goed zou gaan met deze kinderen. Het betekent vooral dat de leerkrachten extra alert moeten zijn t.a.v.
de ontwikkeling van deze kinderen Taalontwikkeling: We spreken van een taalachterstand indien het leerrendement bij CITO BL, SP of TL in combinatie met een ander vakgebied kleiner is dan 75% of 6 mnd achterstand bij KIJK! Op de ontwikkelingsdomeinen Mondelinge taalontwikkeling, beginnende geletterdheid. Bij 21% van de kinderen uit de groepen 1 t/m 8 is er sprake van een taalachterstand. Een groot deel van deze kinderen volgen logopedie. Dit zijn dan voornamelijk de kinderen die in de groepen 1 t/m 2 zitten (19%). Ergotherapie: De ondersteuningsvragen t.a.v. ergotherapie zijn zeer divers. Naast fijn motorische problematiek, zien we steeds meer kinderen die problemen hebben met de prikkelverwerking.
20
Op weg naar een volwaardig IKC De ergotherapeutische ondersteuning kan zich richten op het schoolse functioneren of de zelfredzaamheid van een kind in zijn omgeving. 4% van de kinderen in de groepen 1 t/m 8 volgen op dit moment ergotherapie. De begeleiding vindt voornamelijk plaats op school. In groep 2 en in groep 3 wordt 1x per jaar een zgn. Kleurles gegeven door Adelante-Valkenburg. Tijdens deze les worden kinderen gesignaleerd die schrijf motorische problemen hebben. Voor een deel van deze kinderen is dit zo problematisch dat ergotherapie wordt geadviseerd. Opvoedkundige ondersteuning: Steeds meer ouders hebben een hulpvraag t.a.v. de opvoeding. Deze zorgvragen worden opgepakt door o.a. schoolmaatschappelijk werk en de GGD. Ouders maken zelf de keuze of ze naar de jeugdarts gaan (vaak ook afhankelijk van de problematiek) of ondersteuning van maatschappelijk werk willen hebben. Echter indien school het vermoeden heeft dat de hulpvraag van de ouders complex is, of dat er geen ruimte meer is bij maatschappelijk werk, dan verwijzen we door naar de jeugdarts of huisarts. De mogelijkheid voor ondersteuning van schoolmaatschappelijk werk is zeer beperkt. Op dit moment is er voor basisschool De Veldhof 2,5 uur per week schoolmaatschappelijk werk beschikbaar. 1x In de maand is ervan 9.00 uur tot 11.00 uur knooppuntoverleg op school.
Tijdens dit overleg kunnen ouders uitgenodigd worden voor een kort intake gesprek. Indien nodig wordt er een vervolgafspraak door de schoolmaatschappelijk werker gemaakt. Bij een aantal kinderen is de zorgvraag zo complex, dat we hulp moeten inroepen van externen. We denken dan aan onderzoek door psychologenpraktijken. Deze vallen onder GGZ – Jeugdwet. Het gaat ongeveer om 12% van de kinderen in de groepen 1 t/m 8. Aantal leerlingen: Bestandsopname 1-9-2018 Achterstand bij taal Diagnose bij taal Achterstand bij rekenen Diagnose bij rekenen Laag welbevinden en/of betrokkenheid Diagnose bij sociaal emotionele ontwikkeling Fysieke beperking Externe begeleiding/betrokkenheid JRK groepen 1-2 Lage of hoge cognitieve mogelijkheden Privéproblemen echtscheiding Privéproblemen schuldbemiddeling- sanering Privéproblemen ouders met psychische problematiek (KOPP) Een oudergezin Een of beide ouders niet Nederlandse achtergrond NT2 Leerlingen Zij-instroom Logopedie Ergotherapie Schoolmaatschappelijk werk VIP GGZ
336
90
136
groep 1-8 21% 2% 14% 0% 6% 3% 1% 13% 17% 6% 28% 5% 3% 18% 18% 6% 24% 7% 4% 1% 7% 12%
groep 1-2 17% 1% 12% 0% 10% 0% 2% 14% 41% 2% 22% 6% 3% 22% 13% 6% 7% 19% 1% 2% 8% 11%
groep 1-3 19% 2% 11% 0% 7% 0% 1% 14% 41% 2% 23% 4% 4% 19% 19% 9% 12% 17% 2% 1% 8% 10%
Kinder Opvang Parkstad: Totale populatie kinderen: 39 (peildatum 1-7-2018) Kinderen die de POV bezoeken met indicatie
21
Op weg naar een volwaardig IKC JGZ-indicatie: 28 SE-gewicht:4 Geen: 7 Thuistaal Frans 1 Pools 1 Nederlands 31, waarvan • 13 kinderen uit gezin waarin zowel Nederlands als dialect gesproken wordt • 1 kind Nederlands en Spaans • 1 kind Nederlands en Duits • 1 kind Nederlands en Afrikaans • 1 kind Nederlands en Thais • 1 kind Nederlands en Tamil • 1 kind Nederlands en Perzisch Vanuit diverse taalachtergronden kan behoefte ontstaan om tolkentelefoon achter de hand te hebben voor ouders met wie moeilijk te communiceren is. Externe ondersteuning: Logopedie: 11 Adelante: 1 Jeugdzorg betrokken bij gezin: 2 Kentalis: 2 Daarnaast momenteel nog 2 kinderen die gescreend worden en waarbij nog onbekend is welke zorg ingezet zal worden Bij ons bekende problematieken of bijzonderheden: Gezinssituatie: Echtscheiding: 2 Problemen binnen relatie(ouders hebben nog relatie): 1 1-ouder gezin: 5 Samengesteld gezin:2 Gediagnosticeerde problematiek: Kinderen met gedragsproblematiek: 1 Medische problematiek of handicap: 4 Eventuele problematieken bij ouders zijn onbekend of is momenteel geen sprake van ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
• de huidige ondersteuningstrajecten (inclusief de wijze waarop die kunnen worden ingezet en verlopen); Basisschool De Veldhof Op de basisschool wordt gewerkt aan de hand van de 5 niveaus van ondersteuning (zorg).
22
Op weg naar een volwaardig IKC
In niveau 1 brengen we de ondersteuning- en onderwijsbehoeften van de kinderen in kaart. Dit gebeurt in eerste instantie tijdens het intakegesprek. Bij kinderen die vanuit de kinderopvang of peuteropvang instromen heeft de groepsleerkracht een warme overdracht met de pedagogische medewerker. Als de leerling op school zit, volgt er een gesprek met de ouders. Vanuit deze informatie wordt er gekeken of er extra ondersteuning nodig is. Dit hoort in ondersteuningsniveau 2. Indien er meer ondersteuning nodig is komen we in ondersteuningsniveau 3. De intern begeleider wordt betrokken en in gezamenlijkheid met ouders worden afspraken gemaakt t.a.v. de ondersteuning. Indien er ondersteuning door externe specialisten gaat plaatsvinden, zijn we aanbeland in ondersteuningsniveau 4. De routes voor ondersteuning t.a.v. ondersteuningsvragen van ouders over hun kinderen: 1) Opvoedkundige vragen van ouders: • Zorggesprekken met de groepsleerkrachten en/of intern begeleider • Verwijzing naar de jeugdarts GGD • Verwijzing naar schoolmaatschappelijk werk. • Verwijzing naar de huisarts/POHJ De route voor ondersteuning t.a.v. ondersteuningsvragen van ouders zelf: 1) Alle andere hulpvragen van ouders: • Stichting Leergeld, stichting sport- en cultuurfonds • Jeugdzorg gemeente Kerkrade middels 1G1P1R. • Algemeen maatschappelijk werk Impuls. De routes voor ondersteuning t.a.v.
onderwijsbehoeften om tot beeldvorming en afstemming te komen: 1) Taalproblematiek: • Verwijzing via de schoollogopedist naar vrijgevestigde logopediste. Ouders melden zelf aan en zorgen voor een verwijsbrief bij de huisarts. • Op advies van school rechtstreeks aanmelden bij de vrijgevestigde logopediste. Ouders melden zelf aan en zorgen voor een verwijsbrief bij de huisarts.
23
Op weg naar een volwaardig IKC •
Diagnostiek bij Adelante Audiologie & Communicatie. Dit kan op advies van de vrijgevestigde logopediste indien de leerling logopedie volgt. Of in overleg met de ouders en op advies van de basisschool. Ouders melden zelf aan en zorgen voor een verwijsbrief bij de huisarts.
2) Lichamelijke problemen, prikkelverwerking, motorische problemen. • Verwijzing naar de jeugdarts GGD. • Verwijzing naar de huisarts. • Aanvraag ondersteuning ambulante begeleiding Adelante-Valkenburg. De aanmelding gebeurt door school. • Ergotherapie. Ouders melden zelf aan en zorgen voor een verwijsbrief bij de huisarts. 3) Leer- en of gedragsproblematiek/stoornis en of ontwikkelingsproblematiek/stoornis: • Verwijzing naar hulpverleners t.a.v. sova-trainingen. Te denken valt aan Impuls, Roospraktijk, Tros e.d. • Verwijzing naar de jeugdarts GGD. • Aanvraag ondersteuning via het Jeugdzorg gemeente Kerkrade en middels het 1G1P1R wordt daar de hulpvraag neergelegd. • Verwijzing naar de huisarts • Verwijzing Psychologenpraktijk / IVH e.d. Ouders melden zelf aan en zorgen voor een verwijsbrief bij de huisarts. • Aanmelden onderzoek via onderwijsstichting Movare. De aanmelding gebeurt door school. De intern begeleider is vanaf niveau 3 altijd betrokken. De ib-er is verantwoordelijk voor de contacten met de ketenpartners en beheert ook de VIP ( VerwijsIndex Parkstad). Daarnaast is de intern begeleider ook Aandachtfunctionaris Kindermishandeling en Huiselijk geweld. De aandachtfunctionaris is verantwoordelijk voor de implementatie en het borgen van de Meldcode. Zij is de aanspreekpersoon t.a.v. het vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld.
Indien het vermoeden bestaat zal de aandachtfunctionaris samen met de leerkracht de stappen van de meldcode doorlopen en indien nodig actie ondernemen. Kinder Opvang Parkstad: Ten behoeve van een tijdige signalering van afwijkend gedrag observeren de pedagogisch medewerkers van Kinder Opvang Parkstad dagelijks het gedrag van de aanwezige kinderen op locatie. De ontwikkeling van het kind wordt regelmatig in kind besprekingen aan de ouders/verzorgers teruggekoppeld aan de hand van observatieformulieren. Wanneer een pedagogisch medewerker zich zorgen maakt, bespreekt zij dit eerst met de locatiemanager en vervolgens met de zorgcoördinator binnen Kinder Opvang Parkstad. De zorgcoördinator heeft een coördinerende en adviserende rol richting pedagogisch medewerker en locatiemanager bij de uitvoer van het preventief jeugdbeleid. De zorgcoördinator zal ook ondersteunen tijdens het doorlopen van de diverse stappen van het stroomschema en onderhoudt de contacten met de ketenpartners van JGZ. De zorg coördinator is tevens de aandacht functionaris kindermishandeling en huiselijk geweld. Externe collega’s worden na overleg met de zorgcoördinator geraadpleegd om verdere informatie te verkrijgen over het kind/gezin. De externe consultatie vindt plaats met de Jeugd Gezondheidszorg (JGZ Meander).
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
24
Op weg naar een volwaardig IKC
• Welke ondersteuningsvoorzieningen zijn nodig (uitgaande van thuisnabije zorg) . JGZ 0-4 en JGZ 4-18 jaar GGD Logopedie Ergotherapie Schoolmaatschappelijk werk GGZ Gemeente Kerkrade Toegang: 1 vast aanspreekpersoon.
B. In tweede instantie wordt de wenselijke situatie in een voorstel beschreven in de vorm van:
Bij het inzetten van (ondersteunings)trajecten dienen de stappen gevolgd te worden zoals beschreven bij de zorgstructuur. Ondersteuningsvragen van kinderen kunnen zeer divers zijn. Zoals beschreven is onder de bestaande situaties kunnen we de zorgvragen onderverdelen in diverse ontwikkelingsgebieden te weten: 1. 2. 3. 4.
Taalproblematiek Lichamelijke problemen waaronder prikkelverwerking en motorische problemen Ontwikkelingsproblemen/stoornissen waaronder leerproblemen/stoornissen Sociaal- emotionele problemen/stoornissen
Inzet en doelstelling: De ondersteuning t.a.v. bovenstaande problematieken is in eerste instantie gericht op het in kaart brengen van de onderwijs-en ondersteuningsbehoeften van de kinderen om zo te komen tot een goede afstemming, zodat het kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Ouders, kind en leerkracht vormen een zgn. gouden driehoek en afstemming is van cruciaal belang t.a.v. de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind. Ondersteuning van alle partijen is hierbij wenselijk en soms zelfs noodzakelijk. T.a.v. de beeldvorming en begeleiding is een nauwe samenwerking met de ketenpartners zeer gewenst. Echter indien er meer expertise noodzakelijk is, moet dit vlug op gestart kunnen worden. En dienen er geen lange trajecten aan vooraf worden gegaan. Dit geldt ook t.a.v. wachtlijsten. Werkwijze: De POV/KDV/BSO/JGZ 0-4 jaar medewerkers en de leerkrachten zijn degene die meestal signaleren. De zorgen worden intern besproken met de ib-er of zorgcoördinator. Nadat de casus is ingebracht bij de intern begeleider/zorgcoördinator PZ/kinderopvang wordt, afhankelijk van de hulpvraag, in overleg met ouders gekeken welke ondersteuning nodig is. Er kunnen zich twee scenario’s voordoen: 1. De hulpvraag is helder en er kan meteen actie worden ondernomen. Indien nodig wordt er gebruik gemaakt van de expertise binnen het IKC.