CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Rolduckerveld_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2022, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit herziening bestemmingsplan Rolduckerveld25.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Rolduckerveld Gemeente Kerkrade

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Rolduckerveld Gemeente Kerkrade

IDN-nummer:

NL.IMRO.0928.BPRolduckerveld-Vg01

Status:

vastgesteld

Datum:

26 januari 2022

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 7

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Planvoornemen

9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

9 9 10 13 14 14 15

Huidige situatie Gebiedsvisie Rolduckerveld Programma Gefaseerde uitvoering Duurzaamheid Verkeer en parkeren Uitwerking inrichting openbare ruimte

Hoofdstuk 3 Beleidskader

17

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

17 17 21 25 30

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

33

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Inleiding Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering en bedrijven Ecologie Waterparagraaf Verkeer M.e.r.-(beoordelings)plicht? Archeologische waarden Cultuurhistorie

33 33 38 41 42 49 50 57 59 61 62 67

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

69

5.1 5.2 5.3

69 69 69

Wettelijk kader Planonderdelen Inhoud algemeen

bestemmingsplan Rolduckerveld

3

5.4 5.5

Regels Artikelsgewijze toelichting

69 70

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid

73

6.1 6.2

73 73

Economische haalbaarheid De maatschappelijke haalbaarheid

Hoofdstuk 7 Procedure

75

7.1 7.2 7.3

75 75 75

De te volgen procedure Het vooroverleg met instanties Ontwerp-bestemmingsplan

Toelichting

4

bestemmingsplan Rolduckerveld

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De woningcorporaties Wonen Zuid en HEEMWonen zijn samen met de gemeente Kerkrade voornemens om de verouderde woonwijk Rolduckerveld te herstructureren. Daarbij zullen 455 woningen en een kerkgebouw worden gesloopt en 367 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Aanleiding voor deze herstructurering is het feit dat de wijk Rolduckerveld al jaren kampt met een aantal samenhangende vraagstukken op fysiek, sociaaleconomisch en maatschappelijk gebied die de leefbaarheid voor de bewoners van de wijk zeer nadelig beïnvloeden. Gezien deze problematiek wordt de wijk aangemerkt als prioritair gebied waar een integrale aanpak noodzakelijk is om de sociaal-fysieke leefbaarheid en sociaal-economische structuur te verbeteren. Om deze reden wordt een duurzame en gefaseerde herontwikkeling van het plangebied Rolduckerveld voorgesteld, met als uitgangspunten: verdunning en sloop van particulier woningbezit (hoogbouwflats Zonstraat, buiten plangebied) verduurzaming van het corporatiebezit kwalitatieve afstemming van aanbod en toekomstige vraag verbeteren van de sociaal economische situatie en veiligheid realisatie van een kwalitatief hoogwaardige en groene openbare ruimte Doel van de herontwikkeling is de realisatie van een vitale en toekomstbestendige wijk. Met de herontwikkeling wordt ook invulling gegeven aan de ambities uit de Stadsdeelvisie Oost I.

Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in het planologisch-juridisch kader dat voor de herontwikkeling benodigd is, met uitzondering van de twee hoogbouwflats aan de Zonstraat.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het oostelijk deel van Kerkrade, in de wijk Rolduckerveld. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Roderlandbaan in het oosten, de Ailbertuslaan in het zuiden, de hoogbouwflats aan de Hertogenlaan in het westen en de Directeur van der Mühlenlaan in het noorden.

bestemmingsplan Rolduckerveld

5

Ligging plangebied in wijdere omgeving

Globale begrenzing plangebied

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied zijn drie bestemmingsplannen geldend, namelijk het bestemmingsplan 'Kerkrade Oost III' zoals vastgesteld op 29 oktober 2014, bestemmingsplan 'Kerkrade Oost I' zoals vastgesteld op 4 juli 2012 en paraplubestemmingsplan 'Parapluplan Stedelijk Gebied' zoals vastgesteld op 26 september 2018. Het parapluplan is geldend voor het hele plangebied en hierin zijn regelingen opgenomen voor alle bestemmingen waarin wonen mogelijk is voor zover het betreft kamerbewoning en –verhuur, woningsplitsing, de gebruikswijziging naar wonen en het realiseren van meergezinswoningen. Daarnaast wordt binnen dit parapluplan een uniforme regeling opgenomen ten aanzien van parkeren. De bestemmingsplannen 'Kerkrade Oost III' en 'Kerkrade Oost I' zijn geldend voor bepaalde delen van het plangebied. Hierbij geldt dat bestemmingsplan 'Kerkrade Oost III' geldend is voor het overgrote deel van het plangebied en bestemmingsplan 'Kerkrade Oost I' enkel geldend is ter plaatse van de te slopen kerk. Onderstaande afbeelding geeft de plangrens van deze bestemmingsplannen ten opzichte van het plangebied weer.

6

bestemmingsplan Rolduckerveld

Uitsnede vigerende bestemmingsplannen met plangebied binnen rode contour

Op grond van de vigerende bestemmingsplannen is het plangebied in beginsel wel al aangewezen voor o.a. wonen, groenvoorzieningen en verkeers- en parkeervoorzieningen. De situering van woningen, groenvoorzieningen en verkeers- en parkeervoorzieningen wijzigt echter met het planvoornemen. Om de gewenste toekomstige situatie planologisch-juridisch gezien mogelijk te maken, dienen daarom de bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied te worden herzien.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de relevante beleidskaders vanuit het Rijk, de provincie Limburg, Parkstad Limburg en de gemeente Kerkrade zelf geschetst. Hoofdstuk 3 voorziet in een beschrijving van het planvoornemen. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de relevante (sectorale) omgevingsaspecten geïnventariseerd die naast het vigerend beleid ook ruimtelijke kaders stellen aan de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Hoofdstuk 5 en 6 voorzien in de noodzakelijke juridische paragraaf en een toelichting op de haalbaarheid c.q. uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 7 gaat tot slot in op de (te) doorlopen procedure.

bestemmingsplan Rolduckerveld

7

8

bestemmingsplan Rolduckerveld

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Huidige situatie

De wijk Rolduckerveld in Kerkrade kampt al jaren met een aantal samenhangende vraagstukken die de leefbaarheid voor de bewoners van de wijk zeer nadelig beïnvloeden. Eén van de maatschappelijke ontwikkelingen die hieraan ten grondslag ligt is de demografische krimp die sinds eind jaren '90 in de regio is ingezet. Door de krimp daalt het aantal huishoudens in de regio en daarmee daalt de vraag naar woningen. Als gevolg van de dalende vraag naar woningen staat nu een groot deel van de woningen in de regio leeg. Dit is ook het geval in de wijk Rolduckerveld. Daarbij geldt dat de kwaliteit van de woningen laag is, de woningvoorraad als eenzijdig wordt aangemerkt en het aantal beschikbare sociale huurwoningen niet overeenkomt met de stijgende vraag hiernaar. Ook is het zo dat de openbare ruimte binnen de wijk ernstig aan vernieuwing toe is. Het resultaat van bovenstaande is dat het percentage leegstaande woningen in wijk Rolduckerveld groeit en tegelijkertijd, wegens o.a. fysieke verloedering, de leefbaarheid van de wijk daalt. Dit proces hangt nauw samen met de sociaal-economische problematiek die zich binnen de wijk afspeelt, namelijk: het gemiddeld inkomen is er zeer laag, een relatief groot deel van de inwoners zit in de bijstand, er is een hoog percentage kinderen met een onderwijsachterstand en een relatief groot deel van de inwoners van de wijk is laaggeletterd.

Ook is er sprake van drugsoverlast, woonoverlast en criminaliteit binnen de wijk waardoor het gevoel van veiligheid en de leefbaarheid nadelig worden beïnvloed. Wegens deze samenhangende problematiek ten aanzien van de woningvoorraad, de sociaal-economische situatie en de negatief ervaren veiligheid en leefbaarheid binnen de wijk, is de wijk door de gemeente Kerkrade aangewezen als prioritair gebied om te herontwikkelen.

2.2

Gebiedsvisie Rolduckerveld

Door BGSV is voor het gebied een gebiedsvisie opgesteld (18 februari 2019) waarin invulling en richting wordt gegeven aan de beoogde transformatie- en verdunningsopgave, waarbij kansen worden gecreëerd voor aan aantrekkelijke groene buitenruimte, het initiëren van een duurzame energietransitie en een circulair hergebruik van materialen. Daarbij gaat het niet alleen om woningbouw, maar de visie voorziet in een nieuwe ruimtelijke structuur voor het Rolduckerveld dat dient als een raamwerk voor de beoogde herontwikkeling van het gebied, met ook een verbetering van de groenstructuur met aansluiting op het Anselerbeekdal en het Wormdal. Zichtlijnen naar het open landschap tussen het Berenbos en Rolduc worden daarbij behouden en het meest oostelijk gelegen deel van het plangebied kan nieuwe betekenis krijgen als landschappelijke stadsrand.

bestemmingsplan Rolduckerveld

9

Visiekaart Gebiedsvisie BGSV. Begrenzingen indicatief

Als gevolg van de aanleg van de Buitenring Parkstad is de functie van de Roderlandbaan (N299) als doorgaande weg minder geworden. Dat biedt kansen om deze harde stadsgrens wat te verzachten door stad en landschap beter te integreren. De visie voorziet daar onder meer in door langzaam verkeersverbindingen te realiseren via de groene scheggen in de nieuwe ruimtelijke structuur, richting het aangrenzende landschap.

2.3

Programma

De herontwikkeling van de wijk bestaat uit twee sporen: enerzijds een businesscase die tot doel heeft het particulier woningbezit in de wijk te verminderen door een tweetal hoogbouwflats aan de Zonstraat aan te kopen en in een later stadium te slopen en anderzijds door de fysieke aanpak van de achterliggende woningen en openbare ruimte in het gebied door middel van sloop, nieuwbouw en/of renovatie. Het eerste spoor (de businesscase) maakt géén onderdeel uit van onderhavig planvoornemen en bestemmingsplan. Onderhavig planvoornemen en bestemmingsplan zijn enkel gericht op het tweede spoor van de herontwikkeling: de fysieke aanpak van het gebied. De reden daarvoor is dat een bestemmingsplan een planhorizon heeft van 10 jaar. Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient te worden aangetoond dat het planvoornemen wordt gerealiseerd c.q. kan worden gerealiseerd binnen die periode van 10 jaar. De sloop van de twee flats aan de Zonstraat en vervolgens het bouwen van nieuwe woningen op die locatie pas wordt voorzien vanaf 2035 en daarmee buiten de termijn van 10 jaar.

10

bestemmingsplan Rolduckerveld

De centraal binnen het plangebied gelegen 79 woningen tussen de Hertogenlaan, Directeur Schrijnenstraat, Mgr. van Gilsstraat en Directeur Eversstraat blijven behouden. Het planvoornemen voorziet in de sloop van 455 verouderde woningen en een verouderde kerk. Binnen het plangebied worden slechts 367 woningen terug gebouwd. Dit leidt tot een afname van 88 woningen binnen het gebied. Daarbij moet overigens volledigheidshalve ook worden opgemerkt dat er al 260 woningen binnen het plangebied zijn gesloopt, zonder dat deze plancapaciteit is weggenomen door een bestemmingsplanherziening. Die plancapaciteit wordt nu alsnog wegbestemd, maar maximaal 62 van die bouwtitels kunnen gedurende maximaal 4 jaar alsnog elders worden ingezet. Het voorgaande leidt tot het volgende overzicht: Oorspronkelijke aantal woningen binnen het gebied Reeds gesloopt aantal woningen anno 2022 Nog te slopen aantal woningen ten behoeve van planvoornemen Bestaande, te behouden woningen Gedurende maximaal 4 jaar te reserveren bouwtitels Aantal woningen nieuwbouw binnen plangebied Afname plancapaciteit / woningvoorraad binnen plangebied Afname plancapaciteit netto

794 260 455 79 62 367 348 286

De aantallen in voorgaande tabel zijn exclusief de businesscase (locatie flats Zonstraat). Wanneer ook die businesscase wordt meegerekend, dan neemt de planvoorrraad c.q. woningvoorraad als gevolg van het herstructureringsproject nog verder af met 124 woningen (sloop 200 woningen aan de Zonstraat, met nieuwbouw 76 woningen). De totale reductie binnen het Rolduckerveld bedraagt dan 472 woningen. De totale nieuwbouw binnen het Rolduckerveld bedraagt dan 367 + 76 = 443 woningen. Verder wordt met de herontwikkeling de openbare ruimte aangepakt waarbij bestaande structuren worden hergebruikt, twee groene wiggen worden gecreëerd, de verbinding met het Berenbos en het stadspark wordt versterkt en het landschappelijk karakter van de omgeving in de wijk wordt geïntegreerd.

bestemmingsplan Rolduckerveld

11

Impressie uitvoering woningbouw noordelijk deel, ruim omzoomd door groen (Bron: Archion)

Impressie uitvoering woningbouw zuidelijk deel, ook ruim omzoomd door groen (Bron: Archion)

12

bestemmingsplan Rolduckerveld

2.4

Gefaseerde uitvoering

De herontwikkeling van het plangebied zal gefaseerd per deelgebied worden uitgevoerd, waarbij de in navolgende deelgebieden Noord, Noord-Oost, Oost, Zuid en West I worden onderscheiden voor zover relevant voor onderhavig plangebied. Het gebied West II ligt buiten het plangebied en heeft betrekking op de ontwikkeling die in voorgaande paragraaf is aangeduid als 'Businesscase Rolduckerveld'.

Conform de huidige planning zullen de sloopwerkzaamheden starten in de 2e helft van 2021. De eerste woningen zullen de 1e helft van 2022 opgeleverd worden. De totale herontwikkeling zal naar verwachting in 2028 worden afgerond. Daarbij wordt de volgende fasering aangehouden:

Deelgebied Noord | 2022 tot en met 2024 Deelgebied Noord-Oost | 2022 Deelgebied West I | 2023 tot en met 2024 Deelgebied Oost | 2025 Deelgebied Zuid | 2027 tot en met 2028 Uitvoering van de businesscase (deelgebied West II) is voorzien vanaf 2035 en is om die reden ook niet meegenomen binnen onderhavig plangebied.

bestemmingsplan Rolduckerveld

13

2.5

Duurzaamheid

Duurzaamheid neemt ook een belangrijke positie in in de transformatie-opgave. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen basis-ambities en plus-ambities. De basis-ambities gelden als uitgangspunt. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het - inmiddels wettelijk verplichte - gasloos bouwen van de woningen en het voorzien in Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Ook het realiseren van groen en het binnen het plangebied infiltreren van hemelwater dragen bij aan een duurzame(re) wijk. De plus-ambities worden nog op uitvoerbaarheid en haalbaarheid onderzocht. Uitgangspunt is dat plus-ambities worden uitgevoerd indien hiervoor additionele middelen kunnen worden verkregen via bijvoorbeeld subsidie(s) e.d. Voor wat betreft duurzaamheid worden in de gebiedsvisie een aantal thema's onderscheiden. Per thema worden daarbij de basis-ambities en plus-ambities beschreven, waarvan de basisambitities zonder meer worden gerealiseerd, de realisatie van de plus-ambitites worden gedurende de looptijd van het project verder onderzocht en, indien haalbaar, uitgevoerd. Het betreft de thema's: Groen en ecologie Water Gezondheid Sociale verbondenheid Energie Circulariteit

2.6

Verkeer en parkeren

Langs de wijk zijn enkele doorgaande wegen gelegen, de Roderlandbaan (N299), de Ailbertuslaan en de Zonstraat. De wijk kent in de huidige situatie drie toegangen voor autoverkeer. Aan de zuidzijde vanaf de Ailbertuslaan via de Hertogenlaan en de Monseigneur van Gilsstraat, aan de noordzijde vanuit de Directeur van der Mühlenlaan via de Directeur Cortenstraat. Het noordelijke en zuidelijke deelgebied worden voor autoverkeer niet met elkaar verbonden waardoor de noordelijke groene scheg volledig autovrij wordt. Voor langzaam verkeer wordt door middel van paden wel een verbinding gecreëerd. Langzaam verkeer wordt volledig aangesloten op de omliggende infrastructuur ten behoeve van fietsers en wandelaars. Belangrijk onderdeel binnen het ruimtelijk raamwerk zijn de doorgaande fietsverbindingen in oost-westelijke richting. Deze zijn gekoppeld aan beide groene scheggen vanaf de Zonstraat tot aan de N299. Hierdoor ontstaat een directe verbinding met de Berenbosweg via de Directeur Schrijnenstraat (incl. een fietsvriendelijke oversteek over de N299). Door goede looproutes te maken richting de voorzieningen in de Zonstraat wordt het voor bewoners aantrekkelijk gemaakt om naar de voorzieningen te lopen. De inrichting van de groene scheggen nodigt uit om te wandelen, te joggen of je hond uit te laten richting het Berenbos, het Wormdal of het Stadspark.

14

bestemmingsplan Rolduckerveld

Indicatie ontsluitingsstructuur Het parkeren voor de woningen vindt plaats in de openbare ruimte, in principe zo dicht mogelijk bij de woningen. Daarin wordt voorzien door het aanleggen van parkeerkoffers nabij de appartementencomplexen en op diverse plaatsen in de vorm van haaks parkeren of langsparkeren. Uitgaande van de huidige beleidsregels (Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan, deel I: Beleidskader, vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2018) geldt voor de grondgebonden woningen als uitgangspunt een norm van 1,7 parkeerplaatsen per huurwoning (huurhuis, sociaal huur), 2,0 per koopwoning (koop, tussen/hoek) en voor de appartementen geldt als uitgangspunt een norm van 1,5 parkeerplaatsen per woning (huur, etage (middel/goedkoop). De aanleg van de parkeerplaatsen binnen het plangebied is geborgd in de planregels. Door middel van een (dynamische) verwijzing naar de parkeernormen als opgenomen in de gemeentelijke beleidsregels voor parkeren, worden deze beleidsregels onderdeel van het toetsingskader voor de aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen. Bij het aanvragen van de betreffende omgevingsvergunning zal dan moeten worden aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Bij de verdere uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte zal conform het het GVVP worden voorzien in het vereiste aantal parkeerplaatsen.

Bij de appartementengebouwen zijn daar al concreet locaties voor aangewezen, voor het overige wordt voorzien in de benodigde parkeerruimte door langsparkeren of haaksparkeren langs de wegen binnen het plangebied. In het stedenbouwkundig plan is daar al op voorgesorteerd.

2.7

Uitwerking inrichting openbare ruimte

De verdere uitwerking van de inrichting vindt plaats in een inrichtingsplan, in overleg met bewoners/omwonenden. De eerder genoemde gebiedsvisie is daarbij het uitgangspunt. Het op te stellen inrichtingsplan zal mede de basis gaan vormen voor het beeldkwaliteitsplan voor het gebied.

bestemmingsplan Rolduckerveld

15

16

bestemmingsplan Rolduckerveld

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden in het kort de voornaamste zaken uit de plannen voor het plangebied weergegeven, omdat deze zoals gezegd mede uitgangspunt voor het lokale maatwerk zullen zijn.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie vormt het Rijksbeleid ten aanzien van ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. Met deze structuurvisie wordt de onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' reeds ingezette decentralisatie verder doorgezet. Dit houdt in dat verantwoordelijkheden worden overgedragen aan provincies en gemeenten. Deze overheden kunnen met hun regionale kennis en onderlinge samenwerkingsverbanden opgaven zelf integraal, doeltreffend en met kwaliteit aanpakken. In de Structuurvisie zijn vervolgens een drietal doelen voor Nederland in 2040 geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Relevante nationale belangen voor het besluitgebied zijn als volgt: verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op basis van de doelstellingen uit de structuurvisie zijn 13 nationale belangen benoemd. Ten aanzien van onderhavig plangebied zijn met name de volgende belangen relevant. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren, efficiënt gebruik van de ondergrond, ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten. Het planvoornemen draagt bij aan het in stand houden van een hoogwaardig woonmilieu. Daarbij wordt herstructurering ingezet, wat voorziet in duurzaam ruimtegebruik. Daarmee past het planvoornemen binnen de algemene hoofddoelstelling van het beleid aangaande de concurrentiekracht, alsmede binnen de nagestreefde leefbare omgeving.

Gezien het voorgaande gelden op grond van de SVIR geen beperkingen voor de herstructurering van Rolduckerveld.

bestemmingsplan Rolduckerveld

17

Conclusie Het planvoornemen past binnen de uitgangspunten uit de SVIR. De SVIR vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. 3.2.2 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt het Rijk een duurzaam toekomstperspectief voor onze leefomgeving. Met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 m2 is het zoek goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland over 30 jaar nog steeds een plek te laten zijn waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI vooralsnog vastgesteld als structuurvisie, maar heeft straks de status van omgevingsvisie onder de Omgevingswet. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de 21 nationale belangen die in de NOVI worden onderscheiden. De belangrijkste keuzes zijn: De inpassing van duurzame energie(opwekking) met oog voor omgevingskwaliteit. Het bieden van ruimte voor een overgang naar een circulaire economie Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen. Het realiseren van deze wensen, het benutten van kansen en het oplossen van knelpunten vraagt om samenwerking tussen overheden. Zowel bij nationale vraagstukken als bij gebiedsgerichte regionale opgaven.

In het NOVI worden een viertal prioriteiten benoemd, met de bijbehorende beleidskeuzes. De voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan relevante keuzes worden hierna samengevat weergegeven.

Ruimte voor klimaatadaptatieen energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte.

18

bestemmingsplan Rolduckerveld

We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld. Duurzaam economisch groeipotentieel De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. We zetten in op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland. Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Sterke en gezonde steden en regio's We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio.

Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio's klimaatbestendig in. Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd.

Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.

Conclusie Voorliggend plan sluit goed aan bij de uitgangspunten en keuzes die in de NOVI worden beschreven, door te voorzien in duurzaam ruimtegebruik, waarbij het nieuwe programma zorgvuldig wordt ingepast met oog voor wateropgaven, duurzaamheid, mobiliteit en leefomgevingskwaliteit.

bestemmingsplan Rolduckerveld

19

3.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en wordt met het Barro juridisch verankerd. Verdere uitwerking heeft voorts plaatsgevonden in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In totaal gaat het om dertien nationale belangen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Conclusie Het planvoornemen raakt geen nationale belangen die het Barro beoogt te beschermen. De bepalingen in het Barro vormen dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.

3.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ingevolge artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking. Stedelijke ontwikkeling? Alvorens te toetsen aan de hiervoor bedoelde ladder, dient te worden vastgesteld of sprake is van een zogenoemde 'stedelijke ontwikkeling'. Dit begrip is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit de tot dus ver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan een dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro.

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is ook relevant in hoeverre het voorheen geldende bestemmingsplan de betreffende ontwikkeling al toestond en in samenhang daarmee of sprake is van een nieuw planologisch ruimtebeslag. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de wijzigingen die het plan aanbrengt in de verkaveling en inrichting van het gebied, is sprake van een stedelijke ontwikkeling,. Actuele behoefte Onderhavig planvoornemen betreft de herontwikkeling van een verouderde wijk gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. In het kader van de herontwikkeling worden verouderde woningen die kwalitatief niet meer voldoen aan de actuele behoefte gesloopt en vervangen door een aanzienlijk lager aantal woningen op dezelfde locatie. In totaal zijn er anno 2022 al 260 woningen gesloopt, terwijl die plancapaciteit nog niet is weggenomen uit de geldende bestemmingsplannen. Het nog te slopen aantal woningen binnen het plangebied ten behoeve van de realisatie van het planvoornemen bedraagt nog eens 455 woningen. Als gevolg van de beoogde herstructurering zijn straks nog maar maximaal 367 nieuwe woningen aanwezig, naast de centraal in het gebied gelegen bestaande en te handhaven 79 woningen. Daarmee neemt de feitelijke woningvoorraad in vergelijking met de situatie in januari 2022 met 76 woningen af.

De plancapaciteit binnen het plangebied neemt af met 348 woningen. Daarmee wordt het overschot aan woningen teruggebracht én wordt voorzien in een kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad.

20

bestemmingsplan Rolduckerveld

Op de verschillende provinciale, regionale en gemeentelijke opgaven op het gebied van woningbouwbeleid in relatie tot het planvoornemen wordt dieper ingegaan in de paragrafen 3.3, 3.4 en 3.5. Uit die paragrafen blijkt ook dat op (sub)regionaal niveau afstemming heeft plaatsgevonden. Binnen bestaand stedelijk gebied Het plangebied is gelegen binnen het stedelijk gebied van Kerkrade, in de wijk Rolduckerveld. Het betreft een herontwikkelingsproject, waarbij 455 verouderde woningen die kwalitatief niet meer voldoen aan de actuele behoefte worden gesloopt en worden vervangen door een aanzienlijk lager aantal woningen (367) op dezelfde locatie en waarbij ook nog eens de plancapaciteit van 260 reeds gesloopte woningen wordt geschrapt. Het plan sluit dus goed aan bij de uitgangspunten van de ladder waarbij herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied gaat vóór nieuw ruimtebeslag. Conclusie Gezien het feit dat de ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief inspeelt op de actuele (regionale) behoefte en plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Limburg In de op 1 oktober 2021 vastgestelde Omgevingsvisie geeft de provincie Limburg haar lange termijn visie. Die heeft betrekking op het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De visie heeft betrekking op onderwerpen waarvoor de Provincie wettelijk verantwoordelijk is, maar ook onderwerpen die van groot (provinciaal) belang zijn voor onze provincie. Overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap staat daarbij voorop, net al waarden als kwaliteit en geluk en met aandacht voor alle stakeholders én de samenleving als geheel. De visie heeft betrekking op drie hoofdopgaven: 1. 2. 3.

een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk c.q. bebouwd gebied als landelijk gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie

De provincie ziet Limburg in 2050 stevig ingebed in euregionaal verband, via goed verknoopte infrastructuren, door sociale en economische banden én door bestuurlijke samenwerking. Het is er goed leven, leren, wonen en werken, vanwege een goed vestigingsklimaat, de sterke sociale cohesie en de uitstekende omgevingskwaliteiten. Dit met welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Om dat te bereiken is niet alleen de provincie aan zet, maar ook andere overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven én inwoners. Samen en ieder vanuit zijn eigen kracht. Concreet ten aanzien van wonen wordt een passend aanbod van woningen nagestreefd in zowel steden als dorpen. De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. Het maken van afwegingen omtrent het benutten van ruimte gebeurt aan de hand van de zogenoemde Limburgse principes. Voor zover relevant voor onderhavig planvoornemen gaat het over: het nastreven van een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, waarbij de inrichting en ontsluiting van gebieden uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal.

Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in

bestemmingsplan Rolduckerveld

21

compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. We zetten in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. We streven naar functiecombinaties en benutten bestaande functies optimaal. Net als in de vorige visies (POL) wordt gewerkt met een indicatieve zonering, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen landelijke gebieden, bebouwde gebieden en infrastructuren. In stedelijk gebied - zoals hier aan de orde - wordt onderscheid gemaakt tussen Stedelijk gebied 'algemeen', Stedelijk centrum, Landelijke kern en Werklocaties, waarbij Zoals uit navolgende afbeelding blijkt, is het plangebied grotendeels aangewezen als 'algemeen' Stedelijk gebied (zalmroze). Het gebied tussen de Roderlandbaan en de Directeur Cortenstraat en Mgr. van Gilstraat is aangeduid als Buitengebied (geel). Aan elkaar grenzende zones hebben onderling een sterke samenhang en wisselwerking.

Wonen en leefomgeving Een woninaanbod en planvoorraad waarbij vraag en aanbod goed in evenwicht zijn is benoemd als provinciaal belang. Dat evenwicht is nodig op zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Kortgezegd: voldoende (betaalbare) woningen, op het juiste moment beschikbaar, op de juiste locatie en van de juiste kwaliteit.

22

bestemmingsplan Rolduckerveld

De provincie wil het voorgaande graag samen met haar partners. Het streven is een leefomgeving te (blijven) bieden waar mensen zich prettig voelen en waarin mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving, die past bij zowel hun mogelijkheden als hun levensfase. Daarbij gaat het niet alleen om de spreekwoordelijke stenen. maar door in samenhang naar woonopgaves te kijken, leggen we op wijk-/buurtniveau de juiste verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Daarmee willen we verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Dit bestemmignsplan heeft betrekking op de herstructurering van een bestaande woonwijk, waarbij incourante woningen worden vervangen door nieuwe woningen kwalitatief weer aansluiten bij de behoefte van woningzoekenden en waarbij bovendien ook minder woningen nieuw worden gebouw dan er worden gesloopt. Met het plan worden in totaal 455 verouderde woningen en een kerk gesloopt - bovenop de binnen het gebied reeds gesloopte 260 woningen - en er worden 367 woningen teruggebouwd. De totale plancapaciteit binnen het plangebied neemt (met in acht neming van de eerder binnen het gebied gesloopte woningen) met 348 woningen af. De nieuwe woningen voldoen daarbij aan de kwalitatieve eisen die woningzoekenden anno 2022 aan een woning stellen. Daarmee wordt de woningvoorraad door onderhavig planvoornemen zowel kwantitatief als kwalitatief sterk verbeterd. Bovendien wordt parallel aan de ruimtelijke aanpak ook gewerkt aan een sociale structuurversterking. Het inrichten van een openbare ruimte die gelegenheid biedt voor bewegen en ontmoeten is een belangrijke pijler in de totale aanpak. Conclusie Gezien het voorgaande past het planvoornemen goed binnen de uitgangspunten van de provinciale omgevingsvisie. Die visie vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. 3.3.2 Limburg Agenda 2030 Limburg moet mee kunnen bewegen met alle veranderingen in onze samenleving.

Op cultureel, economisch én sociaal gebied. De Provincie Limburg heeft daarom het initiatief genomen om met de Limburgse samenleving in gesprek te gaan over de uitdagingen van de toekomst. Met de Limburg Agenda is daarmee een begin gemaakt, door samen te kijken naar de vraag: Hoe kan Limburg in 2030 eruit zien? In de Limburg Agenda worden keuzes voor het Limburg van morgen. Die keuzes zijn richtinggevend, maar niet allesbepalend. De agenda is bedoeld om Limburg te laten inspelen op de uitdagingen van de toekomst, door mensen en organisaties samen te brengen, elkaar te inspireren en uiteindelijk elkaars krachten te bundelen. Niet alleen nu, voor de totstandkoming van deze agenda, maar vooral ook voor straks. De Limburg Agenda gaat uit van een centraal thema 'Vernieuwing' en is uitgewerkt in vier inhoudelijke thema's: Limburg in beweging Glokale productie en consumptie Ontbinding en nieuwe verbinding Een digitale sprong in de toekomst Raakvlakken tussen de Agenda en dit planvoornemen zijn er op het gebied van de energietransitie en circulaire economie (thema 1), onderwerpen en opgaven die nadrukkelijk onderdeel zijn van het totale project. Het tweede thema is ook van wezenlijk belang voor dit planvoornemen.

Niet zozeer in relatie tot het bestemmingsplan, maar wel gezien de sociaal-economische structuurversterking die een belangrijk onderdeel uitmaakt van de beoogde gebiedsontwikkeling. Daarmee sluit het planvoornemen aan bij het perspectief voor het Limburg van 2030.

bestemmingsplan Rolduckerveld

23

3.3.3 Omgevingsverordening Limburg Gelijktijdig met de vaststelling van het POL2014 is door Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld, die nadien nog enkele malen is gewijzigd. Deze verordening voorziet in de borging van provinciale belangen die voortvloeien uit het POL en in de juridische borging van de eerder met de Limburgse gemeenten gemaakte bestuursafspraken over c.q. de regionale structuurvisies voor de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Hoewel het POL2014 als strategische visie van de provincie in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet inmiddels is vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (zie paragraaf 3.3.1), is de huidige provinciale verordening nog gebaseerd op het POL2014. Een nieuwe provinciale verordening is in voorbereiding. Vaststelling is voorzien op 16 december 2021. Hierna wordt daarom getoetst aan de Omgevingsverordening Limburg 2014, maar er wordt ook een doorkijk gemaakt naar de nieuwe verordening, aangezien die bij een vaststelling conform voorstel door Provinciale Staten op 16 december 2021, zal zijn vastgesteld en wellicht ook al in werking is getreden ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Artikel 2.4.2 Wonen In de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, voor een gebied gelegen in de regio Zuid - Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, tenzij het plan voldoet aan de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid - Limburg. In de toelichting op het plan dient te worden verwoord hoe een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave, gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 367 moderne woningen. Deze woningen komen in de plaats voor 455 verouderde woningen en 260 reeds eerder gesloopte woningen. Het planvoornemen betreft een herstructurering binnen het bestaand stedelijk gebied van Kerkrade. Op de toetsing aan de Structuurvisie Wonen Zuid - Limburg en overig relevant woonbeleid wordt ingegaan in de paragrafen 3.4 en 3.5. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is ook nogmaals geborgd dat in geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals neergelegd in artikel 3.1.6, lid 2 Bro.

Daarbij dient tevens te worden ingegaan op de mogelijkheden voor herbenutting van leegstaande monumenten of beeldbepalende gebouwen. In paragraaf 3.2.4 is reeds ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking zoals die is geborgd in artikel 3.1.6., lid 2 Bro en daarin is onderbouwd dat daaraan wordt voldaan. De extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen monumentale of beeldbepalende panden aanwezig die leegstaand zijn en aan voornoemde uitgangspunten kunnen voldoen. Conclusie Omgevingsverordening Limburg 2014 Aan een toetsing aan de Structuurvisie Wonen Zuid - Limburg en de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan in respectievelijk de paragrafen 3.4.2 en 3.2.4. Eveneens is er aan ander relevant woonbeleid getoetst in dit bestemmingsplan. Het planvoornemen past daarmee binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Doorkijk nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) Gezien de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet en het feit dat de Omgevingsverordening 2014 als gevolg daarvan op de datum van inwerkingtreding van rechtswege komt te vervallen, bereidt de provincie de vaststelling van een nieuwe Omgevingsverordening Limburg voor. Deze verordening is in de basis beleidsneutraal ten opzichte van de vorige/huidige versie, maar er worden vier nieuwe onderwerpen

24

bestemmingsplan Rolduckerveld

toegevoegd. Deze onderwerpen betreffen wonen, de toepassing van een zonneladder, na-ijlende effecten steenkolenwinning en te hanteren normen voor huisvesting van internationale werknemers. Voor onderhavig plan zijn de onderwerpen wonen en na-ijlende effecten van steenkolenwinning van belang. De instructieregels over zon hebben betrekking op de toepassing van zonnepanelen op bedrijfsgebouwen en de realisatie van zonneparken. Paragraaf 12.1.1 Wonen Net als de Omgevingsverordening 2014 gaat de nieuwe verordening uit van woningbouwplannen die voorzien in de juiste woningen op de juiste plek, waarvoor de behoefte aan die woningen in beeld is en die behoefte regionaal wordt afgestemd. Uitgangspunt is realisatie van woningen binnen vijf jaar na vaststelling van - het betreffende deel van - een omgevingsplan. Zoals uit deze toelichting blijkt is sprake van een behoefte aan de te realiseren woningen en past het plan binnen de regionale en subregionale kaders, waaronder de woningmarktprogrammering. Hoewel het project voortvarend tot uitvoering zal worden gebracht na vaststelling van dit bestemmingsplan, zal het plan gezien de beoogde planning nog niet geheel zijn gerealiseerd binnen vijf jaar.

Dit heeft te maken met zowel de omvang van het plan, als de complexiteit van de opgave, die betrekking heeft op gefaseerde sloop en gefaseerde nieuwbouw en de herhuisvesting van de huidige bewoners die daarbij moet plaatsvinden. Volledigheidshalve moet worden opgemerkt dat deze instructieregel betrekking heeft op omgevingsplannen en wijzigingen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit plan wordt vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor plannen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet en die planologische mogelijkheden bevatten voor de realisatie van woningen is in een separate instructieregel in de verordening opgenomen die om herijking van die mogelijkheden vraagt vóór 1 juli 2030. Voor die datum zal het project naar de huidige inzichten volledig zijn afgerond. Paragraaf 12.1.8 Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning Deze instructieregel vraagt gemeenten om in de toelichting op een omgevingsplan te beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkolenwinning. In de toelichting op dit bestemmingplan wordt daar reeds in voorzien, in paragraaf 4.2.6 en verder. Zoals daaruit blijkt heeft binnen het plangebied steenkolenwinning plaatsgevonden, maar vormen de daarvan te verwachten gevolgen geen belemmering voor het plan.

Conclusie nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) Gezien het voorgaande is het plan ook in lijn met de nieuwe provinciale omgevingsverordening.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Intergemeentelijk structuurvisie Parkstad Limburg In 2009 is de intergemeentelijke structuurvisie 'Ruimte voor park en stad' vastgesteld. De structuurvisie bevat het kader voor de door de regiogemeenten gezamenlijk nagestreefde duurzame economische structuurversterking van de regio voor de periode tot 2030, als antwoord op onder meer de bestaande en voorziene sociale problematiek en demografische ontwikkelingen. De bevolkingskrimp die zich binnen de regio voordoet wordt daarbij gezien als kans om de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving duurzaam te versterken. In de periode tot 2030 wordt ingezet op de volgende kwaliteiten: meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, o.a. door een groter contrast van stad en land; een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten;

bestemmingsplan Rolduckerveld

25

een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen - Centrum als Parkstad - centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via een Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. Deze ambities moeten daarbij vooral worden gezien als een aanzet om samen met betrokken partijen te komen tot kansrijke ideeën, welke vervolgens concreet kunnen worden uitgewerkt. De visie maakt onderscheid in een tweetal structuurdragers, te weten de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit en de economisch maatschappelijke ontwikkeling, welke vervolgens zijn uitgewerkt in een viertal hoofdthema's: 1. 2. 3. 4.

Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur; Economie - meet vitaliteit vanuit historische en huidige kracht; Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking; Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid.

Het planvoornemen heeft hoofdzakelijk betrekking op het thema ´Wonen´. Voor dit thema heeft sinds 2009 verdere uitwerking plaatsgevonden in regionale nota's als de regionale woningbouwprogrammeringen, een herstructureringsvisie en een regionale woonstrategie welke allen aan bod zullen komen in het vervolg van dit hoofdstuk. Uitwerking op gemeentelijk niveau heeft vervolgens plaatsgevonden in onder meer stadsdeelvisies, waaronder de Stadsdeelvisie Kerkrade Oost I: "Onbegrensd leven, wonen en werken in de Bovenstad tussen Anstel en Worm", waarover meer in paragraaf 3.5. De lijn is duidelijk: terugdringen overcapaciteit woningbouwontwikkelingen; geen nettotoevoeging aan bestaande voorraad; nieuwbouw uitsluitend voor de juiste doelgroep en van de juiste kwaliteit. Het planvoornemen past binnen de hiervoor geschetste lijn die als een rode draad door de diverse beleidsdocumenten loopt die betrekking hebben op woningbouw. Binnen het plangebied daalt de feitelijke woningvoorraad van 455 woningen naar 367 woningen en de planvoorraad van 715 naar 367 woningen, waardoor de overcapaciteit aan woningen sterk wordt teruggedrongen en er geen netto toevoeging aan de bestaande feitelijke voorraad of plancapaciteit wordt gedaan. Bovendien wordt voorzien in een sterke kwaliteitsverbetering door de bouw van moderne woningen, maar ook door de verbetering van de omringende openbare ruimte.

Conclusie Het planvoornemen sluit goed aan op de uitgangspunten uit de Intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg. De structuurvisie vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. 3.4.2 Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Deze regionale structuurvisie (SVWZL) is op 28 september 2016 door de gemeenteraad van Kerkrade vastgesteld. De SVWZL is opgesteld door de 18 Zuid - Limburgse gemeenten (Beek, Brunssum, Eijsden Margraten, Gulpen Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth-Onderbanken-Schinnen (nu Beekdaelen), Simpelveld, Sittard - Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal). Deze visie verwoordt de gezamenlijke aanpak van de Zuid - Limburgse gemeenten om te komen tot een excellent woon- en leefklimaat in Zuid - Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid - Limburg hoog in het vaandel heeft. De driedelige opgave die de structuurvisie bevat is: het verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot;

26

bestemmingsplan Rolduckerveld

het terugdringen van de (ongewenste) planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave en; het toevoegen van woonproducten waar een tekort aan is, passend binnen de uitgangspunten van de structuurvisie. Om invulling te kunnen geven aan deze opgaven zijn een dertiental beleidsafspraken gemaakt. Zo is onder meer afgesproken dat in een subregionale woningmarktprogrammering de toevoegingen en onttrekkingen op basis van de transformatieopgave per gemeente worden vastgelegd, wordt voorzien in het schrappen van harde plancapaciteit aan met name de randen van steden en kernen en in te zetten op herinvulling van cultuurhistorisch waardevol bestaand vastgoed. Tevens is voorzien in een compensatieregeling voor het toevoegen van nieuwe woningen. De transformatieopgave per gemeente staat centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. Daarnaast wordt er ingezet op het terugdringen van illegale kamerverhuur en op passende alternatieven voor kwetsbare groepen die behoefte hebben aan goedkope woonruimte.

Concreet voor onderhavig plangebied geldt dat 455 woningen worden gesloopt en 367 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Het feitelijk aantal woningen binnen het plangebied neemt ten opzichte van de situatie in januari 2022 dus met 88 woningen af. De plancapaciteit neemt ten opzichte van het bestemmingsplan Kerkrade Oost III met 348 woningen af. Zoals uit paragraaf 3.4.4 en 3.5.2 van deze toelichting blijkt, past de ontwikkeling binnen de subregionale afspraken en zijn de woningen in de (sub)regionale woningbouwprogrammering opgenomen. Het project past daarom binnen de betreffende programmering.

Evaluatie en beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen2021' In het tweede kwartaal van 2020 is de SVWZL geëvalueerd. Daaruit is gebleken dat in Zuid-Limburg een minder sterke bevolkingsdaling heeft plaatsgevonden dan vooraf was voorzien. Er is echter ook geconstateerd dat er nog steeds een zeer omvangrijke planvoorraad aan nog te bouwen woningen is. De evaluatie heeft ook een aantal aanbevelingen opgeleverd, waaraan invulling wordt gegeven in de notitie 'Bouwen naar behoefte', waarin het woonbeleid verder vorm wordt gegeven. Een van de daaruit voortvloeiende acties is reeds in gang gezet, namelijk het stimuleren van de bouw van woningen waaraan dringend behoefte bestaat. Concreet betekent dit in relatie tot de SVWZL dat het compensatiebeleid voor betaalbare, flexibele woningen in kernen en centra nabij voorzieningen wordt versoepeld. Dit heeft zijn beslag gekregen in de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021', die is vastgesteld door de gemeenteraad van Kerkrade op 16 december 2020.

Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de uitgangspunten van de Regionale Structuurvisie Wonen Zuid - Limburg. Zowel de planvoorraad als de feitelijke woningvoorraad neemt af. Er vindt verdunning plaats en de nieuwe woningen sluiten kwalitatief (weer) goed aan bij de huidige woonwensen van woningzoekenden. Nu het aantal woningen binnen het plangebied afneemt en het plan reeds is opgenomen in de (sub)regionale woningbouwprogrammering, is de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' niet van invloed op het planvoornemen.

bestemmingsplan Rolduckerveld

27

3.4.3 Herstructureringsvisie voor de woningvoorraad Parkstad Limburg (2009) De Herstructureringsvisie geeft de kwantitatieve uitwerking van het regionale woonbeleid weer. De visie is vastgesteld door de Parkstad Raad in december 2009. In de Herstructureringsvisie wordt de noodzaak van het onttrekken van woningen aan de woningvoorraad nader onderstreept. Voor de periode 2010 - 2020 wordt duidelijk waar en op welke wijze de kwantitatieve en kwalitatieve veranderingsopgave plaats moet vinden, uitgedrukt in cijfers. Per gemeente is een transformatieopgave (de zogenaamde ‘envelop’) vastgesteld. Deze opgave wordt regelmatig gemonitord om te bekijken of het ingezette beleid haar vruchten afwerpt. Deze enveloppen bestaan uit een kwantitatieve en een kwalitatieve transformatieopgave (onttrekkingen ten gevolge van bevolkingsdaling en bouwplannen en vervangingsopgave. Met overzichtskaarten is aangegeven waar de herstructureringsopgave gerealiseerd moet worden, waarbij onderscheid is gemaakt in drie typen gebieden: 1.

2.

3.

Beheergebieden: In deze gebieden vindt geen herstructurering van de woningvoorraad plaats. Binnen beheergebieden kunnen wel overige ontwikkelingen plaatsvinden, niet zijnde woningbouwherstructurering. Verdunningsgebieden: In verdunningsgebieden zal de verdunningsopgave landen. Dit zijn gebieden waar een kwaliteitsslag gemaakt kan worden door verdunning, voor wat betreft o.a. het wonen, het verminderen van druk op het openbaar gebied, vergroening en verbetering van leefbaarheid in het algemeen. Hierbij kan gedacht worden aan sloop en nieuwbouw, maar ook aan bijvoorbeeld samenvoeging en aanpassing van woningen. Ontwikkelingsgebieden: Dit zijn gebieden waar door de gemeenten (en partners), in het kader van de krimp, reeds integrale plannen zijn opgesteld die structuur- en functieverandering omvatten en die bekend zijn in de gemeente. Het zijn de plannen waarmee de partners willen starten met de herstructurering in het licht van de in deze visie omschreven opgave. Naast ontwikkelingsgebieden in het kader van de krimp, kunnen ook nog andere (grootschalige) ontwikkelingen binnen de gemeenten gepland of in uitvoering zijn die losstaan van de krimpopgave. Tevens kan in een aantal ontwikkelingsgebieden een deel van de verdunningsopgave landen.

Uitsnede kaart Structuurvisie 2010-2020

28

bestemmingsplan Rolduckerveld

In de Structuurvisie 2010 - 2020 is het plangebied aangeduid als 'verdunningsgebieden' en 'bijzondere planontwikkeling voorzien'. Met dit planvoornemen wordt invulling gegeven aan een verdunning door transformatie, waarmee een kwaliteitsslag wordt geleverd naar moderne, duurzame nieuwbouw na de eerdere sloop van verouderde woningen. Hierbij wordt het feitelijk aanwezige aantal woningen binnen het plangebied ten opzichte van de situatie in januari 2022 teruggebracht van 455 naar 367. De plancapaciteit neemt ten opzichte van het bestemmingsplan Kerkrade Oost III af met 348 woningen. Per saldo voorziet deze herstructurering binnen het plangebied dus in een afname van zowel de plancapaciteit als de feitelijke woningvoorraad. Hiermee draagt het planvoornemen in belangrijke mate bij aan de doelstelling binnen de verdunningsgebieden. Tevens hangt het planvoornemen samen met de bijzondere planontwikkeling die voorzien is in het Rolduckerveld. Deze locatie is namelijk een van de eerste gebieden in de regio waar grootschalige sloop heeft plaatsgevonden als antwoord op de eerste symptomen van de bevolkingskrimp. Conclusie Het planvoornemen betreft een verdere uitwerking van de Herstructureringsvisie en draagt daar gezien het voorgaande aan bij.

3.4.4 Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 (2019) Sinds 2009 gemeente Kerkrade samen met de andere gemeenten in de Stadsregio Parkstad Limburg met een Regionale Woningmarktprogrammering. De meest actuele versie is vastgesteld op 21 maart 2019: de Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022. Met deze programmering spreken de gemeenten in Parkstad Limburg uit, rekening te houden met elkaars belangen en gezamenlijk te werken aan en te streven naar een evenwichtige woningmarkt. De gemeenten geven met deze regionale woningmarktprogrammering aan welke woningbouwprojecten het best aansluiten bij de huidige marktomstandigheden en hoe in de toekomst met nieuw toe te voegen woningbouwprojecten wordt omgegaan. Hiermee wordt beoogd om de regio Parkstad een aantrekkelijke woonregio te maken. De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad staat onder druk. In delen van de regio is sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve mismatch. Tegelijkertijd heeft de regio Parkstad een goede basis voor marktstructurering van de woningmarkt. Bij de totstandkoming van de Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 is meer dan in het verleden aandacht geweest voor de kwalitatieve kenmerken van plannen en locaties. Het doel is om te komen tot een gewenste programmering aansluitend bij de huidige en toekomstige kwalitatieve vraag en waar dat wenselijk is volume terug te brengen.

De programmering geeft inzicht in de woningbehoefte voor komende 10 jaar o.a. gebaseerd op de doelgroepen die krimpen en groeien gekoppeld aan product-markt-combinaties. Vervolgens is gekeken aan welke type woningen behoefte is en van welke type woningen overschotten ontstaan. De Regionale Woningmarktprogrammering geeft eveneens per gemeente een planlijst met per project het aantal toevoegingen en onttrekkingen. Het is een instrument dat ervoor zorgt dat de planvoorraad zo goed mogelijk aansluit bij de marktsituatie en waaraan plannen kunnen worden toegevoegd die van toegevoegde waarde zijn op het functioneren van de gemeentelijke en regionale woningmarkt en die bijdragen aan de doorstroming in de bestaande voorraad. Een nieuw initiatief kan op verzoek van het college van Burgemeester en Wethouders aan de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van de Parkstad Limburg, worden toegevoegd aan de Regionale woningmarktprogrammering. Het nieuwe initiatief wordt kwalitatief en kwantitatief afgewogen. Daarbij dient tevens te worden voldaan aan de compensatiesystematiek zoals is vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Conclusie Op 19 maart 2020 heeft de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van Parkstad Limburg besloten om

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=5e6764fa-c22a-45b7-820f-fa132a1f2a0c