CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 - Mer beoordelingsnotitie bestemmingsplan St Bernadettestraat en Grachterstraat

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit bestemmingsplan Kerkrade West II eerste herziening23.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De oppervlakte van het plangebied (alle gronden binnen de plangrenzen) bedraagt 2.527 m², de verstoringsoppervlakte ten behoeve van de zes woningen bedraagt slechts 664 m² (inclusief garages). Verhardingen (waaronder opritten en parkeerplaatsen) kunnen binnen de 0,40 meter diepte worden aangelegd. Ook in de maximale bebouwingsvariant met 70 m² aan bijgebouwen (samen 420 m²) per woning wordt de ondergrens van 2.500 m² niet overschreden. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Er zijn geen cultuurhistorische waarden in het projectgebied aanwezig.

Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’

- pagina 22 -

22

m.e.r.-beoordelingsnotitie

5.8 Ecologie, flora & fauna Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient vanwege de Wet natuurbescherming zowel naar de gebiedsbescherming (Natura2000-gebieden) als de soortenbescherming (flora en fauna) te worden gekeken. Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Plangebied Quickscan natuurwaarden Ter voorbereiding op de realisatie van het plan is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd. In het onderstaande worden de belangrijkste conclusies die uit deze quickscan naar voren zijn gekomen kort beschreven.

Econsultancy, ‘Rapportage quickscan Wet natuurbescherming Grachterstraat Kerkrade’(bijlage 4a) Ecologische quickscan Uit de uitgevoerde quickscan zijn de volgende conclusies naar voren gekomen: - op basis van onderhavige quickscan Wet natuurbescherming dient voor de uitvoering van de plannen middels aanvullend veldonderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aanof afwezigheid van verblijfplaatsen van de rugstreeppad; - ten aanzien van vleermuizen dient verstoring door lichtuitstraling op de naastgelegen bomenlaan tijdens werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. Indien bovenstaande niet mogelijk is dient een aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen en vliegroutes van vleermuizen te worden uitgevoerd. - voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht ten aanzien van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Econsultancy, ‘Aanvullend ecologisch onderzoek rugstreeppad’ (separate bijlage 4b) Uit het verrichte vervolgonderzoek is gebleken dat er geen rugstreeppadden op de onderzoekslocatie aanwezig zijn.

De onderzoekslocatie wordt niet gebruikt als voortplantingsplaats dan wel als rustplaats voor rugstreeppadden. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de rugstreeppad. Een ontheffing is daarmee niet noodzakelijk. Wel kunnen de werkzaamheden ervoor zorgen dat er meer en beter geschikt leefgebied voor de rugstreeppad wordt gecreëerd. Tijdens de werkzaamheden kan de onderzoekslocatie extra geschikt habitat vormen door bijvoorbeeld tijdelijke zanddepots en rijsporen met ondiepe plassen. Wanneer de rugstreeppad tijdens de werkzaamheden gebruik gaat maken van het plangebied moeten de werkzaamheden worden stilgelegd. Om dit te voorkomen kan voorafgaand aan de werkzaamheden een paddenscherm worden geplaatst. Zo wordt voorkomen dat rugstreeppadden de onderzoekslocatie in gebruik nemen en dat alsnog een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is. Het is mogelijk dat een zwervend individu van de bruine kikker of gewone pad op de onderzoekslocatie Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’

- pagina 23 -

23

m.e.r.-beoordelingsnotitie

wordt aangetroffen. Het is in het kader van de zorgplicht noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Tot slot is het advies om het eventueel verwijderen van de begroeiing op de onderzoekslocatie buiten het broedseizoen uit te voeren. Zo wordt er voorkomen dat eventuele broedgevallen verstoord worden. Wanneer de aanwezige beplanting buiten het broedseizoen wordt gesnoeid of verwijderd, wordt geadviseerd om ook het snoei-afval te verwijderen, om broedgevallen hierin te voorkomen. Indien het niet mogelijk is begroeiing en snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen, wordt een broedvogel inspectie noodzakelijk geacht. Stikstofdepositieberekening (AERIUS-calculatie) Voor het plan is een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de gebruiks- als de bouwfase. Kompas Adviseurs en Ingenieurs BV, ‘Stikstofdepositieberekening Bouwfase en Gebruiksfase Bouwplan Sint Bernadettestraat te Kerkrade (bijlage 5). Uit de rekenresultaten van AERIUS-Calculator blijkt dat ten gevolge van de beoogde planontwikkeling de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op de beschermde natuurgebieden als gevolg van stikstofdepositie uit te sluiten.

Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen.

5.9 Overige milieuaspecten Lichthinder Het initiatief betreft de realisering van een lichthindergevoelig object. In het voorliggende plan is dit aspect echter niet aan de orde omdat er geen bronnen van lichthinder in de directe nabijheid gelegen zijn. Trillingshinder Het initiatief betreft de realisering van een trillingsgevoelig object. In het voorliggende plan is dit aspect echter niet aan de orde omdat er geen bronnen van trilling in de directe nabijheid gelegen zijn. Geurhinder Het initiatief betreft de realisering van woningen. Een woning is een geurgevoelige functie. In de directe omgeving is geen sprake van een inrichting met een geurcontour. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het plan veroorzaakt zelf ook geen geurhinder voor naastgelegen functies.

Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’

- pagina 24 -

24

m.e.r.-beoordelingsnotitie

6 Milieuaspecten In de onderstaande tabel is per milieu-aspect een conclusie opgenomen naar aanleiding van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling: Milieu-aspect Water/hydrologie

Onderzoek Er zijn meerdere oplossingen voorhanden om infiltratievoorzieningen te realiseren in het projectgebied waarmee de afkoppeling van hemelwater afkomstig van de bebouwing en de verharding kan worden geregeld. Daarmee kan worden voldaan aan de uitgangspunten van het waterschap.

Conclusie Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Ecologie/stikstof

Uit het uitgevoerde onderzoek komt naar voren dat het project niet leidt tot een aantasting van beschermde plant- en diersoorten. Er dient wel nog vervolgonderzoek voor de rugstreeppad plaats te vinden. Tevens heeft het project geen nadelige gevolgen voor omliggende Natura2000gebieden.

Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Geluid en milieuzonering

Wet geluidhinder Het plan voldoet aan de kaders van de Wet geluidhinder.

Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Milieuzonering Er is geen sprake van negatieve uitstraling van omliggende functies op het plangebied dan wel vanwege de bouwontwikkeling op omliggende functies. Bodemkwaliteit

Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen milieuhygiënische belemmeringen bestaan voor de realisering van het beoogde bouwplan.

Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Luchtkwaliteit

De beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Archeologie

Uit het uitgevoerde vooronderzoek is gebleken dat er geen noodzaak is tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek.

Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Externe veiligheid

Er is geen sprake van risico’s vanwege het Individueel risico. De verantwoording van het groepsrisico geldt voor de A76 en de Buitenring parkstad (N300). Er zijn geen omliggende functies die zorgen voor belemmeringen aangaande geur, stof en gevaar. Ook de functie zelf levert geen hinder of gevaar op.

Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Overige milieuaspecten

Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.

Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’

- pagina 25 -

25

m.e.r.-beoordelingsnotitie

Bijlage 1

Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’

- pagina 26 -

26

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade

Rapportnummer:

E224060.005/ASA

Naam opdrachtgever:

Külter Projectmanagement & Ontwikkeling, de heer C. Külter

Adres opdrachtgever:

Zandweg 103 6418 PA te HEERLEN

Opsteller:

Ir. A.H.E. Sauren

Datum:

14 februari 2023

KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37

Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55

Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260

info@aelmans.com

www.aelmans.com

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 1

2

Projectlocatie en project ..................................................................................... 2 2.1 Ligging projectlocatie ............................................................................................................. 2 2.2 Planontwikkeling .................................................................................................................... 3

3

Beleid en uitgangspunten .................................................................................... 4 3.1 Europees beleid ...................................................................................................................... 4 3.2 Nationaal beleid ..................................................................................................................... 4 3.3 Regionaal en gemeentelijk beleid .......................................................................................... 6

4

Afhandeling hemelwater ..................................................................................... 9 4.1 Afvalwater .............................................................................................................................. 9 4.2 Hemelwater onverhard en semi-verhard terrein ................................................................... 9 4.3 Hemelwater verhardingen ..................................................................................................... 9

5

Conclusie en aanbevelingen .............................................................................. 13

E224060.005/ASA

1 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens op de locatie Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade te herontwikkelen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Kerkrade – sectie K – sectie 2809 (gedeeltelijk). Ter plekke wordt de nieuwbouw van vier projectmatige woningen en twee vrijstaande woningen beoogd. Tevens worden ter plekke acht parkeerplaatsen toegevoegd. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 2.172 m². De doorlatendheid van de bodem is een van de bepalende factoren voor het dimensioneren en het (blijven) functioneren van infiltratie- en drainagesystemen. Daarnaast speelt de doorlatendheid een belangrijke rol bij grondwateroverlast. In het kader van de nieuwbouw is dus inzicht in doorlatendheid van groot belang bij de planvoorbereiding voor hemelwaterinfiltratie of grondwaterdrainage.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding projectlocatie

Ten behoeve van voorliggend voornemen dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe het afvloeiend hemelwater wordt verwerkt. Binnen de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’/’Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021’ en het geldende bestemmingsplan ‘Kerkrade West II' zijn geen aanvullende regelingen opgenomen omtrent het verwerken van afvloeiend hemelwater.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

1

E224060.005/ASA

2 Projectlocatie en project In dit hoofdstuk worden de projectlocatie, de huidige situatie en de beoogde ontwikkeling beschreven.

2.1

Ligging projectlocatie De onderzoekslocatie betreft een braakliggende kavel in de wijk ‘Gracht’ in het westen van Kerkrade. Om precies te zijn ligt de locatie op de hoek van de Sint Bernadettestraat en Grachterstraat. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Kerkrade – sectie K – sectie 2809 (gedeeltelijk). Op de locatie was de Onze-Lieve-vrouw van Lourdeskerk aanwezig. Deze kerk werd in 2009 aan de eredienst onttrokken en vervolgens in 2012 gesloopt. Sindsdien ligt het terrein braak.

Luchtfoto met aanduiding projectlocatie en bestaande situatie

Projectlocatie op kadastrale ondergrond

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

2

E224060.005/ASA

2.2

Planontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens op de locatie Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade te herontwikkelen. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 2.172 m². Op de locatie worden vier projectmatige levensloopbestendige woningen beoogd, gericht op de Sint Bernadettestraat. Deze woningen worden twee aan twee gebouwd. Bij elke woning wordt een (als dan niet vrijstaande) garage beoogd. Tussen de twee ‘blokken’ blijft een doorgang naar het kerkhof. Nabij deze doorgang worden acht parkeerplaatsen voorzien. Tevens worden met het front naar de Grachtstraat twee bouwkavels gerealiseerd. De precieze invulling van deze kavels dient nader te worden bepaald.

Bouwtekeningen woningbouwproject Sint Bernadettestraat - Grachterstraat

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

3

E224060.005/ASA

3 Beleid en uitgangspunten In dit hoofdstuk zijn het waterbeleid en de waterhuishoudkundige uitgangspunten uiteengezet. Deze vormen met de huidige bodem- en watersituatie de basis voor de opzet van de toekomstige waterhuishouding in hoofdstuk 4. De relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, het stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027, de Waterwet, de Wet ruimtelijke ordening, het Nationaal Bestuursakkoord Water, het Nationaal Water Programma 2022-2027, het provinciaal Waterplan Limburg 2022-2027, het Waterbeheerprogamma Waterschap Limburg 2022-2027, de Keur en beleidsregels Waterschap Limburg 2019 en Gemeentelijk Rioleringsplan Weert 2017-2021. De belangrijkste gezamenlijke punten uit deze beleidstukken zijn dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening en dat de verdroging en wateroverlast bestreden dienen te worden. In de volgende paragrafen zijn de voor het plangebied relevante beleidsuitgangspunten nader toegelicht.

3.1

Europees beleid 3.1.1 Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP), opgesteld door de Rijksoverheid (zie verder paragraaf 3.2.1). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede kwaliteit te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Weert in het stroomgebied van de Maas is gelegen.

3.2

Nationaal beleid 3.2.1 Stroomgebiedbeheerplan Maas 2015/ Stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Weert in het stroomgebied van de Maas is gelegen. Het stroomgebiedbeheerplan Maas is op 22 december 2015 vastgesteld en heeft een looptijd van 2016 tot 2021. Dit plan is geactualiseerd binnen het Stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027. Een belangrijk onderdeel van het SGBP is een maatregelenprogramma. Het maatregelenprogramma bestaat enerzijds uit maatregelen die worden genomen in het kader van reeds bestaande nationale en/of Europese wetgeving (bijv. Europese Nitraatrichtlijn) en anderzijds een groot aantal regionale en locatiegebonden maatregelen.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

4

E224060.005/ASA

3.2.2 Waterwet De Waterwet (22 december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De waterbodemregelgeving die voorheen was opgenomen in de 'Wet bodembescherming' is overgegaan naar de Waterwet. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op zijn perceel gevallen hemelwater. Dit brengt met zich mee dat de perceeleigenaar verantwoordelijk is voor de ontwatering en afwatering van zijn eigen perceel.

3.2.3 Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden besproken met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder.

3.2.4 Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergenafvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

5

E224060.005/ASA

3.2.5 Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn:  het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken;  verbetering van de waterkwaliteit.

3.2.6 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 In Nederland liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, we moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelt de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De Rijksoverheid werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren.

3.3

Regionaal en gemeentelijk beleid 3.3.1 Provinciaal Waterplan Limburg 2022-2027 Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2022-2027 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. Hierin geeft de provincie uitwerking aan de in de Omgevingsvisie Limburg opgenomen provinciale belangen op het gebied van water:  Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming, wateroverlast, watertekort, verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het stroomgebied van de Maas.  Het in samenhang bezien en aanpakken van de zoetwatervoorziening (voor drinkwater en andere functies), natuurherstel, watersysteemherstel, waterveiligheid, landbouw, landschap en de stikstofproblematiek.  Een ecologisch gezond, veerkrachtig en adaptief watersysteem om weersextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen. De provincie stelt in de Omgevingsvisie Limburg en in het Provinciaal Waterprogramma Limburg de

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

6

E224060.005/ASA

beleidskaders voor het regionale watersysteem. Op grond van het bepaalde in artikel 3.7 van de Omgevingswet zijn de onderdelen van het Provinciaal Waterprogramma die uitvoering geven aan de diverse Europese richtlijnen over water voor het waterschap kaderstellend. Gelet op de inhoudelijke samenhang binnen het watersysteem en de hiervoor vermelde provinciale belangen is doorwerking van het volledige waterprogramma naar het waterschap noodzakelijk. Hieraan is in de Omgevingsverordening invulling gegeven.

3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014/Ontwerp Omgevingsverordening 2021 In de Omgevingsverordening Limburg 2014/Ontwerp Omgevingsverordening 2021 zijn diverse provinciale beschermingsgebieden opgenomen waarvoor specifieke regelgeving geldt. Voorliggend projectgebied ligt echter op flinke afstand van de relevante beschermingsgebieden omtrent de bescherming van (grond)water.

3.3.3 Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Per 1 januari 2017 zijn de waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei gefuseerd tot het nieuwe Waterschap Limburg. Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Het programma geeft invulling aan het bestuursprogramma uit 2019 en de meerjarenbegroting waarin de koers voor de periode 2021-2025 is uitgezet. Kort samengevat zijn de belangrijkste speerpunten in het Waterbeheerprogramma:  Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas;  Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden;  Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zin natuurlijk ingericht;  Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken. Deze indeling is niet scherp, want water kent geen grenzen en is verbonden met andere thema’s. Duurzamer grondgebruik in het stroomgebied van de Maas en de beken zorgt voor een gelijkmatiger afvoerdynamiek. Regenwater infiltreren in stedelijk gebied helpt daar ook bij, voorkomt dat riolen overstorten en ontlast onze zuiveringen. Een constantere aanvoer in de zomer verlaagt de kans op waterkwaliteitsproblemen door droogte en hitte.

Kortom: alle uitdagingen moeten in samenhang met elkaar worden bekeken. Met de maatregelen worden het liefst meerdere problemen tegelijk opgelost: een integrale aanpak.

3.3.4 Keur en beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019 In het zuidelijke beheersgebied van het waterschap, het Heuvelland, wordt uitgegaan wordt van een bui van 80 mm in 24 uur. Dit betekent dat een berging/infiltratie moet worden gerealiseerd die van een zodanige omvang is dat de hoeveelheid hemelwater die op het watersysteem wordt aangeboden niet groter is dan in de onverharde situatie. Bij de omvang van de benodigde berging/infiltratie mag rekening worden gehouden met de leegloop en de infiltratie gedurende 24 uur.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

7

E224060.005/ASA

3.3.5 Beleid gemeente Kerkrade De gemeente Kerkrade heeft geen eigen beleid opgesteld omtrent hemelwater en sluit aan op het beleid van het Waterschap Limburg. De ‘Stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater’ is bedoeld voor het afkoppelen van hemelwater van bestaande woningen en is dus niet van toepassing op voorliggend plan.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

8

E224060.005/ASA

4 Afhandeling hemelwater In dit hoofdstuk zal in z’n algemeenheid worden aangegeven op welke wijze wordt beoogd met het hemelwater binnen het projectgebied om te zullen gaan na realisatie van de beoogde ontwikkeling.

4.1

Afvalwater Vrijkomend vuilwater/afvalwater (wc's, keuken e.d.) als gevolg van onderhavige ontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Kerkrade. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie.

4.2

Hemelwater onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op semi-verharde terreindelen en onverharde terreindelen binnen het projectgebied zal, zonodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem.

4.3

Hemelwater verhardingen Het projectgebied heeft een totale oppervlakte va 2.172 m². Ter plekke wordt de nieuwbouw van vier projectmatige woningen en twee vrijstaande woningen beoogd. Het maaiveld binnen de locatie loopt af van zuidwest naar noordoost (richting de Grachterstraat) en varieert van 160,90 m +NAP naar 157,7 m +NAP. Het bestaat momenteel uit grasland. Ter plekke zijn geen waterhuishoudkundige voorzieningen als greppels aanwezig. Ook direct grenzend aan het perceel liggen geen watergangen, sloten of greppels. 4.3.1 Dak- en oppervlakteverhardingen Ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van de woningen zijn een aantal tekeningen opgesteld. Dakverhardingen Aan de hand van deze tekeningen kan het beoogde oppervlakte aan dakverharding worden bepaald. De vrijstaande woningen zijn indicatief ingetekend, deze worden in een later stadium verder uitgewerkt. Door deze woningen zijn daarom indicatieve oppervlaktes opgenomen.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

9

E224060.005/ASA

Levensloopbestendige woningen Hoofdbouw 90,5 m² Garage 18 m² Totaal 108,5 m² Totaal vier percelen: Vrijstaande woningen (indicatief) Hoofdbouw 91 m² Garage 24 m² Totaal 115 m² Totaal twee percelen: Totaal:

434 m²

230 m² 664 m²

Oppervlakteverhardingen Binnen een projectgebied is een strook grond opgenomen met een doorgang naar het achtergelegen kerkhof. Hier worden tevens een aantal parkeerplaatsen beoogd. Als worst-case scenario is de aanname gedaan dat deze voorzieningen worden uitgevoerd in verharding. Momenteel is de doorgang uitgevoerd in halfverharding. Verder is op de woonkavels zelf geen verharding ingetekend. Derhalve wordt in voorliggend plan een schatting gemaakt van de erfverhardingen ten behoeve van onder andere de opritten.

Verhardingen Parkeerplaatsen 100 m² Doorgang naar kerkhof 142 m² Totaal: Opritten woningen (indicatief) Levensloopbestedige woningen Kavel 1 19,5 m² Kavel 2 33 m² Kavel 3 15 m² Kavel 4 19,5 m² Vrijstaande woningen Kavel 1 56 m² Kavel 2 56 m² Totaal: Totaal:

242 m²

199 m² 441 m²

4.3.2 Hoeveelheden te verwerken hemelwater In totaal zal de bebouwing een oppervlakte hebben van 664 m² (dak) op onderhavige locatie worden gerealiseerd. De benodigde capaciteit van de hemelwatervoorziening dient minimaal te bedragen: 664 m² x 0,080 (80 mm/ m²) = 53,1 m³.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

10

E224060.005/ASA

In de worst-case-scenario, als de gehele verharding (doorgang naar kerkhof, parkeerplaatsen en erfverhardingen op de kavels), dient de benodigde capaciteit van de hemelwatervoorziening minimaal te bedragen: 1.105 m² x 0,080 (80 mm/ m²) = 88,4 m³. 4.3.3 Infiltratieonderzoek Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is als:  de doorlatendheid groter is dan circa 0,3 meter per dag1;  het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter beneden maaiveld aanwezig is;  het te infiltreren hemelwater niet is verontreinigd. Door Aelmans ECO BV is een onderzoek naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond uitgevoerd als input voor de te realiseren infiltratievoorzieningen. De volledige rapportage is bijgevoegd in bijlage 1. Op grond van dat onderzoek, waarbij vier infiltratieproeven zijn uitgevoerd, zijn de volgende conclusies getrokken:  de doorlatendheid varieert tussen de 0,11 en 0,40 meter per dag;  het grondwater bevindt zich op een diepte van meer dan 4 meter beneden maaiveld;  door het aanbrengen van een zand- en slibvangsysteem kan het hemelwater worden gezuiverd alvorens te infiltreren. 4.3.4 Mogelijkheden voor bergen en afvoeren hemelwater De doorlaatfactoren van de geteste laag op de zoeklocatie zijn volgens deze classificatie en de Hooghoudt-uitwerking matig. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1.

Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow). 2. Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool. Dit behoort niet zondermeer tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is daarvoor, in het algemeen, onvoldoende. 3. Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. De doorlatendheid van de diepe ondergrond zal toenemen met toename van de diepte. Infiltratie beneden NAP +150 m is opportuun maar zal nader onderzocht moeten worden.

1

Infiltratie van hemelwater is bij lagere waterdoorlatendheid ook mogelijk, mits hiervoor voldoende ruimte wordt gereserveerd om de geringe doorlatendheid te compenseren.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

11

E224060.005/ASA

4.3.5 Opvang schoon hemelwater Uit de gemeten doorlatendheden blijkt, dat infiltratie van hemelwater niet zondermeer tot de mogelijkheden behoort ter hoogte van het plan. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is in het algemeen onvoldoende. Het infiltreren zal dus niet direct in de ondiepe ondergrond kunnen plaatsvinden. Dit wordt mede veroorzaakt door de aanwezigheid van leem/löss. De ervaring leert dat wanneer leem/löss verzadigd geraakt met water, dit de ondergrond kan verweken en uiteindelijk voor een extra vertraging van de waterdoorlatendheid zorgt. Voor het verwerken het hemelwater zijn meerdere mogelijkheden. Grindpalen Een gereguleerde voeding/afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en/of grindkoffers in combinatie met grindpalen tot beneden NAP +150 m is opportuun. Beneden dit niveau werd de Formatie van Beegden (een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken) aangetroffen, met een waterdoorlatendheid van meer dan 10 meter per dag. Deze laag is dermate goed geschikt voor het infiltreren van hemelwater. Er wordt echter geadviseerd om ter plekke een aanvullend onderzoek te doen naar de doorlatendheid van de (diepere) bodem. Hiermee kunnen betrouwbare berekeningen worden gemaakte van de leeglooptijd van de grindpalen.

Geknepen afvloeiing Mocht echter blijken dat diepte-infiltratie van het hemelwater niet mogelijk is, is een andere mogelijkheid om per kavel een kleinschalige voorziening te creëren. Uitgaande van de bebouwing, dient per woning 8,7 m³ per kavel te worden opgevangen. Voor de vrijstaande woningen is dit 9,2 m³ per kavel (indicatief). Omdat de woningen worden uitgevoerd met platte daken, wordt geadviseerd deze daken uit te voeren met een sedumbeplanting. Dergelijke dakbedekking bestaat uit beplanting welke het hemelwater opneemt en via verdamping laat terugkeren in de atmosfeer. Effectief betekent dit substantiële vermindering van af te voeren hemelwater tot 70%. Het hemelwater kan tijdelijk worden geborgen in een wadi/grindkoffer op het eigen terrein en vervolgens middels een geknepen afvloeiing te worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioleringsstelsel van de gemeente Kerkrade.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

12

E224060.005/ASA

5 Conclusie en aanbevelingen Het doel van voorliggend document is het geven van een toelichting op de van toepassing zijnde wateraspecten, in relatie tot de beoogde nieuwbouw van woningen op de locatie Sint Bernadettestaat – Grachterstraat te Kerkrade. Het hoofddoel van voorliggend document is om te onderzoeken of de wateraspecten een belemmerende factor vormen voor de planontwikkeling. Uit voorliggende waterparagraaf blijkt duidelijk dat diverse regelgeving voor wat betreft de waterhuishouding van toepassing is binnen onderhavig projectgebied. Uit de diverse beleidstukken (nationaal, provinciaal, gemeentelijk en van het waterschap) blijkt dat het voornemen plaatsvindt in een gebied zonder waterschapsbelangen. In totaal zal maximaal een verhard dakoppervlakte van 664 m² op onderhavige locatie worden gerealiseerd, waardoor de benodigde capaciteit van de hemelwatervoorziening 53,1 m³ dient bedragen. Mocht de erfverharding niet in halfverharding maar met klinkers worden uitgevoerd, bedraagt de totale verharding 1.105 m², waardoor de capaciteit 88,4 m³ dient te bedragen. Doordat de doorlatendheid varieert tussen de 0,11 en 0,40 meter per dag is infiltratie van hemelwater in de ondiepe ondergrond niet mogelijk. De (verwachte) doorlatendheid van de diepere ondergrond (150 m +NAP) is goed, waardoor infiltratie van hemelwater in de diepere lagen tot de mogelijkheden behoort.

Een gereguleerde voeding/afvloeiing, middels een wadi in combinatie met grindpalen tot in de diepe ondergrond, is de beste mogelijkheid voor het infiltreren van het hemelwater en wordt derhalve aanbevolen. Hiervoor is echter een aanvullend onderzoek noodzakelijk. Een andere mogelijkheid is het opvangen van hemelwater op eigen terrein met een geknepen afvoer daar het rioleringsstelsel. Gelet op voorliggende waterparagraaf hoeft als gevolg van het realiseren van onderhavig bouwplan geen problemen te worden verwacht met betrekking tot het aspect waterhuishouding.

Waterparagraaf Sint Bernadettestraat – Grachterstraat Kerkrade Aelmans Eco B.V.

13

Bijlage 1

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade

Rapportnummer:

E224060.003/RKR

Datum:

30 januari 2023

Naam opdrachtgever:

Külter Projectmanagement & Ontwikkeling, de heer C. Külter

Adres opdrachtgever:

Zandweg 103, 6418 PA te HEERLEN

Contactpersoon Aelmans ECO B.V.:

ing. R.M.E. Kroonen

Collegiale toets:

ing. L. Omid

KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37

Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55

Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260

info@aelmans.com

www.aelmans.com

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Opdrachtverlening .................................................................................................................. 1 1.2 Doel van het onderzoek naar de waterdoorlatendheid ......................................................... 1 1.3 Opzet van het onderzoek naar de waterdoorlatendheid ....................................................... 1

2

Projectbeschrijving .............................................................................................. 3

3

Geotechnische gegevens ..................................................................................... 5 3.1 Uitgevoerd grondonderzoek .................................................................................................. 5 3.2 Geotechnisch profiel .............................................................................................................. 6 3.3 Veldtesten .............................................................................................................................. 6 3.4 Classificatie resultaten............................................................................................................ 8

4

Mogelijkheden voor infiltratie ............................................................................. 9 4.1 Algemeen................................................................................................................................ 9 4.2 Toetsing .................................................................................................................................. 9 4.3 Duiding.................................................................................................................................. 10

5

Ontwerpadvies fundering .................................................................................. 13 5.1 Keuze funderingstype ........................................................................................................... 13 5.2 Paalpuntniveau en maximum weerstand ............................................................................. 13 5.3 Veerconstante ...................................................................................................................... 14 5.4 Uitvoering ............................................................................................................................. 15

Figuur 1

Ligging onderzoekslocatie met situering sondeer- en boorpunten

Bijlage 1

Relevante delen grondonderzoek

Bijlage 2

Meetwaarden veldtesten en uitwerking middels Hooghoudt

Bijlage 3

Richtlijnen uitvoering avegaarpalen

Bijlage 4

Modelberekening paaldrukweerstand, mortelschroef-/avegaarpalen

E224060.003/RKR

1 Inleiding 1.1

Opdrachtverlening

Aelmans Eco B.V. heeft van de heer C. Külter, namens Külter Projectmanagement & Ontwikkeling, het verzoek gekregen te adviseren omtrent ontwerp fundering nieuwbouw aan de Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade. Tegelijkertijd wordt onderzoek gedaan naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond ter plaatse. Het ten grondslag liggende grondonderzoek is door onze eigen dienst uitgevoerd. De relevante resultaten van het uitgevoerde grondonderzoek zijn opgenomen in figuur 1 alsmede bijlage 1. Dit rapport bevat het op de resultaten van het voornoemde grondonderzoek gebaseerde ontwerpadvies fundering voor de bovengenoemde nieuwbouw, uitgaande van een fundering op palen. In geval van een klacht over de uitvoering van onze werkzaamheden vragen wij u om dit, bij voorkeur via email (info@aelmans.com), aan ons te melden. Ook staat het u vrij om klachten te melden bij onze certificatie-instelling Normec Certificatie (info-cert@normec.nl).

1.2

Doel van het onderzoek naar de waterdoorlatendheid

Het doel van een onderzoek naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond, is vaststellen of infiltratie van regenwater in de bodem ter plaatse van de onderzoek locatie opportuun is. Eén en ander in het kader van duurzaam bouwen en het ontwerpen met regenwater. De doorlatendheid van de bodem is een van de bepalende factoren voor het dimensioneren en het (blijven) functioneren van infiltratie- en drainagesystemen. Daarnaast speelt de doorlatendheid een belangrijke rol bij grondwateroverlast. Inzicht in doorlatendheid is dus van groot belang bij de planvoorbereiding voor hemelwaterinfiltratie of grondwaterdrainage.

1.3

Opzet van het onderzoek naar de waterdoorlatendheid

Teneinde het infiltratievermogen op de locatie te onderzoeken, wordt een onderzoek verricht, welk ten doel heeft de waterdoorlatendheid van de ondergrond te bepalen. Deze kan op verschillende manieren worden onderzocht o.a.: -

ex-situ, off-site; labotesten (o.a. constant head of falling head test, afhankelijk van de grondslag); in-situ, on-site; veldtesten (bijv. omgekeerde boorgatmethode, Ksat, falling head, sokeaway test).

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

1

E224060.003/RKR

Het bepalen van de geschiktheid van de bodem voor infiltratie alsmede het vaststellen van de infiltratiesnelheid en de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand, maken onderdeel uit van dit onderzoek. Als er bij de gemeente geen informatie bekend is over de waterdoorlatendheid van de bodem, dan is een uitgebreid onderzoek wenselijk. Het door ons aangeboden onderzoek is afgeleid van de Leidraad Riolering Module C2510, ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’. Werkzaamheden worden verricht volgens de vigerende normen en richtlijnen. De boringen zijn effectief verricht onder BRL 2101 regime en zijn conform de NEN-EN-ISO 22475-1 uitgevoerd en beschreven volgens de NEN-EN-ISO 14688-1:2019; Geotechnisch onderzoek en beproeving Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving (incl. Nederlandse bijlage:2019.

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

2

E224060.003/RKR

2 Projectbeschrijving Het project betreft de nieuwbouw van 4 projectmatige woningen en een tweetal vrijstaande (quasi) woningen op een tweetal percelen van samen circa 2.172 m2 aan de Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade. Ten behoeve van dit project zijn de volgende documenten beschikbaar gesteld: -

KÜLTER PROJECTMANAGEMENT & ONTWIKKELING, KADASTRALE ONDERLEGGER , Gemeente Kerkrade, sectie K, perceel 2809. WAUBEN ARCHITECTEN, bebouwingsvoorstel VI, o07, projectnummer 0472, d.d. 18 januari 2021, WONEN SINT BERNADETTESTRAAT KERKRADE.

Uit deze documenten en aanvullende informatie van de opdrachtgever, zijn de volgende projectgegevens afgeleid: -

-

-

Er vindt nieuwbouw plaats van 4 projectmatige (levensloopwoningen + opbouw) en 2 quasi vrijstaande woningen (geschakeld ter hoogte van de garage). De geviseerde fundering bestaat vooralsnog uit mortelschroefpalen van ≥ 350 mm. Eenduidig bouwpeil is, gezien de maaiveldhoogten, door ons op NAP +159 meter aangenomen (voor het exacte bouwpeil, is de opdrachtgever te contacteren). Het paalkopniveau bedraagt, ons inziens/nemen wij aan op, NAP +158 meter. Vooralsnog worden géén significante afgravingen en/of ophogingen van het perceel verwacht, met uitzondering van hetgeen benodigd voor de bouw. Vooralsnog bestaat géén inzicht in de te verwachten punt- en lijnlasten. De maximale rekenwaarde voor de belasting op de fundering schatten wij derhalve als volgt in; puntlasten van 600 kN (sec druk, verticaal, centrisch belast, horizontaal maaiveld). In dit rapport is aangenomen dat de nieuwbouw niet zal worden voorzien van een kelder/souterrain en/of kruipruimte. Vooralsnog worden geen significante ophogingen en/of ontgravingen van het perceel verwacht. Met uitzondering van hetgeen benodigd voor de bouw. Milieukundige aspecten, met name de consequenties van eventueel te verplaatsen of af te voeren grond en het eventueel onttrekken/lozen van grondwater, valt buiten het kader van dit rapport.

Archeologische aspecten in verband met het verkrijgen van toestemming voor de ontgraving zijn in dit rapport buiten beschouwing gebleven.

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

3

E224060.003/RKR

De fundering is op basis van bovenstaande projectgegevens ingedeeld in geotechnische categorie 2ⁱ. ⁱ

In de norm NEN-EN 1997-1 is een categorie-indeling gemaakt, waarbij een onderverdeling gemaakt is in drie geotechnische categorieën (GC). Deze indeling wordt gebruikt om de complexiteit van een constructie en mate van risico in het ontwerp te kwantificeren en welke mate en kwaliteit van onderzoek en gegevens voor het ontwerp daarbij vereist zijn. De categorieën zijn: 1.

Geotechnische categorie 1 (GC1): eenvoudige constructies, lichte bouwwerken (berekeningen en onderzoek zijn vaak gebaseerd op lokale kennis en ervaring);

2.

Geotechnische categorie 2 (GC2): normale funderingsconstructies zonder buitengewone risico’s of complexe grond- of belasting gesteldheid (circa 80% van alle constructies);

3.

Geotechnische categorie 3 (GC3); bijzondere constructies, vallende buiten categorie 1 of 2 (zeer complexe funderingen, dynamisch belaste constructies).

De keuze voor de toewijzing hangt daarbij af van drie factoren: 1.

Type en afmeting van de constructie;

2.

Grondgesteldheid en grondwaterstand;

3.

Invloeden vanuit of op de omgeving.

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

4

E224060.003/RKR

3 Geotechnische gegevens 3.1

Uitgevoerd grondonderzoek

Op 11, 16 en 17 januari 2023 zijn 7 sonderingen geplaatst tot op maximaal een diepte van maaiveld 15 meter. De sonderingen zijn uitgevoerd met een 200 kN sondeertruck en conform de NEN-EN-ISO22476-1 verricht. Bij de druksonderingen is, naast de conusweerstand, tevens de lokale wrijving gemeten. De continue registratie van de ondervonden bodemweerstand verzekert een gedetailleerd beeld van de bodemopbouw. Dit niet alleen voor wat betreft de sterkte van de bodem maar tevens met betrekking tot de aard van de aanwezige ongeroerde grondlagen. De verhouding tussen de wrijvingsweerstand van de kleefmantel en de weerstand aan de conuspunt, het zogenaamde wrijvingsgetal, heeft voor iedere grondsoort een andere waarde. Voor een gladde elektrische conus gelden bij veel voorkomende gronden ongeveer de navolgende relaties: Wrijvingsgetal in % 0.3 - 1.5 1.5 - 2.5 2.5 - 5.0 > 5.0

Grondsoort Zand, grof tot fijn Silt (leem/löss) Klei Veen

Tussen de verschillende grondsoorten komen overgangsvormen voor, waardoor de aangegeven grenzen niet als hard zijn te beschouwen. De indicatie is sowieso sec van toepassing op de verschillende grondsoorten beneden het grondwaterniveau. In de elektrische conus bevindt zich een hellingmeter. Hierdoor is controle mogelijk op een eventueel afwijken van de verticaal. Bijzondere afwijkingen zijn niet vastgesteld. Ter verificatie van het profiel in de bovengrond én teneinde inzicht te verkrijgen in de waterdoorlatendheid van de ondiepe ondergrond zijn nog een zestal handboringen verricht tot op maximaal een diepte van maaiveld -4 m. Deze boringen zijn conform de NEN-EN-ISO 22475-1 uitgevoerd en beschreven volgens de NEN-EN-ISO 14688-1:2019; Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving (incl. Nederlandse bijlage:2019), beschrijvingsklasse B2. De sondeer- en boorlocaties zijn in het terrein uitgezet in RD-coördinaten en gewaterpast ten opzichte van NAP. De relevante delen van het grondonderzoek zijn in figuur 1 en bijlage 1 opgenomen.

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

5

E224060.003/RKR

3.2

Geotechnisch profiel

De maaiveldhoogte ter plaatse van de sondeer- en boorlocaties varieert van NAP +160,95 m tot NAP +158,16 m. Het maaiveld kent daarmee een significant hoogteverschil van 2,79 meter. Aan de hand van het uitgevoerde grondonderzoek (sonderingen én boringen), is het volgende geotechnische profiel opgesteld: 

Vanaf maaiveld tot op NAP +150,40 m à NAP +149,30 m wordt met name zandige leem (= silt) aangetroffen waarin conusweerstanden (qc) zijn gemeten van 1 tot 3 MPa. Plaatselijk worden conuswaarden van 0,5 tot >30 MPa geregistreerd welke duiden op zand- en / of grindlagen in het profiel. Het betreft hier de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Schimmert, een kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem en een spoor klei, fijn en midden zand (bron; BRO REGIS IIv2.2 en DGM v2.2).

Hieronder wordt tot op het maximaal verkende niveau van NAP +144 m een zandpakket aangetroffen waarin conusweerstanden zijn gemeten van 15 tot meer dan 30 MPa. Hier betreft het dan de Formatie van Beegden, een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken (bron; BRO REGIS IIv2.2 en DGM v2.2).

Tijdens de uitvoering van het grondonderzoek is in de sondeergaten naar het grondwater gepeild. Dit is tot op maaiveld -5 meter (= NAP +137,15 m) niet aangetroffen.Op dit niveau waren de sondeergaten ingestort mogelijk onder invloed van het grondwater. Hierbij wordt opgemerkt, dat de metingen direct ná het sonderen hebben plaatsgevonden en slechts een momentopname zijn en dat onder invloed van spanningswater, lagenopbouw, lokale omstandigheden en seizoen afhankelijke factoren, de waarde hiervan sterk kan afwijken.

3.3

Veldtesten

In de Leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ (februari 2011) is een onderzoeksopzet opgenomen die ‘gehanteerd’ is bij het uitgevoerde veldonderzoek. Deze module beperkt zich tot de verzadigde doorlatendheid in stedelijk gebied, tot op maximaal maaiveld -4 meter. In relatie tot de oppervlakte van het plangebied (≈2.172 m2) én er van uitgaande, dat de GHG na opleveren het terrein dieper zit dan maaiveld -1,5 meter zijn in totaal 6 boringen tot op maximaal een diepte van maaiveld -4 meter gemaakt. Ter hoogte van 4 boringen zijn tenslotte doorlatendheidsmetingen verricht. Middels veldtesten vindt de afleiding plaats van de doorlaatfactor voor infiltratie. Op de projectlocatie zijn dus (in-situ) 4 doorlatendheidsproeven uitgevoerd. Hiertoe wordt tot op een bepaalde diepte een boring met bekende boordiameter uitgevoerd in, met name, de onverzadigde zone (= boven het grondwater). Vervolgens is in korte tijd het boorgat gevuld met een vooraf vastgestelde hoeveelheid water. De zakking van de waterstand in het boorgat is in de tijd waargenomen.

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

6

E224060.003/RKR

Indien opportuun wordt de test één tot tweemaal herhaald (een eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid, omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is, bij de volgende metingen raakt de grond langzaam verzadigd waarbij de laatste meting normaliter maatgevend is voor de doorlatendheid). De proeven zijn uitgewerkt conform de omgekeerde Hooghoudt. In tabel 1-1 zijn de resultaten van de proeven weergegeven. In dezelfde tabel is ook het representatieve profiel opgenomen omtrent de eerste 15 meter beneden het maaiveld ter plaatse. De meetwaarden van de veldproeven zijn opgenomen in bijlage 2. Situering van de boorpunten + infiltratieproeven (IP-01 t/m B06) volgens figuur 1. Tabel 1-1: Resultaten doorlatendheidsproeven Nummer proef / boring IP-01

IP-02

Site

IP-03

IP-04

Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade

Coördinaten

X

200127

200138

200117

200083

Y

318139

318122

318116

318094

Z

158,93

158,72

159,11

160,63

4

4

4

4

(m+NAP) Diepte boring (m-mv) Grondwater (m-mv) Testdiepte (m-mv)

≥4 4

4

4

4

Diameter boring (mm) Grondsoort

70 Leem, zwakzandig (= silt), lokaal is het profiel belast met bodemvreemd materiaal (= geroerde grond) tot op maaiveld -1 meter én humeus tot op maaiveld -0,5 meter.

Doorlaatfactor (m/d)

0,40

0,17

0,11

0,13

Hooghoudt BRO REGIS II v2.2

Coördinaten: 200100, 318119 (RD) Hoogte maaiveld t.o.v. NAP: +161.71 m 161.71 m – 157.41 m +NAP Formatie van Boxtel, Laagpakket van Schimmert, Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem en een spoor klei, fijn en midden zand kv-waarde: 1.0E-2 ≤ kv < 5.0E-2 m/d, c-waarde 1.0E2 ≤ c < 5.0E2 dagen 157.41 m – 146.71 m +NAP Formatie van Beegden, Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken kh-waarde: 1.0E2 ≤ kh < 2.0E2 m/d

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

7

E224060.003/RKR

3.4

Classificatie resultaten

De doorlatendheid van de ondergrond kan worden geclassificeerd als vermeld in tabel 1-2 (bron: Cultuurtechnisch Vademecum). De doorlaatfactoren van de geteste laag op de zoeklocatie zijn volgens deze classificatie en de Hooghoudt-uitwerking matig. De doorlaatfactoren komen overeen met de waarden van k voor zeer fijn zand (k = 1 - 0,1 m/d). Tabel 1-2: Classificatie doorlatendheid k (m/d) van

klasse tot < 0,01

Zeer slecht

0,01

0,10

Slecht

0,10

0,50

Matig

0,50

1,00

Vrij goed

1,00

10

Goed

>10

Zeer goed

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

8

E224060.003/RKR

4 Mogelijkheden voor infiltratie 4.1

Algemeen

Over het algemeen wordt gesteld, dat infiltratie van neerslagwater interessant is indien: -

de doorlatendheid groter is dan ca. 0,3 m/d*; het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter minus maaiveld aanwezig is; het in te leiden neerslagwater niet is verontreinigd.

* Infiltratie van neerslagwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden, mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer dienen.

4.2

Toetsing

In tabel 1-1 is de maatgevende doorlatendheid weergegeven ter plaatse van de geteste bodemlaag op de zoeklocatie. De bodem is geclassificeerd en de doorlatendheid voldoet enkel ter hoogte van IP-01 aan de eerste eis. Aan de tweede eis wordt voldaan, aangezien het grondwater zich op een diepte van ≥ 4 meter min maaiveld bevindt. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen schoon regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow). 2. Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool. Dit behoort niet zondermeer tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is daarvoor, in het algemeen, onvoldoende. 3. Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen.

De doorlatendheid van de diepe ondergrond zal toenemen met toename van de diepte. Infiltratie beneden NAP +150 m is opportuun maar zal nader onderzocht moeten worden.

Geotechnisch bodemonderzoek en onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond, nieuwbouw Sint Bernadettestraat - Grachterstraat te Kerkrade Aelmans Eco B.V.

9

E224060.003/RKR

4.3

Duiding

Uit voorgaande paragraaf blijkt, dat infiltratie van schoon regenwater in de ondiepe grond niet zondermeer mogelijk is. De doorlatendheid is ter hoogte van 3 van de 4 testen onvoldoende, het grondwater bevindt zich daarentegen op een diepte van meer dan maaiveld -4 meter. Dit is echter een momentopname. Om een betere inschatting te maken van het grondwatergedrag, is eigenlijk een langere meetreeks noodzakelijk, waaruit dan de GHG en GLG kan worden afgeleid. De gemiddelde seizoen fluctuatie van het grondwaterpeil is, zoals aangegeven te karakteriseren met twee variabelen: de gemiddelde hoogste [GHG] en de gemiddelde laagste grondwaterstand [GLG], uitgedrukt in meter onder maaiveld [m -mv]. Deze twee variabelen werden geïntroduceerd door van Heesen in 1970, die voorstelde om de GHG en GLG te berekenen als het gemiddelde van de drie hoogste/laagste peilen per jaar van minimaal acht jaren, waarbij de grondwaterstand tweemaal per maand wordt gemeten (op of omstreeks de 14de en 28ste dag). Met ‘jaren’ worden hier geen kalenderjaren, maar wel hydrologische jaren bedoeld, die beginnen op 1 april en eindigen op 31 maart. Indien onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan een meetreeks worden aangevuld, met behulp van meteorologische data en een tijdsreeksmodel GHG en GLG zijn maar betekenisvol wanneer seizoen fluctuaties terug te vinden zijn in de tijdsreeks van grondwaterpeilen.

Dat is niet altijd het geval. Onderhavig veldwerk is eind januari 2023 uitgevoerd, het grondwaterpeil fluctueert gedurende het jaar. Gewoonlijk wordt de hoogste grondwaterstand (GWS) eind maart bereikt en de laagste GWS doorgaans eind september. Daarnaast varieert het grondwaterpeil van jaar tot jaar. Het waterpeil dat bijvoorbeeld eind maart wordt bereikt, is afhankelijk van de weerscondities in de periode die eraan vooraf gaat en die weerscondities zijn elk jaar lichtjes anders. Ter hoogte van onderhavig plan aan de Sint Bernadettestraat – Grachterstraat ong. te Kerkrade zelf zijn in de literatuur (o.a. BRO REGIS II v2.2) géén meetreeksen gekend. De dichtstbijzijnde reeksen zijn op respectievelijk 1.200 meter ten noordwesten (B62B4276, Ingenieur van Dieststraat) en op 1.500 meter ten noordnoordwesten (B62B4275-001, Veldsalie) gelegen (zie de figuren 1.1, 1.2 en 1.3 hieronder; bron BRO-DINOloket, onderhavig bouwplan is trouwens in de rechterbenedenhoek gelegen). Onderhavig plan ligt dus ten zuidoosten van deze reeksen omstreeks 200100, 318119 [XY] en kent een maaiveldhoogte van circa NAP +159 m [Z]. De grondwaterstand, ten tijde van het onderzoek, was beneden NAP +154 m gelegen. Op basis van deze gegevens stellen wij voor een GHG aan te houden van NAP +141,3 m en een GLG van NAP +141 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=725118cc-24e1-4d6d-86bc-e2253749d4c4