Bijlage 9 - Mer beoordelingsnotitie bestemmingsplan St Bernadettestraat en Grachterstraat
Tekst van het document
M.e.r.-beoordelingsnotitie bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
COLOFON Opdrachtgever: Status: Datum:
Külter Projectmanagement & Ontwikkeling Definitief 7 september 2023
Projectnummer:
VPA 2022.103-mer
Vandewall Planologisch Advies BV Boschstraat 21A • 6211 AS Maastricht • 043.3217613 info@vandewall-planologie.nl • www.vandewall-planologie.nl
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 3 1.2 Doelstelling .................................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3 2 Wettelijk kader
4
3 Projectgebied 6 3.1 Ligging van het projectgebied ........................................................................................................ 6 3.2 Bestaand gebruik projectgebied .................................................................................................... 6 3.3 Gevoelige gebieden in en nabij het projectgebied ........................................................................ 8 4 Kenmerken project
9
5 Milieuaspecten 11 5.1 Waterhuishouding ....................................................................................................................... 11 5.2 Bodem.......................................................................................................................................... 14 5.3 Geluid........................................................................................................................................... 15 5.4 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 16 5.5 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 18 5.6 Milieuzonering ............................................................................................................................. 20 5.7 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 21 5.8 Ecologie, flora & fauna ................................................................................................................ 23 5.9 Overige milieuaspecten ............................................................................................................... 24
Bijlagen: 1. Aelmans, ‘Watertoets Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade’, rapportnummer E224060.005/ASA, d.d. 14 02.2023; 2. Aelmans, ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Grachterstraat ong. te Kerkrade’, rapportnummer E224084.004/HWO, d.d.27.01.2023; 3. Econsultancy, ‘Rapportage onderzoek externe rapportnummer 20821.002-D2, d.d. 06.04.2023;
veiligheid
Grachterstraat
Kerkrade’,
4a.Econsultancy, ‘Rapportage quickscan Wet natuurbescherming Grachterstraat Kerkrade’, rapportnummer 20821.001-D2, d.d. 17.01.2023; 4b. Econsultancy, ‘Aanvullend ecologisch onderzoek rugstreeppad’, rapportnummer 20821.004-D1, d.d. 06.07.2023; 5. Kompas Adviseurs en Ingenieurs BV, ‘Stikstofdepositieberekening Bouwfase en Gebruiksfase Bouwplan Sint Bernadettestraat te Kerkrade, rapportnummer 22211, d.d. 10.03.2023. 6. Kompas Adviseurs en Ingenieurs BV, ‘Akoestisch rapport Sint Bernadettestraat Kerkrade’, rapportnummer 22211, d.d. 20.07.2023.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 2 -
2
m.e.r.-beoordelingsnotitie
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader voor de realisering van zes woningen op het perceel, plaatselijk bekend als Sint Bernadettestraat/Grachterstraat ong. te Kerkrade, kadastraal bekend als gemeente Kerkrade, sectie K, nummer 2806 (ged.). Het bouwplan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Kerkrade West II’, omdat in dit bestemmingsplan op deze locatie deels de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’ zijn opgenomen en daarbinnen mogen geen woningen mogen worden gebouwd. Om de realisering van het onderhavige bouwplan mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan met een passende juridische regeling te worden vastgesteld.
1.2 Doelstelling Het doel van het bestemmingsplan is het mogelijk maken van de bouw van zes woningen op de thans onbebouwde locatie Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade. Door middel van de voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotitie krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Er wordt beoordeeld de realisering van het beoogde bouwplan mogelijk significante nadelige milieueffecten kunnen bewerkstelligen.
1.3 Leeswijzer In dit eerste inleidende hoofdstuk heeft de inleiding van de voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotie plaatsgevonden. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk beleidskader beschreven, waaruit de wettelijke verplichting van de m.e.r.-beoordeling voortkomt. In het derde hoofdstuk wordt de ligging en begrenzing van de projectlocatie beschreven. In hoofdstuk 4 worden de kenmerken van het project beschreven en in hoofdstuk 5 zijn de relevante milieuaspecten en de conclusies van de uitgevoerde milieuonderzoeken verwoord. In het zesde en laatste hoofdstuk zijn deze conclusies overzichtelijk samengevat.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 3 -
3
m.e.r.-beoordelingsnotitie
2 Wettelijk kader Wet milieubeheer Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16 lid 2 tot en met 4 Wm. Op basis van artikel 7.17 Wm dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Dit project kan worden ondergebracht in categorie 11.2 van de D-lijst: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De (relevante) drempelwaarde van categorie 11.2 ziet toe op gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het plangebied omvat de percelen, kadastraal bekend gemeente Kerkrade, sectie K, nummer 2806 (ged.)., met een totale oppervlakte van 2.527 m². Er zullen als gevolg van dit plan zes grondgebonden woningen worden gerealiseerd. Hiermee wordt de drempelwaarde zoals vastgelegd onder categorie 11.2 van de D-lijst niet overschreden. Aangezien de activiteit onder de drempelwaarden van 11.2 van de D-lijst blijft dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Initiatiefnemer dient hiervoor een m.e.r.-beoordelingsnotitie (ook wel aanmeldnotitie genoemd) op te stellen. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Kerkrade, moet vervolgens beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor een m.e.r.
(-beoordeling) noodzakelijk is. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. De achterliggende gedachte bij de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dat ook kleinere projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: - belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk; - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r. (beoordeling) plaatsvinden. In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2014/52/EU) een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 4 -
4
m.e.r.-beoordelingsnotitie
worden. Bij de beslissing of voor het project wel of geen m.e.r. nodig is houdt het bevoegd gezag rekening met deze criteria: - kenmerken van het project; - locatie van het project; - soort en kenmerken van het potentiële effect. Deze criteria zijn uitgewerkt in onderstaande tabel:
-
-
-
Criteria m.e.r.-beoordeling Kenmerken van het project omvang van het project; cumulatie met andere projecten; gebruik van natuurlijke grondstoffen; productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, mede gelet op de gebuikte stoffen en technologieën. Locatie van het project bestaand grondgebruik; de relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnameniveau van het natuurlijke milieu, met aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Natura2000-gebieden, gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Soort en kenmerken van het potentiële effect bereik van het effect (geografische zone en grootte van de betrokken bevolking); grensoverschrijdende karakter van het effect; waarschijnlijkheid van het effect; duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
De m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Daar waar geen onderzoek noodzakelijk is geweest, is een motivering opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 5 -
5
m.e.r.-beoordelingsnotitie
3 Projectgebied 3.1 Ligging van het projectgebied Het plangebied is gelegen in het uiterste zuidwesten van de gemeente Kerkrade in de buurt Gracht en wordt begrensd door de Sint Bernadettestraat aan de noord(west)zijde, de Grachterstraat aan de (noord)oostzijde, de achtertuin van de woning aan de Grachterstraat 62 én de R.K. Begraafplaats Kerkrade-Gracht aan de zuidzijde en het voetpad langs speeltuin ‘De Eech’ aan de (zuid)westzijde. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 2.527 m². Op circa 220 meter ten zuiden van het plangebied is de Buitenring Parkstad (N300) gelegen. Iets ten zuiden daarvan ligt de landsgrens met Duitsland. Op bijna 300 meter ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn tussen Schin op Geul en Kerkrade (Miljoenenlijn). Dit is geen reguliere spoorlijn en deze maakt dus geen deel uit van de dienstregeling van een regionale of landelijke spoorvervoerder. Ten westen van het plangebied (op circa 120 meter) bevindt zich het bedrijventerrein Willem Sophia. Op het onderstaande overzichtskaartje is het plangebied middels een rode kleur weergegeven:
Overzichtskaartje situering projectgebied
3.2 Bestaand gebruik projectgebied Huidige functie Het projectgebied bestaat grotendeels uit grasland en deels uit verharding en is thans onbebouwd. Op een gedeelte van de locatie heeft tot 2012 een kerk gestaan. Bestemmingsplan Het plangebied is planologisch-juridisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Kerkrade West II’ (vastgesteld d.d. 23.04.2018). In dit bestemmingsplan is het plangebied deels bestemd tot ‘Groen’, deels tot ‘Maatschappelijk-Begraafplaats’ en deels tot ‘Verkeer’. Naast deze enkelbestemmingen is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ van toepassing.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 6 -
6
m.e.r.-beoordelingsnotitie
De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het vigerende bestemmingsplan. De begrenzing van het plangebied is op deze uitsnede middels een rode kleur weergegeven:
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Kerkrade West II’
Enkelbestemming ‘Groen’ Binnen deze bestemming mogen groenvoorzieningen in de vorm van parken, plantsoenen, houtopstanden en groenstroken worden gerealiseerd alsmede water- en vijverpartijen en hondenuitlaatplaatsen met de daarbij behorende voorzieningen zoals verhardingen ten behoeve van wegen, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater. Er mogen uitsluitend kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen worden gebouwd alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde voor zover passend binnen de bestemming. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Enkelbestemming ‘Maatschappelijk-Begraafplaats’ Binnen deze bestemming mag een begraafplaats aanwezig zijn met de daarbij behorende voorzieningen zoals tuinen, erven en terreinen, verhardingen en parkeervoorzieningen, straatmeubilair, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater. Bouwen van gebouwen ten behoeve van deze bestemming is uitsluitend toegestaan binnen een daartoe aangegeven bouwvlak, echter, op deze locatie is geen bouwvlak aangeduid.
Er mogen uitsluitend kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen worden gebouwd alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde voor zover passend binnen de bestemming. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Enkelbestemming ‘Verkeer’ Binnen deze bestemming mogen wegen, bestaande uit maximaal twee rijstroken worden aangelegd alsmede voet- en fietspaden, verblijfsdoeleinden, parkeer- en stallingsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater, met de daarbij behorende kunstwerken, speel- en straatmeubilair en overige voorzieningen ten behoeve van of ten dienste van het wegverkeer, met uitzondering van verkooppunten van motorbrandstoffen. Er mogen uitsluitend kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen worden gebouwd alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde voor zover passend binnen de bestemming. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 7 -
7
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden voorafgaand aan ontwikkelingen waarbij bodemverstoring plaatsvindt tot een diepte van 0,40 meter of meer beneden het maaiveld, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer. Resumerend kan worden aangegeven dat het voorliggende bouwplan op basis van de geldende enkelbestemmingen niet kan worden gerealiseerd.
3.3 Gevoelige gebieden in en nabij het projectgebied Natura2000-gebieden Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 3,5 kilometer, ligt het Natura2000-gebied ‘Geleenbeekdal’. Daarachter, verder in (noord)westelijke richting, ligt het N2000-gebied ‘Kunderberg’. Op het onderstaande kaartje zijn de genoemde Natura2000-gebieden middels een groene kleur weergegeven. Het plangebied van dit bestemmingsplan is binnen de rode cirkel aangeduid:
Omliggend Natura2000-gebieden ‘Geleenbeekdal’ en ‘Kunderberg
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 8 -
8
m.e.r.-beoordelingsnotitie
4 Kenmerken project In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project beschreven. Hierbij is de volgorde uit de Selectiecriteria Europese Richtlijn gehanteerd: 1) de omvang van het project; 2) de cumulatie met andere projecten; 3) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; 4) de productie van afvalstoffen; 5) verontreiniging en hinder; 6) risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen en technologieën; 7) risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). De bovenstaande aspecten worden in de onderstaande tabel beschreven. Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen
Locatie van het project Criteria Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnameniveau van het natuurlijke milieu, met aandacht voor: - gevoelige gebieden* (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, habitaten Vogelrichtlijngebieden
Toets De projectlocatie heeft een oppervlakte van 2.527 m². Dit terrein is thans onbebouwd. Op deze plek zullen zes grondgebonden woningen worden gerealiseerd, waarvan vier levensloopbestendige geschakelde woningen en twee levensloopbestendige vrijstaande woningen (vrije kavels) in het betaalbare segment. Niet van toepassing. Er wordt geen permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen, derhalve niet van toepassing. Er zal geen sprake zijn van de productie van afvalstoffen, anders dan bouwafval dat na de bouw zal worden opgeruimd en afgevoerd. De ontwikkeling vindt plaats in het stedelijk gebied van de gemeente Kerkrade. De aanleg- en bouwwerkzaamheden die gepaard gaan met de realisering van het bouwplan kunnen mogelijk leiden tot overlast. Deze overlast is echter tijdelijk van aard en zal zoveel mogelijk worden beperkt. Er is geen sprake van de realisering van een nieuwe risicobron. Er zijn ook geen bestaande risicobronnen in de omgeving aanwezig die de uitvoering van het project belemmeren. Toets In de huidige situatie zijn de gronden bestemd tot ‘Groen’, ‘Maatschappelijk-Begraafplaats’ en ‘Verkeer’. Op dit moment is alleen sprake van onbebouwd terrein met grasveld. De maatschappelijke functie (begraafplaats) bestaat hier alleen uit een toegangspad naar de begraafplaats. Niet van toepassing.
In dit geval zijn de omliggende Natura2000-gebieden relevant. Op enige afstand van het plangebied zijn Natura2000-gebieden gelegen. Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 3,5 kilometer, ligt het Natura2000-gebied ‘Geleenbeekdal’. Daarachter, verder in (noord)westelijke richting, ligt het N2000gebied ‘Kunderberg’. Uit de stikstofdepositieberekening komt naar voren dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie van meer dan 0,00
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 9 -
9
m.e.r.-beoordelingsnotitie
mol/ha/jr. plaatsvindt op de genoemde Natura2000-gebieden. Er is derhalve geen noodzaak tot een passende beoordeling en derhalve ook geen natuurvergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming. Gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden (gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang)
In het projectgebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten gelegen. Het plangebied heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. Deze waarden worden niet verstoord. Het projectgebied is in het Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. Deze aanduidingen leiden niet belemmeringen voor het planvoornemen. Er is geen sprake van milieunormen die nu overschreden worden.
* Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlage bij het besluit m.e.r. wordt onder een gevoelig gebied verstaan: - een gebied dat krachtens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is aangewezen als Natura 2000-gebied; - een kerngebied, begrensd natuurontwikkelingsgebied of begrensde verbindingszone, dat deel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur, zoals die structuur is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals die structuur voorkomt op de kaart Ecologische Hoofdstructuur, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte (LNV-kenmerk GRR-95194); - een gebied met behoud en herstel van de bestaande landschapskwaliteit, zoals dat gebied is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals dat gebied voorkomt op de kaart Landschap, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte; - een krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de wet bij provinciale verordening aangewezen gebied met uitzondering van de zones waar het met het oog op de bescherming van het diepe grondwater is verboden te boren; - een gebied dat krachtens artikel 3.1
van de Erfgoedwet is aangewezen als rijksmonument; - een Belvédère-gebied als bedoeld in de bijlage ‘Gebieden’ bij de Nota Belvédère, beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting’ voor zover dat is vastgelegd in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening of geldend bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 10 -
10
m.e.r.-beoordelingsnotitie
5 Milieuaspecten In dit hoofdstuk worden eventuele milieueffecten als gevolg van het beoogde revitaliseringsplan beschreven. De milieueffecten worden beschreven voor de volgende onderwerpen: 1) waterhuishouding; 2) bodem; 3) geluid; 4) externe veiligheid; 5) luchtkwaliteit; 6) milieuzonering; 7) archeologie en cultuurhistorie; 8) ecologie, flora & fauna; 9) overige aspecten. Voor zover onderzoeken zijn uitgevoerd zijn deze als bijlage bij deze notitie gevoegd.
5.1 Waterhuishouding De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedureafspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient in principe de watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. De waterhuishoudkundige aspecten omvatten onder meer veiligheid voor water, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021.
Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Plangebied Voor het onderhavige plangebied kent dit beleid geen specifieke uitgangspunten. Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 De gemeente Eijsden-Margraten valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg. elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027.
Het Provinciaal Waterprogramma geeft onder andere kaders voor het strategisch grondwaterbeheer, de regionale normering wateroverlast, de Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 11 -
11
m.e.r.-beoordelingsnotitie
functietoekenning voor de oppervlaktewateren en de waterkwaliteitsdoelen voor de KRWwaterlichamen (Kader Richtlijn Water) en de overige wateren. Het Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 geeft hier de regionale invulling aan. Plangebied Voor het voorliggende plangebied kent de Keur geen specifieke uitgangspunten of belemmeringen. Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende legger als kaart, bijgewerkt tot maart 2019). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Toetsingspunten water in ruimtelijke plannen. Het waterschap beoordeelt ruimtelijke plannen aan de hand van de volgende criteria: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt.
Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. 8. Beheer en onderhoud regelen.
Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 12 -
12
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Waterparagraaf Voor dit plan is een waterparagraaf opgesteld. Deze handelt over zowel het afvalwater als het hemelwater. Met name de hemelwaterafkoppeling is voor ruimtelijke plannen relevant. Aelmans ‘Watertoets Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade’ (bijlage 1) Huidige situatie Het maaiveld binnen het plangebied loopt af van zuidwest naar noordoost (richting de Grachterstraat) en varieert van 160,90 m +NAP naar 157,7 m +NAP. Het bestaat momenteel uit grasland. Ter plekke zijn geen waterhuishoudkundige voorzieningen als greppels aanwezig. Ook direct grenzend aan het perceel liggen geen watergangen, sloten of greppels. Toekomstige situatie Van de te bouwen woningen is het dakoppervlak en het oppervlak aan verhardingen bepaald. Er zal sprake zijn van 664 m² dakoppervlak en van 441 m² verhardingen (opritten, doorsteek naar begraafplaats en parkeerplaatsen). In totaal dus 1.105 m². In het worst-case-scenario, als de gehele verharding (doorgang naar kerkhof, parkeerplaatsen en erfverhardingen op de kavels) ook daadwerkelijk verhard wordt uitgevoerd, dient de benodigde capaciteit van de hemelwatervoorziening minimaal te bedragen: 1.105 m² x 0,080 (80 mm/ m²) = 88,4 m³. Vervolgens moet gekeken worden naar de infiltratiecapaciteit van de bodem.
Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is als: - de doorlatendheid groter is dan circa 0,3 meter per dag; - het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter beneden maaiveld aanwezig is; - het te infiltreren hemelwater niet is verontreinigd. Op grond van het uitgevoerde infiltratieonderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: - de doorlatendheid varieert tussen de 0,11 en 0,40 meter per dag; - het grondwater bevindt zich op een diepte van meer dan 4 meter beneden maaiveld; - door het aanbrengen van een zand- en slibvangsysteem kan het hemelwater worden gezuiverd alvorens te infiltreren. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow). 2. Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool. Dit behoort niet zondermeer tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is daarvoor, in het algemeen, onvoldoende. 3.
Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. De doorlatendheid van de diepe ondergrond zal toenemen met toename van de diepte. Infiltratie beneden NAP +150 m is opportuun maar zal nader onderzocht moeten worden. Uit de gemeten doorlatendheden blijkt dat infiltratie van hemelwater niet zondermeer tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is in het algemeen onvoldoende. Het infiltreren zal dus niet direct in de ondiepe ondergrond kunnen plaatsvinden. Dit wordt mede veroorzaakt door de aanwezigheid van leem/löss. De ervaring leert dat wanneer leem/löss verzadigd geraakt met water, dit de ondergrond kan verweken en uiteindelijk voor een extra vertraging van de waterdoorlatendheid zorgt. Voor het verwerken het hemelwater zijn twee passende mogelijkheden beschikbaar: Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 13 -
13
m.e.r.-beoordelingsnotitie
1. Grindpalen: een gereguleerde voeding/afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en/of grindkoffers in combinatie met grindpalen tot beneden NAP +150 m is mogelijk. Beneden dit niveau werd de Formatie van Beegden (een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken) aangetroffen, met een waterdoorlatendheid van meer dan 10 meter per dag. Deze laag is goed geschikt voor het infiltreren van hemelwater. Er wordt echter geadviseerd om ter plekke een aanvullend onderzoek te doen naar de doorlatendheid van de (diepere) bodem. Hiermee kunnen betrouwbare berekeningen worden gemaakt van de leeglooptijd van de grindpalen. 2. Geknepen afvloeiing: mocht blijken dat diepte-infiltratie van het hemelwater niet mogelijk is, is de andere mogelijkheid om per kavel een kleinschalige voorziening te creëren. Uitgaande van de bebouwing, dient per woning 8,7 m³ per kavel te worden opgevangen. Voor de vrijstaande woningen is dit 9,2 m³ per kavel (indicatief). Omdat de woningen worden uitgevoerd met platte daken, wordt geadviseerd deze daken uit te voeren met een sedumbeplanting. Dergelijke dakbedekking bestaat uit beplanting welke het hemelwater opneemt en via verdamping laat terugkeren in de atmosfeer.
Effectief betekent dit substantiële vermindering van af te voeren hemelwater tot 70%. Het hemelwater kan tijdelijk worden geborgen in een wadi/grindkoffer op het eigen terrein en vervolgens middels een geknepen afvloeiing worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioleringsstelsel van de gemeente Kerkrade. De keuze van de uit te voeren maatregelen is aan initiatiefnemer. Geconcludeerd wordt dat afkoppeling van hemelwater op deze wijze mogelijk is en dat voldaan kan worden aan de uitgangspunten dienaangaande van het Waterschap Limburg.
5.2 Bodem In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient voor ontwikkelingen te worden aangegeven of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming (om aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening). Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is een bodemonderzoek uitgevoerd. In het onderstaande worden de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Aelmans, ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Grachterstraat ong. te Kerkrade’ (bijlage 2) De resultaten van het bodemonderzoek zijn als volgt. Grond Ondanks de lichte bodemvreemde bijmengingen worden in de bovengrond (tussen maaiveld en 0,5 m –mv) geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetroffen. De bovengrond van enkele representatieve boringen is tevens aanvullend op PFAS onderzocht. Uit de bevindingen van dit analytisch onderzoek blijkt dat geen van de concentraties de waarden voor landbouw/natuur overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing kan de bovengrond van het gehele perceel als klasse AW2000 grond worden bestempeld. Voor wat betreft de ondergrond (vanaf 0,5 tot 2,0 m mv) blijkt dat behoudens een lichte overschrijding met cadmium, geen verdere overschrijdingen worden aangetroffen. Ondanks de lichte overschrijding met cadmium kan de ondergrond van het te onderzoeken perceel als klasse AW2000 grond worden bestempeld.
Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek zijn zintuiglijk geen specifieke asbestverdachte materialen aangetoond. Voornoemde visuele bevindingen zijn analytisch bevestigd.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 14 -
14
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen aangaande de bodemkwaliteit voor het realiseren van de woonfunctie.
5.3 Geluid Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder (Wgh) maar daarnaast bijvoorbeeld ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaan om de beoordeling of er sprake is van een goed woonen leefklimaat. Voor industrielawaai van individuele bedrijven geldt dat de Wet milieubeheer het toetsingscriterium vormt. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Andere geluidbronnen kunnen noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van onder andere een 'goede ruimtelijke ordening'. Wet geluidhinder Achtereenvolgend komen de aspecten wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai aan de orde. Wegverkeerslawaai Het plangebied is gelegen in de buurt Gracht. De wegen in deze buurt maken allemaal deel uit van een 30 km/uurgebied en deze wegen zijn niet gezoneerd in de Wet geluidhinder.
De Hamstraat is een 60 km/uurweg en de N300 (Buitenring Parkstad) is een 100 km/uurweg. Kompas Adviseurs en Ingenieurs BV, ‘Stikstofdepositieberekening Bouwfase en Gebruiksfase Bouwplan Sint Bernadettestraat te Kerkrade (separate bijlage 6) Aan de hand van Icinity kan geconcludeerd worden dat de gevelgeluidbelasting maximaal 63 dB bedraagt (zie onderstaande afbeelding):
Bron: akoestisch onderzoek Kompas360
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 15 -
15
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Gesteld kan worden dat indien gerekend wordt met 63 dB (uit het model Icinity) voldoende rekening gehouden wordt met voorzien groei in verkeersbewegingen de komende 10 jaar. Dit is dus het ‘worst case’-scenario omdat de gevels van de nieuw te bouwen woningen niet direct aan de rijbaan liggen. Inclusief 5 dB correctie (Wet Geluidhinder artikel 110g) bedraagt de gevelbelasting 58 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Er dient een hogere grenswaarde te worden aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. Railverkeerslawaai Het openbare spoorwegnet in Nederland kent hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en bijzondere spoorwegen. Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen zijn aangewezen bij Koninklijk Besluit. Dit geldt niet voor bijzondere spoorwegen. De regels hiervoor staan in het Besluit bijzondere spoorwegen. De Miljoenenlijn, die op circa 300 meter van het plangebied is gelegen, is een toeristische spoorlijn. Ook hiervoor gelden geluidproductieplafonds. Op dit gedeelte van het traject van de Miljoenenlijn zijn echter geen geluidproductieplafonds (gpp's) vastgesteld. Dat betekent dat hier een geluidzone railverkeer van 100 meter (gpp < 56 dB, artikel 1.4a Besluit geluidhinder) geldt. Het plangebied is buiten deze zone gelegen, waardoor er geen sprake is van geluidhinder vanwege de Miljoenenlijn.
Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Het aspect industrielawaai in het kader van de wet geluidhinder speelt bij dit plan geen rol. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisering van het bouwplan. Goede ruimtelijke ordening (warmtepompen) In het onderzoek is tevens de geluidbelasting vanwege de warmtepompen voor de vier woningen berekend waarvoor de aanvraag omgevingsvergunning al gereed is. Om aan te tonen dat de situatie voldoet aan het bouwbesluit is een berekening gemaakt conform de rekentool WPAC. De geluidproductie van de warmtepomp is conform de opgave van de fabrikant (ERP verklaring) 60 dB(A). In de rekenmethode wordt geadviseerd om een 2 dB(A) marge aan te houden in de geluidproductie. Mitsubishi heeft met berekeningen aangetoond dat de marge nul is. Dit is aangetoond in een Whitepaper opgesteld door Mitsubishi (toegevoegd aan de bijlage van deze rapportage). Aan de hand van de berekeningen kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de eisen uit het Bouwbesluit. Voor de berekeningen wordt verwezen naar de rapportage. De overige milieuaspecten in het kader van de goede ruimtelijke ordening zijn aangegeven in paragraaf 5.6 (‘Milieuzonering’). Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisering van het bouwplan.
5.4 Externe veiligheid Wet- en regelgeving Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater geldt de Wet basisnet. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan het Besluit externe veiligheid transport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG). Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 16 -
16
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) worden in lijn met het Bevi normen gesteld aan het PR en het GR voor buisleidingen. Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG-tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi. Plaatsgebonden risico Door Econsultancy is een analyse gemaakt van de risico’s aangaande externe veiligheid in de nabijheid van het plangebied. Econsultancy, ‘Rapportage onderzoek externe veiligheid Grachterstraat Kerkrade’ (bijlage 3) Plangebied: Plaatsgebonden Risico (PR) Risicovolle bedrijven Op circa 350 meter ten oosten van de grens van het plangebied is Berne Produkten B.V. gelegen met PGS 15 opslagloodsen. Er is geen contour met een plaatsgebonden risico van 10 -6/jaar aanwezig. Het plangebied ligt op ruime afstand tot de inrichting. Er is geen sprake van invloed op het plangebied.
Overige risicovolle inrichtingen liggen op meer dan 1 kilometer en zijn niet relevant.
Buisleidingen Op circa 260 meter en circa 250 meter ten noorden van de grens van het plangebied zijn diverse hogedruk aardgastransportleidingen gelegen. In de onderstaande tabel zijn de relevante gegevens van de leidingen weergegeven:
(Bron: Econsultancy)
Het plangebied ligt niet binnen de inventarisatieafstanden van de bovengenoemde leidingen. Er gelden derhalve geen belemmeringen voor het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen Op circa 3,2 kilometer ten zuidwesten van de grens van het plangebied is de Rijksweg A76 gelegen en op circa 200 meter ten zuiden van de grens van het plangebied ligt de provinciale weg N300. In de onderstaande tabel zijn de invloedsgebieden en aantallen transporten per stofcategorie weergegeven:
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 17 -
17
m.e.r.-beoordelingsnotitie
(Bron: Econsultancy)
Het plangebied is niet gelegen binnen 200 meter van de A76 of N300, maar bevindt zich wel binnen het invloedsgebied van de in de bovenstaande tabel grijs gearceerde stofcategorieën. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico is derhalve noodzakelijk. Plangebied: Groepsrisico (GR) Als gevolg van de analyse van de risico’s aangaande externe veiligheid is als gevolg van de ligging in de invloedsgebieden van de Rijksweg A76 en de Buitenring Parkstad (N300) een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Verantwoording groepsrisico Zelfredzaamheid Door een ongeval met een tankwagen op de Rijksweg A76 kunnen giftige gassen vrijkomen. De toxische wolk kan zich snel ontwikkelen en verplaatsen. Afhankelijk van het type stof, windrichting en plaats van de calamiteit kunnen hoge concentraties optreden. Via waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en NL-Alert worden personen in de omgeving gewaarschuwd. Bij een calamiteit met giftige gassen is het handelingsperspectief ‘binnen blijven en schuilen’. Ventilatievoorzieningen moeten eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Over de N300 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats ten behoeve van de bevoorrading van LPG-tankstations en propaantanks.
Het scenario BLEVE is het maatgevende scenario in geval van een calamiteit met een tankwagen. De 100%-letaliteitsgrens ligt op 80 meter en de 1%letaliteitsgrens op 200 meter. Afhankelijk van de situatie kan het handelingsperspectief verschillen. Gezien de afstand van de grens van het plangebied tot de weg is het handelingsperspectief binnen blijven. De zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied wordt verder bevorderd door (achter)uitgangen en achterpaden van de bron af te richten. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten als gevolg van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om op tijd ter plaatse te zijn, voldoende opstelplaatsen te hebben en voldoende blusmiddelen beschikbaar te hebben. Resumerend kan worden aangegeven dat bij een calamiteit op de Rijksweg A76 en/of de provinciale weg N300 binnen het plangebied voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid aanwezig zijn. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering voor het plan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de realisering van het plan.
5.5 Luchtkwaliteit Wet milieubeheer en nationaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. De hoofdlijnen van de regeling zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm), ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit. Deze wetgeving introduceerde een programmasystematiek voor maatregelen en projecten, hetgeen geconcretiseerd is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit: het NSL. Daarnaast is de term 'niet in betekenende mate' besluiten geïntroduceerd, waarbij geen toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen nodig is, omdat deze projecten niet of zeer weinig bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt in betekenende mate (IBM) bij aan de verslechtering van de Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 18 -
18
m.e.r.-beoordelingsnotitie
luchtkwaliteit wanneer de planbijdrage groter is dan 1,2 μg/m³. Projecten met een kleinere concentratietoename dragen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Normen en grenswaarden In de Wet Luchtkwaliteit zijn regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen, ozon, arseen, cadmium en nikkel. Er vinden in Nederland langs wegen geen overschrijdingen plaats van de richtof grenswaarden van de zware metalen (lood, arseen, cadmium en nikkel) en ozon; derhalve zijn deze stoffen niet opgenomen in de rekenmodellen. Voor de stoffen NO 2 en PM10 zijn in de Wet luchtkwaliteit grenswaarden gesteld van 40 μg/m³. Daarnaast geldt een grenswaarde van de uurgemiddelde concentratie voor NO2 (200 μg/m³) die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. De uurgemiddelde grenswaarde van NO 2 wordt eenmaal per jaar overschreden bij een jaargemiddelde concentratie van iets minder dan 54 μg/m³. De norm van maximaal 18 keer overschrijding van de uurgemiddelde grenswaarde wordt bereikt bij een jaargemiddelde grenswaarde van 82 μg/m³. Er zijn in Nederland geen plaatsen waar deze norm wordt overschreden.
Voor de toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen zijn in de praktijk drie normen van toepassing: - jaargemiddelde concentratie NO2 (40 μg/m³); - jaargemiddelde concentratie PM10 (40 μg/m³); - aantal dagen overschrijding van de grenswaarde van de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 (maximaal 35 dagen per jaar > 50 μg/m³). Binnen hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 ‘luchtkwaliteitseisen’ opgenomen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig gelden het Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) en de regelingen ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM), ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 en ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’.
Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. Woningen vallen hier buiten. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk) en/of is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in beheer bij de provincie). Onderhavig bestemmingsplan bevat de toename van zes woningen. Aangezien woningen buiten het bereik vallen van het Besluit gevoelige bestemmingen hoeft hieraan niet te worden getoetst. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 19 -
19
m.e.r.-beoordelingsnotitie
woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Onderhavig plan In dit plan is sprake van toevoeging van zes woningen. Omdat conform de regeling NIBM ontwikkelingen kleiner dan 1.500 woningen als ‘NIBM’ worden beschouwd, kan voor dit plan worden geconcludeerd dat dit ook het geval is. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor dit plan.
5.6 Milieuzonering In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Dit heeft met name te maken met de uitstraling van eventuele omliggende bedrijfsactiviteiten op de toekomstige woningen dan wel de omgekeerde werking, waarbij de toekomstige woningen een belemmering kunnen vormen bij de uitvoering van bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Volgens de VNG-brochure gelden richtafstanden voor functies tot gevoelige functies zoals wonen. De maatgevende hindertypen zijn geur, stof, geluid en gevaar. Volgens de VNG-brochure mag, bij ligging in een gebied waar meerdere bestemmingen zijn toegekend en/of nabijgelegen relevante geluidbronnen, worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Daarbij kan de richtafstand met een stap omlaag worden gebracht. In de voorliggende situatie is sprake van een ‘rustige woonwijk’.
In de onderstaande tabel zijn de in de directe omgeving van het plangebied aanwezige functies aangegeven met de - volgens de VNG-brochure - geldende richtafstanden tot gevoelige functies zoals woningen voor het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ (gemeten tot aan perceel): Achter de aangegeven richtafstanden staan de maatgevende indices: Functie R.K. Begraafplaats (St. Bernadettestraat) Speeltuin De Eech (St. Bernadettestraat) Café (Grachterstraat 11) Installatiebedrijf (Grachterstraat 119) Bedrijventerrein Willem Sophia
Milieucat. VNG 1
Richtafstanden (m) geur – stof – geluid – gevaar 0 – 0 – 10 – 0 → geluid
Afstand tot plangebied 0 m.
Voldoet (voldoet niet) Voldoet niet
1
0 – 0 – 10 – 0 → geluid
11 m.
Voldoet
1
0 – 0 – 10 – 10 → geluid/gevaar
214 m.
Voldoet
2
0 – 10 – 30 – 10 → geluid
133 m.
Voldoet
3.2
10 – 30 – 100 - 10 → geluid
120 m.
Voldoet
Resumerend kan worden aangegeven dat er voldoende afstand is tussen de voornoemde functies en de beoogde woningen in het plangebied, met uitzondering van de begraafplaats. De begraafplaats is direct aangrenzend aan de woonpercelen van de geschakelde woningen gelegen. De belangrijkste bron van geluid op een begraafplaats is de parkeerplaats, maar die is hier niet aanwezig. Bezoekers parkeren op de openbare weg (Sint Bernadettestraat). Daarnaast gaat de VNG-brochure uit van gemiddelde grootte van bedrijfsactiviteiten. In dit geval is de begraafplaats aanzienlijk kleiner dan een gemiddelde begraafplaats; bovendien zijn er geen voorzieningen aanwezig die geluid of andere milieuhinder kunnen veroorzaken. Vandaar dat mag worden geconcludeerd dat ook de begraafplaats geen belemmering oplevert voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Op basis van de VNG-richtafstanden mag worden geconcludeerd dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 20 -
20
m.e.r.-beoordelingsnotitie
5.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie De Nederlandse wetgeving ten aanzien van archeologische waarden is momenteel aan veranderingen onderhevig. De Monumentenwet 1988 is vanaf 1 juli 2016 deels overgegaan in de Erfgoedwet. De onderdelen over omgevingsrecht uit de Monumentenwet 1988 gaan (naar verwachting) in 2024 over naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van deze wetten worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden. Artikel 9.1 (overgangsrecht Omgevingswet) van de Erfgoedwet zegt: Voormalig artikel 38a: de gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten). Voormalig artikel 41: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o.a.
gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen waarin de archeologische waarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld. In 2013 heeft de gemeente Kerkrade de ‘Beleidsnota archeologie gemeente Kerkrade - Erfgoed is identiteit’ vastgesteld. Onderdeel van deze beleidsnota is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten 1. De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er zes archeologische waardecategorieën ontstaan( zie onderstaande tabel):
Overzicht van de zes archeologische waardecategorieën binnen de gemeente Kerkrade
1
Vanneste, H. & M. Verhoeven, 2013. Geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart gemeente Kerkrade. I. Archeologische verwachtings- en beleidskaart, vastgesteld 26-06-2013; II. Beslistabel archeologische onderzoeksplicht, vastgesteld 26-06-2013; III. Verhoeven. M, 2007. Hoog, Middelhoog en Laag: een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische kaart voor Parkstad Limburg gemeenten en gemeente Nuth, RAAP-rapport 1483, Weesp. Bestemmingsplan ‘Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’
- pagina 21 -
21
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Uit de archeologische kaarten blijkt dat het plangebied in een matig archeologisch interessant gebied ligt. In het plangebied zelf zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. In de omgeving van het plangebied wel, namelijk binnen een straal van 800 meter. Het betreft voornamelijk resten uit de nieuwe tijd, zoals een waterput, veldbrandovens, een afvalkuil en resten van een muur (ARCHIS, zaakid. nrs. 2406659100. 3240520100 en 5311480100). Daarnaast is ook een vuurstenen sikkel uit de periode Vroeg Neolithicum A tot midden IJzertijd (ARCHIS zaakid. nr. 2753371100) en losse vondsten uit de IJzertijd bij een proefsleuvenonderzoek ten oosten van het plangebied (ARCHIS zaakid. nr. 5311480100). Op basis van deze archeologische gegevens, in combinatie met landschappelijke en historische gegevens, geldt voor het deel van het bestemmingsplangebied grotendeels een middelhoge verwachting. In het gebied moet met name rekening worden gehouden met de aanwezigheid van nederzettingsterreinen met bijbehorende grafvelden (‘droge archeologie’). Het gebied is ingedeeld in waardecategorie 4 (zie onderstaande figuur):
Uitsnede uit de beleidskaart van de gemeente Kerkrade (de gele kleur is waardecategorie 4)
Concreet betekent dit dat voor deze gebieden een archeologische onderzoeksplicht geldt indien bodemingrepen dieper reiken dan 0,40 meter (beneden maaiveld) én de omvang van het gebied groter is dan 2.500 m². Zolang terreinen een (te verwachten) archeologische waarden hebben en deze terreinen nog niet volledig zijn onderzocht (definitief vrijgegeven) dienen deze planologisch beschermd te blijven door middel van een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ in het betreffende bestemmingsplan. Te allen tijde geldt dat, mochten tijdens toekomstige graafwerkzaamheden vondsten en/of sporen worden aangetroffen waarvan vermoed wordt dat het om archeologische sporen of vondsten kan gaan, dit conform de Erfgoedwet (paragraaf 5.4) terstond gemeld moet worden aan de bevoegde overheid, in dit geval de regioarcheoloog Parkstadgemeenten. Plangebied De gronden in het plangebied hebben de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden voorafgaand aan ontwikkelingen waarbij bodemverstoring plaatsvindt tot een diepte van 0,40 meter of meer beneden het maaiveld, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer.