Bijlage 6 - ODZLontwerpbegroting2027meerjarenraming2028-2030
Tekst van het document
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
BEGROTING 2027 Meerjarenraming 2028-2030
Februari 2026 Omgevingsdienst Zuid-Limburg Limburglaan 10, 6202 GA Maastricht
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
1.
INHOUDSOPGAVE
1.
03
1.1 Context begroting 2027 1.2 Missie en visie 1.3 Ontwikkelingen
03 03 03
2.
05
BEHEER VAN DE OMGEVINGSDIENST
2.1 Vergunningverlening 2.2 Toezicht en handhaving 2.3 Advies en Onderzoek
06 07 12
3.
FINANCIEEL
14
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Financiële context Taakvelden Begrotingsmutaties Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 Overhead Toelichting Begroting Geprognosticeerde balans Investeringsbegroting
14 14 14 16 17 17 19 19
4.
VERPLICHTE PARAGRAFEN
20
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
20 20 21 21 22 22 22
5.
2
INLEIDING
BEDRIJFSVOERING
23
5.1 Personeel- en organisatiebeleid 5.2 Informatiemanagement 5.3 Ondersteuning
23 23 25
6.
BIJLAGEN
26
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Risico-inventarisatie Tarievenoverzicht Wijziging financieringssystematiek Bijdrage per deelnemer Lijst met afkortingen
26 34 36 38 40
realistisch is, lichten we dit toe in deze begroting, of via een begrotingswijziging in 2027. We hebben hierbij oog voor de financiële druk bij onze deelnemers. Onze huidige toekomstvisie liep tot eind 2025. In dat jaar
INLEIDING
lag de focus op de intensieve uitvoering van de acties die
1.1 CONTEXT BEGROTING 2027
ruimte te bieden voor deze implementatie, starten we in
Vooruitkijken naar 2027 betekent anticiperen op een omgeving in transitie. Zeer zorgwekkende stoffen, energietransitie, circulaire economie en een gezonde leefomgeving zijn niet langer abstracte begrippen, maar urgente opgaven die ons dagelijks werk raken. Als Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL) staan wij midden in deze dynamiek. Wij zijn de schakel tussen beleid en
bijdragen aan een robuuste organisatie. Om voldoende 2026 met het opstellen van een nieuwe toekomstvisie voor de periode 2026–2030. Deze timing sluit aan bij de start van nieuwe colleges en het aantreden van een nieuw algemeen bestuur, waardoor we gezamenlijk richting kunnen geven aan de koers van de organisatie in de komende bestuursperiode.
praktijk, tussen ambitie en uitvoering, tussen overheid,
1.2 MISSIE EN VISIE
bedrijven en inwoners.
Missie Wij werken samen met partners aan een veilige, gezonde
In deze begroting worden diverse ontwikkelingen
en duurzame leefomgeving voor iedereen in Limburg, nu
beschreven die invloed hebben op onze werkwijze en
én voor toekomstige generaties.
de taken die we uitvoeren voor een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. In 2025 heeft een inventarisatie
Visie
plaatsgevonden naar aanvullende taken die de
Wij dragen bij aan een toekomstbestendig Limburg door
deelnemers bij de ODZL willen onderbrengen. Voor 2027
als autoriteit op een slimme en veerkrachtige manier in te
verwachten we een groei van de VTH(A)-milieutaken
spelen op milieuvraagstukken. Met specialistische kennis,
(Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving & Advies).
regionale betrokkenheid en betrouwbare dienstverlening
Tegelijkertijd erkennen we dat de maatschappelijke
creëren we een betere leefkwaliteit voor de samenleving.
context verandert. Dat vraagt om flexibiliteit, samenwerking en innovatie.
1.3 ONTWIKKELINGEN De afgelopen jaren is sterk ingezet op het robuust
We blijven inzetten op automatisering, digitalisering en
worden van de ODZL. De organisatie is daartoe versterkt,
standaardisatie, wat de efficiëntie en kwaliteit verhoogt.
processen zijn verbeterd en de samenwerking met onze
Hierdoor kunnen nieuwe taken zoveel mogelijk binnen
partners is versterkt. Dit proces wordt afgerond in 2026.
bestaande budgetten worden opgevangen. Waar dit niet
Uiterlijk op 1 april 2026 moeten alle omgevingsdiensten
3
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
robuust zijn. In 2027 is het zaak om ook robuust te blijven
van de fysieke leefomgeving. Voor omgevingsdiensten
mede gelet op de ontwikkelingen die op ons af komen.
betekent dit een verschuiving van taakgericht naar resultaatgericht werken. De Wet kwaliteitsborging
2.
De komende jaren staat de organisatie voor een
voor het bouwen is vanaf 2024 (in stappen) ingegaan.
reeks ingrijpende ontwikkelingen die het werkveld
Deze wet versterkt de rol van private kwaliteitsborgers
fundamenteel zullen veranderen. Deze veranderingen
en verandert de toezichtstructuur bij bouwprojecten.
raken aan maatschappelijke, technologische,
Tegelijkertijd zijn er nieuwe kwaliteitscriteria vastgesteld
economische en wettelijke thema’s, en vragen om een
voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
integrale en toekomstgerichte benadering.
Deze stellen hogere eisen aan de deskundigheid,
BEHEER VAN DE OMGEVINSDIENST
capaciteit en werkwijze van omgevingsdiensten. Tot slot
TAKEN
moeten robuustheidscriteria bijdragen aan een grotere
Onze taken zijn het in opdracht van gemeenten en
weerbaarheid van deze diensten tegen maatschappelijke
provincie, individueel en collectief, uitvoeren van
en bestuurlijke druk.
wettelijke taken en adviestaken op het terrein van
In de samenleving groeit de aandacht voor brede welvaart en leefbaarheid. In Limburg wordt sterk ingezet op het verbeteren van de leefomgeving in wijken en dorpen, met nadruk op gezondheid, sociale cohesie en het herstel van vertrouwen in de overheid. Dit vraagt om een
Ook zijn er specifieke milieu- en toezichtontwikkelingen
responsieve overheid die beter aansluit bij de leefwereld
die extra aandacht vragen. De intensivering van
van burgers. Tegelijkertijd ondergaat de regio een
emissiemetingen maakt het mogelijk om sneller in
ruimtelijke transformatie, waarbij wonen, werken, natuur
te grijpen bij overschrijdingen. Dit draagt bij aan een
en infrastructuur in balans moeten worden gebracht.
gezondere leefomgeving. Daarbij wordt ook nadrukkelijk
Deze integrale gebiedsontwikkeling is essentieel om de
gekeken naar een landelijk dekkend model.
leefomgeving duurzaam en toekomstbestendig in te richten. De ODZL speelt daarin een essentiële rol, als het
Indirecte lozingen vormen een risico voor de
gaat om de zorg voor een schone, gezonde en veilige
waterkwaliteit, en de Kaderrichtlijn Water verplicht
leefomgeving.
tot verbetering van waterlichamen. Ketentoezicht wordt belangrijker om risico’s zoals illegale lozingen of
milieu, op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een goed kwaliteitsniveau. De organisatie heeft hiervoor eigen werknemers in dienst en huurt daarnaast op contractbasis extra personeel en/of specifieke expertise in.
PRESTATIES We maken afspraken met de opdrachtgevers over inhoudelijke en financiële verantwoording. Naast het rapporteren van gegevens is het ook belangrijk om tijdig te overleggen en tussentijds te communiceren met de opdrachtgevers.
Technologische innovaties bieden hierbij nieuwe kansen.
afvaldumping beter te beheersen. Ook het inzicht in en
Door de inzet van data-analyse en risico gestuurd
de aanpak van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) krijgt
toezicht kunnen milieuproblemen sneller worden
De prestaties worden opgenomen in een jaarlijks
prioriteit, evenals de uitbreiding van defensieterreinen en
opgespoord en aangepakt. Digitale dienstverlening via
werkprogramma (=uitvoeringsprogramma) dat besproken
de milieueffecten daarvan.
en afgestemd wordt met de opdrachtgevers, waarna het
het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) maakt het voor
werkprogramma door hen wordt vastgesteld.
burgers en bedrijven eenvoudiger om vergunningen aan
Voor de zes Seveso-omgevingsdiensten wordt een
te vragen en informatie te vinden. Daarnaast ontstaan
programma opgesteld voor samenwerking op het
Van de dienst kunnen de opdrachtgevers verwachten
er regionale samenwerkingsplatformen, zoals datalabs,
gebied van externe veiligheid. Ook de ODZL levert
dat de taakuitvoering conform de vastgestelde
die de uitwisseling van kennis en data bevorderen. Ook
een inhoudelijke bijdrage aan dit initiatief. Om schade
kwaliteitscriteria is.
vernieuwende instrumenten zoals drones en sensoren
bij grote incidenten effectief te kunnen herstellen,
maken het mogelijk om efficiënter en effectiever toezicht
is een verplichte financiële zekerheidsstelling voor
te houden.
majeure risicobedrijven (SEVESO en IPPC) essentieel.
Speerpunt
Prestatie indicator
Zo wordt voorkomen dat de maatschappelijke kosten
Proactief informeren van opdrachtgever
2 maal per jaar voortgangsrapportage en 1 eindrapportage conform
Economisch gezien staat de uitvoeringskracht van
van dergelijke calamiteiten op de samenleving worden
planning in werkprogramma
gemeenten onder druk door bezuinigingen op het
afgewenteld.
ODZL Voorjaars- en najaarsrapportage en jaarverslag/jaarrekening
Gemeentefonds. Tegelijkertijd bieden de energietransitie en de circulaire economie nieuwe kansen voor duurzame
De stikstofproblematiek, de woningbouwopgave en de
ontwikkeling. Omgevingsdiensten moeten hierop
bredere opgave van omgevingsveiligheid maken het
anticiperen in hun toezicht en vergunningverlening.
werkveld complexer. Milieucriminaliteit, ondermijning en
Periodiek overleg opdrachtgever
Per kwartaal overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (contracthouders en accountmanagers)
Uitvoeringskwaliteit op landelijk niveau
Werken conform de kwaliteitscriteria
dreigingsbeelden vragen om intensieve samenwerking Met de invoering van de Omgevingswet in 2024 is het
met politie, justitie en andere partners.
juridische landschap fundamenteel veranderd. Het zal
4
Met een overspannen arbeidsmarkt staat ook onze beschikbare capaciteit onder druk. We sluiten niet uit dat dit ook in
nog geruime tijd duren voordat de gevolgen van deze
Al deze ontwikkelingen onderstrepen de noodzaak
2027 consequenties kan hebben voor de uitvoering van de werkprogramma’s. Als zich dit inderdaad voordoet voeren we
ingrijpende wetswijziging volledig zijn doorgedrongen.
van een wendbare, deskundige en goed toegeruste
hierover tijdig het gesprek met de opdrachtgevers.
De effecten van de inwerkingtreding zullen ook in 2027
omgevingsdienst. Alleen zo kan onze regio zich
nog hun doorwerking hebben. De wet bundelde 26
ontwikkelen tot een regio met een schone, gezonde en
bestaande wetten en introduceerde een integrale aanpak
veilige leefomgeving voor iedereen.
5
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
2.1 VERGUNNINGVERLENING
Voor de provincie Limburg voeren we tot slot de
ONTWIKKELINGEN
Daarnaast zijn bedrijven wettelijk verplicht om iedere
TAKEN
diverse taken met betrekking tot vuurwerk uit, zoals de
Op het gebied van vergunningverlening voorzien we de
vijf jaar een Vermijd- en Reductieprogramma (VRP)
Voor alle opdrachtgevers verzorgen we voor wat
afhandeling van vuurwerkmeldingen en het verlenen van
volgende ontwikkelingen die in 2027 invloed hebben op
op te stellen. Het beoordelen van zo’n programma
betreft de milieutaken de vergunningverlening en
ontbrandingstoestemmingen.
onze werkwijze en de taken die we uitvoeren:
vraagt opnieuw een aanzienlijke inspanning van
breedte van de Omgevingswet. Voor de locaties met
Als een van de zes landelijke omgevingsdiensten voor
Omgevingswet
(circa 48 uur per VRP). In totaal komt dit neer op minimaal
als bevoegd gezag de provincie Limburg, bestaan de
de Seveso- en RIE-4 bedrijven hebben we een bijzondere
Hoewel de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is
29 uur extra werk per bedrijf.
werkzaamheden daarnaast uit de behandeling van
wettelijke taak. Vanuit onze expertise zijn wij belast met
getreden, wordt de volle reikwijdte ervan pas in de jaren
omgevingsvergunningen voor het bouwen of wijzigen van
de uitvoering van het volledige VTH-pakket voor Seveso-
daarna voelbaar. De Omgevingswet introduceerde diverse
Op basis van het huidige aantal bedrijven heeft de
een bouwwerk.
inrichtingen in de gehele provincie Limburg, voor zowel
nieuwe elementen die de uitvoering van procedures
provincie voor 2025 reeds jaarlijks 3.074 uren (2,3 fte) aan
milieu als bouw.
aanzienlijk bemoeilijken. Onderwerpen zoals het advies
extra capaciteit toegekend. Voor gemeenten gaat het om
met instemming, het vervallen van de onlosmakelijkheid
1.525 uren (1,1 fte), die vanaf 2027 noodzakelijk zullen zijn.
vergunningverleners en, waar nodig, luchtspecialisten
afhandeling van milieumeldingen over de gehele
Voor een aantal gemeenten behandelen we daarnaast diverse soorten ontheffingen, bijvoorbeeld voor het
PRESTATIES
tussen besluiten, en de aanwezigheid van talrijke open
tijdelijk overschrijden van geluidnormen, het vervoeren
Binnen vergunningverlening werken we aan de volgende
en vaag geformuleerde wetsartikelen zorgen voor
van ‘gevaarlijke stoffen’ of het vuur stoken in de open
speerpunten en streven we ernaar de benoemde
juridische onzekerheid en interpretatieverschillen. Deze
lucht.
prestatie indicatoren te behalen.
onduidelijkheden leiden in de praktijk tot langdurige discussies tussen bestuursorganen, initiatiefnemers
Speerpunt
Prestatie indicator
Informatievoorziening/meten
Tijdige vergunningen
90% van de omgevingsvergunningen,
VTH-applicatie op basis van aanvraag-
voorbereid met de uitgebreide procedure, dient én besluitdatum. binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn, tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding.
en belanghebbenden, wat de besluitvorming vertraagt. Naarmate jurisprudentie zich verder ontwikkelt, zal duidelijkheid toenemen, maar tot die tijd zal de
De Omgevingswet verplicht ons om bedrijven met een verhoogd risicoprofiel (zogeheten majeure risicobedrijven) in hun milieuvergunning te laten aantonen dat zij beschikken over voldoende financiële zekerheid. Deze waarborg maakt het mogelijk om bij calamiteiten of milieuschade snel en effectief in te
uitvoeringspraktijk de effecten hiervan ondervinden.
grijpen, zonder dat de kosten worden afgewenteld op de
Daarnaast blijkt dat de verplichte toetsing van
garanties in vergunningvoorschriften biedt niet alleen
vergunningsaanvragen aan het tijdelijke gedeelte van
een stevig vangnet bij incidenten, maar stimuleert
het omgevingsplan – met name de ‘bruidsschat’ – leidt
bedrijven ook om hun risicobeheersing zorgvuldig vorm te geven.
95% van de omgevingsvergunningen
Communicatie middels
tot onduidelijkheden, vooral wanneer het gaat om
voorbereid met de reguliere procedure, dient
voortgangsrapportages.
Milieu Belastende Activiteiten (MBA’s) op gezoneerde
samenleving of de overheid. Het opnemen van financiële
Met betrekking tot fize maken we via
binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn,
industrieterreinen. Dit probleem zal in 2026 verder
tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met
onderzocht en opgelost moeten worden.
vergunningverlening grote stappen. Tot nu toe is toezicht
Afvalwaterproblematiek
gebleven, maar dit is een logische vervolgstap. Daarnaast
termijnoverschrijding.
daarop voor de majeure risicobedrijven onderbelicht
Door strengere eisen op het gebied van waterveiligheid
ligt het in de lijn der verwachting dat de provincie
Tijdige advisering over de
95% van de adviezen over de te nemen
VTH-applicatie op basis van
en lozingsnormen ontstaat er een spanningsveld tussen
in 2026 beleid ontwikkelt voor financieel risicovolle
te nemen beslissing op een
beslissing op een aanvraag dient binnen de
adviesaanvraag én adviesdatum.
milieubelangen en operationele bedrijfsvoering van
afvalverwerkers. De taken die daaruit voortvloeien,
aanvraag.
afgesproken termijn gegeven te zijn, tenzij
bedrijven. Dit leidt tot intensievere afstemmingstrajecten,
zullen dan ook in de begroting van 2027 moeten worden
waarbij de organisatie meer tijd, overleg en specialistische
opgenomen.
wordt ingestemd met termijnverlenging. Kwaliteit
Omgevingsvergunningen c.q. adviezen over de
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad
inzet moet leveren om tot juridisch houdbare en
te nemen beslissing op een aanvraag voldoen
van State.
maatschappelijk verantwoorde besluiten te komen. De
Met betrekking tot het project actualisatie zullen er
verwachting is dat dit de komende jaren nog meer zal
(normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid
gaan spelen, aangezien de doelen van de Kaderrichtlijn
van de opdrachtgever.
Water vanaf 2027 moeten worden behaald.
te actualiseren. Dit vraagt extra inzet van onze
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)
onvolledige dossiers, risico op bezwaar en beroep, extra
Het terugdringen van Zeer Zorgwekkende Stoffen
druk op aanwezige of beschikbare capaciteit.
Van de bezwaar- en beroepschriften mag
Communicatie middels
maximaal 15% gegrond worden verklaard.
voortgangsrapportages.
van de VTH-taken. Voor de ODZL betekent dit dat Actualiteit
Project actualiseren (overige) vergunningen
aan de meest actuele wet- en regelgeving
(ZZS) vraagt om een intensievere inzet bij de uitvoering
85% van de omgevingsvergunningen worden
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad
binnen de daarvoor geldende termijnen
van State in relatie tot toezichts- en
geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe
handhavingsacties.
BBT-conclusies/BREF’s
6
Financiële Zekerheid (fize)
er aanzienlijk meer tijd en middelen nodig zijn om vergunningaanvragen zorgvuldig te toetsen, waarbij ZZS als afzonderlijk beoordelingskader wordt meegenomen. Concreet vergt dit per aanvraag ongeveer 24 uur extra om de effecten van ZZS in kaart te brengen.
in 2027 meerdere procedures lopen om vergunningen medewerkers, met bijbehorende risico’s tot gevolg:
Deelname aan Kennisinfrastructuur VTH (KIS) Gezien de uitgebreide kennis en ervaring van onze VTHmedewerkers worden zij steeds vaker gevraagd om bij te dragen aan landelijke werkgroepen en netwerken voor kennisuitwisseling. Daarom wordt in de begroting 0,5 fte ruimte gecreëerd voor de structurele deelname aan de Kennisinfrastructuur VTH (KIS VTH).
7
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
De IBP Kennisinfrastructuur VTH is een structuur binnen
2.2 TOEZICHT EN HANDHAVING
het netwerk van omgevingsdiensten die gericht is op
TAKEN
het ontwikkelen, ontsluiten en delen van kennis over
Binnen het domein van toezicht en handhaving
vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in
richten wij ons op het waarborgen van veiligheid,
de fysieke leefomgeving, georganiseerd via een 28-
het beschermen van het milieu en het naleven van
6-1 principe (regio's, landsdelen, één kennisteam) en
de geldende regelgeving. Dit gebeurt op basis van de
ondersteund door het digitale platform UPLO. Het doel
Omgevingswet, waaronder het Besluit activiteiten
is het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving
leefomgeving (BAL), de verleende milieuvergunningen en
door het delen van kennis, het aantrekken van nieuw
de Seveso-regelgeving.
personeel en het versterken van de samenwerking tussen overheden en omgevingsdiensten.
Toezicht houdt in dat wij informatie verzamelen om vast te stellen of activiteiten voldoen aan de voorwaarden die
De succesvolle pilot van het kennisthema Zeer
in vergunningen en/of algemene regels zijn vastgelegd.
Zorgwekkende Stoffen (ZZS) wordt als blauwdruk en
Op basis van deze gegevens vormen wij een oordeel over
versneller gebruikt om stap voor stap de gehele VTH-
de naleving.
kennispraktijk robuuster en toekomstbestendiger te maken.
Handhaving betekent dat wij, wanneer uit toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan,
Einde afvalverklaringen
bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke (herstel)
Soms kan een afvalstof de afvalstatus weer kwijtraken.
sancties opleggen. Bij het nemen van dergelijke
Dit noemen we ‘einde-afval’. In het kader van de
maatregelen wordt altijd juridisch advies betrokken.
milieuvergunningverlening voorzien we een aanzienlijke toename in de aanvragen voor zogenaamde 'einde
PRESTATIES
afval-verklaringen'. Deze verklaringen zijn nodig wanneer
We werken vanuit Toezicht en handhaving aan de
bedrijven afvalstoffen willen verwerken tot producten
volgende speerpunten en streven ernaar de benoemde
die niet langer als afval worden beschouwd en opnieuw
prestatie indicatoren te behalen.
in de markt kunnen worden gebracht. Deze aanvragen brengt een aantal specifieke uitdagingen met zich mee, omdat de beoordeling zeer complex kan zijn. Het beoordelen of een stof of materiaal niet langer als afval geldt, vereist een gedegen inhoudelijke analyse
Speerpunt
Prestatie indicator
Informatievoorziening/meten
Kwaliteit
Toezichtrapporten voldoen aan de meest
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad
actuele wet- en regelgeving en het beleid van
van State.
van zowel milieuwetgeving als technische criteria. Dit
de opdrachtgever.
vraagt om extra inzet van onze vergunningverleners en specialisten. Daarnaast is verdergaande juridische
95% van de handhavingsbesluiten worden
VTH applicatie op basis van (verzoek-
afstemming nodig. Omdat 'einde afvalverklaringen'
genomen binnen de daarvoor afgesproken
én) besluitdatum.
juridisch bindend zijn en impact hebben op de naleving
termijn.
van de Europese afvalstoffenwetgeving, vergen deze
Tijdigheid
besluiten een nauwkeurige en uitgebreide afstemming tussen verschillende partijen en juridische toetsing. Naar verwachting zal het aantal verzoeken toenemen door de
Uitvoering werkprogramma opdrachtgever
Voortgangsrapportages.
zoals onderling afgesproken. Uniformiteit
Hanteren van vastgesteld handhavingsbeleid
Voortgangsrapportages.
opdrachtgever.
toegenomen focus op circulaire economie en recycling. Dit betekent dat er meer tijd en capaciteit nodig is om de aanvragen zorgvuldig te behandelen. Dit wordt op een later moment geconcretiseerd.
ONTWIKKELINGEN
terugdringen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in
Op het gebied van toezicht en handhaving voorzien we
het watermilieu. Op basis van de uitkomsten wordt in
de volgende ontwikkelingen die in 2027 invloed hebben
2027 toegewerkt naar een structurele verankering van
op onze werkwijze en de taken die we uitvoeren:
deze toezichtstaak binnen het reguliere VTH-werkpakket,
Toezicht op indirecte lozingen
88
waarbij ook gemeentelijke bedrijven worden betrokken.
In 2026 wordt een pilot uitgevoerd die zich richt
Dit vraagt om extra middelen en een duidelijke inbedding
op het toezicht op indirecte lozingen bij provinciale
binnen het bredere VTH-programma. De provincie heeft
bedrijven. Deze pilot sluit aan bij de doelstellingen van
hiervoor reeds jaarlijks 2,0 fte aan aanvullende capaciteit
de Kaderrichtlijn Water (KRW) en heeft als doel het
toegekend. Naar verwachting leidt de uitbreiding van
9
BEGROTING 2027
de pilot naar gemeentelijke bedrijven tot een formatie-
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
de formele implementatiedatum van 21 december 2025
ophalen van wensen en behoeften op het gebied van
volledig aan alle vereisten te voldoen. De ambitie van de
energiebesparing. De Omgevingsdienst Zuid-Limburg
voor een wateradviseur) voor de gemeentelijke taken,
In 2025 is de pilotfase afgerond, uitgevoerd door
rijksoverheid is daarom om de aangepaste regelgeving
heeft hierop diverse scenario’s uitgewerkt en besproken
gebaseerd op inschattingen en ervaringscijfers bij
enkele Seveso-omgevingsdiensten. De uitkomsten zijn
uiterlijk per 1 januari 2027 in werking te laten treden.
met een ambtelijke klankbordgroep voor het verkrijgen
andere omgevingsdiensten. Bovendien is in de pilot voor
van belang voor alle omgevingsdiensten in Nederland.
Welke gevolgen dit precies zal hebben voor de uitvoering
van een gedragen koers. Zo is er bij de gemeenten, naast
bemonstering en analyse van afvalwaterstromen van de
In 2026 volgt een landelijke opschaling en verdere
van de asbesttaken door onze dienst, is op dit moment
de wens tot data uitwisseling in locaties, verbruik en
70 geselecteerde gemeentelijke bedrijven €70.000 nodig.
concretisering van de maatregelen.
nog niet bekend.
CO2-reductie, behoefte aan gebiedsgericht samenwerken,
Vanaf 2027 wordt verwacht dat omgevingsdiensten deze
Bouwtoezicht
acties vertalen naar hun regionale VTH-praktijk. Voor
Op het gebied van brandveiligheid zijn de controles op
onze organisatie kunnen de belangrijkste gevolgen zijn:
bestaande bouw momenteel beperkt in zowel frequentie
Gebaseerd op een landelijke denkrichting is voor
als diepgang, voornamelijk door de beschikbare Meer nadruk op gezondheidseffecten bij
de basistaken uitgegaan van risicogericht toezicht
capaciteit. Voor een robuuste omgevingsdienst is
vergunningverlening en toezicht.
o.b.v. CO2-uitstoot. De ODNL werkt deze denkrichting
het echter wenselijk om deze provinciale taken te
nader uit in een richtlijn. De doorrekening van
intensiveren, zowel door vaker te controleren als door de
dit risicogericht toezicht komt uit op 7,0 fte die
inhoudelijke beoordeling te verdiepen.
voor de gemeenten benodigd zijn. Gezien diverse
Energiebesparingsplicht
onzekerheden in wet- en regelgeving wordt voor 2027
en een gezonde leefomgeving.
uitbreiding van 1,5 fte (1,0 fte voor toezicht en 0,5 fte
Een plan van aanpak wordt uiterlijk in april 2026 in het algemeen bestuur geagendeerd.
Risicogericht toezicht – regionale planning In 2026 stellen de deelnemers in de ODZL naar verwachting het regionale uitvoerings- en
•
handhavingsbeleid vast. Samen met de regionale programmering, die is gebaseerd op de uitgevoerde risicoanalyse, vormt dit de basis voor een meer
•
onder meer door actieve openbaarmaking van
risicogerichte en regionale aanpak van het milieutoezicht
handhavingsbesluiten.
vanaf 2027. Hierdoor kunnen toezicht en handhaving beter worden afgestemd op de aard en het risicoprofiel van milieubelastende activiteiten. Het doel is een efficiëntere inzet van middelen en een grotere
Grotere transparantie richting omwonenden,
•
voorzichtigheidshalve uitgegaan van de huidige formatie
Intensivering van communicatie en dialoog tussen
als basistaak voor de omgevingsdiensten. Bedrijven met
van 5 fte (“ingroeimodel”). In de huidige gemeentelijke
overheid, industrie en omgeving.
een energiebesparingsplicht moeten daar eens in de vier
werkprogramma’s is een formatie van 1,45 fte verwerkt,
jaar over rapporteren. Grote energieverbruikers hebben
zodat voor 2027 sprake is van een toename met 3,55 fte.
Asbest
regelgeving.
Al geruime tijd wordt gesproken over een herziening van
De Actieagenda Industrie en Omwonenden vormt een landelijke beleidsreactie op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over industriële emissies en hun effecten op omwonenden. De agenda omvat dertien concrete acties die gericht zijn op het verbeteren van de balans tussen industriële bedrijvigheid
10
netwerken.
Het toezicht op de energiebesparingsplicht is aangemerkt
effectiviteit bij het bevorderen van naleving van de
Actieagenda Industrie en Omwonenden
slimme energie hubs en het versterken van elkaars
het asbeststelsel naar aanleiding van een gewijzigde Europese Richtlijn. Tot op heden heeft dit echter nog niet geleid tot nieuwe nationale wet- en regelgeving. De kern van de wijziging is dat bedrijven die asbest verwijderen voortaan een vergunning moeten bezitten. Het is inmiddels duidelijk dat het niet haalbaar is om op
een informatieplicht en zeer grote energieverbruikers hebben een onderzoeksplicht.
Inmiddels is bekend geworden dat de financiering SPUK-THE met een jaar wordt verlengd t/m 2027. Naar
Het rapport “Energiebesparingsplicht, 2008-2023”
verwachting is deze financiering van gelijke omvang als in
geeft een landelijk beeld van de situatie en bevat
voorgaande jaren (€ 390k). Vanaf 2028 worden de SPUK-
aanbevelingen aan de minister over de werking van de
middelen waarschijnlijk toegevoegd aan het gemeente-/
wetgeving en het toezicht. In 2025 zijn alle gemeenten
provinciefonds als Bijzondere Fonds Uitkering (BFU). De
in de regio bezocht voor een nadere kennismaking,
omvang hiervan is onbekend. De generieke 10% korting
het presenteren van verschillende scenario’s en het
op SPUK-middelen is hier niet van toepassing.
11
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
2.3 ADVIES EN ONDERZOEK
Stoffen (ZZS) via TD-GCMS (Thermal Desorption - Gas
TAKEN
Chromatography - Mass Spectrometry) verder verdiept in
Advies en Onderzoek richt zich op het toetsen,
samenwerking met andere omgevingsdiensten.
controleren, adviseren en uitvoeren van onderzoeken en metingen op het gebied van energie, geluid, lucht en
Om efficiëntie te vergroten hebben Seveso-
omgevingsveiligheid. Medewerkers binnen dit domein
diensten afgesproken regionaal samen te werken:
dragen daarnaast bij aan de ontwikkeling, uitvoering
emissiemetingen worden door de ODZL uitgevoerd,
en evaluatie van beleid op deze terreinen. Bij hun
terwijl immissiemetingen door andere diensten worden
werkzaamheden en producten houden zij rekening
opgepakt. Een business case moet duidelijk maken
met mogelijke innovaties en nieuwe inzichten, zodat de
wat dit betekent voor de toekomstige groei van de
kwaliteit en actualiteit van hun bijdrage gewaarborgd
organisatie.
blijft.
Circulaire economie De maatschappelijke opgave richt zich op het voorkomen
PRESTATIES
van afval, het verminderen van milieudruk in (productie)
In het onderstaande overzicht worden de prestatie-
ketens en de overgang naar een circulaire economie met
indicatoren van Advies en Onderzoek gepresenteerd
doelstellingen voor 2030 en 2050.
en is aangegeven op welke wijze wordt getoetst of deze indicatoren behaald zijn en hoe daarover wordt
Op basis van het circulaire in-company programma dat de
gecommuniceerd.
provincie Limburg samen met de ODZL in 2026 afrondt, zal de provincie aanvullend beleid ontwikkelen voor de circulaire economie. Daarbij moet duidelijk worden welke
Speerpunt
Prestatie indicator
Informatievoorziening/meten
extra taken structureel binnen de VTH(A)-taken worden
Kwaliteit
De adviezen bevatten heldere conclusies en
Tevredenheid opdrachtgever.
ondergebracht om de circulaire beleidscyclus en ambities
zijn transparant in de afwegingen.
te realiseren, bovenop de huidige verplichtingen uit het LAP3 (Landelijk afvalbeheerplan). Indien sprake is van
Tijdigheid
95% van de adviezen is voor de afgesproken
Voortgangsrapportages.
termijn aan de opdrachtgever verzonden.
nieuwe taken, zal dit leiden tot een aanvullende opdracht, inclusief uitbreiding van de benodigde formatie. Binnen het netwerk van overheden, branche- en
ONTWIKKELINGEN
richtinggevend zijn voor de aanpak in de komende
ondernemersverenigingen en onderwijsinstellingen werkt
Op het gebied van advies en onderzoek voorzien we de
jaren. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van slimme
de organisatie aan een herkenbaar product, waarmee
volgende ontwikkelingen die in 2027 invloed hebben op
sensoren die realtime inzicht geven in geluid, trillingen en
actief wordt bijgedragen aan een zero-waste samenleving
onze werkwijze en de taken die we uitvoeren:
licht.
en het hergebruik van grondstoffen.
Omgevingsplannen
Een enkele gemeente heeft aangegeven zelf metingen te
We adviseren gemeenten bij het opstellen van
willen uitvoeren. Voor de ODZL ligt de nadruk in dat geval
omgevingsplannen. Hiervoor ontwikkelen we voor 2027
op het analyseren van de meetgegevens, het opstellen
een uniforme regionale aanpak, waarvan de inhoud
van rapportages en het geven van deskundig advies.
en de kosten in 2026 duidelijk worden. Hoewel iedere gemeente hierin zijn eigen verantwoordelijkheid heeft, is het wenselijk een uniforme aanpak te hanteren bij alle gemeenten voor het handhaven van milieuregels op het gebied van luchtemissies, geluidsnormen, bodemkwaliteit en externe veiligheid. Immers de effecten bij overschrijding van een norm houden niet op bij de gemeentegrens. Zo waait lucht over, wordt geluid gedragen door de wind en loopt de bodem gewoon door!
Samenwerking luchtmeetdiensten Met de groeiende landelijke kennis over gezondheidseffecten van luchtverontreiniging wil de ODZL een centrale rol vervullen in het monitoren en adviseren over luchtkwaliteit, met speciale aandacht voor fijnstof, roet, ultrafijnstof, ozon en stikstofdioxide reductie. De dienst beschikt over ISO17025-geaccrediteerde
Geluidsmeting evenementen
meetstations voor fijnstof, zet een OGI/FLIR-camera
De vraag naar geluidsmetingen bij evenementen neemt
in voor lekkagecontroles en werkt aan accreditatie
merkbaar toe. In 2026 wordt een driejarige pilot van
voor ultrafijnstofmetingen in 2027. Daarnaast wordt
deze dienstverlening afgerond, waarvan de resultaten
de expertise in het analyseren van Zeer Zorgwekkende
12
13
BEGROTING 2027
3.
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
Mutatie begroting blijven we via VNG en IPO met het Rijk het gesprek voeren
Gewijzigde Begroting 2026
€
over meer budget dat nodig is.
Indexatie lonen (5,1 %)
€
1.107.962 1.
Indexatie materieel (2,2 %)
€
52.986 2.
Bedrijfsplan plustaken gemeenten (0,4 fte)
€
43.234 3.
omvangrijke structurele bezuinigingen niet opportuun.
ZZS gemeenten (1,1 fte)
€
118.892 4.
In 2024 heeft de ODZL wel een incidentele uitkering van
Indirecte lozingen gemeenten (1,5 fte + monsters)
€
229.655 5.
€ 3 miljoen gerealiseerd. Dit komt overeen met 15% van
Beheer inrichtingenbestand (1,4 fte)
€
151.317 6.
3.1 FINANCIËLE CONTEXT
onze begroting. In het licht van de eerder ontvangen
Kosten gedekt door overige inkomsten
€
131.494 7.
De komende jaren staat de ODZL voor een reeks
zienswijzen is dit op te vatten als drie jaar op rij een
Begroting 2027
€
ingrijpende ontwikkelingen die het werkveld
bezuiniging van 5%.
FINANCIEEL
fundamenteel zullen veranderen. Deze veranderingen
Gezien de landelijk gestelde ondergrens aan het omzetcriterium voor een robuuste omgevingsdienst, zijn
raken aan maatschappelijke, technologische,
3.2 TAAKVELDEN
economische en wettelijke thema’s, en vragen om een
Voor de gemeenschappelijke regeling is het Besluit
integrale en toekomstgerichte benadering. Hierdoor
Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
verwachten we voor 2027 een groei van de VTH(A)-
(BBV) van toepassing. Conform het BBV zijn wij verplicht
milieutaken.
24.099.203
25.934.743
inrichtingenbestand kan worden ingericht als een structurele, professionele en samenhangende plustaak. Daarbij wordt het beheer expliciet breder gedefinieerd dan alleen registratie, en omvat het onder meer data-analyse, archief- en dossieronderzoek, vrijeveldtoezicht, dossiervorming en overdracht naar reguliere
Toelichting 1.
Het beheer van het
De lonen zijn voor 2027 geïndexeerd met de
VTH-processen. Deze werkwijze sluit aan
Loonvoet sector overheid ad 5,1%
bij de ontwikkelrichting die ook bij andere
(bron: Septembercirculaire Gemeentefonds 2025).
omgevingsdiensten zichtbaar is, waarbij het inrichtingenbestand steeds meer fungeert als
De materiële kosten zijn voor 2027 geïndexeerd met
datagedreven en risicogericht sturingsinstrument.
de baten en lasten uit te splitsen in taakvelden.
de Materiële overheidsconsumptie ad 2,2%
Door het beheer centraal bij de ODZL te beleggen,
Aangezien wij voor zowel de provincie Limburg als voor
(bron: Septembercirculaire Gemeentefonds 2025).
ontstaat een robuust fundament onder toezicht,
We kunnen de impact van deze veranderingen op dit
de Zuid-Limburgse gemeenten werken, moeten wij hierbij
moment nog niet volledig inschatten. Daarom zijn
onze baten en lasten splitsen volgens de gemeentelijke
deze nu slechts in beperkte mate in de begroting
2.
handhaving en vergunningverlening en worden 3.
In 2025 heeft een inventarisatie plaats gevonden
gemeenten ontzorgd in een taak die in toenemende
indeling. Volgens deze gemeentelijke indeling werken
naar aanvullende taken die de deelnemers bij de
mate specialistisch en data-intensief van aard is.
2027 vertaald. Als we meer duidelijkheid hebben en
wij voor onze primaire taakuitvoering uitsluitend in
ODZL willen onderbrengen. Bij de gemeente Kerkrade
de ontwikkelingen kwantificeerbaar zijn, zullen we
één taakveld, namelijk het taakveld "Milieubeheer". Het
vindt deze inbreng reeds vanaf 2026 plaats, bij
Tot slot is van belang te benadrukken dat het beheer
deze verwerken met een begrotingswijziging 2027. De
taakveld “Overhead” is opgenomen in paragraaf 3.5.
enkele andere gemeenten vanaf 2027.
van het inrichtingenbestand door de ODZL alleen
ODZL blijft inzetten op automatisering, digitalisering en standaardisatie, wat de efficiëntie en kwaliteit verhoogt.
3.3 BEGROTINGSMUTATIES
Hierdoor kunnen nieuwe taken zoveel mogelijk binnen
De in hoofdstuk 2 beschreven ontwikkelingen kunnen
bestaande budgetten worden opgevangen. Waar dit niet
naar verwachting in 2027 deels worden opgevangen
realistisch is, lichten we dit toe in deze begroting, of via
binnen de bestaande formatie. Voor enkele onderdelen
een begrotingswijziging in 2027. We hebben hierbij oog
is echter een structurele uitbreiding noodzakelijk, zoals
voor de financiële druk bij onze deelnemers. Bovendien
daar nader toegelicht.
4.
efficiënt en effectief kan worden uitgevoerd indien
Zie toelichting in paragraaf 2.1 bij Zeer Zorgwekkende
deze taak voor het gehele werkgebied van de dienst
Stoffen (ZZS). 5.
wordt belegd. Een gefragmenteerde uitvoering per individuele gemeente doet afbreuk aan de gewenste
Zie toelichting in paragraaf 2.2 bij Toezicht op
eenduidigheid, schaalvoordelen en datakwaliteit,
indirecte lozingen. 6.
en beperkt de mogelijkheden voor datagedreven
Een actueel, volledig en betrouwbaar
en risicogericht werken. Regionale uitvoering door
inrichtingenbestand/MBA-bestand vormt een
de ODZL is daarmee een randvoorwaarde voor een
essentiële basis voor een effectieve uitvoering van
doelmatige inzet van capaciteit en middelen en voor
vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH).
het realiseren van een actueel, betrouwbaar en
Voor de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL) geldt
integraal inrichtingenbestand.
daarbij aanvullend dat het inrichtingenbestand een cruciale rol speelt in de financieringssystematiek. In
Op basis van de uitgewerkte scope en
de huidige situatie worden inrichtingenbestanden
uitgangspunten wordt de structurele inzet geraamd
grotendeels decentraal beheerd door gemeenten,
op circa 1,4 fte. Dit komt overeen met ongeveer
waardoor een eenduidig, actueel en integraal
1.850 uur per jaar, bestaande uit vrijeveldtoezicht,
overzicht ontbreekt.
opvolging, data-analyse en databewerking. De kosten worden toegerekend als plustaak en verdeeld over
Uit landelijke benchmarkcijfers en een recent
de deelnemers op basis van de omvang van het
uitgevoerde pilot met vrije veld toezicht binnen
pakketdeel, aangezien deze direct samenhangt
het werkgebied van de ODZL volgt dat een groot
met de omvang van het inrichtingenbestand. Het
aantal milieurelevante bedrijven niet is geregistreerd
voorstel wordt ter besluitvorming voorgelegd aan
en geen onderdeel uitmaakt van de reguliere
de vergadering van het algemeen bestuur van 1 april
toezichtprogrammering, hetgeen risico’s oplevert
2026.
voor de effectiviteit van het toezicht en de naleving van milieuregels, en dus voor het milieu.
7.
Een deel van de personele en materiële kosten wordt gedekt door hogere inkomsten (doorbelasting kapitaallasten/materialen en subsidiebaten).
14
15
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
3.4 BEGROTING 2027 EN MEERJARENRAMING 2028-2030
3.5 OVERHEAD
REALISATIE
GEW. BEGROTING
BEGROTING
REALISATIE
GEW. BEGROTING
BEGROTING
2025
2026
2027
2025
2026
2027
CONCEPT (1) SALARISKOSTEN EN INHUUR PERSONEEL
CONCEPT
€ 15.480.156
€ 19.196.394
€ 20.648.508
SALARISKOSTEN EN INHUUR PERSONEEL (OVERHEAD)
€ 2.963.361
€ 3.844.551
€ 4.599.915
(2) OVERIGE PERSONELE KOSTEN
€ 231.390
€ 958.892
€ 1.009.455
OVERIGE KOSTEN (2+3+6+7)
€ 3.416.689
€ 4.398.809
€ 4.748.235
(3) PERSONELE DIENSTEN DERDEN
€ 1.510.173
€ 1.569.450
€ 1.685.000
TOTAAL OVERHEAD
€ 6.380.050
€ 8.243.360
€ 9.348.150
€ 116.154
€ 224.000
€ 258.000
% van TOTALE LASTEN
33%
34%
36%
(4) KAPITAALLASTEN (5) VERBRUIKSKOSTEN EN ONDERHOUDSKOSTEN MATERIEEL
€ 156.971
€ 280.000
€ 280.000
(6) OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN
€ 1.311.315
€ 1.637.000
€ 1.797.000
RAMING
RAMING
RAMING
(7) ONVOORZIEN
€0
€ 233.467
€ 256.780
2028
2029
2030
TOTALE LASTEN
€ 19.169.970
€ 24.099.203
€ 25.934.743 € 4.793.112
€ 4.982.468
€ 5.178.464
(8) WERKPROGRAMMA'S
€ 19.005.676
€ 22.877.048
€ 24.581.094
OVERIGE KOSTEN (2+3+6+7)
€ 4.911.254
€ 5.091.331
€ 5.278.571
€ 50.039
€ 390.000
€ 390.000
TOTAAL OVERHEAD
€ 9.704.366
€ 10.073.799
€ 10.457.035
€ 1.372.819
€ 832.155
€ 963.649
% van TOTALE LASTEN
36%
36%
36%
€ 20.428.535
€ 24.099.203
€ 25.934.743
€ 1.258.565
€0
€0
SALARISKOSTEN EN INHUUR PERSONEEL (OVERHEAD) (9) SUBSIDIE ENERGIEBESPARINGSPLICHT (10) OVERIGE INKOMSTEN TOTALE BATEN EXPLOITATIESALDO
Als directe kosten gelden de salaris- en inhuurkosten van het uitvoerend personeel en de kosten die direct gerelateerd zijn aan het primaire proces, zijnde de posten (4) kapitaallasten en (5) verbruiks- en onderhoudskosten. Alle overige kosten worden tot de overhead gerekend.
RAMING
RAMING
RAMING
2028
2029
2030
3.6 TOELICHTING BEGROTING LASTEN
(1) Salariskosten en inhuur personeel
(1) SALARISKOSTEN EN INHUUR PERSONEEL
€ 21.515.745
€ 22.483.954
€ 23.495.732
(2) OVERIGE PERSONELE KOSTEN
€ 1.051.852
€ 1.099.186
€ 1.148.649
(3) PERSONELE DIENSTEN DERDEN
€ 1.755.770
€ 1.834.780
€ 1.917.345
(4) KAPITAALLASTEN
€ 263.676
€ 269.741
€ 275.945
met vast personeel, maar er wordt gewerkt met een
(5) VERBRUIKSKOSTEN EN ONDERHOUDSKOSTEN MATERIEEL
€ 286.160
€ 292.742
€ 299.475
flexibele schil om pieken en dalen op te vangen. Door de
(6) OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN
€ 1.836.534
€ 1.878.774
€ 1.921.986
krapte op de arbeidsmarkt is het bovendien niet altijd
(7) ONVOORZIEN
€ 267.097
€ 278.592
€ 290.591
mogelijk om vaste krachten aan te trekken, waardoor
TOTALE LASTEN
€ 26.976.835
€ 28.137.767
€ 29.349.722
inhuur noodzakelijk blijft. Uit de subsidie Maatwerk
De personeelskosten zijn in 2027 gebaseerd op een formatieomvang van de ODZL van 187,0 fte, waarvan 149,7 fte direct. Deze formatie wordt niet volledig ingevuld
Verduurzaming Chemelot worden 3 fte gedekt, zie bij post (8) WERKPROGRAMMA'S (9) SUBSIDIE ENERGIEBESPARINGSPLICHT (10) OVERIGE INKOMSTEN TOTALE BATEN
(10) Overige inkomsten.
De Omgevingsdienst Zuid-Limburg is geen vennootschapsbelasting verschuldigd. In de begroting
De invulling van het innovatie- en ontwikkelbudget zal nog nader worden geconcretiseerd.
(4) Kapitaallasten en (5) Verbruikskosten en onderhoudskosten materieel De provincie stelt een specifiek materieel budget beschikbaar voor de uitvoering van de provinciale taken op het gebied van lucht en geluid. Het gaat daarbij om de exploitatie- en afschrijvingskosten van de specifiek voor de provincie bestemde voertuigen en meetinstrumenten. Hetzelfde geldt voor de huisvesting op locatie Sittard die voor deze taken is bestemd. Betreffende kosten worden
€ 26.001.350
€ 27.149.636
€ 28.348.654
€0
€0
€0
(2) Overige personele kosten
bij post (10) Overige inkomsten, zodat er geen financiële
€ 975.485
€ 988.131
€ 1.001.068
Grotendeels betreft dit opleidingskosten
gevolgen zijn voor de overige deelnemers.
€ 26.976.835
€ 28.137.767
€ 29.349.722
(voorgeschreven op 3% van salaris/inhuurkosten). Daarnaast worden hier onder andere algemene
EXPLOITATIESALDO
communicatie en kwaliteitssystemen onder verantwoord.
€0
€0
€0
personeelskosten, reiskosten en ARBO-kosten geboekt.
in zijn geheel in rekening gebracht aan de provincie, zie
(6) Overige bedrijfskosten Dit betreft grotendeels kosten van de huur- en ICT-
(3) Personele diensten derden
dienstverleningsovereenkomst die met de provincie
Voor een nadere toelichting op de posten wordt
Dit heeft met name betrekking op kosten die
Limburg is afgesloten (zie paragraaf 5.3).
verwezen naar paragraaf 3.6
voortvloeien uit de dienstverleningsovereenkomst
en meerjarenraming zijn geen toevoegingen of
die met de provincie Limburg is afgesloten voor
Verder betreft dit kosten voor ICT-licenties, wagenpark,
onttrekkingen aan de reserves voorzien.
ondersteunende diensten (zie paragraaf 5.3).
lidmaatschap van de Omgevingsdienst Nederland, verzekeringen, porto/drukwerk en vakliteratuur.
Verder worden hier kosten van advies- en onderzoeksopdrachten (incl. voorgeschreven 1% innovatie- en ontwikkelbudget), accountant,
16
(7) Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt 1% van de totale begroting.
17
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
BATEN
(9) Subsidie Energiebesparingsplicht
3.7 GEPROGNOSTICEERDE BALANS
(8) Werkprogramma’s
De regeling SPUK THE (Specifieke Uitkering Toezicht en
De inkomsten van de ODZL bestaan nagenoeg volledig uit
Handhaving Energiebesparingsplicht) is met een jaar
bijdragen van de deelnemers in de gemeenschappelijke
verlengd en wordt tot en met 2027 als subsidie aan de
Verslag
Raming
Begroting
Raming
Raming
Raming
regeling. Deze bijdragen zijn gebaseerd op het
ODZL toegekend. Vanaf 2028 worden deze middelen
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
31-12-2030
afgesproken werkprogramma per deelnemer, waarin voor
naar verwachting toegevoegd aan het Provinciefonds/
elk product uit de productencatalogus het aantal uren en
Gemeentefonds. Daarom zijn deze middelen vanaf 2028
tarief zijn vermeld.
niet meer in de begroting van de ODZL opgenomen.
De tarieven zijn bepaald door de totaal door de
(10) Overige inkomsten
werkprogramma’s te dekken kosten te delen door de
Dit betreft grotendeels de doorbelasting aan de provincie
productieve uren van de uitvoerende functies. Er is
Limburg voor het materieel budget voor de uitvoering
uitgegaan van 1.350 productieve uren per fte. Het is de intentie om de financieringssystematiek vanaf 2027 te wijzigen, zie verder paragraaf 6.3.
Vaste activa Materiële vaste activa
€
225.849 €
225.849 €
266.149 €
266.149 €
266.149 €
266.149
Totaal vaste activa
€
225.849 €
225.849 €
266.149 €
266.149 €
266.149 €
266.149
van de provinciale taken. Daarnaast staat onder de
Vlottende activa
overige inkomsten de subsidie Maatwerk Verduurzaming
Vorderingen op openbare lichamen €
848.322 €
848.322 €
848.322 €
848.322 €
848.322 €
848.322
Chemelot ter dekking van bijbehorende personele
Overlopende activa
€
759.705 €
759.705 €
759.705 €
759.705 €
759.705 €
759.705
lasten, zie post (1). Deze subsidie is beschikbaar t/m
Uitzettingen in 's Rijks schatkist
€
4.037.241 €
2.611.783 €
2.471.483 €
2.398.385 €
2.398.385 €
2.398.385
Banksaldi
€
99.769 €
99.769 €
99.769 €
99.769 €
99.769 €
99.769
Totaal vlottende activa
€
5.745.037 €
4.319.579 €
4.179.279 €
4.106.181 €
4.106.181 €
4.106.181
Totaal activa
€ 5.970.886 € 4.545.428 € 4.445.428 € 4.372.330 € 4.372.330 € 4.372.330
2030. Tot slot is hier een beperkt bedrag aan rentebaten Onderdeel van de wijziging is dat de dekking van
Activa
opgenomen.
bedrijfsvoeringskosten (overhead) als een vaste bijdrage per deelnemer wordt berekend in plaats van als opslag in
Specialistische adviezen buiten het werkprogramma zijn
uurtarief.
niet begroot, maar worden achteraf gefactureerd en op
Liquide middelen
deze post verantwoord. De uurtarieven zijn als volgt (afgerond op hele Euro’s):
EXPLOITATIESALDO 2026
De begroting is kostendekkend (exploitatiesaldo
Passiva
2027 (excl.
2026
overhead)
gewijzigd
zeer complex
€ 89
€ 142
€ 140
complex
€ 77
€ 124
€ 123
gemiddeld
€ 71
€ 113
€ 111
Bestemmingsreserve ICT
eenvoudig
€ 63
€ 101
€ 99
Onverdeeld resultaat Totaal vaste passiva
€ 2.580.437 €
nihil) doordat deze in de werkprogramma’s wordt doorberekend aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling.
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve
€
948.774 €
981.881 €
981.881 €
981.881 €
981.881 €
981.881
€
373.098 €
173.098 €
73.098 €
- €
- €
-
€
1.258.565 €
- €
- €
- €
- €
-
1.154.979 € 1.054.979 €
981.881 €
981.881 €
981.881
- €
- €
-
Vlottende passiva Schulden aan openbare lichamen
€
Overige schulden
€ 1.569.480 € 1.569.480 € 1.569.480 € 1.569.480 € 1.569.480 € 1.569.480
- €
- €
- €
Overlopende passiva
€ 1.820.969 € 1.820.969 € 1.820.969 € 1.820.969 € 1.820.969 € 1.820.969
Totaal vlottende passiva
€ 3.390.449 € 3.390.449 € 3.390.449 € 3.390.449 € 3.390.449 € 3.390.449
Totaal passiva
€ 5.970.886 € 4.545.428 € 4.445.428 € 4.372.330 € 4.372.330 € 4.372.330
3.8 INVESTERINGSBEGROTING 2027
18
GCMS TD 2
€ 206.700
2 Ozon + NOx monitor
€ 42.000
Geluidsmeter (mobiel) monitoringssysteem
€ 20.000
Trillingsmeetsysteem (meerdere opnemers)
€ 12.500
HPLC meetsysteem
€ 50.000
Totaal
€ 331.200
19
BEGROTING 2027
4.
VERPLICHTE PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven dat in de Programmabegroting ten minste de navolgende paragrafen opgenomen moeten zijn: 1. 2.
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
Begripsomschrijving Het weerstandsvermogen is de relatie tussen enerzijds de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen (weerstandscapaciteit) en anderzijds de risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie (BBV, artikel 11.1). Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico's die de ODZL loopt.
4. 5.
Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering
6.
Verbonden partijen
7.
Grondbeleid.
De solvabiliteitsratio neemt in 2026 aanzienlijk af van
Hiertoe worden strategische (specifieke) risico’s van
43% naar 25%. De oorzaak hiervan is met name de
reguliere (algemene) risico’s onderscheiden. Reguliere
uitkering van het onverdeeld resultaat en de inzet van
Inventarisatie en beleid inzake risico’s en weerstandsvermogen
risico's doen zich regelmatig voor en zijn over het
bestemmingsreserves. In de jaren daarna is sprake van
Het beleid inzake risico's en weerstandsvermogen
algemeen goed meet- en beheersbaar. Voorbeelden
een beperkte geleidelijke afname tot 22%.
van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van
is vastgesteld door het algemeen bestuur. Het weerstandsvermogen1 (algemene reserve) komt voor 2025 uit op 4,6% van de omzet. In artikel 31.6 van de gemeenschappelijke regeling is het weerstandsvermogen
3.
is de risico-inventarisatie van eind 2025 opgenomen.
verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het
4.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
creëren van bestemmingsreserves en het inrichten van de
Niet van toepassing.
administratieve organisatie en interne controle.
bepaald op maximaal 10% van de jaaromzet. Voor
Kenmerkend aan strategische risico's is dat er sprake is
zover het batig saldo van enig jaar zou leiden tot
van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico's.
een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de
Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein,
jaaromzet, wordt het saldo boven de 10% gerestitueerd,
terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn.
instemt met een doelreservering van het batig saldo voor
Zowel kans als impact zijn echter moeilijk exact te
het openbaar lichaam. Het algemeen bestuur stelt een
kwantificeren. Dergelijke risico's kunnen samenhangen
voorstel van de deelnemers hieromtrent vast.
met rijksbrede bezuinigingen, onvoorziene
kapitaalgoederen”, (6) "verbonden partijen" en (7)
Gemiddeld profiel
Benodigde omvang weerstandsvermogen <10% van de jaaromzet
niet wordt gefinancierd door heffingen, niet over
weerstandscapaciteit te bezitten om tegenvallers te Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het algemeen bestuur een plan
De overige paragrafen zijn hieronder nader toegelicht.
vast dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het
4.1 LOKALE HEFFINGEN
tevens of en zo ja, tot welk bedrag de deelnemers zullen
4.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de organisatie indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een exact sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid ook direct onder druk. Daarom heeft de dienst op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig.
nadelig exploitatiesaldo. Het algemeen bestuur bepaalt bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden en provinciale staten gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen (artikel 31.7 van de gemeenschappelijke regeling ODZL). Wanneer het algemeen bestuur een besluit heeft genomen
1
instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. In het Treasurystatuut zijn het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd en geconcretiseerd naar de verschillende deelgebieden van treasury, risicobeheer, financiering en kasbeheer. Ook zijn de organisatorische randvoorwaarden weergegeven. Tot slot zijn in het statuut de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie
kunnen opvangen.
die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te houden.
Kengetallen met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen
De BBV-kengetallen zijn geënt op begroting en
De treasuryfunctie is gebaseerd op de Wet Financiering
verantwoording van gemeenten en provincies en
Decentrale Overheden (Wet FIDO). Een belangrijk element
verplicht (maar beperkt toepasbaar) voor de dienst.
daarbij is het meer zicht krijgen op de ontwikkeling
Aangezien onze dienst geen bancaire schuld heeft (en
van de financieringspositie, zowel op de korte als lange
deze ook niet voorzien is in de komende jaren), er geen sprake is van structurele exploitatieruimte en structurele mutaties in reserves, grondexploitatie niet aan de orde is en geen belastingen heft, zijn betreffende kengetallen niet van toepassing.
omtrent het bijdragen door de deelnemers in het nadelig
Voor de ODZL is het enige relevante verplichte kengetal
exploitatiesaldo, wordt het nadelige exploitatiesaldo
de solvabiliteitsratio. Deze wordt berekend door het
gedragen op basis van ieders afname (=omzet) in het jaar
Eigen Vermogen te delen door het Totaal Vermogen
waarop de jaarrekening betrekking heeft (artikel 31.8 van
(balanstotaal).
termijn. Dit betreft dan met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen.
de gemeenschappelijke regeling ODZL). Een inventarisatie van risico's wordt jaarlijks uitgevoerd. Deze inventarisatie wordt uitgevoerd tezamen met een afvaardiging van onze deelnemers. In de bijlage
20
de Provinciewet is voorgeschreven, een belangrijk
voordoen van een niet afgedekt strategisch risico ingrijpende wijzigingen moet doorvoeren, dient de ODZL
Niet van toepassing.
artikel 212 van de Gemeentewet en artikel 216 van
in de vraag. Om te voorkomen dat de dienst bij het
"grondbeleid" zijn niet van toepassing, omdat de dienst
“bedrijfsvoering” is toegelicht in het volgende hoofdstuk.
samenhang met de financiële verordening die in
kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen Risicoprofiel
partijen en geen gronden in bezit heeft. De paragraaf (5)
De financieringsparagraaf in de begroting is, in
tenzij een meerderheid van de deelnemers gemotiveerd
De paragrafen (1) "lokale heffingen", (3) “onderhoud
kapitaalgoederen beschikt, niet participeert in verbonden
4.4 FINANCIERING
Waar in de gemeenschappelijke regeling ODZL wordt gesproken van weerstandsvermogen, wordt feitelijk bedoeld weerstandscapaciteit cf. BBV.
Solvabiliteitsratio
Verslag
Raming
Begroting
Raming
Raming
Raming
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
31-12-2030
43%
25%
24%
22%
22%
22%
21
BEGROTING 2027
OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG
Risicobeheer financieringsportefeuille
Kasbeheer
De algemene uitgangspunten met betrekking tot het
Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te
risicobeheer luiden als volgt:
beperken wordt het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd binnen één bank. Voor het
De dienst beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door
saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de
haar treasuryactiviteiten te baseren op een adequate/
volgende specifieke richtlijnen:
actuele liquiditeitsplanning. •
Streven naar concentratie van de liquiditeiten binnen
Het dagelijks bestuur neemt bij het aantrekken van
één rentecompensatiecircuit bij de bank met de
financieringen de volgende uitgangspunten in acht:
gunstigste condities;
•
Financieringen worden enkel aangetrokken ten
•
behoeve van de uitoefening van de publieke taak. •
looptijd van maximaal 1 jaar worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd. Hierbij wordt
Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel
bij schriftelijke offertes het vier-ogen-principe
mogelijk beperkt door primair de beschikbare liquide middelen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.
Renterisicobeheer De algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: •
•
courant.
regelingen beheerd;
Zie toelichting in het volgende hoofdstuk.
De renterisiconorm wordt niet overschreden
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd liquiditeitenplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de
bedrijf regio Zuid’. Naast een nieuwe deelname aan deze
Bij de ontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst staan drie doelen centraal: het vergroten van de effectiviteit, het versterken van de organisatiecultuur en het bevorderen van de persoonlijke en professionele groei van medewerkers. HR ondersteunt dit proces door open communicatie en feedback te stimuleren en
onderstaande thema’s van belang.
kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening
4.6 VERBONDEN PARTIJEN Niet van toepassing.
4.7 GRONDBELEID Niet van toepassing.
nieuwe ideeën kunnen aandragen. In dit kader zijn de
DUURZAAM HR-BELEID Een duurzaam HR-beleid richt zich op een gezonde werkomgeving, het ondersteunen van de werkprivébalans en de ontwikkeling van medewerkers,
jaarlijkse verkiezing blijven we ons inzetten om een aantrekkelijke werkgever te zijn voor zowel huidige als nieuwe medewerkers. Daarbij wordt een interessant takenpakket aangeboden binnen functies die bijdragen aan het milieu, en worden arbeidsvoorwaarden waar nodig aangepast. Een recente benchmark van het loongebouw liet zien dat de functies vergelijkbaar zijn ingeschaald met die van andere gemeentelijke organisaties en omgevingsdiensten. In aanvulling op diverse secundaire arbeidsvoorwaarden worden meerdere (team)activiteiten georganiseerd met als doel de medewerkersbetrokkenheid te verhogen.
GEZONDHEID EN WELZIJN
hierbij zijn duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. Deze
Goede arbeidsomstandigheden zijn essentieel om
thema’s zijn ook opgenomen als speerpunten in de Cao
medewerkers gezond en duurzaam inzetbaar te houden.
Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties 2025–2027,
Het ziekteverzuim binnen de organisatie is met circa 3%
waarvoor iedere organisatie beleid moet opstellen. De
relatief laag. Door blijvend aandacht te geven aan welzijn
ODZL geeft hieraan invulling via de notitie ‘duurzame
en waar nodig passende instrumenten in te zetten, zoals
inzetbaarheid’ en de beschikbare instrumenten.
een Risico Inventarisatie & Evaluatie en onderzoeken
Medewerkers worden gestimuleerd aandacht te
naar werkdruk en medewerkerstevredenheid, kan de
besteden aan hun loopbaan, vitaliteit en vakmanschap,
productiviteit hoog blijven en het verzuim beperkt.
en dit actief te bespreken met hun leidinggevende.
OPLEIDING EN ONTWIKKELING
WERVINGS- EN RETENTIEBELEID Het aantrekken en behouden van gekwalificeerd
Het is van belang dat de organisatie blijvend voldoet
personeel, met name in technische en specialistische
aan de Kwaliteitscriteria 3.0, mede gezien eisen aan een
functies, blijft de komende jaren een uitdaging.
robuuste omgevingsdienst. Daarom wordt gestimuleerd
Het Strategisch personeelsplan geeft inzicht in de
dat medewerkers zich blijven ontwikkelen, hun kennis
toekomstige personeelsbehoefte en het moment waarop
actueel houden en snel inspelen op veranderende
ervaren medewerkers met pensioen gaan. Om vacatures
milieuwetgeving via opleidingen.
te vervullen is het noodzakelijk nieuwe doelgroepen aan
De functie van elke VTH-medewerker is inmiddels gekoppeld aan één van de vijf ontwikkelde competentierollen onder de Omgevingswet en in het kader van de Kwaliteitscriteria 3.0. Er zal dan ook steeds meer aandacht zijn voor de competenties behorend bij de rolprofielen van vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch- en specialistisch adviseur. Deze competenties worden besproken in de jaarlijkse gesprekkencyclus, waarbij eventuele tekortkomingen met gerichte training worden aangepakt. Voor nieuwe medewerkers blijven de organisatiebrede
22
werkgever van Limburg in de categorie ‘middelgroot
zowel professioneel als persoonlijk. Kernbegrippen
betreffende lening/uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
ARBEIDSVOORWAARDEN EN BELONING
5.1 PERSONEEL- EN ORGANISATIEBELEID
De toegestane korte termijn financieringsinstrumenten zijn callgeld,
opleidingsprogramma.
In 2025 won de ODZL de verkiezing van aantrekkelijkste
toegepast;
4.5 BEDRIJFSVOERING
op de bestaande financiële positie, rentevisie en de
•
•
en ‘omgevingsbewustzijn’ onderdeel van het
BEDRIJFSVOERING
een veilige omgeving te creëren waarin medewerkers
De kasgeldlimiet wordt volgens de ministeriële
conform ministeriële regelingen; •
Bij het aantrekken van liquiditeiten met een
5.
trainingen ‘verbinden’, ‘politiek-bestuurlijke sensitiviteit’
te spreken, zoals jonge afgestudeerden, herintreders, trainees en carrière-switchers. Daarnaast komt er meer nadruk op kennisoverdracht en het bieden van kansen voor persoonlijke groei.
5.2 INFORMATIEMANAGEMENT Binnen het VTH-domein groeit de beweging naar informatiegestuurd werken. Organisaties en medewerkers moeten steeds meer databedreven worden. Voor de informatiehuishouding en processen betekent dit dat de in 2025 vastgestelde business intelligence