CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Nota van zienswijzen ontwerp omgevingsvisie Kerkrade 2050_versie 30sept2025

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit vaststelling "Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade. 't sjunste óp de welt"19.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Reactie gemeente Er bestaan verschillende omschrijvingen van de term “Natuurinclusieve landbouw“. De meeste gangbare omschrijving is “een vorm van duurzame landbouw die optimaal gebruik maakt van de natuurlijke omgeving en deze integreert in de agrarische bedrijfsvoering (Erisman, 2017)”. Van belang daarbij is dat de landbouw ten dienste staat voor natuur, landschap, water en bodem en niet voor de (maximale) productie van gewassen en veeteelt. De gemeente zal agrariërs stimuleren om te transformeren naar een duurzame landbouw die het beste past in de gemeente Kerkrade. De afweging en verantwoordelijkheid ligt echter bij de individuele agrarische ondernemer zelf om de bedrijfsvoering (op termijn) hierop aan te passen. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingseffectrapportage. Pagina 41 “In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de biodiversiteit landelijk en Europees gezien onder druk staat. Ook geeft de gemeente aan nog geen gemeentelijk groen/natuurbeleid te hebben. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Richting de toekomst verwacht de gemeente een verslechtering, door toename van verharding en uitputting van de bodem door intensief landbouwgebruik. Ook is aangegeven dat groenen natuurgebieden steeds meer onder druk komen te staan door klimaatverandering en verminderde budgetten voor het onderhoud van de openbare ruimte.

Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie negatief (-)”. Reactie: dat de bodem door intensief landbouw gebruik wordt uitgeput is een foute aanname. Wij willen juist zorgen voor een gezonde bodem. Een goed bodembeheer is van groot belang om te zorgen dat de producten die geteeld worden van goede kwaliteit en kwantiteit zijn. Hier halen wij namelijk ons inkomen uit! Het uitputten van de bodem spreekt dit tegen.

43

Reactie gemeente Bij reguliere productielandbouw ligt uitputting van de bodem eerder voor de hand dan bij de meer extensieve en natuurvriendelijke vormen van landbouw. Bewerking van gronden met grote landbouwmachines, het bemesten van gronden en het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen zorgt ervoor dat het bodemleven onder druk komt te staan. In de Omgevingseffectrapportage (onderdeel Foto voor de Leefomgeving) is ook aangegeven dat de (grond)waterkwaliteit in de gemeente Kerkrade sterk wordt beïnvloed door de aanwezige landbouwgronden, onder meer in het dal van de Anselderbeek (onderdeel van het stroomgebied van de Roer). Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingseffectrapportage. Pagina 44 “De maatregel om in te zetten op natuurinclusief agrarisch beheer heeft ook een positief effect op de waterkwaliteit omdat daarmee voorkomen wordt dat nutriënten en middelen vanuit de landbouwgronden in het (grond)water terecht komen”. Reactie: het is een misvatting dat door natuurinclusieve landbouw of beheer de uitspoeling van nutriënten tot 0 gereduceerd kan worden. De veelal aanwezige nutriënten in de bodem zullen desondanks door nalevering toch nog uitspoelen. Het moment van bemesting (timing en management) speelt een grotere rol in het al dan niet uitspoelen van nutriënten en hierover zijn door de Rijksoverheid reeds regels gesteld.

Reactie gemeente Het klopt dat ook bij natuurinclusieve landbouw uitspoeling blijft voorkomen. De mate van uit- en afspoeling van landbouwgronden hangt namelijk ook af van de neerslagintensiteit. Bij zware buien of langdurige neerslag zal er uiten afspoeling blijven optreden. Echter met natuurinclusieve landbouw zal de nutriëntenuitspoeling veel minder zijn ten opzichte van reguliere landbouw door minder mestgebruik. Andere methoden, zoals het verbouwen van groenbemesters en het stimuleren van een gezonde bodembiologie, vangen nutriënten actief op of houden ze (langer) vast in de bodem, waardoor ze minder uitspoelen. Dit draagt bij aan een schonere waterkwaliteit en een gezonder bodemleven. Deze reactie leidt tot een aanpassing van het OER op pagina 44. “De maatregel om in te zetten op natuurinclusief agrarisch beheer heeft ook een positief effect op de waterkwaliteit omdat daarmee voorkomen wordt dat nutriënten en middelen vanuit de landbouwgronden in het (grond)water terecht komen.” Het woord “voorkomen” wordt, gewijzigd in “verminderd”. Pag. 55 In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat geurhinder in de gemeente beperkt is, er zijn slechts sporadisch meldingen van geuroverlast als gevolg van (huishoudelijk) afval, mesthopen of houtstook.

Er zal naar verwachting ook geen verslechtering in de toekomstige autonome situatie plaatsvinden, omdat de agrarische sector niet zal groeien. Reactie: De aanname dat de agrarische sector niet zal groeien wekt de indruk dat er voor de aanwezige agrariërs geen ontwikkelmogelijkheden meer zijn. Het is van essentieel belang dat wij bestaansrecht en ontwikkelruimte behouden. Reactie gemeente In de Omgevingseffectrapportage is de huidige en toekomstige situatie van onder meer landbouw beschreven. Het areaal aan landbouwgrond is beperkt en de bestaande landbouwbedrijven in Kerkrade hebben ook eigen grond en pachtgrond buiten de gemeente. Rekening houdend met allerlei ontwikkelingen, bescherming van natuur en landschapsbelangen en de aanwezigheid in het stedelijk gebied is de verwachting dat de ontwikkelruimte naar de toekomst beperkt zal blijven. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingseffectrapportage. Conclusie Ik verzoek u dringend om bovenstaande punten mee te nemen bij de vaststelling van de definitieve Omgevingsvisie Kerkrade 2050 tevens is het verzoek om met ons voor vaststelling van de Omgevingsvisie Kerkrade 2050 de omgevingsdialoog aan te gaan. Reactie gemeente 44

Voorgaande deelreacties zijn beantwoord en leiden op enkele onderdelen tot aanpassing van de tekst in de Omgevingsvisie en in de Omgevingseffectrapportage. Voor het opstellen van de Omgevingsvisie heeft de gemeente twee agrarische bedrijven in mei 2023 afzonderlijk bezocht. Er is overleg gevoerd met de agrariërs, waar ze nu mee te maken hebben, hoe zij hun toekomst zien en welke bijdrage zij kunnen leveren aan het landschappelijk raamwerk (buitengebied) in Kerkrade. Het verslag van dit overleg is ook naar reclamant gestuurd. Verder zijn stakeholderbijeenkomsten gehouden op 4 juli 2023 en 12 december 2024 en is het concept ontwerp Omgevingsvisie vooraf naar de ketenpartners gestuurd, waaronder naar de LLTB. In het participatieverslag van de Omgevingsvisie Kerkrade zijn belangrijkste punten die zijn ingebracht aangegeven. Er is een intensief participatietraject gevolgd voor het opstellen van de Omgevingsvisie waarmee de omgevingsdialoog al heeft plaatsgevonden. De ontvangen zienswijzen, waaronder van reclamant, worden behandeld in de zienwijzennota dat onderdeel zal uitmaken van de besluitvorming voor de vaststelling van de Omgevingsvisie. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

Reactie gemeente Het standpunt van de gemeente is hierboven per reactie weergegeven, de reactie leidt tot de volgende aanpassingen: Aanpassingen Omgevingsvisie - Op basis van de zienswijzen van de LLTB en agrarische bedrijven zijn de teksten m.b.t. landbouw herschreven op pagina 44 ‘Ondersteunen van de ecologische basis’ en pagina 67 ‘Overig buitengebied en landbouw’. Aanpassingen OER Aanpassing OER: “De maatregel om in te zetten op natuurinclusief agrarisch beheer heeft ook een positief effect op de waterkwaliteit omdat daarmee voorkomen wordt dat nutriënten en middelen vanuit de landbouwgronden in het (grond)water terecht komen.” Het woord “voorkomen” wordt, gewijzigd in “verminderd” (pagina 44).

45

15. Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie mer heeft op verzoek van de gemeente Kerkrade een onafhankelijk advies uitgebracht over de ontwerp-omgevingseffectrapportage (OER) van de gemeente Kerkrade. De Commissie waardeert de brede aanpak van de gemeente. Zo zijn naast ambities op gebied van wonen en werken ook ambities uitgewerkt voor klimaat, groen en sociaal-economische aspecten. De gemeente heeft veel relevante kennis en deskundigheid in huis over de fysieke leefomgeving. Die kennis is goed benut in het OER. Ook heeft de gemeente een zorgvuldig participatietraject doorlopen dat is gebruikt bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie. Voor het volledige advies wordt verwezen naar de website van de commissie: https://www.commissiemer.nl/adviezen/3937 Hieronder volgt het advies in hoofdlijnen en de reactie van de gemeente daarop: Wat is het advies van de commissie? De Commissie constateert dat de ruimtelijke, sociale en economische opgaven van de gemeente groot zijn. Met de omgevingsvisie en het bijbehorende OER worden de eerste stappen gezet om deze opgaven aan te pakken. De Commissie complimenteert de gemeente met het doorlopen participatietraject, dat vertrouwen geeft in het proces tot nu toe en voor het vervolg.

De Commissie waardeert dat de gemeente de eigen kennis en beschikbare informatie heeft gebruikt om in de Foto van de Leefomgeving een (veelal) kwalitatief oordeel te geven over de staat van de leefomgeving. Het OER sluit qua structuur goed aan op de Foto en op de omgevingsvisie. Thema’s en randvoorwaarden zijn herkenbaar in alle drie de documenten. Ook de opbouw met verhaallijnen en randvoorwaarden en conclusies in het OER zijn over het algemeen goed te volgen. Wel constateert de Commissie dat het OER en de Foto diepgang missen en dat analyses nog onvoldoende kwantitatief en op systeemniveau zijn uitgevoerd. Hierdoor ontbreekt nog belangrijke informatie. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie Kerkrade. Het gaat om de volgende punten: •

Voer een aantal verdiepende of verbredende analyses uit. Verschillende onderzoeken zijn in het OER op een andere manier en minder gedetailleerd (kwalitatief in plaats van kwantitatief) uitgevoerd dan in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) was aangegeven. Deze wijzigingen zijn in het OER niet toegelicht. Voor een aantal aspecten is een kwalitatieve analyse voldoende. Voor andere aspecten geeft dit echter onvoldoende inzicht. Het gaat bijvoorbeeld om de beoordeling van effecten op Natura 2000gebieden, ruimtegebruik en (gezonde/duurzame) woningvoorraad. Kwantitatieve analyses voor deze aspecten zijn nodig om in beeld te brengen hoe de ambities uit de omgevingsvisie ruimtelijk worden ingepast en met welke knelpunten de gemeente daarbij mogelijk te maken krijgt. Ook is het belangrijk om te beschouwen in welke mate de omgevingsvisie invulling geeft aan de overkoepelende thema’s. Reactie gemeente De insteek vanuit de NRD was om de Foto van de Leefomgeving zoveel mogelijk kwantitatief op te stellen, om de opgaven en knelpunten in het ruimtelijk domein zo scherp en meetbaar mogelijk in kaart te brengen. Tijdens het opstellen is echter gebleken dat voor niet alle thema’s kwantitatieve gegevens beschikbaar waren en dat de beschikbare tijd beperkt was. Tevens was een gedetailleerde of kwantitatieve analyse nog niet mogelijk of zinvol op het niveau van de omgevingsvisie.

Voor de volgende beleidsvelden is daarom gekozen om informatie te gebruiken op basis van kwalitatieve analyse en expert judgement: o Landschap en ruimtelijke kwaliteit o Natuur en biodiversiteit o Wateroverlast o Ruimtegebruik (alleen kwantitatieve analyse op hoofdlijnen/gebiedstypen) o (gezonde/duurzame) Woningvoorraad (cijfers beschikbaar tot 2030) Een kwantitatieve analyse voor bovenstaande thema’s zal worden uitgevoerd bij concrete projecten of omgevingsplannen waar desbetreffende omgevingseffecten verder onderzocht dienen te worden.

46

In de NRD is aangegeven dat een Passende beoordeling op strategisch niveau wordt uitgevoerd. Het detailniveau van de Omgevingsvisie is echter zodanig, dat het uitvoeren van een Passende beoordeling op dit moment nog geen substantieel inhoudelijke bijdrage levert aan de OER en visie. Het advies is daarom om aan passende beoordeling uit te voeren bij de uitwerking in programma’s en/of projecten. Deze verantwoording is opgenomen in de definitieve OER. •

Voer een analyse uit waarin meer in samenhang wordt gekeken naar het bodem- en watersysteem, natuur, landschap en klimaat. In het OER worden deze aspecten afzonderlijk, maar niet in samenhang beschouwd. Een integrale analyse op hoofdlijnen is nodig om inzicht te krijgen in deze samenhang in de huidige situatie. Richting de toekomst helpt de analyse te verkennen waar grenzen zijn aan mogelijkheden en wanneer risico’s kunnen ontstaan, zoals wateroverlast. Op basis van deze inzichten kan de gemeente beoordelen in hoeverre de ambities uit de omgevingsvisie haalbaar zijn. Belangrijk daarbij is om er rekening mee te houden dat ook sociale en economische ambities beïnvloed kunnen worden door het bodem- en watersysteem, bijvoorbeeld door overstromingsrisico’s en hittestress. Reactie gemeente In de verhaallijn ‘Klimaatbestendige Stad’ en het strategische principe ‘Landschappelijk raamwerk’ is in een integraal beeld geschetst waar de thema’s bodem- en watersysteem, natuur, landschap en klimaat naar voren komen. In de Foto van de Leefomgeving en de OER zijn deze thema’s afzonderlijk maar ook een samenhang geanalyseerd. Daarnaast heeft de gemeente voorafgaand aan het locatiebezoek van de commissie mer een lijst met vragen beantwoord waarin deze context verder geschetst is. Deze beantwoording is toegevoegd als bijlage bij de definitieve OER.

Dit onderdeel van het advies leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie of OER.

•

Verduidelijk de regionale context. Verduidelijk de samenhang tussen de gemeentelijke en regionale (beleids)ambities. Op regionaal niveau zijn in ieder geval de samenwerkingsverbanden Parkstad en Eurode relevant. Geef aan waar mogelijk sprake is van knelpunten of synergie. Dit is belangrijk om waar nodig bij te kunnen sturen, zodat de ambities uit de omgevingsvisie daadwerkelijk gehaald worden. Reactie gemeente De paragraaf 5.3 ‘Regionale samenhang’ van de omgevingsvisie is uitgebreid met de opmerkingen van de commissie. In de OER wordt hiernaar verwezen.

•

Gebruik de verhaallijnen om te laten zien in hoeverre ze elkaar versterken of kunnen tegenwerken. Dit is belangrijk om de keuzemogelijkheden van de gemeente en de bijbehorende effecten (op de omgeving en qua doelbereik) in beeld te brengen. Ook wordt dan duidelijk of de verhaallijnen met elkaar te verenigen zijn of kunnen conflicteren. Deze inzichten helpen om knelpunten en kansen in beeld te brengen, zodat bestuurders waar nodig onderbouwd keuzes kunnen maken of kunnen bijsturen. Reactie gemeente In de omgevingsvisie en de OER is een extra paragraaf toegevoegd die ingaat op de ‘confrontatie tussen de verhaallijnen’. Zie hiervoor paragraaf 3.5 van de omgevingsvisie.

•

Maak een aanzet voor een monitoringsplan. Het is belangrijk om ontwikkelingen te blijven volgen (monitoren) en waar nodig bij te sturen zodat de ambities uit de omgevingsvisie daadwerkelijk worden behaald. Doe hiertoe in het OER een aanzet voor een monitoringsplan. Reactie gemeente In de omgevingsvisie en de OER wordt de monitoringsparagraaf uitgebreid en een aanzet gemaakt voor een monitoringsplan. Per verhaallijn zijn verschillende indicatoren opgesteld die de gemeente periodiek wil

47

monitoren. Zie hiervoor paragraaf 5.6 van de omgevingsvisie.

Reactie gemeente Het advies van de commissie mer heeft de gemeente geholpen om de OER maar ook de omgevingsvisie verder aan te scherpen. Bij de uitvoering van de omgevingsvisie in programma’s, omgevingsplan of concrete projecten dienen (waar nodig) de milieu- en omgevingseffecten vooraf onderzocht te worden en meegenomen te worden in de besluitvorming. Het advies van de commissie heeft geleid tot de volgende aanpassingen: -

Argumentatie in de OER over de keuze waarom voor sommige indicatoren uiteindelijk kwalitatief onderzoek heeft plaatsgevonden en waarom geen kwantitatief onderzoek. Argumentatie in de OER over de keuze waarom een ‘Passende beoordeling’ te vroeg komt in het omgevingsvisietraject. De regionale samenhang is uitgebreid in paragraaf 5.3 van de omgevingsvisie. Er is een nieuwe paragraaf opgenomen over de confrontatie tussen de verhaallijnen, namelijk paragraaf 3.5. Een aanzet voor een monitoringsplan is opgenomen de omgevingsvisie (paragraaf 5.6) en OER.

48

Voorstel ambtshalve wijzigingen Naast ingediende zienswijzen en het advies van de commissie mer, zijn er ook nog wijzigingen doorgevoerd die voortkomen uit gewijzigde inzichten of onvolkomenheden (tekst en kaartlagen). Bij de “Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, ’t sjunste óp de welt” is een versie bijgevoegd met tekstmarkeringen waarop de wijzigingen/toevoegingen zijn terug te vinden. In het OER is dit ook gedaan, waarbij tevens bijlagen zijn bijgevoegd zoals de Foto voor de Leefomgeving en de beantwoording van vragen door de gemeente als voorbereiding voor het locatiebezoek van de commissie mer op 19 juni 2025. In dit hoofdstuk wordt het belangrijkste voorstel van ambtshalve wijzigingen van de teksten en kaartlagen in de Omgevingsvisie benoemd. Het betreft de volgende onderdelen: 1. 2. 3.

4.

5. 6.

7. 8.

Aanpassing van de inhoudsopgave; het toevoegen van paragrafen; Onderdelen m.b.t. gemeentelijk grondbeleid zijn toegevoegd in hoofdstuk 5.5 “Financiering van ambities en opgaven uit de Omgevingsvisie”. In dit geval een verwijzing naar de aankomende Nota Grondbeleid en de regeling voor vrijwillige financiële bijdragen onderzoeken. Kleine aanpassingen van de randvoorwaarden voor initiatieven bij de verschillende gebiedstypen. Zo is bijvoorbeeld de randvoorwaarde “Inzet op het vasthouden en waar mogelijk verwerken van hemelwater op eigen terrein, zeker op de hoger gelegen plateaus. Voor een klimaatbestendige inrichting geldt de maatgevende bui 80mm in twee uur (met een beschikbaarheid/leegloop binnen 24 tot 72 uur)” voor iedere gebiedstype opgenomen. Ook zijn er kleine zaken toegevoegd bij enkele randvoorwaarden. Bijvoorbeeld bij het inzetten op meervoudig ruimtegebruik is toegevoegd dat er bij nieuwbouw ook ruimte moet zijn voor inpandige bergingen, fietsenstallingen, parkeer- en afvalvoorzieningen. Aanpassingen van de kaartlagen mede naar aanleiding van de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg. In dit geval de begrenzing van het stedelijk gebied en buitengebied en de ligging van natuur- en landbouwgebieden.

Daarnaast zullen de teksten en kaartlagen in het pdf document van de Omgevingsvisie hetzelfde moeten zijn als de digitale versie van de Omgevingsvisie in het DSO (STOP/TPOD) en worden onderdelen aangepast, bijvoorbeeld voor Defensie. Het is daarbij van belang dat elke ‘kop’ in hoofdstuk 4 ook annoteerbaar in het DSO, dit betekent dat aan elke ‘kop’ en werkingsgebied kan worden gekoppeld. Verder zijn de centrumgebieden aangepast. Zo is de Rodaboulevard met Sport en Leisure nu onderdeel van de kaartlagen centrumgebieden in plaats van werkgebieden. De begrenzing van diverse centra zijn aangepast die beter overeenkomt met de werkelijkheid (voorzieningenniveau, niet alleen retail) en waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld de bouw van een nieuwe supermarkt nabij het buurtcentrum van de Zonstraat (Rolduckerveld). Tot slot was er nog sprake van enkele ‘lege snippers’ die zijn aangesloten op de aangrenzende gebiedstypen. In de tekst van de Omgevingsvisie zijn archeologie, immaterieel erfgoed en archeoroute Limburg (met diverse vindplaatsen en het Romeins villalandschap in de gemeente Kerkrade) toegevoegd. Naar aanleiding van de opmerking van de behandeling van de ontwerpvisie in de commissie GEZ op 14 mei 2025 zijn de voorkeursvolgorden van waterbeheer voor waterkwaliteit en -kwantiteit expliciet benoemd en toegevoegd in de tekst.

In dit geval voor waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, zuiveren. Voor waterkwantiteit: hergebruik water, vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren. In de tekst van de omgevingsvisie zijn zoveel mogelijk taalfouten, grammaticale onjuistheden en zinsconstructies verbeterd. In de tabel in paragraaf ‘5.4 Uitvoeringsagenda 2025-2030’ wordt verwezen naar de inzet van instrumenten ter verbetering van de leefbaarheid, waaronder de Rotterdamwet en de gemeentelijke huisvestingsverordening.

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=d2668346-1efb-4e15-841e-e5c18823d23c