Bijlage 6 - Nota van zienswijzen ontwerp omgevingsvisie Kerkrade 2050_versie 30sept2025
Tekst van het document
Kritische punten: • •
Het belang van verenigingsleven wordt erkend, maar de terugloop van leden en vrijwilligers wordt slechts summier aangepakt. Vrijetijdsbesteding buiten de Rodaboulevard krijgt weinig expliciete aandacht, zeker voor senioren en jongeren.
Reactie gemeente De terugloop van leden en vrijwilligers is een probleem dat landelijk speelt. Kerkrade werkt nauw samen met het verenigingsleven en zet in op goede faciliteiten zoals goed onderhouden sportvelden, zalen en ontmoetingsruimtes. Op lange termijn zal de gemeente ook keuzes moeten maken om verenigingen en ruimtes te combineren binnen de wijken (bijv. multifunctionele accommodaties), om genoeg draagvlak te behouden (zie pagina 33 van de ontwerpomgevingsvisie). Ook het verenigingsleven is een vorm van vrije tijd die in de gehele gemeente plaatsvindt. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Onderwijs en Vaardigheden De visie erkent de noodzaak tot herstructurering van het onderwijsaanbod in Kerkrade−Oost en benut dit moment om schoolomgevingen gezonder en veiliger te maken. Dit is een belangrijke stap voorwaarts. Echter, de gemeente kampt met een hoog aandeel laaggeletterdheid (25%) en een stijging van het aantal voortijdige schoolverlaters. Deze zorgwekkende trends worden wel benoemd, maar missen concrete interventies in de visie. Het versterken van basisvaardigheden, taalonderwijs en aansluiting onderwijs−arbeidsmarkt zou sterker geïntegreerd moeten worden in het beleid. Positieve aspecten: •
De herstructurering van scholen in Oost Kerkrade wordt benut om gezonde en veilige schoolomgevingen te creëren.
Kritische punten: •
Er is sprake van een stijging in voortijdig schoolverlaten en een hoog percentage laaggeletterdheid (25%), maar de visie biedt geen concrete aanpak om deze problematiek te verlichten.
Reactie gemeente We begrijpen deze opmerking, maar een concrete aanpak van deze problematiek ligt op een te gedetailleerd niveau voor de omgevingsvisie. Deze uitwerking krijgt een plek binnen het beleid vanuit het sociale domein en onderwijs. 23
24
Wonen Er is aandacht voor differentiatie van woningtypen, zodat zowel starters als ouderen passende huisvesting kunnen vinden. De visie streeft naar een betere balans tussen sociale huur en middenhuur/koop, en benoemt levensloopbestendige woningen als prioriteit. Dit is essentieel gezien de demografische veranderingen in de regio. Toch blijven er kwetsbaarheden. In sommige buurten is sprake van verkamering en leegstand, wat leidt tot een lagere leefkwaliteit. Ook de betaalbaarheid van verduurzamingsmaatregelen voor bestaande woningen blijft een zorg. Mensen met een klein pensioen of lage inkomens kunnen niet zomaar investeren in isolatie of energieopwekking, terwijl dat wel nodig is. Positieve aspecten: • •
De gemeente streeft naar een gedifferentieerd woningaanbod (meer middenhuur, levensloopbestendige woningen, starterswoningen). Verduurzaming van de woningvoorraad is een speerpunt, met aandacht voor hittestress en energiegebruik.
Kritische punten: • •
Er is sprake van leegstand, verkamering en een te eenzijdig woningaanbod in bepaalde buurten, wat sociale cohesie onder druk zet. Betaalbaarheid van woonlasten (huur én energie) komt slechts zijdelings aan bod, ondanks aanwezige energiearmoede.
Reactie gemeente Leegstand is al langere tijd een opgave binnen de gemeente Kerkrade, de gemeente blijft inzetten op de aanpak van leegstand door: leegstaande winkels te transformeren naar woningen, centrumgebieden nog compacter te maken en leegstaande bedrijfsfuncties een andere invulling te geven. De laatste 10 jaar zijn hierin al flinke stappen gemaakt. In 2018 is een Parapluplan Stedelijke Gebied opgesteld, waarin kamerverhuur/kamerbewoning is verboden. Daarnaast worden er flexcontroles uitgevoerd om verkamering tegen te gaan, kortom dit thema staat hoog op de agenda. Energiearmoede is een belangrijk aandachtspunt binnen de gemeente, voor de lokale uitwerking verwijzen we naar: https://www.kerkrade.nl/energiezuinig-wonen-en-werken Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Milieu, Natuur en Energie De visie besteedt veel aandacht aan landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulaire economie. Kerkrade erkent de kwetsbaarheid van de beekdalen, hellingbossen en het buitengebied en streeft naar een groenblauw netwerk binnen de stad. Dit draagt bij aan gezondheid, recreatie en natuurbehoud. Energiezekerheid wordt een essentieel thema genoemd, met aandacht voor lokale opwekking en slimme infrastructuren. Tegelijkertijd vormen netcongestie, recreatiedruk en beperkte ruimte in de ondergrond structurele uitdagingen.
De visie erkent deze, maar een integrale strategie voor de middellange termijn ontbreekt nog. Positieve aspecten: •
Er is veel aandacht voor klimaatadaptatie (hittestress, wateropvang, groenblauwe dooradering). 25
• •
Energiezekerheid wordt als randvoorwaarde gezien voor leefbare en werkende wijken. Behoud en herstel van unieke natuurgebieden zoals beekdalen en hellingbossen is een rode draad in de visie.
Kritische punten: • •
Netcongestie en beperkte infrastructuur voor energietransitie vormen risico’s voor de haalbaarheid van duurzame ambities. De druk op natuurgebieden door recreatie wordt erkend, maar het beleid om overbelasting te voorkomen blijft vaag.
Reactie gemeente De energietransitie en het tegengaan van netcongestie zijn grote opgaven richting 2050, zo dient de gemeente Kerkrade minimaal 100 kleine trafostation te bouwen en 3 middenspanningstations op de middellange termijn, daarnaast dient ook de ondergrondse infrastructuur versterkt te worden (zie pagina 78 van de omgevingsvisie). Het beleid om overbelasting te voorkomen is beschreven op pagina 64 van de ontwerp-omgevingsvisie, nadrukkelijk bij de kop ‘Kwetsbare natuur’. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Veiligheid Er is expliciete aandacht voor verkeersveiligheid bij scholen en in woonstraten. Dat draagt bij aan een leefbare en gezonde leefomgeving. Ook wordt de problematiek van ondermijning en drugscriminaliteit benoemd – met name in afgelegen gebieden en leegstaande panden – wat duidt op realiteitszin. Maar structurele maatregelen om deze vormen van criminaliteit tegen te gaan blijven vaag. Sociale veiligheid in kwetsbare buurten komt niet voldoende aan bod. Het versterken van buurtcohesie, toezicht, verlichting en hergebruik van leegstaand vastgoed zouden onderdeel moeten zijn van een veiligheidsbeleid. Positieve aspecten: • •
Aandacht voor verkeersveiligheid rond scholen, centra en langs linten. Er wordt erkend dat drugscriminaliteit en ondermijning in verlaten gebieden een reëel probleem zijn.
Kritische punten: • •
Concrete maatregelen tegen ondermijning blijven beperkt tot signalering; een structurele aanpak wordt niet geschetst. Sociale veiligheid in sommige buurten (bijv. met leegstand of verkamering) komt onvoldoende aan bod.
Reactie gemeente We begrijpen de opmerking dat ondermijning/sociale veiligheid geen nadrukkelijke plek heeft gekregen in de omgevingsvisie. Dit blijft een complexe opgave in Kerkrade ook gezien de grensligging. Echter zijn er wel meerdere beleidsingrepen beschreven die indirect een positieve bijdrage leveren aan de veiligheid en sociale controle binnen de gemeente: - Leegstaande winkels omvormen tot woningen; - Centrumgebieden compacter maken om leegstand tegen te gaan; - Leegstaande achterterreinen grenzend aan de historische linten omvormen tot parkeren, groenvoorziening of kleinschalig wonen; - Geen nieuwe toevoeging van garageboxen in de woongebieden; 26
-
Het omvormen van de historische linten naar fietsstraten; Pleinen dienen multifunctioneel ingezet te worden, momenteel is parkeren de primaire functie. Er dient ruimte te zijn voor sport, bewegen, spel en ontmoeting.
In hoofdstuk 3.1; ‘Leefbare stad’ zal een concrete koppeling worden gemaakt met de aanpak vanuit de omgevingsvisie op het thema veiligheid. Deze reactie leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. Sociale Cohesie en Participatie De participatie bij het tot stand komen van de visie was breed en goed georganiseerd. Inwoners zijn benaderd via enquêtes, bijeenkomsten en festivals, en de visie benoemt het belang van sociale infrastructuur. Toch is het de vraag in hoeverre deze participatie structureel is ingebed in de uitvoering. Eenzaamheid onder ouderen, laagdrempelige ontmoetingsplekken, ondersteuning van vrijwilligers en sociale netwerken worden niet stevig uitgewerkt. De uitdaging is nu om sociale cohesie ook in de praktijk te blijven faciliteren. Positieve aspecten: • •
Er is veel aandacht voor participatie, met brede consultatie van burgers, wijkwandelingen, en betrokkenheid bij het festival “Kirchroa va Mörje”. De visie stimuleert buurtinitiatieven, multifunctionele voorzieningen en ontmoetingsplekken.
Kritische punten: • •
Eenzaamheid onder ouderen en andere kwetsbare groepen wordt niet expliciet genoemd als opgave. Het participatiebeleid richt zich op de totstandkoming van de visie, maar niet op langdurige burgerbetrokkenheid bij de uitvoering ervan.
Reactie gemeente Burgerparticipatie is stevig verankerd in de Omgevingswet. Zo heeft de gemeente nieuw participatiebeleid en een nieuwe participatieverordening vastgesteld. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan, programma’s, omgevingsvergunningen en concrete projecten zal participatie altijd een plek innemen als onderdeel van het planproces. Het niveau van participatie zal afhangen van de omvang en het type plan.
27
Reactie gemeente De reactie van de adviesraden is veelomvattend en laat zien dat de opgaven in Kerkrade aanzienlijk zijn. Veel van de aangedragen punten zijn sectoraal van aard en zullen een uitwerking zijn van de omgevingsvisie. Dit kan vorm krijgen in omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan of in concrete projecten en vergunningen. Per thema hebben de adviesraden zowel positieve aspecten als kritische punten benoemd; de gemeente heeft hier in bovenstaande tekst afzonderlijk op gereageerd. Aangezien het thema veiligheid en ondermijning slechts beperkt aan bod komt in de omgevingsvisie, worden de eerder benoemde maatregelen concreet opgenomen in hoofdstuk 3.1 ‘Leefbare stad’. Deze aanpassing wordt verwerkt in de definitieve omgevingsvisie.
28
9. Enexis De gemeente Kerkrade heeft ambitieuze plannen op het gebied van o.a. diverse buurten, krachtige bevolking, sterke woon-werk identiteit, unieke hoogwaardige natuur. Naast deze thema’s heeft de gemeente ook een stevige ambitie op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie. Wij hebben uw visie met belangstelling gelezen en constateren dat er al veel zaken goed benoemd zijn, wij verzoeken deze dan ook ongewijzigd te laten. Verder treft u in de bijlage enkele suggesties aan voor aanvullingen op de omgevingsvisie. Om deze ontwikkelingen succesvol uit te voeren is het verstandig ons vroegtijdig te betrekken en te laten participeren bij verdere beleids- en planvorming. Samenvatting: Handhaaf de benoeming van de Energietransitie als een cruciaal thema binnen de fysieke leefomgeving om onzekerheid en vertragingen te voorkomen. Hoofdstuk 2: Enexis onderschrijft de regionale doelstellingen voor energieneutraliteit en circulariteit, met de nadrukkelijke kanttekening dat de noodzakelijke investeringen en maatregelen tijdig gerealiseerd moeten kunnen worden en dat deze ook in ruimtelijke afwegingen steeds als relevant aspect worden meegenomen. Reactie gemeente De gemeente zal de benoeming van energietransitie en netwerkverzwaring in haar omgevingsvisie handhaven en benadrukt dat de energietransitie een cruciaal aspect is in ruimtelijke afwegingen.
Hoofdstuk 4: Voor paragraaf 4.1 verzoeken we een toevoeging dat in centrumgebieden ook de energie-infrastructuur gerealiseerd of verzwaard moet worden, met inachtneming van de bestaande randvoorwaarden zoals erfgoed en multifunctioneel gebruik. In paragraaf 4.2 vragen we om het handhaven van de eis dat er voldoende ruimte is gereserveerd voor de Energietransitie bij nieuwe woningbouwplannen. Voor paragraaf 4.3 pleiten we ervoor dat naast ruimte voor energie-opwekkings- en opslagsystemen, er ook voldoende ruimte is voor het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk, om tegemoet te komen aan de verwachtingen van bedrijventerreinen als grootverbruikers van energie. Reactie gemeente De gemeente constateert dat de verzwaring van het energienet al sterk is verweven als opgave in de omgevingsvisie en algemeen geldt voor het gehele grondgebied, daarom zien we geen toegevoegde waarde om dit nogmaals expliciet te benoemen bij de verschillende gebiedstypen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5: We verzoeken om de uitbreiding en verzwaring van het energienetwerk, waaronder 80 kleine trafostations en het hoogspanningsstation Terwinselen, specifiek aan te merken als een noodzakelijke project/maatregel. Reactie gemeente Dit is reeds opgenomen op pagina 78 van de ontwerp omgevingsvisie.
Voor alle genoemde onderwerpen is het nodig om fysieke ruimte te reserveren voor de inpassing van het ondergrondse en bovengrondse energienetwerk. Er zullen graafwerkzaamheden nodig zijn, om meer en dikkere kabels aan te leggen, op bestaande en nieuwe locaties. Ook zijn er veel extra elektriciteitsstations nodig. Deze objecten boven en onder de grond hebben standaard eigenschappen en moeten worden ingepast in de beperkt beschikbare ruimte. Om dit op tijd te realiseren is een soepel proces onontbeerlijk.
29
Reactie gemeente Deze opgave is reeds benoemd op pagina 21 van de ontwerp omgevingsvisie. Algemene opmerkingen Vanuit de achtergrond en het werkgebied van Enexis is het benoemen van de energie infrastructuur in lange termijnvisies zoals de Omgevingsvisie van cruciaal belang. Zeker ook in de door ons gewenste evenredige en integrale belangenafweging ten opzichte van andere thema’s. We zijn dan ook blij dat reeds in par. 1.2 van de concept Omgevingsvisie de energietransitie expliciet benoemd wordt als een van de thema’s met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Deze gelijkwaardige vermelding zou de basis moeten en kunnen vormen ter voorkoming van onzekerheid bij ruimtelijke afwegingen en het risico op maatschappelijk ongewenste vertraging van de uitbreiding van de energienetstructuur. Dus graag deze benoeming handhaven! Er zal vaak sprake zijn van afwegingen met andere belangen. Enexis vindt het wezenlijk dat de noodzakelijke verzwaring van de energie-infrastructuur één van die af te wegen belangen is, en minimaal in de basis gelijkwaardig. De mogelijke strijdigheid blijkt in par 3.4 en 4.6 waar vanuit natuuroogpunt gesteld wordt dat de huidige regels voor stedelijke uitbreiding in het buitengebied in hoofdlijn gehandhaafd worden: ‘geen rood voor groen’. We wijzen erop dat ook in en voor het buitengebied infrastructurele maatregelen voor netverzwaring nodig zijn.
De energie infrastructuur zal waar nodig ook (beschermde) natuurgebieden moeten doorkruisen. Om onnodige vertragingen in besluitvorming te voorkomen is het raadzaam om rekening te houden met de instandhouding en uitbreiding van het netwerk voor elektriciteit en gas. Zowel voor kabels, leidingen als gebouwde voorzieningen. Een onverkorte toepassing van het genoemde uitgangspunt zou dit alles erg moeilijk zal maken. Wij verzoeken dan ook hierbij een nuancerende kanttekening te plaatsen voor met name noodzakelijke (vitale) infrastructuur. Reactie gemeente De gemeente begrijpt het standpunt van Enexis dat de infrastructuur in sommige gevallen onvermijdelijk ook door (beschermde en kwetsbare) natuurgebieden moet lopen. Deze plannen moeten echter altijd worden getoetst aan het gemeentelijke omgevingsplan. De realisatie van een trafostation of bijhorende infrastructuur past in principe niet binnen de functie ‘Natuur’. Wanneer een ontwikkeling van groot maatschappelijk belang is en goed kan worden onderbouwd waarom de gemeente wil afwijken van het principe ‘geen rood voor groen’, kan hiervan in specifieke gevallen worden afgeweken. Dit betreft echter altijd een locatiegebonden afweging en zal niet op voorhand in de omgevingsvisie worden versoepeld of genuanceerd. Kernkwaliteiten van Kerkrade (hst.
2) Tot de kernkwaliteiten van Kerkrade wordt de ‘krachtige bevolking ‘ gerekend, met in par. 2.2 kanttekeningen over gewenste verduurzaming van de woningvoorraad en het risico op energiearmoede. De regionale doelstellingen in de Parkstad voor energie-neutraliteit (2040) en volledige circulariteit (2050) worden door Enexis onderschreven. Dit met de kanttekening dat het essentieel is dat de noodzakelijke investeringen en maatregelen tijdig gedaan kunnen worden en ook in ruimtelijke afwegingen steeds een relevant aspect zijn! Graag die kanttekening toe te voegen! Bij de kernkwaliteit ‘sterke woon-werk identiteit’ vraagt par. 2.3 aandacht voor de ruimte voor de Energietransitie die netcongestie moet voorkomen of tegengaan. We zijn verheugd dat expliciet de noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnetwerk benoemd wordt met de nieuw te plaatsen stations. Wij dringen er dan ook zeker op aan deze alinea ongewijzigd te laten en dit terug te laten keren in de andere afwegingen! Reactie gemeente Zoals eerder aangegeven is de energietransitie en netwerkverzwaring een thema dat telkens wordt meengenomen in de ruimtelijke afweging bij nieuwe ontwikkelingen en onderdeel is van de vier verhaallijnen. Ambities van Kerkrade (hst. 3) 30
We zijn verheugd te zien dat direct in de aanhef van hst. 3 vermeld wordt dat energiezekerheid, naast gezondheid, landschap en erfgoed, een thema is dat overkoepelend aanwezig is voor de 4 verhaallijnen binnen Kerkrade. Dit is ook een gewaardeerde basisbevestiging van het grote belang van het energienetwerk als factor voor de diverse (ruimtelijke) afwegingen. In par. 3.2 wordt expliciet gewezen op de noodzaak dat o.a. voor de netverzwaring voldoende ruimte moet worden gereserveerd in de werk- en woongebieden en dat daar bij de (her)inrichting van de openbare ruimte en het vergroenen van de stad rekening moet worden gehouden. Wij dringen er dan ook zeker op aan deze alinea ongewijzigd te laten! Van visie naar handelingsperspectief (hst. 4) In par. 4.1 wordt bij gebiedstypering Centrumgebieden aangegeven wat de randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven zijn. Op zich is dat duidelijk en houdt ook in dat Enexis hiermee rekening zal houden bij plannen in die centrumgebieden. Denk aan het gevraagde respect voor erfgoed, multifunctionele inzet van pleinen en te verlagen parkeernormen. Aangegeven wordt dat nieuwe (maatschappelijke) voorzieningen zich bij voorkeur vestigen in centrumgebieden.
Graag zien wij toegevoegd dat ook in centrumgebieden energie-infrastructuur gerealiseerd dan wel verzwaard moet worden, en met respect voor de aangegeven randvoorwaarden, voldoende ruimte moeten krijgen. Dit niet als nieuwe optie maar als concrete toepassing voor de centrumgebieden van in de vorige hoofdstukken terecht beschreven basisuitgangspunten. Voor het gebiedstype Woongebieden is in par. 4.2 wel al aangegeven dat er voldoende ruimte voor de Energietransitie moet zijn. Wij verzoeken u dit ook te handhaven. Bij de randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven is als harde voorwaarde benoemd dat bij nieuwe woningbouwplannen rekening moet worden gehouden met een netaansluiting (en drinkwatervoorziening), omdat belemmeringen rondom netcongestie al merkbaar zijn. We zijn het daar helemaal mee eens, maar omdat individuele netaansluitingen alleen mogelijk zijn als er voldoende netcapaciteit is, zien wij graag hier toegevoegd dat er daarbij voldoende ruimte voor de Energietransitie, en meer specifiek de investeringen in de lokale netwerkcapaciteit/verzwaring moet zijn. Ten aanzien van het gebiedstype Werkgebieden wordt in par. 4.3 bij de randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven voor de bedrijventerreinen als grootverbruikers van energie aangegeven dat vanwege de netcongestie zij de komende tijd zelf moeten voorzien in energieopwekking en opslag.
Plus dat voldoende ruimte gereserveerd moet worden voor energie-opslagsystemen zoals batterij-opslag. Dit steunen wij uiteraard, maar dat laat onverlet dat ook voldoende ruimte moet zijn voor het verzwaren van het bestaande en uit te breiden energienetwerk; dit zien wij graag toegevoegd op deze plek. Reactie gemeente Wij onderschrijven de reactie van Enexis. De gemeente is echter van mening dat deze uitgangspunten gelden voor het gehele grondgebied en niet expliciet voor één gebiedstype. De visie in uitvoering (hst. 5) Bij de opsomming van mogelijke projecten en maatregelen voor de periode 2025-2030 staat expliciet ook: ‘Uitbreiding en verzwaring energienetwerk van 80 kleine trafostations, vier middenstations en het hoogspanningsstation Terwinselen’. Wij zijn verheugd door deze benoeming, maar vestigen de aandacht erop dat het een ‘noodzakelijk project/maatregel betreft en verzoeken om dit ook als zodanig te benoemen. Dit zou kunnen door dit vraagstuk eerder in hoofdstuk 5 op te nemen en te benoemen als Nieuw Omgevingsprogramma ‘Uitbreiding en verzwaring energienetwerk’ met bijv. de volgende tekstuele inhoud: ‘Hierbij zal aangehaakt worden bij de SOK en NOK die in Parkstad-samenwerkingsverband zijn respectievelijk worden uitgewerkt.
In samenwerking met de gemeente(n) bekijkt Enexis met welke procedures de benodigde toestemmingen/vergunningen voor deze verzwaringen van de energie-infrastructuur het beste en snelste verkregen kunnen worden, met inachtneming van de vereiste zorgvuldigheid en de overige door de gemeente in de Omgevingsvisie benoemde prioritaire thema’s. Met het oog op mogelijke versnellingen gaan Enexis en de gemeente vroegtijdig in overleg over de locatiekeuze van de beoogde nieuwe stations. In beginsel ligt het bevoegd gezag voor 31
de benodigde toestemming voor deze stations bij de gemeente. Netwerktechnisch zal Enexis in de lead zijn met voorstellen voor locaties en wijze van uitvoering’. Reactie gemeente Dit is reeds opgenomen op pagina 78 van de ontwerp omgevingsvisie. Waarbij de aantallen zijn aangepast naar minimaal 100 kleine trafostations en minimaal drie middenspanningsstations op basis van de laatste cijfers van Enexis. De gemeente is van mening dat het benoemen van deze opgave als project/maatregel voldoende is gezien het abstractieniveau van de omgevingsvisie. We onderschrijven het belang van de SOK en NOK in Parkstad maar zien dit als een uitvoering van deze opgave in algemene zin. We zullen dit daarom niet concreet benoemen in de omgevingsvisie. Reactie gemeente De reactie van Enexis leidt niet tot concrete aanpassingen in de ontwerp Omgevingsvisie. Het standpunt van de gemeente is bij elke opmerking van Enexis afzonderlijk toegelicht.
32
10. Provincie Limburg Op 4 juni 2025 heeft u in het Gemeenteblad 2025 (nr. 242560) kennisgegeven van de terinzagelegging van de Ontwerp Omgevingsvisie Kerkrade 2050 (hierna: GOVI). Middels deze brief reageren wij op de gedeelde stukken. Wij constateren dat de opgaven, ambities en leidende principes van de GOVI in grote lijnen goed aansluiten bij het provinciale beleid. Er is aandacht voor belangrijke thema’s als ruimtelijke kwaliteit, de transitie naar een klimaatbestendige leefomgeving, gezondheid en leefklimaat, en het versterken van de relatie tussen stad en landschap. De toelichting op de gemeentelijke rol binnen deze thema’s is over het algemeen helder en inzichtelijk geformuleerd. Daarnaast wordt op consistente wijze ingezet op visueel samenhangende kaartbeelden, wat de praktische toepasbaarheid van de visie en de doorwerking op casusniveau ten goede komt. De gekozen benadering getuigt van een integrale visie op de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven waar de gemeente voor staat. Wij hebben er vertrouwen in dat deze omgevingsvisie richtinggevend zal zijn voor de verdere uitwerking van het gemeentelijk omgevingsbeleid in de komende jaren. Wij stellen het op prijs op de hoogte te worden gehouden van de vervolgstappen in het proces richting vaststelling van de GOVI. Reactie gemeente De gemeente waardeert de positieve woorden vanuit de Provincie Limburg.
Richting definitieve omgevingsvisie zal het kaartmateriaal beter worden afgestemd op de provinciale omgevingsvisie zodat hier niet of nauwelijks hiaten inzitten. De provincie wordt op de hoogte gehouden van de verdere ontwikkelingen van de omgevingsvisie en zal ook betrokken worden bij de op te stellen programma’s en het omgevingsplan. De reactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
11. Waterschap Limburg Met veel waardering en plezier hebben wij de omgevingsvisie van de gemeente Kerkrade gelezen. Wij zien de waterbelangen in de verschillende hoofdstukken goed terugkomen en zullen daarom geen formele zienswijze indienen. Er zijn in uw omgevingsvisie een aantal mogelijke vervolgacties benoemd. We verzoeken u ons tijdig bij de relevante vervolgacties te betrekken zoals het mogelijke onderzoek naar Cranenweijer en de overkluizing Anselderbeek. Ook bij gebiedsprogramma’s roepen wij u op de waterbelangen vroegtijdig mee te nemen. Reactie gemeente De gemeente bedankt het Waterschap Limburg voor de positieve reactie en zal het waterschap verder betrekken bij onderzoeken, programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. De reactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
33
12. ProRail Met veel interesse heeft ProRail kennisgenomen van het Ontwerp Omgevingsvisie Kerkrade 2050 (hierna genoemd: de visie), die u aan uw ketenpartners hebt aangeboden. De visie spreekt van ambitie en maakt keuzes om in de beperkte ruimte binnen uw gemeente, de grote opgaven en kansen op het terrein van bereikbaarheid, klimaat, wonen, werken en energie in samenhang te realiseren. ProRail heeft hier waardering voor. Met deze brief vraagt ProRail aandacht voor haar belangen en betrokkenheid bij de uitwerking van de visie in concrete omgevingsplannen. In uw gemeente ligt een spoornetwerk. Het spoornetwerk heeft ruimte nodig om nu en in de toekomst te functioneren en de effecten op de omgeving te beperken. Hierover is ProRail al regelmatig met u in gesprek. 1 Bescherming van het spoornetwerk en haar omgeving ProRail ziet bereikbaarheid van steden als een samenspel tussen ruimtelijke keuzes en het mobiliteitssysteem. Ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk kunnen de bereikbaarheid van woningen en werklocaties versterken. Echter, soms kunnen ontwikkelingen en spoor elkaar belemmeren. Om dit te voorkomen denkt ProRail graag vroegtijdig mee bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk. Rondom de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) ligt een beperkingengebied (Omgevingsbesluit, artikel 3.5), ongeveer tot 11 meter buiten de HSWI.
Doel van dit beperkingengebied is om het huidig functioneren en de veiligheid rondom het spoornetwerk zeker te stellen. Daarom is het bouwen in dit gebied vergunning plichtig. Meer informatie over het indienen van aanvragen of het doen van meldingen onder de Omgevingswet vindt u op onze website. Daarnaast vraagt ProRail u om de instructieregel uit artikel 5.163 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bij de uitwerking van de visie in omgevingsplannen te respecteren. Deze regel vraagt dat u in een omgevingsplan dat van toepassing is op de HSWI in beheer bij ProRail geen regels mogen worden gesteld die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van die infrastructuur belemmeren. Voor de visie betekent dit dat bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties naast het spoor, ProRail u vraagt om toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk mogelijk te houden en de omgevingseffecten op de woon- en werklocaties te verminderen. Dit kan door het houden van de juiste afstand tot het spoor en door een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp. ProRail herkent in uw Omgevingsvisie ontwikkelingen richting het spoor die een relatie hebben met het bestaande en beoogde onderhoud, gebruik en vernieuwing van het spoor.
Hierbij wil ProRail u erop wijzen dat het bouwen boven of op de HSWI-vergunning plichtig is, privaatrechtelijke toestemming van ProRail vereist en een exclusief recht van ProRail is. Aan de vergunning en toestemming worden voorschriften verbonden met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de staat en werking van de hoofdspoorwegen en uitbreiding daarvan. Dit betreft de volgende locaties: 1.
In diverse paragrafen en op enkele kaarten wordt het door de gemeente beoogde station Kerkrade West genoemd. Station Kerkrade West is echter niet in lijn met het provinciaal beleid, zoals geformuleerd in de Eindrapportage Mobiliteitsverkenning Regio Parkstad (2021). Daarin staat dat er geen perspectief is voor het dóórtrekken van de treinverbinding richting Kerkrade West. Het verzoek is dan ook om deze ambitie geen onderdeel te laten zijn van de visie.
Reactie gemeente De omgevingsvisie beschrijft het strategische beleid van de gemeente tot 2050. Dit betekent dat de gemeente Kerkrade op de lange termijn nog steeds kansen ziet om het openbaar vervoer te versterken, waarbij de ontwikkeling van een treinstation in Kerkrade-West een belangrijke bijdrage kan leveren. Het klopt dat deze ambitie niet in lijn is met de Eindrapportage Mobiliteitsverkenning Regio Parkstad (2021). Echter sluit deze ambitie wel aan op de ontwerp-POVI van de provincie Limburg. In paragraaf 10.7 staat hierover het volgende: “We willen een aantrekkelijk, duurzaam en toegankelijk openbaar vervoer met goede aansluitingen en actuele reisinformatie. Het Limburgse openbaar vervoersysteem vormt een belangrijke basis binnen de Limburgse mobiliteit en de transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem.” Kortom, de gemeente Kerkrade blijft op de lange termijn kansen zien voor de realisatie van een treinstation in Kerkrade-West en wil hier tijdens de nieuwe OV-concessie in 2031 opnieuw op inzetten. 2. Op de kaart op p.46 staan beoogde ecologische en waterbouwkundige maatregelen en ook boogde recreatieve verbindingen. Deze liggen aan het spoor of kruisen het spoor. Het verzoek is om alle beoogde maatregelen die een relatie krijgen met het spoor vroegtijdig met ProRail af te stemmen. Reactie gemeente 34
Wanneer ontwikkelingen concreet worden en betrekking hebben op het spoor, zal de gemeente tijdig overleg voeren met ProRail. 3. Op p.57 staat dat de stations Eygelshoven Markt en Kerkrade Centrum kansen bieden voor woningbouw rondom deze stations. ProRail steunt de ontwikkeling van woonwerkgebieden rondom stations, in het kader van de nabijheid (duurzame bereikbaarheid). ProRail hanteert voor de ontwikkeling van functies naast het spoor een afweegkader, zodat functies elkaar niet hinderen en waar mogelijk versterken. Reactie gemeente De gemeente ontvangt graag het afwegingskader, zodat dit tijdig in de planvorming kan worden meegenomen. 4. Op p.57 staat dat er ook eventueel uitleggebieden benut kunnen worden voor woningbouw. Voor deze gebieden vragen wij u om deze te voorzien van in ieder geval loop- en fietsverbindingen naar de dichtstbij gelegen stations. Reactie gemeente Het versterken van loop- en fietsverbindingen (ook als verbinding richting treinstations) is een integraal onderdeel van de omgevingsvisie en zal bij een eventuele uitleglocatie een prominente rol krijgen. 5. Om alle modaliteiten (met o.a. hubs) goed op elkaar aan ie laten sluiten zou de kaart op p.71 aangevuld moeten worden met het spoornetwerk en hub-locaties en zouden alle modaliteiten van elkaar onderscheiden moeten worden (looproutes, fietsroutes, autoverbindingen, spoorverbindingen).
Reactie gemeente Het spoornetwerk is onderdeel van de ‘regionale verbindingen’ op pagina 71, gezien de beperkingen in het DSO zijn de stationslocaties niet opgenomen in de DSO kaarten, de algemene kaart op pagina 29 geeft dit wel weer. Bij het opstellen van toekomstige wijzigingen van het omgevingsplan worden de stationslocaties opgenomen. 2 Voorkomen belemmeringen voor functioneren en veiligheid spoornetwerk Het spoornetwerk maakt gebruik van elektriciteit dat via onderstations, relaiskasten, ondergrondse infrastructuur en bovenleidingen naar de trein en stations wordt geleid. Deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor het rijden van treinen, in de uitwerking van uw plannen verzoekt ProRail uw college om deze onderstations en relaiskasten niet in te sluiten door bebouwing, bebouwing te realiseren op te dichte afstand en te allen tijde bereikbaar te houden voor onderhouds- en hulpdiensten. Voor deze voorzieningen dient rekening te worden gehouden met een afstand van 5 meter gemeten vanaf de gevel met een hekwerk op de 5 meter-grens. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Dit geldt ook voor het overbouwen, onderbouwen of overkragen van deze voorzieningen.
Uit onderzoek blijkt dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en ProRail wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven. Reactie gemeente De gemeente neemt deze uitgangspunten mee bij de uitwerking in het omgevingsplan, omgevingsvergunning en projecten. 3 Bescherming van de omgeving tegen effecten van het spoor Bij het ontwikkelen in de nabijheid van het spoornetwerk, is het voor een goede leefomgeving belangrijk dat eventuele nadelige effecten van het gebruik van het spoor op een zorgvuldige wijze worden gemitigeerd. Bij de uitwerking van uw visie naar omgevingsplannen, vraagt ProRail aandacht voor de volgende aspecten (in bijlage 1 zijn deze verder toegelicht): - Externe veiligheid; - Geluid; - Trillingen; - Overwegveiligheid; - Waterpeil/stabiliteit; - Windbeleving en windhinderrisico’s; - Schaduwwerking op zonnepanelen; - Zonneparken/ reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur. 35
Reactie gemeente De gemeente neemt kennis van de benoemde aspecten en de bijlage en neemt dit mee in de uitwerking van het omgevingsplan. 4 Bureau Spoorbouwmeester Bureau Spoorbouwmeester is in 2001 op initiatief van de directies van NS en ProRail opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt, te vinden op www.spoorbeeld.nl. Waar mogelijk kunt u hiervan gebruik maken bij de uitwerking van de visie. Reactie gemeente Waar mogelijk zal de gemeente hiervan gebruik maken. 5 Contact ProRail wenst u veel succes met de vaststelling van uw visie en de uitwerking daarvan in concrete plannen. Graag denkt ProRail vroegtijdig mee over plannen in de nabijheid van het spoor. U kunt hiervoor contact opnemen met de heer Kruik, regiodirecteur Zuid. Tot slot deelt ProRail een ‘Uitwerking omgevingseffecten’ voor programma’s, omgevingsplan en omgevingsvergunning die ingaat op de volgende thema’s: externe veiligheid, geluid, trillingen, overwegen, waterpeil/stabiliteit, spoorwegdoeleinden, windbeleving en windhinderrisico’s, schaduwwerking op zonnepanelen en zonneparken/reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur. Reactie gemeente De reactie van ProRail leidt niet tot aanpassingen in de ontwerp-omgevingsvisie.
Het standpunt van de gemeente is bij elke opmerking van ProRail afzonderlijk toegelicht. De aangestipte aspecten worden meegenomen in bij de uitwerking in het omgevingsplan, programma en omgevingsvergunning.
13. Reclamant is een inwoner van de gemeente Kerkrade Allereerst wil ik u complimenteren met de uitgebreide rapportage. Bij deze willen wij, reageren op de door U gepresenteerde omgevingsvisie 2025/2050. Samen met onze standsorganisatie de LLTB hebben wij een algemene zienswijze op het door U gepresenteerde opgesteld welke wij als bijlage toevoegen. Verder zijn er een aantal zaken die ons in het bijzonder opvielen. Dat er door de schrijvers van het stuk weinig onderzoek en communicatie met ons is gedaan. Naar wat voor soort bedrijf wij zijn en hoe wij al bezig zijn met de transitie om meer natuurinclusief te worden. Reactie gemeente Voor het opstellen van de Omgevingsvisie heeft de gemeente twee agrarische bedrijven in mei 2023 afzonderlijk bezocht. Er is overleg gevoerd met de agrariërs, waar ze nu mee te maken hebben, hoe zij hun toekomst zien en welke bijdrage zij kunnen leveren aan het landschappelijk raamwerk (buitengebied) in Kerkrade. Het klopt dat de reclamant heeft aangegeven dat het bedrijf al langer bezig is met de transitie naar een meer duurzame vorm van landbouw en dat hier vanuit agrarische bedrijfsvoering veel bij komt kijken. Voorbeelden hiervan zijn het al langer toepassen van niet kerende grondbewerking van akkerlanden en het toepassen van groenbemesting. Het verslag van dit overleg is ook naar de reclamant toegestuurd.
Ook is met reclamant op locatie het gebied in de Anstelvallei bezocht en zijn knel- en zorgpunten besproken, waaronder de huidige waterhuishouding. Verder zijn stakeholderbijeenkomsten gehouden op 4 juli 2023 en 12 december 2024 en is het concept ontwerp Omgevingsvisie vooraf naar de ketenpartners gestuurd, waaronder naar de LLTB. In het participatieverslag van de Omgevingsvisie Kerkrade zijn belangrijkste punten die zijn ingebracht aangegeven. 36
Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Bij veel zaken gaat men uit van aannames zonder gedegen onderzoek. Wij hebben hier ook al op bestuurlijk en ambtelijk niveau gesprekken gevoerd om te kijken wat wij gezamenlijk kunnen oppakken. Men wil natuur, het behoud hiervan vergt ook onderhoud, hoe en wie is hiervoor aan de bal? Reactie gemeente De Omgevingsvisie met bijbehorende Omgevingseffectrapportage gaat in hoofdlijn in op de toekomstige ontwikkeling van onder meer het buitengebied, het landschappelijk raamwerk. Bescherming en versterking van de kwaliteiten van dit gebied staan voorop. Ook is in de ontwerp Omgevingsvisie op pagina 65 duidelijk aangegeven dat de gemeente de landbouwgebieden wil behouden en een belangrijk onderdeel zijn van het landschappelijk raamwerk. Bij de verdere uitwerking wil de gemeente samen met de agrarische bedrijven de mogelijkheden nagaan naar een meer duurzame en toekomstbestendige landbouwvorm die rekening houdt met de aanwezige kwaliteiten van het Kerkraadse buitengebied, waaronder natuur, water en landschap. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Ook vinden wij het jammer dat wij in het stuk meerdere keren worden weggezet als intensieve productie landbouw die het niet zo nauw nemen met bodem, landschapsbeheer en waterkwaliteit.
Verder worden heel veel thema's benoemd maar voedselzekerheid hebben we nergens terug gezien, waar ook Kerkrade haar verantwoording in moet nemen. Dadelijk hebben we alleen natuur en recreatie maar niks te eten. Soms vragen wij ons af of wij als agrarisch ondernemer, 7e/ bijna 8e generatie in Kerkrade, nog wel gewaardeerd en gerespecteerd worden. Door de aanleg van de N300 is de hele waterhuishouding bij Krichelberg en Vauputs sterk veranderd waardoor wij er grote wateroverlast van ondervinden waar ons inzien te weinig mee gedaan wordt. De KRW komt er aan en wij willen U vragen hier mee aan de slag te gaan aangezien de overstorten steeds in ons weiland terecht komen. Reactie gemeente Het is niet de bedoeling om reclamant “weg te zetten” als een agrariër die totaal geen rekening houdt met de omgeving en het milieu. Wel geven we in de visie en in de Omgevingseffectrapportage aan dat het noodzakelijk is om landbouw in de gemeente Kerkrade om te vormen waarbij (nog beter) rekening wordt gehouden met de aanwezige kwaliteiten van het buitengebied en de verschillende functies. Zeker in een overwegend stedelijk gebied is het belangrijk om deze kwaliteiten te behouden en te versterken. Dit willen we samendoen met de grootste eigenaren en gebruikers in het landschappelijk raamwerk, waaronder de agrariërs, Stichting Limburgs Landschap en abdij Rolduc.
Voor het onderdeel wateroverlast, mede als gevolg van de aanleg van de N300 en het regelmatig inunderen van de weilanden langs de Vloedgraaf, zijn wij in overleg met waterschap Limburg en de provincie Limburg om dit knelpunt gezamenlijk aan te pakken. De gemeente neemt hierover contact op met de reclamant. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reactie gemeente Het standpunt van de gemeente is hierboven per reactie weergegeven, de reactie leidt tot de volgende aanpassingen: Aanpassingen Omgevingsvisie - Op basis van de zienswijzen van de LLTB en agrarische bedrijven zijn de teksten m.b.t. landbouw herschreven op pagina 44 ‘Ondersteunen van de ecologische basis’ en pagina 67 ‘Overig buitengebied en landbouw’. Aanpassingen OER Aanpassing OER: “De maatregel om in te zetten op natuurinclusief agrarisch beheer heeft ook een positief effect op 37
de waterkwaliteit omdat daarmee voorkomen wordt dat nutriënten en middelen vanuit de landbouwgronden in het (grond)water terecht komen.” Het woord “voorkomen” wordt, gewijzigd in “verminderd” (pagina 44).
38
14. Reclamant is een inwoner van de gemeente Kerkrade Inleiding De ontwerp-Omgevingsvisie Kerkrade zorgt potentieel voor een beperking van mogelijkheden voor de huidige bedrijfsvoering en voor de toekomstige ontwikkeling van ons landbouwbedrijf. Dit brengt een potentieel risico voor de continuïteit van onze onderneming, aangezien deze significante gevolgen heeft voor ons huidige verdienmodel. Ontwerp-Omgevingsvisie Kerkrade 2050 Pagina 29, 34, 38 en 42 “Kaalheide bruist” Op de tekeningen op pagina 29, 34, 38 en 42 staat opgenomen “Kaalheide bruist”. Reactie: in de ontwerp-Omgevingsvisie Kerkrade 2050 en het omgevingseffectrapport ontwerp-Omgevingsvisie gemeente Kerkrade staat niet opgenomen wat “Kaalheide bruist” betekent. Ons landbouwbedrijf ligt op Kaalheide en wij hebben vernomen dat nabij het landbouwbedrijf woningen komen. Met ons is niet nog niet de omgevingsdialoog gevoerd over de ontwikkeling. Als met “Kaalheide bruist” de woningontwikkeling op Kaalheide wordt bedoeld dan is het verzoek om met ons de omgevingsdialoog te voeren en daarnaast verzoeken wij u met klem om rekening te houden met de vergunde rechten van ons landbouwbedrijf. De omgekeerde werking! Reactie gemeente Met “Kaalheide bruist” wil de gemeente het voormalige stadionterrein van Roda JC op sportpark Kaalheide herontwikkelen. Hiervoor zijn in 2023 informatieavonden gehouden.
Deze ontwikkeling is daarom ook opgenomen in de Omgevingsvisie. Het plan omvat een combinatie van wonen, zorg en sport. Voor het gebied wordt een stedenbouwkundig plan uitgewerkt waarbij de omgeving en belanghebbenden worden betrokken. Bij de planontwikkeling wordt rekening gehouden met de verschillende belangen, waaronder de bestaande rechten van het nabijgelegen agrarisch bedrijf van reclamant. De reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Pagina 23/24 “Helaas merken we dat door trends als klimaatverandering en ruimtedruk vanuit de stedelijke functies het behoud van het buitengebied niet vanzelfsprekend is”. “Slechts een derde van het grondoppervlak van de gemeente is buitengebied. Daarom is er in het huidige beleid al voor gekozen om geen nieuwe rode (stedelijke) ontwikkelingen in het buitengebied toe te staan. Maar de ruimtedruk op deze gebieden blijft spelen en zal toenemen. Zeker nu de regio Parkstad en de gemeente na een periode van herstructurering weer nadrukkelijk kijkt naar groeimogelijkheden”. Reactie: als agrarisch ondernemer zijn wij de gebruiker van het buitengebied. Indien woningbouw in het buitengebied wordt mogelijk gemaakt dan is het verzoek om rekening te houden met het gebruik van de landbouwgronden zoals spuitzones. Reactie gemeente In de Omgevingsvisie zijn geen uitleglocaties opgenomen voor woningbouw.
Er wordt eerst gezocht naar locaties binnen het stedelijk gebied. Mocht in de toekomst toch blijken dat woningbouw in het buitengebied nodig is dan wordt hiervoor een aparte planologische procedure gevolgd. Hierbij zullen de omgevingseffecten vooraf worden onderzocht en wordt rekening gehouden met de bestaande belangen en rechten, waaronder spuitzones. De reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Pagina 44 “De verwachting is dat de komende jaren het bos- en natuurgebied in Kerkrade verder wordt uitgebreid met onder andere een levensbomenbos bij abdij Rolduc en de voormalige speeltuin aan de Nieuwenhagerweg in Eygelshoven”. Reactie: het woord onder andere suggereert dat er ook nog op andere plekken dan op abdij Rolduc en in Eygelshoven bos- en natuurgebied wordt aangelegd. In de ontwerp-Omgevingsvisie Kerkrade 2050 én het omgevingseffectrapport ontwerp-Omgevingsvisie is een verdere uitbreiding van bos- en natuurgebied niet benoemd/uitgewerkt. Reactie gemeente
39
De nu bekende potentiële locaties voor uitbreiding van bos en natuurgebieden zijn concreet benoemd in de Omgevingsvisie. Andere locaties zijn nog niet in beeld. Het omgevingsbeleid is gericht op het versterken van natuurgebieden, door bestaande natuur- en bosgebieden uit te breiden en met elkaar te verbinden. De verwachting is dat op middellange en lange termijn naar nieuwe locaties zal worden gezocht. De reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Pagina 44 “Een ecologische basis betekent ook een goed bodem- en landschapsbeheer, met een positieve bijdrage aan de waterkwaliteit. Dat vraagt een omslag bij de agrarische bedrijven naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering, waarbij rekening wordt gehouden met omgevingskwaliteiten en de maatschappelijke ontwikkelingen. Voor intensieve productielandbouw is op termijn geen toekomst meer in Kerkrade. Kerkrade is geen landbouwgemeente. De omgeving is sterk verstedelijkt, maar vertegenwoordigt wel hoge natuuren landschapswaarden. Behoud en versterking van deze waarden krijgen een hogere prioriteit dan het in stand houden van productielandbouw. Dit betekent niet dat agrariërs op de korte termijn volledig uit de gemeente verdwijnen. De ambitie is om samen met de agrariërs toe te werken naar een natuur-inclusieve vorm van landbouw, die integraal onderdeel uitmaakt van het landschappelijk raamwerk.
De gemeente zal hier actief op sturen bij het verpachten van de eigen gronden”. Reactie: wij hebben de gronden van de gemeente Kerkrade in reguliere pacht en daarop is onze bedrijfsvoering aangepast en zijn investeringen gedaan. Het opleggen en verbieden van bepaalde teelten op percelen is onwenselijk en niet reëel. Dit heeft significante gevolgen voor ons verdienmodel. Gewassen hebben verzorging nodig om tot wasdom en oogst te kunnen komen. Hierbij horen gewasbescherming en bemesting die worden uitgevoerd binnen de wet- en regelgeving die hiervoor is. Daarnaast is primair de rijksoverheid aan zet om regels te stellen aan het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. In de ontwerp-Omgevingsvisie Kerkrade 2050 én het omgevingseffectrapport ontwerp-Omgevingsvisie gemeente Kerkrade is geen rekening gehouden met de regulier verpachte grond. Het verzoek is om in de vast te stellen omgevingsvisie rekening te houden met de regulier verpachte gronden en hierop de haalbaarheid van uw visie te toetsen. Een goed bodembeheer is van groot belang om te zorgen dat de producten die geteeld worden van goede kwaliteit en kwantiteit zijn. Met andere woorden dit hoort al bij de hedendaagse bedrijfsvoering. Landschapsbeheer is een integraal onderdeel van een agrarisch bedrijf en dit is verankerd in het GLB.
De vraag is wat de gemeente Kerkrade onder ‘intensieve productielandbouw’ verstaat? Volgens ons komt deze vorm van landbouw niet voor. Het verzoek is dan ook om de volgende zinsnede te verwijderen: “Voor intensieve, productielandbouw is op termijn geen toekomst meer in Kerkrade.” Reactie gemeente De hoofdlijn in de Omgevingsvisie en Omgevingseffectrapportage is dat in de komende 25 jaar de agrarische sector in Kerkrade zal moeten transformeren naar een duurzame landbouwvorm die rekening houdt met het landschap, bodem en natuur en toekomstige opgaven (onder meer ons aanpassen aan extremer weer door klimaatverandering). Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de bestaande rechten, onder andere met het regulier pachten van gronden door reclamant. De term “intensief” kan inderdaad zorgen voor begripsverwarring omdat in de wet- en regelgeving (onder andere in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving) deze term alleen wordt gebruikt bij veeteelt. In Kerkrade is intensieve veeteelt niet mogelijk op grond van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Reguliere landbouw is nu voornamelijk gericht op (maximale) productie van gewassen en vee (vlees en melk). Deze reactie leidt tot aanpassing van de tekst in de ontwerp Omgevingsvisie op pagina 65, bij de alinea “Overig buitengebied en landbouw”.
Zie beantwoording en tekstvoorstel naar aanleiding van de zienswijze van de LLTB (pagina 12). Pag. 46 Op pagina 46 staan recreatieve fiets- en wandelroutes opgenomen. Reactie: de tekening is zeer onduidelijk. Het is niet te zien waar fiets- en wandelroutes lopen. 40
Reactie gemeente Deze kaart is illustratief en geeft in hoofdlijn de belangrijkste fiets- en wandelroutes in de gemeente Kerkrade aan, waaronder de nieuwe Parkstadroute. In het nieuwe Omgevingsplan worden deze routes gedetailleerd opgenomen en kunnen via de landelijke site “Regels op de kaart (Omgevingsloket)” worden geraadpleegd. Bij de eventuele aanleg van nieuwe routes zal vooraf met de grondeigenaren en gebruikers overleg worden gevoerd. De reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Pag. 65 “Landbouwgebieden zullen we altijd behouden als integraal onderdeel van het landschappelijke raamwerk. De manier waarop die landbouw wordt bedreven zal wel veranderen - van intensieve productielandbouw naar een meer natuurinclusieve vorm. De steile hellingen worden omgevormd tot grasland met aanleg van kleine landschapselementen. Natuur en landbouwgrond kunnen met respect voor elkaar naast elkaar bestaan. Deze variatie maakt het buitengebied interessant als groene ruimte. De grotere landbouwgebieden bevinden zich in de Anstelvallei, de Ham, het gebied ten noorden van Eygelshoven, bij Baalsbruggen en abdij Rolduc. Juist de afwisseling tussen open en gesloten natuur, de doorzichten en valleien maken de natuur van Kerkrade aantrekkelijk. Het agrarisch beheer is een belangrijke instandhouder van het landschap.
Dat agrarisch beheer moet in principe natuur inclusief en beter toegankelijk voor recreatief gebruik zodat er goede routes naar buiten gemaakt kunnen worden. De gemeente wil haar gronden in het landschappelijk raamwerk strategisch inzetten (heroverweging pachtovereenkomsten en een actiever grondbeleid met aan- en/of verkoop van gronden) om een duurzamere, een meer natuur inclusieve landbouw mogelijk te maken, gericht op landschapsversterking en verbetering van de biodiversiteit”. Reactie: de benadering om bepaalde vormen van ‘intensieve productielandbouw’ niet meer toe te staan, en enkel in te zetten op een natuurinclusieve vorm is niet reëel. Wij hebben de gronden van de gemeente Kerkrade in reguliere pacht. Het opleggen en verbieden van bepaalde teelten op percelen en het verbieden van mest en gewasbeschermingsmiddelen is desastreus. Natuurinclusieve landbouw moet passen bij de agrariër, zijn bedrijfsvoering en het verdienmodel. Reactie gemeente In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om duurzame landbouw, waaronder natuurinclusieve landbouw te stimuleren, rekening houdend met de andere functies en toekomstige opgaven in het buitengebied (landschappelijk raamwerk). Er zal zeker rekening worden gehouden met de bestaande rechten.
Wel kan de gemeente vanuit het maatschappelijk belang privaatrechtelijke en publiekrechtelijke instrumenten inzetten om het grondgebruik op termijn te veranderen. Een goed voorbeeld hiervan zijn de steile hellingen waarop de gemeente (op termijn) geen akkerbouw meer wil toestaan. Met de inzet van het gemeentelijke grondbeleid (het verpachten van landbouwgrond) kunnen bepalingen worden opgenomen. De gemeente zal agrariërs stimuleren om te transformeren naar een duurzame landbouw die het beste past in de gemeente Kerkrade. De afweging en verantwoordelijkheid ligt echter bij de individuele agrarische ondernemer zelf om de bedrijfsvoering (op termijn) hierop aan te passen. De reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Pag. 78 “Het terugdringen van bodemerosie in het landschappelijk raamwerk (buitengebied) door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan. Er is sprake van een wijziging in het landgebruik, op deze plekken is grasland eventueel in combinatie met de aanleg kleine landschapselementen een betere optie. Dit kan worden bereikt door nieuwe regels in het Omgevingsplan op te nemen en bij nieuwe pachtovereenkomsten (grondbeleid)”. Reactie: wij zijn in overleg met de gemeente om toegangswegen naar de percelen evt. waar mogelijk op het hoogste punt te leggen.
Hierdoor is bewezen dat een heleboel grond die nu uitspoelt in het tractor-spoor tegengehouden wordt. Door de Rijksoverheid zijn reeds regels opgesteld voor het grondgebruik op hellingen. Zo mag een perceel met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend gebruikt worden als grasland. Erosiemaatregelen schrijven verder voor dat op bouwland niet-kerende grondbewerking moet worden toegepast in combinatie met bodembedekkers. De vraag is dan ook waarom de gemeente Kerkrade in haar Omgevingsplan hiervoor regels gaat opnemen. Reactie gemeente Reclamant geeft een goed voorbeeld hoe met inrichtingsmaatregelen bodemerosie kan worden verminderd. Echter, rekening houdend met klimaatverandering, zullen we steeds vaker te maken krijgen met weersextremen (droogte, 41
langdurige neerslag en zware buien). Naar de toekomst toe zal naast het nemen van inrichtingsmaatregelen ook ander grondgebruik nodig zijn. Na beëindiging van de provinciale erosieverordening in 2014 is de huidige regelgeving op landelijk en provinciaal niveau alleen gericht op stimulering en het uitkeren van (Europese) subsidies om bodemerosie door landbouwactiviteiten te beperken. Voorbeelden hiervan zijn een samenwerkingsovereenkomst ondiep ploegen ZuidLimburg van 4 september 2020 en de uitvoeringsregeling van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GBL) 2023. In het onderzoekrapport WPR-1303, van januari 2024, “Evaluatie van goede landbouw- en milieucondities 5 (GLMC-5); GBL-maatregelen voor bodembewerkingsbeheer in Zuid-Limburg” in opdracht van het ministerie van LNV is het GLMC-5, onderdeel van het GBL, onderzocht op de voorwaarden, teeltmaatregelen en inrichtingsmaatregelen om bodemerosie te verminderen. Uit dit onderzoek blijkt dat de huidige regeling verbeterd kan worden en rekening moet worden gehouden met verandering in toekomstige neerslagpatronen door klimaatverandering. De gemeente kan, rekening houdend met toename van neerslag en zwaardere buien door klimaatverandering op basis van de verhaallijn “de klimaatbestendige stad”, hierop aanvullend beleid opstellen.
In dit geval door een klimaatbestendiger grondgebruik in relatie tot de aanwezige hoogteverschillen te stimuleren. Dit betekent concreet dat de gemeente voor de steile hellingen (op termijn) geen akkerbouw meer wil toestaan om bodemerosie te voorkomen. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Omgevingseffectrapport ontwerp-Omgevingsvisie gemeente Kerkrade Pag. 28 “Het versterken van de ecologische basis vereist ook goed bodem- en landschapsbeheer, waarbij de lokale agrarische bedrijven overstappen op een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Intensieve productielandbouw met gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen heeft geen toekomst meer in Kerkrade”. Reactie: de vraag is wat de gemeente Kerkrade onder ‘intensieve productielandbouw’ verstaat? Het opleggen en verbieden van bepaalde teelten op percelen en het verbieden van mest en gewasbeschermingsmiddelen is desastreus. Gewassen hebben mest en gewasbeschermingsmiddelen nodig om te kunnen uitgroeien tot een volwaardig en oogstbaar gewas. Het verzoek is dan ook om de volgende zinsnede te verwijderen: “Intensieve productielandbouw met gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen heeft geen toekomst meer in Kerkrade”. Reactie gemeente Het gemeentelijk beleid is gericht op extensivering van de landbouwgronden. In dit geval het minder intensief gebruiken van land en hulpbronnen.
Reguliere landbouw enkel gericht op productie zal vanuit de gemeente niet worden gestimuleerd omdat in het landschappelijk raamwerk (buitengebied) ook rekening moet worden gehouden met andere functies en toekomstige opgaven. Bemesting en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zal op termijn moeten afnemen om de bodem en (grond)waterkwaliteit te verbeteren ten gunste van water- en natuurbelangen. Dit blijkt ook uit de Foto voor de Leefomgeving (onderdeel waterkwaliteit) en de Omgevingseffectrapportage, die onderdeel uitmaken van de Omgevingsvisie Kerkrade. Deze reactie leidt niet tot de Omgevingseffectrapportage. Pag. 38 “Binnen het beleidsveld landbouw staat de transitie naar natuurinclusieve en duurzame landbouw centraal. Het richt zich op het terugdringen van intensieve landbouwpraktijken, het verminderen van mest- en beschermingsmiddelengebruik, en het stimuleren van agrarische activiteiten die bijdragen aan ecologische en landschappelijke waarden”. “In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat er in de huidige situatie een relatief klein landbouwareaal is dat grondgebonden is (weiland en akkerland) en vrij intensief wordt bewerkt door enkele agrarische bedrijven. Het beleidsveld landbouw scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Dit landbouwareaal wordt richting de toekomst bedreigd door andere ruimteclaims (b.v.
natuurontwikkeling, recreatie en wonen) en zal tegelijkertijd moeten bijdragen aan een waterrobuuste en klimaatbestendige stad. Tevens zal extremer weer door klimaatverandering de landbouw bedreigen”.
42
Reactie: wij streven al lang naar efficiënt gebruik van bemesting en gewasbeschermingsmiddelen. Dit zijn namelijk ook enorme kosten voor de teelt. Het verbieden van mest en gewasbeschermingsmiddelen is echter desastreus voor de teelt. Gewassen hebben mest en gewasbeschermingsmiddelen nodig om te kunnen uitgroeien tot een volwaardig en oogstbaar gewas. Daarnaast is duurzaam bodembeheer, waarbij de uitputting van de bodem wordt tegengegaan, van groot belang voor het behalen van een goede oogst. De vraag is wat wordt bedoeld met ‘vrij intensief’? Wij houden ons aan de regels die worden opgesteld door de Rijksoverheid op het gebied van bemesting en gewasbescherming. Reactie gemeente Zie voorgaande beantwoording. Deze opmerking leidt niet tot aanpassing van de Omgevingseffectrapportage. Pag. 39 en pag. 40 “De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen hebben zowel positieve als negatieve effecten op landbouw. Het verbeteren van de bodemgezondheid en de nadruk op waterbeheer ondersteunen de transitie naar duurzamere landbouwpraktijken, zoals natuurinclusieve landbouw. Ook het voeren van strategisch grondbeleid door de gemeente zal bijdragen aan de transitie naar een natuurinclusieve landbouw.
Tegelijkertijd zijn er ook randvoorwaarden en maatregelen opgenomen die ten kosten kunnen gaan van landbouwgrond, zoals het toevoegen van recreatieve routes door het buitengebied maar ook het tegengaan van bodemerosie door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan. Ook zijn er externe factoren waar de gemeente geen (directe) invloed op kan uitoefenen, bijvoorbeeld het frequenter voorkomen van extreem weer en daarmee gepaard gaande droogte en wateroverlast. Hoewel de gemeente maatregelen heeft opgenomen om de gevolgen hiervan te verminderen (zie paragraaf 6.2.2.3) zal dit de landbouw blijven bedreigen”. “Ook de voorwaarde om te voorzien in natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden draagt bij aan het behoud en aantrekkelijk maken van het landschap. Ook de concrete maatregel om bodemerosie in het buitengebied terug te dringen door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan, draagt hieraan bij”. Reactie: wij hebben de gronden van de gemeente Kerkrade in reguliere pacht en daarop is onze bedrijfsvoering aangepast en zijn investeringen gedaan. Het is van belang dat er voldoende inkomen behaald kan worden om perspectief te behouden. Natuurinclusieve landbouw moet passen bij de agrariër, zijn bedrijfsvoering en het verdienmodel.