Bijlage 4 - Foto van de Leefomgeving - Omgevingsvisie Kerkrade
Tekst van het document
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING Mer-procedure omgevingsvisie Kerkrade
Gemeente Kerkrade in samenwerking met Arcadis, oktober 2024
1
Inhoud 1.
2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1
Foto van de leefomgeving ....................................................................................................... 4
1.2
Historie Kerkrade ..................................................................................................................... 5
1.3
Scoringstabel ........................................................................................................................... 7
Bodem ............................................................................................................................................. 8 2.1
Bodem en ondergrond ............................................................................................................ 8
2.2
Landbouw .............................................................................................................................. 13
Omgevingskwaliteit (landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie) .................................... 16 3.1
Landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie .............................................................. 16
3.2
Natuur, biodiversiteit en stedelijk groen ............................................................................... 22
Klimaatadaptatie ........................................................................................................................... 26 4.1
Wateroverlast ........................................................................................................................ 26
4.2
Waterkwaliteit ........................................................................................................................ 27
4.3
Droogte .................................................................................................................................. 31
4.4
Hittestress .............................................................................................................................. 32
Economie ....................................................................................................................................... 36 5.1
Economie ............................................................................................................................... 36
5.2
Onderwijs .............................................................................................................................. 40
5.3
Recreatie en toerisme ........................................................................................................... 43
Leefomgeving ................................................................................................................................ 46 6.1 Wonen ......................................................................................................................................... 46 6.2 Sociale cohesie en leefbaarheid .................................................................................................. 51
7
Mobiliteit ....................................................................................................................................... 56
8
8 Gezondheid ................................................................................................................................ 60 8.1
Gezondheid............................................................................................................................ 61
8.2
Milieuthema’s (EV, lucht, geur, geluid, licht) ......................................................................... 68
8.2.1 Externe veiligheid/Omgevingsveiligheid ............................................................................... 68 8.2.2 Lucht ..................................................................................................................................... 70 8.2.3 Geur ...................................................................................................................................... 73 8.2.4 Geluid.................................................................................................................................... 74 8.2.5 Licht ...................................................................................................................................... 77 9
Duurzaamheid ............................................................................................................................... 79 9.1
Circulaire samenleving........................................................................................................... 79
9.2
Energietransitie ..................................................................................................................... 80
9.2.1
Duurzaam energieverbruik ................................................................................................ 81 2
9.2.2
Energie opwek ................................................................................................................... 82
9.2.3
Energie efficiëntie .............................................................................................................. 84
10 Bronnen ............................................................................................................................................ 87
3
1. Inleiding 1.1 Foto van de leefomgeving De Foto van de Leefomgeving beschrijft de staat van de leefomgeving in de gemeente. In dit hoofdstuk worden de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen tot 2040 beschreven. Samen vormen de huidige situatie en de autonome ontwikkeling de referentiesituatie voor het OER. De Foto van de Leefomgeving vormt het referentiepunt voor de beoordeling op doelbereik en milieueffecten. Voor iedere ruimtelijke opgave die terugkomt in de Omgevingsvisie is op basis van beschikbare informatie en expert judgement beoordeeld in welke mate anno 2024 voldaan wordt aan de voor die opgave gestelde ambitie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen informatie, in aflopende mate van concreetheid en cijfermatigheid: 1. Kwantitatieve informatie: deze informatie is cijfermatig en dus meetbaar, bijvoorbeeld data uit meetgegevens en rekenmodellen. 2. Kwalitatieve informatie: deze informatie is niet-cijfermatig en dus lastig meetbaar, bijvoorbeeld interviewgegevens en kaartmateriaal. 3. Expert judgement: in het geval dat er geen kwantitatieve en kwalitatieve informatie beschikbaar is wordt de beoordeling gedaan op basis van kennis en ervaring van specialisten.
De insteek vanuit de NRD was om de Foto van de Leefomgeving zoveel mogelijk kwantitatief op te stellen, om de opgaven en knelpunten in het ruimtelijk domein zo scherp en meetbaar mogelijk in kaart te brengen. Tijdens het opstellen is echter gebleken dat voor niet alle thema’s kwantitatieve gegevens beschikbaar waren en dat de beschikbare tijd beperkt was. Tevens was een gedetailleerde of kwantitatieve analyse nog niet mogelijk of zinvol op het niveau van de omgevingsvisie. Voor de volgende beleidsvelden is daarom gekozen om informatie te gebruiken op basis van kwalitatieve analyse en expert judgement: - Landschap en ruimtelijke kwaliteit - Natuur en biodiversiteit - Wateroverlast - Ruimtegebruik (alleen kwantitatieve analyse op hoofdlijnen/gebiedstypen) - (gezonde/duurzame) Woningvoorraad (cijfers beschikbaar tot 2030) Een kwantitatieve analyse voor bovenstaande thema’s zal worden uitgevoerd bij concrete projecten of omgevingsplannen waar desbetreffende omgevingseffecten verder onderzocht dienen te worden. Volgend op de beschrijving van de huidige situatie zijn autonome ontwikkelingen die naar verwachting plaats zullen vinden in de periode tot 2040 in beeld gebracht. Deels komt dit voort uit al vastgesteld beleid op bijvoorbeeld het gebied van woningbouw, natuurontwikkeling en duurzaamheid.
Deels worden voor de autonome ontwikkelingen externe ontwikkelingen buiten de directe invloedssfeer van de gemeente en/of de Omgevingsvisie beschreven. Denk daarbij aan onder meer klimaatverandering, de landelijke energietransitie en verschuivingen in de bevolkingsopbouw in de gemeente. Voor de referentiesituatie die hieruit volgt is voor iedere opgave bepaald of in vergelijking met de huidige situatie een (grote) verbetering, (grote) verslechtering of geen verschil op zal treden en tot welke beoordeling dit leidt. Om dit kwaliteitsniveau te beoordelen wordt gekeken naar de beschikbare referentiewaarde. Hierbij wordt middels een ladder van aflopende kwaliteitsniveaus onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen. 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen. 3. Advieswaarden van instituten. 4. Vraag versus aanbod. 4
5. Benchmarks ten opzichte van het landelijk gemiddelde of vergelijkbare gemeenten. 6. Expert judgement. Het toepassen van wettelijke normen heeft de voorkeur omdat dit leidt tot de meest navolgbare en eenduidige beoordeling. Indien wettelijke normen niet beschikbaar zijn voor het te beoordelen beleidsveld, worden beleidsnormen of -doelstellingen toegepast. Indien deze niet beschikbaar zijn, wordt de ladder verder afgelopen. In figuur 1 zijn de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling samengevat in het Rad van de Leefomgeving. Verderop in dit hoofdstuk wordt de score van de Foto van de Leefomgeving per opgave getoond. Figuur 1 laat zien hoe de beoordeling verandert op basis van de autonome ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. De blauwe lijnen geven de score van de huidige situatie weer, de oranje lijnen geven de score van de autonome ontwikkelingen weer. Als de beoordeling van de autonome ontwikkeling lager is dan de huidige situatie, is er sprake van een negatief effect op het beleidsveld. Als de beoordeling van de autonome ontwikkeling hoger is dan de huidige situatie is er sprake van een positief effect op het beleidsveld. De buitenste ring betreft de hoogste score (++) en de binnenste ring betreft de laagste score (--).
Figuur 1 het Rad van de Leefomgeving voor de huidige situatie (blauwe lijn) en de autonome ontwikkeling (oranje lijn)
1.2 Historie Kerkrade De oudste zichtbare cultuurhistorische elementen in Kerkrade komen uit de Romeinse tijd. In Kerkrade zijn vier Romeinse villa’s aangetroffen: Kaalheide, Winckelen, Kloosterraderplein en Holzkuil. Kerkrade is in de Middeleeuwen ontstaan. Toen nog in de vorm van verschillende kleine nederzettingen nabij agrarische ontginningen. Nog steeds zijn een aantal van de belangrijke routes 5
door Kerkrade (de linten) en de verschillende buurtcentra (dorpskernen) herkenbaar vanuit deze tijd. Voorbeelden van deze cultuurhistorische elementen kerken, kapellen, kruizen en enkele hoeves. De verdere ontwikkeling van de stad, voor meer dan de helft grenzend aan Duitsland (oost- en zuidzijde), heeft een directe link met de mijnbouw geschiedenis. De Zuid-Limburgse grond is altijd een vindplaats van bodemschatten geweest. Al in de 17e eeuw zorgde de abdij Kloosterrade (het huidige abdijcomplex Rolduc) voor werkgelegenheid middels steenkoolwinning. De geschiedenis die daarop volgde kennen we allemaal goed. Met name tussen de twee wereldoorlogen groeide de hele mijnstreek snel. In Kerkrade ontstonden een zestal mijnen. De verschillende dorpskernen werden uitgebreid in de richting van de mijnen, onder andere met mijnkoloniën die werden gebouwd voor de nieuwe werknemers. Ook het aanleggen van spoorlijnen is te danken aan de industriële activiteit. Na het sluiten van de mijnen zijn diverse terreinen in korte tijd getransformeerd tot bedrijventerrein, woon- of groengebied. Kerkrade is inmiddels met name een woongemeente met in het centrum en langs de oostzijde prachtige natuur. Na het mijnverleden is er een duidelijke structuur ontstaan in de gemeente bestaande uit verschillende gebiedstypen: buitengebied, centrumgebied, woongebied, bedrijventerrein en hoofdinfrastructuur.
Deze indeling van de gebiedstypen is weergegeven in figuur 2. De procentuele verdeling tussen de verschillende gebieden is als volgt: buitengebied 37,1% (waarvan o.a. landbouw 30% en 44% natuur), bedrijventerrein 16,4%, centrum 1,9%, hoofd-infra 2,1% en Wonen 42,5%.
Figuur 2 Gebiedsindeling gemeente Kerkrade
De ingrediënten voor een goede en gezonde leefomgeving zijn voorhanden, maar er is ook de pijn over het abrupte einde van de mijnbouw en alle sociaaleconomische problematiek die dat teweeg heeft gebracht. De afgelopen jaren waren een tijd van stagnatie. Het perspectief als krimpregio gaf weinig mogelijkheden om te investeren en tot een nieuw perspectief te komen. Maar het tij keert, er is al enige tijd druk op de ruimte voor bedrijven, er is steeds meer vraag naar woningen en de vergrijzingspiek wordt snel bereikt. Allemaal trends die kansen geven om weer te investeren, plannen te maken en vooruit te kijken. 6
1.3 Scoringstabel De onderstaande scoringstabel geeft een overzicht van alle thema’s die in de Foto van de Leefomgeving zijn behandeld. Ieder thema wordt beoordeeld op basis van een schaallat, deze schaallat wordt voor elk thema toegelicht. De huidige situatie geeft die situatie in 2024 aan. De autonome ontwikkeling schetst hoe een thema zich zal ontwikkelen in de komende jaren, volgens de huidige trends. De beoordelingsschaal bestaat uit vijf kwaliteitsniveaus en wordt per beleidsveld in tabelvorm weergegeven met behulp van symbolen (--, -, +/-, +, ++) en kort toegelicht. De kwaliteitsniveaus komen overeen met ringen in Rad van de Leefomgeving. De foto van de leefomgeving is door de gemeente opgesteld, echter de scores zijn tot stand gekomen met ondersteuning van adviesbureau Arcadis. De samengevoegde scores zijn weergegeven in figuur 1. Beleidsvelden Bodem Landbouw Landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Natuur en biodiversiteit en stedelijk groen Wateroverlast Waterkwaliteit Droogte Hittestress Economie Onderwijs Recreatie en toerisme Wonen Sociale cohesie en leefbaarheid Mobiliteit Gezondheid Omgevingsveiligheid Lucht Geur Geluid Licht Circulaire samenleving Duurzaam energieverbruik Energie opwek Energie efficiëntie
Huidige situatie +/+/-
Autonome ontwikkeling +/--
+/-
-
+/+/+/+/+/+/+ +/+/-+ + -+ +/++ -+/-
+/+/+/-+/+/+ +/+/+ -+ +/+ +/-
7
2 Bodem De beschrijving van de huidige situatie, de autonome ontwikkelingen en de bouwstenen voor de omgevingsvisie per thema, hebben plaatsgevonden aan de hand van statistische analyses, interviews, kaartmateriaal, beleidsdocumenten en ervaring van specialisten. Een overzicht van deze bronnen is weergegeven in hoofdstuk 10 ‘Bronnen’.
2.1 Bodem en ondergrond Score ++
Bodem is van hoogwaardige kwaliteit en voor alle doeleinden toepasbaar, er zijn nauwelijks knelpunten tussen functies en nauwelijks risico’s rondom mijnbouwverleden.
+
Bodem heeft aanvaardbare kwaliteit, enkele knelpunten tussen functies en weinig risico’s rondom mijnbouwverleden.
+/-
Bodem is licht verontreinigd, spelen verschillende knelpunten in de ondergrond en er zijn risico’s rondom het mijnbouwverleden.
-
Bodem is op verschillende plekken verontreinigd, ondergronds spelen er verschillend knelpunten en er zijn meerdere risico’s rondom het mijnverleden.
--
Bodem is voor een groot gedeelte van slechte kwaliteit, de ondergrond is vol en er spelen veel risico’s rondom het mijnverleden.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Toelichting
-
Gemeente kent locaties met voormalige steenkoolmijnen, deze zijn gesaneerd door middel van een leeflaag, daaronder kan de grond sterk verontreinigd zijn, er worden nog steeds locaties gesaneerd. Door ondiepe winningen (mijnbouw) spelen er risico’s rondom verzakking. De ondergrond is in de huidige situatie al druk.
+/-
Door bodemverontreiniging worden er nog verschillende onderzoeken en saneringsactiviteiten uitgevoerd binnen de gemeente. Verder worden jaarlijks 1 à 2 historische schachten gestabiliseerd, richting 2050 zijn vrijwel alle schachten gesaneerd. De huidige ondergrond is al druk en richting de toekomst zal de druk op de ondergrond verder toenemen door verschillende ruimteclaims.
Huidige situatie Bodemopbouw Kerkrade heeft globaal de volgende oorspronkelijke bodemopbouw. De bovenste bodemlaag bestaat uit Löss (zandige leem) uit de Formatie van Boxtel. Hieronder bevinden zich zand/grind-afzettingen uit de Formatie van Beegden. Daar weer onder volgen de Formaties van Rupel en Tongeren, die uit fijn kleiig zand en klei bestaan. Deels zijn formaties van Breda en Veldhoven aanwezig. De basis wordt gevormd door vast gesteente; kleisteen (schalie), zandsteen en steenkoollagen uit het Carboon. In de bodem zijn tektonische breuken aanwezig die voornamelijk in ZO-NW-richting lopen. Over het algemeen bevindt grondwater zich op meer dan 5 m onder maaiveld. Alleen onder in beek- en rivierdalen kan het binnen 5 m-mv aanwezig zijn. De bodemopbouw van de gemeente Kerkrade is afgebeeld in figuur 4. Bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer Doel van een bodemkwaliteitskaart is het in kaart brengen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Hiertoe is de gemeente opgedeeld in een aantal deelgebieden met een milieuhygiënisch vergelijkbare bodemkwaliteit. Uit de kaart blijkt dat gemiddeld in de geroerde bovengrond (0 – 0,5 m onder maaiveld), lichte bodemverontreiniging voorkomt. De ongeroerde ondergrond (0,5 – 2 m-mv), is gemiddeld niet verontreinigd. Plaatselijk kunnen locaties met sterke bodemverontreiniging 8
aanwezig zijn. Welke gevolgen bodemkwaliteit voor ruimtelijke ontwikkelingen heeft, volgt uit de gemeentelijke Nota Bodembeheer. In deze nota worden de visie en doelstellingen van de gemeente Kerkrade verwoord om te komen tot een optimaal gebruik van de bodem. Bodemverontreiniging In de gemeente bevinden zich grote fabrieksterreinen en mijnsteenstorten van de voormalige steenkoolmijnen. Hierop zijn woningen en bedrijven gebouwd of ze zijn als recreatiegebied heringericht. De meeste van deze terreinen zijn in de jaren 90 van de 20e eeuw en begin 21e eeuw door middel van een ‘leeflaag’ gesaneerd. Dit betekent dat onder de leeflaag sterk verontreinigde mijnsteen of grond aanwezig kan zijn. Dat zorgt voor permanente nazorg om vermenging en herverontreiniging van de leeflaag te voorkomen. Verder zijn in de gemeente diverse kleinere bodemverontreinigingslocaties aanwezig, de belangrijkste locaties zijn weergegeven in figuur 3 (Atlas Leefomgeving Bodemverontreiniging en sanering, 2022).
Figuur 3 Bodemverontreiniging en sanering Kerkrade
Mijnbouw Op 15 december 2016 heeft het Ministerie van Economische Zaken diverse rapporten over ‘Naijlende gevolgen steenkolenwinning Zuid-Limburg’ openbaar gemaakt. Hierin staan mogelijke naijlende effecten van de voormalige steenkolenmijnbouw beschreven. De volgende na-ijlende effecten kunnen mogelijk van invloed op boven- en ondergronds ruimtegebruik zijn. Ondiepe winningen In Kerkrade bevinden zich ondiepe historische en industriële steenkoolwinningen. Dit zijn winningen die tot dicht onder de bovenkant van het Carboongesteente hebben plaatsgevonden. Als het gesteente boven de winning breekt kan bodemmateriaal uit de deklagen naar binnen stromen en kan uiteindelijk aan het maaiveld een verzakking ontstaan. Een verzakking kan schade aan ondergrondse (bv. kabels en leidingen) en bovengrondse infrastructuur (bv. wegen en gebouwen) toebrengen. Mijnschachten 9
Binnen de gemeente liggen ca. 59 historische en 19 industriële mijnschachten. Van de industriële schachten zijn de meeste bij sluiting voldoende stabiel afgewerkt. Enkele moeten echter aanvullend worden gestabiliseerd. Van de historische schachten is ca. de helft gevonden. Deze worden, als dit vanwege aanwezige bebouwing mogelijk is, gestabiliseerd. Bodemstijging De Feldbiss-breuk die in ZO-NW-richting loopt, staat als actieve breuk bekend. Binnen een aangegeven gebied rond de Feldbiss-breuk is ongelijkmatige bodemstijging, als gevolg van stijgend mijnwater in de ondergrond, mogelijk. Bij eventuele nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient hiermee rekening gehouden te worden. De geologische breuken, schachten, ondiepe winningen en overige informatie over het mijnverleden zijn weergegeven in figuur 5. Autonome ontwikkeling - Bodemverontreiniging verdwijnt meestal niet vanzelf, maar moet actief worden gesaneerd; verwijderd of afgedekt. Sanering is over het algemeen afhankelijk van initiatieven tot herinrichting van gebieden of nieuwbouw van woningen of bedrijven. - Mijnbouw: per jaar kunnen structureel 1 à 2 gevonden historische schachten worden gestabiliseerd. Bij herinrichting of nieuwbouw in de toekomst kunnen, niet-gevonden schachten alsnog worden opgespoord en moeilijk bereikbare schachten worden gestabiliseerd. Stabilisatie van ondiepe winningen is projectafhankelijk.
Richting 2050 is dit een positieve ontwikkeling, de meeste schachten zullen zijn gesaneerd. - Drukte in de ondergrond: de ondergrond wordt steeds drukker door verschillende ontwikkelingen: sanering, herinrichting, glasvezel netwerk, energietransitie (Mijnwater), infrastructuur, woningbouw etc. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het in de huidige situatie al druk is in de ondergrond, richting de toekomst zal dit verder toenemen. Zo vraagt nieuwe woningbouw om meer ruimte voor kabels en leidingen in de ondergrond. Energietransitie vraagt om een uitbreiding van de capaciteit van het elektriciteitsnet en nieuwe vormen van energie (transport en opwek) vragen om meer ruimte in de ondergrond. Met name het project Mijnwater vraagt ruimte in de ondergrond. Bouwstenen/ambities voor de Omgevingsvisie - Bodemverontreiniging: het gemeentelijk bodembeheer is gericht op het behouden of realiseren van een veilige (geen onaanvaardbare risico’s) en geschikte (duurzame) bodemkwaliteit. In een Omgevingsvisie en Omgevingsplan moet dit verder worden uitgewerkt. - Mijnbouw: omgevingsvisie en -plan dienen zich te richten op randvoorwaarden om ruimtelijke ontwikkelingen, ondanks de aanwezige na-ijlende effecten van de steenkoolwinning, mogelijk te maken.
- Gemeente dient richting de toekomst een betere regie te voeren op de ondergrond, in de huidige situatie worden al combinaties gezocht maar dit moet nog beter aangezien de ruimteclaims in de ondergrond alleen maar meer worden.
10
Figuur 4 Bodemopbouw Kerkrade
11
Figuur 5 Geologische breuken en mijnverleden
12
2.2 Landbouw Score ++
Veel ruimte en ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouwactiviteiten
+ +/-
Enige ruimte en ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouwactiviteiten
--
Weinig ruimte en ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouwactiviteiten
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
+/-
Relatief klein landbouwareaal dat grondgebonden (weiland en akkerland) en vrij intensief wordt bewerkt door enkele agrarische bedrijven.
Autonome ontwikkeling
--
Extensivering van de landbouw, vaker extremer weer door klimaatsverandering (met name bodemerosie en wateroverlast) en ruimteclaims voor natuur, recreatie en toerisme en wonen (afname landbouwareaal).
Huidige situatie Kerkrade is sterk verstedelijkt en heeft een relatief klein buitengebied, waarvan een groot deel bestaat uit (helling)bos en beekdalen die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (natuur 181 ha). Het areaal landbouwgrond is klein, versnipperd en heeft op veel plekken te maken met grote hoogteverschillen. 152,89 ha is akkerland en 112,47 ha is weiland, samen bedraat dit 33,6% van het aanwezige buitengebied (bron BGT 2024). Een deel van de agrarische gronden (76,1 hectare, 28,7% van het totale oppervlak aan landbouwgrond (bron: gemeente 2024) wordt verpacht door de gemeente. In figuur 6 is de landbouwsituatie in 2021 weergegeven. Momenteel zijn er twee volwaardige agrarische bedrijven in Kerkrade. Het betreft twee gemengde bedrijven met weiland en akkerbouw die al ruim 100 jaar actief zijn in Kerkrade. De agrarische bouwkavels zijn gelegen aan de Herenanstellerweg en de Vauputsweg. De agrarische bedrijven hebben ook landbouwgronden buiten de gemeente Kerkrade. Verder hebben de bedrijven mogelijke bedrijfsopvolgers. Naast hun rol als agrariër bekleden de boeren een maatschappelijke functie binnen de gemeente, zo doen ze aan landschapsbeheer i.s.m. Limburgs Landschap, helpen Gaia Zoo, zorgen voor bloemrijke akkerranden, korenwolfbeheer, helpen met carnaval.
Daarnaast bevinden zich enkele kleinere agrarische bedrijven (Baalsbruggerweg, Vinkerstraat en Putstraat in Eygelshoven) en een manage (Baamstraat) in de gemeente Kerkrade. Met de aanleg van de provinciale autobaan Buitenring Parkstad (N300) in de periode 2015-2018 in de gemeente Kerkrade is het landbouwareaal een stuk kleiner geworden en zijn landbouwpercelen doorsneden. Vooral in het overwegend agrarisch gebied tussen de Kaalheidersteenweg en Hamstraat. Een groot deel van het Kerkraadse landbouwareaal heeft te maken met hoogteverschillen. Vooral in het Anselderbeekdal, de omgeving van abdijcomplex Rolduc en het gebied ten noorden van Eygelshoven is sterk hellend. In 2021 en 2024 was er sprake van wateroverlast en bodemerosie als gevolg van extreme en aanhoudende neerslag. Dit zorgt voor productieverlies en mislukte oogsten. Diverse agrarische bedrijven passen niet kerende grondbewerking toe (niet ploegen van de grond) om erosie, uitspoeling van de vruchtbare lössgrond, te beperken. Autonome ontwikkeling Door toenemende ruimteclaims in het stedelijke gebied (infrastructuur, wonen, bedrijven, recreatie en natuur), extremer weer als gevolg van klimaatverandering (minder opbrengsten en het telen van andere gewassen, ander landgebruik en grondbewerking), natuur- en landschapsontwikkeling zal een 13
intensieve productie van landbouwgrond in Kerkrade steeds moeilijker worden. Er moet anders worden “geboerd” waarbij rekening wordt gehouden met de omgevingskwaliteiten en de maatschappelijke ontwikkelingen. Lokale producten, gezonde voeding, extensieve landbouw, landschapsbeheer zullen naar verwachting in de toekomst voorop staan. Bouwstenen/ambities voor de Omgevingsvisie - Wat is ambitie van de gemeente samen met de belangrijkste grondeigenaren en gebruikers in het kleine en waardevolle buitengebied; hoe versterken wij het landschappelijk raamwerk met de nieuwe ruimteclaims en opgaven vanuit de andere beleidsvelden en maatschappelijke ontwikkelingen? Er ontbreekt nu een visie, er zijn geen keuzes gemaakt en hierdoor is er onduidelijkheid over de toekomst van de Kerkraadse agrarische bedrijven. Een voorbeeld hiervan is het centrale deel van de gemeente Kerkrade (het gebied tussen de Kaalheidersteenweg en de Hamstraat). Naar verwachting zullen hier diverse nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die ten koste zullen gaan van het landbouwareaal. De Omgevingsvisie zal een ontwikkelrichting moeten aangeven waaraan via een programma Landschappelijk Raamwerk/Buitengebied zal worden gewerkt, deze richting moet een kader vormen voor de gemeente maar biedt ook duidelijkheid richting de agrariërs.
- De gemeente wil haar gronden in het landschappelijk raamwerk strategisch inzetten (heroverweging pachtovereenkomsten en een actiever grondbeleid met aan- en/of verkoop van gronden) om een duurzamere, een meer natuur inclusieve landbouw mogelijk te maken, gericht op landschapsversterking en verbetering van de biodiversiteit. - Landbouw zal veel meer dan nu rekening moeten houden met de omgeving en andere beleidsvelden waaronder natuur, cultuur(historie), recreatie en toerisme, klimaatadaptatie en duurzaamheid (circulariteit). - De huidige landbouwgronden, die onderdeel maken van het landschappelijk raamwerk, zijn belangrijk voor de biodiversiteit, de overgangen tussen stad en land, de kwaliteit van het landschap en uitstraling/identiteit van de “bovenstad Kerkrade”. Landbouw zal moeten bijdragen aan een waterrobuuste en klimaatbestendige stad, door het (langer) vasthouden van hemelwater en het terugdringen van bodemerosie.
14
Figuur 6 Landbouwgronden in 2021
15
3 Omgevingskwaliteit (landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie) 3.1 Landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Score ++
Het landschap, ruimtelijk patroon en cultuurhistorie is goed zichtbaar, wordt beschermd en versterkt
+
Het landschap, ruimtelijke patroon en cultuurhistorie is intact, herkenbaar aanwezig en wordt beschermd
+/-
Het landschap, ruimtelijk patroon en cultuurhistorie is enigszins zichtbaar en wordt beschermd
-
Het landschap, ruimtelijk patroon en cultuurhistorie is enigszins zichtbaar, herkenbaar maar wordt nauwelijks beschermd
--
Het landschap, ruimtelijk patroon en cultuurhistorie is nauwelijks zichtbaar en wordt niet beschermd
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Toelichting
+/-
Vanuit Nederlands perspectief gezien heeft Kerkrade een bijzonder landschap (dat niet wordt (h)erkend en beleefbaar). Grote hoogteverschillen, sterk verstedelijkt, groene beekdalen en met enkele unieke Rijksmonumenten die vanuit de identiteit en cultuurhistorie belangrijk zijn (o.a. abdijcomplex Rolduc en Schacht Nulland) voor Kerkrade en omgeving. Kerkrade kent dus heel veel kwaliteiten rondom deze thema’s echter momenteel beschikt de gemeente niet over beleid voor landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit om deze kwaliteiten te beschermen, kortom het landschap en cultuurhistorie staat onder druk.
-
Aanwezigheid van cultuurhistorie en een aantrekkelijk landschap wordt voor het woonmilieu en toerisme en recreatie steeds belangrijker. Klimaatverandering kan negatieve effecten hebben op het landschap en cultuurhistorie (o.a. door droogte het verdwijnen van de beukenbossen en de betaalbaarheid van het beheer en onderhoud van monumenten en beeldbepalende gebouwen). Door transformatie van historische linten/straten kunnen bijzonder architectonische waarden verloren gaan door (vervangende) nieuwbouw.
Huidige situatie In de structuurvisie Kerkrade 2010-2020 (2011, pagina’s 20-24 en 61-67). en in het boek “Natuurlijk Kerkrade. Beleef de groene gemeente Kerkrade”, auteur Olaf Op den Kamp, ISBN-9789074508353 (december 2021) is een beschrijving opgenomen over de (cultuur)historie, het landschap en de natuurgebieden in de gemeente Kerkrade (voor het onderdeel natuur zie het volgende hoofdstuk). Landschap Het landschap van Kerkrade heeft een on-Nederlands karakter. Het ruimtelijke patroon van de omgeving, dat bestaat uit hooggelegen plateaus en laaggelegen dalen (grote hoogteverschillen variërend van 87 meter boven NAP tot 177 meter boven NAP in respectievelijk de noordoostpunt en zuidwestpunt van de gemeente), is ontstaan in het Pleistoceen door de eroderende werking van rivieren en beken. De voornaamste zijn de grensrivier de Worm (hoofdsysteem en aan Duitse zijde Natura-2000 gebied) en de zijdalen van de Anselderbeek, de Crombacher- en Bleijerheiderbeek. Verder bevindt zich in de ondergrond de aardbreuk Feldbiss. Deze eigenschappen, die het landschap van Kerkrade karakteriseren, hebben er mede toe geleid dat de bebouwing (de occupatie) voornamelijk geconcentreerd is gebleven op de hoger gelegen plateaus.
16
De beekdalen zijn duidelijk zichtbaar, evenals het landschappelijk raamwerk buiten de gemeentegrens dat de (gemeente-) grensoverschrijdende groenstructuur illustreert. Limburg is door zijn ligging, variatie in geologie en landschappelijke kenmerken geschikt om een grote verscheidenheid aan soorten en ecosystemen mogelijk te maken. Als gevolg van milieuverontreiniging, oprukkende bebouwing, versnippering door infrastructuur en klimaatverandering staan deze kwaliteiten echter onder druk. Belangrijk uitgangspunt voor Kerkrade is de ecologische noord-zuidverbinding, die wordt gevormd door het Anselderbeekdal en het Wormdal. Het Kerkraadse deel van het Natuurnetwerk is daarmee een schakel in de Europese ecologische structuur. De voedingsgebieden van de beide beekdalen worden gevormd door de Groene Long (Anstelvallei), Carisborg, Berenbos en het gebied rond abdijcomplex Rolduc. Cultuurhistorie De cultuurhistorische kenmerken van de ondergrond zijn van invloed op het ontstaan van de stad. Het huidige landschap van Kerkrade is ontstaan uit een confrontatie van natuur en cultuur. Het echte, onvervalste natuurlandschap, bestond tot de tijd waarin het menselijk vermogen om de natuur te beïnvloeden toenam. Vanaf de late bronstijd breidde de mens het landbouwareaal uit en drong het bos terug. De oudste gebouwde overblijfselen in Kerkrade komen uit de Romeinse tijd.
Er zijn enkele Romeinse villa’s (Villa rustica) bekend, die kenmerkend zijn voor een agrarisch gebruik van de ruimte. Deze villa’s vormden de kern van de toenmalige landbouwbedrijven en wijzen ons daarmee op het agrarisch gebruik van het gebied in die tijd. Vanaf het midden van de derde eeuw nam de Romeinse invloed af. Dat bracht een afname van zowel de agrarische activiteiten als van de bevolking met zich mee. De plateaus werden verlaten en het boslandschap kon zich herstellen. Deze situatie bleef tot de Middeleeuwen onveranderd. De ontwikkeling van het huidige landschap begint in de vroege Middeleeuwen, rond de tiende eeuw. Het landschap ontstond mede als gevolg van ontginningen, die door de Kerk gestimuleerd werden. Rond 1500 was het gehele Kerkraadse grondgebied ontgonnen voor agrarisch gebruik. Het middeleeuwse nederzettingspatroon (een agrarisch nederzettingspatroon met kastelen, hoeves en watermolen) is nog steeds zichtbaar in het landschap. In de negentiende eeuw groeide de steenkoolwinning bij Rolduc (één van de grootste gebouwde Rijksmonumenten), die vanaf de Middeleeuwen nog kleinschalig was, uit tot een economisch fundament voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Door de toestroom van arbeidskrachten ontstonden mijnwerkerskoloniën.
Deze zijn in de stedelijke bebouwing nog steeds herkenbaar door hun stedenbouwkundige opzet en de bijzondere architectuur (zie Schacht Nulland, mijnwerkerswoningen en villa’s). De historische linten waren in dat tijdperk straten van belevenis, de belangrijkste linten zijn te zien in figuur 7. In de mijnbouwperiode vond de grootste verstedelijking in de geschiedenis van Kerkrade plaats. Aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw sloten de mijnen. Na de mijnbouwperiode ontstonden de stad en het landschap zoals wij deze nu kennen. Door de keuze ‘van zwart naar groen’ veranderde de economische basis van Kerkrade. Zoals hierboven omschreven kent Kerkrade een uitgebreide geschiedenis, dit heeft uiteindelijk geleid tot ruim 80 Rijksmonumenten binnen de gemeente en tot zover 10 gemeentelijke monumenten. De ambitie is om het aantal gemeentelijke monumenten verder uit te breiden. Op figuur 8 is te zien waar de monumenten binnen de gemeente gelegen zijn. Archeologie Kerkrade kent een lange bewoningsgeschiedenis. De oudste vondsten dateren van 60.000 jaar voor Christus. Het zijn vuistbijlen die de Neanderthalers hebben achtergelaten in de buurt van de Domaniale mijn (Kerkrade-Oost). Uit de Romeinse tijd zijn veel vindplaatsen bekend in Kerkrade. Het glooiende landschap met zijn vruchtbare lössgronden en beekdalen was een aantrekkelijk vestigingsgebied voor de Romeinen.
De oudste bewoningssporen uit de Romeinse tijd dateren van 17
rond de jaartelling en de laatste rond 400 na Christus. Zo zijn er diverse Romeinse villa’s ontdekt bij woningbouwplannen, waaronder aan de Romeinenweg en de Krichelstraat (Kerkrade-West) en Eygelshovergracht (Holzkuil). Ook zijn grafvelden uit de Romeinse tijd aangetroffen in de Holz en bij de voormalige bruinkoolgroeve Herman in Eygelshoven (Kerkrade-Noord). Deze grafvelden waren gelegen buiten de nederzettingen aan een heerbaan de Via Belgica (van Keulen naar Frankrijk), zie ook https://www.viabelgica.nl/. Voor de regio Parkstad Limburg is een archeologische verwachtingskaart opgesteld. Deze kaart is op 26 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. Op basis van de verwachtingskaart zijn de archeologische waarden voor Kerkrade bepaald. De gebieden met archeologische waarden (waarde 1 t/m 6) zijn opgenomen in de voormalige bestemmingsplannen, thans het van rechtswege tijdelijke deel van het Omgevingsplan Kerkrade. In de planregels zijn bepalingen opgenomen om de archeologische waarden te beschermen. Voor een overzicht van de archeologische waarden in de gemeente Kerkrade wordt verwezen naar figuur 9. Autonome ontwikkeling − Stichting Limburgs Landschap (eigenaar en beheerder van gronden rondom het stuwmeer Craneneweijer) heeft de wens uitgesproken om de landbouwgronden steeds extensiever te willen beheren om het landschappelijk aantrekkelijker te maken voor recreatie.
− Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de archeologische waarden en dient afhankelijk van de locatie (waarde) en grootte van het (bouw)plan onderzoek plaats te vinden. − Klimaatverandering en de transformatieopgave in Kerkrade kunnen druk uitoefenen op het landschap in Kerkrade. Bouwstenen/ambities voor de Omgevingsvisie − de weinige aanwezige cultuurhistorische elementen met het omliggende landschap (beter) beschermen. Niet alleen de gebouwen maar bijvoorbeeld ook holle wegen, graften/struwelen, religieus erfgoed (kapellen en wegkruizen) en bomenlanen. Er zal gemeentelijk beleid moeten worden opgesteld voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Het is een van de doelstellingen om het aantal gemeentelijke monumenten verder uit te breiden. − De historische linten met fraaie en karakteristieke vooroorlogse bebouwing behouden en transformeren naar een aantrekkelijke woonstraat (bijv. Kerkrade-Oost, BleijerheiderstraatPannesheiderstraat). − Een aantrekkelijke woonomgeving wordt steeds belangrijker. Daarbij zijn naast bereikbaarheid en een goed voorzieningenniveau, een waardevol landschap en aanwezigheid van cultuurhistorie van belang.
− De landschappelijke kwaliteiten versterken, de overgangen tussen van beekdalen en (bos)hellingen en het behoud van uitzichtpunten/doorkijk naar het groene en parkachtige landschap vanuit de hooggelegen plateaus. − Bij de verstedelijkingsopgave (m.n. woningbouw) inzetten op inbreiding in plaats van nieuwbouw in het landschappelijk raamwerk/buitengebied (toepassen van de voorkeursladder locatiekeuze woningbouw).
18
Figuur 7 Historische linten Kerkrade
19
Figuur 8 Rijks- en gemeentelijke monumenten in Kerkrade
20
Figuur 9 Archeologische waardenkaart Kerkrade
21
3.2 Natuur, biodiversiteit en stedelijk groen Score ++
Optimale benutting van kansen die zich voordoen om biodiversiteit te verbeteren
+
Kansen worden benut om biodiversiteit te verbeteren
+/-
Biodiversiteit voldoet aan Europese, nationale en provinciale regels
-
Biodiversiteit gaat achteruit
--
Biodiversiteit gaat achteruit en er wordt niks aan gedaan
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Toelichting
+/-
Landelijk en Europees gezien is er sprake van een afname van het aantal plant- en diersoorten. Onze eigen inzet als gemeente is dat we de geldende regels naleven en ook kansen te benutten (projectniveau). Er is op dit moment geen gemeentelijke groen/natuurbeleid.
-
Door toename van verstening en bebouwing is er nauwelijks ruimte voor groen en neemt de biodiversiteit af. Uitputting van de bodem door intensief landbouwgebruik (bemesting en bestrijdingsmiddelen). Door klimaatverandering (natter, droger en heter) komen groen- en natuurgebieden onder druk te staan. Toename van ziekte en -sterfte van bomen en planten en bronnen die overspoeld worden of juist opdrogen (macrofauna bronbeekjes); Minder budget voor onderhoud van de openbare ruimte (door tekorten in de jeugdzorg, hoge inflatie) zorgt voor minder ecologische investeringen in het openbaar groen.
Huidige situatie De belangrijkste (aaneengesloten) natuurgebieden zijn het Anselderbeekdal, het Wormdal, de hellingbossen rondom Eygelshoven en de Berenbos/abdijcomplex Rolduc. De natuurgebieden in Kerkrade bestaan uit (helling)bossen, beekdalen, parken, voormalige steenbergen en bruinkoolgroeven. De twee meest bijzondere natuurgebieden zijn de Anstelvallei en het Wormdal. De Anstelvallei is divers. Er liggen kleinere en grotere vijvers en het enige stuwmeer van Nederland. Het stuwmeer de Cranenweijer heeft een oppervlakte van 20 ha en is 50 jaar geleden aangelegd om Eygelshoven te beschermen tegen wateroverlast. Daarnaast zijn er hellingbossen, oude hoeves en een kasteel. Deze gevarieerde omgeving trekt bijzondere dieren aan, waaronder veel watervogels die van nature schaars zijn in de regio Parkstad Limburg. Het Wormdal, grenzend aan Duitsland, vormt een belangrijke verbindingszone voor dieren als de waterspreeuw, bever, ringslang, hazelworm en levendbarende hagedis en iepenpage die onder andere via het beekdal en het spoortalud hun leefgebieden in de Eifel bereiken. De groenblauw structuur in Kerkrade is weergegeven in figuur 10. In 2018-2023 zijn drie levensbomenbossen in de gemeente Kerkrade aangelegd. Levensbomenbos West (1,5 ha), levensbomenbos en -laan Holzkuil (0,6 ha en 450m) en levensbomenbos Carisborg (0,4 ha) in het oostelijk deel van Kerkrade.
Er is in totaal 2,5 ha bos aangeplant. In figuur 11 is het aandeel openbaar groen binnen de gemeente afgebeeld wat in eigendom is van de gemeente Kerkrade. Het openbaar groen bestaat uit hagen, struwelen, bodemdekkers, struikrozen, planten, bosplantsoenen, gazon en ruw gras. Autonome ontwikkeling − de biodiversiteit neemt verder af. Versnippering van natuurgebieden door uitbreiding van het wegennet (o.a. Buitenring Parkstad Limburg N300) en woningbouw. Ook toenemende recreatiedruk vanuit het stedelijk gebied in de aangrenzende natuur- en bosgebieden. Met name 22
− −
in de omgeving van Rolduc waar sinds kort een nieuw landgoed met wandelpaden is aangelegd nabij kwetsbaar brongebied. intensieve landbouw (gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting) en bodemerosie de verwachting is dat de komende jaren het bos- en natuurgebied in Kerkrade verder wordt uitgebreid (afhankelijk van het lopend archeologisch onderzoek zal eind 2025 een levensbomenbos bij Rolduc worden aangelegd. Ook heeft ProRail het plan om het bos uit te breiden aan de Nieuwenhagerweg met 1-2 ha).
Bouwstenen/ambities voor de Omgevingsvisie − tegengaan van verdere verstening en zorgen voor vergroening om leefbaarheid in de stad te behouden (gezondheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid) − openbare ruimte anders inrichten en beheren, (gericht op klimaatbestendigheid, biodiversiteit (inheemse soorten) en gezondheid (beweegvriendelijk en ontmoetingsplekken); − bestaande bos- en natuurgebieden robuuster maken (zie oude beleid/doel uit de structuurvisie) door deze te vergroten en deze onderling te verbinden, ook met de groengebieden in het stedelijk gebied (vanuit biodiversiteit en klimaatbestendigheid). Dit beleid is nog altijd actueel en relevant voor de nieuwe omgevingsvisie.
23
Figuur 10 Groenblauw structuur Kerkrade
24
Figuur 11 Openbaar/stedelijk groen
25
4 Klimaatadaptatie 4.1 Wateroverlast Score ++
Het gemeentelijk grondgebied is ingericht om water op te vangen na een hevige regenbui zonder dat er overlast (elders) ontstaat
+ +/-
Wateroverlast treedt op in laaggelegen en versteende omgevingen
--
Wateroverlast treedt op over het gehele gemeentelijk grondgebied, het buitengebied en versteende gebieden staan langdurig onder water bij hevige regenbuien
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Toelichting
+/-
Wateroverlast treedt met name op in de laaggelegen gebieden zoals Eygelshoven, verder kent de gemeente veel versteende buurten en bedrijventerreinen.
+/-
De komende jaren wordt er op gemeentelijk, regionaal en provinciaal niveau gewerkt aan verbetering van het watersysteem. Echter door klimaatverandering blijft het risico op wateroverlast aanwezig, acceptatie en zelfredzaamheid worden richting de toekomst belangrijker.
Huidige situatie In samenwerking met de regio Parkstad Limburg zijn stresskaarten opgesteld en zijn de lokale kwetsbaarheden in beeld gebracht. Voor de gemeente Kerkrade zijn met name de lagere delen, in en nabij de beek- en droogdalen kwetsbaar voor wateroverlast bij extreme buien of aanhoudende regen. Vooral Eygelshoven en omgeving, de buurt Haanrade en het agrarisch gebied bij de Vloedgraaf ter hoogte van de Hammolenweg hebben regelmatig met wateroverlast te maken. Ook op diverse locaties in Kerkrade-West (buurten Spekholzerheide en Terwinselen) waar het water zich verzamelt en niet weg kan (Drievogelstraat-Industriestaat-Schifferheidestraat en Oude Maar en omgeving). Verwezen wordt naar de stresskaart wateroverlast met waterdiepte (bij een bui van 57mm in 2 uur, de maximaal berekende waterdiepte die voorkomt bij een bui die in 2019 gemiddeld eens in de 100 jaar voorkomt), zie: https://parkstad.klimaatmonitor.net. Autonome ontwikkelingen - Op grond van de klimaatscenario’s voor het toekomstig klimaat (KNMI 9 oktober 2023) zal het klimaat in Nederland er anders uit komen te zien. Naast temperatuurstijging zal het ook natter worden. De verwachting is dat de jaarlijkse neerslaghoeveelheid zal toenemen en wij vaker met lange droge perioden en met extreme neerslag in de zomer te maken zullen krijgen.
- De vastgestelde documenten 'Integraal Waterplan regio Parkstad Limburg 2019' en het waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Limburgs water in een veranderend klimaat’ zijn de basis van de ontwikkelingen m.b.t. de waterhuishouding. In het programma staan met name de aanpak van wateroverlast en droogte centraal. - In 2024 heeft Waterveiligheid Ruimte Limburg (WRL) een site met info over hoe je je kunt voorbereiden en welke maatregelen je kunt nemen om wateroverlast en -schade te beperken. Er wordt ingezet op voorlichting en zelfredzaamheid; - De gemeente zal in samenwerking met waterschap, provincie (wegbeheerder N300), woningcorporaties, agrariërs de lokale wateroverlastknelpunten verder aanpakken. Er is een lijst opgesteld met civieltechnische projecten voor de korte en middellange termijn (12 locaties) om wateroverlastknelpunten in de woonbuurten aan te pakken. Daarnaast is voor Eygelshoven en omgeving , naar aanleiding van de wateroverlast in 2021, een specifiek maatregelenpakket voor de aanpak van wateroverlast opgesteld. Begin 2024 zijn de (civieltechnische) projecten op negen locaties bekend gemaakt aan de bewoners. Hier wordt de komende jaren aan gewerkt. 26
Bouwstenen Omgevingsvisie - In de visie zal het belang van water en bodem sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen als uitgangspunt worden opgenomen. Ruimte voor de beek- en droogdalen wordt behouden en op plekken weer vrijgemaakt; zorgen voor een groenblauwe structuur in de stad. Een concrete maatregel is het weghalen van de overkluizing van beken, bijvoorbeeld de overkluisde Anselderbeek in Eygelshoven. - In de visie zal het belang van het vasthouden van hemelwater op eigen terrein worden opgenomen. Daarbij zal de volgende voorkeursvolgorde worden aangehouden: vasthouden (hergebruik en infiltratie), bergen en vertraagd afvoeren (oppervlakkig of gescheiden riool). Van belang daarbij is dat bij een ruimtelijke ontwikkeling hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de beken en zorgt voor problemen (wateroverlast elders en toename van riooloverstorten). Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat en de waterkwaliteit afneemt, is de aanleg van extra waterberging van belang (waterbergingscompensatie) en ruimte hiervoor te reserveren. - Wijzigen van functies en grondgebruik van de steile hellingen in Kerkrade. Zo kan bijvoorbeeld akkerland op een steil helling beter omgezet worden naar weiland en/of bos.
Ook kan het toepassen van kleine landschapselementen (hagen en graften) zorgen voor minder bodemerosie en wateroverlast in de lagere delen van Kerkrade. - Wateroverlast en bodemerosie knelpunten aanpakken (grensoverschrijdend in samenwerking met buurgemeenten en waterschap); onderzoek doen naar de mogelijkheden van het toepassen van dynamisch peilbeheer van het stuwmeer Cranenweijer (wateroverlast beperken in Eygelshoven en extra opgevangen water in natte perioden gebruiken bij langere perioden van droogte).
4.2 Waterkwaliteit Score ++
De waterkwaliteit van grondwater en oppervlaktewater is van goede kwaliteit en voldoet aan de Kaderrichtlijn Water
+ +/-
De waterkwaliteit van grondwater en oppervlaktewater voldoet voor een deel aan de Kaderrichtlijn Water
--
De waterkwaliteit van grondwater en oppervlaktewater is van slechte kwaliteit en voldoet niet aan de Kaderrichtlijn Water
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Toelichting
+/-
Op basis van de KRW factsheets voor de Anselderbeek en de Worm in de gemeente Kerkrade blijkt dat het water van slechte chemische kwaliteit is. Op het onderdeel ecologie wordt beter gescoord; matig tot goed. Daarnaast zijn er specifieke verontreinigingen aangetroffen, waaronder ammonium, kobalt en zink. De mindere waterkwaliteit heeft met name te maken met het effluent van de RWZI’s, lozingen, de riooloverstorten bij hevige neerslag op beken en de invloed van agrarische activiteiten. Nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen afkomstig van landbouwgronden spoelen uit naar het grondwater en de nabijgelegen beken.
+/-
Nieuw beleid (ten aanzien van stedelijk waterbeheer) zet in op het vasthouden van hemelwater op de plateau’s en binnen het stedelijk gebied, dit betekent een verbetering van de sponswerking, hiermee wordt het grondwater gevoed (tegengaan droogte) en zal er minder water afgevoerd worden naar de beken en het riool. Het aantal riooloverstorten zal naar verwachting (sterk) afnemen.
27
Huidige situatie In de gemeente Kerkrade bevindt zich de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Kaffeberg, aan de Boerenanstellerweg. Een groot deel van het vuilwater in het stedelijk gebied van Kerkrade, maar ook delen van de gemeente Landgraaf en het zuidelijk deel van de gemeente Heerlen wordt hier gezuiverd. Het gezuiverde afvalwater (effluent) wordt geloosd in de Anselderbeek. Het vuilwater afkomstig uit het noordelijk van Kerkrade (o.a. Eygelshoven en Haanrade) wordt gezuiverd bij de RWZI Rimburg (gemeente Landgraaf) en loost het effluent in de Worm ter hoogte van Übach Palenberg (Duitsland). Daarnaast bevindt zich het stuwmeer Craneweijer dat in 1974 is ontstaan na de aanleg van een stuwdam in de Anselderbeek. De waterkwaliteit is matig en afkomstig van de Anselderbeek (voor een deel gevoed door effluent van de Duitse RWZI’s) en grondwater dat gevoed wordt door kwel van diverse bronbeekjes. De bodem van het meer is verontreinigd, er is sprake van slib dat zich in de afgelopen 50 jaar heeft opgehoopt. De grotere beken in de gemeente Kerkrade, waaronder de Worm en Anselderbeek hebben diverse bassins en bergings-voorzieningen om het vuilwater op te vangen. Bij hevige buien, diverse keren per jaar, storten deze voorzieningen over in de beek.
Verwezen wordt naar bijgevoegde kaart van de bestaande voorzieningen om de waterkwaliteit van oppervlaktewater in Kerkrade te waarborgen. Op basis van de KRW factsheets (Informatiehuis Water, peildatum 4 september 2024) voor de Anselderbeek en de Worm (grotere beken) in de gemeente Kerkrade blijkt dat het water van slechte chemische kwaliteit is. Op het onderdeel ecologie wordt beter gescoord; matig tot goed. Daarnaast zijn er specifieke verontreinigingen (die de norm overschrijden) aangetroffen, waaronder ammonium, kobalt en zink. De mindere waterkwaliteit heeft met name te maken met het effluent van de RWZI’s in Duitsland, lozingen, de riooloverstorten bij hevige neerslag op beken en de invloed van agrarische activiteiten. Nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen afkomstig van landbouwgronden spoelen uit naar het grondwater en de nabijgelegen beken. Autonome ontwikkelingen -
-
-
In 2027 moet voldaan worden aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Deze richtlijn stelt dat in 2027 het watersysteem op orde is. Dit vereist ecologisch, hydrologisch en geomorfologisch herstel van oppervlaktewateren en het behoud of herstel van de fysisch-chemische toestand. Dat vraagt om inspanningen van het waterschap en alle sectoren die de waterkwaliteit beïnvloeden. Opkomende verontreinigde stoffen zoals PFAS, medicijnresten en microplastics vormen nieuwe uitdagingen om de waterkwaliteit op orde te houden. In 2025-2027 vindt door het waterschap beekherstel van de Worm plaats over een traject van 3 km, vanaf de Wolfsweg in Eygelshoven tot aan Rimburg (gemeente Landgraaf). De Worm wordt aan de Nederlandse oever op diverse plekken uit de tegels gehaald en krijgt zo ruimte voor natuurlijke verlegging (meandering). Dit bevordert de ecologische toestand van de Worm. In 2025 wordt een nieuw regionaal waterplan opgesteld. Hierin zullen de aanpak van wateroverlast, droogte maar ook de verbetering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater centraal staan. Daarbij wordt rekening gehouden met klimaatverandering en de toenemende weersextremen en de noodzaak van de aanpassing van het watersysteem. Naast het terugdringen van lozingen is het afkoppelen van hemelwater van het vuilwaterriool en het verminderen van de riooloverstorten op beken van belang.
De voorkeursvolgorde “voorkomen, scheiden en zuiveren” blijft van toepassing.
28
Bouwstenen voor de omgevingsvisie -
-
Het verminderen van riooloverstorten op de beken en het verder verbeteren van het functioneren van de RWZI’s Kaffeberg en Rimburg. Blijven inzetten op het afkoppelen van hemelwater en het weghalen van overtollige verhardingen binnen de hele gemeente. Bij nieuwe (bouw)plannen ervoor zorgen dat water wordt vastgehouden op het eigen perceel (ook om droogte tegen te gaan) en het water niet wordt afgevoerd naar beken; Voor de zuivering technische voorzieningen extra ruimte reserveren voor eventuele uitbreidingen in de toekomst, met name buffercapaciteit; Inzetten op natuur inclusieve landbouw in Kerkrade zodat er geen, veel minder uitspoeling dan nu plaatsvindt van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen.
29
Figuur 12 Waterkwaliteit Kerkrade
30
4.3 Droogte Score ++
De omgeving is ingericht om water vast te houden voor langere periodes van droogte
+ +/-
Droogte treedt op maar er is voldoende voor de agrarische sector, natuur is robuust om met droogte om te gaan en de drinkwatervoorziening komt niet in gevaar
--
De agrarische sector kan niet beregenen, de natuur wordt aangetast en de drinkwatervoorziening wordt ingeperkt
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
+/-
Droogte is in Kerkrade met name een gevaar voor de natuur en biodiversiteit, agrarische sector en de drinkwatervoorziening zijn minder kwetsbaar.
Autonome ontwikkeling
+/-
Door de ondergrond in Kerkrade (overwegend lössgrond) heeft de bodem een lage infiltratiewaarde. De plateau’s in Kerkrade zijn versteend, waardoor de toevoer van water beperkt is.
Droogte Het grondwater bevindt zich op veel plekken in de gemeente Kerkrade op grote diepte (10-25 meter onder maaiveld). Zeker op de plateaus (hogere delen van Kerkrade) is dit het geval. Omdat de hogere delen van Kerkrade, plateau’s, grotendeels bebouwd en verhard zijn, wordt het meeste regenwater oppervlakkig en via het (gescheiden) riool afgevoerd naar de beekdalen en komt het niet in de bodem en in het grondwater. Met name de natuurgebieden in Kerkrade (hellingbossen, zijbeekjes en bronnen) zijn kwetsbaar voor grote schommelingen van grondwater en hangwater. De hellingbossen met beuken (oostzijde van stuwmeer Cranenweijer, het Loosbos en het Schouffertsbos in Eygelshoven) hebben het erg moeilijk door de vele droge jaren in het afgelopen decennium en zijn gevoelig voor ziekte en plagen. Autonome ontwikkelingen -
-
Verdere verdichting en toename van verharding door ruimtelijke opgaven, met name in de woongebieden en bedrijventerreinen. Het bergen van hemelwater in het stedelijke gebied kost veel ruimte, zeker omdat de ondergrond van Kerkrade (overwegend lössgrond) een lage bodeminfiltratiewaarde heeft. Door toenemende droogte in de afgelopen jaren en daardoor een neerslag- en grondwatertekort (uitzondering 2024) heeft veel groen en met name bomen in het stedelijk gebied moeilijk. Ook in de natuurgebieden, hellingbossen en brongebieden zijn gevoelig voor droogte. Dit zorgt voor afname van de biodiversiteit; door verdroging groeien planten, bloemen, struiken, heide, grasland en bomen minder goed. Hierdoor ontstaat schade. Ook neemt de kans op bosbranden toe. Verder zijn vlinders, insecten en andere dieren voor hun voedselvoorziening afhankelijk van deze beplanting.
Bouwstenen voor de omgevingsvisie -
Zie de punten bij wateroverlast om onder meer het watersysteem van afvoeren te wijzigen in het zo lang en veel mogelijk vasthouden op eigen terrein, mede afhankelijk van de locatie. Bij (vervangende) nieuwbouw voldoende ruimte reserveren voor groen en waterberging. 31
-
Van belang is dat de oppervlakte van verharding niet verder toeneemt ten opzichte van nu en regenwater de bodem in kan. Dit betekent op veel plekken het weghalen van (overbodige) verharding en vergroening van het stedelijk gebied, zeker op de hoger gelegen plateaus. Ook het stimuleren van meervoudig ruimtegebruik in combinatie met water en groen.
4.4 Hittestress Score ++
De omgeving is ingericht om veel koelte te generen en hittestress te beperken, het over grote deel van de gemeente voldoet aan de 3-30-300 regel
+ +/-
Hittestress treedt op binnen hotspots zoals versteende wijken, echter zijn er voldoende plekken in de buurten om (natuurlijke) verkoeling op te zoeken, de 3-30-300 regel scoort in totaal voldoende
--
Hittestress treedt op binnen grote gebieden, de 3-30-300 regel wordt op slechts enkele plekken behaald, er is sprake van gezondheidsklachten
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Toelichting
+/-
Met name in Kerkrade-Oost en Kerkrade-West is er sprake van een hitteeilandeffect. Bovendien kan het merendeel van de bebouwing op de hoger gelegen plateaus ‘s-nacht nauwelijks afkoelen omdat de koele lucht uit de lager gelegen beekdalen en natuurgebieden niet kan stijgen. Volgens de 3 en 30 regel scoort de gemeente gemiddeld gezien lager, terwijl op de 300 regel bovengemiddeld wordt gescoord.
--
Door klimaatverandering wordt het steeds warmer. Voor Kerkrade betekent dit dat we ons moeten voorbereiden op hetere zomers met hoge (gevoels)temperaturen (ook door de opbouw van de stad, bebouwing op de plateau’s en groengebieden in de dalen).
Huidige situatie De gemeente Kerkrade is sterk verstedelijkt, dichtbebouwd met veel verhardingen en weinig (openbaar) groen. Bovendien kan het merendeel van de bebouwing op de hoger gelegen plateaus ‘snacht nauwelijks afkoelen omdat de koele lucht uit de lager gelegen beekdalen en natuurgebieden niet kan stijgen. Bij langere hittegolven en tropische nachten (20 oC of hoger) warmt het stedelijk gebied in Kerkrade West en Oost steeds verder op. Bij lange hete periodes kan het zogenaamde hitteeiland effect optreden. Dit betekent dat de stad verder opwarmt met negatieve gevolgen voor de gezondheid. Vooral jonge kinderen, ouderen en chronisch zieken zijn extra kwetsbaar. Voor Kerkrade-Noord geldt dit in mindere mate omdat de bebouwing in en dichtbij de beekdalen van de Anselderbeek en Worm bevinden en de hoger gelegen hellingbossen ’s-nacht verkoeling bieden. Begin 2024 is voor de gemeente Kerkrade een onderzoek op pandniveau uitgevoerd voor de 3-30-300 regel. De vuistregel helpt ons om te zien of er genoeg groen en bomen zijn in de stad voor een gezonde leefomgeving, aan de hand van een rapportcijfer wordt de score op de 3-30-300 regel samengevat, 0-5 is onvoldoende, 5-7 is voldoende, 7-10 is goed. De regel bestaat uit 3 onderdelen: - 3-regel: dicht bij elke woning, school of werkplek staan minimaal 3 volwassen bomen.
- 30-regel: elke buurt heeft minstens 30% boomkronen en daardoor schaduw/verkoeling. - 300-regel: vanuit iedere woning, school of werkplek is er binnen 300 meter een park of bos voor natuurlijke verkoeling. In de gemeente Kerkrade scoren de sterk versteende woonbuurten in Kerkrade-West (het zuidelijk 32
deel van de Heilust, het centrale deel van Kaalheide en het westelijke en centrale deel van Spekholzerheide) en in Kerkrade-Oost (het oostelijk deel van Bleijerheide, het westelijk deel van de Holz en het centrale deel van Chevremont) onvoldoende; rapportcijfer 2-5. Er zijn nauwelijks volwassen bomen te zien vanuit iedere woning en de boomkroonbedekking is vaak minder dan 10%. Kerkrade Noord (Eygelshoven en omgeving) scoort relatief goed door het vele groen in de buurt. Opvallend is dat op basis van de 300-regel over het algemeen de woonbuurten goed scoren. Alleen enkele straten in de Gracht, Kaalheide en het westelijk deel van Terwinselen scoren minder dan gemiddeld. De afstand tot een park of bos bedraagt dan meer dan 300 meter. Aan de hand van de 330-300 regel en hittestresskaart kunnen de woonstraten en locaties die het meest gevoelig zijn voor hittestress in beeld worden gebracht. De belangrijkste koelteplekken in de gemeente (in kader van het Hitteplan Kerkrade) zijn weergegeven in figuur 13. Figuur 14 geeft een rapportcijfer/gecombineerde weergave van de 3-30-300 regel op pandniveau in Kerkrade. Autonome ontwikkeling -