CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. - Begroting 2027 GR Rd4, geconsolideerd - boekwerk

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente KerkradeBij agendapunt: GR Rd4 (Reinigingsdiensten Rd4)15.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting Rd4 2027

1

Begroting Reinigingsdiensten Rd4 2027 Begroting Rd4 2027

Voorwoord In een wereld die steeds meer wordt gekenmerkt door onzekerheid, complexiteit en volatiliteit, blijft het opstellen van een jaarlijkse begroting een stevige opgave. Dat geldt zeker ook voor de begroting 2027. Ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op, externe omstandigheden veranderen voortdurend en de druk op publieke middelen neemt niet af. Juist in zo’n context is het noodzakelijk om als publieke organisatie koersvast te blijven, zonder de realiteit uit het oog te verliezen. Regeren is vooruitzien, zo luidt het bekende spreekwoord. Maar in de praktijk vraagt dat om veel meer dan alleen vooruitkijken: het vraagt om afweging, samenwerking, realiteitszin en bestuurlijke discipline. Samen met de beleidsmatige en financiële ambtenaren van onze tien deelnemende gemeenten heeft Rd4 ook dit jaar weer de eerste bouwstenen aangedragen voor een begroting die zo goed mogelijk aansluit bij de gezamenlijke opgaven en verwachtingen. Dat gebeurt niet in een vacuüm. Gemeenten staan voor grote maatschappelijke, financiële en organisatorische uitdagingen. Denk aan stijgende kosten, druk op de openbare ruimte, verduurzamingsvraagstukken en de noodzaak om publieke dienstverlening betaalbaar én toekomstbestendig te houden. Tegen die achtergrond mag van Rd4 een realistische, transparante en goed onderbouwde begroting worden verwacht.

Roger Wetzels Directeur Reinigingsdiensten Rd4

2

Begroting Rd4 2027

In de voorliggende begroting voor 2027 is daarom opnieuw nadrukkelijk rekening gehouden met de context waarin onze gemeenten opereren. Tegelijkertijd mogen wij onze eigen strategische koers niet uit het oog verliezen. Want ondanks alle onzekerheden blijft de maatschappelijke opdracht onverminderd groot. De transitie naar een circulaire economie is geen vrijblijvende ambitie, maar een noodzakelijke beweging. Als samenleving hebben wij de duidelijke opgave om in 2050 volledig circulair te zijn. Dat vraagt ook van Rd4 dat wij vandaag blijven investeren in de keuzes, structuren en voorzieningen die daarvoor nodig zijn. De opgaven waar wij voor staan zijn uitdagend en laten zich niet allemaal door Rd4 alleen oplossen. Dat is de bestuurlijke werkelijkheid. Een concreet voorbeeld daarvan is de elektrificatie van ons voertuigenpark. Die ontwikkeling is noodzakelijk, maar loopt in de praktijk vertraging op doordat de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet beperkt is en toewijzing daarvan achterblijft bij de behoefte. Dat soort externe beperkingen vraagt om flexibiliteit, maar mag geen excuus worden om stil te vallen. Vanuit ons publiek ondernemerschap blijven wij daarom stap voor stap verder bouwen aan Rd4: een krachtig, maatschappelijk verankerd en toekomstgericht bedrijf, midden in de Zuid-Limburgse samenleving. Deze begroting vormt daarvoor de financiële basis.

Een basis die niet alleen sluitend en verantwoord moet zijn, maar ook gedragen moet worden door onze stakeholders. Alleen zo kunnen wij samen blijven werken aan een duurzame, betaalbare en circulaire toekomst voor onze regio.

Begroting Rd4 2027

3

Elke dag zetten wij ons in voor een mooie en schone leefomgeving. Samen met burgers, overheden, bedrijven en instellingen zoeken we constant naar slimme en duurzame oplossingen om afval te verminderen, grondstoffen te scheiden, spullen een tweede leven te geven en mensen kansen te bieden. Alleen zo worden we: Samen actief voor een betere toekomst!

Inhoudsopgave Samenvatting

6

Hoofdstuk 1

Beleidsmatige ontwikkelingen

8

Hoofdstuk 2

Het speelveld

12

Hoofdstuk 3

Financiële ontwikkelingen

16

Hoofdstuk 4

Bedrijfsvoering

26

Hoofdstuk 5

Beleidsbegroting

32

Hoofdstuk 6

Financiële begroting

47

Hoofdstuk 7

Meerjarenraming

68

Bijlagen

70

Samenvatting De geconsolideerde begroting 2027 van Rd4 geeft een integraal beeld van de gemeenschappelijke regeling en haar twee dochtervennootschappen. Door verschillen in wettelijke kaders (BBV voor de GR, Titel 9 Boek 2 BW voor de BV’s en NV) is een geïntegreerde begroting essentieel om gemeenten een volledig beeld te bieden. In 2027 stijgt de totale begroting met circa € 3,5 miljoen ten opzichte van 2026. De belangrijkste oorzaken liggen buiten de invloedssfeer van Rd4: hogere rijksheffingen op afvalverbranding en CO₂-uitstoot, oplopende loonkosten en ongunstige marktontwikkelingen voor recyclingstromen. Zonder deze exogene factoren blijft de stijging onder de verwachte inflatie, dankzij optimalisatie van processen, scherper contractmanagement en verdere datagedreven sturing. De landelijke beleidscontext verandert door de overgang van LAP3 naar het Circulair Materialenplan (CMP). De nadruk ligt daarbij op waardebehoud, hogere kwaliteit van recycling en ketensamenwerking. Tegelijkertijd blijven producenten weinig recyclaat toepassen en blijft virgin materiaal goedkoper dan hergebruikte grondstoffen. Hierdoor lopen kosten voor gemeenten sneller op dan de voortgang van de circulaire transitie. Binnen de regio blijft harmonisatie van beleid, inzamelsystematiek en communicatie een belangrijk uitgangspunt.

Rd4 ondersteunt gemeenten hierin als verbonden partij door middel van planning- en control instrumenten, bijeenkomsten, rapportages en conferenties. Rd4 blijft inzetten op sociale arbeid, maar het organiseren daarvan wordt complexer door het wegvallen van WSW-instroom en versnippering binnen de participatiewet. Ultimo 2025 werken 140 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en 42 vrijwilligers mee binnen vooral kringloopactiviteiten en het Textiel sorteercentrum. Voor 2027 wordt de formatie uitgebreid met 2,7 FTE, voornamelijk voor de uitvoering van taken in de openbare ruimte (BOR-taken uit ons BOR-pakket) zoals de uitbreiding van onkruidbeheersing in Kerkrade. Het investeringsprogramma 2026–2030 bedraagt ruim € 61 miljoen, waarvan circa € 20,9 miljoen aan nieuwe investeringen. Belangrijke projecten zijn de opening van het gerevitaliseerde en uitgebreide grondstoffenpark en kringloopwinkel Margraten, aankoop en verhuizing van winkellocaties in Kerkrade en Heerlen, en de implementatie van een nieuwe ERP-oplossing in de Cloud. Voor 2026–2027 is circa € 12 miljoen aan aanvullende financiering nodig. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 2.082.500. De belangrijkste risico’s hebben betrekking op arbeidsmarktkrapte, continuïteit van materieel, kwaliteit van PMD, brandstofprijzen en cao-ontwikkelingen.

Verwerkingskosten en hoeveelheden worden via variabele componenten direct met gemeenten verrekend en vallen daarom buiten het weerstandsvermogen. De volatiele situatie in de wereld op het moment van schrijven maakt het onzeker hoe dat uitpakt in de begrotingsperiode. De oorlog in Iran en natuurlijk het nog lopende conflict in Oekraïne en de politieke situatie tussen Europa en de Verenigde Staten hebben allemaal invloed. Marktontwikkelingen blijven onzeker: bij meerdere stromen stijgen de verwerkingstarieven door hoge belastingdruk en beperkte afzetmogelijkheden voor gerecyclede materialen. Voor textiel en kringloopomzet geldt in 2027 een pas op de plaats vanwege de instabiele markt, lagere prijzen en de complexiteit van de landelijke UPV-organisatie. Rd4 blijft sturen op efficiënte uitvoering, hoogwaardige dienstverlening en een verdere bijdrage aan de regionale circulaire economie. Tegelijkertijd vereist de combinatie van stijgende externe kosten en maatschappelijke ambities blijvende samenwerking, transparantie en een tijdige bijsturing tussen Rd4 en de deelnemende gemeenten. 6

Begroting Rd4 2027

samen steeds slimmer

7

Hoofdstuk 1

Beleidsmatige ontwikkelingen 8

Begroting Rd4 2027

Beleidsmatige ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen De landelijke beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen bevinden zich in een overgangsfase. Het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) is formeel nog van kracht, maar wordt gefaseerd opgevolgd door het Circulair Materialenplan (CMP). Het CMP vormt het nieuwe nationale kader voor afval- en grondstoffenbeleid en ondersteunt nadrukkelijk de transitie naar een circulaire economie, waarbij waardebehoud, hoogwaardige recycling en hergebruik centraal staan. Het CMP legt meer nadruk op ketensamenwerking, ontwerp voor circulariteit en het verminderen van milieudruk over de gehele levenscyclus van producten en materialen. Daarbij wordt scherper gestuurd op de toepassing van de R-ladder (refuse, reduce, reuse, repair, recycle) en wordt hoogwaardige recycling steeds nadrukkelijker als norm gesteld. Bronscheiding blijft, landelijk en ook in het Rd4-gebied het uitgangspunt, en is de voorkeursroute voor huishoudelijk afval. Daarnaast wordt het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) inhoudelijk doorontwikkeld in lijn met het rijksbrede circulaire-economiebeleid, waarbij wordt toegewerkt naar verdere reductie van de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval per inwoner.

Fiscale en financiële ontwikkelingen Naast beleidsmatige aanscherping nemen ook de financiële prikkels toe. De afvalstoffenbelasting (verbrandingsbelasting) is de afgelopen jaren verhoogd en blijft een belangrijke kostenfactor voor restafvalverwerking. Daarbovenop wordt de nationale CO₂-heffing voor de industrie verder doorontwikkeld. Afvalverbrandingsinstallaties vallen onder dit regime, waardoor de kosten van CO₂-uitstoot steeds nadrukkelijker worden doorberekend in de verwerkingstarieven. De gecombineerde effecten van verbrandingsbelasting en CO₂-heffing leiden tot een verdere stijging van de kosten per ton restafval richting en na 2027. Dit vergroot de financiële noodzaak om restafvalvolumes structureel te reduceren.

Strategisch meerjarenplan 2022-2026 De basis voor deze begroting is het opgestelde Strategisch meerjarenplan 2022-2026 (SMP) met het bijgestelde motto 'Samen actief voor een betere toekomst'. Hierin hebben we verdeeld over 7 thema’s strategische doelstellingen gedefinieerd. In de begroting 2027 zijn de benodigde activiteiten en middelen opgenomen om de plannen uit dit plan te realiseren. In lijn met dit plan is ook het Grondstoffenplan 2022-2026 opgesteld per gemeente en in 2022 door de gemeenteraden vastgesteld. In 2026 zullen we de strategie uit dit plan opnieuw tegen het licht houden.

Grondstoffenplan 2022-2026 In 2022 is gestart met de uitvoering van het Grondstoffenplan. Speerpunten voor 2026 zijn verdergaande communicatie- en motivatieprojecten om afvalscheiding verder te stimuleren conform de gestelde ambities. De focus ligt op intrinsieke motivatie van inwoners om deel te nemen aan een circulaire economie en verbetering van de kwaliteit van de grondstoffen. In 2026 zal het gerevitaliseerde en uitgebreide grondstoffenpark in Margraten geopend worden en het doel is om in 2026 te starten om circulaire activiteiten uit te voeren met samenwerkingspartners. De opening van het circulair ambachtscentrum Rond. heeft reeds in maart 2026 plaatsgevonden. Hier ligt ook een relatie met onderwijsinstellingen in de regio. Een evaluatie hiervan is begin 2026 aangeleverd aan de gemeenteraden. Hiermee geven we vorm aan het afval-/ grondstoffenbeleid van de Rd4-gemeenten.

Hoofdstuk 1. Beleidsmatige ontwikkelingen

9

Rd4 als verbonden partij Rd4 is voor de deelnemende gemeenten een verbonden partij in de zin van de Gemeentewet. De organisatie voert taken uit op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer en delen van de openbare ruimte conform de opgestelde Gemeenschappelijke Regeling. Daarmee ondersteunt en ontzorgt Rd4 de gemeenten zowel in beleidsvoorbereiding als in uitvoering. Als verbonden partij heeft Rd4 een publiekrechtelijke basis waarin de gemeenten zowel een bestuurlijk als financieel belang hebben. In een periode waarin de opgaven rond circulariteit, klimaatadaptatie en kostenbeheersing toenemen, blijft regionale samenwerking een strategische keuze. Schaalvoordelen, risicospreiding, gezamenlijke investeringen in materieel en data, en het behoud van vakinhoudelijke expertise zijn hierbij belangrijke motieven. Rd4 vervult in toenemende mate een regionale spilfunctie in de transitie naar een circulaire economie. Door krachtenbundeling kan de organisatie optreden als aanjager van innovatie, standaardisering en kwaliteitsverbetering in de grondstoffenketen. Tegelijkertijd vraagt samenwerking om transparantie en wederzijds vertrouwen. Raadsleden en inwoners ervaren een verbonden partij vaak als meer ‘op afstand’ dan een gemeentelijke dienst. Daarom blijven heldere afspraken, structurele dialoog, frequente rapportages en toegankelijke verantwoording essentieel.

Dit geven we dan ook vorm door op regelmatige basis conferenties te organiseren en gemeenteraden te voorzien van beleidsevaluaties.

Beoordeling, samenwerking en resultaten De gemeenten blijven eindverantwoordelijk voor de wettelijke taken die Rd4 uitvoert. Het is daarom van belang dat colleges en gemeenteraden goed zicht houden op prestaties, risico’s en maatschappelijke effecten. De planning- en controlcyclus van Rd4 vormt hiervoor de basis. De begroting, tussentijdse rapportages en het jaarverslag geven inzicht in financiële ontwikkeling, doelrealisatie en risico’s. Raadsinformatiebrieven, themabijeenkomsten en regionale grondstoffenconferenties dragen bij aan kennisdeling en gezamenlijke koersbepaling. Naast formele verantwoordingsmomenten blijft ook het informele contact tussen bestuurders, ambtelijke organisaties en Rd4 waardevol. Rd4 faciliteert werkbezoeken, technische sessies en toelichtingen om betrokkenheid en transparantie te versterken.

Wet open overheid (Woo) Rd4 conformeert zich aan de verplichtingen uit de Wet open overheid (Woo). Zowel passieve als actieve openbaarmaking van informatie maakt onderdeel uit van de reguliere bedrijfsvoering. De verdere professionalisering van de informatiehuishouding blijft een speerpunt. In lijn met de Woo wordt structureel gewerkt aan: • verbetering van digitale archivering en dossiervorming; • eenduidige dataopslag en versiebeheer; • verkorting van doorlooptijden bij informatieverzoeken; • versterking van informatiebeveiliging (NIS2) en privacybescherming (AVG). De digitalisering van werkprocessen wordt ook in 2027 verder doorgezet, met extra aandacht voor datakwaliteit, cybersecurity en naleving van wet- en regelgeving. Transparantie en betrouwbaarheid van informatie zijn randvoorwaardelijk voor het vertrouwen van gemeenten en inwoners.

10

Begroting Rd4 2027

Regionale samenhang De deelnemende gemeenten blijven het belang van regionale uniformiteit en gezamenlijke koers benadrukken. Een hoge mate van harmonisatie in beleid, inzamelsystematiek en communicatie draagt bij aan duidelijkheid voor inwoners en efficiency in uitvoering. Kleine verschillen in de uitvoering van de dienstverlening zullen dan ook steeds verder geharmoniseerd worden. Rd4 stimuleert bestuurlijke en ambtelijke interactie op de thema’s afval- en grondstoffenbeheer, circulariteit en leefomgeving.

Producentenverantwoordelijkheid Uitbreiding van producentenverantwoordelijkheid (UPV) heeft een steeds grotere invloed op de gemeentelijke afvalbegroting. Producenten en importeurs worden (mede) verantwoordelijk voor inzameling, verwerking en financiering van afvalstromen die voortkomen uit hun producten. Dit moet leiden tot minder restafval, betere recycling en stimulering van circulair ontwerp. Voor gemeenten betekent dit een verschuiving in verantwoordelijkheden én financieringsstromen. Hoewel gemeenten geen invloed hebben op productontwerp of verpakkingskeuzes, zijn zij in de praktijk belast met inzameling en logistiek. Duidelijke landelijke afspraken over kostendekkende vergoedingen en rolverdeling blijven daarom essentieel om gemeentelijke afvalkosten beheersbaar te houden. Op dit moment geldt producentenverantwoordelijkheid onder andere voor: • elektrische en elektronische apparatuur; • batterijen en accu’s; • matrassen; • textiel; • Autowrakken en autobanden • Consumentenverpakkingen De komende jaren treedt naar verwachting een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor wegwerpluiers in werking. Daarnaast lopen landelijke trajecten voor mogelijke uitbreiding naar onder meer meubels en bepaalde medicijnketens. Deze ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de gemeentelijke inzamelstructuur, contracten en kostenverdeling.

Bij het opstellen van deze begroting is hier nog geen rekening mee gehouden daar de kaders hiervoor nog niet helder zijn. Voor Rd4 en de deelnemende gemeenten is het van belang om deze landelijke ontwikkelingen nauwgezet te volgen en waar mogelijk via brancheorganisaties invloed uit te oefenen op uitvoerbaarheid en financiële consequenties.

Hoofdstuk 1. Beleidsmatige ontwikkelingen

11

Hoofdstuk 2

Het speelveld 12

Begroting Rd4 2027

Het speelveld Te beïnvloeden kosten en exogene factoren De financiële positie van Rd4 wordt in belangrijke mate bepaald door externe ontwikkelingen. De begroting is daardoor niet uitsluitend het resultaat van interne keuzes, maar in sterke mate afhankelijk van factoren in de bestuurlijke, economische en wettelijke omgeving.

Te beïnvloeden kosten Rd4 stuurt binnen haar bedrijfsvoering structureel op doelmatigheid en efficiëntie. Denk hierbij aan: • continue optimalisatie van inzamelroutes en inzet van materieel; • reductie van restafvalvolumes door gedragsbeïnvloeding en kwaliteitsverbetering van grondstoffen; • harmonisatie van werkwijzen binnen de regio; • beheersing van overhead en organisatiekosten; • strategische contractvorming en aanbestedingen (schaalgrootte). Ook investeringskeuzes – bijvoorbeeld in elektrificatie van het wagenpark, datagedreven sturing of circulaire verwerkingsketens – zijn beïnvloedbaar. Deze keuzes vragen op korte termijn kapitaal, maar kunnen op langere termijn leiden tot lagere operationele kosten, minder CO₂-uitstoot en minder fiscale druk. Daarnaast zijn de voorgestelde bezuinigingsvoorstellen van afgelopen jaren structureel verwerkt in deze begroting. Ook de frequentie-verlaging van de GFT-inzameling in december, januari en februari is verwerkt in deze begroting. De ruimte om kosten te beïnvloeden wordt echter begrensd door wettelijke kaders, caoontwikkelingen en marktprijzen.

Hoofdstuk 2. Het speelveld

13

14

Begroting Rd4 2027

Exogene factoren Een substantieel deel van de kostenontwikkeling ligt buiten de directe invloedssfeer van Rd4 en de deelnemende gemeenten. Het betreft onder meer: 1. Rijksbeleid en fiscaliteit Wijzigingen in afvalstoffenbelasting (verbrandingsbelasting), CO₂-heffingen en producentenverantwoordelijkheid werken rechtstreeks door in de verwerkingstarieven en daarmee in de gemeentelijke bijdrage. 2. Marktontwikkelingen Verwerkingstarieven, energieprijzen, brandstofkosten en renteontwikkelingen zijn sterk afhankelijk van internationale marktomstandigheden. Ook de waarde van secundaire grondstoffen is volatiel en beïnvloedt de opbrengsten van grondstofstromen. 3. Arbeidsmarkt Structurele krapte en cao-afspraken leiden tot stijgende loonkosten. Als arbeidsintensieve organisatie (+/- 50% van deze begroting) is dit een belangrijke kostencomponent. 4. Kwaliteit van aangeleverde stromen Vervuiling van GFT, PMD of andere deelstromen kan leiden tot afkeur, nabehandeling of hogere verwerkingstarieven. Gedrag van inwoners heeft daarmee direct een financiële impact. 5. Technologische en wettelijke verplichtingen Aangescherpte milieunormen, duurzaamheidsverplichtingen en rapportage-eisen brengen aanvullende investeringen en administratieve lasten met zich mee.

Als overheid gedomineerd bedrijf heeft Rd4 ook de verplichting om te voldoen aan aangescherpte eisen voor het beheren van het archief (archiefwet, AVG), beveiliging (NIS2) en digitale toegankelijkheid van informatie voor onze inwoners (WCAG).

Afhankelijkheid van de omgeving De combinatie van bovengenoemde factoren maakt dat de begroting 2027 in aanzienlijke mate afhankelijk is van ontwikkelingen buiten de directe sturingsmogelijkheden van Rd4. Met name belastingmaatregelen op restafval, CO₂-beprijzing, marktprijzen voor verwerking en loonontwikkeling bepalen een groot deel van deze autonome kostenstijging. Dit betekent dat: • reductie van restafval niet alleen een duurzaamheidsdoel is, maar ook een financiële noodzaak; • regionale samenwerking en schaalvoordelen essentieel blijven; • flexibiliteit in contractvorming en investeringsplanning belangrijker wordt; • tijdige bijsturing en transparante communicatie richting gemeenten cruciaal zijn. De begroting moet daarom worden gezien als een financieel kader binnen een dynamische omgeving, waarbij periodieke monitoring en actualisatie noodzakelijk zijn om tijdig te kunnen anticiperen op externe ontwikkelingen.

Hoofdstuk 2. Het speelveld

15

Hoofdstuk 3

Financiële ontwikkelingen 16

Begroting Rd4 2027

Financiële ontwikkelingen In dit hoofdstuk presenteren we op hoofdlijnen de financiële ontwikkelingen en plaatsen deze in perspectief. De kosten van Rd4 zijn als volgt opgebouwd: Begroting 2026

Begroting 2027

Mutatie 2027 t.o.v. 2026

Lasten Personeel

28.887.429

30.704.118

1.816.689

Uitbesteed werk/ Inkopen

2.929.550

3.076.473

146.923

Verwerking

5.758.194

6.279.193

520.999

Energie

2.489.250

2.457.980

-31.270

Productiekosten

3.092.546

3.398.755

306.209

Bedrijfskosten

4.786.340

5.172.486

386.146

Financiering

7.014.880

7.397.474

382.595

Totaal:

54.958.189

58.486.480

3.528.291

Tijdens het opmaken van deze begroting is de kabinetsformatie doorlopen. De uitkomst betreft een minderheidskabinet. We zijn benieuwd en zullen het kabinet ook proberen te voeden als branche in waar de knelpunten zijn in de transitie naar een circulaire economie. We zien de verwerkingskosten jaar naar jaar stijgen in onze prognoses en dan niet als gevolg van daadwerkelijke verwerkingskosten, maar als gevolg van heffingen welke van rijkswege worden opgelegd. Deze zijn de straf van het rijk op verbranden. Daar zijn we het als branche niet mee oneens echter we zien geen enkele beweging om producenten te bewegen om recyclaat te gebruiken in de verschillende ketens. Daar lopen alle Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV’s) systemen momenteel op vast. Theoretisch zijn we stromen aan het recyclen echter in de praktijk worden deze weinig hergebruikt. Als gevolg hiervan zien we de afvalstoffenheffing voor onze inwoners stijgen zonder dat we als grondstoffenbedrijf een verschuiving zien in de aangeboden materialen. In 2026 zijn we bezig zijn met het doorgeschoven project vernieuwing van het grondstoffenpark en de kringloopwinkel Margraten. Verder zijn we bezig met de toekomstige locaties van onze overige kringloopwinkels. Het gebouw in Kerkrade waar we nu huren kopen we van onze verhuurder. Deze kans deed zich voor en we vinden het verstandig om die te nemen.

Dit betekent dat we meer regie hebben over hoe het pand te gebruiken en komt er meer vloeroppervlakte beschikbaar. Voor het pand in Heerlen is de huur opgezegd en zijn we op zoek naar een nieuwe locatie. Het bestaande pand voldeed niet meer aan kwaliteitseisen en paste ook niet in onze veiligheidsfilosofie door de aanwezige gebreken. De verhuurder heeft duidelijk geen plannen om te investeren. Dit betekent dat de afschrijvingskosten een jaar naar achteren schuiven. Dit soort grote projecten laten zich moeilijk in een tijdpad dwingen. Het fundament van onze begroting wordt gevormd door een beleidsmatige inschatting van hoe de ingezamelde hoeveelheden zich zullen ontwikkelen op basis van de historie en verwachte beleidsaspecten. Daaraan koppelen we een inschatting van onze logistieke experts hoeveel uren dan van onze mensen en ons materieel benodigd zijn. De nu lopende cao eindigt 1 april 2026 en het onderhandelingsproces is gaande. In onze begroting hebben we gerekend dat met een inflatievolgende loonontwikkeling.

Hoofdstuk 3. Financiële ontwikkelingen

17

Kijken we naar de inhuur via uitzendbureaus dan zien we dat uitzendkrachten nu naast het cao-salaris zoals onze medewerkers op onze loonlijst staan krijgen, ook recht hebben op dezelfde pensioenopbouw. Dit maakt het op deze manier flexibel houden van de bezetting wel een steeds duurder wordende oplossing. Waar mogelijk zullen we vaker gaan kiezen voor een Rd4-contract. We zijn hard bezig om de transitie te maken om zelf de regie te nemen op de sociale arbeid welke we inzetten in onze organisatie. Door de versnippering in het werkveld is het noodzakelijk dat we zelf structuren opzetten om aan mensen te komen. We hebben nog steeds als strategisch doel een werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te kunnen bieden.

Baten

Begroting 2026

Begroting 2027

Mutatie 2027 t.o.v. 2026

Basispakket

37.560.699

40.119.093

2.558.394

BOR-pakket

6.822.795

7.583.850

761.055

Gemeenten

44.383.494

47.702.943

3.319.449

Derden

11.170.403

11.213.778

43.375

Begrotingsomvang

55.553.897

58.916.721

3.362.824

-595.708

-430.241

165.467

54.958.189

58.486.480

3.528.291

Mutatie reserve duurzaamheid Totale kosten Rd4

Onze kosten worden gedekt uit verschillende bronnen (baten/inkomsten). De bijdrage van de gemeenten voor het basispakket en omzet van het BOR-pakket betreffen het grootste aandeel daarin. Onder de categorie derden is het doen van werkzaamheden voor onze Rd4 Bedrijvenservice de voornaamste post. Daarnaast valt daaronder de omzet welke rechtstreeks via onze inwoners binnenkomt zoals betaalde stromen op de grondstoffenparken, het kopen van producten in onze kringloopwinkels, de verkoop van textiel en andere kleinere bronnen welke soms incidenteel van aard zijn. In deze dekking en in de rest van de begroting is niet expliciet rekening gehouden met popup kledingwinkels. We hebben er momenteel één geopend in Heerlen onder de naam VIND. Deze behandelen we als een pilot en deze zal in de loop van 2026 een evaluatie krijgen. In 2026 zullen we de pilot uitbreiden met naar alle waarschijnlijkheid 2 winkels, met een ander locatiebeeld en stijl. Aan de hand de evaluatie van de totale pilot daarvan kijken we of en onder welke voorwaarden dit een vervolg krijgt in 2027. De omzet van onze bestaande kringloopwinkels is de afgelopen jaren flink gegroeid. In 2025 hebben we gezien dat het moeilijker werd om die groeicijfers te continueren. We denken dat de cijfers in de begroting 2026 dan ook te ambitieus zullen blijken.

Er zal in 2026 ook nog derving optreden door winkelsluiting als gevolg van verhuizingen en verbouwingen in Heerlen en Margraten. Dit allemaal maakt dat dat we een pas op de plaats maken op het begroting 2026 niveau.

18

Begroting Rd4 2027

In de textielmarkt zien we dat afzetkanalen het moeilijk hebben, betalingen langer op zich laten wachten en verkoopprijzen onder druk staan. Daarnaast is situatie aangaande de UPV-textiel nog verre van stabiel. De omvang van vergoedingen staat ter discussie. Er zijn 3 producentenorganisaties actief wat de slagkracht niet ten goede komt, aangaande de te realiseren doelen. Dit alles maakt dat we voor textielopbrengsten ook kiezen voor een pas op de plaats op het niveau van de begroting 2026.

In het BOR-pakket is de gemeente Kerkrade erbij gekomen in de onkruidbeheersing. Dit maakt de omvang groter en zorgt ook dat we de organisatie hiervan wat steviger kunnen neerzetten. De dienst kolkenreiniging is aangepast aan de nieuw uitgevoerde Europese aanbesteding voor een partner in de uitvoering. Dit betekent dat de dienst duurder wordt, zowel qua inzet van mensen als gevolg van het doorrekenen van cao-loonstijgingen als ook de kosten voor de verwerking van het slibafval. Het totale aantal FTE in de begroting is hoger dan in de begroting 2026. We moeten onze organisatie met name versterken voor het uitvoeren van onkruidbeheersing in Kerkrade. In totaliteit stijgen we met 2,7 FTE. We rekenen hier net als in de omzetbegroting met vaste structurele inzet en niet incidentele inzet als gevolg van extra aanvragen. Personeel

28.887.429

30.704.118

1.816.689

Ongeveer de helft van onze begroting bestaat uit de beloning van onze mensen. Alhoewel we waar mogelijk mechaniseren zijn onze processen nog altijd zeer arbeidsintensief. We zetten onze collega's in via vaste of tijdelijke Rd4-contracten en op inhuurbasis. Daarbij is onderscheid te maken tussen inhuur enerzijds via reguliere uitzendbureaus en anderzijds in samenwerking met WSP (medewerkers met een SW-indicatie) en andere partners. Begroting 2026

Begroting 2027

Mutatie 2027 t.o.v. 2026

Salarissen

21.940.977

23.646.667

1.705.690

Personeel van derden

5.820.613

5.915.747

95.134

Overige personeelskosten

1.125.840

1.141.705

15.865

Totaal

28.887.429

30.704.118

1.816.689

Het totale aantal FTE in de begroting is hoger dan in de begroting 2026. We moeten onze organisatie met name versterken voor het uitvoeren van onkruidbeheersing in Kerkrade. In totaliteit stijgen we met 2,7 FTE. We rekenen hier net als in de omzetbegroting met vaste structurele inzet en niet incidentele inzet als gevolg van extra aanvragen.van een sociaal coördinator binnen Rd4 om verbindingen te leggen en onderhouden en bezettingen op peil te houden.

Hoofdstuk 3. Financiële ontwikkelingen

19

De huidige cao (cao GEO Services) loopt tot en met voorjaar 2026. Voor de periode daarna is een inflatie volgende loonontwikkeling doorgerekend van 3,5% per jaar. Voor de inzet van sociale arbeid zijn scenario’s doorgerekend op basis van diverse mogelijke alternatieven zoals werkervaringsplekken, nieuw beschut en andere varianten. We hebben daar onze best mogelijke inschatting in meegenomen, waarbij de haalbaarheid in geld maar ook in aantallen de komende periode nog zal moeten blijken. Hierbij willen we zoveel als mogelijk gebruik maken van alle mogelijkheden tot subsidiering. Onder de overige personeelskosten is de grootste post de opleidingskosten. We hechten veel waarde aan het up to date houden van de noodzakelijke opleidingen om op een veilige wijze onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. We willen onze medewerkers daarnaast ook blijven boeien zodat ze ook voor hun verdere ontwikkeling goed zitten bij ons. Daarnaast willen we al onze leidinggevenden ondersteunen in de wijze waarop ze hun werk kunnen uitvoeren en leiderschap tonen. Hiertoe bieden we de tools en de vaardigheden aan die daarvoor nodig zijn. Uitbesteed werk/inkopen

2.929.550

3.076.473

146.923

Voor sommige activiteiten of onderdelen van dienstverlening maken we de keuze om dit niet met eigen mensen en materieel uit te voeren. Dit betreft zaken als het inzamelen van papier door verenigingen, inzet bedrijven voor gladheidbestrijding, onkruidbeheersing en kolkenreiniging, inzet van externe transportfirma’s voor transporten van en naar de grondstoffenparken of op- en overslag transporten. Ook onverwachte pieken vangen we vaker af met uitbestedingscontracten. Wij blijven in 2027 de inzameling van oud papier samen met verenigingen doen. We doen er intern alles aan om deze vrijwilligers op een zo veilig mogelijke manier in te zetten. De risico's op ongevallen zijn hoger bij vrijwilligers (die af en toe meelopen) dan bij professionals (die dit dagelijks) doen bij Rd4. De vergoedingen voor de verenigingen worden door de gemeenten vastgesteld. Zo lang als deze werkwijze de keuze van onze gemeenten blijft faciliteren we dit.

20

Begroting Rd4 2027

We hebben een Europese aanbesteding gedaan voor een partner in de kolkenreiniging. De uitkomst was duurder dan een inflatiecorrectie. Er vindt op zo’n moment een herijking aan de markt plaats. In de afgelopen jaren was er een beperkte indexering mogelijk als gevolg van de oude aanbestedingsvoorwaarden. Dat wordt bij deze nieuwe aanbesteding in een keer recht getrokken. Ook deze firma’s hebben te maken gehad met majeure loonstijgingen de afgelopen jaren. De uitbreiding van de onkruidbeheersing met de gemeente Kerkrade maakt dat we meer capaciteit nodig hebben. Dit redden we niet alleen met eigen mensen en materieel. Daarom is ook een post inhuur begroot. Het inkopen van capaciteit bij onze partners in de gladheidbestrijding staat ook onder druk. We concurreren onder meer met Rijkswaterstaat. We hechten veel waarde aan het onderhouden van goede relaties met onze partners en willen hen een reële vergoeding betalen voor hun tijd. Het vinden van beschikbare mensen is voor onze partners lastiger als gevolg van de krapte op onze arbeidsmarkt. Het onderdeel inkopen behelst de inkoop van textiel door het Textiel sorteercentrum. Dit betreft zowel ingezameld textiel van onze inwoners als van collega samenwerkingsverbanden en charitatieve instellingen. De textielmarkt is zoals al eerder benoemd niet rooskleurig en dat betekent dat inkoopvergoedingen dalen tot nihil.

Hierbij wordt kwaliteit beloond. Partijen textiel met veel opschoonwerk, zullen betaald moeten worden. Verwerking

5.758.194 Begroting 2026

6.279.193 Begroting 2027

520.999 Mutatie 2027 t.o.v. 2026

Verwerking

6.611.876

6.981.443

369.567

Belastingen

2.234.743

2.535.515

300.772

Vergoeding

-3.088.425

-3.237.765

-149.340

Totaal:

5.758.194

6.279.193

520.999

Hier worden alle kosten, bij sommige stromen ook opbrengsten, die samenhangen met het afvoeren en verwerken door de eindverwerker meegenomen. Dit omvat de verwerkingskosten, op- en overslagkosten, vergoedingen van instanties als Verpact of AEEA/WEEE (stichting OPEN) in het kader van een producentenverantwoordelijkheid (UPV) en de milieubelastingen van de rijksoverheid. De verbrandingsbelasting en de sinds 2026 ook aanwezige CO2-heffing maken een aanzienlijk deel uit van de kosten van verwerking. Dit aandeel stijgt de komende jaren conform de plannen zoals nu officieel bekend nog veel verder. We naderen snel het punt dat de helft van de verwerkingskosten uit fiscale maatregelen bestaan.

Hoofdstuk 3. Financiële ontwikkelingen

21

Een deel van de kosten voor verwerking wordt gecompenseerd uit de vergoedingen van een Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). In het begrotingsjaar 2027 verwachten we geen nieuwe vergoedingen. De bestaande vergoedingen worden conform geldende afspraken geïndexeerd. We proberen hierbij waar mogelijk langdurige stabiele en marktconforme contracten te realiseren via aanbestedingen. In de meeste contracten zijn jaarlijkse indexeringen overeengekomen. De prijs voor verwerking van harde kunststoffen is door stagnatie in de recyclemarkt flink verhoogd. Ook restafval wordt duurder al is dat naast de compensatie voor gestegen kosten van de verwerking ook door invloed van de genoemde belastingmaatregelen van rijkswege. Voor hout gaan we in 2026 een aanbesteding in de markt zetten en de verwachting is dat de uitkomst duurder zal zijn dan de huidige situatie. GFT-afval hebben we tegen een lager bedrag in de begroting gezet. Dit door aanpassing aan het aanbod door onze inwoners in de afgelopen jaren. Natte koudere voorjaarsmaanden lijken de trend te zijn en dat maakt dat het aanbod later op gang komt. De inzamelvergoeding voor textiel uit de ondergrondse systemen is naar nihil gezet en voor de BEST-inzameling verlaagd. Dit als gevolg van de slechte marksituatie voor textiel.

De verwachtingen voor de papierprijsontwikkeling op termijn ligt ongunstiger dan ten tijde van het opstellen van de begroting 2026. Daarom is met een lagere verwachte opbrengst gerekend. Energie

2.489.259

2.457.980

-31.270

Dit onderdeel betreft de kosten die samenhangen met het verbruik van energie in onze onderneming. Het grootste deel bestaat uit de kosten voor diesel (en benzine, gas en elektra) voor onze voertuigen en machines. Verder zit ook het verbruik van gas, water en elektriciteit op onze locaties in deze post.

Begroting 2026

Mutatie 2027 t.o.v. 2026

Brandstof voertuigen en machines

1.879.250

1.912.250

33.000

Gas. water en electra

610.000

545.730

-64.270

2.489.250

2.457.980

-31.270

Totaal:

22

Begroting 2027

Begroting Rd4 2027

Voor de brandstof zijn we uitgegaan van een literprijs van € 1,45 (excl. btw). Inzake de liters is aangenomen dat deze vrijwel gelijk blijven (ongeveer 1.350.000 liter). Verder kijken we naar efficiëntie van routes en hanteren we software om verbeteringen in het rijgedrag te stimuleren. Aan de andere kant hebben we te maken met uitbreiding van de vraag en daarmee uitbreiding van de benodigde capaciteit en daarbij uiteraard meer gebruik van brandstof. De uitbreiding van de onkruidbestrijding in Kerkrade zal extra brandstof vergen. Ten opzichte van de begroting 2026 verwachten we meer kilometers maar een lagere literprijs. Op basis van de realisatiecijfers van 2025 verwachten we voor 2027 het begrotingsbedrag inzake de energie voor de gebouwen lager te kunnen begroten. Waar mogelijk proberen we minder energie te verbruiken. Het huidige contract wordt binnen de aanbestedingsvoorwaarden verlengd. Productiekosten

3.092.546

3.398.755

306.209

Hier zitten onze kosten in voor het onderhouden van onze voertuigen, materieel en onze inzamelmiddelen (zoals containers, ondergrondse en bovengrondse systemen, maar ook de PMD zakken). Het verbruik van materialen valt hier ook onder. Daarnaast wordt hier de interne dekking voor onze op- en overslag verantwoord. Als een grondstoffenstroom via de op- en overslaglocatie kan worden afgevoerd en we hierdoor verwerkings- en transportkosten kunnen besparen, staan hier kosten van op- en overslag tegenover. Deze kosten worden opgenomen in de verwerkingskosten en als dekking gepresenteerd in de productiekosten.

Begroting 2026

Begroting 2027

Mutatie 2027 t.o.v. 2026

Wagenpark en machines

3.017.999

3.186.748

168.748

Inzamelmiddelen

1.640.233

1.602.350

-37.883

Overig

837.749

862.288

24.539

Totaal:

5.495.981

5.651.386

155.404

Interne dekking

-2.403.435

-2.252.630

150.805

3.092.546

3.398.755

306.209

Door groei in met name het BOR-pakket zien we uitbreiding in voertuigen en ander materieel. Dit betekent ook dat de onderhoudskosten hoger worden voor zowel preventieve werkzaamheden als reparaties bij storingen en gebreken. Door lange levertijden van voertuigen zijn meer reparaties noodzakelijk aan de huidige voertuigen omdat deze langer mee moeten gaan. Binnen deze post worden de jaarlijkse onderhouds- en schoonmaakkosten van de ondergrondse systemen verantwoord. Naar mate het aantal systemen toeneemt, stijgen de kosten navenant mee.

Hoofdstuk 3. Financiële ontwikkelingen

23

De kosten voor PMD-zakken zijn gunstiger geworden als resultaat van de laatste Europese aanbesteding. In de jaren daarvoor waren de kosten enorm gestegen vanwege schaarste ondanks een geldende aanbesteding. Onder overig zitten met name de kosten voor zout t.b.v. de gladheidbestrijding, welke de laatste jaren gestegen zijn. Bij het zout oriënteren we ons op de mogelijkheden om een grotere fysieke voorraad aan te houden. We betalen nu voor een strategische voorraad die onze leverancier voor ons zou moeten aanhouden. We merken dat de leverancier daar niet aan kan voldoen, terwijl we daarvoor momenteel wel betalen. In geval van sneeuw is de bereikbaarheid van onze regio vanuit de leverancier ook een probleem.

Bedrijfskosten

4.786.340

5.172.486

386.146

Hieronder vallen de kosten inzake de huisvesting, de kosten van automatisering, de kosten van communicatie en overige algemene kosten. In de huisvestingskosten zullen we conform planning eigenaar zijn van 2 locaties waarin we kringloopwinkels uitbaten, namelijk in Heerlen en in Kerkrade. Daar zullen vroegere huurkosten vervangen zijn door afschrijving en rentekosten en extra kosten in de vorm van belasting, verzekering en groot onderhoud. Deze panden komen in 2026 volgens onze investeringsbegroting in ons bezit, wat ons flexibeler maakt in de inzet en indeling van de panden en maakt dat we alle kosten in eigen hand hebben. Het biedt ons ook de kans om de panden in onze duurzaamheidsplannen mee te nemen. We verwachten nog niet geheel afscheid te kunnen nemen van de papieren afvalkalender dus het drukken en de verzendkosten daarvan zijn nog steeds opgenomen, maar voor een lager bedrag. Automatisering is een belangrijk onderdeel geworden in ons proces. Data is onmisbaar voor sturing van bedrijfsprocessen, maar ook om inzicht te krijgen in de effecten van beleidsmatige keuzes. Als afvalinzamelaar en overheidsbedrijf zijn we onder NIS2 als essentieel aangemerkt, wat inhoudt dat de beveiligingseisen hoger liggen dan voor een commerciële partij.

24

Begroting Rd4 2027

In 2026 starten we met de implementatie van een nieuwe ERP-oplossing. De hoofdreden is dat onze huidige oplossing het einde nadert qua ondersteuning. Dit project loopt over het jaareinde heen en zal ons de komende 2 jaren bezighouden. De nieuwe oplossing zal in de Cloud draaien. Dit is een ontwikkeling die vanuit de IT-markt min of meer wordt afgedwongen door lokale systemen onaantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door het aanbieden van minder updates. De Cloud kent nadelen in de vorm van hogere kosten en betrouwbaarheid en afhankelijkheid, maar biedt ook voordelen omdat het ook bepaalde beveiliging bij experts legt. Gedurende de looptijd van het project zullen we gedeeltelijk dubbele licenties moeten betalen. Financiering

7.014.880

7.397.474

382.595

Deze post omvat onze afschrijvingen op de vaste activa en de rente die we betalen over onze leningen. De jaarschijven van de afschrijving volgen onze investeringsbegroting en de rente volgt de daarvoor benodigde leningenportefeuille. We rekenen in de calculaties voor nieuwe leningen in deze begroting met een rente van 4%. De stijging van deze post wordt gedreven door ons investeringsprogramma waarbij een aantal posten de aankopen van voorheen gehuurde panden betreft en daarmee een verschuiving van kosten is. Daarnaast is het de vervanging maar ook uitbreiding van voertuigen door bijvoorbeeld de groei van het BOR-pakket. De werkelijkheid zal afhankelijk zijn van de daadwerkelijk gerealiseerde investeringen en de daadwerkelijke renteontwikkeling. Op tijdelijke liquiditeitsoverschotten ontvangen we via de schatkist een rentevergoeding. Deze is meegewogen in de financieringskosten. Deze vergoeding is momenteel lager dan de afgelopen jaren.

Hoofdstuk 3. Financiële ontwikkelingen

25

Hoofdstuk 4

Bedrijfsvoering 26

Begroting Rd4 2027

Bedrijfsvoering Juridische structuur Deelnemers: 10 gemeenten / AB

Aandeelhouders: 10 gemeenten / AVA

Dagelijks bestuur

Raad van commissarissen

Reinigingsdiensten Rd4 (GR)

NV Reinigingsdiensten Rd4 (NV)

Rd4 Facilitair Bedrijf BV (BVF)

Rd4 Kringloop Bedrijf BV (BV KLB)/(TSC)

Deze begroting heeft betrekking op de gemeenschappelijke regeling (GR) en de beide besloten vennootschappen en is derhalve een geconsolideerde begroting. Vanuit de gemeenschappelijke regeling wordt de dienstverlening voor onze gemeenten georganiseerd. In Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (BVF) zijn bijna alle productiemiddelen ondergebracht, evenals de medewerkers die geen ambtelijke aanstelling hebben. We volgen de cao voor de sector Grondstoffen, Energie en Omgeving (GEO) services. Alle (loon)kosten van de BVF worden volledig doorberekend aan de gemeenschappelijke regeling. Het exploitatieresultaat is dus nihil. De kringloopactiviteiten vinden sinds 2005 in de gemeenschappelijke regeling plaats. Vanaf 2014 zijn de activiteiten van het Textiel sorteercentrum ondergebracht in Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (KLB). Om bedrijven in ons verzorgingsgebied te kunnen ontzorgen en deze grondstoffen veilig te stellen maken we gebruik van de N.V. Reinigingsdiensten Rd4 (NV). In deze geconsolideerde begroting is de dienstverlening opgenomen welke is afgesproken met deze NV. Het eigenaarschap van deze NV ligt rechtstreeks bij de gemeenten en is niet verbonden aan de gemeenschappelijke regeling. De NV heeft geen eigen personeel en materieel maar huurt alles in van de gemeenschappelijke regeling.

Werkorganisatie Organigram per 01 januari 2025

Directie Directeur

FZ, ICT & TD

Operations

Beleid & Grondstoffen

Financiën

P&O, KAM & Secretariaat

Manager FZ,ICT & TD

Manager Operations

Manager Beleid & Grondstoffen

Manager Financiën

Manager P&O, KAM

Hoofdstuk 4. Bedrijfsvoering

27

FTE's Directeur

1,0 Commerciële Zaken

7,7

Servicepunt

7,9

Manager FZ, ICT & TD

1,0 Staf TD & FZ

1,0

Technische dienst

18,9

Inzamelmiddelen

3,0

Facilitaire zaken & magazijn

5,0

ICT

7,5

Manager Operations

1,0 Bedrijfsbureau en staf

16,5

Grondstoffenparken

41,8

Uitvoering

159,5

Manager Beleid & Grondstoffen

1,0 Staf grondstoffen

2,0

Beleid & Innovatie

2,0

Marketing & Communicatie

3,2

RSC

8,0

Op- en overslag

10,0

Textiel sorteercentrum

2,9

Kringloop en Assortimentsbeheer

65,5

Manager Financiën

1,0 Financien

Manager P&O en KAM en Secretariaat

Totaal aantal FTE's

5,8 1,0

P&O

6,2

KAM

2,0

Secretariaat

2,4 384,7

Bovenstaande opstelling betreft zowel mensen in vaste dienst als inhuur, exclusief de medewerkers uit het sociaal domein/ doelgroep medewerkers van het TSC en vrijwilligers.

28

Begroting Rd4 2027

Sociale Arbeid Een van onze ambities zoals opgenomen in ons Strategisch meerjarenplan 2022-2026 is het bieden van werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We merken dat na het beëindigen van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) er geen nieuwe instroom meer is. Het speelveld waarbinnen de sociale arbeid zich afspeelt is veranderd en ook meer versnipperd. De WSW-populatie binnen Rd4 is geplaatst via WSP Parkstad. Bij de participatiewet en andere trajecten zijn er meerdere partijen actief en zijn de gemeenten zelf ook een partner voor Rd4. Dit maakt het realiseren van onze ambitie lastiger en het kost meer tijd, geld en energie. We bieden nu ook werkervaringsplekken aan voor mensen in een het kader van werkfit-projecten. We bekijken de mogelijkheden van nieuw beschut. De transitie is in gang gezet. Ultimo 2025 waren er 140 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam bij Rd4 en 42 vrijwilligers. Zij worden vooral ingezet bij onze kringloopwinkels en assortimentsbeheer alwaar ze o.a. de BEST-tas sorteren. Ook de sortering in ons Textiel sorteercentrum wordt door mensen uit deze groep uitgevoerd. De komende tijd wordt bekeken hoe we dit strategisch verder kunnen vormgeven zodat we op een toekomstbestendige wijze onze ambities op het terrein van sociale arbeid kunnen blijven realiseren.

Basisgegevens van onze gemeenten voor Rd4 Voor de bepaling van het aantal inwoners is uitgegaan van de gegevens van het CBS. Voor de bepaling van het aantal aansluitingen is uitgegaan van de stand bij Rd4 per 01-01-2026 op basis van de gegevens zoals wij deze van de BsGW hebben aangeleverd gekregen. In deze begroting is uitgegaan van de bewoonde aansluitingen.

Aantal inwoners per 01-01-2026 Gemeenten

aantal

Gemiddeld aantal bewoonde aansluitingen ultimo 2025 %

aantal

inwoners per aansluiting

%

Beekdaelen

35.948

11,7

16.297

10,9

2.21

Brunssum

27.496

8,9

13.883

9,3

1.98

Eijsden-Margraten

26.347

8,6

11.389

7,6

2.31

Gulpen-Wittem

13.966

4,5

6.683

4,5

2.09

Heerlen

87.741

28,6

44.491

29,8

1.97

Kerkrade

45.866

14,9

22.839

15,3

2.01

Landgraaf

36.923

12,0

17.558

11,8

2.10

Simpelveld

10.468

3,4

4.844

3,2

2.16

Vaals

10.072

3,3

5.518

3,7

1.83

Voerendaal

12.464

4,1

5.619

3,8

2.22

GR-gemeenten

307.291

100,0

149.121

100,0

2.06

Hoofdstuk 4. Bedrijfsvoering

29

“ geen afval maar grondstoffen” 30

Begroting Rd4 2027

Verrekeningsgrondslagen Basispakket In de onderstaande tabel is de kostenverdeelsleutel schematisch weergegeven: werkelijk

aansluitingen

bezoeken

meldingen

Huis-aan-huisinzameling (Restafval, GFT, papier en PMD) verwerkingskosten

X

logistieke kosten/inzamelkosten

X

exploitatiekosten

X

Op afroep (Grofvuil en snoeiafval) verwerkingskosten

X

logistieke kosten/inzamelkosten

X

exploitatiekosten

X

Straatclusters verwerkingskosten

X

logistieke kosten

X

exploitatiekosten

X

Grondstoffenparken verwerkingskosten

X

logistieke kosten

X

exploitatiekosten

X

Kringloop + BEST-tas exploitatiekosten

X

Servicepunt

X

Afvalkalender, milieupas, Rd4-app en website

X

Grondstoffenplan

X

Resterende kosten

X

Illegale dumpingen Duurzaamheid

X X

BOR-pakket Bij het BOR-pakket wordt de werkelijke inzet ten opzichte van de begroting per gemeente afgerekend. De onderlegger betreft een servicelevel agreement (SLA) met de gemeente waarin een bestek is overeengekomen. De op het moment van opstellen van de begroting laatste versie is gebruikt. In de realisatie worden daarnaast ook incidentele opdrachten en vragen van de gemeenten verwerkt.

Hoofdstuk 4. Bedrijfsvoering

31

Hoofdstuk 5

Beleidsbegroting 32

Begroting Rd4 2027

Beleidsbegroting Programmaplan Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten Vanuit de wettelijke zorgtaak, conform de vigerende Wet Milieubeheer en rekening houdend met de beleidsontwikkelingen in LAP3, omvat het basispakket alle activiteiten die te maken hebben met de verwijdering van huishoudelijke afvalstromen. Er is een onderscheid te maken naar het huis aan huis inzamelen van stromen (rest- en GFT-afval, papier, PMD, grofvuil, kringloopgoederen en snoeiafval), brengen (de straatclusters voor glas, papier en textiel en de grondstoffenparken) en overige diensten (afvalkalender, Rd4 App, Mijn Rd4 en het Servicepunt). Het dienstverleningsniveau is op hoofdlijnen voor alle 10 Rd4-gemeenten nagenoeg gelijk. Het inzamelbeleid kan per gemeente verschillen. Continu staan wij met onze gemeenten in verbinding om verdere harmonisatie te stimuleren. De belangrijkste doelstelling is het vinden van een goede balans tussen de laagst mogelijke kosten voor afvalverwijdering en een goed serviceniveau voor onze inwoners, binnen het kader van de milieuwetgeving. De belangrijkste aandachtspunten zijn: • Het zo goed mogelijk scheiden van afvalstromen (kwantiteit). Dit leidt tot een be sparing van kosten en milieu. • De ingezamelde grondstofstromen zo schoon mogelijk in te zamelen (kwaliteit) • Het zo min mogelijk inzamelen van afval waarvoor een afvalstoffenbelasting wordt betaald.

• Het zo efficiënt mogelijk inrichten en afstemmen op elkaar van haal- en brengvoorzieningen. • Het participeren in de afvalmarkt voor het verkrijgen van zo gunstig mogelijke verwerkingstarieven van afval.

Hoofdstuk 5. Beleidsbegroting

33

Basispakket Rd4 2026

Rd4 2027

kosten per aansluiting

kosten per inwoner

Restafval

10.219.882

11.102.051

74,45

36,13

GFT

7.710.731

7.692.979

51,59

25,03

Papier

1.098.330

1.302.840

8,74

4,24

408.039

461.807

3,10

1,50

Lasten

Grofvuil en snoeiafval Grondstoffenparken

8.553.118

9.553.551

64,07

31,09

Straatclusters

1.640.686

1.930.349

12,94

6,28

PMD

2.366.712

2.303.806

15,45

7,50

BEST-tas en Kringloop

1.927.796

1.950.394

13,08

6,35

Servicepunt

771.476

820.550

5,50

2,67

Afvalkalender. pas en app. website

321.608

402.685

2,70

1,31

Grondstoffenplan

1.190.323

1.259.631

8,45

4,10

Resterende kosten

3.761.391

3.892.663

26,10

12,67

UPV (PMD. papier. glas. matrassen. E-waste)

-3.085.167

-3.237.765

-21,71

-10,54

Illegale dumpingen

80.065

87.067

0,58

0,28

Duurzaamheid

595.708

596.484

4,00

1,94

37.560.699

40.119.093

269,04

130,56

37.560.699

40.119.093

269,04

37.560.699

40.119.093

0

0

Baten GR-gemeenten Saldo

34

Begroting Rd4 2027

BOR-pakket, NV en overige Rd4 2026

Rd4 2027

Lasten NV (KWD + RSC)

4.750.000

4.940.000

Straatreiniging

2.509.700

2.707.800

Riool- en kolkenreiniging

636.500

842.100

Reiniging markten

99.600

87.900

Transport verhuur

593.000

528.100

Gladheidbestrijding

1.468.000

1.526.800

Onkruidbeheersing

1.502.100

1.876.700

Afzet afvalstromen

13.895

14.450

11.572.795

12.523.850

GR-gemeenten

6.882.795

7.583.850

NV Reinigingsdiensten Rd4

4.750.000

4.940.000

11.572.795

12.523.850

0

0

Baten

Saldo

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten De kosten van het basispakket vormen de grootste component voor de afvalstoffenheffing die de burger betaalt. Deze kosten zijn onderhevig aan conjuncturele- en weersafhankelijke invloeden. Door het vormen van een weerstandsvermogen kunnen dit soort fluctuaties worden opgevangen. Weerstandscapaciteit en verloop van het vermogen In 2023 is ambtelijk en bestuurlijk overleg geweest over de hoogte en de bepaling van het weerstandsvermogen. Hiertoe is een memo opgesteld en vastgesteld. De in de jaarrekening onderkende risico's zijn daarbij voorzien van een inschatting van de kans dat het risico zich gaat voordoen en een inschatting van het financieel effect dat daarmee gemoeid zou zijn. De nieuwe systematiek is onafhankelijk van de hoogte van de omzet en stijgt daardoor niet automatisch mee met de omvang van de begroting.

Ter beoordeling van het aanwezige weerstandsvermogen wordt een ratio berekend van de beschikbare capaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit (weerstandsvermogen).

Hoofdstuk 5. Beleidsbegroting

35

Waarderingscijfer

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 < X < 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < X < 1,4

Voldoende

D

0,8 < X < 1,0

Matig

E

0,6 < X < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Vastgesteld is dat Rd4 streeft naar een minimale ratio van "ruim voldoende" en dat daarmee de ondergrens een ratio van 1,4 is. De toets van de weerstandsvermogen ratio is een onderdeel van de jaarlijkse planning- en controlcyclus. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen conform de beschreven methodiek zou € 2.082.500 (zijnde 1,4 x benodigde weerstandscapaciteit welke is berekend op € 1.487.500) bedragen. Dit minimale vermogen hebben we nu bereikt. In 2025 heeft geen herijking plaatsgevonden van de risicoanalyse. De ontwikkeling (onder voorbehoud van resultaatbestemming 2025) komt als volgt uit te zien: t/m 2021

2023

2024

2025

Totaal

Beekdaelen

195.538

0

-43.580

0

74.217

226.175

Brunssum

240.913

0

-38.870

0

-6.829

195.214

Eijsden-Margraten

176.153

0

-11.636

0

-6.713

157.804

Gulpen-Wittem

61.575

0

36.835

0

-4.175

94.235

Heerlen

758.001

0

-112.915

0

-22.209

622.877

Kerkrade

380.749

0

-48.922

0

-13.092

318.735

Landgraaf

302.893

0

-47.548

0

-9.409

245.936

Simpelveld

87.635

0

-16.741

0

-3.597

67.297

Vaals

94.902

0

-13.677

0

-5.088

76.137

Voerendaal

101.956

0

-20.760

0

-3.104

78.092

2.400.315

0

0

-317.815

0

2.082.502

Weerstandsvermogen

36

2022

Begroting Rd4 2027

Risico's De risico's welke het weerstandsvermogen moet afdekken, betreft alle risico's waarvan we niet hebben afgesproken dat ze op basis van werkelijkheid worden afgerekend via de variabele component. Deze zijn direct van invloed op het resultaat van Rd4. Daar zitten niet de risico's inzake de verwerkingstarieven en -hoeveelheden bij. Deze zitten zowel qua tarief als hoeveelheid in de variabele component en worden op werkelijkheid afgerekend met de gemeenten. De navolgende risico’s zijn meegewogen in de benodigde weerstandscapaciteit:

Risico

Kans

Effect

Risico

Middel

€ 350.000

€ 175.000

Middel

€ 125.000

€ 62.500

1. Arbeidsrisico's Aantasting van de arbeidscapaciteit door ziekte, staking en fraude. Invulling posities voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Minder mensen in de sociale werkvoorziening (SW) en meer mensen via participatiewet (PW) maakt de inzet duurder. Een nieuwe leidraad inzake de fysieke belasting van onze medewerkers in de inzameling zorgt voor uitdagingen in het realiseren van het huidige serviceniveau. Een ander risico inzake arbeid betreft de krapte op de arbeidsmarkt. Het kunnen aantrekken van voldoende en kwalitatief juiste mensen is van belang om onze service te kunnen blijven waarmaken. 2. Materiële risico's Beschadiging aan of verlies van gebouwen, installaties, bedrijfsinventaris en transportmiddelen. De premies van de brandverzekeringen zijn fors gestegen en de eigen risico's zijn hoger geworden. We worden nog steeds geconfronteerd met premiestijgingen. Om schade ten gevolge van brand zoveel mogelijk te beperken zijn de eisen die verzekeraars stellen steeds hoger met als gevolg hogere kosten. Voor stroomuitval is er een noodstroomaggregaat geplaatst om uitval van de stroomvoorziening op te vangen.

Hoofdstuk 5. Beleidsbegroting

37

Risico

3. Continuïteitsrisico Het grootste risico inzake de continuïteit vloeit voort uit aantasting van de productiecapaciteit door bedrijfsstilstand. Bij volledig of gedeeltelijk verlies van het wagenpark zal vervanging op korte termijn of inhuur bij derden niet eenvoudig zijn. Bij onvoldoende bezetting bijvoorbeeld door een pandemie zijn er ook scenario's denkbaar waarbij delen van de dienstverlening niet kunnen worden uitgevoerd. Dit risico is niet verzekerbaar. 4. Milieurisico's Gezien de verscheidenheid aan producten is niet met 100% zekerheid aan te geven dat alle mogelijke risico's zijn afgedekt. Er vindt een continue monitoring plaats. 5. Financiële risico's Waaronder: Prijsontwikkeling brandstof Voor een logistiek bedrijf als Rd4 is de ontwikkeling van de brandstofprijzen van groot belang. Afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen deze zowel een positief als een negatief effect op de begroting hebben. -

Kwaliteit PMD

Vanaf 1 januari 2022 zijn de Rd4-gemeenten, conform de landelijk geldende nieuwe overeenkomst via ASL, niet meer verantwoordelijk voor de gehele keten (van inzameling t/m verwerking) bij de inzameling van het PMD-afval. Vanaf deze datum zijn de gemeenten alleen nog maar verantwoordelijk voor de inzameling en de kwaliteit (mate van vervuiling) van de ingezamelde PMD-stroom. Bij de vergoeding die de gemeenten van Verpact ontvangen wordt uitgegaan van een vervuilingspercentage van max. 15%. Bij vervuilingspercentages hoger dan 15% wordt er gekort op de vergoeding. Dit kan resulteren in volledige afkeur en lagere inkomsten. Cao-ontwikkeling In deze dynamische en onzekere tijden in de wereld zijn prijsstijgingen een grotere zorg dan in het recente verleden. Dit betekent eveneens dat het lastig is om de invloed op de lonen in te schatten. Ook de krapte op de arbeidsmarkt is hierop van invloed. 38

Begroting Rd4 2027

Kans

Effect

Risico

Middel

€ 750.000

€ 375.000

Middel

€ 125.000

€ 62.500

Middel

€ 750.000

€ 375.000

Risico

Kans

Effect

Risico

Klein

€ 350.000

€ 87.500

7. Liquiditeitsrisico's Voor de komende vijf jaar is er aan de hand van een kasstroomanalyse berekend of er kortlopende kasgeldfaciliteiten ofwel langlopende leningen benodigd zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

Middel

€ 350.000

€ 175.000

8. Renterisico's Als er binnen afzienbare tijd geld geleend moet worden of een bestaande lening geherfinancierd moet worden dan bestaat er een renterisico omdat het dan geldende rentepercentage hoger zou kunnen zijn dan het percentage van de oude lening, waardoor de kosten voor de organisatie en dus indirect voor de gemeenten stijgen. Om dit risico af te dekken kiezen we voor spreiding in looptijden en veelal vaste rentepercentages.

Middel

€ 350.000

€ 175.000

6. Aansprakelijkheidsrisico's In zoverre alle aansprakelijkheidsrisico's bekend zijn, zijn deze afgedekt.

€ 1.487.500

Benodigde weerstandscapaciteit Minimaal weerstandsvermogen

Hoofdstuk 5. Beleidsbegroting

1.4x

€ 2.082.500

39

Gemeentelijke risico's Een risico bij de gemeenten ligt aan de inkomstenkant. Indien het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing verkeerd wordt geschat en/of het aantal ledigingen dat aan inwoners in rekening wordt gebracht te laag is, dan betekent dit een extra financieel risico. Bovendien bestaat het risico bij het doorberekenen van ledigingen dat niet alles kan worden doorberekend (bijvoorbeeld bij een verhuizing). De gemeenten dekken deze resterende risico's af in hun egalisatiereserves. Bij het samenstellen van de begroting is gekozen voor een aantal verdeelsleutels waarbij er schattingen zijn gemaakt op basis van eigen ervaringen en ervaringen van derden. Belangrijke parameters hierbij zijn het afvalvolume, de vullingsgraad van de containers en het aanbiedpercentage van de containers. Indien de realiteit slechter is dan begroot dan kan dit voor de gemeenten een financieel risico betekenen.

Onderhoud kapitaalgoederen (inclusief investeringsoverzicht) Voor groot onderhoud aan kapitaalgoederen wordt een voorziening gevormd. De vervangingsen uitbreidingsinvesteringen worden op basis van systematische analyses gebundeld tot een investeringsoverzicht. Hierin zijn alle beleidsvoornemens (voor zover bekend) meegenomen, wordt rekening gehouden met de levensduur, restwaarde en de benodigde capaciteit voor het uitvoeren van onze taken.

40

Begroting Rd4 2027

Investeringsoverzicht Jaar van aanschaf

2026

2027

2028

2029

2030

Overig gebouwen & terreinen

11.830.000

2.455.000

450.000

450.000

450.000

Ondergrondse containers

1.215.000

1.290.000

1.255.000

1.255.000

1.255.000

Perscontainers

100.000

125.000

125.000

125.000

125.000

Minicontainers

185.000

190.000

190.000

190.000

190.000

Rolcontainers

95.000

105.000

105.000

105.000

105.000

Afzetcontainers

294.000

312.500

312.500

312.500

312.500

Diverse andere inzamelmiddelen

541.000

502.500

592.500

547.500

547.500

Achterladers

1.210.000

2.240.000

285.000

705.000

60.000

Zijladers

2.000.000

265.000

265.000

265.000

-

Haakarmvoertuigen

310.000

-

620.000

310.000

310.000

Vrachtwagens

530.000

125.000

-

-

-

Bestelwagens

125.000

300.000

-

-

160.000

Container transport

110.000

170.000

170.000

170.000

-

Middelgrote veegmachine

1.600.000

300.000

800.000

1.200.000

700.000

Gladheidmaterieel

880.000

815.000

307.500

307.500

417.500

Onkruidbestrijding materieel

857.500

660.000

180.000

290.000

330.000

Diverse overige voertuigen

460.000

315.000

160.000

185.000

30.000

Rollpackers

210.000

140.000

210.000

175.000

105.000

Hardware

52.000

40.000

40.000

40.000

40.000

Software

60.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=7fe48c01-852c-4674-bd79-a8ed9ce1e397