Bijlage 3 - Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Kerkrade
Tekst van het document
Vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden omzetten naar wonen of groen.
Natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden.
Initiatieven stimuleren hergebruik van reststromen en verminderen afvalstromen in de regio.
Bedrijventerreinen reserveren ruimte voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisicos.
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw.
Mobiliteitstransitie richt zich op minder autoverkeer en meer gebruik van OV, fietsen en wandelen.
Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Fietsgebruik wordt gestimuleerd door uitbreiding van deelfietsen en aanleg van nieuwe regionale verbindingen.
Bedrijventerreinen combineren energieopwekking, groene daken en samenwerking in collectieve energiehubs.
Overbodige verharding wordt verwijderd om naar 20% minder verharding in 2050 toe te werken.
Nieuwbouw draagt bij aan een evenwichtige woningvoorraad die inspeelt op de behoeften van diverse doelgroepen.
Randvoorwaarden
Thema
40 Beleidsveld
Bodem
Omgevingskwaliteit
Klimaatadaptatie
Economie
Leefomgeving
Mobiliteit
Gezondheid & externe veiligheid
Duurzaamheid
Energietransitie bodem
landbouw landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie
natuur, biodiversiteit en groen
wateroverlast
waterkwaliteit
droogte
hittestress
economie
onderwijs
recreatie en toerisme
wonen
sociale cohesie en leefbaarheid
mobiliteit
gezondheid
omgevingsveiligheid
lucht
geur
geluid
licht
circulaire samenleving
duurzaam energieverbruik
energie opwek
energie efficiëntie
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Onder voorwaarden woningbouw voor een hogere doelgroep toestaan in het buitengebied op uitleglocaties
Verlagen van parkeernormen in het centrumgebied, nabij voorzieningen en openbaar vervoerverbindingen
Realisatie van het treinstation Kerkrade-West en de creatie van de Heuvellandlijn
Energienetwerk uitbreiden over de grens
Doorrijden trein van KerkradeCentrum naar Kerkrade-West
Herinrichting en vergroening van de Nieuwstraat/Neustraße
Beekherstel door het weghalen van de overkluizing van de Anselderbeek in Eygelshoven
Sanering mijnschachten en een deel van de risicozones na-ijleffecten mijnverleden in de gemeente Kerkrade
Dentgenbach om samen het opwekken en verbruik met elkaar af te stemmen
Uitbreiding en verzwaring energienetwerk van 80 kleine trafostations, vier middenstations en het hoogspanningsstation Terwinselen Pilotproject bedrijventerrein
In Kerkrade-Oost zullen drie nieuwe basisscholen worden gebouwd
Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint BleijerheiderPannesheiderstraat
Mogelijke aanleg van een warmte- en koudenet in Kerkrade-West en het stadscentrum
Het aantal gemeentelijke monumenten uitbreiden.
Het terugdringen van bodemerosie in het buitengebied door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan
Concrete maatregelen
6.2.2
Toelichting beoordeling
In deze paragraaf worden de voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen uit de Omgevingsvisie van de gemeente Kerkrade beoordeeld op hun bijdrage aan de verschillende beleidsvelden. Elk beleidsveld vertegenwoordigt een specifiek thema dat van belang is voor een duurzame, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. De beoordeling richt zich op de mate waarin de maatregelen bijdragen aan de doelen binnen deze beleidsvelden, zoals het verbeteren van bodemkwaliteit, het versterken van sociale cohesie, de energietransitie, en het bevorderen van mobiliteit en gezondheid. De analyse biedt inzicht in de samenhang tussen randvoorwaarden en maatregelen en beleidsvelden, waarbij zowel sterke punten als mogelijke verbeterpunten worden benoemd. Hiermee wordt duidelijk welke beleidsvelden het meest profiteren van de voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen en waar aanvullende inspanningen nodig zijn om de ambities van de gemeente volledig te realiseren.
6.2.2.1
Bodem
Bodem Het beleidsveld bodem richt zich op het duurzaam beheren en gebruiken van de bodem. Dit omvat het beschermen van de bodemkwaliteit, het voorkomen van bodemverontreiniging en het stimuleren van functies zoals waterberging, voedselproductie en biodiversiteit. Een gezonde bodem is essentieel voor een veerkrachtige en klimaatbestendige leefomgeving. In de Foto van de Leefomgeving heeft de gemeente geconstateerd dat er een aantal knelpunten voor het beleidsveld bodem zijn. De gemeente kent locaties met voormalige mijnbouw, deze zijn gesaneerd door middel van een leeflaag, daaronder kan de grond sterk verontreinigd zijn. Door ondiepe winningen (mijnbouw) spelen er bovendien risico’s rondom verzakking. Daarnaast is de ondergrond is in de huidige situatie al druk en richting de toekomst zal de druk op de ondergrond verder toenemen door verschillende ruimteclaims. Als gevolg van nieuwe ontwikkelingen, transities en opgaves zullen steeds vaker kabels en leidingen worden verlegd en aangelegd in de ondergrond (denk aan Mijnwater, glasvezel, rioleringen, elektra, waterleidingen en gas/waterstof). Het beleidsveld bodem scoort daarmee in de huidige situatie negatief (-). Richting de toekomst verwacht de gemeente een lichte verbetering, omdat er verschillende onderzoeken en saneringsactiviteiten worden uitgevoerd en er jaarlijks gemiddeld twee mijnschachten worden gestabiliseerd.
Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie neutraal (+/-). Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen bij aan het beschermen en verbeteren van de bodemkwaliteit. De leidende rol van water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgt ervoor dat bodemgezondheid wordt meegenomen in nieuwe plannen, wat essentieel is voor het behoud van deze natuurlijke hulpbron. De verplichting tot hemelwateropvang en het verminderen van verharding dragen bij aan een betere waterinfiltratie, wat de sponswerking van de bodem versterkt en uitdroging voorkomt. Daarnaast zorgt de bescherming van grondwaterkwaliteit ervoor dat de bodem geschikt blijft voor diverse functies, zoals landbouw, natuur en stedelijke ontwikkeling. Wel zorgen maatregelen zoals de aanleg van een warmte- en koudenet in Kerkrade West en het stadscentrum en creëren van energiehubs op bedrijventerreinen voor meer druk in de ondergrond. De gemeente heeft in haar Omgevingsvisie geen concrete maatregelen opgenomen om regie op de ondergrond te nemen, maar doet wel enkele suggesties om de druk te verbeteren, bijvoorbeeld door het inzetten op gerichte middenspanningsringen om “energie-eilanden” te creëren waarmee minder ruimtegebruik in de ondergrond nodig is.
De gemeente probeert werkzaamheden in de ondergrond zoveel mogelijk af te stemmen met eigen projecten zodat de ondergrond niet meerdere keren hoeft worden opgebroken. Ook het reserveren van stroken voor de aanleg van kabels en leidingen kan hierbij helpen, zodat ruimte overblijft voor andere functies (zoals groen en water). Voor de na-ijlende effecten van het mijnbouwverleden, zoals bijvoorbeeld het risico op verzakkingen, heeft de gemeente als maatregel opgenomen dat de mijnschachten en een deel van de risicozones zullen worden gesaneerd. Het is onzeker of daarmee ook alle na-ijlende effecten kunnen worden weggenomen. De bodemkwaliteit wordt dus door de voorgestelde maatregelen wel verbeterd, maar een aantal geconstateerde knelpunten wordt nog (onvoldoende) geadresseerd. De beoordeling op het milieueffect bodem is daarmee positief (+). Landbouw Binnen het beleidsveld landbouw staat de transitie naar natuurinclusieve en duurzame landbouw centraal. Het richt zich op het terugdringen van intensieve landbouwpraktijken, het verminderen van mest- en 41
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
beschermingsmiddelengebruik, en het stimuleren van agrarische activiteiten die bijdragen aan ecologische en landschappelijke waarden. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat er in de huidige situatie een relatief klein landbouwareaal is dat grondgebonden is (weiland en akkerland) en vrij intensief wordt bewerkt door enkele agrarische bedrijven. Het beleidsveld landbouw scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Dit landbouwareaal wordt richting de toekomst bedreigd door andere ruimteclaims (b.v. natuurontwikkeling, recreatie en wonen) en zal tegelijkertijd moeten bijdragen aan een waterrobuuste en klimaatbestendige stad. Tevens zal extremer weer door klimaatverandering de landbouw bedreigen. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie sterk negatief (--). Beoordeling
Natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden.
Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Bedrijventerreinen combineren energieopwekking, groene daken en samenwerking in collectieve energiehubs.
Overbodige verharding wordt verwijderd om naar 20% minder verharding in 2050 toe te werken.
Ontwikkelingen mogen de kwaliteit van grondwater niet verslechteren.
Hemelwateropvang op eigen terrein is verplicht, met ruimte voor toekomstige extreme weersomstandigheden.
Verharding mag niet toenemen bij nieuwe ontwikkelingen, met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050.
Gebouwen en buitenruimtes worden ingericht met natuurlijke materialen en ruimte voor hemelwateropvang.
Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen.
randvoorwaarden
De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen hebben zowel positieve als negatieve effecten op landbouw. Het verbeteren van de bodemgezondheid en de nadruk op waterbeheer ondersteunen de transitie naar duurzamere landbouwpraktijken, zoals natuurinclusieve landbouw. Ook het voeren van strategisch grondbeleid door de gemeente zal bijdragen aan de transitie naar een natuurinclusieve landbouw. Tegelijkertijd zijn er ook randvoorwaarden en maatregelen opgenomen die ten kosten kunnen gaan van landbouwgrond, zoals het toevoegen van recreatieve routes door het buitengebied maar ook het tegengaan van bodemerosie door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan. Ook zijn er externe factoren waar de gemeente geen (directe) invloed op kan uitoefenen, bijvoorbeeld het frequenter voorkomen van extreem weer en daarmee gepaard gaande droogte en wateroverlast. Hoewel de gemeente maatregelen heeft opgenomen om de gevolgen hiervan te verminderen (zie paragraaf 6.2.2.3) zal dit de landbouw blijven bedreigen. De beoordeling op het beleidsveld landbouw is daarmee negatief (-).
Thema Beleidsveld Bodem
42
Beoordeling
bodem
+
landbouw
-
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Beleidsveld
Bodem
Sanering mijnschachten en een deel van de risicozones na-ijleffecten mijnverleden in de gemeente Kerkrade
Mogelijke aanleg van een warmte- en koudenet in Kerkrade-West en het stadscentrum
Het terugdringen van bodemerosie in het buitengebied door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan
maatregelen Thema
Beoordeling
bodem
+
landbouw
-
6.2.2.2
Omgevingskwaliteit
Landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Dit beleidsveld richt zich op het behouden, versterken en benutten van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van een gebied. Het gaat om het beschermen van waardevolle uitzichten, historische linten, monumenten, beeldbepalende bouwwerken en gebouwen en ruimtelijke structuren, terwijl nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig worden ingepast. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat Kerkrade een bijzonder landschap heeft met veel cultuurhistorische elementen. Het landschap kenmerkt zich door grote hoogteverschillen, een sterke verstedelijking, groene beekdalen en enkele unieke Rijksmonumenten die vanuit de identiteit en cultuurhistorie belangrijk zijn (o.a. abdijcomplex Rolduc en Schacht Nulland) voor Kerkrade en omgeving. Deze waarden worden echter nog onvoldoende beschermd omdat de gemeente geen cultuurhistorisch beleid heeft op het gebied van de fysieke leefomgeving en tevens werkt met een verouderde welstandsnota. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Richting de toekomst verwacht de gemeente een verslechtering, omdat klimaatverandering (o.a. verdroging) het landschap en de cultuurhistorische elementen kunnen bedreigen.
Ook de voorgenomen transformatie van historische linten kan een negatief effect hebben doordat bijzondere architectonische waarden verloren kunnen gaan door (vervangende) nieuwbouw. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige situatie neutraal (+/-). Beoordeling De randvoorwaarden en maatregelen uit de Omgevingsvisie leveren een bijdrage aan het versterken en behouden cultuurhistorische waarden van kerken. Het behoud en de herbestemming van leegstaande kerken via de Kerkenvisie voorkomt verlies van waardevol erfgoed. Echter kent de gemeente veel overig stenen erfgoed waar momenteel geen cultuurhistorisch beleid voor is opgesteld en dus niet volledige beschermd is. Het gaat bijvoorbeeld over kleine structuren en gebouwen binnen de woongebieden uit verschillende tijdperiodes. Deze locaties zijn van groot belang voor de overlevering van de geschiedenis en waar mogelijk kunnen deze cultuurhistorische gebouwen op een duurzame manier ontwikkeld worden tot verblijfsrecreatie. Daarnaast zorgen randvoorwaarden bij ontwikkelingen zoals het beschermen van volwassen bomen en het benutten van achterterreinen voor groen of kleinschalige woningbouw ervoor dat het landschap aantrekkelijk blijft en zorgvuldig wordt ingepast.
Ook de voorwaarde om te voorzien in natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden draagt bij aan het behoud en aantrekkelijk maken van het landschap. Ook de concrete maatregel om bodemerosie in het buitengebied terug te dringen door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan, draagt hieraan bij.
43
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
De nadruk op klimaatadaptieve ontwikkelingen, zoals het aanleggen van inheemse en klimaatbestendige beplanting en de eis dat nieuwe bouwplannen minimaal 20% groen bevatten, verhoogt de ruimtelijke kwaliteit en maakt de omgeving duurzamer en aantrekkelijker voor bewoners en bezoekers. De koppeling van bedrijfsinitiatieven aan het landschap en aandacht voor mobiliteit en klimaatadaptatie versterken de samenhang tussen economie en ruimtelijke kwaliteit. De concrete maatregel om de overkluizing over de Anselderbeek weg te halen en de Nieuwstraat te herinrichten en vergroenen dragen bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente heeft in haar Omgevingsvisie aangegeven voor woningbouwlocaties in te zetten op bestaand stedelijk gebied. Echter, de gemeente geeft ook aan dat in het geval dat deze bouwlocaties zijn uitgeput, er onder voorwaarden kan worden gekeken naar een toekomstige uitleglocatie, in of aan de rand van het landschappelijk raamwerk (buitengebied). Op dergelijke locaties ziet de gemeente kansen voor het bouwen van woningen voor een hogere doelgroep en woningtypologie. Dit kan nadelige effecten hebben op het landschappelijk raamwerk, tenzij de voorwaarden duidelijk en in het belang van de landschappelijke en natuurlijke waarden zijn.
Dat vraagt ook dat op voorhand goed gekeken wordt naar welke uitleglocaties eventueel geschikt zouden zijn, op basis van aanwezige landschappelijke waarden. Ook kan nagedacht worden over vernieuwende vormen van woningbouw die beter landschappelijk in te passen zijn. Denk bijvoorbeeld aan (kleinschalige) nieuwe landgoederen, ecologische meergeneratiehoven of tiny houses. Dit behoeft extra aandacht in de uitwerking van het volkshuisvestingsprogramma. De beoordeling op het milieueffect landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie is gelet op het bovenstaande neutraal (+/-). Natuur, biodiversiteit en stedelijk groen Het beleidsveld natuur, biodiversiteit en stedelijk groen draait om het beschermen en versterken van natuurlijke ecosystemen, soortenrijkdom en groene stedelijke ruimtes. Dit omvat het aanleggen van ecologische verbindingen, het versterken van biodiversiteit en het toegankelijk maken van groen voor recreatie en gezondheid. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de biodiversiteit landelijk en Europees gezien onder druk staat. Ook geeft de gemeente aan nog geen gemeentelijk groen/natuurbeleid te hebben. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Richting de toekomst verwacht de gemeente een verslechtering, door toename van verharding en uitputting van de bodem door intensief landbouwgebruik.
Ook is aangegeven dat groen- en natuurgebieden steeds meer onder druk komen te staan door klimaatverandering en verminderde budgetten voor het onderhoud van de openbare ruimte. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie negatief (-). Passende beoordeling In een passende beoordeling wordt inzichtelijk gemaakt of er mogelijk risico’s zijn op significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken en de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-netwerk, als gevolg van het beleid uit de Omgevingsvisie. De Natura 2000-gebieden die hiervoor relevant zijn, zijn de gebieden die binnen een afstand van 25 kilometer van de gemeentegrens van Kerkrade liggen. Deze gebieden zijn in onderstaande kaart weergegeven voor zowel Nederland, België als Duitsland. Binnen de gemeente Kerkrade zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig. Wel grenst de gemeente direct aan het Duitse Natura 2000-gebied ‘Wurmtal nördlich Herzogenrath”.
44
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Figuur 2 Natura 2000-gebieden die binnen 25km van de gemeente Kerkrade liggen
Wettelijk kader De juridische basis voor de Passende beoordeling volgt uit artikel 16.53c van de Omgevingswet. Hieruit volgt dat voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar wel afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied, een Passende beoordeling gemaakt dient te worden. Een Passende beoordeling omschrijft de eventuele gevolgen voor het Natura 2000-gebied. Noodzaak opstellen passende beoordeling In de NRD is aangegeven dat een Passende beoordeling op strategisch niveau wordt uitgevoerd. Het detailniveau van de Omgevingsvisie is echter zodanig, dat het uitvoeren van een Passende beoordeling op dit moment nog geen substantieel inhoudelijke bijdrage levert aan de OER en visie. De gestelde randvoorwaarden en maatregelen zijn nog onvoldoende concreet uitgewerkt om effecten goed te kunnen bepalen. Daarnaast is de verwachting dat het beleid uit de Omgevingsvisie positieve effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. De Omgevingsvisie zet namelijk in op inbreiding en niet op uitbreiding. Zo worden vooralsnog geen nieuwe woningbouwontwikkelingen, bedrijventerreinen of andere (stedelijke) ontwikkelingen voorzien buiten de bestaande contouren.
Daarnaast ziet de Omgevingsvisie toe op maatregelen die kunnen leiden tot verbeteringen op Natura 2000-gebieden, omdat wordt ingezet op het versterken van biodiversiteit en groenstructuren en omdat milieubelastende activiteiten worden beperkt. Denk hierbij aan het omlaag brengen van de toegestane milieucategoriëen op de bedrijventerreinen en het inzetten op duurzame mobiliteit en de energietransitie. In de Omgevingsvisie wordt daarnaast de ambitie uitgesproken om de sponswerking en waterhuishouding van het gehele systeem te versterken. Dit kan zowel positieve als negatieve effecten hebben op de omliggende Natura 2000gebieden. Dit dient nader onderzocht te worden bij concretere uitwerking van deze ambitie in programma’s en/of projecten. Hetzelfde geldt voor andere concretere projecten die voorvloeien uit de Omgevingsvisie en waarbij bijvoorbeeld stikstofdepositie kan optreden. Het advies is daarom om aan passende beoordeling uit te voeren bij de uitwerking in programma’s en/of projecten. 45
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen in de Omgevingsvisie dragen bij aan het versterken van natuur, biodiversiteit en stedelijk groen in Kerkrade. De eis dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking 500 meter rondom de woning en een groene ruimte binnen 300 meter stimuleert de aanleg en toegankelijkheid van groen. Dit wordt verder ondersteund door het beschermen van volwassen bomen en bomenstructuren, en de verplichting dat nieuwe bouwplannen minimaal 20% groen bevatten en bestaand groen behouden blijft. Het gebruik van veel verschillende soorten inheemse en klimaatbestendige beplanting verhoogt de biodiversiteit en maakt groen veerkrachtig tegen klimaatverandering. Het verminderen van verharding (met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050) en de groene inrichting van scholen en speeltuinen dragen bij aan meer ruimte voor natuur en een gezondere leefomgeving. Daarnaast zorgen samenhangende maatregelen, zoals het koppelen van vergroening aan water- en bodembeheer, en de verplichting dat bedrijfsinitiatieven rekening houden met het landschap en klimaatadaptatie, ervoor dat stedelijk groen zich verder kan ontwikkelen en versterken. Het aanleggen van recreatieve fiets- en wandelroutes om groengebieden te verbinden met het stedelijk gebied zorgt ervoor dat de groengebieden toegankelijker worden.
Dat zorgt tegelijkertijd ook voor meer druk op het kwetsbare buitengebied, de natuur en de biodiversiteit. Zeker als deze maatregelen ook leiden tot een toename aan toerisme.
randvoorwaarden Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen. Beeldbepalende en cultuurhistorische waarden worden behouden, versterkt en gerespecteerd. Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie. Verblijfsrecreatie wordt ontwikkeld nabij toeristische voorzieningen of in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een groene, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving. Bedrijfsinitiatieven moeten aansluiten bij het landschap en rekening houden met klimaatadaptatie en mobiliteit. Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter hitte- of Volwassen bomen en bomenstructuren met een afstand. landschapsfunctie worden beschermd en behouden. Nieuwe bouwplannen bevatten minimaal 20% groen en bestaand groen wordt zoveel mogelijk behouden. Groen wordt aangelegd met inheemse en klimaatbestendige beplanting die bijdraagt aan biodiversiteit. Verharding mag niet toenemen bij nieuwe ontwikkelingen, met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050. Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen. Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw. Natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden. Vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden omzetten naar wonen of groen.
Het effect van deze maatregelen en randvoorwaarden op natuur, biodiversiteit en stedelijk groen is daarmee positief (+).
Thema
Beleidsveld landschap, ruimtelijke kwaliteit en Omgevings- cultuurhistorie kwaliteit natuur, biodiversiteit en stedelijk groen
46
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Beoordeling +/-
+
Beleidsveld landschap, ruimtelijke kwaliteit en Omgevings- cultuurhistorie kwaliteit natuur, biodiversiteit en stedelijk groen
6.2.2.3
Onder voorwaarden woningbouw voor een hogere doelgroep toestaan in het buitengebied op uitleglocaties
Herinrichting en vergroening van de Nieuwstraat/Neustraße
Beekherstel door het weghalen van de overkluizing van de Anselderbeek in Eygelshoven
Het terugdringen van bodemerosie in het buitengebied door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan
Maatregelen Thema
Beoordeling +/-
+
Klimaatadaptatie
Wateroverlast Dit beleidsveld richt zich op het voorkomen en beperken van wateroverlast door extreme neerslag. Het omvat maatregelen zoals waterberging, infiltratie, en het vertragen van de waterafvoer, om overstromingen en schade in het stedelijk gebied en buitengebied (in zowel landouw- als natuurgebieden) te voorkomen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat wateroverlast met name optreedt in de laaggelegen gebieden zoals Eygelshoven. Verder kent de gemeente veel versteende buurten en bedrijventerreinen. De komende jaren wordt er op gemeentelijk, regionaal en provinciaal niveau gewerkt aan verbetering van het watersysteem. Echter door klimaatverandering blijft het risico op wateroverlast aanwezig. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-). Beoordeling Wateroverlast, watertekort, droogte en hittestress zijn complexe klimaatadaptatie-uitdagingen die niet uitsluitend door lokale factoren worden veroorzaakt. Naast lokale invloeden zoals hevige neerslag en verstedelijking, spelen regionale en grensoverschrijdende processen een rol. Het bodem- en watersysteem functioneert immers op stroomgebiedsniveau en beperkt zich niet tot de gemeentegrenzen. Zo is het watersysteem in Kerkrade sterk verweven met het stroomgebied van de Roer.
Ontwikkelingen in buurgemeenten, waaronder het Duitse Aken en Hertzogenrath, hebben invloed op het watersysteem van Kerkrade. Daarom is het belangrijk dat bij het aanpakken van deze opgaven ook de (eu)regionale samenwerking wordt gezocht. Een effectieve aanpak vraagt om integraal beleid, waarbij opgaven op het gebied van wateroverlast, droogte en hittestress niet los van elkaar worden gezien, maar in samenhang met het landschap, het bodem- en watersysteem. De gemeente heeft aangegeven om bij de aanpak van klimaatadaptatie vraagstukken aan te sluiten bij het nieuwe regionale omgevingsprogramma Water en Klimaatadaptatie Parkstad Limburg dat eind 2026 zal worden gepubliceerd. Het nieuwe regionale programma wordt breder ingestoken en gaat meer in op de samenhang tussen de klimaatadaptatievraagstukken: zoals het aanpakken van wateroverlast in combinatie met het tegengaan van droogte en de aanpak van hittestress. De voorgestelde randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie dragen positief bij aan het voorkomen en verminderen van wateroverlast in Kerkrade. Door water en bodem leidend te maken bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de natuurlijke waterhuishouding, wat essentieel is om overbelasting van het watersysteem te 47
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
voorkomen. Verplichtingen zoals hemelwateropvang op eigen terrein en het behoud van bestaand groen bij nieuwe bouwplannen zorgen ervoor dat regenwater beter kan worden vastgehouden en geïnfiltreerd, wat bijdraagt aan het vertragen van waterafvoer tijdens piekbuien. De doelstelling om overbodige verharding te verwijderen en naar 20% minder verharding in 2050 toe te werken, creëert meer ruimte voor waterberging en natuurlijke infiltratie. Daarnaast draagt de maatregel om op steile hellingen in het buitengebied geen akkerbouw meer toe te staan ook concreet bij aan het terugdringen van wateroverlast, omdat hiermee bodemerosie wordt voorkomen en zo water beter in de grond kan worden opgenomen in plaats van direct richting het stedelijk gebied te stromen. Daarnaast versterken randvoorwaarden zoals het beschermen van volwassen bomen en het realiseren van minimaal 20% groen in nieuwe bouwprojecten de sponswerking van de bodem. Dit wordt aangevuld met de integratie van natuurlijke materialen en klimaatbestendige ontwerpen in gebouwen en buitenruimtes. Bedrijfsinitiatieven die rekening houden met landschap en klimaatadaptatie zorgen ervoor dat ook commerciële ontwikkelingen bijdragen aan een waterrobuuste leefomgeving. Deze samenhangende aanpak maakt de gemeente weerbaarder tegen extreme neerslag.
Desalniettemin zullen sommige knelpunten blijven bestaan, met name in sterk verharde en laaggelegen gebieden. De beoordeling op het milieueffect is daarmee positief (+). Waterkwaliteit Waterkwaliteit richt zich op het waarborgen van schoon en gezond water in beken, rivieren, sloten en het grondwater. Dit omvat het verminderen van vervuiling door landbouw, industrie en stedelijke gebieden, en het verbeteren van het ecosysteem in en rond waterlichamen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de chemische waterkwaliteit van de Anselderbeek en de Worm niet voldoet aan de Kaderrichtlijn Water, met name door lozingen vanuit RWZI’s (ook in Duitsland) en het riool (overstorten) en vanwege het uitspoelen van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen van landbouwgronden. Op het onderdeel ecologie wordt beter gescoord; matig tot goed. Nieuw beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer zet in op het vasthouden van hemelwater op de plateau’s en binnen het stedelijk gebied, dit betekent een verbetering van de sponswerking, hiermee wordt het grondwater gevoed en zal er minder water afgevoerd worden naar de beken en het riool. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige als de toekomstige autonome situatie neutraal (+/-).
Beoordeling De voorgestelde maatregelen dragen bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit in Kerkrade door een combinatie van ruimtelijke en klimaatadaptieve ingrepen. Het leidend maken van water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgt ervoor dat de natuurlijke waterhuishouding centraal staat bij nieuwe plannen, waardoor regenwater beter wordt vastgehouden en overbelasting van het watersysteem wordt voorkomen. De verplichting tot hemelwateropvang op eigen terrein en het gebruik van natuurlijke materialen bij buitenruimtes dragen verder bij aan waterberging en een vertraagde afvoer van neerslag. Daarnaast versterken maatregelen zoals het beschermen van volwassen bomen, het realiseren van minimaal 20% groen bij nieuwe bouwprojecten, en de beperking van verharding de natuurlijke sponswerking van de bodem. De gemeente wil de mate van verharding gaan meten en monitoren. Zie de ambitie ‘20% minder verharding in 2050’ ten opzichte van nu. De verwachting is dat deze aanpak op termijn een positief effect zal hebben op de grondwater- en bodemkwaliteit. Het verwijderen van overbodige verharding en de eis dat nieuwe ontwikkelingen de kwaliteit van grondwater niet mogen verslechteren zorgen voor een robuust watersysteem dat beter bestand is tegen extreme regenbuien. Deze integrale aanpak maakt de gemeente beter voorbereid op toekomstige klimaatuitdagingen.
De maatregel om in te zetten op natuurinclusief agrarisch beheer heeft ook een positief effect op de waterkwaliteit omdat daarmee verminderd wordt dat nutriënten en middelen vanuit de landbouwgronden in het (grond)water terecht komen. De lozingen van de RWZI's in Duitsland bepalen echter voor een groot deel de waterkwaliteit van de Anselderbeek en de Worm. De beoordeling op het milieueffect is daarmee neutraal (+/-). Droogte Het beleidsveld droogte richt zich op het vasthouden en efficiënt gebruiken van water om waterschaarste en verdroging van natuur, landbouwgrond en stedelijke gebieden tegen te gaan. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat droogte met name een gevaar is voor de natuur en de biodiversiteit. Het grondwater bevindt zich op veel plekken in de gemeente Kerkrade op grote diepte. Zeker op de plateaus (hogere delen van Kerkrade) is dit het geval. Omdat de hogere delen van Kerkrade, plateau’s, grotendeels bebouwd en verhard zijn, wordt het meeste regenwater oppervlakkig en via het (gescheiden) riool afgevoerd naar de 48
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
beekdalen en komt het niet in de bodem en in het grondwater. Met name de natuurgebieden in Kerkrade (hellingbossen, zijbeekjes en bronnen) zijn kwetsbaar voor grote schommelingen van grondwater en hangwater. De hellingbossen met beuken (oostzijde van stuwmeer Cranenweijer, het Loosbos en het Schouffertsbos in Eygelshoven) hebben het erg moeilijk door de vele droge jaren in het afgelopen decennium en zijn gevoelig voor ziekte en plagen. Ondanks deze bedreigingen verwacht de gemeente dat de agrarische sector en de natuur voldoende robuust is om met droogte om te gaan. Daarom scoort dit beleidsveld in de Foto van de Leefomgeving zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-). Recent heeft Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) echter aangegeven dat naar verwachting er na 2030 een schaarste aan drinkwater als gevolg van droogte dreigt te ontstaan, daarmee dient de beoordeling van de toekomstige autonome situatie te worden aangepast naar negatief (-). Beoordeling De maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen bij aan het tegengaan van droogte in Kerkrade door water en bodem leidend te maken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zorgt ervoor dat regenwater beter wordt vastgehouden en kan infitreren in de bodem.
Het beschermen van volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie helpt verdamping te beperken en draagt bij aan een klimaatrobuuste omgeving. Daarnaast zorgt de randvoorwaarde dat nieuwe ontwikkelingen minimaal 20% groen bevatten dat de sponswerking van het systeem als geheel verbeterd, omdat groen ervoor zorgt dat het water beter wordt vastgehouden en kan worden opgenomen in de bodem in plaats van het afstromen. Tevens versterkt het gebruik van natuurlijke (bouw)materialen en het toevoegen van ruimte voor hemelwateropvang in gebouwen en buitenruimtes de waterhuishouding en maken deze maatregelen de leefomgeving beter bestand tegen droogte. De beoordeling op het milieueffect is daarmee beperkt positief (+). Hittestress Hittestress heeft betrekking op het beperken van de negatieve effecten van hoge temperaturen in stedelijke gebieden. Het beleidsveld omvat maatregelen zoals vergroening, schaduwaanleg en het beperken van verharding om oververhitting van de leefomgeving te voorkomen en het welzijn van inwoners te waarborgen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat er met name in Kerkrade-Oost en Kerkrade-West er sprake is van een hitte-eilandeffect. Bij aanhoudende hitte koelt het stedelijk gebied ’s-nacht niet af. Dit heeft te maken met de hoge bebouwingsdichtheid en de ligging op de hoger gelegen plateaus.
Voor Kerkrade-Noord geldt dit in mindere mate omdat de bebouwing in en dicht bij de beekdalen van de Anselderbeek en Worm ligt en de hoger gelegen hellingbossen ’s-nacht verkoeling bieden. Daarnaast scoort de huidige situatie slecht op de 3- en 30-regel (aanwezigheid bomen in de woonbuurt), maar gemiddeld beter op de 300-regel (openbaar groen op minder dan 300 meter afstand). Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Richting de toekomst verwacht de gemeente een verslechtering, door een toename aan de frequentie van extermer (warmer) weer als gevolg van klimaatverandering. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie sterk negatief (--). Beoordeling Het realiseren van 40% schaduw bij belangrijke wandel- en fietsroutes en het beschermen van volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie zorgen voor verkoeling en een aangenamere leefomgeving. Ook de maatregel dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand draagt hieraan bij. Het zoveel mogelijk behouden van bestaand groen versterkt het koelende effect van vegetatie. Daarnaast helpt het verwijderen van overbodige verharding om hittestress te verminderen door meer ruimte te maken voor groen en wateropvang.
Door deze maatregelen wordt de leefomgeving veerkrachtiger tegen extreme temperaturen en aangenamer voor bewoners en bezoekers. Desalniettemin blijft de gemeente een sterk verstedelijkt en daarmee ook sterk verhard. Daarmee blijft hittestres een aandachtspunt. De beoordeling op het milieueffect is daarmee neutraal (+/-).
49
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Thema
50 Beleidsveld
Klimaatadaptatie wateroverlast Beoordeling +
waterkwaliteit +/-
droogte +
hittestress +/-
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden.
Overbodige verharding wordt verwijderd om naar 20% minder verharding in 2050 toe te werken.
Ontwikkelingen mogen de kwaliteit van grondwater niet verslechteren.
Hemelwateropvang op eigen terrein is verplicht, met ruimte voor toekomstige extreme weersomstandigheden.
Verharding mag niet toenemen bij nieuwe ontwikkelingen, met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050.
Gebouwen en buitenruimtes worden ingericht met natuurlijke materialen en ruimte voor hemelwateropvang.
Nieuwe bouwplannen bevatten minimaal 20% groen en bestaand groen wordt zoveel mogelijk behouden.
Volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie worden beschermd en behouden.
40% schaduw wordt gerealiseerd bij belangrijke wandel- en fietsroutes om hittestress te verminderen.
Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand.
Bedrijfsinitiatieven moeten aansluiten bij het landschap en rekening houden met klimaatadaptatie en mobiliteit.
Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een groene, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving.
Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen.
Randvoorwaarden
Beleidsveld
Klimaatadaptatie
6.2.2.4
Het terugdringen van bodemerosie in het buitengebied door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan
maatregelen Thema
wateroverlast
Beoordeling +
waterkwaliteit
+
droogte
+
hittestress
+/-
Economie
Economie Het beleidsveld economie richt zich op het stimuleren van duurzame economische groei en werkgelegenheid. Dit omvat het ondersteunen van lokaal ondernemerschap, het faciliteren van innovatieve sectoren, en het versterken van bedrijventerreinen en toeristische activiteiten. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat sprake is van veel winkelleegstand en dat er een opgave ligt binnen de gemeente op het gebied van arbeidsparticipatie. Wel is er weinig sprake van leegstand op bedrijventerreinen en groeit de werkgelegenheid. Netcongestie en een toename van de vergrijzing brengen richting de toekomst uitdagingen op economisch gebied. Tegelijkertijd bieden de Euregionale ligging en de ontwikkeling van de MedTech sector brengen kansen voor de gemeente. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-). Beoordeling In de Omgevingsvisie zijn randvoorwaarden voor bedrijventerreinen opgenomen. Randvoorwaarden voor ontwikkelingen zoals het inzetten op groene daken, eigen energieopwekking en collectieve energiehubs dragen bij aan een duurzamere en innovatieve economische structuur. Ook het reserveren van ruimte voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisico's ondersteunt de energietransitie en maakt bedrijventerreinen toekomstbestendiger.
Deze integrale aanpak versterkt het economische vestigingsklimaat en zorgt voor een betere balans tussen duurzaamheid en economische ontwikkeling. De concrete maatregel om het energienetwerk te verzwaren met minimaal 80 kleine trafostations, drie tot vier middenspanningstations en het hoogspanningsstation Terwinselen draagt bij aan het oplossen van het netcapaciteitsknelpunt en draagt daarmee positief bij aan de ruimte voor bedrijvigheid om te groeien. Tegelijkertijd dient er aandacht besteedt te worden aan de landschappelijke inpassing van dit soort ruimtelijke ontwikkeling. Ook het laten doorrijden van de trein van Kerkrade-Centrum naar Kerkrade-West is positief voor de economie, omdat dit meer mogelijkheden biedt voor werknemers om zich van en naar werk te verplaatsen. In de Omgevingsvisie wordt het probleem van winkelleegstand benoemd en wordt aangegeven dat er dus gekozen zal moeten worden voor concentratie van voorzieningen en winkels waar dat realistisch is. Als gemeente is het lastig om een fenomeen als winkelleegstand te voorkomen en is de gemeente afhankelijk van externe factoren. Binnen de invloedssferen probeert de gemeente Kerkrade de gevolgen van winkelleegstand zoveel mogelijk aan te pakken, door in te zetten op de transformatie van leegstaande winkelpanden naar wonen of andere functies.
51
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
In de Omgevingsvisie zijn geen concrete maatregelen benoemd om arbeidsparticipatie omhoog te brengen. De gemeente heeft het uitgangspunt om de voorkeur te geven aan ‘veel arbeidsplaatsen per hectare’. Daarbij geeft de gemeente aan dat het type werkgelegenheid (laag, midden en hoogopgeleide banen) van belang is bij het maken van keuzes over waar en hoe arbeidsplekken worden gecreëerd. Om deze redenen wordt er op regionaal niveau volop ingezet op Medlands Parkstad. Echter is dit niet voldoende om de arbeidsparticipatie en de diversiteit te verbeteren. Op het gebied van arbeidsparticipatie en diversiteit dienen concretere keuzes gemaakt te worden. Gezien de beperkte bijdragen van de voorgestelde maatregelen is de beoordeling op het milieueffect neutraal (+/-). Onderwijs Het beleidsveld onderwijs is gericht op het stimuleren van een kennisgedreven samenleving door het verbeteren van onderwijsvoorzieningen, het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, en het creëren van leeromgevingen die bijdragen aan de sociale en economische ontwikkeling van de regio. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de gemeente beter scoort dan het landelijk gemiddelde wat betreft afstand tot basisscholen en dat er met de komst van het Martin Buber weer een volwaardig voortgezet onderwijs is.
Wel ligt het opleidingsniveau van de gemeente lager dan het landelijk gemiddelde. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). De verwachte afname van basisschoolleerlingen richting de toekomst zorgt voor risico’s ten aanzien van de houdbaarheid van het (basis)schoolvoorzieningenniveau. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie negatief (-). Beoordeling In de Omgevingsvisie zijn een aantal randvoorwaarden en maatregelen opgenomen die een positief effect hebben op de staat van het onderwijs. De opgenomen voorwaarde dat scholen en speeltuinen groen, beweegvriendelijk en rookvrij worden ingericht is hoofdzakelijk een fysieke eis die goed bijdraagt aan het verbeteren van de fysieke omgeving van scholen. Daarnaast is in de Omgevingsvisie opgenomen dat op er in het komend decennium 6 basisscholen in Kerkrade-Oost worden samengevoegd tot drie nieuwe basisscholen op mogelijk nieuwe locaties. Tevens wordt er vanaf 2024 een middelbare school gerealiseerd. Daarnaast wordt er ingezet op integrale kind centra (IKC’s), waardoor wordt ingezet op multifunctioneel ruimtegebruik en verbeteren van het voorzieningenniveau. Dit is positief voor het schoolvoorzieningenniveau op de korte termijn. Met deze concrete maatregelen wordt er voorzien in de onderwijsbehoefte tot de vergrijzingspiek die in 2035 wordt bereikt.
Na deze periode is er wellicht sprake van een jongere bevolkingsopbouw en dient de gemeente opnieuw te kijken naar de onderwijsbehoefte. Op de langere termijn is nog niet duidelijk hoe de gemeente om wenst te gaan met verandering van het aantal (basisschool)leerlingen. De beoordeling op het milieueffect is positief (+). Recreatie en toerisme Het beleidsveld recreatie en toerisme richt zich op het versterken van recreatieve voorzieningen en het toeristische aanbod. Dit omvat de ontwikkeling van routes, natuurcampings en verblijfsrecreatie, met aandacht voor duurzaamheid en een balans tussen toerisme en leefbaarheid. In de Foto van de Leefomgeving is aangegeven dat Kerkrade grote toeristische trekpleisters kent zoals GaiaZOO, de Leisure Dome en Abdij Rolduc. Ook is er een prachtige natuur aanwezig zoals de Anstelvallei en het Wormdal. Daarnaast heeft de stad heeft ook een rijke historie van de Romeinen, de middeleeuwen en het mijnverleden. De kwetsbare natuur in Kerkrade staat echter onder druk door toerisme. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie positief (+). Naar verwachting neemt deze druk in de toekomst toe, ook als uitvloeisel van het almaar drukker wordende Heuvelland. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie neutraal (+/-).
Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen in de Omgevingsvisie dragen positief bij aan het versterken van recreatie en toerisme in Kerkrade door een focus op versterking van het erfgoed, vergroening en recreatieve fiets- en wandelverbindingen. Het behoud en de herbestemming van beeldbepalende en cultuurhistorische waarden, zoals leegstaande kerken, versterken de toeristische aantrekkelijkheid van de gemeente en bieden mogelijkheden voor verblijfsrecreatie in unieke, waardevolle gebouwen. Daarnaast wordt er ook ingezet op de realisatie van een extra treinstation in Kerkrade-West en de creatie van de Heuvellandlijn. Een betere verbinding maakt Kerkrade
52
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
aantrekkelijker voor toeristen. Dit sluit goed aan bij de ontwikkeling van toeristische voorzieningen en helpt bij de diversificatie van verblijfsmogelijkheden. Daarnaast dragen recreatieve fiets- en wandelroutes die groengebieden verbinden bij aan een beweegvriendelijke omgeving en maken natuur en recreatiegebieden toegankelijker voor inwoners en bezoekers. De multifunctionele inrichting van pleinen biedt extra mogelijkheden voor recreatie en ontmoeting, waardoor zowel bewoners als toeristen profiteren van een prettige en groene leefomgeving. Ook het uitbreiden van het aantal gemeentelijke monumenten kan positief bijdragen aan het toeristisch kapitaal van de gemeente. Wel blijft het zoeken van een balans tussen toerisme enerzijds, en druk op het landschap en de natuur een aandachtspunt (zie 6.2.2.2).
Thema
Beleidsveld
economie Economie onderwijs recreatie en toerisme
53
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Bedrijventerreinen reserveren ruimte voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisicos.
Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Bedrijventerreinen combineren energieopwekking, groene daken en samenwerking in collectieve energiehubs.
Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Verblijfsrecreatie wordt ontwikkeld nabij toeristische voorzieningen of in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen.
Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie.
Beeldbepalende en cultuurhistorische waarden worden behouden, versterkt en gerespecteerd.
Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen.
Randvoorwaarden
De beoordeling op het beleidsveld recreatie en toerisme is gelet op het voorgaande positief (+).
Beoordeling +/+ +
Beleidsveld
Realisatie van het treinstation Kerkrade-West en de creatie van de Heuvellandlijn
Doorrijden trein van Kerkrade-Centrum naar Kerkrade-West
Uitbreiding en verzwaring energienetwerk van 80 kleine trafostations, vier middenstations en het hoogspanningsstation Terwinselen
In Kerkrade-Oost zullen drie nieuwe basisscholen worden gebouwd
Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint Bleijerheider- Pannesheiderstraat
Het aantal gemeentelijke monumenten uitbreiden.
maatregelen Thema
Beoordeling
economie Economie
6.2.2.5
onderwijs recreatie en toerisme
+/+ +
Leefomgeving
Wonen Het beleidsveld wonen draait om het realiseren van een gevarieerd, duurzaam en betaalbaar woningaanbod dat aansluit bij de behoeften van verschillende doelgroepen. Dit omvat levensloopbestendige woningen, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het verbeteren van de woonkwaliteit. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat er in Kerkrade een overschot is aan sociale huurwoningen en een tekort aan het midden en hoog segment, daarnaast zijn deze verschillende segmenten vaak geconcentreerd in bepaalde buurten en is er weinig mix in typologieën. Bovendien is een groot deel van Kerkraadse woningvoorraad verouderd. Tegelijkertijd is er sprake van een afname van de woningleegstand en zijn de huizen zeer betaalbaar vergeleken met het landelijk gemiddelde. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Naar de toekomst toe verwacht de gemeente een afname aan de bevolkingskrimp en daarmee een vernieuwingsopgave voor de woningvoorraad. De woningleegstand zal daarmee verder afnemen en de vernieuwingsopgave zorgt naar verwachting voor een kwaliteitsverbetering van de woonbuurten. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie positief (+).
Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden dragen positief bij aan het verbeteren van de woonomgeving in Kerkrade door een focus op vergroening, verhoging van de woning kwantiteit en kwaliteit en verduurzaming. Op het gebied van vergroening heeft de gemeente de randvoorwaarde opgenomen dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte binnen 300 meter. Dit draagt bij aan een prettige woonomgeving. Daarnaast draagt de multifunctionele inrichting van pleinen bij aan ontmoetingsmogelijkheden en recreatie. Het benutten van achterterreinen voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw biedt flexibiliteit in het ruimtegebruik en draagt bij aan een evenwichtige woningvoorraad. Op dit moment bestaat ruim 46% van het totale woningaanbod uit sociale huur. Om meer diversiteit aan te brengen wil de gemeente inzetten op woningbouw in de duurdere segmenten en het aandeel sociale huur terugdringen. Dit resulteert erin dat er tot 2030 minimaal 1300 woningen worden gebouwd, waarvan 800 woningen sloop-nieuwbouw 54
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
betreft. Bij voorkeur vindt nieuwe woningbouwontwikkeling plaats in vijf gebieden: buurtknooppunten, stationslocaties, historische linten, bestaande woonwijken en enkele werkgebieden. Hierbij geldt geen strikte voorkeursladder. Daarmee maakt de gemeente duidelijke keuzes over waar woningbouw mag ontwikkelen, maar laat ze tegelijkertijd ook keuzeruimte over voor ontwikkelaars. De gemeente geeft echter ook aan te verwachten dat op termijn de binnenstedelijke locaties vol zullen raken, en ook, onder voorwaarde, gekeken zal moeten worden naar uitleglocaties in het buitengebied (zie paragraaf Omgevingskwaliteit voor het effect op het landschappelijk raamwerk). In een volkshuisvestelijk programma zal verder uitgewerkt moeten worden hoeveel en wat voor soort woningen op welke plek kunnen worden gebouwd. Daarbij zal ook gekeken worden naar de transformatie naar levensloopbestendige woningen en de bereikbaarheid van zorgvoorzieningen. Door het bouwen van levensloopbestendige woningen wordt de doorstroming op gang gebracht en komen er woningen uit de bestaande voorraad vrij voor starters en gezinnen. Dan is het wel van belang dat de gemeente borgt dat de kwaliteit van deze vrijkomende woningen ook afdoende is.
In de Omgevingsvisie wordt nu nog onvoldoende concreet ingegaan op hoe de gemeente dat wil bewerkstelligen, of welke randvoorwaarden zij bij het aanpakken van verouderde woningen wil meegeven. De gemeente helpt op dit moment particuliere eigenaren middels de subsidieregeling ‘Lokale aanpak isolatie’. Daarbij stelt zij particulieren in staat zelf hun woning te verduurzamen. Het is echter ook wenselijk om als gemeente concrete ambities te stellen over de hoeveelheid woningen die opgewaardeerd dienen te worden, op welke plekken en aan welke standaarden deze woningen dan moeten voldoen (bijvoorbeeld energielabels, maar ook ten aanzien van de uitstraling van de woningen). In de Omgevingsvisie geeft de gemeente verder een aantal randvoorwaarden aan die bijdrage aan de (kwantitatieve) woningvoorraad. Zo geeft zij aan dat vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden bij voorkeur dienen te worden ingezet voor wonen (of groen). Ook wil de gemeente inzetten op meervoudig ruimtegebruik en meerlaagse bebouwing. Een kwalitatieve goede woningvoorraad wil de gemeente onder meer bewerkstelligen door deze in massa, hoogte en ruimtelijke kwaliteit passend te laten zijn bij de omgeving.
Ook geeft de gemeente als randvoorwaarde aan dat nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te voldoen aan de geldende duurzaamheidseisen en klimaatbestendig moeten worden gebouwd, waarbij ook rekening wordt gehouden met hittestress binnenshuis. Een risico voor het realiseren van voldoende woningen is de netcongestie. De gemeente heeft in haar Omgevingsvisie aangegeven dat nieuwe woningbouwplannen rekening moeten houden met de netcapaciteit. Dat zou kunnen betekenen dat, als (huidige en toekomstige) knelpunten in het net niet kunnen worden opgelost, de woningbouw daar last van ondervindt. Dit vraagt dus om gelijktijdige investeringen in het elektriciteitsnet (zie paragraaf 6.2.2.9). De beoordeling op het beleidsveld wonen is gelet op het voorgaande positief (+). Sociale cohesie en leefbaarheid Dit beleidsveld richt zich op het versterken van gemeenschapszin en de kwaliteit van leven in wijken en buurten. Het omvat het verbeteren van ontmoetingsplekken, het creëren van veilige en toegankelijke openbare ruimtes, en het stimuleren van participatie en sociale verbondenheid. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de leefbaarheidsscore in Kerkrade lager is dan het Nederlands gemiddelde, met name op het gebied van eenzaamheid (gerelateerd aan het hoge aandeel ouderen en de sterke vergrijzing). Wel is het aanbod van maatschappelijke voorzieningen relatief hoog.
Richting de toekomst kan de vergrijzing zorgen voor een verdere druk op het huidige voorzieningenniveau en een toename in eenzaamheid. Daarom scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie negatief (-). Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden dragen bij aan het versterken van sociale cohesie en leefbaarheid in Kerkrade door een combinatie van inclusieve, groene en functionele ruimtelijke uitgangpunten. Het herbestemmen van leegstaande kerken biedt mogelijkheden voor ontmoetingsplekken en gemeenschapsfuncties, wat de sociale verbindingen in wijken versterkt. De eis dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte binnen 300 meter bevordert niet alleen het welzijn van bewoners, maar vergroot ook de toegankelijkheid van groen voor recreatie en ontmoeting.
55
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Thema
56
Randvoorwaarden
Beleidsveld
wonen Leefomgeving sociale cohesie en leefbaarheid
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-139:2.0 - Datum: 11 september 2025 - Public
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw.
openbaar
Nieuwe woningen voldoen aan de geldend duurzaamheideisen en worden klimaatbestendig binnenshuis) oververhitting met houden rekening (ook gebouwd mogelijk Sportvelden (van verenigingen), schoolpleinen en speeltuinen zijn zoveel
Vanwege de toenemende ruimte schaarste zetten we in op meervoudig ruimtegebruik met aandacht voor hoogbouw en meerlaagse bebouwing (minimaal 3 bouwlagen).
Nieuwe woningen moeten in massa, hoogte en ruimtelijke kwaliteit passend zijn in de omgeving
Het initiatief draagt bij aan het realiseren van een gemengde wijk waar verschillende type doelgroepen bij elkaar wonen.
Vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden dienen een nieuwe groen- of woonfunctie te krijgen
richten op gebieden waar gezondheid, veerkracht en leefbaarheid het minste is zoals in delen van Kerkrade-West en -Oost
Nieuwbouw draagt bij aan een evenwichtige woningvoorraad die inspeelt op de behoeften van diverse doelgroepen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Nieuwe woningbouwplannen houden rekening met netcapaciteit en toegang tot drinkwater.
Openbare ruimte wordt toegankelijk en inclusief ontworpen, zodat iedereen er gebruik van kan maken.
Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand.
Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie.
Daarnaast verbeteren multifunctioneel ingerichte pleinen de mogelijkheden voor beweging, ontmoeting en sociale interactie. Toegankelijke en inclusief ontworpen openbare ruimtes zorgen ervoor dat iedereen, ongeacht leeftijd of mobiliteit, deel kan nemen aan het maatschappelijke leven. Door nieuwbouw af te stemmen op de behoeften van diverse doelgroepen, wordt verder bijgedragen aan een evenwichtige en leefbare woonomgeving. Deze integrale maatregelen maken Kerkrade aantrekkelijker en versterken de sociale samenhang binnen de gemeenschap.
Hoewel in de Omgevingsvisie een aantal maatregelen zijn opgenomen om ontmoeting en sociale interactie te stimuleren, is het de vraag of hiermee de eenzaamheidsproblematiek voldoende wordt aangepakt. Dat vraagt ook om meer dan alleen fysieke ingrepen in de leefomgeving, en overstijgt daarmee ook de reikwijdte van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie geeft de gemeente ook aan dit soort thema’s te willen aanpakken in thematische programma’s, zoals gezondheid, waarbij het sociale en fysieke domein verweven wordt. Daarnaast worden leefbaarheidsvraagstukken, in combinatie met issues rondom leegstand en sociaal-economische achterstand op regionaal niveau opgepakt via de bestuurscommissie Sociaal Economische Structuurversterking (SES) van de Parkstadgemeenten.
Gelet op het voorgaande is de beoordeling op het milieueffect neutraal (+/-).
Beoordeling +
+/-
Beleidsveld
wonen Leefomgeving sociale cohesie en leefbaarheid
6.2.2.6
Herinrichting en vergroening van de Nieuwstraat/Neustraße
Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint Bleijerheider- Pannesheiderstraat
maatregelen Thema
Beoordeling + +/-
Mobiliteit
Mobiliteit Mobiliteit omvat het verbeteren van bereikbaarheid en het stimuleren van duurzame vervoersopties zoals wandelen, fietsen en openbaar vervoer. Dit beleidsveld richt zich op het verminderen van autoverkeer, het aanleggen van veilige infrastructuur en het verbeteren van verbindingen tussen woon-, werk- en recreatiegebieden. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat het OV-net nog niet optimaal wordt benut, ondanks het relatief grote aantal treinstations in de gemeente en de regio Zuid-Limburg. Het fietsgebruik in de gemeente ligt erg laag. Er wordt nog veel gebruik gemaakt van de auto. Hier ligt een opgave voor de gemeente om fietsgebruik te stimuleren en de fiets- en wanderstructuur te versterken. Naar de toekomst toe verwacht de gemeente dat de woningbouwopgave en de verduurzaming van de mobiliteit zullen vragen om meer ruimte voor het mobiliteitsnetwerk. De komst van de Parkstadroute, de versterking van de fietsinfrastructuur en een nieuwe generatie inwoners zullen naar verwachting een positief effect hebben op het fietsgebruik, maar daarmee is de gemeente er nog niet op het gebied van de mobiliteitstransitie, omdat het gebruik van de auto naar verwachting nog altijd hoog zal liggen. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-).