CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bestemmingsplan Toelichting Dr Pool

Gemeenteraad 24 april 2024, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit bestemmingsplan d'r Pool23.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

D'r Pool Gemeente Kerkrade

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

D'r Pool Gemeente Kerkrade

IDN-nummer:

NL.IMRO.0928.BPDrPool-Vg01

Status:

vastgesteld

Datum:

19 maart 2024

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 6 6 7

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Planvoornemen

9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

9 10 12 14 15

Huidige situatie Beoogde situatie Verkeer en parkeren Uitwerking inrichting openbare ruimte Privacy / inkijk

Hoofdstuk 3 Beleidskader

17

3.1 3.2

Inleiding Rijksbeleid

17 17

3.3 3.4 3.5

Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

21 25 30

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

33

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

33 33 34 37 39 40 42 43 47 49 50 52 53 54 55

Inleiding Bodem Voormalige steenkolenmijnbouw Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering en bedrijven Ecologie Waterparagraaf Verkeer M.e.r.-(beoordelings)plicht? Archeologische waarden Cultuurhistorie Bezonning Windhinder

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

59

5.1 5.2

59 59

Wettelijk kader Planonderdelen

bestemmingsplan D'r Pool

3

5.3 5.4 5.5

Inhoud algemeen Regels Artikelsgewijze toelichting

59 59 60

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid

63

6.1 6.2

63 63

Economische haalbaarheid De maatschappelijke haalbaarheid

Hoofdstuk 7 Procedure

65

7.1 7.2 7.3

65 65 65

De te volgen procedure Het vooroverleg met instanties Ontwerp-bestemmingsplan

Toelichting

4

bestemmingsplan D'r Pool

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het gebied tussen de Putgang, Kapellaan Engerweg en Stationsstraat heeft anno 2022 - naast de aanwezige woningen - al enkele tientallen jaren een functie als sportlocatie. Tot omstreeks begin jaren '70 van de vorige eeuw waren er enkele tennisbanen gelegen, vervolgens kreeg de locatie een invulling met het multifunctioneel complex 'Recreatiecentrum D'r Pool' met onder andere een zwembad, een sportschool, een bowling en enkele zorggerelateerde functies zoals een audiciën, een paramedisch centrum en een thuiszorgwinkel.

In de loop van 2022 opent 'Vie' haar deuren op de locatie van het voormalig Atrium-ziekenhuis. In dit complex is onder meer een nieuwe zwembad en een nieuwe sporthal ondergebracht, net als diverse zorginstanties. Daarmee verliest het complex D'r Pool zijn functie. Dit complex wordt daarom gesloopt en er zal worden voorzien in woningbouw op deze locatie. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor de realisatie van de beoogde woningen, bestaande uit maximaal 41 appartementen aan de Engerweg, maximaal 9 zogenoemde urban villa's (appartementen) op de hoek van de Putgang en Kapellaan en maximaal 11 stadswoningen aan de achterzijde van de woningen aan de Stationsstraat.

bestemmingsplan D'r Pool

5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is gelegen aan de rand van het centrum van Kerkrade, op een steenworp afstand van de Markt en wordt globaal begrensd door de straten Putgang, Kapellaan en Engerweg en de achterzijde van de percelen Stationsstraat 6 tot en met 30. Op navolgende luchtfoto is de plangrens indicatief aangegeven, de exacte begrenzing wordt bepaald door de plangrens als aangegeven op de verbeelding.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied gelden een tweetal bestemmingsplannen, die in samenhang met elkaar moeten worden gelezen. Het betreft het bestemmingsplan 'Kerkrade Oost III' zoals vastgesteld op 29 oktober 2014 en het paraplubestemmingsplan 'Parapluplan Stedelijk Gebied' zoals vastgesteld op 26 september 2018. In het bestemmingsplan 'Kerkrade Oost III is aan het complex de bestemming 'Maatschappelijk' en aan de omliggende gronden de bestemming 'Verkeer' toegekend. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' is voorzien in een bouwvlak dat gelijk is aan het bestemmingsvlak. Dat vlak mag voor 90% worden bebouwd, tot een hoogte van maximaal 10 meter. Voor wat gebruik zijn hoofdzakelijk maatschappelijke doeleinden toegestaan. Woningen - zoals beoogd - zijn niet mogelijk op basis van dit bestemmingsplan. Daarnaast is voor het plangebied voorzien in archeologische dubbelbestemmingen, op basis waarvan aanvullende regels voor bouwen en slopen gelden vanwege de archeologische verwachtingswaarde voor het gebied.

6

bestemmingsplan D'r Pool

Het parapluplan wijzigt het bestemmingsplan Kerkrade Oost III op enkele onderdelen en vult de regels op onderdelen ook aan. Ook deze wijzigingen en aanvullingen maken een invulling van de locatie met woningen niet mogelijk. Voorliggend bestemmingsplan maakt de beoogde woningbouw daarom alsnog mogelijk en vervangt daarmee de bestemmingsplannen Kerkrade Oost III en het Parapluplan Stedelijk gebied voor deze locatie.

1.4

Leeswijzer

Na dit eerste hoofdstuk is in hoofdstuk 2 voorzien in een beschrijving van het planvoornemen. In hoofdstuk 3 worden de relevante beleidskaders vanuit het Rijk, de provincie Limburg, Parkstad Limburg en de gemeente Kerkrade zelf geschetst. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de relevante (sectorale) omgevingsaspecten geïnventariseerd die naast het vigerend beleid ook ruimtelijke kaders stellen aan de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Hoofdstuk 5 en 6 voorzien in de noodzakelijke juridische paragraaf en een toelichting op de haalbaarheid c.q. uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 7 gaat tot slot in op de (te) doorlopen procedure.

bestemmingsplan D'r Pool

7

8

bestemmingsplan D'r Pool

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Huidige situatie

Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan wordt het plangebied ingevuld met het complex 'recreatiecentrum D'r Pool'. Het complex kent een aantal sprongen in hoogte, maar is grotendeels 9 tot 10 meter hoog. In het complex zijn de adressen Kapellaan 11 t/m 13b (oneven) en Putgang 4 t/m 8 ondergebracht. De (hoofd)ingangen van het complex zijn gesitueerd aan de Putgang en Kappellaan. Onder het complex is een parkeergarage aanwezig, waarvan de toegang is gesitueerd aan de Putgang. Voor het overige is binnen het plangebied (betaald) parkeren mogelijk langs de Kapellaan (langsparkeren) en langs de Engerweg (parkeerkoffers voor haaksparkeren).

bestemmingsplan D'r Pool

9

Het aanwezige groen is beperkt. Aan de zijde van de Putgang en Kapellaan zijn enkele lage hagen aangeplant. Langs de gehele Kapellaan zijn aan weerszijden bomen aanwezig, waarvan er enkele binnen het plangebied zijn gesitueerd. Tussen het complex en de parkeerkoffers aan de Engerweg zijn enkele kleinere bomen aanwezig en is de bodem verder bedekt met hedera.

2.2

Beoogde situatie

Nadat het complex is gesloopt zal het gebied worden bebouwd met woningen. Daarbij gaat het om maximaal 41 appartementen aan de Engerweg, 9 zogenoemde urban villa's (appartementen) op de hoek van de Putgang en Kapellaan en 11 stadswoningen aan de achterzijde van de woningen aan de Stationsstraat.

10

bestemmingsplan D'r Pool

De 9 urban villa's op de hoek van de Putgang en de Kapellaan zullen worden gerealiseerd in een gebouw dat deels uit3 bouwlagen en deels uit 4 bouwlagen zal bestaan, plus een souterrain en ze hebben een gedeelde entree aan de noordzijde. Van de 11 stadswoningen - bestaande uit maximaal 3 bouwlagen - aan de achterzijde van de woningen aan de Stationsstraat zullen er 9 aaneengesloten worden gerealiseerd, de laatste twee liggen iets terug ten opzichte van de overige 11, waardoor een goede aansluiting wordt gevonden op het appartementencomplex dat evenwijdig aan de Engerweg zal worden gerealiseerd. De voorgevels van de stadswoningen worden richting het westen georiënteerd. De bijbehorende achtertuinen liggen daarmee aan de achterzijde, richting de achtertuinen van de bestaande woningen aan de Stationsstraat en de zijtuin van de naastgelegen woningen aan de Putgang. Tussen de nieuwe en bestaande tuinen zal worden voorzien in brandgang/achterpad (niet doorgaand en niet openbaar), waardoor de achtertuinen bereikbaar zijn voor bijvoorbeeld het stallen van fietsen. Die brandgang wordt overigens met poorten afgesloten met het oog op de sociale veiligheid. Het aantal bouwlagen van de stadswoningen zal drie bedragen.

Het appartementencomplex zal een (hoofd)intree krijgen aan ofwel de Engerstraat of de Kapellaan en het complex zal deels bestaan uit 4 en deels uit 6 bouwlagen, hetgeen aansluit bij de appartementen aan de overzijde van de Engerweg. De definitieve gebruiksvloeroppervlakte van de woningen en appartementen staat nog niet definitief vast. In het stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met een gebruiksvloeroppervlakte tussen de 90 en 140 m2 voor de appartementen (incl urban villa's) en tussen de 145 en 160 m2 voor de stadswoningen. Voor wat betreft het type en segment woningen geldt dat het plan voorziet in beginsel voorziet in koopwoningen tussen de 350.000 en 450.000 euro. Het is echter niet uitgesloten dat een deel van woningen toch huurwoningen zullen worden. Dat zullen dan huurwoningen in het middeldure of dure segment worden.

bestemmingsplan D'r Pool

11

2.3

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie De binnen het plangebied gelegen wegen Putgang, Kapellaan en Engerweg blijven beschikbaar voor (doorgaand) verkeer, maar zullen deels opnieuw worden ingericht. De beoogde maximaal 61 woningen zullen samen - uitgaande van de kengetallen als opgenomen in de uitgave ASVV2021, te weten maximaal 7,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal - leiden tot maximaal 439 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Rekening houdend met een omrekenfactor van 1,11 voor het bepalen van het maatgevend werkdagetmaal gaat het om circa 488 verkeersbewegingen per werkdagetmaal. De verkeersbelasting op een piekuur betreft doorgaans 10% van de verkeersgeneratie gedurende een werkdagetmaal, waardoor de verkeersgeneratie tijdens dat uur circa 49 verkeersbewegingen bedraagt. Daarbij geldt wel dat een verschuiving plaatsvindt van bewegingen, aangezien de hoofdontsluiting van de parkeergarage in de huidige situatie aan de Putgang is gesitueerd en een secundaire ontsluiting aan de Engerweg, terwijl in de nieuwe situatie slechts één ontsluiting is voorzien en wel aan de Engerweg. Voornoemde aantallen per etmaal, maar ook tijdens piekuren, kunnen echter goed worden afgehandeld via de Engerweg en verdere wegen. De aanleg van een nieuwe toegang aan de Putgang is niet gewenst, gelet op de functie van die weg voor doorgaand verkeer.

Aan de Kapellaan voorzien in een tweede ontsluiting is ook niet wenselijk nu ook dat verhoudingsgewijs een drukke straat is met veel bestemmingsverkeer (zowel auto's, fietsers als voetgangers). Daarbij is ook van belang dat daar de toegang/hoofdentree van de Hambos is gesitueerd, met veel bestemmingsverkeer met kwetsbare verkeersdeelnemers. Voorts komen ter plaatse van de aansluiting Engerweg-Kapellaan al meerdere uitgangen van parkeerterreinen bijeen, te weten de parkeerplaats op het kerkplein, de uitgang van de onder het kerkplein gelegen garage en de uitgang van een aldaar gelegen privéterrein met 6 parkeerplaatsen. Tot slot vormt de Kapellaan een onderdeel van de “Parkstadroute” (nieuwe fietsroute door de Parkstadgemeenten), hetgeen zal leiden tot een verhoogd gebruik door fietsers. Gezien het voorgaande is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid een situering van de toegang ter hoogte van de huidige toegang aan de Engerweg het meest logisch.

Bovendien is van belang dat een zwembad en de overige in het bestaande complex ondergebrachte functies aanzienlijk meer verkeer hebben gegenereerd:

Gezien het voorgaande gaat het - uitgaande van kencijfers van de CROW (ASVV) - dan om circa 1018 tot 1.293 bewegingen per etmaal weekdaggemiddeld. Werkdaggemiddeld gaat het dan om 1.130 tot 1.436 bewegingen

12

bestemmingsplan D'r Pool

per etmaal. Daarmee neemt het aantal verkeersbewegingen rondom het plangebied per saldo dus aanzienlijk af ten opzichte van de (planologisch) bestaande situatie.

Bereikbaarheid De bereikbaarheid van de locatie is goed, voor zowel gemotoriseerd verkeerd als langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). In dat kader is nog van belang dat de Kapellaan onderdeel gaat uitmaken van de Leisure Lane, waarmee het plangebied gelegen zal zijn aan een belangrijke doorgaande fietsverbinding. Ook per openbaar vervoer is de locatie goed bereikbaar, gezien de korte afstand tot bushaltes en het treinstation.

Parkeren Het langsparkeren aan de zijde van de Kapellaan blijft gehandhaafd (9 pp). De parkeerkoffers aan de Engerweg worden opnieuw ingericht, maar blijven wel behouden. Het aantal parkeerplaatsen neemt wel iets af. Ook de huidige ondergrondse parkeergarage onder het complex wordt gesloopt, maar er zal worden voorzien in een nieuwe stallingsgarage. Uitgaande van de parkeernorm als opgenomen in het gemeentelijk beleid (Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan, deel I(GVVP)),uitgaande van een locatie in de schil rond het centrum van een sterk verstedelijkte gemeente bedraagt de parkeerbehoefte uitgaande van het maximum aantal woningen van 61 in totaal 110 parkeerplaatsen, zoals uit navolgende tabel blijkt.

Type woning

Aantal

Parkeernorm per woning Totaal

Appartementen (koop, etage, duur)

50

1,8 pp

90

Stadswoningen (koop, tussen/hoek)

11

1,8 pp

19,8

Totaal

61

110

Van belang is dat in algemene zin is geconstateerd dat de parkeernormen aan evaluatie toe zijn. In het huidige GVVP is uitgegaan van de maximale normen als geadviseerd door de CROW. De CROW (ASVV2021) werkt echter met een bandbreedte door het noemen van een minimum en een maximumnorm. Gebleken is dat het hanteren van de maximumnorm in de praktijk tot (theoretische) knelpunten leidt om te kunnen voorzien in voldoende parkeerplaatsen volgens die norm, terwijl die knelpunten zich in de praktijk - bij een lager aantal parkeerplaatsen - niet voordoen. Bovendien draagt een overschot aan parkeerplaatsen niet bij aan het stimuleren van lopen of fietsen bij relatief korte reisafstanden of het gebruik van OV. Juist voor locaties in het centrum als hier aan de orde, dicht bij alle voorzieningen, is sprake van minder afhankelijkheid van de auto. Concreet voor de locatie D'r Pool speelt ook de beperkte ruimte een rol, gezien de ligging in de centrum. Parkeren zal daarom grotendeels ondergronds moeten plaatsvinden, hetgeen vanuit het oogpunt van de nagestreefde beeldkwaliteit ook de wens is. Dat brengt echter aanzienlijke kosten met zich mee, met name voor eventuele openbare/bezoekersparkeerplaatsen binnen de voorziene stallingsgarage.

Ook beperkt ondergronds bouwen de mogelijkheden om het (openbare) gebied binnen het plangebied klimaatadaptief in te richten, bijvoorbeeld ten aanzien van de opvang en zo mogelijk infiltratie van hemelwater.

bestemmingsplan D'r Pool

13

Gezien het voorgaande zijn de parkeernormen nader bekeken en is ook bezien of op andere wijze dan op eigen terrein de parkeerbehoefte kan worden opgevangen, zonder (onevenredige) parkeerhinder te laten ontstaan. Dat heeft geleid tot het - voor dit project - hanteren van een afwijkende parkeernorm, waarbij voor de appartementen een lagere norm wordt gehanteerd (1,2 ipv 1,8 pp per woning en daarmee nog boven de minimum CROW van 0,9), maar voor de stadswoningen juist een iets hogere norm (2 ipv 1,8 pp per woning).

Type woning

Aantal

Parkeernorm per woning Totaal

Appartementen (koop, etage, duur)

50

1,2 pp

60

Stadswoningen (koop, tussen/hoek)

11

2 pp

22

Totaal

61

82

In deze 82 parkeerplaatsen wordt voorzien in een ondergrondse stallingsgarage. In de huidige situatie is de primaire toegang van de parkeergarage gesitueerd aan de Putgang, naast de woning Putgang 2. Een tweede toegang bevindt zich aan de Engerweg. In de nieuwe situatie komt de toegang van de garage alleen nog maar aan de zijde van de Engerweg, op dezelfde plek als de huidige toegang (in de bocht). Deze parkeerplaatsen zijn hoofdzakelijk voor de bewoners, maar in de parkeernormen/kengetallen is ook een aandeel bezoeksparkeren opgenomen. Bezoekersparkeren zal echter hoofdzakelijk worden opgevangen in de openbare ruimte. Uit parkeerdrukmetingen blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen knelpunten zijn. Ook is van belang dat de parkeervoorzieningen in het centrum worden aangepakt als onderdeel van de versnellingsaanpak voor woningbouw, waarbij infraprojecten worden aangepakt. In dat kader worden de mogelijkheden voor bezoekersparkeren geoptimaliseerd nabij het station, aan de zijde van de Hambosweg, met een nieuw te realiseren brug om die parkeerplaats beter te verbinden met het centrum. Voor de uitvoering van die aanpak is door het Rijk subsidie beschikbaar gesteld, waardoor ook de uitvoerbaarheid van die oplossing is verzekerd.

Gelet op het voorgaande wordt weliswaar een lagere parkeernorm gehanteerd voor de appartementen, maar ligt die norm nog binnen de bandbreedte die volgt uit de door de CROW geadviseerde minimum- en maximumnorm. Bovendien wordt voor de stadswoningen juist een hogere norm gehanteerd, waardoor die normverlaging deels weer wordt gecompenseerd. Gelet op de resultaten van parkeerdrukmetingen en de bredere aanpak van de mogelijkheden voor bezoekersparkeren zal als gevolg van het planvoornemen geen onevenredige parkeerhinder ontstaan en zijn er andere argumenten om niet vast te houden aan het realiseren van een groter aantal parkeerplaatsen op eigen terrein, ondergronds dan wel bovengronds. Het planvoornemen voorziet daarmee alles overziend in een goede ruimtelijke ordening.

2.4

Uitwerking inrichting openbare ruimte

Binnen het plangebied zal ten opzichte van de huidige situatie worden voorzien in meer groen, dat met name centraal in het plangebied zal worden aangelegd. Daarbij wordt in het ontwerp ook rekening gehouden met een voorziening voor de opvang en het zo mogelijk infiltreren van regenwater dat afkomstig is van de daken en de verharding binnen het plangebied. Verder is van belang dat binnen het plangebied is sprake van hoogteverschillen. Ter hoogte van de Putgang is de hoogte van het maaiveld ruim 148 meter boven NAP, ter hoogte van de Engerweg ligt dat met ruim 151 meter boven NAP 3 meter hoger. Om dat te overbruggen wordt bij de inrichting van de openbaar toegankelijke

14

bestemmingsplan D'r Pool

ruimte gebruik gemaakt van brede trappartijen. Hellingbanen lijken gezien de beperkte beschikbare ruimte en te overbruggen hoogteverschillen vooralsnog niet mogelijk.

2.5

Privacy / inkijk

Afstanden tussen de in dit plan voorziene bouwvlakken en de perceelsgrens met omliggende woningen bedraagt in geen enkel geval minder dan 5 meter, waardoor bij de toepassing van ramen in naar de perceelsgrens gerichte geveldelen geen strijdigheden ontstaan met hetgeen daarover is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (artikel 5:50 BW). Voor wat betreft de afstand tussen de nieuwe bouwvlakken en omliggende woningen geldt dat de afstand tussen het nieuwe bouwvlak ter hoogte van de hoek Engerweg en de Kapellaan het kortst is met circa 8 meter. De afstanden tussen de bouwvlakken voor de appartementen langs de Engerweg en de stadswoningen enerzijds en de bestaande woningen aan de Stationsstraat variëren van circa 44 tot circa 57 meter. De afstand tussen het bouwvlak van de urban villa's en de bestaande woning op de hoek Kapellaan / Putgang bedraagt circa 35 meter. In een stedelijke omgeving zoals hier aan de orde is enige inkijk niet te voorkomen en ook inherent aan het wonen in een dergelijke omgeving. Daarbij is ook van belang dat op basis van het geldende bestemmingsplan ook reeds op korte afstand tot of zelfs in de perceelsgrenzen kon worden gebouwd tot 10 meter hoog.

Los van hoe de ramen in het complex waren uitgevoerd, stond het bestemmingsplan er niet aan in de weg dat ramen zodanig werden uitgevoerd dat dit ook tot inkijk had kunnen leiden, voor zover dat feitelijk niet het geval is geweest. Gelet op de afstanden tussen de opgenomen bouwvlakken enerzijds en de hiervoor genoemde afstanden tot de perceelsgrenzen en nabijgelegen woningen anderzijds leidt het planvoornemen niet tot onaanvaardbare inkijk. Daarbij is ook van belang dat aan de Engerweg en Kapellaan al enkele appartementencomplexen van meerdere bouwlagen en de Hamboskliniek (9 bouwlagen) aanwezig zijn die al een bepaalde vorm van inkijk met zich meebrengen. Bovendien is op de meeste omliggende percelen opgaand groen aanwezig wat de inkijk beperkt. Om het voorgaande illustreren is een zichtlijnenstudie uitgevoerd Martens Willens & Humblé Architecten die als Bijlage 11 bij deze toelichting is opgenomen. Samenvattend kan worden gesteld dat geen sprake is van onaanvaardbare gevolgen dan wel zodanige gevolgen dat het plan niet voorziet in een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan D'r Pool

15

16

bestemmingsplan D'r Pool

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden in het kort de voornaamste zaken uit de plannen voor het plangebied weergegeven, omdat deze zoals gezegd mede uitgangspunt voor het lokale maatwerk zullen zijn.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt het Rijk een duurzaam toekomstperspectief voor onze leefomgeving. Met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 m2 is het zaak goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland over 30 jaar nog steeds een plek te laten zijn waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI is vooralsnog vastgesteld als structuurvisie, maar heeft sinds de inwerkingtreding van Omgevingswet de status van omgevingsvisie. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de 21 nationale belangen die in de NOVI worden onderscheiden. De belangrijkste keuzes zijn: De inpassing van duurzame energie(opwekking) met oog voor omgevingskwaliteit. Het bieden van ruimte voor een overgang naar een circulaire economie Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen. Het realiseren van deze wensen, het benutten van kansen en het oplossen van knelpunten vraagt om samenwerking tussen overheden. Zowel bij nationale vraagstukken als bij gebiedsgerichte regionale opgaven.

In het NOVI worden een viertal prioriteiten benoemd, met de bijbehorende beleidskeuzes. De voor

bestemmingsplan D'r Pool

17

onderhavige wijziging van het omgevingsplan relevante keuzes worden hierna samengevat weergegeven. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte. We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld. Duurzaam economisch groeipotentieel De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. We zetten in op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland. Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Sterke en gezonde steden en regio's We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen.

Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio's klimaatbestendig in. Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl.

Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Conclusie Voorliggend plan sluit goed aan bij de uitgangspunten en keuzes die in de NOVI worden beschreven, door te voorzien in duurzaam ruimtegebruik, waarbij het nieuwe programma zorgvuldig wordt ingepast met oog voor

18

bestemmingsplan D'r Pool

wateropgaven, duurzaamheid, mobiliteit en leefomgevingskwaliteit. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en wordt met het Barro juridisch verankerd. Verdere uitwerking heeft voorts plaatsgevonden in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In totaal gaat het om dertien nationale belangen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.

Conclusie Het planvoornemen raakt geen nationale belangen die het Barro beoogt te beschermen. De bepalingen in het Barro vormen dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Ingevolge artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking.

Stedelijke ontwikkeling? Alvorens te toetsen aan de hiervoor bedoelde ladder, dient te worden vastgesteld of sprake is van een zogenoemde 'stedelijke ontwikkeling'. Dit begrip is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit de tot dus ver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan een dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is ook relevant in hoeverre het voorheen geldende bestemmingsplan de betreffende ontwikkeling al toestond en in samenhang daarmee of sprake is van een nieuw planologisch ruimtebeslag. Dit plan voorziet in de realisatie van maximaal 61 nieuwe woningen en is daarmee aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavig planvoornemen betreft de transformatie van een locatie binnen het bestaand stedelijk gebied.

Binnen het gebied is een verouderd complex met daarin onder meer een zwembad en sport- en zorgvoorzieningen, die als gevolg van de opening van 'Vie' in de tweede helft van 2022 hun functie verliezen. Daarmee wordt - conform de Ladder - voorzien in transformatie van bestaande stedelijk gebied vóór nieuw ruimtebeslag.

Behoefte De huidige Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022 is gebaseerd op een

bestemmingsplan D'r Pool

19

woningbehoefte-onderzoek uit 2018, dat weer is gebaseerd op een prognose uit 2017. Begin 2022 is een nieuw woningbehoefte-onderzoek uitgevoerd (Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022-2032, Stec, 3 februari 2022), waarbij rekening wordt gehouden met een tweetal scenario's, te weten (1) de Progneff 2021 prognose en (2) een migratiescenario, waarbij wordt uitgegaan van het voor de komende 10 jaar doortrekken van de actuele hogere migratie over de afgelopen 5 jaar. Daaruit blijkt dat de prognose Progneff 2021 voor wat betreft de afname van het aantal huishoudens over de periode 2022-2032 kleiner is dan werd aangenomen op basis van de prognose Progneff 2017 (voor heel Parkstad Limburg circa 3.345 ten opzichte van 3.860 tot 3.910). Kort samengevat is mede als gevolg van de verder doorzettende vergrijzing van de bevolking sprake van een toenemende behoefte aan levensloopbestendige c.q. -geschikte woningen in de vorm van huur- of koopappartementen en nultredenwoningen. De beoogde doelgroepen voor de appartementen zijn met name beter gesitueerde 55-plussers en senioren die een eengezinswoning zullen achterlaten. Voor grondgebonden koopwoningen geldt in beginsel dat sprake is van een overschot in alle prijsklassen.

Ook constateert Stec dat sprake is van een groot en groeiend gat tussen de (betaalbare) sociale huurwoningen en de alsmaar duurdere koopwoningen, hetgeen doorstroming bemoeilijkt. Om die doorstroom weer beter op gang te brengen is behoefte aan woningen gericht op middenhuur. Gelet op de beoogde doelgroep voor de appartementen komen ook eengezinskoopwoningen beschikbaar voor doorstroming. In het stadscentrum van Kerkrade is een latente behoefte aan luxere en duurdere vrije sector-appartementen en stadswoningen, hetgeen ook blijkt uit het verdiepingsonderzoek "Wonen in Kerkrade Centrum – verdieping woningbehoefteonderzoek 2022" van Stec d.d. 19 april 2022. Daarbij is ook van belang dat het overschot aan koopwoningen vooral zit in de 'reguliere' grondgebonden woningen, terwijl onderhavig plan dus voorziet in een specifiek type woningen (stadswoningen nabij het centrum), waarvan het aanbod beperkt is en waar wel nog aanvullende behoefte aan is vanuit doorstromers, gezinnen of tweepersoonshuishoudens die graag in het centrum willen wonen. Daarnaast zijn deze woningen uiteraard ook interessant voor woningzoekenden uit de regio die op zoek zijn naar kwalitatief hoogwaardige en energiezuinige woningen op een aantrekkelijke locatie met een goed voorzieningenniveau.

Regionale afstemming Voorliggend plan is regionaal afgestemd, op basis waarvan het plan door de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering op 19 mei 2022 ook is toegevoegd aan de regionale woningmarktprogrammering. Daarbij ging het overigens wel nog om maximaal 50 woningen, welk aantal gelet op de grote vraag is opgehoogd naar maximaal 61. Conclusie Gezien het feit dat de ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief inspeelt op de actuele (regionale) behoefte en plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied door transformatie, waarbij ook regionale afstemmen en accordering heeft plaatsgevonden, wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

20

bestemmingsplan D'r Pool

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Limburg In de op 1 oktober 2021 vastgestelde Omgevingsvisie geeft de provincie Limburg haar lange termijn visie (2030-2050). Die heeft betrekking op het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De visie heeft betrekking op onderwerpen waarvoor de Provincie wettelijk verantwoordelijk is, maar ook onderwerpen die van groot (provinciaal) belang zijn voor onze provincie. Overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap staat daarbij voorop, net al waarden als kwaliteit en geluk en met aandacht voor alle stakeholders én de samenleving als geheel. De visie bestaat uit een thematisch deel, met thema's als Wonen & Leefomgeving, Economie, Mobiliteit, Land- en tuinbouw en Veiligheid en gezondheid, maar ook uit een gebiedsgericht deel, met een eigen visie voor Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De provincie onderscheidt in haar visie drie hoofdopgaven: 1. 2. 3.

een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk c.q. bebouwd gebied als landelijk gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie

De provincie ziet Limburg in 2050 stevig ingebed in euregionaal verband, via goed verknoopte infrastructuren, door sociale en economische banden én door bestuurlijke samenwerking. Het is er goed leven, leren, wonen en werken, vanwege een goed vestigingsklimaat, de sterke sociale cohesie en de uitstekende omgevingskwaliteiten. Dit met welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Om dat te bereiken is niet alleen de provincie zelf aan zet, maar ook andere overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven én inwoners. Samen en ieder vanuit zijn eigen kracht. Concreet ten aanzien van wonen wordt een passend aanbod van woningen nagestreefd in zowel steden als dorpen. De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. Het maken van afwegingen omtrent het benutten van ruimte gebeurt aan de hand van de zogenoemde Limburgse principes. Daarbij gaat het om: Het nastreven van een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, waarbij de inrichting en ontsluiting van gebieden uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. Het centraal stellen van de kenmerken en identiteit van gebieden.

Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. We zetten in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. We streven naar functiecombinaties en benutten bestaande functies optimaal. Procesmatige uitgangspunten voor de beoogde uitvoering en samenwerking met betrokken partners: 1. maatschappelijke opgaven en kansen centraal stellen; 2. (grensoverschrijdende) samenwerking, participatie en eigenaarschap; 3. gebiedsgericht werken; 4. adaptief werken; 5. als één overheid werken.

bestemmingsplan D'r Pool

21

Thema Wonen en leefomgeving Een woningaanbod en planvoorraad waarbij vraag en aanbod goed in evenwicht zijn is benoemd als provinciaal belang. Dat evenwicht is nodig op zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Kortgezegd: voldoende (betaalbare) woningen, op het juiste moment beschikbaar, op de juiste locatie en van de juiste kwaliteit. De provincie wil het voorgaande graag samen met haar partners invullen. Het streven is een leefomgeving te (blijven) bieden waar mensen zich prettig voelen en waarin mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving, die past bij zowel hun mogelijkheden als hun levensfase. Daarbij gaat het niet alleen om de spreekwoordelijke stenen, maar door in samenhang naar woonopgaven te kijken, leggen we op wijk-/buurtniveau de juiste verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Daarmee willen we verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Zuid-Limburg Voor Zuid-Limburg schets de provincie als perspectief voor 2050 een regio die haar potentie als ‘Europese schakelregio’ optimaal heeft weten te ontwikkelen. Met een hoge ruimtelijke kwaliteit en een eigen economische kracht, gebruik makend van de gunstige positie tussen de nabijgelegen West-Europese metropolen. Naast snelle verbindingen met de rest van Nederland zijn gelijkwaardige verbindingen gerealiseerd over de grens richting België en Duitsland. Ook is een duurzame, betrouwbare en veilige energievoorziening gerealiseerd, met bijbehorende (grensoverschrijdende) energie- hoofdstructuur. De regio biedt een bijzonder aantrekkelijke omgeving om te wonen, te werken en te recreëren, voor zowel inwoners als toeristen. De regio trekt nieuwe inwoners aan, want het op peil houden van het inwoneraantal draagt bij aan het behoud en het verbeteren van een brede welvaart. Zuid-Limburg heeft zich verder in 2050 ontwikkeld tot een circulaire samenleving, waarin onder andere de Chemelot-site en campus als motor en proeftuin functioneert. De omschakeling naar een niet-fossiele samenleving is ook in de mobiliteitssystemen doorgevoerd. Zuid-Limburg beschikt voor wat betreft wonen en leven over een uniek en prettig leefklimaat waar twee omgevingen op te zoeken zijn: zowel een snelle stedelijke omgeving als een rustige, ontspannen, natuurlijke en natuurrijke omgeving.

Daarnaast zijn er suburbane gebieden die een groen en aantrekkelijk woonmilieu bieden. Bij de ontwikkeling geeft het principe ‘meer stad, meer land’ richting. In het unieke buitengebied zijn de bijzondere landschappelijke kwaliteiten in combinatie met een hoge dichtheid aan cultuurhistorische elementen en een omgeving van onthaasting in stand gehouden, waardoor het gebied van grote waarde is voor de regio. Het (ruimtelijk) raamwerk, waarbij de focus ligt op het borgen van de kwaliteit van het landelijk gebied, de relatie stad-land, duurzame mobiliteit en een klimaatbestendig landschap, is goed op orde. De transformatieopgaven waar Zuid-Limburg voor staat, zijn gerealiseerd en sociale achterstanden ten opzichte van het gemiddelde in Nederland zijn ingelopen. Uitdagingen en opgaven voor Zuid-Limburg zijn, voor zover relevant voor dit planvoornemen, de kwalitatieve als kwantitatieve opgaven op de woningmarkt en de trage doorstroming. Deze opgaven verschillen binnen Zuid-Limburg echter per (sub)regio. In de dichtbevolkte suburbane woonwijken en kernen in de stedelijke omgeving van onder andere Parkstad kan door transformatie en verdunning een kwaliteitsslag worden gemaakt, gericht op het welzijn van de bewoners. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van de groenblauwe structuren en het realiseren van de verduurzamingsopgave, waaronder de warmtetransitie.

Ook het voorkomen van wateroverlast in dit stedelijke gebied vraagt nadrukkelijk onze aandacht. Wandelen en fietsen vormen de voornaamste manier van transport in de woonomgeving. De meeste woningen zijn toekomstgeschikt en in de wijken wonen jong en oud door elkaar. Een deel van de oude woningen wordt gesloopt voor klimaat-neutrale nieuwbouw. Een ander deel van de woningen is aangepast aan de nieuwe tijd.

22

bestemmingsplan D'r Pool

Dit wordt met een gecoördineerde aanpak in alle wijken doorgevoerd, zodat alle inwoners in een gezonde omgeving leven en worden aangezet tot een gezonde levensstijl. Het grote aandeel particulier bezit is een extra uitdaging bij het verduurzamen en omvormen van de woningvoorraad.

Toepassing Het planvoornemen draagt door transformatie van een bestaande bebouwde leegvallende locatie in het centrum van Kerkrade bij aan het behouden en versterken van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving en een duurzaam ruimtegebruik. De voorziene woningbouw voorziet daarbij zowel kwantitatief als kwalitatief in de behoefte, waarover ook regionaal is afgestemd en een akkoord is bereikt.

Conclusie Gezien het voorgaande past het planvoornemen goed binnen de uitgangspunten van de provinciale omgevingsvisie. Die visie vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg In de ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan geldende Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van de provincie juridische binding te geven. Die verordening is nog gebaseerd op het Provinciale Omgevingsplan 2014 (POL2014), maar de opgenomen instructieregels sluiten nog steeds aan op de huidige Omgevingsvisie, of zijn daar ondertussen op aangepast. Een nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is in werking getreden op 1 januari 2021. Aangezien alle 'nieuwe' onderwerpen uit de Omgevingsverordening Limburg (2021) al middels wijzigingsverordeningen waren toegevoegd aan de Omgevingsverordening Limburg 2014 en daarin al is getoetst in de toelichting op het ontwerp van dit bestemmingsplan, is de impact op dit plan beperkt, maar zijn navolgende teksten wel geactualiseerd. De verordening voorziet in de borging van provinciale belangen die voortvloeien uit de omgevingsvisie en in de juridische borging van de eerder met de Limburgse gemeenten gemaakte bestuursafspraken over c.q.

de regionale structuurvisies voor de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie in de Omgevingsverordening Limburg 2014, aangevuld met regels over huisvesting van internationale werknemers, na-ijlende gevolgen van steenkolenwinning, zonne-energie, intensieve veehouderij, het voorkomen van eventuele verstoringen binnen het zoekgebied voor de Einstein-telescoop en klimaatadaptatie. De verordening bevat onder meer instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen, bij het verlenen van omgevingsvergunningen en wijzigingen van het omgevingsplan. Voor dit bestemmingsplan en het plangebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft zijn de navolgende bepalingen uit de verordening (in beginsel) van belang.

Artikel 12.1 Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen In de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan, dat voorziet in de toevoeging van woningen, uit de toelichting dient te blijken dat: het plan past binnen de kaders van de provincie Omgevingsvisie; de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte blijkt uit een actueel, onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over die behoefte overeenstemming bestaat binnen de regio Zuid-Limburg;

bestemmingsplan D'r Pool

23

het plan is opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor Limburg; realisatie is beoogd binnen 5 jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en, wanneer die termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer die mogelijkheden weer komen te vervallen. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van in totaal maximaal 61 woningen, namelijk maximaal 41 appartementen, 9 urban villa's (appartementen) en 11 grondgebonden stadswoningen. Deze woningen komen in de plaats van een recreatiecentrum dat met de oplevering van Vie zijn functie verliest. Het betreft daarmee een transformatielocatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Op de toetsing aan de Omgevingsvisie en de Structuurvisie Wonen Zuid - Limburg (als uitwerking daarvan) en overig relevant woonbeleid is en wordt ingegaan in de paragrafen 3.3.1 3.4 en 3.5. Op de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de behoefte is aan de hand van een actueel en onafhankelijk regionaal onderzoek is eerder al ingegaan in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk in paragraaf 3.2.3. Daaruit blijkt ook dat er regionale overeenstemming is over dit planvoornemen. Wel is het zo dat eerder afstemming heeft plaatsgevonden over maximaal 50 woningen. Dat aantal is gelet op de grote vraag opgehoogd naar maximaal 61 woningen. Voorts is dit plan ook opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor Limburg.

Het voornemen is de woningen binnen vijf jaar te realiseren. Mocht dat onverhoopt niet lukken, dan zal een heroverweging plaatsvinden in het kader van de transitie van dit bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, naar het omgevingsplan 'nieuwe stijl'.

Artikel 11.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Omgevingsverordening Limburg is ook als instructieregel opgenomen dat in de toelichting moet worden ngegaan op de mogelijkheden voor herbenutting van leegstaande monumenten of beeldbepalende gebouwen. Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn echter geen monumentale of beeldbepalende panden aanwezig die leegstaand zijn en aan de uitgangspunten voor dit plan kunnen voldoen.

Artikel 12.12 Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning Deze instructieregel vraagt gemeenten om in de toelichting op een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkolenwinning. In de toelichting op dit bestemmingplan wordt daar reeds in voorzien, in paragraaf 4.2.5 en verder. Daaruit volgen geen belemmeringen voor het planvoornemen.

Artikel 16.1 Beschermingsgebied Einstein Telescope In de verordening is voorzien in een beschermingsgebied ten behoeve van de beoogde realisatie van de zogenoemde Einstein Telescope, om zodoende de vestigingsmogelijkheden voor die telescoop waar mogelijk te verbeteren door interferende activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen. Onderhavig plangebied ligt echter buiten het aangegeven beschermingsgebied.

Artikel 3.5 Klimaatadaptatie Voorts is in de verordening opgenomen dat een plan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, overstroming en droogte) te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Daarin is voorzien in onder meer paragraaf 3.4.4 van deze toelichting.

24

bestemmingsplan D'r Pool

Conclusie Omgevingsverordening Limburg Gezien het voorgaande voldoet het planvoornemen aan de Omgevingsverordening Limburg.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Intergemeentelijk structuurvisie Parkstad Limburg In 2009 is de intergemeentelijke structuurvisie 'Ruimte voor park en stad' vastgesteld. De structuurvisie bevat het kader voor de door de regiogemeenten gezamenlijk nagestreefde duurzame economische structuurversterking van de regio voor de periode tot 2030, als antwoord op onder meer de bestaande en voorziene sociale problematiek en demografische ontwikkelingen. De bevolkingskrimp die zich binnen de regio voordoet wordt daarbij gezien als kans om de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving duurzaam te versterken. In de periode tot 2030 wordt ingezet op de volgende kwaliteiten: meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, o.a. door een groter contrast van stad en land; een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen - Centrum als Parkstad - centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via een Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft.

Deze ambities moeten daarbij vooral worden gezien als een aanzet om samen met betrokken partijen te komen tot kansrijke ideeën, welke vervolgens concreet kunnen worden uitgewerkt. De visie maakt onderscheid in een tweetal structuurdragers, te weten de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit en de economisch maatschappelijke ontwikkeling, welke vervolgens zijn uitgewerkt in een viertal hoofdthema's: 1. 2. 3. 4.

Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur; Economie - meet vitaliteit vanuit historische en huidige kracht; Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking; Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid.

Het planvoornemen heeft hoofdzakelijk betrekking op het thema ´Wonen´. Voor dit thema heeft sinds 2009 verdere uitwerking plaatsgevonden in regionale nota's als de regionale woningbouwprogrammeringen, een herstructureringsvisie en een regionale woonstrategie. Uitwerking op gemeentelijk niveau heeft vervolgens plaatsgevonden in onder meer stadsdeelvisies, waaronder de Stadsdeelvisie Kerkrade Oost I: "Onbegrensd leven, wonen en werken in de Bovenstad tussen Anstel en Worm", waarover meer in paragraaf 3.5. De lijn is duidelijk: terugdringen overcapaciteit woningbouwontwikkelingen; geen nettotoevoeging aan bestaande voorraad; nieuwbouw uitsluitend voor de juiste doelgroep en van de juiste kwaliteit. Het planvoornemen past binnen de hiervoor geschetste lijn die als een rode draad door de diverse beleidsdocumenten loopt die betrekking hebben op woningbouw. Hoewel het terugdringen van de overcapaciteit aan woningbouwontwikkelingen en terughoudendheid ten aanzien van het netto laten groeien

bestemmingsplan D'r Pool

25

van de voorraad nog steeds belangrijke aandachtpunten zijn in het huidige beleid, wordt anno 2024 gestuurd op zowel kwantiteit als kwaliteit. Daarbij komt het kortgezegd neer op de beschikbaarheid van de juiste woning, van de juiste kwaliteit op de juiste plek voor de juiste doelgroep en ook op het juiste moment beschikbaar. Daarbij speelt mee dat de inzichten in de demografische ontwikkelingen anders zijn dan ten tijde van het vaststellen van de intergemeentelijke structuurvisie. Dit is verder uitgewerkt in onder meer de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg, de Regionale Woonvisie (tevens gemeentelijke woonvisie), de Regionale Woningmarktprogrammering en de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen'. Hier wordt in paragraaf 3.4.2 verder op ingegaan. Daaruit blijkt dat dit plan zowel kwantitatief als kwalitatief voorziet in een goede ruimtelijke ordening en de actuele beleidsmatige en programmatische kaders.

Conclusie Het planvoornemen sluit goed aan op de uitgangspunten uit de Intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg. De structuurvisie vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. 3.4.2 Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Deze regionale structuurvisie (SVWZL) is op 28 september 2016 door de gemeenteraad van Kerkrade vastgesteld. De SVWZL is opgesteld door de 18 Zuid - Limburgse gemeenten (Beek, Brunssum, Eijsden Margraten, Gulpen Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth-Onderbanken-Schinnen (nu Beekdaelen), Simpelveld, Sittard - Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal). Deze visie verwoordt de gezamenlijke aanpak van de Zuid - Limburgse gemeenten om te komen tot een excellent woon- en leefklimaat in Zuid - Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid - Limburg hoog in het vaandel heeft. De driedelige opgave die de structuurvisie bevat is: het verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot; het terugdringen van de (ongewenste) planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave en; het toevoegen van woonproducten waar een tekort aan is, passend binnen de uitgangspunten van de structuurvisie.

Om invulling te kunnen geven aan deze opgaven zijn een dertiental beleidsafspraken gemaakt. Zo is onder meer afgesproken dat in een subregionale woningmarktprogrammering de toevoegingen en onttrekkingen op basis van de transformatieopgave per gemeente worden vastgelegd, wordt voorzien in het schrappen van harde plancapaciteit aan met name de randen van steden en kernen en in te zetten op herinvulling van cultuurhistorisch waardevol bestaand vastgoed. Tevens is voorzien in een compensatieregeling voor het toevoegen van nieuwe woningen. De transformatieopgave per gemeente staat centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. Daarnaast wordt er ingezet op het terugdringen van illegale kamerverhuur en op passende alternatieven voor kwetsbare groepen die behoefte hebben aan goedkope woonruimte. Concreet voor onderhavig plangebied geldt dat sprake is van een transformatielocatie waarbij geen woningen, maar een recreatiecentrum met onder meer een zwembad wordt gesloopt, dat als gevolg van de realisatie van Vie zijn functie verliest. Zoals volgt uit paragraaf 3.2.3 voorzien de woningen zowel kwantitatief als kwalitatief in de de behoefte.

Zoals uit paragraaf 3.4.3 en 3.5.2 van deze toelichting blijkt past de ontwikkeling ook past binnen de subregionale afspraken en zijn de woningen in de (sub)regionale woningbouwprogrammering opgenomen. Per saldo worden er wel maximaal 61 woningen toegevoegd, die op basis van de SVWZL in beginsel moeten worden gecompenseerd.

26

bestemmingsplan D'r Pool

Evaluatie en beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen2021' In het tweede kwartaal van 2020 is de SVWZL geëvalueerd. Daaruit is gebleken dat in Zuid-Limburg een minder sterke bevolkingsdaling heeft plaatsgevonden dan vooraf was voorzien. Er is echter ook geconstateerd dat er nog steeds een zeer omvangrijke planvoorraad aan nog te bouwen woningen is. De evaluatie heeft ook een aantal aanbevelingen opgeleverd, waaraan invulling wordt gegeven in de notitie 'Bouwen naar behoefte', waarin het woonbeleid verder vorm wordt gegeven. Een van de daaruit voortvloeiende acties is reeds in gang gezet, namelijk het stimuleren van de bouw van woningen waaraan dringend behoefte bestaat. Concreet betekent dit in relatie tot de SVWZL dat het compensatiebeleid voor betaalbare, flexibele woningen in kernen en centra nabij voorzieningen wordt versoepeld. Dit heeft zijn beslag gekregen in de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021', die is vastgesteld door de gemeenteraad van Kerkrade op 16 december 2020. Compensatie is gelet op die beleidsregel niet meer aan de orde indien wordt voldaan aan drie criteria: 1. 2. 3.

het plan heeft een maatschappelijke meerwaarde; het plan is planologisch aanvaardbaar; het plan is (sub)regionaal afgestemd.

Ad 1) Er vindt inbreiding in bestaand stedelijk gebied plaats. Een recreatiecentrum, met als voornaam onderdeel daarvan een zwembad, zal zijn functie verliezen als gevolg van de oplevering van 'Vie' op het terrein van het voormalige Atrium-ziekenhuis. Met name vanwege het in het complex aanwezige zwembad is transformatie van de bestaande bebouwing naar een nieuwe functie geen reële optie. Leegstand is, zeker ook gezien de omvang en ligging van het complex, niet wenselijk, waardoor door transformatie naar woningbouw een passende nieuwe invulling biedt en een bijdrage wordt geleverd aan het behouden van en verbeteren van de leefbaarheid. Ad 2) Zoals uit deze toelichting volgt is het plan planologisch aanvaardbaar en wordt als onderdeel daarvan ook onderbouwd dat het plan conform de ladder voor duurzame verstedelijking zowel kwalitatief als kwantitatief voorziet in de behoefte. Ad 3) Het plan is besproken en akkoord bevonden door de Bestuurscommissie Wonen & Herstructurering van Parkstad Limburg, met welk besluit het plan ook is gevoegd aan de regionale woningmarktprogrammering. Aanvankelijk ging het daarbij om maximaal 50 woningen, maar dat aantal is gelet op de grote vraag opgehoogd naar 61 woningen.

Verder is van belang dat uitvoering van het plan binnen 2 jaar na afstemming op subregionaal niveau wordt vastgelegd in een bestemmingsplan en vervolgens binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden dat bestemmingsplan wordt gerealiseerd, aangezien het plan anders zijn status op de subregionale woningmarktprogrammering verliest. Over de uitvoering van het plan zullen afspraken worden gemaakt met de nog te selecteren ontwikkelaar en indien uitvoering onverhoopt uitblijft zal bij de eerstvolgende herziening van het bestemmingsplan c.q. het omgevingsplan het planvoornemen worden heroverwogen volgens de relevante instructieregels in de provinciale verordening.

Conclusie Het planvoornemen voldoet zowel kwalitatief als kwantitatief aan de uitgangspunten van de Regionale Structuurvisie Wonen Zuid - Limburg. Compensatie van de netto toevoeging aan de woningvoorraad is niet

bestemmingsplan D'r Pool

27

aan de orde, aangezien het plan voldoet aan de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. 3.4.3 Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 (2019) Sinds 2009 kent de gemeente Kerkrade samen met de andere gemeenten in de Stadsregio Parkstad Limburg een Regionale Woningmarktprogrammering. De meest actuele versie is vastgesteld op 21 maart 2019: de Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022. Met deze programmering spreken de gemeenten in Parkstad Limburg uit, rekening te houden met elkaars belangen en gezamenlijk te werken aan en te streven naar een evenwichtige woningmarkt. De gemeenten geven met deze regionale woningmarktprfogrammering aan welke woningbouwprojecten het best aansluiten bij de huidige marktomstandigheden en hoe in de toekomst met nieuw toe te voegen woningbouwprojecten wordt omgegaan. Hiermee wordt beoogd om de regio Parkstad een aantrekkelijke woonregio te maken. De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad staat onder druk. In delen van de regio is sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve mismatch. Tegelijkertijd heeft de regio Parkstad een goede basis voor marktstructurering van de woningmarkt. Bij de totstandkoming van de Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 is meer dan in het verleden aandacht geweest voor de kwalitatieve kenmerken van plannen en locaties.

Het doel is om te komen tot een gewenste programmering aansluitend bij de huidige en toekomstige kwalitatieve vraag en waar dat wenselijk is volume terug te brengen. De programmering geeft inzicht in de woningbehoefte voor de komende 10 jaar o.a. gebaseerd op de doelgroepen die krimpen en groeien gekoppeld aan product-markt-combinaties. Vervolgens is gekeken aan welke type woningen behoefte is en van welke type woningen overschotten ontstaan. De Regionale Woningmarktprogrammering geeft eveneens per gemeente een planlijst met per project het aantal toevoegingen en onttrekkingen. Het is een instrument dat ervoor zorgt dat de planvoorraad zo goed mogelijk aansluit bij de marktsituatie en waaraan plannen kunnen worden toegevoegd die van toegevoegde waarde zijn op het functioneren van de gemeentelijke en regionale woningmarkt en die bijdragen aan de doorstroming in de bestaande voorraad. Een nieuw initiatief kan op verzoek van het college van Burgemeester en Wethouders aan de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van de Parkstad Limburg, worden toegevoegd aan de Regionale woningmarktprogrammering. Het nieuwe initiatief wordt kwalitatief en kwantitatief afgewogen. Daarbij dient tevens te worden voldaan aan de compensatiesystematiek zoals is vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=1c8c01f9-b796-4276-aebe-46e2060bedbd