Bijlage 2 - Omgevingseffectrapport ontwerp Omgevingsvisie gemeente Kerkrade (4 april 2025)
Tekst van het document
Ook de voorwaarde om te voorzien in natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden draagt bij aan het behoud en aantrekkelijk maken van het landschap. Ook de concrete maatregel om bodemerosie in het buitengebied terug te dringen door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan, draagt hieraan bij.
40
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
De nadruk op klimaatadaptieve ontwikkelingen, zoals het aanleggen van inheemse en klimaatbestendige beplanting en de eis dat nieuwe bouwplannen minimaal 20% groen bevatten, verhoogt de ruimtelijke kwaliteit en maakt de omgeving duurzamer en aantrekkelijker voor bewoners en bezoekers. De koppeling van bedrijfsinitiatieven aan het landschap en aandacht voor mobiliteit en klimaatadaptatie versterken de samenhang tussen economie en ruimtelijke kwaliteit. De concrete maatregel om de overkluizing over de Anselderbeek weg te halen en de Nieuwstraat te herinrichten en vergroenen dragen bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente heeft in haar Omgevingsvisie aangegeven voor woningbouwlocaties in te zetten op bestaand stedelijk gebied. Echter, de gemeente geeft ook aan dat in het geval dat deze bouwlocaties zijn uitgeput, er onder voorwaarden kan worden gekeken naar een toekomstige uitleglocatie, in of aan de rand van het landschappelijk raamwerk (buitengebied). Op dergelijke locaties ziet de gemeente kansen voor het bouwen van woningen voor een hogere doelgroep en woningtypologie. Dit kan nadelige effecten hebben op het landschappelijk raamwerk, tenzij de voorwaarden duidelijk en in het belang van de landschappelijke en natuurlijke waarden zijn.
Dat vraagt ook dat op voorhand goed gekeken wordt naar welke uitleglocaties eventueel geschikt zouden zijn, op basis van aanwezige landschappelijke waarden. Ook kan nagedacht worden over vernieuwende vormen van woningbouw die beter landschappelijk in te passen zijn. Denk bijvoorbeeld aan (kleinschalige) nieuwe landgoederen, ecologische meergeneratiehoven of tiny houses. Dit behoeft extra aandacht in de uitwerking van het volkshuisvestingsprogramma. De beoordeling op het milieueffect landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie is gelet op het bovenstaande neutraal (+/-). Natuur, biodiversiteit en stedelijk groen Het beleidsveld natuur, biodiversiteit en stedelijk groen draait om het beschermen en versterken van natuurlijke ecosystemen, soortenrijkdom en groene stedelijke ruimtes. Dit omvat het aanleggen van ecologische verbindingen, het versterken van biodiversiteit en het toegankelijk maken van groen voor recreatie en gezondheid. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de biodiversiteit landelijk en Europees gezien onder druk staat. Ook geeft de gemeente aan nog geen gemeentelijk groen/natuurbeleid te hebben. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Richting de toekomst verwacht de gemeente een verslechtering, door toename van verharding en uitputting van de bodem door intensief landbouwgebruik.
Ook is aangegeven dat groen- en natuurgebieden steeds meer onder druk komen te staan door klimaatverandering en verminderde budgetten voor het onderhoud van de openbare ruimte. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie negatief (-). Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen in de Omgevingsvisie dragen bij aan het versterken van natuur, biodiversiteit en stedelijk groen in Kerkrade. De eis dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking 500 meter rondom de woning en een groene ruimte binnen 300 meter stimuleert de aanleg en toegankelijkheid van groen. Dit wordt verder ondersteund door het beschermen van volwassen bomen en bomenstructuren, en de verplichting dat nieuwe bouwplannen minimaal 20% groen bevatten en bestaand groen behouden blijft. Het gebruik van veel verschillende soorten inheemse en klimaatbestendige beplanting verhoogt de biodiversiteit en maakt groen veerkrachtig tegen klimaatverandering. Het verminderen van verharding (met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050) en de groene inrichting van scholen en speeltuinen dragen bij aan meer ruimte voor natuur en een gezondere leefomgeving.
Daarnaast zorgen samenhangende maatregelen, zoals het koppelen van vergroening aan water- en bodembeheer, en de verplichting dat bedrijfsinitiatieven rekening houden met het landschap en klimaatadaptatie, ervoor dat stedelijk groen zich verder kan ontwikkelen en versterken. Het aanleggen van recreatieve fiets- en wandelroutes om groengebieden te verbinden met het stedelijk gebied zorgt ervoor dat de groengebieden toegankelijker worden. Dat zorgt tegelijkertijd ook voor meer druk op het kwetsbare buitengebied, de natuur en de biodiversiteit. Zeker als deze maatregelen ook leiden tot een toename aan toerisme. Het effect van deze maatregelen en randvoorwaarden op natuur, biodiversiteit en stedelijk groen is daarmee positief (+).
41
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Thema
Beleidsveld landschap, ruimtelijke kwaliteit en Omgevings- cultuurhistorie kwaliteit natuur, biodiversiteit en stedelijk groen
42
Onder voorwaarden woningbouw voor een hogere doelgroep toestaan in het buitengebied op uitleglocaties
Herinrichting en vergroening van de Nieuwstraat/Neustraße
Beekherstel door het weghalen van de overkluizing van de Anselderbeek in Eygelshoven
Het terugdringen van bodemerosie in het buitengebied door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan
Maatregelen
Thema
Beleidsveld landschap, ruimtelijke kwaliteit en Omgevings- cultuurhistorie kwaliteit natuur, biodiversiteit en stedelijk groen Beoordeling +/-
+
Beoordeling
+/-
+
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
randvoorwaarden Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen. Beeldbepalende en cultuurhistorische waarden worden behouden, versterkt en gerespecteerd. Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie. Verblijfsrecreatie wordt ontwikkeld nabij toeristische voorzieningen of in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een groene, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving. Bedrijfsinitiatieven moeten aansluiten bij het landschap en rekening houden met klimaatadaptatie en mobiliteit. Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter hitte- of Volwassen bomen en bomenstructuren met een afstand. landschapsfunctie worden beschermd en behouden. Nieuwe bouwplannen bevatten minimaal 20% groen en bestaand groen wordt zoveel mogelijk behouden. Groen wordt aangelegd met inheemse en klimaatbestendige beplanting die bijdraagt aan biodiversiteit. Verharding mag niet toenemen bij nieuwe ontwikkelingen, met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050. Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen. Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw. Natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden. Vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden omzetten naar wonen of groen.
6.2.2.3
Klimaatadaptatie
Wateroverlast Dit beleidsveld richt zich op het voorkomen en beperken van wateroverlast door extreme neerslag. Het omvat maatregelen zoals waterberging, infiltratie, en het vertragen van de waterafvoer, om overstromingen en schade in het stedelijk gebied en buitengebied (in zowel landouw- als natuurgebieden) te voorkomen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat wateroverlast met name optreedt in de laaggelegen gebieden zoals Eygelshoven. Verder kent de gemeente veel versteende buurten en bedrijventerreinen. De komende jaren wordt er op gemeentelijk, regionaal en provinciaal niveau gewerkt aan verbetering van het watersysteem. Echter door klimaatverandering blijft het risico op wateroverlast aanwezig. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-). Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie dragen positief bij aan het voorkomen en verminderen van wateroverlast in Kerkrade. Door water en bodem leidend te maken bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de natuurlijke waterhuishouding, wat essentieel is om overbelasting van het watersysteem te voorkomen.
Verplichtingen zoals hemelwateropvang op eigen terrein en het behoud van bestaand groen bij nieuwe bouwplannen zorgen ervoor dat regenwater beter kan worden vastgehouden en geïnfiltreerd, wat bijdraagt aan het vertragen van waterafvoer tijdens piekbuien. De doelstelling om overbodige verharding te verwijderen en naar 20% minder verharding in 2050 toe te werken, creëert meer ruimte voor waterberging en natuurlijke infiltratie. Daarnaast draagt de maatregel om op steile hellingen in het buitengebied geen akkerbouw meer toe te staan ook concreet bij aan het terugdringen van wateroverlast, omdat hiermee bodemerosie wordt voorkomen en zo water beter in de grond kan worden opgenomen in plaats van direct richting het stedelijk gebied te stromen. Daarnaast versterken randvoorwaarden zoals het beschermen van volwassen bomen en het realiseren van minimaal 20% groen in nieuwe bouwprojecten de sponswerking van de bodem. Dit wordt aangevuld met de integratie van natuurlijke materialen en klimaatbestendige ontwerpen in gebouwen en buitenruimtes. Bedrijfsinitiatieven die rekening houden met landschap en klimaatadaptatie zorgen ervoor dat ook commerciële ontwikkelingen bijdragen aan een waterrobuuste leefomgeving. Deze samenhangende aanpak maakt de gemeente weerbaarder tegen extreme neerslag.
Desalniettemin zullen sommige knelpunten blijven bestaan, met name in sterk verharde en laaggelegen gebieden. De beoordeling op het milieueffect is daarmee positief (+). Waterkwaliteit Waterkwaliteit richt zich op het waarborgen van schoon en gezond water in beken, rivieren, sloten en het grondwater. Dit omvat het verminderen van vervuiling door landbouw, industrie en stedelijke gebieden, en het verbeteren van het ecosysteem in en rond waterlichamen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de chemische waterkwaliteit van de Anselderbeek en de Worm niet voldoet aan de Kaderrichtlijn Water, met name door lozingen vanuit RWZI’s (ook in Duitsland) en het riool (overstorten) en vanwege het uitspoelen van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen van landbouwgronden. Op het onderdeel ecologie wordt beter gescoord; matig tot goed. Nieuw beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer zet in op het vasthouden van hemelwater op de plateau’s en binnen het stedelijk gebied, dit betekent een verbetering van de sponswerking, hiermee wordt het grondwater gevoed en zal er minder water afgevoerd worden naar de beken en het riool. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige autonome situatie neutraal (+/-).
Beoordeling De voorgestelde maatregelen dragen bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit in Kerkrade door een combinatie van ruimtelijke en klimaatadaptieve ingrepen. Het leidend maken van water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgt ervoor dat de natuurlijke waterhuishouding centraal staat bij nieuwe plannen, waardoor regenwater beter wordt vastgehouden en overbelasting van het watersysteem wordt voorkomen. De verplichting tot hemelwateropvang op eigen terrein en het gebruik van natuurlijke materialen bij buitenruimtes dragen verder bij aan waterberging en een vertraagde afvoer van neerslag.
43
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Daarnaast versterken maatregelen zoals het beschermen van volwassen bomen, het realiseren van minimaal 20% groen bij nieuwe bouwprojecten, en de beperking van verharding de natuurlijke sponswerking van de bodem. Het verwijderen van overbodige verharding en de eis dat nieuwe ontwikkelingen de kwaliteit van grondwater niet mogen verslechteren zorgen voor een robuust watersysteem dat beter bestand is tegen extreme regenbuien. Deze integrale aanpak maakt de gemeente beter voorbereid op toekomstige klimaatuitdagingen. De maatregel om in te zetten op natuurinclusief agrarisch beheer heeft ook een positief effect op de waterkwaliteit omdat daarmee voorkomen wordt dat nutriënten en middelen vanuit de landbouwgronden in het (grond)water terecht komen. De lozingen van de RWZI's in Duitsland bepalen echter voor een groot deel de waterkwaliteit van de Anselderbeek en de Worm. De beoordeling op het milieueffect is daarmee neutraal (+/-). Droogte Het beleidsveld droogte richt zich op het vasthouden en efficiënt gebruiken van water om waterschaarste en verdroging van natuur, landbouwgrond en stedelijke gebieden tegen te gaan. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat droogte met name een gevaar is voor de natuur en de biodiversiteit. Het grondwater bevindt zich op veel plekken in de gemeente Kerkrade op grote diepte.
Zeker op de plateaus (hogere delen van Kerkrade) is dit het geval. Omdat de hogere delen van Kerkrade, plateau’s, grotendeels bebouwd en verhard zijn, wordt het meeste regenwater oppervlakkig en via het (gescheiden) riool afgevoerd naar de beekdalen en komt het niet in de bodem en in het grondwater. Met name de natuurgebieden in Kerkrade (hellingbossen, zijbeekjes en bronnen) zijn kwetsbaar voor grote schommelingen van grondwater en hangwater. De hellingbossen met beuken (oostzijde van stuwmeer Cranenweijer, het Loosbos en het Schouffertsbos in Eygelshoven) hebben het erg moeilijk door de vele droge jaren in het afgelopen decennium en zijn gevoelig voor ziekte en plagen. Ondanks deze bedreigingen verwacht de gemeente dat de agrarische sector en de natuur voldoende robuust is om met droogte om te gaan. Daarom scoort dit beleidsveld in de Foto van de Leefomgeving zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-). Recent heeft Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) echter aangegeven dat naar verwachting er na 2030 een schaarste aan drinkwater als gevolg van droogte dreigt te ontstaan, daarmee dient de beoordeling van de toekomstige autonome situatie te worden aangepast naar negatief (-).
Beoordeling De maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen bij aan het tegengaan van droogte in Kerkrade door water en bodem leidend te maken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zorgt ervoor dat regenwater beter wordt vastgehouden en kan infitreren in de bodem. Het beschermen van volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie helpt verdamping te beperken en draagt bij aan een klimaatrobuuste omgeving. Daarnaast zorgt de randvoorwaarde dat nieuwe ontwikkelingen minimaal 20% groen bevatten dat de sponswerking van het systeem als geheel verbeterd, omdat groen ervoor zorgt dat het water beter wordt vastgehouden en kan worden opgenomen in de bodem in plaats van het afstromen. Tevens versterkt het gebruik van natuurlijke (bouw)materialen en het toevoegen van ruimte voor hemelwateropvang in gebouwen en buitenruimtes de waterhuishouding en maken deze maatregelen de leefomgeving beter bestand tegen droogte. De beoordeling op het milieueffect is daarmee beperkt positief (+). Hittestress Hittestress heeft betrekking op het beperken van de negatieve effecten van hoge temperaturen in stedelijke gebieden. Het beleidsveld omvat maatregelen zoals vergroening, schaduwaanleg en het beperken van verharding om oververhitting van de leefomgeving te voorkomen en het welzijn van inwoners te waarborgen.
In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat er met name in Kerkrade-Oost en Kerkrade-West er sprake is van een hitte-eilandeffect. Bij aanhoudende hitte koelt het stedelijk gebied ’s-nacht niet af. Dit heeft te maken met de hoge bebouwingsdichtheid en de ligging op de hoger gelegen plateaus. Voor Kerkrade-Noord geldt dit in mindere mate omdat de bebouwing in en dicht bij de beekdalen van de Anselderbeek en Worm bevinden en de hoger gelegen hellingbossen ’s-nacht verkoeling bieden. Daarnaast scoort de gemeente in de huidige situatie slecht op de 3- en 30regel (aanwezigheid bomen in de woonbuurt), maar gemiddeld beter op de 300-regel (openbaar groen op minder dan 300 meter afstand). Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Richting de toekomst verwacht de gemeente een verslechtering, door een toename aan de frequentie van extermer (warmer) weer als gevolg van klimaatverandering. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie sterk negatief (-).
44
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Thema
Klimaatadaptatie
45
Beleidsveld
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden.
Overbodige verharding wordt verwijderd om naar 20% minder verharding in 2050 toe te werken.
Ontwikkelingen mogen de kwaliteit van grondwater niet verslechteren.
Hemelwateropvang op eigen terrein is verplicht, met ruimte voor toekomstige extreme weersomstandigheden.
Verharding mag niet toenemen bij nieuwe ontwikkelingen, met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050.
Gebouwen en buitenruimtes worden ingericht met natuurlijke materialen en ruimte voor hemelwateropvang.
Nieuwe bouwplannen bevatten minimaal 20% groen en bestaand groen wordt zoveel mogelijk behouden.
Volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie worden beschermd en behouden.
40% schaduw wordt gerealiseerd bij belangrijke wandel- en fietsroutes om hittestress te verminderen.
Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand.
Bedrijfsinitiatieven moeten aansluiten bij het landschap en rekening houden met klimaatadaptatie en mobiliteit.
Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een groene, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving.
Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen.
Randvoorwaarden
Beoordeling
Het realiseren van 40% schaduw bij belangrijke wandel- en fietsroutes en het beschermen van volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie zorgen voor verkoeling en een aangenamere leefomgeving. Ook de maatregel dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand draagt hieraan bij. Het zoveel mogelijk behouden van bestaand groen versterkt het koelende effect van vegetatie. Daarnaast helpt het verwijderen van overbodige verharding om hittestress te verminderen door meer ruimte te maken voor groen en wateropvang. Door deze maatregelen wordt de leefomgeving veerkrachtiger tegen extreme temperaturen en aangenamer voor bewoners en bezoekers. Desalniettemin blijft de gemeente een sterk verstedelijkt en daarmee ook sterk verhard. Daarmee blijft hittestres een aandachtspunt. De beoordeling op het milieueffect is daarmee neutraal (+/-).
wateroverlast
Beoordeling +
waterkwaliteit
+/-
droogte
+
hittestress
+/-
Beleidsveld
Klimaatadaptatie
6.2.2.4
Het terugdringen van bodemerosie in het buitengebied door op de meest steile hellingen geen akkerbouw meer toe te staan
maatregelen Thema
wateroverlast
Beoordeling +
waterkwaliteit
+
droogte
+
hittestress
+/-
Economie
Economie Het beleidsveld economie richt zich op het stimuleren van duurzame economische groei en werkgelegenheid. Dit omvat het ondersteunen van lokaal ondernemerschap, het faciliteren van innovatieve sectoren, en het versterken van bedrijventerreinen en toeristische activiteiten. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat sprake is van veel winkelleegstand en dat er een opgave ligt binnen de gemeente op het gebied van arbeidsparticipatie. Wel is er weinig sprake van leegstand op bedrijventerreinen en groeit de werkgelegenheid. Netcongestie en een toename van de vergrijzing brengen richting de toekomst uitdagingen op economisch gebied. Tegelijkertijd bieden de Euregionale ligging en de ontwikkeling van de MedTech sector brengen kansen voor de gemeente. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-). Beoordeling In de Omgevingsvisie zijn randvoorwaarden voor bedrijventerreinen opgenomen. Randvoorwaarden voor ontwikkelingen zoals het inzetten op groene daken, eigen energieopwekking en collectieve energiehubs dragen bij aan een duurzamere en innovatieve economische structuur. Ook het reserveren van ruimte voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisico's ondersteunt de energietransitie en maakt bedrijventerreinen toekomstbestendiger.
Deze integrale aanpak versterkt het economische vestigingsklimaat en zorgt voor een betere balans tussen duurzaamheid en economische ontwikkeling. De concrete maatregel om het energienetwerk te verzwaren met minimaal 80 kleine trafostations, drie tot vier middenspanningstations en het hoogspanningsstation Terwinselen draagt bij aan het oplossen van het netcapaciteitsknelpunt en draagt daarmee positief bij aan de ruimte voor bedrijvigheid om te groeien. Tegelijkertijd dient er aandacht besteedt te worden aan de landschappelijke inpassing van dit soort ruimtelijke ontwikkeling. Ook het laten doorrijden van de trein van Kerkrade-Centrum naar Kerkrade-West is positief voor de economie, omdat dit meer mogelijkheden biedt voor werknemers om zich van en naar werk te verplaatsen. In de Omgevingsvisie wordt het probleem van winkelleegstand benoemd en wordt aangegeven dat er dus gekozen zal moeten worden voor concentratie van voorzieningen en winkels waar dat realistisch is. Als gemeente is het lastig om een fenomeen als winkelleegstand te voorkomen en is de gemeente afhankelijk van externe factoren. Binnen de invloedssferen probeert de gemeente Kerkrade de gevolgen van winkelleegstand zoveel mogelijk aan te pakken, door in te zetten op de transformatie van leegstaande winkelpanden naar wonen of andere functies.
46
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
In de Omgevingsvisie zijn geen concrete maatregelen benoemd om arbeidsparticipatie omhoog te brengen. De gemeente heeft het uitgangspunt om de voorkeur te geven aan ‘veel arbeidsplaatsen per hectare’. Daarbij geeft de gemeente aan dat het type werkgelegenheid (laag, midden en hoogopgeleide banen) van belang is bij het maken van keuzes over waar en hoe arbeidsplekken worden gecreëerd. Om deze redenen wordt er op regionaal niveau volop ingezet op Medlands Parkstad. Echter is dit niet voldoende om de arbeidsparticipatie en de diversiteit te verbeteren. Op het gebied van arbeidsparticipatie en diversiteit dienen concretere keuzes gemaakt te worden. Gezien de beperkte bijdragen van de voorgestelde maatregelen is de beoordeling op het milieueffect neutraal (+/-). Onderwijs Het beleidsveld onderwijs is gericht op het stimuleren van een kennisgedreven samenleving door het verbeteren van onderwijsvoorzieningen, het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, en het creëren van leeromgevingen die bijdragen aan de sociale en economische ontwikkeling van de regio. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de gemeente beter scoort dan het landelijk gemiddelde wat betreft afstand tot basisscholen en dat er met de komst van het Martin Buber weer een volwaardig voortgezet onderwijs is.
Wel ligt het opleidingsniveau van de gemeente lager dan het landelijk gemiddelde. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). De verwachte afname van basisschoolleerlingen richting de toekomst zorgt voor risico’s ten aanzien van de houdbaarheid van het (basis)schoolvoorzieningenniveau. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie negatief (-). Beoordeling In de Omgevingsvisie zijn een aantal randvoorwaarden en maatregelen opgenomen die een positief effect hebben op de staat van het onderwijs. De opgenomen voorwaarde dat scholen en speeltuinen groen, beweegvriendelijk en rookvrij worden ingericht is hoofdzakelijk een fysieke eis die goed bijdraagt aan het verbeteren van de fysieke omgeving van scholen. Daarnaast is in de Omgevingsvisie opgenomen dat op er in het komend decennium 6 basisscholen in Kerkrade-Oost worden samengevoegd tot drie nieuwe basisscholen op mogelijk nieuwe locaties. Tevens wordt er vanaf 2024 een middelbare school gerealiseerd. Daarnaast wordt er ingezet op integrale kind centra’s (IKC’s), waardoor wordt ingezet op multifunctioneel ruimtegebruik en verbeteren van het voorzieningenniveau. Dit is positief voor het schoolvoorzieningenniveau op de korte termijn. Met deze concrete maatregelen wordt er voorzien in de onderwijsbehoefte tot de vergrijzingspiek die in 2035 wordt bereikt.
Na deze periode is er wellicht sprake van een jongere bevolkingsopbouw en dient de gemeente opnieuw te kijken naar de onderwijsbehoefte. Op de langere termijn is nog niet duidelijk hoe de gemeente om wenst te gaan met verandering van het aantal (basisschool)leerlingen. De beoordeling op het milieueffect is positief (+). Recreatie en toerisme Het beleidsveld recreatie en toerisme richt zich op het versterken van recreatieve voorzieningen en het toeristische aanbod. Dit omvat de ontwikkeling van routes, natuurcampings en verblijfsrecreatie, met aandacht voor duurzaamheid en een balans tussen toerisme en leefbaarheid. In de Foto van de Leefomgeving is aangegeven dat Kerkrade grote toeristische trekpleisters kent zoals GaiaZOO, de Leisure Dome en Abdij Rolduc. Ook is er een prachtige natuur aanwezig zoals de Anstelvallei en het Wormdal. Daarnaast heeft de stad heeft ook een rijke historie van de Romeinen, de middeleeuwen en het mijnverleden. De kwetsbare natuur in Kerkrade staat echter onder druk door toerisme. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie positief (+). Naar verwachting neemt deze druk in de toekomst toe, ook als uitvloeisel van het almaar drukker wordende Heuvelland. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie neutraal (+/-).
Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen in de Omgevingsvisie dragen positief bij aan het versterken van recreatie en toerisme in Kerkrade door een focus op versterking van het erfgoed, vergroening en recreatieve fiets- en wandelverbindingen. Het behoud en de herbestemming van beeldbepalende en cultuurhistorische waarden, zoals leegstaande kerken, versterken de toeristische aantrekkelijkheid van de gemeente en bieden mogelijkheden voor verblijfsrecreatie in unieke, waardevolle gebouwen. Daarnaast wordt er ook ingezet op de realisatie van een extra treinstation in Kerkrade-West en de creatie van de Heuvellandlijn. Een betere verbinding maakt Kerkrade
47
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
aantrekkelijker voor toeristen. Dit sluit goed aan bij de ontwikkeling van toeristische voorzieningen en helpt bij de diversificatie van verblijfsmogelijkheden. Daarnaast dragen recreatieve fiets- en wandelroutes die groengebieden verbinden bij aan een beweegvriendelijke omgeving en maken natuur en recreatiegebieden toegankelijker voor inwoners en bezoekers. De multifunctionele inrichting van pleinen biedt extra mogelijkheden voor recreatie en ontmoeting, waardoor zowel bewoners als toeristen profiteren van een prettige en groene leefomgeving. Ook het uitbreiden van het aantal gemeentelijke monumenten kan positief bijdragen aan het toeristisch kapitaal van de gemeente. Wel blijft het zoeken van een balans tussen toerisme enerzijds, en druk op het landschap en de natuur een aandachtspunt (zie 6.2.2.2).
Thema
Beleidsveld
economie Economie onderwijs recreatie en toerisme
48
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Bedrijventerreinen reserveren ruimte voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisicos.
Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Bedrijventerreinen combineren energieopwekking, groene daken en samenwerking in collectieve energiehubs.
Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Verblijfsrecreatie wordt ontwikkeld nabij toeristische voorzieningen of in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen.
Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie.
Beeldbepalende en cultuurhistorische waarden worden behouden, versterkt en gerespecteerd.
Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen.
Randvoorwaarden
De beoordeling op het beleidsveld recreatie en toerisme is gelet op het voorgaande positief (+).
Beoordeling +/+ +
Realisatie van het treinstation Kerkrade-West en de creatie van de Heuvellandlijn
Doorrijden trein van Kerkrade-Centrum naar Kerkrade-West
Uitbreiding en verzwaring energienetwerk van 80 kleine trafostations, vier middenstations en het hoogspanningsstation Terwinselen
In Kerkrade-Oost zullen drie nieuwe basisscholen worden gebouwd
Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint Bleijerheider- Pannesheiderstraat
Het aantal gemeentelijke monumenten uitbreiden.
maatregelen Thema
Beleidsveld economie
Economie
6.2.2.5
onderwijs recreatie en toerisme
Beoordeling +/+ +
Leefomgeving
Wonen Het beleidsveld wonen draait om het realiseren van een gevarieerd, duurzaam en betaalbaar woningaanbod dat aansluit bij de behoeften van verschillende doelgroepen. Dit omvat levensloopbestendige woningen, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het verbeteren van de woonkwaliteit. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat er in Kerkrade een overschot is aan sociale huurwoningen en een tekort aan het midden en hoog segment, daarnaast zijn deze verschillende segmenten vaak geconcentreerd in bepaalde buurten en is er weinig mix in typologieën. Bovendien is een groot deel van Kerkraadse woningvoorraad verouderd. Tegelijkertijd is er sprake van een afname van de woningleegstand en zijn de huizen zeer betaalbaar vergeleken met het landelijk gemiddelde. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie neutraal (+/-). Naar de toekomst toe verwacht de gemeente een afname aan de bevolkingskrimp en daarmee een vernieuwingsopgave voor de woningvoorraad. De woningleegstand zal daarmee verder afnemen en de vernieuwingsopgave zorgt naar verwachting voor een kwaliteitsverbetering van de woonbuurten. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie positief (+).
Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden dragen positief bij aan het verbeteren van de woonomgeving in Kerkrade door een focus op vergroening, verhoging van de woning kwantiteit en kwaliteit en verduurzaming. Op het gebied van vergroening heeft de gemeente de randvoorwaarde opgenomen dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte binnen 300 meter. Dit draagt bij aan een prettige woonomgeving. Daarnaast draagt de multifunctionele inrichting van pleinen bij aan ontmoetingsmogelijkheden en recreatie. Het benutten van achterterreinen voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw biedt flexibiliteit in het ruimtegebruik en draagt bij aan een evenwichtige woningvoorraad. Op dit moment bestaat ruim 46% van het totale woningaanbod uit sociale huur. Om meer diversiteit aan te brengen wil de gemeente inzetten op woningbouw in de duurdere segmenten en het aandeel sociale huur terugdringen. Dit resulteert erin dat er tot 2030 minimaal 1300 woningen worden gebouwd, waarvan 800 woningen sloop-nieuwbouw 49
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
betreft. Bij voorkeur vindt nieuwe woningbouwontwikkeling plaats in vijf gebieden: buurtknooppunten, stationslocaties, historische linten, bestaande woonwijken en enkele werkgebieden. Hierbij geldt geen strikte voorkeursladder. Daarmee maakt de gemeente duidelijke keuzes over waar woningbouw mag ontwikkelen, maar laat ze tegelijkertijd ook keuzeruimte over voor ontwikkelaars. De gemeente geeft echter ook aan te verwachten dat op termijn de binnenstedelijke locaties vol zullen raken, en ook, onder voorwaarde, gekeken zal moeten worden naar uitleglocaties in het buitengebied (zie paragraaf Omgevingskwaliteit voor het effect op het landschappelijk raamwerk). In een volkshuisvestelijk programma zal verder uitgewerkt moeten worden hoeveel en wat voor soort woningen op welke plek kunnen worden gebouwd. Daarbij zal ook gekeken worden naar de transformatie naar levensloopbestendige woningen en de bereikbaarheid van zorgvoorzieningen. Door het bouwen van levensloopbestendige woningen wordt de doorstroming op gang gebracht en komen er woningen uit de bestaande voorraad vrij voor starters en gezinnen. Dan is het wel van belang dat de gemeente borgt dat de kwaliteit van deze vrijkomende woningen ook afdoende is.
In de Omgevingsvisie wordt nu nog onvoldoende concreet ingegaan op hoe de gemeente dat wil bewerkstelligen, of welke randvoorwaarden zij bij het aanpakken van verouderde woningen wil meegeven. De gemeente helpt op dit moment particuliere eigenaren middels de subsidieregeling ‘Lokale aanpak isolatie’. Daarbij stelt zij particulieren in staat zelf hun woning te verduurzamen. Het is echter ook wenselijk om als gemeente concrete ambities te stellen over de hoeveelheid woningen die opgewaardeerd dienen te worden, op welke plekken en aan welke standaarden deze woningen dan moeten voldoen (bijvoorbeeld energielabels, maar ook ten aanzien van de uitstraling van de woningen). In de Omgevingsvisie geeft de gemeente verder een aantal randvoorwaarden aan die bijdrage aan de (kwantitatieve) woningvoorraad. Zo geeft zij aan dat vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden bij voorkeur dienen te worden ingezet voor wonen (of groen). Ook wil de gemeente inzetten op meervoudig ruimtegebruik en meerlaagse bebouwing. Een kwalitatieve goede woningvoorraad wil de gemeente onder meer bewerkstelligen door deze in massa, hoogte en ruimtelijke kwaliteit passend te laten zijn bij de omgeving.
Ook geeft de gemeente als randvoorwaarde aan dat nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te voldoen aan de geldende duurzaamheidseisen en klimaatbestendig moeten worden gebouwd, waarbij ook rekening wordt gehouden met hittestress binnenshuis. Een risico voor het realiseren van voldoende woningen is de netcongestie. De gemeente heeft in haar Omgevingsvisie aangegeven dat nieuwe woningbouwplannen rekening moeten houden met de netcapaciteit. Dat zou kunnen betekenen dat, als (huidige en toekomstige) knelpunten in het net niet kunnen worden opgelost, de woningbouw daar last van ondervindt. Dit vraagt dus om gelijktijdige investeringen in het elektriciteitsnet (zie paragraaf 6.2.2.9). De beoordeling op het beleidsveld wonen is gelet op het voorgaande positief (+). Sociale cohesie en leefbaarheid Dit beleidsveld richt zich op het versterken van gemeenschapszin en de kwaliteit van leven in wijken en buurten. Het omvat het verbeteren van ontmoetingsplekken, het creëren van veilige en toegankelijke openbare ruimtes, en het stimuleren van participatie en sociale verbondenheid. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de leefbaarheidsscore in Kerkrade lager is dan het Nederlands gemiddelde, met name op het gebied van eenzaamheid (gerelateerd aan het hoge aandeel ouderen en de sterke vergrijzing). Wel is het aanbod van maatschappelijke voorzieningen relatief hoog.
Richting de toekomst kan de vergrijzing zorgen voor een verdere druk op het huidige voorzieningenniveau en een toename in eenzaamheid. Daarom scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie negatief (-). Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden dragen bij aan het versterken van sociale cohesie en leefbaarheid in Kerkrade door een combinatie van inclusieve, groene en functionele ruimtelijke uitgangpunten. Het herbestemmen van leegstaande kerken biedt mogelijkheden voor ontmoetingsplekken en gemeenschapsfuncties, wat de sociale verbindingen in wijken versterkt. De eis dat iedere woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte binnen 300 meter bevordert niet alleen het welzijn van bewoners, maar vergroot ook de toegankelijkheid van groen voor recreatie en ontmoeting.
50
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Thema
51
Randvoorwaarden
Beleidsveld
wonen Leefomgeving sociale cohesie en leefbaarheid
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw.
openbaar
Nieuwe woningen voldoen aan de geldend duurzaamheideisen en worden klimaatbestendig binnenshuis) oververhitting met houden rekening (ook gebouwd mogelijk Sportvelden (van verenigingen), schoolpleinen en speeltuinen zijn zoveel
Vanwege de toenemende ruimte schaarste zetten we in op meervoudig ruimtegebruik met aandacht voor hoogbouw en meerlaagse bebouwing (minimaal 3 bouwlagen).
Nieuwe woningen moeten in massa, hoogte en ruimtelijke kwaliteit passend zijn in de omgeving
Het initiatief draagt bij aan het realiseren van een gemengde wijk waar verschillende type doelgroepen bij elkaar wonen.
Vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden dienen een nieuwe groen- of woonfunctie te krijgen
richten op gebieden waar gezondheid, veerkracht en leefbaarheid het minste is zoals in delen van Kerkrade-West en -Oost
Nieuwbouw draagt bij aan een evenwichtige woningvoorraad die inspeelt op de behoeften van diverse doelgroepen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Nieuwe woningbouwplannen houden rekening met netcapaciteit en toegang tot drinkwater.
Openbare ruimte wordt toegankelijk en inclusief ontworpen, zodat iedereen er gebruik van kan maken.
Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand.
Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie.
Daarnaast verbeteren multifunctioneel ingerichte pleinen de mogelijkheden voor beweging, ontmoeting en sociale interactie. Toegankelijke en inclusief ontworpen openbare ruimtes zorgen ervoor dat iedereen, ongeacht leeftijd of mobiliteit, deel kan nemen aan het maatschappelijke leven. Door nieuwbouw af te stemmen op de behoeften van diverse doelgroepen, wordt verder bijgedragen aan een evenwichtige en leefbare woonomgeving. Deze integrale maatregelen maken Kerkrade aantrekkelijker en versterken de sociale samenhang binnen de gemeenschap.
Hoewel in de Omgevingsvisie een aantal maatregelen zijn opgenomen om ontmoeting en sociale interactie te stimuleren, is het de vraag of hiermee de eenzaamheidsproblematiek voldoende wordt aangepakt. Dat vraagt ook om meer dan alleen fysieke ingrepen in de leefomgeving, en overstijgt daarmee ook de reikwijdte van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie geeft de gemeente ook aan dit soort thema’s te willen aanpakken in thematische programma’s, zoals gezondheid, waarbij het sociale en fysieke domein verweven wordt.
Gelet op het voorgaande is de beoordeling op het milieueffect neutraal (+/-).
Beoordeling +
+/-
Beleidsveld
wonen Leefomgeving sociale cohesie en leefbaarheid
6.2.2.6
Herinrichting en vergroening van de Nieuwstraat/Neustraße
Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint Bleijerheider- Pannesheiderstraat
maatregelen Thema
Beoordeling + +/-
Mobiliteit
Mobiliteit Mobiliteit omvat het verbeteren van bereikbaarheid en het stimuleren van duurzame vervoersopties zoals wandelen, fietsen en openbaar vervoer. Dit beleidsveld richt zich op het verminderen van autoverkeer, het aanleggen van veilige infrastructuur en het verbeteren van verbindingen tussen woon-, werk- en recreatiegebieden. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat het OV-net nog niet optimaal wordt benut, ondanks het relatief grote aantal treinstations in de gemeente en de regio Zuid-Limburg. Het fietsgebruik in de gemeente ligt erg laag. Er wordt nog veel gebruik gemaakt van de auto. Hier ligt een opgave voor de gemeente om fietsgebruik te stimuleren en de fiets- en wanderstructuur te versterken. Naar de toekomst toe verwacht de gemeente dat de woningbouwopgave en de verduurzaming van de mobiliteit zullen vragen om meer ruimte voor het mobiliteitsnetwerk. De komst van de Parkstadroute, de versterking van de fietsinfrastructuur en een nieuwe generatie inwoners zullen naar verwachting een positief effect hebben op het fietsgebruik, maar daarmee is de gemeente er nog niet op het gebied van de mobiliteitstransitie, omdat het gebruik van de auto naar verwachting nog altijd hoog zal liggen. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-).
Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen bij aan het verbeteren van mobiliteit in Kerkrade door een focus op duurzame vervoersopties. De mobiliteitstransitie, gericht op minder autoverkeer en meer gebruik van OV, fietsen en wandelen, wordt ondersteund door de aanleg van nieuwe regionale fietsverbindingen en recreatieve fiets- en wandelroutes die tevens groengebieden verbinden. Een voorbeeld hiervan is de aanleg van de Parkstadroute, de recreatieve fietsroute door een groot gedeelte van de gemeente. Dit stimuleert beweegvriendelijke en milieuvriendelijke mobiliteit. De Parkstad Route wordt al aangelegd, maar in de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat dit kansen biedt om in de toekomst extra aantakkingen (ontbrekende schakels) richting verschillende functies te creëren, waaronder recreatieve functies maar ook werk- en bedrijventerreinen. De uitbreiding van deelfietsen maakt duurzame vervoersopties toegankelijker voor inwoners. Daarnaast heeft de inzet op het doortrekken van de treinverbinding tussen Kerkrade-Centrum en Kerkrade-West een direct positief effect op de bereikbaarheid en verduurzaming van de mobiliteit.
Daarnaast versterken randvoorwaarden zoals het realiseren van 40% schaduw langs belangrijke wandel- en fietsroutes en OV-haltes en het toegankelijk ontwerpen van openbare ruimte de gebruiksvriendelijkheid en het comfort van niet-gemotoriseerde mobiliteit. Groen ingerichte scholen en speeltuinen bijdragen aan veilige en beweegvriendelijke omgevingen. Door deze samenhangende aanpak wordt het mobiliteitssysteem in Kerkrade duurzamer, inclusiever en beter afgestemd op de behoeften van inwoners en bezoekers.
52
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Thema Beleidsveld Mobiliteit mobiliteit
53
Verlagen van parkeernormen in het centrumgebied, nabij voorzieningen en openbaar vervoerverbindingen
Doorrijden trein van Kerkrade-Centrum naar Kerkrade-West
Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint Bleijerheider- Pannesheiderstraat
Concrete maatregelen
Thema Beleidsveld Mobiliteit mobiliteit
beoordeling +
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw.
Mobiliteitstransitie richt zich op minder autoverkeer en meer gebruik van OV, fietsen en wandelen.
Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Fietsgebruik wordt gestimuleerd door uitbreiding van deelfietsen en aanleg van nieuwe regionale verbindingen.
Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Openbare ruimte wordt toegankelijk en inclusief ontworpen, zodat iedereen er gebruik van kan maken.
40% schaduw wordt gerealiseerd bij belangrijke wandel- en fietsroutes om hittestress te verminderen.
Bedrijfsinitiatieven moeten aansluiten bij het landschap en rekening houden met klimaatadaptatie en mobiliteit.
Randvoorwaarden
Op den duur wil de gemeente de parkeernormen in het centrumgebied, nabij voorzieningen en openbaar vervoerverbindingen verlagen. Dit lijkt een goede maatregel om het autogebruik terug te dringen, maar dit dient ook gepaard te gaan met een verbetering van de bereikbaarheid middels fietsen, lopen of OV als alternatief voor de auto. In de Omgevingsvisie zijn al veel concrete maatregelen opgenomen voor het verbeteren van fiets- en voetgangersverbindingen, echter wordt er nog weinig gesproken over het verbeteren van de OV-verbindingen. In de Foto van de Leefomgeving is aangegeven dat de dekking van bushaltes hoog is, maar de frequentie van het busvervoer laag. In de Omgevingsvisie of nader uit te werken programma’s zouden daar concrete doelen en maatregelen voor kunnen worden opgesteld.
Gelet op het bovenstaande is de beoordeling op het milieueffect is positief (+).
Beoordeling +
6.2.2.7
Gezondheid & milieu
Gezondheid Het beleidsveld gezondheid richt zich op het bevorderen van een gezonde leefomgeving door het verminderen van vervuiling, het stimuleren van bewegen en het creëren van rookvrije en groene ruimtes. Dit draagt bij aan zowel de fysieke als mentale gezondheid van inwoners. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de levensverwachting en de beoordeling van gezondheid in Kerkrade ver beneden het Zuid-Limburgs en landelijke gemiddelde scoort. In sommige buurten zijn de verschillen nog groter. Qua inrichting van de fysieke leefomgeving op het gebied van gezondheid is er veel winst te behalen rondom pleinen en speelvoorzieningen en veilige, aantrekkelijke en (kind)vriendelijke fiets/wandelroutes naar scholen en voorzieningen toe, om het bewegen van kinderen en volwassenen te stimuleren. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie sterk negatief (--). Richting de toekomst zullen autonome ontwikkelingen zoals vergrijzing, digitalisering en individualisering de gezondheid naar verwachting verder onder druk zetten. Er wordt momenteel volop door de gemeente ingezet op het thema gezondheid om op zijn minst het Zuid-Limburgse gemiddelde te behalen. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie negatief (-).
Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen in beperkte mate positief bij aan het verbeteren van de gezondheid van inwoners in Kerkrade. Groene en klimaatbestendige ontwikkelingen, zoals het streven naar zicht op 3 bomen per woning en een groene ruimte binnen 300 meter, dragen bij aan een aantrekkelijkere en gezondere leefomgeving. Daarnaast stimuleren multifunctioneel ingerichte pleinen en groen ingerichte, rookvrije scholen en speeltuinen beweging en ontmoeting, wat de fysieke en mentale gezondheid van inwoners ondersteunt. De mobiliteitstransitie, gericht op beweegvriendelijke (woon)omgeving, herinrichting van openbare ruimten en meer gebruik van OV, fietsen en wandelen, draagt indirect bij door luchtkwaliteit te verbeteren en actieve mobiliteit te bevorderen. Hoewel deze maatregelen een positieve invloed hebben op het beleidsveld gezondheid, blijft de impact beperkt, omdat de verwachte opgave nu en richting de toekomst zo groot is dat de Omgevingsvisie daarin niet volledig kan voorzien. Zoals eerder aangegeven in paragraaf 6.2.2.5 is hiervoor een domein overstijgende aanpak nodig, die zowel het fysieke als het sociale domein aanpakt. De beoordeling op het milieueffect is daarmee neutraal (+/-).
Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid draait om het beheersen van risico’s voor mens en milieu door bijvoorbeeld industrie, transport of opslag van gevaarlijke stoffen. Het beleidsveld omvat maatregelen om de veiligheid in woon-, werk- en recreatieomgevingen te waarborgen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat externe veiligheid over het algemeen geen groot issue binnen de gemeente lijkt te zijn. Er is enkel sprake van een beperkt extern veiligheidsrisico door beperkte vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor op het baanvak Heerlen-Herzogenrath (Eygelshoven en omgeving), N300 (Buitenring Parkstad Limburg) en twee Seveso bedrijven in de lichtere milieucategorie. Het beleidsveld scoort daarmee in de huidige situatie positief (+). Richting de toekomst zal de energietransitie uitdagingen op dit gebied met zich mee brengen, denk bijvoorbeeld aan batterijopslag en daarmee gepaard gaande risico’s. Daarmee scoort het beleidsveld in de toekomstige autonome situatie neutraal (+/-). Beoordeling In de Omgevingsvisie is de randvoorwaarde opgenomen dat bedrijventerreinen ruimte reserveren voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisico's.
Door aandacht te besteden aan mogelijke risico's bij energieopslag, zoals brand- en explosiegevaar, en de aanwezigheid van (zeer) kwetsbare functies, zoals scholen en woningen, wordt de veiligheid in en rondom bedrijventerreinen geborgd. De gemeente Kerkrade aangegeven enkel op lichtere industrie in te willen zetten, een groei van zware industrie is niet gewenst. Daarbij dient tegelijkertijd rekening gehouden te worden met het (groeiende) aantal werknemers op de bedrijventerreinen en het bijbehorende groepsrisico. Voor werknemers dient de veiligheid te worden geborgd. Door deze randvoorwaarden op te nemen, worden eventuele negatieve veiligheidseffecten als gevolg van nieuwe energieopslag ontwikkelingen gemitigeerd. De beoordeling op het milieueffect is daarmee positief (+). 54
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Lucht Het beleidsveld lucht richt zich op het verbeteren van de luchtkwaliteit door het beperken van uitstoot van schadelijke stoffen, zoals fijnstof en stikstof. Dit draagt bij aan een gezondere leefomgeving en het behalen van klimaatdoelstellingen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat de luchtkwaliteit over het algemeen onvoldoende is. Er wordt wel overal voldaan aan de wettelijke waarden voor fijnstof en stikstofdioxide, maar niet aan de WHO advieswaarden. Echter wordt er wel voldaan aan de wettelijke en landelijk geldende normen van het Schone Lucht Akkoord (SLA), waar een monitoringsplicht voor gemeenten geldt. Richting de toekomst zal de toenemende verstedelijking en de industriële/infrastructurele ontwikkelingen in Duitsland de luchtkwaliteit in Kerkrade mogelijk negatief beïnvloeden. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie negatief (-). Beoordeling Er zijn geen randvoorwaarden en maatregelen direct gekoppeld aan het beleidsveld lucht. De gemeente geeft in haar Omgevingsvisie aan voor thema’s als luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en gevaarlijke situaties zich te houden aan Europese, landelijke en lokale milieuwet- en regelgeving.
Daarmee stelt de gemeente geen aanvullende eisen of ambities op dit gebied en neemt zij in haar Omgevingsvisie ook geen directe maatregelen op het gebied van luchtkwaliteit op. Wel zijn er een indirecte maatregelen en randvoorwaarden opgenomen die indirect een positief effect hebben op de luchtkwaliteit. Zo heeft de inzet op de mobiliteitstransitie, waarmee autoverkeer wordt teruggedrongen en fietsen en wandelen wordt gestimuleerd, een indirect positief effect op de luchtkwaliteit. Ook het inzetten op verlaagde milieucategorie bedrijvigheid kan een positief effect hebben. De verwachting is niet dat daarmee de luchtkwaliteit dusdanig verbeterd dat hiermee ook aan de WHO advieswaarden wordt voldaan. De luchtkwaliteit wordt namelijk ook grotendeels bepaald door de uitstoot van nabijgelegen industrieën zoals die in Duitsland, en daar heeft de gemeente geen directe invloed op. De beoordeling op de luchtkwaliteit gaat daarmee naar neutraal (+/-). Geur Geur behandelt het beheersen en beperken van geurhinder door industrie, landbouw en overige bronnen. Dit beleidsveld richt zich op het verbeteren van de leefomgeving door hinder te minimaliseren. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat geurhinder in de gemeente beperkt is, er zijn slechts sporadisch meldingen van geuroverlast als gevolg van (huishoudelijk) afval, mesthopen of houtstook.
Er zal naar verwachting ook geen verslechtering in de toekomstige autonome situatie plaatsvinden, omdat de agrarische sector niet zal groeien. Daarmee scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie positief (+). Beoordeling Net als bij luchtkwaliteit zijn er geen specifieke maatregelen omtrent het terugdringen van geuroverlast opgenomen in de Omgevingsvisie. Ook hiervoor geldt dat de gemeente in haar Omgevingsvisie aangeeft te zullen voldoen aan de wettelijke en landelijk geldende normen. Dit betekent dat de gemeente voor werkgebieden zal inzetten op lagere milieucategorieën en rekening houden met de locatiekenmerken van ieder bedrijventerrein ten opzichte van de leefomgeving, waarmee in ieder geval vanuit bedrijventerreinen geen verslechtering op het gebied van geur optreedt. De beoordeling van dit beleidsveld blijft daarmee positief (+). Geluid Geluid richt zich op het beperken van geluidsbelasting door verkeer, industrie en recreatieve activiteiten (met name bij evenementen). Het beleidsveld draagt bij aan een rustige en prettige leefomgeving, met aandacht voor specifieke geluidssituaties in woon- en natuurgebieden.
In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat door de aanwezigheid van meerdere bedrijventerreinen, hoge verstedelijking (veel lintbebouwing aan doorgaande wegen) en infrastructuur de geluidsbelasting binnen de gemeente te hoog is. Inzet op groei (woningbouw, meer inwoners, meer verkeersbewegingen, meer bedrijven) zal naar verwachting een negatieve impact hebben op de geluidsbelasting. Elektrische voertuigen en betere isolatie kunnen zorgen voor een lagere geluidsbelasting. Desalniettemin scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie sterk negatief (--).
55
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Beoordeling De gemeente heeft in haar Omgevingsvisie aangegeven te willen werken aan bronmaatregelen om de beluidsbelasting van bedrijven en andere bronnen, zoals evenementen, horeca en installaties van woningen (airco’s, warmtepompen) op geluidgevoelige gebouwen te verminderen. Hiervoor zijn echter geen concrete randvoorwaarden en specifieke maatregelen opgenomen in de Omgevingsvisie. Dit behoeft nadere uitwerking in de Omgevingsvisie of programma’s. De beoordeling op het beleidsveld geluid blijft daarmee sterk negatief (--). Licht Licht gaat over het voorkomen van lichtvervuiling en het reguleren van verlichting in stedelijke en natuurlijke gebieden. Dit draagt bij aan een beter milieu, minder verstoring van flora en fauna, en een prettige nachtomgeving voor inwoners. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat lichthinder in de gemeente beperkt is. Er zijn wel plekken in de gemeente waar sprake is van veel verlichting, met name de sterk verstedelijkte gebieden en bedrijventerreinen, maar die zijn vergelijkbaar met andere verstedelijkte gemeenten. Er zijn geen klachten over lichthinder bekend. Kerkrade ligt niet in een omgeving waar glastuinbouw sterk aanwezig is. Verdere verstedelijking zal weinig tot geen effect hebben op lichthinder t.o.v. de huidige situatie.
Daarom scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie positief (+). Beoordeling
Thema
Gezondheid & externe veiligheid
56
Inzetten op bedrijven met een verlaagde milieucategorie ten opzichte van de huidige situatie.
Bedrijventerreinen reserveren ruimte voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisico’ s.
Mobiliteitstransitie richt zich op minder autoverkeer en meer gebruik van OV, fietsen en wandelen.
Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand.
Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een groene, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving.
Randvoorwaarden
Er zijn in de Omgevingsvisie geen randvoorwaarden en maatregelen opgenomen die direct zijn gekoppeld aan het beleidsveld licht. De beoordeling op het het beleidsveld licht blijft daarmee positief (+).
Beleidsveld
Beoordeling
gezondheid
+/-
omgevingsveiligheid
+
lucht
+/-
geur
+
geluid
--
licht
+
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Gezondheid & externe veiligheid
6.2.2.8
Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint Bleijerheider- Pannesheiderstraat
Concrete maatregelen Thema
Beleidsveld
Beoordeling
gezondheid
+/-
omgevingsveiligheid
+
lucht
+/-
geur
+
geluid
--
licht
+
Duurzaamheid
Circulaire samenleving Het beleidsveld circulaire samenleving richt zich op het minimaliseren van afvalstromen, het hergebruiken van grondstoffen en het bevorderen van duurzame productieketens. Dit draagt bij aan een duurzamere economie en het efficiënter omgaan met hulpbronnen. In de Foto van de Leefomgeving is geconstateerd dat er al veel afvalstoffen (of: grondstoffen) worden gescheiden en hergebruikt. Het afval per inwoner ligt iets boven het landelijke gemiddelde. De gemeente Kerkrade zelf heeft ervaring opgedaan met circulair bouwen, namelijk het project SUPERLOCAL. In dit project zijn materialen van twee leegstaande hoogbouwflats hergebruikt om nieuwe woningen en inrichting van het openbaar gebied te realiseren. Dit project is een mooi voorbeeldproject voor circulaire gebiedsontwikkeling. Richting de toekomst zal door wereldwijde tekorten het gebruik van ‘virgin’ grondstoffen afnemen. Tegelijkertijd zal de transitie naar een circulaire samenleving extra ruimteclaims met zich mee brengen, zoals een mogelijke toename aan ondergrondse afvalcontainers en ruimte voor grondstoffenopslag. Desalniettemin scoort dit beleidsveld zowel in de huidige situatie als de toekomstige (autonome) situatie neutraal (+/-). Beoordeling De voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen dragen in beperkte mate positief bij aan het stimuleren van een circulaire samenleving in Kerkrade.
Het behoud en de herbestemming van beeldbepalende en cultuurhistorische waarden, zoals leegstaande kerken, voorkomt onnodige sloop en stimuleert hergebruik van bestaande gebouwen en materialen. Daarnaast draagt het gebruik van natuurlijke materialen bij de inrichting van gebouwen en buitenruimtes bij aan een duurzamer gebruik van grondstoffen.
57
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Thema
Beleidsveld circulaire Duurzaamheid samenleving
6.2.2.9
Natuurinclusief en toegankelijk agrarisch beheer, onder meer door strategisch grondbeleid van gemeentelijke gronden.
Initiatieven stimuleren hergebruik van reststromen en verminderen afvalstromen in de regio.
Gebouwen en buitenruimtes worden ingericht met natuurlijke materialen en ruimte voor hemelwateropvang.
Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie.
Beeldbepalende en cultuurhistorische waarden worden behouden, versterkt en gerespecteerd.
Randvoorwaarden
Initiatieven die zich richten op het hergebruik van reststromen en het verminderen van afvalstromen versterken de circulaire economie in de regio, maar blijven beperkt in schaal en impact. Hoewel deze maatregelen bijdragen aan het verminderen van verspilling en het efficiënter benutten van hulpbronnen, zijn aanvullende maatregelen nodig om deze ambitie structureel te ondersteunen. De gemeente stelt in haar Omgevingsvisie geen concrete ambities of maatregelen ten behoeve van een circulaire economie. Zij verwijst daarbij naar de nog op te stelen ruimtelijke visie op circulaire economie en het programma voor een circulair Parkstad in 2050, die gezamenlijk vanuit de regio Parkstad worden ontwikkeld. De regio Parkstad heeft dan ook de doelstellingen om in 2040 energieneutraal te zijn en in 2050 volledig circulair. De beoordeling op het beleidsveld circulaire samenleving blijft daarmee neutraal (+/-).