Bijlage 11 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg
Tekst van het document
B - Instrumenten gericht op de regionale afstemming/sturing van vraag en aanbod
Het opstellen van drie subregionale woningmarktprogrammeringen, op basis van de transformatieopgave De subregionale paragrafen in hoofdstuk 7 van deze structuurvisie beschrijven de uitwerking van de programmering per subregio. De transformatieopgave is daarbij het gezamenlijke koersbepalende element. De programmering heeft tot doel, een helder kader te bieden voor zowel het opstellen als het schrappen van (bestemmings)plannen en omgevingsvergunningen. Dat doel bepaalt het vereiste detailniveau van de programmering. Het instellen van een financieel compensatiebeleid * In deze subregionale woningmarktprogrammeringen worden ook de condities (compensatiebeleid) afgesproken, waaronder nieuwe initiatieven aan de woningmarkt kunnen worden toegevoegd. In principe geldt de compensatieplicht voor alle nieuwe initiatieven, als deze buiten de subregionale woningmarktprogrammering vallen. In regionaal verband kunnen uitzonderingen worden gemaakt voor bepaalde ‘nichemarkten’ en noodzakelijke woonzorgvoorzieningen, als deze niet leiden tot ongewenste concurrentie met de bestaande reguliere woningvoorraad (zie hoofdstuk 4). In geval van (kleine) particuliere locaties is het niet altijd haalbaar om fysieke compensatie te leveren. In situaties waar 5 of minder woningen worden gerealiseerd, geldt daarom een additionele constructie voor compensatie.
Bij deze kleine locaties kan een financiële bijdrage als sloopcompensatie gevraagd worden. Dit doen gemeenten via privaatrechtelijke overeenkomsten (anterieur), op basis van artikel 6.24 Wro. Dit bedrag blijft beschikbaar voor de verdunning en transformatie van de particuliere woningvoorraad. Dit financieel compensatiebeleid wordt gekoppeld aan de subregionale woningmarktprogrammeringen en een (nog in te stellen subregionaal/lokaal) sloopfonds.
Voordat er sprake kan zijn van financiële compensatie is het vereist dat deze locaties en productmarktcombinaties positief zijn beoordeeld in het kader van de regionale woningmarktprogrammering (zie hoofdstuk 4). Werkwijze Bij nieuwbouw van zelfstandige woningen wordt een subregionaal vast te stellen financiële bijdrage van 7% van de WOZ-waarde in bewoonde staat per nieuwbouwwoning (netto toevoeging) gevraagd. Inzet van deze bijdrage is alleen mogelijk ten behoeve van de sloop (inclusief eventuele aankoop) van woningen in de gemeente of de subregio die zowel kwantitatief overtollig als kwalitatief onvoldoende zijn. Bij het (netto) toevoegen van woningen in bestaand (waardevol) vastgoed (herbestemming) geldt een bijdrage van 7% van de WOZ-waarde in bewoonde staat per nieuwe wooneenheid.
60
Facultatief In bepaalde door de subregio aangewezen gebieden kan voor herbestemming van waardevol vastgoed geen bijdrage gelden. In bepaalde door de subregio aangewezen gebieden kan voor herbestemming van leegstaande winkel- en horecapanden in centra en aanloopstraten geen bijdrage gelden.
Berekenen hoogte sloopcompensatie bij kleine particuliere woningbouwinitiatieven. De hoogte van de bijdrage sloopcompensatie bedraagt 7% van de (toekomstige) WOZ-waarde van de nieuw te realiseren woning in bewoonde staat. De gemeente bepaalt de verwachte WOZwaarde van de nieuwbouwwoning(en), op het moment dat sprake is van een investeringsbeslissing en de initiatiefnemer een omgevingsvergunning of bestemmingsplanherziening wil gaan aanvragen. De gemeente meldt aan de initiatiefnemer dat sprake is van voorlopige opgave. De WOZ-waarde is gebaseerd op woningtypen en de daarbij behorende gemiddelde WOZ-waarden in de subregio. Het is aan de gemeente om te bepalen tot welk woningtype de toevoeging behoort. De hoogte van de financiële compensatie is 7% van de gemiddelde WOZ-waarde (van dit woningtype binnen de subregio). Het staat gemeenten die gebruik maken van deze regeling vrij om de gemiddelde WOZwaarden jaarlijks aan te passen in lijn met de waardeontwikkelingen in de markt. Leidraad hiervoor is de Woonmonitor. In paragraaf 8.2.6 zijn (als bijlage) per subregio de gemiddelde WOZ-waarden per woningtype weergegeven inclusief de afdracht ter hoogte van 7% van de WOZ-waarde. Het is de bevoegdheid van de gemeente om het woningtype te bepalen en daarmee de hoogte van de afdracht voor de woningtoevoeging vast te stellen. 6.2.3.
C - Instrumenten gericht op verdunning en transformatie van de particuliere woningvoorraad Bewustwording creëren bij particuliere woningeigenaren (problematiek woningmarkt en veranderingen wonen en zorg) De problematiek van de particuliere woningmarkt is nog niet (voldoende) bekend bij de particuliere woningeigenaar. De Zuid-Limburgse gemeenten zetten zich in om ervoor te zorgen dat de bewustwording van de ontwikkelingen op de woningmarkt en de gevolgen van de veranderingen in de zorgsector voor de particuliere eigenaar-bewoner wordt versterkt (door actieve gezamenlijke voorlichting/communicatie). Initiëren van een aanpak Particulier Bezit De gemeenten in Zuid-Limburg nemen het voortouw om te komen tot een aanpak voor particulier bezit. Het doel is om alle betrokken stakeholders bij deze aanpak te betrekken. Instrumenten die hierbij verder uitgewerkt en getest kunnen worden zijn (niet uitputtend): • Aankopen van particuliere woningen om deze direct te amoveren (WVG) • Transitie-exploitatie: aankoop, verhuur, sloop (TREX) • Tijdelijk Anders Bestemmen (TAB) • Verbetering doorstroming in de particuliere woningmarkt (woningmarkttreintjes) • Koopwoningen omkatten naar huur • Samenvoegen kleine woningen • Stedelijke Herverkaveling (ruilverkaveling)
61
• • • •
Toekomstbestendig renoveren van de particuliere woningvoorraad (woningverbetering) Ontwikkelingsmogelijkheden van een coöperatieve vereniging Instrumenten om restschulden te herfinancieren Inzet van ‘bad bank’ door de financiële instellingen om woningen, die uit de markt vallen, op te nemen.
Instellen van een verdunnings- en transformatiefonds * De grootste verdunnings- en transformatieopgave zal in de toekomst vooral voor rekening komen van de particuliere sector. Waar woningcorporaties investeringen doorgaans voortvarend oppakken, geldt dit niet voor eigenaar-bewoners. Deels door gebrek aan bewustwording, deels door gebrek aan financiële mogelijkheden. In Zuid-Limburg willen gemeenten anticiperen op deze ontwikkelingen. Hiertoe wordt op subregionale schaal een fonds ingesteld, met de volgende doelstellingen: • De verdunning van de omvang van de particuliere woningvoorraad door sloop en de herinrichting van locaties van ‘overtollige’ woningen; • De transformatie van een deel van de particuliere woningvoorraad naar huurwoningen; • Mogelijkheden verkennen om ook een gedeelte van het fonds revolverend te kunnen inzetten om particuliere woningverbetering te stimuleren. Dit kan in geval van zorggeschikte woningaanpassingen wellicht ook in combinatie met WMO-middelen. Voor de voeding van dit fonds zijn op dit moment nauwelijks middelen beschikbaar. Mogelijke vulmogelijkheden zijn: compensatiebijdragen van initiatiefnemers van nieuwe woningbouwplannen, rijks- en provinciale bijdragen. Ook vindt overleg plaats met banken en pensioenfondsen/ institutionele beleggers over betrokkenheid bij de financiering van deze opgaven.
Gemeenten kunnen ook geld storten in het fonds uit de eigen beleidsbegroting of de krimpmaatstafmiddelen. Het is de intentie om in 2016 concrete voorstellen te formuleren voor het instellen van een dergelijk fonds, de voeding, inzet en onttrekking. Handleiding voor leegstandssturing, waarbij ruimtelijke voorkeuren worden gekoppeld aan (aandacht voor) waardevol bestaand vastgoed * Gemeenten gaan werken aan een handleiding om ervoor te zorgen dat waardevol bestaand vastgoed wordt behouden of bewust wordt gekozen leeg te laten staan. Een inspirerend voorbeeld is de Leegstandskaart/visie van Maastricht. Ook alternatieve instrumenten om leegstand te beperken komen hierbij in beeld. Experimenteren met nieuwe woonvormen * Naast traditionele bouwmogelijkheden worden ook kleinschalige nieuwe woonvormen aangemoedigd, om de diversiteit en kwaliteit van woonmilieus te versterken. Hierbij kan worden gedacht aan woonvormen als: • Collectief Particulier Opdrachtgeverschap; • Kluswoningen; • Wooncoöperaties en • Groepswonen en 3-generatiewoningen. In principe dienen deze initiatieven ook te voldoen aan de kwantitatieve en kwalitatieve kaders in de subregionale woningmarktprogrammeringen. Als er op subregionaal niveau voldoende draagvlak voor bestaat, kan hier sympathiek mee worden omgegaan.
62
Stimuleringsregelingen * Gemeenten kunnen gewenste ontwikkelingen stimuleren. Dit kan in de vorm van subsidies of revolverende leningen. Het voordeel van de revolverende leningen is dat de financiële middelen op termijn weer beschikbaar komen voor nieuwe leningen. Duurzaamheidslening * De Duurzaamheidslening is een aantrekkelijke lening met een lage rente voor particuliere woningeigenaren. Gemeenten kunnen de Duurzaamheidslening inzetten om hun klimaatdoelstellingen te verwezenlijken en de bestaande woningvoorraad energiezuiniger te maken. Niet alleen aantrekkelijk voor de gemeente, maar ook voor de eigenwoningbezitters in de gemeente. Zij krijgen door deze maatregelen namelijk een energiezuiniger huis, waardoor de energielasten dalen, omdat er door de maatregelen minder energie wordt verbruikt. Voor de woningbezitters vallen de lasten van de Duurzaamheidslening in de meeste gevallen geheel of voor een groot deel weg door het voordeel dat zij hebben op hun energierekening. Starterslening * Het is voor starters moeilijk om een passende koopwoning te verwerven. Om dit maatschappelijk probleem te ‘verzachten’ heeft het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) de starterslening ontwikkeld. De Starterslening biedt een opstap om de eerste keer een woning te kunnen kopen.
De starterslening wordt verstrekt uit een door de gemeente op te richten revolverend fonds of afkoopmethodiek. De gemeente geeft dit fonds in beheer bij de SVn. Lening t.b.v. het levensloopbestendig maken van woningen * Idem als boven, maar dan om ingrepen uit te voeren waardoor de eigenaren langer in de woning kunnen wonen. Dit kan in de vorm van een subsidie of een lening. Mogelijk te combineren met de duurzaamheidslening. Restschuldlening * De lening wordt momenteel ontwikkeld door de SVn. 6.2.4.
D - Instrumenten gericht op het vergroten van de (betaalbare) huurwoningvoorraad
Regionale Woonvisie * Door de nieuwe Woningwet veranderen de relaties tussen gemeenten en woningcorporaties. Om bindende afspraken te maken met woningcorporaties, moet er een regionale woonvisie zijn vastgesteld (niet zijnde deze structuurvisie Wonen). Die gaat over thema’s als doelgroepen, spreidingsbeleid, betaalbaarheid, et cetera. De regionale woonvisie is ook een instrument om op een lager schaalniveau deze structuurvisie te concretiseren en de uitvoering vorm te geven. Regionale en gemeentelijke prestatieafspraken met woningcorporaties * Afspraken die met woningcorporaties worden gemaakt, kunnen zaken bevatten als: • Het sloop- en (ver)nieuwbouwtempo; • De omvang van de sociale huurwoningvoorraad; • Investeringen in niet-DAEB bezit; • Toewijzingsbeleid; • Energetische maatregelen; • Wonen en zorg; • Betaalbaarheid en woonlasten; • Uitponden en inponden.
63
Acquisitie van beleggers * De Zuid-Limburgse gemeenten proberen gezamenlijk (subregionaal of op de schaal van ZuidLimburg) op te trekken in de relatie met institutionele en particuliere investeerders, ten einde de omvang van de huurwoningvoorraad te vergroten. Dit kan bijvoorbeeld door: • Een bidbook voor beleggers op te stellen; • Diverse acquisitiemogelijkheden (o.a. deelname Provada, kennisbijeenkomsten). Status van sloop uit het verleden Woningbouwcorporaties zijn al jaren bezig hun woningvoorraad te herstructureren, vanwege slechte bouwtechnische kwaliteit en/of leefbaarheidsproblemen. Daarbij wordt sloop gevolgd door kwalitatief goede nieuwbouw. Vaak leidt dit tot een afname van de woningportefeuille, in het bijzonder bij de grotere corporaties. Nieuwbouw zonder voorafgaande sloop wordt nog beperkt gerealiseerd. Gemeenten hebben (waar nodig) met corporaties afspraken gemaakt over de herstructureringsprojecten en/of de verankering daarvan in het Strategisch Vastgoed Beleid van die corporaties. Het gaat om langlopende afspraken over sloop en vervangende nieuwbouw. Deze afspraken worden geborgd in de subregionale woningmarktprogrammering. In de rekensom sloop minus nieuwbouw kan incidenteel sprake zijn van sloopeenheden, die nog niet ingerekend zijn om nieuwbouw te compenseren (resultaat van de verdunning).
De subregio heeft de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over het al dan niet opnemen van een nieuw woningbouwinitiatief in de subregionale woningmarktprogrammering en de inzet van sloopeenheden, waarbij het leveren van maatwerk ten behoeve van ‘een goede ruimtelijke ordening’ het primaire doel is. 6.2.5.
E - Instrumenten gericht op het beheersen van het risico op (plan)schadeclaims
Overtollige plancapaciteit in bestemmingsplannen wegbestemmen Deze structuurvisie en het POL 2014 beschrijven elk, waarom de bestaande planvoorraad tegen het licht moet worden gehouden en moet slinken. Deze operatie omvat alle plannen, waarvan de uitvoering op korte termijn niet realistisch is en waarvan de gewenstheid (locatie/PMC) in de programmering niet de hoogste categorie behaalt. In Zuid-Limburg gaan alle gemeenten de bouwmogelijkheden voor één of meer zelfstandige woningen in bestemmingsplannen – tenzij opgenomen in een regionale woningmarktprogrammering – vanaf 1 januari 2017 door de gemeenteraad bij de actualisering van bestemmingsplannen schrappen. Voor de Westelijke Mijnstreek en Parkstad Limburg blijft tot 1 januari 2017 de huidige voorzienbaarheid (door de Structuurvisie Wonen Westelijke Mijnstreek en het Structuurvisiebesluit Wonen Parkstad Limburg) in tact. Het vaststellen van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg creëert de noodzakelijke voorzienbaarheid. De gemeenten communiceren actief over deze voorzienbaarheid en de daarop gebaseerde vervolgstappen. Intrekken van onbenutte omgevingsvergunningen voor woningbouw Omgevingsvergunningen kunnen worden ingetrokken, wanneer binnen 26 weken na afgifte van de vergunning niet gestart is met de bouw. Hier wordt regionaal beleid voor opgesteld.
Ontbinding van privaatrechtelijke overeenkomsten op ongewenste nieuwbouwlocaties Privaatrechtelijke overeenkomsten zijn doorgaans aangegaan met het oog op de ontwikkeling van een bouwlocatie, gebaseerd op de veronderstelling dat daaraan voldoende behoefte zou bestaan. Die behoefte is veranderd. Het ontbinden van overeenkomsten is een logisch en cruciaal onderdeel van de benodigde aanpak van de te grote plancapaciteit. Ook hier is creëren van voorzienbaarheid een voorwaarde.
64
Inzet van de Juridische Expertpool Planschade of ander onafhankelijk advies * Via de Juridische Expertpool Planschade (JEP), een door het ministerie van BZK in het leven geroepen en gefinancierde ondersteunde adviespool, is het mogelijk om (vooralsnog kosteloos tot een maximum van € 10.000,-) onafhankelijk juridisch advies in te winnen ter verkenning van de mogelijkheden voor het intrekken van plannen c.q. het beëindigen van privaatrechtelijke overeenkomsten. De concentratie van de kennis op dit gebied bij de JEP biedt de mogelijkheid om de kansen op succesvolle intrekking tussen plannen (en de eventuele risico’s daarvan) onderling te vergelijken. (Ontwikkeling van) arrangementen gericht op risicomanagement en risicoverdeling * Er kunnen arrangementen worden verkend/uitgewerkt waarbij het risico op eventuele schade wordt geminimaliseerd. 6.2.6.
F - Lobby
Om de ambities van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg te kunnen uitvoeren zijn verschillende (wettelijke) instrumenten nodig, zoals bijvoorbeeld een wettelijke regeling voor de bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen, een wettelijke regeling Stedelijke Herverkaveling, voldoende financiële middelen, regionale differentiatie in het woonbeleid, et cetera. Door regionale verschillen werkt nationaal beleid voor krimpgebieden regelmatig averechts. De Zuid-Limburgse gemeenten spreken af een gezamenlijke lobby te organiseren op basis van de in deze Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg afgesproken uitgangspunten, om ervoor te zorgen dat rijksbeleid geen belemmering vormt voor de uitvoering van deze structuurvisie. 6.2.7.
G - Monitoring
Gemeenten leveren inzet ten behoeve van de monitoring die de Provincie organiseert ten behoeve van het gemeenschappelijk belang (o.a. Woonmonitor Limburg, Plancapaciteitsmonitor Limburg en Progneff). Om de grenseffecten te monitoren onderschrijven de gemeenten de inspanningen van de Provincie Limburg om de Euregionale woonmonitor uit te bouwen. De bestuurlijke monitoring van deze structuurvisie, de programmering en de gemaakte afspraken gaat plaatsvinden binnen de bestaande bestuurlijke gremia: subregionale bestuurlijke overleggen en het BO Wonen Zuid-Limburg. Door monitoring kan er ook in beeld worden gehouden, hoe de bestuurlijke regio-indeling past bij de werkelijke ontwikkelingen op de woningmarkt. Een gemeente die bij een andere subregio wil worden ingedeeld, kan het onderwerp agenderen voor bestuurlijk overleg.
65
7.
Subregionale nadere uitwerkingen
Deze structuurvisie beschrijft hoofdlijnen die voor de hele regio Zuid-Limburg van toepassing zijn. Daarnaast bevat dit hoofdstuk de uitwerkingen, die primair van belang zijn per subregio en op dat schaalniveau – na vaststelling per gemeente – een status hebben. Ten behoeve van het totaalbeeld zijn deze uitwerkingen in dit hoofdstuk samengevoegd. 7.1.
Parkstad Limburg
In de regio Parkstad Limburg werken overheden, woningcorporaties en marktpartijen al sinds 2005 samen aan de gevolgen van bevolkingsdaling voor de woningmarkt. Dit heeft de afgelopen jaren geresulteerd in de ontwikkeling van het volgende regionaal vigerend beleid: • • • •
Herstructureringsvisie voor de woningvoorraad (2008) Structuurvisiebesluit Wonen en Retail (2011) Regionale Woonstrategie: Kiezen voor Parkstad Limburg (2012) Het kwalitatief afwegingskader voor woningbouwplannen en de regionale woningmarktprogrammering (2013)
Het regionaal woonbeleid van Parkstad Limburg is op hoofdlijnen overgenomen in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg ontstaat er in Zuid-Limburg een gelijk speelveld voor (nieuwe) woningmarktontwikkelingen. Dit betekent dat de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg leidt tot een beleidsmatige accentverschuiving in Parkstad Limburg. Hierdoor ontstaat er voornamelijk méér ruimte voor nieuwe initiatieven. Bij de inwerkingtreding van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg blijft bovenstaand regionaal beleid vigerend, als subregionale uitwerking van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Het Structuurvisiebesluit Wonen en Retail zal worden geïncorporeerd in deze Structuurvisie. De bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van de Stadsregio Parkstad Limburg is verantwoordelijk voor het regionaal woonbeleid. Om in te spelen op de beleidsmatige accentverschuivingen, als ook op de gevolgen van de nieuwe Woningwet, zullen in 2016 en 2017 de volgende uitwerkingen gaan plaatsvinden: •
•
•
•
De bestuurscommissie Wonen en Herstructurering werkt aan een nieuwe Regionale Woonvisie Parkstad Limburg, die in lijn met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg én de nieuwe Woningwet, bestaande beleidsdocumenten als de Herstructuringsvisie voor de woningvoorraad (2008) en de Regionale Woonstrategie (2012) zal gaan vervangen. Deze Woonvisie zal ook een gemeentelijke uitwerking krijgen en zal aan de gemeenteraden ter vaststelling worden aangeboden; In dit proces zullen de bestuurscommissie Wonen en Herstructurering, woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen ook nieuwe regionale prestatieafspraken sluiten, met een looptijd van 4 tot 5 jaar. Op gemeentelijk niveau zullen colleges van Burgemeester & Wethouders, woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen jaarlijks prestatieafspraken sluiten. De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg is de basis voor het maken van deze (regionale) prestatieafspraken; De bestuurscommissie Wonen en Herstructurering zal in 2016 een programmatische Aanpak Particulier Bezit starten en zal in deze aanpak de samenwerking zoeken met verschillende stakeholders; De bestuurscommissie Wonen en Herstructurering zal conform de Structuurvisie Wonen ZuidLimburg de werkwijze van de regionale woningmarktprogrammering actualiseren. Hierin zullen
66
•
7.2.
de nieuwe compensatiemogelijkheden uit de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg worden doorvertaald. De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg is leidend bij het toetsen van nieuwe initiatieven; Indien een college van Burgemeester & Wethouders het gebruik van de compensatieregeling kleine nieuwbouwinitiatieven mogelijk wil maken, zal zij hiervoor een beleidsregel vaststellen. Maastricht-Heuvelland
In de subregio Maastricht-Heuvelland wordt al geruime tijd samengewerkt op het gebied van wonen. Door de jaren heen zijn verschillende regionale woonvisies ontwikkeld, waarin afspraken zijn gemaakt over kwaliteit en kwantiteit van de te bouwen woningen. In 2012 is de ‘Regionale woonvisie Maastricht en Mergelland’ door de gemeenteraden van alle zes regiogemeenten (Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul) vastgesteld. Daaruit kwam naar voren, dat de noodzaak tot het toevoegen van woningen tot en met 2014 zeer beperkt en na 2015 zelfs negatief is. Het betreft een beleidskader met een looptijd tot en met 2015, met een doorkijk naar 2020. Gelet op de huidige ontwikkelingen is er een nieuwe (structuur)visie en actueel woningmarktbeleid nodig. Deze krijgen nu vorm via de SVWZL waarin nietvrijblijvende beleidsafspraken op Zuid-Limburgs niveau worden gemaakt. De provinciale Omgevingsverordening zal daarbij als provinciale ‘stok achter de deur’ fungeren. Gelet op het vastgesteld POL 2014 is dit het moment om te komen tot een subregionale woningmarktprogrammering om op subregionaal niveau uitwerking te geven aan de SVWZL. Deze subregionale programmering kent als kader de uitgangspunten van het POL 2014 en de SVWZL en zal regelmatig worden geactualiseerd en bijgesteld. 7.3.
Westelijke Mijnstreek
Veranderingen ten opzichte van de vigerende Structuurvisie Wonen Westelijke Mijnstreek: De uitgangspunten, hoofdlijnen en het streefbeeld van de Structuurvisie Wonen Westelijke Mijnstreek zijn op hoofdlijnen overgenomen in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. De sturing van de woningmarktprogrammering met behulp van de indeling herstructurering, harde en zachte plannen wordt vervangen door sturen met behulp van de regionale woningmarktprogrammering. Nieuwe goede, maar zachte woningbouwplannen en wonen in monumentaal vastgoed krijgen prioriteit. (Nieuw) instrumentarium in cursief: • ‘een goede woning erbij is een slechte woning slopen’ geldt nog steeds • extra opgave vanwege relatie met leegstand in transformatieopgave • sturen met de regionale woningmarktprogrammering • herprogrammeren niet afzetbare plannen • meer aandacht voor de particuliere woningmarkt • prioriteit voor bestaand, monumentaal vastgoed • compensatieregeling kleine nieuwbouwinitiatieven, andere berekening • intrekken omgevingsvergunningen en wegbestemmen bouwtitels (bij actualiseren) bestemmingsplannen • monitoren ontwikkelingen woningmarkt • lobby • voorzorgsbepalingen in de provinciale Omgevingsverordening als stok achter de deur.
67
8.
Bijlagen
8.1.
Proces
8.1.1.
Voorbereiding
In het Bestuurlijk Overleg (BO) Wonen Zuid-Limburg d.d. 10 december 2014 is de notitie ten behoeve van de procesinrichting Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg vastgesteld. Op basis hiervan zijn de 18 gemeenten, met de Provincie Limburg als procesbegeleider, aan de voorbereidingen gestart met betrekking tot de voorliggende Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Een eerste ambtelijke verkenning van met name de vijf thema’s is van januari t/m maart 2015 uitgevoerd. Eerste conceptteksten zijn geschreven en aan het BO Wonen Zuid-Limburg d.d. 20 maart 2015 voorgelegd. Op 8 april 2015 zijn in een gezamenlijke raadsconferentie voor alle 18 gemeenten gemeenteraadsleden geïnformeerd over de nagestreefde inhoud. Op 9 april volgde een eerste conferentie voor marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Beide bijeenkomsten hadden een informerend karakter. 13 mei 2015 heeft het BO Wonen Zuid-Limburg de planning bijgesteld en is een geactualiseerde notitie vastgesteld. In de periode april t/m juni 2015 is ambtelijk gewerkt aan een verdere opmaak van de voorliggende Structuurvisie. Op 9 juli 2015 heeft het BO Wonen Zuid-Limburg besloten hier inhoudelijk op te reageren. 8.1.2.
Overleg, inspraak en adviezen
Vanuit de drie woonregio’s Parkstad Limburg, Maastricht-Heuvelland en Westelijke Mijnstreek zijn gedurende de zomermaanden gezamenlijke inhoudelijke reacties ingebracht. Het BO Wonen ZuidLimburg heeft op 24 september 2015 besloten de Concept Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg in de colleges van Burgemeester & Wethouders van de 18 gemeenten te agenderen. Tijdens de inspraakperiode begin 2016 zijn middels een gezamenlijke raadsconferentie gemeenteraadsleden inhoudelijk en procedureel geïnformeerd over de voorliggende Structuurvisie. Ook werden via een conferentie voor marktpartijen en maatschappelijke organisaties deze geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld te reageren. In een separate bijeenkomst werden ambtelijke vertegenwoordigers van Belgische en Duitse overheden geïnformeerd over de opzet en consequenties van deze Structuurvisie. 8.1.3.
Procedure
De procedure die werd doorlopen om te komen tot de uiteindelijke vaststelling van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg is als volgt verlopen: Vaststelling concept door BO Wonen Zuid-Limburg (24 september 2015) Vaststelling concept door 18 colleges van Burgemeester & Wethouders (oktober t/m november 2015)
68
Inspraak Inspraakperiode (6 januari t/m 16 februari 2016) Verwerking van zienswijzen (februari-mei 2016) Vaststelling Nota met Reacties door BO Wonen Zuid-Limburg (26 mei 2016) Besluitvorming e Ontwerp en Nota met Reacties in 18 colleges van Burgemeester & Wethouders (3 kwartaal 2016) Ontwerp en Nota met Reacties in 18 gemeenteraden (september t/m november 2016) 8.2.
Tabellen en cijfers
8.2.1.
Bij hoofdstuk 1 – Uitgangspunten en ambities
Tabel 1. Scenario LED (Transformatiemonitor: Update 2014, 8 december 2014, Public Result).
69
8.2.2.
Bij hoofdstuk 2 - Wonen in Zuid-Limburg
Indicator
Toelichting
Bouwjaren 1900-1940 en 1940-1970
Voor de vooroorlogse wijken is deze indicator van belang, omdat het gaat om buurten die vaak wel karakteristiek zijn (bijvoorbeeld mijnkoloniën), maar waar woon- en bouwtechnisch de nodige aanpassingen gewenst zijn (levensloopgeschiktheid, energiebesparing). Voor de naoorlogse wijken geldt dat vaak sprake is van ‘revolutiebouw’. In grote bouwstromen moest de woningnood opgelost worden. Binnen deze periode is er wel verschil in kwaliteiten, mede door de welvaartsgroei. Gemiddeld is 40% tot 50% van de woningvoorraad in Zuid-Limburg een huurwoning. Vooral meergezinswoningen kunnen als kwetsbaar worden aangeduid. Gemiddeld is 25% tot 30% van de woningvoorraad in Zuid-Limburg een appartement. De verhouding tussen prijs en kwaliteit biedt een indicator voor de aantrekkelijkheid van een woning. De prijsverschillen tussen de subregio’s zijn aanzienlijk. Om aan te geven welke buurten in een gebied het meest kwetsbaar zijn vanuit prijs-kwaliteitsverhouding is voor vergelijking met het subregionaal gemiddelde gekozen. Voor buurten met een ten opzichte van het subregionaal gemiddelde lage WOZ-waarde is de feitelijke WOZwaarde vergeleken met de omgevingsadressendichtheid. Dit heeft geleid tot een indicator voor prijs-kwaliteitsverhoudingen van de meest kwetsbare woningen. Een indicator voor de ontspanning op de markt is de leegstand in de woningvoorraad.
Voor een deel is dit incidenteel van karakter (mutatieleegstand), voor een deel langdurig. Aspecten als opbouw woningvoorraad, bewonersgroepen, criminaliteit en overlast zijn hierin vertegenwoordigd. Voor de woonmilieus is gebruik gemaakt van regionale verschilkaarten.
Percentage huur Percentage meergezinswoningen/ appartementen Prijskwaliteitsverhouding
Percentage leegstand
Score leefbaarometer
Tabel 2. Indicatoren voor woonkwaliteit in woonmilieus (Companen/Croonen: Woonmilieus in ZuidLimburg, 2014).
70
8.2.3.
Bij paragraaf 4.2 - Omvangrijke planvoorraad: de juiste woning op de juiste plek
Tabel 3. Plancapaciteiten (toevoegingen en onttrekkingen), per 31-12-2013 (absoluut en in % van de totale woningvoorraad); bron: Woonmonitor Limburg, 2013.
Tabel 4. ‘Harde’ plancapaciteiten toevoegingen naar regio, per 31-12-2013; bron: Woonmonitor Limburg, 2013.
8.2.4.
Bij paragraaf 4.4 - Wonen en zorg
Zuid-Limburg Bevolking op 1 jan. totaal >75 jaar in % van totaal aantal inwoners
2010 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2025 2030 2035
2040
51.860 56.881 58.045 59.455 60.62061.985 63.450 65.035 76.740 86.175 95.055 103.080 9%
9%
10%
10%
10%
10%
11%
11%
13%
15%
18%
20%
Tabel 5. Vergrijzing in Zuid-Limburg (CBS Statline en E,til/Progneff 2014).
71
Bevolking op 1.1.2014
2010
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2025
2030
2035
2040
0 tot 5 jaar
24.178
23.642
23.320
23.105
23.015
23.250
23.525
23.835
24.080
22.860
20.835
18.625
5 tot 10 jaar
28.910
24.782
24.350
24.235
24.120
23.920
23.805
23.475
24.005
24.305
23.075
21.010
10 tot 15 jr
31.463
29.915
29.065
27.805
26.720
25.875
24.870
24.445
23.570
24.155
24.430
23.145
totaal <15jr.
84.551
78.339
76.735
75.145
73.855
73.045
72.200
71.755
71.655
71.320
68.340
62.780
% < 15 jr van totaal inw.
14%
13%
13%
13%
12%
12%
12%
12%
12%
13%
13%
12%
15 tot 20 jr
35.384
33.261
32.620
32.180
31.965
31.405
30.770
29.910
25.100
24.205
24.860
25.220
20 tot 25 jr
37.458
40.404
39.965
38.895
37.405
36.470
35.775
35.080
32.555
26.960
25.965
27.005
25 tot 30 jr
31.357
34.094
34.895
35.680
36.350
36.155
35.980
35.520
31.740
29.380
24.270
23.355
30 tot 35 jr
30.216
30.643
30.650
31.005
31.285
32.085
32.730
33.420
33.825
30.475
28.125
23.285
35 tot 40 jr
36.523
30.158
30.070
30.185
30.325
30.350
30.240
30.225
32.825
33.285
29.990
27.620
40 tot 45 jr
45.665
39.047
36.395
33.895
32.005
30.565
30.065
29.980
30.070
32.700
33.115
29.800
45 tot 50 jr
50.801
46.699
45.230
43.885
42.470
40.685
38.630
36.050
29.795
29.940
32.540
32.880
50 tot 55 jr
49.041
50.124
50.000
49.625
48.405
47.430
45.910
44.480
35.500
29.485
29.620
32.140
55 tot 60 jr
46.177
47.162
47.945
48.410
48.890
49.005
49.040
48.905
43.495
34.865
29.025
29.125
60 tot 65 jr
44.865
44.750
44.675
44.880
45.355
45.470
45.805
46.565
47.520
42.435
34.125
28.455
65 tot 70 jr
34.822
41.365
42.510
42.715
42.685
42.585
42.615
42.545
44.425
45.615
40.900
32.975
70 tot 75 jr
29.064
31.227
32.005
33.305
35.090
36.895
38.270
39.315
39.425
41.510
42.920
38.660
totaal 65-75 jr
63.886
72.592
74.515
76.020
77.775
79.480
80.885
81.860
83.850
87.125
83.820
71.635
% 65-75 jr van tot inw
11%
12%
12%
13%
13%
13%
14%
14%
15%
16%
16%
14%
75 tot 80 jr
23.515
24.693
25.150
25.925
26.220
26.785
27.265
27.980
34.580
34.990
37.250
38.875
80 tot 85 jr
16.153
17.961
18.170
18.135
18.535
18.815
19.260
19.705
22.285
27.990
28.725
31.080
85 tot 90 jr
8.930
9.803
10.060
10.530
10.830
11.105
11.405
11.590
12.930
15.000
19.245
20.240
90 jaar of ouder
3.262
4.424
4.665
4.865
5.035
5.280
5.520
5.760
6.945
8.195
9.835
12.885
totaal >75 jr
51.860
56.881
58.045
59.455
60.620
61.985
63.450
65.035
76.740
86.175
95.055
103.080
9%
9%
10%
10%
10%
10%
11%
11%
13%
15%
18%
20%
591.475 588.785 574.670 558.355
538.850
516.375
% > 75 jr van tot. Inw. Totaal
607.784 604.154
601.735 599.270
596.710 594.130
Tabel 6. Bevolkingssamenstelling in Zuid-Limburg qua leeftijdsgroepen (CBS Statline en E,til/Progneff 2014).
72
8.2.5. Jaar
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Bij paragraaf 4.5.1.4 – Nederlandse en buitenlandse studenten Aantal extra studenten (cumulatief) 3.600 3.908 9.988 12.300 13.000 13.000 13.000
Netto kamerbehoefte
Ontwikkeling kamerbehoefte (cumulatief)
(minus planontwikkeling zonder transformatie of herstructureringsprojecten en onderhuur)
1.440 2.763 3.995 4.920 5.200 5.200 5.200
1.318 2.497 3.193 3.272 Ca. 3000 n.n.b. n.n.b.
Tabel 7. Extra behoefte aan studentenhuisvesting in Aachen door tijdelijke extra studenteninstroom (bron: Strategisches Immobilienmanagement der Stadt Aachen).
73
8.2.6. Bij paragraaf 6.2.2 – B- Instrumenten gericht op regionale afstemming/sturing van vraag en aanbod. Maastricht-Heuvelland Type woning Gemiddelde WOZ-waarde 7% Appartement € 127.400 € 8.918 2^1 € 225.700 € 15.799 Hoekwoning € 201.500 € 14.105 Tussenwoning € 188.400 € 13.188 Vrijstaande woning € 345.500 € 24.185 Woonwagen € 63.900 € 4.473 Geen van bovengenoemde Vaststelling waardebepaling 7% van de woningtypes (bijvoorbeeld villa of door gemeente. waardebepaling van de landhuis of herenhuis) WOZ-waarde. Parkstad Limburg Type woning Gemiddelde WOZ-waarde 7% Appartement € 93.400 € 6.538 2^1 € 171.400 € 11.998 Hoekwoning € 136.800 € 9.576 Tussenwoning € 119.500 € 8.365 Vrijstaande woning € 280.200 € 19.614 Woonwagen € 63.900 € 4.473 Geen van bovengenoemde Vaststelling waardebepaling 7% van de woningtypes (bijvoorbeeld villa of door gemeente. waardebepaling van de WOZ-waarde. landhuis of herenhuis) Westelijke Mijnstreek Type woning Gemiddelde WOZ-waarde 7% Appartement € 106.000 € 7.420 2^1 € 174.200 € 12.194 Hoekwoning € 147.600 € 10.332 Tussenwoning € 132.800 € 9.296 Vrijstaande woning € 290.900 € 20.363 Woonwagen € 63.900 € 4.473 Geen van bovengenoemde Vaststelling waardebepaling 7% van de woningtypes (bijvoorbeeld villa of door gemeente. waardebepaling van de WOZ-waarde.
landhuis of herenhuis) Zuid-Limburg (illustratief) Type Appartement 2^1 Hoekwoning Tussenwoning Vrijstaande woning Woonwagen
Gemiddelde WOZ-waarde € 108.900 € 187.500 € 158.000 € 146.700 € 304.000 € 63.900
7% € 7.623 € 13.125 € 11.060 € 10.269 € 21.280 € 4.473
Tabel 8. Het instellen van een financieel compensatiebeleid (bron: Woonmonitor 2014, pag. 27 en 28).
74
8.3.
Kaarten
8.3.1.
Bij hoofdstuk 1 – Uitgangspunten en ambities
Kaart 1. Relatieve verhuisrelaties tussen gemeenten in Zuid-Limburg, periode 2007 t/m 2011 (Atrivé: Woonmilieukaart Zuid-Limburg, fase 2, 2014).
75
8.3.2.
Bij hoofdstuk 2 – Wonen in Zuid-Limburg
Kaart 2. Woonsferen Zuid-Limburg (Companen/Croonen: Woonmilieus in Zuid-Limburg, 2014).
76
Kaart 3. Woonmilieukaart Zuid-Limburg (Companen/Croonen: Woonmilieus in Zuid-Limburg, 2014).
77
Kaart 4. Gebieden met een bovengemiddelde vergrijzing (65+) en ontgroening (25-) over de periode 2011-2021, met spreiding van relevante voorzieningen (Companen/Croonen: Woonmilieus in ZuidLimburg, 2014).
78
Kaart 5. Indicatoren van belang voor lokalisering transformatieopgave (Companen/Croonen: Woonmilieus in Zuid-Limburg, 2014).
79
8.3.3.
Bij hoofdstuk 3 – Visie op de ontwikkeling van woonmilieus in Zuid-Limburg
Kaart 6. De opgaven in kaart (Atrivé: Woonmilieukaart Zuid-Limburg, fase 2, 2014). (Noot: De kaart is een weergave van een onderzoek van Atrivé. In de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg zijn alleen de drie stadskernen Heerlen, Maastricht en Sittard aangewezen als stedelijke centra. Op deze wijze wordt afgeweken van het rapport van Atrivé.)
80
8.4.
Begrippen
Aftoppingsgrens
De 'aftoppingsgrens' is een begrip uit de huurtoeslag. Als je huurprijs hoger is dan deze grens wordt je huurtoeslag 'afgetopt' ofwel verlaagd. Er zijn twee soorten aftoppingsgrenzen: een lage aftoppingsgrens voor 1persoonshuishoudens en voor 2-persoonshuishoudens tussen de 23 en de AOW-gerechtigde leeftijd. De hoge aftoppingsgrens is van toepassing op huishoudens van 3 personen of meer én 2-persoonshuishoudens, mits minstens 1 van de 2 ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd.
Beeldbepalend pand
Een pand, dat niet als monument is beschermd, maar dat naar besluit van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente of naar besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een kenmerkend onderdeel vormt van een stads- of dorpsgezicht. Pand moet als zodanig zijn aangewezen uiterlijk 12 april 2016, d.w.z. bij het ingaan van de bestuursafspraken in het kader van het POL 2014.
Bestaand bebouwd gebied Betreft de huidige situatie en ruimtelijke dimensie van de steden en plattelandskernen en bedrijventerreinen. Dit gebied is volgens een standaard-methodiek op basis van o.a. bestemmingsplannen en luchtfoto’s ingetekend door E,til. Bebouwd gebied is de Limburgse invulling van het begrip bestaand stedelijk gebied uit het Bro. Lintbebouwing en kleinere clusters van bebouwing maken onderdeel uit van het landelijk gebied. Het (bestaand) bebouwd gebied wordt onderverdeeld naar 3 zones: stedelijk centrum, bedrijventerrein en overig bebouwd gebied. Betaalbare huurwoningen
Hiermee worden huurwoningen bedoeld, met een maximale huur van ongeveer € 900,- per maand.
Bestuurlijk Overleg Wonen Bestuurlijk overleg (BO) van de wethouders Wonen (Volkshuisvesting) van de Zuid-Limburgse gemeenten en de gedeputeerde Wonen van de Provincie Limburg. Goedkope huurwoningen
Hiermee worden sociale huurwoningen bedoeld, dus woningen met een huur onder de liberalisatiegrens.
Huurtoeslaggrens
De huurtoeslaggrens voor een alleenstaande is vastgesteld op een inkomen van maximaal € 22.100,- per jaar. Indien er sprake is van een toeslagpartner, of andere huisgenoten, dan betreft de huurtoeslaggrens een inkomen van € 30.000,- per jaar.
Liberalisatiegrens
De liberalisatiegrens bepaalt of een woningen een sociale-huurwoning is of een woning in de vrije sector.
Nichemarkt
Specifiek klein afgebakend gebied van de markt; weinig concurrentie met reguliere markt; goed of dienst dat niet door partijen in reguliere markt wordt aangeboden.
81
Onttrekking
Het feitelijk en planologisch onttrekken van woningen aan de woningvoorraad d.m.v.: • fysieke sloop van woningen; • het duurzaam omzetten van de woonbestemming van een bestaande woning naar een andere functie; • samenvoegen van woningen (bijvoorbeeld één woning maken van twee woningen onder één kap, in dat geval neemt de woningvoorraad af met één woning).
Plancapaciteit
De totale gemeentelijke bouwgrondcapaciteit voor woningbouw in aantallen woningen. Verkochte bouwkavels waar per 31 december 2014 (nog) geen woningen in aanbouw zijn, dienen hiertoe ook te worden gerekend. Het betreft zowel woningtoevoegingen als ook woningonttrekkingen. De plancapaciteit wil niet zeggen dat de plannen daadwerkelijk gerealiseerd worden; de daadwerkelijke realisatie is afhankelijk van een groot aantal factoren, waaronder de regionale woningbouwprogrammering en eventuele belemmeringen in het kader van bestemmingsplanprocedures en/of marktontwikkelingen.
Planhardheid
Betreffende de planhardheid wordt de zogenaamde WRO-indeling als uitgangspunt gehanteerd. Een plan voor woningbouw doorloopt verschillende stadia. Dit begint bij de eerste ideeën over locaties welke in de toekomst voor woningbouw in aanmerking komen en gaat tot locaties welke juridisch gezien onderdeel uitmaken van de juridisch beschikbare onherroepelijke capaciteit. In de Woonmonitor worden de volgende planhardheden onderscheiden: - ‘Harde’ plannen betreffen fase 1a (onherroepelijk bestemmingsplan) en fase 1b (onherroepelijk bestemmingsplan, met nog uit te werken deelplannen). - ‘Zachte’ plannen betreffen fase 2 (vastgesteld bestemmingsplan), fase 3 (ontwerp bestemmingsplan) en fase 4 (potentiële plancapaciteit).
POL 2014
Provinciaal Omgevingsplan Limburg, vastgesteld door Provinciale Staten in december 2014. Deze provinciale structuurvisie vormt het kader waarbinnen regionale structuurvisies (o.a. op het gebied van Wonen) moeten passen.
Primaire doelgroep
Huishoudens met een inkomen onder de huurtoeslaggrens (respectievelijk € 22.100,- per jaar of € 30.000,- per jaar).
Regio-indeling / Subregio
Zuid-Limburg is voor de uitvoering van woonbeleid en het vastleggen van programmeringsafspraken opgedeeld in drie subregio’s: Maastricht-Heuvelland: de gemeenten Maastricht, Meerssen, Valkenburg aan de Geul, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals; Westelijke Mijnstreek: de gemeenten Sittard-Geleen, Beek, Stein en Schinnen; Parkstad Limburg: de gemeenten Heerlen, Brunssum, Landgraaf, Kerkrade, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal.
Secundaire doelgroep
De sociale doelgroep met een inkomen boven de huurtoeslaggrens.
82
Sociale doelgroep
Huishoudens met een inkomen onder de € 35.739,-. Het huisvesten van de sociale doelgroep is de kerntaak van de woningcorporatie.
Specifieke doelgroep
Doelgroep die een andere woonvraag heeft dan op de reguliere markt wordt aangeboden. Daar moet je dus iets extra’s of anders voor doen.
Statiegeldregeling
Regeling waarbij – onder voorwaarden – het toevoegen van een woning mogelijk is tegen een bijdrage ten behoeve van sloop of herstructurering.
Strategische projecten
Heerlen: Maankwartier, Maastricht: A2 en Belvédère en Sittard: Zitterd Revisited. Dit zijn de vier woningbouwprojecten in de Zuid-Limburgse steden, specifiek opgenomen in het convenant tussen regio, provincie en Rijk gesloten convenant ‘Koers voor Zuid-Limburg’ (2011).
Student
Iemand die een opleiding volgt aan een universiteit of hogeschool, hiertoe het gehele studieprogramma doorloopt en aantoonbaar staat ingeschreven aan een in Nederland, België of Duitsland gevestigde onderwijsinstelling, niet zijnde een extraneus[1] of een contractstudent[2]. [1] Als extraneus heb je uitsluitend het recht om tentamens en examens af te leggen in de opleiding waarvoor de inschrijving geldt. [2]. Contractstudenten volgen één of meer cursussen en nemen deel aan het moduleaanbod gericht op het verbreden en verdiepen van kennistoepassing en kennisontwikkeling.
Studentenwoning
Een woonruimte die uitsluitend beschikbaar is voor studenten gedurende de periode van aantoonbare inschrijving tot maximaal één jaar na uitschrijven aan de onderwijsinstelling. Een zelfstandige studentenwoning is voorzien van eigen sanitaire ruimtes, keuken/pantry en verblijfsruimte). Deze valt onder de strekking van deze structuurvisie. Een studentenkamer of onzelfstandige studentenwoning kent geen zelfstandige kook- en/of sanitaire voorzieningen en valt niet onder het beleid dat in deze structuurvisie is vastgelegd.
Transformatieopgave
Een kwantitatief beeld van de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad. In de (theoretische) ideale situatie bedraagt de transformatieopgave 0. De transformatieopgave wordt berekend door de huidige leegstand te vergelijken met de gewenste frictieleegstand (2%). Vervolgens wordt via Progneff de toekomstige woningbehoefte berekend en vergeleken met het huidige overaanbod of tekort aan woningen. De transformatieopgave is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouw- of sloopopgave.
Zorgwoning
Een woning of wooneenheid, bestemd voor verzorgd wonen, die niet via de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan de bewoner(s) vanwege hun beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van de bewoning zijn geïndiceerd voor zorg, die beschikbaar is in de directe nabijheid van die woning of wooneenheid en welke zorg door die bewoner(s) ook daadwerkelijk wordt afgenomen.
83
Zorgzwaartepakket (ZZP)
In een zorgzwaartepakket staat wat voor soort zorg en ondersteuning iemand nodig heeft. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) stelt vast welk zorgzwaartepakket past bij de situatie van een zorgvrager.
Zuid-Limburgse woningmarkt
Een regionaal samenhangende woningmarkt, waarbij binnen de woonregio’s de samenhang op basis van recente verhuizingen het grootst is.
84
8.5.
Literatuur / bronnenlijst
Atrivé: Woonmilieukaart Zuid-Limburg fase 2; november 2014. buroSTUB: Je zal er maar wonen – Onderzoek naar woonwensen van kenniswerkers; 2016. CBS: Statline; geen jaartal. Companen, Croonenburo5: Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg; december 2014. Croonen, Companen: Woonmilieus in Zuid-Limburg; januari 2014. Decisio: Economische analyse van het aantal internationals in Zuid-Nederland; februari 2014. E,til, Provincie Limburg: Progneff; 2014. E,til, Provincie Limburg: Woonmonitor Limburg; 2013 en 2014. Finance Ideas: Haalbaarheid sloopfonds Westelijke Mijnstreek (verkenningsfase); 2012. Limburg Economic Development: Beleidsplan 2014-2020; maart 2014. Marlet, Oumer, Ponds, van Woerkens: Groeien aan de Grens – kansen voor grensregio’s; 2014. Ministerie van BZK: Midterm Review Bevolkingsdaling; 2014. Provincie Groningen: Gronings Gereedschap – Aanpak particuliere woningvoorraad provincie Groningen; 2014. Provincie Limburg: Voor de Kwaliteit van Limburg - Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014; december 2014. Provincie Limburg, Parkstad Limburg, Ministerie van BZK: Financiële arrangementen transitie woningmarkt Zuid-Limburg; april 2014. Public Result: Economische transformatiemonitor; december 2014. Stadt Aachen: Masterplan Aachen 2030 – Perspektiven und Impulse für die räumliche Entwicklung der Stadt Aachen; 2013.
Stadt Aachen: Strategisches Immobilienmanagement; geen jaartal. Stec Groep: Opbouwen huurportefeuille uit particulier bezit; mei 2014. Stuurgroepen Wonen, Onderwijs en Zorg, L.E.D., Agendacommissie Zuid-Limburg: Een koers voor Limburg – Actieprogramma Zuid-Limburg; mei 2012. VNG, Rigo: Betaalbaarheid van wonen; 2014.
85