Beleidsplan inburgering 2022-2025.pdf
Tekst van het document
5.4 Handhaving Uiteraard is voorkomen beter dan genezen. Voorop staat dan ook dat de consulent beschikt over adequate gesprekstechniek die de inburgeraars motiveert en gemotiveerd houdt. Anderzijds dient de consulent tijdig te signalering op nalaten van de inburgeraar op de in het PIP gemaakte afspraken en hierop te handhaven. Handhaven is maatwerk, waarbij heldere communicatie en tijdig signaleren centraal staan. Ook het daadwerkelijk sanctioneren is maatwerk en afhankelijk van de aard en omvang van de schending van de afspraken, de situatie van de inburgeraar en de consequenties voor het verdere traject. De kunst is om de inburgeraar te prikkelen om het traject weer op te pakken, zonder daarbij onnodig hard te sanctioneren en de inburgeraar te demotiveren. In de Wet inburgering 2021 en het Besluit inburgering 2021 is vastgelegd bij welke gedragingen een boete opgelegd dient te worden, wat de maximale hoogte van de boete is en hoe deze, aan de hand van verwijtbaarheid, vastgesteld kan worden. De boetes zijn trapsgewijs opgebouwd. Een eerste overtreding weegt aanzienlijk minder zwaar dan bijvoorbeeld een derde. Naast de gemeente heeft ook DUO een handhavende rol in het nieuwe inburgeringsstelsel. Waar de gemeente toeziet op de handhaving van het PIP, handhaaft DUO op het binnen drie jaar behalen van de inburgeringsplicht, de MAP en het PVT.
Het uitgangspunt bij de rolverdeling tussen DUO en gemeente, is dat beide partijen gegevens uitwisselen zodat een inburgeraar niet dusdanig vaak beboet wordt dat hij of zij in financiële problemen raakt. Daarnaast zorgt deze rolverdeling er in de praktijk voor dat de gemeente enkel op statushouders en dus niet op gezins- en overige migranten handhaaft. Ook kan de gemeente op grond van de Participatiewet handhaven. Het kan dan ook voorkomen dat een inburgeraar met één gedraging beide wetten overtreedt en in theorie twee keer gesanctioneerd kan worden. Om dit te vermijden, is in de wet opgenomen dat wanneer een gemeente handhaaft op grond van de Participatiewet, handhaving op grond van de Wet inburgering niet mogelijk is.
25
6. Randvoorwaarden Om de Wet inburgering 2021 zo optimaal mogelijk uit te voeren, zijn een aantal zaken van belang.
6.1 Monitoring De Wet inburgering 2021 is een nieuwe wet, die nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich meebrengt voor ons als gemeente. Monitoring en evaluatie zijn daarom erg belangrijk, zodat we kunnen leren wat wel en niet werkt en hier tijdig op kunnen anticiperen. Om de effectiviteit van het inburgeringsbeleid te kunnen meten, worden in ieder geval de volgende zaken periodiek gemonitord: • Instroom van inburgeringsplichtigen. Omdat de instroom onvoorspelbaar is, wordt dit tevens gebruikt om een beeld te vormen van de doelgroep en waar nodig de uitvoering op bij te stellen; • De kostenontwikkeling; • Klanttevredenheid met betrekking tot de onderdelen die geen meetbaar resultaat hebben, zoals maatschappelijke begeleiding, de MAP en het PVT; • De Benchmark inburgering van Divosa; • Voor de onderdelen die niet zelf worden uitgevoerd, wordt middels nauwe samenwerking en contractmanagement gestuurd op de contractueel vastgestelde kwaliteitseisen en – criteria. Daarbij worden niet alleen contract- of subsidiegesprekken gevoerd, maar wordt ook gevraagd managementrapportages aan te leveren; • (Tussentijds) behaalde resultaten, waaronder de uitstroom per route, na hoeveel maanden deze uitstroom plaatsvindt, en de slagingspercentages voor het inburgeringsexamen, de leerroute en de diverse modules; • Behaalde resultaten op het gebied van participatie en re-integratie.
Daar een inburgeringstraject 3 jaar kan duren, is het pas mogelijk om een effectieve en complete evaluatie uit te voeren in het vierde jaar van voorliggend beleidsplan. Er is voor een langere periode gekozen omdat de verwachting is dat nagenoeg alle inburgeraars die onder het nieuwe stelsel vallen op een eerder moment nog volop met hun traject aan de slag zijn en er dus nog geen resultaten zijn. Indien nodig kan op basis van signalen vanuit de monitoring maar ook vanuit de uitvoering de evaluatie naar voren worden gehaald. De Wet inburgering is immers een nieuwe taak voor de gemeente, waarbij ook tussentijds bezien moet worden wat wel en niet werkt. Als er knelpunten ontstaan op beleids- of uitvoeringsniveau wordt hier op bijgesteld.
6.2 Financiën Het structurele inburgeringsbudget kent twee typen kosten. Dit zijn de uitvoeringskosten en de kosten voor inburgeringsvoorzieningen. 6.2.1 Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten zijn kosten voor de brede intake, het PIP, de voortgangsgesprekken, het ontzorgen en overige uitvoeringskosten. De middelen worden verstrekt via een integratie-uitkering binnen het gemeentefonds en worden verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Het budget voor de uitvoeringskosten, zoals opgenomen in de decembercirculaire 2020, is € 138.563 voor 2022 en € 152.436 voor 2023 en verder. 26
6.2.2 Financiering inburgeringsvoorzieningen Het budget voor de financiering van de inburgeringsvoorzieningen wordt aan gemeenten verstrekt door middel van een specifieke uitkering (SPUK). Het budget mag worden besteed aan voorzieningen die bijdragen aan het voldoen van de inburgeringsplicht. Onder de kosten voor inburgeringsvoorzieningen vallen onder andere de kosten voor de leerroutes, de MAP, maatschappelijke begeleiding, het PVT en de inzet van tolken. De financiering van de inburgeringsvoorzieningen wordt berekend per gehuisveste statushouder cq. ingeschreven gezinsen overige migrant en ziet er vooralsnog als volgt uit:
6.2.3 Prestatiebekostiging In de Wet inburgering is ruimte ingebouwd om, in een later stadium, een zogeheten prestatiebekostiging door te voeren. Wanneer te weinig inburgeraars hun traject succesvol afronden, kan een gemeente gekort worden op het budget dat zij ontvangt ten behoeve van de uitvoering van het inburgeringsstelsel. Daarmee wordt het van belang om bij de inkoop en in de uitvoering continu aandacht te hebben voor kwaliteit en monitoring. Naar verwachting wordt de prestatiebekostiging per 2026 ingevoerd.
6.3 Privacy De Wet inburgering en de bijbehorende regelgeving bevatten een aantal grondslagen die gegevensverwerking- en uitwisseling mogelijk maakt. Dit is echter beperkt tot de taken die de gemeente vanuit de Wet inburgering krijgt, en voorziet niet in het delen van gegevens binnen een bredere context in het sociaal domein. In de memorie van toelichting staat hierover het volgende opgenomen: “om maatwerk te kunnen toepassen, is het tevens van belang dat gemeenten in staat worden gesteld een integrale aanpak te hanteren waarbij inburgering zoveel mogelijk wordt verbonden met de overige relevante beleidsterreinen binnen het sociale domein. Om de knelpunten rondom gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein weg te nemen, heeft de Minister van BZK aangekondigd tot een aanpassing van wetgeving te komen. Gelet op de taken die gemeenten in het nieuwe inburgeringsstelsel krijgen, zal inburgering ook onderdeel gaan uitmaken van deze wetgeving.” De nieuwe taken die horen bij de Wet inburgering 2021 vallen binnen de huidige privacywetgeving , de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Ook bij de nieuwe wet is het daarom belangrijk om vooraf te bepalen welke (uitwisseling van) persoonsgegevens noodzakelijk zijn om de wet te kunnen uitvoeren.
6.3.1 Gegevensverwerking met ketenpartners Uitwisseling en verwerking van gegevens vindt in elk geval plaats met de volgende ketenpartners: • COA: we halen via het Taakstellingvolgsysteem (TVS) en de overdracht informatie op over de asielstatushouder die via de taakstelling aan de gemeente is toegewezen; • DUO: we wisselen informatie uit over de start en voortgang van het daadwerkelijke inburgeringstraject en handhaving van de resultaatverplichting;
27
•
• •
Lokale en regionale aanbieders voor bijvoorbeeld maatschappelijke begeleiding, taalcursussen, opleidingen, (onderdelen uit) het Participatieverklaringstraject (PVT) of de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), afnemers leerbaarheidstoets; CBS: we leveren informatie die CBS gebruikt voor de landelijke monitoring en evaluatie van de werking van de wet; Andere gemeenten: de overdracht van het Plan Inburgering en Participatie (PIP) en voortgang inburgeringstraject bij verhuizing naar een nieuwe gemeente die verantwoordelijkheid en monitoring overneemt.
6.3.2 Gegevensverwerking binnen de gemeente De inburgeringsplichtige kan bekend zijn in het sociaal domein van de gemeente Kerkrade, waar andere wet- en regelgeving van toepassing is, bijvoorbeeld de Participatiewet. Alleen bij noodzakelijkheid voor de uitvoering van de Wet inburgering mogen gegevens uitgewisseld worden tussen de verschillende domeinen. Als de inburgeringsplichtige meerdere hulpvragen heeft of blijkt te hebben kan er sprake zijn van meervoudige problematiek. Indien noodzakelijk mogen we een onderzoek starten naar de samenhang van de hulpvragen en de gegevens van de verschillende hulpvragen verwerken. Ook hier geldt dat dit alleen is toegestaan wanneer dit noodzaak is voor het uitvoeren van de Wet inburgering. 6.3.3 Gebruik van Burgerservicenummer (BSN) We mogen als gemeente het BSN van de inburgeringsplichtige verwerken. De hoofdregel is dat overheidsinstanties voor de uitvoering van hun wettelijke taken het BSN mogen gebruiken. Nietoverheidsinstanties mogen het BSN alleen gebruiken als dat uitdrukkelijk in een wet is geregeld. Instellingen die cursussen voor inburgeringsplichtigen verzorgen mogen dus niet het BSN van de inburgeringsplichtige gebruiken. We mogen het BSN dus ook niet richting deze instellingen gebruiken.
6.3.4 Overeenkomsten met verwerkers en verwerkingsverantwoordelijken Als we als gemeente wettelijke taken laten uitvoeren door andere organisaties, zijn laatstgenoemde vaak verwerkers. Het is dan noodzakelijk dat we met deze verwerkers een verwerkersovereenkomst afsluiten. Conform artikel 26 AVG worden tussen verwerkingsverantwoordelijken een convenant opgesteld waarin afspraken over de verantwoordelijkheid worden vastgesteld 6.3.5 AVG – compliancy activiteiten Om bij de verwerking van persoonsgegevens te voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening Gegevensbescherming dient bij de inrichting en uitvoering van de nieuwe wet inburgering hiermee rekening te worden gehouden. Bij de inrichting en uitwerking wordt de methode van “Privacy bij Ontwerp” toegepast. Dit houdt in dat bij inrichting van de verwerkingen van persoonsgegevens de maatregelen worden getroffen om te voldoen aan de AVG/UAVG. De AVG –compliancy en “privacy bij ontwerp” heeft betrekking op: De contracten en samenwerkingsafspraken De rechtsverhouding tussen partijen worden bepaald en vastgelegd middels een verwerkersovereenkomst dan wel een privacy – convenant. Applicatie en ICT ondersteuning Informatiebeveiligingsaspecten worden conform het gemeentelijk 28
-
-
-
-
Informatiebeveiligingsbeleid en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid toegepast op de inrichting en gebruik van processen, applicaties en ICT – ondersteuning. Het Gemeentelijk Verwerkingsregister (GRV) De verwerkingen van persoonsgegevens worden opgenomen in het verplichte Gemeentelijk verwerkingsregister ( Artikel 30 AVG). De rechten van Betrokkenen De rechten van betrokkenen worden gewaarborgd conform de verplichtingen in de AVG en conform het vastgestelde gemeentelijke Privacy beleid. AVG – Compliancy toepassing, beoordeling en mitigerende maatregelen Hierbij wordt zoveel als mogelijk aangesloten op producten en methoden ontwikkeld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de Informatie Beveiligingsdienst (IBD) en adviezen van het Regionaal Privacy Overleg (RPO). Advisering wordt geleverd door de gemeentelijk vakspecialisten, waaronder privacy specialisten en informatiebeveiligingsspecialisten. Nazorg Bij wijzigingen in procedures/procesgang en/of wetswijzingen worden de gevolgen voor de AVG – compliancy beoordeeld en indien noodzakelijk vinden aanpassingen plaats. Iedere 3 jaar wordt een Data Protection Impact analyse (DPIA) hernieuwd uitgevoerd.
29