Beleidsplan inburgering 2022-2025.pdf
Tekst van het document
BELEIDSPLAN INBURGERING 2022 - 2025 Gemeente Kerkrade
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding ......................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................ 4 1.2 Veelgebruikte termen .............................................................................................................. 4 1.3 Totstandkoming beleidsplan.................................................................................................... 5 2. Huidige Taken en bevoegdheden .................................................................................................. 6 2.1 Huisvesten................................................................................................................................ 6 2.2 Participatieverklaringstraject ................................................................................................... 6 2.3 Maatschappelijke begeleiding ................................................................................................. 6 2.4 Re-integratiewerkzaamheden ................................................................................................. 7 3.
Wet inburgering 2021.................................................................................................................... 8 3.1 Grootste wijzigingen binnen Wet inburgering 2021................................................................ 8 3.4 Schakels inburgering in relatie tot taken gemeente ................................................................ 9 4. Visie en doelstelling ..................................................................................................................... 11 5. Hoe gaan we dit bereiken? .......................................................................................................... 14 5.1 Strategie ................................................................................................................................. 14 5.1.1 Maatwerk ............................................................................................................................. 14 5.1.2 Effectief ................................................................................................................................ 14 5.1.3 Lokaal ................................................................................................................................... 14 5.1.4 Transparant ..........................................................................................................................
15 5.1.5 Kwaliteit ............................................................................................................................... 15 5.2 Regierol Gemeente ................................................................................................................ 15 5.3 De inburgeringsroute ............................................................................................................. 17 5.3.1 Voorinburgering ................................................................................................................... 17 5.3.2 Maatschappelijke begeleiding ............................................................................................. 18 5.3.3 Brede intake ......................................................................................................................... 18 5.3.4 Financieel ontzorgen ............................................................................................................ 19 5.3.5 PIP ........................................................................................................................................ 19 5.3.6 Leerroutes ............................................................................................................................
20 5.3.7 Participatie ........................................................................................................................... 22 5.3.8 Voortgangsgesprekken ........................................................................................................ 23 5.3.9 MAP ...................................................................................................................................... 24 5.3.10 PVT ..................................................................................................................................... 24 5.4 Handhaving ............................................................................................................................ 25 2
6. Randvoorwaarden ....................................................................................................................... 26 6.1 Monitoring ............................................................................................................................. 26 6.2 Financiën ................................................................................................................................ 26 6.2.1 Uitvoeringskosten ................................................................................................................ 26 6.2.2 Financiering inburgeringsvoorzieningen .............................................................................. 27 6.2.3 Prestatiebekostiging ............................................................................................................ 27 6.3 Privacy .................................................................................................................................... 27 6.3.1 Gegevensverwerking met ketenpartners ............................................................................ 27 6.3.2 Gegevensverwerking binnen de gemeente ......................................................................... 28 6.3.3 Gebruik van Burgerservicenummer (BSN) ...........................................................................
28 6.3.4 Overeenkomsten met verwerkers en verwerkingsverantwoordelijken .............................. 28
3
1. Inleiding Met ingang van 1 januari 2022 zal de nieuwe Wet inburgering 2021 in werking treden. Het doel van de nieuwe wet is dat dat alle inburgeringsplichtigen snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Met deze nieuwe wet gaat het huidige inburgeringsstelsel volledig op de schop. Waar gemeenten eerst weinig tot geen invloed hadden op de inburgering, krijgen zij nu de regie. Dit biedt ons als gemeente de kans om inburgering zo volledig mogelijk te integreren in het sociaal domein en stevig te positioneren in het maatschappelijk veld. De nieuwe wet brengt verschillende nieuwe taken en verantwoordelijkheden voor ons als gemeente met zich mee. Het is daarom van belang om een lokale visie op het in te richten proces vast te stellen, waarbij we rekening houden met de samenwerking binnen de regio zoals de wetgever deze beoogd heeft. Deze visie, alsook de kaders voor de inrichting van het nieuwe inburgeringsstelsel, worden in dit beleidsplan uiteengezet.
1.1 Aanleiding In 2018 is een grootschalige aanpassing van het huidige inburgeringsstelsel aangekondigd. Evaluatie van de huidige wet heeft namelijk laten zien dat het stelsel niet naar tevredenheid functioneert. Zo is een belangrijk knelpunt dat veel inburgeringsplichtigen onvoldoende in staat zijn om zelfstandig een bij hun capaciteiten en leervermogen passende cursus en cursusinstelling te kiezen. Het huidige stelsel leidt dan ook onvoldoende tot de beoogde zelfredzaamheid en participatie van de inburgeraar. Statushouders blijven vaak langdurig afhankelijk van een bijstandsuitkering omdat zij de taal onvoldoende beheersen en daardoor minder kans hebben om mee te doen aan de samenleving. Bovendien zijn zij, vanwege hun kwetsbare en veelal slechte informatiepositie, vaak slachtoffer geworden van frauduleuze taalaanbieders.
1.2 Veelgebruikte termen In het beleidsplan komen een aantal veelgebruikte termen voor. Deze worden hier uiteengezet:
Inburgeringsplicht: de verplichting om een inburgeringscursus te volgen en om deze succesvol af te sluiten;
Inburgeringstermijn: de termijn waarbinnen aan de inburgeringsplicht voldaan moet worden, welke ingaat op het moment dat het PIP (zie onderaan deze lijst) is ondertekend of uiterlijk 10 weken nadat iemand is ingeschreven in het gemeentelijk BRP;
Inburgeringsplichtigen: de inburgeringsplicht geldt voor personen die voornemens zijn langere tijd in Nederland te verblijven, met een nationaliteit van buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, met een verblijfsvergunning. De inburgeringsplicht geldt niet voor personen onder de 16 jaar of ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd;
Asielzoeker: iemand die een asielaanvraag heeft ingediend, maar nog in afwachting is van een besluit hierop;
Inburgeraar (of nieuwkomer): een inburgeringsplichtige statushouder of gezinsmigrant;
Statushouder: iemand aan wie op basis van een asielaanvraag een verblijfsvergunning verleend is. Ook hun nareizigers (nareizende familieleden) vallen hieronder;
Gezinsmigranten: een partner en/of kind uit het buitenland niet zijnde een statushouder of diens nareiziger, inburgeringsplichtig gesteld volgens de criteria zoals vermeld bij de term 4
‘inburgeringsplichtigen’;
Taakstelling: het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt ieder half jaar de taakstelling voor alle gemeenten in Nederland. Hiermee geven zij aan hoeveel statushouders iedere gemeente dient te huisvesten in het betreffende jaar;
PIP: het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie is zowel een beschikking als een trajectplan. In het PIP worden de afspraken met betrekking tot inburgering vastgelegd. Deze afspraken worden periodiek geijkt aan de voortgang van het inburgeringstraject van de inburgeraar en waar nodig wordt het PIP aangepast op de actuele situatie.
1.3 Totstandkoming beleidsplan Onderhavig beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking tussen verschillende afdelingen binnen gemeente Kerkrade en met input van verschillende stakeholders. Overleg intern en met maatschappelijke partners, waaronder Impuls en Vista, heeft geleid tot inzichten en een visie over de inrichting van het nieuwe traject.
5
2. Huidige Taken en bevoegdheden Onder de huidige wetgeving hebben gemeenten geen formele rol in het inburgeringsstelsel. Wel zijn we als gemeente verantwoordelijk voor het huisvesten en regelen van de maatschappelijke begeleiding voor statushouders en het aanbieden van het participatieverklaringstraject voor alle nieuwkomers.
2.1 Huisvesten Als gemeente zijn en blijven we verantwoordelijk voor het huisvesten van de statushouders die door het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) gekoppeld worden aan onze gemeente. Wanneer het COA een statushouder toewijst aan onze gemeente, krijgen wij hier een melding van via het Taakstelling Volg Systeem “TVS”, waar onze consulenten toegang tot hebben. In dit systeem kunnen onze consulenten de gekoppelde statushouders en basisinformatie omtrent de statushouder terugvinden. Onze consulenten hebben door ervaring al jaren geleden geleerd dat de meest effectieve aanpak is om vroegtijdig met de statushouder in gesprek te gaan om een goed beeld van de noodzaak en behoeften van de statushouder te krijgen. Wanneer duidelijk is aan welke voorwaarden een woning dient te voldoen, bijvoorbeeld vanwege gezinsgrootte of lichamelijke beperkingen, wordt de vraag hieromtrent uitgezet naar de in Kerkrade actieve wooncorporaties. Op basis van de prestatieafspraken die we jaarlijks met de wooncorporaties maken, is er een goede onderlinge samenwerking ontstaan. Iedere wooncorporatie dient aan de hand van een verdeelsleutel gebaseerd op het aandeel woningen in de gemeente en de taakstelling die we als gemeente jaarlijks krijgen, een aantal woningen beschikbaar te stellen voor statushouders. Ook wordt het woningaanbod in de particuliere sfeer bekeken.
Ondanks de krapte op de woningmarkt, lukt het ons jaarlijks hieraan te voldoen.
2.2 Participatieverklaringstraject Sinds 2017 is iedere inburgeraar verplicht om binnen 1 jaar een Participatieverklaring te ondertekenen om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Met het ondertekenen van de Participatieverklaring, verklaren inburgeraars kennis te hebben genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat de inburgeraar die respecteert. Ook verklaart men actief een bijdrage te willen leveren aan de Nederlandse samenleving en dat men erop rekent daarvoor de ruimte te krijgen van zijn medeburgers. In Kerkrade wordt het Participatieverklaringstraject (PVT) reeds vormgegeven door met de groep inburgeraars een rondrit door Kerkrade te maken in de Beleefbus en een rondleiding te krijgen door de HuB, alvorens de verklaring te ondertekenen. Statushouders volgen een meerdaagse workshop bij Impuls. Hieraan zijn geen kosten verbonden. De gezinsmigranten ontvangen na aankomst in Kerkrade een brief van de consulent waarin gevraagd wordt bepaalde informatie op te sturen. Vervolgens vindt er een videocall plaats. Tijdens dit gesprek ontvangt men informatie over het inburgeringstraject, werk, toeslagen, Kernwaarden en normen Nederlandse Samenleving de werkwijze van BSR van Impuls. Vlak voordat de Participatieverklaring dient te worden getekend krijgt men een gesprek met de consulent waarin beoordeeld wordt of men bekend is met Nederlandse kernwaarden.
Indien ja, dan mag de inburgeraar de Participatieverklaring ondertekenen. Het niet voldoen aan de verplichting binnen de termijn kost €340 euro boete. De handhaving ligt bij DUO.
2.3 Maatschappelijke begeleiding Momenteel dienen we als gemeente maatschappelijke begeleiding te faciliteren voor alle 6
statushouders die meetellen voor de taakstelling. Deze begeleiding wordt ingekocht bij welzijnsorganisatie Impuls en bestaat uit individuele begeleiding en groepsbegeleiding in de vorm van de WegWijs-bijeenkomsten, waarbij informatie gegeven wordt over verschillende thema’s zoals gezondheid, politiek en onderwijs.
2.4 Re-integratiewerkzaamheden Binnen gemeente Kerkrade werken we momenteel met dedicated klantmanagers voor de doelgroep inburgeraars. Op basis van de Participatiewet kan aan inburgeraars ondersteuning geboden worden bij het vinden van werk, of andere vormen van participeren. In de praktijk hebben wij jaren geleden al gemerkt dat een andere, intensievere aanpak voor deze groep gewenst is. De werkzaamheden die uitgevoerd worden, zijn de reguliere werkzaamheden vanuit de Participatiewet, maar dan met een meer op de inburgeraar gerichte aanpak. De inburgeraar volgt een workshop bij de consulenten en de consulenten voeren individuele gesprekken. De consulenten bepalen verdere inzet op basis van het beeld dat hierdoor is ontstaan van de inburgeraars. Onderstaand schema geeft een korte weergave van de werkwijze.
7
3. Wet inburgering 2021 Met de nieuwe Wet inburgering wordt beoogd dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de taal leren en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan deelnemen, het liefst via betaald werk. Daartoe worden de inburgeraar, de gemeente en de Rijksoverheid in positie gebracht. De nieuwe wet vormt daarmee een sterk contrast met de huidige wet (2013), waarin werd beoogd de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige voor de eigen inburgering te versterken.
3.1 Grootste wijzigingen binnen Wet inburgering 2021 Waar inburgeraars eerder vrij waren om zelf een inburgeringstraject in te kopen en verantwoordelijk waren voor het eigen traject, wordt dit nu anders ingericht. De regie van de uitvoering van inburgering komt terug naar de gemeente. De gemeente moet zorgdragen voor een sluitend inburgeringsaanbod, om zo een inburgeraar in staat te stellen tijdig te kunnen starten met zijn of haar traject. Door regie te krijgen op de gehele inburgeringsketen, wordt de gemeente niet alleen in staat gesteld een doorlopende lijn van ondersteuning te organiseren maar ook om maatwerk toe te passen. Daarmee wordt het best passende traject ingezet dat leidt tot het hoogst haalbare resultaat. Indien nodig kan de gemeente ook handhaven. De inburgeraar blijft uiteraard zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan zijn verplichtingen en het behalen van succes. Andere belangrijke wijzigingen in het traject zijn: Ontheffing zoals we dat in het huidige stelsel kennen, vervalt. Ontheffing zal enkel nog mogelijk zijn indien de geestelijke of lichamelijk toestand van de nieuwkomer het redelijkerwijs niet mogelijk maakt om succesvol een inburgeringstraject te doorlopen. Vrijstelling blijft wel mogelijk, wanneer iemand een Nederlandse opleiding volgt of heeft gevolgd.
Daar vrijstelling beoordeeld wordt door het DUO, zou de gemeente hier in de praktijk niet mee te maken moeten krijgen; Zoals reeds toegelicht in het stuk Wet inburgering: Uitgangspunten bij de uitvoering is er een verschil in het aanbod dat we als gemeente doen aan statushouders en aan gezins- en overige migranten. Taaltrajecten worden enkel voor statushouders ingekocht. Voor gezinsen overige migranten blijft gelden dat zij zelf zorg dienen te dragen voor het inkopen hiervan. Zij krijgen wel advies van de gemeente hierover in het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP); Iedere statushouder wordt ten minste 6 maanden begeleid in het kader van financieel ontzorgen. In aansluiting op ons beleidsplan Armoede en Schulden wordt planmatig gewerkt aan financiële zelfredzaamheid en stabiliteit; De eisen voor het taalniveau van inburgeraars gaat omhoog, van A2 naar B1; We starten zo vroeg mogelijk met de brede intake, om zo snel mogelijk een compleet beeld van de inburgeraar te krijgen, als basis voor het PIP. Hierin wordt tevens de leerroute (B1-, onderwijs- of zelfredzaamheidsroute) opgenomen.
3.2 Doelgroep Inwoners uit de EU, de EER (EU + Liechtenstein, Noorwegen, IJsland) en Zwitserland hebben geen inburgeringplicht als zij zich in Nederland vestigen. Migranten uit een ander land van herkomst hebben wel een inburgeringsplicht. In tegenstelling tot de huidige situatie worden Turkse nieuwkomers in onder nieuwe Wet inburgering ook inburgeringsplichtig. 8
De inburgeringsplicht geldt voor iedere nieuwkomer van 16 jaar tot de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigt en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd heeft. Eenieder die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig gesteld wordt en deze plicht ook opgelegd krijgt van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), valt onder de Wet inburgering 2021.
3.3 Opbouw nieuw stelsel De taalcomponent van het nieuwe inburgeringsstelsel wordt opgeknipt in drie taalleerroutes die ieder rekening houden met de capaciteiten en mogelijkheden van de inburgeraars, namelijk de onderwijsroute, de B1-route en de zelfredzaamheidsroute (ook wel Z-route). Daarnaast dienen inburgeraars vanaf de start van hun traject kennis op te doen over de Nederlandse kernwaarden, maatschappij en de (lokale) arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen. Ten opzichte van het huidige stelsel geldt tot slot dat het vereiste taalniveau van A21 naar B12 gaat, tenzij blijkt dat dit niet haalbaar is. Dan is het mogelijk om op onderdelen het inburgeringsexamen op A2-niveau af te leggen.
3.4 Schakels inburgering in relatie tot taken gemeente Na koppeling van de statushouder aan de gemeente (of vestiging van de gezins- of overige migrant in de gemeente) wordt gestart met de brede intake. De informatie vergaard tijdens de brede intake, vormt samen met de uitslag van de leerbaarheidstoets de basis voor het PIP. In het PIP wordt aandacht besteed aan alle leefgebieden en onderdelen van het inburgeringstraject. Voor gezins- en overige migranten zijn niet alle onderdelen opgenomen in het traject en biedt de gemeente enkel advies. Kortweg hebben gemeenten de volgende taken per doelgroep Aanbod
Statushouders
Brede intake en PIP Financieel ontzorgen Maatschappelijke begeleiding Leerroutes (inclusief Kennis van de Nederlandse Maatschappij, kortweg KNM) Participatieverklaringstraject (PVT) en Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Participatie
X X X X X
Gezins- en overige migranten X
X
X
Schakel 1: Vaststellen inburgeringsplicht • • •
Beoordeling verblijfsvergunning door Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Vaststelling inburgeringsplicht door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) DUO informeert inburgeraar en beheert bijbehorende gegevens
Geen rol gemeente
1
Het Europees Referentiekader Talen definieert dit niveau als “basisgebruiker”. Bijbehorende vaardigheden: Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven. 2 Het Europees Referentiekader Talen definieert dit niveau als “onafhankelijk gebruiker”. Bijbehorende vaardigheden: Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.
9
Schakel 2: Voorbereiden op inburgering • • •
Voorinburgering op vrijwillige basis door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) op asielzoekerscentrum Gelijktijdige screening ter bepaling koppeling gemeente Overdracht via Taakstelling Volg Systeem (TVS) naar gemeente
Rol gemeente: • • • •
Kennisnemen/verwerken inhoud TVS 3-gesprek COA, gemeente, statushouder Regelen huisvesting en verhuizing Inschrijving in gemeente en overige administratieve zaken
Schakel 3: Afnemen brede intake en vaststellen PIP • • • • •
Gemeente bepaalt afnemen brede intake en leerbaarheidstoets Start maatschappelijke begeleiding door Impuls Vastleggen uitkomsten brede intake in PIP Financieel ontzorgen Toezien op handhaven en verplichtingen
Valt allen onder rol gemeente Schakel 4: Inburgeren en participeren • •
Volgen inburgering zoals opgenomen in PIP Indien nodig PIP aanpassen
Rol gemeente: • • • • • •
Aanbieden leerroute aan asielstatushouders Participatieverklaringstraject afronden Begeleiden/toezien op voortgang inburgering, eventueel wijzigen PIP DUO informeren over voortgang Nakomen verplichtingen t.a.v. bijstand Uitvoeren participatiecomponent
Schakel 5: Afronden inburgering • •
Afronden alle onderdelen inburgeringstraject Vaststellen voldaan inburgeringsplicht (DUO)
Rol gemeente •
Nagaan of inburgering actueel/beëindigd is en met DUO communiceren
10
4. Visie en doelstelling Met Vie-leven in beweging levert de gemeente Kerkrade een bijdrage aan de gezamenlijke ambitie vanuit de regio om in 2030 de gezondheidsachterstand in te lopen en de ervaren gezondheid (goed of zeer goed) van haar eigen inwoners in 2030 op het Zuid- Limburgs niveau te brengen. Vanuit de programmalijn Vitaal ouder worden, wordt hierbij ook programmatisch ingezet op statushouders die een inburgeringstraject volgen. In relatie tot Vie, richten we ons hierbij op algehele vitaliteit, beweging, voeding en gezondheidsvaardigheden en financiën, waarbij wordt toegewerkt naar participatie, het liefst in de vorm van betaalde arbeid. Hiervoor haken we deels aan op het programma ‘Vitaal Kerkrade!’ voor de activiteiten betreffende beweging en voeding en passen we dit aan op inburgeraars met inachtneming van culturele en religieuze verschillen. In aansluiting op beweging krijgen inburgeraars fietsles. Dit past binnen de cultuur van Nederland, bevordert de mobiliteit en is ook nog eens gezond. Tevens wordt aandacht besteed aan mentale gezondheid en worden inburgeraars begeleid in het maken van een financieel gezonde start. Hiermee wordt invulling gegeven aan de 3e pijler van inburgering te weten: ‘kennis van de Nederlandse maatschappij’ dit in combinatie en het ontwikkelen in het ontdekken van hun talenten en vaardigheden vanaf de start van het inburgeringstraject.
Volwaardig mee kunnen doen aan de samenleving gaat echter verder dan kennis van de Nederlandse maatschappij. De gemeente wil samen met partners en inwoners bouwen aan sterke lokale samenwerkingen en netwerkstructuren, om de inburgeraar zo goed mogelijk op weg te helpen en deel te laten nemen aan de samenleving. De visie op de inburgering kent daarmee de volgende opbouw:
11
Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken vaardigheden en competenties Inburgeraars kunnen het beste uit zichzelf halen door te investeren in taal, talenten ofwel competenties en vaardigheden. Dit draagt bij aan het welzijn, de eigen kracht en persoonlijke ontwikkeling en het vergroot de mogelijkheden om optimaal te participeren. Taalles en participatie zijn hierin verweven met elkaar. Door taalles te volgen leert de inburgeraar met name de technische kant van de taal. Door in de praktijk de taal te gebruiken leert de inburgeraar de taal ook goed toe te passen in het dagelijks leven en zo ook de culturele nuances te begrijpen. Talent- en competentieontwikkeling kan door mee te doen aan activiteiten zoals sport, creativiteit en cultuur. Maar kan ook door een opleiding te volgen, het volgen van cursussen of het hebben van (vrijwilligers)werk of een stage. Inburgeraars worden conform de nieuwe Wet inburgering gestimuleerd om minimaal B1 taalniveau te halen. Wanneer uit de leerbaarheidstoets en de brede intake blijkt dat de inburgeraar niet in staat is de B1 of onderwijsroute te behalen, wordt de inburgeraar in de Z-route geplaatst. Wanneer de inburgeraar de B1-route volgt maar op bepaalde onderdelen niet het niveau B1 kan behalen, is er de mogelijkheid om op onderdelen examen te doen op A2 niveau.
Jongeren onder de 28 jaar worden zo veel mogelijk gestimuleerd een opleiding te volgen. Door een startkwalificatie te halen, vergroten zij hun kans op de arbeidsmarkt. Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving Taalbeheersing en participatie zijn onmisbaar voor deelname aan de samenleving. Het is voor iedere burger belangrijk dat zij een mate van sociale veiligheid en verbondenheid voelt. Actieve deelname aan de maatschappij versterkt de sociale samenhang. Door de taal te spreken en met elkaar in contact te staan leer je elkaar beter begrijpen. De gemeente werkt aan actieve deelname in de maatschappij, want een sterke sociale cohesie vergroot de gezamenlijke draagkracht en welzijn van inwoners. Gemeente Kerkrade werkt eraan om een vitale, solidaire en inclusieve gemeente te zijn. Inburgeraars worden actief betrokken bij lokale initiatieven en activiteiten waar zij affiniteit mee hebben. Daarmee wordt aan maatschappelijke activiteiten, maar bijvoorbeeld ook sport en cultuur gedacht. We laat statushouders vanaf volgend jaar een traject volgen dat stevig inzet op het ontwikkelen van een vitale levensstijl in de nieuwe omgeving waarin zij zich bevinden.
Door middel van kennismaking met fysieke activiteiten, voeding en gezondheidsvaardigheden wordt ook vanuit een andere invalshoek gewerkt aan maatschappelijke activering en binding. Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam Het nieuwe inburgeringstraject is erop gericht om mensen te ondersteunen zodat ze zo snel mogelijk maatschappelijk en financieel zelfredzaam zijn. Meedoen (het liefst via betaald werk) is hier het sleutelwoord. De gemeente begeleidt de inburgeraar daarom zo snel mogelijk na huisvesting naar een actief bestaan. Naast het begeleiden naar participatieplekken wordt er gewerkt aan werknemersvaardigheden en leert de inburgeraar omgang met financiële systemen zoals toeslagen. De weg naar zelfredzaamheid is maatwerk. Voor sommige inburgeraars geldt dat zij iets meer ondersteuning nodig hebben. Zelfredzaamheid is in dit kader gedefinieerd als dat iemand in staat is om weloverwogen keuzes te maken ten aanzien van zijn of haar leven, op zowel korte als lange termijn. Het betekent niet dat iemand alles zelf kan organiseren, maar wel dat iemand weet 12
wanneer en waar hij of zij hierbij om hulp moet vragen. Wanneer je als nieuwkomer in Nederland komt, veel hebt meegemaakt, de taal niet spreekt en onbekend bent met sociale structuren en systemen, kost het vaak veel energie om je weg te vinden in de maatschappij. Bovendien moeten statushouders vaak onder stressvolle omstandigheden integreren in een nieuwe samenleving. Veelal hebben zij zowel materiële als immateriële schade opgelopen en zijn zij de regie over hun leven verloren. Daarnaast lopen inburgeraars een verhoogde kans op financiële zorgen en problemen. De gemeente houdt er, ook als onderdeel van haar wettelijke taak, rekening mee dat er veel op inburgeraars af komt. Voor de statushouders met een bijstandsuitkering geldt dat in de eerste zes maanden na huisvesting een aantal vaste lasten, te weten de huur, de zorgverzekeringspremie en de rekening voor gas/water/elektra via de bijstandsuitkering worden voldaan (ontzorgen). Hierdoor wordt er ruimte gecreëerd om in de beginperiode aandacht te besteden aan het vergroten van de financiële zelfredzaamheid en de begeleiding hiernaartoe.
13
5. Hoe gaan we dit bereiken? Hoewel we binnen gemeente Kerkrade een goede basis hebben en onze statushouders zo goed mogelijke voorzieningen en dienstverlening binnen de (financiële) mogelijkheden verlenen, biedt de nieuwe wetgeving ons de mogelijkheid, de middelen en de wettelijke grondslag om dit proces te optimaliseren.
5.1 Strategie 5.1.1 Maatwerk De dienstverlening in domein Burger is dusdanig ingericht dat zo veel mogelijk aangesloten wordt op de behoeften van inwoners. Daarbij krijgen gemeentelijke professionals de ruimte en het vertrouwen om niet alleen de juiste dienstverlening te bieden aan de inwoner, maar ook om de grenzen in wet- en regelgeving op te zoeken om datgene mogelijk te maken wat nodig is. Inburgering behelst meer dan het doorlopen van een aantal verplichte onderdelen. Ieder mens is anders, leert anders, heeft andere talenten en vindt andere dingen leuk om te doen. De gemeente neemt de tijd om de inburgeraar te laten landen, te leren kennen en zet op basis daarvan het best passende traject in. Door de inburgeraar centraal te stellen kan er worden gekeken naar hoe de inburgeraar zich het beste kan ontwikkelen in zijn burgerschap. De ondersteuning van de gemeente is licht waar mogelijk en zwaar waar nodig. 5.1.2 Effectief De gemeente voert de regie over het inburgeringstraject en stimuleert, coacht en begeleidt de inburgeraar. Dit houdt in dat de inburgeraar na koppeling aan de gemeente direct start met de brede intake en volgens een doorlopende lijn toewerkt naar inburgering en deelname aan de maatschappij.
Er zitten zo min mogelijk gaten (zowel qua tijd als inhoud) tussen de verschillende onderdelen en ze volgen elkaar op, zodat de ontwikkeling van een inburgeraar niet onnodig stilvalt. Inburgeraars nemen niet onnodig lang deel aan een traject, maar bereiken zo snel mogelijk het hoogst haalbare niveau en nemen op de voor hen best passende manier deel aan de maatschappij. Het streven is: iedereen doet mee. De inburgeraar is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor het succesvol afronden van het inburgeringstraject. De gemeente verwacht dan ook optimale deelname en aantoonbare inzet van de inburgeraar. Handhaving wordt ingezet wanneer de inburgeraar, zonder geldige reden, zijn verplichtingen onvoldoende naleeft. Meedoen is een belangrijk thema binnen de gemeente. Door enerzijds slimme verbindingen te maken met de Jeugdwet, Participatiewet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet Taaleis en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en de bestaande dienstverlening. Anderzijds door regie te nemen richting de samenwerkingspartners en het maatschappelijk middenveld om zo optimale samenwerking hiertussen te faciliteren. 5.1.3 Lokaal De dienstverlening wordt zoveel mogelijk binnen de gemeentegrenzen opgezet.
Lokaal maatwerk kan worden geboden door inzet van plaatselijke netwerkstructuren, de realisatie van lokaal informeel taalonderwijs en door gebruik te maken van voorzieningen zoals het Taalhuis in de bibliotheek. Op deze manier kan de verbinding gelegd worden met de woonomgeving en wordt de 14
inburgering zo veel mogelijk dicht bij de inburgeraar georganiseerd. Er wordt al veel samengewerkt op sociale thema’s zoals welzijn, talentontwikkeling, eenzaamheid, veiligheid en zelfredzaamheid, zowel tussen gemeente en maatschappelijke partners als door maatschappelijke partners onderling. Door inburgering hierin te verweven wordt de lokale samenwerking en samenhang versterkt. Zaken die beter, vanwege kwaliteit en groepsvolume, (boven)regionaal gerealiseerd kunnen worden, zijn binnen Parkstad-verband of Zuid-Limburg-verband opgepakt. Een voorbeeld hiervan is de aanbesteding voor het taalonderwijs en onderdelen van de module arbeidsmarkt en participatie. 5.1.4 Transparant Door het maken van heldere afspraken en inzicht in het eigen traject, weet de inburgeraar waar hij of zij aan toe is en wat hij of zij van de gemeente mag verwachten. Ook wordt er duidelijk gecommuniceerd over mogelijke handhaving wanneer afspraken niet worden nagekomen. Omdat de inburgeraar de Nederlandse taal (waarschijnlijk) nog niet goed beheerst, wordt waar nodig informatie in de eigen taal verstrekt. De gemeente is zich ervan bewust dat vanzelfsprekendheden cultuurgebonden zijn. Om miscommunicatie, onbegrip en frustratie te voorkomen wordt er cultuursensitief gewerkt. Dit vergt een mensgerichte, open en veilige houding richting de inburgeraar.
Daarnaast blijkt uit ervaring dat vanuit verschillende culturen inburgeraars wantrouwend zijn richting de overheid. Door cultuursensitief en op basis van vertrouwen samen aan de inburgering te werken is er meer kans op transparante communicatie. 5.1.5 Kwaliteit Om een kwalitatief goed aanbod te waarborgen stelt de gemeente een aantal eisen aan partners. Zo wordt van partners verwacht dat zij, indien nodig, in het bezit zijn van relevante keurmerken en voldoen aan de wettelijke eisen. De gemeente stuurt op de kwaliteitseisen via contractmanagement en monitoring. De gemeente is gebonden aan privacywetgeving, maar zoekt binnen wettelijke mogelijkheden om (vroeg)signalering en samenwerking met partners te stimuleren.
5.2 Regierol Gemeente De regierol van de gemeente betekent concreet dat de gemeente verantwoordelijk is voor de begeleiding van het inburgeringsproces, waaronder het afnemen van de brede intake, het opstellen van het PIP, het aanbieden van de verschillende inburgeringsonderdelen zoals de PVT, het inkopen van de MAP en de leerroutes. Het begeleiden en bewaken van het inburgeringsproces is een belangrijke rol; deze wordt dan ook bij consulenten belegd.
15
Onderstaand beeld geeft de rolverdeling weer.
De consulent ziet toe op een efficiënte plaatsing van de inburgeraars en hun families in het kader van de taakstelling van de gemeente Kerkrade. Alles rondom plaatsing wordt door hen geregisseerd. Hierbij valt onder andere te denken aan huisvesting, aanvraag uitkering, etc. De consulent ziet toe op een tijdige doorloop van de schakels in het inburgeringsproces, zowel richting inburgeraar als richting samenwerkingspartner. Tevens zijn zij verantwoordelijk voor het tijdig bijsturen. Vaststellen van beleid op basis van actuele wet- en regelgeving. Deze wordt praktisch vertaald naar de uitvoering. Impact op proces richting consulent; impact op (inkoop)afspraken met samenwerkingspartner. De partner heeft regie op basis van de inhoudelijke kaders die zijn afgestemd met de gemeente Kerkrade. Binnen deze kaders begeleidt hij de klant. Hierbij is de intrinsieke motivatie van de inburgeraar van groot belang. Er wordt nadrukkelijk een beroep gedaan op zijn eigenverantwoordelijkheid. Hij heeft de sleutel van succesvolle inburgering zelf in handen.
16
5.3 De inburgeringsroute Schematisch weergegeven ziet de inburgeringsroute er als volgt uit.
Voorop dient te staan dat het tijdspad voor iedere statushouder anders kan zijn. Waar bijvoorbeeld de ene statushouder na een jaar klaar kan zijn voor het volgen van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), kan het zijn dat iemand anders daar pas na twee jaar klaar voor is. Dit is maatwerk en zal op inschatting van de consulent plaatsvinden. 5.3.1 Voorinburgering De voorbereiding van gezinsmigranten op de inburgering begint in hun land van herkomst. Zij zijn verplicht om het basisexamen inburgering in hun land van herkomst af te leggen. Deze verplichting vloeit voort uit de Wet Inburgering Buitenland. Statushouders krijgen de mogelijkheid om in het asielzoekerscentrum (AZC) deel te nemen aan het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’. Dit programma is gericht op het leren van de Nederlandse taal en vormt een eerste oriëntatie op de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt. Daarnaast krijgen statushouders ook begeleiding. Het doel van dit programma is dat statushouders zo snel mogelijk beginnen met de inburgering, zodat de overgang van het AZC naar de gemeente zo 17
soepel mogelijk verloopt. Wanneer een statushouder in de gemeente gehuisvest kan worden, wordt een warme overdracht georganiseerd tussen het COA en de gemeente. De warme overdracht heeft als doel de koppeling vanuit het perspectief van inburgering en participatie zo kansrijk mogelijk te laten verlopen. 5.3.2 Maatschappelijke begeleiding Het doel van de maatschappelijke begeleiding is de mensen goed te laten landen in hun nieuwe omgeving en een toenemende zelfredzaamheid te ontwikkelen: de asielmigrant leert zelfstandig gebruik te maken van de benodigde voorzieningen, is in staat daarin zelf keuzes te maken en kan uiteindelijk een nieuw leven in de gemeente opbouwen als volwaardig participerend burger. De maatschappelijke begeleiding wordt in opdracht van de gemeente geleverd door Impuls en richt zich op coaching en begeleiding bij praktische zaken zoals kennismaking met de (lokale) samenleving, voorlichting met betrekking tot basisvoorzieningen, begeleiden naar (financiële) zelfredzaamheid en activiteiten die bij de inburgeraar past. De maatschappelijk begeleiding is maatwerk. Voor elke inburgeraar wordt gekeken welke vraag er leeft en waar de begeleiding zich specifiek op kan richten. Voor sommige inburgeraars is de maatschappelijke begeleiding meer gericht op het leren en ontwikkelen van vaardigheden om goed deel te kunnen nemen in de samenleving.
Voor andere inburgeraars kan de begeleiding zich meer richten op hoe de inburgeraar zijn of haar vaardigheden kan inzetten in de Nederlandse maatschappij. Daarnaast biedt de maatschappelijke begeleiding een luisterend oor waar nodig. De maatschappelijke begeleiding vervult een belangrijke signalerende en verbindende rol. Daarbij wordt aansluiting gezocht op de andere onderdelen van het nieuwe inburgeringsstelsel, zonder dat hier overlap in ontstaat. Om dit te voorkomen stemmen de maatschappelijke begeleider en de consulent goed met elkaar af welke acties in gang worden gezet en welke voortgang er wordt geboekt. De consulent houdt hier het overzicht en voorkomt dat dezelfde ondersteuning van verschillende kanten geboden wordt. In het verlengde van de maatschappelijke begeleiding biedt Impuls middels vrijwilligers gezins- en taalbuddy’s, die statushouders aanvullend kunnen ondersteunen in het dagelijkse leven. 5.3.3 Brede intake De consulenten gaan zo snel mogelijk na koppeling aan de gemeente starten met de brede intake. Tevens wordt gestart met alles omtrent de woning te regelen en gaat de maatschappelijke begeleiding van start. De brede intake is een belangrijkrijk middel om regie te kunnen houden op het inburgeringsproces. Een succesvol traject begint met een goede kennismaking en goede afspraken.
Het doel van de brede intake is om een zo volledig mogelijk beeld van de inburgeraar te krijgen op alle leefgebieden. Hierbij worden in ieder geval, maar niet uitputtend, de volgende onderdelen meegenomen: leerbaarheid, opleiding, werkervaring, competenties en vaardigheden, taalniveau, interesses, mate van zelfredzaamheid, gezinssituatie, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en sociaal netwerk. Ook vormt de leerbaarheidstoets input voor de brede intake. De leerbaarheidstoets wordt ontwikkeld door een derde partij, namelijk Bureau ICE. Dit is zo bepaald door de wetgever. Deze toets is niet afhankelijk van enig taalniveau, maar breng op onafhankelijke wijze het leervermogen van de inburgeraar in kaart. Hierbij wordt ook rekening gehouden met analfabetisme. Om een goed beeld te krijgen van de inburgeraar is het nodig om hier de tijd voor te nemen. De onderdelen van de brede intake worden dan ook niet aan de hand van het aflopen van een checklist 18
uitgevraagd, maar door het voeren van gesprekken, vergelijkbaar met dienstverleningsgesprekken zoals we dat in andere disciplines kennen. Daarmee is de brede intake, alsook de verdere dienstverlening, mensgericht. Er is een verhoogde kans dat statushouders te maken hebben met psychosociale of lichamelijke problematiek, die de voortgang van het traject kan belemmeren. Hier wordt uitgebreid aandacht aan besteedt tijdens de brede intake en gedurende de verdere begeleiding. Indien nodig wordt de juiste ondersteuning ingezet. 5.3.4 Financieel ontzorgen De gemeente ziet het als een belangrijke taak om samen met de inburgeraar te werken aan de financiële zelfredzaamheid. Inburgeraars zijn financieel kwetsbaar en kunnen onnodig in de financiële problemen komen omdat zij niet bekend zijn met de Nederlandse financiële systemen, de uitgebreide bureaucratie, een zwakkere financiële startpositie hebben en problemen kunnen hebben met het begrijpen van de post. Om de financiële positie en zelfredzaamheid van de bijstandsgerechtigde statushouder te verstevigen, is de gemeente wettelijk verplicht gedurende de eerste zes maanden de statushouder te ontzorgen. Dit betekent het via de bijstandsuitkering betalen van een aantal vaste lasten, te weten de huur, de zorgverzekeringspremie en de rekening voor gas/water/elektra, voor zover de bijstandsuitkering in deze kosten voorziet.
Dit is een bestaand proces wat de gemeente vanuit de Participatiewet kan toepassen. Tijdens de periode van ontzorgen wordt ook gewerkt aan het vergroten van de financiële zelfredzaamheid van de inburgeraar middels budgetcoaching, gegeven door Impuls in samenwerking met SchuldHulpMaatje. Door de inburgeraar te ondersteunen in het ontwikkelen van de juiste vaardigheden wordt er samen toegewerkt naar financiële zelfredzaamheid. Ook hier betekent zelfredzaam niet dat iemand alles zelf kan, maar wel dat iemand weet wanneer en waar hij of zij hierbij om hulp moet vragen. Afspraken hierover worden vastgelegd in het PIP. Na het succesvol afronden van het traject naar financiële zelfredzaamheid, wordt de periode van ontzorgen afgerond. In eerste instantie wordt uitgegaan van een periode van zes maanden. Echter, als de statushouder na zes maanden nog niet financieel zelfredzaam is, kan de periode van ontzorgen worden verlengd. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van zelfredzaamheid is meekijken met de inburgeraar, trainen en langzaam loslaten. Hierbij wordt dan ook de aansluiting gezocht met de bestaande dienstverlening van Impuls, zoals bureau sociaal raadslieden.
De vastlegging van dit traject in het PIP geeft consulenten ook de gelegenheid om na de eerste zes maanden tijdens voortgangsgesprekken naar de financiële situatie te vragen, en te beoordelen of er verdere ondersteuning nodig is. 5.3.5 PIP Het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) is een beschikking welke wordt samengesteld met alle informatie uit de brede intake en leerbaarheidstoets. Het document zal alle afspraken rondom het inburgeringstraject bevatten, waaronder de leerroute en de manieren van participeren. Het is een integraal document dat gaandeweg bijgesteld kan worden als de situatie daarom vraagt. Het PIP vormt de basis voor de voortgangsgesprekken tussen de consulent en de inburgeraar. Ook kan op het PIP worden gehandhaafd wanneer de inburgeraar de afspraken niet nakomt. Het PIP moet uiterlijk tien weken na inschrijving in de gemeente door de inburgeraar zijn ondertekend. 19
5.3.6 Leerroutes Visueel weergegeven zien de leerroutes er als volgt uit.
Eén belangrijk doel van het nieuwe inburgeringsstelsel is het ondersteunen van de inburgeraar bij het behalen van het voor hem hoogst haalbare taalniveau. De leerbaarheidstoets is een zeer belangrijke factor bij de overwegingen voor de in te zetten leerroute. Op basis van de uitkomsten van de leerbaarheidstoets en de brede intake, kijkt de gemeente samen met de inburgeraar welke leerroute het meest passend is. Er zijn drie leerroutes: de Onderwijsroute, de B1-route en de Zelfredzaamheidsroute (ook wel Zroute). Voor alle leerroutes geldt dat inburgeraars in de eerste 1,5 jaar nog tussen leerroute kunnen wisselen. Als gaandeweg blijkt dat de route niet passend is, is er dus nog ruimte om over te stappen. Wel geldt dat een eventuele overstap niet zonder aanleiding mag zijn en dus goed onderbouwd moet worden. 5.3.6.1 Onderwijsroute Deze route is gericht op het behalen van het taalniveau B1 (B2 indien mogelijk) en het behalen van het inburgeringsexamen, zodat inburgeraars kunnen doorstromen naar regulier vervolgonderwijs. Omdat het een voltijds traject betreft, hoeft een inburgeraar op basis van de Wet inburgering niet apart te participeren. Een inburgeraar heeft binnen de Onderwijsroute voldaan aan de inburgeringsplicht wanneer deze het taalschakeltraject heeft behaald en het PVT heeft afgerond.
Na het taalschakeltraject, waarin ook aandacht wordt besteedt aan studievaardigheden en indien nodig aan vakken die nog behaald dienen te worden voor de gewenste vervolgopleiding, worden inburgeraars door zowel de aanbieder van de Onderwijsroute als de consulent zo snel mogelijk doorgeleid naar een reguliere Nederlandstalige vervolgopleiding. Een dergelijke opleiding helpt inburgeraars zich verder te ontwikkelen en geeft hen een goede startpositie op de arbeidsmarkt. De gemeente stimuleert jongeren (tot 28 jaar) zo veel mogelijk om deze route te volgen. Ook inburgeraars ouder dan 27 jaar kunnen de wens en het vermogen hebben de onderwijsroute te volgen. Hoewel broodbaan voor droombaan geldt, behoort dit in de praktijk tot de mogelijkheden en zal dit op basis van maatwerk ook voor mensen ouder dan 27 ingezet kunnen worden. 20
Gedurende de onderwijsroute wordt de inburgeraar zowel vanuit de onderwijsinstelling als de gemeente begeleid in zijn traject en het vervolg erop. Tijdens de voortgangsgesprekken met de consulent wordt ook aandacht besteed aan de toekomstplannen van de inburgeraar. Deze gesprekken zijn onderdeel van het PIP. Hoewel het taalarrangement van de Onderwijsroute onderdeel uit zou maken van een aanbesteding op Zuid-Limburgse schaal, is bij de uitwerking van de aanbesteding gebleken dat de Onderwijsroute hier niet geschikt voor is. De Onderwijsroute vraagt, nog meer dan de andere routes, om maatwerk. Tevens waren, vanwege de late bekendmaking van de wettekst en lagere wet- en regelgeving, de specifieke wettelijke voorschriften betreffende de Onderwijsroute nog niet duidelijk. Dit biedt onze consulenten de mogelijkheid om iedere inburgeraar die de Onderwijsroute gaat volgen, aan te melden voor het bij hen best passende traject dat redelijkerwijs mogelijk is. 5.3.6.2 B1-route De B1-route wordt gezien als de reguliere inburgeringsroute en is gericht op het beheersen van het Nederlands als tweede taal (NT2) op taalniveau B1. De B1-route is de route voor alle inburgeraars die taalniveau B1 kunnen halen en waarbij het volgen van een vervolgopleiding niet tot de wensen of mogelijkheden van de inburgeraar behoort.
Het doel van de B1 route is zo snel mogelijk een zo hoog mogelijk taalniveau behalen en zo de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Als het B1niveau niet op alle onderdelen (lezen, schrijven, spreken en luisteren) haalbaar is, kan een inburgeraar onderdelen van het inburgeringsexamen ook op A2-niveau afleggen. Dit is mogelijk na 600 uur taalonderwijs. De doelgroep voor de B1-route is breed en de leerbaarheid en het opleidingsniveau van deelnemers kan uiteenlopen. Om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, wordt het leren van de taal gecombineerd met participatie. Door deze dualiteit aan te brengen in de trajecten, krijgt de inburgeraar ook meer kans om de Nederlandse taal te oefenen en zijn beheersing ervan te vergroten. Het taalarrangement van de B1-route is op Zuid-Limburgse schaal aanbesteedt. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwacht dat ongeveer 65% van de inburgeraars voor de B1-route in aanmerking zal komen. De werkelijke instroom zal in de praktijk blijken. 5.3.6.3 Zelfredzaamheidsroute (Z-route) Voor inburgeringsplichtigen bij wie aan de hand van de brede intake wordt vastgesteld dat zij het A2-niveau niet zullen halen binnen de B1-route, is er de Z-route.
Deze Z-route vervangt de ontheffingsmogelijkheid van het huidige stelsel en zorgt ervoor dat iedere inburgeraar een passend aanbod naar vermogen krijgt. De Z-route is gericht op het gebruik van de Nederlandse taal in de praktijk, het ontwikkelen van de zelfredzaamheid, activering en participatie. Participatie kan in dezen bestaan uit betaald werk, vrijwilligerswerk, stage, arbeidsoriëntatie en arbeidstoeleiding, maar ook participeren in een sportieve of culturele omgeving. Alle vormen van participeren, oftewel meedoen in de maatschappij, kunnen passend zijn. Dit is afhankelijk van de competenties en omstandigheden van de inburgeraar. 21
Met name in de Z-route kunnen de activiteiten die binnen het traject ingezet worden in het kader van vitaliteit en gezondheid een doorslaggevende factor zijn in het wel of niet succesvol inburgeren. Binnen deze route kan extra worden ingezet op activiteiten in andere domeinen zoals gezondheid en sociaal netwerk, om het spreken van de Nederlandse taal en maatschappelijke deelname te stimuleren. Bijvoorbeeld door statushouders aan te melden voor kookworkshops en actieve/sportieve activiteiten, kunnen zij een netwerk opbouwen, de Nederlandse taal in de praktijk gebruiken en werken aan de algehele vitaliteit. Doordat we per inburgeringsplichtige inzetten op een individueel afgestemd en betekenisvol traject wordt optimaal geïnvesteerd in de ontwikkelkansen van de deelnemer, op zowel taal als participatie in de Nederlandse samenleving. De begeleiding van deze doelgroep gedurende het traject zal van de gemeente een stevige inzet vragen. Binnen de Z-route wordt 800 uur besteed aan de beheersing van de Nederlandse taal, eventueel via informeel taalonderwijs, naast de participatie. De doelgroep hoeft geen inburgeringsexamen af te leggen; in plaats daarvan wordt in een eindgesprek met de consulent bepaald of de inburgeraar zich voldoende heeft ingezet. Motivatie en inzet van de inburgeraar is binnen de Z-route dan ook extra belangrijk.
De gemeente streeft binnen de Z-route naar een optimale ontwikkeling van taal en competenties. Het leren binnen deze route heeft voornamelijk een praktische context. De inburgeraar kan binnen deze route daarom ook aan andere basisvaardigheden werken, zoals rekenen en digitale vaardigheden. In tegenstelling tot het oude inburgeringsstelsel, worden er geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend. Net als bij de B1-route is het taalcomponent van de Z-route onderdeel van een aanbesteding op Zuid-Limburgse schaal. Naar verwachting van het ministerie zal 10% van de inburgeraars dit traject volgen. Wij verwachten echter, net als de meeste andere gemeenten, op basis van ervaring, dat dit percentage hoger zal liggen. 5.3.7 Participatie In een vroeg stadium hebben we reeds de conclusie getrokken dat we het participatiecomponent als gemeente zelf uit willen voeren. Hiervoor geldt een aantal argumenten. Wellicht de belangrijkste is dat we als gemeente nadrukkelijk zelf de regie willen blijven houden op de klantontwikkeling en onze klanten voortdurend in beeld willen houden. Daarnaast ontvangt een groot deel van de inburgeringsplichtigen een uitkering in het kader van de Participatiewet, een taak die nadrukkelijk onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt.
We willen deze beide wettelijke taken (Wet inburgering en Participatiewet) natuurlijk in synergie met elkaar uitvoeren. De gemeente is bij uitstek de partij die hier vanuit de Participatiewet de benodigde kennis en ervaring mee heeft. Tenslotte is er meer maatwerk mogelijk als we het participatiedeel als gemeente zelf organiseren. Gezien de diversiteit van de doelgroep is dit van groot belang. In aansluiting op Vie wordt participatie in het nieuwe inburgeringstraject in Kerkrade vervlochten met gezondheid en vitaliteit. In het verlengde van Vitaal Kerkrade gaan statushouders aan de slag met vergelijkbare activiteiten die in hun eigen inburgeringstraject geïntegreerd gaan worden, 22
waarbij statushouders kennis maken met verschillende sporten c.q. fysieke activiteiten, voeding en gezondheidsvaardigheden. Statushouders maken kennis met gezond en in Nederland betaalbaar voorhanden voeding en nieuwe sporten. Tevens wordt aandacht besteed aan voorlichting over onder andere het Nederlandse zorgstelsel, seksuele voorlichting en gezinsplanning. Ter bevordering van de mobiliteit, krijgen statushouders geleerd om te fietsen. 5.3.7.1 Participatie in de Onderwijsroute In de Onderwijsroute is geen sprake van het apart moeten voldoen aan een verplichting rondom participatie. De Onderwijsroute is een voltijds traject, waardoor de ruimte voor participatie beperkt is. Desondanks worden jongeren wel gestimuleerd om ook naast het traject actief te zijn, bijvoorbeeld door middel van een bijbaan of aanmelding bij een sportclub. 5.3.7.2 Participatie in de B1-route Bij voorkeur vindt participatie plaats via betaalde arbeid; als dit (nog) niet tot de mogelijkheden behoort, wordt ingezet op participatie naar vermogen. Voor jongeren die niet in aanmerking komen voor de Onderwijsroute, bijvoorbeeld omdat zij niet in staat zijn om op alle onderdelen het B1taalniveau te behalen, behoort het volgen van een entreeopleiding (mbo niveau 1) ook tot de mogelijkheden. Hiermee worden de kansen op de arbeidsmarkt vergroot.
Naast (vrijwilligers)werk of een entreeopleiding wordt vanuit de gemeente ook ingezet op deelname aan maatschappelijke activiteiten passend bij de interesses van de inburgeraar. 5.3.7.3 Participatie in de Z-route Samen met de inburgeraar wordt er gezocht naar passend (vrijwilligers)werk om zo de deelname aan de maatschappij te bevorderen. Deelname aan de Z-route hoeft namelijk niet te betekenen dat de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. Per inburgeraar kan de mate waarin hij in staat is om te participeren sterk verschillen. Het toepassen van maatwerk is dan ook op dit onderdeel in de Z-route van groot belang. Het is namelijk mogelijk dat ook enige vorm van vrijwilligerswerk of werkervaringsplekken niet binnen de mogelijkheden van de inburgeraar liggen, hetzij op het moment of in de toekomst. In dat geval kan het participatieonderdeel worden ingevuld met enkel maatschappelijke activiteiten. Deze activiteiten kunnen voor een deel van de inburgeraars die de Zroute volgen, als opstap naar (betaalde) arbeid dienen. Binnen deze route speelt deelname aan maatschappelijke activiteiten daarom ook een grote rol. Voor zowel de B1- als de Z-route geldt dat invulling geven aan taal en participatie maatwerk is. Binnen de leerroutes wordt samen met de inburgeraar bekeken welke vorm van participatie het meest passend is. Dit wordt ook opgenomen in het PIP.
De samenwerking met de lokale partners met aanbod op dit gebied is hier cruciaal. 5.3.8 Voortgangsgesprekken De begeleiding van de inburgeraar wordt uitgevoerd door een consulent op basis van de afspraken die vastgesteld zijn in het PIP. Deze consulent is de contactpersoon voor zowel de inburgeraar als de ketenpartners, en treedt op als procesbewaker, werkt coachend en ondersteunt op deze wijze de inburgeraar bij het behalen van zijn doelstellingen. Zo kan de gemeente ook gedurende het traject de regie goed in handen houden.
23
Tijdens het inburgeringstraject spreekt de consulent de inburgeraar een aantal keer over de voortgang van het traject en het PIP. Daarbij handhaaft de consulent indien nodig. In het begin van het traject zal de frequentie van de gesprekken hoger liggen, om zo een goede start van het traject te waarborgen. Dit neemt uiteraard niet weg dat er buiten de voortgangsgesprekken om ook contact is tussen de consulent en de inburgeraar; het betreft hier echter langere gesprekken waarin naar alle leefgebieden, zoals opgenomen in het PIP, wordt gevraagd. 5.3.9 MAP De module Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt is onderdeel van het huidige stelsel. Deze wordt vervangen door de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), een module waarbij de inburgeraar de eigen competenties en arbeidskansen in beeld brengt. Dit wordt gecombineerd met praktische inzet op de lokale arbeidsmarkt. Hoe de MAP op individueel niveau wordt ingevuld, wordt vastgelegd in het PIP. De module sluit aan op de ambitie van de gemeente om de inburgeraar naar een betaalde baan te begeleiden. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het aanbod van deze module voor inburgeraars in de B1-route en de Z-route. In de Onderwijsroute zal een vorm van arbeidsmarktoriëntatie verweven zijn in het curriculum. In de onderliggende regelgeving is bepaald dat acht thema’s in de MAP aan de orde moeten komen, te weten: 1. beroepenoriëntatie, 2.
werknemerscompetenties, 3. realistisch beroepsbeeld, 4. beroepskansen, 5. beroepscompetenties verwerven, 6. netwerk opbouwen, 7. werk vinden, 8. werkcultuur. Ook is vastgelegd dat er minimaal één activiteit gericht op de praktische inzet op de arbeidsmarkt moet worden opgenomen in de MAP, welke minimaal 40 uur moet beslaan. Dit kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn of het verrichten van werkbezoeken aan werkgevers. Voor de onderdelen beroeps- en bedrijfsoriëntatie en bedrijfsbezoek is in Parkstad-verband aan het WSP Parkstad gevraagd om een voorstel te doen. WSP heeft hier een uitwerking voor gemaakt, zo veel mogelijk aansluitend op de reguliere dienstverlening. Van het aanbod van WSP kan op klantniveau op basis van het cafetariamodel gebruikgemaakt worden. Naast de mogelijkheid om gebruik te maken van de dienstverlening van het WSP, hebben we uiteraard zelf ook consulenten met ervaring op deze onderdelen. Het al dan niet gebruik maken de dienstverlening van het WSP zal bekeken worden aan de hand van de praktijk. 5.3.10 PVT Om de sociale verbondenheid te vergroten en een plek te vinden in de maatschappij is het belangrijk om de Nederlandse cultuur te begrijpen. Tijdens het participatieverklaringstraject (PVT) maken de inburgeraars kennis met de Nederlandse maatschappij en normen en waarden.
Aan bod komen kernwaarden zoals vrijheid en gelijkheid, emancipatie en in het kader van de huidige ontwikkelingen 24
op het gebied van gezondheid en vitaliteit zijn dit uiteraard ook belangrijke thema’s. De totale duur van het PVT is 12 uur. Dit is een wettelijk bepaalde minimumduur, waar een deel theorie en een excursie in dienen te zitten. De verplichting om het PVT te volgen, wordt opgenomen in het PIP. Om overlapping met de informatiebijeenkomsten van de maatschappelijke begeleiding te voorkomen, is ervoor gekozen om het theoretische deel van het PVT onderdeel uit te laten maken van de WegWijs-cursus gegeven door Impuls. De thema’s die centraal staan zijn politiek, emancipatie, overheid, gezondheid, onderwijs, werk en inkomen, financiën en normen en waarden. Er wordt gewerkt aan het creëren van vertrouwen bij de statushouder tegenover de (voor de veelal nieuwe) aspecten van de Nederlandse samenleving. Zo maken de deelnemers kennis met een afvaardiging van de Kerkraadse politie, om eventueel wantrouwen vanwege corruptie in thuisland weg te nemen. De excursie, zoals die reeds langere tijd met de deelnemers gemaakt wordt, zal hetzelfde blijven. Tijdens deze excursie maken nieuwkomers kennis met interessante plekken binnen onze gemeente.