CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 25 februari 2026, gemeente Kerkrade28.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Paragrafen

Artikel 24. Paragrafen 1. In de verplichte paragrafen bij begroting en rekening dient minimaal voldaan te worden aan de wettelijke eisen. Daarnaast kan het college aanvullende relevante informatie opnemen. Ook kan de raad verzoeken om aanvullende informatie op te nemen. 2. Voorts kunnen de betreffende onderwerpen ten behoeve van de kaderstelling door de raad nader worden uitgediept in afzonderlijke nota’s. § 7.

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 25. Nadere regels 1. Het college kan voor de uitvoering van deze verordening nadere regels en instructies geven. 2. Daar waar te verstrekken informatie de onderhandelingspositie of andere belangen van de gemeente in individuele gevallen naar het oordeel van het college kan aantasten, kan worden volstaan met het niet of niet afzonderlijk herkenbaar opnemen van deze informatie in begroting, jaarstukken en andere openbare stukken. Artikel 26. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking vanaf begrotingsjaar 2025. Artikel 27. Overgangsbepaling 1. De “Financiële verordening gemeente Kerkrade 2021” wordt ingetrokken. 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft “Financiële verordening gemeente Kerkrade 2008” van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 28. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam "Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025".

-7-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

Bijlage “Afschrijvingsbeleid” §1. Definities en uitgangspunten Uiteraard zijn het Besluit begroting en verantwoording (BBV) en de uitspraken en notities van de landelijke commissie BBV leidend. Binnen deze landelijke kaders hebben gemeenten een bepaalde mate van vrijheid. De invulling daarvan wordt als lokaal kader in deze bijlage vastgelegd. Onder een investering wordt verstaan het vastleggen van vermogen in een object, waarvan het nut zich over meer jaren uitstrekt. Voor de verschillende vormen van investeringen wordt verwezen naar het actuele BBV. Activeren is het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde object met meerjarig nut (kapitaalgoed), dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd. Als een investering is geactiveerd, moet er op worden afgeschreven, enkele uitzonderingen daargelaten. Afschrijven is het op methodische wijze – volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur – ten laste van de exploitatie brengen van een kapitaalgoed. Dat gebeurt om de lasten toe te kunnen rekenen aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het activeren ontstaan er jaarlijkse kapitaallasten, totdat de investering geheel is afgeschreven. Deze kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en toegerekende rentekosten.

Een eerste uitgangspunt is dat lineair wordt afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur van een actief. In sommige gevallen, wanneer de technische levensduur langer is dan de economische en het actief als zodanig ook nog kan worden gebruikt, kan worden afgeschreven over maximaal de technische levensduur (voorbeeld: computers, kantoormeubilair). Een tweede uitgangspunt is dat alle redelijkerwijs met de vervaardiging of verkrijging van een activum samenhangende directe en indirecte kosten/overhead voor activering in aanmerking komen, althans voor zover het kapitaalgoed en de samenhangende kosten volgens de BBV-voorschriften mag worden geactiveerd. Of sprake is van een investeringsuitgave of onderhoudsuitgave is overigens niet altijd duidelijk aan te geven. Bij een bestaand actief is sprake van een investering indien de uitgaven: leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of leiden tot een levensduurverlenging; en/of aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijv. investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften).

Wanneer uitgaven worden gedaan ten behoeve van het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief, dan is er sprake van onderhoud.1 Verlenging van de afschrijvingstermijn kan worden overwogen indien een nieuwe beoordeling van de voorheen gekozen looptijd tot de conclusie leidt dat de levensduur/gebruiksduur van een activum een verlenging rechtvaardigt. Omgekeerd kan natuurlijk ook. Een aanpassing van de gebruiksduur betreft een schattingswijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. 2 Tot slot geldt dat de bepalingen en termijnen die hieronder worden genoemd leidend zijn, doch niet absoluut. In individuele gevallen kan het namelijk gerechtvaardigd zijn een andere termijn of 1 Commissie BBV, Notitie Materiële Vaste Activa 2 Commissie BBV, Notitie Materiële Vaste Activa

-8-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

methodiek te hanteren. Een andere termijn kan aan de orde zijn afhankelijk van bijvoorbeeld de aard van de investering, de technische kwaliteit van de gebruikte materialen of omgevingsfactoren waarin het activum wordt gebruikt. Een andere methodiek, bijvoorbeeld annuïteiten, kan aan de orde zijn wanneer het wenselijk is om de totale kapitaallasten van het activum jaarlijks gelijk te houden. §2.

Specifieke bepalingen

Omschrijving Afschrijving Activa met een verkrijgingsprijs van Komen ten laste van de exploitatie, worden dus ook minder dan € 5.000, uitgezonderd niet geactiveerd en afgeschreven. gronden en terreinen Gronden en terreinen Niet: op grond kan niet worden afgeschreven, omdat grond geen slijtend actief is en daarom een eeuwigdurende gebruiksduur heeft. Geactiveerde kosten voor Lineair, maximaal 5 jaar (BBV art. 64 lid 5). onderzoek en ontwikkeling voor Deze (voorbereidings-)kosten kunnen geactiveerd worden, mits een bepaald actief (immateriële aan de voorwaarden wordt voldaan zoals gesteld in het vaste activa) geldende BBV. Kosten voor het afsluiten van Komen ten laste van de exploitatie, worden dus ook geldleningen niet geactiveerd en afgeschreven. Voor zover de kosten groter zijn dan € 50.000 en de lening een looptijd heeft langer dan 1 jaar, mogen deze kosten lineair worden afgeschreven gedurende maximaal de looptijd van de lening. Financiële bijdragen aan activa in Bij voorkeur zo snel mogelijk afschrijven, maar maximaal gelijk eigendom van derden (immateriële aan de afschrijvingsduur van de activa waarvoor de bijdrage aan vaste activa) derden wordt verstrekt (BBV art.64 lid 6), met een maximum van 25 jaar. Overigens moet wel worden voldaan aan de specifieke voorwaarden die het BBV voor activering stelt. §3.

Afschrijvingstermijnen

Investeringen economisch nut jaren omschrijving 40 (nieuwe) rioleringen en relining 40 nieuwbouw, renovatie, restauratie en aankoop onderwijshuisvesting inclusief daarin inbegrepen voorzieningen en (technische) installaties mits inbegrepen in totaalkrediet 25 nieuwbouw, renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en bedrijfsgebouwen inclusief daarin inbegrepen voorzieningen en (technische) installaties mits inbegrepen in totaalkrediet 10 afzonderlijke bouwkundige of andere voorzieningen, technische installaties, meubilair, levensduur-verlengend onderhoud (upgrading) NB: wanneer bijv. als gevolg van reconstructie feitelijk en technisch sprake is van een nieuw activum, kan er als zodanig ook op worden afgeschreven 6 transportmiddelen -9-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

5 5

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

automatiseringsapparatuur en programmatuur rolstoelen en overige WMO-hulpmiddelen NB: bepaalde hulpmiddelen kunnen langer meegaan, bijvoorbeeld trapliften 10 jaar

Investeringen maatschappelijk nut openbare ruimte jaren 25 / 35

25 15 10

§4.

omschrijving wegen/straten/pleinen, bruggen, viaducten, geluidswallen en overige civieltechnische kunstwerken NB: voor zover de technische levensduur van een bepaald nieuw of gereconstrueerd activum 35 jaar of meer is, kan vanaf 2008 dit activum in maximaal 35 jaar worden afgeschreven. Begraafplaatsen (niet de grond, hierop mag niet worden afgeschreven), sportcomplexen/velden (voor zover eigendom gemeente) openbare verlichting, openbaar groen/groenvoorzieningen, verkeersregelinstallaties straatmeubilair, speelvoorzieningen, hondenuitlaatplaatsen, verkeersmaatregelen, fiets/voetpaden

Moment en bedrag van activeren en afschrijven.

Op basis van de oorspronkelijke kredietvoteringen en de boekwaarde per 1/1 van het jaar dat volgt op het jaar waarin met de productie of aanschaf van het object wordt gestart, worden de afschrijvingen geraamd. Feitelijke afschrijvingen vinden plaats naarmate het activum gereed komt c.q. uitgaven zijn gedaan. 3 Er mag immers geen negatieve boekwaarde ontstaan. In bepaalde situaties, bijvoorbeeld bij majeure langlopende projecten, kan er voor worden gekozen om de ingebruikname van het object maatgevend te laten zijn voor het startjaar voor de afschrijvingen. Bij gebouwen is dit in elk geval zo. Deze systematiek heeft als kenmerken voorzichtigheid en vooral gelijkmatigheid, waardoor er begrotingstechnisch geen onnodige fluctuaties in de kapitaallasten ontstaan. In het geval een investering is vertraagd, maar het bedrag van de al gedane investering hoog genoeg is om op af te schrijven, wordt hiermee al gestart. De afschrijvingen lopen dan in de pas met de begrote afschrijvingen. Bovendien wordt hiermee het gelijkmatigheidsbeginsel nagestreefd. In totaliteit wordt uiteraard hetzelfde bedrag afgeschreven. Uitgangspunt is volledige afschrijving van een object. Er wordt in beginsel geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. Indien hiervan wordt afgeweken moet dit goed onderbouwd en gemotiveerd worden conform BBV.

Indien een object met een bepaalde restwaarde wordt afgestoten, dient afboeking van de restwaarde (sanering) plaats te vinden. Indien bij het afstoten een boekwinst wordt gerealiseerd, dient deze boekwinst na overdracht te worden verwerkt als incidentele bate. De opbrengst mag niet direct met de aanschafwaarde van het eventuele vervangingsobject worden verrekend. 3

Voorbeeld: Stel investering € 100.000 volledig in 2026 geraamd, 10 jaar afschrijven = € 10.000 per jaar. a) Als totale uitgaven (=boekwaarde) per 1/1/2027 € 100.000, dan wordt in 2027 € 10.000 afgeschreven, enz. b) Als uitgaven per 1/1/2027 € 15.000, dan wordt in 2027 € 10.000 afgeschreven, enz. (dus oorspronkelijke reeks). c) Als uitgaven per 1/1/2027 minder dan € 10.000, dan wordt in 2027 niets afgeschreven en in 2028 begint de reeks van € 10.000 (mits dan wel voldoende uitgaven).

-10-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

§5.

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

Inzet van reserves bij investeringen

Volgens het BBV moeten alle investeringen in materiële vaste activa op de balans worden geactiveerd. Het gevolg is dat wanneer investeringen financieel worden afgedekt uit reserves, deze “bruto” worden geactiveerd voor de werkelijke aanschafwaarde of vervaardigingsprijs. Het bedrag van de daarvoor bedoelde reserve wordt “gereserveerd”, hieruit wordt vervolgens gedurende de looptijd een bedrag onttrokken ter dekking van de afschrijvingslasten.

-11-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

Toelichting op de artikelen Artikel 1. Definities Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de Gemeentewet, de Wet Fido, de wet Ruddo, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV), Informatie voor Derden (Iv3) en het Besluit accountantscontrole Decentrale Overheden. De overige begrippen uit de verordening worden hier verduidelijkt. De onderscheiden organisatorische eenheden zijn vastgelegd in de vigerende Regeling ambtelijke organisatie gemeente Kerkrade. De Organisatieverordening raadsgriffie der gemeente Kerkrade onderkent nog als eenheid de griffie. Verantwoording vindt plaats op basis van programma’s, gebaseerd op de (hoofd)taakvelden volgens het BBV en IV3. Artikel 2. Indeling begroting en jaarstukken en Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken De raad legt op basis van dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting vast, evenals de informatie waarop en waarmee de raad wil sturen en controleren. Meestal zal die vaststelling voor meerdere jaren gelden. Het is niet de bedoeling om de indeling steeds te veranderen , dat is ook niet raadzaam voor een consistent beeld. Alleen indien daartoe een echte aanleiding is, kan de raad de indeling wijzigen.

Per programma komen bijvoorbeeld aan bod: • Een algemene omschrijving van het programma, uit welke taakvelden dit programma bestaat en wie de portefeuillehouders zijn. • De speerpunten van beleid, de activiteiten/projecten en de voortgang • Overige bestuurlijk relevante ontwikkelingen, activiteiten of projecten • Landelijk uniforme basisset beleidsindicatoren (de zogenaamde verplichte beleidsindicatoren conform BBV-voorschriften) en eigen indicatoren • Inzicht in de financiën van het programma, zowel exploitatie als investeringen. Sturen op hoofdlijnen en op uitzonderingen blijft in beginsel het uitgangspunt. De financiën zijn op detailniveau gekoppeld aan de gerelateerde taakvelden. In sommige gevallen is daarbij (noodgedwongen) een keuze gemaakt wat "het best passende" taakveld is voor het geformuleerde beleid of project/activiteit. Tot slot moge duidelijk zijn dat niet alle activiteiten die de gemeente ontplooit, expliciet in de begroting terugkomen. Hetzij omdat ze als regulier of als onderdeel van de bedrijfsvoering worden beschouwd, hetzij omdat de activiteiten conform planning lopen en er geen bijzonderheden te melden zijn. De financiële positie in de begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening geeft ook inzicht in de investeringskredieten. Artikel 4. Kaders begroting Hierin zijn de algemene uitgangspunten vastgelegd. -12-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

In jaar 1 van een nieuwe raadsperiode worden de politieke wensen uit het collegeprogramma financieel vertaald naar een meerjarenbeleidsplan en -begroting, hetgeen de grondslag vormt voor de jaarlijkse begroting. In jaar 2 t/m 4 van de raadsperiode evalueren de voorjaarsnota maar ook de najaarsnota jaarlijks de voortgang van het meerjarenbeleidsplan, zodat tussentijdse bijsturing mogelijk is. De beleidsmatige doelstellingen worden vertaald naar programma’s die gelijk zijn aan de hoofdtaakvelden van de BBV en Iv3-voorschriften. Naast de realisatie van beleid is ook van belang de vertaling van incidentele en structurele financiële mee- en tegenvallers naar de verschillende programma’s uit de bestuurlijke planning & control cyclus Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten Dit artikel bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en investeringskredieten. Autorisatie van budgetten vindt plaats op het niveau van de programma’s, Deze programma’s bevatten informatie over de speerpunten van beleid, de verplichte indicatoren en overige indicatoren, de lasten en baten en de begrote kosten van uitbreidings- en vervangingsinvesteringen. Dit geeft de raad voldoende mogelijkheden om (bij) te sturen en bekrachtigt het budgetrecht van de raad. De lasten en baten per taakveld worden apart weergegeven ter informatie, maar niet afzonderlijk geautoriseerd. Artikel 6.

Uitvoering begroting In dit artikel geeft de raad expliciet aan dat het college verantwoordelijk is voor een goede uitvoering van de begroting. In het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels om aan de prestatieeis te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn aan het college. Overigens is in de Wet dualisering gemeentebestuur bepaald dat een privaatrechtelijke rechtshandeling, zoals het aan- en verkoop van goederen en diensten, het aangaan van geldleningen en bankkredieten, etc. een taak is voor het college. De raad neemt daarover niet direct een besluit meer, maar houdt via het vaststellen van de uiteenzetting van de financiële positie en de financieringsparagraaf bij de begroting en rekening inzicht en invloed. Compensatie binnen programma’s is zonder meer mogelijk. Hiervoor zijn op ambtelijk niveau in de vigerende budgethouders-regeling nadere eisen gesteld, o.a. de eis van budgettair neutrale begrotingsbijstellingen. Deze neutrale bijstellingen vinden plaats binnen de programma’s, waarvan de raad zo spoedig mogelijk bij de tussentijdse informatievoorziening (Bestuursrapportage)) c.q. jaarrekening (net wat eerder komt) kennis kan nemen c.q. die achteraf formeel worden geautoriseerd door het vaststellen van de Bestuursrapportage en jaarrekening.

Compensatie tussen de programma’s onderling is onder voorwaarden mogelijk en zal zo spoedig mogelijk door de raad moeten worden goedgekeurd, hetgeen uiterlijk gebeurt bij de Bestuursrapportage en/of jaarrekening. Door de intern stringente budgetbewaking worden in beginsel geen betalingen gedaan zonder dat er budget is. Daarom worden intern zgn. budgettair neutrale begrotingsbijstellingen verlangd. Omdat formeel de raad de begrotingsbijstellingen dient te autoriseren, doet zich de paradoxale situatie voor dat de stringente budgetbewaking leidt tot een begrotingsonrechtmatigheid voor wat betreft de bijstellingen die plaatsvinden ná vaststelling van de Begroting incl. meerjarenraming/1e bijstelling maar vóór vaststelling van de jaarrekening. Om dit te verzachten is bepaald dat deze bijstellingen door de raad in beginsel als geautoriseerd beschouwd, mits deze transparant blijken uit de jaarrekening. De raad kan zich dan alsnog een oordeel vormen. In het uiterste geval kan dit leiden tot een indemniteitsprocedure conform de gemeentewet (de raad heeft dan "bedenkingen" tegen de jaarrekening waardoor deze niet -13-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

kan worden vastgesteld). Begrotingsoverschrijdingen in een jaar kunnen ook nog na 31 december worden goedgekeurd door de raad, wanneer deze herkenbaar in de jaarrekening worden opgenomen. In het uiterste geval kan dit leiden tot een eerder genoemde indemniteitsprocedure. Artikel 7. Tussentijdse rapportage (Bestuursrapportage) Een belangrijk onderdeel van de planning en control-cyclus is de Bestuursrapportage. Middels deze rapportage kan de raad indien nodig bijsturen. Het artikel bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage. Voor wat betreft de programma’s die veelal meerjarig zullen zijn, zal er overigens niet elke tussenrapportage iets zinvols te melden zijn. Artikel 8. Informatieplicht Het college heeft op grond van artikel 169 Gemeentewet altijd een informatieplicht. Bij het aangaan van verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het college met ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college eerst het gevoelen van de raad inwinnen. Het betreft hier nadrukkelijk privaatrechtelijke rechtshandelingen. Deze bepaling, in combinatie met de eis van een sluitende begroting en een transparante verantwoording zorgt voor een natuurlijke “rem” bij het toepassen van dit artikel.

In artikel 8 verzoekt de raad het college om informatie vooraf aan het aangaan van de opgesomde rechtshandelingen met een financieel gevolg, indien het aangaan van deze verplichtingen de in het artikel genoemde bedragen overschrijden. Over verplichtingen die betrekking hebben op activiteiten/projecten die eerder al bij begroting (of middels begrotingswijzigingen) of middels een separaat besluit door de raad zijn goedgekeurd, hoeft de raad bij de verdere uitvoering ervan (bijvoorbeeld bij het doen van een concrete aankoop passend bij het project) niet opnieuw te worden geïnformeerd. Dat geldt dan ook voor onttrekkingen aan een specifiek voor dat doel én financiële omvang gevormde bestemmingsreserve of voorzieningen of voor het investeringsprogramma. Deze maken namelijk ook deel uit van de begroting. Deze bepaling geldt dus alleen voor nieuwe activiteiten/projecten waarmee de raad niet eerder heeft ingestemd én wanneer deze de genoemde grensbedragen te boven gaan. De bepalingen uit het artikel ontslaan het college niet van de wettelijke informatieplicht in andere gevallen. Het artikel schept slechts meer duidelijkheid tussen het college en de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken.

De genoemde bedragen gelden per investeringsproject, per goed of dienst, lening, waarborg of garantie etcetera afzonderlijk. Met kapitaal (lid d) wordt bedoeld het verstrekken van geldmiddelen in de vorm van het inbrengen van risicodragend vermogen zoals aandelenkapitaal. Het uitgangspunt van meerjarig sluitende begroting blijft echter onverminderd overeind. Derhalve zal ook steeds dekking moeten worden gevonden, bij voorkeur binnen het betreffende programma. Artikel 9. Waarderen en afschrijven vaste activa Op grond van de Gemeentewet dient in de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving te bevatten. Er is voor gekozen dit beleid in een bijlage vast te leggen, welke onderdeel -14-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

uitmaakt van deze verordening. Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen Op basis van ervaringscijfers (historische percentages, m.n. voor de bulkfacturen) en/of een individuele beoordeling van posten wordt het bedrag voor (mogelijk) oninbare debiteuren bepaald. Momenteel is er een voorziening voor de oninbare belastingdebiteuren en een voorziening voor de oninbare sozawedebiteuren. Artikel 11. Reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen zijn belangrijke componenten bij het beoordelen van de financiële positie van een gemeente. Voorheen vond de kaderstelling plaats middels een nota reserves en voorzieningen. Inmiddels vindt de kaderstelling plaats in de begroting, tussentijdse rapportages en de jaarrekening. Ten opzichte van de vorige verordening is de informatievoorziening op dit punt fors uitgebreid, waardoor een afzonderlijke nota geen toegevoegde waarde meer heeft. Lid 1 bepaalt dat er geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen plaatsvindt aan de taakvelden. Artikel 12. Kostprijsberekening Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b, dat de verordening in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten.

De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In dit artikel staan de kaders en methodiek voor de bepaling van de kostprijzen. Deze kaders vormen de basis waarbinnen het college haar systematiek van kostentoerekening kan vormgeven en de kostenverdeelsleutels voor de toerekening van indirecte kosten kan vaststellen. Daarbij dient een kosten/baten-afweging voorop te staan. Een zeer complex systeem van kostenverdeling is weliswaar nauwkeuriger, maar ook duurder en tijdsintensiever. Lid 1 spreekt voor zich. Lid 2 bepaalt dat een aantal bijzondere componenten ook onder de indirecte kosten worden verstaan. Hiermee wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid die artikel 229b Gemeentewet biedt. Het rentepercentage van de toerekening van kapitaallasten is van invloed op de lasten, maar ook van invloed op de kostprijs. De systematiek en hoogte van rentetoerekening bij begroting en rekening wordt gevolgd om de (door te berekenen) kosten te bepalen. Het rentepercentage van de reeds bestaande activa blijft ongewijzigd, aangezien ook de financiering destijds tegen die condities heeft plaatsgevonden. Tot slot moet voor het vaststellen van de tarieven inzicht bestaan in de geraamde hoeveelheden/aantallen.

De kostentoerekening dient minimaal elke bestuursperiode geactualiseerd te worden en in elk geval bij grote organisatorische wijzigingen of bij grote wijzigingen in het producten/dienstenbestand (bijv. bij uitbreiding gemeentelijk takenpakket). Artikel 13. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen/leges Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156 Gemw). Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de levering van goederen of werken (welke niet vallen onder artikel 229 Gemw) is een -15-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

privaatrechtelijke besluit. Dergelijke besluiten zijn een bevoegdheid van het college (artikel 160 Gemw). Daarbij dient de geldende wetgeving (Wet Markt en Overheid) te worden gevolgd. In Kerkrade worden alle (wijzigingen in) tarieven/prijzen/etc. opgenomen in de jaarlijkse door de raad vast te stellen Tarievennota, waar nodig in een later stadium nog aangevuld met separate raadsbesluiten (bijv. omdat bij het opstellen van de tarievennota een aantal tarieven nog niet kunnen worden ingevuld door afhankelijkheid van derden zoals Rijk of RD4). Artikel 14. Financieringsfunctie De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het middelenbeheer. Artikel 212 Gemw bevat de expliciete bepaling dat de financiële verordening hierover regels voor het beleid en de organisatie bevat. In dit artikel wordt hieraan invulling gegeven. Het eerste lid bevat richtlijnen voor de uitvoering van de financieringsfunctie. In het tweede lid staan de kaders voor het financieel beleid opgesomd, die bij de uitvoering in acht moeten worden genomen. Het verstrekken van leningen, garanties en het aangaan van financiële participaties mogen gemeenten alleen uit hoofde van de publieke functie (artikel 2 Wet Fido). Het laatste lid speelt hierop in, waarbij waar mogelijk zekerheden dienen te worden bedongen.

Tot slot bepaalt artikel 160 Gemw dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Artikel 15. Administratie Hierin zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten voldoen. Artikel 16. Interne controle De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Dit artikel draagt het college op maatregelen te treffen zodat gedurende het jaar de gemeente zelf al een interne toetsing uitvoert. De interne controle wordt daarbij gezien als “tool of management”, waarmee het “zelfreinigend vermogen” van de organisatie wordt vergroot. Het totale stelsel van “checks & balances” is daarbij van belang. Procesmatige tekortkomingen kunnen namelijk worden gecompenseerd door aanvullende maatregelen elders in de organisatie. Artikel 17.

Misbruik en oneigenlijk gebruik Dit artikel bepaalt dat in gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen te beperken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het treffen van voldoende verificatiemaatregelen. De afweging om hiervoor in meer of mindere mate regels voor te stellen is uiteraard een politiek besluit. Bij de behandeling van een nieuwe of geactualiseerde verordening of regeling kan deze afweging plaatsvinden. Artikel 18. Overhevelingen en reserveringen Lid 1 t/m 3 gaan in op mutaties in reserves na 31 december van het boekjaar. In beginsel zijn deze niet -16-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

toegestaan. Sommige mutaties verzetten zich niet tegen de regelgeving. Dit betreft de reserves met een egaliserende werking. Lid 3 geeft nog de mogelijkheid om reserves aan te geven waar dit ook mogelijk is. In begroting en rekening worden deze specifiek aangegeven. Lid 3 betreft momenteel de “reserve reeds bestemde nog uit te geven middelen". In deze reserve zijn posten opgenomen met een sterk verplichtend karakter, waarbij echter nog geen concrete opdrachtverstrekking naar derden heeft plaatsgevonden. Het verplichte karakter wordt aangegeven door bijv. wet- en regelgeving, of de nog af te ronden uitvoering van een reeds genomen besluit. Dit besluit dient dan wel uiterlijk per jaareinde te zijn genomen. Bij het jaarlijks afsluiten van de boekhouding worden de in de "reserve reeds bestemde nog uit te geven middelen" reeds eerder gereserveerde bedragen in het kader van de interne kwaliteitstoetsing beoordeeld op o.a. hoogte, noodzaak en mogelijkheid tot vrijval. Het kan voorkomen dat hier nog mutaties uit voortvloeien. Dit soort mutaties zijn dus ook na 31 december nog toegestaan. Uiteraard blijft artikel 8 Informatieplicht onverkort van toepassing. Lid 4 regelt de overheveling van de per jaareinde (nog) niet-benutte exploitatiebudgetten.

Deze kunnen via de bij lid 3 genoemde reserves (in dit geval de “reserve reeds bestemde nog uit te geven middelen”) worden gereserveerd zoals hiervoor beschreven. Lid 5 regelt de overheveling van de per jaareinde (nog) niet-benutte investeringsbudgetten. Het gaat om reeds gevoteerde kredieten voor bepaalde specifieke projecten, waarbij bijvoorbeeld sprake is van een vertraging. Dit is zonder meer mogelijk. Het kan ook gaan om nog beschikbare investeringsruimte voor onderdelen in het investeringsprogramma die nog niet gevoteerd is voor specifieke projecten (bijvoorbeeld ‘ict’ of ‘wegen’). Bij deze is relevant dat de overheveling dient plaats te vinden binnen hetzelfde onderdeel. Dus ‘ict’ blijft ‘ict’ en kan niet naar ‘wegen’. Overhevelingen tussen verschillende soorten investeringen kan alleen door het gewijzigde investeringsprogramma opnieuw door de raad te laten vaststellen. Artikel 19. Rechtmatigheidsverantwoording college In dit artikel zijn de voor de rechtmatigheidsverantwoording noodzakelijke bepalingen opgenomen. Lid 2 en 3 behoeven een extra toelichting. Voor de rechtmatigheidsverantwoording door het college geeft regelgeving aan hoe het college bepaalde afwijkingen moet wegen in zijn oordeel. Een kostenoverschrijding op programmaniveau kan immers verschillende oorzaken hebben en leidt niet altijd tot een onrechtmatigheid.

-17-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

Concreet betreft dit het volgende schema: Bij de toetsing van begrotingsafwijkingen kunnen tenminste de volgende “soorten” begrotingsafwijkingen op programmaniveau worden onderkend: Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men geen voorstel tot begrotingsaanpassing heeft ingediend. Bijvoorbeeld de doelgroep c.q. de activiteiten zijn in de praktijk aantoonbaar ruimer geïnterpreteerd dan in regelgeving (subsidieregeling, verordening) was gedefinieerd. Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij ondubbelzinnig is vastgesteld dat die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd. Bijvoorbeeld: de verwachte kostenoverschrijding op jaarbasis was via tussentijdse informatie al wel bekend, maar men heeft geen voorstel tot begrotingsaanpassing ingediend en dit is in strijd met de budgetregels zoals afgesproken met de raad. Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding. Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn.

Over de aanwending van deze extra inkomsten heeft de raad nog geen besluit genomen Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Het zal hier in de praktijk vaak gaan om interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving die na het verantwoordingsjaar aan het licht komen. Er zijn dan geen rechtmatigheidsgevolgen voor dat verantwoordingsjaar. Wel zal de gemeente ervoor moeten zorgen dat de overschrijdingen getrouw in de jaarrekening worden weergegeven. Ook kunnen er gevolgen zijn voor het lopende jaar. -18-

Onrechtmatig, maar telt niet mee voor het oordeel / de verantwoording

Onrechtmatig, en telt mee voor het oordeel / de verantwoording X

X

X

X

X

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

Bij de toetsing van begrotingsafwijkingen kunnen tenminste de volgende “soorten” begrotingsafwijkingen op programmaniveau worden onderkend:

Onrechtmatig, maar telt niet mee voor het oordeel / de verantwoording

- geconstateerd tijdens verantwoordingsjaar - geconstateerd na verantwoordingsjaar Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren.

X

- jaar van investeren - afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren

X

Onrechtmatig, en telt mee voor het oordeel / de verantwoording X

X

De budgetoverschrijdingen op programmaniveau dienen herkenbaar in de rekening te worden opgenomen, net zoals dit t/m 2024 het geval was. Artikel 20. Financiële organisatie Dit artikel geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Hieraan kan het college middels het stellen van regels voor de ambtelijke organisatie een nadere invulling geven. De uitgangspunten vormen kaders voor het college, waaraan hij zich moet houden. De regels van a en b zijn vervat in de vigerende Regeling ambtelijke organisatie gemeente Kerkrade dan wel de Organisatieverordening raadsgriffie der gemeente Kerkrade. De regels van letter c zijn vervat in de vigerende mandaat- en volmacht-regeling. De regels van letter d zijn vervat in het vigerende treasury-statuut. Artikel 21. Inkoop en aanbesteding Dit artikel draagt het college op een inkoop- en aanbestedingsreglement op te stellen. Het zijn namelijk belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effecten kunnen hebben. Europese en nationale aanbestedingsregels moeten daarbij worden nageleefd en vormen het kader waarbinnen een dergelijk inkoopreglement moet worden opgesteld. Artikel 22. Verstrekking subsidies en steunverlening De subsidieverordening(en) worden door de raad vastgesteld en vormen het kader waarbinnen gemeentelijke subsidies worden verstrekt.

Voor de steunverlening en subsidieverstrekking aan ondernemingen en instellingen zijn op dit moment de Europese staatssteunregels ,de Europese regels voor diensten van algemeen economisch belang), de regels uit de Algemene Wet Bestuursrecht en de eigen subsidieverordening(en) van toepassing. Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen Dit artikel spreekt voor zich en vloeit voort uit aanbevelingen van de landelijke commissie BBV. Artikel 24. Paragrafen Dit artikel geeft zowel het college als de raad de mogelijkheid om aanvullend op de wettelijke eisen specifieke informatie op te nemen. Het geeft voorts de mogelijkheid om bepaalde informatie uit te -19-

Bijlage behorende bij raadsbesluit 25Rb102

Financiële verordening gemeente Kerkrade 2025

diepen in afzonderlijke nota’s, zonder dat deze uitdieping in afzonderlijke nota’s direct verplicht wordt gesteld. Als de paragraaf op zichzelf voldoende informatie bevat, is een afzonderlijke nota namelijk niet altijd even zinvol. Artikel 25. Nadere regels Dit artikel spreekt voor zich. Bepaalde informatie op een verkeerd tijdstip openbaar maken via begroting, rekening, of andere openbare stukken kan de onderhandelingspositie of andere belangen van de gemeente schaden. Informatie over grondbeleid/grondexploitaties bijvoorbeeld kan op enig moment gevoelig zijn, net als informatie over lopende juridische procedures. Artikel 26. Inwerkingtreding Voor wat betreft de gewijzigde cyclus treedt de nieuwe verordening in werking vanaf begrotingsjaar 2025. Er wordt nu al zo gewerkt en de verordening heeft slechts interne werking. Artikel 27. Overgangsbepaling In de Financiële verordening 2021 was een overgangsbepaling opgenomen ten aanzien van investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór 1 januari 2017 zijn gedaan. Dit heeft te maken met het gewijzigde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vanaf 2017. Deze overgangsbepaling wordt hier herhaald. Artikel 28. Citeertitel Behoeft geen nadere toelichting.

-20-

Stroomschema behorend bij artikel 8 Informatieplicht: Op basis van toelichting op artikel 8: Het college heeft op grond van artikel 169 Gemeentewet altijd een informatieplicht. Bij het aangaan van (privaatrechtelijke) verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het college met ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college eerst het gevoelen van de raad inwinnen. Artikel 8 schept meer duidelijkheid tussen het college en de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken. Onderstaand stroomschema beoogd meer richting te geven aan het besluitvormingsproces. Opgemerkt zij dat elke casus steeds op zichzelf moet worden bekeken.

Is sprake van nieuw beleid, nieuwe projecten of activiteiten waarvoor de raad nog geen toestemming heeft gegeven ? (dus nog niet concreet benoemd in begroting of via apart besluit)

ja

nee

Is sprake van een autonome ontwikkeling (bijvoorbeeld bij algemene uitkering, dividend, cao) of ontwikkelingen als gevolg van bestaand beleid (binnen bestaande bevoegheden college), die niet budgettair voorzien is én de in de 212-verordening art.8 genoemde bedragen te boven gaan? (als lid 1 a/b/c/d niet specifiek toepasbaar dan het hoogste bedrag, ook rekening houdend met lid 2)

ja

nee

raad vooraf informeren (indien mogelijk) + daarna meenemen in eerstvolgende begroting resp. jaarrekening

meenemen in eerstvolgende begroting resp. jaarrekening

Gaan deze de in de 212-verordening art.8 genoemde bedragen te boven? (rekening houdend met eerder daartoe gevormde reserves of voorzieningen v.w.b. doel én financiële omvang zoals beschreven in art.8 lid 2)

ja

nee

Is acuut actie nodig, bijvoorbeeld ter bescherming belangen gemeente of in verband met veiligheid (zie ook Gemeentewet art.169)

ja

nee

meenemen in eerstvolgende begroting resp. jaarrekening

in overleg met griffier/presidium raad direct informeren over situatie spoedvergadering/besluit óf raad (achteraf) nader informeren (casus-afhankelijk) + daarna meenemen in eerstvolgende begroting resp. jaarrekening

Is sprake van het (moeten) uitvoeren van regelingen van een hogere overheid (medebewind, specifieke uitkering) die een specifieke investering, aankoop, etc noodzakelijk maakt?

ja

raad vooraf informeren (indien mogelijk) + daarna meenemen in eerstvolgende begroting resp. jaarrekening

nee

raadsbesluit vooraf nemen + daarna meenemen in eerstvolgende begroting resp. jaarrekening

Drempelbedragen volgens Artikel 8. Informatieplicht 1. Het college informeert de raad in elk geval vooraf en stelt de raad in de gelegenheid zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: a. investeringen, aankopen van goederen en diensten, of toekennen van subsidies groter dan € 250.000; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 100.000; c. verkoop van goederen en diensten of eigendommen groter dan € 100.000; d. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen. 2. Lid 1 geldt niet indien de verplichting wordt afgedekt uit een eerder voor dat doel én financiële omvang gevormde bestemmingsreserve of voorziening en waarvoor de raad reeds toestemming heeft gegeven. Voorzover de verplichting groter blijkt dan het voorziene bedrag, geldt voor het meerdere het bepaalde onder lid 1.

Nr. 26it00347

Amendement ex art 31 Regelement van Orde voor de vergaderingen van de Raad de gemeente Kerkrade

Datum: Aan: Via:

t

KfRIÍRAIIT

L9-O2-2O26

gemeenteraad voorzitter gemeenteraad Onderwerp: amendement financiëleverordening 2026

Kennis te hebben

meente Kerkrade De raad van de 2026 omen van: de financiële verordeni

Constaterende dat o

Het budgetrecht van de raad een kernbevoegdheid vormt, zoals neergelegd in artikel 189 Gemeentewet en uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording (BBV);

a

de raad op grond van het BBV de begroting autoriseert op programmaniveau, waarbij beleidsmatige afwegingen expliciet aan de raad zijn voorbehouden;

a

artikel 6, derde lid, onderdeel d van de financiële verordening voorziet in een generieke regeling voor het com penseren van progra mmaoversch rijd i n gen;

a

deze regeling ertoe leidt dat overschrijdingen op programmaniveau worden genormaliseerd en beleidsmatige keuzes feitelijk worden voor beslecht binnen een

vooraf niet vastgesteld kader; o

hierdoor het risico ontstaat dat de raad bij begrotingswijzigingen slechts nog reactief kan instemmen met reeds ingezette beleids- en financiële keuzes;

a

dit op gespannen voet staat met het uitgangspunt van transparante programmatische sturing en het primaat van de raad bi de allocatie van middelen;

Overwegende dat: a

flexibiliteit in de begrotingsuitvoering niet mag leiden tot een materiële uitholling van het budgetrecht van de raad;

a

afwijkingen op programmaniveau steeds een expliciete, inhoudelijke en afzonderlijke afweging door de raad vereisen;

o

de bijzondere uitzonderingsbepalingen voldoende ruimte bieden voor kleine afwij ki n gen zonder voorafgaa nd raadsbeslu it;

o

Een generieke uitzonderingsbepaling een te ruime en onvoldoende begrensde

grondslag biedt; a

"€ 25.000 een grens betreft voor kleine uitvoeringsafwijkingen; daarboven is sprake van een beleidsrelevante herschikking die expliciete raadstoetsing behoeft.".

SP K/Fi na ncië le ve ro rde ning 2O26 / 02-2026

L

t

Nr. 26it00347

Besluit: a

rfrRtfnillt

Art. 6. derde lid, onderdeel d te vervangen door: "vanuit de algemene dekkingsmiddelen, met een maximum van € 25.000 per programma per ingsjaar";

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade, tijdens de raadsvergadering d.d. 25 februari 2O26 en gaat over tot de orde van de dag. namens SP Kerkrade: Ma rianne Laumann, fractievoorzitter SP Kerkrade drs. Carin Wevers, raadslid Noah Lommen, commissielid Ad van Beek, commissielid

Voor

? I'p)

Tegen

(Ll Resultaat

U A)/LL¿62W,^

7

-¿-2¿1

5r

SP K/Fi na ncië le ve ro rde ning 2026 / 02-2026

wu

2

Agendapunt nr.: Registratienummer: 26it00076 Kerkrade, 3 februari 2026 Domein: Bestuur

Aanbiedingsbrief aan de raad. Nr.: 26it00076 Hierbij bieden wij u ter overweging en beslissing de volgende ontwerpbesluiten aan: -

nr. 25Rb102, inzake Financiële Verordening 2025 (art. 212 Gemw); nr. 25Rb103 inzake Controleverordening 2025 (art. 213 Gemw);

In de nota van toelichting, nr. 25TI080, die de ontwerpbesluiten vergezelt, zijn de overwegingen en nadere gronden aangegeven waarop de ontwerpbesluiten berusten.

Het college,

De secretaris,

dr. T.P. Dassen-Housen

R.M.J.S. Stijns

Nota van toelichting Nummer: 25Tl080

Kerkrade, 3 februari 2026

Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 25Rb102, 25Rb103

Onderwerp Actualisatie Financiële verordening ex art. 212 Gemeentewet en Controleverordening ex art. 213 Gemeentewet, Deze nota van toelichting heeft betrekking op de ontwerpbesluiten 25Rb102 en 25Rb103 met de daarbij behorende bijlagen, zoals die uw raad ter overweging en beslissing zijn voorgelegd.

Beslispunten De navolgende geactualiseerde verordeningen 2025 vast te stellen, dit betreft: Ontwerpbesluiten voor: -

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Kerkrade" ex artikel 212 Gemeentewet (‘Financiële verordening 2025’); Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Kerkrade ex artikel 213 Gemeentewet (‘Controleverordening gemeente Kerkrade 2025’)

Inleiding Aanleiding is de aanpassing van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Vanaf verslagjaar 2025 gelden nieuwe regels voor de verantwoording en accountantscontrole bij gemeenten. De wijzigingen hebben gevolgen voor de rechtmatigheidsverantwoording en de wijze waarop de accountant de jaarrekening beoordeelt. Dit betreft met name de aanpassingen van de te hanteren controletoleranties en de grondslag waarover deze berekend worden. Actualisatie Financiële verordening ex art. 212 Gemeentewet en Controleverordening ex art. 213 Gemeentewet is hierdoor noodzakelijk. Dit is reeds toegelicht in de Financiële Commissie van 9 september 2025. Verder is meteen de bijlage afschrijvingsbeleid geactualiseerd, in het bijzonder het punt afschrijving onderwijshuisvestiging. In het kader van de keuzes ‘studiejaar’ is deze afschrijvingstermijn verlengd van 25 naar 40 jaar (raad 2 juli 2025). Tot slot is bij de Financiële verordening ex art. 212 Gemeentewet een nieuwe bijlage toegevoegd, namelijk een stroomschema. Dit stroomschema dient ter verduidelijking van artikel 8 Informatieplicht. Het houdt ook rekening met de afspraken die in het verleden met raadswerkgroep Begroting zijn gemaakt rondom informatievoorziening en

besluitvorming. Dit stroomschema beoogd meer richting te geven aan het besluitvormingsproces. Opgemerkt zij dat elke casus steeds op zichzelf moet worden bekeken.

Doelstelling Het actualiseren van de genoemde verordeningen naar de laatste ontwikkelingen.

Argumenten -

Met het actualiseren wordt voldaan aan de besluitvorming door de raad ten aanzien van de gewijzigde Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) wetgeving. De aanpassingen als gevolg van de wetswijziging zijn reeds meegenomen in de door de raad vastgestelde uitgangspunten van het aanbestedingstraject van de accountantscontrole 2026-2030.

Kanttekeningen N.v.t.

Financiën N.v.t.

Communicatie N.v.t.

Burgerparticipatie N.v.t.

Uitvoering N.v.t.

Evaluatie N.v.t.

Gezondheid en Vitaliteit N.v.t.

Controleverordening (art. 213 Gemeentewet)

Overzicht Wijzigingen Controleverordening 2025 (ten opzichte van 2021):

Verordening: WAS: Artikel 8. Inwerkingtreding en overgangsregeling 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, met dien verstande dat zij van toepassing is op het boekjaar 2022 en later. 2. De Controleverordening 2003 wordt per gelijke datum ingetrokken, met dien verstande dat zij nog van toepassing is op het boekjaar 2021. Artikel 9. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Controleverordening gemeente Kerkrade 2021”. WORDT: Artikel 8. Inwerkingtreding en overgangsregeling 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, met dien verstande dat zij van toepassing is op het boekjaar 2025 en later. 2. De Controleverordening 2021 wordt per gelijke datum ingetrokken. Artikel 9. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Controleverordening gemeente Kerkrade 2025”.

Toelichting op de verordening: WAS: Artikel 1. Definities Een bevoegd accountant voor de controle van de gemeentelijke jaarrekening is een registeraccountant, een accountants-administratieconsulent met een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36 Wet op de AccountantAdministratieconsulenten of een organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken. Tot en met het boekjaar 2021 bevat de controleverklaring een oordeel over het getrouwe beeld én de rechtmatigheid gezamenlijk. Een getrouw beeldverklaring houdt in dat de uitkomsten van het gevoerde financieel beheer getrouw in de jaarrekening worden weergegeven. Een getrouw beeld impliceert dat de jaarrekening geen zodanige fouten en/of onzekerheden bevat dat het oordeel van de gebruiker beïnvloed wordt.. Rechtmatigheid in brede zin betekent het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Voor gemeenten zijn dat de wet- en regelgeving van hogere overheden en die van de gemeente zelf. De geldende wet- en regelgeving kan voor een gemeente betrekking hebben op een zeer omvangrijk gebied. Van belang is daarom dat onderscheid wordt gemaakt tussen het juridische begrip rechtmatigheid en het begrip rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole.

Dit laatste begrip is beperkter dan het juridische begrip rechtmatigheid en wordt in de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV zo goed mogelijk afgebakend. Het gaat vooral om de rechtmatigheid van financiële beheershandelingen (bijv. betalingen, subsidietoekenningen). De vraag of voldaan wordt aan bijvoorbeeld de arbo-wetgeving valt hier niet onder. Volledigheidshalve kan nog worden vermeld dat onrechtmatigheid niet synoniem is met fraude. Bij fraude is altijd sprake van opzet.

Vanaf het boekjaar 2022 dient het college een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening op te nemen. De accountant geeft hierover geen apart oordeel meer. De accountant moet beoordelen of de rechtmatigheidsverantwoording zoals opgenomen in de jaarrekening juist, volledig en toereikend is. De accountant geeft in zijn verklaring een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording door college. WORDT: Algemeen Artikel 213 van de Gemeentewet verplicht de raad bij verordening regels vast te stellen voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Door middel van de Verordening controle financiële beheer en organisatie (artikel 213 Gemeentewet) stelt de raad de kaders voor de accountantscontrole, gebruik makend van de mogelijkheden die artikel 213 van de Gemeentewet en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (hierna: Bado) daartoe bieden. Het is de raad die de accountant voor de controle van de jaarrekening aanwijst. In het voortraject voor de aanwijzing – de aanbesteding – is het college nauw betrokken. Het college kan daarnaast extra opdrachten aan dezelfde of een andere accountant verstrekken. Wanneer de opdracht is verleend, bepaalt de accountant binnen de kaders van de opdracht, op welke wijze hij de controle uitvoert.

Uiteraard vindt hierover wel periodiek overleg plaats, zodat afgestemd kan worden met betrokkenen en andere onderzoeken en controles. Voor een goede uitvoering van en rapportage over de controle, hebben het college en de accountant verschillende rechten en plichten. Zo moet het college ervoor zorgen dat de accountant alle informatie krijgt die hij nodig heeft om de controle uit te voeren. De accountant, aan de andere kant, zorgt dat betrokkenen tijdig worden geïnformeerd over bevindingen. Verder heeft het college een eigenstandige informatieplicht richting de raad. Relatie met de rechtmatigheidsverantwoording door het college Vanaf boekjaar 2023 neemt het college een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording geeft inzicht in hoeverre de gemeente rechtmatig heeft gehandeld. Waar de accountant voorheen een oordeel vormde over de getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft vanaf dit moment dus geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording toetst de accountant uitsluitend of de jaarrekening getrouw is, maar toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording dat is.

Dit betekent onder meer dat afwijkingen van rechtmatigheid (voor zover deze niet tevens van invloed zijn op het getrouwe beeld), geen invloed hebben op de strekking van de controleverklaring. Hierdoor kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er omvangrijke afwijkingen van rechtmatigheid opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording van het college, terwijl de strekking van de controleverklaring toch goedkeurend is, omdat de omvangrijke rechtmatigheidsfouten getrouw opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording.

Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hierna nader toegelicht. WAS: Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole …… Voor de accountantscontrole geldt het Besluit accountantscontrole decentrale overheden. Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden bevat onder andere regels voor de omvangsbasis en goedkeuringstoleranties voor de controleverklaring en de rapporteringstoleranties voor het verslag van bevindingen. In het programma van eisen kunnen voor de jaarlijkse accountantscontrole specifieke eisen worden opgenomen. Normaliter gelden de goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties zoals opgenomen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden: Goedkeuringstoleranties Goedkeurend Fouten in de jaarrekening (% van totale lasten)

 1%

Soort verklaring Beperking Oordeelonthoudin g > 1% < 3% -

Afkeurend 3%

Onzekerheden in de > 3 < 10%  3%  10% controle (% van totale lasten) Rapporteringstoleranties Gelijk aan goedkeuringstoleranties (tenzij de Raad anders bepaalt) NB: Naast bovenstaande kwantitatieve beoordeling zal de accountant ook altijd nog een meer kwalitatieve beoordeling hanteren: het zogenoemde “professional judgement” van de accountant m.b.t. de weging van fouten en onzekerheden speelt ook mee. Dit is de verantwoordelijkheid van de accountant. ……. WORDT: Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole …… Voor de accountantscontrole geldt het Besluit accountantscontrole decentrale overheden. Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden bevat onder andere regels voor de omvangsbasis en goedkeuringstoleranties voor de controleverklaring en de rapporteringstoleranties voor het verslag van bevindingen. De omvangsbasis is gelijk aan de totale lasten (exclusief toevoegingen aan de reserves) van de gemeente. In het programma van eisen kunnen voor de jaarlijkse accountantscontrole specifieke eisen worden opgenomen. Normaliter gelden de goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties zoals opgenomen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden:

Goedkeuringstoleranties

Afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de uitvoering van de controle Rapporteringstoleranties

Goedkeuren d ≤ 2%

Soort verklaring Beperking Oordeelonthouding/Afkeuren d >2% – ≤ 4% > 4%

Gelijk aan goedkeuringstoleranties (tenzij de Raad anders bepaalt) NB: Naast bovenstaande kwantitatieve beoordeling zal de accountant ook altijd nog een meer kwalitatieve beoordeling hanteren: het zogenoemde “professional judgement” van de accountant m.b.t. de weging van fouten en onzekerheden speelt ook mee. Dit is de verantwoordelijkheid van de accountant. …… WAS: Artikel 4. Uitvoering controle De accountant houdt hierbij wel rekening met de wettelijke verplichtingen (zoals de termijn waarop de jaarstukken aan de raad dient te worden aangeboden) en met de gemaakte tijdsplanning zoals genoemd in de Financiële verordening gemeente Kerkrade. Bovendien moet er ter bevordering van een soepele accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de een vertegenwoordiger van de rekenkamerfunctie, de portefeuillehouder financiën, de algemeen directeur of de directeur domein Bestuur en de afdeling financiën. Ook is uitwisseling van informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de accountantscontrole. Overigens gebeurt dit nu ook al in de praktijk. WORDT: Artikel 4.

Uitvoering controle De accountant houdt hierbij wel rekening met de wettelijke verplichtingen (zoals de termijn waarop de jaarstukken aan de raad dient te worden aangeboden) en met de gemaakte tijdsplanning zoals genoemd in de Financiële verordening gemeente Kerkrade. Bovendien moet er ter bevordering van een soepele accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de Financiële Commissie, de portefeuillehouder financiën, de algemeen directeur of de directeur domein Bestuur en de afdeling financiën. Ook is uitwisseling van informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de accountantscontrole. Overigens gebeurt dit nu ook al in de praktijk.

WAS: Artikel 8. Inwerkingtreding en overgangsregeling Deze verordening treedt in de plaats van de vorige. Aangezien de rechtmatigheidsverantwoording door het college pas met ingang van boekjaar 2022 wordt ingevoerd, blijft de oude verordening nog gelden voor het boekjaar 2021. WORDT: Artikel 8. Inwerkingtreding en overgangsregeling Deze verordening treedt in de plaats van de vorige. De oude verordening is desgewenst te benaderen via onderstaande link: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR667326/1

Ontwerpbesluit Nr.: 25Rb103

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, − dat door het gewijzigde Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) aanpassing van de Controleverordening ex artikel 213 Gemeentewet nodig is kennis genomen hebbende van, − de nota van toelichting, nr. 25TI080, behorende bij dit besluit; − de beraadslagingen in de Financiële Commissie d.d. 2 februari 2026 gelet op, − programma: Bestuur en ondersteuning (0) − gemeentelijk/regionaal beleidskader: Controleverordening ex artikel 213 Gemeentewet − wetsartikel: Artikel 213 Gemeentewet, BBV, Besluit accountantscontrole decentrale overheden en wetswijziging besluit: I.

De “Controleverordening gemeente Kerkrade 2021” in te trekken;

II.

De "Controleverordening gemeente Kerkrade 2025" vast te stellen.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 25 februari 2026.

De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 25Rb103

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb103

Controleverordening gemeente Kerkrade 2025

“Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Kerkrade” ex artikel 213 Gemeentewet (Controleverordening gemeente Kerkrade 2025). Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. accountant een door de raad benoemde: registeraccountant of accountant-administratieconsulent met een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36, Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken, belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening. b.

accountantscontrole de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de benoemde accountant van: het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen inclusief de rechtmatigheidsverantwoording door het college; het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet; de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in acht worden genomen. c. rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording door het college het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving zoals bedoeld in het Besluit begroting en verantwoording en de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV. Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole incl. overgangsbepaling 1. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. 2. Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding voor. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=7f4387e7-e055-4a4e-a724-729461e00a08