Agendabundel
Tekst van het document
169.004 372.149 77.789 1.060.266 724.781 388.579 89.795 60.219 55.820 47.599
130.344 287.020 59.995 817.730 558.988 299.692 69.254 46.444 43.051 36.710
0 0 89.674 0 0 0 0 69.420 64.348 0
3.976.365 8.778.154 1.767.681 24.969.379 16.863.662 9.068.229 2.090.214 1.399.421 1.332.801 1.040.177
4.106.710 9.065.173 1.917.350 25.787.109 17.422.650 9.367.920 2.159.468 1.515.286 1.440.200 1.076.888
totaal
456.796
-1.153.567
3.046.000
2.349.229
223.443
71.286.083
73.858.755
Figuur 11: Totale bijdrage deelnemende gemeenten voor geheel 2023 Totaal bijdragen deelnemende gemeenten cf. 2de begrotingswijziging 2023 GR WOZL Deelnemend e gemeente
bedrijfsvoering
uitvoering Wsw
resultaat Personeelsk totaal Beschut 2.0 osten Wsw financiering
Uitvoering WSW Heuvelland 0 0 -8.413 0 0 0 0 -6.286 -5.984 0
Beekdaelen Brunssum GulpenWittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Valkenburg Voerendaal
18.472 40.747 8.654 115.038 79.239 43.217 9.820 6.466 6.155 5.191
-79.805 -176.037 -37.388 -496.990 -342.329 -186.709 -42.424 -27.937 -26.591 -22.428
147.336 324.998 69.026 917.538 632.005 344.700 78.322 51.576 49.092 41.406
1.109 2.447 520 6.909 4.759 2.596 590 388 370 312
87.112 192.155 40.812 542.495 373.673 203.804 46.308 30.494 29.026 24.481
totaal
333.001
-1.438.639
2.656.000
20.000
1.570.362
Figuur 12: Totale bijdrage deelnemende gemeenten voor geheel 2023
subsidie
totaal bijdragen
4.214.132 9.593.411 1.971.742 26.566.502 18.160.627 9.979.477 2.282.885 1.499.463 1.417.478 1.107.245
4.301.244 9.785.566 2.004.141 27.108.997 18.534.300 10.183.281 2.329.194 1.523.672 1.440.520 1.131.726
-20.683 76.792.963
78.342.642
15
bedragen x €1,Omschrijving Regulier Verbonden partijen GR WSP Verbonden partijen Beschut 2.0 Werkmeester Totaal Regulier Begeleid werken Beschut Werken: Relim Loonkosten Begeleidingskosten Relim Beschut werken: Werkmeester RVU Loonkosten RVU Overige kosten RVU
AJ
verg. uitv, per aj/fte *
Totaal Arbeidsjaren (AJ)
totaal kosten
rijksbijdrage € 33.113
resultaat
1.870,84 228,39 13,00 2.112,23
32.868 32.868 32.868
61.490.769 7.506.723 427.284 69.424.776
0 0 0 0
61.490.769 7.506.723 427.284 69.424.776
61.949.125 7.562.678 430.469 69.942.272
458.356 55.956 3.185 517.496
75,25
18.000
1.354.500
94.063
1.448.563
2.491.753
1.043.191
1.741.891 493.251 2.235.142
9.865
2.245.007
2.025.158
-219.849
499.628
2.432
502.060
512.357
10.298
1.681.484 35.173 1.716.658
0
1.716.658
1.804.162
87.504
0
0
0
61,16 15,47
41.085
54,49
Loonkosten extra jobcoach Buitenregionale uitvoeringsorganisaties
uitv. kosten WOZL
subsidielasten
0 0,52
2.319,12
33.113
17.260
0
17.260
17.260
0
75.247.963
106.360
75.354.324
76.792.963
1.438.639
Figuur 13: Specificatie van de uitvoering Wsw 2023
16
Bijdragen bedrijfsvoering Deelnemende gemeente Beekdaelen Brunssum Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Valkenburg Voerendaal
Totaal
Bijdragen Personeelskosten Wsw
AJ cf 01-01- 1ste begr. wijz. AJ cf 01-012023 2023 2023 133,25 293,43 61,33 835,98 571,46 306,38 70,80 47,48 44,01 37,53
2de begr. wijz. 2023
verschil
€ € € € € € € € € €
25.345 55.809 11.666 159.003 108.692 58.273 13.466 9.031 8.371 7.138
133,35 294,15 62,47 830,43 572,01 311,98 70,89 46,68 44,43 37,48
€ € € € € € € € € €
18.472 40.747 8.654 115.038 79.239 43.217 9.820 6.466 6.155 5.191
€ € € € € € € € € €
-6.872 -15.062 -3.011 -43.965 -29.454 -15.056 -3.646 -2.564 -2.216 -1.947
2.401,66 €
456.795
2.403,86 €
333.000
€
-123.795
Deelnemende gemeente Beekdaelen Brunssum Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Valkenburg Voerendaal
Totaal
AJ cf 01-01- 1ste begr. wijz. AJ cf 01-012023 2023 2023 133,25 293,43 61,33 835,98 571,46 306,38 70,80 47,48 44,01 37,53
2de begr. wijz. 2023
€ € € € € € € € € €
-
133,35 294,15 62,47 830,43 572,01 311,98 70,89 46,68 44,43 37,48
€ € € € € € € € € €
1.109 2.447 520 6.909 4.759 2.596 590 388 370 312
€ € € € € € € € € €
1.109 2.447 520 6.909 4.759 2.596 590 388 370 312
2.401,66 €
-
2.403,86 €
20.000
€
20.000
Figuur 14: Specificatie van de bijdragen in de bedrijfsvoering
Figuur 15: Specificatie van de bijdragen in de personeelskosten
Bijdragen uitvoering Wsw
Bijdragen Beschut 2.0
Deelnemende gemeente Beekdaelen Brunssum Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Valkenburg Voerendaal
Totaal
AJ cf 01-01- 1ste begr. wijz. AJ cf 01-012023 2023 2023 133,25 293,43 61,33 835,98 571,46 306,38 70,80 47,48 44,01 37,53
€ € € € € € € € € €
-64.004 -140.938 -29.460 -401.539 -274.486 -147.161 -34.007 -22.806 -21.140 -18.026
2.401,66 € -1.153.567
133,35 294,15 62,47 830,43 572,01 311,98 70,89 46,68 44,43 37,48
2de begr. wijz. 2023
verschil
€ € € € € € € € € €
-79.805 -176.037 -37.388 -496.990 -342.329 -186.709 -42.424 -27.937 -26.591 -22.428
€ € € € € € € € € €
-15.801 -35.099 -7.928 -95.451 -67.844 -39.548 -8.417 -5.131 -5.451 -4.401
2.403,86 €
-1.438.639
€
-285.072
Figuur 16: Specificatie van de bijdragen in de uitvoering Wsw
Deelnemende gemeente Beekdaelen Brunssum Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Valkenburg Voerendaal
Totaal
verschil
AJ cf 01-01- 1ste begr. wijz. AJ cf 01-012023 2023 2023 133,25 293,43 61,33 835,98 571,46 306,38 70,80 47,48 44,01 37,53
2de begr. wijz. 2023
verschil
€ € € € € € € € € €
169.004 372.149 77.789 1.060.266 724.781 388.579 89.795 60.219 55.820 47.599
133,35 294,15 62,47 830,43 572,01 311,98 70,89 46,68 44,43 37,48
€ € € € € € € € € €
147.336 324.998 69.026 917.538 632.005 344.700 78.322 51.576 49.092 41.406
€ € € € € € € € € €
-21.668 -47.151 -8.763 -142.727 -92.776 -43.879 -11.472 -8.643 -6.727 -6.193
2.401,66 €
3.046.000
2.403,86 €
2.656.000
€
-390.000
Figuur 17: Specificatie van de bijdragen WOZL Beschut 2.0 17
Rijksbijdragen Deelnemende gemeente Beekdaelen Brunssum Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Valkenburg Voerendaal
Totaal
Gem AJ 2023 129,34 285,52 57,50 812,17 548,52 294,96 67,99 45,52 43,35 33,83
1ste begr. wijz. 2023 € € € € € € € € € €
3.976.365 8.778.154 1.767.681 24.969.379 16.863.662 9.068.229 2.090.214 1.399.421 1.332.801 1.040.177
2.318,70 € 71.286.083
Gem AJ 2023 127,27 289,72 59,55 802,29 548,44 301,38 68,94 45,28 42,81 33,44
2de begr. wijz. 2023
verschil
€ € € € € € € € € €
4.214.132 9.593.411 1.971.742 26.566.502 18.160.627 9.979.477 2.282.885 1.499.463 1.417.478 1.107.245
€ € € € € € € € € €
237.767 815.258 204.061 1.597.123 1.296.965 911.248 192.671 100.042 84.677 67.067
2.319,11 €
76.792.963
€
5.506.879
Figuur 18: Verwachte verdeling van de Rijksbijdragen 2023 per gemeente.
18
Hoofdlocatie
Locatie BVS
Locatie Beschut 2.0
Locatie Wenckebachstraat
Kloosterweg 1
Diepenbrockstraat 15
Sourethweg 2
Wenckebachstraat 10
6412 CN Heerlen
6411 TJ Heerlen
6422 PC Heerlen
6466 NC Kerkrade
Postbus 330
Postbus 330
Postbus 6001
Postbus 330
6400 AH Heerlen
6400 AH Heerlen
6401 SB Heerlen
6400 AH Heerlen
045 566 66 00
045 566 66 00
045 566 68 00
045 566 58 00
Factsheet
2de Begrotingswijziging 2023 GR WOZL Aanleiding De 2de begrotingswijziging 2023 van het Werkvoorzieningsschap Oostelijk Zuid-Limburg (GR WOZL) wordt aangeboden vanwege de volgende redenen: • Meicirculaire Gemeentefonds 2023 van het Ministerie van BZK; • De verwachte realisatie van de arbeidsjaren in 2023; • Operationele realisatie van de verbonden partijen over het eerste halfjaar 2023.
Gevolgen meicirculaire 2023 In mei heeft het Ministerie BZK de meicirculaire Gemeentefonds 2023 gepubliceerd. Jaarlijks wordt naar deze circulaire uitgekeken, omdat hiermee duidelijk wordt welk effect de subsidie Sw en Loon Prijs Ontwikkeling (LPO) hebben op de lopende begroting. De uitkomst van deze meicirculaire is positief te noemen voor zowel de deelnemende gemeenten als de GR WOZL. Het subsidiebedrag per arbeidsjaar is met €33.133 in 2023 per saldo €2.368 hoger dan opgenomen in de 1ste begrotingswijziging 2023.
www.wspparkstad.nl
Resultaten GR WOZL
1ste begrotings wijziging 2023
2de begrotings wijziging 2023
verschil
-€2.380.000
-€1.610.000
€770.000
2.318,70
2.319,12
0,42
1ste begrotings wijziging 2023
2de begrotings wijziging 2023
verschil
-€2.279.000
-€2.297.000
-€18.000
€2.373
€2.536
€163
20%
20%
0%
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen Arbeidsjaren Wsw
Beschut 2.0
Operationeel resultaat Gemiddelde toegevoegde waarde per fte Ziekteverzuim
Toelichting op de arbeidsjaren De 2de begrotingswijziging 2023 is gebaseerd op gemiddeld 2.319 arbeidsjaren (AJ). Dit is in lijn met de 1ste begrotingswijziging 2023. Naast de bekende pensioendata van de medewerkers wijkt werkelijke overige uitstroom per gemeente af van de generiek begrote 3%. Dit leidt tot afwijkingen per gemeente die positief of negatief kunnen zijn ten opzichte van de 1ste begrotingswijziging 2023.
Toelichting op het financiële resultaat: In de 2de begrotingswijziging 2023 bedraagt het begroot verlies voor financiering en algemene dekkingsmiddelen -€1.610.000 Dit is €770.000 beter dan begroot in de 1ste begrotingswijziging 2023. Dit betekent voor de deelnemende gemeenten een lagere tekortbijdrage. Resultaatsverloop GR WOZL 2de begrotingswijziging
bedragen x €1.000,-
Begroot resultaat GR WOZL cf. 1ste begrotingswijziging 2023
Beter resultaat in bedrijfsvoering Hoger positief saldo uitvoering Wsw Beter resulaat WOZL Beschut 2.0 Slechter resultaat personeelslasten Wsw Totaal resultaatverbetering t.o.v. 1ste begrotingswijziging 2023 Resultaat voor financiering en dekkingsmiddelen
-2.380
123 287 390 -30 770 -1.610
www.wspparkstad.nl
Begrippenlijst
Arbeidsjaar
Fte gecorrigeerd naar arbeidshandicap. Meeteenheid voor de arbeidscapaciteit die gehanteerd wordt voor de toekenning van de Rijkssubsidie.
Loonprijsontwikkeling
Kostenontwikkeling als gevolg van loon- en prijsindexering.
Bedrijfsvoeringskosten
Kosten die gerelateerd zijn aan bestaan en werking van een organisatie, niet direct gekoppeld aan de primaire processen in de organisatie.
Wsw
Wet Sociale Werkvoorziening
PW
Participatiewet
www.wspparkstad.nl
2de Begrotingswijziging 2023 GR WSP Parkstad
2de Begrotingswijziging 2023 GR WSP Parkstad
Goedgekeurd door het Algemeen Bestuur d.d. 21 september 2023. Vastgesteld door het Algemeen Bestuur d.d. 25 januari 2024.
De Algemeen directeur/ Secretaris F. Dijk
De voorzitter M.E.E. de Beer
2
Leeswijzer Bekijk je dit plan digitaal? Dan kun je hier navigeren
Hier kun je zien in welk hoofdstuk je bent
Download onze app
3
Samenvatting Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur op 21 september 2023 zal de 2de begrotingswijziging 2023 worden opgesteld en voorzienwijze worden aangeboden aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur op 25 januari 2024 zal de 2de begrotingswijziging 2023 worden vastgesteld na beoordeling van de verkregen zienswijzen van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De 2 begrotingswijziging 2023 van de GR WSP Parkstad wordt aangeboden vanwege de volgende redenen: de
• Meicirculaire Gemeentefonds 2023 van het Ministerie BZK; • Extra compensatie van 26 miljoen euro (landelijk) m.b.t. stijging minimumloon met 10,15%; • Operationele realisatie van de verbonden partijen over het eerste halfjaar 2023.
Jaarlijks publiceert het Ministerie van BZK de meicirculaire Gemeentefonds, waarmee zij de subsidie Sw bekend maakt voor het lopende jaar. Op basis van deze circulaire wordt het effect duidelijk van de subsidie SW en de Loon Prijs Ontwikkeling (LPO) voor de lopende begroting. Deze LPO is weer van belang in relatie tot de in de cao Sociale Werkvoorziening afgesproken loonwikkeling van de Sw-lonen. Het operationeel resultaat van de verbonden partijen is zeer positief ten opzichte van de 1ste begrotingswijziging 2023. Dit is niet alleen door de hogere subsidie die is verkregen, maar ook ten gevolge van de hogere omzet die is gerealiseerd. We hebben bij verlenging of vernieuwing van de contracten hogere tarieven kunnen afspreken. Ook is het aantal declarabele uren gestegen en zijn er minder medewerkers zonder object. De kosten voor de uitvoering van de Participatiewet zijn licht gestegen. Dit komt doordat de inmiddels toegezegde subsidie voor inzet van de jongerenjobcoach en coördinator jeugdwerkeloosheid nog niet in deze 2de begrotingswijziging is verwerkt. Met betrekking tot het plaatsen van kandidaten uit de participatiewet merken we dat dit niet zo soepel ging als voorheen. De krappe arbeidsmarkt nood werkgevers steeds meer om de eisen die gesteld worden aan een potentiële medewerker te verlagen.
Het aantal kandidaten 80-100% is zeer beperkt, de groep 50-80% is ook beperkt en vraagt meer ondersteuning bij het opstarten bij een werkgever. De plaatsingsdoelstelling zullen we net halen. Fred Dijk Algemeen directeur / Secretaris
4
Inhoud 1
4
KPI’s
naar vorige pagina
Risico analyse 14
6
naar volgende pagina naar inhoudsopgave
2
3
Meicirculaire 2023
7
8
5
Bijlagen 17
Finance
5
1 KPI’s GR WSP Parkstad
1ste begrotingswijziging 2023
2de begrotingswijziging 2023
Verschil
-€5.560.000
-€1.755.000
€3.805.000
1ste begrotingswijziging 2023
2de begrotingswijziging 2023
Verschil
Netto resultaat
-€3.405.000
€430.000
€3.835.000
Operationeel resultaat
€8.443.000
€9.089.000
€646.000
-€11.848.000
-€8.659.000
€3.189.000
1.440
1.440
0
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen
Verbonden partijen
Subsidieresultaat Declarabele uren per jaar IDT (fte)
Figuur 1: KPI’s In deze 2de begrotingswijziging 2023 wordt voor de overige, niet-financiële KPI's, verwezen naar het Ondernemingsplan 2023. Deze zijn hierin per thema specifiek benoemd. In de periodieke verantwoordingen wordt hierover ook per thema gerapporteerd.
6
2 Meicirculaire 2023 De meicirculaire 2023, die het Ministerie van BZK heeft gepubliceerd, heeft voor de GR WOZL en de deelnemende gemeenten een positief effect. Het subsidiebedrag per arbeidsjaar is in 2023 per saldo €2.368 hoger dan is opgenomen in de 1ste begrotingswijziging 2023.
Subsidie ontwikkeling per arbeidsjaar
2023
Subsidie ontwikkeling cf. meicirculaire 2022 Subsidiebedrag cf. begroting 2023
€30.744
Subsidie ontwikkeling cf. meicirculaire 2023
Het subsidiebedrag per arbeidsjaar in de 1 begrotingswijziging 2023 bedraagt €30.744. Dit bedrag is gebaseerd op de meicirculaire 2022 van het Ministerie van BZK. ste
LPO
€1.999
Volume
€369
Subsidiebedrag cf. 2
de
begr.wijz.2023
Positief prijsverschil
In de 2de begrotingswijziging 2023 bedraagt het bedrag per arbeidsjaar €33.113. Een verschil van €2.368 dat enerzijds voor €1.999 wordt veroorzaakt door een hogere bijdrage ter compensatie van stijgende lonen en anderzijds een volume effect van €369 door een snellere verwachte uitstroom van Sw'ers.
€33.113
€2.368
Figuur 2: Opbouw subsidie per AJ
Het kabinet heeft verder voor 2023 €26,6 miljoen extra toegezegd vanwege de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wsw. Dit wordt in september 2023 toegevoegd aan de Rijksbijdrage. Het bedrag loopt met de jaren af met de afbouw van de Wsw. In 2023 is de €26,6 miljoen ongeveer gelijk aan €483 per arbeidsjaar. Deze wijziging is in afwachting van definitieve publicatie nog niet verwerkt in deze 2de begrotingswijziging. De verwachte positieve effecten zullen verwerkt worden bij het opmaken van de jaarrekening. 7
7
3 Finance Overzicht baten & lasten
(bedragen x € 1.000,-)
Rubriek
2023 1ste begr. 2de begr. w ijz. w ijz.
verschil
Bedrijfsvoering baten lasten
-106
13 -119
13 -13
-106
-106
-
-3.405
430
3.835
-3.405
430
3.835
-2.049
-2.079
-30
-2.049
-2.079
-30
961 -961
1.000 -1.000
39 -39
-
-
-
-5.560
-1.755
3.805
106 3.405 2.049
106 -430 2.079
-3.835 30
5.560
1.755
-3.805
-
-
-
-
-
-
-
-
-
onttrekking bestemmingsreserve
-
-
-
Gerealiseerd resultaat
-
-
-
Verbonden Partijen baten lasten
Uitvoering Participatiewet baten lasten
Duale Poort Heerlen baten lasten
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen Financiering en alg. dekkingsmiddelen
Bedrijfsvoering Verbonden Partijen Uitvoering Participatiew et
Vennootschapsbelasting Onvoorzien
Gerealiseerd saldo van baten en lasten Mutaties in reserves
Figuur 3: Overzicht van baten en lasten GR WSP Parkstad 8
Toelichting op het overzicht baten en lasten In de 2de begrotingswijziging 2023 bedraagt het resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen €1.755.000. Dat is €3.805.000 beter dan in de 1ste begrotingswijziging 2023 is aangegeven.
Uitvoering Participatiewet De kosten voor de uitvoering Participatiewet zijn ten opzichte van de 1ste begrotingswijziging 2023 met €30.000 gestegen. Voor de toelichting wordt verwezen naar pagina 13.
Bedrijfsvoering Het saldo van de bedrijfsvoering bedraagt €106.000 en blijft gelijk aan de 1ste begrotingswijziging 2023. Verbonden partijen Het nettoresultaat in de 2de begrotingswijziging 2023 bedraagt €430.000 positief. Dat is €3.835.000 beter dan in de 1ste begrotingswijziging 2023. Dit komt door een beter operationeel resultaat van €646.000 en een beter subsidieresultaat van €3.189.000. Voor de toelichting wordt verwezen naar pagina 10. Duale Poort Heerlen De activiteiten rondom de Duale Poort worden specifiek in opdracht van de gemeente Heerlen uitgevoerd. De kosten worden dan ook 1-op-1 doorbelast. Voor 2023 worden de lasten begroot op €1.000.000. Dit is €39.000 boven de 1ste begrotingswijziging. Dit betreft een verhoging van €19.000 in de salariskosten voornamelijk als gevolg van de cao stijging en €20.000 hogere ICT-kosten. Het aantal fte (11,92) voor 2023 blijft nagenoeg gelijk aan de 1ste begrotingswijziging (12,02).
Resultaatsverloop GR WSP
(bedragen x € 1.000,-)
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen cf. 1ste begr. wijz. Beter netto resultaat verbonden partijen Slechter netto resultaat uitvoering Participatiewet
-5.560
3.835 -30
Totaal resultaatsverbetering t.o.v. 1ste begr. wijz.
3.805
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen cf. 2de begr. wijz.
-1.755
Figuur 4: Resultaatverloop GR WSP Parkstad 9
Toelichting op 2de begrotingswijziging 2023 van de verbonden partijen versus de 1ste begrotingswijziging 2023 Omzetwaarde en brutomarge 2de begrotingswijziging 2023 De omzetwaarde in de 2de begrotingswijziging bedraagt €19.804.000 en is daarmee €731.000 hoger dan de 1ste begrotingswijziging 2023. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de hogere tarieven die zijn afgesproken bij de verlenging of vernieuwing van contracten, meer declarabele uren, minder nultariefplaatsingen en minder mensen zonder object. Personeelskosten De totale personeelskosten bedragen €7.805.000 en zijn daarmee €239.000 hoger dan in de 1ste begrotingswijziging 2023. De stijging van €51.000 in de personele kosten Sw is het gevolg van prijsstijgingen en uitbetaald verlof. De personele kosten niet-Sw vallen naar verwachting €188.000 hoger uit door de cao-verhoging die in de 1ste begrotingswijziging niet is opgenomen. Bedrijfskosten De bedrijfskosten bedragen in de 2de begrotingswijziging 2023 €2.789.000 en zijn daarmee €156.000 lager dan is opgenomen in de 1ste begrotingswijziging 2023.
Overzicht baten & lasten
(bedragen x €1.000,-)
2023 1ste begr. wijz.
Omzetwaarde
2de begr. wijz.
verschil
19.073
19.804
731
-120
-121
-1
18.953
19.683
732
Personeelskosten personele kosten SW personele kosten n-SW Totaal Personeelskosten
-2.033 -5.533 -7.566
-2.084 -5.721 -7.805
-51 -188 -239
Totaal Bedrijfskosten
-2.945
-2.789
156
Operationeel resultaat
8.443
9.089
646
-69.980
-70.493
-513
338
343
5
Rijkssubsidie SW
57.795
61.491
3.696
Subsidieresultaat
-11.848
-8.659
3.189
Netto resultaat
-3.405
430
3.835
Aantal FTE Wsw Aantal FTE N-Wsw
1.857,00 65,64
1.833,17 65,04
-23,83 -0,60
Aantal AJ Wsw
1.895,00
1.870,84
-24,16
Verbruik grondstoffen, inhuur, uitbesteed Bruto marge
Lonen SW Wet Liv
Figuur 5: Financieel overzicht van de verbonden partijen (afgerond in duizendtallen) 10
Operationeel resultaat Het operationeel resultaat in de 2de begrotingswijziging 2023 bedraagt €9.089.000 en is daarmee €646.000 beter dan de 1ste begrotingswijziging 2023.
Nettoresultaat Het netto resultaat in de 2de begrotingswijziging 2023 bedraagt €430.000 positief en is daarmee €3.835.000 beter dan de 1ste begrotingswijziging 2023.
Subsidieresultaat Het subsidieresultaat bedraagt in de 2de begrotingswijziging 2023 €8.659.000. Dit is €3.189.000 beter dan is opgenomen in de 1ste begrotingswijziging 2023. Lonen Sw In de 2de begrotingswijziging is rekening gehouden met de cao-verhoging per 1 juli 2023 ad 3,13%.De loonkosten zijn in totaliteit €513.000 hoger dan in de 1ste begrotingswijziging 2023. Het hoeveelheidseffect (23,83 fte minder Sw-medewerkers) bedraagt €898.000 positief. Daarnaast is er nog een negatief prijsverschil (inclusief sociale lasten WAO) met name als gevolg van de cao-verhoging in juli van €1.411.000. Rijkssubsidie De rijkssubsidie is opgenomen conform de meicirculaire 2023 en bedraagt €33.113 (na afroming door de GR WOZL van €245 per AJ). In totaal komt de rijkssubsidie €3.696.000 hoger uit dan is opgenomen in de 1ste begrotingswijziging Hierin zit een negatief hoeveelheidseffect van 24,16 AJ ter grootte van €737.000, en een positief prijsverschil als gevolg van de meicirculaire van €4.433.000.
Resultaatsverloop WSP Parkstad Detacheringen B.V.
(bedragen x € 1.000,-)
Begroot netto resultaat Hogere brutomarge Hogere personeelskosten Lagere bedrijfskosten Beter subsidieresultaat Totaal resultaatsverbetering t.o.v. 1ste begr. wijz. Gerealiseerd netto resultaat
-3.405 732 -239 156 3.189 3.835 430
Figuur 6: Resultaatverloop GR WSP Parkstad Detachering B.V. 2023 11
Overzicht baten & lasten
(bedragen x € 1.000,-)
2023 1ste begr. wijz.
Omschrijving
Externe omzet Omzetwaarde
2de begr. wijz.
verschil
110
124
14
110
124
14
Personeelskosten Lonen
-1.744
-1.798
-54
Opleidingen
-15
-15
0
Inhuur derden
-12
-24
-12
-1.771
-1.837
-66
0
0
0
Facilitaire kosten (incl. huisvesting)
-20
-20
0
Dienstverlening
-71
-73
-2
Overige bedrijfskosten
-47
-53
-6
Doorbelasting bedrijfsvoering GR WOZL
-250
-220
30
Totaal Bedrijfskosten
-388
-366
22
Operationeel resultaat
-2.049
-2.079
-30
Netto resultaat
-2.049
-2.079
-30
Totaal Personeelskosten
Afschrijvingskosten
Figuur 7: GR WSP Parkstad uitvoering Participatiewet 2023 12
Toelichting uitvoering Participatiewet 2de begrotingswijziging 2023 versus de 1ste begrotingswijziging 2023 Omzetwaarde De omzet omvat de subsidies die worden ontvangen voor de jongerenjobcoaches, jobcoach jongerenwerkeloosheid en coördinator jongerenwerkloosheid. Van de laatste twee is in 2de begrotingswijziging geen subsidie opgenomen voor de kosten na 1 augustus 2023.* Personele kosten De personele kosten in de 2de begrotingswijziging bedragen €1.837.000 en zijn daarmee €66.000 hoger dan in de 1ste begrotingswijziging is opgenomen. Dit komt o.a. door de cao-verhoging die in de 1ste begrotingswijziging niet is opgenomen. Daarnaast is de inhuur van een jobcoach jongerenwerkloosheid verlengd voor het tweede halfjaar.* Bedrijfskosten In de 2de begrotingswijziging 2023 bedragen de bedrijfskosten €366.000 hetgeen €22.000 minder is dan is opgenomen in de 1ste begrotingswijziging. De belangrijkste oorzaak is de lagere toerekening bedrijfsvoering vanuit de GR WOZL. Nettoresultaat Het nettoresultaat in de 1ste begrotingswijziging 2023 bedraagt negatief €2.079.000 en is daarmee €30.000
lager dan de 1ste begrotingswijziging 2023.
* De subsidietoezegging is bij het uitgaan van deze begrotingswijziging ontvangen t/m 31 december 2024.
Begrote formatie Participatiewet
1ste begr. wijz. 2023
2de begr. wijz. 2023
FTE
FTE
Management
0,75
0,75
Projectmanagement
0,80
0,80
Accountmanagement
8,28
8,28
Arbeidsmakelaar
1,00
1,00
Jobcarver
1,00
1,00
SROI
1,00
1,00
SGA
0,89
0,89
Projectondersteuner SROI
1,00
1,00
Nazorgcoödinator
0,80
0,80
Nazorgcoach
1,00
1,00
subtotaal
16,52
16,52
C omm. Directeur
0,50
0,50
C ommunicatie
1,00
1,00
Applicatiebeheer
0,50
0,50
subtotaal
2,00
2,00
Jongerenjobcoaches
1,72
1,72
Jobcoach jongerenwerkloosheid
0,67
0,67
C oödinator jongerenwerkloosheid
0,89
0,89
subtotaal
3,28
3,28
Algeheel totaal
21,80
21,80
Figuur 8: Begrote formatie Participatiewet 13
4 Risico analyse Risico analyse In de onderstaande tabel is de status van de risico’s, zoals in de 2de begrotingswijziging 2023 mee rekening is gehouden, nader toegelicht. Risico in begroting
Toelichting op risico
Status
Loonprijsontwikkeling
In de 1ste begrotingswijziging 2023 is rekening gehou- den met de subsidiebedragen conform de mei- en septembercirculaire 2022. Hierin is een LPO toegekend voor 2022 ad 3,74%. Per 1 januari is rekening gehouden met een stijging van het wettelijk minimumloon (WML) van 10,15% + circa 0,7% suppletie voor medewerkers die door deze stijging beneden WML vallen en daarvoor aangevuld moeten worden. In de 1ste begrotingswijziging is voor de Sw-medewerkers rekening gehouden met een cao-stijging van 1,93% per 1 januari 2023. Voor niet-Sw medewerkers is nog geen concreet zicht op de uitkomst van de cao onder- handelingen. Om deze reden is hiervoor in deze 1ste begrotingswijziging nog geen rekening gehouden met een loonstijging.
De LPO 2023 is definitief vastgesteld in de meicirculaire 2023. De LPO 2023 is vastgesteld op 6,43%. Hierdoor stijgt de rijkssubsidie per arbeidsjaar met €1.999. Daarnaast is er sprake van een positief volume effect op de subsidie van €369 per arbeidsjaar. In totaliteit neemt de subsidie per arbeidsjaar daardoor toe met €2.369 tot €33.113. Het kabinet heeft verder voor 2023 €26,6 miljoen extra toegezegd vanwege de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wsw. Dit wordt in september 2023 toegevoegd aan de Rijksbijdrage. Het bedrag loopt met de jaren af met de afbouw van de Wsw. In 2023 is de €26,6 miljoen ongeveer gelijk aan €483 per arbeidsjaar. Deze wijziging is in afwachting van definitieve publicatie nog niet verwerkt in deze 2de begrotingswijziging. De verwachte positieve effecten zullen verwerkt worden bij het opmaken van de jaarrekening. Bij het opstellen van de 2de begrotingswijziging is conform cao afspraken rekening gehouden met een loonstijging van 3,13% per 1 juli 2023. Wanneer vakbonden en VNG alsnog een akkoord zouden bereiken over een extra loonstijging voor de Sw-medewerkers dan betekent dit een aanvullend (op het moment van schrijven) niet te kwantificeren financieel risico. De verwachting is echter dat zo'n akkoord enkel bereikt zal worden wanneer het Rijk hiervoor extra middelen beschikbaar stelt voor de gemeenten.
Dit zal dan naar verwachting in belangrijke mate dit financiële risico dempen. Vanuit het belang van onze medewerkers heeft bestuur en directie van WOZL/WSP Parkstad de oproep van de vakbonden voor een aanvullende loonstijging wel van harte ondersteund.
Beschikbaarheid van passend werk
De vraag naar passend werk zal blijvend ontwikkeld moeten worden. WSP Parkstad is hierin zeer actief en bedreven door inzet van jobcarving. Hierbij wordt middels een specialistische analyse een praktisch voorstel gedaan aan werkgevers hoe bestaande arbeid aangepast kan worden aan de mogelijkheden die inzet van Sw of PW kandidaten biedt. De vraag blijft of er in de Parkstadregio voldoende passende werkgelegenheid voorhanden is.
Het bewust maken en inzien van kansen door werkgevers is een proces van lange adem door de adviseurs werkgeversdienstverlening. Gerichte acquisitie en relatiebeheer, onderbouwd door succesvolle praktijkvoorbeelden is de kern van onze aanpak om te komen tot een vergrote bereidheid bij werkgevers tot het inzetten van onze kandidaten. Tevens worden de geijkte MVO en marketingkanalen ingezet om bekendheid en bereidheid bij werkgevers in de regio te vergroten. Tot slot wordt extra ingezet op SROI om zodoende het maximale potentieel uit de arbeidsmarkt aan te kunnen boren.
Figuur 9: Risico Analyse deel 1/3 14
Risico in begroting
Toelichting op risico
Beschikbaarheid van passend werk - vervolg
Status
Gericht zoeken naar die werkgevers die open staan voor een kwetsbaardere groep werkzoekenden. Sleutelbegrippen zijn o.a.: laagdrempelige ontmoeting tussen werkgever en werkzoekenden, niet een functie als vertrekpunt nemen maar een bundeling van taken, jobcarving om functies geschikt te maken en buddytraining om de werkgever te helpen in de begeleiding van de nieuwe medewerker. Belangrijk is de samenwerking in de keten (Taskforce Onbenut Arbeidspotentieel) om succesvol werkgevers te kunnen voorzien van personeel. Er wordt ook extra ingezet om de SROI-verplichting te vertalen naar een plaatsing of naar een bijdrage in een fonds. Middels het fonds willen we extra geld beschikbaar stellen voor de regio Parkstad. Zodat meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans maken op een baan.
Aantal arbeidsjaren
Indexeringen
In de bepaling van het aantal arbeidsjaren wordt uitgegaan van de werkelijk verwachte pensioendata en een overige uitstroom van 3% als gevolg van met name ziek uit dienst en overlijden. Dit percentage is een verwachting op basis van historische uitstroom. De werkelijke overige uitstroom kan hiervan in zowel positieve als negatieve zin afwijken. Dit is voor WOZL/WSP Parkstad een niet te beïnvloeden risico.
Het aantal gerealiseerde arbeidsjaren tot en met juni 2023 bedraagt 2.363 en is 27 arbeidsjaren hoger dan begroot in de 1ste begrotingswijziging 2023 (tot en met juni 2.336 arbeidsjaren). Naar verwachting zal dit verschil worden afgebouwd in het tweede halfjaar waardoor de jaarverwachting op het niveau van de 1ste begrotingswijziging 2023 komt.
WSP Parkstad wordt geconfronteerd met hoge kostenstijgingen als gevolg van inflatie en de ontwikkeling van indexcijfers als gevolg hiervan. In deze 1ste begrotingswijzigingen is in de bedrijfskosten naar best mogelijke inzicht rekening gehouden met indexeringen van leveranciers (bijvoorbeeld huur, onderhoud en energie). Door de extreme omvang van de inflatie en indexeringen is dit echter nadrukkelijker dan andere een risico in de begroting.
De werkelijke indexeringen 2023 op de inkoop door WSP Parkstad is verwerkt in de 2de begrotingswijziging 2023.
De werkelijke overige uitstroom wijkt per gemeente af van de generiek begrote 3%. Dit leidt tot afwijkingen per gemeente die positief of negatief kunnen zijn ten opzichte van de begroting.
De prijsindexeringen op de detacheringstarieven zijn onverkort geaccepteerd en conform de uitgangspunten in de 1e begrotingswiziging gehandhaafd.
Figuur 10: Risico Analyse deel 2/3 15
Risico in begroting
Toelichting op risico
Indexeringen - vervolg
De indexering die WSP Parkstad in haar tarieven voor detacheringen en aangenomen werk kan hanteren is sterk afhankelijk van de individuele contractafspraken. Gemiddeld genomen is in de 1ste begrotingswijziging rekening gehouden met 3% indexering van omzet. De mate waarin dit door klanten wordt geaccepteerd of dit een risico vormt voor de continuïteit van werk kan op het moment van opstellen van deze begroting moeilijk worden overzien.
Effecten cao Sw
In de nieuwe seniorenregeling is een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) én een uitbreiding van de seniorenregeling overeengekomen. De RVU regeling voorziet in de mogelijkheid voor Sw-medewerkers om onder voorwaarden twee jaar voor pensioendatum te stoppen met werken. In 2022 betreft dit voor WSP Parkstad Detachering potentieel maximaal 167 fte. Het is op dit moment nog onzeker hoeveel medewerkers binnen welke detacheringen werkelijk gebruik zullen maken van deze regeling. Het exacte effect is daarom moeilijk vast te stellen en derhalve niet meegenomen in deze 1ste begrotingswijziging. Enkel ter indicatie is het verwachte gemiddelde effect bij een deelname van 50% (84 fte) op de omzet -€834.000. Het subsidieresultaat verbetert in dit geval met €906.000.
Status
Ultimo juni 2023 neemt circa 59 fte deel aan de seniorenregeling. Omdat de instroom zich moeilijk laat voorspellen is de 2de begrotingswijziging gebaseerd op de deelname t/m juni 2023. De (beperkte) onzekerheid van dit risico blijft daarom ook in deze 2de begrotingswijziging van toepassing.
De deelname aan de seniorenregeling kent dezelfde onzekerheid en is daarom ook niet in deze 1ste begrotingswijziging meegenomen. Binnen WSP Parkstad Detachering is het maximaal potentieel medewerkers dat hiervan gebruik kan maken circa 52 fte. Wanneer hierbij een deelname is van 50% betreft dit 26 fte met een indicatieve omzetdaling van €170.000 en een verbetering van het subsidieresultaat van €58.000. Figuur 11: Risico Analyse deel 3/3 16
5 Bijlagen Totaal bijdragen deelnemende gemeenten cf. 1ste begrotingswijziging 2023 GR WSP
Deelnemende gemeente
Bedrijfsvoering
Resultaat verbonden partijen
Totaal bijdragen deelnemende gemeenten cf. 2de begrotingswijziging 2023 GR WSP
Uitvoering Participatiewet
Totaal financiering
Deelnemende gemeente
Bedrijfsvoering
Resultaat verbonden partijen
Uitvoering Participatiewet
Totaal financiering
Beekdaelen
5.904
188.923
74.718
269.545
Beekdaelen
5.895
-23.853
75.812
57.854
Brunssum
13.000
416.010
186.795
615.805
Brunssum
13.003
-52.616
189.530
149.917
Gulpen-Wittem *
2.717
86.957
0
89.674
Gulpen-Wittem *
2.762
-11.175
0
-8.413
Heerlen
37.037
1.185.228
1.057.548
2.279.814
Heerlen
36.712
-148.547
1.073.032
961.197
Kerkrade
25.318
810.204
408.076
1.243.597
Kerkrade
25.287
-102.320
414.050
337.018
Landgraaf
13.574
434.377
264.387
712.338
Landgraaf
13.792
-55.806
268.258
226.244
Simpelveld
3.137
100.378
28.738
132.252
Simpelveld
3.134
-12.680
29.158
19.612
Vaals *
2.104
67.317
0
69.420
Vaals *
2.064
-8.350
0
-6.286
Valkenburg*
1.950
62.399
0
64.348
Valkenburg*
1.964
-7.948
0
-5.984
Voerendaal
1.663
53.209
28.738
83.609
Voerendaal
1.657
-6.703
29.158
24.112
106.403
3.405.000
2.049.000
5.560.403
106.269
-430.000
2.079.000
1.755.269
totaal
totaal
* De bijdragen voor de heuvellandgemeenten worden via GR WOZL verrekend
* De bijdragen voor de heuvellandgemeenten worden via GR WOZL verrekend
Figuur 12: Totale bijdragen deelnemende gemeenten cf. 1ste begr. wijz.2023
Figuur 13: Totale bijdragen deelnemende gemeenten cf. 2de begr. wijz.2023
17
Bijdragen bedrijfsvoering
(x € 1)
AJ cf 01-012023 Beekdaelen Brunssum Gulpen-Wittem* Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals * Valkenburg * Voerendaal
133,25 293,43 61,33 835,98 571,46 306,38 70,80 47,48 44,01 37,53
1ste begr. wijz. 2023
AJ cf 01-012023
2de begr. wijz. 2023
€ € € € € € € € € €
5.904 13.000 2.717 37.037 25.318 13.574 3.137 2.104 1.950 1.663
133,35 294,15 62,47 830,43 572,01 311,98 70,89 46,68 44,43 37,48
€ € € € € € € € € €
5.895 13.003 2.762 36.712 25.287 13.792 3.134 2.064 1.964 1.657
2.401,66 €
106.403
2.403,86 €
106.269
Bijdragen resultaat verbonden partijen
Deelnemende gemeente Beekdalen Brunssum Gulpen-Wittem * Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals* Valkenburg * Voerendaal Totaal
totaal
AJ cf 01-012023
(x € 1)
1ste begr. wijz. 2023
AJ cf 01-012023
133,25 293,43 61,33 835,98 571,46 306,38 70,80 47,48 44,01 37,53
€ 188.923 € 416.010 € 86.957 € 1.185.228 € 810.204 € 434.377 € 100.378 € 67.317 € 62.399 € 53.209
133,35 294,15 62,47 830,43 572,01 311,98 70,89 46,68 44,43 37,48
-€ 23.853 -€ 52.616 -€ 11.175 -€ 148.547 -€ 102.320 -€ 55.806 -€ 12.680 -€ 8.350 -€ 7.948 -€ 6.703
2.401,66
€ 3.405.000
2.403,86
-€ 430.000
* De bijdragen voor de heuvellandgemeenten worden via de GR WOZL verrekend
* De bijdragen voor de heuvellandgemeenten worden via de GR WOZL verrekend
Figuur 14: Specificatie van de bijdrage in de bedrijfsvoering
Figuur 15: Specificatie van de bijdrage in de verbonden partijen
Uitvoering Participatiewet
Deelnemende gemeente Beekdaelen Brunssum Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Valkenburg Voerendaal Totaal
Bijstands gerechtigde per 31-122021 260 650 0 3.680 1.420 920 100 0 0 100 7.130
2de begr. wijz. 2023
(x € 1)
1ste begr. wijz. 2023 € 74.718 € 186.795 €0 € 1.057.548 € 408.076 € 264.387 € 28.738 €0 €0 € 28.738
Bijstands gerechtigde per 31-122021 260 650 0 3.680 1.420 920 100 0 0 100
2de begr. wijz. 2023 € 75.812 € 189.530 €0 € 1.073.032 € 414.050 € 268.258 € 29.158 €0 €0 € 29.158
2.049.000
7.130
2.079.000
Figuur 16: Specificatie van de bijdrage in de uitvoering Participatiewet 18
Hoofdlocatie
Locatie BVS
Locatie Beschut 2.0
Locatie Wenckebachstraat
Kloosterweg 1
Diepenbrockstraat 15
Sourethweg 2
Wenckebachstraat 10
6412 CN Heerlen
6411 TJ Heerlen
6422 PC Heerlen
6466 NC Kerkrade
Postbus 330
Postbus 330
Postbus 6001
Postbus 330
6400 AH Heerlen
6400 AH Heerlen
6401 SB Heerlen
6400 AH Heerlen
045 566 66 00
045 566 66 00
045 566 68 00
045 566 58 00
Factsheet
2de begrotingswijziging 2023 GR WSP Parkstad Aanleiding De voorliggende 2de begrotingswijziging 2023 van de GR WSP Parkstad wordt aangeboden vanwege de volgende redenen: • Meicirculaire Gemeentefonds 2023 van het Ministerie van BZK; • De verwachte realisatie van de arbeidsjaren in 2023; • Operationele realisatie van de verbonden partijen over het eerste halfjaar 2023.
Gevolgen meicirculaire 2023 In mei heeft het Ministerie BZK de meicirculaire Gemeentefonds 2023 gepubliceerd. Jaarlijks wordt naar deze circulaire uitgekeken, omdat hiermee duidelijk wordt welk effect de subsidie Sw en Loon Prijs Ontwikkeling (LPO) hebben op de lopende begroting. De uitkomst van deze meicirculaire is positief te noemen voor zowel de deelnemende gemeenten als de GR WSP Parkstad. Het subsidiebedrag per arbeidsjaar is met €33.133 in 2022 per saldo €2.368 hoger dan opgenomen in de 1ste begrotingswijziging 2023.
www.wspparkstad.nl
Resultaten GR WSP Parkstad
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen
Verbonden partijen
Netto resultaat Operationeel resultaat Subsidieresultaat Declarabele uren per jaar IDT (fte)
1ste begrotings wijziging 2023
2de begrotings wijziging 2023
verschil
-€5.560.000
-€1.755.000
€3.805.000
1ste begrotings wijziging 2023
2de begrotings wijziging 2023
verschil
-€3.405.000
-€430.000
€3.8350.000
€8.443.000
€9.089.000
€646.000
-€11.848.000
-€8.659.000
€3.189.000
1.440
1.440
0
Toelichting op het financiële resultaat In de 2de begrotingswijziging 2023 bedraagt het begroot verlies voor financiering en algemene dekkingsmiddelen -€1.755.000. Dit is €3.805.000 beter dan aangegeven in de 1ste begrotingswijziging 2023. Dit betekent voor de deelnemende gemeenten een lagere tekortbijdrage
Resultaatsverloop GR WSP
(bedragen x € 1.000,-)
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen cf. 1ste begr. wijz. Beter netto resultaat verbonden partijen Slechter netto resultaat uitvoering Participatiewet
-5.560
3.835 -30
Totaal resultaatsverbetering t.o.v. 1ste begr. wijz.
3.805
Resultaat voor financiering en algemene dekkingsmiddelen cf. 2de begr. wijz.
-1.755
www.wspparkstad.nl
B E H A N D E L B R I E F
Registratienummer: 23it01580 Het Presidium van de gemeente Kerkrade, handelend met mandaat van de gemeenteraad – ex artikel 3a lid 1 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadcommissies ter voorbereiding van de vergaderingen van de raad der gemeente Kerkrade – stelt de hieronder gekozen commissie(s) voor om in de openbaarheid te doen behandelen, het onderwerp: Onderwerp Meerjarenbeleidsplan Wmo en Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024 Algemene informatie Dit onderwerp is toegekend aan de commissie:
Te behandelen d.d.:
Burgers en Samenleving
7 december 2023
Aanleiding / toelichting Vanaf 2015 zijn gemeenten in grote mate verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning aan mensen zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en andere mensen kunnen blijven ontmoeten. De gemeenteraad is op grond van artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verplicht een verordening op te stellen. Hierin worden de regels vastgesteld voor de uitvoering van het beleidsplan (artikel 2.1.2) en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. Het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder is qua termijn afgelopen. Daarnaast is het belangrijk om de verordening in lijn te brengen met de jurisprudentie waaronder een tweetal recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in relatie tot de opbouw van het tarief voor informele hulp middels een persoonsgebonden budget. Dit is aangegrepen om de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2021, in samenspraak met de Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning en de afdeling Wmo (Kwaliteit en Uitvoering), tevens in omvang terug te brengen en daarmee beter hanteerbaar en leesbaar te Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl
Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade
1
B E H A N D E L B R I E F
maken (voor zowel inwoners als ook uitvoerders). Ingezoomd is op wat daadwerkelijk in de verordening móet zijn opgenomen waarbij een aantal zaken kan landen in Nadere Regels die na bekrachtiging van de verordening aan het college van B&W worden voorgelegd ter accordering. Het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder is gebaseerd op het collegeprogramma 2018-2022. Het vigerend collegeprogramma 2022-2026 ‘Samen verder bouwen aan een vitaal en uitdagend Kerkrade!' is een voortzetting van de richting die in de voorgaande periode werd ingezet, namelijk vanuit een buurt- en/of wijkgerichte benadering het bevorderen van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de inwoners. Daarom ligt verlengen van dit plan voor de hand. Kader / afbakening Wmo 2015, artikel 2.1.2 en artikel 2.1.3. Wijze van behandelen Doel: Ter besluitvorming door de Raad Aard van het onderwerp: Technische/ wetswijziging Vorm: Schriftelijke stukken:
Al toegezonden
Mondelinge toelichting: Ja Presentatie: Nee Anders, namelijk:
Tijdsduur Tijdsduur Tijdsduur
15 minuten minuten minuten
Bestuurlijke verantwoordelijke(n) Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl
Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade
2
B E H A N D E L B R I E F
Wethouder Paas
Ambtenaren en externen Aanwezig zullen zijn: Ambtenaren:
Femke Scheuerman en Marie-Therese Bindels-Counotte (beleidsmedewerkers Zorg)
Bijlage(n) diverse
Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl
Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade
3
Agendapunt nr.:
Registratienummer: 23it01531 Sector: Burger
Kerkrade, 13 december 2023
Aanbiedingsbrief aan de raad. Nr.: 23it01531 Hierbij bieden wij u ter overweging en beslissing aan het ontwerpbesluit, nr. 23Rb084, over het Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 ‘Samen verder’, de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Kerkrade 2021 en de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Kerkrade 2024. In de nota van toelichting, nr. 23Tl074, die het ontwerpbesluit vergezelt, zijn de overwegingen en nadere gronden aangegeven waarop het ontwerpbesluit berust.
Het college,
De secretaris,
dr. T.P. Dassen-Housen
R.M.J.S. Stijns
Ontwerpbesluit Nr.:
23Rb084
De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, • dat gemeenten sinds 2015 voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor het bieden van ondersteuning aan mensen zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en andere mensen kunnen blijven ontmoeten; • dat het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder, is afgelopen; • dat we de ingeslagen weg verder willen uitbouwen met in achtneming van de beschikbare financiële middelen; • dat derhalve een verlenging van het meerjarenbeleidsplan noodzakelijk is; • dat de verordening 2021 niet meer geheel in lijn is met de jurisprudentie; • dat derhalve een vernieuwde verordening per 2024 noodzakelijk is.
kennis genomen hebbende van, • de nota van toelichting, nr. 23Tl074, behorende bij dit besluit; • de beraadslagingen in de commissie B&S d.d. 7 december 2023.
gelet op, • programma: Zorg • gemeentelijk/regionaal beleidskader: Maatschappelijke Ondersteuning • wetsartikel: artikel 2.1.2 en 2.1.3. Wmo 2015
besluit: I. instemmen met het verlengen van het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder tot en met 2024, hetgeen als zodanig deel uitmaakt van dit ontwerpbesluit; II. instemmen met de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024, ingaande 1 januari 2024, welke als zodanig deel uitmaakt van dit ontwerpbesluit; III. intrekken van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2021 met ingang van 1 januari 2024.
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 20 december 2023. De voorzitter van de raad,
Documentnummer: 23Rb084
De griffier,
dr. T.P. Dassen-Housen.
Documentnummer: 23Rb084
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
Nota van toelichting Nummer.: 23Tl074
Kerkrade, 14 november 2023
Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 23Rb084 Onderwerp Meerjarenbeleidsplan Wmo en Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024 Beslispunten Instemmen met: 1. verlengen van het meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder tot en met het jaar 2024; 2. Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024 en het besluitvormingstraject (onder hoofdstuk uitvoering); 2. intrekken van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2021. Inleiding Gemeenten zijn sinds 2015 in grote mate verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning aan mensen zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en andere mensen kunnen blijven ontmoeten. De gemeenteraad is op basis van artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) verplicht een verordening op te stellen. Hierin worden de regels vastgesteld voor de uitvoering van het beleidsplan (artikel 2.1.2) en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. Het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder (bijlage 1) is qua termijn afgelopen. Daarnaast is het noodzakelijk om de verordening in lijn te brengen met de jurisprudentie waaronder een tweetal recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in relatie tot de opbouw van het tarief voor informele hulp middels een persoonsgebonden budget (PGB).
Dit is aangegrepen om de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2021 (verordening 2021), in samenspraak met de Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning (AMO) en de afdeling Zorg (Kwaliteit en Uitvoering) tevens in omvang terug te brengen en daarmee beter hanteerbaar en leesbaar te maken (voor zowel inwoners als ook uitvoerders). Ingezoomd is op wat daadwerkelijk in de verordening móet zijn opgenomen waarbij een aantal zaken landen in Nadere Regels (bevoegdheid van het college van B&W). Doelstelling De Wmo 2015 richt zich op drie doelen, te weten: • Het bevorderen van sociale samenhang, de mantelzorg, het vrijwilligerswerk en de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, en ook voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. • Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving. • Het bieden van opvang (maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg vallen hieronder). Het beleidsplan en de verordening dragen bij aan het concretiseren en vertalen van de doelen van de Wmo 2015. Daarmee geeft de gemeente Kerkrade inzicht in de wijze waarop ze de Wmo 2015 wil invullen en uitvoeren. Het beleidsplan is een vertaling van de al ingeslagen weg, dus een voortzetting hiervan.
Door de verordening wordt verder bepaald op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid en/of participatie in aanmerking komt. Daarmee is 1
er duidelijkheid over de bepalingen die gelden met betrekking tot zowel toekennen als ook afwijzen van een voorziening (weigeringsgronden). Argumenten Het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder is gebaseerd op het collegeprogramma 2018-2022. Het vigerend collegeprogramma 2022-2026 ‘Samen verder bouwen aan een vitaal en uitdagend Kerkrade!' is een voortzetting van de richting die in de voorgaande periode werd ingezet, namelijk vanuit een buurt- en/of wijkgerichte benadering het bevorderen van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de inwoners. Verlengen van dit plan tot en met 2024 ligt, in aansluiting op het collegebesluit d.d. 18 juli 2023 (23n00690) om 2024 te gebruiken als studiejaar, voor de hand. Het is de bedoeling om 2024 te gebruiken om de vigerende uitvoering tegen het licht te houden en zo nodig opnieuw vorm te geven. In de periode 2015 tot op heden heeft de Wmo 2015 een forse ontwikkeling doorgemaakt. De wet werd tussentijds meermaals aangepast waardoor er steeds aanpassingen op de verordening noodzakelijk waren. Dit heeft ertoe geleid dat de verordening in omvang toenam en moeilijker leesbaar werd. Dit terwijl duidelijkheid voor alle gebruikers zeer belangrijk is.
Daarom is samen met de AMO en een gemeentelijke afvaardiging (Uitvoering en Kwaliteit) in meerdere sessies afgestemd over een beter leesbare versie die hoe dan ook voldoet aan alle eisen. Daarbij is gekeken wat er persé in de verordening moet staan en wat er ook kan worden ondergebracht in Nadere Regels. Dat betekent dat zaken die rechtstreeks voortvloeien uit de Wmo 2015 en de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) uit de verordening 2021 zijn gehaald en geen deel meer uitmaken van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024 (verordening 2024). De verordening 2024 is daarmee een geheel nieuwe versie die bestaat uit hetgeen er echt in móet staan. Bijgevoegd treft u de verordening 2021 (bijlage 2) aan waarin puntsgewijs is aangegeven welke wijzigingen zijn gerealiseerd in de verordening 2024 (bijlage 3). De belangrijkste voorgestelde zaken zijn onderstaand weergegeven: - algemene begrippen: op verzoek van de AMO zijn de algemene begrippen breder uitgewerkt in de verordening 2024 dan strikt juridisch noodzakelijk is, teneinde de leesbaarheid van de verordening voor onze inwoners te vergroten; - de bepaling van de hoogte van een PGB: in de verordening moet worden bepaald hoe de hoogte van een PGB wordt bepaald. De tarieven zelf hoeven niet in de verordening te zijn opgenomen.
Daarmee kunnen de tarieven in de toekomst sneller worden geïndexeerd.; - de uitwerking van de nadere regels c.q. kwaliteitseisen met betrekking tot zorg in natura (ZIN) en PGB : dit hoeft niet in de verordening te zijn opgenomen en is derhalve ter bevordering van de leesbaarheid en begrijpelijkheid uit de verordening gehaald en zal terugkomen in Nadere Regels; - afstemming met andere voorzieningen: er zijn nieuwe artikelen met betrekking tot zorgvuldig afstemmen met andere taakvelden toegevoegd in de verordening 2024. Afstemmen met de gezondheidszorg, Veilig Thuis, jeugdhulp en werk en inkomen kan erg belangrijk zijn in het kader van het bieden van maatwerk hetgeen essentieel is binnen de Wmo; - grensbedrag primaat van verhuizen: in de verordening 2024 is niet langer een grensbedrag opgenomen waardoor er meer en beter maatwerk kan worden geboden. Kanttekeningen Het meerjarenbeleidsplan Wmo 2019-2022 Samen verder is al afgelopen. Beleidsplan en verordening dienen hand in hand te gaan en dus op elkaar aan te sluiten. Financiën De uitspraken van de CRvB van augustus 2023 zorgen ervoor dat de kosten voor informele ondersteuning via een persoonsgebonden budget (PGB) stijgen, nu deze arbeidskrachten beloond moeten worden op grond van 2
de CAO VVT en het niet langer is toegestaan dat dit gebeurt op grond van het minimumuurloon (plus vakantiegeld en vakantie-uren). Op dit moment hebben 48 personen een PGB voor informele ondersteuning in het huishouden en 19 personen een PGB voor begeleiding die informeel wordt geleverd. Dit leidt in totaal tot een geschatte kostenstijging van €35.000,-. Communicatie De publicatie van de verordening 2024 zal plaatsvinden op de voorgeschreven wijze. Na vaststelling door de raad op 20 december 2023 zal de verordening 2024 worden gepubliceerd op www.overheid.nl. Daarnaast zal de betreffende link in het e-loket vervangen worden. De burgers zullen geattendeerd worden op de bekendmaking via de lokale media en de site van de gemeente Kerkrade.
Burgerparticipatie Bij de totstandkoming van de concept verordening is de AMO intensief betrokken als adviseur (trede 3 van de Participatieladder Burgerparticipatie). Daarom is eerst samen gekeken naar struikelpunten in de verordening 2021 als opmaat naar een makkelijkere en meer overzichtelijke verordening vanaf 2024. Gezondheid en Vitaliteit De verordening is het juridische kader voor de invulling van de Wmo 2015. De bedoeling van de Wmo 2015 is om de zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen en ook zo lang mogelijk te participeren in de samenleving. Daarmee heeft de invulling van de Wmo 2015 een belangrijke rol binnen het bevorderen van gezondheid en vitaliteit. Uitvoering Het besluitvormingstraject ziet er als volgt uit:
Datum
Behandeling Commissiebehandeling Burgers en Samenleving
7 december 2024 Opmerkingen uit het inspraaktraject worden schriftelijk aangeboden aan de commissie. 12 december 2023
Collegebehandeling Nota van commentaar en advies naar aanleiding van advies- en inspraakreacties, ter vaststelling van de definitieve verordening
20 december 2023
Raadsbehandeling ter vaststelling van de definitieve verordening
21 december 2023
Bekendmaking
3
01 januari 2024
Inwerkingtreding
Voorgesteld wordt een inspraaktermijn van (ruim) 3 weken om de raadsvergadering van 20 december 2023 voor definitieve besluitvorming te kunnen aanhouden. De co-creatie en co-productie met de AMO, als vertegenwoordiging van de burgers van Kerkrade, legitimeert een inspraakperiode van 3 weken.
4
VERORDENING
maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024
23it01593
De raad van de gemeente Kerkrade gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2023; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 eerste, derde en zevende lid, 2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6 eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; -
-
-
overwegende dat het noodzakelijk is om cliënten te ondersteunen als zij dusdanige beperkingen ondervinden bij hun maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid dat zij niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen hierin geheel of gedeeltelijk kunnen voorzien; overwegende dat het noodzakelijk is om cliënten met psychische of psychosociale problemen en belanghebbenden die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico's voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, te ondersteunen bij het zich handhaven in de samenleving als zij niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg , of met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen hierin geheel of gedeeltelijk kunnen voorzien; overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met betrekking tot de invulling van de plicht tot ondersteuning;
besluit vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024.
Hoofdstuk 1: Begrippen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a) algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: • niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; • daadwerkelijk beschikbaar is; • een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en; • financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. b) algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c) andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet; d) aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die namens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren.
e) begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven; f) cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of pgb is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet; g) cliёntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; h) gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; i) hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft; j) hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet; k) ingezetene: een cliënt die feitelijk hoofdverblijf heeft in de gemeente Kerkrade dan wel een duurzame band met Kerkrade heeft; l) maatschappelijke ondersteuning: 1°.
bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2°. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psycho-sociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3°. bieden van beschermd wonen en opvang; m) maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1°. ten behoeve van
zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang; n) mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; o) melding: het door of namens cliënt kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet; p) nadere regels: nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade; q) participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; r) persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; s) persoonsgebonden budget (pgb); het bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen,
woningaanpassingen en andere maatregelen die een cliënt als maatwerkvoorziening van derden betrokken heeft; t) sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliёnt een sociale relatie onderhoudt; u) uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; v) vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake; w) voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening; x) de wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. y) zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 2: Melding en onderzoek Artikel 2. Melding 1. Een hulpvraag kan door of namens de cliënt vormvrij bij het college worden gemeld. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.
3. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding zo spoedig mogelijk een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek als bedoeld in artikel 6. Artikel 3. Cliëntondersteuning. 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van kosteloze cliëntondersteuning. 2. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. Artikel 4. Persoonlijk plan. 1. Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid tot het indienen van een persoonlijk plan en stelt hem of haar gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. 2. Het college betrekt het persoonlijk plan bij het onderzoek als bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Artikel 5. Informatie en identificatie. 1. De cliënt geeft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 2. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6, stelt het college de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. Artikel 6. Onderzoek 1. Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt of zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig andere personen. 2.