Agendabundel
Tekst van het document
Artikel 15 De werkwijze van het dagelijks bestuur 1.
Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. Elke lid van het dagelijks bestuur heeft één stem.
2.
Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken besluit aangehouden tot de eerstvolgende vergadering. Indien de stemmen wederom staken, is het voorstel verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter.
3.
Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling.
4.
Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, of indien ten minste twee van de leden daarom verzoeken.
5.
De vergaderingen zijn besloten. Datum, tijdstip, plaats en agenda van de vergadering worden door de voorzitter bekend gemaakt.
6.
Het dagelijks bestuur kan besluiten dat een vergadering openbaar is, indien tenminste twee van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter dat nodig acht.
7.
Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.
Artikel 16 De voorzitter 1.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan, tevens zijnde voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het dagelijks bestuur.
2.
De voorzitter vertegenwoordigt Solido in en buiten rechte. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.
3.
De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan.
Hoofdstuk 4 - Organisatiebepalingen Artikel 17 De directeur/secretaris 1.
Solido heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd de directeur/secretaris.
2.
De directeur/secretaris wordt aangesteld, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur, gehoord hebbende het algemeen bestuur.
3.
Het dagelijks bestuur wijst een plaatsvervanger voor de directeur/secretaris aan, die de directeur/secretaris in geval van verhindering of ontstentenis vervangt.
4.
Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging van de directeur/secretaris vast.
5.
Het dagelijks bestuur stelt een instructie voor de directeur/secretaris vast.
Artikel 18 Taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris 1.
De directeur/secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, en de voorzitter terzijde.
2.
De directeur/secretaris is aanwezig tijdens de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt zorg voor de notulering daarvan.
3.
Door de directeur/secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan (mee-) ondertekend.
4.
De directeur/secretaris is belast met de algemene bedrijfsvoering en de leiding van de ambtelijke organisatie.
Artikel 19 Rechtspositie 1.
Op het personeel van Solido is de CAO ‘Samenwerkende gemeentelijke organisaties’ van toepassing alsmede de door het dagelijks bestuur vastgestelde personele regelingen. Het openbaar lichaam neemt hiertoe als lid deel aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO).
2.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden en de personele regelingen en kan daartoe volmacht/machtiging verlenen aan de directeur/secretaris.
Artikel 20 Personeel 1.
Het algemeen bestuur stelt een organisatieverordening vast omtrent de ambtelijke organisatie van de regeling.
2.
Het dagelijks bestuur stelt de formatieomvang vast.
3.
Het dagelijks bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel.
4.
Het dagelijks bestuur kan de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden opdragen (en daartoe tevens volmacht verlenen) aan de directeur/secretaris van Solido, tenzij het medewerkers betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard die rechtstreeks onder de directeur/secretaris ressorteren, of de directeur/secretaris zelf.
Hoofdstuk 5 - Financiën, begroting en jaarrekening Artikel 21 Organisatie van beheer en administratie 1.
Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van Solido.
2.
Het algemeen bestuur is bevoegd om geldleningen aan te gaan. De raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen worden gedurende een periode van twaalf weken in de gelegenheid gesteld om schriftelijk hun zienswijzen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Artikel 22 Ontwerpbegroting, algemene financiële/beleidsmatige kaders, voorlopige jaarrekening en strategische plannen 1.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting -inclusief de algemene financiële en beleidsmatige kaders - en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten en de
algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen. Een en ander overeenkomstig artikel 34b en 35 van de wet. 2.
Het algemeen bestuur besluit tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen met/voor derden nadat de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijze ter kennis van het bestuur te brengen.
Artikel 23 De begroting 1.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken ten minste twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de colleges, dagelijks besturen, de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen.
2.
De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
3.
De raden van de deelnemende gemeenten en algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.
4.
Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten en algemeen besturen van de gemeenschappelijke regelingen voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
5.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
6.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, tweede lid, van de wet genoemde datum, aan Gedeputeerde Staten.
7.
Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
8.
Het bepaalde in het eerste, derde, vierde, zesde en zevende lid van dit artikel is, met uitzondering van de in het zesde lid genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
9.
Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers.
Artikel 24 De jaarrekening en jaarverslag 1.
Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór de in artikel 34b van de wet genoemde datum toe aan de deelnemers.
2.
De voorlopige jaarrekening en het jaarverslag worden door de deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 197, tweede en derde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
3.
De raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen kunnen bij het dagelijks bestuur desgewenst hun zienswijze
over de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de stukken, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden behandeld. Nadat een daartoe aangestelde accountant een controleverklaring over de jaarrekening heeft afgegeven, wordt de jaarrekening vervolgens door het algemeen bestuur vastgesteld. 4.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de wet genoemde datum het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de deelnemers.
5.
In de jaarrekening wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 25 van deze regeling, de door iedere deelnemer over het desbetreffende jaar verschuldigde bijdrage opgenomen.
6.
Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.
Artikel 25 Inkomstenbronnen 1.
De begroting van Solido bestaat uit: a.
de bijdragen van de deelnemers, tot het bedrag dat jaarlijks bij de vaststelling van de begroting wordt aangegeven naar rato van de afgenomen (basis- en aanvullende-) dienstverlening;
b.
inkomsten van dienstverlening aan derden;
c.
subsidies;
d.
overige inkomsten.
Artikel 26 Betaling van bijdragen 1.
De deelnemers betalen voor de vijftiende dag van de maanden januari, april, juli en oktober telkens een vierde deel van de voor het begrotingsjaar geraamde bijdrage voor de basisdienstverlening, plus hun bijdrage voor de geraamde aanvullende dienstverlening.
2.
Derden betalen voor de vijftiende dag van de maanden januari, april, juli en oktober telkens een vierde deel van hun bijdrage voor de geraamde dienstverlening.
3.
Daar waar nodig en mogelijk vindt, met in achtneming van het bepaalde in artikel 24 van deze regeling, zo snel als mogelijk na einde van het kalenderjaar een eindafrekening plaats.
Hoofdstuk 6 – Inlichtingenplicht Artikel 27 Inlichtingenplicht voor deelnemers De deelnemers verstrekken op verzoek van het openbaar lichaam benodigde inlichtingen en geven de medewerking, die voor de vervulling van de taken van Solido nodig is.
Artikel 28 Inlichtingen door de leden van het algemeen bestuur 1.
Een lid van het algemeen bestuur verschaft de deelnemer die hem heeft afgevaardigd op de voor die deelnemer gebruikelijke wijze alle inlichtingen, die door de deelnemer worden verlangd.
2.
Deze inlichtingen worden, behoudens strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden verstrekt.
3.
De deelnemer die hem heeft afgevaardigd kan een lid van het algemeen bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
Artikel 29 Inlichtingen door het algemeen en dagelijks bestuur en de voorzitter 1.
Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken de vergaderstukken en verslagen uit eigen beweging openbaar, tenzij de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 van de Wet open overheid daaraan in de weg staan.
2.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen schriftelijk alle inlichtingen die de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze inlichtingen worden in beginsel verstrekt via een door de regeling uitgegeven nieuwsbrief die periodiek, doch minimaal drie keer per jaar, aan de deelnemers wordt toegezonden.
Hoofdstuk 7 - Het archief Artikel 30 Archivering 1.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.
2.
De directeur/secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
3.
Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
4.
Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats Historisch Centrum Limburg.
5.
Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Historisch Centrum Limburg.
6.
De archivaris van Historisch Centrum Limburg van brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
7.
Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.
8.
De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken.
9.
In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd.
10.
In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
Hoofdstuk 8 - Toetreden, uittreden, wijzigen of opheffen Artikel 31 Toetreding 1.
Toetreding tot deze regeling kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1, derde en vierde lid van de wet, plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers alsmede van de potentiële deelnemer.
2.
Het dagelijks bestuur doet daartoe een voorstel en geeft daarin aan of, en zo ja, welke voorwaarden aan de toetreding zijn verbonden.
3.
Het algemeen bestuur stelt een toetredingssom vast voor de toetreding tot deze regeling.
4.
De toetreding gaat in op een in overleg tussen het algemeen bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip dat de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen.
5.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de toetreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor toetreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen toetredingsplan.
6.
Uiterlijk zes maanden na het moment van toetreding stelt het algemeen bestuur het toetredingsplan vast. De daarin voor de toetredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
7.
Nadat het toetredingsplan is vastgesteld, is de toetredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de toetredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
8.
Het bepaalde in artikelen 33 tot en met 35 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 32 Uittreding 1.
Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet.
2.
Een deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij het algemeen bestuur bij unaniem besluit instemt met kortere opzegtermijn.
3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan.
4.
Uiterlijk zes maanden na het besluit tot uittreding door de deelnemer stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
5.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
Artikel 33 Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1.
Het in artikel 32, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe en indirecte gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.
2.
Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
3.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het bestuur van de uittredende deelnemer.
4.
De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel, in artikel 32, artikel 34 en in artikel 35 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risicoopslag van 10% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5.
Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het dagelijks bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 34 Te vergoeden kosten 1.
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten.
2.
Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door Solido die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.
3.
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door Solido die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
4.
Het algemeen bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer.
5.
Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.
Artikel 35 Verplichtingen uittreder 1.
De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van Solido die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van Solido wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van Solido die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
Artikel 36 Opheffing 1.
De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet.
2.
In geval van opheffing van de regeling en daardoor uiteindelijk de ontbinding van Solido, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast, waarin in elk geval een sociaal plan ten aanzien van het personeel is opgenomen. Voordat het algemeen bestuur het liquidatieplan vaststelt worden de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen gedurende een periode van twaalf weken in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.
3.
Zo nodig blijft het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van de regeling ook na de ingangsdatum van de opheffingsbesluiten in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.
Artikel 37 Wijziging De regeling kan worden gewijzigd indien tenminste 3/4 van de deelnemers daartoe besluiten, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. Het bepaalde in artikel 42 van de regeling is van toepassing.
Hoofdstuk 9 - Slotbepalingen Artikel 38 Onvoorziene situaties In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het dagelijks bestuur, zoveel mogelijk analoog aan of in de geest van de bepalingen van de Gemeentewet, de wet en de regeling.
Artikel 39 Geschillenregeling 1.
In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 van de wet, geldt eerst de in dit artikel beschreven procedure, alvorens het geschil wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten.
2.
Indien een geschil ontstaat treden het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s) terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen.
3.
Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen, als zijnde een geschillencommissie, gezamenlijk een advies uit aan het dagelijks bestuur over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. Voorafgaand aan het uitbrengen van het advies hoort de commissie de bij het geschil betrokken bestuursorganen.
4.
Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde partijen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, wordt het geschil voorgelegd aan het algemeen bestuur. Indien het overleg met het algemeen bestuur niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de wet, voor te leggen aan gedeputeerde staten.
5.
De kosten voor de geschillencommissie worden door het openbaar lichaam en de betreffende deelnemer(s) ieder in gelijke delen gedragen.
Artikel 40 Evaluatie De werking van de regeling zal worden geëvalueerd indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel en de daarmee gepaard gaande financiële consequenties aan de deelnemers voorleggen.
Artikel 41 Burgerparticipatie 1.
Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
2.
In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen.
3.
Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken.
4.
Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Artikel 42 Zienswijzen 1.
Besluiten van het algemeen bestuur en/of het dagelijks bestuur worden alleen aan zienswijzen onderworpen indien de wet of deze regeling dat expliciet voorschrijft.
2.
Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.
3.
Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende gemeenschappelijke regelingen schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 43 Rechtskracht eerder genomen besluiten Vóór de inwerkingtreding van deze regeling door het bevoegde orgaan genomen besluiten op grond van de ‘Gemeenschappelijke regeling regionale samenwerking inzake ICT ondersteuning van de bedrijfsvoering’ (Centrumregeling Parkstad-IT), behouden hun rechtskracht totdat door de bevoegde organen in deze nieuwe besluiten zijn genomen dan wel deze besluiten van rechtswege zijn vervallen.
Artikel 44 Bekendmaking 1.
Het bestuur van de gemeente Heerlen is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, eerste lid, van de wet.
2.
Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet.
Artikel 45 Titel De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Solido“.
Aldus vastgesteld door [naam bestuursorgaan] van [de gemeente OF de gemeenschappelijke regeling] [organisatienaam] in de vergadering van [datum].
[Ondertekening]
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beekdaelen
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Brunssum
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerlen
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Kerkrade
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Landgraaf
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Simpelveld
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Voerendaal
Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg
is
SOLIDO Begroting 2025 Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
Inhoudsopgave Inhoud Inhoudsopgave
2
A. Inleiding
4
1. Algemeen
4
2. Solido, missie en visie
4
3. Kritische succesfactoren
4
4. De organisatie
5
5. Ontwikkelingen op hoofdlijnen
5
5.1 Inleiding
5
5.2
Uitvoeren en regievoeren
6
5.3
Verdere verzelfstandiging
6
5.4
Krapte arbeidsmarkt
6
5.6
Roadmap – Innovatie als motor van vernieuwing
6
5.7
Financieel perspectief
7
B. Beheer
8
1. Taakvelden ingevolge van het nieuwe BBV
8
2. Verrekenmodel 2024
8
3. Controle en verantwoording
8
C. Financieel 1. Algemeen
10 10
1.1 De begroting 2025
10
1.2 Onvoorzien
11
2. Nadere toelichting
11
2.1 Toelichting lasten begroting 2025
11
2.2 Toelichting baten begroting 2025
12
3. De meerjarenraming 2025-2028
12
3.1 Specificatie baten en lasten meerjarenraming 2025-2028
12
3.2 Incidentele en structurele lasten en baten
13
3.3 Reserves en voorzieningen
13
3.4 Integrale risico-inventarisatie
13
D. Verplichte en aanvullende paragrafen
15
1. Verplichte paragrafen
15
1.1 Lokale heffingen
15
1.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
15
1.3 Onderhoud kapitaalgoederen
16
1.4 Financiering
16
1.5 Bedrijfsvoering
16
2 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
1.6 Verbonden partijen
17
1.7 Grondbeleid
17
1.8 Wet Open Overheid - Openbaarheidsparagraaf
17
Bijlagen Bijlage - Gebruikte IV3-categorien
18 18
Lasten
18
Baten
19
3 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
A. Inleiding 1. Algemeen Voor u ligt de Begroting 2025 inclusief de Meerjarenraming 2025-2028. Deze Begroting is het eerste document binnen de nieuwe begrotingscyclus van het jaar 2025 voor de GR Solido. Deze Begroting is opgesteld binnen de kaders van de vastgestelde Kadernota 2025. Voor de opzet en inhoud van de begroting (en jaarrekening) gelden wettelijke eisen die zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Uitgangspunt van het BBV is dat de begroting (en jaarstukken) allereerst voldoen aan de informatiebehoefte van onze deelnemers. Dit vanwege het budgetrecht dat een van de belangrijkste rechten van de deelnemers is. Het budgetrecht houdt in dat Solido in principe alleen uitgaven kan doen en verplichtingen kan aangaan na toestemming ofwel autorisatie van de deelnemers. Met het vaststellen van de begroting geven de deelnemers aan Solido deze toestemming. De begroting is daarmee het instrument uit de Planning en Control cyclus (P&Ccyclus) waarmee de deelnemers sturing geven aan ontwikkelingen en de uitvoering van opgedragen taken.
2. Solido, missie en visie Soldio is de IT-service provider voor overheden in Zuid-Limburg. Solido is klantgericht en wendbaar, staat open voor nieuwe toetreders, werkt vanuit standaardisatie tenzij, zoekt de samenwerking op waar mogelijk en heeft een robuuste bedrijfsvoering. De doelstellingen van Solido luiden als volgt. Solido: 1. Waarborgt voor haar deelnemers de continuïteit, bedrijfszekerheid en innovatiekracht van de IT-dienstverlening door beperking van organisatorische kwetsbaarheid; 2. Verhoogt de kwaliteit van processen, waardoor partijen beter kunnen functioneren; 3. Verhoogt de professionaliteit en deskundigheid van medewerkers; 4. Zet de beschikbare arbeidskracht efficiënt in; 5. Realiseert schaalvoordelen door efficiency: het ontdubbelen van IT-voorzieningen, het beperken van de (stijgende) IT kosten; 6. Koopt gezamenlijk in van soft- en hardware, bedrijfssoftware uitgezonderd, in overeenstemming met de eisen van de licentiegever; bedrijfstoepassingen van deelnemers (bijv. software voor Burgerzaken of Sociale Dienst) worden door de deelnemers zelf aangekocht.
3. Kritische succesfactoren Solido kent als zelfstandige regeling een aantal kritische succesfactoren. 1. Klantgerichte houding personeel; 2. Kennis van IT zoals gebruikt door deelnemers; 3. Stevig fundament A-kennis; 4. Regie op samenwerking deelnemers door deelnemers; 5. Kwalitatief goed opdrachtgeverschap; 6. Kwalitatief goed opdrachtnemerschap; 7. Robuuste infrastructuur (rekencentrum, netwerk); 8. Robuuste beveiliging (BIO, ISO27001); 9. Robuuste bedrijfsvoering; 10. Gemeentelijke Deelnemers & Niet-gemeentelijke publieke deelnemers > 80% omzet & Derden < 20% omzet (i.v.m. quasi inhouse aanbesteding door deelnemers).
4 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
4. De organisatie Binnen onze regio is Solido actief, en levert IT-diensten aan haar deelnemers en aan andere lokale overheden en overheidsdiensten. Wat in 2011 begon met het opzetten van een glasvezelnetwerk tussen de deelnemende gemeenten is in 2015 uitgegroeid tot een gemeenschappelijke regeling voor IT-diensten. De huidige deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling (GR) Solido zijn: • Gemeente Beekdaelen • Gemeente Brunssum • Gemeente Heerlen • Gemeente Kerkrade • Gemeente Landgraaf • Gemeente Simpelveld • Gemeente Voerendaal • Veiligheidsregio Zuid-Limburg Verder is er sprake van een 20-tal derden (waaronder Historische Centrum Limburg, ISD-Kompas en Werk voor Heerlen) waaraan Solido op IT-gebied dienstverlening verricht. Bestuur Er is een dagelijks bestuur en een algemeen bestuur. Uitvoeringsorganisatie Solido is een typische uitvoeringsorganisatie, waarbij de deelnemers de rol van opdrachtgever hebben en Solido de rol van opdrachtnemer. Deelnemers laten de dienstverlening op IT-gebied uitvoeren door PIT. Het hoofd van Solido is belast met de leiding van de uitvoeringsorganisatie en met de zorg voor de juiste taakvervulling. Er zijn twee teammanagers die voor de operationele sturing zorgen. Ondersteunende functies op het gebied van de PIOFAH-taken zijn voor een belangrijk deel belegd bij de gemeente Heerlen (omgekeerde dienstverlening).
Voor control, financiën, de eigen ITvoorziening, security en inkoop is eigen formatie opgenomen in de organisatie.
5. Ontwikkelingen op hoofdlijnen 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk geven we ontwikkelingen aan die van belang zijn voor Solido. Daarnaast wordt de bestuurlijke context geschetst voor onze deelnemers. Ook bij het opstellen van deze Begroting is het een uitdaging geweest om meerdere jaren vooruit te kijken. Dit omdat diverse factoren met grote impact moeilijk voorspelbaar zijn, zoals inflatie en de arbeidsmarkt. Voor de technische ontwikkelingen wordt gewerkt met een Roadmap. Deze Roadmap geeft een meerjaren doorkijk van welke technische veranderingen in welke fase worden doorgevoerd. De Roadmap wordt in nauwe samenwerking met de deelnemers telkens bijgewerkt naar de actuele stand van zaken. Onze deelnemers hebben ondervonden dat de IT een bijzondere sleutelpositie heeft ingenomen binnen de bedrijfsvoering. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat de afhankelijkheid van IT risico’s met zich meebrengt. Veel inzet en focus van Solido werd de afgelopen jaren gezet op informatiebeveili-
5 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
ging. Alle tekenen wijzen erop dat deze inzet van structurele aard zal zijn en nog verder zal toenemen. Het opstellen van de Kadernota 2025 is het proces geweest waarin bepaald wordt welke uitgangspunten worden gehanteerd. Een proces dat is doorlopen in een kort tijdsbestek en met schattingen en aannames. Met de Kadernota stelt het bestuur van Solido deze uitgangspunten vast voor de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2025-2028. Deze uitgangspunten zijn verwerkt in deze begroting. 5.2 Uitvoeren en regievoeren Solido is een typische uitvoeringsorganisatie, waarbij deelnemers de dienstverlening op IT-gebied laten uitvoeren. Hierbij hoort dat Solido sommige werkzaamheden niet zelf uitvoert, maar naar de markt en leveranciers optreedt als regievoerder. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanbesteding dark fiber en GT-print; Solido is opgetreden als regievoerder namens de regio, de werkzaamheden worden uitgevoerd door een leverancier. De verschuiving van uitvoerder naar regievoerder wordt in de komende periode versterkt door onder ander de ontwikkelingen op het gebied van cloud; daar waar Solido nu het technisch applicatiebeheer voert, levert in de nieuwe situatie de leverancier deze dienst. Solido zal als regievoerder moeten meegroeien met deze rolverschuiving.
We zullen dit in nauw overleg met de deelnemers monitoren en daar waar efficiënt en effectief onze oude rol van uitvoerder overlaten aan de markt en onze nieuwe rol van regievoerder oppakken. 5.3 Verdere verzelfstandiging Het belangrijkste naast de continuïteit en kwaliteit van de bestaande dienstverlening is de afronding van de verdere verzelfstandiging en ontwikkeling van de organisatie volgens de visie welke is neergelegd in het Berenschot rapport. Begin 2022 hebben de colleges van onze deelnemers ingestemd met het Berenschot rapport waarin de toekomstvisie en richting van Solido is beschreven. In 2022 is op basis van deze strategische verkenning opdracht gegeven tot het uitwerken van een tactisch document, het bedrijfsplan. Bij de samenstelling van dit bedrijfsplan zijn deelnemers en Solido betrokken. In deze samenwerking is de basis gelegd voor de verdere toekomst. Hierbij zijn discussies uit het verleden opgehelderd en in duidelijke afspraken vastgelegd, zodat de samenwerking in de toekomst zo soepel als mogelijk verloopt en de meerwaarde van Solido voor haar deelnemers duidelijk is. Dit bedrijfsplan is begin 2023 opgeleverd. Per 1 januari 2025 is de verdere verzelfstandiging een feit. De financiële gevolgen zijn waar mogelijk al verwerkt in deze begroting. Solido staat voor een nieuwe fase in haar bestaan.
De nieuwe GR-Solido continueert als samenwerkingsverband en volgt het pad van een stapsgewijze transitie. Het bedrijfsplan is richtinggevend, maar uiteindelijk is Solido van de deelnemers en werkt zij voor de deelnemers. De deelnemers bepalen dus de richting en het tempo van de transitie. In 2025 zal in overleg met deelnemers de veranderopgave verder worden uitgewerkt in concrete acties. 5.4 Krapte arbeidsmarkt De bezetting op peil houden vraagt nog steeds veel inzet van het management, vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Dit speelt bij alle functies, maar bij de IT-functies in versterkte mate vanwege de globale ontwikkelingen. Ook op het gebied van informatiebeveiliging wordt er steeds meer personele inzet verwacht. De krapte op de arbeidsmarkt vormt een wezenlijk risico voor de kwaliteit van de dienstverlening op lange termijn (continuïteit), doorontwikkeling van de organisatie en kosten (inhuur plus werving & selectie). 5.6 Roadmap – Innovatie als motor van vernieuwing Solido gaat uit van het basisprincipe van de slimme volger als het gaat om het toepassen van innovatieve technieken. Innovatie kan optreden door toepassing van innovatieve technieken die ook elders hun toepassing vinden, maar ook door het publieke karakter van de deelnemers zelf.
6 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
Daartoe volgt Solido landelijke ontwikkelingen op de voet, heeft daaraan een eigen bijdrage en maakt in overleg met de deelnemers bewuste keuzen over de innovaties waarin het meer voorop wil lopen. Daarbij komt ook dat we door grote leveranciers (zoals Oracle en Microsoft) ook deels in een bepaalde richting worden gedwongen. Het vertrekpunt voor de dienstverlening is voortzetting van bestaand uitvoerend IT-beleid, tenzij. Deze tenzij wordt door en voor onze deelnemers bepaald. Wijzigingen in bestaand uitvoerend ITbeleid worden verwerkt in de Roadmap. In de Roadmap worden wezenlijke veranderingen voorgesteld met als doel het bij de tijd te houden van de IT-dienstverlening. Tevens is het van belang mee te bewegen in de veranderdingen in weten regelgeving op het gebied van IT. Om de Roadmap up-to-date te maken en te houden wordt periodiek afstemming met de deelnemers gezocht. 5.7 Financieel perspectief Rondom IT is altijd al sprake van meerkosten. We verwachten meer van onze IT, meer functionaliteit, meer flexibiliteit, meer veiligheid en meer gemak. Deze verwachtingen hebben elk een prijsopdrijvend effect. Doel van Solido is niet om bezuinigingen te realiseren, maar wel om doelmatigheid te bevorderen. We spreken dan ook gemakshalve over ‘minder meerkosten’. In 2024 zijn de CAO-lonen gestegen en ook de materiele kosten zoals licenties zijn fors hoger.
Ook in 2025 verwachten wij een loonstijging, en ook voor de materiele kosten verwachten we dit. Rondom de CAO moeten de onderhandelingen nog starten. In de begroting rekenen wij met volgende percentages: Onderdeel
2025
2026
2027
2028
Stijging CAO lonen* Stijging materieel budget*
4,0% 4,0%
3,6% 3,6%
4,7% 4,7%
4,1% 4,1%
Rente op kapitaallasten Onvoorzien
1,75% 0,5%
1,75% 0,5%
1,75% 0,5%
1,75% 0,5%
* Dit is de gecombineerde index uit de ‘Septembercirculaire gemeentefonds 2023’. Mochten in de loop van het jaar deze percentages niet juist blijken te zijn, dan zullen we deze aanpassing in de bijstelling van de begroting.
7 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
B. Beheer 1. Taakvelden ingevolge van het nieuwe BBV Bij Solido is sprake van een hoofdtaak: het beheren van IT van haar deelnemers. Het uitvoeren van deze taken vloeit voort uit de wettelijke verplichtingen van de deelnemers dan wel uit het ondersteunen van beleid, uitvoering en publieke dienstverlening bij overheidstaken, zoals het maken van bestemmingsplannen, het geven van subsidies, het uitgeven van officiële documenten en het beheer van de openbare ruimte. In het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is sprake van een verdeling in taakvelden. Doordat de huidige centrumregeling Solido als afdeling integraal is opgenomen in de financiële administratie van de gemeente Heerlen is een nadere indeling naar de taakvelden nog niet goed mogelijk. Dat zal na de verdere verzelfstandiging nader worden uitgewerkt.
2. Verrekenmodel 2024 Voor de verrekening van kosten wordt gewerkt met het verrekenmodel. In dit model worden per pijler afspraken gemaakt over hoe kosten worden doorbelast (verdeelsleutels). De resultante van het verrekenmodel is dat er kostprijzen zijn per product en dienst. Aan een gezond verrekenmodel ligt altijd een kader met basisprincipes ten grondslag, dat ook wordt nageleefd. Die principes doen uitspraken over de methodiek van kostprijsberekening en te hanteren spelregels. Hieronder de basisprincipes van ons verrekenmodel: 1 De dekking van de lasten van Solido bestaat uitsluitend uit de baten welke afkomstig zijn van de deelnemers en derden. 2 Solido hanteert integrale kostprijzen, dat wil zeggen dat alle kosten worden doorbelast in de verschillende kostprijzen, direct en indirect. 3 Het verrekenmodel bestaat uit pijlers. Elke pijler bestaat uit een of meerdere producten en diensten met kostprijs. 4 De baten per deelnemer worden bepaald aan de hand van ‘P maal Q’: a) De prijs (P) omvat volgende lasten-elementen: kapitaallasten, beheerslasten, rentelasten, materieel, voorraadbeheer en personeel. b) Het aantal (Q) heeft betrekking op devices, accounts, terabytes, applicaties of uren. 5 Solido hanteert waar mogelijk gemiddelde prijzen voor de berekening van kostprijzen omwille van de administratieve eenvoud en navolgbaarheid.
6 Het basisprincipe ten grondslag aan de kostprijzen is dat de gebruiker en verbruiker betaalt. 7 Deelnemers en derden betalen met de kostprijzen alleen voor de periode waarop de afgenomen producten en diensten betrekking hebben. 8 De productbladen uit de PDC beschrijven per product en dienst het deel van de dienstverlening waarvoor de kostprijs geldt en waarvoor extra afrekening dient plaats te vinden. 9 Voor verzamelgebouwen (gebouwen met meerdere organisaties) worden de meer ‘gebouw-gebonden1’ kosten doorbelast aan de eigenaar van dat gebouw.
3. Controle en verantwoording De kern van de relatie opdrachtgever – opdrachtnemer vormen de productbladen. Een deelnemer neemt producten en diensten af in door hem bepaalde aantallen tegen vooraf overeen gekomen doorbelasting van kosten. Belangrijk hierbij is dat opdrachtnemer periodiek en transparant over de overeengekomen prestaties en aantallen rapporteert. Afgesproken is om te gaan werken met vier telmomenten per jaar voor de aantallen, hierover te rapporteren aan de contractmanagers, de dienstverlening te evalueren en waar nodig de begroting te actualiseren.
1 Gebouw-gebonden kosten zijn bijvoorbeeld de kosten voor de netwerkverbindingen, kosten voor
de netwerkapparatuur en de kosten voor de gedeelde printers.
8 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
Ook in het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is sprake van de volgende verordeningen: financieel beleid, beheer en organisatie verordening (artikel 212), controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie verordening (artikel 213), onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur verordening (artikel 213a). De benodigde verordeningen zullen na de verdere verzelfstandiging worden uitgewerkt voor Solido. Solido heeft sinds dit jaar een eigen rechtmatigheidsverantwoording en getrouwheidsoordeel van de accountant. Het (dagelijks) bestuur van Solido zal een eigen accountscontrole ondergaan en een eigen rechtmatigheidsverantwoording afgeven. Verder geldt dat Solido jaarlijks wordt geaudit op het gebied van de BIO, hierover wordt een TPMverklaring afgegeven.
9 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
C. Financieel 1. Algemeen De voorliggende begroting is gebaseerd op de bijgestelde begroting van het vorig jaar. Voor een organisatie als Solido die zo sterk in ontwikkeling is, kan het zijn dat alvorens het jaar 2025 van start gaat, dat de feitelijke situatie anders is door besluitvorming (bijvoorbeeld door nieuwe deelnemers of door verandering in productafname door deelnemers). Deze veranderingen zullen worden uitgewerkt in de bijstelling van deze begroting. 1.1 De begroting 2025 Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat (art 17 BBV): a) per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de raming van de baten en lasten en het saldo; b) het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde bedrag voor onvoorzien; c) het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d) de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e) het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. Een gemeenschappelijke regeling dient te voldoen aan de eisen van het BBV. In een programmabegroting geeft de gemeente of de gemeenschappelijke regeling aan wat ze willen bereiken, hoe ze dat gaan doen en hoeveel geld daarvoor wordt uitgetrokken.
Bij hetgeen men wil bereiken gaat het om maatschappelijke, economische, sociale, of culturele effecten. In zoverre zou een programmabegroting voor een organisatie als Solido enigszins gekunsteld overkomen. Het is immers een uitvoeringsorganisatie die levert aan de gemeentelijke afdelingen en functionarissen die sturing geven aan de programma’s als hiervoor bedoeld. Het is niet aan Solido om te bepalen welke maatschappelijke of economisch effecten worden beoogd noch om verantwoording te nemen voor de uitvoering daarvan. Dit is en blijft de exclusieve verantwoordelijkheid van de deelnemers. Solido levert hiervoor ondersteuning. In feite wordt de (product)begroting bepaald door de optelsom van de geleverde producten en diensten aan de deelnemers en derden. In de begroting staat wat Solido moet bereiken in elk begrotingsjaar en hiervoor stellen de deelnemers de middelen beschikbaar op basis van een transparante voorcalculatie. Wat dan nog rest is de strategische agenda van Solido die rust op de verdere verzelfstandiging en innovatie. In de inleiding zijn de ontwikkelingen in dit kader opgenomen. Categorie
2025 Primitieve begroting
B3.5 - Uitgeleend personeel B3.8 - Overige goederen en diensten B4.3 - Inkomstenoverdrachten L1.1 - Salarissen en sociale lasten L3.2 - Duurzame goederen L3.5 - Ingeleend personeel L3.8 - Overige goederen en diensten L6.3 - Producten en diensten L7.2 - Mutaties voorzieningen L7.3 - Afschrijvingen L7.4 - Toegerekende reële en bespaarde rente
€ € € € € € € € € €
TOTAAL lasten en baten
€
2025 Bijstelling begroting
€ -16.174.327 € € 6.338.625 € 197.669 € 490.661 € 6.036.929 € € 108.368 € 2.849.429 € 152.647 € 0
€
2025 bijgesteld begroting
-
€ € € € € € € € € € €
-16.174.327 6.338.625 197.669 490.661 6.036.929 108.368 2.849.429 152.647
-
€
0
10 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
1.2 Onvoorzien We werken met een post onvoorzien. In de begroting wordt inzicht gegeven in de raming van de post onvoorzien. Er is voor Solido één post onvoorzien geraamd. Deze post is bedoeld om kosten op te vangen die bij het opstellen van de begroting niet voorzienbaar waren, maar toch zijn ontstaan. Voorziene omstandigheden worden uiteraard opgenomen in de begroting. De hoogte van deze post is 0,5% van de totale begrote lasten zoals uitgewerkt in deze primaire begroting. Conform het BBV zal aan het einde van het begrotingsjaar het eventuele restant van de post onvoorzien vervallen naar het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. En in de (tussentijdse) verantwoording zal expliciet inzicht worden gegeven in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien.
2. Nadere toelichting 2.1 Toelichting lasten begroting 2025 Voor de lasten-indeling volgen we de IV3 informatievoorschriften. Voor de leesbaarheid zijn in de bijlage de gebruikte categorieën nader uitgewerkt. 2025 primitieve begroting
Categorie
Omschrijving
B3.5 - Uitgeleend personeel L1.1 - Salarissen en sociale lasten
Uitgeleend personeel Koop en verkoop verlof Kosten overwerk Overige P-kosten Salarissen (Cao) Duurzame goederen Ingeleend personeel Advieskosten (niet wettelijke taken) Advieskosten (wettelijke taken) Automatisering (Licenties) Energieverbruik Huur onroerend goed Huur/lease roerend goed ICT diensten Onderhoud hardware infrastructuur Ondernemingsraad Onvoorzien Overig uitbesteed werk (niet onderh) Overige kosten Studiekosten en cursussen Telefoon- datanetkosten Verzekeringen Product en diensten Mutaties voorzieningen Afschrijvingen Toegerekende reële en bespaarde rente
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
SUBTOTAAL
€
L3.2 - Duurzame goederen L3.5 - Ingeleend personeel L3.8 - Overige goederen en diensten
L6.3 - Producten en diensten L7.2 - Mutaties voorzieningen L7.3 - Afschrijvingen L7.4 - Toegerekende reële en bespaarde rente
€ 5.714 € 89.046 € 183.330 € 6.060.536 € 197.669 € 490.661 € 352.520 € 41.600 € 3.033.588 € 244.400 € 221.931 € 191.257 € 571.753 € 136.613 € 6.240 € 80.872 € 413.063 € 211.366 € 170.000 € 353.924 € 7.800 € € 108.368 € 2.849.429 € 152.647 € 16.174.327
2025 bijgestelde begroting
2025 bijstelling
€
-
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
5.714 89.046 183.330 6.060.536 197.669 490.661 352.520 41.600 3.033.588 244.400 221.931 191.257 571.753 136.613 6.240 80.872 413.063 211.366 170.000 353.924 7.800 108.368 2.849.429 152.647
-
€
16.174.327
Voor de begroting worden de loonkosten gebaseerd op de functies met de daarbij behorende functieschaal en daarvan de “maximum -2 trede” –bedragen (“max-2”). Dit conform de werkwijze van de gemeente Heerlen. Deze werkwijze zal voorlopig worden gehanteerd. Verder is de indexering conform bruto binnenlands product meegenomen. De indexering is ook in het meerjarenperspectief mee berekend. Bij de overige personeelskosten gaat het o.a. om de lasten die samenhangen met de werkkostenregeling. Deze landelijk geldende regeling bepaalt dat maximaal 1,18% van het totale fiscale loon belastingvrij kan worden ingezet voor vergoedingen aan medewerkers, zoals bijdrage vakbondscontributie, kerstpakketten, afdelingsuitstapjes, etentjes e.d. In de post kosten medezeggenschap worden lasten begroot voor de ondernemingsraad 2, zoals training en opleiding. Voor de hoogte van het bedrag is gekeken naar vergelijkbare organisaties. Voor de dienstverlening van de gemeente Heerlen aan Solido, de zogenaamde omgekeerde dienstverlening, wordt een kostendekkende bijdrage overeengekomen. Deze wordt geboekt op ‘ De post Onvoorzien is elders in dit document al toegelicht. Dit geldt ook voor de afschrijvingen. 2 Conform WOR art 2 dient Solido te beschikken over een eigen Ondernemingsraad (OR).
11 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
De post Mutaties Voorzieningen omvat voor 2025 de dotatie voor het verlofsparen. 2.2 Toelichting baten begroting 2025 De bijdragen 2025 zijn uitgewerkt op basis van het nieuwe verrekenmodel 2024. 2025 primitieve begroting
Deelnemers Gemeente Beekdaelen Gemeente Brunssum Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Simpelveld Gemeente Voerendaal Veiligheidsregio Zuid-Limburg Derden Gemeente Beek Het Gegevenshuis Historisch Centrum Limburg ISD-BOL ISD-Kompas Overige derden Werk voor Heerlen Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad SUBTOTAAL
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
-1.027.313 € -1.646.195 € -4.752.249 € -1.892.584 € -1.692.795 € -509.039 € -664.962 € -1.225.771 € -89.205 € -615.509 € -363.797 € -526.224 € -314.488 € -502.523 € -272.085 € -79.589 € -16.174.327
2025 bijgestelde begroting
2025 bijstelling
-
€ € € € € € € € € € € € € € € €
-1.027.313 -1.646.195 -4.752.249 -1.892.584 -1.692.795 -509.039 -664.962 -1.225.771 -89.205 -615.509 -363.797 -526.224 -314.488 -502.523 -272.085 -79.589
-
€
-16.174.327
€
3. De meerjarenraming 2025-2028 3.1 Specificatie baten en lasten meerjarenraming 2025-2028 Voor de jaren 2024-2027 zijn alle lasten en baten gebaseerd op de bijgestelde begroting 2024 plus de indexering. Categorie
Omschrijving
B3.5 - Uitgeleend personeel L1.1 - Salarissen en sociale lasten
Uitgeleend personeel Koop en verkoop verlof Kosten overwerk Overige P-kosten Salarissen (Cao) Duurzame goederen Ingeleend personeel Advieskosten (niet wettelijke taken) Advieskosten (wettelijke taken) Automatisering (Licenties) Energieverbruik Huur onroerend goed Huur/lease roerend goed ICT diensten Onderhoud hardware infrastructuur Ondernemingsraad Onvoorzien Overig uitbesteed werk (niet onderh) Overige kosten Studiekosten en cursussen Telefoon- datanetkosten Verzekeringen Product en diensten Mutaties voorzieningen Afschrijvingen Toegerekende reële en bespaarde rente
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
SUBTOTAAL
€
L3.2 - Duurzame goederen L3.5 - Ingeleend personeel L3.8 - Overige goederen en diensten
L6.3 - Producten en diensten L7.2 - Mutaties voorzieningen L7.3 - Afschrijvingen L7.4 - Toegerekende reële en bespaarde rente
2025
2026
2027
€ 5.714 € 89.046 € 183.330 € 6.060.536 € 197.669 € 490.661 € 352.520 € 41.600 € 3.033.588 € 244.400 € 221.931 € 191.257 € 571.753 € 136.613 € 6.240 € 80.872 € 413.063 € 211.366 € 170.000 € 353.924 € 7.800 € € 108.368 € 2.849.429 € 152.647 €
€ 5.920 € 92.252 € 189.930 € 6.278.715 € 204.785 € 508.325 € 365.211 € 43.098 € 3.142.797 € 253.198 € 229.921 € 198.142 € 592.336 € 141.531 € 6.465 € 83.783 € 427.933 € 218.975 € 176.120 € 366.665 € 8.081 € € 112.269 € 2.952.008 € 158.142 €
€ 6.198 € 96.587 € 198.857 € 6.573.815 € 214.410 € 532.216 € 382.376 € 45.123 € 3.290.509 € 265.099 € 240.727 € 207.455 € 620.176 € 148.183 € 6.768 € 87.721 € 448.046 € 229.267 € 184.398 € 383.899 € 8.461 € € 117.546 € 3.090.753 € 165.575 €
16.174.327
€
16.756.603
€
17.544.163
2027
€
6.452 100.548 207.010 6.843.341 223.201 554.037 398.053 46.973 3.425.419 275.968 250.597 215.961 645.603 154.259 7.046 91.318 466.416 238.667 191.958 399.638 8.807 122.365 3.217.474 172.364 18.263.474
12 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
Deelnemers Gemeente Beekdaelen Gemeente Brunssum Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Simpelveld Gemeente Voerendaal Veiligheidsregio Zuid-Limburg Derden Gemeente Beek Het Gegevenshuis Historisch Centrum Limburg ISD-BOL ISD-Kompas Overige derden Werk voor Heerlen Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad SUBTOTAAL
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
2025
2026
2027
-1.027.313 € -1.646.195 € -4.752.249 € -1.892.584 € -1.692.795 € -509.039 € -664.962 € -1.225.771 € -89.205 € -615.509 € -363.797 € -526.224 € -314.488 € -502.523 € -272.085 € -79.589 €
-1.064.296 € -1.705.458 € -4.923.330 € -1.960.717 € -1.753.736 € -527.365 € -688.901 € -1.269.898 € -92.416 € -637.667 € -376.894 € -545.168 € -325.809 € -520.614 € -281.880 € -82.454 €
-1.114.318 € -1.785.615 € -5.154.726 € -2.052.871 € -1.836.161 € -552.151 € -721.279 € -1.329.584 € -96.760 € -667.637 € -394.608 € -570.791 € -341.122 € -545.083 € -295.129 € -86.329 €
-16.174.327
€
-16.756.603
€
-17.544.163
2028
€
-1.160.005 -1.858.825 -5.366.070 -2.137.038 -1.911.444 -574.789 -750.852 -1.384.096 -100.727 -695.011 -410.787 -594.193 -355.108 -567.431 -307.229 -89.869 -18.263.474
3.2 Incidentele en structurele lasten en baten Voor de jaren 2025-2028 zijn de volgende lasten incidenteel van aard: Inhuur derden voor incidentele opdrachten; Voor de jaren 2025-2028 zijn de volgende baten incidenteel van aard: Doorbelasting projectkosten. De overige lasten en baten zijn structureel van aard. 3.3 Reserves en voorzieningen Het BBV geeft aan dat er een voorziening moet worden getroffen voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. Dit geldt nadrukkelijk voor verlofsparen. Voor deze verlofuren is dan ook een voorziening op de balans opgenomen. We gaan voor de komende periode uit van dotaties aan de voorziening verlofsparen. Maar uiteraard zullen medewerkers dit verlof ook gaan opnemen, opnemen van verlof zal resulteren in een onttrekking aan de voorziening. 3.4 Integrale risico-inventarisatie Jaarlijks zal Solido een integrale risico-inventarisatie uitvoeren om de risico’s te identificeren. De risico’s relevant voor het weerstandsvermogen zijn de bijzondere risico’s die niet anderszins zijn ondervangen. Veel wordt immers ook door dagelijks management en getroffen beheersmaatregelen ondervangen, denk aan verzekeringen en overeenkomsten (bv DVO, SLA). De deelnemers kunnen de onderstaande risico’s betrekken bij de vaststelling van hun eigen weerstandsvermogen.
Voor 2024 zijn volgende risico’s geïdentificeerd: 1 Krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met onzekerheid die voortkomt uit het uittreden van VRZL doen risico’s ontstaan met betrekking tot formatie en bezetting. Naast deze risico’s worden er ingehuurd op openstaande formatie wat leidt tot hogere kosten. In de primitieve begroting is een post ‘Inhuur op formatie’ opgenomen. 2 Op 1-1-2023 is de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking getreden. Het wetsvoorstel geeft burgers het recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Tot nu toe ontvangt Solido geen berichten rechtstreeks van burgers. 3 Cyberaanvallen. Het meest voorkomend informatiebeveiligingsrisico momenteel is ransomware. Dit is een groot risico voor de bedrijfscontinuïteit, maar kent ook financiële risico’s. 4 Ketenkwetsbaarheid kan de productie verstoren. Het gaat om leveringen die uitgesteld of verlaat zijn door gebrek aan grondstoffen en transport. Dit is een groot risico, want bepaalde hardware (servers, chips, storage, netwerk) is soms beperkt voorhanden door de diverse mondiale crisissen.
13 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
5 6 7 8 9
10
11
Bij uitval elektriciteit kan de bedrijfscontinuïteit in het geding komen, doch dit risico is voor kortdurende uitval beperkt vanwege de aanwezigheid van een aggregaat. Overstroming en/of waterschade kan de bedrijfscontinuïteit in de weg staan, maar is afhankelijk van locatie/situatie. Lekken van persoonsgegevens, zowel door opzettelijk als door onopzettelijk handelen (kan dus ook cyberaanval/ransomware zijn). Een pandemie kan van invloed zijn op de bedrijfscontinuïteit. Naarmate meer diensten zijn uitbesteed, is er een groter risico van het niet nakomen van verplichtingen, bijvoorbeeld als gevolg van een faillissement van IT-leveranciers of niet leverende IT-leveranciers. Het risico van een krappe arbeidsmarkt. Dit is groter naarmate Solido meer zelf doet, maar tegelijk speelt het ook extern. Grotere ICT-leveranciers zijn echter minder kwetsbaar. Een krappe arbeidsmarkt werkt overigens twee kanten op: Solido loopt het risico dat het onvoldoende personeel of inhuur kan vinden op de arbeidsmarkt, maar ook dat het huidige personeel Solido verlaat voor een andere werkgever. Ook is een financieel risico voor Solido van dekking van tekorten (bv. door inflatie). Dit risico is klein omdat de deelnemers garant staan, maar voor deelnemers zelf is dit een reeel risico.
14 Begroting 2025 & Meerjarenraming 2025-2028
SOLIDO
D. Verplichte en aanvullende paragrafen 1. Verplichte paragrafen In het Besluit Begroting- en Verantwoording staat aangegeven dat ten minste de navolgende paragrafen verplicht opgenomen moeten zijn: • Bedrijfsvoering • Weerstandsvermogen • Financiering • Lokale heffingen • Onderhoud kapitaalgoederen • Verbonden partijen • Grondbeleid • Openbaarheidsparagraaf De paragrafen “lokale heffingen”, “verbonden partijen” en “grondbeleid” zijn op Solido niet van toepassing, omdat Solido niet wordt gefinancierd door heffingen, geen onderhoud heeft aan kapitaalgoederen, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. 1.1 Lokale heffingen Niet van toepassing. 1.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de begroting en jaarstukken vermelden wij de risico’s die de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de kadernota, de begroting en de jaarstukken moet met deze voorzienbare en kwantificeerbare risico’s rekening worden gehouden. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten is aangegeven dat de risicoparagraaf dient te worden uitgebreid tot een weerstandsvermogensparagraaf. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.