Agendabundel
Tekst van het document
Door KBL zijn over 2021 de volgende bedragen gerealiseerd:
19
PREVENTIE, VROEGSIGNALERING & EDUCATIE
Realisatie
Realisatie
2021
2020
12.350
10.509
1.841
Heerlen
-
-
0
Kerkrade
69.160
-
69.160
Landgraaf
31.445
4.929
26.516
Maastricht
165.984
37.014
128.970
Sittard-Geleen
127.500
53.661
73.839
-
-
0
406.439
106.113
300.326
Brunssum
Niet GR Totaal
Verschil
INSTROOM EN DIAGNOSE 2021 In het kader van “Anders Denken Anders Doen” is in 2019 het KBL-referentiewerkproces opgesteld. In januari 2021 zijn we gestart met het actualiseren van het Intakeproces. Het doel is om het huidige proces aan te laten sluiten bij de nieuwe wetgeving zijnde de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) en het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (BGS). Daarnaast zien we dat de berekening van de beslagvrije voet, het proces van vroegsignalering, de wettelijke termijnen in het proces, toelatingsbeschikkingen, wijzigingen in de BKR-registratie en de wijze van gegevens verzamelen om een aangepast en daarna een geüpdatet intakeproces vragen. Een deel van de uitvoering van de WGS en de BGS is in 2021 nog niet ingeregeld omdat we in afwachting zijn van de landelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld het opvragen van data via een Suwinet-inkijk voor schuldhulpverleners. De aantallen intakes in 2021 blijken uit onderstaand overzicht: Instroom & Diagnose GR
2021
2020
1.011
1.156
434
382
1.445
1.538
I&D Directe instroom
140
128
I&D Zij-instroom
49
29
189
157
1.634
1.695
I&D Directe instroom I&D Zij-instroom
Niet GR
Totaal
In 2021 heeft KBL 1.634 aanvragen schuldhulpverlening ontvangen. Dit is een afname van circa 4% ten opzichte van het aantal aanvragen in 2020 (1.695). In 2021 is in het geheel een daling zichtbaar. Deze daling is onmiskenbaar het gevolg van het uitbreken van de COVID-pandemie. Ondanks dat we, met alle benodigde beschermingsmaatregelen, toch beschikbaar en bereikbaar voor onze klanten zijn gebleven, hebben we geconstateerd dat minder mensen de stap hebben gezet naar KBL. Dit fenomeen is ook landelijk herkenbaar. Gezien het langzaam maar zeker wegvallen van een aantal coulance regelingen en het toenemen van kosten zoals de hoge energiekosten, de hoge kosten voor voeding en benzine verwachten we dat de intakes in 2022 weer zullen gaan toenemen.
20
Jaarrekening | 2021
Onderstaand overzicht geeft de aantallen geregistreerde instroom in 2021 per GR-gemeente weer, waarbij wordt vergeleken met de aantallen volgens de begroting en de realisatie in 2020: Aantal geregistreerde instroom
Realisatie
Realisatie
Begroot
Verschil
2021
2020
2021
realisatie
Brunssum
32
33
50
-1
Heerlen
337
279
250
58
Kerkrade
219
281
350
-62
Landgraaf
62
56
70
6
Maastricht
454
534
720
-80
Sittard-Geleen
341
370
350
-29
1.445
1.553
1.790
-108
Realisatie
Realisatie
Verschil
2021
2020
Brunssum
15.200
15.345
-145
Heerlen
160.075
131.244
28.831
Kerkrade
150.195
193.068
-42.873
Landgraaf
29.758
26.040
3.718
Maastricht
304.475
351.633
-47.158
Sittard-Geleen
331.026
291.081
39.945
Niet GR
158.215
120.315
37.900
Totaal
1.148.944
1.128.726
20.218
Totaal In 2021 zijn de volgende bedragen gerealiseerd: Instroom & diagnose
Bij Sittard-Geleen is de opbrengst hoger ondanks de lagere aantallen instroom. Dit wordt veroorzaakt door het hogere aantal spreekuren, welke niet in bovenstaande aantallen zijn verwerkt. SOCIALE KREDIETVERSTREKKING Naast de bij het onderdeel Schuldregeling genoemde saneringskredieten verstrekt KBL van oudsher ook kredieten voor consumptieve doeleinden. De doelgroep waaraan deze consumptieve kredieten verstrekt mogen worden is beperkt door de Wet Fido. In beginsel mag een kredietbank alleen maar consumptieve kredieten verstrekken aan mensen met een inkomen tot 130% van het bruto minimumloon. Mocht het inkomen hoger zijn, maar iemand wordt niet geholpen door een commerciële bank, dan behoort deze ook tot de doelgroep van sociale kredietverstrekking van een kredietbank. Wij kunnen niet genoeg benadrukken dat sociale kredietverstrekking heel iets anders is dan de zogenaamde saneringskredieten. Zoals gezegd is een saneringskrediet een krediet om schulden tegen finale kwijting af te kopen (vorm van schuldregelen) en gelden voor deze kredieten de richtlijnen van een schuldregeling. Sociale kredietverstrekking via KBL gebeurt zorgvuldig, betrouwbaar en zonder winstoogmerk. Het is bedoeld om tegemoet te komen aan een gezonde kredietbehoefte in de samenleving.
Een verantwoord krediet bevordert de financiële participatie van burgers, lost tijdelijke financiële knelpunten op en heeft een preventieve werking. Wij zien erop toe dat het krediet, inclusief de rente, door de klant binnen een redelijke termijn kan worden afgelost. Hierbij letten we erop dat een klant niet over gecrediteerd raakt. Een sociaal krediet kent in principe een looptijd van maximaal 60 maanden. In 2021 hebben wij 1.113 aanvragen voor een consumptief krediet ontvangen. Daarvan zijn er 695 kredietaanvragen toegekend. In 2020 waren dat er 1.003 van de 1.495 aanvragen.
21
In totaal heeft KBL in 2021 € 1.921.012 uitgeleend aan consumptieve kredieten. In onderstaande tabel is een overzicht van de bestedingsdoelen van die kredietbedragen opgenomen: Bestedingsdoel
Bedrag
Betaling schulden
163.562
Buffer
417.736
Huishoudelijke apparatuur
98.436
Medische kosten
13.920
Overbruggen vaste lasten
71.658
Overbrugging inkomsten
1.365
Overige
20.081
Oversluiting
20.763
Vakantie
4.800
Vervoersmiddelen
73.403
Woninginrichting
1.035.288
Totaal
1.921.012
In 2021 zijn de volgende bedragen gerealiseerd: Sociale kredietverstrekking (intakes)
Realisatie
Realisatie
Verschil
2021
2020
Brunssum
6.270
6.882
612-
Heerlen
39.900
29.016
10.884
Kerkrade
15.770
18.972
3.202-
Landgraaf
9.500
7.998
1.502
Maastricht
67.640
47.058
20.582
Sittard-Geleen
23.370
25.668
2.298-
Niet GR
52.234
46.404
5.830
Totaal
214.684
181.998
32.686
22
Jaarrekening | 2021
INKOMENSBEHEER EN -ONDERSTEUNING BUDGETBEHEER In 2021 is het aantal huishoudens met budgetbeheer bij KBL gedaald, van 1.743 pakketten in 2020 tot 1.715 pakketten in 2021. Deze lichte daling (van -1,6%) is vrijwel volledig terug te voeren op de gevolgen van de COVID-19 pandemie. KBL biedt twee verschillende vormen van budgetbeheer: bij de inzet van “Budgetbeheer Basis” zijn de betalingen van de primaire lasten gewaarborgd. Binnen “Budgetbeheer Totaal” worden daarnaast alle overige lasten van de klant betaald. Budgetbeheer is een instrument dat zowel preventief ter voorkoming van het ontstaan van huishoudelijke betalingsachterstanden als ook als flankerende hulp gedurende een traject van schuldhulpverlening kan worden ingezet. Budgetbeheer speelt niet alleen een heel belangrijke rol bij het voorkomen van een toestroom naar langdurige en duurdere bewindvoeringstrajecten, maar wordt ook regelmatig ingezet om een zachte landing mogelijk te maken als bijvoorbeeld de grondslag voor beschermingsbewind komt te vervallen. In de meeste gevallen is dit van toepassing op de zogenaamde schulden-bewinden nadat de schulden zijn opgelost. In 2020 heeft de afdeling Budgetbeheer als eerste afdeling binnen KBL een start gemaakt met het aanbieden van digitale inzage in de eigen budgetbeheerrekening voor klanten. Via de website van KBL kunnen klanten inloggen in MIJNKBL.
Dit is in een pilotvorm getest voor, met en door een aantal klanten van budgetbeheer en heeft in 2021 geleid tot de inwerkingtreding van dit instrument voor alle budgetbeheerklanten van KBL. Onderstaand een overzicht en een grafiek waarin de verdeling naar de verschillende budgetbeheerpakketten is weergegeven vanaf 2019: Budgetbeheerrekeningen
2021
2020
2019
Basispakket
195
175
207
Totaalpakket
1.502
1.530
1.490
Pluspakket*
18
38
96
1.715
1.743
1.793
Totaal *= het pluspakket wordt niet meer aangeboden
De ontwikkeling van het totaal aantal klanten per ultimo boekjaar van de GR-gemeenten blijkt uit onderstaande tabel: Budgetbeheerrekeningen Aantal klanten
ultimo
ultimo
2021
2020
Brunssum
53
51
2
Heerlen
327
325
2
Kerkrade
168
187
-19
Landgraaf
92
89
3
Maastricht
572
582
-10
Sittard-Geleen
269
248
21
1.481
1.482
-1
Totaal
Verschil
23
Door KBL zijn over 2021 de volgende bedragen gerealiseerd: Budgetbeheerrekeningen
Realisatie
Realisatie
Verschil
Aantal klanten
2021
2020
Brunssum
35.790
30.084
5.706
Heerlen
177.385
177.450
-65
Kerkrade
106.045
115.170
-9.125
Landgraaf
43.040
41.982
1.058
Maastricht
365.040
414.924
-49.884
Sittard-Geleen
189.690
196.374
-6.684
Niet GR
85.350
116.972
-31.622
Klanten
286.527
288.181
-1.654
Totaal
1.288.867
1.381.137
-92.270
BUDGETBEHEER MAATWERK Van oorsprong als pilot opgestart om als mogelijk alternatief te dienen voor een traject beschermingsbewind is Budgetbeheer Maatwerk (hierna: BBRM) inmiddels uitgegroeid tot een volwaardige vorm van dienstverlening binnen KBL. Elke klant krijgt een op maat gesneden aanpak waarmee deze in zijn/haar eigen tempo kan werken aan behoud van de financiële redzaamheid en toewerken naar de maximale vergroting hiervan. Het tijdspad, de intensiteit en mate van begeleiding kan per situatie verschillen maar de gemene deler blijft altijd: ”zo lang als nodig en zo kort als mogelijk”. De gemiddelde doorlooptijd van een traject BBRM bedroeg over de in 2021 beëindigde trajecten minder dan 12 maanden. Alle KBL-budgetconsulenten zijn KIWA-gecertificeerde budgetcoaches waarmee de kans op succesvolle afronding van de trajecten gemaximaliseerd wordt. Daarnaast hebben zij een ruime werkervaring opgebouwd als budgetbeheerder, schuldhulpverlener en/ of beschermingsbewindvoerder waardoor de klant kan rekenen op een professionele begeleiding gedurende hun traject. Hierbij is jaarlijkse bijscholing een verplicht onderdeel voor de medewerkers om actueel vakbekwaam te blijven. Het klantenbestand Budgetbeheer Maatwerk is in 2021 gestegen van 99 naar 161 dossiers.
Dat is een stijging van 60% ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar en is volledig in lijn met de afname van het aantal beschermingsbewinden. Meer maatwerk, minder beschermingsbewind. Zie onderstaand een overzicht van de ontwikkeling van de dossiers Budgetbeheer Maatwerk: Ontwikkeling dossiers BBR Maatwerk
2021
2020
2019
Begin boekjaar
99
76
58
Gestart
159
90
53
Beëindigd
97
67
35
Totaal
161
99
76
24
Jaarrekening | 2021
Door KBL zijn over 2021 de volgende bedragen budgetbeheer maatwerk gerealiseerd: Realisatie
Realisatie
Verschil
2021
2020
Brunssum
24.981
24.038
943
Heerlen
148.388
69.866
78.522
Kerkrade
57.657
36.111
21.546
Landgraaf
2.926
7.666
4.740-
Maastricht
65.967
32.321
33.646
Sittard-Geleen
101.338
58.762
42.576
Niet GR
19.453
1.403
18.050
Totaal
420.710
230.167
190.543
Onderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van beschermingsbewind in de afgelopen 12 jaar weer. Sinds 2016 biedt KBL BBR Maatwerk als activerend alternatief. Inmiddels is het aandeel Maatwerkdossiers in verhouding tot het totaal aantal klanten in bewindvoering gegroeid tot ruim 18% in 2021. Deze ontwikkeling bevestigt de toegenomen populariteit van deze intensieve, maar kortdurende vorm van dienstverlening die ervoor zorgt dat de toename van bewindsdossiers bij KBL een halt is toegeroepen. BBR Maatwerk is korter en intensiever en uiteindelijk goedkoper dan beschermingsbewind.
Ontwikkeling dossiers beschermingsbewind en BBR Maatwerk 2008-2021 1.200 1.000
Aantallen
800 600 400 200 0 2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Jaren Beschermingsbewind
BBR Maatwerk
Tot slot zij vermeld dat sinds 2021 ook de dienstverlening Budgetcoaching wordt uitgevoerd door de KBL-budgetconsulenten. In het afgelopen jaar hebben zij 35 individuele budgetcoachingstrajecten uitgevoerd. BESCHERMINGSBEWIND Naast de hierboven reeds weergegeven diensten Budgetbeheer, Budgetbeheer Maatwerk en Budgetcoaching biedt KBL als sluitstuk van het inkomensbeheer en de inkomensondersteuning de wettelijke taak Beschermingsbewind aan. Dit is bestemd voor en voorbehouden aan meerderjarige burgers die voor langere duur en soms voor de rest van hun leven, op grond van lichamelijke of geestelijke beperkingen, niet meer in staat zijn om hun financiële zaken te regelen.
25
Daarnaast kunnen mensen op grond van problematische schulden onder beschermingsbewind geplaatst worden. De duur van deze maatregel is in eerste instantie beperkt tot de duur van 5 jaar. In 2021 is KBL onverminderd doorgegaan op de ingeslagen weg om burgers bij wie de grondslag voor beschermingsbewind wegvalt proactief te stimuleren en begeleiden om het beschermingsbewind op een passende wijze te laten eindigen. Hand in hand met de budgetconsulenten, casemanagers en externe samenwerkingspartners wordt de klant toegeleid naar een situatie waarin deze weer deels en waar mogelijk zelfs geheel zelfstandig verantwoordelijk wordt voor de eigen financiën. Deze trend is cijfermatig duidelijk terug te zien in onderstaande tabel. In 2021 zijn er 83 dossiers gestart en 160 dossiers beëindigd. Het klantenbestand van de onderbewindgestelden is daarmee gedaald van 956 naar 879 dossiers. In 2021 zijn daarmee ruim 16% van het bestaande klantenbestand per 1-1-2021 uitgestroomd uit bewind. De daling van het klantenbestand bij KBL zet dus stevig door. De gemiddelde looptijd van een beschermingsbewinddossier bij KBL bedroeg over deze in 2021 beëindigde dossiers 3 jaar en 11 maanden. Ontwikkeling dossiers beschermingsbewind
2021
2020
2019
Begin boekjaar
956
971
923
Gestart
83
116
142
Beëindigd
160
131
94
Totaal
879
956
971
Realisatie
Realisatie
Verschil
2021
2020
Brunssum
14.255
13.399
856
Heerlen
222.437
693.113
470.676-
Kerkrade
256.297
266.505
10.208-
Landgraaf
17.110
18.731
1.621-
Maastricht
67.531
68.350
819-
Sittard-Geleen
378.635
405.370
26.735-
Niet GR
-
-
-
Klanten
889.070
495.576
393.494
Totaal
1.845.335
1.961.044
115.709-
Door KBL zijn over 2021 de volgende bedragen beschermingsbewind gerealiseerd:
De gemeente Heerlen is begin 2021 overgestapt van afrekening via het voorschot naar bijzondere bijstand. Dit verklaart de enorme terugloop van betalingen via het voorschot vanuit Heerlen. De vergoeding via bijzondere bijstand is in 2021 verwerkt in de opbrengst klanten, welke hierdoor logischerwijs een forse toename laat zien t.o.v. 2020.
26
Jaarrekening | 2021
De verdeling van het aantal klanten beschermingsbewind per ultimo 2021 over GR-gemeenten en zelfbetalers is als volgt: Facturatie
Zelfbetalers
Totaal
Brunssum
0
27
27
Heerlen
0
319
319
Kerkrade
107
23
130
Landgraaf
0
29
29
Maastricht
0
120
120
186
6
192
Niet GR
0
62
62
Totaal
293
586
879
Sittard-Geleen
Tot slot zij vermeld dat de afdeling Beschermingsbewind van KBL in 2021 in het kader van de omzetting van beheer- en leefgeldrekeningen naar Rabobank een volgende grote stap heeft gezet. Aanleiding was de afspraak met Rechtbank Limburg in 2019 om gefaseerd gebruik te gaan maken van beheerrekeningen die tenaamgesteld zijn op de onderbewindgestelden. Nadat in 2020 de eerste 180 klanten waren overgezet naar de nieuwe beheerconstructie zijn daar in het jaar 2021 nog eens 370 klanten bijgekomen. In totaliteit zijn daarmee inmiddels 550 klanten volledig omgezet. Daarnaast wordt sinds 2020 consequent bij elk nieuw aan KBL toegewezen bewindsdossier een beheer- en leefgeldrekening op naam van de klant geopend bij de Rabobank. Naar verwachting is de gehele omzettingsprocedure in de loop van 2022 afgerond. SCHULDENAANPAK Schuldregeling is één van de instrumenten binnen het brede pallet aan diensten binnen de schuldhulpverlening. Een schuldregeling houdt in dat schulden van de klant in kaart worden gebracht waarna een voorstel aan de schuldeisers tegen finale kwijting wordt gedaan. KBL kan schulden op twee manieren regelen, namelijk via een schuldbemiddeling of via een saneringskrediet. Bij een schuldbemiddeling spaart de klant gedurende 36 maanden (3 jaar) zijn aflossingscapaciteit boven het berekende vrij te laten bedrag.
Het voorstel aan de schuldeisers is dan ook een prognose omdat het inkomen van een klant kan fluctueren. De schuldeiser gaat akkoord met het gegeven dat het een prognose betreft waarbij KBL toeziet op het sparen boven het vrij te laten bedrag. Gedurende deze drie jaar wordt één keer per jaar aan de schuldeisers het reeds gespaarde bedrag uitbetaald. Bij een saneringskrediet wordt aan de start van het traject de aflossingscapaciteit van de klant berekend. Ook hier gebeurt dat op basis van 36 maanden (3 jaar). Dit is de basis voor het te verstrekken krediet waarmee schuldeisers ineens en vooraf worden afgekocht. Bij deze manier van werken weten schuldeisers direct waar ze aan toe zijn en hoeven zij niet gedurende drie jaar de vordering in de boeken te houden. Voor de klant is er rust en overzicht. De klant heeft nog maar één schuldeiser, namelijk KBL. Hier betaalt hij/zij de lening in 36 termijnen terug. Vanaf oktober 2019 is KBL steeds meer schulden met een saneringskrediet gaan regelen. Dit heeft tot een substantiële toename van het aantal geslaagde minnelijke trajecten geleid. Inmiddels slaagt minnelijk meer dan 80% van de trajecten via een minnelijke schuldregeling. De betaalmoraal op deze saneringskredieten is heel goed te noemen. Er is maar een zeer geringe achterstand in het terugbetalen van deze saneringskredieten.
Mocht KBL noch via een schuldbemiddeling, noch via een saneringskrediet een akkoord met de schuldeisers weten te bereiken voor de klant, dan kan een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) worden ingediend. Door de inzet van het saneringskrediet is dit echter steeds minder noodzakelijk. Daarnaast hebben wij in samenwerking met gemeente Sittard-Geleen als pilot het aantal gespreksmomenten met de klant tijdens de schuldregeling geïntensiveerd. Doel van deze pilot “Verduurzaming” is door meer tijd en aandacht voor klanten te hebben, te werken aan de stressreductie van klanten en mede daarmee de uitval van klanten tijdens een traject verminderen en hen beter voor te bereiden op een mogelijke gang naar de WSNP.
27
In 2021 zijn 952 trajecten schuldregeling gestart en 1.310 beëindigd. Een aantal trajecten gestart in 2021 zijn nog in behandeling. Aanvragen schuldregeling Aantal aanvragen Aantal beëindigingen
2021
2020
2019
952
1.088
1.014
1.310
1.233
1.009
In 2021 zijn er in totaal 758 minnelijke voorstellen geaccepteerd waarvan in 505 gevallen een akkoord via een saneringskrediet is bereikt. In 253 gevallen is een akkoord via een schuldbemiddeling bereikt. Geaccepteerde schuldregelingen
2021
2020
2019
Saneringskrediet
505
494
151
Schuldbemiddeling
253
336
493
Totalen
758
830
644
Uit het overzicht blijkt dat de saneringskredieten steeds vaker worden ingezet als instrument van schuldhulpverlening. Door KBL zijn over 2021 de volgende bedragen gerealiseerd: Schuldenaanpak
Realisatie
Realisatie
Verschil
2021
2020
Brunssum
75.715
81.840
6.125-
Heerlen
687.895
486.111
201.784
Kerkrade
266.000
400.179
134.179-
Landgraaf
111.055
125.085
14.030-
Maastricht
679.440
940.881
261.441-
Sittard-Geleen
634.030
581.715
52.315
Niet GR
465.840
540.289
74.449-
Klanten
271.244
306.776
35.531-
Totaal
3.191.219
3.462.876
271.656-
WSNP-VERKLARINGEN Zoals bij het onderdeel Schuldenaanpak al is opgemerkt spant KBL zich in om zoveel als mogelijk minnelijk tot een akkoord met de schuldeisers van een klant te komen, mits dit de duurzame oplossing voor de schuldenproblematiek van de klant dient. Het stemt tot tevredenheid dat dit in steeds meer gevallen slaagt. Mocht echter geen akkoord met de schuldeisers worden bereikt, dan mag een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) bij de Rechtbank worden ingediend. Bij toelating tot de WSNP wordt voor de klant een bewindvoerder WSNP aangewezen. Deze WSNP-trajecten vinden buiten KBL plaats waarbij in sommige gevallen wel het inkomensbeheer bij KBL plaatsvindt. Een WSNP-zitting bij de Rechtbank is spannend en brengt de nodige stress mee voor klanten. Het is daarom dat KBL klanten zoveel als mogelijk tijdens de WSNP-zitting wil bijstaan. Ook zijn we met speciale voorlichtingen klanten aan het voorbereiden op deze zittingen. Ter zitting kunnen vragen worden beantwoord over het minnelijk voorstel en de ervaringen met de klant gedurende de periode om tot een minnelijk akkoord te komen. Nadrukkelijk dient te worden opgemerkt dat een aanvraag voor toelating tot de WSNP geen “mislukt” minnelijk traject is. Zonder een gedegen poging om minnelijk tot een akkoord met schuldeisers te komen kan er in beginsel geen toelating tot de WSNP worden aangevraagd.
Ook zijn er situaties waarbij er geen overzicht te krijgen is in alle schuldeisers en is het risico dat een nieuwe schuldeisers zich met het recht om 100% te innen in een minnelijk traject meldt te groot.
28
Jaarrekening | 2021
Het voordeel van een WSNP is dat in die gevallen alle schulden die ontstaan zijn voor de zitting van het WSNP-verzoek in het traject vallen, ook als deze schuldeisers op de dag van de zitting nog niet bekend waren bij de schuldhulpverlening. In dit kader verwijzen we naar de pilot “Verduurzaming” die in 2021 in samenwerking met gemeente Sittard-Geleen heeft plaatsgevonden. Naast de extra tijd en aandacht gedurende de schuldregeling wordt ook de gang naar de WSNP intensiever begeleid. Zo vindt vóór de WSNP-zitting al een gesprek plaats met een bewindvoerder WSNP en wordt de WSNP-zitting bij de Rechtbank intensief voorbesproken en middels videofragmenten toegelicht. Tijdens de zitting is een medewerker van KBL aanwezig om de klant te begeleiden. Na toelating tot de WSNP blijft een medewerker van KBL-aanspreekpunt voor de klant zodat ook daar ondersteuning plaatsvindt. Hiermee beogen we zorgen en stress bij de klant te reduceren en uitval tijdens een WSNP-traject te reduceren. Onderstaand een overzicht van de afgifte WSNP-verklaringen in 2021: Afgifte Wsnp-verklaringen Met minnelijk traject Zonder minnelijk traject Totaal
GR
Niet GR
Totaal
Totaal
2021
2021
2021
2020
161
30
191
116
1
0
1
7
162
30
192
123
In 2021 zijn 192 WSNP-verzoekschriften door de KBL afgegeven. In 1 geval is dat gebeurd zonder een minnelijk traject via KBL.
29
KERNGEGEVENS Inwoners
per 1 jan
per 1 jan
aantal
2021
2020
Brunssum
27.670
27.821
Heerlen
86.936
87.086
Kerkrade
45.442
45.749
Landgraaf
37.262
37.445
Maastricht
120.227
121.575
Sittard-Geleen
92.429
92.429
409.966
412.105
Totaal
30
Jaarrekening | 2021
Jaarrekening 2021 BALANS PER 31 DECEMBER 2021 (NA RESULTAATBESTEMMING) 2021
2020
ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut 0
0
Machines, apparaten en installaties
Gebouwen
215.983
236.733
Totaal materiële vaste activa met economisch nut
215.983
236.732
Totaal vaste activa
215.983
236.732
4.214.087
3.374.249
Financiële vaste activa Kredieten Vlottende activa Uitzettingen
1.499.817
1.401.937
Liquide Middelen
7.004.801
9.376.763
Overlopende activa
90.336
87.081
Totaal vlottende activa
8.594.954
10.865.780
Totaal
13.025.023
14.476.761
PASSIVA Vaste Passiva 0
0
Resultaat vóór verliesverrekening
Eigen vermogen
-78.141
-130.495
Bijdrage GR-gem. in exploitatieres.
78.141
130.495
Eigen vermogen ult. verslagperiode
0
0
Voorzieningen
43.000
54.000
Vaste schulden
615.611
615.611
Totaal vaste passiva
658.611
669.611
Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva
13.671.759
12.036.939 329.473
135.391
Totaal vlottende passiva
12.366.412
13.807.150
Totaal
13.025.023
14.476.761
31
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2021 Realisatie 2021
Begroting 2021 na wijziging
Begroting primair 2021
Realisatie 2020
416.076 55.676 471.752
326.000 100.000 426.000
329.000 50.000 379.000
337.608 68.598 406.206
1.438.313
1.487.000
1.339.000
1.243.305
212.500
217.000
220.000
216.396
1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817
1.336.000 376.000 2.123.000 3.835.000
1.443.000 456.000 2.347.000 4.246.000
1.409.181 230.167 1.961.044 3.600.392
4.007.723
4.064.000
4.099.000
3.918.336
-
-
-
-
175.833
30.000
30.000
20.154
270.904 21.152249.751
252.000 1.000251.000
259.000 1.000258.000
249.358 297249.061
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres.
78.141
-
-
130.495
Deelname GR-gem. in voorz. kredport.
8.315
75.000
75.000
24.438-
10.245.145
10.385.000
10.646.000
9.759.907
8.203.421 24.960 221.491 47.772 82.908 247.290 1.079.921 329.067 8.315 -
8.021.000 51.000 250.000 63.000 83.000 252.000 1.129.000 385.000 75.000 76.000
8.423.000 51.000 56.000 63.000 94.000 262.000 1.049.000 419.000 75.000 154.000
7.647.566 79.491 347.990 62.835 52.343 247.297 1.031.985 314.839 24.438-
10.245.145
10.385.000
10.646.000
9.759.907
0
0
0
0
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Instroom en diagnose Sociale kredietverstrekking (intake) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge
Totale baten Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Onvoorzien Totale lasten Gerealiseerd resultaat
32
Jaarrekening | 2021
TOELICHTINGEN: GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA EN DE RESULTAATBEPALING INLEIDING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de balans en in de staat van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie het inzicht voor de gebruikers in de jaarrekening van KBL ten goede komt omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van KBL op het gebied van schuldhulpverlening, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale kredietverlening. ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Met ingang van 1 januari 2016 is KBL belastingplichtig in het kader van de wet Vennootschapsbelasting. Ultimo 2016 is met de Belastingdienst overleg geweest over de fiscale status van de activiteiten van KBL.
Dit zal naar verwachting ertoe leiden dat geen van de activiteiten van KBL belast zullen worden in het kader van de vennootschapsbelasting. ALGEMEEN Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld. MATERIËLE VASTE ACTIVA MET ECONOMISCH NUT Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het boekjaar volgend op ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven (niet van toepassing). Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing Automatisering: Hardware en software Mobiele telefoons Inventaris en inrichting
15 jaar 3-4 jaar 2 jaar 4-10 jaar
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen.
33
KREDIETEN Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten. UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Terugbetaling vindt plaats op het moment dat bewindvoering is komen te vervallen. LIQUIDE MIDDELEN De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. OVERLOPENDE ACTIVA De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. VOORZIENINGEN In 2021 is een voorziening WW-verplichting gevormd. KBL is eigenrisicodrager voor WW-uitkeringen van voormalige medewerkers.
Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. VASTE SCHULDEN Onder de vaste schulden zijn begrepen de achtergestelde leningen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door zowel de aan de GR deelnemende gemeenten als de uittredende GO-gemeenten gestort zijn. Deze achtergestelde leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. NETTO VLOTTENDE SCHULDEN De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden is de post ‘crediteuren klanten’ opgenomen. Deze schulden worden tegen de nominale waarde opgenomen en hebben betrekking op verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Verantwoording van deze schulden vindt deels plaats bij ontvangst van de factuur en deels op basis van onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn bankrekeningen opgenomen waarop de gelden van de klanten ontvangen worden. Deze bankrekening wordt gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Ook zijn opgenomen de schulden aan leveranciers en handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL. OVERLOPENDE PASSIVA De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. KASSTROOMOVERZICHT Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode.
Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten. GEBRUIK VAN SCHATTINGEN Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken. COVID-19 Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2021, maar naar verwachting wel voor veel beleidsterreinen van onze begroting 2022 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.
34
Jaarrekening | 2021
TOELICHTING OP DE BALANS Materiële vaste activa met economisch nut
2021
2020
€ 215.983
€ 236.732
Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven: Verbouwingen
Automatisering
Inventaris
Totaal
(incl. telefonie) Stand per 1 januari 2021 Aanschafwaarde
2.043.677
3.150.282
1.020.207
6.214.166
Cumulatieve afschrijvingen
2.043.677
2.930.347
1.003.409
5.977.433
-
219.935
16.798
236.733
Investeringen
-
62.158
-
62.158
Desinvesteringen
-
-
-
-
Afschrijvingen
-
75.720
7.188
82.908
-
13.562 -
7.188 -
20.750 -
Boekwaarde Mutaties in 2021
Stand per 31 december 2021 Aanschafwaarde
2.043.677
3.212.440
1.020.207
6.276.325
Cumulatieve afschrijvingen
2.043.677 -
3.006.067 -
1.010.597 -
6.060.341 -
206.373
9.610
215.983
Boekwaarde
-
In 2021 hebben investeringen plaatsgevonden v.w.b. automatisering. Dit betreft hardware en telefonie. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het boekjaar van investering. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (Hardware en implementaties) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar. Kredieten
2021
2020
€ 4.214.087
€ 3.374.249
Persoonlijke leningen
4.242.500
3.406.740
Doorlopende kredieten
22.332
75.278
4.264.832
3.482.018
-50.746
-107.769
4.214.087
3.374.249
De samenstelling van de kredieten is als volgt:
Voorziening oninbare kredieten
35
Het verloop van de kredietportefeuille in 2021 blijkt uit onderstaande opstelling: Boekwaarde per 31-12-2020
3.482.018
Verstrekkingen
3.677.511
-/- aflossingen
-2.832.214
-/- afboekingen
-65.339
Correctie rente
2.856
Boekwaarde per 31-12-2021
4.264.832
Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2019 tot en met 2021 weergegeven: Persoonlijke
Doorlopende
Totale
leningen (PL)
kredieten (DK)
kredietportefeuille
2019
2.772.557
104.905
2.877.461
2020
3.406.740
75.278
3.482.018
2021
4.242.500
22.332
4.264.832
Er is bewust ingezet op de daling van de Doorlopende Kredieten, o.a. door oversluiting. De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafiek:
Ontwikkeling kredietportefeuille 5.000.000 4.500.000 4.000.000 3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0
2020
2019 DK
PL
2021 Totaal
36
Jaarrekening | 2021
De verdeling van de leningportefeuille is als volgt: PL
DK
TOTAAL
aantal
bedrag
aantal
bedrag
Maastricht
644
1.163.965
-
-
1.163.965
Sittard Geleen
361
687.721
2
1.588
689.308
Heerlen
458
784.016
1
1.070
785.086
Kerkrade
247
470.019
1
4.769
474.787
Landgraaf
135
213.094
-
-
213.094
Brunssum
87
134.833
1
13.418
148.251
Totaal GR
1.932
3.453.648
5
20.845
3.474.492
Niet-GR
530
788.852
1
1.488
790.340
TOTAAL
2.462
4.242.500
6
22.332
4.264.832
De verdeling van de lening portefeuille over de GR-deelnemers is in de volgende grafiek inzichtelijk gemaakt.
Saldi PL & DK per 31-12-2021
Niet-GR, 19%
Maastricht, 27% Brunssum, 3%
Landgraaf, 5%
Kerkrade, 11% Sittard-Geleen, 16%
Heerlen, 18% Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 107.769 nodig is. Dit bedrag bestaat uit een gedeelte betreffende verstrekte kredieten vóór 2005 (€ 76.515) en een gedeelte betreffende kredieten vanaf 2005 (€ 31.254).
37
Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vóór 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2020
76.515
Dotaties
7.445
Aanwendingen
-46.910
Vrijval
-1.676
Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2021
35.375
Bovengenoemde aanwendingen betreffen het afboeken van leningen. Deze afboekingen zijn te verdelen in grofweg vier categorieën: 1. De WSNP is na drie jaar afgelopen waardoor klant schuldenvrij is; 2. Klant komt te overlijden en de eventuele erfgenamen verwerpen de erfenis of de boedel is leeg; 3. Afgewikkelde schuldregelingen (ASR); 4. Klanten zijn vertrokken en onbekend is waarheen, de zogenaamde VOW-klanten; 5. Dossiers van klanten die terugkomen van de deurwaarder als gevolg van geen verhaal. In het volgend overzicht staat per gemeente aangegeven wat het bedrag van de afboekingen is geweest van haar inwoners, inclusief de vermelding van de categorie waarin de afboeking te plaatsen is. Dit betreft de afboekingen van leningen welke zijn verstrekt vóór 2005:
Gemeente
WSNP
Overlijden
ASR
Brunssum
VOW/Geen verhaal
Deurwaarder kost/rente/ geen verhaal
€ 5.119
Heerlen
€ 33.559
Landgraaf Sittard-Geleen
Totaal € 5.119
€ 1.003
€ 34.562
€ 4.384
€ 4.384
€ 756
€ 756
Overige
€ 2.089
€ 2.089
Totaal 2021
€0
€0
€ 34.316
€ 5.119
€ 7.475
€ 46.910
In procenten
0%
0,0%
73%
11%
16%
100%
Totaal 2020
€ 7.194
€ 3.977
€ 2.679
€ 20.126
€ 19.047
€ 53.022
In procenten
14%
7,5%
5%
38%
36%
100%
Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vanaf 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2020 Dotaties
31.254 4.222
Aanwendingen
-18.429
Vrijval
-1.676
Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2021
15.370
De kredietportefeuille m.b.t. leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent in het algemeen een veel positiever verloop.
38
Jaarrekening | 2021
De verdeling van de categorieën afboekingen 2021 over de gemeenten is als volgt:
Gemeente
WSNP
Overlijden
Brunssum
€ 388
Heerlen
€ 3.506
ASR
VOW/Geen verhaal
Deurwaarder kost/rente/ geen verhaal
Totaal € 388
€ 1.038
€ 4.544
Kerkrade
€ 1.396
€ 1.396
Landgraaf
€ 2.163
€ 2.163
Maastricht
€ 980
Roermond Sittard-Geleen
€ 2.586
€ 3.566
€ 2.137
€ 2.137
€ 3.782
€ 452
€ 4.234
Totaal 2021
€-
€ 7.675,83
€ 7.129,20
€ 2.585,52
€ 1.038,12
€ 18.428,67
In procenten
0%
42%
39%
14%
6%
100%
Totaal 2020
€ 3.464
€ 6.398
€ 4.646
€ 31.044
€0
€ 45.553
In procenten
8%
14,0%
10%
68%
0%
100%
Uitzettingen
2021
2020
€ 1.499.817
€ 1.401.937
2021
2020
Vorderingen op openbare lichamen
892.697
657.609
Overige vorderingen
607.120
744.328
1.499.817
1.401.937
De uitzettingen bestaan uit:
Totaal Vorderingen op openbare lichamen
2021
2020
€ 892.697
€ 657.609
2021
2020
Deelname GR gemeenten in voorziening kredietport.
116.085
206.344
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat
78.141
130.495
Diensten GR-gemeenten
360.352
241.940
Diensten Niet-GR gemeenten
338.120
78.830
Totaal
892.697
657.609
Het vorderingensaldo per 31 december 2021 bestaat uit: Omschrijving
De totale deelname van GR gemeenten in de voorziening kredietportefeuille bedraagt per 31 december 2021 € 116.085 en kan worden verdeeld over verstrekte kredieten van vóór 2005 € 82.285 en vanaf 2005 € 33.800.
39
Overige vorderingen
2021
2020
€ 607.120
€ 744.328
Dit betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden). Liquide middelen
2021
2020
€ 7.004.801
€ 9.376.763
De liquide middelen per 31 december bestaan uit:
Kasmiddelen
2021
2020
1.296
1.856
Bankrekeningen
7.003.505
9.374.907
Totaal
7.004.801
9.376.763
De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. De kredietfaciliteit bij BNG bedraagt maximaal € 1 miljoen. Er zijn geen zekerheden afgegeven. Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. Het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen bedraagt tot 1 juli 2022 € 250.000. Vanaf 1 juli 2022 is het drempelbedrag verhoogd naar € 1.000.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2021. Zie onderstaande berekening per kwartaal: Verslagjaar 2021 (bedragen x € 1.000) Drempelbedrag
250
250
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
-3.100
-2.623
-2.792
-2.943
Ruimte onder het drempelbedrag
3.350
2.873
3.792
3.943
0
0
0
0
Overschrijding van het drempelbedrag
Overlopende activa
2021
2020
€ 90.336
€ 87.081
40
Jaarrekening | 2021
De overlopende activa kunnen als volgt worden weergegeven: 2021
2020
€-
€-
Overige nog te ontv. en vooruitbetaalde bedragen
€ 90.336
€ 87.081
Totaal
€ 90.336
€ 87.081
Nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanc. op uitkeringen met spec. bestedingsdoel
De specificaties zijn opgenomen in onderstaande tabel: Omschrijving
2021
2020
Nog te ontvangen bedragen
14.912
19.447
Vooruitbetaalde bedragen
75.424
67.634
Totaal
90.336
87.081
2021
2020
Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Nog te ontvangen rente
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen
14.912
19.447
Totaal
14.912
19.447
De overige nog te ontvangen bedragen betreft hoofdzakelijk de nog te vorderen BTW over het boekjaar 2021 ad € 8.000. Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Vooruitbetaalde huur
2021
2020
0
0
Vooruitbetaald onderhoud
51.189
49.987
Vooruitbetaalde verzekeringen
13.281
9.574
Overige vooruitbetaalde bedragen
10.955
8.073
Totaal
75.424
67.634
2021
2020
€0
€0
-
-
Eigen vermogen en resultaat
Het eigen vermogen per 1 januari Resultaat boekjaar vóór verliesverrekening
78.141 -
130.495 -
Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat
78.141
130.495
Het eigen vermogen per 31 december
-
-
Af te dragen aan GR-gemeenten
-
-
Eigen vermogen per saldo
-
-
41
Conform artikel 30 lid 4 wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Door de bijdrage van de gemeenten in het exploitatieresultaat ad € 78.141 is het eigen vermogen per 31 december 2021 nihil. Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstands-vermogen is bepaald op 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2021 blijkt uit onderstaande opstelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening
10.245.145
9.784.346
614.709
587.061
Eigen vermogen na winstbestemming
-
-
Af te dragen aan GR-gemeenten
0
0
Weerstandsvermogen 6%
Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar nihil is, is er geen terugbetalingsverplichting op grond van artikel 30 lid 3 van de GR verschuldigd. Over het boekjaar 2020 is het negatieve exploitatieresultaat (€ 130.495) bij de GR-gemeenten in rekening gebracht. Voorzieningen
2021
2020
€ 43.000
€ 54.000
De voorziening betreft: Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's
2021
2020
€ 43.000
€ 54.000
Met ingang van het boekjaar 2020 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2021 betreft de dotatie aan de voorziening op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2021 is beëindigd. Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt: 2021
2020
Boekwaarde begin boekjaar
54.000
0
Toevoeging
24.960
54.000
0
0
Vrijval Aanwending
-35.960
0
Boekwaarde einde boekjaar
43.000
54.000
2021
2020
€ 615.611
€ 615.611
Vaste schulden
De vaste schulden betreffen: Onderhandse leningen openbare lichamen
2021
2020
€ 615.611
€ 615.611
42
Jaarrekening | 2021
Het verloopoverzicht is als volgt: Saldo 31-12-2020
615.611
Vermeerderingen
0
Aflossingen
0
Saldo 31-12-2021
615.611
De onderhandse leningen per 31 december betreffen “Achtergestelde leningen”. Diverse gemeenten hebben de achtergestelde leningen gestort, in overeenstemming met de bepaling bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Onderstaand volgt een overzicht met hierin gespecificeerd de saldi per gemeente: Achtergestelde leningen deelnemers GR
2021
2020
Brunssum
59.674
59.674
Heerlen
121.890
121.890
Kerkrade
91.104
91.104
Landgraaf
60.430
60.430
Maastricht
154.720
154.720
Sittard-Geleen
127.793
127.793
Totaal
615.611
615.611
Voor wat betreft de terugbetaling van deze achtergestelde leningen dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de door de uittredende GO-leden gestorte achtergestelde leningen en de door de deelnemers aan GR gestorte leningen. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen deelnemers GR Wanneer de geaccumuleerde batige saldi, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers op enig moment de nagestreefde solvabiliteit (10%) overschrijden, dan wordt het meerdere deel pro rata in mindering gebracht op de achtergestelde leningen. Gelet op het exploitatieresultaat en de balansposities vindt over 2021 geen gedeeltelijke terugbetaling plaats van de achtergestelde leningen aan de deelnemers van de GR. De leningen zijn renteloos. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen uittredende GO-leden De achtergestelde leningen uittredende GO-leden zijn ultimo 2020 geheel afgelopen. Netto vlottende schulden
2021
2020
€ 12.036.939
€ 13.671.759
De netto vlottende schulden bestaan uit:
Overige schulden
2021
2020
9.131.561
11.531.307
Bank
2.905.378
2.140.452
Totaal
12.036.939
13.671.759
43
De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven: 2021
2020
7.003.711
9.369.426
607.120
744.328
Schulden aan leveranciers en handelskredieten
1.520.730
1.417.553
Totaal
9.131.561
11.531.307
Crediteuren klanten Verplichtingen liquide middelen klanten
Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2021 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2021 laat een saldo zien van € 1.520.730. Het saldo wordt grotendeels bepaald door de nog te betalen salariskosten over december 2021 aan de gemeente Maastricht ad € 1.306.881. De gemeente Maastricht voert de salarisadministratie uit ten behoeve van KBL. De openstaande schulden zijn per medio februari 2022 afgelopen. Bank
2021
2020
€ 2.905.378
€ 2.140.452
Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel. Overlopende passiva
2021
2020
€ 329.473
€ 135.391
2021
2020
274.660
56.406
54.813
78.985
329.473
135.391
De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven: Verplichtingen welke in het lopend begrotingsjaar zijn opgebouwd en volgend begrotingsjaar worden betaald Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Verplichtingen De verplichtingen ultimo 2021 bestaan uit: • De CAO-indexatie € 12.000 en de eenmalige CAO-uitkering € 180.000 • Inhuur personeel € 24.000 • Huur Maastricht (wordt doorberekend) € 11.000 • Overige nog te betalen kosten en nog te ontvangen facturen € 48.000 Vooruitontvangen bedragen Het bedrag ultimo 2021 betreft de projecten Schulden afkoop jongeren Maastricht en de Kinderopvangtoeslagaffaire (KOT).
44
Jaarrekening | 2021
NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN De jaarlijkse verplichting betreffende met derden aangegane huurverplichtingen onroerend goed bedraagt in totaal € 150.000. De looptijd van het huurcontract is 10 jaar, met een looptijd tot 30 juni 2025. Hierdoor is de totale contractwaarde voor de resterende periode € 525.000. Het huurcontract kan opgezegd worden met een opzegtermijn van 6 maanden, maar KBL is niet voornemens hiervan gebruik te maken. De overige verplichtingen betreffen voornamelijk onderhoudscontracten betreffende gebouwen ad € 66.000 (contractwaarde resterende periode € 231.000), automatisering ad € 338.000 (contractwaarde € 394.000), telefonie ad € 25.000 (contractwaarde € 25.000) en printers € 14.000 (contractwaarde € 27.000). Daarnaast is er nog een verplichting betreffende de postbezorging ad € 134.000 (contractwaarde € 134.000). De resterende looptijd van de contracten varieert van 0 tot 3,5 jaar.
45
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN BATEN: ALGEMEEN Door het Bestuur is besloten dat de in rekening gebrachte voorschotten niet behoeven te worden verrekend met de daadwerkelijke aantallen. Overuitputting van de voorschotten wordt in rekening gebracht. De hier getoonde baten 2021 inzake de GR-gemeenten v.w.b. schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking en budgetbeheer betreffen de voorschotten inclusief de facturatie van de overuitputting. In het hoofdstuk COVID-19 virus worden de verschillen tussen voorschotten en realisatie toegelicht per GR-gemeente. 2021
2020
Preventie, vroegsignalering en educatie
€ 416.076
€ 337.608
Preventieprojecten
€ 55.676
€ 68.598
€ 471.752
€ 406.206
In de afgelopen jaren heeft KBL extra gelden ontvangen voor de uitvoering van Preventieprojecten. De baten 2021 kunnen als volgt worden gespecificeerd: Opbrengst SHV zelfstandigen
€ 20.000
Project verduurzaming SHV Sittard-Geleen
€ 35.676 € 55.676
Kosten
Saldo 2021
Overloop 2021
€ 20.000
-
-
€ 35.676
-
€-
€ 55.676
€-
Kosten zijn de direct toewijsbare kosten, niet zijnde de kosten van eigen personeel. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 66.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 46.000 hoger dan de begroting over 2021. Instroom en diagnose
GR-gemeenten
2021
2020
€ 1.438.313
€ 1.243.305
2021
2020
1.280.098
1.122.990
Niet-GR-gemeenten
158.215
120.315
Instroom en diagnose
1.438.313
1.409.181
De totale opbrengsten over 2021 zijn € 195.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 49.000 lager dan de begroting over 2021. Sociale kredietverstrekking (intake)
2021
2020
€ 212.500
€ 216.396
De intake voor een sociaal krediet heeft tot doel te beoordelen of het mogelijk is om op een sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze krediet te verstrekken aan inwoners van de GR- en overige gemeenten in het werkgebied van KBL. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 4.000 lager dan de realisatie 2020 en € 5.000 lager dan de begroting over 2021. Budgetbeheerrekening
2021
2020
€ 1.317.219
€ 1.409.181
46
Jaarrekening | 2021
2021
2020
945.342
1.004.028
Niet-GR-gemeenten
85.350
116.972
Betaald door klanten
286.527
288.181
1.317.219
1.409.181
GR-gemeenten
Budgetbeheerrekening
Het aantal bugetbeheerrekeningen is in 2021 afgenomen tot 1.715 (2020: 1.743). De totale opbrengsten over 2021 zijn € 92.000 lager dan de realisatie 2020 en € 19.000 lager dan de begroting over 2021. Budgetbeheer maatwerk
2021
2020
€ 445.002
€ 230.167
Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 99 dossiers in 2020 gestegen naar 161 dossiers in 2021. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 215.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 69.000 hoger dan de begroting over 2021. Bewindvoering
2021
2020
€ 1.840.595
€ 1.961.044
Het aantal zaken bewindvoering is in 2021 gedaald van 956 dossiers naar 879 dossiers. Daarnaast is dit geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld en is de extra bijdrage beperkt tot de compensatie voor het hogere uurtarief. Deze compensatie boven de normbedragen wordt bij de gemeenten in rekening gebracht. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 120.000 lager dan de realisatie 2020 en € 282.000 lager dan de begroting over 2021. Schuldenaanpak
2021
2020
€ 4.007.723
€ 3.918.336
2021
2020
3.270.639
3.069.981
Niet-GR-gemeenten
465.840
541.579
Betaald door klanten
271.244
306.776
4.007.723
3.918.336
GR-gemeenten
Schuldenaanpak
De totale opbrengsten over 2021 zijn € 89.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 56.000 lager dan de begroting over 2021. Nazorg
2021
2020
€-
€-
Er zijn in 2021 geen reguliere nazorg activiteiten uitgevoerd. Overige bedrijfsopbrengsten
2021
2020
€ 175.833
€ 20.154
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit de facturatie van het effectueren van de 90% clausule bij de niet-GR gemeenten conform DVO. Daarnaast zijn hier de nagekomen baten van deurwaarder inzake afgewikkelde dossiers opgenomen en is hier de BTW teruggaaf over 2021 verantwoord ter grootte van € 8.000.
47
De totale opbrengsten over 2021 zijn € 156.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 146.000 hoger dan de begroting over 2021. Rentemarge
2021
2020
€ 249.751
€ 249.062
2021
2020
Rentebaten kredieten
270.904
Overige rentelasten minus -baten
21.152
Rentemarge
249.358 -
249.751
297
-
249.062
KBL voorziet in haar financieringsbehoefte door eventueel gebruik te maken van debet faciliteiten in rekening-courant. Dit is in 2021 en eerder niet aan de orde geweest. De rentemarge is vrijwel gelijk gebleven bij stijgende rentebaten van kredieten en rentelasten. De stijging van de rente baten wordt veroorzaakt door de gestegen kredietportefeuille ondanks de gemiddeld lagere rente van verstrekte kredieten. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De kredietportefeuille is over 2021 per saldo ca. € 800.000 gestegen als gevolg van de inzet van meer saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening. De rentelasten zijn gestegen omdat de BNG met ingang van 1 juli 2021 negatieve rente in rekening brengt over het (per saldo) positieve banksaldo. De totale rentemarge over 2021 is vrijwel gelijk aan de realisatie 2020 en aan de begroting over 2021. Bijdragen gemeenten in exploitatieresultaat
2021
2020
€ 78.141
€ 130.495
De bijdrage van de GR-gemeenten in het exploitatieresultaat in 2021 is ca. € 52.000 lager dan in 2020 en € 78.000 hoger dan de begroting over 2021. Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille
2021
2020
€ 8.315
€ 24.438 -
Het bestuur heeft in 2008 besloten om een voorziening te treffen voor de oninbaarheid van de uitstaande kredieten, die voor 2005 verstrekt zijn. Jaarlijks zal worden bepaald hoe hoog de stand van deze voorziening dient te zijn. Daar staat tegenover dat toekomstige afboekingen dan aan deze voorziening kunnen worden onttrokken, waardoor de druk op toekomstige resultaten zal afnemen. De kredietportefeuille met betrekking tot de leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent een veel positiever verloop. De afboekingen op verstrekte leningen vanaf 1 januari 2005 zijn tot nu toe minimaal en ook de achterstanden zijn acceptabel. Desondanks is besloten om ook ten aanzien van deze kredietportefeuille een voorziening voor oninbaarheid op te nemen. De deelname over 2021 is € 33.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 67.000 lager dan de begroting over 2021. KBL kent in haar begroting en jaarrekening geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.