Agendabundel
Tekst van het document
7
2. Resultaat RESULTAAT 2022 In 2018 is er voor de eerste keer gebruik gemaakt van een begrotingswijziging. De oorzaken hiervan lagen in de stijging van het aantal complexe bewindvoeringszaken, het ziekteverzuim en de perikelen rondom Stratech. Ook voor 2022 is een begrotingswijziging noodzakelijk gebleken. Conform bestuursbesluit wordt jaarlijks aan het begin van het begrotingsjaar een begrotingswijziging opgesteld. De vraag is wat de economie gaat doen in 2022 en wat het effect hiervan is op de samenleving en schuldenproblematiek in het bijzonder. Het inflatiecijfer in januari 2022 is met 7,6%
gestegen t.o.v. januari 2021. Als we kijken naar de koopkrachteffecten dan blijkt uit een recent onderzoek van het Nibud naar 117 huishoudtypen dat de koopkracht voor alle typen daalt in 2022 (Nibud januari 2022). Dat lijkt geen positief voorteken op schuldenproblematiek. Ten opzichte van de primaire begroting 2022 worden er in totaliteit lagere opbrengsten verwacht. Als gevolg van de COVID-19 pandemie zijn de opbrengsten fors lager. Hierdoor wordt de verwachte groei conform de primaire begroting 2022 niet gehaald. Daartegenover staan met name minder salariskosten.
Bij de primaire begroting 2022 was er geen sprake van een bijdrage van de GR-gemeenten. Dit geldt niet voor de begrotingswijziging 2022. De daling van de opbrengsten dienstverlening wordt niet volledig gecompenseerd door de daling van de lasten. Hierdoor is een bijdrage van de GR-gemeenten noodzakelijk. De bijdrage van de GR-gemeenten is gebaseerd op de verdeelsleutel GR 2021. In de voorjaars- en najaarsmanagementrapportage in 2022 zal over de ontwikkeling van de opbrengsten en kosten worden gerapporteerd.
8
Begrotingswijziging | 2022
3. Begrotingswijziging 2022 BEGROTINGSWIJZIGING 2022
PRIMAIRE BEGROTING 2022
VERSCHIL 2022
REALISATIE 2021
731.000
375.000
356.000
416.076
0
50.000
-50.000
55.676
Baten
Preventie, vroegsignalering & educatie Preventieprojecten Instroom & Diagnose
subtotaal
Sociale kredietverstrekking (intakegesprekken)
731.000
425.000
306.000
471.752
1.413.000
1.715.000
-302.000
1.438.313
222.000
251.000
-29.000
212.500
1.420.000
1.520.000
-100.000
1.317.219
561.000
509.000
52.000
445.002
Inkomensbeheer & -ondersteuning Budgetbeheer (BBR) BBR-Maatwerk Bewindvoering Schuldenaanpak
subtotaal
Nazorg
1.832.000
2.374.000
-542.000
1.840.595
3.813.000
4.403.000
-590.000
3.602.817
3.985.000
4.685.000
-700.000
4.007.723
9.000
0
9.000
0
15.000
30.000
-15.000
175.833
Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille
25.000
75.000
-50.000
8.315
Renteopbrengsten
316.000
266.000
50.000
270.904
Rentelasten
-25.000
-1.000
-24.000
-21.152
Overige bedrijfsopbrengsten
Rentemarge
Bijdrage GR-gemeenten in expl. res. Totale baten
rentemarge
291.000
265.000
26.000
249.751
612.000
0
612.000
78.141
11.116.000
11.849.000
-733.000
10.245.145
9
BEGROTINGSWIJZIGING 2022
PRIMAIRE BEGROTING 2022
VERSCHIL 2022
REALISATIE 2021
Lasten 8.881.000
9.403.000
-522.000
8.203.421
WW-uitkeringen
Salarissen
40.000
75.000
-35.000
24.960 221.491
Inhuur medewerkers
239.000
253.000
-14.000
Overige personeelslasten
63.000
70.000
-7.000
47.772
Afschrijvingen
90.000
94.000
-4.000
82.908
Huisvestingslasten
250.000
255.000
-5.000
247.290
1.124.000
1.140.000
-16.000
1.079.921
Beheerslasten
404.000
403.000
1.000
329.067
Mutatie voorziening
25.000
75.000
-50.000
8.315
0
81.000
-81.000
0
11.116.000
11.849.000
-733.000
10.245.145
0
0
0
0
Bureau- en administratielasten
Onvoorzien Totale lasten Exploitatieresultaat
10
Begrotingswijziging | 2022
4. DE BEGROTINGSWIJZIGING 2022 4.1 BATEN ALGEMEEN Naar verwachting zal met name de vraag naar dienstverlening in het kader van schuldhulpverlening en budgetbeheer maatwerk de komende jaren ten opzichte van 2022 toenemen. In de bijlage (hoofdstuk 5) zijn de Voorschotten 2022 per GR-gemeente weergegeven. De begrotingswijziging 2022 is gebaseerd op de Kadernota 2023. PREVENTIE, VROEGSIGNALERING EN EDUCATIE
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten Totaal
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 731.000
€ 375.000
€ 356.000
€ 416.076
€-
€ 50.000
€ 50.000-
€ 55.676
€ 731.000
€ 425.000
€ 306.000
€ 471.752
De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 306.000 hoger dan de primaire begroting 2022. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 259.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. In bovengenoemde geraamde opbrengsten van de begrotingswijziging is een bedrag ad € 50.000 opgenomen voor SHV voor ondernemers. Het betreft incidentele opbrengsten omdat er nog niet gekozen is voor een structurele lijn.
11
INSTROOM EN DIAGNOSE
Instroom en Diagnose
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 1.413.000
€ 1.715.000
€ 302.000-
€ 1.438.313
De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 302.000 lager dan de primaire begroting 2022. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 25.000 lager dan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. SOCIALE KREDIETVERSTREKKING
Intakegesprekken kredietverlening
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 222.000
€ 251.000
€ 29.000-
€ 212.500
De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 29.000 lager dan de primaire begroting 2022. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 9.500 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. INKOMENSBEHEER EN -ONDERSTEUNING: BUDGETBEHEER (BBR)
Bugetbeheer (BBR)
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 1.420.000
€ 1.520.000
€ 100.000-
€ 1.317.219
Door de implementatie van de referentiewerkprocessen is de dienstverlening op bepaalde plekken anders gebundeld. Vanaf 2021 valt budgetcoaching onder BBR-Maatwerk terwijl dit in 2020 nog onderdeel was van BBR. De opbrengst volgens de begrotingswijziging 2022 is € 100.000 lager dan de primaire begroting 2022 en € 103.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2021.
12
Begrotingswijziging | 2022
INKOMENSBEHEER EN -ONDERSTEUNING: BBR-MAATWERK
BBR-Maatwerk
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 561.000
€ 509.000
€ 52.000
€ 445.002
De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 52.000 hoger dan de primaire begroting 2022. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 116.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. INKOMENSBEHEER EN -ONDERSTEUNING: BEWINDVOERING
Bewindvoering
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 1.832.000
€ 2.374.000
€ 542.000-
€ 1.840.595
In 2020 en 2021 was er sprake van een lichte daling in het aantal bewindvoeringsaanvragen. Voor 2022 wordt ook een lichte daling van het aantal bewindvoeringsaanvragen verwacht. De opbrengst volgens de begrotingswijziging zijn € 542.000 lager dan de primaire begroting 2022 en € 9.000 lager dan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. SCHULDENAANPAK
Schuldenaanpak
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 3.985.000
€ 4.685.000
€ 700.000-
€ 4.007.723
De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 700.000 lager dan de primaire begroting 2022. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 23.000 lager dan de gerealiseerde opbrengsten 2021. In bovengenoemde geraamde opbrengsten van de begrotingswijziging is een bedrag ad € 170.000 opgenomen voor Verduurzaming SHV. Dit betreft structurele opbrengsten welke voor 2022 zijn geraamd voor een periode van een half jaar.
13
NAZORG
Nazorg
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 9.000
€-
€ 9.000
€-
In de nieuwe WGS is de verplichting tot nazorg opgenomen. Vanaf 2022 zal nazorg als reguliere dienstverlening nader invulling gaan krijgen. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 9.000 hoger dan de primaire begroting 2022. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 9.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten die in 2021 nihil zijn. OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN
Overige bedrijfsopbrengsten
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 15.000
€ 30.000
€ 15.000-
€ 175.833
De verwachte opbrengsten projecten volgens de begrotingswijziging zijn € 15.000 lager dan de primaire begroting 2022 en € 161.000 lager dan de realisatie in 2021. De realisatie in 2021 bestaat voornamelijk uit de facturatie van het effectueren van de 90% clausule bij de niet-GR gemeenten conform DVO. DEELNAME GR-GEMEENTEN IN VOORZIENING KREDIETPORTEFEUILLE
Deelname GR-gem. in voorziening kredietportefeuille
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 25.000
€ 75.000
€ 50.000-
€ 8.315
De deelname GR-Gemeenten in voorziening kredietportefeuille volgens de begrotingswijziging 2022 is € 50.000 lager dan de oorspronkelijke begroting. De deelname GR-Gemeenten in voorziening kredietportefeuille volgens de begrotingswijziging over 2022 is € 17.000 hoger dan de realisatie in 2021.
14
Begrotingswijziging | 2022
RENTEMARGE Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
Rentebaten
€ 316.000
€ 266.000
€ 50.000
€ 270.904
Rentelasten
€ 25.000-
€ 1.000-
€ 24.000-
€ 21.152-
Rentemarge
€ 291.000
€ 265.000
€ 26.000
€ 249.751
Vanaf 2021 is de rentecompensatie voor gederfde rentebaten van de gemeenten gedaald van 5,5% naar 4,5%. Het kredietvolume stijgt, met name als gevolg van het inzetten van saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening. Het rentepercentage van de saneringskredieten wordt per 01-04-2022 verhoogd van 6,5% naar 9%. De verwachte rentebaten in 2022 zijn € 50.000 hoger dan de oorspronkelijke begroting. Het uitstaand saldo per 1 januari 2022 is € 4.300.000 terwijl de primaire begroting was gebaseerd op € 3.900.000. De rentelasten hebben voornamelijk betrekking op het rekening-courantkrediet. De rentelasten zijn naar verwachting € 24.000 hoger dan de primaire begroting door de te betalen negatieve rente. De rentemarge in 2022 is volgens de begrotingswijziging 2022 € 26.000 hoger dan de primaire begroting. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 41.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. BIJDRAGE GR-GEMEENTEN IN EXPLOITATIERESULTAAT
Bijdage GR-gemeenten in exploitatieres.
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 612.000
€-
€ 612.000
€ 78.141
De bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat volgens de begrotingswijziging 2022 is € 612.000. Bij de primaire begroting 2022 was er geen sprake van een bijdrage van de GR-gemeenten. De daling van de opbrengsten dienstverlening wordt niet volledig gecompenseerd door de daling van de lasten. De bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat is € 534.000 hoger dan de bijdrage in 2021.
15
4.2 LASTEN SALARISSEN
Salarissen
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 8.881.000
€ 9.403.000
€ 522.000-
€ 8.203.421
De benodigde formatie conform de primaire begroting was 133 fte. De begrotingswijziging is op basis van voortschrijdend inzicht geschat op 127 fte. De salariskosten volgens de begrotingswijziging zijn € 522.000 lager dan de oorspronkelijk begroting. De lasten volgens de begrotingswijziging over 2022 zijn € 678.000 hoger dan de realisatie in 2021. Een risico voor 2022 is dat geen rekening is gehouden met eventuele consequenties van het toepassen van de diensttijdtoelage met ingang van 2022. Hierover zal in de loop van 2022 meer duidelijkheid komen. WW-UITKERINGEN
Uitbetaalde WW-uitkering Dotatie voorziening WW-uitkering
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 40.000
€ 53.000
€ 13.000-
€ 35.960
€-
€-
€-
€ 11.000-
€ 40.000
€ 53.000
€ 13.000-
€ 24.960
Op basis van te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de formatie is in de begrotingswijziging een inschatting gemaakt van de te verwachten WW-uitkeringen. Uitgangspunt is de formatie per 1 januari 2022, rekening houdend met het aflopen van jaarcontracten. De uitbetaalde WW-uitkeringen volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 13.000 lager dan de primaire begroting 2022. Per saldo zijn de kosten inzake WW-uitkeringen € 15.000 hoger dan de realisatie in 2021.
16
Begrotingswijziging | 2022
INHUUR MEDEWERKERS
Inhuur medewerkers
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 239.000
€ 253.000
€ 14.000-
€ 221.491
De kosten van inhuur medewerkers volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 14.000 lager dan de oorspronkelijk begroting. Naast de reguliere inhuur van een medewerker is er extra inhuur ten behoeve van projecten en functionaris gegevensbescherming nodig. De lasten volgens de begrotingswijziging over 2022 zijn € 18.000 hoger dan de realisatie in 2021. OVERIGE PERSONEELSLASTEN
Overige personeelslasten
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 63.000
€ 70.000
€ 7.000-
€ 47.772
De overige personeelslasten volgens de begrotingswijziging 2022 zijn naar verwachting € 7.000 lager dan de primaire begroting. De lasten volgens de begrotingswijziging over 2022 zijn € 15.000 hoger dan de realisatie in 2021. AFSCHRIJVINGEN
Afschrijvingen
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 90.000
€ 94.000
€ 4.000-
€ 82.908
De afschrijvingen volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 4.000 lager dan de oorspronkelijke begroting. De afschrijving volgens de begrotingswijziging over 2022 zijn € 7.000 hoger dan de realisatie in 2021. HUISVESTINGSLASTEN
Huisvestingslasten
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 250.000
€ 255.000
€ 5.000-
€ 247.290
17
In de oorspronkelijke begroting zijn de huisvestingskosten € 5.000 hoger geraamd dan in de begrotingswijziging 2022. De huur-, energie- en servicekosten vormen het grootste aandeel in de huisvestingslasten. De huisvestingslasten volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 3.000 hoger dan de realisatie in 2021. Er is geen rekening gehouden met mogelijke financiële consequenties als gevolg van de verkoop van het kantoorpand van de KBL in Geleen door de gemeente Sittard-Geleen aan een commercieel vastgoedbedrijf. BUREAU- EN ADMINISTRATIELASTEN
Bureau- en administratielasten
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 1.124.000
€ 1.140.000
€ 16.000-
€ 1.079.921
De kosten van inventaris en automatisering en telefoon en porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie. De begrotingswijziging 2022 is € 16.000 lager dan de primaire begroting. De lasten volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 44.000 hoger dan de realisatie in 2021. BEHEERSLASTEN
Beheerslasten
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 404.000
€ 403.000
€ 1.000
€ 329.067
De begrotingswijziging is gebaseerd op de realisatie 2021 en voortschrijdend inzicht in de ontwikkeling van de diverse kostensoorten. De accountantskosten, advieskosten, kosten van administratieve dienstverlening en opleidingen vormen het grootste aandeel in de beheerslasten. De kosten volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 1.000 hoger dan volgens de primaire begroting. De lasten volgens de begrotingswijziging 2022 zijn € 75.000 hoger dan de realisatie in 2021.
18
Begrotingswijziging | 2022
MUTATIE VOORZIENING
Mutatie voorziening
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€ 25.000
€ 75.000
€ 50.000-
€ 8.315
De mutatie voorziening volgens de begrotingswijziging 2022 is € 50.000 lager dan de oorspronkelijke begroting. De mutatie voorziening volgens de begrotingswijziging over 2022 is € 17.000 hoger dan de realisatie in 2021. ONVOORZIEN
Onvoorzien
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
Verschil
Realisatie 2021
€-
€ 81.000
€ 81.000-
€-
19
5. BIJLAGE: VOORSCHOTTEN 2022 PER GR-GEMEENTE Preventie,
Instroom
en
Soc.
Inkomensbeheer
Inkomensbeheer
Diagnose
krediet
Inkomensbeheer
en educatie
verstr.
Budgetbeheer
Bewindvoering
BBR-Maatwerk
Brunssum
€ 24.000
€ 25.000
€ 7.000
€ 42.000
€ 45.000
€ 32.000
€ 115.000
€-
Heerlen
€ 10.000
€ 180.000
€ 40.000
€ 181.000
€ 189.000
€ 185.000
€ 708.000
Kerkrade
€ 216.000
€ 170.000
€ 18.000
€ 133.000
€ 274.000
€ 72.000
Landgraaf
€ 25.000
€ 31.000
€ 10.000
€ 68.000
€ 69.000
Maastricht
€ 248.000
€ 425.000
€ 70.000
€ 394.000
Sittard-Geleen
€ 177.000
€ 380.000
€ 25.000
Totaal
€ 700.000
€ 1.211.000
€ 170.000
Gemeente
vroegsignalering
Bijdrage GR-
Totaal
exploitatieres.
2022.
jaar
per kwartaal
€ 4.000
€ 34.000
€ 328.000
€ 82.000
€-
€ 37.000
€ 134.000
€ 1.664.000
€ 416.000
€ 446.000
€ 9.000
€ 25.000
€ 76.000
€ 1.439.000
€ 359.750
€ 21.000
€ 138.000
€-
€ 5.000
€ 46.000
€ 413.000
€ 103.250
€ 76.000
€ 94.000
€ 914.000
€-
€ 58.000
€ 192.000
€ 2.471.000
€ 617.750
€ 205.000
€ 396.000
€ 121.000
€ 765.000
€-
€ 9.000
€ 130.000
€ 2.208.000
€ 552.000
€ 1.023.000
€ 1.049.000
€ 525.000
€ 3.086.000
€ 9.000
€ 138.000
€ 612.000
€ 8.523.000
€ 2.130.750
& ond.
& ond.
& ond.
Schulden
aanpak
Nazorg
Rente
compensatie
gemeenten in
Totaal 2022
1 KBL_Jaarstukken_2021_print.pdf
Jaarstukken 2021
Jaarstukken 2021 2021
4
Jaarrekening | 2021
Inhoudsopgave Organisatie en ontwikkelingen
17
Jaarverslag
6
Voorwoord
6
Controlling
17
Financieel resultaat over 2021
7
17
Economische situatie
7
Wet– en regelgeving
8
Paragrafen
9
Dienstverlening 2021
Kerngegevens
29
Jaarrekening 2021
30
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
9
Balans per 31 december 2021 (na resultaatbestemming)
30
Financiering
12
Overzicht van baten en lasten 2021 t.o.v. de begroting
31
Bedrijfsvoering
13
Toelichtingen:
32
16
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling
32
Verbonden partijen
5
Overige gegevens
61
Toelichting op de balans
34
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
45
Statutaire bepalingen betreffende resultaatbestemming
61
Analyse afwijkingen t.o.v. de begroting
51
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
62
Begrotingsrechtmatigheid
52
Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead
53
Bijlagen niet behorende bij de jaarrekening
65
Overzicht van structurele en incidentele baten en lasten
54
Kasstroomoverzicht
56
Wet normering bezoldiging t opfunctionarissen
57
Bijlage taakvelden
56
Ondertekening jaarrekening
60
6
Jaarrekening | 2021
Jaarverslag HET BESTUUR VAN HET OPENBAAR LICHAAM KREDIETBANK LIMBURG BIEDT HIERBIJ ZIJN JAARREKENING AAN VOOR HET BOEKJAAR DAT IS GEËINDIGD OP 31 DECEMBER 2021. IN DIT JAARVERSLAG ZIJN OOK DE VERPLICHTE PARAGRAFEN OPGENOMEN ZOALS DEZE ZIJN VASTGELEGD IN HET BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING (BBV).
VOORWOORD
Mooi op koers waren we met “Anders Denken Anders Doen” en toen kwam Corona. De eerste landelijke inschattingen van wat Corona zou gaan doen met schuldenproblematiek varieerde van 14 tot 80%-toename van de schuldenproblematiek (Schuldenlab.nl en Deloitte). De inschattingen van het Nibud waren wat lager. Zij voorzagen een stijging van 30% van de schuldenproblematiek. Gelukkig zijn we op de ondergrens gaan zitten en hielden we in onze begroting 2021 rekening met een stijging van 14%. Dat hebben we uiteindelijk op basis van de inzichten vanuit de jaarrekening 2020 kunnen bijstellen. In plaats van een stijgende trend hebben we een dalende trend gesignaleerd in 2021. De schuldenproblematiek is nagenoeg ongewijzigd gebleken blijkt uit de laatste meting van het CBS in oktober 2020.
we dan stilgezeten? Nee, allesbehalve dat. Met ingang van 1 januari zijn er diverse wijzigingen doorgevoerd in de Wet op de Gemeentelijke Schuldhulpverlening. De belangrijkste daarvan was de invoering van de vroegsignalering. Gemeenten kregen daarmee per 2021 de mogelijkheid om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden tijdig in beeld en kunnen zij schuldhulpverlening aanbieden. Vroegsignalering van problematische schulden was onderdeel van de brede schuldenaanpak van het kabinet. Deze aanpak bestaat uit een grote hoeveelheid maatregelen om de schuldenproblematiek terug te dringen.
Landelijk is de NVVK samen met andere partijen aan het onderzoeken hoe het komt dat we, sinds de opkomst van Corona, minder aanvragen schuldhulpverlening hebben gekregen. Hebben
Het beeld in de gemeenschappelijke regeling aangesloten gemeenten is overigens een zeer divers beeld geweest qua gerealiseerde aantallen. Verklaringen hebben we daarvoor samen
nog niet gevonden. In 2021 hebben we verder ingezet op projecten voor jongeren, huisbezoeken in het kader van de vroegsignalering, dienstverlening voor werknemers met schulden en veel meer. Kortom we hebben niet stilgezeten maar dat de Corona periode een bijzondere periode is, dat is wel duidelijk. We blijven er naar steven om te voorkomen dat mensen met schulden voldoen aan de statistieken. In 2021 is, vanuit wetenschappelijk onderzoek, aangetoond dat mensen die in armoede leven gemiddeld 6 jaar korter leven en dat zij 15 jaar langer leven met een slechte gezondheid. Hopelijk kunnen we snel terug naar “normaal” en kunnen we samen met onze ketenpartners zo dicht mogelijk bij onze doelgroep mensen helpen met schuldenproblematiek. KBL maakt je beter!
Dhr. P.M.A. van Zutphen Voorzitter KBL Geleen, maart 2022
7
FINANCIEEL RESULTAAT OVER 2021 In 2021 heeft KBL gebruik gemaakt van een begrotingswijziging. Conform afspraak in het bestuur wordt jaarlijks aan het begin van het begrotingsjaar een begrotingswijziging opgesteld. Door Corona werd KBL geconfronteerd met minder dienstverlening dan we hadden ingeschat. De begrotingswijzing resulteerde in minder ingecalculeerde opbrengsten en kosten t.o.v. de primaire begroting. Het bestuur heeft al in 2020 besloten de gecalculeerde voorschotten voortaan niet te verrekenen met de feitelijke dienstverlening. Het saldo van baten en lasten conform de primaire begroting en 1e begrotingswijziging 2021 was € 0. De bijdrage van de GR-gemeenten in het negatieve exploitatieresultaat bedroeg in 2021 uiteindelijk € 78.000. SAMENVATTEND: De feitelijke bedrijfsopbrengsten (exclusief de mutatie in de voorziening en verrekening van het negatieve exploitatieresultaat) zijn in 2021 € 506.000 hoger dan in 2020 (€ 10.159.000 t.o.v. € 9.653.000). Preventie, vroegsignalering en educatie (incl. projecten)
€ 66.000
Instroom en diagnose
€ 195.000
Sociale kredietverstrekking (intake)
€ 4.000 -
Budgetbeheer
€ 92.000 -
Budgetbeheer Maatwerk
€ 215.000
Bewindvoering
€ 120.000 -
Schuldenaanpak
€ 89.000
Overige bedrijfsopbrengsten
€ 156.000
Rentemarge Totaal
€ 1.000 € 506.000
Bovenstaande resultaten worden grotendeels beïnvloed door het besluit van het bestuur van KBL de in rekening gebrachte voorschotten niet te verrekenen met de gerealiseerde dienstverlening. De overuitputting van de voorschotten is in rekening gebracht, evenals de 90% clausule m.b.t. de DVO’s van niet-GR gemeenten. De dienstverlening stagneerde in 2021 als gevolg van het COVID-19 virus. De lasten zijn in 2021 met € 486.000 gestegen ten opzichte van 2020 (€ 10.245.000 t.o.v. € 9.759.000). Salarissen
€ 556.000
WW-uitkeringen
€ 55.000 -
Inhuur medewerkers
€ 126.000 -
Overige personeelslasten
€ 15.000 -
Afschrijvingen
€ 31.000
Huisvestingslasten
€0
Bureau/administratielasten
€ 48.000
Beheerslasten
€ 14.000
Mutatie voorziening kredietport. Totaal
€ 33.000 € 486.000
ECONOMISCHE SITUATIE Uit de halfjaarlijkse cijfers van de Nederlandse Bank (december 2021) blijkt dat de Nederlandse economie snel en krachtig is hersteld uit de coronarecessie van 2020. Na de stevige krimp in 2020 (-3,8%) van het bruto binnenlands product steeg deze in 2021 met 4,5%.
8
Jaarrekening | 2021
In de Corona jaren zijn vele economische voorspellingen gedaan die niet zijn uitgekomen. Het is de komende jaren goed kijken wat het daadwerkelijke effect gaat zijn. Ook de voorspellingen betreffende schuldenproblematiek zijn niet uitgekomen. Momenteel vindt er door de NVVK (Nederlandse vereniging voor schuldhulpverlening en sociale kredietverlening) een onderzoek plaats naar wat er heeft plaatsgevonden qua schuldenproblematiek en hoe e.e.a. te verklaren is.
WET- EN REGELGEVING De Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) is in 2021 behoorlijk veranderd. De belangrijkste wijzigingen zijn: • Verplichting tot vroegsignalering • Beperken gegevens uitvraag aan klant • Nieuwe beschikking inclusief plan van aanpak • Verplichting tot Schuldhulpverlening aan ondernemers • Nazorg moet verplicht worden opgenomen. Kortom vele wijzigingen die moeten resulteren in betere dienstverlening. KBL is geen gemeenschappelijke regeling die het beleid zelf bepaalt. Dat betekent dat we volgend zijn op het beleid dat de gemeenten bepalen. Nog lang niet alles is afgerond qua implementatie en ook landelijk moeten er nog veel zaken geregeld worden alvorens je bijvoorbeeld kunt komen tot het beperken van de gegevens uitvraag aan de klant middels Suwinet Inkijk. Naast deze wijzigingen zijn er nog meerdere veranderingen doorgevoerd. Er is een nieuwe wettelijke beslagvrije voet ingevoerd. Het huwelijks- en vermogensrecht is aangepast en een stuk complexer geworden. Ook wordt er veel ontwikkeld zoals het landelijk schuldenknooppunt, het collectief schuldregelen en het waarborgfonds. KBL heeft al deze ontwikkelingen in het vizier en is ook deels betrokken bij de ontwikkelingen ervan. FINANCIËLE IMPACT COVID-19 VIRUS De extra kosten als gevolg van COVID-19 komen tot uitdrukking in uitgaven voor thuis werken, spatschermen, ICT, telefonie etc.
De verdeling van de uitgaven over de GR-gemeenten op basis van de GR-verdeelsleutel in 2021 is als volgt: Extra uitgaven Covid-19
Brunssum
Heerlen
Kerkrade
Landgraaf
Maastricht Sittard-Geleen
Telefonie
122
484
274
168
695
469
ICT
558
2.217
1.253
771
3.180
2.146
Overige
407
1.619
915
563
2.322
1.567
Totaal
1.087
4.321
2.441
1.502
6.198
4.181
Totaal 2.211
10.125 7.393
19.730
Verder heeft het Bestuur op 1 oktober 2020 besloten, in lijn met andere gemeenschappelijke regelingen en zoals in de gemeentebegrotingen verwerkt, de voorschotten niet te verrekenen op basis van mogelijk lagere gerealiseerde dienstverlening. Dit heeft dit jaar geleid tot een (vrijwel) neutraal exploitatieresultaat van KBL. Terugbetaling van de voorschotten vanwege onderbenutting zou een positieve begrotingswijziging impliceren, die uiteindelijk (gezien de scheefgroei tussen opbrengst en lasten) aan het eind van het jaar weer tot een negatieve exploitatie leidt en via de verdeelsleutel tot extra bijdragen van de gemeenten. Onderstaand volgt een overzicht van de voorschotten vs. de realisatie in 2021: Voorschotten vs realisatie
Brunssum
Heerlen
Kerkrade
Landgraaf
Maastricht Sittard-Geleen
Realisatie
188.367
1.469.824
943.999
248.997
1.768.651
1.794.108
Voorschot
226.000
1.163.000
1.450.000
300.000
2.288.000
1.782.000
Totaal
37.633-
306.824
506.001-
51.003-
519.349-
12.108
Een specificatie is opgenomen op pag. 65 (Bijlage niet behorende bij de jaarrekening).
Totaal
6.413.946
7.209.000 795.054-
9
PARAGRAFEN WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onder weerstandscapaciteit verstaan: “de middelen en mogelijkheden waarover provincies of gemeenten beschikken om niet begrote kosten te dekken.” De weerstandscapaciteit bestaat uit vier componenten: • Het eigen vermogen • De voorzieningen • De onbenutte belastingcapaciteit • De ruimte op de begroting Voor KBL betekent dit concreet dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan het eigen vermogen, zoals dit op de balans wordt vermeld. Het begrip risico wordt gedefinieerd als het gevaar voor schade of verlies als gevolg van interne en externe omstandigheden, dan wel als gebeurtenissen waarvan de kans bestaat dat ze optreden en negatieve gevolgen met zich mee kunnen brengen. Het gaat daarbij om de volgende risico’s: • Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, omdat het niet mogelijk is een redelijke schatting van het bedrag van de schade of het verlies te maken; • Risico’s die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of het eigen vermogen.
Conform de statuten van de GR dient door het Algemeen Bestuur het maximale weerstandsvermogen (Eigen vermogen) te worden vastgesteld. Het betreffende artikel 30 lid 3 luidt als volgt: “Indien en voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5.” Dit betekent concreet dat, indien het eigen vermogen een bepaalde hoogte overschrijdt, het meerdere wordt uitgekeerd aan de GR-deelnemers cf. de GR-methode. Deze bepaalde hoogte is gelijk aan 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). Ten behoeve van de begroting 2021 is door KBL een risico-inventarisatie opgesteld. De samenvatting van de uitkomsten hiervan wordt in onderstaande risicoparagraaf beschreven waarnaar wij verwijzen. Deze risico-inventarisatie resulteert in een totaalbedrag van mogelijke financiële risico’s ad € 345.000. Het weerstandsvermogen is gelijk aan 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening), zoals besloten tijdens de Bestuursvergadering d.d. 19 januari 2012. Voor 2021 resulteert deze methodiek in een maximaal weerstandsvermogen ad € 615.000. Het eigen vermogen bedraagt ultimo 2021 € 0 zodat er over 2021 geen terugbetalingsverplichting is conform de statuten van de GR artikel 30 lid 3b.
Risicoparagraaf Onderstaand wordt in beknopte vorm de risico-inventarisatie van KBL weergegeven met daarbij een inschatting van de mogelijke (financiële) consequenties. Geen van de genoemde risico’s heeft zich in het afgelopen jaar in ernstige mate voorgedaan. In dit jaarverslag kunt u in de toelichting op de baten en lasten lezen, hoe de verschillende posten zich ontwikkeld hebben in 2021 en hoe hierop gestuurd is als dat noodzakelijk was. 1. Diensttijdtoelage Er is geen rekening gehouden met een mogelijke toepassing van de diensttijdtoelage. Hiervoor is overleg gaande met het GO. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. 2. Stratech De laatste releases van het primaire systeem Stratech hebben verbeteringen opgeleverd.
10
Jaarrekening | 2021
Het risico wordt beperkt door wekelijks overleg en strakke afspraken met de leverancier te maken over plannen van aanpak die in een goed werkend en ondersteunend systeem moeten gaan resulteren. Het maximale risico is geschat op € 200.000 en dat zou betekenen dat we (deels) afscheid nemen van Stratech en opnieuw moeten aanbesteden. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. 3. AVG Door de invoering van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) op 25 mei 2018 worden er hogere eisen gesteld aan de beveiliging van persoonsgegevens. Het risico op datalekken is aanzienlijk en kan worden bestraft met hoge boetes. Het risico wordt door KBL beperkt door informatiemanagement en cybersecurity continu te optimaliseren. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. 4. Flexibele schil van medewerkers in relatie tot WW-uitkeringen Van de organisatie wordt gevraagd flexibel om te gaan met de fluctuerende vraag naar dienstverlening van de opdrachtgevers. Daarom is het in stand houden van een flexibele schil van medewerkers noodzakelijk. Het werken met jaarcontracten en het aansluitend niet meer verlengen daarvan kan leiden tot WW-uitkeringen. KBL betaalt deze uitkeringen zelf omdat ze eigenrisicodrager is. KBL beperkt bovengenoemde risico’s door het optimaal afstemmen van de formatie op de gevraagde dienstverlening.
Maandelijks wordt de benodigde formatie bewaakt en waar nodig bijgestuurd. Onderlinge uitwisseling van formatie bij over- of onderbezetting tussen de regio’s wordt ook toegepast. Daarnaast wordt er een re-integratiebedrijf met succes ingeschakeld om mensen van werk naar werk te begeleiden. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. 5. Aanslag vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven een feit. Ook op KBL is deze nieuwe wetgeving in beginsel van toepassing. Middels een inventarisatie in samenspraak met fiscalisten van een externe adviseur en drie andere kredietbanken in Nederland zijn de gevolgen voor KBL inzichtelijk gemaakt. De uiteindelijke fiscale positie voor de vennootschapsbelasting is in december 2016 formeel afgestemd met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in een brief d.d. 28 februari 2017 geantwoord dat er over 2016, als gevolg van het negatieve exploitatieresultaat, geen belastingheffing voor de vennootschapsbelasting is ontstaan. Dit zal jaarlijks worden bezien. Ook in 2021 is sprake van een negatief exploitatieresultaat. De verwachting is derhalve dat ook over 2021 geen belastingheffing zal ontstaan. 6. Renterisico’s De onrust op de financiële markten kan resulteren in een rentestijging.
De kans dat de huidige historisch lage rentepercentages op termijn zullen gaan stijgen is aanwezig. Het risico is beperkt omdat KBL in 2021 geen geldleningen heeft. Het risico is beperkt tot het saldo van de rekening-courant. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. Er zijn geen indicaties dat het risicoprofiel zal toenemen de komende periode. 7. Inklinken van de kredietportefeuille De kredietportefeuille werd jaren gestaag kleiner, wat resulteerde in lagere renteopbrengsten. Met de opdrachtgevers is medio 2019 afgesproken meer saneringskredieten te verstrekken als instrument van schuldhulpverlening als dit voor de klant het beste alternatief is. Hierdoor wordt het risico van verder inklinken van de kredietportefeuille verkleind maar bovenal worden klanten hierdoor nog beter geholpen. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. De kredietportefeuille is in 2021 ca. € 800.000 gestegen, met name door het verstrekken van saneringskredieten.
11
8. Aansprakelijkheidsrisico’s De aansprakelijkheidsrisico’s, voor zover alle risico’s bekend zijn, worden grotendeels afgedekt door de bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen. In onderstaande tabel zijn de mogelijke financiële consequenties weergegeven van de hierboven beschreven risico’s: Risico
Maximaal fin. gevolgen
Kans
Perc.
Financieel risico
1
Diensttijdtoelage
250.000
Hoog
75%
188.000
2
Stratech
200.000
Laag
25%
50.000
3
AVG
100.000
Middel
50%
50.000
4
Flexibele schil
50.000
Middel
50%
25.000
5
Aanslag vennootschapsbelasting
50.000
Laag
25%
13.000
6
Renterisico's
15.000
Hoog
75%
11.000
7
Inklinken van de kred.portefeuille
10.000
Hoog
75%
8.000
8
Aansprakelijkheidsrisico's
Totaal
-
-
675.000
345.000
Uit bovenstaande opstelling blijkt dat de som van de potentiële financiële risico’s € 345.000 bedraagt. Rusland/Oekraïne De impact van de oorlog in Oekraïne op de wereldwijde economie zal groot zijn en is op dit moment nog niet precies in te schatten. Directe gevolgen zijn bijvoorbeeld de opvang van Oekraïense vluchtelingen en de impact van economische sancties op burgers en ondernemers. Ook zijn er macro-economisch ingrediënten aanwezig voor een recessie (stijgende inflatie, tekort aan grondstoffen, tekort aan fossiele brandstoffen, verstoring van productielijnen en oplopende rente). Wij hebben beoordeeld of deze gebeurtenis van invloed is op de jaarrekening 2021, dan wel de continuïteit. Op basis van deze analyse is geconcludeerd dat deze oorlog geen materiële impact heeft op de jaarrekening 2021. Financiële kengetallen Conform artikel 11 van het BBV wordt de financiële positie weergegeven door middel van een uniforme basisset van financiële kengetallen. Dit betreft de volgende vijf kengetallen: - Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen - Solvabiliteitsratio - Grondexploitatie - Structurele exploitatieruimte - Belastingcapaciteit De eerste twee kengetallen worden in dit jaarverslag gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor de KBL.
De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stct. 2015, 20619). Kengetallen
2021
2020
Netto schuldquote
2%
2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle vertrekte leningen
43%
36%
Solvabiliteitsratio
0%
0%
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de Gemeenschappelijke Regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
12
Jaarrekening | 2021
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c, van het BBV Besluit begroting en verantwoording). De stijging van 36% naar 43% in 2021 wordt met name veroorzaakt door enerzijds de daling van de netto vlottende schulden (met name de verschuldigde bedragen aan klanten) en anderzijds de verlaging van de liquide middelen als gevolg van openen van beheer- en leefgeldrekeningen ten behoeve van klanten beschermingsbewind. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin KBL in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. De GR-gemeenten staan garant voor de financiële risico’s van de KBL. FINANCIERING Treasurybeleid Het treasurystatuut van de KBL gaat in op het besturen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen.KBL heeft voor 2021 geen specifieke beleidsvoornemens geuit ten aanzien van treasury.
De organisatie heeft gedurende 2021 geen uitzettingen van gelden gedaan. Het renteprotocol is een vast agendapunt binnen KBL. Op basis van dit protocol wordt regelmatig de financieringsbehoefte in beeld gebracht en bepaald hoe deze wordt ingevuld, t.w. met kort, (middel-)lang of lang vermogen. Uitgangspunt hierbij is dat een aandeel van het uitstaand saldo (incl. achterstanden) als een “ijzeren voorraad” wordt beschouwd welke in principe op (middel-) lange termijn moet worden gefinancierd. De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt worden hierbij nauwlettend gevolgd. De financiering in 2021 bestaat uit de rekening-courantkredietfaciliteit met een maximum van € 1.000.000. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2021 is op basis van de werkelijke cijfers vastgesteld op € 840.000 (8,2% van het lastentotaal). Ultimo 2010 is met de provinciale toezichthouder afgesproken dat de kasgeldlimiet met ingang van 2011 wordt bepaald op € 2.500.000. Deze ontheffing is op 1 november 2018 verlengd voor de jaren 2018 tot en met 2022. Deze ontheffing is nodig in verband met bovengenoemde rekening-courantkredietfaciliteit met een maximum van € 2.500.000. Zoals bovenstaand vermeld is het maximum per 1 januari 2019 € 1.000.000.
Liquiditeitspositie De liquiditeitspositie van KBL wordt vanuit de vlottende activa exclusief de uitstaande kredieten (Quick ratio) in verhouding tot de vlottende passiva bepaald. Dit geeft het volgende beeld: 0,85
0,84
0,80
0,83
0,79
0,75 0,71 0,70
0,65
0,60 2021
2020
2019 Quick ratio
2018
13
De liquiditeitsplanning bij KBL ten behoeve van de intensivering van de treasury activiteiten is een maandelijks terugkerende activiteit. Doel hiervan is inzicht te verschaffen in de liquiditeitspositie en de financieringsbehoefte. Ten aanzien van het beheer van de leningenportefeuille (o/g) heeft KBL haar activiteiten primair gefinancierd met het rekening-courantkrediet van de BNG. Daarnaast heeft de BNG aanvullende mogelijkheden om de financieringsbehoefte, indien nodig, in te kunnen vullen. EMU-saldo Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden).
EMU SALDO
Balansstand 31-12-2021
Balansstand 31-12-2020
Mutaties 2021 20.750
Financiële vaste activa
Kredieten
4.214.087
3.374.249
839.838
Vlottende activa
Uitzettingen
1.487.151
1.401.937
85.214
Overlopende activa
90.336
87.081
3.256
Liquide middelen
7.004.801
9.376.763
-2.371.962
Voorziening wachtgeldverplichting
43.000
54.000
-11.000
Vaste schulden
615.611
615.611
0
12.036.939
13.671.759
-1.634.820
316.807
135.391
181.416
Vaste passiva
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden Overlopende passiva
BEDRIJFSVOERING Informatiemanagement, -veiligheid en -technologie Afgelopen jaar zijn een deel van de analoge klantdossiers en dynamische dossiers t.a.v. bedrijfsvoering opgeschoond. Eind dit jaar is gewerkt aan het opschonen van het overige analoge semi-statisch archief. De verwachting is dat in het eerste kwartaal van 2022 de achterstanden in vernietiging en overbrenging volledig zijn weggewerkt. In 2021 is het Register Gegevensverwerking opgesteld dat vanuit de privacywetgeving verplicht is. Hiermee voldoen we aan een basisvoorwaarde rondom privacy en informatiebeveiliging. Om de onafhankelijke positie van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) als toezichthouder te waarborgen wordt een externe FG ingehuurd. Er zijn voorbereidende en uitvoerend werkzaamheden verricht voor een aantal aankomende en nieuwe wetten en wetswijzigingen ten aanzien van informatiebeheer. Onder andere is de toegankelijkheid van onze website verbeterd en zijn we aangesloten op het Platform Open Overheidsinformatie. Vanuit de bevindingen vanuit de toegankelijkheidsaudit van onze website zal een stappenplan worden uitgewerkt om de website te gaan vervangen. Zodat we voldoen aan de toegankelijkheidsvereisten zoals die gesteld worden aan de door de overheid gefinancierde organisaties.
De afdeling Documentaire Informatie Voorziening (afdeling Front Office) heeft in 2021 laten zien de gestelde norm van dagverwerking te kunnen waarborgen. In het laatste kwartaal van dit jaar is een zelfaudit uitgevoerd. Dit is positief ontvangen. Vanuit de GR gemeenten evenals KBL is een werkgroep geformeerd om de wijziging van de GR regeling te kunnen doorvoeren. Daarnaast is een professioneel bureau ingehuurd om dit proces te begeleiden. Dit zal in 2022 verder zijn beslag gaan krijgen. Als tussentijdse oplossing worden gemeenten verzocht KBL te mandateren. Voor de gemeenten die KBL daartoe hebben gemandateerd wordt de gegevensuitwisseling via VISH en BKR-melding ingeregeld.
14
Jaarrekening | 2021
In het eerste kwartaal van 2021 is een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar onze ICT organisatie. Uit dit onderzoek volgen aanbevelingen die verder strekken dan alleen de inzet van de functioneel beheerders. Stap voor stap wordt toegewerkt naar een verbeterplan. Het team functioneel beheerders (1,89 fte) is vanaf het laatste kwartaal van 2021 (tijdelijk) uitgebreid met 1 fte. De invoering van de IT tooling, waarmee de functioneel beheerders beter geëquipeerd kunnen worden is uitgesteld tot het eerste kwartaal van 2022. In het eerste kwartaal van 2022 start een opleidingsprogramma voor de functioneel beheerders. In een op te stellen verbeterplan werkt het management team aan een bredere aanpak waarbij o.a. proceseigenaarschap, key userschap etc. in de organisatie dient te worden belegd, invulling zal moeten worden gegeven aan methodisch en projectmatig werken en het bevorderen van de digivaardigheid. Insteek is dat de organisatie door het totaalpakket aan verbeteringen groeit in volwassenheid. Samen met de leverancier van onze ICT werkplekomgeving zijn de oorzaken van performance problemen onderzocht. In het eerste kwartaal van 2022 zullen hiertoe verbeteracties worden doorgevoerd. De leverancier van ons primaire systeem ontwikkelt het systeem verder door op basis van een zogenoemde roadmap.
De tussentijdse ontwikkeling van een aparte module voor de afwikkeling van private schulden gedupeerden Kinderopvangtoeslagaffaire heeft de planning onder druk gezet. De oplevering van de modules Schuldenknooppunt en het Huwelijksvermogensrecht zijn hierdoor in tijd opgeschoven. Functioneel beheerders, adviseur informatievoorziening en informatiebeheerder zijn betrokken geweest bij het inrichten van een aparte werkomgeving voor het afwikkelen van private schulden van gedupeerden Kinderopvang toeslagaffaire. Klachtenafhandeling KBL handelt binnengekomen klachten af op basis van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde klachtenregeling. In 2021 zijn in totaal 13 klachten ingediend. In 2020 betrof dit 19 klachten en in 2019 23. Ten opzichte van het aantal aanvragen, mutaties en feitelijke handelingen, die KBL jaarlijks verwerkt blijft dit aantal relatief gezien heel erg laag. Een klacht omarmen we als lerende organisatie als een kans om onze dienstverlening nog beter af te stemmen op onze kernwaarden. Klachtenafhandeling 2021 (totaal aantal 13)
8%
15%
23% 54%
Gegrond
Deels gegrond
Ongegrond
Openstaand
15
Personeel 2021 heeft net als 2020 vooral in het teken gestaan van de Covid-19 crisis. KBL heeft blijvend veel energie gestoken in het veilig en op een verantwoorde manier de werkzaamheden verrichten. Zo is er een onderzoek geweest naar de luchtbehandeling binnen ons pand en een maximale bezetting per kamer aangegeven. Met het Lokaal overleg (LO) zijn we in 2021 tot een vergelijk gekomen ten aanzien van de te hanteren CAO (SGO) en de vaststelling van een personeelshandboek. In 2022 zal dit personeelshandboek in samenwerking met het LO verdere uitwerking behoeven. Verder staat het Hybride werken met daarin een nieuwe thuiswerkregeling hoog op de prioriteitenlijst van zowel de organisatie als de medezeggenschap in 2022. Arbo-technisch is er naast de genoemde luchtbehandeling een onderzoek naar legionella geweest (aandachtspunt RI&E) en zijn verdere kleinere aandachtspunten verbeterd (procedure beeldschermbril, gevaarlijke stoffen registratie etc.). Eind 2022, begin 2023 zal er weer een nieuwe RI&E moeten worden gemaakt voor ons pand in Geleen. In onderstaand overzicht is de bezetting ultimo 2021 weergegeven: 2021 Management
7
Staven en ondersteuning
8
Planning & Control, Finance
5
Trajectmananagement
41
BBR
14
Schuldregeling
6
Frontoffice
11
Bewindvoering/BBR Maatwerk
32
Totaal aantal fte
124
Er is sprake van een hoog percentage zwangerschapsverlof in 2021. Ultimo 2021 is er bijv. bij de afdeling Bewindvoering/BBR Maatwerk 3,7 fte met zwangerschapsverlof, waarvan 1,8 fte is vervangen door tijdelijke medewerkers. Ziekteverzuim Het ziekteverzuimcijfer is voor 2021 uitgekomen op 3,88%. Dit is een forse daling van 2,53% ten opzichte van 2020 (6,41%). De dalende trend vanaf mei 2020 (bijna gelijktijdig met de coronacrisis) heeft zich in 2021 doorgezet. Waarbij we met uitzondering van mei 2021 structureel onder de verzuimcijfers van 2020 zijn gebleven. De analyse leert dat het middellang verzuim dat in 2020 nog relatief hoog was ook in 2021 een daling heeft ingezet. Het kortdurende verzuim is vrijwel gelijk gebleven waarbij ook bij het langdurige verzuim een lichte afname was te zien. Met dit cijfer zitten we onder het landelijk gemiddelde voor overheidspersoneel in 2021 van 4,9 % (bron: CBS 3de kwartaal 2021). De meldingsfrequentie is met een cijfer van 0,75 ook afgenomen t.o.v. 2020 (0,87). In 2022 zullen we weer onverminderd het ziekteverzuim hoog op onze prioriteitenlijst hebben staan. Of we de dalende trend kunnen blijven vasthouden is ook afhankelijk van de ontwikkelingen omtrent de COVID-19 crisis. Aanbestedingen In 2021 hebben geen aanbestedingsprojecten plaatsgevonden.
Voorziening op kredietportefeuille De mutatie 2021 in de voorziening met betrekking tot de kredietportefeuille bedraagt € 57.000-. In de jaarrekening 2008 is gestart met het treffen van een voorziening voor oninbaarheid op de kredietportefeuille van vóór 2005 in het bijzonder. Afboekingen op oninbare kredieten vormden in de laatste jaren van de Stichting KBL (tot 2005) een in het oog springende post bij de verklaring van de negatieve resultaten. Om die reden is in 2008 een inschatting gemaakt van het incassorisico met betrekking tot alle kredieten die voor 2005 zijn verstrekt. Dit resulteerde in een oninbaarheidsschatting van € 2,4 miljoen. Ter hoogte van dit bedrag is een voorziening gevormd, welk bedrag ineens ten laste van het resultaat in 2008 is gebracht.
16
Jaarrekening | 2021
Dit had tot gevolg dat de afboekingen vanaf 2009 en volgende jaren ten laste van deze voorziening zijn gebracht en het exploitatieresultaat daardoor niet meer negatief wordt beïnvloed door deze afboekingen. Jaarlijks wordt de volledige kredietportefeuille beoordeeld op oninbaarheid hetgeen kan leiden tot mutaties in de stand van de voorziening. Met betrekking tot de financiering van de totale voorziening voor oninbaarheid is afgesproken dat alleen de daadwerkelijke afboekingen in een boekjaar in rekening worden gebracht bij de GR-gemeenten op basis van de GR-methode waarbij de side-letter van de gemeente Sittard-Geleen wordt gerespecteerd. VERBONDEN PARTIJEN “De Droomfabriek” is een uniek samenwerkingsverband tussen KBL, MIK Kinderopvang, Trajekt en Bureau Jeugdzorg Limburg. Het verband is ontstaan uit een vraag van het Elisabeth Strouven Fonds te Maastricht. Zij waren op zoek naar partners die voor hun een project zouden kunnen realiseren voor de doelgroep alleenstaande moeders die weinig toekomstperspectief hebben. Met bovenstaande vier partijen is een samenwerkingsverband aangegaan in de vorm van een coöperatie. Het betrof een project voor 2 keer 10 alleenstaande moeders. Het project dient kosten neutraal te verlopen. Als KBL zorgden wij in dit project vooral voor het wegnemen van stress door schulden. Het project is inmiddels met het nodige succes afgerond.
Momenteel zijn we als Droomfabriek aan het kijken of we met diverse funding dit project kunnen behouden voor Limburg om meer jonge alleenstaande moeders perspectief te geven. Gesprekken hierover vinden volop plaats. De coöperatie Droomfabriek U.A. is op 4 december 2017 opgericht. De coöperatie Droomfabriek heeft in haar statuten vastgelegd hoe de aansprakelijkheid verdeeld is bij haar bestaan en bij de ontbinding van de coöperatie. Bij de vorm uitgesloten aansprakelijkheid (U.A.) zijn de leden niet aansprakelijk voor het tekort. Het betreft hier ook een strak afgebakend traject dat gebaseerd is op de subsidie van het Elisabeth Strouven Fonds. Het eigen vermogen ultimo begrotingsjaar bedraagt € 10.181. Het vreemd vermogen ultimo begrotingsjaar bedraagt € 5.420. Het positieve financiële resultaat over 2021 bedraagt € 3.866.
17
ORGANISATIE EN ONTWIKKELINGEN CONTROLLING Op basis van de realisatie van 2019, de dienstverleningsovereenkomsten 2020 (niet-GR) en de verwachte ontwikkelingen voor 2021 is de primaire begroting 2021 inclusief de meerjarenbegrotingen 2022 en 2023 opgesteld. In juli 2020 is deze begroting door het Algemeen Bestuur van KBL vastgesteld. Begin 2021 is de begrotingswijziging over 2021 opgesteld en begin juli 2021 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. De ontwikkelingen ten opzichte van deze begrotingswijziging zijn in de voorjaars- en de najaarsmanagementrapportage 2021 aan het Dagelijks Bestuur bekend gemaakt. DIENSTVERLENING 2021 In 2021 was Corona nog niet weg en onze dienstverlening hebben we continu moeten aanpassen aan de richtlijnen van het kabinet. Dat betekent dat we langzaam weer open gingen in het voorjaar en zelfs weer bijna zonder beperkingen onze volledige dienstverlening konden opstarten en na de zomer moesten we helaas weer afschalen. We hebben zo goed als dat ging onze fysieke dienstverlening kunnen continueren. Digitale dienstverlening werkt een stuk minder voor onze doelgroep. Dat hebben de jaren 2020 en 2021 wel laten zien. De stijgende dienstverlening is gestagneerd en zelfs afgenomen terwijl de problematiek zo goed als ongewijzigd is gebleven. Dit is conform het landelijke beeld van dit moment.
Het jaar 2021 was ook het jaar dat we te maken kregen met een nieuwe Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS). Vroegsignalering werd onderdeel van deze nieuwe wet en daar hebben we samen met ketenpartners binnen verschillende gemeenten vorm en inhoud aan mogen geven. Op verschillende plaatsen hebben we dat gedaan door het afleggen van huisbezoeken om mensen onze hulp aan te bieden. Duidelijk werd ook in deze nieuwe wet dat schuldhulpverlening aan ondernemers een verplichting is geworden om daar als gemeentes uitvoering aan te gaan geven. Samen met onze gemeenten zijn we een pilot aangegaan en zijn we de zoektocht begonnen hoe we vorm en inhoud geven aan deze nieuwe gemeentelijke taak. De aantallen ondernemers die zich hebben aangemeld voor hulp vielen nog tegen en de samenwerking met het zelfstandigenloket, gemeenten, commerciële hulpverlening en KBL was en is een zoektocht geweest. Dat de aantallen tegenvallen heeft waarschijnlijk te maken met de overheidssteun voor de bedrijven enerzijds en coulance van schuldeisers in deze Corona tijd anderzijds. Onze werkprocessen blijven we kritisch onder de loep nemen. In 2021 hebben we goed gekeken naar ons intakeproces en daar hebben inmiddels bijstellingen in plaats gevonden. Het instrument Mesis dat wij aan de voorkant gebruiken is ook verder doorontwikkeld en nu ook bruikbaar voor onze klanten met behulp van hun telefoon.
Werkgeversdienstverlening lijkt beetje bij beetje aan terrein te winnen. Door als KBL te participeren in de netwerken van maatschappelijk verantwoorde ondernemers zijn er weer nieuwe bedrijven die interesse hebben om hun werknemers met schulden samen met ons weer perspectief te bieden op een schuldenvrij bestaan. Ook zijn we binnen WSP Parkstad aan het experimenteren met een financiële checklist waardoor er snel en vroegtijdig zicht ontstaat op mogelijke financiële problemen zodat we met korte interventies deze werknemers kunnen helpen. Werkgevers behouden graag hun werknemers en je merkt ook goed dat de arbeidsmarkt krapper aan het worden is. PREVENTIE, VROEGSIGNALERING EN EDUCATIE In Nederland hebben 1,4 miljoen mensen risicovolle of problematische schulden. Het duurt gemiddeld 4 tot 5 jaar voordat mensen de eerste stap maken om financiële hulp in te schakelen. Te veel mensen zijn niet bij machte om hulpbronnen in te schakelen. Om die drempel te verlagen maken steeds meer gemeenten gebruik van de laagdrempelige inlooplocaties in de wijken voor financiële hulp. Burgers kunnen er terecht met al hun financiële vragen. Bijvoorbeeld wanneer ze willen weten of hun inkomsten en uitgaven nog in balans zijn of hulp nodig hebben bij het invullen van ingewikkelde formulieren, het corrigeren van loonbeslagen of het aanvragen van toeslagen.
KBL organiseert inloopspreekuren of sluit aan bij bestaande initiatieven. Behalve het bieden van praktische hulp, zijn de inlooplocaties ook een uitstekende plek om in een eerder stadium financiële problemen te signaleren, ze bespreekbaar te maken en passende hulp in te schakelen. In gemeente Kerkrade opende op 10 augustus 2021 de Geldwijzerwinkel haar deuren. Gelijktijdig werd ook www.geldwijzerwinkel. nl gelanceerd. De Geldwijzerwinkel fungeert als centrale laagdrempelige toegangsplek ten behoeve van 1e advisering en snelle juiste en “warme” doorverwijzing naar bv. de (schuld)hulpverlening. Ook worden vanuit de Geldwijzerwinkel diverse workshops, cursussen, (geld)trainingen, campagnes en andere activiteiten georganiseerd in samenspraak met de diverse betrokken partijen.
18
Jaarrekening | 2021
In de gemeenten Maastricht, Sittard-Geleen en Kerkrade is in 2021 samen met KBL en diverse maatschappelijke partners veel gerichte tijd en energie gestoken in het nader (door)ontwikkelen van de zogenaamde vroegsignalering, waarbij mensen met betalingsproblemen en schulden vroegtijdig op basis van eerste signalen worden gecontacteerd/bezocht (outreachende hulpverlening). Zo reduceren wij de inzet van ingrijpende schuldregelingstrajecten of beschermingsbewind door er snel bij te zijn. De eerste (landelijke en lokale) ervaringen, bevindingen en resultaten zijn positief en op deze activiteiten zal vanaf 2022 dan ook zeker verder worden ingezet. Ook de gemeenten Valkenburg en Meerssen hebben KBL gevraagd een rol te vervullen in de vroegsignalering voor hun inwoners. In overleg met deze gemeenten is daarvoor een passende aanpak ontwikkeld en opgestart. Binnen regio Parkstad hebben we in 2021 aansluitend op de uitgevoerde pilot uit 2020 de nauwe samenwerking met WSP Parkstad verder doorontwikkeld. Vroegtijdige laagdrempelige gespreksvoering met open spreekuren, educatieve informatie sessies en gebruik maken van financiële signalering instrumenten (Mesis) om ook hier preventief en dus vroegtijdig ingrijpende schuldhulpverlening of beschermingsbewind te voorkomen.
Werkgevers en uitkeringsinstanties zien financiële problemen vaak als één van de eersten en kunnen een belangrijke rol spelen bij het vroegtijdig inschakelen van hulp. Hoewel het voor de SVB en het UWV nog niet is toegestaan om als signaalpartner te acteren in de vroegsignalering, hebben we na een aantal succesvolle pilots in 2018/2019 toch samen met de SVB en het UWV duurzame afspraken kunnen maken over vroegsignalering en samen handelen in geval van schuldenproblematiek. SVB heeft onze ondersteuning gevraagd om hun medewerkers meer inzicht te geven in de wereld van de schulden en de schuldhulpverlening. De afgelopen jaren hebben we in Limburg samen met de Rechtbank Limburg en 31 Limburgse gemeenten uitvoering gegeven aan de pilot van het Schuldenloket en daarmee een bijdrage geleverd aan vroegsignalering van schuldenproblematiek. Uit de evaluatie van de pilot blijkt dat tot en met oktober 2021 57 mensen zijn doorverwezen. 16 Gemeenten hebben een doorverwijzing gekregen vanuit het Schuldenloket. De gemeente Heerlen kreeg de meeste doorverwijzingen: 14. Daarna volgen Maastricht met 9, Kerkrade met 6, Sittard-Geleen met 5, Landgraaf 4 en Brunssum met 2. De doorverwijzingen naar Maastricht, Kerkrade en Sittard-Geleen gaan direct van de Rechtbank naar KBL. Klanten geven aan dat ze het fijn vinden dat ze een luisterend oor hebben voor hun problematiek.
Schaamte wordt weggenomen door een laagdrempelige intake. De doorverwijzing bied je een handvat. Een duwtje in de goede richting en het is fijn dat er meteen een afspraak bij de juiste instantie gemaakt kan worden. “Ik zag het niet meer zitten, maar nu heb ik in ieder geval wat meer rust omdat ik geholpen kan worden”. De partners in de pilot hebben besloten om daarom het komende jaar door te gaan op de ingeslagen weg. Leren omgaan met geld zou al moeten beginnen bij de jeugd. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer jongeren financiële problemen ervaren. Ook in 2021 zien we COVID bijzonder hard toeslaat onder de jongeren. Jongeren die hun bijverdiensten in de horeca of elders zien wegvallen. In gemeente Sittard-Geleen zijn de handen van het Jongerenloket en KBL ineengeslagen om 178 jongeren met financiële problemen laagdrempelig en outreachend te benaderen. KBL is nu wekelijks met jongeren op locatie van het jongerenloket in gesprek om hun vooroordelen en schaamte weg te nemen en perspectief te creëren op een weg uit het schuldenmoeras. We zien nu al dat het op deze manier lukt om deze vroegsignalen om te zetten in daadwerkelijke schuldhulp. Omdat we weten dat schaamte, vooroordelen en stress belangrijke factoren zijn die mensen met schulden tegenhouden om hulp te vragen zijn we in Sittard-Geleen gestart met het ontwikkelen van een Escaperoom voor schulden.
Dit project wordt uitgevoerd door een groep scholieren van het Graaf Huyn College in opdracht van KBL en Zo Wonen. Samen met een aantal betrokken ondernemers hebben de jongeren een caravan gekocht die nu ingericht wordt als escaperoom ‘Durf te vragen’. Deelnemers gaan ervaren wat stress en geldproblemen met je doen en welke hulplijnen er beschikbaar zijn voor hen. De escapecaravan en het vervolggesprek met de deelnemers zal in de week van het geld in Sittard-Geleen zijn start krijgen om vervolgens inzetbaar te zijn op diverse scholen en plekken in Limburg. Om hier een bijdrage aan te leveren heeft KBL samen met onderwijsinstellingen en partnerorganisaties een theaterprogramma voor en door jongeren opgezet. Helaas heeft COVID ook hier roet in het eten gegooid. Op zoek naar oplossingen zijn er verscheidene webinars voor grote groepen jongeren georganiseerd. Daarnaast hebben we als KBL ook dit jaar diverse groepen vrijwilligers van de diverse vrijwilligersorganisaties geschoold en worden de samenwerkingsafspraken met de vrijwilligersinstanties versterkt. Voor volwassenen verzorgen we ook lessen en workshops door middel van cursussen. In 2021 werden deze bijeenkomsten veelal via de digitale weg aangeboden. Ook in 2021 hebben we verscheidene trainingen en intervisiebijeenkomsten georganiseerd voor de vrijwilligers die betrokken zijn in de schuldhulpverlening.